afscheid van Veerkracht

OP ZOEK NAAR DE DRIVE

Een paar maanden geleden moest ik bij de De Espressomonteur (een geweldige vakman trouwens) zijn aan de Fannius Scholtenstraat, vlak bij het Westerpark. Onze koffiemachine had het begeven  en om nu gelijk een nieuwe te kopen… Ter geruststelling, hij doet het weer! Dit echter terzijde. Door de defecte koffiemachine ontdekte ik aan de overkant een winkel in geschilde aardappelen. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ‘loerde’ naar binnen. Daardoor kwam ik in gesprek met de eigenaresse van de aardappelschilwinkel. Het bleek te gaan om een bedrijfje dat al meer dan vijfentwintig jaar gevestigd is in West. Het levert aan de betere patatboeren, maar ook verzorgingstehuizen en de groothandel. Ook gewassen groentes is hun specialiteit. Ze woonden in de buurt en waren verknocht aan Amsterdam. Zomaar, op een achternamiddag, een prachtige inkijk in het leven van een paar mensen die vol overgave hun bedrijf gaande houden. Kwaliteit leveren, hard werken en uiteindelijk versleten armen en schouders. En dan toch met gedrevenheid over je werk praten; boeiend en ook ontroerend.

Zo heb ik mijn werk op school ook ervaren. Ooit kwam ik vanuit Drenthe naar Amsterdam. Het was 1978 en het had, geloof ik achteraf, niet mijn voorkeur. Er liep ook nog een sollicitatie in het midden van het land en dat was dichter bij mijn vriendin. Maar toch werd het Amsterdam, een paar weken na de diploma-uitreiking kon ik aan de slag in klas 4. Meester Dreschler vertrok naar de gereformeerde school in Veenendaal en ik kon per 1 juni beginnen aan de Molenwerf, pal tegenover het toenmalig station Sloterdijk. Klas 6 was net terug van het schoolkamp in Hellendoorn. Geen gemakkelijke start kan ik mij herinneren. Mijn tante werkte dan wel als handwerkonderwijzeres op de dr. M.B. van ’t Veerschool,  op school mocht ik haar geen tante noemen. Het was in ieder geval een beetje vertrouwd. Maar; er was geen begeleiding door een collega, geen coaching, geen intervisie, maar één keer per jaar een bestuurslid op bezoek. Al werkende weg leerde ik de jaren daarna langzaam aan het vak, en gelukkig ook Amsterdam kennen. Toen we trouwden in 1980, gingen we in Oost, op de rand van de Transvaalbuurt, wonen, drie hoog. Met de fiets, maar ook met het openbaar vervoer, was Sloterdijk goed te doen en op de terugweg kon ik met eigen ogen soms zien hoe krakers werden verdreven door de mobiele eenheid. In april van dat jaar hadden we al de rellen op Koninginnedag meegemaakt. ‘Geen woning, geen kroning’, was de leus. Als gereformeerde school mochten vooraan staan om de nieuwe koningin toe te juichen op de Dam. Een onvergetelijk moment. Links van ons stonden de kinderen van de Japanse school en recht kinderen van de Joodse school. Het zoontje van Broeder de Vries, een groot ambulancebedrijf in die dagen, mocht niet mee. Vader de Vries schatte de gevaren erg hoog in.

In de jaren 80 vergroeide ik steeds meer met de stad. Een belangrijke factor was daarbij de kerkelijke gemeente waar we bij hoorden en gelukkig, nog steeds horen. Een gevoel van roeping is daardoor ook wel ontstaan. Ondanks dat we verhuisden naar Diemen-Zuid, voelde het nog steeds als wonen in de mooiste stad van Nederland. De school breidde uit nadat we waren verhuisd naar Slotermeer. Het oude gebouw aan de Molenwerf was bijna de bouwput van een nieuw Elsevier-gebouw ingezakt. Begin jaren 80 kwamen ook de kleuters erbij,  de school moest verbouwd (85/86) en eind jaren 80 was het gebouw met 10 groepen overvol. Leerlingen kwamen uit Haarlem, IJmuiden, Beverwijk, de Zaanstreek, heel Amsterdam en ook Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Drie grote touringcars en ook een aantal kleinere busjes reden af en aan. Firma de Haan uit Hippolytushoef had een goede klant aan de school. In school zetten de veranderingen ook door. Steeds meer kwam de techniek ons ‘helpen’. Stencilschrijver en stencilmachine verdwenen naar de kelder en de kopieermachine en later ook de computer werden heel normaal. Ouderbetrokkenheid stond hoog aangeschreven. Het kwam naar voren in drukbezochte leden en ouderavonden. Meerdere seizoenen werkten vaders en moeders mee aan de vrijdagse crea-middagen. Er werd dan bijvoorbeeld gekookt, geknutseld, geschaakt, gekalligrafeerd en ook geturnd.

Een van de zaken die bij de school in Amsterdam hoorde was wel het vele wisselen van het personeel. Als ik een lijst maak van alle collega’s die ik door de jaren heen gehad heb… Sommigen voor een fiks aantal jaren, sommigen voor een paar maanden inval. En altijd maar weer startende leerkrachten die natuurlijk het vak ook in de praktijk moesten leren. En eind jaren 90 kwamen daar ook de onderwijsassistenten bij. Ik heb de doos met schoolkranten nog eens doorgenomen. Al tellend kom ik op zo’n vijfenzestig collega’s. De eerste 10 jaar viel het nog mee, daarna wisselde het maar door. Gemiddeld bestonden de teams uit zo’n tien à vijfien leden. Aan de andere kant maakte het dat dus boeiend en tegelijkertijd ook zwaar. In augustus 1992 startte de school in Velserbroek, onze ‘dochter’. Hadden we daarvoor nog zo’n 250 leerlingen, toen krompen we heel snel. Door verhuizingen naar de provincie ging dat ook de jaren daarna door. Zo halverwege de jaren 90, we hebben het dan nog steeds over de vorige eeuw, werd onze school ook opengesteld voor kinderen van ouders die geen lid waren van een gereformeerde of protestantse kerk. Leerlingen uit evangelische gemeenten, maar ook uit Oosters-orthodoxe kerken kwamen op school. Dat aantal nam snel toe. Daardoor kwam er ook weer groei in het leerlingenaantal. De wisselingen van collega’s, de steeds maar toenemende veelkleurigheid, het is me meer en meer gaan boeien. Met daarnaast een kerkelijke gemeente die steeds meer over de muren heen keek; Amsterdam houdt je ‘gevangen’. In 2010 hadden we leerlingen uit ruim 40 kerkelijke achtergronden. Daarmee was de school inmiddels ook een multiculturele school geworden. Ongeveer de helft had een allochtone achtergrond.

2010 feest als afsluiting van het traject VEELKLEURIGHEID (met dank aan moeder Veenstra)

Mijn drijfveer is steeds het onderwijs aan de leerlingen geweest. Goed onderwijs dat inspeelt op talenten van leerlingen. Met daarbij in het oog houdend dat het wel onderwijs aan een groep is, ouders mogen en kunnen geen individueel onderwijs verwachten. Er is veel veranderd sinds ik begon. Er is meer kennis over verschillen tussen leerlingen, maar er worden nu wel eens te vaak etiketten geplakt. Daarnaast blijf ik toch ook de algemene ontwikkeling belangrijk vinden. Ook daarbij kun je niet leerlingen het maar zelf laten uitzoeken. Onze scholen moeten ook sturend zijn. Boven alles gaat het er om dat we kinderen willen helpen discipelen van Jezus te worden. Mijn werk voor de Bijbelmethode “LEVEND WATER”, van 2004 tot 2011, heeft me daar extra bij bepaald. Want bij Bijbelonderwijs gaat het niet alleen om het mooi vertellen van de Bijbelverhalen; hoe goed dat ook is. De man of vrouw voor de klas zal het in gedrag, in woord en daad, ook zelf moeten voorleven aan de leerlingen die aan hem zijn toevertrouwd. Daarom ook moeten leerkrachten met elkaar in gesprek over hun eigen geloofsleven. De jaren dat ik leiding mocht geven aan de school, heb ik dat de juffen en meesters ook willen meegeven. Immers leerlingen gaan niet naar een gereformeerde school om in hun volwassen leven zo goed mogelijk voorgesorteerd te staan voor succes in de wereld. Christelijke ouders willen graag dat hun kinderen, wanneer ze volwassen zijn, er voor kiezen, in alle zelfstandigheid, Jezus te volgen. Dat houdt in dat er op school veel gezongen moet worden tot eer van God, dat kinderen leren wat bidden inhoudt, dat jongens en meisjes beseffen wie hun naasten zijn.

Er zou nog veel te vertellen zijn. Het hoe en waarom van mijn burn-out en mijn plotselinge ‘vertrek’ in november 2010. Maar ook over prachtige en soms ook verdrietige gebeurtenissen uit de afgelopen 34 jaren. Over allerlei perikelen in de vervoerscommissie, waarin gelukkig Sytze de Bruine steeds de boventoon voerde. Er is van alles te vertellen over de bijzondere musicals opgevoerd door meester Frank Wijland in de jaren 90. We kunnen verhalen over de naamsverandering van de school. Inmiddels hebben drie scholen van GPOWN dit voorbeeld gevolgd. Wat prachtig dat er toen voorgangers uit verschillende gemeenten samen met de leerlingen gingen bidden. Ik hoor nog pastor Hofwijcks bidden: “zeg me maar na, lieve Heer Jezus, wij bidden u voor de meesters en juffen!” Er valt veel te vertellen over zoveel leerlingen die uit de verschillende AZC’s naar onze school kwamen. Leerlingen die ook zomaar weer weg moesten naar een ander AZC. We zamelden speelgoed en leuke spullen in, brachten het naar het AZC-Zeeburg. Vervolgens bleek de kast van het gezin uit te puilen met speelgoed. We gingen zo nu en dan op bezoek bij kerken waar leerlingen vandaan kwamen. Nooit zal ik de preek van ds. Jan Post vergeten over ‘de duivel die uit de hemel werd geknikkerd!’. Maar ook de dienst in de Slotermeerschool waar de ouders van Bobby voorgingen en Bobby de zang begeleidde. Op bezoek bij pater Arsenios El  Baramousy van de Koptische kerk in Noord aan het Mosplein, die ons zoveel bijleerde over cultuurverschillen. En dan steeds weer al die prachtige leerlingen, met al hun eigenaardigheden. Leerlingen die er allemaal mogen zijn, zich geliefd mogen weten door God de Vader. Ook waren er de lastige keuzes, samen met de ouders in de identiteitscommissie. Nemen we die aangemelde leerling wel of niet aan? En ook waren er de ouders die vonden dat de school te ‘zwart’ werd. Ik hoop dat al die verhalen niet verstommen en verteld blijven worden.

Na de zomervakantie ga ik de leerlingen in Velserbroek, op Het Anker, proberen iets bij te brengen. En wie weet zie ik ouders en leerlingen op een dag gewoon terug op het plein van Veerkracht. Voor nu en voor de komende zomervakantie en het nieuwe seizoen, wens ik leerlingen, ouders en leerkrachten; Gods onmisbare zegen! Het ga u goed!

(ook gepubliceerd in schoolkrant van VEERKRACHT, juli 2012)

waanzee

Op de uitverkooptafel in onze bibliotheek zag ik een boek van David Grossman liggen. Aangezien we op de leesclub een boek van hem hadden behandeld, was ik geintresseerd. Ik vond nog een Grossman en vervolgens ook ‘Waanzee’. Van dit boek had ik gezien dat het in de canon van de christelijke literatuur staat. Ook had ik er wel iets over gelezen in het ND. Met een fietstas vol boeken keerde ik huiswaarts. Vijftig eurocent per afgeschreven boek. Dat wordt ook in de vakantie genieten.

Waanzee intrigeerde me. Gelijk zondag opengeslagen. Het verhaal gaat over een Katwijkse (in het boek Zeewijkse) logger die tijdens WOI gaat vissen op de Noordzee. Hoofdpersoon Arend is een zeer bevindelijke matroos, die steeds meer gaat beseffen dat God hem in dromen verschijnt en waarheden in zijn hart legt. Er wordt door de schrijver Robert Haasnoot ruimschoots geciteerd uit de Heilige Schrift, met name de Psalmen en ook uit Smytegelt. De matroos Arend en zijn ‘volgelingen’ worden zeer levend neergezet. Overtuigende karakters, ondanks hun godsdienstwaanzin. Uiteindelijk  leidt de ‘gekte’ van Arend tot schokkende gebeurtenissen. Een pakkend verhaal dat je tot en met de laatste bladzijde in de greep houdt. Ondertussen leer je begrijpen waar ver doorgevoerde bevindelijkheid toe kan leiden.

‘de vlek’ van Willem Jan Otten

Een episch gedicht, dat gebeurt niet zo veel meer. Al eerder schreef ik over Willen Jan Otten en toen ik hoorde en las over dit nieuwe werk, werd ik nieuwsgierig. Eerst een keer mee in mijn handen gestaan en een paar weken later toch maar gekocht. Met Pasen heb ik het de eerste keer gelezen, een aangrijpende ervaring. Tweede Paasdag heb ik de CD opgezet, waarop Willem Jan Otten het verhaal voorleest. Een Paasverhaal, zo mag je het van de schrijver ook wel noemen. Door de verwisseling van longfoto’s in het OLVG zet het verhaal zich in beweging. De vertelling zet in met: “Ik zing van een vlek die ….” Het sleurt je het verhaal binnen.

Op internet kun je er een aantal kritieken over vinden en ook is het zinnig om nummer 65 van het Christelijke literaire tijdschrift LITER een keer te lezen. Maar ook zonder al die ‘ballast’ is het genieten. Zeker, het is literair hoogstaand en er zitten veel verbanden in, maar er zitten zoveel mooie vondsten in. Zinnen die nazinderen in je hoofd. Een kleine keus:

We deelden alle genen / geen voor geen (11)

Van hun weten dat ging schelen (37)

Wat ik van hem weet / past in de palm van mijn hand (42)

Ze draagt een zonnebril / ze lijkt een vleermuis overdag (65)

…… veerman zonder overzijde worden (71)

Je wilde dood en toch gevonden zijn (78)

Zaterdagmiddag 2 juni hield Willem Jan Otten een lezing over zijn verhalende gedicht in het RK-centrum bij de Boomkerk aan de Admiraal de Ruyterweg. Boeiend, hoe hij voorlas, verklaarde en vertelde. Ik heb er in ieder geval een mooi gesigneerd exemplaar aan over gehouden, met daarbij de woorden; ‘genade sijpelt naar het laatste punt’. Willem Jan Otten vertelde dat hij een paar fouten had gemaakt. Hij kwam er later achter dat er wel een altaar staat in de kapel van het OLVG. Maar ook en dat vond hij veel ernstiger, dat er camera’s hangen in de kapel. De lezer gaat nu maar uitzoeken wat Otten daar dwars in zit.

Ik vind, maar dat is natuurlijk mijn mening, het meest indrukwekkende wat ik de laatste jaren heb gelezen. Een aanbeveling dus. Ontdek, herlees en overdenk. Op vakantie neem ik het in ieder geval mee.

kameraad baron

Vorig jaar verscheen van Jaap Scholten ‘Kameraad baron’. Ik had hem een paar gezien in een VPRO documentaire over Hongarije en Roemenië. November vorig jaar kocht ik de 7e druk. Het boek liep dus goed. Scholten schreef een documentaire over, zoals voor op het boek staat in de ondertitel; “een reis door de verdwijnende wereld van de Transsylvanische aristocratie”. Een boeiend verslag van gesprekken, reizen, feesten en persoonlijke indrukken. Scholten woont al jaren in Hongarije en heeft ook een Hongaarse vrouw. Zij is van aristocratische afkomst. Het communistische bewind heeft na WOII geprobeerd de complete aristocratie uit te roeien. Ze werden verdreven  uit hun huizen. Kwamen terecht in werkkampen, krotten, en velen overleefden het niet. Ook vluchtten duizenden naar het vrije westen. Dat alles heeft er toe geleid dat een complete laag als het ware uit de hele bevolkingsopbouw is weggesneden. Er is nog een klein gedeelte over en hun verhalen staan in ‘kameraad baron’. Boeiend, aangrijpend en soms ook verdrietig makend. Een boek om eens rustig lezen. Een paar citaten:

Zsigmond Mikes (1977) vertelt over de veranderingen in zijn Roemenië en eindigt dan aldus: “Het Transsylvanië van mijn grootmoeder bestaat niet meer. Die atmosfeer, die traditie, waarden en multi-etnische samenstelling bestaan niet meer. Ik ben bang dat hier dezelfde mens zal ontstaan als in Hongarije, en dat er daarom geen beter leven te verwachten is. Ook hier laten steeds meer mensen zich door materialisme leiden en hebben ze minder tijd voor elkaar, en wordt er meer en meer tijd besteed aan geld verdienen. In de dorpen zijn er gelukkig nog mensen die tijd hebben. De mens moet het middelpunt van het leven zijn. Ik wil omringd zijn door mensen die tijd hebben. Als men geen tijd heeft voor zinloze zaken, zal het niet beter zijn in Tokyo of New York.” (p. 363)

Ongetwijfeld kleefden er nadelen aan het semifeodale systeem – dat de kansen je te ontwikkelen en vooruit te komen in het leven ongelijk waren verdeeld bijvoorbeeld, een systeem dat in het nepotistische Oost-Europa overigens min of meer ongewijzigd in stand is gehouden -, maar het diepgewortelde besef dat men vóór alles een rentmeester diende te zijn leefde en is met de komst van het communisme verloren gegaan. Met de verdwijning van de aristocratie is de wereld kortademiger geworden. (Jaap Scholten op p. 375)

 

een insigne? nee toch!

Al van jongs af aan heb ik sympathie voor de Molukse zaak. Ik heb daar eerder over geschreven.  In Hoogeveen woonden veel Ambonezen, zoals trouwens in meer Drentse plaatsen. De treinkapingen bij Wijster en De Punt heb ik van nabij meegemaakt in de jaren 70 van de vorige eeuw. (december 75 en mei 77) Een paar weken geleden was er sprake van dat de minister van defensie alsnog de soldaten die hebben meegedaan om de trein in 1977 te ontzetten, nu nog te onderscheiden met een insigne. Inmiddels de zoveelste misser van minister Hillen. Het getuigt naar mijn idee van geen enkel respect voor de gevoelens van de in Nederland wonende Molukkers. Natuurlijk moest er destijds een oplossing geforceerd worden. Maar achteraf zijn er vele vraagtekens gezet bij de wijze waarop dit gebeurde. De treinkapers zijn koelbloedig “geofferd”, waarbij ook 2 gegijzelden het leven lieten. Ook al moest er toen iets gebeuren om de gijzelaars te ontzetten, het is redelijk gevoelloos om de betreffende militairen na zoveel jaren nog te onderscheiden. In de pers is indertijd veel geschreven over de goede afloop, maar hoe de Molukse kapers in feite werden afgeknald, dat bleef toch buiten beeld.

Al met al, is door de jaren heen de zaak van de Molukkers eigenlijk nog nooit goed op de politieke agenda komen te staan. Het zou de minister van defensie sieren wanneer hij zich daar vanuit zijn CDA achtergrond druk over zou maken. Ondanks de crisis in Europa, zou het mooi zijn wanneer in een nieuwe kabinetsperiode partijen zich buigen over het koloniale verleden en de onbetaalde rekeningen uit die periode. Een aantal rekeningen mogen heus wel een keer betaald worden!

weg uit Kampen?…. welkom in Amsterdam!

Anderhalf jaar geleden filosofeerde prof. Ad de Bruijne van de Theologische Universiteit in Kampen in een Reformatie-hoofdartikel over een eventuele verhuizing van zijn universiteit. Weg uit Kampen, de wijde wereld in. Waarschijnlijk was dat een opmaat voor de huidige plannen, die via een persbericht werden verspreid. Toen vond ik het al een verfrissende gedachtegang. Afgelopen week werd ik helemaal blij van het feit dat er echt verder over doorgedacht is. De synode van de GKV wordt dan ook gevraagd om verder onderzoek te doen. Er blijkt zelfs een keuze te kunnen worden gemaakt uit Groningen, Amsterdam en eventueel Utrecht.

Naast allerlei andere overwegingen die je bij dit voorstel kunt hebben, wil ik graag een lans breken voor Amsterdam als eventuele nieuwe vestigingsplaats. Dat zeg ik niet alleen als inwoner van één van de voorsteden van Amsterdam, maar ook als christen die lid is van een gereformeerde kerk in Amsterdam. En zonder al te veel gekheid, er zijn echt heel veel redenen voor te bedenken. Voor de vuist weg een aantal, in willekeurige volgorde:

  • Amsterdam is de hoofdstad van Nederland en zeer goed bereikbaar en ook vanuit de hele wereld zeer goed aan te vliegen.
  • Er zijn in Amsterdam goede partners in UvA en VU te vinden. Studenten kunnen daar bv. bijvakken studeren of ook vervolgstudies doen. Over een eventuele samenwerking zal zeker nog meer worden geschreven en nagedacht.
  • Amsterdam heeft voor studenten veel te bieden aan een breed scala van culturele uitingen; musea, theaters enzovoort! (tegen de tijd dat er daadwerkelijk gaat worden verhuisd, zijn alle grote musea wel weer open)
  • Ook een reden is dat Amsterdam heden ten dage nog maar 3% serieuze kerkgangers heeft. Het zal een geweldige stimulans zijn voor de meer dan 200 kleine christelijke gemeenten in Amsterdam wanneer een gereformeerde, bijbelgetrouwe universiteit zijn tenten zou opslaan in Amsterdam.
  • Voor het samenwerkingsverband van de kleine gereformeerde kerken in de hoofdstad (Amsterdam In Beweging) zou het eveneens een geweldige opsteker zijn.
  • Zeker onder gereformeerden is er sinds de jaren 60 van de vorige eeuw een trek de stad uit geweest. Dit zou weer een tegenbeweging op gang kunnen brengen.
  • Studenten kunnen wanneer ze gestudeerd hebben in Amsterdam zich nooit meer een wereldvreemde houding aanmeten.
  • Er zijn in een stad als Amsterdam voor studenten mogelijkheden te over voor bijbaantjes, die gelijk kunnen dienen als maatschappelijke stages.
  • Daarnaast kunnen studenten, wanneer ze zich daadwerkelijk vestigen in Amsterdam, er niet om heen de kerkelijke gemeenten met hun aanwezigheid te versterken.
  • Huisvesting voor de TU moet geen enkel probleem zijn. Vanwege de economische crisis staan er zoveel kantoorgebouwen leeg, dat je je daar nu al op zou kunnen oriënteren.

Er zijn vast nog wel meer redenen te bedenken. Ik hoop in ieder geval dat in de kerken (GKV) er een serieuze discussie over gaat ontstaan.

ter attentie vanaf 20 mei de Chelsea Flower Show

BBC presentator Alan Titchmarsh

Om in de gaten te houden deze week. Afgelopen zaterdag was Chelsea waarschijnlijk al in feeststemming, maar deze week elke avond op de BBC; de Chesea Flower Show! Via de website van de BBC (http://www.bbc.co.uk/programmes/b007lyhs) kun je zien wanneer de uitzendingen zijn. Je kunt ook heerlijk rondneuzen op de site van de RHS. (http://www.rhs.org.uk/shows-events/rhs-chelsea-flower-show/2012). Prachtige tuinen komen voorbij en de nieuwste snufjes met betrekking tot planten. Daarnaast is het gewoon typisch Engels en daardoor heel onderhoudend.

 

 

kapitein Westerling

Historicus Willem Bouwman gebruikt in de krant van zaterdag 12 mei j.l.(http://www.nd.nl/digitale-editie/20120512/8), een aantal argumenten om aan te tonen dat het nog niet zo gemakkelijk is om excuses over de misdaden van kapitein Westerling te maken. Naar mijn bescheiden mening gaan alle argumenten die hij gebruikt mank aan een behoorlijke portie eenzijdigheid.

kapitein Raymond Westerling, alias de Turk

Er vallen grote vraagtekens te zetten bij het voortgezette kolonialisme door Nederland, van na de tweede wereldoorlog. Zeker de wijze waarop de politiek in Den Haag probeerde de opstand in Indonesië te beperken en neer te slaan, mag achteraf best bekritiseerd worden. En dat ondanks alle goede daden die generaal Spoor, gouverneur van Mook en veel goedwillende militairen, óók verricht hebben. Een van Mooklaan en een Spoorkazerne zijn nog geen argumenten om geen vraagtekens te mogen zetten bij hun optreden. En ook een bijna honderdjarige weduwe is geen argument. Al die vrouwen die weduwe werden op Celebes, door het optreden van kapitein Westerling hebben hun hele leven pijn moeten lijden. En pijnlijk voor Nederlanders die hebben gebeden voor kapitein Westerling? Werd er op Celebes  en in heel Indonesië in veel huizen, niet in de naam van dezelfde God gebeden om vrijheid voor Indonesië? Westerling een held? Ik raad de lezers aan om nog eens wat oude uitzendingen van Andere Tijden (2007) terug te kijken! Ooit woonde bij ons in de straat een oud-Indiëganger die gediend had onder Westerling. Deze oud-NAVOmilitair schaamde zich voor wat er zich toen allemaal heeft afgespeeld onder het bevel van deze kapitein en karakteriseerde Westerling als een SS-er.

Je verleden onder ogen zien, ook de koloniale geschiedenis is nog niet zo slecht. En vandaag toegeven dat er door het kolonialisme van onze voorouders ontzaglijk veel is misgegaan in Indonesië (en bijvoorbeeld ook in Suriname), wat is daar mis mee? Als het door Bouwman aangehaalde lied meer dan gebral was; wat was het dan nog meer? Koloniale geschiedenis bestuderen (en dan niet uit schoolboekjes), ik stem dat met Willem Bouwman in, is leerzaam, maar vaak niet onderhoudend. Heel vaak leidt het tot plaatsvervangende schaamte.

P.S. bovenstaande blog werd gedeeltelijk opgenomen in het ND als INGEZONDEN. Natuurlijk heeft een krant het recht om het wel of niet volledig te plaatsen. Maar opvallend is dat juist het door mij rood gemaakte gedeelte is weggelaten. Waarvan acte!

 

een held stopt er mee

In Sheffield (Engeland) vinden deze weken de wereldkampioenschappen snooker plaats. Snooker is een van oorsprong typisch Engelse vorm van biljarten. Inmiddels is het dan wel overgewaaid naar China, maar dat is omdat Chinezen uiteindelijk overal de beste in willen zijn. In het Crucible Theeatre begonnen een paar weken geleden 32 snookerspelers aan hun wedstrijden. Wanneer je langere tijd hebt thuisgezeten is het volgen van dit soort wedstrijden heerlijk ontspannend. Je leert steeds beter hoe het spel in elkaar zit en weet op een gegeven moment zelfs, hoe je zelf zou moeten doen. Niet dat ik het ooit zelf heb gesnookerd trouwens. Een van de beste en ook sympathiekste  snookerspelers is al jaren Stephen Hendry (geb. 1969). Op zijn 16e werd hij al professioneel speler. Wanneer hij weer het BBC beeld vulde zat ik meestal ademloos toe te kijken. Nu hangt hij de keu in de wilgen en dat is toch het einde van een snooker-tijdperk. In totaal is hij zeven keer wereldkampioen geweest. Ook nu deed hij weer mee, maakte zelfs een break van 147, maar in de kwartfinale moest hij het afleggen tegen de jongere generatie. Natuurlijk zal de BBC hem nog regelmatig inhuren voor zijn onderkoelde commentaar. We hoeven ook geen medelijden met Stephen Hendry te hebben dat hij al zo vroeg met pensioen gaat. Zijn prijzengeld bedraagt volgens internet alleen al zo’n ruim 2 miljoen Engelse ponden. Daarnaast zal hij nog wel een veelvoud aan sponsorgeld binnenhalen.

Stephen Hendry aan tafel

Snooker is een sport die veel training vergt. Training van het spel, maar ook zeker ook training om de spanning aan te kunnen. Een officiële wedstrijd duurt uren en vergt ook nog eens een geweldig tactisch inzicht en ook een behoorlijke portie wiskunde. Stephen Hendry was een grootmeester van het spel. Hij zal gemist worden, maar gelukkig zijn ze aan de overkant van de Noordzee ook goed in het eren en levend houden van sporthelden!

tegen elk aannemelijk bod

Bijzonder blijft het dat snooker in Nederland niet echt van de grond is gekomen. Zelfs het biljarten is in ons land tegenwoordig geen echte sport meer lijkt het wel. Jaren geleden had je in sportprogramma’s op de radio nog wel verslagen van biljartwedstrijden. Wanneer de beroemde Belgische biljarter Raymond Ceulemans aan tafel kwam, zwegen de toeschouwers en mocht de radiopresentator alleen maar fluisteren. Wijlen Theo Koomen kon dat als de beste! Naar mijn idee is het biljarten een marginaal bestaan gaan leiden in Nederland. Zelfs een tafelbiljart raken we aan de straatstenen niet kwijt. Het is in zeer goede staat en weinig gebruikt. Compleet met ballen en telraam en ook biljartkeus! Voor elk aannemelijk bod op Marktplaats, maar helaas. Snooker speel je trouwens met veel meer ballen. Een witte speelbal, 6 kleuren (waaronder de zwarte) en 15 rode ballen. Er komt wel wat rekenwerk bij kijken, maar dat vormt tegelijkertijd de uitdaging. Als kijkspel is het zeer boeiend, alhoewel de Engelsen er ook flink op gokken. Gebeurde dat niet dan was het waarschijnlijk ook niet zo populair op de BBC.

Op Koninginnedag voel ik me écht Nederlander

“Oranje zonnestralen breken zich langs de wolken op 30 april. Samen met een van de kinderen nestel ik  me op de bank om te zien hoe hartverwarmend Hare Majesteit in helikopter of blauwe bus, het volk op zoekt. Rond twaalven, wanneer vrouwlief met een van de andere kinderen bepakt en bezakt terugkeert van de vrijmarkt, fietsen we oranje gekeurd naar het buurtfeest op de Hogeweg in de Watergraafsmeer. Een stoomtreintje, poffertjes, de draaimolen, het Weespertrekvaartkoor en de buitenissig uitgedoste feestvierders; dit is echt Oranjefeest. Wanneer ’s avonds het vuurwerk de hemel verlicht, weet je het zeker; ik ben écht Nederlander.”

Sachsen-Anhalt, 25 april 2012: de Koningin, de Bondspresident van Duitsland Joachim Gauck, zijn partner Daniela Schadt en de kunstenaars bij paleis Oranienbaum voor de opening van de tentoonstelling Dutch Design

Het stukje hierboven was voor de EO-VISIE. Ik kreeg een mailtje van één van de redacteuren om in enkele zinnen mijn ‘Nederlandergevoel’ onder woorden te brengen. Helaas moest het wel een beetje kort. De meeste lezers zullen hopelijk begrijpen dat mijn ‘Nederlandergevoel’ niet ophoudt bij Koninginnedag.  Ik heb het ook als we op vakantie zijn in Frankrijk, en ik me schaam voor het optreden van medelanders in een drukke Franse winkelstraat. (Op dat moment ben ik natuurlijk zelf daar even boven verheven.) Ik heb dat gevoel trouwens ook als ik de stad uit fiets en opeens tussen het groen van weilanden geniet van weidevolgels en prachtige vergezichten met her en der roodbont vee. Maar gelukkig heb ik het gevoel ook wanneer ik over de grachten fiets en regelmatig bijna aanrijdingen met allerlei buitenlands gepeupel kan voorkomen. En ik voelde me ook echt Nederlander toen we op ‘Veerkracht’ op een zaterdagmiddag met alle ouders een multicultureel feest vierden. Ouders uit bijna alle windstreken van onze aardbol hadden eten meegenomen en sommigen hadden zich gekleed met traditionele kledij uit hun cultuur. Ook dat is Nederland; openstaan voor de ander!