Luberon mijmeringen

Een paar dagen terug werden we ’s morgens gewekt door het gezang van de wielewaal. Het deed ons allebei herinneren aan het liedje dat we de leerden op de lagere school:
“Kom mee naar buiten allemaal. Dan zoeken wij de wielewaal / En horen wij die muzikant / Dan is zomer weer in ’t land / Dudeljo klinkt zijn lied / Dudeljo en anders niet.”
Coos heeft de app MERLIN op haar telefoon gedownload en inmiddels hebben we ruim twintig zangvogels gespot. De zwartkop, de nachtegaal, de mus, de gekraagde roodstaart, de koekoek en de vink, maar ook de hop en het puttertje, de groenling en de boomklever… Vrijwel allemaal vogels die we in Diemen niet meer te horen krijgen. Zeker, we horen wel eens een merel, maar de huismus is blijkbaar toch vertrokken naar Frankrijk. Al fietsend spotten we regelmatig roofvogels, de sperwer en ook de buizerd. Kraaien en Vlaamse gaaien zijn hier legio. Dat laatste misschien omdat er ook veel Belgen genieten van de rust in de Luberon. Onze vakantieburen komen uit het Vlaamse Waregem, we kunnen ons dus verstaanbaar maken in onze gemeenschappelijke taal. En het treft extra dat Hans ook vloeiend Frans beheerst. Dat is echt een groot voordeel van onze zuiderburen, ondanks de separatistische neigingen van sommigen in de Vlaamse regering.

Op één van onze eerste vakantieavonden werden we door madame Sylvie, de verhuurster van ons vakantiehuisje, uitgenodigd voor een glas rosé met een knabbeltje. En omdat Hans vloeiend beide talen beheerst is het wonderlijk hoe opeens barrières verdwijnen en we zelfs van hart tot hart kunnen spreken. Niet alleen het feit dat Sylvie haar villaatje te koop heeft staan (kijk maar eens op de site van de makelaar), maar ook het christelijke geloof en het hiernamaals kwamen ter sprake. Verwikkelingen met kinderen, het komt ook hier en in België voor. “Elk huis heeft zijn kruis”, concludeerde Hans’ vrouw Hilde in het plat Vlaams en dat moest natuurlijk weer vertaald. ‘Chaque maison a sa croix’. Mij schoot Daniël Lohues te binnen die zong het in mijn moedertaal zo: “Elk mens die hef zich ‘m kruus te dragen / Opzich bennen die kruuzen precies eben groot / ’t Verschil is de iene hef der iene van piepschoem / En de ander die hef ‘m van lood… “

Dit is niet onze eerste keer in de Luberon. Via de Auvergne, waar we heerlijke vakanties hadden bij “l’Hirondelle” van Rolf en Heleen, zakten we steeds verder af naar het zuiden. Uiteindelijk zijn we beide wel een beetje verliefd geworden op het prachtige glooiende landschap van de Luberon. De rust, de prachtige uitzichten en de afwisseling in kleuren, dat is in woorden haast niet weer te geven. Als we bij St. Martin de Castillion het weggetje naar de ‘stiltecamping’ opreden, draaiden we de ramen open om de geur van de lavendel op te snuiven. Een paar jaar later waren een paar lavendelvelden opeens knalgeel en geurden naar kerrie, jazeker; het kerriekruid had zijn intrede gedaan! Later ontdekten we bij Simiane-la-Rotonde dat er opeens hele velden lichtpaars waren gekleurd. Misschien iets om een etherische olie van te maken? We kwamen er niet achter. Maar donderdagmiddag waren we op onze fietstocht ook wel aan het kijken naar een nieuw vakantieadres, we raken immers verslingerd aan de Luberon. Tussen St. Martin en Viens hadden een bord zien staan, een bed met een dakje erboven. We neusden daarom even rond. De eigenaresse van de gîte dacht dat we waarschijnlijk ‘claret’ bedoelden, toen we er naar vroegen. Uiteindelijk wist de nieuwe Belgische eigenaar van de Proxy het definitieve antwoord, Jean werd erbij geroepen en samen bekeken ze mijn foto. Het werd ‘Salvia Sclarea’ (de Latijnse naam , in het Nederlands zegt Wikipedia: scharlei. En jawel, men maakt er etherische olie van.

Viens is een oud dorp, daar kan Diemen, al viert het 800-jarig bestaan, niet aan tippen. Als voor het jaar 1000 komt de naam Viens voor, maar al eeuwen daarvoor woonden hier mensen in een dorp. Vandaag de dag heeft het bijna 700 inwoners, een café-restaurant, een pizzeria, een ‘afbakker’ en ook een kleine supermarkt. Vakantiegangers worden met open armen ontvangen. Helaas staan er hier in de omgeving ook veel huizen met dichte luiken, ze zien er verlaten uit. Toch is er hier nog een school, net als in St. Martin de Castillion. In dat laatste dorp bouwen ze zelfs een hypermoderne nieuwe lagere school, met muren van strobalen. Toch weten de mensen hier ook van oorlog, geen dorp zonder een standbeeld of een herinneringsplaquette. En regelmatig vliegen er straaljagers over, om te oefenen. Het wereldnieuws stopt niet aan de grenzen van de Luberon. Op de voorpagina van ‘La Provence’ stond gisteren een grote foto van Trump met een verhaal over al zijn leugens. De afgelopen weken nuttigden we ons ontbijt lekker in het zonnetje, vers geperste jus, koffie en heerlijk brood. Daarna luisterden we via het www naar ‘Eerst Dit’ en werden daardoor regelmatig met beide benen op de grond gezet. Er is niets nieuws onder de zon.

Vakantie, het blijft toch een apart fenomeen. Mooi dat het kan, en ’s morgens roept Coos;” Weer een mooie dag!” Even helemaal los van de dagelijkse beslommeringen, gewoon een boek pakken om lekker in de schaduw te lezen. Sinterklaas gaf mij de laatste keer het boek ‘Anderen’ cadeau. Anderen is een klein dorp in Drenthe en was begin jaren vijftig onderwerp van onderzoek door twee Amerikaanse antropologen. Tussendoor las ik van Annejet van der Zijl ‘De Zwevende Hemel’ uit. Bleek dat ook in dat boek de antropologie een rol speelt. Zowel Annejet van der Zijl als Emiel Hakkenes stuitten op Ruth Benedict. Beide boeken schetsen overigens een beeld van Amerika dat al veel Trumpiaanse kenmerken in zich heeft.
Op aanbeveling van oudste dochter had ik twee boeken van de Spaanse schrijver Jesus Carrasco meegenomen uit de biep. Prachtig geschreven, verhalen om te herkauwen en te overpeinzen. Maar ik begon met Pieter Waterdrinker; ‘Celine’, over de verschrikkingen van de oorlog tegen Oekraïne. Ook al een boek dat je naar de keel grijpt. Bij al het gemijmer besef ik dat het lezen van een boek dat je pakt, net zoveel waard is als ver weg op vakantie gaan. Dat is misschien ook wel de reden dat in Banon, ongeveer 20 kilometer van Viens (met een duidelijke s op het eind), de mooiste boekhandel van de hele Provence staat! Helaas geen boeken in onze taal, maar wat is nou mooier om je te verlustigen in al die prachtige boeken. Ik zag ‘L’Araba du Futur’ staan, alle delen in één band… Om te watertanden, 125 euro! Frankrijk is een eldorado voor strips en graphic novels.
Geef een reactie