Categorie: Harm 2016

Als de man verliest

 Het had veel geregend, maar gelukkig was het droog en misschien wel warmer dan het overdag was geweest. Ik fietste terug van ‘Pakhuis de Zwijger’; Piet Heinkade, Czaar Peterstraat, Pontanusstraat en via de Oostpoort de Middenweg op. Windstil en de batterij verbruikte nauwelijks stroom. De hele weg voelde ik de ‘hug’ van Tim Overdiek en de vreemde sensatie dat hij me aansprak met Harm, want dat was me nog nooit overkomen. Een volle avond was het, eerst naar de Oosterkerk waar een jong echtpaar van onze Oosterparkgemeente stralend aanhoorde wat dominee Marinus over het huwelijk had te zeggen. Net voor de zegen sloop ik de kerk uit en fietste door naar de boekpresentatie van ‘Als de man verliest’. Een volle zaal, een vol programma en heel veel mannen.
Het verschrikkelijke feit dat Tim Overdieks vrouw tien jaar geleden werd omvergereden door een meer dan haastige motoragent en het niet overleefde, maakte ons tot lotgenoten. Eerst een aftastende mailwisseling en daarna een paar mooie ontmoetingen en nog steeds contact. Tim Overdiek is oud-journalist en was adjunct-hoofdredacteur van het NOS-journaal, maar is inmiddels al weer een paar jaar therapeut. In interviews op radio en tv is hij te horen als het gaat over ‘verlies in het leven van mannen’. De EO ging bij hem op bezoek met ‘De Kist’ en een tijdje geleden gaf hij in het Nederlands Dagblad antwoord op de vraag, “Wat is uw houvast in leven en sterven?”

Aanbieding eerste exemplaren

Op de fiets naar huis bleef het maar door mijn hoofd spelen, “Heeee.. Harm!” Natuurlijk was het snel hersteld en keken we elkaar nog eens diep in de ogen; “Tja wat schrijf ik er nou voor in….., maar niet over die 31 oktober hè?!” De boekpresentatie had aan het denken gezet, over hoe je als man omgaat met verlies, verdriet, rouw… Er klonken grappen van Marc de Hond over zijn dwarslaesie en zijn omgang met blaaskanker en veel vragen over verhoudingen tussen vader en zoon, het gemis van liefde en het toch op elkaar lijken. Een ontroerende column van Femke van der Laan was een goede afsluiter. Van alles dwarrelde al fietsend door mijn gedachten, mijn vader bij de open haard en al ernstig ziek door longkanker. Eigenlijk wilde ik een gesprek van hart tot hart, maar beiden vonden we op een of andere manier niet de woorden. “Het zit wel goed”, zei mijn vader en voor dat moment was dat genoeg. Jaren later probeerden we met Harm in gesprek te komen over zijn leven met God. Het leek wel of ik mijn vader hoorde: “Het komt wel goed!”
Vandaag regende het weer pijpenstelen en ik ben al op pagina 97. Tijd om even te stoppen en opnieuw oude beelden weer tot leven laten komen. Ik ben denk ik zes en ga niet naar de kleuterschool, het leven op het erf van onze boerderij en houthandel was onderwijzend en uitdagend genoeg. Van mijn vader mocht ik mee naar Amsterdam in de trailer van Jan Luiten. Jan Luut’n (op z’n Drents) was een goede kennis van mijn vader en woonde in Stuifzand, aan de andere kant van Hoogeveen, vlak bij de sloperij van Jan Bork. Jan ging regelmatig naar Amsterdam om daar op het Waterlooplein tweede-hands meubels te kopen. Zo nu en dan ging mijn vader mee en kocht onder andere prachtige dressoirs, hij maakte daar ‘boerenkeukens’ van. Veel weet ik er niet meer van, wel dat we Diemen voorbij kwamen, omdat Abraham daar de mosterd haalde. Van de Waterloopleinmarkt kan ik me alleen nog de bergen kleding en schoenen herinneren en dat ik van mijn vader een prachtige blikken hijskraan cadeau kreeg. Ook die was hoogstwaarschijnlijk tweedehands, maar het plezier was er niet minder om.
Spraken we ooit wel van hart tot hart, ik kan me daar niet veel van herinneren. Toch verstonden we elkaar wel denk ik, helpend in de houtzaak en later toen we in Amsterdam woonden deelden we in ieder geval onze liefde voor de kerk. Mijn vader was opgegroeid voor de Tweede Wereldoorlog en was actief geweest op de Knapen en Jongelingsvereniging. Ongetwijfeld had hij daar een bestuursfunctie omdat hij ‘gestudeerd’ had op de Landbouwschool. Wanneer hij vandaag nog geleefd had, ongetwijfeld had hij kunnen uitleggen hoe het zat met de stikstofuitstoot in relatie tot landbouw en het houden van koeien. Op diezelfde Landbouwschool had hij leren kalligraferen en in examentijd kreeg hij de diploma’s van die school en zat hij op zaterdagmiddag in zijn kantoor met prachtige krulletters de namen van de geslaagden in te vullen. Mijn liefde voor mooie letters en kalligraferen is daardoor ontstaan denk ik. Zo hield ook Harm van verschillende lettertypes en kon zich opwinden over verkeerd gebruik. Wat een hug en een fietsrit naar huis allemaal weer oproept; warme herinneringen en veel gemis.

In memoriam Harm 1982 – 2016                     Kyrie eleison

PS   Aanbevolen trouwens dat boek!

Na drie jaar… | In memoriam Harm 1982 – 2016 (79)

Het zijn voor ons rare dagen zo half september. Een vriend van Harm die werkt in de States en voor vakantie in Nederland is, komt eten. Vrienden sturen bemoedigende woorden via kaarten en appjes. Gisteravond waren we met vrienden bij elkaar en haalden herinneringen op. Na twaalven hebben we stil gestaan bij de boom op de Nassaukade, brandden een kaarsje en gingen in gedachten terug naar 14 september 2016. Vandaag hebben we ook stilgestaan op Zorgvlied en als gezin ons later rond de tuintafel geschaard en ‘spinazietaart’ gegeten. Het zijn allemaal van die rituelen om nog eens extra stil te staan bij het gemis en verdriet om Harm. En nog steeds missen we hem elke dag, maar de scherpe randjes worden zachter. Gelukkig leven we in een tijd, dat we niets hoeven weg te stoppen, dat het ook niet gek is om nog steeds te huilen om het wrede gemis.
Ook na vandaag gaat het leven verder, maar zijn foto blijft gewoon staan. Inmiddels kijken we uit naar de 31e oktober wanneer eindelijk een rechter zich zal buigen over de aanrijding met een politiebus, die Harm het leven kostte. Het zal ook dan weer emotioneel en lastig worden, maar hopelijk kunnen we dan dit gedeelte afsluiten.

Vanmorgen was ik voor de eerste keer bij een ledenraadsvergadering van de EO.  Meedenken en als klankbord fungeren voor het bestuur, een mooie taak. Een leuke oefening was het nadenken over de invulling van de Kerst-VISIE. Maar ook discussie over hoe de EO heeft geacteerd rond de Nashville-verklaring. Door de jaren is er nogal wat bijgesteld aan het spreken van scholen, kerken en ook de EO over hoe om te gaan met homo’s. Niet iedereen zit hier op één lijn, dat werd wel duidelijk. Gelukkig was er in ieder geval in juli, in de week voorafgaande aan Gay Pride bij een beslist niet christelijke zender een mooie inkijk bij christelijke homo’s (PowNed). Het terugkijken meer dan waard en eigenlijk best goed dat het geen EO-programma was! Tijdens de plenaire vergadering heb ik me een paar keer gefocust op de prachtige ramen in de EO-kapel, tenminste die ik kon zien. Een koning met harp in een kleurig landschap, het leverde veel mooie psalmregels op in mijn hoofd. Een troostvol raam dus!

Kyrie eleison

Volk om een vreemd verhaal / In memoriam Harm 1982 – 2016 (78)

Pastor Tim zit bij ons aan tafel, hij wist zich genodigd voor de lunch. We praten over Harm en dat het weer stilstaan is bij zijn geboortedag, die geen verjaardag meer mag heten. “Is er verschil tussen deze dagen in april en de dagen in september, wanneer jullie stil staan bij zijn dood?” Het is een vraag waar je eigenlijk geen antwoord op weet te geven. Het is wel dat je opeens bedenkt dat het zevenendertig jaar geleden ook prachtig weer was half april en ook vlak bij Pasen. Harm zijn eerste kreten waren te horen op een vroege zaterdagmorgen, bijna een week na het Paasweekend van 1982. Heerlijk weer was het, Coos zat op vrijdag nog met dikke buik, in een zomerjurkje op het balkon. Mooie herinneringen aan vroedvrouw Sam (moest bij haar altijd denken aan de twee vroedvrouwen uit Exodus), nog zie ik haar gerimpelde huid en de sigaretten die ze in een fors tempo opstookte. Wat waren we later die nacht trots op onze eerstgeboren zoon. Het zijn mooie herinneringen die boven komen drijven, ja stilstaan in april bij Harm is anders dan in september. Toch hadden we liever nog een keer de herrie in LAB111 doorstaan of op het strandje bij Pllek gezeten om zijn verjaardagsfeestje te vieren. Nu tranen die opwellen als we 34 rode rozen op Harms graf zetten met in het midden als een hart, drie witte.

inzingen

Met pastor Tim praten we door over Pasen en de betekenis van het opstandingsverhaal. Dinsdagavond was er een ‘huisconcert’ in onze woonkamer. Alle buren van de Boekweitdonk hadden we uitgenodigd. Sommigen waren bang dat we ze wilden bekeren, maar de tien buren die er waren hebben genoten van ‘Volk om een vreemd verhaal’. Roeland Scherff en Jan Cornelis Blokhuis brachten negen songs ten gehore, die het bijbelse passieverhaal uitbeelden. In de intieme setting van onze woonkamer kwam dat wonderwel goed over. Liederen waar het gaat over de verschrikkingen in deze wereld en het kruisigen van onschuldigen. Over godverlatenheid en schaamte, maar ook over hoop. Afgewisseld door korte teksten uit het lijdensevangelie was het werkelijk een vreemd verhaal. Het doorpraten over het gehoorde ging als vanzelf. Voor wie de muziek ook wil horen, kijk op de site van: Volk om een vreemd verhaal. In deze stille en ook goede week moeten we het maar eenvoudig geloven. Goede vrijdag en paaszondag, twee kanten van de zelfde medaille zegt pastor Tim. Eensgezind zijn we erover bij de lunch; God is er gewoon, en dat is dan ook de kern van het Paasfeest. Dat maakt het verdriet en gemis om Harm, ook na tweeënhalf jaar niet minder. Maar het zorgt er ook voor dat we niet radeloos de longen uit ons lijf janken. Het meest hoopvolle lied van ‘Volk om een vreemd verhaal’ is dan ook ‘Nieuwe morgen’.

Nieuwe morgen kom nu gauw 
zucht van verlangen 
zucht van verlangen 

Leef maar naar de hemel toe 
Leef maar naar de hemel toe 

Nieuwe morgen komt al gauw 
zucht van verlangen 
zucht van verlangen 

En alvast, bij dezen, mooie Paasdagen gewenst: “De Heer is waarlijk opgestaan!”

365

Dwars door de vijver achter ons huis loopt de gemeentegrens van de gemeente Diemen. Wanneer je het bruggetje overgaat staat er dan ook een blauw bord met daarop ‘Duivendrecht – gem. Ouder-Amstel’. Aan de andere kant van het bruggetje groeit op dit moment een flinke bouwplaats. Wat ooit een ‘verzinkbedrijf’ was, met flink wat bodemverontreiniging, was later een aannemersbedrijf en opslagruimte. Vorig najaar zijn de oude gebouwen gesloopt en nu is men bezig om er een bedrijfsverzamelgebouw te realiseren. De laatste weken wordt er flink geheid. Ik heb geteld, na 365 slagen was de buis in de grond. Een mooi procedé trouwens, men slaat een holle buis de grond in, laat er een passende bewapening in zakken en men giet vervolgens beton in de buis. Vervolgens trilt men de buis weer naar boven en de betonnen paal zit in de grond; vierentwintig meter, is mij uitgelegd. Canadese familie die hier een paar weken geleden logeerde snapte er helemaal niets van. Gelukkig was mijn steenkolen Engels net voldoende om uit te leggen dat een ‘iron tube’ de grond in werd gestampt, ‘and after that: they do cement with steel in the tube’. Gelukkig is men met het laatste gedeelte bezig en zal eerstdaags het heien wel over zijn. Ook vanmorgen werden we er wakker van, ondanks het feit dat ons raam dicht was in verband met een overvloed aan boom-pollen. Half wakker probeerde ik mee te tellen, het lukte niet en ik dommelde weer in. Al snotterend achter mijn laptop probeer ik het opnieuw, maar weer raakte ik de tel kwijt; totdat ik ging turven. Driehonderdvijfenzestig? Te mooi om waar te zijn, zoveel als dagen in een jaar. Je voelt zo nu en dan ons huis meetrillen. De dagen van een jaar, zo zijn ze weer voorbij. Hetzelfde getal en een paal in de grond, tientallen zijn er inmiddels ingestampt. Mooi om te zien is dat na een meter of tien de buis opeens snel uit zichzelf zakt. Daar moet ondergronds toch flink wat veen zitten.

In december heb ik bij de gemeente Ouder-Amstel eens mijn licht opgestoken. Het is dan wel niet onze gemeente, maar dat verzinkbedrijf heeft ooit onze vijver en de oevers daarvan behoorlijk vervuild. Bodem en oevers werden ruim twintig jaar geleden afgegraven en ook veel tuintjes werden opgeschoond. Veiligheid voor alles! Nu geen schoonmaakwerkzaamheden, na de sloop werd er een soort net gespannen en daarover heen kwam een afdeklaag. De afdeklaag bestaat voor een groot gedeelte uit vermalen puin van de oude fundering.  Hoe veilig dit allemaal is, geen idee. Mijn vraag daarover werd niet beantwoord door gemeente, hoe vriendelijk men ook was bij het opsturen van de bouwtekeningen. Maar wie weet komen er op het dak van het ‘bedrijfsverzamelgebouw’ allemaal zonnepanelen en worden er alternatieve energievoorzieningen geïnstalleerd. Dat maakt dan misschien iets goed.

Dat ‘heien’ hield me trouwens wel bezig. Terwijl op de achtergrond de machine zijn werk deed, las ik in de krant van alles over die vermaledijde politicus Baudet. Stamp toch die hele partij de grond in, was één van de foute gedachten die bij opkwam. Net zoals ik zou willen dat na die 365 slagen mijn verdriet om Harm er niet meer zou zijn. Maar zoals je verdriet niet de grond in kunt stampen, kan dat ook niet met een politieke partij, hoe irritant ik de leider en zijn secondanten ook vind. Baudet kwamen we een aantal jaren geleden nog wel eens tegen in het Concertgebouw, dat pleit dan weer voor hem. Maar te laat binnen komen en dan heel verwaand achter in de zaal je plaats zoeken….. Vorig jaar stapte hij met een vriendin opeens binnen bij een schilderijenveiling in ‘De Eland’, aan de Weespertrekvaart. Al giechelend schafte Baudet een aantal slaapkamertafereeltjes aan. Van die zoet, flauw romantische schilderijen van rond de vorige eeuwwisseling. Terwijl de vriendin tegen Baudet aan kroelde, kwamen de andere bieders niet meer aan bod en Baudet was een verzameling blote dijbenen en borsten rijker. Wanneer ik hem op tv voorbij zie komen, staan gelijk die schilderijen op mijn netvlies. Waar zouden ze nu hangen?

Verdriet valt dus niet weg te stampen, maar met de Canadese tak van Coos haar familie (nicht Carolyn en haar man John), konden we ons verdriet om Harm delen. Een jaar na het verongelukken van Harm kwam hun tweede zoon om met een motorongeluk. Ik heb indertijd de ‘uitvaartdienst’ via internet terug gezien. Goed was het, om nu te kunnen delen, te huilen, elkaar vast te houden. John tipte mij een mooie Amerikaanse website. Stephen Ministry is genoemd naar één van de eerste diakenen; Stefanus. Hem komen we tegen in Handelingen 6: ‘Ze kozen ​Stefanus, een diepgelovig man, die vervuld was van de ​heilige​ Geest‘. En in vers 8: ‘Stefanus​ verrichtte dankzij Gods ​genade​ en kracht grote wonderen en tekenen onder het volk.’ Voor sommige Joden een reden om ontzettend boos te worden, de tijden zijn nog niets veranderd, uiteindelijk moet diaken Stefanus het met de dood bekopen. Zijn naam zij dus met ere genoemd. Een mooi item op de site van Stephen Ministry is een klein pakketje dat de naam “Journeying through Grief” draagt (Reis door verdriet). Het zijn vier kleine boekjes die je op gezette tijden en in de juiste volgorde stuurt naar iemand die een groot verlies in zijn leven heeft geleden.
Citaat: “Journeying through Grief is a set of four short, easy-to-read books that offer words of comfort and hope to those grieving the loss of a loved one. Individuals and organizations send each of the Journeying through Griefbooks to grieving people at specific, crucial times during that first year after a loved one dies. Each book focuses on what the person is likely to be experiencing at that time and provides care, assurance, encouragement, and hope. Journeying through Grief is a simple yet powerful way to extend care again and again during that difficult first year. Although the books are designed to help those in the first year of grief, people whose loss was more than a year ago have also found them extremely helpful. Each set includes four mailing envelopes and a tracking card to help you know when to send the books.”
Ook een jaar rond, 365 dagen. De hei-installatie wordt inmiddels afgetakeld, 189 keer is de buis de grond ingegaan en gevuld met beton. Hopelijk een stevig fundament voor 21 bedrijfsunits. Journeying through Grief” is misschien ook wel een fundamentje voor treurenden, zoals wij “Klaaglied voor een zoon” gebruikten en de verhalen van Manu Keirse en de columns van Femke van der Laan. Erkenning van verlies, wat tegelijkertijd ook gewoon weer het leven is.

Sirenes | In memoriam Harm 1982 – 2016 (77)

We wonen prachtig in Diemen-Zuid. ‘Vrij uitzicht’ aan de achterkant en we hebben  buren die elkaar op een gezonde manier in de gaten houden. Natuurlijk zijn er ook wel minpunten op te noemen, maar die kom  je in de folders van een makelaar niet tegen. Zo wonen we niet zover van een aanvliegroute van Schiphol, maar echt overlast geeft dat niet. Dat er hier in Diemen-Zuid veel fijnstof  in de lucht zit, vermeldt de makelaar ook niet. Dat fijnstof komt onder andere van de grote snelwegen hier tegen Diemen-Zuid aan. De kruising van de ring A10-oost met de Gooiseweg is vanaf ons huis nog geen kilometer en de hoge schermen houden veel tegen, maar er gaat ook veel overheen. Al dat optrekken van auto’s geeft extra veel uitlaatgassen. En aan de andere kant van de vijver achter ons huis is een overslagbedrijf gevestigd. Grote vrachtwagens met dieselmotoren rijden af en aan, ook goed voor flink wat uitstoot. Al die vervuiling, het hoort er gewoon bij. Er zijn mensen die er om verhuizen, maar waar moet je dan heen? Wikipedia zegt dat twee derde van het fijnstof uit ons omringende landen komt.
Maar het is natuurlijk niet de milieuvervuiling waar het mij nu om gaat. Er gaat geen dag voorbij dat we het we brommende gezoem van de snelwegen niet horen. Ook ’s avonds wanneer we ons te ruste leggen is er altijd die snelweg op achtergrond, soms onderbroken door een optrekkende motor of een malloot die op het industrieterrein hier achter zijn banden uitprobeert. Er gaat ook geen avond voorbij waarop de sirenes niet aanzwellen en wegsterven, soms gevolgd door een weer optrekkende brandweer of ziekenauto. En elke keer schiet het even door mijn hoofd; “Waarom toen niet, waarom gebruikte de agent van de ‘hondenbus’ op 14 september 2106 geen sirene?” Het is maar iets simpels natuurlijk, maar zo’n sirene roept elke keer toch weer iets wakker. Een gewone politieauto doet me niet zoveel, maar wel die sirenes.
Nu de artikel 12 procedure achter ons ligt en het Openbaar Ministerie een aanklacht gaat formuleren voor een komende rechtszitting, flits het nog vaker door mijn gedachten. Wanneer de chauffeur een sirene had aangezet en zijn zwaailichten had gebruikt, dan had Harm hem zien aankomen! Het licht had weerkaatst tegen de ramen van de Nassaukade, zoals ook de sirene door de gevels zou zijn teruggekaatst. Het is niet meer terug te draaien, maar o, wat zouden we dat graag doen. Dat het Amsterdamse Gerechtshof bevel gaf tot vervolging was al een hele opluchting en nu de beide officieren van justitie die we inmiddels hebben gesproken ook aangeven dat ’14 september 2016′ op het OM wordt aangemerkt als ‘een gevoelige zaak’, draagt dat bij in het verwerkingsproces. Er wordt met nadruk, heel serieus naar gekeken en als nabestaanden worden we met mededogen en respect behandeld.

Beeldengroep Hoofdbureau Politie (1940) Hildo Krop (1884-1970)

Bij het gesprek heb ik een foto over tafel geschoven. Onze advocaat maakte er ons op attent; de beeldengroep van Hildo Krop aan de gevel van het Hoofdbureau van Politie aan de Marnixstraat, hoek Elandsgracht. Zo’n 250 meter van de plek waar Harm verongelukte staat uitgebeeld waar de politie voor bedoeld is. Het zijn drie beelden op sokkels met daarboven het wapen van Amsterdam en een banderolle met de tekst “’t Gezag dat rust behoedt in stad en staat / waakt rusteloos tegen d’onrust van het kwaad”. (tekst van P.H. van Moerkerken). Het eerste beeld geeft aan de politie tot taak heeft de kinderen in de samenleving te beschermen, breder gezien is dat iedereen die zich niet kan verweren. Op de tweede sokkel staat naast de man ook een leeuw met het oude Amsterdamse wapen; de politie heeft gezag! De derde sokkel beeldt de verkeerspolitie uit, wielen met vleugels en een verkeersbord in de hand. Mooier en korter had beeldhouwer Krop het niet kunnen uitbeelden. Het herinnert ons eraan waar het op  ’14 september 2016′ en ook later bij het OM fout ging. Gelukkig is dat laatste nu rechtgezet en weten we ons verzekerd van een goede afhandeling.

Bij de jaarwisseling 2018 – 2019

alleen al vanwege de cartoons is een abonnement op de krant een plezier

Door de jaren heen heb ik de gewoonte ontwikkeld om er een schrijfboek op na te houden. Mijn MOLESKINE gaat overal mee naar toe. Naar de kerk, een discussieavond in de Rode Hoed, een promotie in de VU en ook mee op vakantie natuurlijk. Wanneer ik terug blader is het dan ook een samenraapsel wat betreft aantekeningen. Heel zo nu en dan staat er een tekening tussen omdat ik wil onthouden hoe een en ander is gebouwd of in elkaar steekt. Zo heb ik een keer bij een dienst in de Noorderkerk aan de Prinsengracht de plattegrond van dat prachtige gebouw zitten tekenen. Mijn laatste aantekenboek begint op Oudejaarsdag 2016 en is, op enkele bladzijden na, volgeschreven. Wanneer ik begin te bladeren vanaf het begin van dit jaar, kom ik van alles tegen. Preken, lezingen en heel zo nu en dan wat aantekeningen over dagelijkse gebeurtenissen. Sollicitatiegesprekken met kandidaat dominees voor de Oosterparkkerk, maar ook een studieavond met Otto de Bruijne in de OPK. Ik kom een verslag tegen van een gesprek met de hoofdcommissaris. Na een mailtje werd ik keurig uitgenodigd op het hoofdbureau en konden we nog eens rustig van gedachten wisselen over het verschrikkelijke ongeluk van Harm. Goed om nog eens te praten en te delen met een medebroeder. Inmiddels is bekend dat Aalbersberg gaat vertrekken naar Den Haag en Het Parool interviewde hem een paar weken terug. Bij een vraag over God, verwees hij naar het gewone dagelijkse christen zijn en wees daarbij op de “Hoop voor Noord” van Jurjen ten Brinke. Daar wordt leven met Jezus in de dagelijkse praktijk toepast, gaf hij mee.
Er is veel om met plezier op terug te zien, zoals een geweldig avond in Veenendaal, waar een optreden was van ‘Sons of Korah’. ’s Middags hield de leider van de band, Matt Jacobi, een verhelderende voordracht over ‘wraakpsalmen’, een indrukwekkend exposé.  Ik kijk uit naar de vertaling van zijn boek over de Psalmen. Mijn aantekeningen vullen zich bladzijde na bladzijde en ik zie wanneer naar mijn idee een dominee er niet veel van gebakken heeft; dan kom ik nog niet tot een halve pagina. Franca Treur komt voorbij, zij hield een boeiende lezing die een inkijk gaf in het Reformatorische leven. Ds. Brouwer van Duivendrecht had haar uitgenodigd in het kader van de 400-jarige herdenking van de Synode van Dordrecht. Treffende uitspraak van de schrijfster: “Mooi dat ‘schuld’ een plek heeft in religie.” Met dat laatste bedoelde ze waarschijnlijk toch gewoon het ‘gereformeerde/reformatorische geloof’ lijkt me.

Maar wat nu? Alles overziend… Wat heeft 2018 ons gebracht? In mijn aantekenboek en ook in mijn Moleskine-agenda kom ik de schaduw herhaaldelijk tegen. In kleine korte aantekeningen en gebeurtenissen. Harms vrienden die aanschoven aan tafel, de hele procedure met het Hof rond artikel 12 en de gesprekken met de advocaat. Al dagen wilde ik een spetterend jaaroverzicht maken. Wat zou ik deze keer doen? Alle gelezen boeken op een rij? Of een paar gebeurtenissen breed uitgediept en becommentarieerd? Een verhaal over solliciteren en weten dat het niets oplevert? Het werd het één niet en het ook het ander niet. Ook terugbladerend in mijn blogs, ik vond het niet.

de krant van zaterdag

Maar opeens vanmorgen, na het boodschappen doen voor iets lekkers bij het glas wijn op Oudejaarsavond, verdiepte ik mij in de zaterdagbijlage van de krant. Toen wist ik het, mijn terugblik wordt een oproep. Een oproep om meer de krant te lezen. In een gezelschap durf ik er soms niet eens meer over te beginnen, mensen reageren dan besmuikt. Ach.. een abonnement is veel te duur, ach je leest het nieuws maar van één kant, hmmmm.. je hebt toch gewoon nu.nl? Allemaal waar; voor veel andere argumenten ook, valt best wat te zeggen. Maar toen ik vanmorgen weer een poosje zat te lezen, kwam er maar één gedachte in mij op; dit moeten mijn broers en zussen in de kerk lezen, dit moeten mijn buren lezen, dit moeten….. Het essay van hoofdredacteur Sjirk Kuiper was er eentje om in te lijsten, zo goed. En daarna las ik het interview met Marilynne Robinson, stilzettend en diepgravend!
Vaak is het gewoon even die dagelijkse bezinning, bladeren en een artikel hier en een stukje daar. Soms iets laten liggen voor het weekend of de namiddag. Even de computer aan de kant, geen telefoon, maar gewoon de krant. Papier dat ritselt, dat makkelijk scheurt, dat we vroeger gebruikten als wc-papier, intrigerend, maar ook scherp en fel en positiebepalend. Het kan aanzetten tot discussie en je durft weer te vragen; hé heb jij dat ook gelezen?
Ik wens u een gezegend 2019, met vooral veel kranten-leesplezier!

Artikel 12 | In memoriam Harm 1982 – 2016 (76)

Het heeft even geduurd, en eindelijk is het zover. Via de advocaat kregen we van Gerechtshof Amsterdam een beschikking op ons beklag. Simpel gezegd, het hof (drie rechters) heeft nagedacht over ons beklag. Ons beklag hield in dat we het niet eens waren met de beslissing van de officier van justitie om de zaak tegen de agent die Harm heeft aangereden, te seponeren. Hij vond het dus niet nodig om de agent te gaan vervolgen en een rechtbank daar een uitspraak over te laten doen. Zijn beslissing en zeker de manier waarop de OvJ ons daarvan op de hoogte bracht, kwetste ons. De boodschap was toen, mei 2017, simpel; ‘de agent reed veel te hard, maar uw zoon had beter uit moeten kijken’.
Vervolgens hebben we ons toen uitgebreid bezonnen op een vervolgstap. Uiteindelijk hebben we er toen voor gekozen om de artikel 12 procedure te starten. Dat was naast het eventueel er bij neer leggen, de enig andere optie. Begin juli werden we gehoord en konden we ons verhaal doen. Zie mijn blog over ‘Het Hof‘. Na bijna zes weken kregen we te horen dat ‘de beklaagde (=de agent)’ ook door het gerechtshof nog gehoord zou worden. Dat laatste hield natuurlijk in dat er dan weer een datum moest worden vastgesteld. Uiteindelijk is dat gebeurd eind september en daarna moest het gerechtshof natuurlijk een standpunt gaan bepalen.

Het hof had te beoordelen of een strafrechter zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. En daarnaast moest het hof beoordelen of er voldoende belang was  bij het instellen van een strafrechtelijke vervolging. Beide vragen moeten dan bevestigend worden beantwoord en dan pas volgt er een bevel tot vervolging. Na flink wat overwegingen kwam het hof tot een uitspraak. Daarbij citeer ik een belangrijke zin: “Het hof is van oordeel dat beantwoording van deze vragen (over naleving van allerlei regels en dergelijke), die mede van belang zijn voor de dagelijkse praktijk van het politiewerk niet in de besloten setting van een artikel 12 Sv. procedure kunnen worden beantwoord.” Even later volgt punt 9 van de beschikking:
De beslissing     Het hof beveelt de officier van justitie van het arrondissementsparket Amsterdam om NN te vervolgen ter zake van het feit waarop beklag betrekking heeft.”
Hè hè, eindelijk wordt er dus recht gedaan. De agent moet dus op een dag voor de rechtbank verschijnen. Het verhaal is dus nog niet ten einde en dat geeft zo zijn emoties. Maar het is ook goed te beseffen dat het recht zijn beloop heeft. Hoe verdrietig ook; en zeker, we krijgen Harm er niet mee terug. Maar het zou niet als rechtvaardig voelen wanneer de betreffende agent zich niet zou hoeven verantwoorden voor de rechter. We gaan nu dus afwachten wanneer deze zaak op de rol komt.

In memoriam Harm 1982 – 2016 (75)

Harm,

Het is twee jaar geleden en net als toen de hele dag mooi weer. Al dagen zit het in ons hoofd, ‘twee jaar al weer’. Woensdagavond kwam ik thuis en had Coos de film van de begrafenisbijeenkomst aanstaan. Mooi dat we dat nog eens terug kunnen zien, maar ook o zo verdrietig. Maar wat een prachtige verhalen over jou, sommige ben je al bijna weer vergeten, maar opeens zit het zomaar weer aan de oppervlakte. En dan die nummers, die van jouw ‘when I die-lijst’ kwamen, waarom dacht je trouwens dat je niet oud zou worden? Coos had al een hele tijd geleden aan vrienden van je gevraagd om iets aan herinneringen op te schrijven, en met ons te delen. Gisteren was er nog een reactie; het was eerst te moeilijk, schreef je vriend. Aan de ene kant doet dat goed, om te lezen en te horen hoe jij was en hoe jij er was voor anderen. Nog es te horen over hebbelijkheden en onhebbelijkheden.
Maar het had toch niet zo moeten zijn? Niemand had toch het recht om je dood te rijden? Jij kunt het niet navertellen. Wij denken maar dat het onverwacht kwam, zo uit het niets, dat je het niet eens gemerkt heb. Op de basisschool hadden we het je toch zo goed geleerd; eerst naar links kijken en dan naar rechts, daarna nog een keer naar links en als er dan niets aan komt, dan kun je oversteken. Waarom werkte het niet zo op die avond net na twaalven? Jij wist als geen ander hoe je je door het verkeer moest bewegen op je SUPERIA. Rugtas strak aangetrokken en gaan..
Soms zie ik je nog rijden, maar dan is het toch ingebeeld. Soms zou ik willen dat je naast me zit in de bioscoop, om daarna nog even te ouwehoeren over de film. Samen nog even snuffelen bij Scheltema met als afsluiting een speciale koffie. Momenten om te koesteren, want ze zullen niet meer komen. Hoe kwam het toch dat jij zo vaak zei: “Het komt wel goed!”. Wat ging er dan schuil in je grijze cellen en waar zwierven je gedachten dan heen?
Laatst vroeg de rechter van het Gerechtshof waarom wij willen dat de agent die jou aanreed, veroordeeld moet worden. Ik heb me wel eens afgevraagd wat jij daar nu van zou vinden. Zou jij het er bij hebben laten zitten? Je had zo een aantal praktijkgevallen bij de hand denk ik. De kwestie met de verhuiswagen aan de Admiraal de Ruijterweg, het verhaal over de taxichauffeur die je belaagde en later zomaar voor de deur stond.

Jouw leven is zo abrupt gestopt dat we het soms niet eens kunnen beseffen. De eerste dagen nadat je er niet meer was, werden we geleefd. En misschien zorgde onze Lieve Heer wel voor een extra stoot adrenaline. Stap voor stap werd het een deel van ons leven. We gingen lezen over rouw en verdriet, vrienden, familie, jouw vrienden, ze bleven maar komen. Je bent er en je bent er niet. Gisteravond hebben we gegeten met je vrienden en daarna zijn we van de Rozengracht naar de Nassaukade gelopen. Op de boom staat weer een groot zilverkleurig hart met je naam eronder. Een enkele wandelaar stond te kijken en een stel dat aan de overkant een huis inging liep wel twee rondjes. Moesten zij ook terugdenken aan die bizarre avond? Ach ja, de meeste auto’s rijden iets rustiger omdat de T-kruising compleet op de schop is geweest. Wat als….?

Afgelopen weken was ik bezig met het reviseren van de handleiding van Levend Water. De afgelopen warme zomermaanden had ik er nog geen zin in. Misschien heeft dat zo moeten zijn, de laatste weken moest ik me opnieuw onderdompelen in het ontstaan van de wereld, in het bijbelboek Job en ook in verschillende psalmen, waaronder ook psalm 121. Regelmatig kwam je dus voorbij in mijn gedachten. Gisteravond zat ik met een van je vrienden te praten over wat jullie samen gedeeld hadden over jullie thuis en daardoor ging het als vanzelf natuurlijk ook over kerk, over God en over gereformeerd. Echt mooi om te horen dat hij daar veel aan gehad heeft.
Manu Keirse, een van de goeroes die we lazen over verlies en verdriet, zei dat het ‘overleven’ is; letterlijk en figuurlijk. Job wist het ook niet meer toen hij in zak en as op de vuilnisbelt zat, zijn vrienden en ook zijn vrouw hadden geen oplossing. Maar uiteindelijk kwam God en leidde Job als het ware rond in Artis. Kijk naar de struisvogel, de leeuw, de luipaard; kun jij de specifieke eigenschappen  van die dieren evenaren? Nee dus en zo kunnen we God ook niet narekenen. Martijn zei het in de Westerkerk heel krachtig, precies zoals jij het soms ook zei: “Het komt wel goed!”. Zelfs de bergen bieden geen hulp, ondanks al hun uitdagingen, de hulp komt van omhoog, van hoger dan de hoogste berg.

Kyrie eleison

Het Hof | In memoriam Harm 1982 – 2016 (74)

In de grote hal van het Paleis van Justitie keek de koning ons vertrouwenwekkend aan.

Vandaag was het zo ver. Vanmiddag gingen we naar het Gerechtshof, omdat eindelijk de artikel 12 procedure werd behandeld. Nadat we vorig jaar op 2 mei, dus meer dan een jaar geleden, het onfortuinlijke ‘slachtoffergesprek’ met de Officier van Justitie hebben gehad, was het nu eindelijk tijd voor een vervolg. De officier had besloten tot seponering van het hele gebeuren. Jazeker, de agent had te hard gereden, maar de overtreding was naar zijn idee te gering om de kwestie aan te brengen bij een rechtbank. Wij stonden toen voor de keus. Of ons neerleggen bij het sepot, of een artikel 12 procedure starten. Dat laatste houdt dan in dat een hogere rechtbank, het Gerechtshof, de hele kwestie bekijkt en vervolgens beoordeelt of de agent die Harm heeft aangereden, toch voor de rechter moet komen. In dat geval moet het Openbaar Ministerie dus de zaak aanbrengen, zoals dat heet.
Veel gesprekken hebben we er over gevoerd, hier thuis, met onze dochters met kennissen en vrienden. Voor en tegen afgewogen. Uiteindelijk hebben we een advocaat ingeschakeld en ook om raad gevraagd. Al met al werd de beslissing om door te gaan steeds duidelijker. De advocaat is toen dat proces in gegaan en heeft de artikel 12 procedure gestart. Daar gingen natuurlijk weer maanden over heen en uiteindelijk kon er een zittingsdatum worden geprikt. De advocaat had zich met zijn compaan terdege voorbereid, een ‘visiestuk’ was ter tafel gebracht. Ook wij hadden ons voorbereid en op een rij gezet waarom wij wilden dat de agent toch vervolgd zou moeten worden. Het was toch het gevoel van onrecht wat overheerste, naar ons idee was er door de OvJ geen recht gedaan. Het Proces Verbaal gaf genoeg aanknopingspunten om tot een veroordeling te komen. Dat vonden trouwens niet alleen wijzelf maar ook kennissen die bij het OM werken.
De advocaat had ook nog eens zitten rekenen, een flauwe bocht en dan nog 60 meter tot de oversteek bij de Potgieterstraat en dat alles met een snelheid van 85 kilometer per uur. Daar heeft het betreffende voertuig maar 2,5 seconden voor nodig…. En als de kruising nu niet goed aangegeven was, maar ook dat was niet het geval. Er stonden zelfs op twee plekken ‘kanaliseringsstrepen’ op de straat, ook al voor de herprofilering op dat punt van de Nassaukade.

Natuurlijk zagen we er tegen op en op sommige momenten was het ook best emotioneel. Maar gelukkig verlieten we vanmiddag met een heel ander gevoel het Paleis van Justitie dan in mei vorig jaar. Deze keer werden we gezien en gehoord, ook al was het een officiële zitting. We mochten vertellen wie Harm was, wat voor werk hij had gedaan en wat het verlies met ons doet. Vervolgens mochten we ons verhaal voorlezen, het waarom van onze artikel 12 procedure. Ook de advocaat mocht ook nog eens zijn visie toelichten; artikel 5 en 6 van de WVW (wegenverkeerswet) komen wel degelijk allebei in beeld. We hadden een luisterend oor en nu moeten we afwachten wat het Hof gaat beslissen. Ondertussen zit je je zo maar af te vragen wat zoonlief er nu zelf van gevonden zou hebben. Toch hebben we maar hardop uitgesproken tegenover de drie rechters tegenover ons, dat we het voor Harm doen.

Harm was een ‘pettenman’, rechtsonder heeft Coos gemaakt en die groen-blauwe erboven is van de hand van tante Femmie. Ze knipten de klep uit een “Jodenkoeken-bus”.

Vorige week haalde Coos een witte verhuisdoos van zolder. Vol met spullen van Harm, ooit meegenomen naar zijn eigen huis, maar toch weer terug gekomen. Foto’s van zeilkampen in Gaastmeer, al zijn boekjes die hij meekreeg naar de kerk om te tekenen en te schrijven, zijn petten en ook één van de eerste paar schoenen. Schoenen kochten we vaak in Hoogeveen aan de Hoofdstraat, maar helaas waren deze prachtige schoenen totaal vergaan en konden ze zo de prullenbak in. Ook zat er nog een schaatsdiploma tussen allerlei foto’s en een stempelkaart van een schaatstocht in Friesland. Herinneringen borrelden op, namen van vrienden en vriendinnen moesten we opeens weer over brainstormen. Klassenfoto’s van de Guido, wie waren dat ook al weer? Een broekie was het toen, met veel kwajongensstreken en ondertussen liet hij zich ook nog wel gebruiken. Veel Fido Dido en een zich almaar verder ontwikkelend creatief talent. Maar uiteindelijk ging hij zijn eigen weg, de spullen kwamen in een doos en waren daar gebleven als hij niet een onfortuinlijke oversteek had gemaakt. Onttrokken aan de vergetelheid maken ze veel emoties los. En wat moeten we ermee?  Uiteindelijk is de doos toch maar weer naar boven gegaan, het is nog veel te vroeg om het weg te gooien. Wat zou hij er zelf mee gedaan hebben trouwens?

Kyrie eleison!

Plop……. | In memoriam Harm 1982 – 2016 (73)

Rare titel deze keer, maar het gebeurt wel regelmatig. Dan plopt het opeens op en schiet er ergens door mijn hoofd een plop… Het gemis en het zeker weten dat we Harm niet meer hebben. In ieder geval niet meer hier op aarde. Afgelopen weekend gebeurde dat door de column van Femke van der Laan, de weduwe van Eberhard van der Laan. Ze schrijft de laatste maanden  treffende columns in de zaterdagse Parool bijlage PS. “het nooit is er pas weer in rust en in stilte”. Regelmatig herken ik en ook Coos trouwens, veel in haar verhaaltjes en observaties. Dat het in de kleine dingen zit, die een ander waarschijnlijk helemaal niet opvallen, een zinswending, een blik, een niet gemaakte opmerking, een verhaal… een maaltijd.
Boven hebben we schoolfoto’s hangen van onze kinderen en elke dag loop je er langs en op onverwachte momenten schiet er opeens dan die plop door mijn hoofd. Maar ook toen Coos met haar fiets onderuit was gegaan en ik de Eerste Hulp binnenstapte van het AMC. En het gebeurde pas toen de eerstehulpverpleegkundige aangaf, dat mijn vrouw verteld had over onze zoon. Tot dan had ik er verder nog niet bij stil gestaan, de ambulancebroeder had nadrukkelijk gezegd aan de telefoon dat ‘het niet levensbedreigend was en ik rustig aan kon doen’. Toen ze afgelopen vrijdag in het Flevoziekenhuis geopereerd moest worden aan haar gebroken duim, om de ‘banden’ te repareren, kwamen allerlei beelden van 2011 naar boven. Coos werd toen in Almere geopereerd aan haar darmkanker, een heftig gebeuren. Gelukkig kon Coos vrijdag weer snel appen en dan opeens… plop, dan mis je de reactie van Harm.
Plop was er opeens wel, toen we twee weken geleden bericht kregen dat goede vriend Wout met zijn fiets over de kop was gevlogen en in coma lag, na een drie uur durende operatie. Toen we vorige week in het UMC aan zijn bed stonden was er wel heel veel plop in mijn hoofd, maar tegelijk het besef hoe klein de scheidslijn is tussen leven en niet meer leven. We hopen en bidden maar dat hij weer gaat praten, lopen, fietsen, rennen en oreren over van alles en nog wat…
Plop was er vanmorgen ook bij het openen van de ND-site waar een mooie blog  ‘Rouwdienst’ en ‘dankdienst voor het leven’ staat (zie hieronder). Na het verongelukken van Harm hebben we trouwens helemaal niet nagedacht over rouwdienst of dankdienst. We wilden het gewoon met zoveel mogelijk vrienden, broeders en zusters en familie delen en op een mooie manier afscheid nemen en samen rouwen. En daarbij Gods naam laten laten klinken! Ik weet nog dat de begrafenisonderneemster vroeg naar het aantal verwachte aanwezigen. Wij dachten aan vier, vijfhonderd mensen; hoe moet je dat inschatten? Tja, dat kan niet in de aula van Zorgvlied en ook niet in onze kerk, waar dan wel? Van alles is bedacht, van Paradiso tot Muziekgebouw aan ’t IJ. Gelukkig werd met hulp van Harms vrienden de Wersterkerk geregeld, misschien wel de mooiste protestantse kerk in Amsterdam. Genoeg zitplaatsen en dicht bij water, zodat we na afloop met een boot naar Zorgvlied konden varen. In het licht van het verhaal van de theoloog in het ND, werd het niet alleen maar een rouwdienst en ook niet een soort dankdienst. Het verdriet, het rouwen om het gemis overheerste, maar er was ook de lach om wie Harm was geweest. Het werd een echte ‘begrafenisdienst’, al mochten we het van de toenmalige Westerkerk-pastor geen ‘dienst’ noemen. Volgens deze pastor mochten er alleen door de kerkelijke gemeente van Westerkerk diensten worden belegd in dat prachtige gebouw. We zijn de onverkwikkelijke discussie toen maar uit de weg gegaan en hebben met gitaar en zang onze Psalmen begeleid. En gelukkig hadden we in onze eigen OPK al een soort rouw-dankdienst gehouden, de zondag na het verongelukken van Harm. Het verhaal van Eric Peels gaf dus ook een plop, een plop van goede herinneringen, maar ook weer het besef van heel veel tranen en veel liefde van familie, vrienden en collega’s. Mooi dat een theoloog zo oog heeft voor wat de betekenis van een ‘dienst’ bij een begrafenis is. Nog te vaak hoor je dat de familie achteraf spijt heeft van hoe een en ander ging bij de begrafenis van hun geliefde. Voor de levenden onder ons des te meer een reden om daar bijtijds over na te denken, zet het desnoods samen met je familie op papier. En let wel als nabestaanden kun je veel uit handen geven bij de dood van een geliefde, een familielid, maar hoe meer je uit handen geeft, hoe meer er langs je heen gaat. Een dienst, hoe je het ook verder noemt kan van blijvende waarde zijn, ook al plopt het later zomaar weer op.

– 22 september 2016, Westerkerk –

(ND 22 mei 2018 Theologenblog)
Hoe noem je de samenkomst voorafgaand aan een begrafenis? ‘Rouwdienst’ en ‘dankdienst voor het leven’ hebben allebei hun nadelen, overpeinst Eric Peels.
De nationale ‘week van de begraafplaats’ staat voor de deur, met aandacht voor sterven en begraven. Op het grensvlak van leven en dood telt elk woord. Hoe vaak klinkt na een overlijden niet het obligate ‘woorden schieten tekort’, als men niets weet te zeggen. Een goed en hartelijk woord op het juiste moment kan dan als balsem zijn.
De terminologie die rondom het sterven gehanteerd wordt, zegt veel over cultuur en beleving. Dat geldt niet het minst ook voor de benaming van de kerkelijke samenkomst waarin afscheid wordt genomen van de overledene. Een keur van termen is voorhanden: uitvaartdienst, eucharistieviering, rouwdienst, herdenkingsdienst, afscheidsdienst, dankdienst, of eenvoudig ‘samenkomst’ waar men de schijn van een  ‘lijkpredicatie’ (oude Dordtse kerkorde) wil vermijden.
In protestantse kring zijn de twee meest gebruikte benamingen ‘rouwdienst’ en ‘dankdienst voor het leven’. De eerste term was lange tijd gebruikelijk, maar wordt  langzaamaan steeds meer vervangen door de laatste. ‘Rouwdienst’ klinkt immers verdrietig en zwaar: de dienst van het gebogen hoofd. ‘Dankdienst’ klinkt veel positiever en blijer, de dienst van het opgeheven hoofd.
In meer behoudende gemeenten houdt men uitsluitend rouwdiensten, met een accent op de dood als ‘de bezoldiging der zonde’ (Romeinen 6:23) en het appel op de nabestaanden. In meer vooruitstrevende gemeenten houdt men liever dankdiensten, met een accent op het goede dat God in het leven van de overledene heeft geschonken aan hen die achterblijven. Het lijkt erop dat de term ‘dankdienst voor het leven’ steeds meer veld wint. In veel gemeenten wordt nooit meer een rouwdienst gehouden.
Critici zouden erop kunnen wijzen dat deze ontwikkeling typisch modern-westers is. In oosterse of Afrikaanse culturen is het fenomeen ‘dankdienst voor het leven’ onbekend. Daar houdt men begrafenisdiensten met soms massaal vertoon van verdriet en rouw. Onze westerse cultuur is echter sterk gericht op het genieten van het goede leven en op het uitsluiten van storende factoren als gevoelens van pijn, schaamte en verlies. Wij worden niet graag geconfronteerd met de eindigheid van het leven en de afbraak van het lichaam. Rondom een sterven voelen wij ons erg ongemakkelijk; wij keren graag zo snel mogelijk weer terug naar het ‘normale leven’. Een dankdienst voor het leven past daarin beter dan een rouwdienst in het zwart.
Maar is de term ‘dankdienst voor het leven’ bij het sterven van een christen inderdaad niet geschikter is dan de term ‘rouwdienst’? Je zou kunnen zeggen dat het eerste meer ‘nieuwtestamentisch’, en het laatste meer ‘oudtestamentisch’ is.
In oud-Israël waren veel traditionele rouwgebruiken: luidruchtig uiten van verdriet, klaagvrouwen, onthouding van wassen en zalving, as en stof op het hoofd, scheuren van kleding, hoofd/baardhaar afscheren, onthouding van seks, blootvoets gaan, speciaal voedsel, vasten, rouwklacht en treurlied. Men hield geen dankdienst voor het leven, maar gaf publiek uiting aan rouw, zelfs voor een periode van zeven dagen. Zicht op een opstandingsleven na de dood was er niet of nauwelijks.
Dat is anders in het Nieuwe Testament. Christus is opgestaan; het nieuwe leven vangt aan. ‘Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer’ (Romeinen 14:8). Voor wie in Hem gelooft, is de schuld gedragen, is de dood doorgang naar het eeuwige leven (Heidelbergse Catechismus, antwoord 42). In dit perspectief mag dan ook dankbaar worden opgemerkt wat God in het leven hier gaf, aan deze overledene, en in hem of haar aan allen rondom. Tegelijk blijft er dan ruimte voor rouw en verdriet.
Toch blijft het lastig. Kan ‘dankdienst voor het leven’ ook niet te hoog gegrepen zijn, als je hart gebroken is en je vooral met gevoelens van verdriet en gemis achterblijft? Wanneer in de gemeente waartoe je behoort al lange tijd alleen nog maar ‘dankdiensten voor het leven’ worden gehouden, durf je bij een begrafenis van jouw geliefde haast niet meer van ‘rouwdienst’ te spreken. Alsof je tekortschiet in dankbaarheid en in het negatieve blijft steken – hoewel ieder weet dat er  in een dankdienst voor het leven terdege ook plaats is voor rouwen.
Misschien is ‘rouwdienst’ te somber en ‘dankdienst’ te licht, en is het beter te kiezen voor de meer neutrale term ‘begrafenisdienst’. In een begrafenisdienst is alle gelegenheid om uiting te geven aan verdriet en rouw, in lied, gebed en prediking. In een begrafenisdienst is ook alle gelegenheid om God te danken voor de zegen van al zijn gaven tijdens het leven van de overledene, en boven alles voor de hoop die niet sterft. ‘Jezus leeft en wij met Hem, dood waar is uw schrik gebleven?’
Eric Peels is hoogleraar Oude Testament. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.