Categorie: muziek

Volk om een vreemd verhaal / In memoriam Harm 1982 – 2016 (78)

Pastor Tim zit bij ons aan tafel, hij wist zich genodigd voor de lunch. We praten over Harm en dat het weer stilstaan is bij zijn geboortedag, die geen verjaardag meer mag heten. “Is er verschil tussen deze dagen in april en de dagen in september, wanneer jullie stil staan bij zijn dood?” Het is een vraag waar je eigenlijk geen antwoord op weet te geven. Het is wel dat je opeens bedenkt dat het zevenendertig jaar geleden ook prachtig weer was half april en ook vlak bij Pasen. Harm zijn eerste kreten waren te horen op een vroege zaterdagmorgen, bijna een week na het Paasweekend van 1982. Heerlijk weer was het, Coos zat op vrijdag nog met dikke buik, in een zomerjurkje op het balkon. Mooie herinneringen aan vroedvrouw Sam (moest bij haar altijd denken aan de twee vroedvrouwen uit Exodus), nog zie ik haar gerimpelde huid en de sigaretten die ze in een fors tempo opstookte. Wat waren we later die nacht trots op onze eerstgeboren zoon. Het zijn mooie herinneringen die boven komen drijven, ja stilstaan in april bij Harm is anders dan in september. Toch hadden we liever nog een keer de herrie in LAB111 doorstaan of op het strandje bij Pllek gezeten om zijn verjaardagsfeestje te vieren. Nu tranen die opwellen als we 34 rode rozen op Harms graf zetten met in het midden als een hart, drie witte.

inzingen

Met pastor Tim praten we door over Pasen en de betekenis van het opstandingsverhaal. Dinsdagavond was er een ‘huisconcert’ in onze woonkamer. Alle buren van de Boekweitdonk hadden we uitgenodigd. Sommigen waren bang dat we ze wilden bekeren, maar de tien buren die er waren hebben genoten van ‘Volk om een vreemd verhaal’. Roeland Scherff en Jan Cornelis Blokhuis brachten negen songs ten gehore, die het bijbelse passieverhaal uitbeelden. In de intieme setting van onze woonkamer kwam dat wonderwel goed over. Liederen waar het gaat over de verschrikkingen in deze wereld en het kruisigen van onschuldigen. Over godverlatenheid en schaamte, maar ook over hoop. Afgewisseld door korte teksten uit het lijdensevangelie was het werkelijk een vreemd verhaal. Het doorpraten over het gehoorde ging als vanzelf. Voor wie de muziek ook wil horen, kijk op de site van: Volk om een vreemd verhaal. In deze stille en ook goede week moeten we het maar eenvoudig geloven. Goede vrijdag en paaszondag, twee kanten van de zelfde medaille zegt pastor Tim. Eensgezind zijn we erover bij de lunch; God is er gewoon, en dat is dan ook de kern van het Paasfeest. Dat maakt het verdriet en gemis om Harm, ook na tweeënhalf jaar niet minder. Maar het zorgt er ook voor dat we niet radeloos de longen uit ons lijf janken. Het meest hoopvolle lied van ‘Volk om een vreemd verhaal’ is dan ook ‘Nieuwe morgen’.

Nieuwe morgen kom nu gauw 
zucht van verlangen 
zucht van verlangen 

Leef maar naar de hemel toe 
Leef maar naar de hemel toe 

Nieuwe morgen komt al gauw 
zucht van verlangen 
zucht van verlangen 

En alvast, bij dezen, mooie Paasdagen gewenst: “De Heer is waarlijk opgestaan!”

Nummer 38, en nummer 100

Als ik Hans Werkman ontmoet, moet ik altijd even denken aan de ‘Bond Tegen Vloeken’. Soms heb je dat gewoon bij bepaalde mensen, een associatie die niet meer verdwijnt en meestal helemaal niet meer bij die persoon hoort. In het geval van Hans Werkman is het wel een gekke associatie. Dat zit zo, ooit op de Pedagogische Academie in Groningen moesten we voor het vak Nederlands een speciaalstudie doen. Leraar Nederlands, Bas Nap, attendeerde mij op Werkman, omdat hij alles zou weten over de dichter De Mérode. (Zie mijn blog in 2011 bij het verschijnen van de biografie van Willem de Mérode.) In 2011 schreef ik al over de envelop die ik uit Amersfoort kreeg. In de linkerbovenhoek zat een felgekleurde zegel met een papegaai en de tekst ‘wees geen na-aper’. De ‘Bond Tegen Vloeken’ verkoopt deze stickers niet meer, maar de papegaai staat nog steeds in het logo. Nu kun je trouwens grote ‘vuilnisbakstickers‘ kopen, om je buren en de vuilnisman er op te attenderen je vuile woorden weg te gooien. Die papegaai-sticker had trouwens niets te maken met de inhoud van de dikke envelop die ik kreeg, maar mijn wat vreemde associatie komt er wel vandaan.
Het was nog maar een paar dagen 2019 dat Hans Werkman zijn mailcontacten attendeerde op zijn tachtigste verjaardag. Niet dat we een uitnodiging kregen voor een groots opgezet feest in een of andere uitspanning, want daar is hij niet zo van. Afgelopen zaterdag stond er mooi interview-portret in het ND, een mooie inkijk in Werkmans leven; hij is niet zo van de feestjes. Werkmans mail ging echter over zijn te verschijnen ‘Verzamelde gedichten’, ter ere van die bijzondere verjaardag. Je kon intekenen op de speciaal genummerde editie. En al een paar weken blader ik er regelmatig in en lees en herlees. Mooie herkenbare dichtregels, maar soms ook raadselachtig en het overdenken waard. Nummer ‘achtendertig’ is het geworden, met een mooie opdracht op het schutblad.
In  mei 2015 ben ik mee geweest met de laatste ‘ND-Hogeland-tocht’ die Hans Werkman leidde. Een tocht met dichter De Mérode als leidraad. Met een bus reden we door het regenachtige Hogeland, naar Uithuizermeeden, Spijk en terug via schilder Helmantel in Westeremden. Werkman schreef er ooit een prachtige gedicht over en één van de regels uit dat gedicht levert de titel voor de ‘Verzamelde gedichten’; ‘Duizend bunder’. In het gedicht laat de dichter een wensdroom vrij: “Geef ons op de nieuwe aarde / duizend bunder nieuwe klei.” Een bunder is hetzelfde als een hectare, een veelgebruikte oppervlaktemaat door boeren. Het zette aan tot wat vreemde hersenspinsels. Leerlingen op school hadden vaak geen idee wat ares en hectares zijn, maar om een idee te geven zeiden we dat een hectare net flink wat meer is dan een gewoon voetbalveld. Twee hectare is ongeveer drie voetbalvelden. Duizend bunder klei, vijftienhonderd voetbalvelden; wie kan zich daar nog iets bij voorstellen? Waar een are 100 m² is, is een hectare of bunder dus 10.000 m². En zo maakt 100 bunder een vierkante kilometer. Duizend bunder is dus 10 km², maar dat valt best mee eigenlijk. Even googelen op Amsterdam; ruim 200 km². Hans Werkman blijft in zijn wens aan onze lieve Heer een bescheiden mens. We wensen Werkman nog vele mooie jaren, met boeken en misschien zo nu en dan een vers gedicht.

Nummer 38 bracht me bij nummer 100. Enkele dagen na het mailtje van Werkman werd op vrijdag 8 januari Cantate BWV 100 op ‘All of Bach’ gezet. “Was Gott tut, das ist wohlgetan”, een indrukwekkende cantate, met zo het lijkt een nogal aparte titel. Maar het mooie op de ‘All of Bach’-site is dat er altijd een uitgebreide uitleg is over het uitgevoerde werk. Ik citeer: “Contemplatie in de vorm van recitatieven ontbreekt; vier aria’s, waarvan één een duet is voor alt en tenor, jubelen onafgebroken en zonder enige reserve voort over Gods goedheid. Het lijkt alsof Bach een sterke behoefte voelde om, net als tekstdichter Samuel Rodigast in 1675, geen nadruk te leggen op de pijn van het lijden, maar op zijn rotsvaste vertrouwen in het goede van God. Rodigast schreef de hymne indertijd om de zieke cantor Severus Gastorius een hart onder de riem te steken. Het werkte, want de cantor knapte op en componeerde er zelfs een melodie bij, die de tand des tijds doorstond. Omdat de connectie van deze cantate met een specifieke zondag ontbreekt, kon deze lofzang op ieder moment worden uitgevoerd. Troost op alle dagen van het jaar: dat moet ook voor Bachs gezin, waarin tussen 31 augustus 1732 en 6 november 1733 drie kinderen overleden, van grote betekenis zijn geweest.”
Wat de ‘All of Bach’-site ook zo bijzonder maakt is dat naast de toelichting, ook de complete tekst er bij geleverd wordt. Je kunt dus meelezen in het Duits, met daarnaast een goede Nederlandse vertaling. En net als bij gedichten kun je nog eens teruglezen en natuurlijk terugluisteren; ter aanbeveling!
Wat God doet, is een weldaad, daar wil ik mij aan vasthouden. Ook als ik op mijn ruwe levensweg  word voortgedreven door nood, dood en ellende, zal God mij  als een goede vader in zijn armen houden; daarom laat ik hem graag begaan.
Ik eindig met een kwatrijn (blz. 110) van Werkman, het trof me bijzonder omdat wij elke dag wel even stilstaan bij de foto van Harm.

FOTO

Gezichtsrondingen achter glas geplet,
derde dimensie in kader bijgezet,
keer warm en haastig uit de dood weerom!
O Christus met uw zesde zintuig, kom!

Hochzeit

We waren natuurlijk niet alleen voor het Carl BenzMuseum, het Schloss Zwetzingen of de langste winkelstraat van Duitsland, ruim een week in het prachtige stadje Ladenburg. Afgelopen zaterdag maakten we een prachtige ‘Hochzeit’ mee. Het is een woord dat me intrigeerde; ‘Hochzeit’ een mooi woord, waar zou dat toch vandaan komen? In het begin zeiden we steeds dat de zoon van vrienden ging ‘heiraten’, maar dan was het al gauw dat het woord Hochzeit weer klonk. Na enig zoeken op het wereldwijde web, kwam ik erachter dat ‘Hochzeit’ vroeger gold voor alle grote kerkelijke feesten en dat het tegenwoordig alleen nog gebruikt wordt voor het huwelijksfeest. Het feest waarop man en vrouw elkaar dus trouw beloven. Van alle hoge feesten werd het uiteindelijk dus eentje het hoogste feest. Een mooi beeld is dat eigenlijk wel, want het huwelijk is een afspiegeling van nog iets veel mooiers en heel groots. Hoogfeest dus, net als Hooglied, het prachtige oudtestamentische Bijbelboek over de liefde tussen man en vrouw. En het ‘heiraten’, ik denk dat dat vaak gebruikt wordt voor het sluiten van het burgerlijk huwelijk. En een ‘Hochzeit’ werd het, startend met een hele mooie dienst, met veel zang en orgelspel en werd het feest vervolgens voortgezet naast de kerk met taart en bubbels.

Het bruidspaar was in de gelukkige omstandigheid dat ze de kerkelijke plechtigheid konden laten plaatsvinden in de prachtige Dreifaltigkeitskirche in Speyer. Speyer, aan de Rijn en ruim een half uurt rijden vanaf Ladenburg, heeft een hele serie mooie kerken, maar de Dreifaltigkeitskirche is wel de mooiste. De Dom van Speyer is overweldigend, de grote Gedächtniskirche  is indrukwekkend, maar Dreifaltigkeitskirche is een prachtig voorbeeld van Romantische Bouwkunst. (Die Kirche gilt als „herausragende Leistung evangelischer Kirchenbaukunst und als Juwel des Barock“. [zegt wikipedia]). Het leukst waren we de banken waar we zaten. Je kon aan beide kanten zitten. Van alles kun je er bij verzinnen waar dat voor is, voor je jas, je kerkboek of je tas? Of is het bedoeld, dat wanneer je het niet eens bent met de preek, je de predikant de rug kunt toekeren? Je gaat er zomaar van alles bij verzinnen.
Gelukkig wist de bruidegom wel hoe het zit. Je kunt met je gezicht richting het podium en het altaar zitten, bijvoorbeeld in verband met het Heilig Avondmaal. Maar wanneer de voorganger gaat preken en de trap (op de foto aan het eind van de dubbele bank) neemt naar de kansel, kun je voor beter zicht even oversteken. In de Lutherse eredienst staat immers net als in de gereformeerde eredienst, het Woord centraal!

Zalf voor de ziel

applaus… eigenlijk ben ik tegen foto’s maken bij een concert, maar deze keer was zo bijzonder dat ik het niet kon laten…

Afgelopen dinsdagavond was Sir John Eliot Gardiner neergestreken in het Amsterdamse Concertgebouw. Gardiner was de dirigent op de eerste Bach-cd’s die ik ooit kocht, met cantates. Cantate nummer 140 heb ik bijkans grijs gedraaid en ook nummer 106 trouwens; Actus tragicus (“Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit”). Een stille wens was om ooit nog eens een concert van grootmeester Gardiner mee te maken. We moesten er even diep voor in de buidel tasten, want bijna de hele Grote Zaal was opgewaardeerd naar rang 1+. Weken hebben we er ons op verheugd en er kwam bijna een kink in de kabel, omdat Coos met haar e-bike onderuit was gegaan. Gelukkig waren een gebroken linkerschouder en een gebroken rechterduim geen belemmering om ons onder het gehoor van het Monteverdi Choir en de English Baroque Soloists te zetten. In 2000 heeft Gardiner een wereldtour met zijn orkest en koor gemaakt om de 198 kerkelijke cantates uit de voeren en dan alleen in kerken. Nu 18 jaar later is de dirigent twee maanden op stap om een selectie van deze cantates uit te voeren. Deze avond was in ieder geval compleet uitverkocht.
Zelden ook zo iets moois meegemaakt. We bezoeken samen al jaren allerlei concerten en hebben nog steeds een abonnement op het Nederlands Philharmonisch, maar dit steeg boven alles uit. Valk voor Pasen hebben we nog de Johannes Passion horen uitvoeren door dirigent Reinbert de Leeuw, ook overweldigend mooi, maar het haalde het niet bij een avond met alleen maar cantates. Sir John is wat dat betreft ook wel een speciaal geval. In de biografie die hij schreef over Bach vertelt hij over Bachs portret dat vroeger bij zijn familie in de hal hing, het is hem dus met de paplepel ingegoten (zie mijn blog: Bach in Leipzig). Het programma begon met cantate 70 (officieel natuurlijk BWV 70), “Wachet! Betet! Betet! Wachet!”. Het thema is de terugkomst van Christus en het laatste oordeel, dat eindigt met een prachtig koraal, waarvan de tekst (letterlijk vertaald) in het Nederlands is: “Niet naar wereld en niet naar hemel / verlangt en smacht mijn ziel, / ik wil alleen Jezus en zijn licht, / die mij bevrijdt van het oordeel, / mijn Jezus verlaat ik niet.”
Het werd zo prachtig gezongen en zo geweldig begeleid, het raakte mij in ieder geval voluit. De Parool-recensent schreef de volgende dag een bijzonder indrukwekkende recensie; lovend over het hoge niveau en de intensiteit van koor, orkest en dirigent. Maar… geen woord in de hele recensie over de teksten! Bizar toch? Bij zo’n uitvoering kun je daar toch niet omheen, dat moet je toch, ook al geloof je misschien nergens in, toch aan het denken zetten? Waarom schreef Bach zo? Waarom deze indringende tekst over een ‘eeuwig oordeel’? De recensent heeft waarschijnlijk niet de introductie van Gardiner gelezen over dit Bach project. “Bach, the surpreme artisan, disdained by some of Leipzigs’s intelligentsia for his lack of university training, and conscious of his place in his family’s history, honed his skills to the point where his craftmanship, his imaginative gift and his human empathy were in perfect balance. The rest was up to God.” En dat laatste zinnetje doet er toe, voor Bach deed God er toe! Dat gegeven kun je niet los zien van zo’n uitvoering van vier cantates! Gardiner voelt dat wel perfect aan en dat is te merken in het Concertgbouw, waarvoor dank!

“stunthandschoen” met situatietekening van kleinzoon

Na de pauze werd gestart met cantate 78, “Jesu der du meine Seele”. Na het koraal volgt het prachtige duet tussen sopraan en alt, zo wonderschoon; zalf voor de ziel!” Wir eilen mit schwachen, doch emsigen Schritten, / O Jesu, o Meister, zu helfen zu dir. / Du suchest die Kranken und Irrenden treulich. / Ach höre, wie wir / Die Stimmen erheben, um Hülfe zu bitten! / Es sei uns dein gnädiges Antlitz erfreulich!” ( “Wij haasten ons met zwakke, maar naarstige schreden, / o Jezus, o Meester, tot U om hulp. / Gij zoekt de zieken en dwalenden trouw op. / Ach, hoor, hoe wij / onze stemmen verheffen om Uw hulp in te roepen! / Laat Uw genadig aangezicht ons tot vreugde zijn!”)  Na het duet kon de zaal het niet laten te applaudisseren, hopelijk was het ook bedoeld als een ‘amen’ op de indringende tekst. Als laatste klonk deze avond cantate 140 “Wachet auf, ruft uns die Stimme”. Een aaneenrijging van bijbelteksten, waarvan veel uit Hooglied en het laatste bijbelboek Openbaringen, ook deze cantate was weer ‘zalf voor de ziel’.

Gelukkig kon vrouwlief het volhouden, ondanks de linkerarm in een sling, getroost reden we huiswaarts, beseffend dat er een een troostende Heer is. Ongelukjes zijn zo maar gebeurd en de kleinkinderen vonden dat hun oma, nu een ‘stuntoma’ is. Inmiddels heeft ze ook een ‘stunthandschoen’. We zijn maar wat dankbaar dat het niet erger is dan een paar gebroken botten!

Johann Sebastian Bach, troost in Leipzig

J.S. Bach door Haussmann, het schilderij dat ooit bij de familie Gardiner in Dorset hing, maar nu in het Bachmuseum

Wat een routeplanner al niet te weeg kan brengen… Op de heenweg werden we over Dortmund gestuurd, dwars door het Ruhrgebied, naar Leipzig. Maar op de terugweg zaten we na wat omleidingen opeens op de snelweg richting Hannover. Pas bij Barneveld kwamen beide routes weer bij elkaar. Vanaf Amsterdam rijd je naar het oosten en blijkbaar zijn Nederland en Duitsland zo ruim belegd met asfalt dat er zelfs twee totaal verschillende routes zijn, die ook qua afstand nauwelijks verschillen. Misschien is dat ook wel symbolisch voor hoe je Johann Sebastian Bach kunt benaderen. Zoals Bachstad Leipzig dus meerdere aanrijd-routes heeft, zo heeft Bach dat ook. Je kunt Bach bewonderen om de prachtige muziek die hij heeft gemaakt, ook al heb je helemaal niets met de tijd van Bach en dat hij boven zijn composities SDG (Soli Deo Gloria) zette. De ene compositie zal je dan ook meer aanspreken als de andere. Het kan ook zijn dat je via kerkelijke muziek bij Bach bent uitgekomen en je er daardoor in bent gaan verdiepen. Bij ons ging het via de prachtige uitvoeringen waarin Coos meezong bij het KCOV in het Concertgebouw; de Mattheus Passion en later ook de Johannes Passion. Een aantal jaren later nam Gerard Lubbers een keer met een dubbel LP mee uit zijn verzameling, deel 1 van de ‘Complete Orgelwerken’ door Marie Claire Alain. Die twee ‘routes’ hebben er wel gezorgd dat mijn cd-la zich allengs heeft gevuld met heel veel Bach.
Toen onze buren dan ook voorstelden om een citytrip te organiseren naar Leipzig, waren we dan ook gelijk enthousiast. Om rond te kijken in de stad waar Bach meer dan 25 jaar heeft gewerkt als cantor van de Thomaskirche (1723-1750) leek me geweldig. Natuurlijk leven we bijna 300 jaar later en kun je je nauwelijks voorstellen hoe het leven toen was en hoe men leefde, maar je kunt er iets van proeven. In het Bachmuseum werden we vakkundig rondgeleid en hebben we de maquette bewonderd van de toenmalige Thomasschule. Bach woonde er bij in en was daarmee ook de baas van de school, waarin zowel de slaapzalen waren als de lesruimtes. In de eerste zaal van het museum (een soort heiligdom) mochten we het enige echte portret bewonderen dat er is van Bach. Ik had er over gelezen in de biografie die de beroemde dirigent en musicus John Eliot Gardiner over Bach heeft geschreven. Het portret hing vroeger in zijn ouderlijk huis, maar na veel omzwervingen nu dus in Leipzig. Een bijzonder moment om oog in oog met de grote componist te staan.

Afgelopen zaterdag stroomde de Thomaskirche rond drieën zo goed als vol. Ook wij zetten ons onder het gehoor van de beroemde Italiaanse organist Luca Antoniotti. En gelukkigerwijze speelde hij een Sonata  (III d-Moll), die ook op mijn Lubbers-LP staat. Die LP heb ik al zo vaak gedraaid dat je al weet wat er komt aan klanken. Des te bijzonderder is het om het live mee te maken in een kerk waar Bach het misschien ook zelf wel heeft gespeeld, en waar hij in ieder geval wekelijks met zijn rug naar het kerkvolk zijn koor dirigeerde. Romantisch uitgedrukt zou je dat dus een Bachbelevenis kunnen noemen. Zo’n Bachbelevenis gaat gelukkig niet zonder troost; de muziek was als zalf voor onze ziel. In onze koffer ging dan ook een kleine Bachbuste mee naar huis, die nu op de ‘schoorsteenmantel’ staat.

De St. Trinitatis vanaf de Panorama toren

In Leipzig hebben we vorige week flink rondgewandeld.  Al rondsjouwend kwamen we van alles tegen, maar werkelijk het mooiste gebouw was de zeer moderne Propsteikirche St. Trinitatis. Het is in 2015 in gebruik genomen staat vermeld op Wikipedia. In WOII werd de toenmalige RK-kerk van Leipzieg volledig plat gebombardeerd, alleen waren er nog wat muren over. Op last van de communistische stadsregering werden die later ook omvergehaald. Pas in 1982 kreeg men toestemming een nieuwe kerk te bouwen. Een oerlelijk Oost-Duits gebouw werd dat. Omdat dat gebouw na 20 jaar in zo’n slechte staat verkeerde kreeg men toestemming om tegenover het raadhuis een nieuwe kerk neer te zetten. Een wonderschoon gebouw, opgetrokken uit rode natuursteen en van een hoogstaande eenvoud. Helaas was toen we even binnen wilden kijken zaterdagmorgen, er een doopplechtigheid aan de gang. Echt indrukwekkend zijn de glazen ramen in de kerkzaal waar de volledige tekst van het Oude en Nieuwe Testament op staan afgedrukt. Ook het waterscherm wat de binnenplaats afschermt is bijzonder; een troostvol gebouw!  Zo zie je maar, een stad kan niet zonder kerken.

Wildeburg | In memoriam Harm 1982 – 2016 (63)

gelukkig werd het ook nog droog…

Een bijzondere belevenis was het. Op uitnodiging van Paul, huisgenoot van Harm en festivalorganisator, naar de Noordoostpolder afgelopen vrijdag, samen met ons gezin. Iets wat we voor Harms overlijden waarschijnlijk nooit gedaan zouden hebben. Hij zou het niet eens gewild en ook niet gevraagd hebben, denk ik. Het festival “Wildeburg” kenden we inmiddels van het programma “De Dolende Dertigers“, waarin Marlijn Weerdenburg zocht naar antwoorden op de levensvragen van de dertigers van nu. Ze dook in een persoonlijke ontdekkingstocht ook in de wereld van festivalgangers en zo kwam ze op de vorige editie van Wildeburg ook Harm met zijn vrienden tegen. In haar TV programma over dertigers en hun vragen kwam Harm dus even in een flits voorbij. Later zorgde één van Harms vrienden er voor dat we de volledige opname kregen. Heftig als je Harm dan opeens al pratend en redenerend terug ziet.

de festivaldirecteur

Nu lopen we rond waar we Harm in de tv-opnames hebben zien rondlopen. Paul ontvangt ons hartelijk, enigszins verlaat want er dreigde een forse onweersbui. Wanneer de buien weggedreven zijn klinkt overal vanaf het festivalterrein de muziek. Verschillende podia worden al snel omringd door de eerste swingende festivalgangers. Sommigen kijken ons vreemd aan. Zestigers zijn hier echt een vreemde eend in de bijt. Al rondleidend verdeelt Paul zijn aandacht tussen ons en zijn regelmatig rinkelende telefoon. Hij wijst ons waar Harm vorig jaar met zijn vrienden hun tentjes opsloegen en tranen vloeien en ze prikken achter mijn ogen.
Al rondkijkend krijgen we een idee wat zo’n festival eigenlijk is. Duizenden, bij dit festival zo’n 8000, vermaken zich een heel weekend met live-muziek, dj’s, kunst en allerlei spelletjes. Ondertussen moeten ze gebruiken maken van ‘vieze’ wc’s, in de rij staan voor de douche en slapen terwijl om hen heen het festival gewoon doorgaat. Ik kan mer er alles, maar ook niets bij voorstellen dat Harm dit leuk vond.  Het er even helemaal uit zijn, het groepsgevoel en dan ook nog met je beste vrienden… Dominee Tim zou er een mooi bubbel-verhaal bij kunnen houden, maar ik denk dat dat ook zo werkt. Ooit gingen we zelf wel eens naar meerdaagse bijeenkomsten waarop sprekers uit Amerika over het geloof in God kwamen spreken. Zij hadden een heldere en net wat andere kijk op een leven met God dan we in Nederland doorgaans gewend waren. Het was motiverend, hartverwarmend en eenmaal thuis had je een heimwee gevoel dat je alleen kon delen met andere congresgangers. Zo werkt een festival ook denk ik. Er zitten zonder dat de deelnemers het doorhebben zeker ook religieuze aspecten aan. Ik kan me dus heel goed voorstellen dat dat ook met Harm iets deed,  weg van de waan van de dag. Zeker wanneer het dan ook nog jouw muziek is, geweldig natuurlijk.
Het meeste wat we hoorden was helaas niet mijn muziek, pas bij het vertrek passeerden we een tent waarin lekkere livemuziek werd gespeeld, zonder versterking en je had dus geen oordopjes nodig. Het was mooi om een stuk van Harms leven mee te maken en eigenlijk jammer dat we dit pas ontdekten nu hij er niet meer is.

Kyrie eleison

Muziek en bier | In memoriam Harm 1982 – 2016 (56)

Een druk weekend was het. Het begon met een geweldig releaseconcert van Jeremy. Jeremy werkt bij Youth With A Mission aan het Kadijksplein en is getrouwd met Roos, ons nichtje. Femmie had via Facebook gevolgd dat er een concert zou zijn in Amsterdam en dat laat je dan niet zo maar voorbij gaan. Prachtig om mee te maken hoe jonge mensen zo vol zijn van de grootheid van God, schepper van deze wereld, dat ze dat op deze manier kunnen vertolken. Muziek is zo iets bijzonders en van God gegeven, dat kwam vrijdagavond wel heel goed binnen. Al kende ik nog geen van Jeremy’s nummers, je ging als het ware vanzelf van binnen meeneuriën. Je kon ook rustig je ogen sluiten en je gedachten laten gaan op de golven van de muziek. Het sloot ook mooi aan bij de voorbereiding die ik had gedaan voor zondag. Er was gevraagd of ik weer es een preek wilde lezen en na wat wikken en wegen vond ik dat geen probleem. Ik dacht een redelijk gemakkelijk onderwerp gevonden te hebben in een preek van Tim Keller: ‘De genade van muziek’. Aan de hand van de verzen 18-20 uit het 5e hoofdstuk in de brief van Paulus aan de christelijke gemeente in Efeze legt Keller uit dat muziek een geschenk van God is. Dat sloot prachtig aan natuurlijk bij de aanbiddingsmuziek van Jeremy en bij wat ongeveer een maand geleden hoogleraar Erik Scherder betoogde bij DWDD, toen hij daar zijn nieuwste boek promootte. Muziek is overal goed voor, betoogt hij in zijn nieuwste boek: ‘Singing in the brain’. Paulus was hem al lang voor met de uitsprak: ‘En ‘bedwelmt u niet aan wijn’, want dat maakt reddeloos, maar wordt vervuld van Geest, elkaar toesprekend met psalmen, hymnen en geestelijke gezangen, zingend en psalmend voor de Heer met heel uw hart.’

Harm had veel met muziek, honderden LP’s stonden er in zijn kamer, ik heb daar eerder over verteld. Bij de voorbereiding van de preek heb ik dan ook verschillende keren gedacht daar ook nog iets over te zeggen. De kracht van de muziek tijdens de bijeenkomst voorafgaand aan Harm zijn begrafenis was zo intens, zo troostend en bracht ons ook heel dicht bij Harm. Ik wilde geen tranen onderweg in de dienst, dus toch maar niet genoemd, maar het was er op de achtergrond gelukkig wel. Bij de intro van de dienst heb ik een blogje voorgelezen die op de site van de Protestantse diaconie stond, zangleider en liturgiemaker Jaap had me daarop geattendeerd. Bleek het opeens over Maaike Ouboter en het nummer ‘Dat ik je mis’ te gaan. Waar een vluchteling al niet zijn kracht uit haalt, maar ik kon gelukkig net op tijd een brok in mijn keel wegslikken.
Ook zaterdag was er muziek trouwens, bij de officiële opening van de Brouwerij van het Kleiklooster. In een grote hal naast IKEA wordt inmiddels heel wat bier gebrouwen. Een prachtig feest met heel veel bierliefhebbers, maar ook veel vrienden van het Kleiklooster. Harm had een bierabonnement en er zat een keer een Kloosterbiertje van Kleiburg bij, niet zijn smaak. Maar later moest hij het toch bijstellen toen ik hier thuis wat bier van Kleiburg had. Prachtig, ik hoop dat het uiteindelijk een mooi sociaal project wordt. Pastor Martijn, nu directeur van de bierbrouwerij doet er in ieder geval alles aan. Zondag 14 mei vierden we de verzelfstandiging in de OPK van drie projecten; STROOM, de PopUp kerk van Rikko en ook van het Kleiklooster. In feite allemaal dochters van de OPK. Harm zou misschien nog wel eens gerefereerd hebben aan de jaren tachtig. Als klein jongetje ging hij regelmatig mee naar de Witte Tent in het Bijlmerpark. Daar begon heel eenvoudig het over de muren van de kerk heen kijken. In het begin met hulp van E&R en later samen met de groep rond Norman Viss uit de VS op straten en pleinen in het Centrum van Amsterdam. Deze vaak seizoengebonden projecten resulteerden uiteindelijk in een Amstelproject. Op de fiets door de ‘Bijlmer’ kwamen die gebeurtenissen zo maar weer boven. Daarom, proost!, op een prachtig project en dat er iets mag doorborrelen van de drive en de spirit van de medewerkers!

Opstanding | In memoriam Harm 1982 – 2016 (50)

In een film kunnen dingen die in werkelijkheid niet kunnen. Zelfs kleine kinderen beseffen dat al. Toch is het raar als je in een film opeens iets ziet, waarvan je weet dat het niet kan en het toch gebeurt. Het is een beetje raar uitgedrukt, omdat ik denk dat het wel kan. Afgelopen dinsdagavond draaide er weer een Willem Jan Otten film en hij noemde het van te voren in zijn Trouw-essay een Paasfilm. En Pasen gaat over opstanding en daar draaide het om in die film.

Nu hebben Coos en ik vorig weekend ook een andere prachtige film gezien, daarin werd de hele Mattheus Passion uitgevoerd. Een soort documentaire, waarin de makers op een prachtige manier de uitvoering van Reinbert de Leeuw (in de Nieuwe Kerk) hebben vastgelegd. Een sublieme uitvoering en het voelde heel anders dan een uitvoering in het Concertgebouw of wanneer ik de speakers voluit gooi als ik de CD opzet met de opname van Ton Koopman. Maar dat eigenlijk allemaal terzijde. Waar het om gaat is dat de Mattheüs Passion op een vreemde manier eindigt. Het zou simpel kunnen eindigen met het feit dat Jozef van Arimatea Jezus heeft begraven, en dat moest snel, want het begon al donker te worden. Het is ten slotte een stuk voor Goede Vrijdag. Geen opstanding, want Pasen duurt nog even. Toch heeft Bach gemeend  er nog zo’n onbeduidend koor aan toe te moeten voegen, hoe mooi het muzikaal ook is. Het sterven van Jezus wordt beweend en het ‘Rust zacht’ klinkt mijns inziens net even te veel. Totaal geen zicht op wat voor opstanding dan ook.
Wir setzen uns mit Tränen nieder und rufen dir im Grabe zu:
Ruhe sanfte, sanfte ruh! Ruht, ihr ausgesognen Glieder!
Ruhet sanfte, ruhet wohl!
En dat stoort me toch elke keer een beetje.  Het is wel logisch dat het het eind van de Passie open blijft, maar nu is het alleen maar gesomber; rust zacht. Op een grafsteen vind ik dat ook misstaan trouwens.

Maar In Ordet (Het woord; naar Johannes 1), een film van de Deense regisseur Dreyer uit het jaar 1955, vind er werkelijk een opstanding plaats. Op een moment dat je het niet meer verwacht slaat de dode vrouw (die vanwege de bevalling van haar doodgeboren kind is gestorven) de ogen op en kijkt liefdevol naar haar man. Je denkt bij jezelf, wat zou ik graag willen dat dit kon! Ik voelde het moment weer terug, dat we op de IC naast het bed stonden en Harm door machines in leven werd gehouden. Wat hadden we graag gewild dat hij zijn ogen langzaam opendeed en ons aangekeken had, vragend wat hij daar deed… Schrijfster Désanne van Brederode die met Willem Jan Otten de film nabesprak had het ook ontdekt; dit vraagt een levend geloof om het grootste wonder, wat je je voor kunt stellen, te begrijpen. En constateerden beide nabesprekers, de film is niet belerend, niemand kruipt op de stoel van het oordeel. Het wil je ook niks opdringen, maar het zet wel aan het denken. Kan opstanding echt?

Nog een week en het is Pasen. Deze week staan we stil bij het lijden van onze Heiland. Het programma van Passie uitvoerders zit overvol. Zelf zitten we woensdag in het Concertgebouw om de Johannes Passion te ondergaan; prachtig. Maar wanneer je niet gelooft in iets wat eigenlijk niet kan, wanneer je dat kinderlijke vertrouwen niet hebt in de “verrijzenis naar het vlees”, zoals Willem Jan Otten het zo mooi verwoordde, wat is het dan allemaal waard? Dan kunnen solisten en koorleden hun kelen schor zingen, maar blijft het: ruhe sanfte, ruhet wohl. Wanneer het echt alleen maar Goede Vrijdag blijft, dan staan we op Tweede Paasdag, wanneer Harm 35 zou zijn geworden, alleen maar te huilen bij zijn graf. En tranen zullen er zeker zijn als we er bij stil staan dat 34, 34 blijft in Harm zijn bestaan. In die zin is Tweede Paasdag een prachtig symbool en een mooi getuigenis. Door Pasen, 2000 jaar geleden, geloven we dat er werkelijk een opstanding is. Harm zei dan: ‘Het komt wel goed.’ En zo is het, want als je maar even anders kijkt, is er zicht op de hemel!

PS
Regelmatig controleer ik even op All Of Bach of er weer iets nieuws op staat. Deze keer staat er een tranentrekker als nieuw op: BWV 727 gespeeld door Matthias Havinga. Matthias (1983) zat ooit bij Harm in de klas op de Guido in Amersfoort, maar heeft muzikaal heel andere wegen ingeslagen.  Al eerder stond er een stuk geplaatst van hem op All of Bach, maar deze is subliem, ruim tweeënhalve minuut, zo indringend, zo droevig maar ook verlangend. All of Bach, BWV 727. (En bekijk ook eens BWV 527). Matthias zit trouwens aanstaande woensdag als organist op het podium van het Concertgebouw.

Kyrie eleison

 

Silence | In memoriam Harm 1982 – 2016 (45)

silence-posterWat was ik graag met Harm naar de film Silence geweest. Een diepe indruk makende film over christenvervolging in Japan.  De jezuïeten Sebastião Rodrigues en Francisco Garupe reizen in de 17e eeuw van Portugal naar Japan om te achterhalen wat er gebeurd is met hun mentor, priester Cristóvão Ferreira. Het boek van Shūsaku Endō (遠藤 周作), die leefde van 1923 tot 1996, een christelijke Japanse schrijver, stond al jaren op mijn verlanglijstje, maar het kwam er niet van. Nu heeft een Amerikaanse filmmaker, Martin Scorsese, het aangedurfd om dit bijzondere verhaal te verfilmen.
Harm was wel een beetje gek van Japan, alleen daarom al was het leuk geweest om met hem deze film te bekijken en daarna te bespreken. Naast de prachtige verfilming en de verschillende acteurs, hadden we het ook vast gekregen over de titel. Waarom bleef God stil, terwijl jezuïtische paters zo heilig geloofden dat God werkelijkheid was in hun leven, maar ook in dat van van eenvoudige Japanse christenen? En hoe verhoudt zich dat met ons eigen geloof? Diepe vragen, zeker nu we zelf soms dezelfde vragen voelen opborrelen, als we weer bezig zijn met Harm. In de bundel “Waarom komt U ons hinderen” wijdt Willem Jan Otten het laatste hoofdstuk aan de schrijver Endo. Ik heb het nog een keer herlezen en dan blijkt dat het lezen van Endo bij Otten aanzette tot dieper doordenken over het begrip genade, in christelijke zin en ‘het geneigd zijn tot alle kwaad’. Endo schreef boeken over mensen die dat laatste wel heel erg in praktijk brachten, maar ook ontdekten dat ze alleen maar kunnen overleven door zich over te geven aan de genade van Jezus de opgestane.
Silence is een film om verschillende keren te gaan bekijken, bedacht ik toen ik van Kriterion naar huis fietste. Nog een keer proeven en ook onderliggende vragen en lagen daarna te overdenken. Gelukkig draait de film in diverse bioscopen, ook voor u als lezer dus alle kans om dit bijzondere verhaal te ondergaan. In de grote dagbladen  zie je in de filmbesprekingen ongemakkelijkheid over zo’n christelijke film naar voren komen, men weet er zich niet zo goed raad mee. Des te meer reden om misschien met een collega, een goede kennis, een buur, deze film te gaan bekijken en daarna een kop koffie te gaan drinken. Het gesprek komt dan vanzelf.

desolate cageRegelmatig merken we, dat we natuurlijk niet de enigen zijn die nog steeds met Harm bezig zijn. Vaak weten we dat we in de stilte dezelfde vragen stellen. En soms doorbreken we die  om ze te stellen. Neef Rudger heeft de stilte doorbroken met bijna vier uur muziek. In augustus/september 2016 was hij bezig weer iets nieuws op te nemen. Een titel had hij toen al gevonden:  “Desollate Cage [Dedicated to Harm Wimmenhove]“. Harm en neef Rudger wisselden regelmatig muziek uit, zelfs in de week voor het fatale ongeluk. Regelmatig zochten ze elkaar op en draaiden dan hun laatste vondsten. Rudger herinnert zich nog de eerste plaat die hij ooit opzette aan de Daniel Stalpertstraat, de laatste die Harm tipte was ‘This is it’. Nu een titel met dubbele lading, de muziek zit nu in Rudgers mix, in de playlist staan alle gemixte nummers keurig op volgorde trouwens. Ook zitten er veel nummers tussen van Harms ‘When I Die’ lijst. Harm had die lijst op Spotify gemaakt, zonder dat zijn vrienden het wisten. Tijdens de bijeenkomst in de Westerkerk voorafgaande aan Harms begrafenis hebben we daar ook een aantal nummers van laten horen. Veel van die platen hadden Rudger en Harm al eens samen geluisterd. Rudger: “Ik voelde een soort knipoog van Harm tijdens de dienst en elke keer als ik thuis één van die platen opzette. Wat een verbondenheid, bizar maar ook heel mooi.” En ik citeer verder nog maar een keer Rudger:  “Er zitten nogal wat titels en teksten in die je kunt herleiden hier en daar naar, verlies, gemis, weg willen rennen van de situatie of gewoonweg boos zijn. De intro met de woorden ” We want to ride our machines, without being hassled by ‘the man’ ” dekt bijvoorbeeld die lading. Platen met titels ‘Last Night’ gevolgd door een plaat met engelachtig gezang, genaamd ‘Voices’. Zo zijn er nog wel meer, sommige titels spreken voor zich. (Burial – Young Death). Onbewust, al dan niet bewust, gebeurde dat gewoon. Misschien geef ik overal wel teveel betekenis aan, maar dat hoort bij het leven. Zo had ik bijvoorbeeld ook een plaat met als titel ‘Hoola Hoop’, zie ik kort daarna een foto van een ‘hoolahoopende’ Iris voorbij komen op Instagram met als onderschrift “een hoolahoop voor Harm”… Ik heb geprobeerd Harm zijn korte, maar bijzonder krachtige leven weer te geven. Met ook hele feestelijke platen, want dat was ook Harm.”

Harms visitekaartje bij FABRIQUE met achterop Cousteau
Harms visitekaartje bij FABRIQUE met achterop Cousteau

Later kwam Rudger in een mail met de werkelijk prachtige cover met een lege kooi (de vogel is gevlogen), en nog een aanvullend commentaar. Het mooie is dan, dat je van sommige dingen weet dat het echt hoorde bij Harm en er ook wel eens iets over uitgewisseld had. Ik wist dat Harm een fan was van Wes Anderson, daarom gingen we ook samen naar ‘The Grand Budapest Hotel’. Harm hield van duiken, had hij geleerd tijdens een vakantie op Koh Tao (Thailand). Maar dat hij een fan was van Cousteau (Franse zee-onderzoeker), ik wist het niet. Ontdekkend dus, zo’n doorbreking van de stilte. In een laatste citaat namelijk zegt neef Rudger: “Jacqeus-Yves Cousteau was wel heel erg Harm zijn ding (getuige zijn afbeelding op Harm zijn Fabrique visite kaartje), hij was helemaal fan van Wes Anderson, die ‘The Life Aquatic with Steve Zissou geregisseerd heeft, een hommage aan jawel, Cousteau. … Er zit een plaat in de mix genaamd ‘Cousteau’ tegen het eind. Die kwam toevallig op mijn pad toen ik platen voor de mix aan het verzamelen was. Daarnaast zit er ook nog een plaat in met een Japanse titel. Dat kon ik ook niet ‘niet’ laten terugkomen. ‘Tsukumogami’, wat zoveel inhoudt dat spullen een ziel krijgen. Iets wat je in spullen gaat zoeken bij het verlies van een dierbare. Hele ingetogen plaat tegen het einde ook. Burial – Young Death is uitgekomen ergens begin dit jaar. Alleen de artiestennaam en titel al. Met als tekst “Hey child. I will always be there for you.”
Neef Rudger, alias Rígur Lárus, heel erg bedankt!

Kyrie eleison, ook over het gesprek dat we zullen hebben met de agent die Harm heeft aangereden op 14 september.

21 maart, ‘Bach-Liebhaberschaft beginnt am Kopf’

Baseball-bachWat doe je wanneer je verschrikkelijk veel last hebt van ‘hooikoorts’? Elk jaar deze tijd steekt het weer de kop op. Proesten, hoofdpijn en en het ene pakje tissues na de andere. Een pilletje alleen helpt niet, dus ook maar weer neusspray erbij. Gelukkig is daar radio 4 nog. Door de vele aandacht voor Johann Sebastian Bach en de Mattheus Passion verdwijnt het vele gesnotter een beetje naar de achtergrond. In het middagprogramma op radio 4 wordt elke dag een vraag gesteld, je kunt deze week een prachtige uitvoering van de Johannes Passion winnen. “Welke bijnaam had Leipzig in 1723, toen Bach daar kwam werken?” Meestal is het antwoord zo gevonden. Maar Wikipedia geeft geen uitsluitsel. Er zijn best bijnamen van Leipzig te vinden trouwens. Leipzig is een echte ‘muziekhoofdstad’ vanwege de geschiedenis met onder andere Telemann, Bach, Mendelsohn en Wagner. Ook werd het de hoofdstad van de ‘Wende’, maar daar had Bach nog geen idee van, alhoewel hij er in strijd met het stadsbestuur wel eens op gehoopt heeft misschien. Nergens kom ik iets tegen wat op een speciale bijnaam duidt in de eerste helft van de 18e eeuw. Zeker er werden toen al veel boeken gedrukt, maar geen bijzondere naam daarvoor. Ook op de site van het Bach-museum, (bach – wir über uns) geen bijnamen. Wel ontdek ik, dat het vandaag de geboortedag van de grote Johann Sebastian Bach is.  Er staat ook dat er om 15.00 u. een speciaal Geburtstagskonzert werd gehouden, dat hebben we dan gemist. Maar nog steeds heb ik niet het antwoord gevonden. Ik blader door de dikke biografie, die John Eliot Gardiner heeft geschreven. Een prachtig boek, maar niets over Leipzig. Ook het informatieve boek van Peter Washington met drie CD’s geeft niet het antwoord prijs. Wie weet krijg ik straks nog opeens wat inspiratie. Misschien moet ik op de site van het Bach-museum gewoon de baseballpet kopen. En wie weet helpt het ook een beetje tegen hooikoorts. De verkoopleus is geweldig voor de prachtig donkerrode cap met daarop het Bach-stempel: ‘Bach-Liebhaberschaft beginnt am Kopf’. Wanneer je hem wilt bestellen staat de volgende tekst er bij: ‘Baseball-Cap mit gesticktem Bach-Siegel und Schriftzug »Bach-Museum«. Das Siegel, wie es Johann Sebastian Bach in Briefen und Dokumenten in der Zeit nach 1720 verwendete, zeigt die drei Buchstaben J, S und B – einmal richtig herum und einmal gespiegelt, so dass sie sich zu einem Ornament zusammenfügen. Die Größe des Baseball-Caps ist verstellbar.’  21 maart, gefeliciteerd met Bachs verjaardag,  en geniet wanneer u één van de vele uitvoeringen van een Passion gaat beluisteren. Wie weet zet het opnieuw aan tot het nadenken over het lijden van onze Heer en Heiland.

PS1:   Nog een keer zoeken, nu in het Duis (bijnaam = Spitzname)
“Leipzig erwarb den Spitznamen „Kleines Paris“, als die fortschrittsbewusste Messestadt im Jahr 1701 mit einer   Straßenbeleuchtung     ausgestattet wurde und sich fortan mit der mondänen Seine-Metropole vergleichen konnte.”
PS2:   Ik had eerder gelezen dat pas de dichter Goethe deze benaming gebruikte. En Goethe leefde van 1749 tot 1832. We horen het morgen wel.
PS3:   Als voorbeeld voor al die straatlantaarns had trouwens Amsterdam gediend!
PS 4:  Het antwoord was juist, maar helaas geen prijs. We proberen het opnieuw!