Vergankelijkheid
Het gebouwtje rechts voor op de foto, was ooit de gymzaal van de dr. M.B. van ’t Veerschool. Een week geleden is hij afgebrand. Een enkeling deed het nog herinneren aan een bloeiperiode van het gereformeerd onderwijs in Amsterdam. Van 1963 tot augustus 1981 was de van oorsprong openbare school tegenover toenmalig station Sloterdijk het onderkomen van een bijzondere school. Jaren was er voor gestreden dat ook de gereformeerd vrijgemaakte zuil zijn eigen school kreeg om ‘verbondskinderen’ degelijk en godvrezend onderwijs te geven. Toen er rond 1980 naast de school voor Elsevier een groot kantoorpand werd gebouwd begon het schoolgebouw te verzakken en ontstonden er aan de linkerkant (als je met je gezicht naar de school staat) forse scheuren. De zijmuur werd ingepakt met zware balken en grote trekstangen door de lokalen aan die kant hielden alles op zijn plaats. In augustus 1981 werd in Slotermeer de dr. J. Koopmanschool opgeheven en verhuisde de dr. M. B. van ’t Veerschool naar de Slotermeerlaan.
Het lege gebouw aan de Haarlemmertrekvaart werd na verloop van tijd waarschijnlijk in brand gestoken, nadat vandalen het al behoorlijk gestript hadden. Na de brand werd het gebouw gesloopt, alleen de gymzaal bleef staan. Het gebouwtje was nog in goede staat en van veel latere datum dan het schoolgebouw. Door de jaren heen zijn er verschillende plannen geweest om het terrein te bebouwen, maar tot op vandaag is het een groen eilandje gebleven, onder aan het talud van de Ring-Oost. De gemeente Amsterdam verhuurde de gymzaal aan verschillende popgroepen en al gauw werd (‘The) Nits’ hoofdhuurder. The Nits is al jaren Amsterdams beste popgroep, met prachtige nummers als ‘Nescio‘ en ‘In the Dutch mountains‘. Omdat de school aan de Molenwerf stond, is de gymzaal omgedoopt tot ‘de Werf’. Er werd geoefend, er werden plannen gemaakt, reizen door Europa zijn er uitgestippeld en er werden verschillende albums opgenomen.
Een trieste aanblik; de hele oefenruimte is volledig in puin gelegd. Wanneer je het VERBODEN TOEGANG bordje wegdenkt, kan het ook een in puin geschoten gebouw in Oekraïne zijn. De drie Nits-leden lieten zich fotograferen voor de puinhoop een verklaarden dat ze door zullen gaan, deze brand is niet einde voor Hofstede, Stips en Kloet. Inmiddels zijn ze op Kloet na al 70, maar ze gaan door en hebben al plannen voor een nieuw album.
In 2008 verscheen een album over de afwas. Op de hoes staat hun oefenruimte, de oude gymzaal afgebeeld. Het dorpje Sloterdijk met de Petruskerk en de drukke Coentunnelweg geven goed de sfeer van de plek en ook de muziek weer.
Toch is het ook een mooi beeld van vergankelijkheid. Auto’s en gebouwen hebben het ooit dromerige dorpje Sloterdijk naar de marge gedrongen. Wie het nu heeft over Sloterdijk heeft het meestal over een groot NS station met daar omheen grote kantoorgebouwen.
Ook in Slotermeer is trouwens niets meer te vinden van de school waar we in 1981 introkken. Inmiddels staat er een modern schoolgebouw, dat luistert naar de naam ‘Veerkracht’. Zelfs het woord ‘gereformeerd’ is naar de achtergrond verdwenen, ook hier heeft vergankelijkheid toegeslagen. Toch worden op die school nog steeds Bijbelverhalen vertelt aan de leerlingen en worden er liederen gezongen tot eer van de Heer van hemel en aarde.



staat een trieste foto. Gelukkig kan men melden dat er een nieuw kruis is gemaakt, twintig jaar na de fusillade zal het worden onthuld. Enkele dagen later staat er een ingezonden van ene Jan Rot in Het Parool. Schijnbaar is er gesuggereerd een inzameling te houden voor een meer duurzamere oplossing. Maar ook toen was er een bulderende storm en striemende regen en Rot zegt, dat hij waarschijnlijk door de verslaggeefster niet goed verstaan is. “Ik heb gezegd (mag het even?): „De drie mannen verdienden een monument van duurzamer materiaal en van meer allure. Zouden de vriendinnen en vrienden, indien zulks gewenst wordt met ons afdelingsbestuur, de koppen niet eens bij elkaar kunnen steken om, in dit verband een initiatief te nemen?”.Wij willen dus géén inzameling”, onze plannen gaan een heel andere richting uit.” Ma Verkuijl en mevrouw Elias, de beide weduwes waren er bij die dag. Toch is zijn oproep door de storm verwaaid.

Afgelopen zaterdag reed ik langs de plek waar Veerkracht heeft gestaan. De parkeerplaatsen waren vol, maar op het trottoir bij het toegangshek was gelukkig nog een plekje. Toch even kijken, schoot door mijn hoofd. De plek en het weer waren beide droevig, een grote kale vlakte met alleen nog de platanen, die we ooit met actiegeld lieten planten. De platanen zijn al jaren niet meer onderhouden en maken het nog triester nu ze bladloos zijn. Net als de vorige keer toen ik hier was, speelt een psalmregel door mijn hoofd, “Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer…”. Een regel uit psalm 103. Geen idee eigenlijk of deze psalm is te linken aan een gebouw dat is afgebroken en dat sentimentele gevoelens oproept. In de psalm gaat het over een bloem op het veld, die verdort en troosteloos knakt en uiteindelijk verrot. Geldt dat ook voor een schoolgebouw?
Een aantal straten in de buurt waar de school stond, zijn inmiddels op de schop gegaan. De kleine bejaardenwoninkjes die naast de school stonden hebben het ook al niet overleefd. Een lelijke 21e eeuwse architectuur heeft de plaats ingenomen en de mooie brede groenstroken staan vol beton. Zoals op veel plaatsen in tuinstad Slotermeer is ‘verdichtingsbouw’ tegenwoordig nog steeds in zwang. Ooit kregen we rondleidingen door het groen van de tuinstad, maar helaas verdwijnt er steeds. Cornelis van Eesteren, een van de bekendste architecten van de tuinsteden heeft het ooit zo mooi ontworpen en gelukkig maar is daar nog steeds aandacht voor. Er is een van Eesteren Museum en Suzanne Jansen (van het Pauperparadijs) schrijft erover in haar nieuwe boek.
Slotermeerlaan 160 is inmiddels een kale en woeste vlakte. Her en der liggen grote hopen beton, alles wat onder het maaiveld zit moet geruimd. De pneumatische boorhamer op de graafmachine doet de grond trillen. Met juf Joke probeer ik te achterhalen waar alles ook al weer zat. Enigszins herkenbaar is nog de ingang bij de kleuterlokalen. In een gat ontdekken we de watermeter, het witte dekseltje zit er nog keurig op. Meer naar het midden van het terrein is een diepe kuil, daar moet de verwarmingskelder hebben gezeten. Joke heeft gehoord dat de sloper fors moeite had met de vloer waar ooit een zwembad heeft gezeten. Toen de Hervormde Schoolvereniging ooit de Koopmansschool liet bouwen was het toenmalige hoofd der school een fervent voorstander van zwemonderwijs. Daarom was er naast de gymzaal, met extra grote afmetingen, een klein instructiebad. Toen wij er als van ’t Veerschool in trokken lagen de kurken voor beginnende zwemmers ergens in een hoek, maar de apparatuur voor het zwemwater was al jaren niet meer gebruikt. Na de grote renovatie in 85/86 werd het zwembad eruit gehakt en werden op deze plaats de douches gebouwd.

Ik kan het niet laten, ik wil weten hoe het er voor staat aan de Slotermeerlaan. Afgelopen vrijdag stonden er nog twee lokalen. Een kleuterklas en boven groep 3. De vloer, het plafond, lag al beneden en de sloper trok en knipte met zijn machine de hele zaak aan stukken. Ik probeerde mij voor de geest te halen welke juffen daar allemaal hadden les gegeven en hoeveel kinderen daar wel gezeten hadden, hun eerste woordjes lerend , tellen tot 10, tot 100en hoeveel psalmen en bijbelliedjes er luidkeels werden gezongen… Begonnen in 1981 en twee jaar geleden verhuisde de school naar een andere locatie in verband met de sloop. Beetje rekenen, minstens 25 leerlingen per jaar; dus ongeveer 550 à 600 leerlingen hebben een lokaal gevuld in de jaren van de van ’t Veerschool/Veerkracht.
Vandaag is het hele gebouw weg. Toevallig loop ik oud-leerling Daan tegen het lijf als ik kom aanfietsen. Hij zag bouwkranen bezig op de plek waar hij ooit naar school ging en zag opeens dat alles verdwenen was door de sloophamer. We halen herinneringen op en gaan twintig jaar terug in de geschiedenis. Daan woont in Amsterdam en werkt voor een jonge christelijke kerk in het Centrum. Hij is dankbaar voor wat hij geleerd heeft op de toen nog dr. M.B. van ’t Veerschool. Hij vraagt zich nog steeds af wie dat was. We nemen allebei foto’s omdat zo’n sloop heel veel aan herinneringen oproept.

Omdat ik vandaag toch in Amsterdam-West moest zijn, ben ik maar even doorgefietst naar de Slotermeerlaan. Al twee jaar lang stond het gebouw van GBS Veerkracht leeg en juf Joke appte me dat de sloop was begonnen. Het plan voor nieuwbouw ligt al een paar jaar klaar heb ik gehoord. Voor zover ik weet gooiden vleermuizen in eerste instantie roet in het eten. Die zagen blijkbaar platgooien niet zitten. Toen ik vanwege een burn-out in het najaar van 2010 stopte, was er van sloop nog geen enkele sprake. Er waren wel steeds plannen voor een forse verbouwing en update, maar blijkbaar is nieuwbouw nu toch ‘goedkoper’.
Vanaf de zijlijn heb ik daar zo mijn gedachten bij. Slotermeerlaan 160 was een geweldig schoolgebouw, zo degelijk maken ze ze niet meer tegenwoordig. Ik vergeet nooit dat we in 1981 voor het eerst gingen kijken in de toen behoorlijk verwaarloosde “Koopmanschool”. Wij vonden het ondanks de gaten in de vloer en de verouderde toiletruimtes een kolossaal gebouw en een grote vooruitgang. Waar we in het oude schoolgebouw tegenover toenmalig station Sloterdijk lokaaltjes hadden van 6,5 meter in het vierkant kregen we nu lokalen van 8,5 meter in het vierkant; ruim en licht. Een paar jaar later werd het “nieuwe” gebouw volledig verbouwd, dat was in het seizoen 1985-1986. De lokalen werden toen volledig gestript, alles werd vernieuwd; raamkozijnen, plafonds, vloeren en natuurlijk de toiletten. Voor bijna anderhalf miljoen gulden werd er aan verspijkerd. Ik ga niet becijferen wat er na de invoering van de euro nog allemaal is verbeterd, maar dat is niet mis.
Nu hangen de elektrische zonweringen troosteloos voor de ramen. De sloper vond ze er nog zo goed uitzien, ze zijn nog geen tien jaar oud. De gymzaal ligt inmiddels in puin en in de rest van de school is het een troosteloze bende. Mijn timmermansverstand zegt dat het kapitaalvernietiging is. Natuurlijk krijgen de leerlingen en het team straks een splinternieuw gebouw, maar hoeveel zou het gekost hebben wanneer het nu gerenoveerd zou worden? Wanneer er een mooie entree zou zijn gemaakt, zonder personeelstoilet? Is het nostalgie omdat ik er zoveel jaren heb gewerkt? Dat onze kinderen daar allemaal hun basisschooltijd hebben doorgebracht, alle feesten die we er als schoolgemeenschap vierden, de verhalen die er verteld zijn, maar ook de verdrietige gebeurtenissen, het speelt me door het hoofd wanneer ik de bijna ruïne nog eens bekijk. Ik wordt er verdrietig van en het maakt weemoedig; een tijdperk is voorbij.





