Categorie: kerk

synode 2

Afgelopen week ben ik weer twee dagen naar de synode geweest. Vrijdag en zaterdag was het weer zover. Van tevoren waren we bedolven met allerlei stukken in Dropbox zodat we ons konden inlezen. In de wandelgangen hoorde ik van iemand die tot midden in de nacht achter zijn laptop had gezeten. Maar dan ben je toch te laat begonnen, was de algemene conclusie. Voorstudie is vereist, want anders kun je beter thuisblijven heb ik wel ontdekt. Je moet gewoon weten welke onderwerpen op het agenda aan de orde komen en daar ook de inhoud van kennen. Natuurlijk kun je je voorbereiding zo breed en uitgebreid doen als het je zelf goed dunkt. Er zijn afgevaardigden die bij elk onderdeel diep de geschiedenis induiken. Ze hebben er plezier in om uit te zoeken hoe de Synode van Emden (1571) of de Synode van Dordrecht (1618-19) bepaalde problematiek behandelde en formuleerde in regelingen. Andere afgevaardigden hebben een voorliefde voor Acta’s van de Gereformeerde Kerken na de Vrijmaking en kunnen daar hele stukken uit citeren. Zelf houd ik erg van geschiedenis, maar oude acta’s induiken gaat me toch net een stap te ver. Maar in onderlinge discussies is het wel heel handig om goed op de hoogte te zijn van wat ter tafel ligt. Ik wil niet beweren dat alles even interessant is, maar onderschrijf wel dat het belangrijk is dat zaken in de kerk goed geregeld worden.

foto RD

De praktijk leert trouwens dat een Kerkorde en de daarbij behorende regelingen alleen op tafel komen wanneer er verschillen van mening zijn of in het ergste geval wanneer een geschil uitmondt in onenigheid of ruzie. Op zo’n moment moet je kunnen terugvallen op een goede regeling en instanties die advies kunnen uitbrengen en eventueel kunnen rechtspreken. Dominee Jan Mudde uit Enschede vergeleek het met de KNVB. Deze voetbalorganisaties heeft heel veel regels en regelingen, maar ook afdelingen en een landelijk bestuur. De plaatselijke kerk zal het allemaal van afstand een beetje een gedoe vinden, net zoals een pupillenteam zich ook niet druk maakt om alle organisatie van de KNVB. Een mooie vergelijking, die gelijk ons werk op de synode relativeert.
Vorige week konden we op vrijdag de hele Kerkorde voor de Nederlandse Gereformeerde Kerken vaststellen. Het laatste heikele puntje over wie er niet en wel bij de kerkenraad horen, was opnieuw geformuleerd en werd zonder veel gedoe aangenomen. Daarna kwamen allerlei regelingen (voor elk organisatorisch onderwerp is er wel een regeling bedacht) aan de orde. Dat gaat van een regeling over emeritering van een predikant tot een regeling waarin staat wat je ouders moet vragen bij het dopen van hun kind. Over dat laatste onderwerp werd natuurlijk weer flink gediscussieerd, dominees willen graag laten weten dat ze theologisch onderlegd zijn.

In het ND van vrijdag 20 januari

Toch is naar mijn idee hoe kerkleden tegen hun eigen kerk aankijken en er mee omgaan belangrijker . Wat voor plaats neemt de kerk in hun leven in en hoe voelen ze zich daarmee verbonden? Het is zinvol om in de plaatselijke gemeentes een plek te geven aan het kerkverband, maar  vervolgens iedere keer weer te beseffen dat we kerk zijn in een tijd die nauwelijks nog iets heeft met God en zeker niet met ‘gereformeerd’ zijn. Veel christenen kiezen of zijn lid van een kerk omdat ze zich daar goed bij voelen. In veel gereformeerde kerken zitten mensen die geen idee hebben wat de historische achtergrond van het woord gereformeerd is. Kerk zijn is voor velen denk ik; samen met andere gelovigen, christenen, Jezus volgen. Samen zingen en samen op zondag de maaltijd van de Heer gebruiken en daarnaast goed zijn voor je medemens.  Dat zal voor velen de kern zijn.
Het ND prentje in de krant van vandaag, zet aan tot nadenken. De kerk is beslist niet 2D, zeker wel 3D en waarschijnlijk ook wel 4D.

Voor wie meer wil weten kan op de website van de synode lekker grasduinen.  https://lv-gs2022.nl/ Op vergaderdagen is er zelfs een livestream.

Fred – 2022 – in memoriam

Fred aan het schilderen bij de duinen van Groet (foto met dank aan Hennie Luchies)

Wanneer ik ’s morgens sinaasappels sta te persen, kijk ik vaak automatisch even naar buiten en scan de straat. Al bijna een half jaar mis ik onze overbuurman Fred. Hij staat niet meer te rommelen of te wassen bij zijn groene Toyota en we houden geen babbeltje meer over de kleinkinderen of een tochtje naar Groet. Op 20 juni, we waren net terug uit Frankrijk is Fred plotseling overleden. Fred was een van de bewoners in onze straat die al er sinds het begin woonden (eind jaren 70 vorige eeuw). Zij kochten de woning toen voor ongeveer 100.000 gulden, omdat ze nog een premie A-woning subsidie kregen.  Dat is waarschijnlijk ook de reden dat nog bijna een derde van de eerste bewoners nooit meer is verhuisd. Zes van de 33 woningen op ons ‘hofje’ worden inmiddels door één persoon bewoond en 15 van de 33 door twee personen. Meer dan de helft in onze straat woont dus ‘scheef’. Maar dat terzijde.

Fred zou vandaag 83 zijn geworden en wanneer we zondagmiddag gelukkig weer onze traditionele Boekweidonk-nieuwjaarsreceptie kunnen houden, zullen we hem missen. Het Parool en ook het Diemer Nieuws schonken ruim aandacht aan het sterven van deze markante Diemenaar. Jarenlang was Fred meester-stucadoor en toen dat niet meer ging, volgde hij zijn hart en ging doen wat hij altijd al had willen doen; schilderen. Vaak hebben we hem weg zien fietsen met een ingepakt doek achterop. Aan één van de grachten van Amsterdam zocht hij dan een plek voor zijn ezel en ging schilderen. Heel veel mooie plekken heeft Fred vastgelegd, maar nooit was het naar zijn idee goed genoeg en verkopen deed hij al helemaal niet. Gelukkig heeft zijn jongste zoon het plan, om een keer een tentoonstelling te organiseren van het werk van zijn vader.
Naast het schilderen had Fred nog een grote liefde, zijn Otten-caravan. Model Zwerver (1974 volgens Wikipedia) en de buitenkant nog gemaakt van masonite (met olie geïmpregneerd hardboard). Voordat Fred en Greet op vakantie gingen werd de caravan van stal gehaald en uitgebreid in gereedheid gebracht. Soms logeerde hij met een van zijn kleinkinderen een nachtje voor de deur. Door de jaren heen werd er steeds weer wat opgeknapt en de caravan heeft zelfs een keertje helemaal op zijn kant gelegen om het onderstel te vervangen. Vanwege corona en ook vanwege Freds afnemende gezondheid hebben we het sleurhutje al een paar jaar moeten missen. Fred wilde graag oud worden, minstens honderd. Maar hij leefde ook in de veronderstelling dat er na dit leven niets meer is. Voor hem dus geen uitgebreide begrafenis, maar wel een mooie kaart met prachtige herinneringen. In jaaroverzichten zullen we zijn naam niet tegenkomen, maar wij noemen Freds naam met ere.

2022 loopt ten einde, in onze vredige straat merken we weinig van allerlei crises. Op verschillende daken liggen inmiddels zonnepanelen en veel buren zetten toch ook maar hun verwarming lager. Langs de Weespertrekvaart staat echter nog steeds een stil protest tegen de oorlog in Oekraïne. De oorlog gaat nog steeds door en dat geeft zo’n triest gevoel.

2022 was ook het jaar dat de verbouwing en uitbreiding van onze Oosterparkkerk afgerond kon worden. Begin september was er een officiële opening waarbij het orgel prachtig werd bespeeld door Jeroen Koopman. Aan het eind klonk de 6e sonate van Mendelsohn (bewerking van het Onze Vader), dat ook in 1904 werd gespeeld toen de Doopsgezinden het gebouw in gebruik namen. Zaterdag 3 september was er een reünie en feest voor belangstellenden. Met dankbaarheid kijken we terug op het hele proces. De kerk is prachtig en nog steeds staan bezoekers versteld van de rust dat het gebouw uitstraalt. Helaas hebben we de ramen niet van  dubbele beglazing kunnen voorzien, de monumentale status van het gebouw legt helaas allerlei beperkingen op. Gelukkig kunnen we het in de aanbouw op de ‘Open Ochtenden’ nog wel behaaglijk warm stoken.

Een paar weken terug waren we op bezoek bij vrienden in Duitsland. We hadden een appartementje gehuurd in Deideshem. Deideshem ligt midden in het gebied dat ‘Weinstraße’ heet. Het wemelt daar dan ook van de wijnhuizen en dorpjes met een Winzerverein. Heerlijk om daar inkopen te doen natuurlijk. Daarnaast is het ook een mooi gebied om te wandelen. Zondagmiddag liepen we ook even de Katholieke kerk van Deidesheim binnen, de enige kerk die open was trouwens. Steenkoud binnen, maar wel een deur met een prachtig papier. Zo is het maar net, zo gaan we ook het jaar uit en een nieuw jaar in. We weten ons gezegend door de Heer van hemel en aarde.

Een mooi en gezegend 2023 gewenst!

De synode van Zoetermeer (LV/GS)

Het is een drukke maand voor iemand die bijna AOW heeft, maar gelukkig niet meer elke maand ook nog moet solliciteren. Bestuur dit en bestuur dat en dan was er in Amsterdam de afgelopen weken ook nog het vermaarde IDFA. Gelukkig zijn er dan op TV extra veel mooie documentaires, maar helaas weer op hele rare tijden. Ondertussen moeten we ook al denken aan de viering van de naamdag van St. Nicolaas.
Al weer maanden geleden, toen we genoten van een heerlijke vakantie tussen de lavendel en kerrievelden, kreeg ik de vraag of ik beschikbaar was voor ‘de komende synode’. Als lokkertje vertelde mijn geliefde predikant erbij dat het een korte synode zou zijn en ook een hele bijzondere. Dat laatste heeft te maken met de heuglijke gebeurtenis van het samenvoegen van twee kerkverbanden. Wanneer ik dat laatste aan niet-gereformeerden moet uitleggen kost me dat gemiddeld minstens een kwartier, maar dat terzijde. Een paar dagen na het telefoontje van onze pastor bleek ik door de PS-Midden verkozen te zijn als afgevaardigde.
Inmiddels zitten de eerste synodedagen er op en kan ik met enige afstand er een blog over schrijven. Toen we in juni genoten van het warme zuiden, kwamen we regelmatig langs het opgeknapte kapelletje van St. Martin de Castillon. Geen idee waarom men het heeft gerenoveerd, midden in het dorp staat een redelijke grote dorpskerk en in het kapelletje kunnen nog geen 20 mensen schatte ik in. De voordeur zit ook altijd op slot, dus we hebben niet binnen kunnen kijken. Een gezamenlijke synode/landelijke vergadering is er niet te houden. Toch is de kapel in al zijn eenvoud een getuige van Gods aanwezigheid in deze wereld, zo ervaar ik dat tenminste. Nu heeft die kapel in de Luberon natuurlijk helemaal niets te maken met een LV/GS in ons kikkerland. Maar waar in Zuid-Frankrijk de kerk een verschijnsel in de marge is en een opgeknapte kapel een mooie toeristische bezienswaardigheid is uit lang vervlogen tijden, is inmiddels ook de kerk in Nederland iets in de marge. In geen enkele talkshow heb ik een item over de LV/GS voorbij horen komen. Ook de grote landelijke kranten gaan aan dit gebeuren voorbij en alleen in het RD (Reformatorisch Dagblad) en het ND (Nederlands Dagblad) valt er iets over te lezen. En in het ND ging trouwens redelijk veel aandacht uit naar kerken binnen de GKv die niet mee willen  met een hereniging met de NGK.

Toch zou een verhaal over de synode niet misstaan bij bijvoorbeeld OP1 of Nieuwsuur. Moet men eerst waarschijnlijk uitleggen wat een ‘synode’ is. Bij één van de laatste afleveringen van ‘2 voor 12’ zaten de kandidaten elkaar glazig aan te kijken toen naar de term synode werd gevraagd en werd het een opzoekvraag.
Het is dus best bijzonder wanneer twee kerkgenootschappen die ruim vijftig jaar geleden met knallende ruzie uit elkaar zijn gegaan, weer bij elkaar komen. En dat laatste gelukkig zonder al te veel kleerscheuren. Zeker aan ‘vrijgemaakte’ kant zijn er leden die bedenkingen hebben bij het naderende samengaan, maar over het algeheel zijn dat toch geluiden in de marge. En het ingewikkelde bij de tegenstanders is dat er ‘in beton gegoten’ standpunten worden ingenomen zodat discussie haast onmogelijk is.  En het idee om gewoon mee te gaan in de verenigde kerk en je daar dan sterk maken voor een ‘behoudende’ koers, dat wil er bij deze vrijgemaakten niet in. Ik wijt dat aan het klimaat van de afgelopen 50 jaar dat een flinke eenzijdigheid in zich had. Het kerkelijk leven was ondanks alle ontwikkelingen toch wel typisch vrijgemaakt. En nu de kerken, misschien ook wel met hulp van de vereniging met de NGK, dat ‘vrijgemaakte’ van zich af willen schudden, zijn er broeders en zusters die daar toch erg aan gehecht zijn. Wat opvalt is dat het vooral om regels en het handhaven van regels gaat. De vraag die speelt bij sommigen is of we elkaar in de ‘nieuwe kerk’ (het is natuurlijk helemaal geen nieuwe kerk, mar een voortzetting van twee kerken), niet te veel vrijlaten.

Voor een bestuur moest ik een verzendlijst maken naar alle kerken in Amsterdam. Daarvoor heb ik het hele bestand van de ‘Kerkengids Amsterdam‘ doorgeworsteld. Een leuke en ook interessante bezigheid. Wat een veelkleurigheid en wat een liefde ook voor de eigen gemeenschap. Veel kerken in de hoofdstad van ons land presenteren zich zelfbewust van als kerk waar de woorden van het evangelie gepraktiseerd worden en waar onze heiland Jezus Christus wordt verkondigd. Om een betrouwbaar adres te achterhalen moest ik regelmatig een websites bezoeken. Verschillende filmpjes met pastores die luid hun stem verheffen, heb ik in een flits voorbij zien komen.  En het voelt ook ongemakkelijk, zoveel groepen en kerken, die allemaal hun waarheid verspreiden. Kerken met hun verschillende achtergronden, zich katholiek of orthodox noemend of protestant of evangelisch…. Voor elk wat wils lijkt het wel. Wat zou het mooi zijn als er tussen die bijna 300 kerken in Amsterdam meer eenheid zou zijn. Meer erkenning en contact, omdat ze allemaal willen leven vanuit één Evangelie.

In ieder geval zijn we op weg naar eenheid tussen twee kerken. Na kennismaking in Elspeet en een officiële opening van de synode in Zoetermeer, konden we halverwege deze maand ons buigen over wijzigingsvoorstellen voor een nieuwe kerkode. Veel gedoe leverde dat niet op. Een volgende vergadering wordt het laatste hoofdstuk van de kerkorde nog besproken. Daarna komen nog allerlei regelingen ter tafel, maar het meest interessante deel zal gaan over hoe de verenigde kerk er straks uit zal zien. Over dat laatste valt best nog wel wat te te filosoferen, maar dat is voor een volgende keer.

Lichtstraat

Het is zover, het dak van de aanbouw bij de kerk zit er helemaal op, aannemer Kees heeft een paar weken terug de lichtstraat in elkaar gezet. Omdat het linker glas-in-loodraam in de kerkzaal volledig vrij moest blijven had de architect een slimme oplossing bedacht. Een stukje oud dak behouden en om toch licht te krijgen in de nieuwe aanbouw, een groot schuin raam bedacht als verbinding van de consistorie met de nieuwe aanbouw. Door het raam kijk je naar boven en zie je de ramen van de soos; de voormalige huiskamer van de kosterswoning en ook het glas-in-lood raam. Een mooie term voor dit raam; lichtstraat!
Daarmee zijn we de laatste fase van het renovatieproject ingegaan. Niet opk-ers die de kerkzaal in ogenschouw nemen, zijn elke keer weer verbaasd over de rust en de schoonheid die het inmiddels uitstraalt. Nu de ruimte naast de kerkzaal nog.

Ooit begonnen de verbouwplannen eigenlijk steeds bij de keuken. Tenminste dat wat voor keuken doorging. Het was een laag aanrechtblad, ongeveer een halve meter diep en beslist niet op de huidige voorgeschreven werkhoogte van 92 centimeter. Wel was het een stukje vakmanschap, terrazzo ter plekke gegoten en gepolijst. Wanneer je moest afwassen was dat een aanslag op je rug. Je kon ook maar met tweeën het smalle keukentje trouwens. Soms werd dan ook een  teil water in de kerkenraadskamer gezet om de afwas te doen. Ondanks het feit dat het zorgde voor een mooi gemeenschapsgevoel, zijn we blij dat er straks een professionele vaatwasser kan worden geïnstalleerd. Ook is het gebruik van plastic bekertjes dan niet meer toegestaan. En de prachtige ruimte die door de aanbouw ontstaat is straks een geweldige plek om na de dienst koffie te drinken, te vergaderen en op open ochtenden te functioneren als buurtcafé.

‘Lichtstraat’, de term zet aan tot filosoferen. Al googelend kwam ik een mooie wervende tekst tegen: “De trend in 2022 – lichtstraten!” Als kerk doen we het dus goed. Je kunt ook bedenken dat je op deze manier mooi zicht op boven, op de hemel houdt. Wanneer je straks er recht onder gaat staan, zie je dat ook boven Amsterdam de wolken voorbij drijven, de hemel soms donker is vanwege zware bewolking en soms zul je de regenboog zien!

Amsterdam gebouwd op palen… nu de aanbouw nog!

“Amsterdam, die grote stad, is gebouwd op palen
Als die stad eens ommeviel,  wie zou dat betalen?”

Johannes van Vloten zette dit liedje in zijn ‘Baker- en kinderrijmen’  in 1894 op papier, het is dus al heel oud. Vanaf het begin dat er mensen woonden aan het IJ, waarschijnlijk meer dan  800 jaar geleden, wisten de bewoners, wil je bouwen op deze drassige bodem, dan moet dat goed gefundeerd met palen. Amsterdam staat trouwens helemaal niet op honderd palen, er bevindt zich een oerwoud van vele duizenden houten en betonnen palen onder onze hoofdstad. Het Paleis op de Dam alleen al, schijnt door 13.569 houten heipalen stevig op zijn plek te worden gehouden.

Dat hele palen gedoe was dan ook vele jaren een argument om de keuken van de kerk niet uit te breiden. Menige discussie die werd aangezwengeld stuitte op onbegrip en angst voor veel te hoge kosten. Heien in de tuin? Onmogelijk, was het antwoord. Inmiddels weten we beter, 29 oktober was het eindelijk zover. Er lagen voorstellen om de heimachine over de kerk heen te tillen, maar dat werd nogal een forse kostenpost. De heifirma had van te voren alles goed bekeken en het zou door de kerk moeten kunnen. De prachtig gerenoveerde vloer werd goed afgedekt en zo reed de heimachine langzaam door onze kerkzaal. De aannemer had een stuk muur verwijderd in het kleine halletje en na wat manoeuvreren ging de eerste paal de grond in. Eigenlijk waren het gewoon grote ijzeren buizen, waarvan de eerste aan de onderkant dicht is. Emmertje met grind er in en het heiblok doet de rest. Wanneer de eerste buis van drie meter er bijna inzit, wordt de volgende erop gelast. Zo nu en dan gaat er nog een extra emmer grind in en wanneer de paal ongeveer 13½ meter in de grond is verdwenen, zit hij op een stevige zandlaag. Zo ging dat tot viermaal toe en moesten de palen alleen nog gevuld met beton. Een eenvoudig proces, maar boeiend om te zien. Die heimachine was al met al niet breder dan een meter. Waar er ook geheid moet worden in Amsterdam, vrijwel altijd vindt men wel een oplossing.

Inmiddels heeft de aannemer de bekisting ook geïnstalleerd, in feite gewoon kisten van piepschuim. Ook het betonijzer zit er al in, dus nu is de betonfirma weer aan de beurt. We hopen dat het proces een beetje voorspoedig verloopt. De laatste tijd is er nogal een tekort aan allerlei materialen en de aannemer is ook nog met en andere klus bezig. Het gaat dus echt stap voor stap. Ook moeten we aan de gang met een ontwerp voor de keuken, want de aannemer moet natuurlijk weten waar allerlei aansluitingen moeten komen. Wanneer alles meezit kunnen we over drie á vier maanden de nieuwe ruimte in gebruik nemen en op zondag weer gewone porseleinen koffiekopjes gebruiken. Op www.steundeopk.nl kunt u volgen hoe het proces vordert. Mocht u nog een duit in het zakje willen doen, heel graag, want begrotingstechnisch zijn er nog wat gaten.

 

Een halve deurkrukstift met hamertje

Virgilius kleedt zich uit, om de krukaspotspiemoer te redden

Een van de leukste kinderboeken die ik verschillende keren in een schoolklas voorlas, was ‘Virgilius van Tuil’ geschreven door Paul Biegel. Ooit las Paul Biegel de verhaaltjes over Virgilius voor op de radio, moet rond 1980 zijn geweest. De verhaaltjes werden zo rond het het middaguur uitgezonden. Zelfs mijn ouders luisterden daarnaar met rode oortjes, ze vonden het nog beter dan Raden Maar van Kees Schilperoort, dat een paar jaar daarvoor van de zender was verdwenen. Helaas zijn dat soort pareltjes verleden tijd. Maar dat is een zijspoor. Er is een deeltje waarin Virgilius op zoek gaat naar een taart. Het prachtige woord ‘krukaspotspiemoer’ komt daar in voor. Een door Biegel bedacht woord en sommige leerlingen gingen het als vanzelf nazeggen; kruk-as-pot-spie-moer. Prachtig toch?!

Begin vorige week zat de nieuwe deurklink van de zijdeur van de kerk in plaats van horizontaal, verticaal naar beneden. Vreemd gezicht en ik kon hem vervolgens er zo aftrekken. Na enig onderzoek bleek dat de korte stift niet deed wat hij zou moeten doen. Om hem vast te zetten had de timmerman er een gaatje door geboord en daarmee ook het binnenste mechaniek stuk gemaakt. Met de stift naar de Pretoriusstraat gefietst. Daar zit sinds jaar en dag de firma Liefhebber, maar meneer Jansen is al jaren de baas. In deze winkel kun je echt voor alles terecht, van verfkwast tot schroef en van deurheng tot schakelaar. Meneer Jansen had al snel door waar het fout was gegaan. Hij had een betere oplossing, ‘een halve deurkrukstift met hamertje’. En tja, toen moest ik opeens denken aan die prachtige vondst van Paul Biegel; de krukaspotspiemoer. Door een inbusschroefje (aan de buitenkant) is het hamertje te stellen en klemt zich vervolgens vast in het krukgat. Er moest in dit geval een halve deurkrukstift gebruikt worden, omdat de kruk alleen aan de binnenkant zit. Aan de buitenkant zit een grote koperen knop, maar op een andere plek. Helaas was het inbusschroefje lam gedraaid en moest er een exemplaar uit Abcoude komen, daar is ook een Liefhebber winkel, waar zoon en broer van meneer Jansen de scepter zwaaien.
Eenmaal thuis was ik toch niet tevreden en daar ik de volgende dag toch de binnenstad in moest, ben ik bij firma Weijntjes (aan de Singel) binnengelopen. Weijntjes is een eldorado voor wie van mooi hang en sluitwerk houdt. Ik legde mijn ‘halve deurkrukstift met hamertje’ op de toonbank, waarna er een reusachtige la openging met tig soorten krukstiften. De versie die ik aangeraden kreeg was er een met een inwendige inbusschroef, om het hamertje te kunnen uitdraaien. Alleen thuis moest ik dan nog een gaatje boren, maar dat moest bij de versie Liefhebber ook. Dat laatste was nogal een gedoe, maar daar kunnen de firma Weijntjes en Liefhebber niets aan doen. Inmiddels is de kruk perfect gemonteerd en functioneert weer naar behoren. Waar vakmensen en specialistische winkels al niet goed voor zijn. Trouwens de boeken met de belevenissen van dwerg Virgilius, zijn tijdloos en nog steeds verkrijgbaar!

stemhulp

Het leverde mooie meditatieve momenten op achter de speeltafel van het Maarschalkerweerd-orgel in de Oosterparkkerk. Links beginnen en wanneer de orgelmaker “jaaaahh” roept, een toon overslaan en de volgende indrukken. Rechts aangekomen beginnen we overnieuw, maar beginnen we met een  zwarte toets. “Aanslaan…. volgende…. jaaahh…” en dat met Drents accent, want de orgelmaker woont nog steeds vlak bij onze geboortegrond. Halverwege sluit ik mijn ogen en droom weg, op de achtergrond het getik tegen de orgelpijp. Flarden psalmzinnen resoneren door mijn hoofd en schrik op van een volgende uitroep van de orgelmaker en druk snel de volgende toets in. Bij sommigen registers mag ik een loodblokje gebruiken, anders krijg ik kramp. “Laat zich ’t orgel overal – Bij het juichend vreugdgeschal, – Tot des HEEREN glorie, paren.” De oude berijming van psalm 150 zingt door mijn hoofd en ik probeer te bedenken wat toch ’tot glorie paren’ betekend. Tegelijkertijd besef ik dat de psalmdichter, die waarschijnlijk honderden jaren voor Jezus van Nazareth dit dichte, nog nooit van een orgel had gehoord of laat staan er één had gezien.
Twee dagen ben ik ‘stemhulp’ geweest en ga niet googelen op dat woord, want je verzeild in een eindeloze reeks sites met kieskompassen. En van Dale vermeldt alleen maar stemhoorn en stemijzer (waar stemhulp tussen zou passen), twee instrumenten die de orgelmaker meenam de orgelkast in. Maar zoek je stemhulp in combinatie met orgel, dan komen er allerlei sites voorbij die adviseren over het stemmen van orgels. Wanneer de orgelmaker zoiets in zijn eentje zou moeten doen, zou het hem weken kosten om een orgel te stemmen; stemhulpen zijn onmisbaar, in tegenstelling tot kieskompassen.

Het linker registerblok

De fase 1 renovatie van onze kerk loopt op z’n eind. Op dit moment moet hier en daar nog een druiper en een deukje worden weggewerkt. De lift voor rolstoelen functioneert, maar een onverlaat heeft wel drie tegels stuk gereden. Het orgel is het laatste project van fase 1. Twee weken geleden hebben we de gerestaureerde blaasbal en de grootste reguleerbalg weer in hun hok geplaatst; prachtig gerestaureerd in de werkplaats van de orgelmaker.  Na alle aansluitperikelen moesten hier en daar nog verschillende registers lekvrij worden gemaakt en de aansluiting van meerdere pijpen worden hersteld. Net als het kerkgebouw, dateert ook het orgel uit 1904. Het werd gebouwd door de bekende Utrechtse orgelbouwer Michaël Maarschalkerweerd. Deze orgelbouwer had in1890 het orgel voor het Concertgebouw, aan het Museumplein, gebouwd voor ruim 20.000 gulden. Ons orgel kostte volgens de archieven 7000 gulden. Echte orgelkenners beweren dat ‘ons’ orgel een kleine kopie is van het Concertgebouworgel. Uniek dus en waarschijnlijk heeft de toenmalige organist Louis Robert veel invloed gehad op de dispositie.

De klavieren, met daarboven knopjes voor de zwelkast.

De oorspronkelijke tekeningen van het orgel vertellen dat het echt een symfonische opzet had. Dwars door het orgel was een ‘zwelkast’ aangebracht om bepaalde stemmen harder en zachter te laten klinken. Verschillende onderdelen bevinden zich nog in het orgel, maar helaas is er veel gesloopt en is in 1958 een aantal stemmen vervangen. Er werd rigoureus gesloopt en vervangen, inmiddels hadden organisten een ‘modernere’ en andere muzieksmaak. Natuurlijk zou het fantastisch zijn om het instrument weer in oorspronkelijke staat terug te brengen, we zouden in Nederlands orgelland dan een uniek instrument in ons kerkgebouw hebben. Maar u zult begrijpen dat aan een dergelijke restauratie een fors prijskaartje hangt, wat al gauw richting de 200.000 euro loopt. Ideeën zijn welkom natuurlijk. Misschien moeten we maar eens beginnen een ‘Stichting tot Restauratie van het Maarschalkerweerdse OPK orgel’ op te richten.

Voor de orgelleken onder ons, de registerknoppen worden niet uitgetrokken, maar naar beneden gedrukt. Dat laatste zorgt er voor dat via verdeelkastjes en loden pijpjes er lucht in de betreffende orgelpijp komt als je een toets indrukt. Uiterst gevoelig en het het geeft ook windverlies. Op de laatste foto een kijkje in de speeltafel, waar je alle loden buisjes ziet lopen. Al met al een ingewikkeld systeem en tegenwoordig wordt pneumatiek in de orgelbouw niet meer gebruikt. Later is men overgestapt op elektrische schakelingen, maar voor de echte orgelbouwer is dat vloeken in de kerk. Tegenwoordig probeert men weer zoveel mechanische orgels te bouwen.

Blinde ramen

Eindelijk is het zover, de twee blinde ramen in ons kerkgebouw zijn klaar.  Ik had niet gedacht dat het zo goed zou lukken. Mijn idee was in eerste instantie om beide raamvlakken gewoon dicht te maken en ze dan te stuken. Je zou dezelfde soort vlakken kunnen maken als links en rechts van het podium. De monumentenmeneer ging daar niet in mee en achteraf is dat maar goed ook. Het effect is echt overweldigend.
Afgelopen vrijdagochtend was ik in het kader van de ‘open ochtenden’ in de kerk en er keek op een gegeven moment een ouder echtpaar om de hoek. Ze wilden niet verder komen en alleen maar even een blik werpen. De meneer zou terugkomen voor een orgelconcert, zegde hij toe. En de ramen vonden ze fantastisch. Later kwam Alex, de Russische pianist, binnengewandeld. Hij installeerde zich en begon zachtjes te spelen terwijl ik aan de laatste hoofdstukken van het leesclubboek bezig was. Aan het eind van een hoofdstuk dwaalden mijn gedachten weer naar dat orgelconcert. Ruim honderd mensen in de zaal, de kroonluchters gedimd of misschien wel uit en langzaam gloeien de twee blinde ramen op, ze zijn te bedienen met een app. Door de kerk golft muziek van Buxtehude, Bach, Händel,  Mendelssohn, Franck of Widor. Luisteraars wiegen zacht hun hoofd of tikken zachtjes mee op hun stoelleuning. Nog even dromen, de pandemie laat helaas geen volle zalen toe en ook moet er nog een keurige koffiegelegenheid komen, voor na het concert. Het orgel doet het trouwens nog niet, want de grote blaasbalg is nog in Drenthe om luchtdicht gemaakt te worden. Eind maart komt hij trouwens terug.

Uit de oude doos foto’s heb ik een mooie foto opgediept van het echtpaar Visser (met dank aan Nel Dijkstra). Zij werden in 1939 koster van de Oosterparkkerk, toen nog de Doopsgezinde Gemeente. Ze woonden in de kosterswoning, toen nog zonder de kamer die nu dienst doet als soos. Na wat gepuzzel kan het niet anders dan dat ze in de ‘kerkenraadskamer’ (consistorie)  staan, in de hoek waar de deur naar keuken en kerk is. Boven hun hoofd zijn boekenplanken en daarboven kijk je door het glas-in-lood raam de kerk. Het onderste gedeelte van de huidige blinde ramen waren dus ‘open’ naar de kamer er naast. Door het bovenste gedeelte keek je dus tot 1970, toen de kosterswoning werd uitgebreid, gewoon naar buiten.

NB Dominee Marinus ontdekte afgelopen vrijdag dat er in ‘blinde’ glas-in-lood ramen iets ontbreekt. Het was mij nog niet opgevallen, maar nu het led-licht van binnen uit de ramen verlicht, valt het opeens op. De bouwcommissie gaat uitzoeken of het alsnog aangepast gaat worden.

PS
Aanstaande woensdag zijn er verkiezingen. Voor wie nog niet weet hij of zij moet gaan stemmen; morgen of overmorgen zet ik nog een stemadvies online.

Op naar fase 2

Enkele lezers van mijn vorige blog waren benieuwd naar de voortgang van de verbouwing in de Oosterparkkerk. Nu is er de laatste weken ook weinig gebeurd, veel is al klaar en de laatste afwerkingen zijn hier en daar vertraagd door corona. De komende weken zullen wat betreft fase 1, echt de puntjes op de i worden gezet. Binnenkort hoop ik een mooie foto te laten zien van de ‘blinde’ ramen. Heel lang zaten ze verborgen achter dikke gordijnen, maar straks zullen ze in alle glorie oplichten. Achter de ramen is het netjes afgetimmerd en zijn er al gedeeltelijk led-strips aangebracht. Wanneer die zijn ingeregeld, kunnen de ramen er weer voor, ook de onderste ramen die in oude glorie zijn hersteld.
Ook zal binnenkort het nieuwe ‘liturgisch meubilair’ geplaatst worden. Naar die plaatsing kijken we wel heel erg uit, dat zal de kerkzaal echt afmaken. Inmiddels zijn wel alle toiletten bruikbaar. Waar we echt trots op zijn is het toilet dat gebouwd is op de plaats waar eerst twee kleine toiletjes waren. Die waren erg gedateerd en nauwelijks nog goed schoon te houden. Wanneer de coronapandemie voorbij is en we weer gewoon allemaal naar de kerk kunnen hebben we dus een prachtig toilet waar ook mensen met een handicap terecht kunnen en daarnaast in het gebouw ook nog twee andere toiletten. Eerstdaags zal ook een lift geïnstalleerd worden, zodat een rolstoeler gewoon naar binnen kan.

Inmiddels is het proces zo ver dat we ook willen beginnen met fase 2.  In fase 2 willen we de keuken vernieuwen en een uitbreiding realiseren op de binnenplaats. Probleem is wel dat we de afgelopen maanden toch ook onvoorziene zaken zijn tegengekomen. Op steundeopk.nl is goed te zien op de foto’s wat er allemaal al gebeurd is, maar ook dat we nog een tekort hebben om fase 2 te kunnen realiseren. Mocht u nog iemand kennen met een oude sok, kaart dan een mooie gift voor ons kerkgebouw eens aan.

Bewaren…… is ook niet alles, maar toch….

Mensen die mij wat beter kennen, weten dat ik eerder ben van bewaren, dan van weggooien. Ik word bijvoorbeeld heel erg blij als een broeder die kleiner gaat wonen mij opbelt en brochures aanbiedt uit de jaren 1966 en 1967. Het is al jaren terug toen een oudere zuster uit onze kerk kleiner ging wonen en een bijzonder behulpzame groep jongeren uit de kerk haar met de verhuizing hielpen. Achteraf bleek dat stapels brochures uit de tijd van de Vrijmaking en de kerkscheuring van 67 in de papiercontainer waren verdwenen. Ik kan daar niet tegen. Toen ik in 2011 met een burn-out thuis zat, bleek achteraf dat de ‘opruimers’ in de school, grote delen van het fotoarchief (ooit zo zorgvuldig opgebouwd door de heer Wietsma) in de oud-papierbak hadden gekiept. En later deed men dat ook met de laatste exemplaren van de herdenkingsbundel over 50 jaar gereformeerd onderwijs in Amsterdam. Ik kan niet anders dan dat ‘doodzonde’ vinden. Een aanhanger van Marie Kondo’s ideeën ben ik dus niet. Aan de andere kant heb ik helemaal niets tegen opruimen en netjes ordenen, alhoewel mijn lief daar soms anders over denkt.
Je hoeft maar een paar keer naar ‘Verborgen Verleden’ te kijken om te beseffen wat een dagboek, een aantekening, een foto  of een brief uit een ver verleden kan betekenen. Vandaag de dag zijn bijvoorbeeld foto’s zo gewoon geworden, dat we vergeten dat foto’s van onze grootouders en overgrootouders vaak erg bijzonder zijn. Laat staan dat je een foto of afbeelding hebt van je betovergrootouders, echt uitzonderlijk. Gooi dus nooit zo maar iets weg! (NB: Lezer Cees maakte mij attent op een tikfout in bed-overgrootouders. Ik vaar dan toch te veel blind op de de spellingscontrole. Cees kreeg een beeld van overgrootouders in bed… Excuses voor deze rare fout.)
Een paar weken terug heb ik mijn stapel krantenknipsels (van ongeveer drie jaar) doorgeworsteld, moest toch nodig eens worden opgeruimd.  Toen ik ooit in de eerste van de Pedagogische Academie zat ben ik al begonnen om knipsels te verzamelen, misschien was het trouwens al wel toen ik op de HAVO zat. Jaren daarvoor was dat ontstaan, omdat ik geïntrigeerd was door  alles wat met het Koninklijk Huis te maken had. In een afgedankt behangboek, die ik kreeg van mijn oudste zus, plakte ik allemaal artikelen en foto’s van onze koningin, in die tijd Juliana, en ook van de prins en hun dochters. Inmiddels is mijn liefde voor het koninklijk Huis niet meer van dien aard dat ik foto’s uitknip, of elke week naar Blauw Bloed kijk. Wanneer dat laatste programma op een ledenraadsvergadering van de EO ter discussie zou komen te staan, zal ik beslist geen warm pleitbezorger zijn. Toch is daar dus wel de liefde voor bladeren en uitknippen begonnen. In een bureaula boven heb ik trouwens nog een flinke stapel oude knipsels liggen. Ze gaan over kerkelijke gebeurtenissen, geschiedenis en ook over onderwijs natuurlijk. Ook bijzondere interviews zitten er tussen denk ik. Eigenlijk zou ik ook die stapel weer eens moeten selecteren. Er zitten ook complete kranten tussen, over een Elfstedentocht, de aanslag op de Twin Towers en de inhuldiging van Beatrix. Misschien moet ik het ook maar gewoon overlaten aan onze dochters om het later in de papierbak te gooien. Voor nu is het gewoon lekker om die knisperende stukken krantenpapier nog eens te lezen, te ruiken en dan te kiezen tussen schoenendoos of oud papier.
Ondertussen was Coos bezig om een aantal dozen op te ruimen waarin nog allemaal spullen van Harm zaten; diploma’s, stapels foto’s die hij maakte met zijn eerste camera, aantekeningen en werkstukken van de HAVO en de Hogeschool van Amsterdam. Maar ook kwam een stapel petten op tafel en zijn verzameling schaatsmedailles. Emotionele momenten en iedere keer twijfel over wegdoen of bewaren. De petten vonden gelukkig een goede bestemming in Vriezenveen en een doos met geselecteerde spullen zal zeker ergens op zolder blijven staan. Maar misschien ook is veel in te scannen en maken we er nog eens een album van.

Zo had ik ook een recensie uitgeknipt over de autobiografie van Barack Obama. Waarschijnlijk had Sinterklaas in mijn krantenknipsels zitten struinen, want met pakjesmiddag kreeg ik die dikke pil cadeau, inclusief een mooi gedicht! Zeker bij het opruimen is het leuk om dan het betreffende commentaar nog eens terug te lezen. Inmiddels had ik al zo’n honderd pagina’s Obama verslonden. Wat mij dan opvalt bij zo’n recensie is dat je sterk het idee krijgt dat de betreffende recensent het boek alleen maar doorgebladerd heeft, hier en daar een bladzij gelezen en vervolgens achter de computer een stukje in elkaar heeft gedraaid. Want echt alle bijna negenhonderd pagina’s gelezen, ik vraag het mij af. In het begin wisselde ik Obama af met ‘de Opgang’ en ‘Revolusi’, maar nadat ik het aangrijpende verhaal van Stefan Hertmans had verslonden, heeft Obama mij helemaal in zijn greep. ‘Revolusi’ heb ik ondertussen even weggelegd, maar wel de boeiende driedelige documentaire over laatste ooggetuigen van de Indonesische revolutie na WOII van David van Reybrouck bekeken. Mocht u die gemist hebben; ga terugkijken op npostart!
Maar terugkomend op Obama’s boek, dat is zeker een aanrader.  Natuurlijk is deze autobiografie een persoonlijk terugblik en daarom ook niet perse objectief. Met met vier jaar Trump achter ons, is het uiterst boeiend om te lezen hoe Obama in de aanloop naar zijn verkiezing als president eind 2008 al geconfronteerd werd met uiterst rechtse kiezers en het populisme dat zich uitte bij Sarah Palin, de running mate van John Mc Cain, zijn Republikeinse tegenstander. Op mij komt zijn verhaal eerlijk en authentiek over. Het is een uitgebreid verhaal en waar nodig ook met eerlijke en duidelijke zelfkritiek. Er werd natuurlijk ontzettend veel van deze president verwacht, en Obama is de eerste om toe te geven dat hij veel van wat hij beloofd had en echt wilde veranderen, niet gelukt is. Zijn start, midden een economische crisis was ongelooflijk zwaar en vervolgens had hij ook geen meerderheid in het congres. En dan toch optimistisch blijven  en doorgaan met het bevorderen van gelijkheid tussen zoveel verschillende bevolkingsgroepen, bijzonder. Al lezend zou je wensen dat alle Nederlandse politici iets van de wijsheid van deze bijzondere president zouden hebben.