De Afscheiding in Amsterdam

dissertatie
ds. H.P. Scholte

Waarom zou je stilstaan bij een geschiedenis van meer dan 150 jaar geleden? Zeker bij een boek over een gebeurtenis uit onze vaderlandse kerkgeschiedenis, kan je dat gevoel bekruipen. Maar toen een dominee uit Assen, Jan-Henk Soepenberg promoveerde op de Afscheiding in Amsterdam, was mijn interesse gewekt. Gelukkig kreeg ik niet veel later een boekenbon en kon ik het forse lichtblauwe boek aanschaffen. Een boeiend verhaal over kerkelijke perikelen en heel veel ook onderlinge strijd, volgend op de Afscheiding. De plaatsen waar het gebeurde in Amsterdam zijn nauwelijks terug te vinden. De suikerfabriek van de familie Scholte (waar veel stiekem werd vergaderd) heeft alleen een gevelsteen nagelaten en de eerste echte vergaderplaats, Bloemgracht 90 is al jaren een woonhuis met kantoorruimte. Toch gaan we op die plek nadenken over 1835 (Amsterdamse Afscheiding) en de gevolgen daarvan. Wat kunnen we er voor vandaag van leren? De nazaten van deze afsplitsing van de Hervormde Kerk zijn talrijk. In Amsterdam hebben we Christelijke Gereformeerde Kerken, Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), Nederlands Gereformeerde Kerken en ook de Gereformeerde Gemeenten. Natuurlijk komt ook een gedeelte van de PKN van oorsprong uit de Afscheiding voort. Genoeg stof voor de nazaten, om over na te denken dus.
Jan-Henk Soepenberg komt aanstaande vrijdag aan de Bloemgracht (nummer 90) over zijn onderzoek vertellen; aanvang 19.45 uur.
Titel: 
H.P. Scholte en de Afscheiding (1835) in Amsterdam. 

Over het verloop van een en ander zal ik na de 12e wel vertellen.

 

In memoriam Harm 1982 – 2016 (75)

Harm,

Het is twee jaar geleden en net als toen de hele dag mooi weer. Al dagen zit het in ons hoofd, ‘twee jaar al weer’. Woensdagavond kwam ik thuis en had Coos de film van de begrafenisbijeenkomst aanstaan. Mooi dat we dat nog eens terug kunnen zien, maar ook o zo verdrietig. Maar wat een prachtige verhalen over jou, sommige ben je al bijna weer vergeten, maar opeens zit het zomaar weer aan de oppervlakte. En dan die nummers, die van jouw ‘when I die-lijst’ kwamen, waarom dacht je trouwens dat je niet oud zou worden? Coos had al een hele tijd geleden aan vrienden van je gevraagd om iets aan herinneringen op te schrijven, en met ons te delen. Gisteren was er nog een reactie; het was eerst te moeilijk, schreef je vriend. Aan de ene kant doet dat goed, om te lezen en te horen hoe jij was en hoe jij er was voor anderen. Nog es te horen over hebbelijkheden en onhebbelijkheden.
Maar het had toch niet zo moeten zijn? Niemand had toch het recht om je dood te rijden? Jij kunt het niet navertellen. Wij denken maar dat het onverwacht kwam, zo uit het niets, dat je het niet eens gemerkt heb. Op de basisschool hadden we het je toch zo goed geleerd; eerst naar links kijken en dan naar rechts, daarna nog een keer naar links en als er dan niets aan komt, dan kun je oversteken. Waarom werkte het niet zo op die avond net na twaalven? Jij wist als geen ander hoe je je door het verkeer moest bewegen op je SUPERIA. Rugtas strak aangetrokken en gaan..
Soms zie ik je nog rijden, maar dan is het toch ingebeeld. Soms zou ik willen dat je naast me zit in de bioscoop, om daarna nog even te ouwehoeren over de film. Samen nog even snuffelen bij Scheltema met als afsluiting een speciale koffie. Momenten om te koesteren, want ze zullen niet meer komen. Hoe kwam het toch dat jij zo vaak zei: “Het komt wel goed!”. Wat ging er dan schuil in je grijze cellen en waar zwierven je gedachten dan heen?
Laatst vroeg de rechter van het Gerechtshof waarom wij willen dat de agent die jou aanreed, veroordeeld moet worden. Ik heb me wel eens afgevraagd wat jij daar nu van zou vinden. Zou jij het er bij hebben laten zitten? Je had zo een aantal praktijkgevallen bij de hand denk ik. De kwestie met de verhuiswagen aan de Admiraal de Ruijterweg, het verhaal over de taxichauffeur die je belaagde en later zomaar voor de deur stond.

Jouw leven is zo abrupt gestopt dat we het soms niet eens kunnen beseffen. De eerste dagen nadat je er niet meer was, werden we geleefd. En misschien zorgde onze Lieve Heer wel voor een extra stoot adrenaline. Stap voor stap werd het een deel van ons leven. We gingen lezen over rouw en verdriet, vrienden, familie, jouw vrienden, ze bleven maar komen. Je bent er en je bent er niet. Gisteravond hebben we gegeten met je vrienden en daarna zijn we van de Rozengracht naar de Nassaukade gelopen. Op de boom staat weer een groot zilverkleurig hart met je naam eronder. Een enkele wandelaar stond te kijken en een stel dat aan de overkant een huis inging liep wel twee rondjes. Moesten zij ook terugdenken aan die bizarre avond? Ach ja, de meeste auto’s rijden iets rustiger omdat de T-kruising compleet op de schop is geweest. Wat als….?

Afgelopen weken was ik bezig met het reviseren van de handleiding van Levend Water. De afgelopen warme zomermaanden had ik er nog geen zin in. Misschien heeft dat zo moeten zijn, de laatste weken moest ik me opnieuw onderdompelen in het ontstaan van de wereld, in het bijbelboek Job en ook in verschillende psalmen, waaronder ook psalm 121. Regelmatig kwam je dus voorbij in mijn gedachten. Gisteravond zat ik met een van je vrienden te praten over wat jullie samen gedeeld hadden over jullie thuis en daardoor ging het als vanzelf natuurlijk ook over kerk, over God en over gereformeerd. Echt mooi om te horen dat hij daar veel aan gehad heeft.
Manu Keirse, een van de goeroes die we lazen over verlies en verdriet, zei dat het ‘overleven’ is; letterlijk en figuurlijk. Job wist het ook niet meer toen hij in zak en as op de vuilnisbelt zat, zijn vrienden en ook zijn vrouw hadden geen oplossing. Maar uiteindelijk kwam God en leidde Job als het ware rond in Artis. Kijk naar de struisvogel, de leeuw, de luipaard; kun jij de specifieke eigenschappen  van die dieren evenaren? Nee dus en zo kunnen we God ook niet narekenen. Martijn zei het in de Westerkerk heel krachtig, precies zoals jij het soms ook zei: “Het komt wel goed!”. Zelfs de bergen bieden geen hulp, ondanks al hun uitdagingen, de hulp komt van omhoog, van hoger dan de hoogste berg.

Kyrie eleison

L’apparition, kijken in de ziel

Hebt u de laatste serie van “Kijken in de ziel” ook gevolgd? Journalist en interviewer Coen Verbraak  praatte in deze serie met religieuze leiders. Al weer een tijd geleden zag ik hem een paar keer op zondagmorgen afscheid nemen van zijn vriendin en wegrijden. Ik denk dat de laatste vlak naast onze kerk woonde. Wanneer je dan zo’n min of meer bekend hoofd opeens in een auto ziet stappen en zijn stem er bij hoort, ga je opeens bedenken waar je die man ook al weer van kent. Toen had ik er niet gelijk een naam bij, maar na de laatste serie vergeet ik die niet gauw meer. Vroeg me wel af waarom hij toen niet uit nieuwsgierigheid ons kerkgebouw een keer is binnengelopen om te horen en te beleven waarom gewone Amsterdammers, jong en oud, allochtoon en autochtoon daar op zondagmorgen daar bijeen komen.
Voor een ‘ingewijde’ was de serie trouwens wel erg voorspelbaar, maar hier en daar ook wel verhelderend waar het om de persoon van de voorganger ging. Prachtig vond ik de eerlijkheid van ds. Bottenbley, zeker wanneer zijn antwoord op een vraag lang uitbleef en hij al nadenkend en bijna schuchter een antwoord formuleerde. Zoals op de vraag of zijn moslim-schoonvader wel of niet in de hemel zou komen. Wat me ook opviel waren de toch wel gemakkelijke antwoorden van hulpbisschop de Jong over misbruik in de kerk. Je blijft je maar afvragen wat nu toch de relatie is tussen celibaat, biechten en de kijk op vergeving en genade en het kwaad van het kindermisbruik in de rooms-katholieke kerk. Natuurlijk kun je beweren dat christenen ook gewoon mensen zijn. Dat laatste beweerden trouwens alle religieuze leiders, de hindoepriester, de boeddhistische leraar en ook de rabbi. Allemaal zeiden ze dat hun ‘volgelingen’ toch ook gewoon mensen waren. Helaas ging Verbraak bij de Jong niet dieper op deze hele kwestie in. Waarschijnlijk wist hij bij de opnames ook nog niet van de laatste ontwikkelingen in de rooms-katholieke kerk, waarbij weer grote misstanden aan het daglicht kwamen. Voor trouwe gelovigen in deze kerkgemeenschap moet het toch als een zware last voelen. Het zal toch aan je gaan knagen, denk ik. Het straalt trouwens ook af op andere christenen, het komt allemaal zo ongeloofwaardig over voor mensen die niet ‘gelovig’ zijn.
In het Dagblad van het Noorden sloot Daniël Lohues zijn column zo af: “En toch, ik hou ermee op. Je kunt niks meer zeggen. Als ik bijvoorbeeld iets wil roepen over die vreselijke misbruikzaken door moslims in grote Britse steden, dan kan ik dat niet meer maken. Want kijk eens wat er gebeurt in de wereldwijde kerkgemeenschap waarbinnen ik zelf geboren ben. Ik schaam me. Het is vreselijk. Misschien moet ik het kruisje boven de deur maar weghalen. En mijn mooie Mariabeeld? Ook weg? Ik kijk Haar even aan en zie de troost van het verdriet in de ogen van Maria.”

Vooral het misbruikverhaal maalde door mijn achterhoofd toen ik in EYE de film L’apparition (de verschijning) bekeek onderging. En ook het beeld van ‘het verdriet in de ogen van Maria’. De film gaat over een Franse onderzoeksjournalist die een opdracht krijgt van het Vaticaan om te onderzoeken of er werkelijk verschijningen van Maria zijn geweest aan een achttienjarig meisje. Jacques, de journalist, komt opeens in een totaal andere wereld terecht. Hij versloeg oorlogen in het Midden-Oosten en verloor daarbij zijn beste vriend en collega. Maar nu moet hij proberen te achterhalen of het verhaal van de vrome Anna wel klopt. Het wordt een bijzondere zoektocht, naar waarheid, maar ook naar geloof.
De rooms-katholieke kerk komt er ook in deze film niet bijzonder goed af, maar het mooie is wel dat het daar door heen prikt. Wanneer je achter de rimram van beelden, kaarsen en en bijgelovige bedevaartgangers kijkt, zie je mensen die werkelijk bewogen zijn door Maria, de moeder van Jezus en door Christus zelf. Jacques ontdekt veel meer dan hij van te voren ooit bedacht had. Mensen laten hem zien wat het in je leven te weeg kan brengen om de weg van de Ene te volgen. Een bijzondere film die je in verwarring brengt en aan het denken zet, een aanrader dus! En de religieuze leiders uit ‘Kijken in de ziel’, die vrijwel overal een antwoord op hebben als het om hun geloof gaat, zouden ook de film moeten gaan zien en de twijfels en vragen van Jacques meenemen in hun volgende ‘preek’. 

Stef Blok, maak je borst maar nat!

Vanmorgen op Radio 1 een interessante discussie met Alex Brennikmeijer en cabaretier Patrick Nederkoorn. De laatste start binnenkort met zijn nieuwe theaterprogramma onder de intrigerende titel; ‘Ik betreur de ophef’. Natuurlijk kwam de affaire rond Stef Blok ter sprake. Beide sprekers waren van mening dat de minister van Binnenlandse Zaken, na zijn uitlatingen over integratie, veel te veel vast zit in het politieke machtsspel en spraakgebruik. Ook het hoofdartikel van mijn geliefde krant ging vanmorgen weer over de minister; zijn cynisme tast zijn geloofwaardigheid aan, was de conclusie.
Toch miste er iets in het hoofdartikel en daar legden Brenninkmeijer en Nederkoorn al een beetje de vinger de op. ‘Een beetje’ schrijf ik bewust, want het kan veel directer. Afgelopen zaterdag was John Jansen van Galen in het Parool veel explicieter. Hij riep Seegers en Pechtold op om minister Blok aan te vallen! Niet er om heen draaien, niet proberen de kool en de geit te sparen, maar gewoon eerlijk vertellen waar het verhaal van de minister mank gaat. Geef maar aan waar de ideeën van Stef Blok en de CU en D’66 uiteen lopen. Het zeer duidelijk Parool-artikel eindigt als volgt: “Ik zou zeggen: heren Pechtold en Segers, gord u aan, laat u niet door de oppositie van de wijs brengen, bestrijd de minister krachtig met open vizier, waarschuw hem dat hij van zijn opvattingen geen beleid moet maken en wens hem ten slotte meer wijsheid toe in zijn verdere politieke loopbaan.” Vooral de laatste zin is zeer terecht. De minister moet er van leren, zijn inzichten verdiepen en daarna rustig doorgaan met zijn werk.

Gisteren voegde de voorganger in onze Oosterparkkerk aan de hele discussie nog een Bijbels inzicht toe. Dominee Tim Vreugdenhil pakte er een verhaal uit Exodus bij. In het tweede hoofdstuk gaat het over de geboorte van Mozes, een Joods jongetje dat wordt geadopteerd door de dochter van de farao. Van deze geschiedenis kunnen we veel leren volgens Tim Vreugdenhil, omdat de Egyptische wereld van meer dan 3000 jaar geleden, veel lijkt op de onze. Niet alleen Stef Blok en andere politici kunnen leren van het Exodus verhaal, maar elke christen. Besef maar dat het moeilijk is om met andere mensen samen te leven, maar het moet wel! Het kan ook, dat leert het verhaal over de Egyptische prinses. Gewoon doen en steeds maar weer proberen het lijden van mensen die jij tegenkomt, een beetje minder maken. Ik hoop maar dat ook Seegers zich zo zal uiten, wanneer alle ophef in de bubbel van de Tweede Kamer weer losbreekt in september.
De preek van Tim is terug te luisteren op de OPK-site.  Het gaat om de preek van 19 augustus.

Rafelranden

Het was dan wel heel warm de afgelopen weken, maar dat heeft er ons niet van weerhouden toch regelmatig de fiets te pakken. Zo waren we een paar dagen in Zeeland bij onze kinderen op een vakantiepark in de buurt van Brouwershaven. Aangezien ik niet de hele ochtend in het zwembad wilde liggen, kon ik er heerlijk op uit met de fiets. In Kerkwerve, halverwege naar Zierikzee, was het stil, maar de bomen zaten in ieder geval nog goed in het blad. Genoeg schaduw om even weer bij te tanken. Eenmaal in Zierikzee was toch wel te merken dat de hittegolf veel mensen buiten de stad hield. De Nieuwe Kerk was gelukkig open vanwege een schilderijententoonstelling. Een vriendelijke mevrouw liet me zelfs het orgel horen via een CD en zo klonk opeens Medelsohn door het lege kerkgebouw. Binnen was het een stuk koeler en het glas water zat zelfs bij de prijs in. Voor de Sint-Lievensmonstertoren, naast de Nieuwe Kerk, hoefde ik niet te betalen om er rond te kijken. De mevrouw van de muziek en het water had mij attent gemaakt op de prachtige miniatuur van de oorspronkelijk Sint-Lievensmonsterkerk, die helaas door brand was verwoest. Je zou willen dat je de tijd terug kon draaien, want het was een magistraal en prachtig kerkgebouw. Voor een euro kon ik de Dikke Toren beklimmen. De kaartjesverkoper verzekerde mij dat de toren koel was en dat hij nog geen extra hulp had hoeven inroepen voor beklimmers vanwege de warmte. Met in mijn hand een verlepte bloem, nam ik de wenteltrap naar boven. Op 62 meter hoog mocht in de bloem naar beneden gooien en hiermee werd ik onderdeel van een kunstwerk. Aan de voet van de toren lagen her en der de verdorde bloemen… Mooi om te laten zien en mee te maken; verhef het ‘vergane’ tot kunst. Vanaf de toren, het was helaas net zo warm als beneden, had ik wel een prachtig uitzicht over het Zeeuwse landschap. Rechte wegen, afgemeten akkers, waarvan vele er nogal geel uitzagen. En zeker vanaf boven goed te zien; alles is benut, nergens een rafelrand te zien. Op mijn tocht terug viel het me nog eens op, alles is benut en alles ziet er netjes en verzorgd uit.
Op een warme zondagmiddag fietsten we het warme Diemen uit. Via de nette randen van IJburg reden we over de IJsselmeerdijk naar Muiden. Met verbazing hebben we daar staan kijken naar de verwoeste en verweesde volkstuintjes. We wisten niet beter of dit was een prachtige rafelrand. Rommelige tuinen wisselden goed onderhouden tuinen af en soms kon je zelfs groenten kopen en het geld achter laten in een kistje. Nu is het een grote puinhoop en je ziet de bebouwing oprukken. Ook Muiden ontkomt niet aan de bouwwoede blijkbaar. En ook hier van die ’21-eeuwse eenheidsworstbouw’, donkerrode steen afgewisseld met witte en puntgevels die iets authentieks moeten geven. Na de bouwvakvakantie zal de rafelrand wel plat gebulldozerd worden en in snel tempo worden volgebouwd met waarschijnlijk nog duurdere woningen, omdat ze een beetje uitzicht hebben op Pampus. Maar oh, wat jammer van deze boeiende rafelrand die daar altijd was. Hier en daar zijn de protestleuzen nog zichtbaar, maar de tuinbezitters zullen nu toch hun groenten bij de supermarkt moeten halen.

Bij het lezen van de laatste bundel non-fictie verhalen van Frank Westerman, moest ik regelmatig aan de rafelranden denken. Westerman schrijft daar op zijn boeiende manier prachtige verhalen over. En dat gaat van echte ja-knikkers bij Schoonebeek tot de moord op een boekverkoopster in Wageningen. De rafelranden van de samenleving, immers het wordt hier toch niet volmaakt; dat maakt zijn bundel ook zo boeiend. Die o zo gewone Nederlanders, vaak ja-knikkers, kunnen zo maar in het criminele circuit belanden, of ze komen terecht bij de kant van de nee-zeggers. Daarom is het zo jammer dat overal de rafelranden verdwijnen.
Zo hadden we jarenlang langs de Weespertrekvaart een heerlijk rommelgebied; een Eendengarage, een nederzetting van de Hells-Angels en allerlei loodsen met onduidelijke bedrijfjes. Er staan nu hippe, zeer kapitale villa’s, omgeven door hoge muren. O zo jammer. Gelukkig hebben we schrijvers als Westerman die in in ieder geval de verhalen levend houden. Laten we dat maar koesteren en proberen daar waar nog rafelranden zijn, ze niet te saneren.