#EIGELAND – voor een kinderpardon dat wél werkt

In Nederland verblijven ongeveer 400 kinderen van migranten/ vluchtelingen die hier geboren zijn of langer dan vijf jaar wonen. Zij lopen bewezen psychologische schade op als zij uitgezet worden naar hun land van herkomst (of dat van hun ouders). Daarom: een Kinderpardon dat wél werkt.

Heel bijzonder is het wat Tim Hofman in een paar dagen voor elkaar kreeg. Inmiddels staat de teller van het aantal handtekeningen dat zijn petitie ondertekende op meer dan 200.000. Fantastisch, want ondertussen wordt er in een Haagse kerk sinds vorige week een estafette-kerkdienst gehouden. De Armeense familie Tamrazyan is daar min of meer ‘woonachtig’, nadat ze weken in de Katwijkse GKv-kerk hadden gebivakkeerd. Het trok wel min of meer aandacht, maar het bleef toch een beetje in de marge. Ook voor de drie kinderen uit het gezin Tamrazyan  zouden eigenlijk al lang een kinderpardon hebben moeten krijgen. Maar helaas, de staat volgde niet de rechter en ging steeds in hoger beroep. Een triest verhaal, maar gelukkig zitten ze voorlopig veilig; ‘kerkasiel’. Maar die andere 400? Onder de doem van een zogenaamd regeerakkoord gebeurt er niets, zelfs mijn eigen partij is gegijzeld.

Maar we kunnen niet blijven toekijken en daarom zijn er nog veel meer handtekeningen nodig. Tweehonderdduizend is mooi, maar Tim Hofman wil er wel vijfhonderdduizend. Ik zou zeggen: op naar de miljoen handtekeningen! Teken de petitie! Laten we met elkaar aan deze schaamteloze toestand een eind maken! Trouwens het is een kleine moeite om ook je vrienden en familie op te roepen om te tekenen.

Artikel 12 | In memoriam Harm 1982 – 2016 (76)

Het heeft even geduurd, en eindelijk is het zover. Via de advocaat kregen we van Gerechtshof Amsterdam een beschikking op ons beklag. Simpel gezegd, het hof (drie rechters) heeft nagedacht over ons beklag. Ons beklag hield in dat we het niet eens waren met de beslissing van de officier van justitie om de zaak tegen de agent die Harm heeft aangereden, te seponeren. Hij vond het dus niet nodig om de agent te gaan vervolgen en een rechtbank daar een uitspraak over te laten doen. Zijn beslissing en zeker de manier waarop de OvJ ons daarvan op de hoogte bracht, kwetste ons. De boodschap was toen, mei 2017, simpel; ‘de agent reed veel te hard, maar uw zoon had beter uit moeten kijken’.
Vervolgens hebben we ons toen uitgebreid bezonnen op een vervolgstap. Uiteindelijk hebben we er toen voor gekozen om de artikel 12 procedure te starten. Dat was naast het eventueel er bij neer leggen, de enig andere optie. Begin juli werden we gehoord en konden we ons verhaal doen. Zie mijn blog over ‘Het Hof‘. Na bijna zes weken kregen we te horen dat ‘de beklaagde (=de agent)’ ook door het gerechtshof nog gehoord zou worden. Dat laatste hield natuurlijk in dat er dan weer een datum moest worden vastgesteld. Uiteindelijk is dat gebeurd eind september en daarna moest het gerechtshof natuurlijk een standpunt gaan bepalen.

Het hof had te beoordelen of een strafrechter zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. En daarnaast moest het hof beoordelen of er voldoende belang was  bij het instellen van een strafrechtelijke vervolging. Beide vragen moeten dan bevestigend worden beantwoord en dan pas volgt er een bevel tot vervolging. Na flink wat overwegingen kwam het hof tot een uitspraak. Daarbij citeer ik een belangrijke zin: “Het hof is van oordeel dat beantwoording van deze vragen (over naleving van allerlei regels en dergelijke), die mede van belang zijn voor de dagelijkse praktijk van het politiewerk niet in de besloten setting van een artikel 12 Sv. procedure kunnen worden beantwoord.” Even later volgt punt 9 van de beschikking:
De beslissing     Het hof beveelt de officier van justitie van het arrondissementsparket Amsterdam om NN te vervolgen ter zake van het feit waarop beklag betrekking heeft.”
Hè hè, eindelijk wordt er dus recht gedaan. De agent moet dus op een dag voor de rechtbank verschijnen. Het verhaal is dus nog niet ten einde en dat geeft zo zijn emoties. Maar het is ook goed te beseffen dat het recht zijn beloop heeft. Hoe verdrietig ook; en zeker, we krijgen Harm er niet mee terug. Maar het zou niet als rechtvaardig voelen wanneer de betreffende agent zich niet zou hoeven verantwoorden voor de rechter. We gaan nu dus afwachten wanneer deze zaak op de rol komt.

Rechtvaardigen (2)

Het werd een interessante avond bij van Rossum. De prachtige boekhandel aan de Beethovenstraat zat stampvol. En alhoewel Jan Brokken beslist geen volleerd spreker is, boeide hij met zijn verhaal de aanwezigen. Geregeld ging er een instemmend gemompel op. Bijna anderhalf uur vertelde Brokken over zijn boek “De rechtvaardigen”. Hij opende zijn verhaal over de ontstaansgeschiedenis van het boek op een prachtige manier: “Sommige geschiedenissen dienen zich abrupt aan, maar laten zich niet gelijk vertellen…”. (In 1983 al kwam hij voor het eerst in aanraking met deze geschiedenis.) En later ook nog zo’n mooie uitspraak: “Alles van belang begint onverwacht, hoe reageer je dan?”
Het verhaal over Jan Zwartendijk, in 1940 plotseling benoemd tot consul in Litouwen, zet natuurlijk aan tot nadenken. Moeten we de lessen van deze geschiedenis als groep toepassen of moet je dat individueel doen? Het was Brokken gevraagd door een groep studenten geschiedenis. Ook daarop was het antwoord van de schrijver veelzeggend: “De lezer is slimmer dan de schrijver denkt, de lezer zal het aanvullen met zijn eigen verhaal en er naar gaan handelen!” Daarom ook heeft Jan Brokken geen lijnen getrokken naar de situatie van vandaag. De lezer kan dat zelf! Met grote nadruk vertelde Brokken dat alle Europese landen in 1938 al hun grenzen sloten voor Joodse vluchtelingen. Doet ons dat ergens aan denken? Litouwen was de enige uitzondering. Toch kon Brokken het niet laten om enigszins cryptisch drie lessen mee te geven aan de aandachtige hoorders:
1. De consuls in Litouwen, Zwartendijk voor Nederland en Sugihara voor Japan, begonnen op eigen houtje. Ze deden het gewoon, omdat ze vonden dat ze moreel verantwoordelijk waren om mensen in nood te redden.
2. Wat Jan Brokken ook leerde van deze geschiedenis; vluchtelingen vinden het verschrikkelijk om hun geboortegrond te verlaten. Niets liever willen ze als de situatie dat toelaat, later weer terug.
3. Elke keer als vluchtelingenstromen op gang komen, dat gold voor toen en dat geldt vandaag nog net zo, dan zijn overheden en het grootste deel van de burgers slecht geïnformeerd.
[Op dit moment is er een grote groep Zuid en Midden-Amerikanen op weg naar de grens met V.S. Luister maar eens goed wat de meeste Amerikanen en hun president daarover zeggen.]

Drie conclusie waar ik hartgrondig ‘amen’ op zeg. De lezing van Brokken sloot mooi aan op de film die ik dinsdagavond met een goede vriend zag. In ons rustige dorp Diemen is gelukkig een klein cultureel centrum, waar regelmatig uitstekende films worden gedraaid. Deze keer was het BlaKkKlansman, een film over een zwarte agent die in Colorado infiltreert bij de KKK (de Klu Klux Klan). Een waargebeurd verhaal dat zich in de jaren 70 van de vorige eeuw afspeelt. Hier worden trouwens wel lijnen naar vandaag getrokken. Aan het eind zien we beelden van  de aanslag in Charlottesville, waarbij een rechtsextremist inreed op een groep antifascistische betogers. Een jonge vrouw kwam om het leven. Daardoor heen zijn gedeeltes van de reactie van president Donald Trump op de aanslag, gemonteerd. Ook hier weer de eenling die zijn verantwoording neemt, zwarte politieagent Ron Stallworth. En ook hier zie je dat veel burgers slecht geïnformeerd zijn en al snel wegkijken.

Rechtvaardigen

De boekverkoopster zit bij ons op de bank, zo maar even aan komen waaien, samen met haar moeder. We praten over Harm, halen herinneringen op aan zoveel gezamenlijks en natuurlijk hebben we het over boeken. Op tafel ligt het pas verschenen “De rechtvaardigen” van Jan Brokken. De boekverkoopster kijkt jaloers als ik vertel dat ik deze week naar een lezing van Brokken over zijn boek ga. En ja, het nieuwste werk van Brokken is pakkend vanaf het begin, net zoals dat bij ‘De vergelding” ook gebeurde. Ik hoop dat Brokken in zijn lezing een tipje van de sluier kan oplichten, hoe je het voor elkaar krijgt om op zo’n manier non-fictie te schrijven. Het is alsof hij in de ziel van de hoofdpersonen is gekropen. Wat mij betreft vijf sterren! Het verhaal speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog en gaat over de Nederlandse consul in Litouwen. In mei 1940 kreeg hij het dwingende verzoek om die taak op zich te nemen en dat heeft uiteindelijk duizenden Joden het leven gered.

Verbazingwekkend trouwens dat er nog steeds zo veel boeken over die periode verschijnen. In mijn mailbox kreeg ik net een berichtje van mijn favoriete boekhandel aan de Middenweg, dat ze een lezing organiseren van Esther Shaya over haar pas verschenen boek “Harry & Sieny – overleven in verzet en liefde”. Het boek gaat over bekende Joodse families in Amsterdam-Oost en hun wedervaren. Er lijkt geen eind te komen aan dit soort indrukwekkende non-fictie verhalen. Tegelijkertijd is het ook logisch, nu kan het nog, want er zijn nog mensen in leven die het hebben meegemaakt. Hun verhalen mogen niet verdwijnen, want ze kunnen zoveel leren voor vandaag!

Vorige maand leende ik van mijn  broer het “Het geheime dagboek van Arnold Douwes, Jodenredder”. Ook al zo’n indrukwekkend verhaal. Ik kende de naam van Arnold Douwes. Hij komt voor in “De levensroman van Johannes Post” (een nogal romantische weergave van het leven van de bekende verzetsstrijder geschreven door Anne de Vries). Arnold Douwes was in Nieuwlande en wijde omgeving de man die meer dan tweehonderd Joden bij diverse adressen liet onderduiken, toen boer Johannes Post zich meer ging bezighouden met gewapend verzet. Met gevaar voor eigen leven deed hij niet alleen ongelofelijk moeilijk werk, maar schreef het regelmatig ook nog op in kleine opschrijfboekjes. Met naam en toenaam, wat erg link was, maar hij begroef ze elke keer, op een alleen aan hem bekende plek. Na de oorlog heeft hij alles weer opgegraven, overgetikt en het vervolgens afgeleverd bij het Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Nog nooit was het uitgegeven, maar gelukkig is het nu met een uitgebreide toelichting verkrijgbaar in de boekhandel.
Aangezien wij Wimmenhoves onder de rook van Hollandscheveld zijn opgegroeid, zijn het herkenbare verhalen, alleen al vanwege alle plaatsen en namen. Natuurlijk heeft Douwes zijn dagboek niet geschreven met het oog op een groot publiek en vaak is het alleen maar een opsomming van moeilijke fietstochten door heel Noord-Nederland, maar bladzijde na bladzijde word je dieper ingevoerd in hoe het leven er toen aan toe ging. Wat een strijd hij moest leveren om mensen onderdak te geven en wat dat aan geld en extra eten kostte. Uiteindelijk wordt hij opgepakt door de Duitsers, maar wordt wonderwel bevrijd uit de gevangenis van Assen.
Ook onze ouders hadden onderduikers in huis en dat in een gezin waarin opa en opoe er bij in woonden en in 1943 de oudste van het gezin werd geboren. Naast ons ouderlijke huis woonde een NSB-gezin, dus daar moest men ook extra voor uitkijken. Het was werkelijk met gevaar voor je leven, terwijl er regelmatig razzia’s werden  gehouden in Hollandscheveld en omgeving, lezen we bij Douwes. Na de oorlog kreeg de bevolking van Nieuwlande vanuit Israël de Yad Vashem onderscheiding (Arnold Douwes had die al eerder gekregen), namen van inwoners uit Nieuwlande werden in Jeruzalem in een muur gebeiteld, in een park gewijd aan de “Rechtvaardige onder de Volkeren”. Op YouTube is een mooi interview met Arnold Douwes en zijn helper Nico te vinden, de moeite van het kijken waard! Het zijn indrukwekkende verhalen van gewone mensen, maar die op kruispunten in hun leven kozen, om de ander te redden. Die verhalen mogen niet verdwijnen, ook vandaag leven er mensen in verdrukking en zijn op de vlucht. Arnold Douwes en Jan Zwartendijk (de hoofdpersoon uit Brokkens boek) houden je een grote spiegel voor. 

De Afscheiding in Amsterdam / Bloemgracht 90

Bloemgracht 90, zo zag de eerste Afgescheiden kerk er van binnen uit.

Het werd een interessante avond op historische grond. Waar ooit de eerste Afgescheiden  gemeente van Amsterdam bijeenkwam, waren nu ongeveer twintig bezoekers om te luisteren naar verhalen over honderdvijftig jaar geleden. Bloemgracht 90 is een prachtig pand aan een, in ieder geval ’s avonds, rustige gracht in de Jordaan. De huidige eigenaar had een ruimte beschikbaar gesteld om deze bijeenkomst mogelijk te maken. Helaas is het gebouw na 1857 waarschijnlijk verschillende keren flink verbouwd, want en is er van iets ‘kerkachtigs’ niets terug te vinden. Een van de aanwezigen gaf de tip om te gaan zoeken bij het Stadsarchief, daar moeten alle bouw en verbouwtekeningen aanwezig zijn. Op de site van het Stadsarchief staat de prachtige tekening van het interieur. Omdat de ruimte op de begane grond te klein was, heeft men toen het een kerk was, het middengedeelte van de vloer van de eerste verdieping er uit gesloopt, zodat rondom een gaanderij ontstond. Later heeft men dat bij de tweede en derde verdieping herhaald. Hoe waarheidsgetrouw de tekening is, was bij een kleine rondleiding niet te achterhalen. De ramen zijn in ieder geval niet die aan de grachtkant, denk ik, want op de tweede etage bevinden zich geen boogramen. Misschien toch maar naar het Stadsarchief.

Bloemgracht 90 op een zomerse herfstdag

Dominee Jan-Henk Soepenberg uit Assen, die promoveerde op de Afscheiding in Amsterdam, hield een uitgebreid referaat over “allerlei wederwaardigheden van Bloemgracht 90”. Een aantal opmerkelijke zaken heb ik genoteerd voor de geïnteresseerde lezer.
> Het pand was ooit eigendom van familie van Velzen. De latere afgescheiden dominee Simon van Velzen, is in dit pand geboren en woonde er later ook als predikant. Zijn portret heeft jarenlang in de kerkenraadskamer van de GKv (Oosterparkkerk) gehangen trouwens! Bloemgracht 90 werd gekocht door de Afgescheiden gemeente voor 7500 gulden. Het zal inmiddels wel tweehonderd keer zo veel waard zijn.
> In het gebouw werden niet alleen kerkdiensten  gehouden, maar ook classis-vergaderingen en synodes. Ook de kerkenraad vergaderde er natuurlijk.
> Later kwam er in het pakhuis achter het woonhuis een school die uitging van de diaconie en werd toegestaan door de overheid! Amsterdam was ook toen al een tolerante stad. De diaconie gebruikte Bloemgracht 90 trouwens ook als uitdeelpunt voor de armen. De gemiddelde leeftijd van de gemeenteleden was trouwens laag, vooral door hoge kindersterfte. Het leeftijdsgemiddelde van de mannen was 30 jaar en van de vrouwen 33 jaar.
> In de eerste jaren waren er op de gracht veel volksoplopen, omdat de kerkdiensten door de koning werden verboden en een grote groep Amsterdammers dan wel zin hadden in een relletje. Men vergaderde daarom op de meest gekke tijden, midden in de nacht werd zelfs een keer het Heilig Avondmaal gevierd. Ook werd een keer op een zeer vroege zondagochtend, rond een uur of vijf, een doopdienst gehouden. In 1849 overleed tijdens een synode één van de leden aan cholera.

Soepenberg en van Diggelen onthulden dit bord. De eigenaar van Bloemgracht 90 gaat het monteren bij de voordeur.

> De Afgescheiden kerk in Amsterdam had een ‘bovenplaatselijke’ positie. Wat in Amsterdam gebeurde had invloed op alle kerken in Nederland. De inzet van ds. Scholte voor erkenning door de overheid, had uiteindelijk ook landelijke betekenis.
> Ook in Amsterdam waren er in het begin van de 19e eeuw veel conventikels (zie Wikipedia). Bezoekers daarvan kwamen al niet meer in de Hervormde Kerk, maar ze sloten zich vaak aan bij de Afgescheiden kerken. Dat had zo zijn invloed op de geloofsbeleving in de kerk en leidde later ook tot forse twisten en nieuwe afscheidingen.
> Gelukkig trok Soepenberg ook lijnen door naar onze tijd; 1. Theologiseren is erg bepaald door de tijd waarin de theoloog leeft. Mijns inziens lijkt dat in eerste instantie een open deur, maar ik denk ook dat dit gegeven wel hel vaak vergeten wordt. Het is zo gemakkelijk om te oordelen over het verleden, maar dan wordt dit eerste aspect niet genoemd! 2. Er was een fikse contextverschuiving en dat was complexer dan op het eerste oog zichtbaar werd. Een goede leer voor vandaag, zeker bij conflicten. 3. Het stelt ons de vraag hoe jij zelf spiritueel gevormd bent. Dit derde punt lijkt ook zo logisch, maar wordt ook vaak uit het oog verloren.
Algemene conclusie was dan ook, dat het het vandaag net zo ingewikkeld is!

Veel mensen zullen hun schouders ophalen over deze oude verhalen en zich afvragen waarom iemand honderden uren bezig is om allerlei archieven en boeken na te pluizen. Maar Groen van Prinsterer, een sympathisant van de Afgescheidenen, al bleef hijzelf in de Hervormde Kerk, zei het zo:  “In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal”. Daarom is het boek van Soepenberg een mooie aanvulling op de vele delen die dr. C. Smits over de Afscheiding schreef. Bij de lessen rekenen die hij ons gaf op de Pedagogische Academie praatte hij daar nooit over, daar ging het over abstracte ‘getalluh’. En waarbij Smits schreef over het zuidelijk deel van Nederland, deed dr. J. Wesseling (onder de leerlingen ome Jan), dat voor de het oosten en noorden. Ook zij worstelden zich door archieven en Wesseling, waar we Nederlands van hadden op het Lyceum in Groningen, kon vrijwel elke achternaam van een leerling herleiden tot een Afgescheiden voorvader. In Amsterdam is dat inmiddels wat lastiger, daar vind je geen Scholte, Brandt of Hobbes meer in de ledenlijst.

Michiel van Diggelen schreef over één van de meest interessante en markante figuren van de Afscheiding een roman en vertelde dat kort over. Hij noemde in zijn toelichting op het boek, dominee Hein Scholte een “vreemde eend in de bijt”. Hij heeft zeker voor de Afscheiding in Amsterdam veel betekend. In 1847 vertrok Scholte naar Amerika om daar in de prairie van Iowa een nieuwe nederzetting te stichten. Scholte, zo vertelde van Diggelen, was een rebel, een adelaar gevangen in de kooi van de kerk. Hij kon omgaan met iedereen; arm en rijk, het maakte voor hem niet uit. Hij was ook zeer eigenzinnig en maakte daarmee ook veel vijanden, hij was zeer gehecht aan zijn eigen vrijheid.
De roman begint bij het overlijden van zijn eerste vrouw, ook een Amsterdamse. Zijn  worsteling daarmee wordt mooi getekend en zet hem echt in de context van zijn tijd, het midden van de 19e eeuw.

Op de fiets naar huis filosofeerde ik met VU-historicus Ab over ‘het nut van het schriftelijk vastleggen’. Wat als al die gebeurtenissen zich hadden afgespeeld in het digitale tijdperk, was er dan zoveel in de archieven op te diepen geweest? Je krijgt wel eens het idee tegenwoordig dat veel in de cloud staat, maar is het over honderdvijftig jaar allemaal nog terug te vinden? Er worden actielijsten gemaakt en notuleren van bijeenkomsten en vergaderingen vinden veel mensen zelfs ouderwets. Een pleit dus voor goed vastleggen! Van Diggelen vond de kerkenraadsnotulen van Genderen uiteindelijk terug in Pella, maar ze waren er dus wel! En misschien wel mee dankzij het digitale tijdperk weten kerken elkaar tegenwoordig gemakkelijk te vinden en herkennen ze elkaar als kerken met de dezelfde Heer en Heiland!