‘Inschattingsfout’ 2

Op deze prachtige zonnige zondag vierden we vanmorgen de eerste Advent en ook het Heilig Avondmaal. Wat een prachtige combinatie! En in de preek ook nog een bijzondere verwijzing naar het nieuwe album van Goldplay (kijk op 11 minuten). Het gaat aan alle inschattingsfouten voorbij, de mens maakt er een potje van en ondertussen verlangt ze naar vrede en rust. Goldplay zingt er van, de wereldleiders beloven het, maar ondertussen gaan oorlog, onderdrukking, uitbuiting  en rampen gewoon door. De grote mannen van de wereld zullen net als al hun volgelingen en stemmers toch moeten luisteren naar Jesaja: “Wandel in het licht van de Heer!’

Nu ik deze eerste alinea teruglees, besef ik dat ik zo helemaal niet had willen beginnen. Overkomt mij wel vaker en dan is de gemakkelijkste oplossing meestal; de alinea selecteren en deleten. Soms moet je gewoon overnieuw beginnen, maar deze keer dus niet. De bedoeling was om gewoon een vervolg te schrijven op mijn blog over de uitslag van de rechtszaak. In de week erna kwam de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam op de site te staan. (uitspraak in de zaak van agent A.) Voor iedereen die het wil is het complete verhaal dus nog eens na te lezen. Kort gezegd is het dus zo dat agent A. wel een overtreding heeft begaan die strafbaar is, maar dat de regels in de brancherichtlijnen nu eenmaal zo opgesteld zijn, dat het hem niet strafbaar maakt. [ De rechtbank is van oordeel dat achteraf kan worden vast gesteld dat verdachte vaart had moeten minderen. Dat volgt ook uit de verklaring van verdachte ter zitting dat hij langzamer zou hebben gereden indien hij zou hebben geweten dat er zich een fietsersoversteekplaats op de plaats van de aanrijding bevond. De rechtbank is echter ook van oordeel dat verdachte niet kan worden verweten dat hij dit niet wist. Van hem kan niet worden verwacht dat hij tevoren op de hoogte is van de aanwezigheid van alle risicovolle plaatsen op de door hem gekozen aanrijroute. De oversteekplaats op de plaats van de aanrijding was ten tijde van het feit bovendien zo slecht zichtbaar dat verdachte evenmin een verwijt kan worden gemaakt dat hij deze niet tijdig heeft gezien. Dat het niet tijdig zien van de oversteekplaats waarschijnlijk ook in de hand is gewerkt door de hoge snelheid waarmee verdachte reed, maakt het voorgaande niet anders. Het illustreert naar het oordeel van de rechtbank dat hetgeen op grond van de regelgeving van een politieman wordt verwacht in situaties als de onderhavige, te weten enerzijds dat hij zo snel mogelijk op de melding af gaat en anderzijds dat hij de veiligheid van andere weggebruikers niet in gevaar brengt, met elkaar op gespannen voet staat. Naar het oordeel van de rechtbank legt dit een bijna onmogelijke taak bij de politieman in kwestie. Ook valt moeilijk in te zien waarom op grond van de BVP in een situatie als de onderhavige het gebruik van sirene en zwaailichten niet is toegestaan, nu dit de kenbaarheid voor de fietser van de met hoge snelheid naderende politiebus uiteraard zou hebben vergroot. Naar het oordeel van de rechtbank valt dit verdachte echter niet aan te rekenen. De rechtbank is ervan overtuigd dat hij de situatie naar beste vermogen heeft beoordeeld. Dat hij daarbij toch een fout heeft gemaakt, is gelet op het voorgaande niet in strafrechtelijke zin aan hem te wijten.]  citaat uit punt 8.

Inmiddels is, twee weken na de uitspraak, duidelijk dat geen van de partijen in hoger beroep gaat. Het OM (openbaar ministerie) niet en ook de politieagent niet. Natuurlijk geeft dit hele verhaal een toch min of meer dubbel gevoel, maar juridisch gezien is het klaar. Wat we nu nog kunnen doen is de verantwoordelijken aanspreken en vragen of ze op een of andere manier de regels kunnen aanpassen. Blijkbaar geeft de regelgeving een vrijbrief aan agenten om ver boven de toegestane snelheid door de stad te scheuren, omdat de betreffende agent zelf moet inschatten of hij het nodig acht. Jammer dan voor de burger die dat niet op tijd in schat. Wie ons kan helpen om dit probleem op de juiste plek te adresseren en hoe we het voor elkaar kunnen krijgen dat de huidige regelgeving in discussie wordt gebracht; laat hij of zij zich gerust melden.
Laat duidelijk zijn, er is berusting, we kunnen de hele rechtsgang afsluiten. Dat laatste geeft ook opluchting. Maar er zijn dus ook nog open eindjes…

We houden Jesaja 2 maar in gedachten, inschattingsfouten zullen er blijven, totdat er een dag komt waarop mitrailleurs, pistolen en bommen, worden omgesmeed tot ploegscharen. Tot die dag ligt er dus de opdracht; “Wandel in het licht van de Heer!’

Waarom IDFA? “verhalen die een daarvoor en een daarna geven”

Na 218 minuten (ruim 3,5 uur) geeft de maker Thoma Heise een boeiend en ontspannen interview. In de film leest hij documenten uit zijn familie voor tegen de achtergrond van het ‘schuldige’ Duitse landschap. Ook dat is het boeiende van de IDFA!

Elke jaar is het weer een feest, de IDFA in verschillende bioscoopzalen in Amsterdam. Meer dan 300 documentaires van over de hele wereld draaien deze 10 dagen op het mooiste Amsterdamse filmfestival. Wanneer de IDFA-krant bij ons op de deurmat valt ga ik hem napluizen en kijken wat ik wel zou willen zien. Ik omcirkel en kruis aan en ga kijken of er een schemaatje van te maken is. Sommige dagen vallen bij voorbaat af, zoals afgelopen zaterdag toen we het feest van de Goedheiligman vierden in Vriezenveen. Deze keer ga ik de lezer niet vermoeien met mijn keuzes en korte samenvattingen. Op NPO 2 is dagelijks een fantastische samenvatting en worden bijzondere films uitgelicht en ook kranten besteden uitgebreide aandacht aan bijzondere documentaires.
Ergens in een van de reclamespotjes aan het begin van elke voorstelling klinkt er een zin die blijft hangen. Een documentaire verandert je, erna ben je niet meer hetzelfde. Het is net als met een goed boek, het verhaal blijft je bij, speelt nog door je hoofd… En documentaires zijn misschien nog wel indringender. Gelukkig komen er op de reguliere tv-uitzendingen van de NPO ook regelmatig documentaires, maar in een grote zaal is het toch net weer anders, indringender! Bij een documentaire weet je ook gelijk dat het over een ‘werkelijkheid’ gaat. Niets geen fictie of drama, nee een documentaire is een door een filmer vastgelegd echt verhaal. Als het goed is, is er niet gemanipuleerd en zijn er geen acteurs ingezet. Natuurlijk kiest de maker zijn eigen invalshoek. Ik was vrijdag bij de première van ‘Rotjochies (Punks)’, een Nederlandse film over jongeren in de jeugdzorg. Een prachtige inkijk en heel erg boeiend. (Was maandavond op NPO2, dus zo terug te zien.) Tegelijkertijd weet ik ook dat een andere filmmaker een totaal andere film had gemaakt, ook al was het onderwerp en de groep jongeren exact hetzelfde. Dat maken documentaires ook zo interessant! Bij de film over Lea Tsemel, een Israëlische mensenrechtenadvocaat, zie je weer een heel andere insteek. Hier worden beelden uit het verleden, journaalbeelden en ook interviews met de man van de Advocategebruikt om een beeld te geven van het haast onmogelijke werk van deze bijzondere 75-jarige vrouw. De ‘Advocate’ is zo’n film die je een heel ander beeld geeft van de huidige situatie in het zogenaamde ‘Beloofde Land’. Hier wil de filmmaker een beeld geven van iemand die tegen de stroom in blijft vechten voor de onderdrukten. Tegelijkertijd is het geen politieke film, omdat het onderwerp van verschillende kanten belicht wordt. Het meest bizarre was trouwens, maar dit is eigenlijk terzijde, dat op een gegeven moment advocate Tsemel met haar helper de rechtbank uit loopt op weg naar haar auto, nog bijkomend van de uitspraak tegen een jonge Palestijnse vrouw die een zelfmoordaanslag wilde plegen. Op dat zelfde moment komt een grote groep groep toeristen voorbij die achter een gids aan sjokken op weg naar een volgende ‘heilige plaats’. Zij zien, de docu geeft in ieder geval die indruk, geen filmploeg en geen advocate en een justitieel gebouw…..

AANRADERS:
Sunless Shadows‘, de openingsfilm over een Iraanse vrouwengevangenis
All Against all‘, een Nederlandse docu over de opkomst van het fascisme tussen de twee Wereldoorlogen. Komt vast nog wel een keer op TV, want de EO was mede-financier.
Summerwar‘, over een zomerkamp in Oekraïne van de nationaal rechtse beweging Azov.

“Inschattingsfout” | In memoriam Harm 1982 – 2016 (82)

“De agent die werd vervolgd voor het doodrijden van de 34-jarig Harm Wimmenhove in 2016, is vrijgesproken. Volgens de rechtbank valt hem de inschattingsfout, waardoor Harm werd aangereden, niet in strafrechtelijke zin te verwijten. Het Openbaar Ministerie (OM) had tegen de agent een geldboete en een voorwaardelijke rijontzegging geëist.”  Zo begint het bericht op de stadszender AT5. Via de link is daar een keurig verslag te lezen. Ook mijn reactie op de uitspraak heeft men keurig gefilmd en goed samengevat. De journaliste van AT5 suggereerde nog, dat men misschien toch eens een programma zou moeten maken over dit soort politiegedrag, zij wist namelijk ook genoeg momenten te noemen waarop agenten veel harder reden dan de toegestane snelheid. Het zou ons goed doen, dan blijft de discussie gaande en zal het ook doorsijpelen binnen het korps.
Wat de gerechtelijke procedure betreft zit het er voor ons dus op. En natuurlijk is dat met een dubbel gevoel, we hadden het graag anders gezien en gewild. Maar voorop stond steeds dat we een rechtsgang wilden en dat een rechter zich zou uitspreken over het ongeval waarbij Harm om het leven kwam. We wilden ook dat agenten in het algemeen er van zouden leren. En ja dat laatste is nu maar de vraag; agent A. is vrijgesproken, ondanks zijn inschattingsfout. “Er zijn dus alleen maar verliezers”, concludeerde de journaliste van Het Parool. Ik heb dat tegengesproken en gezegd dat ze dat maar niet in de krant moest zetten. Gelukkig begreep ze dat ook wel.

Een anekdote. Het was donderdag 17 november 2016. Harm had voor die dag een geweldig verjaardagscadeau voor Coos verzonnen (jarig in februari). Hij wilde met haar uit eten en dan graag op een speciale manier. In de zomer van 2016 had hij al een paar keer geprobeerd om te reserveren voor Vuurtoreneiland. Het eilandje ligt in het Markermeer en een slimme ondernemer heeft er een klein restaurant gevestigd. Met de fiets of de auto kun je er niet komen, alleen per boot. Als de boot eenmaal vertrokken is van de kade bij het Lloyd Hotel, krijg je al snel de eerste amuse op je bord. Een geweldige belevenis natuurlijk en Harm had zich al helemaal zitten verkneuteren. Het was in september, toen hij eindelijk een afspraak had, tegelijkertijd ook zijn laatste email-contact met Coos. In zijn computer vonden we na zijn overlijden een mail met de tickets voor Vuurtoreneiland. In gedachtenis aan Harm heeft Coos met Harms vriendin gebruik gemaakt van de reservering. Om ongeveer half acht leverde ik haar op een regenachtige avond af bij ‘IJveer XIII’. Uren later, om half twaalf, kon ik haar weer ophalen. De dames hadden het geweldig gehad en het was natuurlijk ook emotioneel geweest. Nagenietend reed ik met Coos terug door de Piet-Heintunnel naar huis. Ongeveer een maand later viel de bekeuring op de deurmat. Wanneer je de Piet-Heintunnel uit bent, kom je bij de kruising met de Zuiderzeeweg. Toen wij die 17e november er reden stond het licht op groen en konden we doorrijden. In de tunnel mag je 70, maar bij het kruispunt moet je terug naar 50. Laat ik nu nog geen 60 hebben gereden bij de kruising, maar wel ongeveer 6 km. te hard. Het gevolg was dus een boete van ik denk 40 euro. Wij vonden dat met het hele verhaal erbij, natuurlijk ontzettend zuur. En ik wist ook wel dat er binnen de kaders van de wet er natuurlijk geen enkele mogelijkheid was om hier onder uit te komen, dus toch maar betalen.

Het dubbele gevoel zal nog wel een poosje met ons mee blijven gaan. ‘Ontslaan van alle rechtsvervolging’, bij die bekeuring ging dat ook niet op. Toch hebben we ook gezegd, dat we er geen spijt van hebben dat we de hele rechtsgang gevolgd hebben. Naar ons idee valt er ook nog wel wat af te dingen op een ‘inschattingsfout’. Op de facebook-pagina van AT5 kwam gelijk een heleboel bagger voorbij, we kopen er niets voor. Berusting klinkt wel heel nuchter, maar langzaam zal dat wel indalen. Het besef dat we Harm ooit weer in onze armen zullen sluiten is een troostende gedachte. Ons geloof helpt ons ook door deze vervelende ervaringen heen, hoe ingewikkeld het ook is. Het is niet alleen maar verlies, hoe lastig dat besef ook is.

Kyrie eleison

Genade voor een euro, verbazingwekkend!

‘Amazing Grace’ (hier in het originele gezangboek) werd geschreven om door Newton te worden gepresenteerd tijdens de wekelijkse parochiebijeenkomst op de eerste dag van het jaar. De naam van de hymne was “1 Chronicles 17: 16-17, Revision Faith and Expectation.” In 1 Kronieken 16 en 17; spreekt koning David zijn dankbaarheid uit tegenover God; verbazing over zoveel genade!

Een medebewoner van ons ‘hof’ (we denken erover om Boekweitdonk te veranderen in “Boekweithof”) heeft een Amsterdamse Stadspas. Zo nu en dan zijn er aanbiedingen en mag hij iemand meenemen naar iets cultureels voor een euro. Samen hebben we gekeken wat Studio K, want daar gold de aanbieding onder andere voor, had te bieden. De film ‘Amazing Grace’ leek ons wel wat, ik had al enkele lovende recensies gezien. En aangezien onze overbuurman liever niet meer fietst, met bus 41 kwamen we er ook.

‘Amazing Grace’ is een heel oude hymne, in 1772 geschreven door de Engelse predikant John Newton (1725-1807). Newton was van oorsprong een zeeman en later kapitein op slavenschepen, moest niets hebben van het christendom. Na zijn bekering tot het christelijke geloof echter, werd hij predikant in Engeland en schreef meerdere liederen, waarvan ‘Amazing Grace’ het bekendst is geworden. Er zitten prachtige Bijbelse elementen in. Dat de genade zo overvloedig is, haalde Newton uit de Romeinenbrief (5:15). In Psalm 66 had Newton gevonden dat God veel voor de dichter had gedaan en betrok dat in de prachtige hymne op zichzelf. En uit Johannes (9:25) nam hij de tekst letterlijk over; ‘ik was blind, maar kan nu weer zien’. Op YouTube zijn tientallen uitvoeringen te vinden, van de Kelly Family tot Elvis Presly en van een Obama versie tot en met vele uitvoeringen op doedelzak. En nu draait in de bioscopen onder de titel ‘Amazing Grace’, een bijzondere film.

In 1972 nam Aretha Franklin (1942-2018), toen een beroemde soul-zangeres, een geweldig gospel-lp op. Ze deed dat in de ‘New Missionary Baptist Church’ in Los Angelas. De plaatopnames werden gefilmd, maar daar werd tot op heden niets mee gedaan. Nu is er een prachtige film van gemaakt en sinds vorige week draait hij in de Nederlandse bioscopen. In al zijn simpelheid is het een prachtig document. Mijn niet kerkse buurman, was ook zeer onder de indruk. Eenmaal buiten was een mede-bezoekster  haar fiets aan het ontketenen; “Nou we hoeven voorlopig niet meer naar de kerk!”, was haar commentaar. Mijn buurman had het zich ook al afgevraagd, waar kom je dit nog tegen? Gewoon met z’n allen zingen vanuit je hart! Ik kon het niet laten om te beweren dat het bij ons de OPK soms ook zo gaat, natuurlijk… wel een beetje meer calvinistisch op z’n Nederlands, maar toch! Afgelopen zondag hadden we een dankdienst (voor gewas en arbeid en nog veel meer) en de begeleidingsband had er echt zin in. En de Amersfoortse predikant die bij ons voorging en de 65 ook al gepasseerd is, stond zowaar mee te swingen en stak ook zijn handen de lucht in: “heft uw handen op naar omhoog!”.

De film  ‘Amazing Grace’ geeft een prachtig tijdsbeeld, maar ook een mooie inkijk in het geloof van mensen die zeker weten dat Jezus hun Heer en Verlosser is en verbazingwekkende en geweldige genade schenkt! Vorige week werd er flink reclame gemaakt in ‘De Wereld Draait Door” voor deze film. Als gast zat zangeres Giovanca aan tafel en nadat Matthijs van Nieuwkerk zijn emoties weer een beetje onder controle had, vroeg ze de tafelheer wat het nu met hem deed? Hij was geraakt en zag dat er ook contact met het hogere te zien was, maar helaas kregen we niet meer te horen. Maar ach, het was er misschien ook niet de plaats voor, net zoals in Studio K de bezoekers ook niet gingen staan en mee gingen swingen. Misschien gewoon de film toch een keer in de kerk ‘draaien’! Zo lang dat nog niet gebeurt, zou ik zeker een bioscoop op zoeken waar deze indrukwekkende film draait. Ik ga zeker nog een keer!

Amazing grace!

 

“Uitspraak over veertien dagen…” | In memoriam Harm 1982 – 2016 (81)

Een oud-collega van Harm kon zich na het ongeluk niet inhouden en veranderde een bouwdoek in een monument.

Een aanloop met hobbels; gisteravond belde de Officier van Justitie met ons, om nog een en ander door te spreken. Waar we op konden rekenen als ze haar strafeis zou gaan formuleren… Even kwam de aanvangstijd ter sprake en merkten we, dat wat ik had, niet overeenkwam met haar aanvangstijd. Negen uur of half elf is wel een verschil. We konden dus even een beetje langer uitslapen. Vervolgens werd het parkeren een gedoe, in Zuid wordt op zoveel plekken hard gewerkt en is er zoveel opgebroken, dat de parkeergarage van de Rechtbank niet te vinden was. Gelukkig had de Stadionkade nog een plaatsje voor ons, maar met de fiets was toch beter geweest. Uiteindelijk werd het iets na elven dat we de rechtszaal binnen konden, de eerste rechtszaak in zaal 5 op de derde verdieping was ook nog eens uitgelopen.

Vandaag is het 31 oktober; Hervormingsdag op de protestantse kalender. 502 jaar geleden spijkerde priester en hoogleraar in de moraaltheologie Maarten Luther zijn 95 stellingen op de slotkapel van Wittenberg (midden Duitsland). Dit was de aanzet tot wat we de ‘Hervorming’ noemen en er scheuringen en breuken ontstonden in de christelijke kerk, in die tijd strak geregeerd vanuit Rome. In april 1521 moest hij zich tegenover de Duitse keizer verantwoorden en riep hij uit: (waarschijnlijk geparafraseerd) “Hier sta ik, ik kan niet anders”. Toen ik hoorde dat deze zitting op 31 oktober gehouden zou worden, was het eerste wat ik dacht; Hervormingsdag en daarna dacht ik ook aan die woorden van Luther.
Eindelijk is het zover, ruim drie jaar nadat onze zoon en broer en vriend (ik spreek ook voor mijn vrouw en beide dochters en Iris de vriendin van Harm) Harm verongelukte, is er een zitting van de rechtbank waarin de veroorzaker van het ongeluk, een agent in functie, terecht staat. Natuurlijk willen we als nabestaanden, als vader en moeder het woord voeren. Hier zijn we, we kunnen niet anders. We willen dat er recht gesproken wordt en dat de politieorganisatie weet dat wat er gebeurd is op 14 september 2016, nooit weer mag gebeuren. We hebben een artikel 12 procedure aangespannen omdat we ons geschoffeerd voelden door de ‘niet-empathische’ Officier van Justitie die in eerste instantie moest oordelen of hij agent A. wel of niet zou vervolgen. Tot onze grote verbazing ging hij de zaak seponeren. Dat was zo bizar, want er lag na maanden hard werken door de Rijksrecherche toch een duidelijk proces verbaal op tafel.

Nadat Coos haar verhaal had gedaan over het verdriet en gemis om Harm, kon ik uitleggen waarom we uiteindelijk wilden dat er een rechtbank naar de aanrijding keek. In de rest van de verklaring heb ik gewezen op de forse overschrijding van de snelheid van agent-hondengeleider A. Om vanuit een flauwe bocht zo hard weer op te trekken naar bijna 85 km/u is haast niet te geloven. Daarnaast heb ik ook het belang voor de rest van de politie-organisatie van deze zaak benadrukt. Je hoopt toch echt dat hier van geleerd wordt en dat agenten die een oproep krijgen zich wel twee keer bedenken voordat ze zo hard gaan rijden. Alle pers-reuring er om heen zorgde er voor dat AT5 een mooie rapportage maakte over de hele ontstaansgeschiedenis van deze rechtszaak. Met beelden uit 2016 (gemaakt vlak na het ongeluk) en met duidelijke lijnen op de kaart van Amsterdam is heel goed te zien dat agent A. vanuit een flauwe bocht op de kruising met de Potgieterstraat af reed. Het was maar 60 meter tot de oversteek (met markeringsstrepen). Op zo’n stukje zijn 50, 60 of, of 85 km/u grote verschillen en dat maakt dus ook veel uit voor de ingeschatte tijd voor de overstekende fietser. Onze advocaat heeft uiteindelijk dat beeld naar voren gebracht op een paar grote foto’s; de politiebus kwam uit een flauwe bocht en dat is cruciaal! In plaats van dat hij nog extra gas gaf, had hij af moeten remmen. Vervolgens blijft het een gek gegeven dat bij 85 km/u geen zwaailichten en sirene zijn gebruikt. De Amsterdamse zender had vandaag verschillende verslagen, het vraaggesprek van gisteren, een verslag van de zitting en een korte terugblik na de zitting.  Onder het tweede verslag heeft de verslaggeefster haar twitter-verslagen vermeld. Ook op de site van RTL-nieuws stond een keurig verslag. Daarbij ook het bizarre overzichtje ter overdenking:
Ongelukken met hulpdiensten
2014: 76 ongelukken met brandweer-, ambulance- en politievoertuigen, waarvan één dodelijk ongeluk
2015: 31 ongelukken
2016: 68 ongelukken, waarvan één dodelijk ongeluk
2017: 80 ongelukken

Rechtszaal, vanaf de tribune. Met achter de rechters grote foto’s van stapels afgedankte dossiers.

We hopen echt dat we dit verhaal over twee weken kunnen afsluiten. De voorzitter van de rechtbank sloot vanmorgen na het laatste woord voor de verdachte af met een mededeling over de uitspraak. In een openbare vergadering op 14 november om een uur of één zal de uitspraak van de rechtbank worden voorgelezen. We zullen zien wat het wordt, maar wat het ook wordt; te hopen is dat de politie er van leert en dat Harm in 2016 het laatste dodelijke slachtoffer is geweest van een hulpdienst. Wij gaan verder, met hulp van onze hemelse Vader of zoals anderen zeggen, onze Lieve Heer.  Vandaag hebben we gemerkt dat heel veel vrienden, familie en broers en zussen van de OPK in gedachten bij ons waren en voor ons gebeden hebben . En terwijl Coos en ik onze slachtofferverklaring voorlazen, werden op de publieke tribune handen gevouwen. Het was dan ook niet vreemd om in de korte pauze ook agent A. een stevige hand te geven en ook later even een arm om hem heen te slaan. Hij is net zo goed slachtoffer, ook al vinden we dat hij schuldig is aan de dood van Harm. Het kyrie eleison geldt ook hem, zijn familie, de rechters en alle andere betrokkenen. Bijzonder was om twee onderzoekers van de VOA (de verkeersongevallenanalyse)  de hand te schudden. Ook zij hebben waarschijnlijk nog de beelden van 14 september op hun netvlies staan en kunnen vanuit hun expertise nog beter doorgronden waarom het zo gruwelijk mis ging. En het is gek, naast alle verdriet is er dus ook dankbaarheid.

Kyrie eleison

30 oktober | In memoriam Harm 1982 – 2016 (80)

during Advertising Week Europe 2016 at Picturehouse Central on April 19, 2016 in London, England.

Morgen is het zover. Eindelijk de rechtszaak waar we al zolang op zitten te wachten. De politieagent die Harm heeft aangereden ruim drie jaar geleden moet voor de rechter verschijnen. Eerlijk gezegd, best heftig allemaal. Van te voren natuurlijk overleg met onze advocaat en doorgenomen hoe zo’n zaak er ongeveer aan toe gaat. Vervolgens ging het in ons hoofd malen; wat gaan we zeggen tegen de rechtbank, als we gebruik maken van ons recht om te spreken als nabestaanden. Coos was het eerste klaar, bij mij duurt het vaak wat langer.
We zullen benadrukken wat het gemis van Harm met ons deed en doet. Daarnaast zullen we ook vragen om een veroordeling van de agent, door de rechtbank. Omdat we er natuurlijk al een hele tijd mee bezig zijn, klinkt dat best heftig. Toch willen we dat er recht gesproken wordt (gerechtigheid), zo hard rijden zonder signalen door een agent in functie mag niet ongestraft blijven. Daarnaast vinden we het belangrijk dat alle politieagenten er van leren. Het moet agenten die dagelijks de straat op moeten, iedere keer ingeprent worden dat ze zich moeten beheersen, zeker als het geen spoed (“prioriteit 1”) betreft. Allerlei stukken en gedeeltes van het proces verbaal hebben we nog weer eens doorgenomen. Dat laatste is niet leuk, maar we beseffen tegelijkertijd dat we het doen voor onze zoon. Je wilt niet dat het maar verdwijnt in de vergetelheid en Harm wordt weggezet als een ongeleid projectiel. Dat laatste werd wel gesuggereerd door de eerste officier van justitie.

8 jaar en al helemaal wijs met een zonnebril

Ook de media staat weer in de aanslag om verslag te doen. Het helpt om het nog en nog eens te verwoorden. Laat de lezer en kijker het maar weten, Harm zijn naam mag genoemd worden, hij was een creatieve ontwerper die helemaal op ging in zijn werk bij Media Monks in Hilversum. Harm was ook onze zoon en natuurlijk nog veel en veel meer. Afgelopen week  kon ik mijzelf eindelijk zo ver krijgen om het fotojaarboek van 2016 af te maken. Confronterend om te doen. Bladeren door herinneringen, foto’s omslaan en in jezelf weer zijn naam noemen; Harm. Natuurlijk ook foto’s van voor 14 september. Onbezorgd staat Harm her en der op de foto’s, bij de trouwerij van onze jongste dochter, de derde verjaardag van onze kleindochter….. Dan opeens na een serie ‘vakantiekiekjes’ toch maar een paginagrote foto van Harm in het VU-MC. Het zijn geen foto’s voor de media, alhoewel ze ook vandaag daarom weer vroegen. Nog een keer uitleggen voor de camera van AT5 waarom we morgen naar de Parnassusweg gaan is tot daar aan toe, maar RTL-Boulevard en Hart van Nederland hebben we afgewimpeld. Een paar foto’s mogen ze hebben, waaronder die van een orerende Harm op een podium in Londen. Uitleggen in ‘vloeiend’ Engels wat Media Monks voor prachtige projecten deed voor een barbecuespecialist. Het jongetje met zonnebril, klein voor zijn leeftijd, was uitgegroeid tot een zelfbewuste ‘design director’.
Morgen zal er ‘gepoerd’ worden in wonden en onze zakdoeken zullen niet droog thuiskomen. Gelukkig is er ook het besef dat er een Heer is die zorgt, wat een rechter ook zal uitspreken (niet morgen trouwens). En wat ook de uitspraak zal zijn en of er nu wel of niet een straf wordt uitgesproken tegen de agent, wij leven verder met herinneringen en zullen Harm zijn naam blijven noemen.

Kyrie eleison

Preken voor eigen parochie?

Op weg naar Apeldoorn vroeg ik mijzelf af waarom ik mij ook alweer had opgegeven voor dit congres. En terwijl de prachtige herfstkleuren van de Veluwe aan mij voorbij gleden, wist ik het weer. Vrouwlief is er even tussenuit met een vriendin en voor mij dus alle vrijheid om een op het eerste gezicht, interessant congres te bezoeken. Preken voor eigen parochie, is dat wat het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad doen? Volgens mij is het antwoord toch al snel; ja, zonder twijfel. Natuurlijk proberen beide kranten ons duidelijk te maken dat ze over de muren van hun eigen doelgroep heen ‘de bazuin’ laten klinken, maar uit alles bleek tijdens het congres dat dat niet gebeurd. Niets hoorde ik over een positieve invloed van goede christelijke journalistiek in de politiek bijvoorbeeld. Tja, Rutte feliciteerde het ND met zijn zogenaamde 75verjaardag en jazeker, soms mag de hoofdredacteur van het ND wel eens aanschuiven bij het mediapanel van Radio 1. Toch blijft het allemaal behoorlijk marginaal wat deze twee kranten produceren. Dat doet trouwens niets af aan mijn grote liefde voor het ND. Met plezier spel ik vaak ’s ochtends het ene artikel na het andere en graag wens ik de krant veel meer lezers toe. Alleen al omdat het zinnig is om niet alleen het nieuws via nu.nl of een nos-app te volgen. Een krant duidt het nieuws en geeft daar ook commentaar op, dat is waardevol. Karel Smouter (o.a. van de Correspondent) wees er mijns inziens terecht op dat journalisten van de christelijke pers veel vaker en meer in de publieke ruimte zouden kunnen treden, “ze mogen best wat mondiger worden”. En zijn suggestie waarom je het beste uit christelijke media niet zou aanbieden aan andere media, verdient bijval. En zijn derde suggestie om samen een onderzoeksredactie op te richten, ook met het Fries Dagblad erbij, onderschrijf ik van harte. Niet alleen omdat ik dat zelf ook al wel eens geopperd heb, maar het is nodig! Waar blijven de doorwrochte achtergrondartikelen over stikstofuitstoot in relatie tot onze landbouw? Waar blijven gedegen achtergrondartikelen over ‘kerkelijke eenwording’ en alles wat daarbij komt kijken? En met welke onderzoeksjournalistiek zijn ook jonge christenen weer te verleiden tot het lezen van een kwaliteitskrant?

De oplagecijfers van RD en ND gaan alleen maar omlaag, zegt Piet Bakker.

In mijn eigen kerkelijke gemeente durf ik het nauwelijks meer te doen, verwijzen naar een goed artikel in de krant. Ik schat in, dat op ongeveer 1 op de 8 adressen nog een ND door de brievenbus valt, een van oudsher toch “vrijgemaakte krant”. En, ik zeg het met een beetje verdriet ook, mijn eigen kinderen lezen ook geen krant, Netflix staat bovenaan in de kijk top-tien en waarschijnlijk ook op plek twee en drie. Een geweldige uitdaging dus voor in ieder geval het ND en ik denk ook het RD. Ik kreeg het idee dat zelfs de goede ideeën van Piet Bakker voor kennisgeving werden aangenomen. Eline Kuijper (zie eerste foto, uit het ND) citeerde dan wel prachtige anekdotes uit haar opschrijfboekje, maar ik raad haar (en de rest van de redactie) aan nog maar eens diepgaand het gesprek met Piet Bakker aan te gaan. De lezers die vragen en opmerkingen hebben zitten niet te wachten op alleen maar ‘zenden’. Veel meer interactie, zodat ook anderen bij die parochie willen gaan horen.

Op ND-foto staat op de achtergrond  een schilderij, in de aula van het Reformatorisch Dagblad. Aan de andere kant van de aula stonden nog twee soortgelijke panelen, meer abstracte schilderijen. Het schilderij van de foto heb ik in de middagpauze wat beter bekeken. Het lijkt een groot vergrootglas, waardoor een klein deel van de wereld wordt bekeken. Het motto van de Erdee-groep staat op het handvat: Bewogen Betrokken en Vernieuwend. En onder het vergrootglas zien we allerlei ‘reformatorische’ zaken; de SGP, een kerk, een open bijbel en twee opgeheven handen met een naar het lijkt een foetus en twee zwarte stenen die buiten het vergrootglas lijken af te brokkelen. Is dat laatste symbolisch? En is het ook symbolisch dat sociale media, net op de grens van het vergrootglas ligt? De rand van het vergrootglas was bedekt met krantenpapier, is hier het RD (de krant) die bepaalt wat er binnen en buiten is? Duidelijk is wel dat er ook veel buiten het vergrootglas valt; de snelle auto, de voetballer (Frankie de Jong?), RTL4, de Voice of Holland en ook gamen. En waarom vallen al die mensen buiten het vergrootglas? Hoe langer ik er over nadenk, er wordt hier een bizar verhaal verteld. De regenboog ligt onder de loep,  maar die boog in de wolken was toch bedoeld voor alle mensen?
In de andere hoek van de aula stond een nagemaakte toren met daarop een soldaat met bazuin en een soldaat met een grote speer (naar Ezechiël 33 vertelde dr. ir. S. M. de Bruijn, de hoofdredacteur van het RD). Een op het eerste gezicht mooi beeld, de lezers toerusten, zodat ze gewapend de wereld aankunnen en ook je boodschap rondbazuinen. Maar is dat laatste niet te veel voor eigen parochie preken als je het combineert met wat onder het vergrootglas ligt?

Als de man verliest

 Het had veel geregend, maar gelukkig was het droog en misschien wel warmer dan het overdag was geweest. Ik fietste terug van ‘Pakhuis de Zwijger’; Piet Heinkade, Czaar Peterstraat, Pontanusstraat en via de Oostpoort de Middenweg op. Windstil en de batterij verbruikte nauwelijks stroom. De hele weg voelde ik de ‘hug’ van Tim Overdiek en de vreemde sensatie dat hij me aansprak met Harm, want dat was me nog nooit overkomen. Een volle avond was het, eerst naar de Oosterkerk waar een jong echtpaar van onze Oosterparkgemeente stralend aanhoorde wat dominee Marinus over het huwelijk had te zeggen. Net voor de zegen sloop ik de kerk uit en fietste door naar de boekpresentatie van ‘Als de man verliest’. Een volle zaal, een vol programma en heel veel mannen.
Het verschrikkelijke feit dat Tim Overdieks vrouw tien jaar geleden werd omvergereden door een meer dan haastige motoragent en het niet overleefde, maakte ons tot lotgenoten. Eerst een aftastende mailwisseling en daarna een paar mooie ontmoetingen en nog steeds contact. Tim Overdiek is oud-journalist en was adjunct-hoofdredacteur van het NOS-journaal, maar is inmiddels al weer een paar jaar therapeut. In interviews op radio en tv is hij te horen als het gaat over ‘verlies in het leven van mannen’. De EO ging bij hem op bezoek met ‘De Kist’ en een tijdje geleden gaf hij in het Nederlands Dagblad antwoord op de vraag, “Wat is uw houvast in leven en sterven?”

Aanbieding eerste exemplaren

Op de fiets naar huis bleef het maar door mijn hoofd spelen, “Heeee.. Harm!” Natuurlijk was het snel hersteld en keken we elkaar nog eens diep in de ogen; “Tja wat schrijf ik er nou voor in….., maar niet over die 31 oktober hè?!” De boekpresentatie had aan het denken gezet, over hoe je als man omgaat met verlies, verdriet, rouw… Er klonken grappen van Marc de Hond over zijn dwarslaesie en zijn omgang met blaaskanker en veel vragen over verhoudingen tussen vader en zoon, het gemis van liefde en het toch op elkaar lijken. Een ontroerende column van Femke van der Laan was een goede afsluiter. Van alles dwarrelde al fietsend door mijn gedachten, mijn vader bij de open haard en al ernstig ziek door longkanker. Eigenlijk wilde ik een gesprek van hart tot hart, maar beiden vonden we op een of andere manier niet de woorden. “Het zit wel goed”, zei mijn vader en voor dat moment was dat genoeg. Jaren later probeerden we met Harm in gesprek te komen over zijn leven met God. Het leek wel of ik mijn vader hoorde: “Het komt wel goed!”
Vandaag regende het weer pijpenstelen en ik ben al op pagina 97. Tijd om even te stoppen en opnieuw oude beelden weer tot leven laten komen. Ik ben denk ik zes en ga niet naar de kleuterschool, het leven op het erf van onze boerderij en houthandel was onderwijzend en uitdagend genoeg. Van mijn vader mocht ik mee naar Amsterdam in de trailer van Jan Luiten. Jan Luut’n (op z’n Drents) was een goede kennis van mijn vader en woonde in Stuifzand, aan de andere kant van Hoogeveen, vlak bij de sloperij van Jan Bork. Jan ging regelmatig naar Amsterdam om daar op het Waterlooplein tweede-hands meubels te kopen. Zo nu en dan ging mijn vader mee en kocht onder andere prachtige dressoirs, hij maakte daar ‘boerenkeukens’ van. Veel weet ik er niet meer van, wel dat we Diemen voorbij kwamen, omdat Abraham daar de mosterd haalde. Van de Waterloopleinmarkt kan ik me alleen nog de bergen kleding en schoenen herinneren en dat ik van mijn vader een prachtige blikken hijskraan cadeau kreeg. Ook die was hoogstwaarschijnlijk tweedehands, maar het plezier was er niet minder om.
Spraken we ooit wel van hart tot hart, ik kan me daar niet veel van herinneren. Toch verstonden we elkaar wel denk ik, helpend in de houtzaak en later toen we in Amsterdam woonden deelden we in ieder geval onze liefde voor de kerk. Mijn vader was opgegroeid voor de Tweede Wereldoorlog en was actief geweest op de Knapen en Jongelingsvereniging. Ongetwijfeld had hij daar een bestuursfunctie omdat hij ‘gestudeerd’ had op de Landbouwschool. Wanneer hij vandaag nog geleefd had, ongetwijfeld had hij kunnen uitleggen hoe het zat met de stikstofuitstoot in relatie tot landbouw en het houden van koeien. Op diezelfde Landbouwschool had hij leren kalligraferen en in examentijd kreeg hij de diploma’s van die school en zat hij op zaterdagmiddag in zijn kantoor met prachtige krulletters de namen van de geslaagden in te vullen. Mijn liefde voor mooie letters en kalligraferen is daardoor ontstaan denk ik. Zo hield ook Harm van verschillende lettertypes en kon zich opwinden over verkeerd gebruik. Wat een hug en een fietsrit naar huis allemaal weer oproept; warme herinneringen en veel gemis.

In memoriam Harm 1982 – 2016                     Kyrie eleison

PS   Aanbevolen trouwens dat boek!

What’s in a name?

Juliet:  “What’s in a name? That which we call a rose
                 By any other name would smell as sweet.”     
uit  het toneelstuk  Romeo and Juliet   – William Shakespeare

Boven de ingang; ontworpen door Harm

‘De klank en de betekenis van een woord hebben niets met elkaar te maken, zo is de heersende opvatting onder taalwetenschappers. Niets in de klank [rose] wijst op een roos, dus had een roos net zo goed een tafel kunnen heten’. [citaat gevonden op het www]
Maar hoe zit dat met de naam van een kerk, een gebouw of een school? Ik kan me nog de reacties herinneren toen we in 2006 de naam van dr. M.B. van ’t Veer van de gereformeerde school in Amsterdam haalden. Vooraf ging een maandenlange discussie over het waarom van een naamswissel. Vooral niet-vrijgemaakte ouders werden ongerust, zou deze school wel een goede christelijke school blijven? Zou dit niet het begin inluiden van verbreding en loslaten van de christelijke beginselen? Uiteindelijk was daarop maar één goed antwoord. Dat antwoord kwam van dominee C.J. Breen, jarenlang predikant in Amsterdam en oud-bestuurslid van de ‘dr. M.B. van ’t Verschool’. De nieuwe naam, Veerkracht verwees in het eerste gedeelte naar de oude naam van de school en in het tweede gedeelte naar de kracht die de school haalt uit het Woord van God. Zonder dat laatste zou het niet gaan. Ds. Breen zag namelijk dat onder de hele grote letters Veerkracht, met kleinere letters stond; gereformeerde basisschool – bijbelgetrouw onderwijs. De combinatie leverde een woord op dat stond voor het soort onderwijs op de school; leerlingen toerusten voor het vervolgonderwijs en hun leven, christelijke veerkracht meegeven!  Opvallend in dit verhaal is ook nog, dat we van hogerhand eigenlijk geen steun vonden voor een naamswisseling. Inmiddels ligt 2006 al weer ver achter ons en van de huidige generatie leerlingen op Veerkracht, heeft niemand nog weet van de oude naam. In de overkoepelende organisatie, die in 2006 nogal moeilijk deed, zijn inmiddels al veel meer namen van scholen gesaneerd. Zelfs belangrijke gereformeerde voorgangers uit het verleden als K. Schilder en S. Greijdanus werden naar het geschiedenisboek verwezen. Onze dr. M.B. van ’t Veer was uiteindelijk nooit ‘vrijgemaakt’ geweest, maar juist Schilder en Greijdanus deden er toe!  En in de nieuwe organisatienaam is de ondertitel ‘gereformeerd’ ook niet meer aanwezig. Ach, what’s in a name?

Maar verwijzend naar het begin van mijn blog, ‘What’s in a name?’; doet het er toe welke naam er op een school staat? Doet het er toe welke naam er op een kerk staat? Blijkbaar hebben mensen daar toch een gevoel bij en leggen ze een bepaalde waarde in een naam. Door de jaren heen zijn er emoties met een naam verbonden. Daarom was er de laatste maanden op het internet flink wat discussie over een naam voor het ‘nieuwe’ kerkgenootschap, dat ontstaat als binnen en buiten-verbanders de strijdbijl begraven. Op verschillende fora werden stevige uitspraken gedaan. Dat soort discussies hadden we in 2006 ook. Opeens laaien emoties op en het lijkt wel of iedereen het beter voelt en weet.   Er is een site met de nogal pretentieuze naam: ‘onderwegnaar1kerk.nl‘ (Toch nog steeds het ‘ware kerk’ idee? Was het maar zo dat er straks maar 1 kerk is!).  Natuurlijk ben ik blij dat de twee kerken binnen afzienbare tijd weer een eenheid gaan vormen, een dankbaar gebeuren. Maar ook een samengaan omgeven met tranen, want wat is er veel verkeerd gegaan in de jaren zestig van de vorige eeuw. Op die bewuste ‘onderwegnaar-site’ heb ik spontaan als volgt gereageerd:

“Tja……
Zoveel smaken, zoveel zinnen waarschijnlijk. Toch blijf ik me bij beide namen afvragen waarom er een extra bijvoeglijk naamwoord voor moet. Waarom Nederlandse? Waarvan willen we ons onderscheiden? Van de Belgische, Deense, Duitse, Ghanese, Canadese Gereformeerde Kerken? Het is toch een aanduiding die we in Nederland gebruiken? Waarom er dat dan nog voorzetten? En waarom Verenigde? Dat klinkt al net zo bizar als Verenigde Naties die helemaal niet verenigd zijn, maar doen alsof… Natuurlijk, het zou mooi zijn als alle Gereformeerde Kerken meedoen, het zou werkelijk een Godswonder zijn! Maar ook deze vereniging van twee gereformeerde kerken zal er voor zorgen dat er broeders en zusters vertrekken naar verschillende kleinere gereformeerde kerken, omdat ze het uiteindelijk niet eens zijn met vrouwen in het ambt en aanverwante zaken. Dus toch maar gewoon Gereformeerde Kerken en hopen op een Godswonder!”

Teruglezend zie ik, dat ik in het stukje nog niet eens gerefereerd heb aan de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten en de vele andere varianten (Op de Biblebelt-tentoonstelling hing een gigantisch schema met alle gereformeerden; waarschijnlijk verwijzend naar Johannes 17 vers 21). Afgelopen zaterdag op weg naar een begrafenis kwamen we langs een kerk met een groot bord: “Gereformeerde Kerk (hersteld)”. Dat zou het moeten zijn, dacht ik. De binnen en buiten-verbanders samen, dat is toch ‘hersteld’? Ik kreeg ook associaties met een populair tv-programma (op de BBC en gekopieerd door RTL4 met Umbrto Tan) “The Repair Shop“. We maken er gewoon “The Repair Church” van; de kerk is toch een beetje hersteld, en je kunt je er ook laten herstellen en tegelijkertijd gaat er de roep van uit om te blijven herstellen.

Ooit waren we als gereformeerde school aangesloten bij het ‘Evangelisch Contact Amsterdam’. Baptistenbroeder Gabriel, inmiddels rooms-katholiek geworden, was van die club de stuwende kracht en we vergaderden steeds op een andere plek. Bij de Pinkstergemeente of bij de Christ Church op de Groenburgwal, in de Tituskapel en ook een keer op Veerkracht. We leerden elkaar steeds beter kennen als volgelingen van Jezus Christus, hoe verschillend we ook waren en zijn en dat ook niet onder stoelen en banken staken. Op zeker moment heb ik voorgesteld om op alle aangesloten kerken een bord te laten bevestigen, in de trant van: “hier komen volgelingen van Jezus Christus bij elkaar….”. Bij mijn weten hebben Jezus eerste volgelingen Petrus, Johannes en hun vrienden en ook Paulus geen kerken gesticht. De volgelingen van Jezus kwamen regelmatig bij elkaar en vormden gemeenschappen. Gemeenschappen waar vanaf dag één ook gedoe was, maar die wel bekend stonden voor hun trouw aan de Opgestane en hun liefde voor hun naasten. En mij bekruipt regelmatig het gevoel dat onze Heiland geen instituten (kerken) bedoeld heeft met klinkende namen en eigentijdse organisaties, maar kerken die willen leven naar Mattheus 22 vers 36 tot en met 40.

De Biblebelt

van Urk tot Reimerswaal

Afgelopen zaterdag is in het Museum Catharijneconvent (Utrecht) de tentoonstelling ‘Bij ons in de Biblebelt’ afgesloten. Ik hoorde de directeur zeggen dat de bezoekersaantallen bijzonder waren, ik ving ‘bijna 70.000’ op. Vorige week dinsdagmiddag, een gewone doordeweekse dag en het was echt druk! Een bijzondere tentoonstelling, die toch gemengde gevoelens achterlaat. Het moet eerlijk gezegd, de tentoonstelling was prachtig opgezet, maar het was toch wel een beetje ‘aapjes kijken’. Al die mooie foto’s, die korte filmpjes; natuurlijk geeft het een beeld van een groep gelovigen in ons land. Maar het was behoorlijk veel ‘brede en smalle weg’. Als gereformeerde jongen heb ik toch een redelijke afstand tot de reformatorische wereld, maar tegelijkertijd ligt het gedachtegoed van de reformatorischen heel dicht bij die van de gereformeerden. Veel uiterlijkheden en de daarbij behorende regels van de reformatorischen, waren in mijn jeugd ook de onze. Wij waren dan wel niet van de ‘zwartekousenkerk’, maar een buitenstaander zag wel heel veel overeenkomsten. En laat het duidelijk zijn, gereformeerden en reformatorischen hebben en lezen precies dezelfde Bijbel. En voor beide is de Bijbel; het levende Woord van God. Als cultureel verschijnsel is de Biblebelt best bijzonder, dat ontken ik niet. Al die plaatsnamen aan het begin van de tentoonstelling, heel herkenbaar. Maar tegelijkertijd ook de constatering dat in veel van die plaatsten lang niet iedereen zich schaart onder het gehoor van een ‘zware’ reformatorische predikant.
Toch ook wel een beetje bijzonder is dat er zoveel reformatorischen hebben meegewerkt aan deze tentoonstelling. Zelfbewust stonden ze op foto’s en deelden hun verhaal. En tegelijkertijd vroeg ik me steeds af, maar is dit zo bijzonder? Is het om een buitenstaander te laten glimlachen bij de preek van een Gereformeerde Gemeente dominee, waarin zoveel herhaling en onbegrijpelijk en archaïsch taalgebruik zat, dat er geen touw aan vast te knopen viel? Is het de glimlach om ‘zingen met bovenstem’ of de vrijwel identieke interieurs van jonge reformatorischen? Aan de andere kant is het ook mooi dat er zoveel verbondenheid en gemeenschappelijks is binnen deze ‘zuil’. Is dit wat Jezus bedoelde met ‘wel in de wereld, maar niet van de wereld’ in Johannes 15: 19?

Kruisiging

Toch moest na al dat ‘reformatorische geweld’ het mooiste nog komen. De laatste zaal was bestemd voor ‘reformatorische kunst’. Eigenlijk bedoelden ze denk ik, kunst gemaakt door kunstenaars die zich rekenen of rekenden tot de wereld van de Biblebelt. We liepen Martijn Duifhuizen tegen het lijf, hij wilde op de foto met zijn kunstwerk samen met de directeur van het Museum Catharijneconvent (voor zijn portfolio). Heel kort hebben we elkaar even gesproken en natuurlijk wist hij zich te herinneren dat hij voor ons een exemplaar van Communio Sanctorum had gemaakt. Een heel klein werkje met 1000 namen, waartussen die van Roelof Harm Wimmenhove. Ik heb daar in november 2017 over geschreven. Op de tentoonstelling was ook een exemplaar van Communia Sanctorum te zien. En naar mijn idee totaal niet passend bij de tentoonstelling, maar wel heel indrukwekkend, Duifhuizens grote werk: ‘Kruisiging’. Eén van de ideeën achter dit werk is dat het middelste witte vlak Jezus Christus is en met links of met rechts een perfect vierkant vormt. Ook was er muziek bij te luisteren. Martijn stuurde mij later nog een link met muziek van componist Kees Wisse. Martijn: “Tip: het was best wel druk. Eigenlijk is het mooi om de muziek thuis in stilte te luisteren denken aan de kruisiging… ” Dit werk maakte het bezoeken van de tentoonstelling meer dan waard. En Martijn voegde er nog een prachtige relativering aan toe, “Uiteindelijk zullen we allemaal één zijn als volgelingen van Jezus”. Op Communia Sanctorum staan de namen van 500 protestanten en 500 katholieken. Allerlei denominaties bij elkaar op een kunstwerk! Dat is immers onze toekomst! Gereformeerd of reformatorisch zal uiteindelijk niets uit maken, denk ik.