naam-monument | In memoriam Harm (87)

Het is een simpel bordje geworden met Harms naam, zijn geboorte en-sterfdatum, met daaronder drie karakteriseringen; zoon, vriend en topgozer. Afgelopen vrijdagavond, de zon was al onder, hebben we het gezamenlijk vastgeschroefd op de boom aan de Nassaukade. Bij deze boom, al weer vijf jaar geleden, stak Harm over, werd aangereden en aan de gevolgen daarvan, overleden. Vorige maand heeft Ray het daarop gespoten hart en Harms naam nog een keer bijgewerkt. Een plataan zorgt er echter zelf voor dat schilderingen na verloop van tijd weer verdwijnen. Op initiatief van Arnout hebben Harms vrienden daarom een kleine plaquette laten maken en dat is toch mooier dan graffiti. De plataan zal er niet onder lijden en voorbijgangers zullen het hopelijk niet in hun hoofd halen om het los te schroeven. We hebben trouwens een trapje gebruikt, dus het zit hoger dan op ooghoogte.

Nee, ik ga geen vergelijking maken met het pas geopende ‘Namenmonument’ aan de Weesperstraat. Maar misschien is het idee achter dit naambordje in de verte, wel een beetje hetzelfde. Misschien zijn de ‘struikelstenen’ (stolpersteine) beter om mee te vergelijken. Voorbijgangers  zet het aan tot herdenken en er even bij stilstaan. Harms vrienden en wij trouwens ook, doen hetzelfde. Die plek op de Nassaukade, tegenover de parkeergarage aan de Marnixstraat is blijvend de plek waar Harm is verongelukt. Wanneer we er langs rijden brengt het, of we willen of niet, emotie met zich mee. Vanaf nu kunnen we even stoppen en mijmeren bij het herdenkingsbordje; ‘zoon, vriend en topgozer en nog zoveel meer’.

 

Kyrie eleison

Pure genade, een niet gestelde vraag

Op de verjaardag van mijn oudste broer, afgelopen woensdag, regende het ’s morgens pijpenstelen. Gelukkig was het in de middag weer opgedroogd en kon ik heerlijk op de fiets naar de Waalse Kerk aan de Amsterdamse Oudezijds Achterburgwal. Het HDC had een lezing georganiseerd met Freek de Jonge als spreker. Volgende week verschijnt het tweede deel van zijn memoires, wat eigenlijk het eerste deel is. Het blijft een grappenmaker die de Jonge. Freek de Jonge komt uit een domineesfamilie, dus mooi om hem eens te horen spreken in een van de mooiste kerken van Amsterdam.
Het werd een boeiend verhaal over vader en grootvader de Jonge. En het kan niet anders dan dat het ook de cabaretier heeft beïnvloed, en de cabaretier is de laatste om dat tegen te spreken. Op een vraag van de onvolprezen gespreksleider Wim Berkelaar, antwoordde Freek de Jonge dat hij het zelf ziet als een stap in het evolutieproces. Grootvader was bijbelcolporteur en evangelist, zijn vader werd theoloog en predikant en hijzelf ging weer een stap verder; een soort volksopvoeder of superdominee. Deze laatste twee typeringen zijn niet van hem, maar van mij. Zelf liet hij het in het vage, de toehoorder mocht het zelf invullen. Maar het was wel een volgende stap in de evolutie… Niet zo onlogisch dus, dat hij daarbij gebruikt maakt van allerlei begrippen en taal van de evangelist en de dominee. En het klink naar mijn idee ook nog zeer gemeend ook.
De Jonge verwees bijvoorbeeld naar het verhaal van Henoch, zijn vader hield over dat verhaal de mooiste preek van zijn leven. Henoch was de man die wandelde met God, het verhaal is te lezen in Genesis 5: 21vv. Henoch wandelde zo vaak met God, preekte ds. de Jonge, dat hij steeds een beetje dichter bij het huis van God kwam. Zo kon Henoch uiteindelijk opgenomen worden in Gods huis, hij hoefde niet meer terug naar zijn eigen huis. Die dominee de Jonge kon het mooi brengen; zijn zoon zag in ‘het wandelen met God’ (in de NBV veel minder fraai vertaald met:  Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God) een vorm van mediteren, want dan kom je dichter bij God. En bij de cabaretier vertaalt zich dat in en hunkering naar het discours van het mystieke. De zoon van de dominee heeft er geen enkele moeite mee om dan te zeggen ‘dat het tot je komt’.
Dat laatste maakte de Jonge nog een keer duidelijk met het maken van liedjes, hij zei: “Het is pure genade bijvoorbeeld, hoe een liedje tot je komt”. De zoon en kleinzoon van evangelieverkondigers schroomde dan ook niet zijn gehoor, gemiddelde leeftijd tegen de zeventig, voor te houden dat het armoe troef is dat er nog zo weinig met dit gegeven wordt gedaan. Er is volgens hem een grote behoefte aan zoeken naar meer tussen hemel en aarde. “Het primaat van de ratio moeten we weerspreken”, zo sprak de Jonge.
Ik heb het niet gedaan. Wim Berkelaar daagde de zaal meermalen uit om nu het toch een keertje kon de grote cabaretier, een vraag stellen. Ik vond het te pedant om de vraag ,die mij bleef bezig houden, te stellen. Het antwoord kon ik immers uittekenen. Want wanneer je zo goed beseft dat er ‘pure genade’ is en dat ‘het zomaar tot je kan komen’, waarom grijp je die genade dan niet met beide handen vast? Waarom niet geloven in een God die boven ons verstand uit gaat en zijn zoon uit pure genade, tweeduizend jaar geleden liet rondlopen in Israël? Waarom heeft de essentie van ‘pure genade’ zo afgedaan in onze tijd?

 

5 jaar | In memoriam Harm (86)

Dinsdagmorgen kroop kleinzoon over de vloer achter een autootje aan, komt een lege fles tegen en brengt deze bij opa… Dat geeft kleur aan die dag, zelfs als hij begint te krijsen wanneer hij zijn zin niet krijgt. Terwijl kleinzoon er geen besef van heeft, of we het willen of niet, 14 september staat in het teken van Harm. Bij het wakker worden, verschillende appjes van vrienden en familie. Het staat op de kalender en in het geheugen gegrift. Kaartjes in de brievenbus en ook verschillende buren zijn het niet vergeten. De avond ervoor zijn we met vrienden van Harm wat wezen drinken. Deze keer bij ‘De Waterkant’, pal tegenover de plek waar Harm vijf jaar geleden werd aangereden op de Nassaukade. Het lijkt wel symbolisch, we zitten onder de spiraalvormige oprit van een parkeergarage, mijn gedachten dwarrelen naar omhoog, naar Harm. Ondertussen praten we over het leven van vandaag, het werk van de vrienden en ook over hun kinderen, inmiddels zijn ze allemaal vader.

Tot twee keer toe kwam het opeens voorbij afgelopen week, ‘jullie doen het goed’. Omdat het de week was van de Kankerbestrijding, ging ik met de KWF collectebus langs de deuren in onze straat. Gelijk een mooie gelegenheid om buren die je niet zo vaak spreekt, toch even te spreken. Een buurvrouw, waarvan haar man al een aantal jaren in een huis voor demente bejaarden woont, ging er echt even voor zitten op haar rollator. Mooi bijpraten en zij vond dat we het goed deden. Het blijft een toch wat ongemakkelijke constatering. Het gemis en verdriet om Harm dragen Coos en ik dagelijks met ons mee, dat is niet een kwestie van ‘het goed doen’… Ook een collega-ledenraadslid van de EO vond dat we het goed deden. Het zette wel aan het denken, en ik had er ook niet zo snel een antwoord op.
Afgelopen maandag waren we na een moment van herdenken op de Nassaukade, bij een versgespoten hart op de boom, te laat thuis om nog naar ‘de Kist’ te kijken. In deze aflevering werd staatssecretaris Paul Blokhuis geïnterviewd over het sterven van zijn 18-jarige dochter in 2018. Door dagelijkse mail van Lazarus werd ik er nog een keer op geattendeerd. Voor mij was het heel herkenbaar en inzichtgevend wanneer je ziet dat een ander die een kind heeft verloren haast letterlijk hetzelfde zegt en reageert. Er zitten een aantal mooie uitspraken in, die de uitspraak ‘jullie doen het goed’ relativeren en tegelijkertijd ook diepgang geven. Blokhuis zegt dat het praten over de dood van zijn dochter goed is, het is immers de realiteit. Maak geen omweggetjes om het te vermijden, zou ik zeggen. Prachtig was wat hij op ‘de kist van Kefah Alush’ schreef: “Leef met volle teugen.. en tot ziens.”

‘Het goed doen’, het gaat niet vanzelf. God slaat een arm om je heen, dat belooft Hij in zijn Woord, dan is geloof echt een harde werkelijkheid. Dat ervaart Blokhuis ook zo. Je hoofd en hart zeggen het als het ware na, en we voelen het in armen van mensen om ons heen, in lieve groeten op een kaart, in appjes en ook in het heffen van een glas met Harms vrienden.
In de foto’s die Harm zijn laatste vakantie maakte heb ik naar een beeld zitten zoeken. Japan vond hij geweldig en de meest rare dingen kom je op die foto’s dan ook tegen. Deze meerpaal of bolder houdt een boot stevig tegen de kade. De meerpaal is zo goed verankerd dat het niet aan hem ligt dat er iets gebeurt met het schip. Zo is het ook met geloof in een liefhebbende Vader, het houdt ons vast. We hoeven ons niet groot te houden, tranen mogen stromen en God slaat echt zijn armen om ons heen. Vast en zeker!

De aflevering van ‘De Kist’ is terug te kijken op NPO-start.

 

slavernij

Deze week hoorde ik een vraaggesprek op Radio 1; ‘oorspronkelijke bewoners van Suriname’ eisen óók excuses. Immers ook zij hebben te lijden gehad van Europese kolonisten die hun land tot een wingewest probeerden te maken. Zo op het eerste gezicht logisch. Wanneer een stad als Amsterdam heel nederig excuses maakt voor wat zij in het verleden verkeerd hebben gedaan met betrekking tot de slavenhandel, is het niet zo gek dat ook andere groepen aanspraak maken op excuses voor wat hun voorouders is aangedaan. Zoals aan Aboriginals in Australië en de Noord-Amerikaanse Indianen excuses gemaakt worden, kan dat ook aan de Indianen (als je hen beschouwd als oorspronkelijke bewoners) die indertijd in Suriname woonden. Ze werden verdreven door de eerste kolonisten en uitgebuit en later nog verder verdreven door onder andere gevluchte slaven. Mensonterend en ook na eeuwen, niet  goed te praten.

Afgelopen weekend had ik juist het intrigerende boekje van emeritus hoogleraar Piet Emmer uitgelezen.  Een paar maanden terug had ik een vraaggesprek met hem gehoord op de radio. Hij legde daarin uit waarom hij naast het standaardwerk “Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel” (ruim 300 pagina’s), opnieuw een boek over slavernij heeft geschreven. Emmer was lange tijd hoogleraar in Leiden en is volgens Wikipedia een specialist op het gebied van slavernij en immigratie. Met zijn uitlatingen en publicaties heeft hij trouwens ook verschillende keren de toorn van ‘activisten op slavernijgebied’ over zich afgeroepen. In een artikel van De Groene Amsterdammer vindt je deze discussie terug (website De Groene). Zijn relativerende opmerkingen over aantallen en de behandeling van slaven, vielen niet altijd in goede aarde. En nu er de laatste jaren er gelukkig steeds meer aandacht voor dit onderwerp is, worden er volgens Emmer ook veel onjuistheden rondgestrooid. Hij heeft kritiek op wetenschappers die zonder goede bewijzen iets poneren, kritiek op de ‘Canon voor het onderwijs’ en ook kritiek op makers van tv-programma’s en tentoonstellingen. Tijd dus om opnieuw zijn stem te laten horen. Ditmaal in een overzichtelijk en niet al te dik boek, met de woorden ‘in een notendop’ als toevoeging. Het leest gemakkelijk en geeft een goed overzicht van wat de rol van Nederland was in de Atlantische slavenhandel. Nederland was immers niet het enige land dat slaven kocht op de westkust van Afrika en transporteerde naar de Nieuwe Wereld. Emmer legt kort en bondig uit waarom slaven werden ingezet als arbeidskracht, hoe wijdverbreid en oud deze misstand al is en hoe en waarom men deze slaven kon kopen in Afrika. Bij dat laatste onderwerp vertelt de auteur hoe het zat met de Arabische en Afrikaanse slavenhandel en hoe voorwaardelijk deze was voor de Europese slavenhandel. Emmer praat niets goed, uit op meerdere plaatsen zijn afschuw over wat er tussen 1500 en 1850 is gedaan door meerdere Europese landen. Maar hij probeert ook bij de feiten te blijven en duidelijk te maken hoe Afrikaanse stammen slaven maakten en verkochten aan Arabieren en later aan Europeanen. Dat laatste wordt door een aantal deelnemers in het huidige debat over slavernij liever niet genoemd. Emmer verwijst daarbij verschillende keren naar een uitstekende website over de slavenhandel: slavevoyages.org. Mijn persoonlijk gevoel na het lezen van ‘De geschiedenis van de slavernij in een notendop’ is dat het een genuanceerd beeld geeft van vele, vele zwarte bladzijden uit onze vaderlandse geschiedenis.
In een recensie las ik dat het lezen van dit boek net zo veel tijd kost als het bekijken van de op dit moment lopende tentoonstelling in het Rijksmuseum over Slavernij. Die tentoonstelling heb ik nog tegoed, maar het lezen van dit boekje was waarschijnlijk minstens zo leerzaam.
Politici, leraren, onderwijzers, talkshow-presentatoren, journalisten en alle verdere geïnteresseerden in geschiedenis; lees dit boek. Je hoeft het niet in alles eens te zijn met wat Emmer aan zijn meningen te berde brengt, maar wat binnen en buitenlandse wetenschappers hebben uitgeplozen en door hem zorgvuldig is bestudeerd en ook onderzocht, het is te belangrijk om ongelezen te laten. Het verruimt je blik op de discussie en herinnerde mij weer aan de beroemde uitspraak van Bilderdijk: ‘In ’t verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal’.

Voetbalstadion in Qatar, slavenarbeid?

En excuses en schuldgevoel over deze bladzijde van ons verleden? Emmer is er vrij duidelijk over, doe het dan bijvoorbeeld ook voor kinderarbeid in de veenkoloniën of de foute behandeling van homoseksuelen of de discriminatie van Joden de eeuwen door. Dus excuses voor de oorspronkelijke bewoners van Suriname? Ik denk dat dan het einde zoek is en wat schiet je er mee op. Erken dat er door onze voorouders veel, heel veel verkeerd is gedaan. En ondanks het feit dat Nederland vandaag de dag een zeer welvarend land is met een hoog geluksgevoel, worden er aan de lopende band nog misstanden in stand gehouden. Denk aan de toeslagenaffaire, of de schadeloosstelling van slachtoffers van de aardbevingen in Groningen. Maar besef ook wat voor leed en schuld er op dit moment is en ook zal ontstaan in Afghanistan, mede door toedoen van onze Nederlandse politici en daarin impliciet ook de kiezers die ministers aan hun macht hielpen. En hoe fout slavernij in het verleden ook is geweest, slavernij bestaat anno 2021 nog steeds. Denk aan Oeigoeren in Chinese werkkampen, denk aan onderbetaalde werknemers in erbarmelijke omstandigheden in de kledingindustrie. Denk ook aan al die moderne slaven en slavinnen die de rijke Arabieren er op na houden. We laden met elkaar dus nog steeds schuld op ons en kunnen ‘excuses’ beter omzetten in ‘strijden voor een samenleving zonder slavernij’.

●●●●● de Waal

Onze vakantie in Frankrijk ligt al weken achter ons. Met open armen werden we op het kasteel en de camping ontvangen; eindelijk weer vakantiegangers over de vloer. Omdat het nog geen 9 juni was, hadden we min of meer het rijk alleen. Ongestoord, getest en gevaccineerd konden we ronddwalen over een uitgstorven camping en genieten van lezen, luieren, prachtige natuur en fietsen. Ik had de achterbank van onze auto thuisgelaten, zodat we extra ruimte zouden hebben voor boeken en wijn. Dat laatste was voor de terugreis wel nodig, bezoeken aan ‘Les Davids‘, nog nooit zo’n modern en bijzonder wijnhuis gezien, en ook aan ‘Chateau Canorgue’, zorgden voor extra gewicht op de terugreis. Mocht u ooit in de buurt van deze twee wijngaarden komen, een regelrechte aanrader! En… we hebben nog wat liggen, dus u kunt komen proeven.
We hebben trouwens ook flink wat tochtjes gemaakt op onze e-bikes, deze keer met helm. Zeker in Frankrijk, waar weinig fietspaden zijn, geen overbodige luxe. Na de vakantie waren we inmiddels zo gewend aan de fietshelm, dat het een soort automatisme is geworden. Zeker voor e-bikers die al gauw 25 km. op de teller hebben staan, geen overbodige luxe.

Maar nu de titel van deze blog, vijf sterren voor het laatste boek van Edmund de Waal. Al verschillende keren heb ik over de Waal geschreven. (voor geïntresseerden de blogs: rijksmuseum, advies opgevolgd  en netsukes) In het NRC las ik in mei een recensie over het laatste boek van de Waal, ‘Brieven aan Camondo’. Gelukkig was mijn favoriete boekhandel weer volledig open en hadden ze meerdere exemplaren op voorraad. Zo ging ook dit boek in de doos, samen met onder andere ‘De weg naar Cliffrock Castle’, ‘Mrs. Degas (voor de boekenclub) en ‘Jack’ van Marilynne Robinson. Meestal nem ik meer boeken mee dan ik kan lezen, deze keer een stuk of tien, maar dan heb ik in ieder geval keus. Over die andere drie valt ook veel te vertellen, maar dat moet maar een andere keer.
Eerst maar even over het omslag van het boek. De uitgever heeft terecht dit boek een hard kaft met stofomslag megegeven, ziet er prachtig uit. Ook de kleur is goed gevonden, bezoek maar eens de site van ‘Musee Nissim de Camondo’ (website). Op sommige foto’s kom je deze kleur tegen, maar de vraag daarbij is of het echt de kleur vam de stenen zijn of van de verlichting. Even zoeken op het internet levert de omslag van de oorspronkelijke Engelse editie op. Die is wat kleur betreeft meer bruin-grijs en lijkt erg op het behang in het Museum. Het monogram op de omslag heeft copyright en is dus op beide uitgaven hetzelfde, voor calligrafieliefhebbers een mooie uitdaging! Wat verder zoeken levert trouwens ook een Engelse uitgave op die vrijwel identiek is aan de Nederlandse, maar ik heb het idee dat de de uitgave is voor de VS. Op de site van de schrijver vertelt hij in een video over het ‘Brieven aan Camondo’, daar is ook de Engelse versie te zien. Hoe de Amerikaanse omslag dan weer terecht komt in Nederland; bijzonder. Navraag bij de uitgever zou misschien opheldering kunnen geven. Wat mij opvalt is dat op het min of meer grijze omslag de titel gezet is in even grote kapitalen, en op de Nederlandse uitgave is Camondo in even grote kapitalen als de naam van de schrijver. De “grijze” is wat mij betreft evenwichtiger.  Gelukkig is de titel wel één op één vertaald en zit daar geen gekke vergissing meer in zoals bij de Waals eerste boek.
‘Brieven aan Camondo’ is heel anders dan de Waals eerste boek, dat was een bijzondere zoektocht naar de herkomst van zijn Frans-Oostenrijkse Joodse familie. Dit boek is een brief aan de stichter van het Museum Nissim de Camondo’, Moïse de Camondo. Wandelend door het museum bezoekt de Waal kamer na kamer en schrijft daarover brieven, met vragen, gedachten en overdenkingen. Daarmee langzaam een beeld scheppend van de tijd waarin Moïse de Camondo leefde, wat zijn achtergrond was en waarom hij uiteindelijk zijn huis naliet als een mausoleum ter nagedachtenis van zijn jong gestorven zoon. Door de Waals persoonlijke brieven duidt hij het leven van monsieur Camondo en probeert hij die te plaatsen in een voor ons soms onbegrijpelijk stuk geschiedenis.  De Waal biedt een bijzondere inkijk in de familiegeschiedenis van deze familie, die weer op allerlei manieren vertakkingen had met de familie Ephrussi. Het boeiende aan dit boek is dat het op een prachtige literaire manier mensen tot leven brengt. Eén van de mooiste hoodstukken vind ik XLI (41), de schijver geeft een lijst van onderwerpen om te bespreken. Elke onderwerp zet aan tot overdenken en je droomt weg om er over te filosoferen; ‘Over de geluiden van zilver op porselein’ of ‘Over familiegraven’ of ‘Over de Verlichting. de bevrijding van de Joden. De afschaffing van de slavernij.’ …..
Deze ‘Brieven aan Camondo’ geven opnieuw een indringend beeld van rijkdom, oorlog, vervolging, jodenhaat, de zin van kunst…. Een aanrader, om te herlezen en sommige hoofdstukken misschien zelfs hardop lezen.

Een halve deurkrukstift met hamertje

Virgilius kleedt zich uit, om de krukaspotspiemoer te redden

Een van de leukste kinderboeken die ik verschillende keren in een schoolklas voorlas, was ‘Virgilius van Tuil’ geschreven door Paul Biegel. Ooit las Paul Biegel de verhaaltjes over Virgilius voor op de radio, moet rond 1980 zijn geweest. De verhaaltjes werden zo rond het het middaguur uitgezonden. Zelfs mijn ouders luisterden daarnaar met rode oortjes, ze vonden het nog beter dan Raden Maar van Kees Schilperoort, dat een paar jaar daarvoor van de zender was verdwenen. Helaas zijn dat soort pareltjes verleden tijd. Maar dat is een zijspoor. Er is een deeltje waarin Virgilius op zoek gaat naar een taart. Het prachtige woord ‘krukaspotspiemoer’ komt daar in voor. Een door Biegel bedacht woord en sommige leerlingen gingen het als vanzelf nazeggen; kruk-as-pot-spie-moer. Prachtig toch?!

Begin vorige week zat de nieuwe deurklink van de zijdeur van de kerk in plaats van horizontaal, verticaal naar beneden. Vreemd gezicht en ik kon hem vervolgens er zo aftrekken. Na enig onderzoek bleek dat de korte stift niet deed wat hij zou moeten doen. Om hem vast te zetten had de timmerman er een gaatje door geboord en daarmee ook het binnenste mechaniek stuk gemaakt. Met de stift naar de Pretoriusstraat gefietst. Daar zit sinds jaar en dag de firma Liefhebber, maar meneer Jansen is al jaren de baas. In deze winkel kun je echt voor alles terecht, van verfkwast tot schroef en van deurheng tot schakelaar. Meneer Jansen had al snel door waar het fout was gegaan. Hij had een betere oplossing, ‘een halve deurkrukstift met hamertje’. En tja, toen moest ik opeens denken aan die prachtige vondst van Paul Biegel; de krukaspotspiemoer. Door een inbusschroefje (aan de buitenkant) is het hamertje te stellen en klemt zich vervolgens vast in het krukgat. Er moest in dit geval een halve deurkrukstift gebruikt worden, omdat de kruk alleen aan de binnenkant zit. Aan de buitenkant zit een grote koperen knop, maar op een andere plek. Helaas was het inbusschroefje lam gedraaid en moest er een exemplaar uit Abcoude komen, daar is ook een Liefhebber winkel, waar zoon en broer van meneer Jansen de scepter zwaaien.
Eenmaal thuis was ik toch niet tevreden en daar ik de volgende dag toch de binnenstad in moest, ben ik bij firma Weijntjes (aan de Singel) binnengelopen. Weijntjes is een eldorado voor wie van mooi hang en sluitwerk houdt. Ik legde mijn ‘halve deurkrukstift met hamertje’ op de toonbank, waarna er een reusachtige la openging met tig soorten krukstiften. De versie die ik aangeraden kreeg was er een met een inwendige inbusschroef, om het hamertje te kunnen uitdraaien. Alleen thuis moest ik dan nog een gaatje boren, maar dat moest bij de versie Liefhebber ook. Dat laatste was nogal een gedoe, maar daar kunnen de firma Weijntjes en Liefhebber niets aan doen. Inmiddels is de kruk perfect gemonteerd en functioneert weer naar behoren. Waar vakmensen en specialistische winkels al niet goed voor zijn. Trouwens de boeken met de belevenissen van dwerg Virgilius, zijn tijdloos en nog steeds verkrijgbaar!

39 | In memoriam Harm (85)

Vandaag zou Harm 39 zijn geworden.
We hebben het ‘gevierd’, of hoe je dat ook maar wilt noemen.
Een bijzondere lunch van Morris en Bella en met jongste dochter, schoonzoon en kleinzoon naar Zorgvlied geweest.
Vijf witte rozen; Harm is 34 geworden en zal het altijd blijven, geen 39 voor hem.
Coos heeft oude plantjes vervangen door fris groen.
Het verdriet, de scherpe kanten zijn er dan misschien wel af, maar het gemis is er niet minder om.
Onwezenlijk om bij een grafmonument te staan en te beseffen dat daar onze zoon is begraven.
Omhoog kijken en het tot je door laten dringen dat daar onze hulp vandaan komt.  Gelukkig staat het in hardsteen gebeiteld…
Zo vaak missen we hem.
Zijn gekkigheid, creativiteit, nukkigheid en zijn plezier in bijzondere films, maar ook het plezier in zijn werk.
Zijn eindeloze gefilosofeer, en ook het kortaffe ‘het zit wel goed’.
Niet meer samen naar de film en vooraf samen een hapje doen.
Geen tips meer voor een goede site of een computerprobleem.
En ook geen stoere verhalen meer over festivals en vakanties.
Vijf jaar geleden was het zondag, ’s morgens preekte domine Kruiger over ‘Verrast door Hoop’.
Na de koffie reden we naar het Centraal Station en namen de pont naar het NDSM terrein.
Bij Plek had Harm een verjaardagslunch georganiseerd, zo nu en dan kwam het zonnetje erbij.
Een zorgeloos feest met vriendin, vrienden en familie.
Harm werd 34, vandaag zou hij 39 zijn geworden.

Kyrie eleison

stemhulp

Het leverde mooie meditatieve momenten op achter de speeltafel van het Maarschalkerweerd-orgel in de Oosterparkkerk. Links beginnen en wanneer de orgelmaker “jaaaahh” roept, een toon overslaan en de volgende indrukken. Rechts aangekomen beginnen we overnieuw, maar beginnen we met een  zwarte toets. “Aanslaan…. volgende…. jaaahh…” en dat met Drents accent, want de orgelmaker woont nog steeds vlak bij onze geboortegrond. Halverwege sluit ik mijn ogen en droom weg, op de achtergrond het getik tegen de orgelpijp. Flarden psalmzinnen resoneren door mijn hoofd en schrik op van een volgende uitroep van de orgelmaker en druk snel de volgende toets in. Bij sommigen registers mag ik een loodblokje gebruiken, anders krijg ik kramp. “Laat zich ’t orgel overal – Bij het juichend vreugdgeschal, – Tot des HEEREN glorie, paren.” De oude berijming van psalm 150 zingt door mijn hoofd en ik probeer te bedenken wat toch ‘tot glorie paren’ betekend. Tegelijkertijd besef ik dat de psalmdichter, die waarschijnlijk honderden jaren voor Jezus van Nazareth dit dichte, nog nooit van een orgel had gehoord of laat staan er één had gezien.
Twee dagen ben ik ‘stemhulp’ geweest en ga niet googelen op dat woord, want je verzeild in een eindeloze reeks sites met kieskompassen. En van Dale vermeldt alleen maar stemhoorn en stemijzer (waar stemhulp tussen zou passen), twee instrumenten die de orgelmaker meenam de orgelkast in. Maar zoek je stemhulp in combinatie met orgel, dan komen er allerlei sites voorbij die adviseren over het stemmen van orgels. Wanneer de orgelmaker zoiets in zijn eentje zou moeten doen, zou het hem weken kosten om een orgel te stemmen; stemhulpen zijn onmisbaar, in tegenstelling tot kieskompassen.

Het linker registerblok

De fase 1 renovatie van onze kerk loopt op z’n eind. Op dit moment moet hier en daar nog een druiper en een deukje worden weggewerkt. De lift voor rolstoelen functioneert, maar een onverlaat heeft wel drie tegels stuk gereden. Het orgel is het laatste project van fase 1. Twee weken geleden hebben we de gerestaureerde blaasbal en de grootste reguleerbalg weer in hun hok geplaatst; prachtig gerestaureerd in de werkplaats van de orgelmaker.  Na alle aansluitperikelen moesten hier en daar nog verschillende registers lekvrij worden gemaakt en de aansluiting van meerdere pijpen worden hersteld. Net als het kerkgebouw, dateert ook het orgel uit 1904. Het werd gebouwd door de bekende Utrechtse orgelbouwer Michaël Maarschalkerweerd. Deze orgelbouwer had in1890 het orgel voor het Concertgebouw, aan het Museumplein, gebouwd voor ruim 20.000 gulden. Ons orgel kostte volgens de archieven 7000 gulden. Echte orgelkenners beweren dat ‘ons’ orgel een kleine kopie is van het Concertgebouworgel. Uniek dus en waarschijnlijk heeft de toenmalige organist Louis Robert veel invloed gehad op de dispositie.

De klavieren, met daarboven knopjes voor de zwelkast.

De oorspronkelijke tekeningen van het orgel vertellen dat het echt een symfonische opzet had. Dwars door het orgel was een ‘zwelkast’ aangebracht om bepaalde stemmen harder en zachter te laten klinken. Verschillende onderdelen bevinden zich nog in het orgel, maar helaas is er veel gesloopt en is in 1958 een aantal stemmen vervangen. Er werd rigoureus gesloopt en vervangen, inmiddels hadden organisten een ‘modernere’ en andere muzieksmaak. Natuurlijk zou het fantastisch zijn om het instrument weer in oorspronkelijke staat terug te brengen, we zouden in Nederlands orgelland dan een uniek instrument in ons kerkgebouw hebben. Maar u zult begrijpen dat aan een dergelijke restauratie een fors prijskaartje hangt, wat al gauw richting de 200.000 euro loopt. Ideeën zijn welkom natuurlijk. Misschien moeten we maar eens beginnen een ‘Stichting tot Restauratie van het Maarschalkerweerdse OPK orgel’ op te richten.

Voor de orgelleken onder ons, de registerknoppen worden niet uitgetrokken, maar naar beneden gedrukt. Dat laatste zorgt er voor dat via verdeelkastjes en loden pijpjes er lucht in de betreffende orgelpijp komt als je een toets indrukt. Uiterst gevoelig en het het geeft ook windverlies. Op de laatste foto een kijkje in de speeltafel, waar je alle loden buisjes ziet lopen. Al met al een ingewikkeld systeem en tegenwoordig wordt pneumatiek in de orgelbouw niet meer gebruikt. Later is men overgestapt op elektrische schakelingen, maar voor de echte orgelbouwer is dat vloeken in de kerk. Tegenwoordig probeert men weer zoveel mechanische orgels te bouwen.

stemadvies

Sander Schimmelpenninck schrijft vandaag in de Volkskrant: “Koning hield niet alleen Baudet een spiegel voor: in Nederland kun je maar beter gezellig doen dan principes hebben.” Deze laatste zin van een artikel waarin Schimmelpenninck een terechte analyse geeft van de verkiezingscampagne 2021, slaat de spijker op z’n kop. “De cabaretier hield bij Jinek FvD-leider Thierry Baudet, en eigenlijk het hele land, een ongenadige spiegel voor, door hem te confronteren met zijn eigen, verdorven logica. Het was tergend ongemakkelijk en niet grappig bovendien, maar daarmee wél een tamelijk briljante manier om het ware gezicht te tonen van een politicus die zijn eigen waanzin altijd weglacht. Wanneer een politicus de clown is, hoef je van de clown geen humor te verwachten.” Baudet stapte boos op, niemand stak zijn been uit (zie blog april 2016), en de commerciële omroep bood nederig excuses aan. Te gek voor woorden dat laatste. Het geeft wel aan hoe op dit moment de campagne verloopt en de politieke leiders daarin meehobbelen. Een enkeling uitgezonderd.

Een paar dagen liep ik met het idee rond om te bloggen over de komende verkiezingen en daar een stemadvies van te maken. Die 30 lezers van mijn blog zou ik toch nog wel een beetje moeten kunnen beïnvloeden toch? Zo komt in gesprekken met onze buren soms ook de politiek ter sprake. Ik poog dan toch steeds een beetje deze potentiele kiezers een beetje te overtuigen van mijn redelijke keus. Twee buren heb ik inmiddels over weten te halen straks het hokje rood te maken bij wat ‘echt telt’.
Mijn idee was een lijst van tien, misschien twaalf, punten op te stellen van zaken waarvan ik vind dat de partij aan moet voldoen om mijn stem te krijgen. Ik dacht aan meer geld voor de cultuur en veel meer aandacht voor onrecht buiten onze grenzen. Natuurlijk ben ik er voor om het onrecht binnen onze landsgrenzen ook aan te pakken, maar daar gaat het al heel veel over, denk aan de ‘toeslagenaffaire’ bijvoorbeeld. Waarom zo weinig aandacht voor de misstanden in Dubai, voor de vernietiging van de Oeigoeren in China en de verdreven Rohingya’s uit Myanmar? Waarom niet in elk debat de vraag wat we aan moeten met de misstanden op Lesbos en andere Griekse eilanden?  Ik wil ook graag aandacht geven aan het terugdringen van de uitwassen in de landbouw, geen productie meer van goedkoop vlees, stop de import van soja en stop ook met de import van palmolie; zodat de kap van oerwoud gestopt kan worden in Brazilië en Indonesië. Kortom; veel meer aandacht voor het milieu. Aan tien punten zou ik niet genoeg hebben, pagina’s vol zou ik kunnen bloggen en wat zou dat nog toevoegen in deze laatste dagen voor de 17e maart ?


Vier jaar geleden waren we ten tijde van de verkiezingen buitenshuis in warmere oorden. (zie mijn blog daarover) Ik schreef toen over het boekje van David Van Reybrouck ‘Tegen de verkiezingen’. Mijn mening daarover is de afgelopen periode niet veranderd. Van Reybrouck heeft gelijk. Gisteravond was hij te zien in het zeer informatieve VPRO programma Tegenlicht ‘De weerbare democratie’. Van Reybrouck zette voor de zoveelste keer nog maar eens uiteen waarom het politiek bestel uit balans is. Hij doet dezelfde constateringen als Sander Schimmelpenninck in de Volkskrant. En waar Schimmelpenninck constateert, komt van Reybrouck met oplossingen. Zijn belangrijkste advies is, ga in gesprek met de burger. Nogmaals pleit hij voor het instellen van burgerraden. Gelukkig liet Tegenlicht ook een voorbeeld zien dat een burgerraad goed kan functioneren. In het Duitssprekende deel van België wordt er  inmiddels mee gewerkt en de resultaten zijn positief. De Belgische schrijver is duidelijk; het systeem zoals we nu hanteren is uiteindelijk gedoemd te mislukken. Grote groepen kiezers komen niet aan bod, denk aan alle stemmers op de PVV en FvD, wat je ook van deze partijen mag vinden. Grote groepen mensen zijn teleurgesteld in ‘de kliek van Den Haag’ en voelen zich ook helemaal niet vertegenwoordigd. Hoogleraar Mark Bovens gaf dat ook aan, de huidige kandidaten zijn niet representatief voor de bevolking. Hij zei het zo: ‘Stel je voor dat 70 procent van de kiezers vrouw zou zijn en maar 7 procent van de Tweede Kamerleden. Dan zou het huis te klein zijn. Maar dat is wel wat we nu hebben met opleidingsgroepen.’
Dus wat mijn tien of twaalf punten ook zijn om mijn keus te bepalen, bovenaan staat ‘de burgerraad’. Niet dat ik denk dat ‘de burgerraad’ zaligmakend is, maar in het huidige bestel zit wel heel veel scheef. Een stemadvies is dus nog niet zo gemakkelijk, maar nadat ik Schimmelpenninck had gelezen, vond ik wel dat hij mijn partij te kort deed, die heeft juist heel duidelijk principes en schaamt zich daarvoor niet. Dat was bij theoloog Verheij ook zo, hij noemt geen partijen, maar geeft wel aan dat hij flink links stemt. Wanneer je echter kiest voor wat echt telt, denk aan vluchtelingen of aan kringlooplandbouw, of aan marktwerking in de zorg, dan hoef je niet perse links of rechts te stemmen. Om heel eerlijk te zijn zou ik graag willen stemmen op iemand die de sterke kanten van Obama, van van Reybrouck, maar ook van Gert-Jan Segers in zich verenigd. Veel succes woensdag.

Don Ceder – nummer 4 op de kandidatenlijst van de CU, nu nog gemeenteraadslid in Amsterdam

 

 

Blinde ramen

Eindelijk is het zover, de twee blinde ramen in ons kerkgebouw zijn klaar.  Ik had niet gedacht dat het zo goed zou lukken. Mijn idee was in eerste instantie om beide raamvlakken gewoon dicht te maken en ze dan te stuken. Je zou dezelfde soort vlakken kunnen maken als links en rechts van het podium. De monumentenmeneer ging daar niet in mee en achteraf is dat maar goed ook. Het effect is echt overweldigend.
Afgelopen vrijdagochtend was ik in het kader van de ‘open ochtenden’ in de kerk en er keek op een gegeven moment een ouder echtpaar om de hoek. Ze wilden niet verder komen en alleen maar even een blik werpen. De meneer zou terugkomen voor een orgelconcert, zegde hij toe. En de ramen vonden ze fantastisch. Later kwam Alex, de Russische pianist, binnengewandeld. Hij installeerde zich en begon zachtjes te spelen terwijl ik aan de laatste hoofdstukken van het leesclubboek bezig was. Aan het eind van een hoofdstuk dwaalden mijn gedachten weer naar dat orgelconcert. Ruim honderd mensen in de zaal, de kroonluchters gedimd of misschien wel uit en langzaam gloeien de twee blinde ramen op, ze zijn te bedienen met een app. Door de kerk golft muziek van Buxtehude, Bach, Händel,  Mendelssohn, Franck of Widor. Luisteraars wiegen zacht hun hoofd of tikken zachtjes mee op hun stoelleuning. Nog even dromen, de pandemie laat helaas geen volle zalen toe en ook moet er nog een keurige koffiegelegenheid komen, voor na het concert. Het orgel doet het trouwens nog niet, want de grote blaasbalg is nog in Drenthe om luchtdicht gemaakt te worden. Eind maart komt hij trouwens terug.

Uit de oude doos foto’s heb ik een mooie foto opgediept van het echtpaar Visser (met dank aan Nel Dijkstra). Zij werden in 1939 koster van de Oosterparkkerk, toen nog de Doopsgezinde Gemeente. Ze woonden in de kosterswoning, toen nog zonder de kamer die nu dienst doet als soos. Na wat gepuzzel kan het niet anders dan dat ze in de ‘kerkenraadskamer’ (consistorie)  staan, in de hoek waar de deur naar keuken en kerk is. Boven hun hoofd zijn boekenplanken en daarboven kijk je door het glas-in-lood raam de kerk. Het onderste gedeelte van de huidige blinde ramen waren dus ‘open’ naar de kamer er naast. Door het bovenste gedeelte keek je dus tot 1970, toen de kosterswoning werd uitgebreid, gewoon naar buiten.

NB Dominee Marinus ontdekte afgelopen vrijdag dat er in ‘blinde’ glas-in-lood ramen iets ontbreekt. Het was mij nog niet opgevallen, maar nu het led-licht van binnen uit de ramen verlicht, valt het opeens op. De bouwcommissie gaat uitzoeken of het alsnog aangepast gaat worden.

PS
Aanstaande woensdag zijn er verkiezingen. Voor wie nog niet weet hij of zij moet gaan stemmen; morgen of overmorgen zet ik nog een stemadvies online.