Nog een keer: Ho llan d

Een beetje raar om voor een tweede keer iets over een boek te zeggen. Maar toch doe ik het, omdat Rodaan Al Galidi mij voor de tweede keer in de ban hield met zijn verhaal. In zijn eerste boek, ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’, vertelde Rodaan over de belevenissen van Semmier in een AZC. Waren het Rodaans eigen belevenissen? In het voorwoord van zijn eerste boek zei hij het volgende:  “Dit verhaal zat me dwars. Erover schrijven lukte nooit goed, zelfs er openhartig over spreken vond ik moeilijk. Ook jaren later kon ik het er niet echt over hebben. Ik wilde verder. Ik begon het onderwerp te mijden, om niet weer meegesleurd te worden door herinneringen aan toen. [ … ] Misschien zal mij gevraagd worden of dit mijn verhaal is. Dan zeg ik: nee. Maar als mij gevraagd wordt: Is dit ook jouw verhaal? zeg ik volmondig: ja. Dit boek is fictie voor iemand die het niet kan geloven, maar non-fictie voor iemand die ervoor open staat. Of nee, laat dit boek non-fictie zijn, zodat de wereld waarin ik jarenlang heb moeten verblijven, verandert van fictie in non-fictie.”

De ruim negen jaar in het AZC leverde een geweldig verhaal op, ontroerend, hilarisch, maar ook vaak triest. Onze vaderlandse omgang met asielzoekers wordt uiteindelijk genadeloos aan de schandpaal genageld. Misschien verdween dat wel eens wat te veel achter het prachtige taalgebruik van Rodaan, zijn glimlach en relativerende opmerkingen. In het vervolg van ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ gaat Semmier de Nederlandse samenleving in. Hij wil eindelijk zichzelf kunnen zijn, kunnen genieten van de vrijheid en wil onder andere daarom geen uitkering. Her en der vindt Semmier onderdak en zo nu en dan verdient hij zijn kostje met werk waar Nederlanders hun neus voor ophalen. Schoonmaken, kippen vangen, verhuizen… Ook nu levert het vermakelijke situaties op en evenzovele misverstanden. Maar de schrijver laat ook op heel subtiele manier uitkomen hoe Nederlanders met asielzoekers omgaan. Een mooi voorbeeld is hoe mensen praten tegen Semmier. Zeker wanneer men denkt dat Semmier nauwelijks iets kan volgen, gaat men in lettergrepen praten. En dat laatste komt zo stupide over dat ook Semmier niet weet waar de ander het over heeft. De vondst van omslagontwerper Steven van der Gaauw (ook vormgever van het literair tijdschrift Liter) voor de cover is dan ook prachtig; Ho llan d. Geen Hol land, maar juist een verbastering daarvan.

De taal van Rodaan Al Galidi is nog intenser geworden. Wanneer je hem hoort spreken, denk je niet gelijk dat het gaat om een schrijver met een geweldig taalgebruik. Op internet is een mooi interview met Rodaan te vinden over het toneelstuk dat van ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ is gemaakt (zie VPRO). Dat toneelstuk zou nu in de theaters te zien moeten zijn, maar helaas heeft corona roet in het eten gegooid. Rodaan weet zijn waarnemingen in prachtige zinnen te gieten en daarvoor moet je het boek echt lezen. Een paar voorbeelden wil ik wel geven, maar eigenlijk is het schier eindeloos. Wie verzint het om oude fotoalbums te gaan verzamelen en te kijken of je al terugbladerend de mensen van vandaag herkent in mensen die al lang niet meer leven? Semmier sjouwt de albums mee van het ene adres naar het andere, om ze uiteindelijk …. Nee, lees het verhaal zelf maar.

[pg 30] Daniëlle was een vrouw die tussen haar veertigste en het jaar dat ik haar ontmoette, ze was toen zesenvijftig, in een herfst leefde waar ze eigenlijk nog niet aan toe was.
[pg 52/53] In Irak is wat je voelt een ballon, en wat je zegt de lucht. Soms ontploft je gevoel en verdwijnt het door de hoeveelheid woorden die je er in hebt gepompt. In Nederland is wat je zegt je eigen bankpasje en je gevoel de pincode. Als die niet kloppen, komt er niets uit.
[pg 274]   Kijk, als je voor een Nederlander werkt, dan geef je hem werk en hij geeft je geld. Werk je voor een Irakees, dan word je deel van zijn leven.
[pg 361] Eigenlijk is het hard om alleen te zijn, maar harder om niet alleen te kunnen zijn.

2 X Holland

Er zijn van die momenten dat ik voor het slapen gaan een nieuwe blog bedenk. Mijn boek heb ik dan weggelegd, het bedlampje uitgeknipt en mijn wederhelft sluimert weg. Prachtige zinnen borrelen op en blijven voor dat moment ronddwalen in mijn hoofd. Helaas zijn ze de volgende morgen het raam uitgedreven of ze zijn ten onder gegaan in een warrige droom.  Vandaar dat ik ze nu niet meer weet en het moet doen met goedbedoelde nieuwe zinnen. Deze week heb ik opnieuw CORONACRISIS in de kantlijn van mijn agenda gezet. Ik wil voor jaren later toch vast leggen in wat voor vreemde en bijzondere tijd we op dit moment leven. Mocht de lezer denken dat ik een week abuis ben, dat klopt. Maar in de eerste coronacrisis-week zaten we in quarantaine en kwam dat in de kantlijn terecht.
In eerste instantie kreeg deze blog als titel: ‘Laat het nog maar een tijdje duren’. Er hoeft opeens heel veel niet, vergaderen gaat lekker snel en de lucht boven Amsterdam en Diemen is vrijwel volledig verstoken van vliegverkeer. Vorige week moest Coos midden in de nacht naar een bevalling in de Jordaan. Tegen drieën, dus midden in de nacht, reden we door een compleet uitgestorven stad; heel vreemd en zelfs een beetje beangstigend. Dan merk je opeens de keerzijde van deze crisis. Geen enkele toerist meer, vrijwel alle hotels donker, de horeca weet niet hoe ze deze periode gaat overleven. Op zaterdag gaan grote bossen tulpen voor een prikkie van de hand, dat kan niet normaal zijn. Het zijn dus werkelijk vreemde tijden.
Afgelopen vrijdag moest ik in het centrum van Amsterdam zijn,  ik kon overdag gewoon fietsen door de Kalverstraat. Probeer dat in “normale” tijden op een zonnige dag te doen; volstrekt onmogelijk. En helaas was de mooiste boekhandel van Amsterdam aan het Rokin op slot. Toen maar via de Nieuwe Hoogstraat richting de Antoniebreestraat, daar was gelukkig de boekhandel wel open. Je moet wel weten wat je wilt hebben, want je mag de winkel niet in. Gelukkig hadden ze ‘Heerschappij’ liggen en ik kreeg het van veilige afstand aangereikt. In de etalage zag ik nog een ‘Holland’ boek liggen. Pasen werd zo een Hollands feest. Tom Holland, een Engelse wetenschapper, schreef een bijzonder boek over de invloed van het christendom op onze westerse cultuur. Bijzonder boeiend en gelukkig heb ik het nog lang niet uit. Wie weet leert het mij ook iets over de rol van religie in tijden van een pandemie.
Rodaan Al Galidi schreef zijn tweede roman. Ruim twee jaar geleden schreef ik over zijn eerste boek. ‘Hoe ik talent kreeg voor het leven’ is een prachtig hilarisch boek van en over een asielzoeker uit Irak. Haarscherp wist Rodaan daarin zijn kennismaking met Nederland neer te zetten. In zijn boek ‘Holland’ beschrijft Rodaan hoe het Semmmier vergaat als hij na ruim negen jaar het AZC mag verlaten. Inmiddels is Rodaans taal nog rijker geworden en het lijkt er op dat doordat hij zich nog beter kan uitdrukken, nog dieper inzicht in onze cultuur heeft gekregen. Semmiers tocht van het ene goedkope adres naar het andere lijkt haast ongeloofwaardig, maar uit ervaring weet ik inmiddels dat het voor veel asielzoekers een vaak harde en bittere werkelijkheid is. ‘Holland’ is een fantastisch boek, dat je doet schamen en blozen, maar ook laat lachen en relativeren van veel aangeleerde Hollandse gekkigheden.

Het maakt nieuwsgierig naar Rodaans mening over hoe onze overheid maatregelen neemt vanwege een rondwarend virus. In de verschillende talkshows heb ik zijn visie nog niet gehoord, maar wel die van de zoveelste viroloog en econoom. Waarschijnlijk zal Rodaan met humor en gevoel voor understatement zijn visie geven op alle maatregelen en hoe de bevolking van Holland daar op reageert. Waarschijnlijk zou hij wel blij worden van de prachtige papegaaien die inmiddels de groene zuil onder de A10 sieren. Ook vandaag was de schilderes weer druk bezig. Vanaf de andere kant van de Weespertrekvaart heb ik poosje toe staan kijken hoe fietsers reageren op de schilderingen. Sommigen kijken niet op of om, terwijl anderen afstappen en bewonderend blijven kijken. Een prachtige eyecatcher in deze bijzondere tijd. Nu maar hopen, dat wanneer de hekken weg zijn, iedereen er met zijn graffitivingers vanaf blijft.

Coronazondag, Palmpasen

De eerste zondag van april werd vanmorgen als een hele zonnige aangekondigd door weerman Jan Visser op Radio 4. Visser kreeg gelijk, misschien zou het in de Bilt wel de 20 graden aantikken en werd het daarmee een record. De zon verwarmt het onrustige lijf in deze vreemde dagen. Gelukkig kunnen we ook deze zondag weer online onze kerkdienst meemaken. En vandaag wel een heel bijzondere. Als het coronavirus er niet tussen was gekomen, dan waren we van alle kanten uit Amsterdam vanmorgen naar de Zuiderkerk gegaan om daar als Nederlands Gereformeerde Kerk, Christelijke Gereformeerde Kerk en Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) samen Palmzondag te vieren. Helaas ging dat niet door, maar de drie predikanten staken de koppen bij elkaar en zorgden ervoor dat er een gezamenlijke onlinedienst kon worden gehouden. Op het You Tube kanaal van de Amstelgemeente werd vanuit De Duif de dienst uitgezonden. De Amstelkerk, waar de Amstelgemeente (CGK) normaal gesproken op zondag samenkomt, is op dit moment niet beschikbaar  vanwege groot onderhoud en men is daarom uitgeweken naar de andere kant van de Prinsengracht. De ruim 130 volgers (en er zullen op de verschillende computers meerdere huisgenoten meegekeken hebben) zagen en hoorden onze eigen dominee op de piano en dominee Jan van Helden van de NGK op gitaar. Dominee Rein den Hertog leidde de dienst, hartverwarmend!
Juichen voor Jezus = lijden met Jezus! Willen we werkelijk achter Jezus aan? Dat is een indringende vraag, ook in deze coronacrisis. Zijn we bereid om ons leven te verliezen, om het daardoor te behouden? Maar gelukkig gloort er ook HOOP! Achter Golgotha gloort de Paasmorgen en achter wanhoop gloort hoop! Met deze hoopvolle woorden sloot onze dominee Marinus de Jong zijn preek af en in de chat naast het beeld verschenen verschillende Amens! Zo’n chat is voor herhaling vatbaar trouwens. Mooie korte berichtjes kwamen voorbij, felicitaties, bemoedigingen en aanwijzingen met betrekking tot de geluidskwaliteit. En ook een enkele grappenmakers lieten even van zich ‘horen’.

Waar de Weespertrekvaart de Ringweg-Oost en de Gooische weg kruist schildert een kunstenares de pilaren in felle kleuren om er vervolgens prachtige vogels op de schilderen!

In onze tuin genoten we van de zon en na het middaguur was het tijd om binnen de huidige regels te genieten van een fietstochtje. Tot de Amstel ging het goed, maar zelden was het zo druk aan de ‘stille kant’. Joggers, wielrenners, zonaanbidders, motorrijders; een drukte van belang. Anderhalve meter is toch meer dan de meeste mensen beseffen. Na de brug in Oudekerk aan de Amstel ging het gelukkig iets beter. De ingang van Zorgvlied stond op een ‘kiertje’ en iemand van een bewakingsfirma hield in de gaten dat de begraafplaats niet opeens een overbevolkt stadspark werd. Het was er rustig met hier en daar iemand die een graf verzorgde. Bomen en struiken beginnen groen te worden en zullen over enkele weken al vol met bladeren zitten. En zelfs vandaag was het niet stil tussen de graven, ook nu hoorde je de A10 brommen en enkele keer zelfs sirenes er boven uit komen.

Kyrie Eleison [voor de liefhebber; op de Bach-site (All of Bach) is de laatste aanwinst BWV 242, een prachtig Kyrie!]

AANRADER: zondagavond VPRO Tegenlicht, met Dirk de Wachter en Lidewij Edelkoort. Terug te zien op Uitzending Gemist. Om over na te denken en door te praten……

 

In quarantaine II

Ons stapeltje boeken. In ons appartementje stonden ook boeken, maar helaas allemaal Noors. Als we hadden moeten blijven, dan waren we misschien een cursus Noors begonnen.

Zondagmiddag, een strakblauwe hemel en mijn hoofd tolt nog steeds een beetje van het boek dat ik las op de terugvlucht van onze vakantie. Gelukkig was het onze normale terugvlucht en verliep het eigenlijk heel normaal. Op het vliegveld van Las Palmas, de hoofdstad van Gran Canaria waren alle winkels dan wel gesloten, maar we konden nog water uit een automaat laten rollen. De Global bus bus 91 had ons keurig afgezet, na een toch wat vreemde rit van een uur. We hoefden niet te betalen, de bussen hebben geen betaalautomaten en contant geld was not done.  Amadores, Puerto Rico, Patalavaca en Arguineguin, anders één al bruin van zonaanbidders, nu verlaten stranden met stapels zonnebedden en hier en daar nog een enkeling op een balkon van een appartement of hotel.
Twintig graden kouder stonden we zondagmorgen heel veel vroeg te kleumen op een toch niet eens uitgestorven Schiphol. En zondagmorgen waren daar gelukkig weer de vertrouwde stemmen van OPK broeders en zusters uit de computer. Een online-kerkdienst heeft toch ook zo zijn eigen charme. Het verhaal van de ‘De bekeerlinge’ bleef gisteren maar door mijn hoofd spoken. Wat een geweldig goed boek, had een paar jaar geleden de eerste hoofdstukken gelezen, maar toen sloeg het niet aan. Maar nu opnieuw begonnen, eerst op het dakterras en ’s avonds ook in bed, het verhaal bleef trekken. Mijn oudste dochter had gelijk; “Je moet het lezen, pap!” De vier uur durende vliegreis vloog voorbij, omdat ik zo gegrepen was door de belevenissen van Sara Hamoutal Vigdis Adelaïs. De roman van Stefan Hertmans neemt ons mee naar het eind van de 11e eeuw, wanneer de wereld ‘in brand’ komt te staan door de oproep van Franse paus Urbanus II, om het Heilige Land te bevrijden. Ook toen waarden besmettelijke ziektes en antisemitisme door Europa. Tegen die achtergrond wordt een Normandisch meisje in Rouen verliefd op een Joodse rabbi-leerling. Wat een geweldige en heerlijke leeservaring! In quarantaine zitten was wat dat betreft dus niet zo erg… En van veel Franse plaatsnamen weet je, ooh ja, daar zijn we ook geweest. Monieux in de Provence hebben we wel eens op wegwijzers zien staan en zoveel andere plaatsen die Hertmans noemt hebben we wel eens verkend.

Een helemaal leeg strand, strakblauwe lucht, gemiddeld 25 graden, maar geen zonaanbidders. Alle restaurants van de één op andere dag dicht. Weg voorjaarsseizoen voor de middenstanders. Geen aanvoer van voorraden meer, en de bediening zonder werk. Een Italiaans restaurant heeft nog een dag bezorgd, maar toen was het ook ook over. Toeristen kwamen niet meer aan en de dakterrassen werden dag na dag stiller. De schoonmaakster was erg bezorgd, geen werk; geen inkomen, hooguit een hele kleine steun van de overheid.

De Guardia Civil of de Policía Local kwamen elke dag wel een keer voorbij om iedereen op te roepen binnen te blijven. Dat ging natuurlijk in rap Spaans, met een korte samenvatting in het Engels en Duits. Het enige wat we opvingen was: “Stay at home!”. Je mocht alleen de straat op voor bezoek aan apotheek of supermarkt. De supermarkt werd gaande de week strenger. Niet meer met z’n tweeën naar binnen, maar eentje per familie. En, wat ons opviel, geen gehamster! Nu was het dan ook een SPAR en geen AH die van hamsteren een reclamestunt maakt. Het was uitgestorven op straat. Donderdagmiddag hadden we een rondje haven gedaan en zaten bij te komen op een bankje maar werden we door de groene agenten naar binnen gebonjourd; of we geen televisie keken?!

Het was verbazingwekkend om vandaag zomaar weer naar de Middenweg te kunnen fietsen. De slager aan de Pretoriusstraat was gewoon open, niet meer dan drie klanten tegelijk in de winkel. Ook onze hofleverancier nootjes aan de Hogeweg hoopt maar dat ze tot de essentiële levensbehoeften blijven behoren en dus open mogen blijven. Maar bij de supermarkt met het blauwe logo lopen toch wel erg veel mensen die zich niet storen aan 1,5 meter afstand en verbaasd kijken als je steeds opzij springt. Een week in quarantaine maakte ons nederig, bang waren we niet. Ik denk dat het thuisfront zich meer zorgen maakte of we terug konden komen. Het was jammer dat we niets konden ondernemen en dat past niet bij onze Nederlandse aard. Op een avond, het is in Mogan vroeg donker, liepen we nog even langs de haven. Her en daar zaten mensen op hun zeilschepen met een glas wijn nog lekker buiten. Opeens hoorden we Nederlands achter ons praten en ik zei: “Toch weer die Nederlanders hè, die zich niet aan de regels houden… ” We kwamen in gesprek en al snel ging het over de corona-crisis en de erbij horende maatregelen van de Spaanse overheid.  Wij vonden het in ieder geval moeilijk om opgesloten te zitten. Het oudere Noorse echtpaar dat naast ons in een appartement zat liep regelmatig de trappen op en neer om in beweging te blijven, ze durfden niet de straat op. Opvallend was ook dat zo’n Spaanse koning zijn volk anders toespreekt, hij deed het woensdag al trouwens. Staand voor een vlag van Spanje en Europa. Onze koning deed het vrijdag pas, zat rustig achter zijn bureau in zijn werkkamer, geen vlag te zien. De medewerkers op het verhuurkantoor waren ook echt van slag en angstig.

Het voorjaar was op Gran Canaria al duidelijk gestart en ook hier is er al meer groen te zien. Nieuw leven is op komst en we hopen maar dat we ons volgende kleinkind over enkele maanden niet alleen maar door het raam mogen bekijken. Gelukkig beseffen we ook dat er een God is die zorgt en troost en hoop geeft . Naar mijn idee zitten we niet ergens midden in de zeven plagen zoals sommige mensen beweren, maar mogen we eenvoudig leven uit genade. In de tijd van Hamoutal stierf soms een derde van de bevolking aan de pest, wij mogen dankbaar zijn voor een zeer geavanceerde gezondheidszorg. Daarnaast is er ook een zeer goed werkend systeem van voedselvoorziening met ook heel veel hardwerkende mensen. Zo is er dus veel om dankbaar te zijn! Vervolgens mogen we niet vergeten dat het ‘Kyrie eleison’ nu hard nodig is.

In quarantaine

We slapen de laatste nachten goed, ondanks de harde bedden. Buiten is het deze ochtenden stil, geen busjes en vrachtauto’s die al vroeg naar de visafslag rijden, geen tetterend Spaans van de winkeliers die al vroeg hun zaakjes open doen. Het is stil op straat, een enkeling die zijn hondje nog uitlaat of een boodschap heeft gedaan. Zondag kwamen we er wat laat achter dat ook Gran Canaria de richtlijnen van Madrid volgde. Al om negen uur hadden we de tablet afgestemd op de Oosterparkkerk om de dienst te volgen, we hebben een uur tijdsverschil. Toen we een week geleden vertrokken was er nog geen sprake van een corana-crisis. Op Gran Canaria waren enkele toeristen besmet, maar dat was het dan ook. Maar in Nederland werden de regels strenger kregen we mee en samenkomsten met meer dan 100 mensen werden verboden. De OPK organiseerde een luisterdienst; “Laat je besmetten door Jezus en besmet ook anderen er mee!” We dronken koffie op ons dakterras en hoorden later in de verte wel een luidspreker….. Pas in de namiddag gingen we er op uit. Het was bizar, alles zat dicht. Geen restaurant open, geen winkel waar drommen toeristen in en uit liepen, zelfs geen ferry vanuit Puerto Rico die aanlegde. Na wat navragen bleek het hele eiland in quarantaine te zijn, in ieder geval voor drie weken. Inmiddels is de politie verschillende keren door de straten gereden met een duidelijk bericht: “stay home!” We mogen er alleen uit voor boodschappen bij de plaatselijke SPAR of de apotheek. Vandaag mocht zelfs maar één van ons tweeën naar binnen. Voor de rest gaat het op z’n janboerenfluitjes. Je moet je handen reinigen, en je krijgt een soort plastic schildershandschoenen aan. Maar de ene medewerker draagt een mondkapje en de ander niet. En wat hebben handschoenen voor zin bij het boodschappen doen? Straks doen we nog een rondje langs de haven. Schijnt een boete van 3000 € op te staan. Rutte noemde dit dus scenario drie, ‘lock down’. Voor zover het er nu naar uit ziet kunnen we zaterdag wel gewoon naar Nederland vliegen, als de groene dochter van de KLM niet tegengehouden wordt.

Coos heeft ondertussen al een prachtige muts gebreid en checkt regelmatig haar kraam-app. Hoe moeten kraamverzorgsters nog hun werk doen? Mag er familie op bezoek komen, moeten we de hele dag een mondkapje voor?

Ik had gelukkig een redelijk stapeltje boeken mee en hoef niet meer te kiezen, voor de terugreis is alles uitgelezen. In de biep zag ik ‘Zwarte schuur’ liggen van Oek de Jong, wel eens wat over gelezen, maar was er nog niet van gekomen. Een fascinerende roman over een kunstschilder met een schuldig verleden. Veel Zeeland en boeiende beschrijvingen van schilderijen en een ingewikkelde relatie met vrouw en stiefdochter en stiefzoon. Jammer dat het zondagavond uit was. Toen maar overgestapt op iets lichters van Simone van der Vlugt; ‘Schilderslief’. Een historisch verhaal over Geertje, dienstmeid bij Rembrandt. Ik wist al wel dat de schilder een echte rabouw was, maar uit dit boek blijkt toch dat hij geweldig driftig kon worden, zeer eigengereid was en heel veel mensen tegen zich in het harnas joeg. Vervolgens kon hij niet met geld omgaan en huwelijkstrouw was hem vreemd. Een verhelderende kijk op de historie.

Waar quarantaine al niet toe kan leiden. We maken er gewoon wat van en bidden dagelijks om vertrouwen en troost. In deze veertigdagentijd worden we zo extra aan het denken gezet. Ook hier werd geklapt voor mensen in de zorg en al die anderen die zich inzetten voor de ander, hun ziekenhuis, hun school en hun land. Qurantaine, het woord schijnt zelfs verwant te zijn aan de 40-dagentijd. In het ND las ik vanmorgen een geweldige column op pagina 2.

“De geheugenlozen”, wat de geschiedenis leert

Afgelopen week een voorpagina van Het Parool. Een verontrustend verhaal, het wordt gewoon om ‘Jood’ als scheldwoord te gebruiken. Het is één van de symptomen van een verruwing en verrechtsing in de wereld om ons heen. En bij de start van de veertigdagentijd is er alom verontwaardiging over een carnavalsoptocht in het Belgische Aalst, waar zogenaamd de draak wordt gestoken met ‘antisemitisme’. Hoe kan het toch dat mensen niet geleerd hebben van de afschuwelijke gebeurtenissen van voor en in de Tweede Wereldoorlog? Waarom kijken ook zoveel mensen de andere kant op? Waarom nemen grote partijen in het politieke landschap als VVD en CDA niet op een heel duidelijke manier afstand van de politieke partij van Baudet? Terwijl de laatste duidelijk aanschurkt tegen extreem rechtse denkers en schrijvers en trouwens ook in zijn uitlatingen niet schuwt om bepaalde bevolkingsgroepen als minderwaardig weg te zetten.

In de plaatselijke boekhandel, waar ik ‘uit principe’ geen boeken koop (omdat ik de echte boekhandel wil steunen), snuffel ik regelmatig toch even tussen de pas verschenen boeken. De collectie van deze keten is echter wel beperkt en dat is ook terug te zien in de wekelijkse top 10 die gepresenteerd wordt. Anderhalve week geleden stonden er op de nummers één, twee en drie, boeken over het leven in de Duitse vernietigingskampen. Wel gek dat afgelopen zaterdag Rutger Bregman weer op één stond, maar dat terzijde. Ik vond het nogal ironisch, op één het boek van Eddy de Wind waar pas na 75 jaar echt belangstelling voor is. In 1946 verscheen het in een kleine oplage en was er geen belangstelling voor dit soort verhalen. En voor het boek op twee, geldt ongeveer hetzelfde, Selma van de Perre heeft pas op hoge leeftijd haar belevenissen opgetekend. Na al die concentratiekampliteratuur is het nog ironischer dat op de vierde plaats “De meeste mensen deugen” staat. Het rijmt niet met elkaar, als echt de meeste mensen zouden deugen, dan had toch niet kunnen gebeuren wat er in Auschwitz-Birkenau, Ravensbrück, Dachau, Buchenwald, Theresienstadt en in nog vele andere kampen is gebeurd. Na 75 jaar is er wel een bibliotheek volgeschreven over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en nog zijn niet alle vragen beantwoord en zullen er ook de komende jaren nog meer boeken verschijnen.

De voorpagina van Het Parool en de non-fictie top 10, kwamen voorbij toen ik “De geheugenlozen” (Die Gedächtnislosen / Les amnésiques)  aan het lezen was. Ik kreeg het mee van mijn Amersfoortse zus, die geeft wel vaker goede tips. Na wat zoeken op internet kwam ik het volgende tegen, in het Duits, maar goed te volgen:
“SPIEGEL ONLINE: Frau Schwarz, in Ihrem Buch rekonstruieren Sie den Krieg und die Nachkriegszeit anhand Ihrer deutsch-französischen Familiengeschichte. Warum ist Ihnen so wichtig, Schuld individuell zu verhandeln? 
Schwarz: Ich denke, dass man Geschichte und Erinnerung nicht trennen kann. Über die “kleine Geschichte”, die Art, wie sich ein einzelner Mensch im “Dritten Reich” und nach dem Krieg verhalten hat, lässt sich die “große Geschichte” besser verstehen, und umgekehrt. Weil man sich identifizieren kann, vor allem, wenn dieser Mensch ein Mitläufer war, wie mein deutscher Großvater, und keine große Nummer – kein Göring, kein Mengele. Mit denen kann sich niemand identifizieren. Aber aus Konformismus oder Opportunismus in die NSDAP eingetreten zu sein, sich ein bisschen bereichert zu haben, eine Firma arisiert zu haben und so allmählich zum Komplizen eines verbrecherischen Staates geworden zu sein – das kann man sich vorstellen. Auch dass sich ein solches Verhalten in einem anderen Kontext heute wiederholen könnte.”

Aan de hand van haar familiegeschiedenis schets de Frans-Duitse schrijfster Géraldine Schwartz de opkomst van  Adolf Hitler en het nazisme en hoe na de Tweede Wereldoorlog in verschillende landen werd gereageerd op alle afschuwelijke misdaden die uit naam van het Derde Rijk waren geleegd. En steeds weer komt de vraag om de hoek, waarom werden zoveel mensen meelopers? Doordat de schrijfster de verhalen over haar Duitse en Franse grootouders onderdeel van het verhaal laat worden, wordt je als vanzelf meegezogen in het grotere verhaal. Schwarz vraagt zich af waarom haar opa voor de oorlog in Mannheim een bedrijf kocht van Joodse eigenaren. Het was in de tijd dat Hitler, met zijn regering, de hele Duitse samenleving liet arisieren. Zo kwamen veel Duisters op een spotgoedkope manier in het bezit van Joodse winkels, bedrijven en later ook allerlei persoonlijke bezittingen.
Eind 2019 las ik het boeiende verhaal van Hella en Sandra Rottenberg over hun opa Isay. Deze ondernemende Amsterdammer kocht in 1932 een sigarenfabriek in de buurt van Dresden. In de jaren erna wordt van alle kanten geprobeerd om de Jood Rottenberg weg te werken, uiteindelijk belandt hij zelfs in de gevangenis en wordt zijn sigarenfabriek geariseerd, platweg afgepakt.
Bij de opa van Géraldine Schwartz ging het dus net andersom, na de oorlog werd hij dan ook gedwongen om de enige overgebleven eigenaar die uiteindelijk in de VS terecht was gekomen, alsnog schadeloos te stellen. Schwartz probeert vanuit dat verhaal te weten te komen waarom de Duitsers ‘meelopers’ werden. En wat haar boek zo aantrekkelijk maakt is dat ze ook naar het grotere politieke verhaal kijkt. Hoe reageerde de politiek nadat Duitsland tot op de rand van de afgrond was vernietigd door de geallieerden. Ze maakt op een heldere manier inzichtelijk dat het een geleidelijk proces is geweest en dat het ongelooflijk veel pijn en moeite kostte aan de leiders van het naoorlogse Duitsland om in het reine te komen met het verleden.
Vervolgens beschrijft Schwarz ook hoe het in Frankrijk is verlopen nadat de Duitsers daar het hele noorden in bezit hadden genomen en toestonden dat vanuit Vichy het zuiden werd bestuurd onder leiding van maarschalk Pétain. Ook hier weet ze op een heldere manier de lijnen door te trekken naar vandaag. Ze laat niet na aan te wijzen waar de populisten van vandaag hun oorsprong hebben, waar ze zich op beroepen en waar de ideeën van rechts-nationalisten toe leiden.

Niet mis te verstaan is het, voor de Nederlandse vertaling toegevoegde hoofdstuk over de opstelling van Nederlanders in de oorlog. Ook in dit hoofdstuk neemt ze weer scherp waar en heeft ze zich uitstekend verdiept in hoe ons land omging met de wegvoering van meer dan 100.000 Joodse landgenoten. Haar constatering dat Nederland tot op heden nog nooit officieel excuses heeft gemaakt voor wat de staat heeft verzuimd in die tijd, is inmiddels door de excuses van premier Rutte, gelukkig achterhaald. Maar haar constateringen over het wegkijken en ook meelopen zijn helder en uitermate relevant. Verschillende keren heb ik in het museum van de ‘Hollandse Schouwburg’ uitleg gegeven bij de plattegrond van Amsterdam, waarop is aangegeven waar Joden woonden. Een kaart met veel overgave gemaakt, door gewone ambtenaren op het stadhuis, voor de Duitse bezetter. En de constatering van Schwartz klopt; er wordt geen uitvoerige uitleg bij gegeven; hoe gek dit is en waarom ambtenaren gewoon deden wat hun werd opgedragen. Het confronteert de lezer met de vraag, wat hij zelf zou hebben gedaan; meelopen, wegkijken, saboteren of je baan opgeven? En waarom kwam er vanuit Londen niet een duidelijke richtlijn? Waarom niet opgeroepen om waar mogelijk Joden te helpen? Het zijn terechte vragen, juist waar ze gesteld worden door een buitenstaander met een ongelooflijke hoeveelheid kennis van zaken.
“De geheugenlozen” is een boeiend relaas. Wanneer je wel eens nadenkt over politieke standpunten van PVV en FvD, als je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van Nederland en Europa in en na de Tweede Wereldoorlog, pak dit boek en lees.

 Enkele citaten

“(…) en toen de bezittende klasse doorkreeg dat Hitler de sociale orde niet omver zou werpen, steunde ze hem zonder aarzelen. Wat toegang tot (hoger) onderwijs betreft ondernam het regime niets om de sociale reproductie te doorbreken, en in de bedrijven bevoorrechtte het de werkgevers ten nadele van de werknemers: cao-regelingen, contractvrijheid en stakingsrecht werden afgeschaft, terwijl de vakbonden kapotgemaakt, hun bezittingen in beslag genomen en hun leiders gevangengenomen werden, (…) .” (113-114).

“Door te geloven dat toegeven bij kleine dingen geen gevolgen heeft. Uiteindelijk wordt het een opeenstapeling, kleinigheid op kleinigheid, compromis op compromis. Je komt op een kruising tussen goed en kwaad te staan. Je aanvaardt, je aanvaardt. Je wijkt voor jezelf. Je vergeet de mens die je bent geweest, de mens die je zou moeten zijn. Je houdt jezelf voor een toeschouwer te zijn, terwijl je allang hoofdrolspeler bent. En als vanzelf aanvaard je het onherstelbare.” (282).

“(…) Thierry Baudet maakt gebruik van de klassieke retoriek van de populisten van vroeger en vandaag: hij zwaait met de dreiging van de ondergang van het land, jut de kiezers op tegen de journalisten, de academici, de traditionele politici, de Europese Unie en de klassieke zondebokken: de immigranten. (…) Achter de façade is de toon chagrijnig, vrouwenhatend, racistisch.” (420-421).  [In dit verband had ze er ook nog op kunnen wijzen dat de Baudet inmiddels zijn pijlen ook richt op de rechterlijke macht.]

PS Het blijft wel bijzonder; een poosje rondstruinen op het internet en je vindt dit boek in het Duits en het Frans. Waarom is de voorkant veranderd voor de Nederlandse editie? Het lijkt er echt op dat aan die andere edities veel meer aandacht is besteed aan de cover.

de cirkel is rond… genoegdoening… | In memoriam Harm 1982 – 2016 (83)

compilatie van foto’s, genomen van bovenaf: de remweg van het busje

Brigadier S. heeft afscheid genomen van de politie. Na vele jaren bij de VOA (Verkeers Ongevallen Analyse) was het genoeg. Met zijn collega was hij eind oktober bij de rechtszaak over de dodelijke aanrijding, waarbij Harm omkwam. We hebben elkaar toen kort gesproken en hij zegde toe dat we nog een origineel van Proces Verbaal konden krijgen. Begin januari hadden we contact om een afspraak te maken. En zo hebben we een paar weken terug rond tafel gezeten en nog eens het ongeluk van 14 september 2016 doorgenomen. S. vertelde dat hij vanuit het politiekorps Noord-Holland het onderzoek moest leiden, omdat de Amsterdamse VOA het moest over laten aan een genabuurd korps. Natuurlijk hadden we bijna drie jaar geleden de bevindingen in het p.v. gespeld. Goed werk hebben ze toen geleverd, alles wat maar onderzocht kon worden was onderzocht. Nu het hele proces van artikel 12 en de rechtszaak voorbij was, was het goed om nog eens met één van de meest betrokken onderzoekers alles door te nemen. Natuurlijk zijn zelfs ervaren onderzoekers geen officieren van justitie en rechters, maar ze hebben wel zo veel ervaring opgebouwd om in te kunnen schatten waar het fout is gegaan. Trouwens ook bij onderzoekers, gaan zaken als deze niet in de koude kleren zitten.
Natuurlijk is het wrang om te beseffen dat Harm geen enkele kans heeft gehad. Had hij het in kunnen schatten? Heeft hij kunnen bedenken dat de lichten die uit de flauwe bocht kwamen, hoorden bij een politiebus met een bestuurder die op zijn teller doortrok tot 90 km/u? De onderzoekers deden in Alkmaar remproeven en bestudeerden keer op keer de foto’s die ze hadden genomen op de Nassaukade. Op 7 november gingen ze nog een keer weer terug naar de plek van het ongeval en constateerden dat het kruispunt volledig op de schop was gegaan (ik heb daar in 2016 al over geblogd). Opnieuw werden er foto’s genomen.
Ook deed men metingen met de fiets van Harm. Een bijzonder detail is dat ze ontdekten dat de achteras van Harms Superba een gat had gemaakt in de bumper van de politiebus, net links van de nummerplaat. Toch bleek de afstand tussen straat en gat niet te kloppen met de gemeten afstand bij het achterwiel van de fiets. Uiteindelijk is de conclusie geweest dat agent A., bestuurder van de bus, al heeft geremd voordat hij Harm raakte en dat daardoor de bus ‘voorover dook’. In een fractie van een seconde is er dus gereageerd, maar helaas te laat.
S. vertelde ook dat zijn collega H. een complete computer-animatie heeft gemaakt van het ongeluk. Ze moesten daarmee voor het OM uitzoeken wat er gebeurd zou zijn wanneer de politiebus 50 km/u had gereden, en bij welke snelheid Harm nog geraakt zou zijn. (Wij kenden dit rapport) Natuurlijk met alle mitsen en maren (en alles ook nog eens uitgelegd in het voordeel van de ‘verdachte’), maar overduidelijk was, dat het totaal anders was afgelopen bij een veel lagere snelheid. Bij 50 km/u zou Harm simpelweg niet geraakt zijn en bij oplopende snelheid zou op een gegeven moment de achterkant van de fiets geraakt zijn. Bij dat laatste werd nog aangetekend dat het wel verschil maakt waar je geraakt wordt in relatie tot de ernst van de verwondingen.

bewijs voor het ‘duiken’

Brigadier S. was duidelijk. Wanneer de hondengeleider de zwaailichten had aangezet, was de overstekende fietser gewaarschuwd. S. heeft die bewuste nacht met eigen ogen gezien hoe de huizen op de Nassaukade het blauwe zwaailicht weerkaatst zouden hebben. Het klinkt misschien een beetje gek, maar zo’n terugblik achteraf geeft toch een soort genoegdoening. Voor S. was de cirkel rond, zei hij, toen hij vertrok. Zijn USB-stick mocht ik kopiëren om later nog eens alle foto’s terug te kijken en de verbalen terug te kunnen lezen. Zo sluiten ook wij een hoofdstuk af, maar kunnen en willen we niet vergeten. Voor de ‘verwerking’ was deze terugblik goed, al merkten we beiden achteraf dat het energie slurpt.

Enkele dagen na het bezoek van oud-brigadier S. ben ik nog een keer naar het hoofdbureau van de Amsterdamse politie gefietst. Op 14 december (zie blog) had ik een afspraak gemaakt met commissaris Pronker. Ik wilde bij de leiding van de politie nog een keer aankaarten over hoe agenten op straat omgaan met oproepen.   〈Citaat uitspraak: “Het illustreert naar het oordeel van de rechtbank dat hetgeen op grond van de regelgeving van een politieman wordt verwacht in situaties als de onderhavige, te weten enerzijds dat hij zo snel mogelijk op de melding af gaat en anderzijds dat hij de veiligheid van andere weggebruikers niet in gevaar brengt, met elkaar op gespannen voet staat. Naar het oordeel van de rechtbank legt dit een bijna onmogelijke taak bij de politieman in kwestie.” 〉    Pronker zegde toe en ging het bespreken met zijn baas, de hoofdcommissaris. Tot mijn verbazing kreeg ik een uitnodiging om met hen beiden in gesprek te gaan. Twee jaar geleden was ik al eens op bezoek bij de toenmalige hoofdcommissaris Aalbersberg, die in 2016 bij ons op condoleancebezoek was geweest. Inmiddels heeft Amsterdam een nieuwe hoofdcommissaris, Frank Paauw in lengte nog groter dan Aalbersberg. Paauw had zich goed ingelezen en samen met Pronker hebben ze geluisterd naar mijn pleidooi voor meer duidelijkheid in de brancherichtlijnen. Volgens Pronker is inmiddels daar breed aandacht voor geweest, zowel bij de hondenbrigade, als bij de eenheden die veel op de weg zitten. Daarnaast wil Paauw ‘de zaak Harm’ als casus meegeven aan de opleidingsmensen. En ook dat laatste voelde als een stukje genoegdoening.

Kyrie eleison

archief opruimen

Deze gekalligrafeerde tekst hing jarenlang naast de orgelbank, samen met het getekende portret van de Amsterdamse organist en componist Jan Pieterszoon Sweelinck

In de eerste week van het nieuwe jaar hebben we geen nieuwjaarsduik gemaakt, maar een duik in het ‘archief’ van onze kerk. Samen met twee leden van de commissie van beheer (CVAB) hebben we flink huisgehouden in de grote verzameling spullen die in het kleine kamertje naast de werkkamer van onze predikant lagen opgeslagen. Heel veel papier hebben we opgeruimd. We vonden bijvoorbeeld een flinke stapel kasboeken op folioformaat, waarin precies was bijgehouden wat de leden van de OPK in de jaren 80 van de vorige eeuw via de gemeentegiro of de bank hadden overgemaakt. Namen en bedragen stonden keurig vermeld; de toenmalige penningmeester broeder de Boer was een zeer nauwgezet man. Waren kerkleden vergeten hun maandelijkse VVB (een typisch gereformeerde afkorting volgens mij voor: Vaste Vrijwillige Bijdrage), dan sprak de penningmeester je daar openlijk over aan op de stoep van de kerk. Broeder de Boer was ook degene die in het kerkblaadje eens een stukje schreef onder de titel: “De dienst des Heeren is geen stuiver waard”. Hij uitte daarin zijn ongenoegen over het vele kleingeld (dubbeltjes, stuivers en centen) in de zondagse collectezak.  Een financieel expert had waarschijnlijk gesmuld van alle gegevens en er een prachtige verhandeling over kunnen schrijven, maar we hebben alles toch maar verwezen naar de papiervernietiger. Ook mappen met daarin rekeningen, stapels bonnetjes en bankafschriften, het ging dezelfde weg.
Ook hele stapels ‘Waarheid en Recht’ zijn de weg naar de recycling gegaan. Die katernen bevatten elk vier preken van GKv predikanten en werden gebruikt als er een leesdienst moest worden gehouden. Er zaten ook hele oude jaargangen tussen met preken van onder andere professor K. Schilder, één van de voormannen in 1944 van de Vrijmaking. Wijlen broeder Daan van Driel (1925-1992) las wel eens zo’n preek en dat werd dan een eindeloze zit, ook omdat hij er nog eigen toevoegingen in de preek zette. De kerkenraad nam toen maar het besluit om alleen preken te lezen van nog in leven zijnde predikanten.

Wat we niet hebben weggegooid zijn natuurlijk notulen en oude kerkbladen. Ik heb nog geen idee of het compleet is, maar gezien de vele stapels ziet het er goed uit. Een vooruitziende scriba heeft in de jaren 1967 en 1968 van elk nummer meerdere exemplaren bewaard. Helaas wel dubbelgevouwen, voor het ‘mooie’ bewaren niet echt fraai. Eén stapeltje heb ik mee naar huis genomen en doorgebladerd. Het geeft een mooi inzicht in wat de toenmalige kerkenraad belangrijk vond om door te geven aan hun leden. In 1967 was een groep gemeenteleden apart gaan vergaderen, omdat men het met de koers van de overige Amsterdamse gereformeerde kerken niet eens was. Aanleiding was een ‘Open Brief’ aan alle gereformeerd-vrijgemaakte kerkleden. Ook Amsterdamse predikanten hadden daar hun naam onder gezet en dat leidde tot grote onenigheid in de Amsterdamse gemeenten. Zo ontstond de ‘dolerende’ kerk van Amsterdam-Centrum die ging vergaderen in het gebouw “Reigersburg” aan de Bakhuys Roozeboomstraat (in de Watergraafsmeer tussen park Frankendael en de Nieuwe Ooster, de wijk wordt in de volksmond nog steeds ‘Jeruzalem’ genoemd). De broeders Visscher en Kleine Deters waren respectievelijk voorzitter en scriba en ook de leiders van de ‘doleantie’. Het is boeiend om te lezen hoe het apart vergaderen wordt verwoord en afgezet wordt tegen hen die bleven onder de prediking van predikanten die onder andere open stonden voor samenwerking met de ‘synodalen’. De strijd om wie echt gereformeerde kerk wilde heten en zijn, werd op een felle manier gevoerd. In een aantal afleveringen van de 1e jaargang worden hele artikelen uit de kerkelijke pers overgenomen. In die tijd betekende dat de maker van het kerkblad hele artikelen overtypte, waarschijnlijk op speciaal stencilpapier. Men had er wat voor over om de gemeente goed voor te lichten!
Hoe bijzonder is het dan om te weten dat op de synode die deze en komende maanden bij elkaar komt, wordt gewerkt aan éénwording met de Nederlands Gereformeerde kerken. De laatste werden nadat de scheuring in de GKv definitief was, buiten het verband van gezet en daarom ‘buitenverbanders’ genoemd. In Amsterdam werden de meeste vrijgemaakten ‘buitenverband’, maar landelijk gezien waren ze een minderheid. Veel leden van onze gemeente hebben geen idee van de twisten in de jaren zestig van de vorige eeuw, maar het is wel een deel van onze geschiedenis en daarom waard om herinnerd te worden en er ook van te leren. Vandaag vinden we het heel gewoon wanneer dominee Jan van Helden (NGK) bij ons op het podium staat, maar nog niet zo lang geleden was dat onbestaanbaar.

gezegend

“de oude schilder van Groet”, met dank aan Henny Luchies

Het woord van het jaar 2019 werd ‘schaamte’. Dat is veelzeggend, omdat het steeds wordt gebruikt in combinatie met een ander woord, zoals vlieg of vlees. Helaas hadden de laatste dagen van het jaar, de vuurwerk afstekers weinig last van schaamte. De knallen werden zwaarder en zwaarder en in Den Haag moest bijkans ‘het leger’ worden ingezet. Wel schaamte of helemaal geen schaamte, maar ons land is er maar gezegend mee.

Het was dubben, waar moet de eerste blog van het decennium over gaan? Moet ik allerlei gebeurtenissen van het afgelopen jaar nog een keer laten passeren en van kanttekeningen voorzien? De kranten en de nieuwsrubrieken stroomden er van over, nee dus. Laat ik gewoon maar wat vertellen over zaken die mij opvielen. Zoals de verjaardag van onze buurman, eergisteren, de één na laatste dag van het jaar. Hij werd tachtig en dat is dus best een bijzondere aangelegenheid. Met het woord schaamte heeft hij niet zoveel, maar schilderen kan hij des te beter. Toen we bijna twintig jaar geleden op de Boekweitdonk kwamen wonen, waren de bewoners ook bijna twintig jaar jonger. Regelmatig zagen we buurman Fred als het maar enigszins mooi weer was er op uit gaan met zijn fiets. Ezel en doek goed ingepakt en vastgebonden om ergens langs de grachten een plekje te zoeken om een typisch Amsterdams tafereel vast te leggen. Later zat hij dan op zolder in zijn atelier het schilderij verder te vervolmaken. En wanneer het echt mooi weer wordt, dan vertrekt Fred nog steeds op de fiets met zijn vrouw naar zijn huisje in Groet om daar te genieten van het prachtige duinlandschap en het soms vast te leggen. Zuinigheid is buurmans devies, een zeer gewaardeerd bewoner van ‘ons hofje’. We voelen ons gezegend met zo’n buurman.

Schaamte bekroop mij verschillende keren bij het lezen van de laatste roman van Ilja Leonard Pfeijffer ‘Grand Hotel Europa’. Het afgelopen jaar was het boek regelmatig onderwerp van gesprek. Alhoewel het in december 2018 was verschenen en binnen de kortste tijd in de bestsellerlijsten stond, haalde het geen literaire prijzen. Onder critici is er heel veel en soms zelfs heftig over gediscussieerd. De één vond het geweldig, zeer gelaagd en buitengewoon bloemrijk wat betreft het taalgebruik. Om eerlijk te zijn heb ik van bepaalde gedeeltes best genoten, maar daar staat tegenover dat hele stukken heel echt Wikipedia-achtig zijn. Leuk informatief, maar niet echt spannende literatuur. Ook leuk is dat er veel verhalen door elkaar heen lopen, zoals het verhaal over de piccolo van het hotel, de verhouding van de hoofdpersoon met zijn vriendin en zo zijn er nog wel vier verhaallijnen. Ronduit schaamteloos zijn de passages wanneer hoofdpersoon het bed induikt met een vrouw. In het Parool werd niet voor niets opgemerkt dat deze passages in het MeToo-tijdperk eigenlijk niet kunnen en dat ze op een hoogst vrouwonvriendelijke  manier beschreven zijn.
De passages over massatoerisme zijn overigens treffend en zullen hopelijk bij wereldreizigers het schaamrood hebben opgeroepen. Giethoorn en Venetië hebben wat dat betreft veel gemeen. Waar is de tijd gebleven dat we met de leiders van de knapen en meisjesvereniging naar Giethoorn fietsten en rustig gingen punteren op de Beulakkerwijde?
Op 29 september bespraken we ‘Grand Hotel Europa’ op de leesclub, de reacties waren wisselend. Pfeiffer had gelukkig die week een prachtig sonnet geschreven over reisorganisatie Thomas Cook, dat die week failliet ging.

Sonnet van een buitenkans

In chic vergeelde tijden opgericht,  toen men zich kleedde voor diner aan boord  van roodfluwelen treinen naar een oord  dat klonk als een exotisch  minnedicht, –
toen glas kristal was en van bakeliet de telefoon en toen de vestzakuren nog traag genoeg waren voor avonturen, en nu in deze botte tijd failliet. –
En rijen radeloze zontoeristen staan huilend in bermuda’s aan de balies  omdat hun vlucht naar huis niet meer bestaat. –
Failliet is avontuur, want zij verkwisten de kans om te ontsnappen aan de tralies van leven zoals in de folders staat.

Bij een jaarwisseling wensen veel mensen elkaar een ‘gezegend nieuwjaar’. Er zijn er ook die je een gezond of een mooi en prettig nieuwjaar wensen. Aan de ene kant is een datum maar een datum natuurlijk, aan de andere kant kunnen we het ook overdrijven. Maar de ander ‘zegen’ toewensen is prachtig natuurlijk. En soms gebeurt het dat je je gezegend voelt door een goed gesprek, een mooi muziekstuk of een samenzang in de kerk.
Zo ging het ook met ‘Paulus een biografie’van Tom Wright. Werkelijk een adembenemend boek van de veelschrijvende  Britse nieuwtestamenticus. Na een tweetal uitgebreide theologische boeken over Paulus, heeft hij voor de geïnteresseerde ‘leek’ een prachtige samenvatting geschreven. Je volgt de jonge Saulus in Tarsus en al lezend ga je beseffen hoe het Joodse leven en de Joodse theologie in het begin van de jaartelling er uit zag. Paulus reizen, zijn medewerkers en de steden die hij aandoet; het komt echt tot leven. Je gaat begrijpen waarom het evangelie van de opgestane Christus zo’n impact heeft in de Joodse wereld, maar ook in de Romeinse wereld. De heftige discussies die ontstonden, nauwelijks te geloven. Maar toen ik op de VPRO de eerste aflevering zag van ‘Het Israël van Heertje en Bromet’, snapte ik ook hoe de discussie in Paulus dagen zich afspeelden. (Het programma is inzichtgevend in het huidige Israël.)
Inmiddels ben ik halverwege in ‘Paulus’ en het blijft boeien. Met veel plezier zal ik verder lezen en mij elke keer ‘gezegend’ voelen. Mocht u nog ergens een boekenbon hebben liggen, ik zou hem inwisselen bij de boekhandel. Complimenten trouwens voor de vertaling, want het Nederlands leest geweldig. Het zijn wel compacte teksten, dus je moet soms ook gewoon weer een alinea of bladzijde nog eens teruglezen.

Afgelopen maandag was een prachtige heldere avond, mooi om te gaan varen door het Amsterdam Light Festival. Een mooie tocht werd het met broer en schoonzus. Wat zou er gebeuren als de zeespiegel nog verder zou stijgen? Bij de Stopera was dat mooi uitgebeeld door het beeld van allemaal wereldberoemde torens, omspoeld door grachtenwater. Ook 2020 zal het klimaat vaak ter sprake komen, evenals CO2 en stikstof. Weerman Reinier van den Berg vertelde in een interview dat walvissen CO2 opslaan. Zijn advies: zorg dat er weer veel meer walvissen komen in de oceanen! Prachtige uitdaging toch om daar dit nieuwe jaar mee te starten!

Lieve lezers, ik wens jullie een gezegend 2020!

15 december 1944 – 15 december 2019, evolutie van een monument

Afgelopen zaterdag in Het Parool, de suggestie dat de lijken een paar dagen op straat hebben gelegen is niet juist, naar mijn idee. De begrafenisondernemer ging n.l. op de 16e december naar Overveen.

Alhoewel het weerbericht redelijk was, hielden we het niet droog. Ach, misschien paste het ook gewoon bij de gelegenheid, zoals Bart Wallet van het comité Haarlemmerweg suggereerde. Gelukkig was het bij de kranslegging, de taptoe, de twee minuten stilte en het zingen van ons volkslied bijkans droog.   (Het jongetje voor mij dacht trouwens dat de taptoe betekende ‘dat de soldaten dan moesten aanvallen’.) Een indrukwekkende bijeenkomst werd het, de Haarlemmerweg (N200) was tussen afslag Sloterdijk en Slotermeer afgesloten, in alle rust kon het nieuwe monument worden ‘onthuld’. Toespraken van familieleden en ook van de gemeentebesturen en de politie.

Over ‘het monument’ heb ik al eerder gepubliceerd, zie mijn blog ‘Dodenherdenking‘. Sinds 1985 is het monument geadopteerd door de dr. M.B. van ’t Veerschool / Veerkracht. In die tijd wisten we op school nauwelijks iets over het monument en de achtergrond er van. Meester Wietsma wist dat er een straat in Badhoevedorp was vernoemd; de ‘Pa Verkuijllaan’ naar één van de gefusilleerden. De eerste jaren gingen groep 7 en 8 trouwens overdag naar de Haarlemmerweg, omdat de officiële Dodenherdenking natuurlijk ’s avonds op 8 uur op 4 mei was. Op een gegeven moment zijn we het als school toch op het officiële moment gaan doen. En toen het op een zondag was, is er breed gediscussieerd of we dat wel mocht. Door de jaren heen kwamen er steeds meer mensen op 4 mei, buurtbewoners, nabestaanden en geïnteresseerden.

Het houten kruis aan de drukke Haarlemmerweg had toen we het als school adopteerden al een behoorlijke geschiedenis achter de rug. In 1947 kwam er voor het eerst een monument, de bewoners van boerderij Vredelust hebben daar voor gezorgd. Een eenvoudig wit houten monument met daarop de tekst: “Zij brachten voor de vrijheid het grootste offer“. Onduidelijk is wanneer het gedenkteken in de berm is komen te staan van de Haarlemmerweg, maar waarschijnlijk is dat gebeurd toen boerderij Vredelust is afgebroken. Begin jaren 50 moest Amsterdam uitbreiden en ontstond tuinstad Slotermeer. (zie blog over de architect van Heesteren). Het stond er wat verloren bij, in het gras en daarachter schuin aflopend een vijver. Geen mooi perk er om heen en niemand die zich verantwoordelijk voelde. In Het Parool van 12 december 1964 staat een trieste foto. Gelukkig kan men melden dat er een nieuw kruis is gemaakt, twintig jaar na de fusillade zal het worden onthuld. Enkele dagen later staat er een ingezonden van ene Jan Rot in Het Parool. Schijnbaar is er gesuggereerd een inzameling te houden voor een meer duurzamere oplossing. Maar ook toen was er een bulderende storm en striemende regen en Rot zegt, dat hij waarschijnlijk door de verslaggeefster niet goed verstaan is. “Ik heb gezegd (mag het even?): „De drie mannen verdienden een monument van duurzamer materiaal en van meer allure. Zouden de vriendinnen en vrienden, indien zulks gewenst wordt met ons afdelingsbestuur, de koppen niet eens bij elkaar kunnen steken om, in dit verband een initiatief te nemen?”.Wij willen dus géén inzameling”, onze plannen gaan een heel andere richting uit.”  Ma Verkuijl en mevrouw Elias, de beide weduwes waren er bij die dag. Toch is zijn oproep door de storm verwaaid.

Het is november 1976, nog lang voordat de school het monument adopteert. In het Parool heeft Evert Werkman (werkte in de oorlog al voor Het Parool en schreef er later vele boeken over) een ‘Amsterdams Logboek’. Er heeft zich iemand bij hem gemeld met de naam Abercromby, deze verzocht het gemeentebestuur in april, het kruis op te knappen. Logisch, want het staat er dan al twaalf jaar. Toch is het later nog een keer vernieuwd, op een middelbare school is een leraar houtbewerken met een klas aan de slag gegaan en heeft het compleet gekopieerd. Heel lang heeft ook het tweede kruis gewoon in het gras gestaan, totdat toch de gemeente er een keurig perk omheen maakte, wat bielzen en wat planten en struikjes, op een gegeven moment zag je het kruis bijna niet meer.

Hannie Elias afgelopen zondag bij het nieuwe monument. (AT5)

Nu de N200 op de schop moest vanwege groot onderhoud en herprofilering, heeft het ‘comité Haarlemmerweg’, onder leiding van Hélène de Bruine, er voor gezorgd dat er eindelijk een nieuw, eigentijds monument is verrezen. Een plek waar je zelfs kunt zitten en waar alleen nog een informatiebord over de gefusilleerden ontbreekt. Toen ik een week geleden op de Erebegraafplaats in Bloemendaal was, vond ik daar uitgebreide info over de drie doodgeschoten verzetshelden. Vader en zoon Verkuijl liggen met Elias begraven in vak 5. Die dinsdag was het er stil en rustig. Tijd genoeg om hun namen en de bijschriften uitgebreid te bestuderen. Een indrukwekkende plek, waar bijna 400 verzetsstrijders ‘herbegraven’ zijn. Al die namen van mensen die hun leven gaven. Eigenlijk is het beter te zeggen; die hun leven werd afgenomen. Vaak zonder proces werden ze doodgeschoten. Gedreven, vaak jonge mensen, die opkwamen tegen onrecht. In vak 5 is de gemiddelde leeftijd 34, waarvan Henk Verkuijl als 22-jarige, de jongste. Je zou ze nog eens willen spreken, over hoe spannend het was, hun angsten en ook hun moed. Het is goed dat er langs een drukke weg, nu drie kruisen staan. Niemand kan meer denken dat het een ‘bermmonument’ is, dat er een auto met drie mensen is verongelukt of iets dergelijks.

Na de plechtigheid werd ik aangesproken door Maurice de Hond. Hij bleek in zijn jeugd heel vaak op 4 mei bij het monument te zijn geweest. Zijn vader Sam de Hond werkte veel samen, tot zijn gevangenneming, met rechercheur Piet Elias en Anton Japin.  Wie geïnteresseerd is moet op de website van de opiniepeiler het boek opzoeken over vader Sam de Hond.