Tweede Boerhaavestraat
In 1980 kwam ik, net voor ons trouwen, in Amsterdam-Oost wonen. In de Transvaalbuurt, met straatnamen zo weggelopen uit de boeken van L. Penning. Pas later ontdekte ik dat de Transvaalbuurt in en voor de Tweede Wereldoorlog een Joodse buurt was geweest. Mijn schoonvader ruimde boeken op en nam voor ons de twee delen van Pressers ‘Ondergang’ mee. Al bladerend en lezend ontdekte ik dat uit onze buurt duizenden Joodse Nederlanders waren verdwenen in de Duitse vernietigingskampen. Een foto van Duitse overvalwagens op het Krugerplein, tussen foto’s van alle andere wreedheden van de fascistische bezetter. In die tijd was er weinig terug te vinden van de vernietiging van zoveel Transbuurtbewoners. Aan de Tugelaweg was een gedenkteken als nagedachtenis van een represaille-fusillade, maar dat waren Nederlandse verzetsstrijders. De tijd van ‘struikelstenen’ moest nog komen.
Pas rond de eeuwwisseling kwam er langzaam veel meer aandacht voor het wegvoeren van Joodse Amsterdammers. Met verschillende schoolklassen had ik al een paar keer de voormalige Hollandse Schouwburg bezocht. Boven de entree was een kleine tentoonstelling over de Holocaust, inmiddels is die collectie opgenomen in het indrukwekkende Holocaust Museum aan de overkant van de Plantage Middenlaan. Op één van de wanden hing een grote kaart van Amsterdam, met daarop precies aangegeven waar Joodse Amsterdammers woonden. Een kaart gemaakt door ambtenaren van de gemeente, in opdracht van de bezetters. De Transvaalbuurt is op die kaart bijkans zwart, elke stip, staat in de legenda, betekent 10 Joden. De kaart dateert van mei 1941, stap voor stap bereidde de bezetter zijn verschrikkelijke wandaden voor. De kaart komt natuurlijk ook voor in ‘Atlas van een Bezette Stad’ van Bianca Stigter op pagina 43. Op pagina 45 staat een kaart met een voorstel voor een ‘Joodsche Stadswijk’. De Transvaalbuurt hoorde daar natuurlijk ook bij, maar ook een groot gedeelte van de Oosterparkbuurt, tot aan de Amstel. De ‘Joodsche Stadwijk’ is er nooit gekomen, immers de eventuele bewoners werden ‘ausradiert’.

Afgelopen maandag werd in de voormalige ‘Talmud Tora’ school aan de Tweede Boerhaavestraat (nummer 7) weer een monument toegevoegd aan de monumenten die er in de afgelopen jaren zijn ontstaan en opgericht als herinnering aan verdwenen Amsterdammers. Rogier Schravendeel, een verwoed amateur-historicus hield zijn 18e boek over verdwenen Amsterdammers ten doop. Deel 15 had Rogier op een Open Ochtend in de Oosterparkkerk gepresenteerd en uitgedeeld, 2 mei dit voorjaar. Rogier heeft zich tot doel gesteld om van verschillende straten in Oost uit te zoeken welke Joodse bewoners zijn weggevoerd in de oorlog. Uit verschillende bronnen haalt hij zijn informatie. Het gaat om een korte levensbeschrijving, foto’s en de precieze data van geboorte en overlijden. Het deel over de ‘Tweede Boerhaavestraat’ bevat ruim 350 bewoners. Eén straat, meer dan driehonderdvijftig mensen. Er zijn 80 huisnummers, met vaak vier etages, dus naar schatting 280 tot 300 woningen. Na wat achtergrondinformatie over het ontstaan van de Tweede Boerhaavestraat en de verschillende scholen in deze straat, worden in het tweede hoofdstuk alle bewoners beschreven die verdwenen zijn. Op bladzijde 16 is Sientje Cohen-Herz de eerste. Geboren 1 mei 1869 en gestorven 5 oktober 1942 in Auschwitz. Zij woonde met haar dochter en schoonzoon op nummer 3-1, haar man was in 1934 overleden. Ook haar dochter en schoonzoon stierven in Auschwitz.
En zo gaat het, het hele boek door. 142 pagina’s. De opsomming eindigt bij nummer 78-huis. De laatste die genoemd wordt is Rosa Fanni Packer-Goldstein, zij stierf op 27 jarige leeftijd in Auschwitz. Haar huis staat naast het huidige gebouw van het Passantenhotel van HVO Querido, wat weer grenst aan ons kerkgebouw. Aan de even kant eindigt het op nummer 77 en daar verdwenen de bewoners op huis, van de eerste en ook de derde verdieping. En al is het dan meer dan 80 jaar geleden, je wordt er toch ongemakkelijk van. Rogier Schravendeel gaf in april al aan dat dit werk hem soms onpasselijk maakte, al die namen en persoonlijke geschiedenissen van mensen… Het is goed dat huidige bewoners van de Tweede Boerhaavestraat nu kunnen terug lezen wie er ooit in hun huis woonde, maar laat het ook een waarschuwing zijn voor vandaag en morgen.
Over de Talmud Tora school is op verschillende sites veel te vinden. Het is nu geen school meer, de lokalen zijn appartementen geworden. In 1982 werd het gekraakt en er schijnen nog steeds een paar ex-krakers te wonen. Enkel glas, slecht te verwarmen, maar de bewoners zijn blij met hin voormalige lokalen. Aan de buitenkant staat door stenen een beetje te laten uitspringen in het Hebreeuws ‘Talmud Tora’, wat betekent: School voor godsdienstonderwijs. Op het mooi smeedijzerhek stond het in gewone letters, maar die zijn verdwenen. Op verschillende sites is veel informatie terug te vinden. Op de site van het ‘Joods Cultureel kwartier’, maar ook van ‘Amsterdam op de kaart’. Op de website van ‘Joods Amsterdam’ is te lezen over de eerste steenlegging.
PS Onze kerk heeft als adres Oosterpark 5. Ooit was het de ’s Gravezandestraat. Maar de zijkant staat aan de Tweede Boerhaavestraat. Op dit moment is het er slecht parkeren, want een flink gedeelte staat in de steigers en wordt volledig gerenoveerd. De huurders zullen daarna flink in de buidel moeten tasten. Ooit waren ze bedoeld voor de arbeidende klasse….
In de vorige blog had ik mij wel wat snel afgemaakt van de bespreking van het laatste boek van Mounier Samuel. Het kwam omdat ik op dat moment alleen het eerste hoofdstuk had gelezen en daar geboeid door was geraakt. Inmiddels heb ik het boek uitgelezen en het verdient een extra aanbeveling.
Ook komt de klimaatcrisis aan de orde. Samuel waarschuwt nadrukkelijk om signalen van deze crisis niet weg te wuiven. Vandaag zal hij opnieuw een voorbeeld van zijn gelijk hebben gezien op het Journaal (26 aug.). Daar werd melding gemaakt van uiterst nauwkeurige rekenmodellen die voorspellen dat rond 2060 de Warme Golfstroom volledig tot stilstand komt. Dat laatste leidt in ons land en de ons omringende landen tot forse temperatuurdaling en als gevolg daarvan veel meer regen en veel koudere winters (tot -20° C), met alle gevolgen van dien. Samuel wijst terecht naar mijn idee aan, dat de laatste rechtse regering geen enkel oog had voor het milieu. Maar ook de daaraan voorafgaande regeringen onder leiding van Mark Rutte, lachten veel te veel waarschuwingen weg.
DE MEDISCHE OMERTA – Jim Reekers kwam uitgebreid in het nieuws na het verschijnen van zijn ‘memoires’. Hij schudde dan ook flink aan het zorgsysteem, zoals we dat op dit moment kennen. Als medisch specialist (emeritus-hoogleraar in de interventieradiologie) heeft hij uitgebreid de misstanden in de zorg opgetekend. Daarmee spaart hij zijn beroepsgroep niet. Volgens Reekers kan het systeem beter en ook goedkoper. Een boeiend relaas en een must voor hen die regelmatig gebruik maken van ons zorgsysteem. Reekers informeert breed, maar geeft ook aan wanneer we het systeem overvragen. Zijn betoog relativeert zeker de vaak met veel bombarie aangekondigde vooruitgang op onderzoeksgebied. Wetenschap is in veel gevalllen bepaald niet onafhankelijk, toont Reekers aan.
SPULLEN BRENGEN – Ruslandkenner Jelle Brandt Corstius kan geen tochten meer maken door het land waar hij van was gaan houden. Als Jaap Scholten (schrijver en Oost-Europakenner) hem vraagt om mee te gaan met een konvooi naar Oekraïne en daar auto’s en verschillende hulpgoederen af te leveren, zegt hij dit meteen toe. Met een groep vrijwilligers rijden ze door Duitsland en Polen naar Oekraïne. Brandt Corstius geeft een boeiend inzicht in de avontuurlijke reis, maar laat ook het leed van de ‘gewone’ Oekraïners zien. De schrijver steekt niet onder stoelen of banken waar zijn sympathie ligt en hij laat hij goed uitkomen dat het waanzinnige idee van Poetin om Oekraïne in te lijven, op bizarre ideeën is gegrond. Schrijver Tommy Wieringa ging meerdere malen met een Scholten-expeditie mee en schreef daarover het meeslepende ‘Konvooi’.
LYSBETH – Het jaar 2025 is voor Amsterdam een jubileumjaar, de hoofdstad viert zijn 750 jarig bestaan. Op TV werd er al een hele serie aan gewijd waarin ook de Alteratie van 1578 aan de orde kwam. Amsterdam werd van een Roomse een Calvinistische stad. De Roomsgezinden mochten alleen nog in schuilkerken bij elkaar komen. Het stadsbestuur kwam in handen van de gereformeerden. Je zou hopen dat na de heftige omwenteling in 1578 de Amsterdammers hun lesje wel geleerd hebben. Niets is minder waar. Al snel ontstaat er binnen de gereformeerden een strijd tussen Arminianen (remonstranten) en Gomaristen (contraremonstranten).
ONS SOORT MENSEN – We lazen dit boek de afgelopen keer voor de leesclub. Juli Zeh is een gevierde Duitse schrijfster, die naast schrijfster ook jurist is. ‘Ons soort mensen’ speelt zich af in een voormalig (fictief) Oost-Duits dorp; ‘Unterleuten’. Elk hoofdstuk heeft steeds zijn eigen hoofdpersoon en legt daarmee gelijk het leven in Unterleuten bloot. Wie wil weten waarom een maand terug de AfD in het voormalige Oost-Duitsland zoveel aanhang kreeg, moet dit boek lezen. Het geeft ook inzicht in de fouten die gemaakt werden na de ‘Wende’, ze komen ruimschoots aan bod. In Unterleuten hebben de dorpsbewoners geleden onder de communistische DDR, maar ze zijn er anderzijds ook door gevormd. Na de Val van de Muur in 1989 moesten de bewoners van Unterleuten zich opnieuw uitvinden, en dat ging niet zonder problemen. ‘Ons soort mensen’ is een intrigerend en ook humoristisch verhaal dat nog lang resoneert.
DIUS – In mijn agenda heb ik een lijst met boektitels waarvan ik vind dat ik ze wel zou moeten lezen. Het Parool en het ND hebben wekelijks recensies en soms noteer ik een titel en waarvan ik denk, hé dat is interessant. Het lastige is alleen dat de lijst soms te lang wordt. Maar zeker als je al meer hebt gelezen van een geliefde schrijver of schrijfster en er komt je een recensie onder ogen die enthousiast is, tja… Dius had ik ook al in de boekhandel zien liggen en gelukkig was hij vrij snel beschikbaar via de bibliotheek. Op de leesclub hebben we ‘De bekeerlinge’ besproken, een fascinerende roman over Joodse vluchtelingen in de tijd van de Kruistochten. Later las ik ‘De opgang’, ook al een bijzonder boek. Dius is weer heel anders, het gaat over een vriendschap tussen een hoogleraar kunstfilosofie met een leerling.
THE GREAT AMERICAN DICTATOR – Helaas kunnen we er niet omheen. In de VS waait een andere wind, ik schreef daar al eerder over. Frank Schaper schreef er drie dikke boeken over Trump. Op de tafel ‘pas verschenen’ lagen deel 1 en 2. Het eerste heb ik meegenomen en doorgebladerd. Intrigerende verhalen met heel veel achtergrondmateriaal over de afkomst en opkomst van deze vastgoedmagnaat, bedrieger en narcist. Bijzonder vond ik een aantal fotopagina’s waarop Trump wordt vergeleken met oud-president Nixon. De gebaren van Nixon heeft Trump ook in zijn arsenaal. Maar ook de gebaren van de beroemde evangelist Billy Graham zitten in het repertoire van de huidige president van de VS. Jort Kelder en andere kortzichtige praatjesmakers op radio en tv zouden de trilogie van Schaper verplicht moeten lezen. Voor Nederlanders zijn veel dingen van de huidige president van de VS gewoonweg bizar. Maar ondertussen hebben veel van onze christelijke geloofsgenoten aan de overkant van de oceaan geen idee waar wij ons druk over maken. Er is zelfs een groep christelijke nationalisten (gelukkig een minderheid) die er als trumpisten de meest bizarre opvattingen op na houden. Ze beweren zelfs dat de blanke Amerikanen de eerste bewoners van hun continent waren. Het huidige stamhoofd van de Plathoofdindianen had echt gelijk, zijn voorouders hadden echt een beter immigratiebeleid moeten voeren.
Sinds gisteren is er een bestand tussen Israël en Hamas. Nog wankel allemaal, geen vrede en de gevolgen van de strijd zullen nog jaren en jaren doorwerken. Natascha van Weezel schrijft vandaag in Het Parool dat het nog maar een begin is. Hoop op een langdurige vrede is nog ver weg. En de manier waarop de strijders van Hamas in nieuwe pick ups met de drie vrijgelaten vrouwelijke gijzelaars aan kwamen, stemde niet tot vreugde. Maar het meest bizar vond ik het verschil in aantallen. Eén gijzelaar tegen dertig Palestijnse gevangenen. Het stemt bepaald niet hoopvol.
Eén van de grootste ergernissen het afgelopen jaar is het verschijnsel de ‘fatbike’. Amsterdam is er werkelijk van vergeven. Rijden we hier achter de Boekweitdonk af, naar het Reigerpad dan suizen ze je van links voor je neus langs of het niks is. Ook richting het fietspad langs de Weespertrekvaart of de Gooiseweg, ze trekken zich niets aan van andere fietspadgebruikers. Vaak met een donkere hoodie over hun hoofd en gemiddeld al snel boven de 30, terroriseren ze de rest van de fietspadbevolking. Op andere momenten scheuren jonge gasten, nog geen vijftien, liefst met z’n tweeën op zo’n gevaarte, alle stoplichten negerend, al slingerend door het verkeer. In het begin denk je nog, leven en laten leven. Maar ik schrik, ben afgeleid en krijg de neiging om tegen ze te gaan schreeuwen.
Wat heb ik genoten van de prachtige tv-serie van de drie Belgische mannen die wandelen door Nederland. Eerder al waren dwars door België gewandeld naar Maastricht om daar het Pieterpad te volgen. Het leverde prachtige tv op. Het wandelen nog lang niet moe, togen ze opnieuw op pad, nu namen ze vanuit Noord-Friesland het Diagonaalpad. Het levert het soort televisie op, waar je op kunt herkauwen. Prachtige beelden van gebieden in Nederland waarvan je niet wist dat het er was. Aanvoerder Arnout Hauben treedt de mensen die ze tegenkomen op zo’n eerlijke manier tegemoet, dat er in de meeste gevallen mooie, soms zelfs diepzinnige gesprekken ontstaan. Niks gekunsteld, maar leerzaam. Niks polariserend, maar verbindend.
Eigenlijk best wel geinig om van een afgelopen jaar het agenda nog eens door te bladeren. Ikzelf zet er niet alleen maar mijn afspraken in, maar ook verjaardagen, sterfdata en regelmatig noteer ik bijzondere gebeurtenissen. Soms neem ik die over in een volgend agenda, om daar op de betreffende datum toch nog een keer bij stil staan. Eén van de vervelendste dingen was wel het verstopt raken van de afvoer. De eerste keer hadden we kleinzoon Teun te logeren en het was zondag. Dus toch maar een nooddienst gebeld. Gelukkig konden die de verstopping min of meer verhelpen. Helaas hebben ze toen zitten knoeien met de hangende wc-pot.
Een andere ingrijpende gebeurtenis is het aanstaande vertrek van onze dominee. Na nog geen zes jaar gaat Marinus de OPK verlaten. Het is zoals het is en we snappen zijn overwegingen. Zijn werk aan de Theologische Universiteit Utrecht zal vast tot zegen van de kerken zijn. Het is dan wel geen ergernis of irritatie, maar het voelt wel als verdriet. Tijdens de coronaperiode was Marinus de trekker van online diensten, eerst vanuit zijn studeerkamer en later vanuit in kerkzaal in verbouwing. Zijn stimulans om ons meer te laten leiden door het kerkelijk jaar en ook liturgische gebruiken die in de loop van de geschiedenis verdwenen zijn weer te herintroduceren, ik hoop dat we het voortzetten. Het maakt ons meer kerk. Een paar maanden geleden vierden we een zondag geen Heilig Avondmaal. Een broeder reageerde met: “Het voelt als een halve kerkdienst.”
Op de laatste veiling van ‘de Eland’ was een hele partij Friese en Groningse staartklokken te koop. ‘Collectie Bouwens’ stond er in de catalogus. Helaas zijn deze klokken tegenwoordig niets meer waard. Voor tussen de honderd en vijfhonderd euro gingen tientallen prachtig oude uurwerken onder de hamer. Waar ze eertijds zo maar duizenden guldens kosten, is er nu totaal geen interesse meer. Het zijn tijdaanduiders met allemaal hun eigen specifieke geschiedenis. Hele generaties hielden ze bij de tijd en ze kunnen nog eeuwen mee. Toch een ergernis dat daar zo weinig oog voor is. Gelukkig zijn er hier en daar nog liefhebbers, geen digitaal gedoe, maar gewoon het gewicht hijsen.
Een behoorlijke ergernis was het terugverhuizen van onze opk-zuster Roos. Eigenaar ‘firma A.’ te Schiphol, liet het er flink bij zitten. Een lijst van bijna 30 nog te verrichten verbeteringen was zo gemaakt. Het kostte heel veel energie om toch zo veel mogelijk voor elkaar te krijgen. Op een zeker moment wilde men zelfs geen zaken meer doen met de ‘zaakwaarnemer’. Maar dat liet onze zuster niet op zich zitten. Inmiddels is er geverfd, behangen, geschrobd, gezweet en uiteindelijk verhuisd. De OPK op zijn sterkst zullen we maar denken. Maar de irritatie met betrekking tot de verhuurder was soms groot als er weer een forse mail moest worden gestuurd.


Een paar dagen later zijn we in het Drents Museum, voor de tentoonstelling over Albert Steenbergen. Ook die heeft alles te maken met onze geboortegrond. Steenbergen was een Hoogeveense schilder en schrijver in de 19e eeuw. Hij schreef gedichten, verhalen en toneelstukken. Een beroemd verhaal in Hoogeveen en omstreken is het over “De Nevelhekse”. Bij ons thuis ging altijd het verhaal dat deze vrouw in de buurt van de Langedijk (de straat waar wij woonden) gewoond had. Ergens in de bocht, waar een klein bos was, heet het “’t Holtien”, daarachter ergens. Ooit voerde men in de bijzalen van de kerk een toneelstuk op over “De Nevelheks” en hing bij ons daarna nog een stuk doek met daarop een afbeelding van deze nevelheks. Waarschijnlijk heeft Steenbergen teruggegrepen op oude volksverhalen waarin witte wieven een rol speelden. Het verhaal is een aantal jaren opnieuw uitgegeven en ligt te koop in de Museumwinkel.
Zo nu en dan krijg ik reacties op mijn verhaaltjes. Soms een vraag om verduidelijking, soms is er een typefout ontdekt. Erg leuk is het als er een heel verhaal terugkomt. Vriend Jan uit Assen reageerde bijvoorbeeld op het Bijbelverhaal, met een hele beschouwing over de Statenbijbel uit de familie van zijn vrouw. Hopenlijk kunnen ze die Bijbel nog een keer bemachtigen.
Het gebeurt me wel vaker, een mailtje van iemand die je helemaal niet kent. Vaak komen ze in de spambox, maar soms ook niet. Ik vraag me dan gelijk af of ik de persoon ken. Afzender Wim kende ik niet, maar zijn mail was best wel bijzonder. Wim was op een of andere manier vertelde hij, in het bezit gekomen van twee oude Bijbels met daar voorin de familienaam Wimmenhove. Aangezien hij geen enkele connectie met deze familie had of heeft is hij gaan googelen en al snel had hij een Roel met deze achternaam gevonden en gelukkig had deze Roel via zijn blog een emailadres. Of ik geïnteresseerd was? Eigenlijk was het hem te doen om het goud en zilver wat als sluitwerk op deze beide boeken was gemonteerd. Wim vertelde in zijn mail, dat hij naast verzamelaar ook amateur zilversmid is. De zilveren sloten kon hij natuurlijk omsmelten en daar iets nieuws van maken. Helaas doet zilver het in de handel niet zo goed. Een gram zilver levert nog geen euro op. Dus demonteren was dus niet een voor de hand liggende optie. Gelukkig zat er op de andere Bijbel een gouden slotje. En tja, de goudprijs is op dit moment bijzonder goed. Een gram goud levert al snel 80 euro op. Ik drong er bij Wim op aan om de Bijbels in originele staat te houden. Crowdfunding in de familie leverde niet veel op, dus toch maar verder onderhandeld.
Na wat heen en weer gemail kon vorige week maandag de overdracht plaatsvinden. Wim had beide Bijbels gevonden in een kringloopwinkel. Na het afdragen van de pecunia wist ik mij eigenaar van twee prachtige oude Bijbels, met het originele sluitwerk. Het gouden slotje werd niet een setje oorbellen. In het Blauwe Boek (Stamboom en beschrijving van de familie Wemmenhove / Wimmenhove / Wimmenhoeve / Wemmenhoeve) uit 1996 had ik de oorspronkelijke eigenaren al gauw gevonden.

Er was toch nog een boekenbon op mijn verjaardag. Vorige week even binnengelopen bij de Linnaeus Boekhandel, natuurlijk ook kijken wat er voor moois lag in het kader van de Kinderboekenweek. Wat een keuze aan mooie en interessante boeken voor kinderen. Bij de non-fictie zag ik toevallig een boek liggen van historicus Martin Bossenbroek. Ik heb het eerder over hem gehad, naar aanleiding van zijn boek
Nog een tip die past in het kader van dit verhaal. Op dezelfde ‘vers-tafel’ lag het boek ‘De Zus’ van de Koreaanse wetenschapper Sung-Yoon Lee. Hij laat in dit boek zien hoe de Noord-Koreaanse familie Kim met koninklijke allures een vernietigende alleenheerschappij voert, hun onderdanen bewust laten verhongeren. Hoofdpersoon is de zus van de huidige heerser Kim Jong un; Kim Yo-jong en voorbestemd om haar broer op te volgen, mocht hij het leven laten. Bizar zijn haar uithalen in officiële toespraken naar de Zuid-Koreaanse president en de Amerikaanse leiders. Een intrigerend boek, dat goed laat uitkomen wat manipulatie en intriges kunnen uitwerken. Zeker nu er Noord-Koreaanse soldaten gaan meevechten aan Russische zijde tegen Oekraïne is dit schokkende relaas over ‘De Zus’ zeer actueel en zeker ook een aanrader.
Of ik een tijdslot had…? Nou nee, na een controlebezoekje bij het OLVG dacht ik zo binnen te kunnen lopen bij het nieuwe 
In het Holocaust museum staat ook een bureau dat uit het gebouw van de Joodse Raad komt. Wie de boeiende dramaserie van de EO heeft gezien, begrijpt dat er in het museum ruim aandacht is voor deze instelling. Ook de cartotheek van de Joodse Raad staat in een glazen vitrine uitgestald, alles keurig geordend op alfabetische volgorde. Boven het bureau van de Joodse Raad worden op kleine schermen verschillende opvattingen over het werk van de Joodse Raad getoond. De uitspraak van Jacob (Jacques) Presser viel mij op: “Gij zijt werktuigen geweest van onze doodsvijanden. Gij hebt aan onze wegvoering meegewerkt. De bevelen van onze beulen uitvoerend hebt gij uzelf kunnen redden.” (1965) Presser is de schrijver van het eerste uitgebreide overzichtswerk over de Holocaust, ‘Ondergang’ (1965). In ‘Ondergang’ heeft historicus Presser beschreven hoe de nazi’s stap voor stap de vernietiging van het Joodse volksdeel organiseerden en uitvoerden. In de oorlog had Presser (geboren in 1899) ondergedoken gezeten. Zijn vrouw was opgepakt en werd weggevoerd, via Westerbork, naar Sobibor. Daar is ze gelijk na aankomst vergast, maar dat kreeg Presser pas na de oorlog te horen. Tijdens zijn onderduik heeft Presser een soort roman in dagboekaantekeningen geschreven; ‘Homo Submersus’ (de ondergedoken mens).
Het is dus fictief en de schrijver noemt zich als duikeling’ Kobus. Maar Kobus was ook de onderduiknaam van Presser. De verzonnen onderduiker is echter veel jonger dan de schrijver. Maar het geeft een prachtig inzicht wat een onderduiker voelde, meemaakt, welke angsten hij uitstond en ook hoe afhankelijk de onderduiker opeens was van zijn gastheer en gastvrouw. Tegelijkertijd geeft het ook inzicht in wat er in Amsterdam gebeurde, wat hij te horen kreeg over wegvoeringen en ook wat de Joodse Raad deed. Pas in 2010 verscheen Homo Submersus in druk. Na de oorlog was er geen uitgevrij te vinden voor het manuscript en Presser heeft het in een la gelegd. Had er misschien ook geen belangstelling meer voor, toen zijn vrouw niet meer terug zou komen. Vorig jaar verscheen een herdruk. Een boeiend document; aangrijpend en tegelijkertijd ook met veel humor geschreven. Soms wat langdradig, maar dat doet zeker niet af aan de leesbaarheid.