Categorie: boeken

Tweede Boerhaavestraat

In 1980 kwam ik, net voor ons trouwen, in Amsterdam-Oost wonen. In de Transvaalbuurt, met straatnamen zo weggelopen uit de boeken van L. Penning. Pas later ontdekte ik dat de Transvaalbuurt in en voor de Tweede Wereldoorlog een Joodse buurt was geweest. Mijn schoonvader ruimde boeken op en nam voor ons de twee delen van Pressers ‘Ondergang’ mee. Al bladerend en lezend ontdekte ik dat uit onze buurt duizenden Joodse Nederlanders waren verdwenen in de Duitse vernietigingskampen. Een foto van Duitse overvalwagens op het Krugerplein, tussen foto’s van alle andere wreedheden van de fascistische bezetter. In die tijd was er weinig terug te vinden van de vernietiging van zoveel Transbuurtbewoners. Aan de Tugelaweg was een gedenkteken als nagedachtenis van een represaille-fusillade, maar dat waren Nederlandse verzetsstrijders. De tijd van ‘struikelstenen’ moest nog komen.

Pas rond de eeuwwisseling kwam er langzaam veel meer aandacht voor het wegvoeren van Joodse Amsterdammers. Met verschillende schoolklassen had ik al een paar keer de voormalige Hollandse Schouwburg bezocht. Boven de entree was een kleine tentoonstelling over de Holocaust, inmiddels is die collectie opgenomen in het indrukwekkende Holocaust Museum aan de overkant van de Plantage Middenlaan. Op één van de wanden hing een grote kaart van Amsterdam, met daarop precies aangegeven waar Joodse Amsterdammers woonden. Een kaart gemaakt door ambtenaren van de gemeente, in opdracht van de bezetters. De Transvaalbuurt is op die kaart bijkans zwart, elke stip, staat in de legenda, betekent 10 Joden. De kaart dateert van mei 1941, stap voor stap bereidde de bezetter zijn verschrikkelijke wandaden voor. De kaart komt natuurlijk ook voor in ‘Atlas van een Bezette Stad’ van Bianca Stigter op pagina 43. Op pagina 45 staat een kaart met een voorstel voor een ‘Joodsche Stadswijk’. De Transvaalbuurt hoorde daar natuurlijk ook bij, maar ook een groot gedeelte van de Oosterparkbuurt, tot aan de Amstel. De ‘Joodsche Stadwijk’ is er nooit gekomen, immers de eventuele bewoners werden ‘ausradiert’.

Rogier bij de presentatie van zijn 18e boek over Joden in Oost

Afgelopen maandag werd in de voormalige ‘Talmud Tora’ school aan de Tweede Boerhaavestraat (nummer 7) weer een monument toegevoegd aan de monumenten die er in de afgelopen jaren zijn ontstaan en opgericht als herinnering aan verdwenen Amsterdammers. Rogier Schravendeel, een verwoed amateur-historicus hield zijn 18e boek over verdwenen Amsterdammers ten doop. Deel 15 had Rogier op een Open Ochtend in de Oosterparkkerk  gepresenteerd en uitgedeeld, 2 mei dit voorjaar. Rogier heeft zich tot doel gesteld om van verschillende straten in Oost uit te zoeken welke Joodse bewoners zijn weggevoerd in de oorlog. Uit verschillende bronnen haalt hij zijn informatie. Het gaat om een korte levensbeschrijving, foto’s en de precieze data van geboorte en overlijden. Het deel over de ‘Tweede Boerhaavestraat’ bevat ruim 350 bewoners. Eén straat, meer dan driehonderdvijftig mensen. Er zijn 80 huisnummers, met vaak vier etages, dus naar schatting 280 tot 300 woningen. Na wat achtergrondinformatie over het ontstaan van de Tweede Boerhaavestraat en de verschillende scholen in deze straat, worden in het tweede hoofdstuk alle bewoners beschreven die verdwenen zijn. Op bladzijde 16 is Sientje Cohen-Herz de eerste. Geboren 1 mei 1869 en gestorven 5 oktober 1942 in Auschwitz. Zij woonde met haar dochter en schoonzoon op nummer 3-1, haar man was in 1934 overleden. Ook haar dochter en schoonzoon stierven in Auschwitz.
En zo gaat het, het hele boek door. 142 pagina’s. De opsomming eindigt bij nummer 78-huis. De laatste die genoemd wordt is Rosa Fanni Packer-Goldstein, zij stierf op 27 jarige leeftijd in Auschwitz. Haar huis staat naast het huidige gebouw van het Passantenhotel van HVO Querido, wat weer grenst aan ons kerkgebouw. Aan de even kant eindigt het op nummer 77 en daar verdwenen de bewoners op huis, van de eerste en ook de derde verdieping. En al is het dan meer dan 80 jaar geleden, je wordt er toch ongemakkelijk van. Rogier Schravendeel gaf in april al aan dat dit werk hem soms onpasselijk maakte, al die namen en persoonlijke geschiedenissen van mensen… Het is goed dat huidige bewoners van de Tweede Boerhaavestraat nu kunnen terug lezen wie er ooit in hun huis woonde, maar laat het ook een waarschuwing zijn voor vandaag en morgen.

Over de Talmud Tora school is op verschillende sites veel te vinden. Het is nu geen school meer, de lokalen zijn appartementen geworden. In 1982 werd het gekraakt en er schijnen nog steeds een paar ex-krakers te wonen. Enkel glas, slecht te verwarmen, maar de bewoners zijn blij met hin voormalige lokalen. Aan de buitenkant staat door stenen een beetje te laten uitspringen in het Hebreeuws ‘Talmud Tora’, wat betekent: School voor godsdienstonderwijs. Op het mooi smeedijzerhek stond het in gewone letters, maar die zijn verdwenen. Op verschillende sites is veel informatie terug te vinden. Op de site van het ‘Joods Cultureel kwartier’, maar ook van ‘Amsterdam op de kaart’. Op de website van ‘Joods Amsterdam’ is te lezen over de eerste steenlegging.

PS Onze kerk heeft als adres Oosterpark 5. Ooit was het de ’s Gravezandestraat. Maar de zijkant staat aan de Tweede Boerhaavestraat. Op dit moment is het er slecht parkeren, want een flink gedeelte staat in de steigers en wordt volledig gerenoveerd. De huurders zullen daarna flink in de buidel moeten tasten. Ooit waren ze bedoeld voor de arbeidende klasse….

 

nederland voor de nederlanders, nog één keer

In de vorige blog had ik mij wel wat snel afgemaakt van de bespreking van het laatste boek van Mounier Samuel. Het kwam omdat ik op dat moment alleen het eerste hoofdstuk had gelezen en daar geboeid door was geraakt. Inmiddels heb ik het boek uitgelezen en het verdient een extra aanbeveling.
Het is namelijk een nogal bijzonder boek.  Politicoloog en schrijver Samuel laat de lezer kennis maken met zijn zorgen over ons land. Door de verschillende hoofdstukken weeft hij her en der ook zijn persoonlijke verhaal als man die ooit vrouw was. Ook zijn afkomst, Egyptische vader en Nederlandse moeder komen regelmatig terug. Het gaat vooral over Nederlanders die zich zorgen maken over wat het nog betekent om Nederlander te zijn in tijden van crisis. Het boek verscheen eind vorig jaar, Mounier heeft dus niet de kabinetsval er in mee kunnen nemen. Uitgebreid gaat de schrijver in op hoe onder de kabinetten Rutte ons land langzaam aan verworden is tot een land waar het onrecht welig tiert, waar minderheden worden geschoffeerd en gediscrimineerd.
Regelmatig bekroop mij bij het lezen een behoorlijk onbehaaglijk gevoel. Waar het gaat over hoe politici weg komen met hun abjecte verhalen, hoe de rechtse kranten gebeurtenissen weten te verdraaien waar het gaat om Nederlanders van kleur… En natuurlijk gaat het over de reacties op de houding van Israël na 7 oktober 2023. De schrijver weet met kennis van zaken en een genuanceerd blik, een duidelijk beeld neer te zetten.
Ook komt de klimaatcrisis aan de orde. Samuel waarschuwt nadrukkelijk om signalen van deze crisis niet weg te wuiven. Vandaag zal hij opnieuw een voorbeeld van zijn gelijk hebben gezien op het Journaal (26 aug.). Daar werd melding gemaakt van uiterst nauwkeurige rekenmodellen die voorspellen dat rond 2060 de Warme Golfstroom volledig tot stilstand komt. Dat laatste leidt in ons land en de ons omringende landen tot forse temperatuurdaling en als gevolg daarvan veel meer regen en veel koudere winters (tot -20° C), met alle gevolgen van dien. Samuel wijst terecht naar mijn idee aan, dat de laatste rechtse regering geen enkel oog had voor het milieu. Maar ook de daaraan voorafgaande regeringen onder leiding van Mark Rutte, lachten veel te veel waarschuwingen weg.
Mounier Samuel houdt ons Nederlanders in dit pamflet een spiegel voor. Leven we echt in dat gezellige landje aan de Noordzee, een land dat pretendeert te weten hoe anderen moeten handelen? Kijk maar eens goed in de spiegel die Samuel ons voorhoudt. Zijn boodschap; als we zo doorgaan is er in de toekomst voor heel veel, echt heel veel Nederlanders, geen Nederland meer beschikbaar. Je hoeft het niet in alles met de schrijver eens te zijn, maar het zet aan het denken en misschien op een aantal punten tot actie. Mounier Samuel steekt niet onder stoelen of banken, dat hij gelooft in de God van de Bijbel. Met dat laatste in gedachten mag het zeker volgelingen van Jezus aan het denken zetten.

leestips in de boekenweek

DE MEDISCHE OMERTA – Jim Reekers kwam uitgebreid in het nieuws na het verschijnen van zijn ‘memoires’. Hij schudde dan ook flink aan het zorgsysteem, zoals we dat op dit moment kennen. Als medisch specialist (emeritus-hoogleraar in de interventieradiologie) heeft hij uitgebreid de misstanden in de zorg opgetekend. Daarmee spaart hij zijn beroepsgroep niet. Volgens Reekers kan het systeem beter en ook goedkoper. Een boeiend relaas en een must voor hen die regelmatig gebruik maken van ons zorgsysteem. Reekers informeert breed, maar geeft ook aan wanneer we het systeem overvragen. Zijn betoog relativeert zeker de vaak met veel bombarie aangekondigde vooruitgang op onderzoeksgebied. Wetenschap is in veel gevalllen bepaald niet onafhankelijk, toont Reekers aan.
Politici zouden het betoog van Reekers kunnen gebruiken om verbeteringen te bepleiten en om het nodige aan bezuinigingen voor te stellen. Als eerste zouden ze alle maatschappen moeten verbieden, specialisten gewoon in dienst van het ziekenhuis.

SPULLEN BRENGEN – Ruslandkenner Jelle Brandt Corstius kan geen tochten meer maken door het land waar hij van was gaan houden. Als Jaap Scholten (schrijver en Oost-Europakenner) hem vraagt om mee te gaan met een konvooi naar Oekraïne en daar auto’s en verschillende hulpgoederen af te leveren, zegt hij dit meteen toe. Met een groep vrijwilligers rijden ze door Duitsland en Polen naar Oekraïne. Brandt Corstius geeft een boeiend inzicht in de avontuurlijke reis, maar laat ook het leed van de ‘gewone’ Oekraïners zien. De schrijver steekt niet  onder stoelen of banken waar zijn sympathie ligt en hij laat hij goed uitkomen dat het waanzinnige idee van Poetin om Oekraïne in te lijven, op bizarre ideeën is gegrond. Schrijver Tommy Wieringa ging meerdere malen met een Scholten-expeditie mee en schreef daarover het meeslepende ‘Konvooi’.
Inmiddels heeft de veelzijdige Brandt Corstius een docu-serie over Oekraïne gemaakt. “Van Moskou tot Maidan” geeft een goed beeld van een land in oorlog. Jelle Brandt Corstius reist met de trein door het door Rusland aangevallen land. Laat zien hoe belangrijk de spoorwegen zijn, spreekt arbeiders die er voor zorgen dat de troepen aan het front stand kunnen houden. Maar ook het lastige verhaal van jonge mannen die vluchten voor de dienstplicht komt aan de orde. De ingewikkelde geschiedenis van Oekraïne komt aan bod,  zoals de Horodomor (een door Stalin veroorzaakte hongersnood met een paar miljoen Oekraiense slachtoffers) en de zogenaamde bevrijding door Hitler-Duisland. Ondertussen worden militaire begraafplaatsen geruimd om plaats te maken voor de slachtoffers van vandaag en morgen. Een boeiende serie en terug te vinden op NPO-start.

LYSBETH – Het jaar 2025 is voor Amsterdam een jubileumjaar, de hoofdstad viert zijn 750 jarig bestaan. Op TV werd er al een hele serie aan gewijd waarin ook de Alteratie van 1578 aan de orde kwam. Amsterdam werd van een Roomse een Calvinistische stad. De Roomsgezinden mochten alleen nog in schuilkerken bij elkaar komen. Het stadsbestuur kwam in handen van de gereformeerden. Je zou hopen dat na de heftige omwenteling in 1578 de Amsterdammers hun lesje wel geleerd hebben. Niets is minder waar. Al snel ontstaat er binnen de gereformeerden een strijd tussen Arminianen (remonstranten) en Gomaristen (contraremonstranten).
De goed geschreven roman van Marlies Medema geeft een inkijkje van binnenuit. Lysbeth is getrouwd met een volgeling van Arminius (Jacobus Hermansz en predikant in Amsterdam) en ze komen in de verdrukking omdat de meerderheid van het stadsbestuur op de hand is van de tegenstanders van Arminius. Het mooie is dat de roman van Medema op ware feiten is gebasseerd. Lysbeth heeft werkelijk bestaan en haar verhaal is bewaard gebleven en nu in de roman van Medema opnieuw tot leven gewekt.
In het gereformeerde belijdenisgeschrift de ‘Dordtse Leerregels’ werd in 1618 geformuleerd hoe je vanuit Gods Woord de leer van de remonstranten moet bezien. Maar het is ook het moeilijkste belijdenisgeschrift en lijkt zo langzamerhand in de vergetelheid te raken. De roman ‘Lysbeth’ kan aanzetten tot een hernieuwd bestuderen van de Dordtse Leerregels en misschien wel het opnieuw doordenken van de achterliggende problematiek. Daarnaast is ‘Lysbeth’ een goed en spannend geschreven boek.

ONS SOORT MENSEN – We lazen dit boek de afgelopen keer voor de leesclub. Juli Zeh is een gevierde Duitse schrijfster, die naast schrijfster ook jurist is. ‘Ons soort mensen’ speelt zich af in een voormalig (fictief) Oost-Duits dorp; ‘Unterleuten’. Elk hoofdstuk heeft steeds zijn eigen hoofdpersoon en legt daarmee gelijk het leven in Unterleuten bloot. Wie wil weten waarom een maand terug de AfD in het voormalige Oost-Duitsland zoveel aanhang kreeg, moet dit boek lezen. Het geeft ook inzicht in de fouten die gemaakt werden na de ‘Wende’, ze komen ruimschoots aan bod. In Unterleuten hebben de dorpsbewoners geleden onder de communistische DDR, maar ze zijn er anderzijds ook door gevormd. Na de Val van de Muur in 1989 moesten de bewoners van Unterleuten zich opnieuw uitvinden, en dat ging niet zonder problemen. ‘Ons soort mensen’ is een intrigerend en ook humoristisch verhaal dat nog lang resoneert.

DIUS – In mijn  agenda heb ik een lijst met boektitels waarvan ik vind dat ik ze wel zou moeten lezen. Het Parool en het ND hebben wekelijks recensies en soms noteer ik een titel en waarvan ik denk, hé dat is interessant. Het lastige is alleen dat de lijst soms te lang wordt. Maar zeker als je al meer hebt gelezen van een geliefde schrijver of schrijfster en er komt je een recensie onder ogen die enthousiast is, tja… Dius had ik ook al in de boekhandel zien liggen en gelukkig was hij vrij snel beschikbaar via de bibliotheek. Op de leesclub hebben we ‘De bekeerlinge’ besproken, een fascinerende roman over Joodse vluchtelingen in de tijd van de Kruistochten. Later las ik ‘De opgang’, ook al een bijzonder boek. Dius is weer heel anders, het gaat over een vriendschap tussen een hoogleraar kunstfilosofie met een leerling.
Een prachtig boek over vriendschap, kunst, filosofie, vakmanschap, eenzaamheid en liefde. Hertmans heeft opnieuw een meesterwerk afgeleverd. ‘Dius’ is zo’n boek wat je over een jaar nog eens moet herlezen.

THE GREAT AMERICAN DICTATOR – Helaas kunnen we er niet omheen. In de VS waait een andere wind, ik schreef daar al eerder over. Frank Schaper schreef er drie dikke boeken over Trump. Op de tafel ‘pas verschenen’ lagen deel 1 en 2. Het eerste heb ik meegenomen en doorgebladerd. Intrigerende verhalen met heel veel achtergrondmateriaal over de afkomst en opkomst van deze vastgoedmagnaat, bedrieger en narcist. Bijzonder vond ik een aantal fotopagina’s waarop Trump wordt vergeleken met oud-president Nixon. De gebaren van Nixon heeft Trump ook in zijn arsenaal. Maar ook de gebaren van de beroemde evangelist Billy Graham zitten in het repertoire van de huidige president van de VS. Jort Kelder en andere kortzichtige praatjesmakers op radio en tv zouden de trilogie van Schaper verplicht moeten lezen. Voor Nederlanders zijn veel dingen van de huidige president van de VS gewoonweg bizar. Maar ondertussen hebben veel van onze christelijke geloofsgenoten aan de overkant van de oceaan geen idee waar wij ons druk over maken. Er is zelfs een groep christelijke nationalisten (gelukkig een minderheid) die er als trumpisten de meest bizarre opvattingen op na houden. Ze beweren zelfs dat de blanke Amerikanen de eerste bewoners van hun continent waren. Het huidige stamhoofd van de Plathoofdindianen had echt gelijk, zijn voorouders hadden echt een beter immigratiebeleid moeten voeren.

Het radicale midden

Sinds gisteren is er een bestand tussen Israël en Hamas. Nog wankel allemaal, geen vrede en de gevolgen van de strijd zullen nog jaren en jaren doorwerken. Natascha van Weezel schrijft vandaag in Het Parool dat het nog maar een begin is. Hoop op een langdurige vrede is nog ver weg. En de manier waarop de strijders van Hamas in nieuwe pick ups met de drie vrijgelaten vrouwelijke gijzelaars aan kwamen, stemde niet tot vreugde. Maar het meest bizar vond ik het verschil in aantallen. Eén gijzelaar tegen dertig Palestijnse gevangenen. Het stemt bepaald niet hoopvol.

Op de tafel ‘pas verschenen’ vond ik het boek van Natascha van Weezel. Zo nu en dan geeft ze haar mening aan een praattafel op tv. Bewonderingswaardig vind ik hoe ze steeds weer de nuance weet te benoemen. In haar boek ‘Hoe houd je je hart zacht’ pleit ze voor het ‘radicale midden’. Het levert een boeiend boek op, waarin ze haar eigen geschiedenis verweeft met de geschiedenis van Israël. Maar daarnaast legt ze ook uit waarom ze zo fel is tegen de huidige Israëlische regering, maar ook tegen de ‘7 oktober-aanval’ van Hamas. Aangrijpend is hoe ze vertelt over beledigingen aan haar adres op sociale media en ook in de publieke ruimte. Soms grijpt het je naar je keel en plaatsvervangende schaamte bekruipt je. Het is dapper hoe ze ondanks alle beschimpingen en aanvallen toch blijft kiezen voor het genuanceerde standpunt. Een overrompelend verhaal, zeker ook voor christenen die soms niet weten hoe ze zich in deze kwestie moeten opstellen.

Irritatie-top 2024

Eén van de grootste ergernissen het afgelopen jaar is het verschijnsel de ‘fatbike’. Amsterdam is er werkelijk van vergeven. Rijden we hier achter de Boekweitdonk af, naar het Reigerpad dan suizen ze je van links voor je neus langs of het niks is. Ook richting het fietspad langs de Weespertrekvaart of de Gooiseweg, ze trekken zich niets aan van andere fietspadgebruikers. Vaak met een donkere hoodie over hun hoofd en gemiddeld al snel boven de 30, terroriseren ze de rest van de fietspadbevolking. Op andere momenten scheuren jonge gasten, nog geen vijftien, liefst met z’n tweeën op zo’n gevaarte, alle stoplichten negerend, al slingerend door het verkeer. In het begin denk je nog, leven en laten leven. Maar ik schrik, ben afgeleid en krijg de neiging om tegen ze te gaan schreeuwen.
Advies aan PVV-minister Madlener, alle berijders van een fiets met motor en batterij; verplicht een helm! Dikke banden, dunne banden, niks geen onderscheid; allemaal aan de helm. Ik denk dat het dan snel afgelopen is met de fatbiketerreur. Een aantal jaren terug vestigde zich een Amerikaanse firma ‘Super73’ zich hier achter op het industrieterrein. Citaat van Wikipedia: “De Super 73 wordt gebouwd in onze fabriek in Californië . We maken ook gebruik van lokale leveranciers om de economie van Zuid-Californië te ondersteunen. We zijn voorstanders van licht elektrisch vervoer waarmee mensen zich veilig en snel kunnen verplaatsen. Zolang het maar milieuvriendelijk en duurzaam is.”  Sympathieke uitspraak, maar helaas maken onze Nederlandse jongeren, en inmiddels ook flink wat ouderen, daar misbruik van.

Wat heb ik genoten van de prachtige tv-serie van de drie Belgische mannen die wandelen door Nederland. Eerder al waren dwars door België gewandeld naar Maastricht om daar het Pieterpad te volgen. Het leverde prachtige tv op. Het wandelen nog lang niet moe, togen ze opnieuw op pad, nu namen ze vanuit Noord-Friesland het Diagonaalpad. Het levert het soort televisie op, waar je op kunt herkauwen. Prachtige beelden van gebieden in Nederland waarvan je niet wist dat het er was. Aanvoerder Arnout Hauben treedt de mensen die ze tegenkomen op zo’n eerlijke manier tegemoet, dat er in de meeste gevallen mooie, soms zelfs diepzinnige gesprekken ontstaan. Niks gekunsteld, maar leerzaam. Niks polariserend, maar verbindend.
Waarom zijn er maar zo weinig van dit soort onderhoudende programma’s op onze buis? Wat een flauwekul er allemaal voorbij komt, het is haast te begrijpen dat onze huidige regering de budgetten voor de omroepen drastisch wil verlagen. Waar blijft een echt boekenprogramma, waarin lezers en auteurs voor het voetlicht komen en dat aanzet tot een gang naar de betere boekhandel…? Waarom worden de echt interessante programma’s weggedrukt naar de marges van de uitzendschema’s? Waarom zijn prachtige programma’s vaak niet terug te kijken? “Terug kijken wordt niet ondersteund voor dit programma” Zo’n opmerking boven in mijn beeld levert echt ergernis op.

Eigenlijk best wel geinig om van een afgelopen jaar het agenda nog eens door te bladeren. Ikzelf zet er niet alleen maar mijn afspraken in, maar ook verjaardagen, sterfdata en regelmatig noteer ik bijzondere gebeurtenissen. Soms neem ik die over in een volgend agenda, om daar op de betreffende datum toch nog een keer bij stil staan. Eén van de vervelendste dingen was wel het verstopt raken van de afvoer. De eerste keer hadden we kleinzoon Teun te logeren en het was zondag. Dus toch maar een nooddienst gebeld. Gelukkig konden die de verstopping min of meer verhelpen. Helaas hebben ze toen zitten knoeien met de hangende wc-pot.
Helaas was dit nog maar de eerste keer, in juli was het weer raak. Nu moest er zelfs een cameraman aan te pas komen. Omdat beneden de wc-pot niet demontabel meer was, moest het via de badkamer. Uiteindelijk bleek de rioolbuis net bij de buitenmuur afgebroken; verzakking. Gelukkig was het allemaal te herstellen. Achteraf waren de loodgieters toch te snel en vergaten vanaf de breuk de zaak even door te spoelen naar de straat. Paar weken laten toch weer gebubbel en moest de oprit weer open. Na een flinke spoelbeurt was het probleem uiteindelijk opgelost. Gelukkig kon ik zelf de wc-pot repareren, maar frustrerend was het wel.

Een andere ingrijpende gebeurtenis is het aanstaande vertrek van onze dominee. Na nog geen zes jaar gaat Marinus de OPK verlaten. Het is zoals het is en we snappen zijn overwegingen. Zijn werk aan de Theologische Universiteit Utrecht zal vast tot zegen van de kerken zijn. Het is dan wel geen ergernis of irritatie, maar het voelt wel als verdriet. Tijdens de coronaperiode was Marinus de trekker van online diensten, eerst vanuit zijn studeerkamer en later vanuit in kerkzaal in verbouwing. Zijn stimulans om ons meer te laten leiden door het kerkelijk jaar en ook liturgische gebruiken die in de loop van de geschiedenis verdwenen zijn weer te herintroduceren, ik hoop dat we het voortzetten. Het maakt ons meer kerk. Een paar maanden geleden vierden we een zondag geen Heilig Avondmaal. Een broeder reageerde met: “Het voelt als een halve kerkdienst.”
Marinus gaat dus helaas Amsterdam inwisselen voor Utrecht. Gelukkig is dat niet het einde van de wereld. En ook het besef dat onze goede God voor de OPK blijft zorgen, we hoeven wat dit punt betreft niet te wanhopen. Er komt vast een goede opvolger, maar Marinus zullen we niet snel vergeten.

Op de laatste veiling van ‘de Eland’ was een hele partij Friese en Groningse staartklokken te koop. ‘Collectie Bouwens’ stond er in de catalogus. Helaas zijn deze klokken tegenwoordig niets meer waard. Voor tussen de honderd en vijfhonderd euro gingen tientallen prachtig oude uurwerken onder de hamer. Waar ze eertijds zo maar duizenden guldens kosten, is er nu totaal geen interesse meer. Het zijn tijdaanduiders met allemaal hun eigen specifieke geschiedenis. Hele generaties hielden ze bij de tijd en ze kunnen nog eeuwen mee. Toch een ergernis dat daar zo weinig oog voor is. Gelukkig zijn er hier en daar nog liefhebbers, geen digitaal gedoe, maar gewoon het gewicht hijsen.

Een behoorlijke ergernis was het terugverhuizen van onze opk-zuster Roos. Eigenaar ‘firma A.’ te Schiphol, liet het er flink bij zitten. Een lijst van bijna 30 nog te verrichten verbeteringen was zo gemaakt. Het kostte heel veel energie om toch zo veel mogelijk voor elkaar te krijgen. Op een zeker moment wilde men zelfs geen zaken meer doen met de ‘zaakwaarnemer’. Maar dat liet onze zuster niet op zich zitten. Inmiddels is er geverfd, behangen, geschrobd, gezweet en uiteindelijk verhuisd. De OPK op zijn sterkst zullen we maar denken. Maar de irritatie met betrekking tot de verhuurder was soms groot als er weer een forse mail moest worden gestuurd.
Het verhaal over de verkeerde informatie op het bord in de Leendert Valstarhof houdt u tegoed. Pas als de foto van oom Leendert boven water is, kan ik er een blog aan wijden. Irritant is het wel natuurlijk dat men indertijd de verkeerde Leendert opvoerde in Slotermeer.

Ach… en natuurlijk zijn er voor 2024 nog vele, vele ergernissen te noemen. Naast alle mooie lijstjes van mooie films, beste boeken, het leukste woord, is het soms ook goed om de vervelende, irritante en ergernisgevende zaken gewoon eens te benoemen.
> Wanneer de liturgische kleden niet goed hangen.
> Als de CU voor een foute motie stemt. Gelukkig werd het leed verzacht achteraf.
> Als je maar blijft hoesten en het niet over lijkt te gaan.
> Ooh wat is het gedrag van het huidige kabinet tenenkrommend. Misschien wel het meest ergerniswekkende feit van 2024. Maar uiteindelijk kunnen we mopperen wat we willen, nog steeds zijn miljoenen medelanders uiterst tevreden met dit wangedrocht en zullen ook bij nieuwe verkiezingen op PVV en VVD stemmen.
> Ook in de top irritaties zit de verkiezing van Trump in de VS tot opvolger van Biden. Hoe triest, maar ook zo verwacht. Ikzelf vind het meest irritante dat er zoveel Amerikaanse burgers, die zich christen noemen, stemden op Trump.

Ondanks alle irritaties, ergernissen, fouten en miskleunen, wens ik u lezer, alle goeds voor 2025. Ga met God!

“Ie moeten niet bange wezen
veur hoe de wind soms stiet
Angst is mar veur eben,
spiet is veur altied.”              Daniël Lohues

 

Geboortegrond

Het uitzicht van oudste broer, met in het midden de ‘es’. Heel in de verte is rechts van de es het torentje van Hollandscheveld te zien.

Oudste broer deed na een paar keer aanbellen toch open, ik wilde net kijken of hij al bezig was aan zijn middagdutje. Hij keek ons aan: “Heej…. breur Roel, hebbie oen hoar in ’t bleekwaatr edoan?”  Hij herkende ons gelukkig, ondanks het feit dat hij al jaren aan Alzheimer lijdt. Hij was niet verbaasd dat we opeens voor de deur stonden en woont gelukkig nog steeds op zichzelf. “We dachten al dat je ons niet hoorde…” “Joa, maar ik zat te eet’n”. We schoven bij hem aan tafel in de keuken en hij nam nog een plakje roggebrood. “Zal ik stille of hardop leez’n uut de Biebel?”. Ik was wel benieuwd hoe dat zou gaan, bij het gele papiertje las hij uit het Spreukenboek. Het ging hem nog best goed af. “Ja, veul wiesheid hè die spreuk’n.”  Veel gespreksstof heeft hij echter niet meer, wel tien keer bood hij koffie aan. Gelukkig was de boom er nog, de ‘es’ die er veel langer staat dan wij leven. ik probeerde nog dat het een kastanjeboom was, maar niks ervan; een ‘es’. “In de hoek van ’t laand van de Woltings”, hij wist het nog precies. Ook al zijn de broers Harm, Albert en Jan en ook zus Hillegie  al lang ‘uut de tied’. Oudste broer wist het nog precies: “Het eerste stok laand is van Anne Fiet’n, dan van de Wooltings en dan het laand ernoast is van Gerke en doarna van Zulverbarg.” Vervolgens kregen we herinneringen aan de ‘Penswieke’ en het stuk land op Hollandscheveld. Soms moest oudste broer er heen met de fiets van va om er koeien te melken. Ook boer Klaas Hartman kon hij zich herinneren, een aardige man, beslist geen ophitser als boer Koekoek.
Ondanks zijn ziekte was het fijn om elkaar weer te ontmoeten. Maar hij was het bezoek ongetwijfeld al weer vergeten toen we bij de volgende broer, in Noord-Drenthe binnenstapten. Onderweg op de A28 kwamen we  de afslagen naar Ruinen, Zuidwolde en Pesse tegen. Het schoot wel even door mijn  hoofd dat daar inmiddels ook een stuk Wimmenhove-geschiedenis ligt. Jan en Lammechien, Albert en Harmpien, maar ook onze gezamenlijke voorvader Roelof, leefden hier. Ansen ligt onder de rook van Ruinen evenals Pesse, waar de Wimmenhoves van mijn vorige blogs woonden. Geboortegrond blijft toch ergens in je lijf zitten. In hun tijd nog geen snelle verbinding van Utrecht naar Zwolle, geen strakke asfaltwegen, maar kronkelende wegen tussen akkers, weilanden, bossen en heidevelden. En ook in de 19e eeuw al de strakke lijnen van veenkanalen richting het oosten. De Wimmenhoves waren echter geen turfgravers, maar boeren en boerenarbeiders op de zandgronden van zuid Drenthe, zij verstookten de turf om warm te worden en te koken.

Een paar dagen later zijn we in het Drents Museum, voor de tentoonstelling over Albert Steenbergen. Ook die heeft alles te maken met onze geboortegrond. Steenbergen was een Hoogeveense schilder en schrijver in de 19e eeuw. Hij schreef gedichten, verhalen en toneelstukken. Een beroemd verhaal in Hoogeveen en omstreken is het over “De Nevelhekse”. Bij ons thuis ging altijd het verhaal dat deze vrouw in de buurt van de Langedijk (de straat waar wij woonden) gewoond had. Ergens in de bocht, waar een klein bos was, heet het “’t Holtien”, daarachter ergens. Ooit voerde men in de bijzalen van de kerk een toneelstuk op over “De Nevelheks” en hing bij ons daarna nog een stuk doek met daarop een afbeelding van deze nevelheks. Waarschijnlijk heeft Steenbergen teruggegrepen op oude volksverhalen waarin witte wieven een rol speelden. Het verhaal is een aantal jaren opnieuw uitgegeven en ligt te koop in de Museumwinkel.
De tentoonstelling met een groot aantal prachtige schilderijtjes van Albert Steenbergen is trouwens zeer de moeite waard.

PS   Op mijn vorige blog kreeg ik nog een rectificatie. Hartelijk dank daarvoor. Oplettende lezer Hans had nog even zitten rekenen en attendeerde mij erop dat Lammechien 19 jaar was, toen ze de Bijbel (waarschijnlijk) kreeg . Een logische verklaring daarvoor is dat ze hem kreeg bij het doen van openbare geloofsbelijdenis. Waarvan akte.

Wimmenhove Bijbels – aanvulling

Zo nu en dan krijg ik reacties op mijn verhaaltjes. Soms een vraag om verduidelijking, soms is er een typefout ontdekt. Erg leuk is het als er een heel verhaal terugkomt. Vriend Jan uit Assen reageerde bijvoorbeeld op het Bijbelverhaal, met een hele beschouwing over de Statenbijbel uit de familie van zijn vrouw. Hopenlijk kunnen ze die Bijbel nog een keer bemachtigen.
De ‘ontdekker’ van de ‘Wimmenhove Bijbels’ mailde mij ook nog terug. Hij had de sloten goed onderzocht en had ontdekt dat op de binnenkant van de sloten de initialen staan van de vrouw van Jan Wimmenhove: L A V en op het onderste slot, het jaartal 1862. Conclusie; de Bijbel zal in eerste instantie dus van Lammechien Alberts Veldman zijn geweest. De A is ongetwijfeld van haar vader, Albert Jans Veldman. We kunnen gissen waarom ze op haar 15e (ze was geboren op 26 februari 1843) zo’n mooie Bijbel kreeg. Was het voor haar verjaardag? Deed ze op haar 15e  openbare geloofsbelijdenis van haar geloof? Voorlopig blijft het gissen. Ze trouwde jong met de 25 jarige Jan, Annechien was 18. Van wie de aantekeningen in de Bijbel zijn is dus ook niet te achterhalen. Jan had een mooi en zwierig handschrift als je naar zijn handtekening kijkt, de aantekingen voor in de Bijbel zijn wat minder zwierig.

Aktes kan ik in het Drents Archief verder niet vinden met haar naam. Wel is er in het ‘Successie Memories’ boek uit Hoogeveen een brief van Jan Wimmenhove  dat van Lammechien geen roerende en onroerende goederen te erven waren. Waarvan akte. Toch is de Bijbel uiteindelijk bij zoon Albert terecht gekomen.

 

Wimmenhove Bijbels

Het gebeurt me wel vaker, een mailtje van iemand die je helemaal niet kent. Vaak komen ze in de spambox, maar soms ook niet. Ik vraag me dan gelijk af of ik de persoon ken. Afzender Wim kende ik niet, maar zijn mail was best wel bijzonder. Wim was op een of andere manier vertelde hij, in het bezit gekomen van twee oude Bijbels met daar voorin de familienaam Wimmenhove. Aangezien hij geen enkele connectie met deze familie had of heeft is hij gaan googelen en al snel had hij een Roel met deze achternaam gevonden en gelukkig had deze Roel via zijn blog een emailadres. Of ik geïnteresseerd was? Eigenlijk was het hem te doen om het goud en zilver wat als sluitwerk op deze beide boeken was gemonteerd. Wim vertelde in zijn mail, dat hij naast verzamelaar ook amateur zilversmid is. De zilveren sloten kon hij natuurlijk omsmelten en daar iets nieuws van maken. Helaas doet zilver het in de handel niet zo goed. Een gram zilver levert nog geen euro op. Dus demonteren was dus niet een voor de hand liggende optie. Gelukkig zat er op de andere Bijbel een gouden slotje. En tja, de goudprijs is op dit moment bijzonder goed. Een gram goud levert al snel 80 euro op. Ik drong er bij Wim op aan om de Bijbels in originele staat te houden. Crowdfunding in de familie leverde niet veel op, dus toch maar verder onderhandeld.

Na wat heen en weer gemail kon vorige week maandag de overdracht plaatsvinden. Wim had beide Bijbels gevonden in een kringloopwinkel. Na het afdragen van de pecunia wist ik mij eigenaar van twee prachtige oude Bijbels, met het originele sluitwerk. Het gouden slotje werd niet een setje oorbellen. In het Blauwe Boek (Stamboom en beschrijving van de familie Wemmenhove / Wimmenhove / Wimmenhoeve / Wemmenhoeve) uit 1996 had ik de oorspronkelijke eigenaren al gauw gevonden.
De Bijbel met zilveren sluitwerk is een complete Statenbijbel met Psalmen en Catechismus. Voor in de Bijbel zijn twee bladzijden met aantekeningen. Eerst is er rechts begonnen en daarna op de linker pagina verder gegaan. Goed is te zien dat er met tussenpozen zaken zijn genoteerd. Ook achterin zijn twee bladzijden beschreven.
“Getrouwd in het jaar 1865 Jan Roelofs Wimmenhove en Lammig Albert Veldman – in het jaar 1866 den 11 July is onze zoon Roelof gebooren en overleden den 12 April 1867 – Anegien Wimmenhove is gebooren den 9 April 1868 – Albert Wimmenhove is geboren den 2 Maart 1870 – Den 26 July 1881 is onze kleindogter Annigien Jans Wemmenhove overleden”
Hoogstwaarschijnlijk is deze Jan Wimmenhove de eerste eigenaar en heeft hij er zijn naam en die van zijn vrouw in geschreven.  Hij was boerenknecht en geboren op 25 september 1839 in Zuidwolde. Zuidwolde is het dorp waar alle Wimmenhoves / Wemmenhoeves vandaan komen. Er is nog steeds een Wemmenhoveweg en een museum dat de naam ‘De Wemme’ draagt.
Jan was een zoon van Roelof Wimmenhove (1815 – 1885) en Annechien Wever (1810 – 1878) vind ik in het Blauwe Boek. Het gezin van Roelof en Annechien verhuisde in mei 1840 naar de buurtschap Ansen (gemeente Ruinen). Kleine Jan was toen nog geen twee jaar oud, zijn oudere broertje Willem was een half jaar na de trouwdag van zijn ouders geboren. Hij was bij de verhuizing viereneenhalf. In Ansen kreeg Jan nog twee broertjes en zusjes.
Jan trouwde dus in 1865 (en niet in 1866 zoals abusievelijk in het Blauwe Boek staat) en kreeg drie kinderen. Hij vermeldt het sterven van zijn oudste kind, Roelof werd nog geen jaar oud. Een jaar na het sterven van Roelof werd Annechien geboren, zij werd maar 13 jaar, want ze stierf in de zomer van 1881. Toen waren haar vader en moeder echter al overleden. Lammechien Veldman overleed in 1871, tweeëneenhalf jaar voor haar man Jan. Jan vermeld het overlijden van zijn vrouw niet in de Bijbel. Wel staat het sterven van Lammechien opgeschreven. Dat laatste moet waarschijnlijk haar opa gedaan hebben. Opoe Annechien heeft ook haar zoon en schoondochter overleefd. Opa werd werd 80 en heeft misschien een tijd voor de kinderen gezorgd, of een oom en tante hebben de kleine Annechien en Albert opgenomen in hun gezin.

Geboorteakte Albert Wimmenhove

De jongste zoon van Jan en Annechien, Albert Wimmenhove (1870 – 1956), die op 27 april 1895 trouwde met Jantien Joosten, heeft dat opgetekend achter in de Bijbel. Hij zal de Bijbel van zijn vader hebben geërfd. Volgens het Blauwe Boek (pg. 111) woonde hij met zijn gezin in Pesse en Ansen. Albert en Jantien kregen vier dochters; Lammechien, Harmpien, Annechien en Aaltien. De oudste stierf toen ze twintig was, Annechien werd maar twee jaar oud en de jongste werd vijftien. Alleen Harmpien werd ouder, zij leefde van 1897 tot 1926 en trouwde met Roelof de Wal. Zij is naar mijn idee de eigenaresse geweest van de de kleinere Bijbel (alleen Nieuwe Testament en toebehoren). Harmpien en Roelof kregen 1 kind: Jantiena Annechiena.

Graag zou je meer van deze mensen willen weten. Hoe reageerden ze op het sterven van hun kinderen? Waaraan stierven Jan en Annechien, terwijl ze nog niet zo oud waren? En die Bijbels moeten voor die tijd, tweede helft 19e eeuw best wel wat gekost hebben, waar deed een landbouwer dat van? Wat hield hen bezig, wat voor interesses hadden ze? Online zijn er aktes te vinden van geboortes en overlijdens, maar persoonlijke aantekeningen ontbreken. Wel is mooi om te zien dat er prachtig werd geschreven. Op de akte van Alberts geboorte uit 1870 staat bijvoorbeeld een prachtige handtekening van hem.

overlijdensakte 1828 van Roelof Willems Wimmenhove

Beide Bijbels zullen we goed bewaren. Die met de zilveren sloten heeft wel een restauratie nodig. Tips zijn van harte welkom. (Om naar ‘The Repairshop’ van de BBC te gaan is me te ver.) Het verbindt ons toch ergens met ons voorgeslacht. Altijd wanneer ik een Wimmenhove of Wemmenhove tegenkom, weet ik dat we in de verte familie van elkaar zijn.
Na wat gepuzzel blijkt dat we met Jan Wimmenhove een gezamenlijke voorouder hebben in de 18e eeuw; Roelof Willems Wimmenhove (1746-1828). Deze Roelof (die tweede naam verwijst steeds naar de vader, ook bij meisjesnamen), is geboren te Wemmenhove. Hoe mooi kun je het hebben. Deze Roelof staat in de overlijdensakte opgeschreven als Wimmenhove. Hij was getrouwd met Margje Harms Bomert. Vogens de archieven werd hij aangeklaagd in verband met een erfenis. Maar ook dat hij in de Franse tijd (de Bataafse Republiek) bij de patriotten hoorde. Hij was dus niet Oranjegezind, een beetje een dwarsligger dus. Al met al zitten we dan zes geslachten terug. De bewuste patriottische Roelof kreeg 5 kinderen, waarvan de 3e een voorvader was van Jan (van de Bijbel) en de vierde was een Harm, te weten Harm Roelofs. Vanaf dan wordt het Roelof Harms, Harm Roelofs en dan komen we bij mijn opa Fake. Fake noemde twee zonen Harm (grote oom Harm en kleine oom Harm) en zijn jongste kind was gelukkig weer een Roelof; mijn vader.

In het Drents Archief zijn verschillende aktes makkelijk digitaal te vinden. Akte van Albert.
Wie weet duiken er ergens nog foto’s op van Albert of zijn dochter Harmpien.

Bossenbroek over kolonialisme, een aanrader!

Er was toch nog een boekenbon op mijn verjaardag. Vorige week even binnengelopen bij de Linnaeus Boekhandel, natuurlijk ook kijken wat er voor moois lag in het kader van de Kinderboekenweek. Wat een keuze aan mooie en interessante boeken voor kinderen. Bij de non-fictie zag ik toevallig een boek liggen van historicus Martin Bossenbroek. Ik heb het eerder over hem gehad, naar aanleiding van zijn boek ‘De Boerenoorlog’. Inmiddels heeft Bossenbroek een flink oeuvre bij elkaar geschreven, dikke pillen, maar iedere keer weer uiterst boeiend. Toen ik afrekende zei de verkoopster; “Zo, u bent er snel bij, net verschenen vandaag!”. Met dat laatste schiet je niet veel op natuurlijk, maar het is een leuke bijkomstigheid. De ondertitel intrigeerde mij en omdat Bossenbroek een boeiende verteller is, was ik, eenmaal thuis, snel gegrepen door het verhaal.

In overzichtelijke hoofdstukken behandelt de schrijver wat de plaats was van ons land in de ‘slavenhandel’ en ook wat ons land aan kolonialisme deed. Genuanceerd en met veel verwijzingen naar verschillende studies krijg je een mooi inzicht hoe door de jaren heen en ook in het huidige tijdsbestek wordt omgegaan met het verleden. Scherp analyseert Bossenbroek ook even de huidige politieke werkelijkheid en dat bepaald niet kritiekloos. De vraag bleef haken, waarom laat Wilders zich afbeelden als Michiel de Ruijter?
Ook de situatie in de VS komt ruimschoots aan bod. En daar richt hij zich niet alleen op de tegenstellingen tussen de afstammelingen van de slaven en de blanke uitbuiters. Bossenbroek heeft zich ook verdiept in het dikke boek van schrijver Ned Blackhawk die ‘De herontdekking van Amerika’ schreef. Een uitgebreide verhandeling over de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika. Zeg maar de Witte Verders, Winnetous en Arendsogen, Je hoeft maar even te googelen en het getal 56 miljoen verschijnt. Zoveel oorspronkelijke inwoners van Zuid-, Midden- en Noord-Amerika vonden de dood in de eerste honderd jaar nadat de eerste Europese kolonisten er voet aan wal zetten. Het boek van Blackhawk lag bij ons in de bibliotheek op de ‘vers-tafel’. In de paar weken dat ik het thuis had heb ik er doorheen  gebladerd en verschillende stukken gelezen. Ten hemel schreiend, maar ook boeiend om te zien hoe deze zogenaamde ‘Indianen’ van betekenis zijn geweest. “Deze hervertelling van de Amerikaanse geschiedenis erkent de blijvende kracht, de constante invloed en het overlevingsvermogen van inheemse volken, wat een zuiverder beeld van de Verenigde Staten en hun geschiedenis oplevert.” (citaat van Libris.nl)
Nederland, Groot-Brittannië, Spanje en Portugal; het zijn niet alleen de West-Europese landen die op de wereldkaart hele gebieden opeisten. In Bossenbroeks  boek komen ook Rusland en China ruimschoots aan bod. En in het perspectief van eeuwen en eeuwen is er niets nieuws onder de zon. Extra boeiend is wel hoofdstuk 4 over het Midden-Oosten en hoe dat een speelbal was van westerse mogendheden. Bossenbroek zet het huidige conflict tussen Israël en Palestina in een historisch en breder perspectief. Het hoofdstuk heet niet voor niets ‘Bloedwraak’. De schrijver kent waarschijnlijk psalm 83 niet (‘Tegen uw volk smeden zij een complot, ze spannen tegen uw lieveling samen en zeggen: ‘Kom, wij verdelgen dit volk, Israëls naam wordt nooit meer genoemd.’), maar begrijpt wel waar de oorzaken van het conflict liggen. Echt een hoofdstuk om nog eens te herlezen en te overdenken. Nog meer bedenk ik dat je in deze bloedige strijd geen partij kunt kiezen, maar eigenlijk alleen maar kunt bidden voor vrede. Laten toch al die volken die zich beroepen op het feit dat ze afstammen van vader Abraham, dan ook zijn God en zijn Zoon toelaten in hun leven. Dat geeft werkelijk Shaloom en Salam!

Bossenbroek heeft een knap stuk werk geleverd. Het zet aan tot denken en probeert ook aan te geven hoe wij met een ‘fout verleden’ kunnen omgaan. In een commentaar kwam ik al verschillende tegenwerpingen tegen. De schrijver zou de hele discussie over het verleden willen sluiten, geen komma (Rutte), maar een dikke punt willen zetten. Niets is minder waar volgens mij. Laat er maar discussie over ontstaan, maar vooral na grondige bestudering van de bronnen en wat er in verschillende onderzoeken over geschreven is. Bossenbroek loopt er niet voor weg, naar mijn idee. Een aanrader dus, voor schoolmeesters, leraren, politici en ook voor dominees en priesters en wie maar geïnteresseerd is in het verleden. Bilderdijk zei het al: ‘In ’t verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal.’

Nog een tip die past in het kader van dit verhaal. Op dezelfde ‘vers-tafel’ lag het boek ‘De Zus’ van de Koreaanse wetenschapper Sung-Yoon Lee. Hij laat in dit boek zien hoe de Noord-Koreaanse familie Kim met koninklijke allures een vernietigende alleenheerschappij voert, hun onderdanen bewust laten verhongeren. Hoofdpersoon is de zus van de huidige heerser Kim Jong un; Kim Yo-jong en voorbestemd om haar broer op te volgen, mocht hij het leven laten. Bizar zijn haar uithalen in officiële toespraken naar de Zuid-Koreaanse president en de Amerikaanse leiders. Een intrigerend boek, dat goed laat uitkomen wat manipulatie en intriges kunnen uitwerken. Zeker nu er Noord-Koreaanse soldaten gaan meevechten aan Russische zijde tegen Oekraïne is dit schokkende relaas over ‘De Zus’ zeer actueel en zeker ook een aanrader.

meer stilte …

Of ik een tijdslot had…? Nou nee, na een controlebezoekje bij het OLVG dacht ik zo binnen te kunnen lopen bij het nieuwe ‘Nationaal Holocaust museum aan de Plantage Middenlaan. Gelukkig was de museummedewerker vriendelijk genoeg om mij door te laten en was het betreffende tijdslot waarschijnlijk toch niet helemaal vol. Terzijde; wel irritant dat je bijna geen museum meer binnenkomt, zonder eerst een reservering te maken. Het Nationaal Holocaust museum  is inmiddels een paar maanden open en werd afgelopen maandag druk bezocht. Met een audiotour, die duidelijke en degelijke informatie geeft, maakte ik vanaf de bovenste verdieping een indrukwekkende tocht door de Holocaust. Aan de hand van foto’s en vaak persoonlijke voorwerpen, krijg je een indringend beeld van een gitzwarte bladzijde uit onze vaderlandse geschiedenis. De vernietiging van ruim 100.000 Joden in de Tweede Wereldoorlog blijft een bijna niet te bevatten gebeurtenis. Dit museum heeft dan ook veel te lang op zich laten wachten.

legenda van de beruchte kaart

Wel was er een kleine tentoonstellingsruimte in de ruimtes boven de hal van de Hollandsche Schouwburg, schuin tegenover de voormalige kweekschool. Het meest opvallende was daar de grote stadsplattegrond van Amsterdam, met daarop precies aangegeven waar Joden woonden. Een kaart gemaakt door Amsterdamse ambtenaren op bevel van de Duitse overheersers, een voorbeeld van stilzwijgend meewerken met de nazi’s. Een kaart die al een jaar na de inval van de nazi’s klaar was voor gebruik.
Maar nu het Holocaust museum een eigen plek heeft is ook de Hollandsche Schouwburg gerenoveerd en nog meer een plek van herdenking geworden. Beide plaatsen zijn een confrontatie met ons verleden en tegelijkertijd ook een waarschuwing voor vandaag.

In het Holocaust museum staat ook een bureau dat uit het gebouw van de Joodse Raad komt. Wie de boeiende dramaserie van de EO heeft gezien, begrijpt dat er in het museum ruim aandacht is voor deze instelling. Ook de cartotheek van de Joodse Raad staat in een glazen vitrine uitgestald, alles keurig geordend op alfabetische volgorde. Boven het bureau van de Joodse Raad worden op kleine schermen verschillende opvattingen over het werk van de Joodse Raad getoond. De uitspraak van Jacob (Jacques) Presser viel mij op: “Gij zijt werktuigen geweest van onze doodsvijanden.  Gij hebt aan onze wegvoering meegewerkt. De bevelen van onze beulen uitvoerend hebt gij uzelf kunnen redden.” (1965) Presser is de schrijver van het eerste uitgebreide overzichtswerk over de Holocaust, ‘Ondergang’ (1965). In ‘Ondergang’ heeft historicus Presser beschreven hoe de nazi’s stap voor stap de vernietiging van het Joodse volksdeel organiseerden en uitvoerden. In de oorlog had Presser (geboren in 1899) ondergedoken gezeten. Zijn vrouw was opgepakt en werd weggevoerd, via Westerbork, naar Sobibor. Daar is ze gelijk na aankomst vergast, maar dat kreeg Presser pas na de oorlog te horen. Tijdens zijn onderduik heeft Presser een soort roman in dagboekaantekeningen geschreven; ‘Homo Submersus’ (de ondergedoken mens). Het is dus fictief en de schrijver noemt zich als duikeling’ Kobus. Maar Kobus was ook de onderduiknaam van Presser. De verzonnen onderduiker is echter veel jonger dan de schrijver. Maar het geeft een prachtig inzicht wat een onderduiker voelde, meemaakt, welke angsten hij uitstond en ook hoe afhankelijk de onderduiker opeens was van zijn gastheer en gastvrouw. Tegelijkertijd geeft het ook inzicht in wat er in Amsterdam gebeurde, wat hij te horen kreeg over wegvoeringen en ook wat de Joodse Raad deed. Pas in 2010 verscheen  Homo Submersus in druk. Na de oorlog was er geen uitgevrij te vinden voor het manuscript en Presser heeft het in een la gelegd. Had er misschien ook geen belangstelling meer voor, toen zijn vrouw niet meer terug zou komen. Vorig jaar verscheen een herdruk. Een boeiend document; aangrijpend en tegelijkertijd ook met veel humor geschreven. Soms wat langdradig, maar dat doet zeker niet af aan de leesbaarheid.

Het bezoek aan het Holocaust museum en het lezen van Homo Submersus zet aan tot herdenken. Twee minuten stilstaan is wat dat betreft eigenlijk veel te weinig. Misschien moeten we het verdubbelen deze keer, of er gewoon tien minuten van maken. Ga maar nadenken over oorlog, verlies van mensenlevens, verraad, wegkijken, alle trauma’s die zijn opgelopen….. Ach tien minuten stil zijn is niet genoeg.