Categorie: boeken

Een halve deurkrukstift met hamertje

Virgilius kleedt zich uit, om de krukaspotspiemoer te redden

Een van de leukste kinderboeken die ik verschillende keren in een schoolklas voorlas, was ‘Virgilius van Tuil’ geschreven door Paul Biegel. Ooit las Paul Biegel de verhaaltjes over Virgilius voor op de radio, moet rond 1980 zijn geweest. De verhaaltjes werden zo rond het het middaguur uitgezonden. Zelfs mijn ouders luisterden daarnaar met rode oortjes, ze vonden het nog beter dan Raden Maar van Kees Schilperoort, dat een paar jaar daarvoor van de zender was verdwenen. Helaas zijn dat soort pareltjes verleden tijd. Maar dat is een zijspoor. Er is een deeltje waarin Virgilius op zoek gaat naar een taart. Het prachtige woord ‘krukaspotspiemoer’ komt daar in voor. Een door Biegel bedacht woord en sommige leerlingen gingen het als vanzelf nazeggen; kruk-as-pot-spie-moer. Prachtig toch?!

Begin vorige week zat de nieuwe deurklink van de zijdeur van de kerk in plaats van horizontaal, verticaal naar beneden. Vreemd gezicht en ik kon hem vervolgens er zo aftrekken. Na enig onderzoek bleek dat de korte stift niet deed wat hij zou moeten doen. Om hem vast te zetten had de timmerman er een gaatje door geboord en daarmee ook het binnenste mechaniek stuk gemaakt. Met de stift naar de Pretoriusstraat gefietst. Daar zit sinds jaar en dag de firma Liefhebber, maar meneer Jansen is al jaren de baas. In deze winkel kun je echt voor alles terecht, van verfkwast tot schroef en van deurheng tot schakelaar. Meneer Jansen had al snel door waar het fout was gegaan. Hij had een betere oplossing, ‘een halve deurkrukstift met hamertje’. En tja, toen moest ik opeens denken aan die prachtige vondst van Paul Biegel; de krukaspotspiemoer. Door een inbusschroefje (aan de buitenkant) is het hamertje te stellen en klemt zich vervolgens vast in het krukgat. Er moest in dit geval een halve deurkrukstift gebruikt worden, omdat de kruk alleen aan de binnenkant zit. Aan de buitenkant zit een grote koperen knop, maar op een andere plek. Helaas was het inbusschroefje lam gedraaid en moest er een exemplaar uit Abcoude komen, daar is ook een Liefhebber winkel, waar zoon en broer van meneer Jansen de scepter zwaaien.
Eenmaal thuis was ik toch niet tevreden en daar ik de volgende dag toch de binnenstad in moest, ben ik bij firma Weijntjes (aan de Singel) binnengelopen. Weijntjes is een eldorado voor wie van mooi hang en sluitwerk houdt. Ik legde mijn ‘halve deurkrukstift met hamertje’ op de toonbank, waarna er een reusachtige la openging met tig soorten krukstiften. De versie die ik aangeraden kreeg was er een met een inwendige inbusschroef, om het hamertje te kunnen uitdraaien. Alleen thuis moest ik dan nog een gaatje boren, maar dat moest bij de versie Liefhebber ook. Dat laatste was nogal een gedoe, maar daar kunnen de firma Weijntjes en Liefhebber niets aan doen. Inmiddels is de kruk perfect gemonteerd en functioneert weer naar behoren. Waar vakmensen en specialistische winkels al niet goed voor zijn. Trouwens de boeken met de belevenissen van dwerg Virgilius, zijn tijdloos en nog steeds verkrijgbaar!

Bewaren…… is ook niet alles, maar toch….

Mensen die mij wat beter kennen, weten dat ik eerder ben van bewaren, dan van weggooien. Ik word bijvoorbeeld heel erg blij als een broeder die kleiner gaat wonen mij opbelt en brochures aanbiedt uit de jaren 1966 en 1967. Het is al jaren terug toen een oudere zuster uit onze kerk kleiner ging wonen en een bijzonder behulpzame groep jongeren uit de kerk haar met de verhuizing hielpen. Achteraf bleek dat stapels brochures uit de tijd van de Vrijmaking en de kerkscheuring van 67 in de papiercontainer waren verdwenen. Ik kan daar niet tegen. Toen ik in 2011 met een burn-out thuis zat, bleek achteraf dat de ‘opruimers’ in de school, grote delen van het fotoarchief (ooit zo zorgvuldig opgebouwd door de heer Wietsma) in de oud-papierbak hadden gekiept. En later deed men dat ook met de laatste exemplaren van de herdenkingsbundel over 50 jaar gereformeerd onderwijs in Amsterdam. Ik kan niet anders dan dat ‘doodzonde’ vinden. Een aanhanger van Marie Kondo’s ideeën ben ik dus niet. Aan de andere kant heb ik helemaal niets tegen opruimen en netjes ordenen, alhoewel mijn lief daar soms anders over denkt.
Je hoeft maar een paar keer naar ‘Verborgen Verleden’ te kijken om te beseffen wat een dagboek, een aantekening, een foto  of een brief uit een ver verleden kan betekenen. Vandaag de dag zijn bijvoorbeeld foto’s zo gewoon geworden, dat we vergeten dat foto’s van onze grootouders en overgrootouders vaak erg bijzonder zijn. Laat staan dat je een foto of afbeelding hebt van je betovergrootouders, echt uitzonderlijk. Gooi dus nooit zo maar iets weg! (NB: Lezer Cees maakte mij attent op een tikfout in bed-overgrootouders. Ik vaar dan toch te veel blind op de de spellingscontrole. Cees kreeg een beeld van overgrootouders in bed… Excuses voor deze rare fout.)
Een paar weken terug heb ik mijn stapel krantenknipsels (van ongeveer drie jaar) doorgeworsteld, moest toch nodig eens worden opgeruimd.  Toen ik ooit in de eerste van de Pedagogische Academie zat ben ik al begonnen om knipsels te verzamelen, misschien was het trouwens al wel toen ik op de HAVO zat. Jaren daarvoor was dat ontstaan, omdat ik geïntrigeerd was door  alles wat met het Koninklijk Huis te maken had. In een afgedankt behangboek, die ik kreeg van mijn oudste zus, plakte ik allemaal artikelen en foto’s van onze koningin, in die tijd Juliana, en ook van de prins en hun dochters. Inmiddels is mijn liefde voor het koninklijk Huis niet meer van dien aard dat ik foto’s uitknip, of elke week naar Blauw Bloed kijk. Wanneer dat laatste programma op een ledenraadsvergadering van de EO ter discussie zou komen te staan, zal ik beslist geen warm pleitbezorger zijn. Toch is daar dus wel de liefde voor bladeren en uitknippen begonnen. In een bureaula boven heb ik trouwens nog een flinke stapel oude knipsels liggen. Ze gaan over kerkelijke gebeurtenissen, geschiedenis en ook over onderwijs natuurlijk. Ook bijzondere interviews zitten er tussen denk ik. Eigenlijk zou ik ook die stapel weer eens moeten selecteren. Er zitten ook complete kranten tussen, over een Elfstedentocht, de aanslag op de Twin Towers en de inhuldiging van Beatrix. Misschien moet ik het ook maar gewoon overlaten aan onze dochters om het later in de papierbak te gooien. Voor nu is het gewoon lekker om die knisperende stukken krantenpapier nog eens te lezen, te ruiken en dan te kiezen tussen schoenendoos of oud papier.
Ondertussen was Coos bezig om een aantal dozen op te ruimen waarin nog allemaal spullen van Harm zaten; diploma’s, stapels foto’s die hij maakte met zijn eerste camera, aantekeningen en werkstukken van de HAVO en de Hogeschool van Amsterdam. Maar ook kwam een stapel petten op tafel en zijn verzameling schaatsmedailles. Emotionele momenten en iedere keer twijfel over wegdoen of bewaren. De petten vonden gelukkig een goede bestemming in Vriezenveen en een doos met geselecteerde spullen zal zeker ergens op zolder blijven staan. Maar misschien ook is veel in te scannen en maken we er nog eens een album van.

Zo had ik ook een recensie uitgeknipt over de autobiografie van Barack Obama. Waarschijnlijk had Sinterklaas in mijn krantenknipsels zitten struinen, want met pakjesmiddag kreeg ik die dikke pil cadeau, inclusief een mooi gedicht! Zeker bij het opruimen is het leuk om dan het betreffende commentaar nog eens terug te lezen. Inmiddels had ik al zo’n honderd pagina’s Obama verslonden. Wat mij dan opvalt bij zo’n recensie is dat je sterk het idee krijgt dat de betreffende recensent het boek alleen maar doorgebladerd heeft, hier en daar een bladzij gelezen en vervolgens achter de computer een stukje in elkaar heeft gedraaid. Want echt alle bijna negenhonderd pagina’s gelezen, ik vraag het mij af. In het begin wisselde ik Obama af met ‘de Opgang’ en ‘Revolusi’, maar nadat ik het aangrijpende verhaal van Stefan Hertmans had verslonden, heeft Obama mij helemaal in zijn greep. ‘Revolusi’ heb ik ondertussen even weggelegd, maar wel de boeiende driedelige documentaire over laatste ooggetuigen van de Indonesische revolutie na WOII van David van Reybrouck bekeken. Mocht u die gemist hebben; ga terugkijken op npostart!
Maar terugkomend op Obama’s boek, dat is zeker een aanrader.  Natuurlijk is deze autobiografie een persoonlijk terugblik en daarom ook niet perse objectief. Met met vier jaar Trump achter ons, is het uiterst boeiend om te lezen hoe Obama in de aanloop naar zijn verkiezing als president eind 2008 al geconfronteerd werd met uiterst rechtse kiezers en het populisme dat zich uitte bij Sarah Palin, de running mate van John Mc Cain, zijn Republikeinse tegenstander. Op mij komt zijn verhaal eerlijk en authentiek over. Het is een uitgebreid verhaal en waar nodig ook met eerlijke en duidelijke zelfkritiek. Er werd natuurlijk ontzettend veel van deze president verwacht, en Obama is de eerste om toe te geven dat hij veel van wat hij beloofd had en echt wilde veranderen, niet gelukt is. Zijn start, midden een economische crisis was ongelooflijk zwaar en vervolgens had hij ook geen meerderheid in het congres. En dan toch optimistisch blijven  en doorgaan met het bevorderen van gelijkheid tussen zoveel verschillende bevolkingsgroepen, bijzonder. Al lezend zou je wensen dat alle Nederlandse politici iets van de wijsheid van deze bijzondere president zouden hebben.

 

een gezegend 2020, een kleine terugblik…

21 mei, 7.45 uur, een vrijwel uitgestorven Dam. Door een stille stad fietsen, wanneer maak je dat mee? Hemelvaartsdag – dauwtrappen.

Onze buren zitten nu al ruim een week in quarantaine. De buurman was aangestoken door zijn baas en moest op zolder bivakkeren, totdat de buurvrouw ook besmet bleek en ze dus gewoon weer samen konden zijn. Geen zware klachten maar toch… Zo kwam het coronavirus opeens heel dicht bij. In Vriezenveen heeft het virus inmiddels ook toegeslagen, gelukkig vallen de klachten daar tot op heden ook mee. De kerkdiensten zijn op dit moment weer volledig online, maar wel open voor hen die echt even contact willen met anderen. Het tekent natuurlijk het afgelopen jaar. In mijn agenda heb ik sinds 16 maart in de kantlijn de stand van zaken bijgehouden. Inmiddels zitten we in week 42. Week 16 bijvoorbeeld: “Nog steeds oppassen voor covid”, week 19, we waren in Frankrijk: “Mondkapjes verplicht” en week 29: “Bijna weer lockdown”.  Het jaar 2020 zal er door getekend blijven en later zullen we er over praten, zoals onze ouders en grootouders dat deden over de Spaanse griep.
Toen we elkaar aan het begin van dit jaar een gezegend nieuwjaar wensten, hadden we dit niet verwacht. Een enkeling was het die waarschuwde dat het virus echt niet bij de grenzen van Wuhan in China zou stoppen. Een goede vriend van Harm sloot voor zijn bedrijf, dat festivals organiseert, net op tijd een pandemieverzekering af. Maar voor 2021 zal dat niet meer gaan. Door sommige geestelijke leiders werd gesuggereerd dat corona wel een straf van boven zou moeten zijn, maar daarnaast was er ook genoeg kerkvolk dat niet geloofde in besmettingsgevaar en corona afdeed als een gewoon griepje. We zullen zien wat er later in de geschiedenisboeken zal staan. Zal het gaan over een moderne maatschappij die bijna alles kon regelen, maar opeens overvallen werd door een besmettelijk virus, of over miljoenen mensen die zich lieten misleiden door een zogenaamde pandemie?

Het boek van de Engelse theoloog Samuel Wells, “Wees niet bang” (uitgegeven 2011), was dan ook een verademing om te lezen.  Hij wijst er op dat je als gelovig christen op een nuchtere manier moet omgaan met de dood. En pandemieën moeten mensen aan het denken zetten over de eindigheid van hun bestaan, ons leven is niet maakbaar. Des te troostvoller is daarom het geloof in een leven na dit leven. Je zou daarom wensen dat meer mensen de rust van leegstaande kerken opzoeken; een kaarsje branden, luisteren naar de stilte en misschien een goed gesprek hebben met een luisterend oor. Maar ook om handen te vouwen en toe te geven dat er een Schepper is van hemel en aarde, die zijn Zoon naar deze wereld zond. Gods Zoon die op zoek ging naar verschoppelingen, verdrukten, armen en mensen die lijden onder corona.

Een nieuwjaarsreceptie aanstaande vrijdag met de buren zit er dus niet in. Op de laatste dag van 2020 zouden we natuurlijk pagina’s vol kunnen schrijven over wat er allemaal niet kon en kan. Het werd een uitgeklede kerstmaaltijd in Lelystad bij kleine Teun, maar wel gezellig. De concerten van het Nederlands Philharmonisch Orkest werden gecanceld. Het IDFA was een kale bedoening, ondanks het feit dat ik een aantal dovumentaires op de computer heb zitten kijken. Ook kerkdiensten konden in het begin niet doorgaan en later in oktober was het vanwege de verbouwing beter om een paar keer alleen maar online te gaan. De werkkamer van onze predikant werd zo opeens een kapel, met enkel een ouderling, een techneut en de dominee. Het blijft behelpen; op zondagmorgen achter de computer, ondanks alle inzet van de vrijwilligers. We verlangen naar een volle kerk en we willen weer uit volle borst kunnen zingen en in een grote kring samen de maaltijd van de Heer vieren!

Veel kon er ook wel. In de zomer konden we gewoon op vakantie naar midden Frankrijk. Voor het eerst  in de orangerie van kasteel Digoine ‘gebivakkeerd’, heel gaaf!  Met broer en schoonzus een week optrekken en als toetje kregen we een rondleiding door het vervallen en leegstaande chateau. In het voorjaar was met stil weer zelfs  een gedeelte van een zolder van het kasteel ingestort, maar dat mocht Matthew er niet van weerhouden om een boeiend relaas af te steken over het in de 13e eeuw gebouwde kasteel. En als we een souvenir mee wilden nemen; bij de uitgang afrekenen. Na ongeveer tien jaar Digoine was dat wel heel bijzonder. Thuis hebben we ‘Jezus’ schoongemaakt en nu prijkt het Heilig Hart beeldje in volle glorie op ons Franse dressoir.  “De verering van Jezus Christus krijgt vorm vanuit de liefde en barmhartigheid, die worden gesymboliseerd door Jezus’ Hart.” (citaat van Wikipedia)
Hij is het die zorgde voor vergeving van zonden en dat we mogen uitzien naar een eeuwig leven!

Bij het vele wat gewoon kon in 2020 hoort ook ‘het lezen’. Zelfs tijdens de huidige lockdown zijn er boeken af te halen bij de bibliotheek. En wanneer het echt nodig is kan dat ook bij mijn favoriete boekhandel aan de Middenweg. Toen we min of meer opgesloten zaten tijdens onze voorjaarsvakantie op Gran Canaria, had ik gelukkig genoeg boeken bij me in de koffer. Genoten heb ik later van de biografie over Prins Charles van Sally Bedell Smith, nog steeds in de aanbieding trouwens! Maar ook het boek van Rahma El Mouden over haar leven, boeide van begin tot eind. Zij heeft met haar firma MAS jarenlang onze school geboend en gepoetst. Inzicht gevend, hoe zij als Marokkaanse vrouw en moslima een plek weet te veroveren in Amsterdam. En pas nog las ik een heruitgave van Jan Brokkens ‘De blinde passagier’. Een prachtige roman over vluchtelingen, hoe actueel in deze tijd, en de teloorgang van de Nederlandse koopvaardij. En als we het toch over vluchtelingen hebben dan is ‘De bijenhouder van Aleppo’ een boek dat je uit je slaap kan houden.
Inmiddels ben ik begonnen in ‘De opgang’ van Stefan Hertmans en in ‘Revolusie’ van David van Reybrouck. Revolusie gaat over wat Nederlanders hebben uitgestukt in Indonesië en hoe dat land het Nederlandse juk afwierp; een huiveringwekkende geschiedenis. Om het plaatje compleet te maken, nog twee buitengewoon boeiende boeken die ik las. Een heel bijzondere detective is het boek ‘Gewone genade’, een aanrader en o zo jammer dat het door de uitgevrij niet beter verkocht is. Andere vertalingen van Krueger laten daarom nog wel een poosje op zich wachten. De laatste aanrader is een biografie en autobiografie ineen; Alex Boogers  met zijn zoon op bedevaart naar plaatsen uit het leven van Bruce Lee.

foto Jannes Glas, gebruikt als nieuwjaarswens en bedankkaart voor steundeopk.nl

Er gebeurde natuurlijk veel meer en er zijn dagen die we niet zomaar vergeten. De oppasdagen met Teun, klussen in de Oosterparkkerk, heerlijke fietstochtjes in Amsterdam en omgeving, maar ook de dag dat vriendin Diny belde om te vertellen dat hun zoon was gestorven. Het laatste riep zo veel herinneringen op, maar tegelijkertijd was het ook goed om het verdriet te delen. Het ‘Kyrie Eleison’ zal dus ook in 2021 niet van de lucht zijn.

Een gezegend 2021 gewenst.

Hoe Humboldt de rassenonlusten ‘voorspelde’, en dat voor 15 €

De ‘plaatselijke’ boekhandel’ heeft  het zwaar. Inmiddels wel weer wat meer open, maar toch nog steeds beperkt en waarschijnlijk minder klanten dan voor de crisis. Hopelijk gaan de klanten gemiddeld met meer aankopen naar huis, maar daar heb ik geen onderzoek naar gedaan.  Toen ik een aantal weken geleden een besteld boek ophaalde (Stanly Hauerwas over de deugden) voelde ik me vrij genoeg om toch even rond te snuffelen, ondanks een rij wachtenden op het trottoir van de Middenweg. Bij de kleine afdeling biografieën zag ik opeens een stapel boeken met een grote groene sticker liggen, verleidelijk lag het me aan te ‘staren’. Advies; altijd even rondsnuffelen, ook al kom je gewoon iets afhalen!

Bij de OBA duurde het weken voordat ik het boek een keer kon afhalen. Op het congres over christelijke pers, oktober vorig jaar, had Robert mij geattendeerd op de biografie over Alexander von Humboldt. “Moet je lezen, een indrukwekkend verhaal!”, zei hij. Thuis moest ik eerst even graven in mijn geheugen hoe die man nu ook al weer heette, maar gelukkig had ik het in de kantlijn van mijn aantekeningen toch ergens neergekrabbeld. Na wat zoeken bleek de centrale bibliotheek een exemplaar in huis te hebben. Helaas kwam ik maar tot hoofdstuk 3 en toen moest ik hem alweer inleveren en bleek iemand anders hem al gereserveerd te hebben; verlengen was er dus niet bij. Ik werd dus blij van de rode sticker schuin boven het hoofd van Alexander von Humboldt. Want ik moet achteraf eerlijk bekennen, voor die Apeldoornse ontmoeting had ik nog nooit van deze bijzondere man gehoord. Misschien ooit eens in een noot of bij 2 voor 12, maar inmiddels stond en staat Humboldt in mijn geheugen gegrift.

Friedrich Heinrich Alexander Freiherr von Humboldt (Berlijn, 14 september 1769 – aldaar, 6 mei 1859) was een Pruisische natuurvorser en ontdekkingsreiziger. Humboldt deed onderzoek in Midden- en Zuid-Amerika en gaf een uitvoerige beschrijving van het fysische heelal. Hij was de jongere broer van Wilhelm von Humboldt. Volgens de Britse natuuronderzoeker Charles Darwin (1809-1882) was Humboldt de belangrijkste wetenschappelijke reiziger aller tijden.”

Selbstporträt im Spiegel (1814)

Zo begint de Nederlandse Wikipediapagina over Humboldt, waarna een zeer uitgebreide verhandeling over zijn leven volgt. Wanneer je de veel uitgebreidere Duitse Wikipediapagina vervolgens bezoekt, bevat die 8 forse hoofdstukken, onderverdeeld in vele paragrafen. Een goede inleiding trouwens op de prachtige biografie die Andrea Wulf heeft geschreven (in haar boek laat ze het von ook weg). In een goed te volgen interview op de ARD vertelt ze waarom ze deze biografie over Humboldt heeft geschreven. In Zuid en ook Noord-Amerika is Humboldt nog steeds bekend als een groot geleerde, ontdekkingsreiziger en natuuronderzoeker. Al lezend val je van de ene verbazing in de andere. Wulf start het verhaal over Humboldt bij de beklimming van een dode vulkaan in het Andesgebergte, de Chimborazo in het huidige Ecuador. Een adembenemende samen met de Franse geleerde Aimé Bonpland in 1802, zonder allerlei hulpmiddelen die bergbeklimmers tegenwoordig tot hun beschikking hebben. Na die boeiende proloog vertelt de schrijfster over de jeugd van Alexander en zijn eerste stappen in de wetenschap, zijn ontmoetingen en lange gesprekken met Goethe en zijn verlangen om de wereld te gaan bereizen en zoveel mogelijk verbanden te ontdekken. In die tijd, eind 18e eeuw was Europa heel wat anders dan in het jaar 2020. Reizen moest te voet, per paard of met de koets en met zeilschepen. Oorlogen, onlusten, besmettelijke ziekten; gevaar lag overal op de loer. Toch vertrekt Humboldt na verschillende vergeefse pogingen, met een flink gevolg vanuit Spanje op expeditie naar Zuid-Amerika.
Na die reis, die een paar jaar in beslag had genomen, gaat hij terug naar Europa, maar met een flinke omweg. In Noord-Amerika wil hij de president van de Noordelijke Staten ontmoeten, Thomas Jefferson. De ontmoeting met ‘founding father’ Jefferson wordt een groot succes en levert veel contacten en vriendschappen op. Eenmaal terug in Europa, gaat hij lezingen geven over zijn ontdekkingsreis en publiceert verschillende boeken.

De spectaculaire 60 bij 90 centimeter grote afbeelding van von Humboldts ‘Naturgemälde’, die deel uitmaakte van zijn ‘Ideen zu einer Geographie der Pflanzen’. Met de volgende link kun je deze kaart prachtig uit vergroten.

Mijn blog zou veel te lang worden om ook maar een beetje een beeld te geven van deze bijzondere geleerde. Maar één van de dingen die mij opvielen was zijn verzet tegen de slavernij. Hij zag in Zuid-Amerika de uitwassen daarvan door de Spanjaarden. In zijn publicaties over zijn reis steekt hij dan ook niet onder stoelen of banken dat hij tegen het toenmalige kolonialisme is. Voor die tijd heel ongewoon, alhoewel er in Engeland al verschillende protesten tegen slavernij waren geweest. Humboldt nam het zelf waar; uitbuiting en ook de foute houding van de kerk (hij ontmoette veel missionarissen op zijn reis). Wanneer hij bij president Jefferson op bezoek is, zegt hij duidelijk dat hij tegen slavernij is. Voor Humboldt zijn alle mensen gelijk. Hij wil niet weten van ‘wilden’. Volgens hem zijn de bewoners van de regenwouden of de steppes net zo bijzonder als ieder ander en hebben ze zoveel kennis over de natuur en de wereld waarin ze wonen, dat we dat moeten waarderen en ze als gelijken moeten behandelen. In zijn boeken legt hij uit dat uitbuiting van de aarde en van mensen, ontzettend contraproductief werkt. Ver voordat de slavernij overal werd afgeschaft verzette hij zich tegen deze onmenselijke uitwassen. Vaak werd hem dat niet in dank afgenomen, maar door zijn vernieuwende inzichten op zoveel wetenschappelijke gebieden kon hij het zich permitteren om niet zijn mond te houden.
Verschillende keren heeft Humboldt geprobeerd om een reis naar India te maken, hij wilde zo graag de Himalaya zien en onderzoeken en vergelijken met de bergen in Europa en met de Andes. De machtige Engelse Oost-Indische Compagnie hield het echter tegen, bang als ze waarschijnlijk waren dat Humboldt zich dan zou uitlaten over koloniale uitbuiting.
Al lezend bedenk je bij jezelf; wat zou er gebeurd zijn wanneer de Spaanse koning en ook president Jefferson werkelijk geluisterd hadden? Dat had waarschijnlijk vele duizenden scheepsladingen slaven vanuit Afrika naar Amerika gescheeld. Wat zou de wereld er dan anders uitgezien hebben. Op zijn reis naar het noorden deed hij Cuba aan en schreef  een politiek essay en zegt daar onder andere: “Slavernij is ongetwijfeld het grootste kwaad dat de mensheid heeft gekweld, of je nu de slaaf ziet als hij thuis uit zijn land en familie wordt weggevoerd en in het ruim van een schip wordt gegooid, een voertuig dat is ontworpen voor de negerhandel….” 
Men weigerde dit essay in eerste instantie uit te geven. In latere geschriften komt hij er weer op terug en zegt luid en duidelijk dat de Europese landen door hun houding haat gezaaid hebben tussen bevolkingsgroepen en dat dat gevolgen heeft voor de vrijheidsstrijd in de verschillende koloniën. Opmerkelijk is dat op de Nederlandse Wikipediapagina over Humboldt helemaal niets over zijn verzet tegen de slavernij wordt verteld. Op de Duitse pagina zijn er een paar duidelijke paragrafen over geschreven. Ook heb ik mijn  encyclopedie uit  1866 er maar even op nageslagen. [Algemene Nederlandsche Encyclopedie voor den beschaafden stand, 8e deel, pg 84/85; ik denk dat mijn vader hem ooit heeft gekocht (inclusief kast) op de Waterlooplein-markt.] In deze encyclopedie geen woord over Humboldts kritiek op de slavernij en uitbuitend kolonialisme.

verzameld werk

Ruim 200 jaar geleden signaleerde deze geleerde dus al de verschrikkelijke misstanden van slavernij en onderdrukking van inheemse volken.  Ook de geschiedenis van ons land is wat dat betreft donker en duister. Het Nederlandse kolonialisme op de eilanden die nu Indonesië heten, heeft onnoemelijk veel ellende veroorzaakt. En tot op de dag van vandaag is de Molukse kwestie en alles wat daar bij hoort niet goed opgelost, evenals de kwestie Irian Jaya. En de huidige toestand in Suriname is feitelijk terug te leiden op het feit dat dit land is gekolonialiseerd door onze voorouders. Maar ook het racisme wat er vandaag in onze samenleving is, in wat voor vorm ook, mee ontstaan door ons koloniale verleden.
De actualiteit van vandaag, de coronacrisis, onlusten in de VS en ook de klimaatcrisis door de opwarming van de aarde; je kunt het zien aankomen als je leest over het leven en werk van Humboldt, hij waarschuwde er voor. In deze biografie, die leest als een trein trouwens, leer je veel over deze bijzondere en erudiete geleerde. Hij schreef veel, praatte blijkbaar ontzettend snel, gaf colleges en vergaarde kennis bij vele collega’s en maakte daar weer een geheel van. Hij probeerde verbanden tussen alles te zien. In Parijs had hij Simon Bolivar leren kennen en zette deze er mee toe aan om in zijn vaderland op te komen voor de vrijheid. Bolivar las later met grote instemming Humboldts boeken en correspondeerde met hem. Ook Charles Darwin voelde zich geïnspireerd door Humboldt en spelde zijn boeken toen hij mee mocht op de Beagle-expeditie. Humboldt stierf op bijna 90-jarige leeftijd, wat voor die tijd uitzonderlijk is. De titel van het boek is dan ook uitstekend getroffen: ‘De uitvinder van de natuur’. En voor die vijftien euro hoef je het niet te laten.

Toen ik het OBA-exemplaar weer moest inleveren zocht ik in mijn boekenkast op de plank ‘ongelezen’ naar iets anders. Vorig jaar had ik van mijn oudste dochter voor Vaderdag de autobiografie van Michelle Obama gekregen. En soms zijn er van die boeken, die gewoon even blijven liggen. Maar eenmaal begonnen, liet het mij niet meer los. Zij laat in haar verhaal zo goed zien wat het betekent om van slaven af te stammen en echt van jongs af aan op te groeien in een blanke wereld. Tegelijkertijd laat ze ook zien wat je in zo’n situatie kunt doen. Haar man, oud-president Barack Obama, heeft inmiddels een paar keer van zich laten horen. Hij roept op tot hervormingen bij de politieorganisatie, iets waarvoor hij ook tijdens zijn presidentschap hard voor heeft gevochten.
De voorkant van het boek ziet er misschien wat soft uit, maar de inhoud is bepaald niet soft. De voormalig ‘first lady’ vertelt op een eerlijke manier over de ups en downs in haar leven en de ongelooflijk bizarre druk van het wonen in het Witte Huis. ‘Black lives matter’; Humboldt zei het in wat andere bewoordingen, Michelle Obama zegt het hem ruim twee honderd jaar na. En gisteren, vandaag en morgen staan de pleinen vol met mensen die het hardop mee zeggen. ‘Mijn verhaal’ is een verhaal van hoop en van doorzetten. Het is een hart onder de riem van mensen die zich vernederd en aan de kant gezet voelen en voor hen die dat gevoel niet kennen geeft het een mooie inkijk in een prachtige zwarte ziel! Je zou wensen dat Michelle op een dag een roeping krijgt om zich kandidaat te stellen voor het presidentschap.

PS    Al surfend kom ik erachter dat ik op SAIL Amsterdam langs de Alexander von Humboldt II ben gelopen. Wat zegt dat over mijn geheugen…? Het was in 2015 denk ik, maar dat ga ik nazoeken. Een prachtig schip met groene zeilen, nummer I doet tegenwoordig dienst in de haven van Bremen als restaurant en hotel. Nummer II is een opleidingsschip, met dus een eerbiedwaardige naam.

Nog een keer: Ho llan d

Een beetje raar om voor een tweede keer iets over een boek te zeggen. Maar toch doe ik het, omdat Rodaan Al Galidi mij voor de tweede keer in de ban hield met zijn verhaal. In zijn eerste boek, ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’, vertelde Rodaan over de belevenissen van Semmier in een AZC. Waren het Rodaans eigen belevenissen? In het voorwoord van zijn eerste boek zei hij het volgende:  “Dit verhaal zat me dwars. Erover schrijven lukte nooit goed, zelfs er openhartig over spreken vond ik moeilijk. Ook jaren later kon ik het er niet echt over hebben. Ik wilde verder. Ik begon het onderwerp te mijden, om niet weer meegesleurd te worden door herinneringen aan toen. [ … ] Misschien zal mij gevraagd worden of dit mijn verhaal is. Dan zeg ik: nee. Maar als mij gevraagd wordt: Is dit ook jouw verhaal? zeg ik volmondig: ja. Dit boek is fictie voor iemand die het niet kan geloven, maar non-fictie voor iemand die ervoor open staat. Of nee, laat dit boek non-fictie zijn, zodat de wereld waarin ik jarenlang heb moeten verblijven, verandert van fictie in non-fictie.”

De ruim negen jaar in het AZC leverde een geweldig verhaal op, ontroerend, hilarisch, maar ook vaak triest. Onze vaderlandse omgang met asielzoekers wordt uiteindelijk genadeloos aan de schandpaal genageld. Misschien verdween dat wel eens wat te veel achter het prachtige taalgebruik van Rodaan, zijn glimlach en relativerende opmerkingen. In het vervolg van ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ gaat Semmier de Nederlandse samenleving in. Hij wil eindelijk zichzelf kunnen zijn, kunnen genieten van de vrijheid en wil onder andere daarom geen uitkering. Her en der vindt Semmier onderdak en zo nu en dan verdient hij zijn kostje met werk waar Nederlanders hun neus voor ophalen. Schoonmaken, kippen vangen, verhuizen… Ook nu levert het vermakelijke situaties op en evenzovele misverstanden. Maar de schrijver laat ook op heel subtiele manier uitkomen hoe Nederlanders met asielzoekers omgaan. Een mooi voorbeeld is hoe mensen praten tegen Semmier. Zeker wanneer men denkt dat Semmier nauwelijks iets kan volgen, gaat men in lettergrepen praten. En dat laatste komt zo stupide over dat ook Semmier niet weet waar de ander het over heeft. De vondst van omslagontwerper Steven van der Gaauw (ook vormgever van het literair tijdschrift Liter) voor de cover is dan ook prachtig; Ho llan d. Geen Hol land, maar juist een verbastering daarvan.

De taal van Rodaan Al Galidi is nog intenser geworden. Wanneer je hem hoort spreken, denk je niet gelijk dat het gaat om een schrijver met een geweldig taalgebruik. Op internet is een mooi interview met Rodaan te vinden over het toneelstuk dat van ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ is gemaakt (zie VPRO). Dat toneelstuk zou nu in de theaters te zien moeten zijn, maar helaas heeft corona roet in het eten gegooid. Rodaan weet zijn waarnemingen in prachtige zinnen te gieten en daarvoor moet je het boek echt lezen. Een paar voorbeelden wil ik wel geven, maar eigenlijk is het schier eindeloos. Wie verzint het om oude fotoalbums te gaan verzamelen en te kijken of je al terugbladerend de mensen van vandaag herkent in mensen die al lang niet meer leven? Semmier sjouwt de albums mee van het ene adres naar het andere, om ze uiteindelijk …. Nee, lees het verhaal zelf maar.

[pg 30] Daniëlle was een vrouw die tussen haar veertigste en het jaar dat ik haar ontmoette, ze was toen zesenvijftig, in een herfst leefde waar ze eigenlijk nog niet aan toe was.
[pg 52/53] In Irak is wat je voelt een ballon, en wat je zegt de lucht. Soms ontploft je gevoel en verdwijnt het door de hoeveelheid woorden die je er in hebt gepompt. In Nederland is wat je zegt je eigen bankpasje en je gevoel de pincode. Als die niet kloppen, komt er niets uit.
[pg 274]   Kijk, als je voor een Nederlander werkt, dan geef je hem werk en hij geeft je geld. Werk je voor een Irakees, dan word je deel van zijn leven.
[pg 361] Eigenlijk is het hard om alleen te zijn, maar harder om niet alleen te kunnen zijn.

2 X Holland

Er zijn van die momenten dat ik voor het slapen gaan een nieuwe blog bedenk. Mijn boek heb ik dan weggelegd, het bedlampje uitgeknipt en mijn wederhelft sluimert weg. Prachtige zinnen borrelen op en blijven voor dat moment ronddwalen in mijn hoofd. Helaas zijn ze de volgende morgen het raam uitgedreven of ze zijn ten onder gegaan in een warrige droom.  Vandaar dat ik ze nu niet meer weet en het moet doen met goedbedoelde nieuwe zinnen. Deze week heb ik opnieuw CORONACRISIS in de kantlijn van mijn agenda gezet. Ik wil voor jaren later toch vast leggen in wat voor vreemde en bijzondere tijd we op dit moment leven. Mocht de lezer denken dat ik een week abuis ben, dat klopt. Maar in de eerste coronacrisis-week zaten we in quarantaine en kwam dat in de kantlijn terecht.
In eerste instantie kreeg deze blog als titel: ‘Laat het nog maar een tijdje duren’. Er hoeft opeens heel veel niet, vergaderen gaat lekker snel en de lucht boven Amsterdam en Diemen is vrijwel volledig verstoken van vliegverkeer. Vorige week moest Coos midden in de nacht naar een bevalling in de Jordaan. Tegen drieën, dus midden in de nacht, reden we door een compleet uitgestorven stad; heel vreemd en zelfs een beetje beangstigend. Dan merk je opeens de keerzijde van deze crisis. Geen enkele toerist meer, vrijwel alle hotels donker, de horeca weet niet hoe ze deze periode gaat overleven. Op zaterdag gaan grote bossen tulpen voor een prikkie van de hand, dat kan niet normaal zijn. Het zijn dus werkelijk vreemde tijden.
Afgelopen vrijdag moest ik in het centrum van Amsterdam zijn,  ik kon overdag gewoon fietsen door de Kalverstraat. Probeer dat in “normale” tijden op een zonnige dag te doen; volstrekt onmogelijk. En helaas was de mooiste boekhandel van Amsterdam aan het Rokin op slot. Toen maar via de Nieuwe Hoogstraat richting de Antoniebreestraat, daar was gelukkig de boekhandel wel open. Je moet wel weten wat je wilt hebben, want je mag de winkel niet in. Gelukkig hadden ze ‘Heerschappij’ liggen en ik kreeg het van veilige afstand aangereikt. In de etalage zag ik nog een ‘Holland’ boek liggen. Pasen werd zo een Hollands feest. Tom Holland, een Engelse wetenschapper, schreef een bijzonder boek over de invloed van het christendom op onze westerse cultuur. Bijzonder boeiend en gelukkig heb ik het nog lang niet uit. Wie weet leert het mij ook iets over de rol van religie in tijden van een pandemie.
Rodaan Al Galidi schreef zijn tweede roman. Ruim twee jaar geleden schreef ik over zijn eerste boek. ‘Hoe ik talent kreeg voor het leven’ is een prachtig hilarisch boek van en over een asielzoeker uit Irak. Haarscherp wist Rodaan daarin zijn kennismaking met Nederland neer te zetten. In zijn boek ‘Holland’ beschrijft Rodaan hoe het Semmmier vergaat als hij na ruim negen jaar het AZC mag verlaten. Inmiddels is Rodaans taal nog rijker geworden en het lijkt er op dat doordat hij zich nog beter kan uitdrukken, nog dieper inzicht in onze cultuur heeft gekregen. Semmiers tocht van het ene goedkope adres naar het andere lijkt haast ongeloofwaardig, maar uit ervaring weet ik inmiddels dat het voor veel asielzoekers een vaak harde en bittere werkelijkheid is. ‘Holland’ is een fantastisch boek, dat je doet schamen en blozen, maar ook laat lachen en relativeren van veel aangeleerde Hollandse gekkigheden.

Het maakt nieuwsgierig naar Rodaans mening over hoe onze overheid maatregelen neemt vanwege een rondwarend virus. In de verschillende talkshows heb ik zijn visie nog niet gehoord, maar wel die van de zoveelste viroloog en econoom. Waarschijnlijk zal Rodaan met humor en gevoel voor understatement zijn visie geven op alle maatregelen en hoe de bevolking van Holland daar op reageert. Waarschijnlijk zou hij wel blij worden van de prachtige papegaaien die inmiddels de groene zuil onder de A10 sieren. Ook vandaag was de schilderes weer druk bezig. Vanaf de andere kant van de Weespertrekvaart heb ik poosje toe staan kijken hoe fietsers reageren op de schilderingen. Sommigen kijken niet op of om, terwijl anderen afstappen en bewonderend blijven kijken. Een prachtige eyecatcher in deze bijzondere tijd. Nu maar hopen, dat wanneer de hekken weg zijn, iedereen er met zijn graffitivingers vanaf blijft.

In quarantaine II

Ons stapeltje boeken. In ons appartementje stonden ook boeken, maar helaas allemaal Noors. Als we hadden moeten blijven, dan waren we misschien een cursus Noors begonnen.

Zondagmiddag, een strakblauwe hemel en mijn hoofd tolt nog steeds een beetje van het boek dat ik las op de terugvlucht van onze vakantie. Gelukkig was het onze normale terugvlucht en verliep het eigenlijk heel normaal. Op het vliegveld van Las Palmas, de hoofdstad van Gran Canaria waren alle winkels dan wel gesloten, maar we konden nog water uit een automaat laten rollen. De Global bus bus 91 had ons keurig afgezet, na een toch wat vreemde rit van een uur. We hoefden niet te betalen, de bussen hebben geen betaalautomaten en contant geld was not done.  Amadores, Puerto Rico, Patalavaca en Arguineguin, anders één al bruin van zonaanbidders, nu verlaten stranden met stapels zonnebedden en hier en daar nog een enkeling op een balkon van een appartement of hotel.
Twintig graden kouder stonden we zondagmorgen heel veel vroeg te kleumen op een toch niet eens uitgestorven Schiphol. En zondagmorgen waren daar gelukkig weer de vertrouwde stemmen van OPK broeders en zusters uit de computer. Een online-kerkdienst heeft toch ook zo zijn eigen charme. Het verhaal van de ‘De bekeerlinge’ bleef gisteren maar door mijn hoofd spoken. Wat een geweldig goed boek, had een paar jaar geleden de eerste hoofdstukken gelezen, maar toen sloeg het niet aan. Maar nu opnieuw begonnen, eerst op het dakterras en ’s avonds ook in bed, het verhaal bleef trekken. Mijn oudste dochter had gelijk; “Je moet het lezen, pap!” De vier uur durende vliegreis vloog voorbij, omdat ik zo gegrepen was door de belevenissen van Sara Hamoutal Vigdis Adelaïs. De roman van Stefan Hertmans neemt ons mee naar het eind van de 11e eeuw, wanneer de wereld ‘in brand’ komt te staan door de oproep van Franse paus Urbanus II, om het Heilige Land te bevrijden. Ook toen waarden besmettelijke ziektes en antisemitisme door Europa. Tegen die achtergrond wordt een Normandisch meisje in Rouen verliefd op een Joodse rabbi-leerling. Wat een geweldige en heerlijke leeservaring! In quarantaine zitten was wat dat betreft dus niet zo erg… En van veel Franse plaatsnamen weet je, ooh ja, daar zijn we ook geweest. Monieux in de Provence hebben we wel eens op wegwijzers zien staan en zoveel andere plaatsen die Hertmans noemt hebben we wel eens verkend.

Een helemaal leeg strand, strakblauwe lucht, gemiddeld 25 graden, maar geen zonaanbidders. Alle restaurants van de één op andere dag dicht. Weg voorjaarsseizoen voor de middenstanders. Geen aanvoer van voorraden meer, en de bediening zonder werk. Een Italiaans restaurant heeft nog een dag bezorgd, maar toen was het ook ook over. Toeristen kwamen niet meer aan en de dakterrassen werden dag na dag stiller. De schoonmaakster was erg bezorgd, geen werk; geen inkomen, hooguit een hele kleine steun van de overheid.

De Guardia Civil of de Policía Local kwamen elke dag wel een keer voorbij om iedereen op te roepen binnen te blijven. Dat ging natuurlijk in rap Spaans, met een korte samenvatting in het Engels en Duits. Het enige wat we opvingen was: “Stay at home!”. Je mocht alleen de straat op voor bezoek aan apotheek of supermarkt. De supermarkt werd gaande de week strenger. Niet meer met z’n tweeën naar binnen, maar eentje per familie. En, wat ons opviel, geen gehamster! Nu was het dan ook een SPAR en geen AH die van hamsteren een reclamestunt maakt. Het was uitgestorven op straat. Donderdagmiddag hadden we een rondje haven gedaan en zaten bij te komen op een bankje maar werden we door de groene agenten naar binnen gebonjourd; of we geen televisie keken?!

Het was verbazingwekkend om vandaag zomaar weer naar de Middenweg te kunnen fietsen. De slager aan de Pretoriusstraat was gewoon open, niet meer dan drie klanten tegelijk in de winkel. Ook onze hofleverancier nootjes aan de Hogeweg hoopt maar dat ze tot de essentiële levensbehoeften blijven behoren en dus open mogen blijven. Maar bij de supermarkt met het blauwe logo lopen toch wel erg veel mensen die zich niet storen aan 1,5 meter afstand en verbaasd kijken als je steeds opzij springt. Een week in quarantaine maakte ons nederig, bang waren we niet. Ik denk dat het thuisfront zich meer zorgen maakte of we terug konden komen. Het was jammer dat we niets konden ondernemen en dat past niet bij onze Nederlandse aard. Op een avond, het is in Mogan vroeg donker, liepen we nog even langs de haven. Her en daar zaten mensen op hun zeilschepen met een glas wijn nog lekker buiten. Opeens hoorden we Nederlands achter ons praten en ik zei: “Toch weer die Nederlanders hè, die zich niet aan de regels houden… ” We kwamen in gesprek en al snel ging het over de corona-crisis en de erbij horende maatregelen van de Spaanse overheid.  Wij vonden het in ieder geval moeilijk om opgesloten te zitten. Het oudere Noorse echtpaar dat naast ons in een appartement zat liep regelmatig de trappen op en neer om in beweging te blijven, ze durfden niet de straat op. Opvallend was ook dat zo’n Spaanse koning zijn volk anders toespreekt, hij deed het woensdag al trouwens. Staand voor een vlag van Spanje en Europa. Onze koning deed het vrijdag pas, zat rustig achter zijn bureau in zijn werkkamer, geen vlag te zien. De medewerkers op het verhuurkantoor waren ook echt van slag en angstig.

Het voorjaar was op Gran Canaria al duidelijk gestart en ook hier is er al meer groen te zien. Nieuw leven is op komst en we hopen maar dat we ons volgende kleinkind over enkele maanden niet alleen maar door het raam mogen bekijken. Gelukkig beseffen we ook dat er een God is die zorgt en troost en hoop geeft . Naar mijn idee zitten we niet ergens midden in de zeven plagen zoals sommige mensen beweren, maar mogen we eenvoudig leven uit genade. In de tijd van Hamoutal stierf soms een derde van de bevolking aan de pest, wij mogen dankbaar zijn voor een zeer geavanceerde gezondheidszorg. Daarnaast is er ook een zeer goed werkend systeem van voedselvoorziening met ook heel veel hardwerkende mensen. Zo is er dus veel om dankbaar te zijn! Vervolgens mogen we niet vergeten dat het ‘Kyrie eleison’ nu hard nodig is.

In quarantaine

We slapen de laatste nachten goed, ondanks de harde bedden. Buiten is het deze ochtenden stil, geen busjes en vrachtauto’s die al vroeg naar de visafslag rijden, geen tetterend Spaans van de winkeliers die al vroeg hun zaakjes open doen. Het is stil op straat, een enkeling die zijn hondje nog uitlaat of een boodschap heeft gedaan. Zondag kwamen we er wat laat achter dat ook Gran Canaria de richtlijnen van Madrid volgde. Al om negen uur hadden we de tablet afgestemd op de Oosterparkkerk om de dienst te volgen, we hebben een uur tijdsverschil. Toen we een week geleden vertrokken was er nog geen sprake van een corana-crisis. Op Gran Canaria waren enkele toeristen besmet, maar dat was het dan ook. Maar in Nederland werden de regels strenger kregen we mee en samenkomsten met meer dan 100 mensen werden verboden. De OPK organiseerde een luisterdienst; “Laat je besmetten door Jezus en besmet ook anderen er mee!” We dronken koffie op ons dakterras en hoorden later in de verte wel een luidspreker….. Pas in de namiddag gingen we er op uit. Het was bizar, alles zat dicht. Geen restaurant open, geen winkel waar drommen toeristen in en uit liepen, zelfs geen ferry vanuit Puerto Rico die aanlegde. Na wat navragen bleek het hele eiland in quarantaine te zijn, in ieder geval voor drie weken. Inmiddels is de politie verschillende keren door de straten gereden met een duidelijk bericht: “stay home!” We mogen er alleen uit voor boodschappen bij de plaatselijke SPAR of de apotheek. Vandaag mocht zelfs maar één van ons tweeën naar binnen. Voor de rest gaat het op z’n janboerenfluitjes. Je moet je handen reinigen, en je krijgt een soort plastic schildershandschoenen aan. Maar de ene medewerker draagt een mondkapje en de ander niet. En wat hebben handschoenen voor zin bij het boodschappen doen? Straks doen we nog een rondje langs de haven. Schijnt een boete van 3000 € op te staan. Rutte noemde dit dus scenario drie, ‘lock down’. Voor zover het er nu naar uit ziet kunnen we zaterdag wel gewoon naar Nederland vliegen, als de groene dochter van de KLM niet tegengehouden wordt.

Coos heeft ondertussen al een prachtige muts gebreid en checkt regelmatig haar kraam-app. Hoe moeten kraamverzorgsters nog hun werk doen? Mag er familie op bezoek komen, moeten we de hele dag een mondkapje voor?

Ik had gelukkig een redelijk stapeltje boeken mee en hoef niet meer te kiezen, voor de terugreis is alles uitgelezen. In de biep zag ik ‘Zwarte schuur’ liggen van Oek de Jong, wel eens wat over gelezen, maar was er nog niet van gekomen. Een fascinerende roman over een kunstschilder met een schuldig verleden. Veel Zeeland en boeiende beschrijvingen van schilderijen en een ingewikkelde relatie met vrouw en stiefdochter en stiefzoon. Jammer dat het zondagavond uit was. Toen maar overgestapt op iets lichters van Simone van der Vlugt; ‘Schilderslief’. Een historisch verhaal over Geertje, dienstmeid bij Rembrandt. Ik wist al wel dat de schilder een echte rabouw was, maar uit dit boek blijkt toch dat hij geweldig driftig kon worden, zeer eigengereid was en heel veel mensen tegen zich in het harnas joeg. Vervolgens kon hij niet met geld omgaan en huwelijkstrouw was hem vreemd. Een verhelderende kijk op de historie.

Waar quarantaine al niet toe kan leiden. We maken er gewoon wat van en bidden dagelijks om vertrouwen en troost. In deze veertigdagentijd worden we zo extra aan het denken gezet. Ook hier werd geklapt voor mensen in de zorg en al die anderen die zich inzetten voor de ander, hun ziekenhuis, hun school en hun land. Qurantaine, het woord schijnt zelfs verwant te zijn aan de 40-dagentijd. In het ND las ik vanmorgen een geweldige column op pagina 2.

“De geheugenlozen”, wat de geschiedenis leert

Afgelopen week een voorpagina van Het Parool. Een verontrustend verhaal, het wordt gewoon om ‘Jood’ als scheldwoord te gebruiken. Het is één van de symptomen van een verruwing en verrechtsing in de wereld om ons heen. En bij de start van de veertigdagentijd is er alom verontwaardiging over een carnavalsoptocht in het Belgische Aalst, waar zogenaamd de draak wordt gestoken met ‘antisemitisme’. Hoe kan het toch dat mensen niet geleerd hebben van de afschuwelijke gebeurtenissen van voor en in de Tweede Wereldoorlog? Waarom kijken ook zoveel mensen de andere kant op? Waarom nemen grote partijen in het politieke landschap als VVD en CDA niet op een heel duidelijke manier afstand van de politieke partij van Baudet? Terwijl de laatste duidelijk aanschurkt tegen extreem rechtse denkers en schrijvers en trouwens ook in zijn uitlatingen niet schuwt om bepaalde bevolkingsgroepen als minderwaardig weg te zetten.

In de plaatselijke boekhandel, waar ik ‘uit principe’ geen boeken koop (omdat ik de echte boekhandel wil steunen), snuffel ik regelmatig toch even tussen de pas verschenen boeken. De collectie van deze keten is echter wel beperkt en dat is ook terug te zien in de wekelijkse top 10 die gepresenteerd wordt. Anderhalve week geleden stonden er op de nummers één, twee en drie, boeken over het leven in de Duitse vernietigingskampen. Wel gek dat afgelopen zaterdag Rutger Bregman weer op één stond, maar dat terzijde. Ik vond het nogal ironisch, op één het boek van Eddy de Wind waar pas na 75 jaar echt belangstelling voor is. In 1946 verscheen het in een kleine oplage en was er geen belangstelling voor dit soort verhalen. En voor het boek op twee, geldt ongeveer hetzelfde, Selma van de Perre heeft pas op hoge leeftijd haar belevenissen opgetekend. Na al die concentratiekampliteratuur is het nog ironischer dat op de vierde plaats “De meeste mensen deugen” staat. Het rijmt niet met elkaar, als echt de meeste mensen zouden deugen, dan had toch niet kunnen gebeuren wat er in Auschwitz-Birkenau, Ravensbrück, Dachau, Buchenwald, Theresienstadt en in nog vele andere kampen is gebeurd. Na 75 jaar is er wel een bibliotheek volgeschreven over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en nog zijn niet alle vragen beantwoord en zullen er ook de komende jaren nog meer boeken verschijnen.

De voorpagina van Het Parool en de non-fictie top 10, kwamen voorbij toen ik “De geheugenlozen” (Die Gedächtnislosen / Les amnésiques)  aan het lezen was. Ik kreeg het mee van mijn Amersfoortse zus, die geeft wel vaker goede tips. Na wat zoeken op internet kwam ik het volgende tegen, in het Duits, maar goed te volgen:
“SPIEGEL ONLINE: Frau Schwarz, in Ihrem Buch rekonstruieren Sie den Krieg und die Nachkriegszeit anhand Ihrer deutsch-französischen Familiengeschichte. Warum ist Ihnen so wichtig, Schuld individuell zu verhandeln? 
Schwarz: Ich denke, dass man Geschichte und Erinnerung nicht trennen kann. Über die “kleine Geschichte”, die Art, wie sich ein einzelner Mensch im “Dritten Reich” und nach dem Krieg verhalten hat, lässt sich die “große Geschichte” besser verstehen, und umgekehrt. Weil man sich identifizieren kann, vor allem, wenn dieser Mensch ein Mitläufer war, wie mein deutscher Großvater, und keine große Nummer – kein Göring, kein Mengele. Mit denen kann sich niemand identifizieren. Aber aus Konformismus oder Opportunismus in die NSDAP eingetreten zu sein, sich ein bisschen bereichert zu haben, eine Firma arisiert zu haben und so allmählich zum Komplizen eines verbrecherischen Staates geworden zu sein – das kann man sich vorstellen. Auch dass sich ein solches Verhalten in einem anderen Kontext heute wiederholen könnte.”

Aan de hand van haar familiegeschiedenis schets de Frans-Duitse schrijfster Géraldine Schwartz de opkomst van  Adolf Hitler en het nazisme en hoe na de Tweede Wereldoorlog in verschillende landen werd gereageerd op alle afschuwelijke misdaden die uit naam van het Derde Rijk waren geleegd. En steeds weer komt de vraag om de hoek, waarom werden zoveel mensen meelopers? Doordat de schrijfster de verhalen over haar Duitse en Franse grootouders onderdeel van het verhaal laat worden, wordt je als vanzelf meegezogen in het grotere verhaal. Schwarz vraagt zich af waarom haar opa voor de oorlog in Mannheim een bedrijf kocht van Joodse eigenaren. Het was in de tijd dat Hitler, met zijn regering, de hele Duitse samenleving liet arisieren. Zo kwamen veel Duisters op een spotgoedkope manier in het bezit van Joodse winkels, bedrijven en later ook allerlei persoonlijke bezittingen.
Eind 2019 las ik het boeiende verhaal van Hella en Sandra Rottenberg over hun opa Isay. Deze ondernemende Amsterdammer kocht in 1932 een sigarenfabriek in de buurt van Dresden. In de jaren erna wordt van alle kanten geprobeerd om de Jood Rottenberg weg te werken, uiteindelijk belandt hij zelfs in de gevangenis en wordt zijn sigarenfabriek geariseerd, platweg afgepakt.
Bij de opa van Géraldine Schwartz ging het dus net andersom, na de oorlog werd hij dan ook gedwongen om de enige overgebleven eigenaar die uiteindelijk in de VS terecht was gekomen, alsnog schadeloos te stellen. Schwartz probeert vanuit dat verhaal te weten te komen waarom de Duitsers ‘meelopers’ werden. En wat haar boek zo aantrekkelijk maakt is dat ze ook naar het grotere politieke verhaal kijkt. Hoe reageerde de politiek nadat Duitsland tot op de rand van de afgrond was vernietigd door de geallieerden. Ze maakt op een heldere manier inzichtelijk dat het een geleidelijk proces is geweest en dat het ongelooflijk veel pijn en moeite kostte aan de leiders van het naoorlogse Duitsland om in het reine te komen met het verleden.
Vervolgens beschrijft Schwarz ook hoe het in Frankrijk is verlopen nadat de Duitsers daar het hele noorden in bezit hadden genomen en toestonden dat vanuit Vichy het zuiden werd bestuurd onder leiding van maarschalk Pétain. Ook hier weet ze op een heldere manier de lijnen door te trekken naar vandaag. Ze laat niet na aan te wijzen waar de populisten van vandaag hun oorsprong hebben, waar ze zich op beroepen en waar de ideeën van rechts-nationalisten toe leiden.

Niet mis te verstaan is het, voor de Nederlandse vertaling toegevoegde hoofdstuk over de opstelling van Nederlanders in de oorlog. Ook in dit hoofdstuk neemt ze weer scherp waar en heeft ze zich uitstekend verdiept in hoe ons land omging met de wegvoering van meer dan 100.000 Joodse landgenoten. Haar constatering dat Nederland tot op heden nog nooit officieel excuses heeft gemaakt voor wat de staat heeft verzuimd in die tijd, is inmiddels door de excuses van premier Rutte, gelukkig achterhaald. Maar haar constateringen over het wegkijken en ook meelopen zijn helder en uitermate relevant. Verschillende keren heb ik in het museum van de ‘Hollandse Schouwburg’ uitleg gegeven bij de plattegrond van Amsterdam, waarop is aangegeven waar Joden woonden. Een kaart met veel overgave gemaakt, door gewone ambtenaren op het stadhuis, voor de Duitse bezetter. En de constatering van Schwartz klopt; er wordt geen uitvoerige uitleg bij gegeven; hoe gek dit is en waarom ambtenaren gewoon deden wat hun werd opgedragen. Het confronteert de lezer met de vraag, wat hij zelf zou hebben gedaan; meelopen, wegkijken, saboteren of je baan opgeven? En waarom kwam er vanuit Londen niet een duidelijke richtlijn? Waarom niet opgeroepen om waar mogelijk Joden te helpen? Het zijn terechte vragen, juist waar ze gesteld worden door een buitenstaander met een ongelooflijke hoeveelheid kennis van zaken.
“De geheugenlozen” is een boeiend relaas. Wanneer je wel eens nadenkt over politieke standpunten van PVV en FvD, als je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van Nederland en Europa in en na de Tweede Wereldoorlog, pak dit boek en lees.

 Enkele citaten

“(…) en toen de bezittende klasse doorkreeg dat Hitler de sociale orde niet omver zou werpen, steunde ze hem zonder aarzelen. Wat toegang tot (hoger) onderwijs betreft ondernam het regime niets om de sociale reproductie te doorbreken, en in de bedrijven bevoorrechtte het de werkgevers ten nadele van de werknemers: cao-regelingen, contractvrijheid en stakingsrecht werden afgeschaft, terwijl de vakbonden kapotgemaakt, hun bezittingen in beslag genomen en hun leiders gevangengenomen werden, (…) .” (113-114).

“Door te geloven dat toegeven bij kleine dingen geen gevolgen heeft. Uiteindelijk wordt het een opeenstapeling, kleinigheid op kleinigheid, compromis op compromis. Je komt op een kruising tussen goed en kwaad te staan. Je aanvaardt, je aanvaardt. Je wijkt voor jezelf. Je vergeet de mens die je bent geweest, de mens die je zou moeten zijn. Je houdt jezelf voor een toeschouwer te zijn, terwijl je allang hoofdrolspeler bent. En als vanzelf aanvaard je het onherstelbare.” (282).

“(…) Thierry Baudet maakt gebruik van de klassieke retoriek van de populisten van vroeger en vandaag: hij zwaait met de dreiging van de ondergang van het land, jut de kiezers op tegen de journalisten, de academici, de traditionele politici, de Europese Unie en de klassieke zondebokken: de immigranten. (…) Achter de façade is de toon chagrijnig, vrouwenhatend, racistisch.” (420-421).  [In dit verband had ze er ook nog op kunnen wijzen dat de Baudet inmiddels zijn pijlen ook richt op de rechterlijke macht.]

PS Het blijft wel bijzonder; een poosje rondstruinen op het internet en je vindt dit boek in het Duits en het Frans. Waarom is de voorkant veranderd voor de Nederlandse editie? Het lijkt er echt op dat aan die andere edities veel meer aandacht is besteed aan de cover.

gezegend

“de oude schilder van Groet”, met dank aan Henny Luchies

Het woord van het jaar 2019 werd ‘schaamte’. Dat is veelzeggend, omdat het steeds wordt gebruikt in combinatie met een ander woord, zoals vlieg of vlees. Helaas hadden de laatste dagen van het jaar, de vuurwerk afstekers weinig last van schaamte. De knallen werden zwaarder en zwaarder en in Den Haag moest bijkans ‘het leger’ worden ingezet. Wel schaamte of helemaal geen schaamte, maar ons land is er maar gezegend mee.

Het was dubben, waar moet de eerste blog van het decennium over gaan? Moet ik allerlei gebeurtenissen van het afgelopen jaar nog een keer laten passeren en van kanttekeningen voorzien? De kranten en de nieuwsrubrieken stroomden er van over, nee dus. Laat ik gewoon maar wat vertellen over zaken die mij opvielen. Zoals de verjaardag van onze buurman, eergisteren, de één na laatste dag van het jaar. Hij werd tachtig en dat is dus best een bijzondere aangelegenheid. Met het woord schaamte heeft hij niet zoveel, maar schilderen kan hij des te beter. Toen we bijna twintig jaar geleden op de Boekweitdonk kwamen wonen, waren de bewoners ook bijna twintig jaar jonger. Regelmatig zagen we buurman Fred als het maar enigszins mooi weer was er op uit gaan met zijn fiets. Ezel en doek goed ingepakt en vastgebonden om ergens langs de grachten een plekje te zoeken om een typisch Amsterdams tafereel vast te leggen. Later zat hij dan op zolder in zijn atelier het schilderij verder te vervolmaken. En wanneer het echt mooi weer wordt, dan vertrekt Fred nog steeds op de fiets met zijn vrouw naar zijn huisje in Groet om daar te genieten van het prachtige duinlandschap en het soms vast te leggen. Zuinigheid is buurmans devies, een zeer gewaardeerd bewoner van ‘ons hofje’. We voelen ons gezegend met zo’n buurman.

Schaamte bekroop mij verschillende keren bij het lezen van de laatste roman van Ilja Leonard Pfeijffer ‘Grand Hotel Europa’. Het afgelopen jaar was het boek regelmatig onderwerp van gesprek. Alhoewel het in december 2018 was verschenen en binnen de kortste tijd in de bestsellerlijsten stond, haalde het geen literaire prijzen. Onder critici is er heel veel en soms zelfs heftig over gediscussieerd. De één vond het geweldig, zeer gelaagd en buitengewoon bloemrijk wat betreft het taalgebruik. Om eerlijk te zijn heb ik van bepaalde gedeeltes best genoten, maar daar staat tegenover dat hele stukken heel echt Wikipedia-achtig zijn. Leuk informatief, maar niet echt spannende literatuur. Ook leuk is dat er veel verhalen door elkaar heen lopen, zoals het verhaal over de piccolo van het hotel, de verhouding van de hoofdpersoon met zijn vriendin en zo zijn er nog wel vier verhaallijnen. Ronduit schaamteloos zijn de passages wanneer hoofdpersoon het bed induikt met een vrouw. In het Parool werd niet voor niets opgemerkt dat deze passages in het MeToo-tijdperk eigenlijk niet kunnen en dat ze op een hoogst vrouwonvriendelijke  manier beschreven zijn.
De passages over massatoerisme zijn overigens treffend en zullen hopelijk bij wereldreizigers het schaamrood hebben opgeroepen. Giethoorn en Venetië hebben wat dat betreft veel gemeen. Waar is de tijd gebleven dat we met de leiders van de knapen en meisjesvereniging naar Giethoorn fietsten en rustig gingen punteren op de Beulakkerwijde?
Op 29 september bespraken we ‘Grand Hotel Europa’ op de leesclub, de reacties waren wisselend. Pfeiffer had gelukkig die week een prachtig sonnet geschreven over reisorganisatie Thomas Cook, dat die week failliet ging.

Sonnet van een buitenkans

In chic vergeelde tijden opgericht,  toen men zich kleedde voor diner aan boord  van roodfluwelen treinen naar een oord  dat klonk als een exotisch  minnedicht, –
toen glas kristal was en van bakeliet de telefoon en toen de vestzakuren nog traag genoeg waren voor avonturen, en nu in deze botte tijd failliet. –
En rijen radeloze zontoeristen staan huilend in bermuda’s aan de balies  omdat hun vlucht naar huis niet meer bestaat. –
Failliet is avontuur, want zij verkwisten de kans om te ontsnappen aan de tralies van leven zoals in de folders staat.

Bij een jaarwisseling wensen veel mensen elkaar een ‘gezegend nieuwjaar’. Er zijn er ook die je een gezond of een mooi en prettig nieuwjaar wensen. Aan de ene kant is een datum maar een datum natuurlijk, aan de andere kant kunnen we het ook overdrijven. Maar de ander ‘zegen’ toewensen is prachtig natuurlijk. En soms gebeurt het dat je je gezegend voelt door een goed gesprek, een mooi muziekstuk of een samenzang in de kerk.
Zo ging het ook met ‘Paulus een biografie’van Tom Wright. Werkelijk een adembenemend boek van de veelschrijvende  Britse nieuwtestamenticus. Na een tweetal uitgebreide theologische boeken over Paulus, heeft hij voor de geïnteresseerde ‘leek’ een prachtige samenvatting geschreven. Je volgt de jonge Saulus in Tarsus en al lezend ga je beseffen hoe het Joodse leven en de Joodse theologie in het begin van de jaartelling er uit zag. Paulus reizen, zijn medewerkers en de steden die hij aandoet; het komt echt tot leven. Je gaat begrijpen waarom het evangelie van de opgestane Christus zo’n impact heeft in de Joodse wereld, maar ook in de Romeinse wereld. De heftige discussies die ontstonden, nauwelijks te geloven. Maar toen ik op de VPRO de eerste aflevering zag van ‘Het Israël van Heertje en Bromet’, snapte ik ook hoe de discussie in Paulus dagen zich afspeelden. (Het programma is inzichtgevend in het huidige Israël.)
Inmiddels ben ik halverwege in ‘Paulus’ en het blijft boeien. Met veel plezier zal ik verder lezen en mij elke keer ‘gezegend’ voelen. Mocht u nog ergens een boekenbon hebben liggen, ik zou hem inwisselen bij de boekhandel. Complimenten trouwens voor de vertaling, want het Nederlands leest geweldig. Het zijn wel compacte teksten, dus je moet soms ook gewoon weer een alinea of bladzijde nog eens teruglezen.

Afgelopen maandag was een prachtige heldere avond, mooi om te gaan varen door het Amsterdam Light Festival. Een mooie tocht werd het met broer en schoonzus. Wat zou er gebeuren als de zeespiegel nog verder zou stijgen? Bij de Stopera was dat mooi uitgebeeld door het beeld van allemaal wereldberoemde torens, omspoeld door grachtenwater. Ook 2020 zal het klimaat vaak ter sprake komen, evenals CO2 en stikstof. Weerman Reinier van den Berg vertelde in een interview dat walvissen CO2 opslaan. Zijn advies: zorg dat er weer veel meer walvissen komen in de oceanen! Prachtige uitdaging toch om daar dit nieuwe jaar mee te starten!

Lieve lezers, ik wens jullie een gezegend 2020!