Categorie: onderwijs

Teun en tijd

Ooit kreeg ik van Gerard Lubbers een leesplankje cadeau. Achterop zit een nog nauwelijks leesbare sticker: ‘HOOGEVEEN’S VERBETERD LEESPLANKJE’ en met kleinere kapitalen dat het gaat om een ‘uitgave van J.B. Wolters te Groningen’. Op internet zijn foto’s te vinden en ik ontdek dat het een om een exemplaar gaat wat uitgegeven werd tussen 1909 en 1916. Het plankje is dus ruim 100 jaar oud. Misschien heeft ooit Gerard  zelf met zo’n plankje leren lezen. Ergens moet nog een doosje zwerven met de kartonnen letters. Gerard schonk het vanwege mijn werk als onderwijzer. Nu onze derde kleinzoon is geboren, heb ik hem weer tevoorschijn gehaald. Zijn naam staat er op! Kleizoon Teun zal echter nog even moeten oefenen voordat hij de tweeklank eu kan verbinden met een t en een n. En we zouden schoolmeester Mattheus Bernhard Hoogeveen (1862-1941) willen vragen waarom déze tekening van Jetses nu zo kenmerkend is voor t eu n.  Deze Teun ziet er uit als een oudere boerenknecht, verweerd, een open kiel en met een stok in de hand; een man van het buitenleven. Het hele leesplankje had trouwens nogal een landelijk karakter. Geen grachtenpand, geen kerktoren, maar veel groen en ook nog een Mies, Gijs, Jet, Wim en Kees. De laatste is trouwens een hond, maar Femmie heeft dus nog meer keus. Op de ‘Vertelselplaat’ die bij het leesplankje hoorde staat Teun ook afgebeeld. Hij heeft een lang touw in zijn handen met daaraan een aap, die in de dakgoot van een huis zit. Op zijn hoed is nog beter te zien dat Teun er een veer op heeft gestoken en uit zijn jaszak hang een slordige doek. Hij doet denken aan Vitalis uit ‘Alleen op de wereld’. Vitalis had ook een aapje. Misschien had Hoogeveen de Nederlandse vertaling gelezen die in 1880 verscheen. Als onderwijzer heeft hij het ongetwijfeld gekend en werd op die manier Vitalis verbasterd tot Teun? Alhoewel, Hoogeveen moest op zijn plankje die letters een plek geven, die nodig waren voor het eerste leesonderwijs.  Het leesplankje dat ik heb is behoorlijk versleten, maar dat maakt hem ook aantrekkelijk, de tijd heeft zijn sporen achtergelaten. Restaureren is hier geen optie, goed conserveren wel. Dat laatste zal er op neerkomen, gewoon weer goed opbergen en wanneer Teun een beetje kan lezen, hem voorzichtig te voorschijn halen, en de letters gaan benoemen; aap, noot mies,… wim, zus, jet,… teun…  Wel opmerkelijk dat pedagoog Hoogeveen het leesonderwijs ooit liet beginnen met aap, en Veilig Leren Lezen (waar 80% van de basisscholen mee werkt) op zeker moment begon met: ik (de plaat die erbij hoorde was een spiegel). Zit hier een evolutionaire gedachte achter?

Optocht op Bevrijdingsdag, waarschijnlijk 1965. Met z’n allen naar het sportveld. Deze foto stuurde de inmiddels ‘bejaarde’ juf mee; ze denkt dat ik er op sta. Links vooraan?

Teuns geboorte leverde nog een duik in de tijd op. We waren zo vrijmoedig geweest om zijn geboorte wereldkundig te maken via een annonce in het Nederlands Dagblad. Dat laatste levert altijd wel bijzondere reacties op. Zo kreeg onze jongste een prachtige Dick Bruna kaart van een oude schooljuf van mij. Juf Bieny had de advertentie gelezen en ook onze namen daarbij en deed dus bij de kaart een brief voor opa (en oma). Ze had noch een tekening die ik had gemaakt voor haar trouwdag in 1965. Ik kan me nog herinneren hoe spannend dat was. Juf Bieny (mocht ik van mijn moeder niet zeggen) trouwde met Gert in Assen. Ik denk dat ouders ons gereden hebben en ik kan mij nog herinneren dat we naar de Kandelaarkerk zijn geweest. Juf Bieny was een geliefde juf, met aandacht voor de kinderen. Ze vond terug op die bewuste tekening dat ik mijzelf Roelke noemde. Logisch, want ik werd thuis zo genoemd, Henk was Henkie en mijn oudere broer Bernhard; Bennie. Juf Achterhof, de opvolgster van juf Bieny, heeft er denk ik voor gezorgd dat Roelke Roel werd.
Juf Bieny was mijn eerste juf. Omdat we buiten Hoogeveen op een boerderij, annex houthandel woonden (een soort voorloper van de Gamma), was er blijkbaar geen reden om de kinderen Wimmenhove naar een kleuterschool te sturen. Wij leerden in de ‘praktijk’ en aangezien ik een oktober leerling ben, was ik dus bijna zeven jaar toen ik naar school ging.  Waarschijnlijk speelde ook mee dat er geen gereformeerde kleuterschool was en de leerplicht begon bij het seizoen waarin je zeven werd.  Achteraf bleek het allemaal mee te vallen, ik had alleen het knippen en plakken niet onder de knie, maar dat was snel genoeg ingehaald. Juf Bieny gaf les in het laatste lokaal rechts aan het eind van de gang. De school aan de Alteveerstraat was oud , met hoge lokalen en de kachels hadden een soort scherm. We leerden schrijven met een kroontjespen en oh wee als je daar te zwaar op drukte; dan gingen de pootjes uit elkaar staan… Zo nu en dan ging de juf met de inktfles de bankjes langs om de inktpotjes te vullen. Later verhuisde de school naar een nieuw gebouw aan de Beukemastraat en kreeg de naam van Johannes Calvijn.

De ‘Hermle’ pendule die vroeger bij mijn ouders op de schoorsteenmantel stond.

Een van de leukste programma’s op de BBC is op dit moment “The Repair Shop“. Kijkers brengen een voorwerp dat totaal versleten en kapot is en hopen dat een specialist het voorwerp weer kan laten ‘schijnen’. Eenmaal opgeknapt levert het vaak mooie en ontroerende momenten op. Mijn leesplankje zou ik er heen kunnen brengen, maar ik ben bang dat de charme er dan ook een beetje afgaat. Alhoewel je ook opgeplakt papier kunt schoonmaken, weet ik sinds de aflevering van afgelopen woensdag. Een paar maanden geleden heb ik wel onze oude pendule naar een Nederlandse ‘repair shop’ gebracht. Vorig seizoen was er een Nederlandse versie met Umberto Tan, maar dat haalde het niet bij de Britse versie.  Die pendule heb ik geërfd van mijn ouders en helaas hield hij er opeens mee op. Een korte krak en dat was het. Gelukkig is er in Duivendrecht is nog een echte klokkenmaker en hij zag er wel wat in. Onze ‘Hermle’ had wel een forse schoonmaakbeurt nodig en waarschijnlijk een reparatie. Keurig schoon en opgepoetst kon ik hem weken later weer ophalen. Zo tikt de tijd weer, zoals hij dat vroeger bij ons thuis ook deed en ook de uren slaat hij weer met een prachtig en en niet te zwaar geluid. Mijn ouders hadden hem al sinds hun trouwen voor zover ik weet. Geen idee of ze hem tweedehands of nieuw aangeschaft hebben. Maar hij klinkt zo vertrouwd; de tijd tikt door en met ons mee. Het is wel gebeurd dat wanneer ik een broer aan de lijn had, ze opeens zeiden; “Hee, de olde klokke van de schörstienmaantel..”. Op een dag zal misschien ook Teun vragen over de klok. Ik zal hem dan uitleggen dat een pendule een slinger is en het deurtje aan de achterkant van de ‘pendule’ openen om de slinger ook te laten zien. Dat de pendule ooit bij zijn overgrootouders in de kamer stond, vlak boven de kachel en dat alleen mijn vader of moeder hem mochten opwinden. De slinger laat door de kracht van de veer de tijd wegtikken, dat deed hij al vele jaren voordat ik er was en zoals hij nu tikt, zal hij dat ook nog wel doen als Teun zo oud is als wij nu zijn…

“De geheugenlozen”, wat de geschiedenis leert

Afgelopen week een voorpagina van Het Parool. Een verontrustend verhaal, het wordt gewoon om ‘Jood’ als scheldwoord te gebruiken. Het is één van de symptomen van een verruwing en verrechtsing in de wereld om ons heen. En bij de start van de veertigdagentijd is er alom verontwaardiging over een carnavalsoptocht in het Belgische Aalst, waar zogenaamd de draak wordt gestoken met ‘antisemitisme’. Hoe kan het toch dat mensen niet geleerd hebben van de afschuwelijke gebeurtenissen van voor en in de Tweede Wereldoorlog? Waarom kijken ook zoveel mensen de andere kant op? Waarom nemen grote partijen in het politieke landschap als VVD en CDA niet op een heel duidelijke manier afstand van de politieke partij van Baudet? Terwijl de laatste duidelijk aanschurkt tegen extreem rechtse denkers en schrijvers en trouwens ook in zijn uitlatingen niet schuwt om bepaalde bevolkingsgroepen als minderwaardig weg te zetten.

In de plaatselijke boekhandel, waar ik ‘uit principe’ geen boeken koop (omdat ik de echte boekhandel wil steunen), snuffel ik regelmatig toch even tussen de pas verschenen boeken. De collectie van deze keten is echter wel beperkt en dat is ook terug te zien in de wekelijkse top 10 die gepresenteerd wordt. Anderhalve week geleden stonden er op de nummers één, twee en drie, boeken over het leven in de Duitse vernietigingskampen. Wel gek dat afgelopen zaterdag Rutger Bregman weer op één stond, maar dat terzijde. Ik vond het nogal ironisch, op één het boek van Eddy de Wind waar pas na 75 jaar echt belangstelling voor is. In 1946 verscheen het in een kleine oplage en was er geen belangstelling voor dit soort verhalen. En voor het boek op twee, geldt ongeveer hetzelfde, Selma van de Perre heeft pas op hoge leeftijd haar belevenissen opgetekend. Na al die concentratiekampliteratuur is het nog ironischer dat op de vierde plaats “De meeste mensen deugen” staat. Het rijmt niet met elkaar, als echt de meeste mensen zouden deugen, dan had toch niet kunnen gebeuren wat er in Auschwitz-Birkenau, Ravensbrück, Dachau, Buchenwald, Theresienstadt en in nog vele andere kampen is gebeurd. Na 75 jaar is er wel een bibliotheek volgeschreven over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en nog zijn niet alle vragen beantwoord en zullen er ook de komende jaren nog meer boeken verschijnen.

De voorpagina van Het Parool en de non-fictie top 10, kwamen voorbij toen ik “De geheugenlozen” (Die Gedächtnislosen / Les amnésiques)  aan het lezen was. Ik kreeg het mee van mijn Amersfoortse zus, die geeft wel vaker goede tips. Na wat zoeken op internet kwam ik het volgende tegen, in het Duits, maar goed te volgen:
“SPIEGEL ONLINE: Frau Schwarz, in Ihrem Buch rekonstruieren Sie den Krieg und die Nachkriegszeit anhand Ihrer deutsch-französischen Familiengeschichte. Warum ist Ihnen so wichtig, Schuld individuell zu verhandeln? 
Schwarz: Ich denke, dass man Geschichte und Erinnerung nicht trennen kann. Über die “kleine Geschichte”, die Art, wie sich ein einzelner Mensch im “Dritten Reich” und nach dem Krieg verhalten hat, lässt sich die “große Geschichte” besser verstehen, und umgekehrt. Weil man sich identifizieren kann, vor allem, wenn dieser Mensch ein Mitläufer war, wie mein deutscher Großvater, und keine große Nummer – kein Göring, kein Mengele. Mit denen kann sich niemand identifizieren. Aber aus Konformismus oder Opportunismus in die NSDAP eingetreten zu sein, sich ein bisschen bereichert zu haben, eine Firma arisiert zu haben und so allmählich zum Komplizen eines verbrecherischen Staates geworden zu sein – das kann man sich vorstellen. Auch dass sich ein solches Verhalten in einem anderen Kontext heute wiederholen könnte.”

Aan de hand van haar familiegeschiedenis schets de Frans-Duitse schrijfster Géraldine Schwartz de opkomst van  Adolf Hitler en het nazisme en hoe na de Tweede Wereldoorlog in verschillende landen werd gereageerd op alle afschuwelijke misdaden die uit naam van het Derde Rijk waren geleegd. En steeds weer komt de vraag om de hoek, waarom werden zoveel mensen meelopers? Doordat de schrijfster de verhalen over haar Duitse en Franse grootouders onderdeel van het verhaal laat worden, wordt je als vanzelf meegezogen in het grotere verhaal. Schwarz vraagt zich af waarom haar opa voor de oorlog in Mannheim een bedrijf kocht van Joodse eigenaren. Het was in de tijd dat Hitler, met zijn regering, de hele Duitse samenleving liet arisieren. Zo kwamen veel Duisters op een spotgoedkope manier in het bezit van Joodse winkels, bedrijven en later ook allerlei persoonlijke bezittingen.
Eind 2019 las ik het boeiende verhaal van Hella en Sandra Rottenberg over hun opa Isay. Deze ondernemende Amsterdammer kocht in 1932 een sigarenfabriek in de buurt van Dresden. In de jaren erna wordt van alle kanten geprobeerd om de Jood Rottenberg weg te werken, uiteindelijk belandt hij zelfs in de gevangenis en wordt zijn sigarenfabriek geariseerd, platweg afgepakt.
Bij de opa van Géraldine Schwartz ging het dus net andersom, na de oorlog werd hij dan ook gedwongen om de enige overgebleven eigenaar die uiteindelijk in de VS terecht was gekomen, alsnog schadeloos te stellen. Schwartz probeert vanuit dat verhaal te weten te komen waarom de Duitsers ‘meelopers’ werden. En wat haar boek zo aantrekkelijk maakt is dat ze ook naar het grotere politieke verhaal kijkt. Hoe reageerde de politiek nadat Duitsland tot op de rand van de afgrond was vernietigd door de geallieerden. Ze maakt op een heldere manier inzichtelijk dat het een geleidelijk proces is geweest en dat het ongelooflijk veel pijn en moeite kostte aan de leiders van het naoorlogse Duitsland om in het reine te komen met het verleden.
Vervolgens beschrijft Schwarz ook hoe het in Frankrijk is verlopen nadat de Duitsers daar het hele noorden in bezit hadden genomen en toestonden dat vanuit Vichy het zuiden werd bestuurd onder leiding van maarschalk Pétain. Ook hier weet ze op een heldere manier de lijnen door te trekken naar vandaag. Ze laat niet na aan te wijzen waar de populisten van vandaag hun oorsprong hebben, waar ze zich op beroepen en waar de ideeën van rechts-nationalisten toe leiden.

Niet mis te verstaan is het, voor de Nederlandse vertaling toegevoegde hoofdstuk over de opstelling van Nederlanders in de oorlog. Ook in dit hoofdstuk neemt ze weer scherp waar en heeft ze zich uitstekend verdiept in hoe ons land omging met de wegvoering van meer dan 100.000 Joodse landgenoten. Haar constatering dat Nederland tot op heden nog nooit officieel excuses heeft gemaakt voor wat de staat heeft verzuimd in die tijd, is inmiddels door de excuses van premier Rutte, gelukkig achterhaald. Maar haar constateringen over het wegkijken en ook meelopen zijn helder en uitermate relevant. Verschillende keren heb ik in het museum van de ‘Hollandse Schouwburg’ uitleg gegeven bij de plattegrond van Amsterdam, waarop is aangegeven waar Joden woonden. Een kaart met veel overgave gemaakt, door gewone ambtenaren op het stadhuis, voor de Duitse bezetter. En de constatering van Schwartz klopt; er wordt geen uitvoerige uitleg bij gegeven; hoe gek dit is en waarom ambtenaren gewoon deden wat hun werd opgedragen. Het confronteert de lezer met de vraag, wat hij zelf zou hebben gedaan; meelopen, wegkijken, saboteren of je baan opgeven? En waarom kwam er vanuit Londen niet een duidelijke richtlijn? Waarom niet opgeroepen om waar mogelijk Joden te helpen? Het zijn terechte vragen, juist waar ze gesteld worden door een buitenstaander met een ongelooflijke hoeveelheid kennis van zaken.
“De geheugenlozen” is een boeiend relaas. Wanneer je wel eens nadenkt over politieke standpunten van PVV en FvD, als je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van Nederland en Europa in en na de Tweede Wereldoorlog, pak dit boek en lees.

 Enkele citaten

“(…) en toen de bezittende klasse doorkreeg dat Hitler de sociale orde niet omver zou werpen, steunde ze hem zonder aarzelen. Wat toegang tot (hoger) onderwijs betreft ondernam het regime niets om de sociale reproductie te doorbreken, en in de bedrijven bevoorrechtte het de werkgevers ten nadele van de werknemers: cao-regelingen, contractvrijheid en stakingsrecht werden afgeschaft, terwijl de vakbonden kapotgemaakt, hun bezittingen in beslag genomen en hun leiders gevangengenomen werden, (…) .” (113-114).

“Door te geloven dat toegeven bij kleine dingen geen gevolgen heeft. Uiteindelijk wordt het een opeenstapeling, kleinigheid op kleinigheid, compromis op compromis. Je komt op een kruising tussen goed en kwaad te staan. Je aanvaardt, je aanvaardt. Je wijkt voor jezelf. Je vergeet de mens die je bent geweest, de mens die je zou moeten zijn. Je houdt jezelf voor een toeschouwer te zijn, terwijl je allang hoofdrolspeler bent. En als vanzelf aanvaard je het onherstelbare.” (282).

“(…) Thierry Baudet maakt gebruik van de klassieke retoriek van de populisten van vroeger en vandaag: hij zwaait met de dreiging van de ondergang van het land, jut de kiezers op tegen de journalisten, de academici, de traditionele politici, de Europese Unie en de klassieke zondebokken: de immigranten. (…) Achter de façade is de toon chagrijnig, vrouwenhatend, racistisch.” (420-421).  [In dit verband had ze er ook nog op kunnen wijzen dat de Baudet inmiddels zijn pijlen ook richt op de rechterlijke macht.]

PS Het blijft wel bijzonder; een poosje rondstruinen op het internet en je vindt dit boek in het Duits en het Frans. Waarom is de voorkant veranderd voor de Nederlandse editie? Het lijkt er echt op dat aan die andere edities veel meer aandacht is besteed aan de cover.

Vakwerk

Wat is het mooi als mensen met liefde praten over hun vak. Gisteravond merkte ik dat bij de excursie van het Nederlands Dagblad bij drukkerij Rodi. Drukkerij Rodi zit hier vijf minuten vandaan op het industrieterrein Verrijn Stuart. Ondanks het wat onzalige tijdstip van tien uur in de avond, was het een belevenis. Om te zien hoe de krant digitaal binnenkomt, vervolgens op platen wordt gezet en daarna met een snelheid van 45 km/u door de persen raast. Er waren ook een aantal ND-medewerkers bij de rondleiding aanwezig en mooi om te zien hoe ze stonden te glimmen bij een artikel of een gedeelte van een pagina dat er mooi uitspringt. De ‘opmaker’ kon zijn plezier niet op toen hij de achterpagina met de Kids Quiz uit de pers zag rollen en maakte mij nog even attent op een paar bijzonderheden die hij bedacht had. ‘De krant’ levert dus vakwerk en in dat onopvallende gebouw op het industrietrein wordt ook vakwerk geleverd. Mooi om dat eens te zien en mee te maken.

De wekker ging al weer op tijd want er zou een nieuwe gasmeter geplaatst worden. Eigenlijk geen tijd om de krant die ik gisteravond gedrukt zag worden, te lezen. De meterkast moest leeg en buiten werden flinke gaten gegraven. Een nieuwe leiding moest worden gelegd vanuit de straat naar de meterkast en opnieuw zie je vakwerk. De gasfitters waren bijna klaar toen Malte aanbelde. Eindelijk had ik iemand gevonden die het dak van mijn tuinschuurtje kon maken, een echte loodgieter, die weet hoe je met zink om moet gaan! Prachtig is het geworden! Zo mooi dat je eigenlijk een trapje naar boven zou moeten maken, zodat je met mooi weer lekker op het zinken dak kunt genieten van de zon… Malte, afkomstig uit Berlijn, maar al jaren werkzaam in Nederland, is van huis uit een vak-timmerman. Maar omdat er tijdlang geen vraag meer was naar ‘echte’ timmerlui, liep hij met een oudere loodgieter mee en wil nu niet anders meer. “Er is meer dan genoeg werk”, vertelde hij. Opnieuw; mooi vakwerk en vandaar dat het een mooi plekje in mijn blog krijgt. Wanneer het weer droog blijft ga ik binnenkort met een deur aan de gang.

De sloop van een schoolgebouw (4)

Slotermeerlaan 160 is inmiddels een kale en woeste vlakte. Her en der liggen grote hopen beton, alles wat onder het maaiveld zit moet geruimd. De pneumatische boorhamer op de graafmachine doet de grond trillen. Met juf Joke probeer ik te achterhalen waar alles ook al weer zat. Enigszins herkenbaar is nog de ingang bij de kleuterlokalen. In een gat ontdekken we de watermeter, het witte dekseltje zit er nog keurig op. Meer naar het midden van het terrein is een diepe kuil, daar moet de verwarmingskelder hebben gezeten. Joke heeft gehoord dat de sloper fors moeite had met de vloer waar ooit een zwembad heeft gezeten. Toen de Hervormde Schoolvereniging ooit de Koopmansschool liet bouwen was het toenmalige hoofd der school een fervent voorstander van zwemonderwijs. Daarom was er naast de gymzaal, met extra grote afmetingen, een klein instructiebad. Toen wij er als van ’t Veerschool in trokken lagen de kurken voor beginnende zwemmers ergens in een hoek, maar de apparatuur voor het zwemwater was al jaren niet meer gebruikt. Na de grote renovatie in 85/86 werd het zwembad eruit gehakt en werden op deze plaats de douches gebouwd.

zo gingen de palen de grond in

We halen herinneringen op, hoeveel voetstappen hebben we hier niet liggen? De platanen die we ooit plantten voor meer schaduw op het plein, zijn al jaren niet onderhouden. De hovenier zal er nog een flinke klus aan krijgen. Opnieuw verbazen we ons er over dat het toch heel karakteristieke gebouw, niet had kunnen worden gerenoveerd. We spreken met de machinist van de ‘sloopmachine’. “Zoiets heeft hij nog nooit meegemaakt”, vertelt hij ons. “Zoveel zwaar gewapend beton in de grond, daar hadden ze een flat van vijf of zes verdiepingen op kunnen bouwen.” Het ijzer wat her en der uit het beton steekt is indrukwekkend. Nog een paar weken, dan zal het terrein schoon zijn en zitten onder de grond alleen nog heel veel betonpalen.
Ook de achtermuur van de aula zal dan gesloopt zijn, de bewoners van de Anton Struikstraat wilden niet dat deze muur ook door de sloopmachines omver zouden worden gehaald; moet dus met de hand gesloopt worden. Terwijl wij lopen te mijmeren, doet de politie een inval aan de Nunes Vazstraat. De buurt verandert, hele rijen huizen zijn neergehaald en aan de Vening Meineszlaan worden woonblokken met de look van 2017 neergezet. Veel groenstroken zijn verdwenen, in tuinstad Slotermeer komt de klemtoon steeds meer op stad te liggen.

Shalom en seponeren | In memoriam Harm 1982 – 2016 (58)

De afgelopen week was mijn agenda twee keer gevuld met DENKEN OM SHALOM. Nicholas Wolterstorff was in Nederland om de presentatie van de bundel over zijn werk mee te maken en ook om een viertal lezingen te houden. Afgelopen dinsdag kon ik op de fiets naar de VU waar Wolterstorff een toespraak hield onder de titel: ‘Shalom in our anxious times of populism’. Mooi om mee te maken, een vijfentachtigjarige jaar oude professor in de filosofie, maar nog met beide benen op de grond. Een beetje hardhorend, maar niet schuwend om Trump en in zijn spoor een heleboel andere populisten (“zij klagen eigenlijk de wetten en regels aan!”) gedegen weerwoord te geven. “Waar shalom heerst, daar vervullen we onze verantwoordelijkheden ten opzichte van elkaar, van God, van de natuur. Maar shalom is meer. Het is alleen volledig aanwezig waar ook vreugde en geluk in deze relaties worden ervaren.” Deze uitspraak over shalom is steeds de kern van Wolterstorffs filosofie, aangevuld met ‘justice’ (rechtvaardigheid/gerechtigheid).
In de bundel die nu verschenen is staan ook een paar hoofdstukken van Wolterstorff zelf, waarin hij nog eens kort samenvat wat zijn filosofische ideeën inhouden. Het mooie er aan vind ik dat het zo dicht bij de dagelijkse werkelijkheid komt. Een zeer leesbaar verhaal, ook voor de niet filosoof; aanbevelenswaardig. Voor mijzelf was ik door de naam Wolterstorff getriggerd, vanwege zijn boekje over rouw en verdriet. Ik heb daar eerder over geschreven. In ‘Klaaglied voor een zoon’ vertelt vader, maar ook filosoof Wolterstorff wat er met hem gebeurde toen in 1985 zijn zoon Eric plotseling verongelukte. Een zeer lezenswaardig bundeling van korte hoofdstukjes, gedachten, die de lezer meeneemt in zijn onmacht, vragen, verdriet en rouw.  Eind 2016 stond er in een bijlage van het ND een uitgebreid vraaggesprek met Wolterstorff over zijn werk, maar het ging ook over zijn verongelukte zoon. Via via konden we nog een exemplaar van ‘Klaaglied’ opduikelen, het is helaas uitverkocht. Toen AKZ+ via een mail een serie lezingen aankondigde was ik er dan ook snel bij om me in te schrijven voor twee van de vier lezingen. Afgelopen donderdag kon ik hem bedanken voor zijn bemoedigende boekje over de dood van zijn zoon. Er was zoveel herkenbaar in zijn verhaal. En al is mijn Engels dan niet heel hoogdravend, we verstonden en begrepen elkaar en de kleine professor sloeg daarbij een arm om mij heen.
In ‘Denken om Shalom’  heeft journalist Herman Veenhof (van het ND) een diepgravende beschouwing geschreven over ‘De witregels van Wolterstorff – Over rouw en verdriet’. Een mooi hoofdstuk, van iemand die ook uit ervaring spreekt, waarin rouw en verdriet in een veel groter perspectief worden gezet.

Roel Kuiper, Bram de Muynck en Nicholas Wolterstorff tijdens het beantwoorden van vragen

Donderdag was de derde bijeenkomst met Wolterstorff trouwens, in Ede op de CHE (Christelijke Hogeschool). Het ging deze keer over “Shalom and Christian Identity in Education”. Opnieuw een zeer boeiende, maar tegelijk ook een praktisch beschouwing over christelijk onderwijs. In de bundel wijdt Roel Kuiper er een heel hoofdstuk aan. Voor iedereen die in het christelijk onderwijs werkt een must om te lezen. Ook bij het onderwijs moeten shalom en justice centraal staan en het onderwijs moet in zichzelf shalom zijn. Een man of vrouw voor de klas moet ‘model’ (op z’n Engels) zijn! De school onderwijst immers voor ‘het leven’!

De rauwe werkelijkheid, naast alle filosofische gedoe, was er donderdagmorgen. Een journaliste van AT5 was na het lezen van het blog over ‘seponeren’, journalistiek geïnteresseerd in het ongeluk van Harm. Ze had ook navraag gedaan bij het OM en gevraagd of mijn waarnemingen en opmerkingen in het blog destijds, wel juist waren. Dat resulteerde vandaag in een uitgebreid artikel op de AT5 site vandaag. Ook op de NHnieuws site is hetzelfde verhaal te vinden. Al snel namen de NOS en ook Het Parool het in verkorte vorm over. Vervolgens hoorden we het ineens op het nieuws van 14.00 uur. Daarna belde Hart van Nederland voor commentaar; een tv uitzending over de hele kwestie hebben we maar afgewimpeld. Al met al confronterend, maar meer omdat je dan op het www weer de foto van Harm en de gekreukelde fiets voorbij ziet komen.

En het verband met de filosofie van Wolterstorff? Dat we ‘shalom en justice’ zoeken waar het gaat om de gerechtelijke afwikkeling rond het dodelijk ongeluk van Harm. Ingewikkeld, zeker ook nadat we ons niet serieus genomen voelden door de Officier van Justitie.

kyrie eleison

Afdalen

De prachtige Gertrudiskapel in Utrecht, een voormalige RK schuilkerk, waar de Groenlezing werd gehouden.

“Ik heb hier niets mee!” Zo ongeveer zei een medebezoeker het. Hij stond aan een tafeltje naast mij, het was pauze na een zeer boeiende Groenlezing door professor dr. Gabriël Anthonio. Ik voelde mijzelf een beetje pissig worden van binnen, maar had geen zin om te reageren. Hij gaat vast wel een gedegen en kritische vraag stellen na de pauze, dacht ik. Ondertussen probeerde ik uit te leggen aan een paar studenten uit Wageningen wat ik zo goed vond aan de lezing van Anthonio. Ik had er namelijk heel veel aan; het ging over meer verbinding maken tussen leiderschap en de burger en wat er leeft in de samenleving. Het ging ook over welke richting het Evangelie geeft, gewoon voor de dagelijkse praktijk en ook voor de wetenschap. Ook het doel van onderwijs kwam aan de orde. Allemaal onderwerpen die me na aan het hart liggen. Professor Anthonio maakte over deze onderwerpen zeer behartigenswaardige opmerkingen en dat beredeneerd vanuit een verhaal over Jezus van Nazareth. De evangelist Johannes vertelt dat Jezus na de bruiloft te Kana afdaalt naar Kafarnaüm en daar zijn hoofdkwartier op slaat. Deze plaats aan het meer van Galilea was een handelsstad, met rijk en arm en een afdeling van het Romeinse leger en daar vormt hij zijn leerlingen; midden in de samenleving. De oproep van professor Anthonio was dan ook om af te dalen, in navolging van Jezus. Misschien zat daar wel de moeite van de kritische medebezoeker, zo’n bijbelverhaal gebruiken en toepassen op je eigen leven… Ooit leerde ik op de gereformeerde pedagogische academie dat dat ‘exemplarisch preken’ heette en afkeurenswaardig was in gereformeerde kring; de tijden veranderen.
Maar mij sprak het aan, bijvoorbeeld waar het ging om de formele afstand van de overheid en de vervreemding die er door ontstaat. Ik moest gelijk denken aan ons bezoek aan de officier van Justitie. Maar ook aan het pleit van David Van Reybrouck voor een ander politiek bestuurssysteem. Niet voor niets verwees Anthonio naar Aristoteles en zijn ideeën over de staat en het doel van onderwijs. Aristoteles was niet alleen voor het systeem van loten, waar het gaat om bestuurders van de samenleving, maar zei ook dat het onderwijs bedoelt is om burgers te vormen. Wanneer je dat laatste doet, draagt dat en beschermt dat de democratie! Onderwijs is dus vormen, dat is een groot en breed begrip, terwijl het vandaag de daag vaak versmalt tot het vergaren van kennis om later een zo goed mogelijke baan te krijgen.
Na het kopje koffie kwamen de krenten in de pap aan de orde. De lezing was duidelijk en inspirerend, maar nu de politieke werkelijkheid. In zijn zeer verhelderende antwoorden gaf Anthonio nog een aantal mooi statements weg:
> We kunnen heel veel wetten en regels in ons bestel afschaffen.
> Leg verantwoordelijkheid veel meer lokaal.
> Wanneer er angst is voor de Islam, bespreek dat, probeer te ontdekken wat die angst is. Ook hier weer afdalen…
> De ander, die anders denkt, moet geen object blijven.
> Kwetsbaarheid is belangrijk voor een gelukkig leven. En.. ga ook op zoek naar de angst en kwetsbaarheid bij jezelf.
> En tot slot wel een hele heldere: leefwereld en systeem moeten veel meer op één niveau. (De partijen in de Tweede Kamer die straks een regering gaan vormen, zouden dit tot één van hun speerpunten moeten maken, denk ik dan.)

Groenlezing: de door de Groen van Prinsterer Stichting (wetenschappelijk instituut van de CU) jaarlijks georganiseerde lezing.

Levend Water

P1050599De Nationale Onderwijs Tentoonstelling is inmiddels drie dagen onderweg. Vermoeiend, maar ook heel inspirerend. Twee dagen ben ik er nu geweest en ook zaterdag reis ik weer af naar Utrecht. Mooi om zoveel gebruikers van ‘Levend Water’ te spreken. Veel positieve reactie van gebruikers en zo nu en dan kritische aantekeningen. Logisch dat laatste wanneer je een van de makers even kunt spreken, dan is het gemakkelijk om ook even de kritische punten te noemen. Dat gaat dan bijvoorbeeld over het afbeelden van Jezus of teveel verhalen met geweld in groep 6. Alles wordt genoteerd en zal na afloop in de evaluatie besproken worden.
P1050600Verkopen doen we natuurlijk niet, maar we proberen wel contacten te leggen met potentiële kopers.  Als methode voor bijbelonderwijs hebben we ook echt iets te bieden. Een gestructureerde methode, met prachtig materiaal voor het digibord. Onze stand is zo kleurig dat alle voorbijlopende  bezoekers van de NOT wel even kijken. Het mooie is dat sommige bezoekers naar ons standje komen omdat ze denken dat wij iets met natuuronderwijs doen en projectmateriaal over water kunnen leveren. En tja dat klopt ook wel een beetje natuurlijk. Onze goede God is, de Heer van H2O en ook van Levend Water.

artikel 23

scan0093Vandaag naar een symposium in de VU, met een ontroerende ontvangst door Wim Berkelaar.
Artikel 23 bestaat in 2017, honderd jaar. Dit artikel, dat over de vrijheid van onderwijs gaat, is bij onderwijsmensen echt het bekendste grondwetsartikel. Eén A4-tje. Ik hoefde het nooit uit mijn hoofd te leren, maar wist de afgelopen veertig jaar wel degelijk wat er in stond. Al die jaren was er om de zoveel tijd wel discussie over dit artikel. Zeker binnen het gereformeerde onderwijs waar ik werkte, maakte men elkaar regelmatig bang met dit artikel. Werd iemand lid van een andere kerk dan de vrijgemaakt gereformeerde, dan kwam dit artikel in het geweer. Zo iemand werd ontslagen, want anders raakte de hele school zijn bekostiging kwijt. Daarom ook werden kinderen van ouders die niet de kinderdoop aanvaarden, buitengesloten; niet welkom. Jaren hebben we zo geleefd en wat een nuchtere juf of meester ook inbracht, geen verandering. Artikel 23 was heilig!
We leven nu in 2017, honderd jaar nadat in Nederland een bijzonder systeem tot stand kwam. Openbaar en bijzonder onderwijs werden gelijkgesteld wat betreft de bekostiging. Natuurlijk houdt de overheid toezicht, er moet immers kwaliteit geleverd worden. Twee derde van alle scholen behoort tot het bijzonder onderwijs. Een volstrekt normaal verschijnsel dus. Die vrijheid van onderwijs is geweldig. Het zorgt voor hoge kwaliteit en een prachtige keuzevrijheid voor ouders. Eigenlijk is er niemand in onderwijsland die artikel 23 zou willen veranderen. Ook politiek Nederland heeft daar geen enkele behoefte aan. Op dit moment is alleen Groen Links voor afschaffing. Wel raar, want naar mijn idee zijn het juist Groen Links-kiezers die hun kinderen vaak naar bijzonder onderwijs sturen. Jenaplan, Montessori, de Vrije School, het Daltononderwijs, allemaal BIJZONDER onderwijs. Groen Links zal dan waarschijnlijk ook niet terugkeren in de Tweede Kamer na 15 maart. Naar ik heb horen verluiden wil de leider van Groen Links ook emigreren naar Canada.
IMG_2417Het centrale thema van de ‘herdenkingsbijeenkomst’ was eigenlijk: Wie is de eigenaar van het bijzonder onderwijs? Helaas kwam deze vraag in de betogen van bestuurders en oud-bewindslieden niet aan de orde. Misschien is er onder de borrel nog over doorgepraat, maar ik moest naar huis om eten te koken. Wat ik zelf heb geconstateerd is dat in veel bijzondere scholen het eigenaarschap is verschoven van de ouders naar de professionals. Niet de professionals die elke dag voor de klas staan, dat zou nog redelijk zijn, maar de professionals op het bestuurskantoor. Vaak staat dat kantoor niet in eens in de plaats waar de school staat, de afstand is vervolgens daar. Schaalvergroting heeft wat dat betreft haar tienduizenden verslagen. Vaak kiezen ouders de school nog omdat ze horen bij een kerk, een geestelijke stroming.  Maar invloed hebben ze niet en eigenaar zijn ze al helemaal niet. Er is een MR, maar vraag ouders eens bij het hek of ze weten wie daar in zitten? Meelevende en goed opgeleide ouders weten hun routes wel te vinden, maar het grootste deel van de ouders heeft vaak geen idee en laten het maar gebeuren en mopperen vervolgens bij de koffie. Ze hebben geen idee waar ze hun nood moeten klagen en worden te vaak met een kluitje in het riet gestuurd. Waarvan akte.

PS
Deze week is iedereen van harte welkom in Utrecht op de onderwijsbeurs. Met de beste bijbelmethode van Nederland staan we op de beurs. Wanneer ik aanwezig ben op de ‘Levend Water’ stand, kunt u gratis mijn handtekening krijgen! Dan moet u wel de (oud) ministers op de foto uit het hoofd in de goede volgorde kunnen opzeggen!