Categorie: taal

In ’t verleden ligt het heden …

VOORSPELLINGEN IN 1811

Ach de dagen
Onze plagen
Lieve broeders gaan voorbij
Uit dit duister
Rijst de luister
Van een nieuwe heerschappij

Wat verschijne
Wat verdwijne
’t Hangt niet aan een los geval
In ’t verleden
Ligt het heden
In het nu wat worden zal.

Willem Bilderdijk
1756 – 1832
getekend na zijn overlijden

Ja zij zullen
Zich vervullen
Deze tijden van geluk
Dees ellenden
Gaan volenden
en verpletterd wordt het juk.

Holland leeft weer
Holland streeft weer
Met zijn afgelegde vlag
Door de boorden
Naar het noorden
Naar de ongeboren dag.

Holland groeit weer!
Holland bloeit weer!
Hollands naam is weer hersteld
Holland uit zijn stof verrezen
Zal opnieuw ons Holland wezen
Stervend heb ik ’t u gemeld

Bij de blogs over de Afscheiding in Amsterdam kon ik het niet laten om te citeren uit het gedicht hierboven. Wist trouwens niet eens dat het uit een gedicht kwam. Altijd heb ik gedacht dat het een mooie gedachte was van Groen van Prinsterer, de beroemde antirevolutionair en historicus uit de 19e eeuw. Ooit deden we op de Pedagogische Academie een poging om zijn ‘Ongeloof en revolutie’ te lezen, maar ik kwam niet verder dan het eerste hoofdstuk geloof ik en bij mijn weten stond het in dat redelijk ingewikkelde boek. Maar bloglezer Hendrik Pathuis wees mij er op dat het citaat niet van Groen van Prinsterer is, maar van Willem Bilderdijk. De laatste is minstens zo bekend en hoort ook thuis in het rijtje Reveil mannen uit het begin van de 19e eeuw. Bilderdijk was advocaat, historicus, verdienstelijk tekenaar, taalkundige en ook dichter. Hij was fel tegen de Franse overheersing en het gedicht boven is dan ook een loflied op een uiteindelijk overwinning.
De regels, “In ’t verleden – Ligt het heden – In het nu wat worden zal.” zijn een eigen leven gaan leiden. Ga een poosje googelen en je vindt ze op de meest gekke plekken terug. Het werd zelfs een tegeltjeswijsheid, maar ik zag ook foto’s van grafschriften of een aanhef van een overlijdensadvertentie. Dat laatste vind ik echt onnavolgbaar. Je geeft de wereld bericht van een overlijden en zet dan de uitspraak van Bilderdijk erboven? De meest bijzondere zijn de zogenaamde citaten waarin verleden en heden zijn verwisseld; ‘in het heden, ligt ’t verleden’. Net of het heden er eerder was dan het verleden. Blijkbaar weet je het dan beter de dichter Bilderdijk en het klopt ook gewon niet; in het heden ligt niet het verleden. Nog gekker is dat het prachtig staat afgedrukt op een titelpagina van een project van de FNV. Een van oorsprong socialistische vakbond, gebruikt zo’n uitspraak van de christelijke dichter Bilderdijk. Allerdroevigst is een groot boekwerk uit de Tweede Wereldoorlog. Gedichten en korte overdenkingen afgewisseld met vaderlandse helden, veldslagen en heldhaftige Germaanse strijders. Het nationaal-socialisme spat er vanaf. Maar wat een misbruik van Bilderdijks woorden.

De balie van de bibliotheek van de RCE in Amersfoort

Het gekke is wel dat ik op de site van de DNLB ( Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) wel een gedicht vond, wat voor het grootste gedeelte hetzelfde was als boven, maar niet met de strofe over verleden, heden en wat worden zal. Het blijft een bijzondere uitspraak en zet dus aan tot overdenken. De bibliotheek van de RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) in Amersfoort heeft Bilderdijks uitspraak op een gigantische glasplaat laten graveren. Maar ook hier weer een twist, die Bilderdijk niet bedacht heeft; ‘in het nu wat komen gaat’. Wel staat zijn naam er onder, toch vreemd.
Dat de woorden van Bilderdijk maar veel overdacht mogen worden, zeker door mensen met invloed en macht in de publieke sector. Tot slot nog een prachtige uitspraak van de denker Bilderdijk.

“Eerst gedaan en dan bedacht
Heeft menigeen verdriet gebracht.”

‘Genadeklap’, een nieuwe Willem Jan Otten | In memoriam Harm 1982 – 2016 (71)

Overbuurman Piet kwam aan de deur. Hij lijdt aan beginnende Alzheimer en weet dat zelf nog redelijk onder woorden te brengen. Een week geleden zag ik  hem ’s middags voor mij uit fietsen, terwijl ik van de kapper kwam. ’s Morgens, een paar uur daarvoor, ik kwam terug van de sportschool, fietste hij mij voorbij, terwijl ik aan de kant stond en de telefoon op nam. Hij wilde afstappen maar zag opeens dat ik stond te bellen. Die middag stapte hij bij zijn huis af en ik stopte even naast hem. “Zo Piet, boodschappen gedaan?” Hij keek me aan en zei: “Hé, ben jij er nu pas?” Dat soort zinnetjes, poëzie is het, met humor, zonder dat Piet het zelf weet. Ik antwoordde bevestigend en vroeg hoe het ging, maar hij ging er niet op in. We kwamen over het autorijden te praten. Piet zag nog geen enkel probleem. Ik vroeg hem of de dokter of zijn dochters het niet verboden hadden? “Mij verbieden ze niets”, was zijn antwoord.  “Het gaat nog uitstekend en ik rijd zelfs naar de Middenweg.”
Maar nu stond hij zaterdag opeens aan de deur, melden dat hij niet meer ging autorijden en of ik een hoes had voor zijn auto. Rustig legde hij uit dat op een morgen de laagstaande zon de boosdoener was geweest. Opeens kon hij niets meer zien en wist waarschijnlijk niet meer wat het doel van zijn ritje was. Hij was gestopt, vertelde hij en maar teruggegaan naar huis. Het hele gebeuren had hem doen besluiten om definitief de auto te laten staan. En… daarom had hij dus een hoes nodig. “Stel je voor dat het fout zou gaan,  de auto is voor de jongen (zijn kleinzoon), maar die mag nu nog niet rijden.”  Langzaam begon ik het verband te zien, we hadden het immers uitgebreid over zijn autorijden gehad. Voor de zekerheid kwam hij het me maar vertellen, dat het nu definitief voorbij was. Zo bijdehand is buurman Piet dus nog wel.
Terug van de voordeur valt mijn oog op de laatste gedichtenbundel van Willem Jan Otten; ‘Genadeklap’. Die laagstaande zon was voor buurman Piet de genadeklap, bedenk ik. Een paar weken geleden zag ik hem staan bij mijn favoriete boekhandel, de nieuwe bundel van Otten. Verhalende poëzie, schreef iemand erover. En ja, dat vind ik dus ook poëzie, zo’n gesprekje aan de deur en dan later opeens beseffen, dat de titel misschien wel op buurman Piet slaat. Prachtige gedichten staan er in, met prachtige zinnen. Iemand stuurt een app dat zijn huwelijk is stukgelopen en opeens moet ik denken aan het begin van een gedicht uit deze bundel: ‘Ik schep u man en vrouw, / in de echt hebt u elkaars genadeklap te zijn.’ (25) Maar het gedicht slaat helemaal niet op deze situatie en toch zet het mij aan het denken. Dat is dus poëzie. En daarom ook wil ik u het gedicht op pagina 68 en 69 niet onthouden. Otten zal het mij niet euvel duiden dat ik het overtik, omdat het over Zorgvlied gaat, omdat zijn vader daar begraven ligt, maar ook omdat Harm er is begraven. Omdat veel gedachten in het gedicht op een of andere manier ook door ons hoofd zwerven als we ronddolen in ons herinneren.

ZORGVLIED

Een ochtendlijke roeier slaat zijn vleugels uit
en slaat zich achterwaarts de Amstel op.

Als ik het hek door ga
hoor ik gekwetter,
maar ik verneem het niet.

Weer weet ik niet de weg,
het is alsof hij telkens ergens anders rust.
Er komt aan hem geen eind.

Windstil, een laatste dag van hoge druk.

Als jij het soms wil weten, pa,
ik geloof niet in voorbij de tijd.

Nooit ben ik voorbereid
op de gebeitelde paniek
als ik je vind.

De jaartallen, opa, oma,
broer Willie van drie,
de eerste die hier is gebracht,
een eeuw geleden zowat. En jij.

Waarin dan wel? Ik wist
dat jij het vragen zou,
als niet in mij bewaard in het vinyl
van eeuwigheid,
waar geloof jij mij dan heen?

Aan de overzijde van de sloot
wordt met een kettingzaag een boom geveld.

Je grafsteen ligt er picobello bij,
zij het wat verzakt, naar links,
er ligt een nieuweling langszij.

Pas als ik buiten aan het hek
mijn fiets ontsluit
daagt het mij dat wat ik hoor, heel hoog,
het onbesefte kwetteren moet zijn –

de zwaluwen vertrokken toen ik bij je was.

Geen eind kwam er aan jou,
precies in deze wenk.

Over de Amstel scheert de roeier naar het botenhuis.

 

Willem Jan Otten, met een fragment uit: ‘De veerman luidt de bel’

Een verhaal, in poëzie, om te lezen te herlezen en ook hardop te zeggen. Je ziet het voor je, de dichter die langs de Amstel fietst en door het hek de begraafplaats opgaat. Nog even kijkt hij om en staart naar de roeier en hoort al wandelend zwaluwen in de lucht. Het zijn zoveel gedachten die je bespringen als je het graf van een geliefde, een vader, een zoon bezoekt. Zeker als je alleen bent. Zo herkenbaar voor een mede-Zorgvlied bezoeker.
Genadeklap, ik kan er niet genoeg van krijgen, telkens weer. Het gedicht over de veerman en het schilderij van Holbein, waarop Jezus in het graf ligt. De gelovig zoekende Otten weet het onder spanning te zetten. Zoals eerder in het lange novelle-achtige gedicht De Vlek. Waar De Vlek echter een compleet verhaal is, waarin je trouwens zelf heel veel kunt invullen, is ‘Genadeklap’ een verzameling verhalen, gedichten. Soms op het eerste gezicht ondoordringbaar, maar herlezend laat het steeds meer en meer los. Genadeklap; in de Dikke van Dale wordt doorverwezen naar ‘genadeslag’ en volgen er twee verklaringen. De eerste is een slag waarmee de beul een eind aan iemands leven maakt en de tweede betekenis is meer figuurlijk; de klap of slag waarbij iemand of een bedrijf ten gronde gericht wordt.
De bundel van Willem Jan Otten laat zien dat er na de genadeklap toch hoop en toekomst is!

Schaduw | In memoriam Harm 1982 – 2016 (43)

IMG_2493
Hehakaya, hoofd filmzaken bij de Balie, Knibbe en Otten in gesprek na het draaien van de film

Ik, die geen ik meer kan zeggen
ik, die mijn schaduw verloor of juist een en al werd
ik, die in elk geval werd, ik
moet het nu hebben van andere stemmen.
Hester Knibbe

 

De filmavonden met Willem Jan Otten in de Balie zijn steeds weer een genot. In de zaterdageditie van Trouw (4 februari) was de schrijver-dichter ook deze keer weer heel openhartig. Schrijvend aan zijn essay ontving hij het bericht dat zijn broer plotseling was overleden. Toch moest het essay af en volstrekt logisch kwam dan ook later de zin ‘wat had ik deze film graag aan mijn broer laten zien’, voor in het stuk.
De besproken film ‘Bright Star’ is een prachtige epos over de laatste jaren van de Engelse dichter John Keats. Nu is Otten zelf geen romanticus, maar ik kan me wel voorstellen dat het leven van de maar 25 jaar geworden Keats tot de verbeelding spreekt. De aan tuberculose lijdende dichter durft eigenlijk niet toe te geven aan de liefde, maar uiteindelijk zwicht hij voor Fanny Brawne. Voor het warmere klimaat sturen zijn vrienden hem naar Italië, maar Keats sterft daar in 1821. Op voorhand dus al een zeer boeiend gegeven. De dood van zijn broer zal Otten door het hoofd zijn blijven spelen, ook toen hij zoals gewoonlijk de bezoekers een korte inleiding gaf op de avond. Als gesprekspartner had Otten dichteres Hester Knibbe uitgenodigd. Daarom las hij een van de mooiste gedichten voor van haar. Knibbe’s zoon Aernout stierf in 2009 aan een hersentumor en later publiceerde ze daarover in “Het hebben van schaduw”.   Toen Otten het gedicht uit het hoofd citeerde, werd ik van binnen wel heel erg stil. De schrijver zal ongetwijfeld gedacht hebben aan zijn pas overleden broer en Hester Knibbe die toevallig bij mij in de rij zat, zal wel aan haar overleden zoon hebben gedacht.
DSCN5880Opeens zag ik in gedachten de schaduw van Harm voor me. Een paar weken geleden was ik bezig met vakantiefoto’s uit 2004. Harm experimenteerde met foto’s van zijn schaduw. Onmiskenbaar zie je hem er in terug. Door zijn dood heeft Harm een schaduw over ons leven gelegd. Zo mooi verwoord, schaduw heb je immers zo lang als je bestaat en ik kun je alleen maar over jezelf zeggen als je leeft. Tegelijk ben je er ook nog, al is het dan figuurlijk gezien in een schaduw over het leven van degenen die je lief hadden. Opeens besef ik dat de laatste zin van dit korte gedicht ook zo waar is. Harm moet het nu hebben van andere stemmen, vrienden die nog regelmatig over hem praten, geliefden die iets op ‘vooraltijdharm.nl‘ zetten. Een vader die het niet kan laten om er toch weer een blog aan te wijden.
Keats werd na zijn dood een geliefd dichter en nog steeds worden op middelbare scholen zijn verzen uit het hoofd geleerd. Ook Keats heeft schaduwen nagelaten. Daarom tot slot de beroemd geworden beginwoorden uit Endymion, A Poetic Romance. [Endymion is een bekende Griekse mythe]

EndymionA thing of beauty is a joy forever,
Its loveliness increases; it will never
Pass into nothingness.

bevorderd tot heerlijkheid

jaap zijlstraVerwachting

Als de dag begint te doven
en de zon mij niet meer ziet,
als de schemering gaat komen
en ik stil word van verdriet,
als de nacht valt en mijn vogel
niet meer opdaagt met een lied –
na mijn duisternis Uw licht,
na mijn zwijgen Uw gedicht.

 

In memoriam Jaap Zijlstra 1933 – 2015
Zat even te twijfelen of het nu met een d of een t moest. Maar het eerste lijkt met toch het meest juist. Broeder Jaap Zijlstra is bevorderd tot hemelse heerlijkheid. Volgens de laatste berichten was hij al ernstig ziek en vandaag meldt de ND-site dat hij is overleden. In mijn exemplaar van de ‘verzamelde gedichten’ heeft hij op 13 maart 2010 in Doorn zijn handtekening gezet. Het zal op een van de inmiddels helaas verdwenen cultuurzaterdagen van het ND zijn geweest dat hij met aandacht en overgave de aangeschafte exemplaren signeerde. Een klein gesprekje hoorde daarbij, waarvan ik mij kan herinneren dat het indruk maakte. Toen ik eind 2010 thuis kwam te zitten heb ik regelmatig zitten bladeren en in alle rust een gedicht tot me genomen. Het advies waar Jaap Zijlstra zijn voorwoord mee afsluit is trouwens zeer wijs:

Lees langzaam,
durf traag te zijn,
u drinkt geen limonade,
u drinkt wijn.

Wat je bij vrijwel geen  enkele verzameling gedichten aantreft, zit wel in deze bundel verzamelde gedichten; een cd met voorgelezen werk door de dichter zelf. Het gedicht VERWACHTING is daar te vinden onder nr 76 en staat op blz 409. Het is het laatste gedicht in dit boekwerk en een paar weken geleden heeft Jaap Zijlstra zijn volgers op Facebook gezegd dat hij er mee stopte. Daarbij tekende hij aan dit gedicht over te schrijven. Ik ga dat doen, vóór in mijn  2016 agenda, langzaam.  Voor de liefhebber nog een gedicht, met de titel Kerst.

Kerst

De herders, zij ruiken de stal,
zij gaan in draf op huis aan
en bekijken met grote ogen het lam
dat in hun kribbe ligt.

De wijzen gaat een licht op,
zij slaan er Bileam op na
en al hun wijze voorgangers
die weet hebben van de ster.

De bijbelkenners en kamerverhuurders,
zij slapen de slaap des rechtvaardigen,
heel Betlehem slaapt.

Wij weten van de prins geen kwaad,
dat komt nog wel,
drieëndertig jaar later.

ramkoers

ramkoersHet Parool is echt mijn Amsterdamse krant. Boordevol nieuws over onze prachtige hoofdstad. Vaak dicht op het nieuws, kritisch en met oog voor de menselijke maat. Helaas kwam ik in de krant te vaak het woord ‘ramkoers’ tegen. Daarom maar eens een keertje gereageerd. Gelukkig kwam ik afgelopen week (donderdag 14-11) een artikel tegen waarin het woord ‘ramkoers’ wel een naderende botsing aankondigde. Deborah Jongejan, ik weet trouwens niet of ze ook over sport schrijft, laat daarin het volgende weten: “Advocaten liggen op ramkoers met het kabinet, dat flink wil snijden in de rechtsbijstand.” In het artikel wordt verslag gedaan van een bijeenkomst waarin boze advocaten in de clinch gaan met kamerleden van VVD en PvdA. En naar te verwachten is, zal er de komende maanden tussen advocaten en bewindslieden nog een flink robbertje gevochten moeten worden. Op ramkoers dus.