Categorie: christelijk geloof

Coronazondag, Palmpasen

De eerste zondag van april werd vanmorgen als een hele zonnige aangekondigd door weerman Jan Visser op Radio 4. Visser kreeg gelijk, misschien zou het in de Bilt wel de 20 graden aantikken en werd het daarmee een record. De zon verwarmt het onrustige lijf in deze vreemde dagen. Gelukkig kunnen we ook deze zondag weer online onze kerkdienst meemaken. En vandaag wel een heel bijzondere. Als het coronavirus er niet tussen was gekomen, dan waren we van alle kanten uit Amsterdam vanmorgen naar de Zuiderkerk gegaan om daar als Nederlands Gereformeerde Kerk, Christelijke Gereformeerde Kerk en Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) samen Palmzondag te vieren. Helaas ging dat niet door, maar de drie predikanten staken de koppen bij elkaar en zorgden ervoor dat er een gezamenlijke onlinedienst kon worden gehouden. Op het You Tube kanaal van de Amstelgemeente werd vanuit De Duif de dienst uitgezonden. De Amstelkerk, waar de Amstelgemeente (CGK) normaal gesproken op zondag samenkomt, is op dit moment niet beschikbaar  vanwege groot onderhoud en men is daarom uitgeweken naar de andere kant van de Prinsengracht. De ruim 130 volgers (en er zullen op de verschillende computers meerdere huisgenoten meegekeken hebben) zagen en hoorden onze eigen dominee op de piano en dominee Jan van Helden van de NGK op gitaar. Dominee Rein den Hertog leidde de dienst, hartverwarmend!
Juichen voor Jezus = lijden met Jezus! Willen we werkelijk achter Jezus aan? Dat is een indringende vraag, ook in deze coronacrisis. Zijn we bereid om ons leven te verliezen, om het daardoor te behouden? Maar gelukkig gloort er ook HOOP! Achter Golgotha gloort de Paasmorgen en achter wanhoop gloort hoop! Met deze hoopvolle woorden sloot onze dominee Marinus de Jong zijn preek af en in de chat naast het beeld verschenen verschillende Amens! Zo’n chat is voor herhaling vatbaar trouwens. Mooie korte berichtjes kwamen voorbij, felicitaties, bemoedigingen en aanwijzingen met betrekking tot de geluidskwaliteit. En ook een enkele grappenmakers lieten even van zich ‘horen’.

Waar de Weespertrekvaart de Ringweg-Oost en de Gooische weg kruist schildert een kunstenares de pilaren in felle kleuren om er vervolgens prachtige vogels op de schilderen!

In onze tuin genoten we van de zon en na het middaguur was het tijd om binnen de huidige regels te genieten van een fietstochtje. Tot de Amstel ging het goed, maar zelden was het zo druk aan de ‘stille kant’. Joggers, wielrenners, zonaanbidders, motorrijders; een drukte van belang. Anderhalve meter is toch meer dan de meeste mensen beseffen. Na de brug in Oudekerk aan de Amstel ging het gelukkig iets beter. De ingang van Zorgvlied stond op een ‘kiertje’ en iemand van een bewakingsfirma hield in de gaten dat de begraafplaats niet opeens een overbevolkt stadspark werd. Het was er rustig met hier en daar iemand die een graf verzorgde. Bomen en struiken beginnen groen te worden en zullen over enkele weken al vol met bladeren zitten. En zelfs vandaag was het niet stil tussen de graven, ook nu hoorde je de A10 brommen en enkele keer zelfs sirenes er boven uit komen.

Kyrie Eleison [voor de liefhebber; op de Bach-site (All of Bach) is de laatste aanwinst BWV 242, een prachtig Kyrie!]

AANRADER: zondagavond VPRO Tegenlicht, met Dirk de Wachter en Lidewij Edelkoort. Terug te zien op Uitzending Gemist. Om over na te denken en door te praten……

 

In quarantaine II

Ons stapeltje boeken. In ons appartementje stonden ook boeken, maar helaas allemaal Noors. Als we hadden moeten blijven, dan waren we misschien een cursus Noors begonnen.

Zondagmiddag, een strakblauwe hemel en mijn hoofd tolt nog steeds een beetje van het boek dat ik las op de terugvlucht van onze vakantie. Gelukkig was het onze normale terugvlucht en verliep het eigenlijk heel normaal. Op het vliegveld van Las Palmas, de hoofdstad van Gran Canaria waren alle winkels dan wel gesloten, maar we konden nog water uit een automaat laten rollen. De Global bus bus 91 had ons keurig afgezet, na een toch wat vreemde rit van een uur. We hoefden niet te betalen, de bussen hebben geen betaalautomaten en contant geld was not done.  Amadores, Puerto Rico, Patalavaca en Arguineguin, anders één al bruin van zonaanbidders, nu verlaten stranden met stapels zonnebedden en hier en daar nog een enkeling op een balkon van een appartement of hotel.
Twintig graden kouder stonden we zondagmorgen heel veel vroeg te kleumen op een toch niet eens uitgestorven Schiphol. En zondagmorgen waren daar gelukkig weer de vertrouwde stemmen van OPK broeders en zusters uit de computer. Een online-kerkdienst heeft toch ook zo zijn eigen charme. Het verhaal van de ‘De bekeerlinge’ bleef gisteren maar door mijn hoofd spoken. Wat een geweldig goed boek, had een paar jaar geleden de eerste hoofdstukken gelezen, maar toen sloeg het niet aan. Maar nu opnieuw begonnen, eerst op het dakterras en ’s avonds ook in bed, het verhaal bleef trekken. Mijn oudste dochter had gelijk; “Je moet het lezen, pap!” De vier uur durende vliegreis vloog voorbij, omdat ik zo gegrepen was door de belevenissen van Sara Hamoutal Vigdis Adelaïs. De roman van Stefan Hertmans neemt ons mee naar het eind van de 11e eeuw, wanneer de wereld ‘in brand’ komt te staan door de oproep van Franse paus Urbanus II, om het Heilige Land te bevrijden. Ook toen waarden besmettelijke ziektes en antisemitisme door Europa. Tegen die achtergrond wordt een Normandisch meisje in Rouen verliefd op een Joodse rabbi-leerling. Wat een geweldige en heerlijke leeservaring! In quarantaine zitten was wat dat betreft dus niet zo erg… En van veel Franse plaatsnamen weet je, ooh ja, daar zijn we ook geweest. Monieux in de Provence hebben we wel eens op wegwijzers zien staan en zoveel andere plaatsen die Hertmans noemt hebben we wel eens verkend.

Een helemaal leeg strand, strakblauwe lucht, gemiddeld 25 graden, maar geen zonaanbidders. Alle restaurants van de één op andere dag dicht. Weg voorjaarsseizoen voor de middenstanders. Geen aanvoer van voorraden meer, en de bediening zonder werk. Een Italiaans restaurant heeft nog een dag bezorgd, maar toen was het ook ook over. Toeristen kwamen niet meer aan en de dakterrassen werden dag na dag stiller. De schoonmaakster was erg bezorgd, geen werk; geen inkomen, hooguit een hele kleine steun van de overheid.

De Guardia Civil of de Policía Local kwamen elke dag wel een keer voorbij om iedereen op te roepen binnen te blijven. Dat ging natuurlijk in rap Spaans, met een korte samenvatting in het Engels en Duits. Het enige wat we opvingen was: “Stay at home!”. Je mocht alleen de straat op voor bezoek aan apotheek of supermarkt. De supermarkt werd gaande de week strenger. Niet meer met z’n tweeën naar binnen, maar eentje per familie. En, wat ons opviel, geen gehamster! Nu was het dan ook een SPAR en geen AH die van hamsteren een reclamestunt maakt. Het was uitgestorven op straat. Donderdagmiddag hadden we een rondje haven gedaan en zaten bij te komen op een bankje maar werden we door de groene agenten naar binnen gebonjourd; of we geen televisie keken?!

Het was verbazingwekkend om vandaag zomaar weer naar de Middenweg te kunnen fietsen. De slager aan de Pretoriusstraat was gewoon open, niet meer dan drie klanten tegelijk in de winkel. Ook onze hofleverancier nootjes aan de Hogeweg hoopt maar dat ze tot de essentiële levensbehoeften blijven behoren en dus open mogen blijven. Maar bij de supermarkt met het blauwe logo lopen toch wel erg veel mensen die zich niet storen aan 1,5 meter afstand en verbaasd kijken als je steeds opzij springt. Een week in quarantaine maakte ons nederig, bang waren we niet. Ik denk dat het thuisfront zich meer zorgen maakte of we terug konden komen. Het was jammer dat we niets konden ondernemen en dat past niet bij onze Nederlandse aard. Op een avond, het is in Mogan vroeg donker, liepen we nog even langs de haven. Her en daar zaten mensen op hun zeilschepen met een glas wijn nog lekker buiten. Opeens hoorden we Nederlands achter ons praten en ik zei: “Toch weer die Nederlanders hè, die zich niet aan de regels houden… ” We kwamen in gesprek en al snel ging het over de corona-crisis en de erbij horende maatregelen van de Spaanse overheid.  Wij vonden het in ieder geval moeilijk om opgesloten te zitten. Het oudere Noorse echtpaar dat naast ons in een appartement zat liep regelmatig de trappen op en neer om in beweging te blijven, ze durfden niet de straat op. Opvallend was ook dat zo’n Spaanse koning zijn volk anders toespreekt, hij deed het woensdag al trouwens. Staand voor een vlag van Spanje en Europa. Onze koning deed het vrijdag pas, zat rustig achter zijn bureau in zijn werkkamer, geen vlag te zien. De medewerkers op het verhuurkantoor waren ook echt van slag en angstig.

Het voorjaar was op Gran Canaria al duidelijk gestart en ook hier is er al meer groen te zien. Nieuw leven is op komst en we hopen maar dat we ons volgende kleinkind over enkele maanden niet alleen maar door het raam mogen bekijken. Gelukkig beseffen we ook dat er een God is die zorgt en troost en hoop geeft . Naar mijn idee zitten we niet ergens midden in de zeven plagen zoals sommige mensen beweren, maar mogen we eenvoudig leven uit genade. In de tijd van Hamoutal stierf soms een derde van de bevolking aan de pest, wij mogen dankbaar zijn voor een zeer geavanceerde gezondheidszorg. Daarnaast is er ook een zeer goed werkend systeem van voedselvoorziening met ook heel veel hardwerkende mensen. Zo is er dus veel om dankbaar te zijn! Vervolgens mogen we niet vergeten dat het ‘Kyrie eleison’ nu hard nodig is.

In quarantaine

We slapen de laatste nachten goed, ondanks de harde bedden. Buiten is het deze ochtenden stil, geen busjes en vrachtauto’s die al vroeg naar de visafslag rijden, geen tetterend Spaans van de winkeliers die al vroeg hun zaakjes open doen. Het is stil op straat, een enkeling die zijn hondje nog uitlaat of een boodschap heeft gedaan. Zondag kwamen we er wat laat achter dat ook Gran Canaria de richtlijnen van Madrid volgde. Al om negen uur hadden we de tablet afgestemd op de Oosterparkkerk om de dienst te volgen, we hebben een uur tijdsverschil. Toen we een week geleden vertrokken was er nog geen sprake van een corana-crisis. Op Gran Canaria waren enkele toeristen besmet, maar dat was het dan ook. Maar in Nederland werden de regels strenger kregen we mee en samenkomsten met meer dan 100 mensen werden verboden. De OPK organiseerde een luisterdienst; “Laat je besmetten door Jezus en besmet ook anderen er mee!” We dronken koffie op ons dakterras en hoorden later in de verte wel een luidspreker….. Pas in de namiddag gingen we er op uit. Het was bizar, alles zat dicht. Geen restaurant open, geen winkel waar drommen toeristen in en uit liepen, zelfs geen ferry vanuit Puerto Rico die aanlegde. Na wat navragen bleek het hele eiland in quarantaine te zijn, in ieder geval voor drie weken. Inmiddels is de politie verschillende keren door de straten gereden met een duidelijk bericht: “stay home!” We mogen er alleen uit voor boodschappen bij de plaatselijke SPAR of de apotheek. Vandaag mocht zelfs maar één van ons tweeën naar binnen. Voor de rest gaat het op z’n janboerenfluitjes. Je moet je handen reinigen, en je krijgt een soort plastic schildershandschoenen aan. Maar de ene medewerker draagt een mondkapje en de ander niet. En wat hebben handschoenen voor zin bij het boodschappen doen? Straks doen we nog een rondje langs de haven. Schijnt een boete van 3000 € op te staan. Rutte noemde dit dus scenario drie, ‘lock down’. Voor zover het er nu naar uit ziet kunnen we zaterdag wel gewoon naar Nederland vliegen, als de groene dochter van de KLM niet tegengehouden wordt.

Coos heeft ondertussen al een prachtige muts gebreid en checkt regelmatig haar kraam-app. Hoe moeten kraamverzorgsters nog hun werk doen? Mag er familie op bezoek komen, moeten we de hele dag een mondkapje voor?

Ik had gelukkig een redelijk stapeltje boeken mee en hoef niet meer te kiezen, voor de terugreis is alles uitgelezen. In de biep zag ik ‘Zwarte schuur’ liggen van Oek de Jong, wel eens wat over gelezen, maar was er nog niet van gekomen. Een fascinerende roman over een kunstschilder met een schuldig verleden. Veel Zeeland en boeiende beschrijvingen van schilderijen en een ingewikkelde relatie met vrouw en stiefdochter en stiefzoon. Jammer dat het zondagavond uit was. Toen maar overgestapt op iets lichters van Simone van der Vlugt; ‘Schilderslief’. Een historisch verhaal over Geertje, dienstmeid bij Rembrandt. Ik wist al wel dat de schilder een echte rabouw was, maar uit dit boek blijkt toch dat hij geweldig driftig kon worden, zeer eigengereid was en heel veel mensen tegen zich in het harnas joeg. Vervolgens kon hij niet met geld omgaan en huwelijkstrouw was hem vreemd. Een verhelderende kijk op de historie.

Waar quarantaine al niet toe kan leiden. We maken er gewoon wat van en bidden dagelijks om vertrouwen en troost. In deze veertigdagentijd worden we zo extra aan het denken gezet. Ook hier werd geklapt voor mensen in de zorg en al die anderen die zich inzetten voor de ander, hun ziekenhuis, hun school en hun land. Qurantaine, het woord schijnt zelfs verwant te zijn aan de 40-dagentijd. In het ND las ik vanmorgen een geweldige column op pagina 2.

gezegend

“de oude schilder van Groet”, met dank aan Henny Luchies

Het woord van het jaar 2019 werd ‘schaamte’. Dat is veelzeggend, omdat het steeds wordt gebruikt in combinatie met een ander woord, zoals vlieg of vlees. Helaas hadden de laatste dagen van het jaar, de vuurwerk afstekers weinig last van schaamte. De knallen werden zwaarder en zwaarder en in Den Haag moest bijkans ‘het leger’ worden ingezet. Wel schaamte of helemaal geen schaamte, maar ons land is er maar gezegend mee.

Het was dubben, waar moet de eerste blog van het decennium over gaan? Moet ik allerlei gebeurtenissen van het afgelopen jaar nog een keer laten passeren en van kanttekeningen voorzien? De kranten en de nieuwsrubrieken stroomden er van over, nee dus. Laat ik gewoon maar wat vertellen over zaken die mij opvielen. Zoals de verjaardag van onze buurman, eergisteren, de één na laatste dag van het jaar. Hij werd tachtig en dat is dus best een bijzondere aangelegenheid. Met het woord schaamte heeft hij niet zoveel, maar schilderen kan hij des te beter. Toen we bijna twintig jaar geleden op de Boekweitdonk kwamen wonen, waren de bewoners ook bijna twintig jaar jonger. Regelmatig zagen we buurman Fred als het maar enigszins mooi weer was er op uit gaan met zijn fiets. Ezel en doek goed ingepakt en vastgebonden om ergens langs de grachten een plekje te zoeken om een typisch Amsterdams tafereel vast te leggen. Later zat hij dan op zolder in zijn atelier het schilderij verder te vervolmaken. En wanneer het echt mooi weer wordt, dan vertrekt Fred nog steeds op de fiets met zijn vrouw naar zijn huisje in Groet om daar te genieten van het prachtige duinlandschap en het soms vast te leggen. Zuinigheid is buurmans devies, een zeer gewaardeerd bewoner van ‘ons hofje’. We voelen ons gezegend met zo’n buurman.

Schaamte bekroop mij verschillende keren bij het lezen van de laatste roman van Ilja Leonard Pfeijffer ‘Grand Hotel Europa’. Het afgelopen jaar was het boek regelmatig onderwerp van gesprek. Alhoewel het in december 2018 was verschenen en binnen de kortste tijd in de bestsellerlijsten stond, haalde het geen literaire prijzen. Onder critici is er heel veel en soms zelfs heftig over gediscussieerd. De één vond het geweldig, zeer gelaagd en buitengewoon bloemrijk wat betreft het taalgebruik. Om eerlijk te zijn heb ik van bepaalde gedeeltes best genoten, maar daar staat tegenover dat hele stukken heel echt Wikipedia-achtig zijn. Leuk informatief, maar niet echt spannende literatuur. Ook leuk is dat er veel verhalen door elkaar heen lopen, zoals het verhaal over de piccolo van het hotel, de verhouding van de hoofdpersoon met zijn vriendin en zo zijn er nog wel vier verhaallijnen. Ronduit schaamteloos zijn de passages wanneer hoofdpersoon het bed induikt met een vrouw. In het Parool werd niet voor niets opgemerkt dat deze passages in het MeToo-tijdperk eigenlijk niet kunnen en dat ze op een hoogst vrouwonvriendelijke  manier beschreven zijn.
De passages over massatoerisme zijn overigens treffend en zullen hopelijk bij wereldreizigers het schaamrood hebben opgeroepen. Giethoorn en Venetië hebben wat dat betreft veel gemeen. Waar is de tijd gebleven dat we met de leiders van de knapen en meisjesvereniging naar Giethoorn fietsten en rustig gingen punteren op de Beulakkerwijde?
Op 29 september bespraken we ‘Grand Hotel Europa’ op de leesclub, de reacties waren wisselend. Pfeiffer had gelukkig die week een prachtig sonnet geschreven over reisorganisatie Thomas Cook, dat die week failliet ging.

Sonnet van een buitenkans

In chic vergeelde tijden opgericht,  toen men zich kleedde voor diner aan boord  van roodfluwelen treinen naar een oord  dat klonk als een exotisch  minnedicht, –
toen glas kristal was en van bakeliet de telefoon en toen de vestzakuren nog traag genoeg waren voor avonturen, en nu in deze botte tijd failliet. –
En rijen radeloze zontoeristen staan huilend in bermuda’s aan de balies  omdat hun vlucht naar huis niet meer bestaat. –
Failliet is avontuur, want zij verkwisten de kans om te ontsnappen aan de tralies van leven zoals in de folders staat.

Bij een jaarwisseling wensen veel mensen elkaar een ‘gezegend nieuwjaar’. Er zijn er ook die je een gezond of een mooi en prettig nieuwjaar wensen. Aan de ene kant is een datum maar een datum natuurlijk, aan de andere kant kunnen we het ook overdrijven. Maar de ander ‘zegen’ toewensen is prachtig natuurlijk. En soms gebeurt het dat je je gezegend voelt door een goed gesprek, een mooi muziekstuk of een samenzang in de kerk.
Zo ging het ook met ‘Paulus een biografie’van Tom Wright. Werkelijk een adembenemend boek van de veelschrijvende  Britse nieuwtestamenticus. Na een tweetal uitgebreide theologische boeken over Paulus, heeft hij voor de geïnteresseerde ‘leek’ een prachtige samenvatting geschreven. Je volgt de jonge Saulus in Tarsus en al lezend ga je beseffen hoe het Joodse leven en de Joodse theologie in het begin van de jaartelling er uit zag. Paulus reizen, zijn medewerkers en de steden die hij aandoet; het komt echt tot leven. Je gaat begrijpen waarom het evangelie van de opgestane Christus zo’n impact heeft in de Joodse wereld, maar ook in de Romeinse wereld. De heftige discussies die ontstonden, nauwelijks te geloven. Maar toen ik op de VPRO de eerste aflevering zag van ‘Het Israël van Heertje en Bromet’, snapte ik ook hoe de discussie in Paulus dagen zich afspeelden. (Het programma is inzichtgevend in het huidige Israël.)
Inmiddels ben ik halverwege in ‘Paulus’ en het blijft boeien. Met veel plezier zal ik verder lezen en mij elke keer ‘gezegend’ voelen. Mocht u nog ergens een boekenbon hebben liggen, ik zou hem inwisselen bij de boekhandel. Complimenten trouwens voor de vertaling, want het Nederlands leest geweldig. Het zijn wel compacte teksten, dus je moet soms ook gewoon weer een alinea of bladzijde nog eens teruglezen.

Afgelopen maandag was een prachtige heldere avond, mooi om te gaan varen door het Amsterdam Light Festival. Een mooie tocht werd het met broer en schoonzus. Wat zou er gebeuren als de zeespiegel nog verder zou stijgen? Bij de Stopera was dat mooi uitgebeeld door het beeld van allemaal wereldberoemde torens, omspoeld door grachtenwater. Ook 2020 zal het klimaat vaak ter sprake komen, evenals CO2 en stikstof. Weerman Reinier van den Berg vertelde in een interview dat walvissen CO2 opslaan. Zijn advies: zorg dat er weer veel meer walvissen komen in de oceanen! Prachtige uitdaging toch om daar dit nieuwe jaar mee te starten!

Lieve lezers, ik wens jullie een gezegend 2020!

‘Inschattingsfout’ 2

Op deze prachtige zonnige zondag vierden we vanmorgen de eerste Advent en ook het Heilig Avondmaal. Wat een prachtige combinatie! En in de preek ook nog een bijzondere verwijzing naar het nieuwe album van Goldplay (kijk op 11 minuten). Het gaat aan alle inschattingsfouten voorbij, de mens maakt er een potje van en ondertussen verlangt ze naar vrede en rust. Goldplay zingt er van, de wereldleiders beloven het, maar ondertussen gaan oorlog, onderdrukking, uitbuiting  en rampen gewoon door. De grote mannen van de wereld zullen net als al hun volgelingen en stemmers toch moeten luisteren naar Jesaja: “Wandel in het licht van de Heer!’

Nu ik deze eerste alinea teruglees, besef ik dat ik zo helemaal niet had willen beginnen. Overkomt mij wel vaker en dan is de gemakkelijkste oplossing meestal; de alinea selecteren en deleten. Soms moet je gewoon overnieuw beginnen, maar deze keer dus niet. De bedoeling was om gewoon een vervolg te schrijven op mijn blog over de uitslag van de rechtszaak. In de week erna kwam de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam op de site te staan. (uitspraak in de zaak van agent A.) Voor iedereen die het wil is het complete verhaal dus nog eens na te lezen. Kort gezegd is het dus zo dat agent A. wel een overtreding heeft begaan die strafbaar is, maar dat de regels in de brancherichtlijnen nu eenmaal zo opgesteld zijn, dat het hem niet strafbaar maakt. [ De rechtbank is van oordeel dat achteraf kan worden vast gesteld dat verdachte vaart had moeten minderen. Dat volgt ook uit de verklaring van verdachte ter zitting dat hij langzamer zou hebben gereden indien hij zou hebben geweten dat er zich een fietsersoversteekplaats op de plaats van de aanrijding bevond. De rechtbank is echter ook van oordeel dat verdachte niet kan worden verweten dat hij dit niet wist. Van hem kan niet worden verwacht dat hij tevoren op de hoogte is van de aanwezigheid van alle risicovolle plaatsen op de door hem gekozen aanrijroute. De oversteekplaats op de plaats van de aanrijding was ten tijde van het feit bovendien zo slecht zichtbaar dat verdachte evenmin een verwijt kan worden gemaakt dat hij deze niet tijdig heeft gezien. Dat het niet tijdig zien van de oversteekplaats waarschijnlijk ook in de hand is gewerkt door de hoge snelheid waarmee verdachte reed, maakt het voorgaande niet anders. Het illustreert naar het oordeel van de rechtbank dat hetgeen op grond van de regelgeving van een politieman wordt verwacht in situaties als de onderhavige, te weten enerzijds dat hij zo snel mogelijk op de melding af gaat en anderzijds dat hij de veiligheid van andere weggebruikers niet in gevaar brengt, met elkaar op gespannen voet staat. Naar het oordeel van de rechtbank legt dit een bijna onmogelijke taak bij de politieman in kwestie. Ook valt moeilijk in te zien waarom op grond van de BVP in een situatie als de onderhavige het gebruik van sirene en zwaailichten niet is toegestaan, nu dit de kenbaarheid voor de fietser van de met hoge snelheid naderende politiebus uiteraard zou hebben vergroot. Naar het oordeel van de rechtbank valt dit verdachte echter niet aan te rekenen. De rechtbank is ervan overtuigd dat hij de situatie naar beste vermogen heeft beoordeeld. Dat hij daarbij toch een fout heeft gemaakt, is gelet op het voorgaande niet in strafrechtelijke zin aan hem te wijten.]  citaat uit punt 8.

Inmiddels is, twee weken na de uitspraak, duidelijk dat geen van de partijen in hoger beroep gaat. Het OM (openbaar ministerie) niet en ook de politieagent niet. Natuurlijk geeft dit hele verhaal een toch min of meer dubbel gevoel, maar juridisch gezien is het klaar. Wat we nu nog kunnen doen is de verantwoordelijken aanspreken en vragen of ze op een of andere manier de regels kunnen aanpassen. Blijkbaar geeft de regelgeving een vrijbrief aan agenten om ver boven de toegestane snelheid door de stad te scheuren, omdat de betreffende agent zelf moet inschatten of hij het nodig acht. Jammer dan voor de burger die dat niet op tijd in schat. Wie ons kan helpen om dit probleem op de juiste plek te adresseren en hoe we het voor elkaar kunnen krijgen dat de huidige regelgeving in discussie wordt gebracht; laat hij of zij zich gerust melden.
Laat duidelijk zijn, er is berusting, we kunnen de hele rechtsgang afsluiten. Dat laatste geeft ook opluchting. Maar er zijn dus ook nog open eindjes…

We houden Jesaja 2 maar in gedachten, inschattingsfouten zullen er blijven, totdat er een dag komt waarop mitrailleurs, pistolen en bommen, worden omgesmeed tot ploegscharen. Tot die dag ligt er dus de opdracht; “Wandel in het licht van de Heer!’

Genade voor een euro, verbazingwekkend!

‘Amazing Grace’ (hier in het originele gezangboek) werd geschreven om door Newton te worden gepresenteerd tijdens de wekelijkse parochiebijeenkomst op de eerste dag van het jaar. De naam van de hymne was “1 Chronicles 17: 16-17, Revision Faith and Expectation.” In 1 Kronieken 16 en 17; spreekt koning David zijn dankbaarheid uit tegenover God; verbazing over zoveel genade!

Een medebewoner van ons ‘hof’ (we denken erover om Boekweitdonk te veranderen in “Boekweithof”) heeft een Amsterdamse Stadspas. Zo nu en dan zijn er aanbiedingen en mag hij iemand meenemen naar iets cultureels voor een euro. Samen hebben we gekeken wat Studio K, want daar gold de aanbieding onder andere voor, had te bieden. De film ‘Amazing Grace’ leek ons wel wat, ik had al enkele lovende recensies gezien. En aangezien onze overbuurman liever niet meer fietst, met bus 41 kwamen we er ook.

‘Amazing Grace’ is een heel oude hymne, in 1772 geschreven door de Engelse predikant John Newton (1725-1807). Newton was van oorsprong een zeeman en later kapitein op slavenschepen, moest niets hebben van het christendom. Na zijn bekering tot het christelijke geloof echter, werd hij predikant in Engeland en schreef meerdere liederen, waarvan ‘Amazing Grace’ het bekendst is geworden. Er zitten prachtige Bijbelse elementen in. Dat de genade zo overvloedig is, haalde Newton uit de Romeinenbrief (5:15). In Psalm 66 had Newton gevonden dat God veel voor de dichter had gedaan en betrok dat in de prachtige hymne op zichzelf. En uit Johannes (9:25) nam hij de tekst letterlijk over; ‘ik was blind, maar kan nu weer zien’. Op YouTube zijn tientallen uitvoeringen te vinden, van de Kelly Family tot Elvis Presly en van een Obama versie tot en met vele uitvoeringen op doedelzak. En nu draait in de bioscopen onder de titel ‘Amazing Grace’, een bijzondere film.

In 1972 nam Aretha Franklin (1942-2018), toen een beroemde soul-zangeres, een geweldig gospel-lp op. Ze deed dat in de ‘New Missionary Baptist Church’ in Los Angelas. De plaatopnames werden gefilmd, maar daar werd tot op heden niets mee gedaan. Nu is er een prachtige film van gemaakt en sinds vorige week draait hij in de Nederlandse bioscopen. In al zijn simpelheid is het een prachtig document. Mijn niet kerkse buurman, was ook zeer onder de indruk. Eenmaal buiten was een mede-bezoekster  haar fiets aan het ontketenen; “Nou we hoeven voorlopig niet meer naar de kerk!”, was haar commentaar. Mijn buurman had het zich ook al afgevraagd, waar kom je dit nog tegen? Gewoon met z’n allen zingen vanuit je hart! Ik kon het niet laten om te beweren dat het bij ons de OPK soms ook zo gaat, natuurlijk… wel een beetje meer calvinistisch op z’n Nederlands, maar toch! Afgelopen zondag hadden we een dankdienst (voor gewas en arbeid en nog veel meer) en de begeleidingsband had er echt zin in. En de Amersfoortse predikant die bij ons voorging en de 65 ook al gepasseerd is, stond zowaar mee te swingen en stak ook zijn handen de lucht in: “heft uw handen op naar omhoog!”.

De film  ‘Amazing Grace’ geeft een prachtig tijdsbeeld, maar ook een mooie inkijk in het geloof van mensen die zeker weten dat Jezus hun Heer en Verlosser is en verbazingwekkende en geweldige genade schenkt! Vorige week werd er flink reclame gemaakt in ‘De Wereld Draait Door” voor deze film. Als gast zat zangeres Giovanca aan tafel en nadat Matthijs van Nieuwkerk zijn emoties weer een beetje onder controle had, vroeg ze de tafelheer wat het nu met hem deed? Hij was geraakt en zag dat er ook contact met het hogere te zien was, maar helaas kregen we niet meer te horen. Maar ach, het was er misschien ook niet de plaats voor, net zoals in Studio K de bezoekers ook niet gingen staan en mee gingen swingen. Misschien gewoon de film toch een keer in de kerk ‘draaien’! Zo lang dat nog niet gebeurt, zou ik zeker een bioscoop op zoeken waar deze indrukwekkende film draait. Ik ga zeker nog een keer!

Amazing grace!

 

What’s in a name?

Juliet:  “What’s in a name? That which we call a rose
                 By any other name would smell as sweet.”     
uit  het toneelstuk  Romeo and Juliet   – William Shakespeare

Boven de ingang; ontworpen door Harm

‘De klank en de betekenis van een woord hebben niets met elkaar te maken, zo is de heersende opvatting onder taalwetenschappers. Niets in de klank [rose] wijst op een roos, dus had een roos net zo goed een tafel kunnen heten’. [citaat gevonden op het www]
Maar hoe zit dat met de naam van een kerk, een gebouw of een school? Ik kan me nog de reacties herinneren toen we in 2006 de naam van dr. M.B. van ’t Veer van de gereformeerde school in Amsterdam haalden. Vooraf ging een maandenlange discussie over het waarom van een naamswissel. Vooral niet-vrijgemaakte ouders werden ongerust, zou deze school wel een goede christelijke school blijven? Zou dit niet het begin inluiden van verbreding en loslaten van de christelijke beginselen? Uiteindelijk was daarop maar één goed antwoord. Dat antwoord kwam van dominee C.J. Breen, jarenlang predikant in Amsterdam en oud-bestuurslid van de ‘dr. M.B. van ’t Verschool’. De nieuwe naam, Veerkracht verwees in het eerste gedeelte naar de oude naam van de school en in het tweede gedeelte naar de kracht die de school haalt uit het Woord van God. Zonder dat laatste zou het niet gaan. Ds. Breen zag namelijk dat onder de hele grote letters Veerkracht, met kleinere letters stond; gereformeerde basisschool – bijbelgetrouw onderwijs. De combinatie leverde een woord op dat stond voor het soort onderwijs op de school; leerlingen toerusten voor het vervolgonderwijs en hun leven, christelijke veerkracht meegeven!  Opvallend in dit verhaal is ook nog, dat we van hogerhand eigenlijk geen steun vonden voor een naamswisseling. Inmiddels ligt 2006 al weer ver achter ons en van de huidige generatie leerlingen op Veerkracht, heeft niemand nog weet van de oude naam. In de overkoepelende organisatie, die in 2006 nogal moeilijk deed, zijn inmiddels al veel meer namen van scholen gesaneerd. Zelfs belangrijke gereformeerde voorgangers uit het verleden als K. Schilder en S. Greijdanus werden naar het geschiedenisboek verwezen. Onze dr. M.B. van ’t Veer was uiteindelijk nooit ‘vrijgemaakt’ geweest, maar juist Schilder en Greijdanus deden er toe!  En in de nieuwe organisatienaam is de ondertitel ‘gereformeerd’ ook niet meer aanwezig. Ach, what’s in a name?

Maar verwijzend naar het begin van mijn blog, ‘What’s in a name?’; doet het er toe welke naam er op een school staat? Doet het er toe welke naam er op een kerk staat? Blijkbaar hebben mensen daar toch een gevoel bij en leggen ze een bepaalde waarde in een naam. Door de jaren heen zijn er emoties met een naam verbonden. Daarom was er de laatste maanden op het internet flink wat discussie over een naam voor het ‘nieuwe’ kerkgenootschap, dat ontstaat als binnen en buiten-verbanders de strijdbijl begraven. Op verschillende fora werden stevige uitspraken gedaan. Dat soort discussies hadden we in 2006 ook. Opeens laaien emoties op en het lijkt wel of iedereen het beter voelt en weet.   Er is een site met de nogal pretentieuze naam: ‘onderwegnaar1kerk.nl‘ (Toch nog steeds het ‘ware kerk’ idee? Was het maar zo dat er straks maar 1 kerk is!).  Natuurlijk ben ik blij dat de twee kerken binnen afzienbare tijd weer een eenheid gaan vormen, een dankbaar gebeuren. Maar ook een samengaan omgeven met tranen, want wat is er veel verkeerd gegaan in de jaren zestig van de vorige eeuw. Op die bewuste ‘onderwegnaar-site’ heb ik spontaan als volgt gereageerd:

“Tja……
Zoveel smaken, zoveel zinnen waarschijnlijk. Toch blijf ik me bij beide namen afvragen waarom er een extra bijvoeglijk naamwoord voor moet. Waarom Nederlandse? Waarvan willen we ons onderscheiden? Van de Belgische, Deense, Duitse, Ghanese, Canadese Gereformeerde Kerken? Het is toch een aanduiding die we in Nederland gebruiken? Waarom er dat dan nog voorzetten? En waarom Verenigde? Dat klinkt al net zo bizar als Verenigde Naties die helemaal niet verenigd zijn, maar doen alsof… Natuurlijk, het zou mooi zijn als alle Gereformeerde Kerken meedoen, het zou werkelijk een Godswonder zijn! Maar ook deze vereniging van twee gereformeerde kerken zal er voor zorgen dat er broeders en zusters vertrekken naar verschillende kleinere gereformeerde kerken, omdat ze het uiteindelijk niet eens zijn met vrouwen in het ambt en aanverwante zaken. Dus toch maar gewoon Gereformeerde Kerken en hopen op een Godswonder!”

Teruglezend zie ik, dat ik in het stukje nog niet eens gerefereerd heb aan de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten en de vele andere varianten (Op de Biblebelt-tentoonstelling hing een gigantisch schema met alle gereformeerden; waarschijnlijk verwijzend naar Johannes 17 vers 21). Afgelopen zaterdag op weg naar een begrafenis kwamen we langs een kerk met een groot bord: “Gereformeerde Kerk (hersteld)”. Dat zou het moeten zijn, dacht ik. De binnen en buiten-verbanders samen, dat is toch ‘hersteld’? Ik kreeg ook associaties met een populair tv-programma (op de BBC en gekopieerd door RTL4 met Umbrto Tan) “The Repair Shop“. We maken er gewoon “The Repair Church” van; de kerk is toch een beetje hersteld, en je kunt je er ook laten herstellen en tegelijkertijd gaat er de roep van uit om te blijven herstellen.

Ooit waren we als gereformeerde school aangesloten bij het ‘Evangelisch Contact Amsterdam’. Baptistenbroeder Gabriel, inmiddels rooms-katholiek geworden, was van die club de stuwende kracht en we vergaderden steeds op een andere plek. Bij de Pinkstergemeente of bij de Christ Church op de Groenburgwal, in de Tituskapel en ook een keer op Veerkracht. We leerden elkaar steeds beter kennen als volgelingen van Jezus Christus, hoe verschillend we ook waren en zijn en dat ook niet onder stoelen en banken staken. Op zeker moment heb ik voorgesteld om op alle aangesloten kerken een bord te laten bevestigen, in de trant van: “hier komen volgelingen van Jezus Christus bij elkaar….”. Bij mijn weten hebben Jezus eerste volgelingen Petrus, Johannes en hun vrienden en ook Paulus geen kerken gesticht. De volgelingen van Jezus kwamen regelmatig bij elkaar en vormden gemeenschappen. Gemeenschappen waar vanaf dag één ook gedoe was, maar die wel bekend stonden voor hun trouw aan de Opgestane en hun liefde voor hun naasten. En mij bekruipt regelmatig het gevoel dat onze Heiland geen instituten (kerken) bedoeld heeft met klinkende namen en eigentijdse organisaties, maar kerken die willen leven naar Mattheus 22 vers 36 tot en met 40.

De Biblebelt

van Urk tot Reimerswaal

Afgelopen zaterdag is in het Museum Catharijneconvent (Utrecht) de tentoonstelling ‘Bij ons in de Biblebelt’ afgesloten. Ik hoorde de directeur zeggen dat de bezoekersaantallen bijzonder waren, ik ving ‘bijna 70.000’ op. Vorige week dinsdagmiddag, een gewone doordeweekse dag en het was echt druk! Een bijzondere tentoonstelling, die toch gemengde gevoelens achterlaat. Het moet eerlijk gezegd, de tentoonstelling was prachtig opgezet, maar het was toch wel een beetje ‘aapjes kijken’. Al die mooie foto’s, die korte filmpjes; natuurlijk geeft het een beeld van een groep gelovigen in ons land. Maar het was behoorlijk veel ‘brede en smalle weg’. Als gereformeerde jongen heb ik toch een redelijke afstand tot de reformatorische wereld, maar tegelijkertijd ligt het gedachtegoed van de reformatorischen heel dicht bij die van de gereformeerden. Veel uiterlijkheden en de daarbij behorende regels van de reformatorischen, waren in mijn jeugd ook de onze. Wij waren dan wel niet van de ‘zwartekousenkerk’, maar een buitenstaander zag wel heel veel overeenkomsten. En laat het duidelijk zijn, gereformeerden en reformatorischen hebben en lezen precies dezelfde Bijbel. En voor beide is de Bijbel; het levende Woord van God. Als cultureel verschijnsel is de Biblebelt best bijzonder, dat ontken ik niet. Al die plaatsnamen aan het begin van de tentoonstelling, heel herkenbaar. Maar tegelijkertijd ook de constatering dat in veel van die plaatsten lang niet iedereen zich schaart onder het gehoor van een ‘zware’ reformatorische predikant.
Toch ook wel een beetje bijzonder is dat er zoveel reformatorischen hebben meegewerkt aan deze tentoonstelling. Zelfbewust stonden ze op foto’s en deelden hun verhaal. En tegelijkertijd vroeg ik me steeds af, maar is dit zo bijzonder? Is het om een buitenstaander te laten glimlachen bij de preek van een Gereformeerde Gemeente dominee, waarin zoveel herhaling en onbegrijpelijk en archaïsch taalgebruik zat, dat er geen touw aan vast te knopen viel? Is het de glimlach om ‘zingen met bovenstem’ of de vrijwel identieke interieurs van jonge reformatorischen? Aan de andere kant is het ook mooi dat er zoveel verbondenheid en gemeenschappelijks is binnen deze ‘zuil’. Is dit wat Jezus bedoelde met ‘wel in de wereld, maar niet van de wereld’ in Johannes 15: 19?

Kruisiging

Toch moest na al dat ‘reformatorische geweld’ het mooiste nog komen. De laatste zaal was bestemd voor ‘reformatorische kunst’. Eigenlijk bedoelden ze denk ik, kunst gemaakt door kunstenaars die zich rekenen of rekenden tot de wereld van de Biblebelt. We liepen Martijn Duifhuizen tegen het lijf, hij wilde op de foto met zijn kunstwerk samen met de directeur van het Museum Catharijneconvent (voor zijn portfolio). Heel kort hebben we elkaar even gesproken en natuurlijk wist hij zich te herinneren dat hij voor ons een exemplaar van Communio Sanctorum had gemaakt. Een heel klein werkje met 1000 namen, waartussen die van Roelof Harm Wimmenhove. Ik heb daar in november 2017 over geschreven. Op de tentoonstelling was ook een exemplaar van Communia Sanctorum te zien. En naar mijn idee totaal niet passend bij de tentoonstelling, maar wel heel indrukwekkend, Duifhuizens grote werk: ‘Kruisiging’. Eén van de ideeën achter dit werk is dat het middelste witte vlak Jezus Christus is en met links of met rechts een perfect vierkant vormt. Ook was er muziek bij te luisteren. Martijn stuurde mij later nog een link met muziek van componist Kees Wisse. Martijn: “Tip: het was best wel druk. Eigenlijk is het mooi om de muziek thuis in stilte te luisteren denken aan de kruisiging… ” Dit werk maakte het bezoeken van de tentoonstelling meer dan waard. En Martijn voegde er nog een prachtige relativering aan toe, “Uiteindelijk zullen we allemaal één zijn als volgelingen van Jezus”. Op Communia Sanctorum staan de namen van 500 protestanten en 500 katholieken. Allerlei denominaties bij elkaar op een kunstwerk! Dat is immers onze toekomst! Gereformeerd of reformatorisch zal uiteindelijk niets uit maken, denk ik.

Na drie jaar… | In memoriam Harm 1982 – 2016 (79)

Het zijn voor ons rare dagen zo half september. Een vriend van Harm die werkt in de States en voor vakantie in Nederland is, komt eten. Vrienden sturen bemoedigende woorden via kaarten en appjes. Gisteravond waren we met vrienden bij elkaar en haalden herinneringen op. Na twaalven hebben we stil gestaan bij de boom op de Nassaukade, brandden een kaarsje en gingen in gedachten terug naar 14 september 2016. Vandaag hebben we ook stilgestaan op Zorgvlied en als gezin ons later rond de tuintafel geschaard en ‘spinazietaart’ gegeten. Het zijn allemaal van die rituelen om nog eens extra stil te staan bij het gemis en verdriet om Harm. En nog steeds missen we hem elke dag, maar de scherpe randjes worden zachter. Gelukkig leven we in een tijd, dat we niets hoeven weg te stoppen, dat het ook niet gek is om nog steeds te huilen om het wrede gemis.
Ook na vandaag gaat het leven verder, maar zijn foto blijft gewoon staan. Inmiddels kijken we uit naar de 31e oktober wanneer eindelijk een rechter zich zal buigen over de aanrijding met een politiebus, die Harm het leven kostte. Het zal ook dan weer emotioneel en lastig worden, maar hopelijk kunnen we dan dit gedeelte afsluiten.

Vanmorgen was ik voor de eerste keer bij een ledenraadsvergadering van de EO.  Meedenken en als klankbord fungeren voor het bestuur, een mooie taak. Een leuke oefening was het nadenken over de invulling van de Kerst-VISIE. Maar ook discussie over hoe de EO heeft geacteerd rond de Nashville-verklaring. Door de jaren is er nogal wat bijgesteld aan het spreken van scholen, kerken en ook de EO over hoe om te gaan met homo’s. Niet iedereen zit hier op één lijn, dat werd wel duidelijk. Gelukkig was er in ieder geval in juli, in de week voorafgaande aan Gay Pride bij een beslist niet christelijke zender een mooie inkijk bij christelijke homo’s (PowNed). Het terugkijken meer dan waard en eigenlijk best goed dat het geen EO-programma was! Tijdens de plenaire vergadering heb ik me een paar keer gefocust op de prachtige ramen in de EO-kapel, tenminste die ik kon zien. Een koning met harp in een kleurig landschap, het leverde veel mooie psalmregels op in mijn hoofd. Een troostvol raam dus!

Kyrie eleison

Wat als …

We reden vanuit Kampen weer naar Amsterdam. Het strakke polderlandschap met tientallen naar de hemel wijzende windmolens, gleed aan ons voorbij. Uitgebreid spraken de politicus, de historicus en ik door over de promotie van onze jonge dominee. Met verve had Marinus de Jong in de Lemkerzaal van de Broederkerk zijn proefschrift verdedigd. Wandelend langs de Vloeddijk had ik de geur opgesnoven van Theologische Hogeschooldagen, in mijn gedachten hing die nog steeds aan de nu rustige grachten van het Hanzestadje Kampen. Met duizenden bezoekers vulden we in mijn jeugdjaren statige kerkgebouwen en toen het mis ging in de kerk, werd het zelfs een toogdag in tenten. In die jaren 60 van de vorige eeuw, mijn jeugdjaren, leefde het onderwerp van studie waarop Marinus promoveerde al niet meer. In 1952 verloren de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (de artkel 31-ers), plotseling hun leider professor Klaas Schilder, 61 jaar oud en op dat moment werkzaam aan de Theologische Hogeschool. In 1944 was hij aan de kant gezet door de synode, met als gevolg een flinke uittocht van dominees en kerkleden uit de Gereformeerde Kerken. Een bizar stuk geschiedenis overigens, want hoe haalden mensen het in hun hoofd om in een land dat gebukt ging onder Duitse bezetting, een kerkstrijd te voeren? In de nazomer van 1944 waren al meer dan 100.000 Joodse landgenoten, Roma en Sinti, via Westerbork naar de vernietigingskampen gestuurd. Moesten gereformeerden daar niet tegen in het verweer komen en zich er kapot voor vechten? En toen in de zomer na bevrijding, door de geallieerden, hier en daar Joodse overlevenden probeerden hun huizen en bezittingen terug te vinden, waren ‘vrijgemaakten’ bezig kerkgebouwen te organiseren. In Hoogeveen, mijn geboorteplaats, waar zo’n 300 Joodse bewoners slachtoffer werden van de ‘Endlösung’, werd uiteindelijk de synagoge een ‘vrijgemaakte’ kerk, ontdaan van alle Joodse symboliek. De enkele tientallen overlevenden (door onderduik) keerden Drenthe goeddeels de rug toe. Meester Veldman had daar zelfs een bijbeltekst bij gevonden; Genesis 9: 27 “Moge God ruimte geven aan Jafet, hem laten wonen in de tenten van Sem; knecht van Jafet zal Kanaän zijn“. De uitleg daarbij werd dan; wij stammen als christenen af van Jafet en het Joodse volk stamt af van Sem. Nu ‘wonen’ wij in het huis van Sem. Maar dit terzijde… 
Professor Klaas Schilder was trouwens één van de weinige theologen die zich in woord en geschrift zeer kritisch had uitgelaten over het nationaal-socialisme van de fascistisch bezetter. Hij moest zelfs onderduiken, zijn denkbeelden werden verboden. 

Op de theologie van deze kerkleider promoveerde onze dominee. En alhoewel het geheel een flink theologisch gehalte en vaktaal bevatte, was het ook voor niet-theologen goed te volgen. In het ‘lekenpraatje’ legde Marinus het verband tussen ‘het denken van Schilder over de relatie tussen kerk en wereld’ op een aansprekende manier uit. Hij trok daarbij de lijnen door naar vandaag, refererend aan het de ideeën van de Londense predikant Sam Wells en een huurder van de Oosterparkkerk die onder leiding van Ras Sjamaan ‘Ecstatic Dance’ organiseert. Schilder, zo maakte de promovendus duidelijk, zei dat de kerk ‘hier en nu’ is, de kerk hangt niet aan het geloof van de deelnemers en haar gedrag. Het gaat niet om een christelijke monocultuur, want ‘de kerk is het middel, de wereld is het doel’. En die laatste uitspraak is dan ook niet voor niets de titel van zijn doorwrochte proefschrift. Maar dansen in de kerk, dat was niet des Schilders.
Vervolgens werden voordat aan Marinus de titel ‘doctor in de theologie’ mocht gaan voeren, door verschillende opponenten vragen op hem afgevuurd. Verschillende aspecten kwamen hierbij aan de orde. Dr. Kooij (VU) vroeg door over het schisma in de kerk (1944) en of dat vanuit het theologische denken niet te vermijden was geweest. Marinus gaf daarbij aan dat het in die dagen het juridische enorm de overhand nam, zeker bij Schilder. Wat als hij en zijn medestanders zich ook door andere factoren hadden laten leiden? Vervolgens werd op de vraag van dr. Brinkman (VU) flink doorgesproken over de uitleg van de Bijbel en de rol van de confessie. Hier kwam ook het gedachtegoed van de Amerikaanse theoloog Stanley Hauerwas aan de orde, omdat Marinus die in zijn studie had betrokken, waar het ging om de verhouding tussen kerk en wereld. Tegenover de Groningse professor van ’t Slot (RUG) moest Marinus flink in de verdediging; Schilder was niet zo militant en scherpslijperig zoals vaak wordt gedacht. En volgens Marinus was Schilder ook niet heel optimistisch over wat mensen doen in de wereld; “Schilder is dialectischer dan we vaak denken”.
Dr. Ad de Bruijne (TU), die zich ook flink heeft bezig gehouden met Hauerwas, vroeg door over de verhouding van de kerk en christelijke organisaties. Interessant ook voor het huidige kerkelijke leven en de mensen die aangesloten zijn bij een kerk. Marinus die blijkbaar alles heeft gelezen wat professor Schilder allemaal heeft geschreven, gaf aan dat bij Schilder ‘de confessie’veel meer in beeld is, dat dat het springende punt is. Ben je het daar over eens, dat valt er ook buiten de kerkmuren met christenen veel werk te verzetten. Hauerwas wil eigenlijk dat de kerk alles doet. En in antwoord op dr. Koert van Bekkum (TU) liet Marinus merken ook de preken van Schilder te hebben bestudeerd en die gaan niet over haat, maar steeds weer over het Verbond en niet zozeer over verkiezing. Tot slot vroeg de Nederlands-Gereformeerde dr. van der Dussen (TU)door over de ideeën van Schilder en de doorwerking daarvan bij de ‘binnenverbanders met hun ‘ware kerk’gedachte en de ‘buitenverbanders’ met een meer dynamische kerkopvatting à la Schilder.

En toen zaten we opnieuw met de gedachte; wat als… Wat als professor Schilder in 1952 niet zo plotseling was gestorven en zijn leidende rol binnen de GKV daarmee ook voorbij was? Op de rechte polderwegen filosofeerden we daar nog wat over door. Het ‘hora est’ van de pedel maakte een eind aan de discussie met van der Dussen, maar de vragen blijven wel staan. Als de volgelingen van Schilder niet zo gehamerd hadden op het aambeeld van ‘doorgaande reformatie’, als een wat oudere en bezadigdere Schilder zijn volgelingen een wat openere blik had gegund, wat als…
Schilder was blijkbaar een leider en voorganger, die in zijn tijd, zijn hoorders kon boeien. Uit mijn boekenkast heb nog es het boek van Felderhof en van der Stoep gepakt: “In de houten broek”. Van der Stoep schrijft daarin een prachtig hoofdstuk, over een bezoek dat hij brengt aan een dienst waarin Schilder voorgaat. “Een schatgraver op een Rijnsburgschen preekstoel”. Zondag 11 februari 1940 heeft hij daar onder het gehoor van de jonge professor gezeten. Prachtig wordt het Rijnsburgse kerkvolk getekend, maar ook de professor die preekt over “Als hij (Judas) dan uitgegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt, en God is in Hem verheerlijkt. (Johannes 11: 31). Hij krijgt de hoorders stil, want er wordt nauwelijks meer gehoest! Er volgt dan een boeiend preekverslag, waarin de spade, volgens van der Stoep, steeds dieper gaat. Aan het eind vraagt hij zich af of de hoorders het wel begrepen hebben, “de ouderling, de koster en de vrouw achter ons, de man op ’t orgel en het lid van de J.V., de groothandelaar en het kind en de ouwe man en de dokter, de bloemenventer, de secretarieklerk, het dienstmeisje en de onnoozele Hannes? Wat heeft de professor er zelf van begrepen? Dit is nog de vraag die ’t meest intrigeert.” ….. “Wat is een preek toch een onmachtig ding, zoodra men op straat en achter zijn kopje koffie komt, als men de lange rij menschelijke beperkingen ziet, waaraan zijzelf en haar invloed en uitwerking onderworpen is. Maar wat is zij machtig – en dat ziet ook alleen het geloofsoog – als bouwmateriaal in Gods hand om zijn gedifferentieerde gemeente te stichten en op te bouwen in het allerheiligst geloof.”

Dat laatste wensen we ook onze weledelzeergeleerde heer Marinus de Jong toe en dat zijn jarenlange studie er aan mag meewerken. Dat het kerkvolk van de Oosterparkkerk gesticht moge worden. Waarvan akte!