Categorie: Amsterdam

Kerk in de steigers

Onze kerk, de Oosterparkkerk in Amsterdam, staat sinds vorige week vrijdag letterlijk in de steigers. Nu in de kerkzaal de schilders vrijwel klaar zijn, is de buitenkant aan de beurt. Maandag en dinsdag waren de schilders al flink aan het schuren, ondanks het miezerige weer. Inmiddels is het eerste mahoniebruin op de raamkozijnen gestreken. Langzaamaan is  de renovatie behoorlijk op streek. Zondag kunnen we weer met z’n dertigen naar de kerk en mogen dan op de nieuwe stoelen zitten. De toiletten moeten nog wel worden betegeld en ook de hal en de voordeur moeten nog aangepakt, maar het schiet dus op.

Ergens in januari wilde ik een blog schrijven over ‘klassiek gereformeerd’. Dat idee kwam voort uit een discussie die in het ND en in verschillende kerkelijke bladen werd gevoerd. Het overkoepelende thema was steeds de kritiek op de koers van onze kerk (de GKv). De synode van deze kerken heeft bijvoorbeeld definitief besloten dat vrouwen ook predikant kunnen zijn binnen onze kerken, vrouwelijke ouderlingen waren al iets eerder toegestaan. Ondertussen is er nog wel een behoorlijke groep ‘vrijgemaakte’ kerkleden die deze verandering ronduit niet-bijbels vinden. Zij willen ‘klassiek gereformeerd’ zijn en blijven.  Mijn vermoeden is, met de kleur van onze  kerkramen, dat dit de komende jaren een reden voor sommige broeders en zusters zal zijn om de GKv te verlaten. Ze vinden dat hun/onze kerk niet meer ‘klassiek gereformeerd’ is. Volgens mij is er bij deze broeders en zusters een diep verlangen naar de kerk van de zeventiger jaren van de vorige eeuw. Nadat eind jaren zestig de ‘ruimdenkenden’, de ‘kritische denkers’, ‘de niet doorsnee-vrijgemaakten’, buiten verband waren komen te staan, was de GKv flink opgeschoond. Interne discussies waren niet meer aan de orde, de binnenverbanders konden in alle rust verder bouwen aan een gezamenlijke bubbel. De steigers werden in rap tempo afgebroken, de rust was weergekeerd. De blog over ‘klassiek gereformeerd’ komt er denk ik voorlopig niet. Een kerk mag zich best gereformeerd noemen, maar eigenlijk is het een raar etiket. Eigenlijk wil toch elke kerk gewoon Jezus Christus volgen?

Een beetje filosoferend hierover denk ik dat men toen in de jaren 60, de steigers beter had kunnen laten staan. Het gebouw ‘gereformeerde kerk’ was in die tijd helemaal niet af, eerder zwaar beschadigd. Men had alles in het werk moeten stellen om de scheuren te herstellen, zeg ik met de blik van vandaag. Zoals in onze kerkzaal waar forse scheuren zaten, ontstaan door roestend ijzer, de aannemer de scheuren moest uithakken, waarna de stukadoor alles weer netjes vlak kon trekken. In de jaren zestig had men de scheuren ook moeten uithakken, tot op het bot. Vooroordelen hadden moeten worden uitgewisseld en bevraagd moeten worden. Maar nee, het leek wel of barsten en scheuren groter werden gemaakt. Broeders en zusters liepen wanneer de moeilijkheden in de kerken in een preek werden genoemd, kwaad de kerk uit. Ik maakte mee dat tijdens het ‘grote gebed’ een heel gezin op bevel van de vader naar buiten stiefelde. Vriendschappen die al jaren bestonden, van de een op de andere dag keek men elkaar niet meer aan.  Geen goede voorbeelden; men had ook tot na de dienst kunnen wachten en dan nog een mijl meegaan. Proberen toch samen verder te bouwen, en een kerkscheuring niet de aanleiding laten zijn tot het opbreken van een jarenlange vriendschap. De scheuren werden echter zo definitief dat herstel onmogelijk leek, en opeens waren er twee soorten vrijgemaakten. Vijftig jaar later is het haast niet meer uit te leggen. Gelukkig is er nu een proces op gang gezet voor heling en eenwording. Ook bij dat proces zijn steigers, trappen, troffels en kwasten nodig. Een kerk moet eigenlijk constant aan het verbouwen zijn, in beweging en open voor mensen, die op zoek zijn naar rust, naar genade en aandacht.

Vandaag heeft de orgelbouwer de grote balg losgekoppeld van het orgel. Een flink karwei en halverwege de middag hebben we met zes man sterk het 150 kilo zware gevaarte uit het orgelhok getild. Ook een reguleerbalg is door de orgelmaker meegenomen. Wanneer de balgen zijn hersteld zal op de orgelverdieping alles schoongemaakt worden. Alle meer dan 1000 orgelpijpen zullen schoongemaakt worden. Daarna kan het orgel er weer jaren tegenaan. In diensten en hopelijk ook op andere momenten, concerten, middagpauzeconcerten en hopelijk als studieorgel voor orgelleerlingen.

Zie ook; steundeopk.nl 

Verdwijnen de verhalen…?

Deze week is de vloerenman bezig. Op de galerij had hij zijn kunsten al vertoond, maar nu mocht hij los op de kerkvloer. Wanneer je vandaag of morgen even binnenloopt en dan de geur opsnuift, zou je willen dat je het in een potje kunt stoppen en dat op een zondagmorgen kunt rondstrooien, zo heerlijk ruikt het. Het prachtige Amerikaans grenen was in bijna 120 jaar natuurlijk behoorlijk aangetast en voor zover ik weet nog nooit flink opgeschuurd. In 1980 lagen er in de twee gangpaden kokosmatten en ook voor het podium lagen matten. Jaren later, toen de tand des tijds had toegeslagen werden ze naar de vuilstort gebracht. Nieuwe matten kwamen niet terug, iedereen vond het zonder matten mooier. Er werden, toen in de ‘beheerderswoning’ nog een kostersechtpaar woonde, de naam van de familie Dijkstra zij met ere genoemd, jaarlijks schoonmaakdagen georganiseerd. Lampen werden met behulp van een lange ladder schoongemaakt en zelfs de gordijnen werden gewassen. Met een grote schrobmachine werd de kerkvloer schoongemaakt (met water en groene zeep). De vloer lag er dan weer voor een aantal maanden prachtig bij. Maar inmiddels was er echt groot onderhoud nodig. Het prachtige hout, wat natuurlijk nog veel ouder is dan 120 jaar heeft dus al heel wat kerkvolk over zich heen gehad. Van 1904 tot 1976 een heleboel Doopsgezinde broeders en zusters en vanaf begin jaren 70 dus ook de vrijgemaakten, die het gebouw uiteindelijk in 1976 kochten.

Prachtig stilleven op de galerij.

Amerikaans grenen is uitermate geschikt om er vloerplanken van te zagen.  Doordat de stammen tot wel 30 meter lang zijn zijn er geen noesten in het hout. Dat hebben de bouwers en architect Salm aan het begin van de 20e eeuw goed bedacht. Daarnaast is het niet de meest dure houtsoort, de kerk mocht niet te veel kosten. De kozijnen werden ook van grenen gemaakt en later geverfd en gehout, ook zo’n zuinigheidsmaatregel. Dat op zich is natuurlijk al een mooi verhaal, maar afgelopen zondag toen we nog op de stucloper zaten, dwaalden mijn gedachten naar de vloer. Ik heb iets met vloeren en door de jaren heen bij de dochters, bij vrienden en ook collega’s kaal beton belegd met mooie houten planken, prachtig laminaat en een enkele keer zelfs met namaakhout. Dat laatste weiger ik nu principieel, geen kunststof. Niet een paar dagen op de knieën met als resultaat een vloer met namaak uitstraling. De kerkvloer zal straks één of op sommige plekken wel twee millimeter kwijtraken, zat ik te bedenken.

Zullen dan ook al die verhalen die zich op de vloer hebben afgespeeld daarmee verdwijnen? Ik moest opeens denken aan al die kerkgangers die niet in onze ledenlijst terechtkwamen. Zoals broeder S. die zich op de voorste rij nestelde in het gezelschap van een grote zwarte hond. Hij luisterde aandachtig en mompelde zo nu en dan wat door de preek, zijn hond bleef gelukkig rustig. Later beweerde hij dat hij ook een preek had geschreven en die ook wilde houden. Dat ging de kerkeraad, toen nog zonder n, toch wel te ver. S. was ontstemd en keerde niet meer terug. En niet te vergeten broeder L., die zo nu en dan op de achterste rij ging zitten en later regelmatig op bezoek kwam bij de evangelisatieprojecten in het Bijlmerpark. Een woord of een zin riep bij L. allerlei associaties op en dan was er geen touw meer aan vast te knopen. Het ging werkelijk van Feike Asma tot allerlei theologen. Tijdens een maaltijd in het Bijlmerpark werd een Bijbelgedeelte gelezen waarin het monument Eben Haëzer voor kwam (1 Samuël 7). L. vroeg wat dat betekende en hij kreeg als antwoord: ‘Tot hiertoe heeft de Heere ons geholpen’. ‘Oh’, zei L., ‘dan snap ik waarom bij het Gein dat fietspad op houdt’. Later kwamen we er achter dat een boerderij daar de naam ‘Eben Haëzer’ droeg. ‘Eben Haëzer’ betekent trouwens gewoon ‘steen van de hulp’ (God die hielp in de strijd), het ‘tot hiertoe’ wekt dus nogal verwarring. Op en zondagmorgen zat broeder L. weer achter in de kerk en was behoorlijk onrustig. De irritatie liep hoog op en enkele broeders hebben hem toen de kerk uitgezet. Een verdrietige gebeurtenis, want buiten zette broeder L. het op een schreeuwen.
Broeder Westerneng, die stond later wel in de ledenlijst, kwam in mijn gedachten. Een kleurrijk figuur die veel door de stad had gezworven met zijn accordeon. Bij het evangelisatieproject begeleidde hij wel eens de samenzang. Toen hij officieel lid zou worden, zat hij op een zondag behoorlijk dronken op de galerij. De dominee nam, op aandrang van de koster, voor de dienst maar eens poolshoogte, maar rapporteerde dat hij niets had geroken… Nu was deze voorganger geen gebruiker van alcoholische dranken, dus misschien had hij niet het verschil ontdekt tussen ranja en alcohol. Deze broeder had altijd mooie verhalen, luisterde vaak hele dagen naar radio Parousia waar hij ook inbelde. Helaas had hij het niet in zich om zijn huis schoon te houden. Ging een ouderling op bezoek dan nam deze in de binnenzak een schone beker mee. Broeder Westerneng is na zijn sterven in het OLVG, vanuit de kerk begraven. Als eerbetoon had men op de kist zijn accordeon een plek gegeven. ‘Helaas’ schoot er tijdens de overdenking een riempje los en klonk er nog een prachtig klagend geluid vanaf de kist, een soort eresaluut!
Ik hoop maar dat met het verdwijnen van de bovenste laag, niet de verhalen verdwijnen. Trouwens op deze opgeschuurde vloer zullen ook weer nieuwe verhalen ontstaan.

NB www.steundeopk.nl

De dienst begint om kwart over negen…

Jammer van het tuintje, maar wanneer er genoeg geld is, komt er een prachtige keuken!
Nu nog een oplossing voor het lelijke kippengaas aan de buitenkant.

Het was een heftige discussie op de kerkenraad. Er lag een brief van een oudere broeder met de vraag of de broeders de begintijd van de ochtenddienst wilden aanpassen. De bewuste broeder had daarvoor een paar argumenten. Maar één argument was erg sterk. Kwart over negen klinkt een uur vroeger dan half tien. Het was een doordenker natuurlijk, maar deze broeder bracht een fraai psychologisch argument in. Voor hem voelde het gewoon veel later, half tien, dan is die negen weg. De voorzitter, in die tijd was dat gewoon de dominee, moest hier niets van weten. Een kwartiertje verschil, wat een onzin! Probleem wat op de achtergrond speelde was dat de dominee vrijwel elke zondagochtend ook elders preekte. Dat laatste deed hij met toewijding en liefde, regelmatig preekte hij vier keer op een zondag! Wanneer de Oosterparkkerk om kwart over negen startte, dan kon de dominee om ongeveer tien uur buiten staan. (Wanneer de preek dreigde uit te lopen, dan kuchte zijn vrouw nadrukkelijk en wist hij dat er een eind aan gebreid moest worden.)  Voor de kerk stond dan een chauffeur met auto klaar om de dominee zo snel mogelijk te vervoeren naar een zusterkerk. Die zusterkerk startte om half elf. De kleine gemeentes in Krommenie en Halfweg-Zwanenburg hadden een prachtige voorziening op deze manier, keurig op elkaar afgestemd.
Maar ja, toen lag daar de vraag op tafel van een oudere broeder die al veel last had van slapeloosheid.  Na een heftige discussie moest er toch maar over gestemd worden. Sommige broeders, die ook wel een kwartiertje wilden uitslapen, hadden stiekem al koppen zitten tellen. De voorzitter wist de vraag echter zo te stellen dat je eigenlijk niet wist of je nu voor of tegen moest stemmen. De eerste die aan de beurt kwam, links van de voorzitter, onderving dat door breeduit te vertellen dat hij voor handhaving van de begintijd was. En dat ging goed totdat één van de broeders zich vergiste. De vraagstelling was hem te veel  geworden en hij stemde precies anders dan hij in de discussie beweerd had. Consternatie alom toen bleek dat het geen half tien werd. Eén van de diakenen vertelde later dat hij al heel lang vond dat de dominee beter advocaat had kunnen worden. Achteraf gezien denk je bij jezelf, waar hebben al die discussies toe geleid? Dertig jaar later kun je je nauwelijks voorstellen dat we ons daar toen zo druk over maakten. Vergaderingen van vier uur waren geen uitzondering en dan werd er  ook nog flink gerookt. Wanneer we eerstdaags het plafond van de kerkenraadskamer open trekken, zullen we vast en zeker nog rooksporen aan treffen. De koster, die boven de consistorie zijn huiskamer had kon bijna ruiken van welk merk sigaren er werd genoten. “Verbrand uw afgoden”, was een geliefde uitdrukking van onze dominee.
Een paar vergaderingen later werd alsnog de aanvangstijd veranderd naar half tien. En jaren later werd het tien uur en verdween de tweede dienst, iets wat niet in ons hoofd op kwam toen we discussieerden over een kwartiertje later. De kleine kerkjes van Halfweg-Zwanenburg en Krommenie bestaan niet meer, het aantal leden nam zo af, dat deze kerken vonden dat ze geen bestaansrecht meer hadden. De broeders die onze toenmalige dominee ophaalden, hij had geen rijbewijs,  leven niet meer.
Tot voor kort zag het kerkgebouw er nog net zo uit als veertig jaar geleden. De mannenbroeders die in 1980 de kerk bestuurden zouden echter verbaasd zijn geweest. Een piano, regelmatig een muziekband die een keur aan liederen speelt, elke zondag een viering van het Heilig Avondmaal en een brandende kaars voor in de kerk…. Ik hoop dat ze onder de indruk zijn zouden zijn van een serie preken over Goede Gewoonten en beseffen dat aanvangstijden en gewoonten blijkbaar kunnen veranderen, maar dat gelukkig het evangelie nog elke zondag voluit klinkt.
En mocht u het nog niet gedaan hebben, neus eens rond op steundeopk.nl.

steundeopk.nl

Een prachtig stilleven in ons kerkgebouw vanmorgen. De deur naar het orgel en de deur naar de bergruimte zijn prachtig in een mahoniekleur geschilderd. De zelfde kleur zit ook op de ramen waar het glas in lood in zit. Onderzoek heeft uitgewezen dat toen de kerk in 1904 werd opgeleverd deze ramen in ongeveer dezelfde kleur waren geschilderd en dan ook nog een houting kregen. Dat laatste procedé leverde dan min of meer een dure uitstraling op, het grenen hout is geen hardhout maar ziet er dan wel een beetje zo uit. De houting blijft in 2020 achterwege. De deuren waren in de jaren zeventig van de vorige eeuw van hardboard voorzien, paneeldeuren waren uit de mode. Gelukkig hebben ze hun oude uitstraling weer terug! De kaars en het lelijke kathedertje staan er een beetje verweesd bij sinds de dienst van afgelopen zondagmorgen. Tussen de steigers en met stuc loper op de vloer konden we met dertig gemeenteleden gewoon een dienst houden. En ondanks alle coronamaatregelen is het fijn om elkaar dan weer te ontmoeten.
Ook de andere kleuren die gebruikt worden refereren aan de kleuren van begin vorige eeuw, zoals het oker van de lambrisering. De kerk krijgt alleen al door het kleurgebruik een heel andere uitstraling. Een verfbeurt was sowieso heel erg nodig en de keus om dan te zoeken naar passende kleuren heeft goed gewerkt. Ook de talrijke scheuren zijn opengemaakt, gevuld, geschuurd en geverfd. Het gewelfde plafond ziet er weer mooi strak uit met zijn lijnen en rozetten. Nu al een beetje aangelicht door de lampen op wand. Het verfwerk is niet het enige wat aangepakt moest worden. De toiletten moesten echt onderhanden genomen worden en in onze kerk hadden we nog geen gelegenheid voor minder validen om naar het toilet te gaan. Daarom is er nu een gender neutrale toiletgelegenheid gemaakt, waar ook minder validen met een rolstoel van gebruik kunnen maken. Het mooie hoekraam kon en moest behouden worden natuurlijk. Omdat de Oosterparkkerk een gemeentelijk monument is, kan niet zomaar alles veranderd worden. Daarnaast is ook het toilet bij de deur van de oude kosterswoning volledig opgeknapt en is een extra toilet gemaakt naast de consistorie.
Een behoorlijke klus wordt ook nog het schoonmaken en opknappen van het orgel. Omdat binnenkort de grote balg van het orgel vervangen moet worden, moest ook de ruimte onder het orgel worden opgeruimd. Daar kwam een oud ‘naambord’ van de OPK tevoorschijn. Gedateerd op 19.7.1976 en gesigneerd met D. van Driel. Een prachtig lettertype en keurig netjes tussen haakjes; vrijgemaakt. Een prachtig tijdsbeeld, met diensten om kwart over negen en vijf uur.

Wordt vervolgd en voor informatie kijk op: steundeopk.nl. De fundraising loopt goed, maar er moet nog wel ruim 70.000 euro op tafel.

Harm 1982 – 2016 -2020 | In memoriam Harm (84)

HARM: bootje, verliefd, Amsterdammer, IT-er, gek van plaatjes draaien, hoe meer festivals hoe beter, prachtige foto’s proberen te maken, illegaal spuiten, stiekem slapende treinreizigers fotograferen, zonnebril en oooh die rugtas …..

Of opa zijn zakmes wel meenam, de kleinkinderen vroegen het meerdere keren. Ach ja, opa kan fluiten met een grassprietje tussen zijn vingers, maar dat lukt hen nog niet. Daarom vertelde ik maanden geleden dat je ook een fluitje kunt maken van een tak van de lijsterbes (Latijnse naam: Sorbus aucuparia). Voor mijn jongste broer is dat, volgens zijn eigen zeggen, de trigger geweest om orgelbouwer te worden. En wie weet is het voor Jip en Fiene een aanzet om later iets met muziek te doen. Maar helaas vind ik tot op heden hier aan de rand van Diemen-Zuid geen lijsterbessen. Maar gisteren, toen ze hier waren in verband met Harm zijn sterfdag, begonnen ze er gelijk over: “Opa, gaan we nog een fluitje maken?” Ik legde uit dat er hier geen lijsterbes was, maar misschien wel op de begraafplaats waar we met z’n allen naar Harms graf zouden gaan. We hebben wat afgespeurd op Zorgvlied, maar helaas geen lijsterbes. Of het dan niet met een andere tak kon? Helaas, dat fluitje houden ze dus nog tegoed.

Het was goed om als gezin stil te staan bij  de 14e september, samen een gin-tonic te drinken en een paar elpees draaien uit Harm zijn collectie en letterlijk stil te staan bij de tekst uit Matteüs 5, “Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden”. Coos veegde de grafsteen schoon en zette wat nieuwe plantjes op de hoogste tree. Het water stroomde al snel over andere treden van Harms graf en Coos zag er tranen in, hoe symbolisch. Kleinzoon Siebe begreep dat niet, huppelde weer weg en ging met grote broer en zus steentjes zoeken om die naast Joshi te leggen. Herdenken in het klein, een beetje voortbouwen op wat Harm deed. De pijn en het gemis is ook na vier jaar niet weg. Maar aan de kleinkinderen is te zien dat het leven ook gewoon doorgaat, wat weten zij over tien, twintig jaar over hun verongelukte oom? Een foto, een album vol herinneringen en een steen met vele steentjes op zijn graf. Harm leeft voor ons voort in zoveel kleine dingen; soms zien we hem fietsen of horen we muziek waarbij de tranen branden. Maar ook de momenten die je zo graag samen zou willen delen of dat je even om raad zou willen vragen… Zoveel momenten in de wetenschap dat het niet meer kan en tegelijkertijd beseffen dat we elkaar ooit weer zullen ontmoeten.

Kyrie eleison

2 X Holland

Er zijn van die momenten dat ik voor het slapen gaan een nieuwe blog bedenk. Mijn boek heb ik dan weggelegd, het bedlampje uitgeknipt en mijn wederhelft sluimert weg. Prachtige zinnen borrelen op en blijven voor dat moment ronddwalen in mijn hoofd. Helaas zijn ze de volgende morgen het raam uitgedreven of ze zijn ten onder gegaan in een warrige droom.  Vandaar dat ik ze nu niet meer weet en het moet doen met goedbedoelde nieuwe zinnen. Deze week heb ik opnieuw CORONACRISIS in de kantlijn van mijn agenda gezet. Ik wil voor jaren later toch vast leggen in wat voor vreemde en bijzondere tijd we op dit moment leven. Mocht de lezer denken dat ik een week abuis ben, dat klopt. Maar in de eerste coronacrisis-week zaten we in quarantaine en kwam dat in de kantlijn terecht.
In eerste instantie kreeg deze blog als titel: ‘Laat het nog maar een tijdje duren’. Er hoeft opeens heel veel niet, vergaderen gaat lekker snel en de lucht boven Amsterdam en Diemen is vrijwel volledig verstoken van vliegverkeer. Vorige week moest Coos midden in de nacht naar een bevalling in de Jordaan. Tegen drieën, dus midden in de nacht, reden we door een compleet uitgestorven stad; heel vreemd en zelfs een beetje beangstigend. Dan merk je opeens de keerzijde van deze crisis. Geen enkele toerist meer, vrijwel alle hotels donker, de horeca weet niet hoe ze deze periode gaat overleven. Op zaterdag gaan grote bossen tulpen voor een prikkie van de hand, dat kan niet normaal zijn. Het zijn dus werkelijk vreemde tijden.
Afgelopen vrijdag moest ik in het centrum van Amsterdam zijn,  ik kon overdag gewoon fietsen door de Kalverstraat. Probeer dat in “normale” tijden op een zonnige dag te doen; volstrekt onmogelijk. En helaas was de mooiste boekhandel van Amsterdam aan het Rokin op slot. Toen maar via de Nieuwe Hoogstraat richting de Antoniebreestraat, daar was gelukkig de boekhandel wel open. Je moet wel weten wat je wilt hebben, want je mag de winkel niet in. Gelukkig hadden ze ‘Heerschappij’ liggen en ik kreeg het van veilige afstand aangereikt. In de etalage zag ik nog een ‘Holland’ boek liggen. Pasen werd zo een Hollands feest. Tom Holland, een Engelse wetenschapper, schreef een bijzonder boek over de invloed van het christendom op onze westerse cultuur. Bijzonder boeiend en gelukkig heb ik het nog lang niet uit. Wie weet leert het mij ook iets over de rol van religie in tijden van een pandemie.
Rodaan Al Galidi schreef zijn tweede roman. Ruim twee jaar geleden schreef ik over zijn eerste boek. ‘Hoe ik talent kreeg voor het leven’ is een prachtig hilarisch boek van en over een asielzoeker uit Irak. Haarscherp wist Rodaan daarin zijn kennismaking met Nederland neer te zetten. In zijn boek ‘Holland’ beschrijft Rodaan hoe het Semmmier vergaat als hij na ruim negen jaar het AZC mag verlaten. Inmiddels is Rodaans taal nog rijker geworden en het lijkt er op dat doordat hij zich nog beter kan uitdrukken, nog dieper inzicht in onze cultuur heeft gekregen. Semmiers tocht van het ene goedkope adres naar het andere lijkt haast ongeloofwaardig, maar uit ervaring weet ik inmiddels dat het voor veel asielzoekers een vaak harde en bittere werkelijkheid is. ‘Holland’ is een fantastisch boek, dat je doet schamen en blozen, maar ook laat lachen en relativeren van veel aangeleerde Hollandse gekkigheden.

Het maakt nieuwsgierig naar Rodaans mening over hoe onze overheid maatregelen neemt vanwege een rondwarend virus. In de verschillende talkshows heb ik zijn visie nog niet gehoord, maar wel die van de zoveelste viroloog en econoom. Waarschijnlijk zal Rodaan met humor en gevoel voor understatement zijn visie geven op alle maatregelen en hoe de bevolking van Holland daar op reageert. Waarschijnlijk zou hij wel blij worden van de prachtige papegaaien die inmiddels de groene zuil onder de A10 sieren. Ook vandaag was de schilderes weer druk bezig. Vanaf de andere kant van de Weespertrekvaart heb ik poosje toe staan kijken hoe fietsers reageren op de schilderingen. Sommigen kijken niet op of om, terwijl anderen afstappen en bewonderend blijven kijken. Een prachtige eyecatcher in deze bijzondere tijd. Nu maar hopen, dat wanneer de hekken weg zijn, iedereen er met zijn graffitivingers vanaf blijft.

Coronazondag, Palmpasen

De eerste zondag van april werd vanmorgen als een hele zonnige aangekondigd door weerman Jan Visser op Radio 4. Visser kreeg gelijk, misschien zou het in de Bilt wel de 20 graden aantikken en werd het daarmee een record. De zon verwarmt het onrustige lijf in deze vreemde dagen. Gelukkig kunnen we ook deze zondag weer online onze kerkdienst meemaken. En vandaag wel een heel bijzondere. Als het coronavirus er niet tussen was gekomen, dan waren we van alle kanten uit Amsterdam vanmorgen naar de Zuiderkerk gegaan om daar als Nederlands Gereformeerde Kerk, Christelijke Gereformeerde Kerk en Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) samen Palmzondag te vieren. Helaas ging dat niet door, maar de drie predikanten staken de koppen bij elkaar en zorgden ervoor dat er een gezamenlijke onlinedienst kon worden gehouden. Op het You Tube kanaal van de Amstelgemeente werd vanuit De Duif de dienst uitgezonden. De Amstelkerk, waar de Amstelgemeente (CGK) normaal gesproken op zondag samenkomt, is op dit moment niet beschikbaar  vanwege groot onderhoud en men is daarom uitgeweken naar de andere kant van de Prinsengracht. De ruim 130 volgers (en er zullen op de verschillende computers meerdere huisgenoten meegekeken hebben) zagen en hoorden onze eigen dominee op de piano en dominee Jan van Helden van de NGK op gitaar. Dominee Rein den Hertog leidde de dienst, hartverwarmend!
Juichen voor Jezus = lijden met Jezus! Willen we werkelijk achter Jezus aan? Dat is een indringende vraag, ook in deze coronacrisis. Zijn we bereid om ons leven te verliezen, om het daardoor te behouden? Maar gelukkig gloort er ook HOOP! Achter Golgotha gloort de Paasmorgen en achter wanhoop gloort hoop! Met deze hoopvolle woorden sloot onze dominee Marinus de Jong zijn preek af en in de chat naast het beeld verschenen verschillende Amens! Zo’n chat is voor herhaling vatbaar trouwens. Mooie korte berichtjes kwamen voorbij, felicitaties, bemoedigingen en aanwijzingen met betrekking tot de geluidskwaliteit. En ook een enkele grappenmakers lieten even van zich ‘horen’.

Waar de Weespertrekvaart de Ringweg-Oost en de Gooische weg kruist schildert een kunstenares de pilaren in felle kleuren om er vervolgens prachtige vogels op de schilderen!

In onze tuin genoten we van de zon en na het middaguur was het tijd om binnen de huidige regels te genieten van een fietstochtje. Tot de Amstel ging het goed, maar zelden was het zo druk aan de ‘stille kant’. Joggers, wielrenners, zonaanbidders, motorrijders; een drukte van belang. Anderhalve meter is toch meer dan de meeste mensen beseffen. Na de brug in Oudekerk aan de Amstel ging het gelukkig iets beter. De ingang van Zorgvlied stond op een ‘kiertje’ en iemand van een bewakingsfirma hield in de gaten dat de begraafplaats niet opeens een overbevolkt stadspark werd. Het was er rustig met hier en daar iemand die een graf verzorgde. Bomen en struiken beginnen groen te worden en zullen over enkele weken al vol met bladeren zitten. En zelfs vandaag was het niet stil tussen de graven, ook nu hoorde je de A10 brommen en enkele keer zelfs sirenes er boven uit komen.

Kyrie Eleison [voor de liefhebber; op de Bach-site (All of Bach) is de laatste aanwinst BWV 242, een prachtig Kyrie!]

AANRADER: zondagavond VPRO Tegenlicht, met Dirk de Wachter en Lidewij Edelkoort. Terug te zien op Uitzending Gemist. Om over na te denken en door te praten……

 

In quarantaine II

Ons stapeltje boeken. In ons appartementje stonden ook boeken, maar helaas allemaal Noors. Als we hadden moeten blijven, dan waren we misschien een cursus Noors begonnen.

Zondagmiddag, een strakblauwe hemel en mijn hoofd tolt nog steeds een beetje van het boek dat ik las op de terugvlucht van onze vakantie. Gelukkig was het onze normale terugvlucht en verliep het eigenlijk heel normaal. Op het vliegveld van Las Palmas, de hoofdstad van Gran Canaria waren alle winkels dan wel gesloten, maar we konden nog water uit een automaat laten rollen. De Global bus bus 91 had ons keurig afgezet, na een toch wat vreemde rit van een uur. We hoefden niet te betalen, de bussen hebben geen betaalautomaten en contant geld was not done.  Amadores, Puerto Rico, Patalavaca en Arguineguin, anders één al bruin van zonaanbidders, nu verlaten stranden met stapels zonnebedden en hier en daar nog een enkeling op een balkon van een appartement of hotel.
Twintig graden kouder stonden we zondagmorgen heel veel vroeg te kleumen op een toch niet eens uitgestorven Schiphol. En zondagmorgen waren daar gelukkig weer de vertrouwde stemmen van OPK broeders en zusters uit de computer. Een online-kerkdienst heeft toch ook zo zijn eigen charme. Het verhaal van de ‘De bekeerlinge’ bleef gisteren maar door mijn hoofd spoken. Wat een geweldig goed boek, had een paar jaar geleden de eerste hoofdstukken gelezen, maar toen sloeg het niet aan. Maar nu opnieuw begonnen, eerst op het dakterras en ’s avonds ook in bed, het verhaal bleef trekken. Mijn oudste dochter had gelijk; “Je moet het lezen, pap!” De vier uur durende vliegreis vloog voorbij, omdat ik zo gegrepen was door de belevenissen van Sara Hamoutal Vigdis Adelaïs. De roman van Stefan Hertmans neemt ons mee naar het eind van de 11e eeuw, wanneer de wereld ‘in brand’ komt te staan door de oproep van Franse paus Urbanus II, om het Heilige Land te bevrijden. Ook toen waarden besmettelijke ziektes en antisemitisme door Europa. Tegen die achtergrond wordt een Normandisch meisje in Rouen verliefd op een Joodse rabbi-leerling. Wat een geweldige en heerlijke leeservaring! In quarantaine zitten was wat dat betreft dus niet zo erg… En van veel Franse plaatsnamen weet je, ooh ja, daar zijn we ook geweest. Monieux in de Provence hebben we wel eens op wegwijzers zien staan en zoveel andere plaatsen die Hertmans noemt hebben we wel eens verkend.

Een helemaal leeg strand, strakblauwe lucht, gemiddeld 25 graden, maar geen zonaanbidders. Alle restaurants van de één op andere dag dicht. Weg voorjaarsseizoen voor de middenstanders. Geen aanvoer van voorraden meer, en de bediening zonder werk. Een Italiaans restaurant heeft nog een dag bezorgd, maar toen was het ook ook over. Toeristen kwamen niet meer aan en de dakterrassen werden dag na dag stiller. De schoonmaakster was erg bezorgd, geen werk; geen inkomen, hooguit een hele kleine steun van de overheid.

De Guardia Civil of de Policía Local kwamen elke dag wel een keer voorbij om iedereen op te roepen binnen te blijven. Dat ging natuurlijk in rap Spaans, met een korte samenvatting in het Engels en Duits. Het enige wat we opvingen was: “Stay at home!”. Je mocht alleen de straat op voor bezoek aan apotheek of supermarkt. De supermarkt werd gaande de week strenger. Niet meer met z’n tweeën naar binnen, maar eentje per familie. En, wat ons opviel, geen gehamster! Nu was het dan ook een SPAR en geen AH die van hamsteren een reclamestunt maakt. Het was uitgestorven op straat. Donderdagmiddag hadden we een rondje haven gedaan en zaten bij te komen op een bankje maar werden we door de groene agenten naar binnen gebonjourd; of we geen televisie keken?!

Het was verbazingwekkend om vandaag zomaar weer naar de Middenweg te kunnen fietsen. De slager aan de Pretoriusstraat was gewoon open, niet meer dan drie klanten tegelijk in de winkel. Ook onze hofleverancier nootjes aan de Hogeweg hoopt maar dat ze tot de essentiële levensbehoeften blijven behoren en dus open mogen blijven. Maar bij de supermarkt met het blauwe logo lopen toch wel erg veel mensen die zich niet storen aan 1,5 meter afstand en verbaasd kijken als je steeds opzij springt. Een week in quarantaine maakte ons nederig, bang waren we niet. Ik denk dat het thuisfront zich meer zorgen maakte of we terug konden komen. Het was jammer dat we niets konden ondernemen en dat past niet bij onze Nederlandse aard. Op een avond, het is in Mogan vroeg donker, liepen we nog even langs de haven. Her en daar zaten mensen op hun zeilschepen met een glas wijn nog lekker buiten. Opeens hoorden we Nederlands achter ons praten en ik zei: “Toch weer die Nederlanders hè, die zich niet aan de regels houden… ” We kwamen in gesprek en al snel ging het over de corona-crisis en de erbij horende maatregelen van de Spaanse overheid.  Wij vonden het in ieder geval moeilijk om opgesloten te zitten. Het oudere Noorse echtpaar dat naast ons in een appartement zat liep regelmatig de trappen op en neer om in beweging te blijven, ze durfden niet de straat op. Opvallend was ook dat zo’n Spaanse koning zijn volk anders toespreekt, hij deed het woensdag al trouwens. Staand voor een vlag van Spanje en Europa. Onze koning deed het vrijdag pas, zat rustig achter zijn bureau in zijn werkkamer, geen vlag te zien. De medewerkers op het verhuurkantoor waren ook echt van slag en angstig.

Het voorjaar was op Gran Canaria al duidelijk gestart en ook hier is er al meer groen te zien. Nieuw leven is op komst en we hopen maar dat we ons volgende kleinkind over enkele maanden niet alleen maar door het raam mogen bekijken. Gelukkig beseffen we ook dat er een God is die zorgt en troost en hoop geeft . Naar mijn idee zitten we niet ergens midden in de zeven plagen zoals sommige mensen beweren, maar mogen we eenvoudig leven uit genade. In de tijd van Hamoutal stierf soms een derde van de bevolking aan de pest, wij mogen dankbaar zijn voor een zeer geavanceerde gezondheidszorg. Daarnaast is er ook een zeer goed werkend systeem van voedselvoorziening met ook heel veel hardwerkende mensen. Zo is er dus veel om dankbaar te zijn! Vervolgens mogen we niet vergeten dat het ‘Kyrie eleison’ nu hard nodig is.

de cirkel is rond… genoegdoening… | In memoriam Harm 1982 – 2016 (83)

compilatie van foto’s, genomen van bovenaf: de remweg van het busje

Brigadier S. heeft afscheid genomen van de politie. Na vele jaren bij de VOA (Verkeers Ongevallen Analyse) was het genoeg. Met zijn collega was hij eind oktober bij de rechtszaak over de dodelijke aanrijding, waarbij Harm omkwam. We hebben elkaar toen kort gesproken en hij zegde toe dat we nog een origineel van Proces Verbaal konden krijgen. Begin januari hadden we contact om een afspraak te maken. En zo hebben we een paar weken terug rond tafel gezeten en nog eens het ongeluk van 14 september 2016 doorgenomen. S. vertelde dat hij vanuit het politiekorps Noord-Holland het onderzoek moest leiden, omdat de Amsterdamse VOA het moest over laten aan een genabuurd korps. Natuurlijk hadden we bijna drie jaar geleden de bevindingen in het p.v. gespeld. Goed werk hebben ze toen geleverd, alles wat maar onderzocht kon worden was onderzocht. Nu het hele proces van artikel 12 en de rechtszaak voorbij was, was het goed om nog eens met één van de meest betrokken onderzoekers alles door te nemen. Natuurlijk zijn zelfs ervaren onderzoekers geen officieren van justitie en rechters, maar ze hebben wel zo veel ervaring opgebouwd om in te kunnen schatten waar het fout is gegaan. Trouwens ook bij onderzoekers, gaan zaken als deze niet in de koude kleren zitten.
Natuurlijk is het wrang om te beseffen dat Harm geen enkele kans heeft gehad. Had hij het in kunnen schatten? Heeft hij kunnen bedenken dat de lichten die uit de flauwe bocht kwamen, hoorden bij een politiebus met een bestuurder die op zijn teller doortrok tot 90 km/u? De onderzoekers deden in Alkmaar remproeven en bestudeerden keer op keer de foto’s die ze hadden genomen op de Nassaukade. Op 7 november gingen ze nog een keer weer terug naar de plek van het ongeval en constateerden dat het kruispunt volledig op de schop was gegaan (ik heb daar in 2016 al over geblogd). Opnieuw werden er foto’s genomen.
Ook deed men metingen met de fiets van Harm. Een bijzonder detail is dat ze ontdekten dat de achteras van Harms Superba een gat had gemaakt in de bumper van de politiebus, net links van de nummerplaat. Toch bleek de afstand tussen straat en gat niet te kloppen met de gemeten afstand bij het achterwiel van de fiets. Uiteindelijk is de conclusie geweest dat agent A., bestuurder van de bus, al heeft geremd voordat hij Harm raakte en dat daardoor de bus ‘voorover dook’. In een fractie van een seconde is er dus gereageerd, maar helaas te laat.
S. vertelde ook dat zijn collega H. een complete computer-animatie heeft gemaakt van het ongeluk. Ze moesten daarmee voor het OM uitzoeken wat er gebeurd zou zijn wanneer de politiebus 50 km/u had gereden, en bij welke snelheid Harm nog geraakt zou zijn. (Wij kenden dit rapport) Natuurlijk met alle mitsen en maren (en alles ook nog eens uitgelegd in het voordeel van de ‘verdachte’), maar overduidelijk was, dat het totaal anders was afgelopen bij een veel lagere snelheid. Bij 50 km/u zou Harm simpelweg niet geraakt zijn en bij oplopende snelheid zou op een gegeven moment de achterkant van de fiets geraakt zijn. Bij dat laatste werd nog aangetekend dat het wel verschil maakt waar je geraakt wordt in relatie tot de ernst van de verwondingen.

bewijs voor het ‘duiken’

Brigadier S. was duidelijk. Wanneer de hondengeleider de zwaailichten had aangezet, was de overstekende fietser gewaarschuwd. S. heeft die bewuste nacht met eigen ogen gezien hoe de huizen op de Nassaukade het blauwe zwaailicht weerkaatst zouden hebben. Het klinkt misschien een beetje gek, maar zo’n terugblik achteraf geeft toch een soort genoegdoening. Voor S. was de cirkel rond, zei hij, toen hij vertrok. Zijn USB-stick mocht ik kopiëren om later nog eens alle foto’s terug te kijken en de verbalen terug te kunnen lezen. Zo sluiten ook wij een hoofdstuk af, maar kunnen en willen we niet vergeten. Voor de ‘verwerking’ was deze terugblik goed, al merkten we beiden achteraf dat het energie slurpt.

Enkele dagen na het bezoek van oud-brigadier S. ben ik nog een keer naar het hoofdbureau van de Amsterdamse politie gefietst. Op 14 december (zie blog) had ik een afspraak gemaakt met commissaris Pronker. Ik wilde bij de leiding van de politie nog een keer aankaarten over hoe agenten op straat omgaan met oproepen.   〈Citaat uitspraak: “Het illustreert naar het oordeel van de rechtbank dat hetgeen op grond van de regelgeving van een politieman wordt verwacht in situaties als de onderhavige, te weten enerzijds dat hij zo snel mogelijk op de melding af gaat en anderzijds dat hij de veiligheid van andere weggebruikers niet in gevaar brengt, met elkaar op gespannen voet staat. Naar het oordeel van de rechtbank legt dit een bijna onmogelijke taak bij de politieman in kwestie.” 〉    Pronker zegde toe en ging het bespreken met zijn baas, de hoofdcommissaris. Tot mijn verbazing kreeg ik een uitnodiging om met hen beiden in gesprek te gaan. Twee jaar geleden was ik al eens op bezoek bij de toenmalige hoofdcommissaris Aalbersberg, die in 2016 bij ons op condoleancebezoek was geweest. Inmiddels heeft Amsterdam een nieuwe hoofdcommissaris, Frank Paauw in lengte nog groter dan Aalbersberg. Paauw had zich goed ingelezen en samen met Pronker hebben ze geluisterd naar mijn pleidooi voor meer duidelijkheid in de brancherichtlijnen. Volgens Pronker is inmiddels daar breed aandacht voor geweest, zowel bij de hondenbrigade, als bij de eenheden die veel op de weg zitten. Daarnaast wil Paauw ‘de zaak Harm’ als casus meegeven aan de opleidingsmensen. En ook dat laatste voelde als een stukje genoegdoening.

Kyrie eleison

archief opruimen

Deze gekalligrafeerde tekst hing jarenlang naast de orgelbank, samen met het getekende portret van de Amsterdamse organist en componist Jan Pieterszoon Sweelinck

In de eerste week van het nieuwe jaar hebben we geen nieuwjaarsduik gemaakt, maar een duik in het ‘archief’ van onze kerk. Samen met twee leden van de commissie van beheer (CVAB) hebben we flink huisgehouden in de grote verzameling spullen die in het kleine kamertje naast de werkkamer van onze predikant lagen opgeslagen. Heel veel papier hebben we opgeruimd. We vonden bijvoorbeeld een flinke stapel kasboeken op folioformaat, waarin precies was bijgehouden wat de leden van de OPK in de jaren 80 van de vorige eeuw via de gemeentegiro of de bank hadden overgemaakt. Namen en bedragen stonden keurig vermeld; de toenmalige penningmeester broeder de Boer was een zeer nauwgezet man. Waren kerkleden vergeten hun maandelijkse VVB (een typisch gereformeerde afkorting volgens mij voor: Vaste Vrijwillige Bijdrage), dan sprak de penningmeester je daar openlijk over aan op de stoep van de kerk. Broeder de Boer was ook degene die in het kerkblaadje eens een stukje schreef onder de titel: “De dienst des Heeren is geen stuiver waard”. Hij uitte daarin zijn ongenoegen over het vele kleingeld (dubbeltjes, stuivers en centen) in de zondagse collectezak.  Een financieel expert had waarschijnlijk gesmuld van alle gegevens en er een prachtige verhandeling over kunnen schrijven, maar we hebben alles toch maar verwezen naar de papiervernietiger. Ook mappen met daarin rekeningen, stapels bonnetjes en bankafschriften, het ging dezelfde weg.
Ook hele stapels ‘Waarheid en Recht’ zijn de weg naar de recycling gegaan. Die katernen bevatten elk vier preken van GKv predikanten en werden gebruikt als er een leesdienst moest worden gehouden. Er zaten ook hele oude jaargangen tussen met preken van onder andere professor K. Schilder, één van de voormannen in 1944 van de Vrijmaking. Wijlen broeder Daan van Driel (1925-1992) las wel eens zo’n preek en dat werd dan een eindeloze zit, ook omdat hij er nog eigen toevoegingen in de preek zette. De kerkenraad nam toen maar het besluit om alleen preken te lezen van nog in leven zijnde predikanten.

Wat we niet hebben weggegooid zijn natuurlijk notulen en oude kerkbladen. Ik heb nog geen idee of het compleet is, maar gezien de vele stapels ziet het er goed uit. Een vooruitziende scriba heeft in de jaren 1967 en 1968 van elk nummer meerdere exemplaren bewaard. Helaas wel dubbelgevouwen, voor het ‘mooie’ bewaren niet echt fraai. Eén stapeltje heb ik mee naar huis genomen en doorgebladerd. Het geeft een mooi inzicht in wat de toenmalige kerkenraad belangrijk vond om door te geven aan hun leden. In 1967 was een groep gemeenteleden apart gaan vergaderen, omdat men het met de koers van de overige Amsterdamse gereformeerde kerken niet eens was. Aanleiding was een ‘Open Brief’ aan alle gereformeerd-vrijgemaakte kerkleden. Ook Amsterdamse predikanten hadden daar hun naam onder gezet en dat leidde tot grote onenigheid in de Amsterdamse gemeenten. Zo ontstond de ‘dolerende’ kerk van Amsterdam-Centrum die ging vergaderen in het gebouw “Reigersburg” aan de Bakhuys Roozeboomstraat (in de Watergraafsmeer tussen park Frankendael en de Nieuwe Ooster, de wijk wordt in de volksmond nog steeds ‘Jeruzalem’ genoemd). De broeders Visscher en Kleine Deters waren respectievelijk voorzitter en scriba en ook de leiders van de ‘doleantie’. Het is boeiend om te lezen hoe het apart vergaderen wordt verwoord en afgezet wordt tegen hen die bleven onder de prediking van predikanten die onder andere open stonden voor samenwerking met de ‘synodalen’. De strijd om wie echt gereformeerde kerk wilde heten en zijn, werd op een felle manier gevoerd. In een aantal afleveringen van de 1e jaargang worden hele artikelen uit de kerkelijke pers overgenomen. In die tijd betekende dat de maker van het kerkblad hele artikelen overtypte, waarschijnlijk op speciaal stencilpapier. Men had er wat voor over om de gemeente goed voor te lichten!
Hoe bijzonder is het dan om te weten dat op de synode die deze en komende maanden bij elkaar komt, wordt gewerkt aan éénwording met de Nederlands Gereformeerde kerken. De laatste werden nadat de scheuring in de GKv definitief was, buiten het verband van gezet en daarom ‘buitenverbanders’ genoemd. In Amsterdam werden de meeste vrijgemaakten ‘buitenverband’, maar landelijk gezien waren ze een minderheid. Veel leden van onze gemeente hebben geen idee van de twisten in de jaren zestig van de vorige eeuw, maar het is wel een deel van onze geschiedenis en daarom waard om herinnerd te worden en er ook van te leren. Vandaag vinden we het heel gewoon wanneer dominee Jan van Helden (NGK) bij ons op het podium staat, maar nog niet zo lang geleden was dat onbestaanbaar.