Categorie: Amsterdam

Documentaires, waarom?

De IDFA vlaggen zijn weer binnengehaald en de masten weer keurig opgeborgen. Maar in mijn hoofd zinderen verschillende documentaires nog steeds na. Van verschillende kanten werd mij gevraagd wat de meest bijzondere of meest indrukwekkende van de veertien documentaire was, die ik had gezien. Eigenlijk is daar geen antwoord op te geven, ze waren boeiend! De laatste documentaire die ik op de IDFA zag was: ‘Babi Yar – Context’. Een indrukwekkend relaas, met als aanloop de inval van Duitse troepen in Polen en de Sovjetunie in 1941. Met alleen maar oorspronkelijke beelden worden de verschrikkingen van de oorlog getekend. Het geluid (achteraf toegevoegd) droeg daar ongetwijfeld aan bij, ontploffende granaten, geweervuur, vallende bommen en het donderende lawaai en geraas wanneer weer een boerderij of gebouw werd opgevreten door vuur. Eenmaal in Kiev (Oekraïne) staan er mensen langs de straat om hun zogenaamde bevrijders te verwelkomen. Lenin en Stalin worden van de gevels geplukt en het portret van Hitler komt er voor in de plaats. Niet veel later worden Joden opgeroepen om zich te verzamelen. Uiteindelijk worden door een politiecommando in opdracht van Himmler 33.771 Joden vermoord in een ravijn buiten de stad(september 1941). Twee jaar later heroveren de Russen Oekraïne, worden de Duitsers verdreven en Lenin en Stalin weer opgetuigd. De Russen willen niet erkennen dat in het ravijn Babi Yar de slachtoffers alleen maar om hun Jood-zijn werden vermoord. In de documentaire is te zien hoe acht daders worden opgehangen, maar ook hoe het ravijn ‘Babi Yar’ uiteindelijk een park wordt met flats en wegen en min of meer wordt uitgewist. Men stopt het verleden liefst zo veel mogelijk weg. Een document dat echter een onuitwisbare indruk achterlaat.
Uit de bibliotheek had ik een paar weken daarvoor een boek meegenomen onder de titel ‘Doodgewone mannen – De rol van een Duits politiebataljon in de Endlösung in Polen’. Christopher R. Browning  schreef een belangrijk boek, ‘dat de kijk op de Holocaust blijvend heeft veranderd. Het geeft antwoord op de vraag hoe ‘gewone mannen’ in staat kunnen blijken een massamoord te plegen’ (citaat van de uitgever). Ook in dat boek wordt ‘Babi Yar’ genoemd in een lange rij van moordpartijen door Duitse soldaten gepleegd. Door de documentaire kreeg ik er beelden bij, van gewone mensen, soms luid lachend, die nietsontziend mensen vernederen, verkrachten, vermoorden en al plunderend het ene na het andere landschap verwoesten.

Het boek ‘De gestolen tijd’ was eigenlijk de aanleiding voor deze blog. Zoals meer lezers, lees ik vaak een boek of vijf tegelijkertijd. Soms heb ik een boek op mijn nachtkastje liggen en lees dan een hoofdstuk voor het slapen. Zonder een paar bladzijden te lezen, kom ik trouwens maar slecht in slaap. Dit bijzondere boek lag dus weken achtereen naast mijn bed. Mijn geliefde zus was trouwens de aangeefster van dit boek, ze zette er wel haar naam in; het moet nu dus terug.
Philo Bregstein heeft met dit boek een geschreven documentaire afgeleverd. Hij is trouwens ook filmmaker en romanschrijver, vandaar dat het een een prachtig leesbaar verhaal is geworden over de Joodse wortels van zijn vader. Bregstein neemt ons in het eerste deel mee naar Litouwen, waar hij zijn ‘neef’ Grisja Bregstein ontmoet. Grisja woont al lang niet meer in Panemune (buitenwijk van Kaunas), want hij is met zijn ouders in 1940 naar Siberië verbannen. Ondertussen gaat het verhaal over de verschrikkingen die de Joden in Litouwen hebben geleden. Weinigen hebben de holocaust overleefd. In het Litouwse gedeelte raakt het verhaal van Bregstein aan de geschiedenis die Jan Brokken beschreef in ‘De rechtvaardigen’ over consul Jan Zwartendijk (Philipsdirecteur in Kaunas). Zwartendijk komen we in het boek van Bregstein niet tegen, maar wel de Japanse consul Suginara.
Al gravend in zijn familiegeschiedenis komt Bregstein ook op het spoor van de Amerikaanse tak van zijn familie, de Breakstone’s. Verschillende keren reist hij daarom naar de VS en ook naar Zuid-Amerika om verschillende nazaten van zijn overgrootouders op te zoeken. Door hun verhalen leert hij meer over zijn grootvader Bregstein en uiteindelijk ook over zijn eigen vader. En hiermee raken we ook aan de diepere waarde van veel documentaires. Het leert de kijker veel over verschijnselen in de wereld, over historische gebeurtenissen, maar ook over familiegeschiedenissen die anders verborgen zouden blijven. Afgelopen week waren er in de late avond op NPO2 twee documentaires die dat ook prachtig lieten zien. Dinsdag werd ‘Misha and the Wolves’ uitgezonden (ging ook over de Tweede Wereldoorlog) en woensdag werd een autobiografische documentaire uitgezonden van Heddy Honigman over haar leven. Vooral in de laatste docu was goed te zien hoe een documentairemaker te werk gaat. Ook een docu is geen wetenschappelijk verslag van harde feiten, maar bijna altijd een persoonlijke interpretatie van het verleden. Dat maakt het ook zo boeiend, omdat je je eigen verhaal er aan kunt spiegelen, maar ook omdat het diepere inzichten en drijfveren van mensen ontrafeld. Documentaires gaan over echte gebeurtenissen, het zijn geen speelfilms. Ook die laatste kunnen boeiend zijn, maar op een of andere manier vind ik documentaires interessanter.

Anders Leven en de IDFA

Een confronterend raam in de New Mount Pilgrim Church in Chicago

‘Ik ga leven’ won de NS Publieksprijs, ruim een kwartier na de uitzending kreeg ik er al een mailtje over. Ik had toch maar even gekeken naar ‘M’ en gezien hoe Lale Gül werd bedolven onder goudkleurige confetti. Veruit de jongste van de genomineerden zat verlegen, maar ook wel blij aan de talkshowtafel van Margriet van der Linden. De verliezers moesten toekijken met een zuurzoet lachje. Met hen hoeven we echter geen medelijden te hebben, zij zijn immers de ‘grootverdieners’ in boekenland. Lale, ze is nog maar een beginnend schrijver, is 7500 euro rijker en mag een jaar lang eersteklas reizen met de NS. Dat laatste is grappig, omdat ze studeert en dus wel een gratis OV kaart heeft (of voor doordeweeks of voor de weekenden). Nu kan ze de hele week reizen en nog eersteklas ook.
Natuurlijk had ik niet verwacht dat ‘Anders Leven’ van Manu Keirse zou winnen. Mooi was wel dat ik van verschillende vrienden, familie en dichtbije en verre kennissen, instemmende berichtjes kreeg. Sommigen hebben het boek zelfs aangeschaft! Geen idee trouwens hoeveel stemmen ‘Anders Leven’ gekregen heeft, nergens te vinden op het www. Via de site van de NS Publieksprijs kon ik alleen via de lezersclub contact maken. Welke namen er achten zitten, het blijft verborgen. Toch maar mijn vraag gesteld, waar ik de officiële uitslag met getallen kon vinden of ze eventueel toegestuurd kon krijgen. Mijn bericht was aangekomen en Floor berichtte mij het volgende: “Dag Roel,   Wat leuk dat je hebt gekeken. De NS Publieksprijs is er om het lezen van boeken te stimuleren met uiteindelijk één winnaar. De overige genomineerden zijn allemaal tweede. De uitslagen van hoeveelheid stemmen delen wij dan ook niet publiekelijk. Groet, Floor“. Jammer, want dit geeft niet veel inzicht. Ook via de CPNB (voor zover ik weet eigenaar van de NS Publieksprijs) ben ik er nog niet achter gekomen, maar via hun site ontdekte ik dat Floor waarschijnlijk Floor Boonstra is en werkt als online marketeer bij de CPNB. Komende week ga ik het nog wel een keer proberen. In verschillende kranten werd de uitreiking gememoreerd, waarschijnlijk op aangeven van de CPNB. Wie kan  anders weten, dat het boek van Ruud ten Wolde over zijn ziekte, vaak was genomineerd. Wel raar om dat te vermelden, want dit boek is pas in november verschenen en kon dus op geen enkele manier meedingen naar de NS Publieksprijs. Vermeld dan ook andere boeken die door lezers werden genoemd. Het laatste woord is hier nog niet over gezegd.

Anders Leven zou wel het thema van de IDFA kunnen zijn. Ruim 200 films geven een inkijk in onze samenleving. Hoe gaan we om met ouderen, de gevolgen van onderdrukking en verkrachting van de rechtstaat in Rusland, hoe gaan we om met de natuur, wat doet een goede leraar? De lijst zou ik nog veel langer kunnen maken, maar kijk gerust eens op de site van de IDFA. Deze weken zijn er gelukkig ook verschillende documentaires op tv te zien. En veel van wat ik zie deze dagen, kom je ook tegen aan gedachten in het boek van Manu Keirse.
Aan het eind van de maandagmiddag zat ik in de prachtige filmzaal van het De Nieuwe Lamar, vlak bij het Leidseplein. Het was mijn derde film deze dag en dan hoop je wel dat je het nog volhoudt. Het bleef lang leeg, maar op het laatst liepen er nog een paar schoolklassen binnen, een en al geroezemoes. Ik hoopte maar dat ze niet al te veel zouden gaan chillen, zoals ze al grappend riepen toen ze binnenliepen. Maar bij de eerste beelden van “All these sons” vielen ze stil en anderhalf uur hebben ze geboeid met mij zitten kijken naar een ingrijpende, ontroerende en zeer leerzame docu. In Chicago hebben de makers (Bing Liu en Joshua Altman) twee buurtprojecten gevolgd die proberen jongeren te helpen, die dreigen slachtoffer te worden van vuurwapengeweld. Het gaat om een project vanuit een moskee en vanuit een Baptistenkerk. Jongeren en begeleiders komen uitgebreid aan het woord en het geeft een goed inzicht hoe de zwarte bevolking in achterstandswijken in het verdoemhoekje zit. Een bijzonder beeld is hoe de Baptistengemeente, die kerkt in een voormalige Katholieke kerk, de glas-in-loodramen heeft aangepast. Blanke ‘heiligen’ zijn vervangen door gezichten van zwarte Amerikanen en in één van de ramen is zelfs een slavenschip afgebeeld. Ook dat is Anders Leven en zet aan tot nadenken over hoe de jongeren in arme wijken te worstelen hebben met hun geschiedenis en hun rol in de samenleving. Misschien kan zo’n documentaire aanzetten tot een andere manier van omgaan met relschoppers in Nederland. Waar zijn de projecten voor kansloze jongeren gebleven, waar zijn nog echte buurthuizen met betrokken buurtwerkers? Zijn er bijvoorbeeld buurtvaders in te zetten om voetbalhooligans onder hun hoede te nemen?

IDFA TIPS: waarschijnlijk komen een aantal van deze films de komende tijd op tv of zijn te zien in de bioscoop:
> Herr Bachmann und seine Klasse (Mr. Bachman and His Class)
> Hallelujah: Leonard Cohen, a Journey, a Song (over het beroemde lied van Leonard Cohen)
> F@ck This Job (over Natasja Sindejeva die het Russische tv-kanaal Dozjd (“regen”) opricht)

 

Amsterdam gebouwd op palen… nu de aanbouw nog!

“Amsterdam, die grote stad, is gebouwd op palen
Als die stad eens ommeviel,  wie zou dat betalen?”

Johannes van Vloten zette dit liedje in zijn ‘Baker- en kinderrijmen’  in 1894 op papier, het is dus al heel oud. Vanaf het begin dat er mensen woonden aan het IJ, waarschijnlijk meer dan  800 jaar geleden, wisten de bewoners, wil je bouwen op deze drassige bodem, dan moet dat goed gefundeerd met palen. Amsterdam staat trouwens helemaal niet op honderd palen, er bevindt zich een oerwoud van vele duizenden houten en betonnen palen onder onze hoofdstad. Het Paleis op de Dam alleen al, schijnt door 13.569 houten heipalen stevig op zijn plek te worden gehouden.

Dat hele palen gedoe was dan ook vele jaren een argument om de keuken van de kerk niet uit te breiden. Menige discussie die werd aangezwengeld stuitte op onbegrip en angst voor veel te hoge kosten. Heien in de tuin? Onmogelijk, was het antwoord. Inmiddels weten we beter, 29 oktober was het eindelijk zover. Er lagen voorstellen om de heimachine over de kerk heen te tillen, maar dat werd nogal een forse kostenpost. De heifirma had van te voren alles goed bekeken en het zou door de kerk moeten kunnen. De prachtig gerenoveerde vloer werd goed afgedekt en zo reed de heimachine langzaam door onze kerkzaal. De aannemer had een stuk muur verwijderd in het kleine halletje en na wat manoeuvreren ging de eerste paal de grond in. Eigenlijk waren het gewoon grote ijzeren buizen, waarvan de eerste aan de onderkant dicht is. Emmertje met grind er in en het heiblok doet de rest. Wanneer de eerste buis van drie meter er bijna inzit, wordt de volgende erop gelast. Zo nu en dan gaat er nog een extra emmer grind in en wanneer de paal ongeveer 13½ meter in de grond is verdwenen, zit hij op een stevige zandlaag. Zo ging dat tot viermaal toe en moesten de palen alleen nog gevuld met beton. Een eenvoudig proces, maar boeiend om te zien. Die heimachine was al met al niet breder dan een meter. Waar er ook geheid moet worden in Amsterdam, vrijwel altijd vindt men wel een oplossing.

Inmiddels heeft de aannemer de bekisting ook geïnstalleerd, in feite gewoon kisten van piepschuim. Ook het betonijzer zit er al in, dus nu is de betonfirma weer aan de beurt. We hopen dat het proces een beetje voorspoedig verloopt. De laatste tijd is er nogal een tekort aan allerlei materialen en de aannemer is ook nog met en andere klus bezig. Het gaat dus echt stap voor stap. Ook moeten we aan de gang met een ontwerp voor de keuken, want de aannemer moet natuurlijk weten waar allerlei aansluitingen moeten komen. Wanneer alles meezit kunnen we over drie á vier maanden de nieuwe ruimte in gebruik nemen en op zondag weer gewone porseleinen koffiekopjes gebruiken. Op www.steundeopk.nl kunt u volgen hoe het proces vordert. Mocht u nog een duit in het zakje willen doen, heel graag, want begrotingstechnisch zijn er nog wat gaten.

 

naam-monument | In memoriam Harm (87)

Het is een simpel bordje geworden met Harms naam, zijn geboorte en-sterfdatum, met daaronder drie karakteriseringen; zoon, vriend en topgozer. Afgelopen vrijdagavond, de zon was al onder, hebben we het gezamenlijk vastgeschroefd op de boom aan de Nassaukade. Bij deze boom, al weer vijf jaar geleden, stak Harm over, werd aangereden en aan de gevolgen daarvan, overleden. Vorige maand heeft Ray het daarop gespoten hart en Harms naam nog een keer bijgewerkt. Een plataan zorgt er echter zelf voor dat schilderingen na verloop van tijd weer verdwijnen. Op initiatief van Arnout hebben Harms vrienden daarom een kleine plaquette laten maken en dat is toch mooier dan graffiti. De plataan zal er niet onder lijden en voorbijgangers zullen het hopelijk niet in hun hoofd halen om het los te schroeven. We hebben trouwens een trapje gebruikt, dus het zit hoger dan op ooghoogte.

Nee, ik ga geen vergelijking maken met het pas geopende ‘Namenmonument’ aan de Weesperstraat. Maar misschien is het idee achter dit naambordje in de verte, wel een beetje hetzelfde. Misschien zijn de ‘struikelstenen’ (stolpersteine) beter om mee te vergelijken. Voorbijgangers  zet het aan tot herdenken en er even bij stilstaan. Harms vrienden en wij trouwens ook, doen hetzelfde. Die plek op de Nassaukade, tegenover de parkeergarage aan de Marnixstraat is blijvend de plek waar Harm is verongelukt. Wanneer we er langs rijden brengt het, of we willen of niet, emotie met zich mee. Vanaf nu kunnen we even stoppen en mijmeren bij het herdenkingsbordje; ‘zoon, vriend en topgozer en nog zoveel meer’.

 

Kyrie eleison

Een halve deurkrukstift met hamertje

Virgilius kleedt zich uit, om de krukaspotspiemoer te redden

Een van de leukste kinderboeken die ik verschillende keren in een schoolklas voorlas, was ‘Virgilius van Tuil’ geschreven door Paul Biegel. Ooit las Paul Biegel de verhaaltjes over Virgilius voor op de radio, moet rond 1980 zijn geweest. De verhaaltjes werden zo rond het het middaguur uitgezonden. Zelfs mijn ouders luisterden daarnaar met rode oortjes, ze vonden het nog beter dan Raden Maar van Kees Schilperoort, dat een paar jaar daarvoor van de zender was verdwenen. Helaas zijn dat soort pareltjes verleden tijd. Maar dat is een zijspoor. Er is een deeltje waarin Virgilius op zoek gaat naar een taart. Het prachtige woord ‘krukaspotspiemoer’ komt daar in voor. Een door Biegel bedacht woord en sommige leerlingen gingen het als vanzelf nazeggen; kruk-as-pot-spie-moer. Prachtig toch?!

Begin vorige week zat de nieuwe deurklink van de zijdeur van de kerk in plaats van horizontaal, verticaal naar beneden. Vreemd gezicht en ik kon hem vervolgens er zo aftrekken. Na enig onderzoek bleek dat de korte stift niet deed wat hij zou moeten doen. Om hem vast te zetten had de timmerman er een gaatje door geboord en daarmee ook het binnenste mechaniek stuk gemaakt. Met de stift naar de Pretoriusstraat gefietst. Daar zit sinds jaar en dag de firma Liefhebber, maar meneer Jansen is al jaren de baas. In deze winkel kun je echt voor alles terecht, van verfkwast tot schroef en van deurheng tot schakelaar. Meneer Jansen had al snel door waar het fout was gegaan. Hij had een betere oplossing, ‘een halve deurkrukstift met hamertje’. En tja, toen moest ik opeens denken aan die prachtige vondst van Paul Biegel; de krukaspotspiemoer. Door een inbusschroefje (aan de buitenkant) is het hamertje te stellen en klemt zich vervolgens vast in het krukgat. Er moest in dit geval een halve deurkrukstift gebruikt worden, omdat de kruk alleen aan de binnenkant zit. Aan de buitenkant zit een grote koperen knop, maar op een andere plek. Helaas was het inbusschroefje lam gedraaid en moest er een exemplaar uit Abcoude komen, daar is ook een Liefhebber winkel, waar zoon en broer van meneer Jansen de scepter zwaaien.
Eenmaal thuis was ik toch niet tevreden en daar ik de volgende dag toch de binnenstad in moest, ben ik bij firma Weijntjes (aan de Singel) binnengelopen. Weijntjes is een eldorado voor wie van mooi hang en sluitwerk houdt. Ik legde mijn ‘halve deurkrukstift met hamertje’ op de toonbank, waarna er een reusachtige la openging met tig soorten krukstiften. De versie die ik aangeraden kreeg was er een met een inwendige inbusschroef, om het hamertje te kunnen uitdraaien. Alleen thuis moest ik dan nog een gaatje boren, maar dat moest bij de versie Liefhebber ook. Dat laatste was nogal een gedoe, maar daar kunnen de firma Weijntjes en Liefhebber niets aan doen. Inmiddels is de kruk perfect gemonteerd en functioneert weer naar behoren. Waar vakmensen en specialistische winkels al niet goed voor zijn. Trouwens de boeken met de belevenissen van dwerg Virgilius, zijn tijdloos en nog steeds verkrijgbaar!

stemhulp

Het leverde mooie meditatieve momenten op achter de speeltafel van het Maarschalkerweerd-orgel in de Oosterparkkerk. Links beginnen en wanneer de orgelmaker “jaaaahh” roept, een toon overslaan en de volgende indrukken. Rechts aangekomen beginnen we overnieuw, maar beginnen we met een  zwarte toets. “Aanslaan…. volgende…. jaaahh…” en dat met Drents accent, want de orgelmaker woont nog steeds vlak bij onze geboortegrond. Halverwege sluit ik mijn ogen en droom weg, op de achtergrond het getik tegen de orgelpijp. Flarden psalmzinnen resoneren door mijn hoofd en schrik op van een volgende uitroep van de orgelmaker en druk snel de volgende toets in. Bij sommigen registers mag ik een loodblokje gebruiken, anders krijg ik kramp. “Laat zich ’t orgel overal – Bij het juichend vreugdgeschal, – Tot des HEEREN glorie, paren.” De oude berijming van psalm 150 zingt door mijn hoofd en ik probeer te bedenken wat toch ’tot glorie paren’ betekend. Tegelijkertijd besef ik dat de psalmdichter, die waarschijnlijk honderden jaren voor Jezus van Nazareth dit dichte, nog nooit van een orgel had gehoord of laat staan er één had gezien.
Twee dagen ben ik ‘stemhulp’ geweest en ga niet googelen op dat woord, want je verzeild in een eindeloze reeks sites met kieskompassen. En van Dale vermeldt alleen maar stemhoorn en stemijzer (waar stemhulp tussen zou passen), twee instrumenten die de orgelmaker meenam de orgelkast in. Maar zoek je stemhulp in combinatie met orgel, dan komen er allerlei sites voorbij die adviseren over het stemmen van orgels. Wanneer de orgelmaker zoiets in zijn eentje zou moeten doen, zou het hem weken kosten om een orgel te stemmen; stemhulpen zijn onmisbaar, in tegenstelling tot kieskompassen.

Het linker registerblok

De fase 1 renovatie van onze kerk loopt op z’n eind. Op dit moment moet hier en daar nog een druiper en een deukje worden weggewerkt. De lift voor rolstoelen functioneert, maar een onverlaat heeft wel drie tegels stuk gereden. Het orgel is het laatste project van fase 1. Twee weken geleden hebben we de gerestaureerde blaasbal en de grootste reguleerbalg weer in hun hok geplaatst; prachtig gerestaureerd in de werkplaats van de orgelmaker.  Na alle aansluitperikelen moesten hier en daar nog verschillende registers lekvrij worden gemaakt en de aansluiting van meerdere pijpen worden hersteld. Net als het kerkgebouw, dateert ook het orgel uit 1904. Het werd gebouwd door de bekende Utrechtse orgelbouwer Michaël Maarschalkerweerd. Deze orgelbouwer had in1890 het orgel voor het Concertgebouw, aan het Museumplein, gebouwd voor ruim 20.000 gulden. Ons orgel kostte volgens de archieven 7000 gulden. Echte orgelkenners beweren dat ‘ons’ orgel een kleine kopie is van het Concertgebouworgel. Uniek dus en waarschijnlijk heeft de toenmalige organist Louis Robert veel invloed gehad op de dispositie.

De klavieren, met daarboven knopjes voor de zwelkast.

De oorspronkelijke tekeningen van het orgel vertellen dat het echt een symfonische opzet had. Dwars door het orgel was een ‘zwelkast’ aangebracht om bepaalde stemmen harder en zachter te laten klinken. Verschillende onderdelen bevinden zich nog in het orgel, maar helaas is er veel gesloopt en is in 1958 een aantal stemmen vervangen. Er werd rigoureus gesloopt en vervangen, inmiddels hadden organisten een ‘modernere’ en andere muzieksmaak. Natuurlijk zou het fantastisch zijn om het instrument weer in oorspronkelijke staat terug te brengen, we zouden in Nederlands orgelland dan een uniek instrument in ons kerkgebouw hebben. Maar u zult begrijpen dat aan een dergelijke restauratie een fors prijskaartje hangt, wat al gauw richting de 200.000 euro loopt. Ideeën zijn welkom natuurlijk. Misschien moeten we maar eens beginnen een ‘Stichting tot Restauratie van het Maarschalkerweerdse OPK orgel’ op te richten.

Voor de orgelleken onder ons, de registerknoppen worden niet uitgetrokken, maar naar beneden gedrukt. Dat laatste zorgt er voor dat via verdeelkastjes en loden pijpjes er lucht in de betreffende orgelpijp komt als je een toets indrukt. Uiterst gevoelig en het het geeft ook windverlies. Op de laatste foto een kijkje in de speeltafel, waar je alle loden buisjes ziet lopen. Al met al een ingewikkeld systeem en tegenwoordig wordt pneumatiek in de orgelbouw niet meer gebruikt. Later is men overgestapt op elektrische schakelingen, maar voor de echte orgelbouwer is dat vloeken in de kerk. Tegenwoordig probeert men weer zoveel mechanische orgels te bouwen.

Blinde ramen

Eindelijk is het zover, de twee blinde ramen in ons kerkgebouw zijn klaar.  Ik had niet gedacht dat het zo goed zou lukken. Mijn idee was in eerste instantie om beide raamvlakken gewoon dicht te maken en ze dan te stuken. Je zou dezelfde soort vlakken kunnen maken als links en rechts van het podium. De monumentenmeneer ging daar niet in mee en achteraf is dat maar goed ook. Het effect is echt overweldigend.
Afgelopen vrijdagochtend was ik in het kader van de ‘open ochtenden’ in de kerk en er keek op een gegeven moment een ouder echtpaar om de hoek. Ze wilden niet verder komen en alleen maar even een blik werpen. De meneer zou terugkomen voor een orgelconcert, zegde hij toe. En de ramen vonden ze fantastisch. Later kwam Alex, de Russische pianist, binnengewandeld. Hij installeerde zich en begon zachtjes te spelen terwijl ik aan de laatste hoofdstukken van het leesclubboek bezig was. Aan het eind van een hoofdstuk dwaalden mijn gedachten weer naar dat orgelconcert. Ruim honderd mensen in de zaal, de kroonluchters gedimd of misschien wel uit en langzaam gloeien de twee blinde ramen op, ze zijn te bedienen met een app. Door de kerk golft muziek van Buxtehude, Bach, Händel,  Mendelssohn, Franck of Widor. Luisteraars wiegen zacht hun hoofd of tikken zachtjes mee op hun stoelleuning. Nog even dromen, de pandemie laat helaas geen volle zalen toe en ook moet er nog een keurige koffiegelegenheid komen, voor na het concert. Het orgel doet het trouwens nog niet, want de grote blaasbalg is nog in Drenthe om luchtdicht gemaakt te worden. Eind maart komt hij trouwens terug.

Uit de oude doos foto’s heb ik een mooie foto opgediept van het echtpaar Visser (met dank aan Nel Dijkstra). Zij werden in 1939 koster van de Oosterparkkerk, toen nog de Doopsgezinde Gemeente. Ze woonden in de kosterswoning, toen nog zonder de kamer die nu dienst doet als soos. Na wat gepuzzel kan het niet anders dan dat ze in de ‘kerkenraadskamer’ (consistorie)  staan, in de hoek waar de deur naar keuken en kerk is. Boven hun hoofd zijn boekenplanken en daarboven kijk je door het glas-in-lood raam de kerk. Het onderste gedeelte van de huidige blinde ramen waren dus ‘open’ naar de kamer er naast. Door het bovenste gedeelte keek je dus tot 1970, toen de kosterswoning werd uitgebreid, gewoon naar buiten.

NB Dominee Marinus ontdekte afgelopen vrijdag dat er in ‘blinde’ glas-in-lood ramen iets ontbreekt. Het was mij nog niet opgevallen, maar nu het led-licht van binnen uit de ramen verlicht, valt het opeens op. De bouwcommissie gaat uitzoeken of het alsnog aangepast gaat worden.

PS
Aanstaande woensdag zijn er verkiezingen. Voor wie nog niet weet hij of zij moet gaan stemmen; morgen of overmorgen zet ik nog een stemadvies online.

Op naar fase 2

Enkele lezers van mijn vorige blog waren benieuwd naar de voortgang van de verbouwing in de Oosterparkkerk. Nu is er de laatste weken ook weinig gebeurd, veel is al klaar en de laatste afwerkingen zijn hier en daar vertraagd door corona. De komende weken zullen wat betreft fase 1, echt de puntjes op de i worden gezet. Binnenkort hoop ik een mooie foto te laten zien van de ‘blinde’ ramen. Heel lang zaten ze verborgen achter dikke gordijnen, maar straks zullen ze in alle glorie oplichten. Achter de ramen is het netjes afgetimmerd en zijn er al gedeeltelijk led-strips aangebracht. Wanneer die zijn ingeregeld, kunnen de ramen er weer voor, ook de onderste ramen die in oude glorie zijn hersteld.
Ook zal binnenkort het nieuwe ‘liturgisch meubilair’ geplaatst worden. Naar die plaatsing kijken we wel heel erg uit, dat zal de kerkzaal echt afmaken. Inmiddels zijn wel alle toiletten bruikbaar. Waar we echt trots op zijn is het toilet dat gebouwd is op de plaats waar eerst twee kleine toiletjes waren. Die waren erg gedateerd en nauwelijks nog goed schoon te houden. Wanneer de coronapandemie voorbij is en we weer gewoon allemaal naar de kerk kunnen hebben we dus een prachtig toilet waar ook mensen met een handicap terecht kunnen en daarnaast in het gebouw ook nog twee andere toiletten. Eerstdaags zal ook een lift geïnstalleerd worden, zodat een rolstoeler gewoon naar binnen kan.

Inmiddels is het proces zo ver dat we ook willen beginnen met fase 2.  In fase 2 willen we de keuken vernieuwen en een uitbreiding realiseren op de binnenplaats. Probleem is wel dat we de afgelopen maanden toch ook onvoorziene zaken zijn tegengekomen. Op steundeopk.nl is goed te zien op de foto’s wat er allemaal al gebeurd is, maar ook dat we nog een tekort hebben om fase 2 te kunnen realiseren. Mocht u nog iemand kennen met een oude sok, kaart dan een mooie gift voor ons kerkgebouw eens aan.

een gezegend 2020, een kleine terugblik…

21 mei, 7.45 uur, een vrijwel uitgestorven Dam. Door een stille stad fietsen, wanneer maak je dat mee? Hemelvaartsdag – dauwtrappen.

Onze buren zitten nu al ruim een week in quarantaine. De buurman was aangestoken door zijn baas en moest op zolder bivakkeren, totdat de buurvrouw ook besmet bleek en ze dus gewoon weer samen konden zijn. Geen zware klachten maar toch… Zo kwam het coronavirus opeens heel dicht bij. In Vriezenveen heeft het virus inmiddels ook toegeslagen, gelukkig vallen de klachten daar tot op heden ook mee. De kerkdiensten zijn op dit moment weer volledig online, maar wel open voor hen die echt even contact willen met anderen. Het tekent natuurlijk het afgelopen jaar. In mijn agenda heb ik sinds 16 maart in de kantlijn de stand van zaken bijgehouden. Inmiddels zitten we in week 42. Week 16 bijvoorbeeld: “Nog steeds oppassen voor covid”, week 19, we waren in Frankrijk: “Mondkapjes verplicht” en week 29: “Bijna weer lockdown”.  Het jaar 2020 zal er door getekend blijven en later zullen we er over praten, zoals onze ouders en grootouders dat deden over de Spaanse griep.
Toen we elkaar aan het begin van dit jaar een gezegend nieuwjaar wensten, hadden we dit niet verwacht. Een enkeling was het die waarschuwde dat het virus echt niet bij de grenzen van Wuhan in China zou stoppen. Een goede vriend van Harm sloot voor zijn bedrijf, dat festivals organiseert, net op tijd een pandemieverzekering af. Maar voor 2021 zal dat niet meer gaan. Door sommige geestelijke leiders werd gesuggereerd dat corona wel een straf van boven zou moeten zijn, maar daarnaast was er ook genoeg kerkvolk dat niet geloofde in besmettingsgevaar en corona afdeed als een gewoon griepje. We zullen zien wat er later in de geschiedenisboeken zal staan. Zal het gaan over een moderne maatschappij die bijna alles kon regelen, maar opeens overvallen werd door een besmettelijk virus, of over miljoenen mensen die zich lieten misleiden door een zogenaamde pandemie?

Het boek van de Engelse theoloog Samuel Wells, “Wees niet bang” (uitgegeven 2011), was dan ook een verademing om te lezen.  Hij wijst er op dat je als gelovig christen op een nuchtere manier moet omgaan met de dood. En pandemieën moeten mensen aan het denken zetten over de eindigheid van hun bestaan, ons leven is niet maakbaar. Des te troostvoller is daarom het geloof in een leven na dit leven. Je zou daarom wensen dat meer mensen de rust van leegstaande kerken opzoeken; een kaarsje branden, luisteren naar de stilte en misschien een goed gesprek hebben met een luisterend oor. Maar ook om handen te vouwen en toe te geven dat er een Schepper is van hemel en aarde, die zijn Zoon naar deze wereld zond. Gods Zoon die op zoek ging naar verschoppelingen, verdrukten, armen en mensen die lijden onder corona.

Een nieuwjaarsreceptie aanstaande vrijdag met de buren zit er dus niet in. Op de laatste dag van 2020 zouden we natuurlijk pagina’s vol kunnen schrijven over wat er allemaal niet kon en kan. Het werd een uitgeklede kerstmaaltijd in Lelystad bij kleine Teun, maar wel gezellig. De concerten van het Nederlands Philharmonisch Orkest werden gecanceld. Het IDFA was een kale bedoening, ondanks het feit dat ik een aantal dovumentaires op de computer heb zitten kijken. Ook kerkdiensten konden in het begin niet doorgaan en later in oktober was het vanwege de verbouwing beter om een paar keer alleen maar online te gaan. De werkkamer van onze predikant werd zo opeens een kapel, met enkel een ouderling, een techneut en de dominee. Het blijft behelpen; op zondagmorgen achter de computer, ondanks alle inzet van de vrijwilligers. We verlangen naar een volle kerk en we willen weer uit volle borst kunnen zingen en in een grote kring samen de maaltijd van de Heer vieren!

Veel kon er ook wel. In de zomer konden we gewoon op vakantie naar midden Frankrijk. Voor het eerst  in de orangerie van kasteel Digoine ‘gebivakkeerd’, heel gaaf!  Met broer en schoonzus een week optrekken en als toetje kregen we een rondleiding door het vervallen en leegstaande chateau. In het voorjaar was met stil weer zelfs  een gedeelte van een zolder van het kasteel ingestort, maar dat mocht Matthew er niet van weerhouden om een boeiend relaas af te steken over het in de 13e eeuw gebouwde kasteel. En als we een souvenir mee wilden nemen; bij de uitgang afrekenen. Na ongeveer tien jaar Digoine was dat wel heel bijzonder. Thuis hebben we ‘Jezus’ schoongemaakt en nu prijkt het Heilig Hart beeldje in volle glorie op ons Franse dressoir.  “De verering van Jezus Christus krijgt vorm vanuit de liefde en barmhartigheid, die worden gesymboliseerd door Jezus’ Hart.” (citaat van Wikipedia)
Hij is het die zorgde voor vergeving van zonden en dat we mogen uitzien naar een eeuwig leven!

Bij het vele wat gewoon kon in 2020 hoort ook ‘het lezen’. Zelfs tijdens de huidige lockdown zijn er boeken af te halen bij de bibliotheek. En wanneer het echt nodig is kan dat ook bij mijn favoriete boekhandel aan de Middenweg. Toen we min of meer opgesloten zaten tijdens onze voorjaarsvakantie op Gran Canaria, had ik gelukkig genoeg boeken bij me in de koffer. Genoten heb ik later van de biografie over Prins Charles van Sally Bedell Smith, nog steeds in de aanbieding trouwens! Maar ook het boek van Rahma El Mouden over haar leven, boeide van begin tot eind. Zij heeft met haar firma MAS jarenlang onze school geboend en gepoetst. Inzicht gevend, hoe zij als Marokkaanse vrouw en moslima een plek weet te veroveren in Amsterdam. En pas nog las ik een heruitgave van Jan Brokkens ‘De blinde passagier’. Een prachtige roman over vluchtelingen, hoe actueel in deze tijd, en de teloorgang van de Nederlandse koopvaardij. En als we het toch over vluchtelingen hebben dan is ‘De bijenhouder van Aleppo’ een boek dat je uit je slaap kan houden.
Inmiddels ben ik begonnen in ‘De opgang’ van Stefan Hertmans en in ‘Revolusie’ van David van Reybrouck. Revolusie gaat over wat Nederlanders hebben uitgestukt in Indonesië en hoe dat land het Nederlandse juk afwierp; een huiveringwekkende geschiedenis. Om het plaatje compleet te maken, nog twee buitengewoon boeiende boeken die ik las. Een heel bijzondere detective is het boek ‘Gewone genade’, een aanrader en o zo jammer dat het door de uitgevrij niet beter verkocht is. Andere vertalingen van Krueger laten daarom nog wel een poosje op zich wachten. De laatste aanrader is een biografie en autobiografie ineen; Alex Boogers  met zijn zoon op bedevaart naar plaatsen uit het leven van Bruce Lee.

foto Jannes Glas, gebruikt als nieuwjaarswens en bedankkaart voor steundeopk.nl

Er gebeurde natuurlijk veel meer en er zijn dagen die we niet zomaar vergeten. De oppasdagen met Teun, klussen in de Oosterparkkerk, heerlijke fietstochtjes in Amsterdam en omgeving, maar ook de dag dat vriendin Diny belde om te vertellen dat hun zoon was gestorven. Het laatste riep zo veel herinneringen op, maar tegelijkertijd was het ook goed om het verdriet te delen. Het ‘Kyrie Eleison’ zal dus ook in 2021 niet van de lucht zijn.

Een gezegend 2021 gewenst.

‘loodpest’

Rini Wimmenhove – al 12½ jaar orgelmaker

Het was een beetje een omweg, dat geconstateerd werd dat ook het orgel van de OPK een forse onderhoudsbeurt nodig had. Jacob Lekkerkerker vroeg of hij orgelgeluiden mocht opnemen in de Oosterparkkerk, hij is improvisator en verbonden aan de Oude Kerk in de rosse buurt van Amsterdam. Orgelgeluiden uit alle stadsdelen moeten een Corona-compositie gaan vormen. Ook het Maarschalkerweerdorgel in de Oosterparkkerk was geschikt om een aantal tonen op te nemen. Op 28 augustus was het orgel nog niet ‘ingepakt’ tegen het bouwstof en kon hij dus nog zijn gang gaan. Na een bijzondere performance, constateerde hij dat het orgel zo vervuild was dat het echt een grote beurt nodig had. Omdat we toch met het opknappen van ons kerkgebouw bezig zijn besloot de bouwcommissie dat er naar gekeken moest worden. Offertes werden opgevraagd en vergeleken. Mijn jongste broer kreeg de opdracht, maar bedong er wel bij dat er een slaapadres zou zijn en een helpende hand. Na twee weken orgelpijpen omlaag en omhoog brengen (de grootste houten pijpen zijn nauwelijks te tillen) pijpen schoonmaken en poetsen, voel ik mij inmiddels een beginnende orgelmakers leerling.  Ik weet nu iets meer over soorten pijpen en ken inmiddels ook het verschil tussen manuaal en pedaal. Gisteren hebben we het schoonmaakwerk afgerond en nu moet er alleen nog voor gezorgd worden dat het orgel weer lucht krijgt. De grote blaasbalg is samen met een reguleerbalg meegenomen naar Drenthe en wordt na de Kerstvakantie opnieuw ‘beleerd’. We zijn benieuwd of alle pijpen weer hun goede plekje hebben, want anders hebben we een probleem natuurlijk. Organist Jacob Lekkerkerker vertrouwde mij toe dat we een prachtig orgel in onze kerk hebben. Wanneer het is opgeknapt wil hij een keer komen spelen!
De voorzitter van ‘Stichting Klinkend Erfgoed Nederland’ stuurde vorig weekend een mail en schreef: “Het werk van Maarschalkerweerd was vaak Duits georiënteerd, maar het orgel in de Oosterparkkerk was duidelijk meer in Franse stijl. De oorspronkelijke dispositie leek veel op een ‘orgue de salon’, zoals die in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog werden gebouwd in Parijs. Je zou het ook een zakformaatversie kunnen noemen van het orgel in het Concertgebouw.  Kortom: uit oogpunt van cultuur- en muziekhistorie bezit u een interessant instrument.”  Waarschijnlijk weet hij niet dat het orgel in 1958 behoorlijk is veranderd. Zouden we het in oorspronkelijk willen herstellen, zoals het gebouwd werd door Maarschalkerweerd in 1904, dan moet we denken aan 150 à 200.000 euro. Dat laatste hebben we niet, we hoeven ons daar dus ook niet druk over te maken. Verschillende registers zijn in 1958 vervangen, omdat men toen een andere smaak had waarschijnlijk. Ook de jaloezieën midden in het orgel zijn er uitgehaald, daarmee kon je bepaalde stemmen zachter of harder laten klinken. Maar nog steeds is het een mooi instrument, waard om gebruikt en goed onderhouden te worden.
Helaas bleek dat veel oude pijpen uit 1904 zijn aangetast door loodcorrosie; ‘loodpest’. De corrosie kan verschillende oorzaken hebben; de lucht in kerkgebouw, vocht, stoffen die in het leer van de blaasbalgen hebben gezeten… Vaak is er niet één enkele oorzaak aan te wijzen. Aan de buitenkant van de pijpvoeten was het ook goed te zien. Allemaal bobbeltjes en daardoor zijn ze verzwakt. Sommige voeten waren in de loop van de jaren al vernieuwd, maar 300 van de in totaal 818 pijpen zijn dus ‘ziek’. De orgelmaker heeft een looddeskundige geconsulteerd en die adviseerde om te gaan patineren. De ‘zieke’ pijpen zijn gedompeld in patineerolie en we hopen dat zo de corrosie stopt.

De verbouwing gaat ondertussen door. De laatste hand wordt nu gelegd aan de toiletten en de blinde ramen. Wanneer de lockdown voorbij is kunnen we genieten van een prachtig opgeknapte kerkzaal. Uit betrouwbare bron weet ik dat er heel veel geld is opgehaald met de fundraising. Geweldig! Op steundeopk.nl is zichtbaar hoeveel er nog bij moet om ook de keuken te kunnen verbouwen.