Categorie: Amsterdam

Vergankelijkheid

Het gebouwtje rechts voor op de foto, was ooit de gymzaal  van de dr. M.B. van ’t Veerschool. Een week geleden is hij afgebrand. Een enkeling deed het nog herinneren aan een bloeiperiode van het gereformeerd onderwijs in Amsterdam. Van 1963 tot augustus 1981 was de van oorsprong openbare school tegenover toenmalig station Sloterdijk het onderkomen van een bijzondere school. Jaren was er voor gestreden dat ook de gereformeerd vrijgemaakte zuil zijn eigen school kreeg om ‘verbondskinderen’ degelijk en godvrezend onderwijs te geven. Toen er rond 1980 naast de school voor Elsevier een groot kantoorpand werd gebouwd begon het schoolgebouw te verzakken en ontstonden er aan de linkerkant (als je met je gezicht naar de school staat) forse scheuren. De zijmuur werd ingepakt met zware balken en grote trekstangen door de lokalen aan die kant hielden alles op zijn plaats. In augustus 1981 werd in Slotermeer de dr. J. Koopmanschool opgeheven en verhuisde de dr. M. B. van ’t Veerschool naar de Slotermeerlaan.
Het lege gebouw aan de Haarlemmertrekvaart werd na verloop van tijd waarschijnlijk in brand gestoken, nadat vandalen het al behoorlijk gestript hadden. Na de brand werd het gebouw gesloopt, alleen de gymzaal bleef staan. Het gebouwtje was nog in goede staat en van veel latere datum dan het schoolgebouw. Door de jaren heen zijn er verschillende plannen geweest om het terrein te bebouwen, maar tot op vandaag is het een groen eilandje gebleven, onder aan het talud van de Ring-Oost. De gemeente Amsterdam verhuurde de gymzaal aan verschillende popgroepen en al gauw werd (‘The) Nits’ hoofdhuurder.  The Nits is al jaren Amsterdams beste popgroep, met prachtige nummers als ‘Nescio‘ en ‘In the Dutch mountains‘. Omdat de school aan de Molenwerf stond, is de gymzaal omgedoopt tot ‘de Werf’. Er werd geoefend, er werden plannen gemaakt, reizen door Europa zijn er uitgestippeld en er werden verschillende albums opgenomen.

Een trieste aanblik; de hele oefenruimte is volledig in puin gelegd. Wanneer je het VERBODEN TOEGANG bordje wegdenkt, kan het ook een in puin geschoten gebouw in Oekraïne zijn.  De drie Nits-leden lieten zich fotograferen voor de puinhoop een verklaarden dat ze door zullen gaan, deze brand is niet einde voor Hofstede, Stips en Kloet. Inmiddels zijn ze op Kloet na al 70, maar ze gaan door en hebben al plannen voor een nieuw album.
In 2008 verscheen een album over de afwas. Op de hoes staat hun oefenruimte, de oude gymzaal afgebeeld. Het dorpje Sloterdijk met de Petruskerk en de drukke Coentunnelweg geven goed de sfeer van de plek en ook de muziek weer.
Toch is het ook een mooi beeld van vergankelijkheid. Auto’s en gebouwen hebben het ooit dromerige dorpje Sloterdijk naar de marge gedrongen. Wie het nu heeft over Sloterdijk heeft het meestal over een groot NS station met daar omheen grote kantoorgebouwen.
Ook in Slotermeer is trouwens niets meer te vinden van de school waar we in 1981 introkken. Inmiddels staat er een modern schoolgebouw, dat luistert naar de naam ‘Veerkracht’. Zelfs het woord ‘gereformeerd’ is naar de achtergrond verdwenen, ook hier heeft vergankelijkheid toegeslagen. Toch worden op die school nog steeds Bijbelverhalen vertelt aan de leerlingen en worden er liederen gezongen tot eer van de Heer van hemel en aarde.

 

Oekraïne en gemeenteraadsverkiezingen

De Oekraïense vlag op een stuk grond aan de Molenkade in Amsterdam, dat eigendom is van de schoonzoon van president Vladimir Poetin. De zakenman kocht de kavel in 2019 en zou er een aantal bedrijfspanden willen bouwen. Beeld Remko de Waal / ANP

Regelmatig lopen we ‘een rondje Deudekom’. Een typisch taalgebruik in ons gezin, onze oudste dochter liep het regelmatig toen ze op de middelbare school zat en introduceerde geloof ik deze term. We gebruiken ‘een rondje Deudekom’ nog steeds als we vanaf de Vlasdonk naar de Industrieweg (zijn we opeens in de gemeente Ouder-Amstel) wandelen en aan het eind richting de Molenkade lopen. Op het industrieterrein is verhuis en transportbedrijf Deudekom het grootst, vandaar de benaming. Wanneer we de op de Molenkade zijn aangeland lopen we langs de Weespertrekvaart, het verbindingskanaal tussen de Amstel en het Amsterdam-Rijnkanaal. Regelmatig komen er binnenvaartschepen en met mooier weer veel pleziervaart, voorbij. De Molenkade is een wat raar stukje Duivendrecht, wat kleine bedrijven en ook woonhuizen. Na nummer 26, redelijk aan het begin, is er zolang wij ‘een rondje Deudekom’ lopen een braakliggend terrein. We hebben wel eens gefilosofeerd over wat je daar zou kunnen realiseren. Een mooi uitzicht op de passerende scheepvaart, maar aan de overkant kijk je dan wel tegen het dijklichaam van de Ring A10-Oost. Niet echt heel fraai.
Twee weken terug was dit stukje grond opeens landelijk nieuws in verband met de inval van Rusland  in Oekraïne. Zelfs op het zonnige eiland waar we op vakantie waren drong het nieuws via het wereldwijde web door. De Molenkade in opspraak. De landelijke dagbladen schreven erover en een ANP fotograaf schoot een prachtige plaatje. Een verlaten stuk grond, waar zelfs geen schaap wil grazen, is opeens getooid met de Oekraïense vlag. Inmiddels staat er ook een bord met een gedicht van de Russische Nobelprijswinnaar Aleksandr Solzjenitsyn (1918-2008). Een stil en ook klein protest tegen de eigenaar van dit stuk grond Jorrit Faassen. Van hem wordt gezegd dat hij de schoonzoon van Poetin is of was. Gemeente Ouder-Amstel wil niet meer met deze belegger onderhandelen over bebouwing. Wat als Poetin trouwens Oekraïne niet was binnen gevallen? Dan had er waarschinlijk geen haan naar gekraaid.
Een klein stukje grond, wordt zomaar landelijk nieuws en wij liepen er meestal gedachteloos aan voorbij tijdens ons ‘rondje Deudekom’. De komende weken zal de blauw gele vlag er wel blijven staan en herinnert de voorbijgangers aan een verschrikkelijke en onmogelijke oorlog.

Gelukkig konden wij vandaag onze vrijheid vieren door naar de stembus te gaan. Ook de Oosterparkkerk was vandaag een locatie om te stemmen. En terwijl in de nieuwe aanbouw de keuken werd  geïnstalleerd stond er op de stoep een rijtje wachtenden met hun stempas in de aanslag. Maar zullen de partijen worden afgerekend op hun landelijke standpunten? Zullen er nu minder mensen stemmen op partijen die heulden met de Russische leider? Zullen er minder mensen stemmen op partijen die meer en meer wilden bezuinigen op defensie en die niets wilden weten van de 2% NAVO contributie?
Of gaan de stemmers voorbij aan landelijke thema’s en gaan ze echt voor gemeentepolitiek? We zullen zien en hopen ondertussen dat de CU in Amsterdam zijn ene zetel vasthoudt. In Diemen konden we helaas niet stemmen op de CU en moesten uitwijken naar een partij die het ook goed voor heeft met ons dorp.

Polititiek anno 2022

Het laatste nummer van het ChristenUnie Magazine is nogal Amsterdams gekleurd. De omslag is deze maand bezaaid met meer dan 200 kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen, die halverwege maart worden gehouden. Her en der herken ik Amsterdamse kandidaten. Het eerste grote artikel ‘De Reünie’ gaat over de kandidaten Hélène, Maaike en Bas. Zij zaten in 1985 als beginnende tieners in klas 4 op de dr. M.B. van ’t Veerschool  in Amsterdam-Slotermeer. Het was nog net in de tijd van de lagere school denk ik, want in hetzelfde jaar werd de bassischool ingevoerd, maar dat was na de zomervakantie. In hetzelfde CU Magazine komt trouwens ook nog de Amsterdamse kandidaat Hadassa aan het woord.
Hélène en Maaike kwamen met de schoolbus vanuit Zaanstad en Bas kwam uit Zandvoort. De v.’t. Veerschool (nu GBS Veerkracht) was toen een gereformeerde streekschool, er kwamen bussen uit de Haarlemmermeer, de Zaanstreek, de IJmond en Haarlem. De organisatie van al dat busvervoer was een heel gedoe en in de verschillende gemeenten rond Amsterdam een gevoelig punt. De vader van  Hélène speelde daarin een cruciale rol, hij voerde rechtszaken tot aan de Hoge Raad over recht op vergoeding; politiek bewustzijn werd haar in ieder geval met de paplepel ingegoten. Ook bij Bas en Maaike hoorde politiek gewoon bij het leven en hun opvoeding.  Zelf was ik op de middelbare school al geïnteresseerd geraakt in politiek. In Hoogeveen was een GPJC, de jeugdafdeling van het GPV, waar driftig werd gediscussieerd en verschillende politieke onderwerpen werden bestudeerd vanuit de beginselen van ‘gereformeerde’ staatkunde. We zochten bijvoorbeeld contact met een jongerenorganisatie van de Zuid-Molukkers om meer te weten te komen over hun gedachtengoed. Dat was in de tijd van de treinkapingen bij Wijster en later bij De Punt en de schoolgijzeling in Bovensmilde.

Toen ik begon als jong onderwijzer in Amsterdam, werd ik lid van de GPJC in Zaanstad, diepzinnige politieke gesprekken  met Piet Mars en Arie Blok waren vormend. Eenmaal in Amsterdam (juni 1980) werd het toch de volwassen tak, het GPV. En hoe het liep, liep het, in het voorjaar van1982 moest er een lijsttrekker worden aangewezen, gekozen, voor de gemeenteraadsverkiezingen. Bij gebrek aan beter stond opeens meester Wimmenhove op nummer 1. Dat werd stencilen, tot in de late uurtjes. En bij broeder van Driel meehelpen om op de oranje GPV-posters de naam van de lijsttrekker te zeefdrukken. Zo verscheen er in de Hofmeyrstraat een oranje plakkaat hangend aan de verhuishaak. Veertig jaar geleden werd het GPV niet echt serieus genomen. Zo nu en dan mocht ik een middag vrij van school, om mee te doen aan een politieke discussie. Ik kan me nog herinneren dat een oude meneer in een nogal ‘rood’ bejaardentehuis in Amsterdam-Noord vond dat ik uit het panel moest, een uitgesproken christen werd niet gewaardeerd. Op de politieke markt op het Beursplein hadden we een kraampje. Na afloop kwamen we in gesprek met de broeders van het CDA, zij deden voor het eerst in deze vorm aan de gemeenteraadsverkiezingen mee. Wethouder Heerma bood het GPV een plaats aan op de lijst bij de volgende verkiezingen. In 1982 haalde het CDA nog 7 zetels en Enneüs Heerma werd opnieuw wethouder en ook locoburgemeester. Van een samenwerking is het nooit gekomen.  Nu hebben ze net als de CU een zetel. Voor mijzelf was het een leerzame periode, waarin ik trouwens ook leerde om vieze luiers te verschonen.

specimen

Inmiddels is het GPV verleden tijd en opgegaan samen met de RPF in de ChristenUnie. Sinds vier jaar zit deze partij in de gemeenteraad, mede dankzij vele stemmers met een niet-Nederlandse achtergrond. Don Ceder heeft de eerste drie jaren uitstekend werk gedaan en nu hij in de Tweede Kamer zit heeft Tjitske Kuiper zijn werk overgenomen. Wanneer het 16 maart lukt om weer genoeg stemmen te verzamelen zal Gerjan van den Heuvel haar werk voortzetten. Er wordt flink campagne gevoerd en Amsterdamse lezers roep ik hierbij op om in ieder geval de Amsterdamse Stemwijzer in te vullen en dan te bedenken welke partij er echt opkomt voor de zwakkeren in onze hoofdstad. Het samenstellen van de lijst was trouwens een hele klus. Mannen, vrouwen, diversiteit en kerkelijke achtergronden; puzzelen! En ook uiteindelijk alle stukken inleveren bij bureau Verkiezingen was nogal een gedoe. In de regels stond dat van een identiteitskaart zowel de voor en achterkant moesten worden gekopieerd en ingeleverd. Bij een ID kaart staat het BSN-nummer achterop de kaart, dus logisch om die ook te kopiëren. Maar bij een paspoort staat het BSN-nummer ook voorop, vandaar dat nogal wat kandidaten alleen de voorkant hadden opgestuurd. Helaas waren de ambtenaren niet te overtuigen dat een kopie van de achterkant niets toevoegt. Gelukkig waren de meeste kandidaten bereid om snel ook een kopie-achterkant op te sturen. Ik vond het wel een goed voorbeeld van doorgeslagen ambtenarij. En dat laatste is iets waar ook de ChristenUnie een punt van maakt!

SCHOOLMEESTER IN DE POLITIEK   (tekst van het katern in het CU Magazine)
Opgegroeid met knapen en jeugdvereniging werd ik min of meer automatisch lid van de jongerenafdeling van het GPV, de GPJC. Toen ik in 1978 ging werken aan de gereformeerde lagere school in Amsterdam-West kon ik het dan ook niet laten om de klassen die ik les gaf ook politiek bewustzijn bij te brengen. Elke keer wanneer er verkiezingen in het land waren, besteedden we daar uitgebreid aandacht aan. Een beetje staatsinrichting en elke keer de leerlingen bewust maken van hun rechten. “Laat je stem horen!”, ik heb het vele klassen ingeprent. Het is mooi om te zien dat verschillende leerlingen echt actief zijn geworden in de politiek. Mijn idee is dat veel leerlingen het ook thuis met de paplepel kregen ingegoten en de school was daarin zeker een
verlengstuk. Politieke bewustwording was gewoon een onderdeel van mijn lespakket.

Lichtstraat

Het is zover, het dak van de aanbouw bij de kerk zit er helemaal op, aannemer Kees heeft een paar weken terug de lichtstraat in elkaar gezet. Omdat het linker glas-in-loodraam in de kerkzaal volledig vrij moest blijven had de architect een slimme oplossing bedacht. Een stukje oud dak behouden en om toch licht te krijgen in de nieuwe aanbouw, een groot schuin raam bedacht als verbinding van de consistorie met de nieuwe aanbouw. Door het raam kijk je naar boven en zie je de ramen van de soos; de voormalige huiskamer van de kosterswoning en ook het glas-in-lood raam. Een mooie term voor dit raam; lichtstraat!
Daarmee zijn we de laatste fase van het renovatieproject ingegaan. Niet opk-ers die de kerkzaal in ogenschouw nemen, zijn elke keer weer verbaasd over de rust en de schoonheid die het inmiddels uitstraalt. Nu de ruimte naast de kerkzaal nog.

Ooit begonnen de verbouwplannen eigenlijk steeds bij de keuken. Tenminste dat wat voor keuken doorging. Het was een laag aanrechtblad, ongeveer een halve meter diep en beslist niet op de huidige voorgeschreven werkhoogte van 92 centimeter. Wel was het een stukje vakmanschap, terrazzo ter plekke gegoten en gepolijst. Wanneer je moest afwassen was dat een aanslag op je rug. Je kon ook maar met tweeën het smalle keukentje trouwens. Soms werd dan ook een  teil water in de kerkenraadskamer gezet om de afwas te doen. Ondanks het feit dat het zorgde voor een mooi gemeenschapsgevoel, zijn we blij dat er straks een professionele vaatwasser kan worden geïnstalleerd. Ook is het gebruik van plastic bekertjes dan niet meer toegestaan. En de prachtige ruimte die door de aanbouw ontstaat is straks een geweldige plek om na de dienst koffie te drinken, te vergaderen en op open ochtenden te functioneren als buurtcafé.

‘Lichtstraat’, de term zet aan tot filosoferen. Al googelend kwam ik een mooie wervende tekst tegen: “De trend in 2022 – lichtstraten!” Als kerk doen we het dus goed. Je kunt ook bedenken dat je op deze manier mooi zicht op boven, op de hemel houdt. Wanneer je straks er recht onder gaat staan, zie je dat ook boven Amsterdam de wolken voorbij drijven, de hemel soms donker is vanwege zware bewolking en soms zul je de regenboog zien!

Documentaires, waarom?

De IDFA vlaggen zijn weer binnengehaald en de masten weer keurig opgeborgen. Maar in mijn hoofd zinderen verschillende documentaires nog steeds na. Van verschillende kanten werd mij gevraagd wat de meest bijzondere of meest indrukwekkende van de veertien documentaire was, die ik had gezien. Eigenlijk is daar geen antwoord op te geven, ze waren boeiend! De laatste documentaire die ik op de IDFA zag was: ‘Babi Yar – Context’. Een indrukwekkend relaas, met als aanloop de inval van Duitse troepen in Polen en de Sovjetunie in 1941. Met alleen maar oorspronkelijke beelden worden de verschrikkingen van de oorlog getekend. Het geluid (achteraf toegevoegd) droeg daar ongetwijfeld aan bij, ontploffende granaten, geweervuur, vallende bommen en het donderende lawaai en geraas wanneer weer een boerderij of gebouw werd opgevreten door vuur. Eenmaal in Kiev (Oekraïne) staan er mensen langs de straat om hun zogenaamde bevrijders te verwelkomen. Lenin en Stalin worden van de gevels geplukt en het portret van Hitler komt er voor in de plaats. Niet veel later worden Joden opgeroepen om zich te verzamelen. Uiteindelijk worden door een politiecommando in opdracht van Himmler 33.771 Joden vermoord in een ravijn buiten de stad(september 1941). Twee jaar later heroveren de Russen Oekraïne, worden de Duitsers verdreven en Lenin en Stalin weer opgetuigd. De Russen willen niet erkennen dat in het ravijn Babi Yar de slachtoffers alleen maar om hun Jood-zijn werden vermoord. In de documentaire is te zien hoe acht daders worden opgehangen, maar ook hoe het ravijn ‘Babi Yar’ uiteindelijk een park wordt met flats en wegen en min of meer wordt uitgewist. Men stopt het verleden liefst zo veel mogelijk weg. Een document dat echter een onuitwisbare indruk achterlaat.
Uit de bibliotheek had ik een paar weken daarvoor een boek meegenomen onder de titel ‘Doodgewone mannen – De rol van een Duits politiebataljon in de Endlösung in Polen’. Christopher R. Browning  schreef een belangrijk boek, ‘dat de kijk op de Holocaust blijvend heeft veranderd. Het geeft antwoord op de vraag hoe ‘gewone mannen’ in staat kunnen blijken een massamoord te plegen’ (citaat van de uitgever). Ook in dat boek wordt ‘Babi Yar’ genoemd in een lange rij van moordpartijen door Duitse soldaten gepleegd. Door de documentaire kreeg ik er beelden bij, van gewone mensen, soms luid lachend, die nietsontziend mensen vernederen, verkrachten, vermoorden en al plunderend het ene na het andere landschap verwoesten.

Het boek ‘De gestolen tijd’ was eigenlijk de aanleiding voor deze blog. Zoals meer lezers, lees ik vaak een boek of vijf tegelijkertijd. Soms heb ik een boek op mijn nachtkastje liggen en lees dan een hoofdstuk voor het slapen. Zonder een paar bladzijden te lezen, kom ik trouwens maar slecht in slaap. Dit bijzondere boek lag dus weken achtereen naast mijn bed. Mijn geliefde zus was trouwens de aangeefster van dit boek, ze zette er wel haar naam in; het moet nu dus terug.
Philo Bregstein heeft met dit boek een geschreven documentaire afgeleverd. Hij is trouwens ook filmmaker en romanschrijver, vandaar dat het een een prachtig leesbaar verhaal is geworden over de Joodse wortels van zijn vader. Bregstein neemt ons in het eerste deel mee naar Litouwen, waar hij zijn ‘neef’ Grisja Bregstein ontmoet. Grisja woont al lang niet meer in Panemune (buitenwijk van Kaunas), want hij is met zijn ouders in 1940 naar Siberië verbannen. Ondertussen gaat het verhaal over de verschrikkingen die de Joden in Litouwen hebben geleden. Weinigen hebben de holocaust overleefd. In het Litouwse gedeelte raakt het verhaal van Bregstein aan de geschiedenis die Jan Brokken beschreef in ‘De rechtvaardigen’ over consul Jan Zwartendijk (Philipsdirecteur in Kaunas). Zwartendijk komen we in het boek van Bregstein niet tegen, maar wel de Japanse consul Suginara.
Al gravend in zijn familiegeschiedenis komt Bregstein ook op het spoor van de Amerikaanse tak van zijn familie, de Breakstone’s. Verschillende keren reist hij daarom naar de VS en ook naar Zuid-Amerika om verschillende nazaten van zijn overgrootouders op te zoeken. Door hun verhalen leert hij meer over zijn grootvader Bregstein en uiteindelijk ook over zijn eigen vader. En hiermee raken we ook aan de diepere waarde van veel documentaires. Het leert de kijker veel over verschijnselen in de wereld, over historische gebeurtenissen, maar ook over familiegeschiedenissen die anders verborgen zouden blijven. Afgelopen week waren er in de late avond op NPO2 twee documentaires die dat ook prachtig lieten zien. Dinsdag werd ‘Misha and the Wolves’ uitgezonden (ging ook over de Tweede Wereldoorlog) en woensdag werd een autobiografische documentaire uitgezonden van Heddy Honigman over haar leven. Vooral in de laatste docu was goed te zien hoe een documentairemaker te werk gaat. Ook een docu is geen wetenschappelijk verslag van harde feiten, maar bijna altijd een persoonlijke interpretatie van het verleden. Dat maakt het ook zo boeiend, omdat je je eigen verhaal er aan kunt spiegelen, maar ook omdat het diepere inzichten en drijfveren van mensen ontrafeld. Documentaires gaan over echte gebeurtenissen, het zijn geen speelfilms. Ook die laatste kunnen boeiend zijn, maar op een of andere manier vind ik documentaires interessanter.

Anders Leven en de IDFA

Een confronterend raam in de New Mount Pilgrim Church in Chicago

‘Ik ga leven’ won de NS Publieksprijs, ruim een kwartier na de uitzending kreeg ik er al een mailtje over. Ik had toch maar even gekeken naar ‘M’ en gezien hoe Lale Gül werd bedolven onder goudkleurige confetti. Veruit de jongste van de genomineerden zat verlegen, maar ook wel blij aan de talkshowtafel van Margriet van der Linden. De verliezers moesten toekijken met een zuurzoet lachje. Met hen hoeven we echter geen medelijden te hebben, zij zijn immers de ‘grootverdieners’ in boekenland. Lale, ze is nog maar een beginnend schrijver, is 7500 euro rijker en mag een jaar lang eersteklas reizen met de NS. Dat laatste is grappig, omdat ze studeert en dus wel een gratis OV kaart heeft (of voor doordeweeks of voor de weekenden). Nu kan ze de hele week reizen en nog eersteklas ook.
Natuurlijk had ik niet verwacht dat ‘Anders Leven’ van Manu Keirse zou winnen. Mooi was wel dat ik van verschillende vrienden, familie en dichtbije en verre kennissen, instemmende berichtjes kreeg. Sommigen hebben het boek zelfs aangeschaft! Geen idee trouwens hoeveel stemmen ‘Anders Leven’ gekregen heeft, nergens te vinden op het www. Via de site van de NS Publieksprijs kon ik alleen via de lezersclub contact maken. Welke namen er achten zitten, het blijft verborgen. Toch maar mijn vraag gesteld, waar ik de officiële uitslag met getallen kon vinden of ze eventueel toegestuurd kon krijgen. Mijn bericht was aangekomen en Floor berichtte mij het volgende: “Dag Roel,   Wat leuk dat je hebt gekeken. De NS Publieksprijs is er om het lezen van boeken te stimuleren met uiteindelijk één winnaar. De overige genomineerden zijn allemaal tweede. De uitslagen van hoeveelheid stemmen delen wij dan ook niet publiekelijk. Groet, Floor“. Jammer, want dit geeft niet veel inzicht. Ook via de CPNB (voor zover ik weet eigenaar van de NS Publieksprijs) ben ik er nog niet achter gekomen, maar via hun site ontdekte ik dat Floor waarschijnlijk Floor Boonstra is en werkt als online marketeer bij de CPNB. Komende week ga ik het nog wel een keer proberen. In verschillende kranten werd de uitreiking gememoreerd, waarschijnlijk op aangeven van de CPNB. Wie kan  anders weten, dat het boek van Ruud ten Wolde over zijn ziekte, vaak was genomineerd. Wel raar om dat te vermelden, want dit boek is pas in november verschenen en kon dus op geen enkele manier meedingen naar de NS Publieksprijs. Vermeld dan ook andere boeken die door lezers werden genoemd. Het laatste woord is hier nog niet over gezegd.

Anders Leven zou wel het thema van de IDFA kunnen zijn. Ruim 200 films geven een inkijk in onze samenleving. Hoe gaan we om met ouderen, de gevolgen van onderdrukking en verkrachting van de rechtstaat in Rusland, hoe gaan we om met de natuur, wat doet een goede leraar? De lijst zou ik nog veel langer kunnen maken, maar kijk gerust eens op de site van de IDFA. Deze weken zijn er gelukkig ook verschillende documentaires op tv te zien. En veel van wat ik zie deze dagen, kom je ook tegen aan gedachten in het boek van Manu Keirse.
Aan het eind van de maandagmiddag zat ik in de prachtige filmzaal van het De Nieuwe Lamar, vlak bij het Leidseplein. Het was mijn derde film deze dag en dan hoop je wel dat je het nog volhoudt. Het bleef lang leeg, maar op het laatst liepen er nog een paar schoolklassen binnen, een en al geroezemoes. Ik hoopte maar dat ze niet al te veel zouden gaan chillen, zoals ze al grappend riepen toen ze binnenliepen. Maar bij de eerste beelden van “All these sons” vielen ze stil en anderhalf uur hebben ze geboeid met mij zitten kijken naar een ingrijpende, ontroerende en zeer leerzame docu. In Chicago hebben de makers (Bing Liu en Joshua Altman) twee buurtprojecten gevolgd die proberen jongeren te helpen, die dreigen slachtoffer te worden van vuurwapengeweld. Het gaat om een project vanuit een moskee en vanuit een Baptistenkerk. Jongeren en begeleiders komen uitgebreid aan het woord en het geeft een goed inzicht hoe de zwarte bevolking in achterstandswijken in het verdoemhoekje zit. Een bijzonder beeld is hoe de Baptistengemeente, die kerkt in een voormalige Katholieke kerk, de glas-in-loodramen heeft aangepast. Blanke ‘heiligen’ zijn vervangen door gezichten van zwarte Amerikanen en in één van de ramen is zelfs een slavenschip afgebeeld. Ook dat is Anders Leven en zet aan tot nadenken over hoe de jongeren in arme wijken te worstelen hebben met hun geschiedenis en hun rol in de samenleving. Misschien kan zo’n documentaire aanzetten tot een andere manier van omgaan met relschoppers in Nederland. Waar zijn de projecten voor kansloze jongeren gebleven, waar zijn nog echte buurthuizen met betrokken buurtwerkers? Zijn er bijvoorbeeld buurtvaders in te zetten om voetbalhooligans onder hun hoede te nemen?

IDFA TIPS: waarschijnlijk komen een aantal van deze films de komende tijd op tv of zijn te zien in de bioscoop:
> Herr Bachmann und seine Klasse (Mr. Bachman and His Class)
> Hallelujah: Leonard Cohen, a Journey, a Song (over het beroemde lied van Leonard Cohen)
> F@ck This Job (over Natasja Sindejeva die het Russische tv-kanaal Dozjd (“regen”) opricht)

 

Amsterdam gebouwd op palen… nu de aanbouw nog!

“Amsterdam, die grote stad, is gebouwd op palen
Als die stad eens ommeviel,  wie zou dat betalen?”

Johannes van Vloten zette dit liedje in zijn ‘Baker- en kinderrijmen’  in 1894 op papier, het is dus al heel oud. Vanaf het begin dat er mensen woonden aan het IJ, waarschijnlijk meer dan  800 jaar geleden, wisten de bewoners, wil je bouwen op deze drassige bodem, dan moet dat goed gefundeerd met palen. Amsterdam staat trouwens helemaal niet op honderd palen, er bevindt zich een oerwoud van vele duizenden houten en betonnen palen onder onze hoofdstad. Het Paleis op de Dam alleen al, schijnt door 13.569 houten heipalen stevig op zijn plek te worden gehouden.

Dat hele palen gedoe was dan ook vele jaren een argument om de keuken van de kerk niet uit te breiden. Menige discussie die werd aangezwengeld stuitte op onbegrip en angst voor veel te hoge kosten. Heien in de tuin? Onmogelijk, was het antwoord. Inmiddels weten we beter, 29 oktober was het eindelijk zover. Er lagen voorstellen om de heimachine over de kerk heen te tillen, maar dat werd nogal een forse kostenpost. De heifirma had van te voren alles goed bekeken en het zou door de kerk moeten kunnen. De prachtig gerenoveerde vloer werd goed afgedekt en zo reed de heimachine langzaam door onze kerkzaal. De aannemer had een stuk muur verwijderd in het kleine halletje en na wat manoeuvreren ging de eerste paal de grond in. Eigenlijk waren het gewoon grote ijzeren buizen, waarvan de eerste aan de onderkant dicht is. Emmertje met grind er in en het heiblok doet de rest. Wanneer de eerste buis van drie meter er bijna inzit, wordt de volgende erop gelast. Zo nu en dan gaat er nog een extra emmer grind in en wanneer de paal ongeveer 13½ meter in de grond is verdwenen, zit hij op een stevige zandlaag. Zo ging dat tot viermaal toe en moesten de palen alleen nog gevuld met beton. Een eenvoudig proces, maar boeiend om te zien. Die heimachine was al met al niet breder dan een meter. Waar er ook geheid moet worden in Amsterdam, vrijwel altijd vindt men wel een oplossing.

Inmiddels heeft de aannemer de bekisting ook geïnstalleerd, in feite gewoon kisten van piepschuim. Ook het betonijzer zit er al in, dus nu is de betonfirma weer aan de beurt. We hopen dat het proces een beetje voorspoedig verloopt. De laatste tijd is er nogal een tekort aan allerlei materialen en de aannemer is ook nog met en andere klus bezig. Het gaat dus echt stap voor stap. Ook moeten we aan de gang met een ontwerp voor de keuken, want de aannemer moet natuurlijk weten waar allerlei aansluitingen moeten komen. Wanneer alles meezit kunnen we over drie á vier maanden de nieuwe ruimte in gebruik nemen en op zondag weer gewone porseleinen koffiekopjes gebruiken. Op www.steundeopk.nl kunt u volgen hoe het proces vordert. Mocht u nog een duit in het zakje willen doen, heel graag, want begrotingstechnisch zijn er nog wat gaten.

 

naam-monument | In memoriam Harm (87)

Het is een simpel bordje geworden met Harms naam, zijn geboorte en-sterfdatum, met daaronder drie karakteriseringen; zoon, vriend en topgozer. Afgelopen vrijdagavond, de zon was al onder, hebben we het gezamenlijk vastgeschroefd op de boom aan de Nassaukade. Bij deze boom, al weer vijf jaar geleden, stak Harm over, werd aangereden en aan de gevolgen daarvan, overleden. Vorige maand heeft Ray het daarop gespoten hart en Harms naam nog een keer bijgewerkt. Een plataan zorgt er echter zelf voor dat schilderingen na verloop van tijd weer verdwijnen. Op initiatief van Arnout hebben Harms vrienden daarom een kleine plaquette laten maken en dat is toch mooier dan graffiti. De plataan zal er niet onder lijden en voorbijgangers zullen het hopelijk niet in hun hoofd halen om het los te schroeven. We hebben trouwens een trapje gebruikt, dus het zit hoger dan op ooghoogte.

Nee, ik ga geen vergelijking maken met het pas geopende ‘Namenmonument’ aan de Weesperstraat. Maar misschien is het idee achter dit naambordje in de verte, wel een beetje hetzelfde. Misschien zijn de ‘struikelstenen’ (stolpersteine) beter om mee te vergelijken. Voorbijgangers  zet het aan tot herdenken en er even bij stilstaan. Harms vrienden en wij trouwens ook, doen hetzelfde. Die plek op de Nassaukade, tegenover de parkeergarage aan de Marnixstraat is blijvend de plek waar Harm is verongelukt. Wanneer we er langs rijden brengt het, of we willen of niet, emotie met zich mee. Vanaf nu kunnen we even stoppen en mijmeren bij het herdenkingsbordje; ‘zoon, vriend en topgozer en nog zoveel meer’.

 

Kyrie eleison

Een halve deurkrukstift met hamertje

Virgilius kleedt zich uit, om de krukaspotspiemoer te redden

Een van de leukste kinderboeken die ik verschillende keren in een schoolklas voorlas, was ‘Virgilius van Tuil’ geschreven door Paul Biegel. Ooit las Paul Biegel de verhaaltjes over Virgilius voor op de radio, moet rond 1980 zijn geweest. De verhaaltjes werden zo rond het het middaguur uitgezonden. Zelfs mijn ouders luisterden daarnaar met rode oortjes, ze vonden het nog beter dan Raden Maar van Kees Schilperoort, dat een paar jaar daarvoor van de zender was verdwenen. Helaas zijn dat soort pareltjes verleden tijd. Maar dat is een zijspoor. Er is een deeltje waarin Virgilius op zoek gaat naar een taart. Het prachtige woord ‘krukaspotspiemoer’ komt daar in voor. Een door Biegel bedacht woord en sommige leerlingen gingen het als vanzelf nazeggen; kruk-as-pot-spie-moer. Prachtig toch?!

Begin vorige week zat de nieuwe deurklink van de zijdeur van de kerk in plaats van horizontaal, verticaal naar beneden. Vreemd gezicht en ik kon hem vervolgens er zo aftrekken. Na enig onderzoek bleek dat de korte stift niet deed wat hij zou moeten doen. Om hem vast te zetten had de timmerman er een gaatje door geboord en daarmee ook het binnenste mechaniek stuk gemaakt. Met de stift naar de Pretoriusstraat gefietst. Daar zit sinds jaar en dag de firma Liefhebber, maar meneer Jansen is al jaren de baas. In deze winkel kun je echt voor alles terecht, van verfkwast tot schroef en van deurheng tot schakelaar. Meneer Jansen had al snel door waar het fout was gegaan. Hij had een betere oplossing, ‘een halve deurkrukstift met hamertje’. En tja, toen moest ik opeens denken aan die prachtige vondst van Paul Biegel; de krukaspotspiemoer. Door een inbusschroefje (aan de buitenkant) is het hamertje te stellen en klemt zich vervolgens vast in het krukgat. Er moest in dit geval een halve deurkrukstift gebruikt worden, omdat de kruk alleen aan de binnenkant zit. Aan de buitenkant zit een grote koperen knop, maar op een andere plek. Helaas was het inbusschroefje lam gedraaid en moest er een exemplaar uit Abcoude komen, daar is ook een Liefhebber winkel, waar zoon en broer van meneer Jansen de scepter zwaaien.
Eenmaal thuis was ik toch niet tevreden en daar ik de volgende dag toch de binnenstad in moest, ben ik bij firma Weijntjes (aan de Singel) binnengelopen. Weijntjes is een eldorado voor wie van mooi hang en sluitwerk houdt. Ik legde mijn ‘halve deurkrukstift met hamertje’ op de toonbank, waarna er een reusachtige la openging met tig soorten krukstiften. De versie die ik aangeraden kreeg was er een met een inwendige inbusschroef, om het hamertje te kunnen uitdraaien. Alleen thuis moest ik dan nog een gaatje boren, maar dat moest bij de versie Liefhebber ook. Dat laatste was nogal een gedoe, maar daar kunnen de firma Weijntjes en Liefhebber niets aan doen. Inmiddels is de kruk perfect gemonteerd en functioneert weer naar behoren. Waar vakmensen en specialistische winkels al niet goed voor zijn. Trouwens de boeken met de belevenissen van dwerg Virgilius, zijn tijdloos en nog steeds verkrijgbaar!

stemhulp

Het leverde mooie meditatieve momenten op achter de speeltafel van het Maarschalkerweerd-orgel in de Oosterparkkerk. Links beginnen en wanneer de orgelmaker “jaaaahh” roept, een toon overslaan en de volgende indrukken. Rechts aangekomen beginnen we overnieuw, maar beginnen we met een  zwarte toets. “Aanslaan…. volgende…. jaaahh…” en dat met Drents accent, want de orgelmaker woont nog steeds vlak bij onze geboortegrond. Halverwege sluit ik mijn ogen en droom weg, op de achtergrond het getik tegen de orgelpijp. Flarden psalmzinnen resoneren door mijn hoofd en schrik op van een volgende uitroep van de orgelmaker en druk snel de volgende toets in. Bij sommigen registers mag ik een loodblokje gebruiken, anders krijg ik kramp. “Laat zich ’t orgel overal – Bij het juichend vreugdgeschal, – Tot des HEEREN glorie, paren.” De oude berijming van psalm 150 zingt door mijn hoofd en ik probeer te bedenken wat toch ’tot glorie paren’ betekend. Tegelijkertijd besef ik dat de psalmdichter, die waarschijnlijk honderden jaren voor Jezus van Nazareth dit dichte, nog nooit van een orgel had gehoord of laat staan er één had gezien.
Twee dagen ben ik ‘stemhulp’ geweest en ga niet googelen op dat woord, want je verzeild in een eindeloze reeks sites met kieskompassen. En van Dale vermeldt alleen maar stemhoorn en stemijzer (waar stemhulp tussen zou passen), twee instrumenten die de orgelmaker meenam de orgelkast in. Maar zoek je stemhulp in combinatie met orgel, dan komen er allerlei sites voorbij die adviseren over het stemmen van orgels. Wanneer de orgelmaker zoiets in zijn eentje zou moeten doen, zou het hem weken kosten om een orgel te stemmen; stemhulpen zijn onmisbaar, in tegenstelling tot kieskompassen.

Het linker registerblok

De fase 1 renovatie van onze kerk loopt op z’n eind. Op dit moment moet hier en daar nog een druiper en een deukje worden weggewerkt. De lift voor rolstoelen functioneert, maar een onverlaat heeft wel drie tegels stuk gereden. Het orgel is het laatste project van fase 1. Twee weken geleden hebben we de gerestaureerde blaasbal en de grootste reguleerbalg weer in hun hok geplaatst; prachtig gerestaureerd in de werkplaats van de orgelmaker.  Na alle aansluitperikelen moesten hier en daar nog verschillende registers lekvrij worden gemaakt en de aansluiting van meerdere pijpen worden hersteld. Net als het kerkgebouw, dateert ook het orgel uit 1904. Het werd gebouwd door de bekende Utrechtse orgelbouwer Michaël Maarschalkerweerd. Deze orgelbouwer had in1890 het orgel voor het Concertgebouw, aan het Museumplein, gebouwd voor ruim 20.000 gulden. Ons orgel kostte volgens de archieven 7000 gulden. Echte orgelkenners beweren dat ‘ons’ orgel een kleine kopie is van het Concertgebouworgel. Uniek dus en waarschijnlijk heeft de toenmalige organist Louis Robert veel invloed gehad op de dispositie.

De klavieren, met daarboven knopjes voor de zwelkast.

De oorspronkelijke tekeningen van het orgel vertellen dat het echt een symfonische opzet had. Dwars door het orgel was een ‘zwelkast’ aangebracht om bepaalde stemmen harder en zachter te laten klinken. Verschillende onderdelen bevinden zich nog in het orgel, maar helaas is er veel gesloopt en is in 1958 een aantal stemmen vervangen. Er werd rigoureus gesloopt en vervangen, inmiddels hadden organisten een ‘modernere’ en andere muzieksmaak. Natuurlijk zou het fantastisch zijn om het instrument weer in oorspronkelijke staat terug te brengen, we zouden in Nederlands orgelland dan een uniek instrument in ons kerkgebouw hebben. Maar u zult begrijpen dat aan een dergelijke restauratie een fors prijskaartje hangt, wat al gauw richting de 200.000 euro loopt. Ideeën zijn welkom natuurlijk. Misschien moeten we maar eens beginnen een ‘Stichting tot Restauratie van het Maarschalkerweerdse OPK orgel’ op te richten.

Voor de orgelleken onder ons, de registerknoppen worden niet uitgetrokken, maar naar beneden gedrukt. Dat laatste zorgt er voor dat via verdeelkastjes en loden pijpjes er lucht in de betreffende orgelpijp komt als je een toets indrukt. Uiterst gevoelig en het het geeft ook windverlies. Op de laatste foto een kijkje in de speeltafel, waar je alle loden buisjes ziet lopen. Al met al een ingewikkeld systeem en tegenwoordig wordt pneumatiek in de orgelbouw niet meer gebruikt. Later is men overgestapt op elektrische schakelingen, maar voor de echte orgelbouwer is dat vloeken in de kerk. Tegenwoordig probeert men weer zoveel mechanische orgels te bouwen.