Dacia
Op 20 december schreef ik een blog onder de titel: ‘geboortegrond’. We sloten ons reisje door het noorden van het land af met een bezoek aan het Drents Museum. Jazaker, hetzelfde museum dat afgelopen weekend zo in het nieuws was. De reden was de boeiende tentoonstelling over de Hoogeveense kunstenaar en schrijver Albert Steenbergen. Broer Henk had mij geattendeerd op het boek dat bij de tentoonstelling hoorde en wees mij er op dat het bij ‘De Slegte’ al in de aanbieding was. Een boeiend boek, met een goed overzicht van het leven en werk van de Hoogeveense kunstenaar.
Omdat we eerst de kunstwerken van Steenbergen hadden bekeken kwamen we min of meer aan het eind terecht van de vaste tentoonstelling ‘Labyrinthia’. De zalen over de turfwinning waren mooi vormgegeven en maakten duidelijk wat voor impact de turfwinning in ZO-Drenthe heeft gehad. Een volgende keer gaan we de hele tentoonstelling nog eens bekijken.
Na de lunch zijn we afgedaald in ‘Dacia – Rijk van goud en zilver’. Bij Dacia had ik alleen maar een beeld van een goedkope Roemeense auto. De tentoonstelling krikte ons kennisniveau gelukkig flink op. Omdat we niet zoveel tijd hadden, zijn we er vrij snel door heen gegaan. Gelukkig heb ik wel een foto gemaakt van de beroemde gouden helm van Coțofenești uit circa 450 voor Christus. Achteraf gezien dus best bijzonder, want inmiddels hebben de dieven deze helm laten onderduiken of zelfs omgesmolten. De topstukken waren best bijzonder, maar we hadden wel indrukwekkender tentoonstellingen in de ondergrondse zaal gezien. Er was heel veel schriftelijke info en ook werden jonge bezoekers gestimuleerd om zelf sieraden te maken. Wel mooi om een vergeten volk op deze manier weer voor het licht te brengen. Dacia (of Dacië) was een groot rijk in het huidige Roemenië. (500 v.Chr. tot ongeveer 250 n.Chr.) Omdat de Romeinse keizers zich belaagd voelden door dit rijk en ook uit was op hun grondstoffen (goud) ging keizer Trajanus de strijd aan. Hoofdstad Sarmizegetusa werd met de grond gelijkgemaakt en de bewoners werden of gedood of tot slaaf gemaakt. Trajanus maakte zijn werk af door Dacia volledig te romaniseren. Daarmee verdween Dacia min of meer in de nevelen van de geschiedenis.
In die zin is het verhaal over Dacia, waar dus ook die prachtige helm een onderdeel van is, een waarschuwing. Kijk naar wat er op dit moment gebeurd in Congo. Rebellen trekkend moordend vanuit Rwanda het land binnen, met als uiteindelijk doel; de grondstoffen. En hoe vaak was het in onze eigen vaderlandse geschiedenis de zoveelste zwarte bladzijde; grondstoffen uit Suriname, uit Indonesië en zoveel andere landen. Vaak ging dat gepaard met bloedvergieten, onderdrukking van de oorspronkelijke bevolking en het uitbuiten door slavernij. Het verhaal van de Daciërs is dus een spiegel voor ons vandaag. Waarbij ook moet worden aangetekend dat de koningen van Dacia ook geen lieverdjes waren.
NB Het laatste nieuws is dat er verdachten zijn opgepakt, maar dat de helm nog niet gevonden is. (29-1-2025 : 22.42)

Een week geleden ging ik met mijn beide dochters naar het Drents Museum in Assen, waar een grote tentoonstelling is gerealiseerd over de reis van Vincent van Gogh in 1883 naar Drenthe. Het was fantastisch om met beide dochters op stap te zijn, gezellig en ook educatief. De tentoonstelling is uiterst zorgvuldig ingericht en boeiend. Je krijgt een mooi inzicht in het leven van de jonge Vincent en dat zijn reis door Zuid-Drenthe blijkbaar van flinke invloed is geweest op zijn latere werk. Je kunt de vraag stellen of het niet teveel opgeklopt is, maar ondertussen is het wel mooi dat het grote publiek op deze manier kennis maakt met een kunstenaar in de dop. Vooral de werken van andere kunstenaars die rond die periode werkten in Drenthe (vooral op zandgronden), maken indruk. Overdrijving zit naar mijn idee wel een beetje in de randverschijnselen. Aan de rand van het rustieke plantsoen voor het museum staat met grote letters Vincent, als was het de handtekening van de schilder in kleuren uit zijn Franse periode. En wie even gaat googelen ontdekt dat er in Hoogeveen inmiddels een portret van vijf verdiepingen is geschilderd op een flat aan de Hoofdstraat. Van Gogh is vercommercialiseerd.
Van Lelystad naar huis rijdend en nog nagenietend van het verrassende verjaardagscadeau, speelde het verhaal over van Gogh en het Asser museum nog door mijn hoofd. De ergernis over de lage bijschriften deden mij opeens denken aan het bezoek aan het prachtige museum aan de Amstel, H’ART tegenwoordig. Een goede vriendin wilde graag met haar zoon naar de tentoonstelling over Julius Caesar in de Hermitage. Die laatste naam ligt mij ook beter, waarom die mallotige verandering? Maar ook deze tentoonstelling was uitstekend verzorgd. De bijschriften hier en daar te vaag en soms naar mijn idee niet afgestemd op de gemiddelde bezoeker. Totdat we opeens ontdekten dat jaartallen een rare toevoeging hadden. Waar je bij Julius Caesar dacht aan de tijd voor Christus, stond hier v.g.j. en BCE. Enig speurwerk leverde op dat v.g.j. staat voor: voor gangbare jaartelling, Before (the) Common Era. Waarom is Christus opeens verdwenen in deze aanduidingen? Bang voor mensen die niets met ‘het kind in een kribbe’ hebben? Of is het een soort gelijkheidsstreven? Waarom toch die vreemde aanpassingen; bijschriften alleen voor rolstoelers, en 44 voor Christus inwisselen voor v.g.j.?
Vorige week, een mooie zonnige woensdag. Broer Henk en ik hebben afgesproken bij de P + R van Amersfoort. Samen op weg naar het
De Boerenopstand in 1963
Afgelopen zaterdag was er een mooie aanvulling op de problemen die werden benoemd in het theaterstuk. In 
Fred zou vandaag 83 zijn geworden en wanneer we zondagmiddag gelukkig weer onze traditionele Boekweidonk-nieuwjaarsreceptie kunnen houden, zullen we hem missen. Het Parool en ook het Diemer Nieuws schonken ruim aandacht aan het sterven van deze markante Diemenaar. Jarenlang was Fred meester-stucadoor en toen dat niet meer ging, volgde hij zijn hart en ging doen wat hij altijd al had willen doen; schilderen. Vaak hebben we hem weg zien fietsen met een ingepakt doek achterop. Aan één van de grachten van Amsterdam zocht hij dan een plek voor zijn ezel en ging schilderen. Heel veel mooie plekken heeft Fred vastgelegd, maar nooit was het naar zijn idee goed genoeg en verkopen deed hij al helemaal niet. Gelukkig heeft zijn jongste zoon het plan, om een keer een tentoonstelling te organiseren van het werk van zijn vader.
Een paar weken terug waren we op bezoek bij vrienden in Duitsland. We hadden een appartementje gehuurd in Deideshem. Deideshem ligt midden in het gebied dat ‘Weinstraße’ heet. Het wemelt daar dan ook van de wijnhuizen en dorpjes met een Winzerverein. Heerlijk om daar inkopen te doen natuurlijk. Daarnaast is het ook een mooi gebied om te wandelen. Zondagmiddag liepen we ook even de Katholieke kerk van Deidesheim binnen, de enige kerk die open was trouwens. Steenkoud binnen, maar wel een deur met een prachtig papier. Zo is het maar net, zo gaan we ook het jaar uit en een nieuw jaar in. We weten ons gezegend door de Heer van hemel en aarde.
De laatste zaterdag van oktober waren we in de provincie Groningen. Schoonzoon had een afspraak gemaakt bij kunstschilder 


Al dat graffiti gedoe leverde waarschijnlijk wel op dat Harm voorliefde had voor mooie letterontwerpen. Dat laatste zit misschien wel een beetje in de genen van onze tak van de Wimmenhoves. Mijn vader leerde ooit op de landbouwschool, meer zat er helaas niet in voor hem, prachtig schoonschrijven. Later mocht hij de diploma’s schrijven voor zijn voormalige opleiding. Een hele zaterdagmiddag zat hij dan aan zijn bureau en kalligrafeerde voor aanstaande boeren hun diploma. Ook de kerk deed een beroep op hem als getrouwd werd. Een mooi blad voor een huwelijksbijbel gaf elke keer weer een voldaan gevoel. Toen ik op de Pedagogische Academie schrijfles kreeg van de onvolprezen heer van Esch, was ik dan ook extra geïnteresseerd in kalligraferen. De liefde voor mooie letters had Harm dus niet van een vreemde. In één van zijn aantekenboekjes staat een hele bladzijde vol met ontwerpjes voor ‘strafwerk’. Of dat een serieuze opdracht is geweest van het festival StrafWerk, geen idee. Maar het laat wel zien hoe creatief hij was op dit gebied. Mocht iemand van zijn vrienden ergens nog een ‘dwarf-tag’ tegenkomen, ik houd me aanbevolen.
Een tag (ook wel scribble genaamd) is een gestileerde handtekening of symbool van een graffitischrijver, over het algemeen in 1 kleur. Tagging is de meest basale, simpele vorm van graffitischrijven en ook de meest voorkomende. Sommige tags bevatten cryptische boodschappen of informatie over de schrijver zoals zijn of haar eigen naam en initialen van zijn of haar crew. (bron wikpedia, het woord tag kent trouwens meer dan 20 betekenissen.
ventje en al gauw werd zijn bijnaam een soort geuzennaam. In het begin zal het allemaal nog onschuldig zijn geweest, totdat we op een dag werden gebeld door de spoorwegpolitie. De sufferd had onderweg naar Amersfoort hier en daar op eigendommen van de NS zijn ’tag’ achtergelaten. Uiteindelijk werd hij ‘veroordeeld’ tot bureau HALT (Het Alternatief). Gelukkig kwam er geen rekening van de schoonmaakkosten, maar Harm moest een aantal dagen voor straf werken bij de Makro.
Het kwam allemaal weer boven toen we afgelopen zaterdag voor een week werden uitgenodigd om de vijftigste verjaardag van een vriendin te vieren. Ze had een bijzondere locatie uitgekozen, het 


Anders Leven zou wel het thema van de IDFA kunnen zijn. Ruim 200 films geven een inkijk in onze samenleving. Hoe gaan we om met ouderen, de gevolgen van onderdrukking en verkrachting van de rechtstaat in Rusland, hoe gaan we om met de natuur, wat doet een goede leraar? De lijst zou ik nog veel langer kunnen maken, maar kijk gerust eens op de site van de IDFA. Deze weken zijn er gelukkig ook verschillende documentaires op tv te zien. En veel van wat ik zie deze dagen, kom je ook tegen aan gedachten in het boek van Manu Keirse.
Maar nu de titel van deze blog, vijf sterren voor het laatste boek van Edmund de Waal. Al verschillende keren heb ik over de Waal geschreven. (voor geïntresseerden de blogs:
Wat verder zoeken levert trouwens ook een Engelse uitgave op die vrijwel identiek is aan de Nederlandse, maar ik heb het idee dat de de uitgave is voor de VS. Op de site van de schrijver vertelt hij in een
‘Brieven aan Camondo’ is heel anders dan de Waals eerste boek, dat was een bijzondere zoektocht naar de herkomst van zijn Frans-Oostenrijkse Joodse familie. Dit boek is een brief aan de stichter van het Museum Nissim de Camondo’, Moïse de Camondo. Wandelend door het museum bezoekt de Waal kamer na kamer en schrijft daarover brieven, met vragen, gedachten en overdenkingen. Daarmee langzaam een beeld scheppend van de tijd waarin Moïse de Camondo leefde, wat zijn achtergrond was en waarom hij uiteindelijk zijn huis naliet als een mausoleum ter nagedachtenis van zijn jong gestorven zoon. Door de Waals persoonlijke brieven duidt hij het leven van monsieur Camondo en probeert hij die te plaatsen in een voor ons soms onbegrijpelijk stuk geschiedenis. De Waal biedt een bijzondere inkijk in de familiegeschiedenis van deze familie, die weer op allerlei manieren vertakkingen had met de familie Ephrussi. Het boeiende aan dit boek is dat het op een prachtige literaire manier mensen tot leven brengt. Eén van de mooiste hoodstukken vind ik XLI (41), de schijver geeft een lijst van onderwerpen om te bespreken. Elke onderwerp zet aan tot overdenken en je droomt weg om er over te filosoferen; ‘Over de geluiden van zilver op porselein’ of ‘Over familiegraven’ of ‘Over de Verlichting. de bevrijding van de Joden. De afschaffing van de slavernij.’ …..