Categorie: politiek

Qatar دولة قطر

Wanneer je het boek dwars legt is het de vlag van Qatar

De bibliotheek bij ons in Diemen is gelukkig een onderdeel van de OBA (Openbare Bibliotheek Amsterdam). Dat betekent een zeer divers aanbod en personeel dat de tafel met ‘pas’ verschenen boeken steeds weer aanvult. Opeens zie je boeken liggen die je nog niet zo lang geleden in een recensie tegenkwam. Zo viel mijn oog op het boek van Kees Wieringa, ergens had ik er over gelezen.
Ik nam het boek uit nieuwsgierigheid mee. Ergens was er een herinnering aan een vraaggesprek op de radio met de auteur. Meestal lees ik dan het eerste hoofdstuk en als het niet interessant genoeg is, kan het zo weer terug naar de biep.

Wieringa heeft echter een intrigerend verhaal te vertellen in dit boek. Hij is pianist, organisator en ook museumdirecteur. Nogal gefrustreerd schrijft hij over zijn tijd bij museum Kranenburgh in Bergen (NH). Zijn vertrek daar heeft in ieder geval voor een geweldig boek gezorgd. Want op zoek naar een nieuwe uitdaging solliciteert Wieringa naar de functie van museumdirecteur in Qatar. En je verzint het niet; hij krijgt die baan. Daarom alleen al is het een intrigerend verhaal. Wieringa komt als directeur van het Sheikh Faisal Bin Qassim Al-Thani Museum in Qatar terecht een volstrekt andere wereld, met totaal andere gewoontes en verwachtingen.

Het meest boeiende in dit boek is dat het inzicht geeft in een Arabisch land en cultuur die volstrekt anders is dan de onze. Wieringa tekent hoe dit kleine land politiek is opgebouwd en hoe het zich verhoudt tot zijn  grote buur Saudi-Arabië, Iran en ook Irak. Wanneer in het najaar de wereldkampioenschappen voetbal gaan plaatsvinden in het Golfstaatje Qatar en we op tv zeker beelden krijgen voorgeschoteld van hoge wolkenkrabbers en prachtige voetbalstadions, dan is het verhaal van Wieringa inzicht gevend in de vele schaduwkanten die aan dat evenement kleven. Uitbuiting zit in Qatar ingebakken in het systeem. De bovenlaag van oorspronkelijke bewoners, heeft alles uitbesteed aan managers. Die tweede laag regelt alles in Qatar, heeft wat betreft politiek en bestuur niets in te brengen, maar zorgt er wel voor dat alles reilt en zeilt. Zij zijn ook verantwoordelijk voor alle arbeiders die min of meer als slaven worden gebruikt. Die onderlaag houdt de economie van Qatar draaiende. Zij bouwen, onderhouden, bemensen de winkels, enzovoort, enzovoort. Als buitenlander blijf je altijd een buitenstaander en heb je niets in te brengen.

Ergens in een reclameblokje op de radio hoorde ik een oproep om te gaan adverteren rond het wereldkampioenschappen voetbal. Iedereen die daar serieus over denkt zou eerst het boek van Wieringa moeten lezen. En zij die moeten beslissen of we vloeibaar gas gaan kopen van de Qatarese handelaren moet zich afvragen of dat nu veel beter is dan gas kopen van Poetin.

Een gedeelte van het Sheikh Faisal Bin Qassim Al-Thani Museum

Stroom en oorlog

Het was strakblauw en de monteurs trokken de een na de ander hun shirt uit…

Het is er dan toch van gekomen, ons dak ligt sinds vorige week vol met zonnepanelen. Gemeente Diemen had firma Groenpand voorlichting laten geven over we hoe we op een duurzame manier energie kunnen opwekken. Na een gesprek met deze firma hebben we de knoop doorgehakt. Onze tien panelen kunnen ongeveer evenveel stroom opwekken als dat we per jaar verbruiken aan elektriciteit. Het is een inschatting natuurlijk, dus over een jaar weten we meer. Sommige buren hebben al gereageerd en vinden dat het er strak op ligt. Er liggen twee panelen op de schuur , drie op het platte gedeelte van het dak en de rest op het schuine dak aan de straatzijde. Met de huidige oplopende energieprijzen, mede vanwege de oorlog in Oekraïne, naar ons idee dus een verstandige actie. Deze zonnige week levert dus gelijk flink wat elektriciteit op! Eerstdaags kunnen we op een app precies zien welk paneel het meeste levert en wat per dag de opbrengst is.

Ondertussen gaat de oorlog in Oekraïne gewoon door. Het is immens verschrikkelijk; we staan erbij en kijken ernaar. Op Faassens stukje grond aan de Molenkade wappert nog steeds de blauw-gele vlag van Oekraïne. En aan het hek zijn twee stokken vastgemaakt met een strook blauw en geel. Voorlopig gebruik ik dat plaatje als header boven mijn blog. Nu even geen Bach, Helmantel of boekenkast. Op het bord dat aan het hek is vastgemaakt staat een open brief aan de dochter van Putin (Faassen was of is getrouwd met Maria Putin). De schrijver appelleert aan haar dochter zijn. De woorden van Solzjenitsyn zijn geen dichtregels trouwens, maar het is een citaat: “De scheidslijn tussen goed en kwaad loopt door het hart van ieder mens“. De brief eindigt met een oproep aan Maria de dochter van Putin: “Gebruik alsjeblieft je hart om het zijne te bereiken om dit zinloze geweld te stoppen. We smeken je, Maria.”       #avemariaputin

Oekraïne en gemeenteraadsverkiezingen

De Oekraïense vlag op een stuk grond aan de Molenkade in Amsterdam, dat eigendom is van de schoonzoon van president Vladimir Poetin. De zakenman kocht de kavel in 2019 en zou er een aantal bedrijfspanden willen bouwen. Beeld Remko de Waal / ANP

Regelmatig lopen we ‘een rondje Deudekom’. Een typisch taalgebruik in ons gezin, onze oudste dochter liep het regelmatig toen ze op de middelbare school zat en introduceerde geloof ik deze term. We gebruiken ‘een rondje Deudekom’ nog steeds als we vanaf de Vlasdonk naar de Industrieweg (zijn we opeens in de gemeente Ouder-Amstel) wandelen en aan het eind richting de Molenkade lopen. Op het industrieterrein is verhuis en transportbedrijf Deudekom het grootst, vandaar de benaming. Wanneer we de op de Molenkade zijn aangeland lopen we langs de Weespertrekvaart, het verbindingskanaal tussen de Amstel en het Amsterdam-Rijnkanaal. Regelmatig komen er binnenvaartschepen en met mooier weer veel pleziervaart, voorbij. De Molenkade is een wat raar stukje Duivendrecht, wat kleine bedrijven en ook woonhuizen. Na nummer 26, redelijk aan het begin, is er zolang wij ‘een rondje Deudekom’ lopen een braakliggend terrein. We hebben wel eens gefilosofeerd over wat je daar zou kunnen realiseren. Een mooi uitzicht op de passerende scheepvaart, maar aan de overkant kijk je dan wel tegen het dijklichaam van de Ring A10-Oost. Niet echt heel fraai.
Twee weken terug was dit stukje grond opeens landelijk nieuws in verband met de inval van Rusland  in Oekraïne. Zelfs op het zonnige eiland waar we op vakantie waren drong het nieuws via het wereldwijde web door. De Molenkade in opspraak. De landelijke dagbladen schreven erover en een ANP fotograaf schoot een prachtige plaatje. Een verlaten stuk grond, waar zelfs geen schaap wil grazen, is opeens getooid met de Oekraïense vlag. Inmiddels staat er ook een bord met een gedicht van de Russische Nobelprijswinnaar Aleksandr Solzjenitsyn (1918-2008). Een stil en ook klein protest tegen de eigenaar van dit stuk grond Jorrit Faassen. Van hem wordt gezegd dat hij de schoonzoon van Poetin is of was. Gemeente Ouder-Amstel wil niet meer met deze belegger onderhandelen over bebouwing. Wat als Poetin trouwens Oekraïne niet was binnen gevallen? Dan had er waarschinlijk geen haan naar gekraaid.
Een klein stukje grond, wordt zomaar landelijk nieuws en wij liepen er meestal gedachteloos aan voorbij tijdens ons ‘rondje Deudekom’. De komende weken zal de blauw gele vlag er wel blijven staan en herinnert de voorbijgangers aan een verschrikkelijke en onmogelijke oorlog.

Gelukkig konden wij vandaag onze vrijheid vieren door naar de stembus te gaan. Ook de Oosterparkkerk was vandaag een locatie om te stemmen. En terwijl in de nieuwe aanbouw de keuken werd  geïnstalleerd stond er op de stoep een rijtje wachtenden met hun stempas in de aanslag. Maar zullen de partijen worden afgerekend op hun landelijke standpunten? Zullen er nu minder mensen stemmen op partijen die heulden met de Russische leider? Zullen er minder mensen stemmen op partijen die meer en meer wilden bezuinigen op defensie en die niets wilden weten van de 2% NAVO contributie?
Of gaan de stemmers voorbij aan landelijke thema’s en gaan ze echt voor gemeentepolitiek? We zullen zien en hopen ondertussen dat de CU in Amsterdam zijn ene zetel vasthoudt. In Diemen konden we helaas niet stemmen op de CU en moesten uitwijken naar een partij die het ook goed voor heeft met ons dorp.

Polititiek anno 2022

Het laatste nummer van het ChristenUnie Magazine is nogal Amsterdams gekleurd. De omslag is deze maand bezaaid met meer dan 200 kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen, die halverwege maart worden gehouden. Her en der herken ik Amsterdamse kandidaten. Het eerste grote artikel ‘De Reünie’ gaat over de kandidaten Hélène, Maaike en Bas. Zij zaten in 1985 als beginnende tieners in klas 4 op de dr. M.B. van ’t Veerschool  in Amsterdam-Slotermeer. Het was nog net in de tijd van de lagere school denk ik, want in hetzelfde jaar werd de bassischool ingevoerd, maar dat was na de zomervakantie. In hetzelfde CU Magazine komt trouwens ook nog de Amsterdamse kandidaat Hadassa aan het woord.
Hélène en Maaike kwamen met de schoolbus vanuit Zaanstad en Bas kwam uit Zandvoort. De v.’t. Veerschool (nu GBS Veerkracht) was toen een gereformeerde streekschool, er kwamen bussen uit de Haarlemmermeer, de Zaanstreek, de IJmond en Haarlem. De organisatie van al dat busvervoer was een heel gedoe en in de verschillende gemeenten rond Amsterdam een gevoelig punt. De vader van  Hélène speelde daarin een cruciale rol, hij voerde rechtszaken tot aan de Hoge Raad over recht op vergoeding; politiek bewustzijn werd haar in ieder geval met de paplepel ingegoten. Ook bij Bas en Maaike hoorde politiek gewoon bij het leven en hun opvoeding.  Zelf was ik op de middelbare school al geïnteresseerd geraakt in politiek. In Hoogeveen was een GPJC, de jeugdafdeling van het GPV, waar driftig werd gediscussieerd en verschillende politieke onderwerpen werden bestudeerd vanuit de beginselen van ‘gereformeerde’ staatkunde. We zochten bijvoorbeeld contact met een jongerenorganisatie van de Zuid-Molukkers om meer te weten te komen over hun gedachtengoed. Dat was in de tijd van de treinkapingen bij Wijster en later bij De Punt en de schoolgijzeling in Bovensmilde.

Toen ik begon als jong onderwijzer in Amsterdam, werd ik lid van de GPJC in Zaanstad, diepzinnige politieke gesprekken  met Piet Mars en Arie Blok waren vormend. Eenmaal in Amsterdam (juni 1980) werd het toch de volwassen tak, het GPV. En hoe het liep, liep het, in het voorjaar van1982 moest er een lijsttrekker worden aangewezen, gekozen, voor de gemeenteraadsverkiezingen. Bij gebrek aan beter stond opeens meester Wimmenhove op nummer 1. Dat werd stencilen, tot in de late uurtjes. En bij broeder van Driel meehelpen om op de oranje GPV-posters de naam van de lijsttrekker te zeefdrukken. Zo verscheen er in de Hofmeyrstraat een oranje plakkaat hangend aan de verhuishaak. Veertig jaar geleden werd het GPV niet echt serieus genomen. Zo nu en dan mocht ik een middag vrij van school, om mee te doen aan een politieke discussie. Ik kan me nog herinneren dat een oude meneer in een nogal ‘rood’ bejaardentehuis in Amsterdam-Noord vond dat ik uit het panel moest, een uitgesproken christen werd niet gewaardeerd. Op de politieke markt op het Beursplein hadden we een kraampje. Na afloop kwamen we in gesprek met de broeders van het CDA, zij deden voor het eerst in deze vorm aan de gemeenteraadsverkiezingen mee. Wethouder Heerma bood het GPV een plaats aan op de lijst bij de volgende verkiezingen. In 1982 haalde het CDA nog 7 zetels en Enneüs Heerma werd opnieuw wethouder en ook locoburgemeester. Van een samenwerking is het nooit gekomen.  Nu hebben ze net als de CU een zetel. Voor mijzelf was het een leerzame periode, waarin ik trouwens ook leerde om vieze luiers te verschonen.

specimen

Inmiddels is het GPV verleden tijd en opgegaan samen met de RPF in de ChristenUnie. Sinds vier jaar zit deze partij in de gemeenteraad, mede dankzij vele stemmers met een niet-Nederlandse achtergrond. Don Ceder heeft de eerste drie jaren uitstekend werk gedaan en nu hij in de Tweede Kamer zit heeft Tjitske Kuiper zijn werk overgenomen. Wanneer het 16 maart lukt om weer genoeg stemmen te verzamelen zal Gerjan van den Heuvel haar werk voortzetten. Er wordt flink campagne gevoerd en Amsterdamse lezers roep ik hierbij op om in ieder geval de Amsterdamse Stemwijzer in te vullen en dan te bedenken welke partij er echt opkomt voor de zwakkeren in onze hoofdstad. Het samenstellen van de lijst was trouwens een hele klus. Mannen, vrouwen, diversiteit en kerkelijke achtergronden; puzzelen! En ook uiteindelijk alle stukken inleveren bij bureau Verkiezingen was nogal een gedoe. In de regels stond dat van een identiteitskaart zowel de voor en achterkant moesten worden gekopieerd en ingeleverd. Bij een ID kaart staat het BSN-nummer achterop de kaart, dus logisch om die ook te kopiëren. Maar bij een paspoort staat het BSN-nummer ook voorop, vandaar dat nogal wat kandidaten alleen de voorkant hadden opgestuurd. Helaas waren de ambtenaren niet te overtuigen dat een kopie van de achterkant niets toevoegt. Gelukkig waren de meeste kandidaten bereid om snel ook een kopie-achterkant op te sturen. Ik vond het wel een goed voorbeeld van doorgeslagen ambtenarij. En dat laatste is iets waar ook de ChristenUnie een punt van maakt!

SCHOOLMEESTER IN DE POLITIEK   (tekst van het katern in het CU Magazine)
Opgegroeid met knapen en jeugdvereniging werd ik min of meer automatisch lid van de jongerenafdeling van het GPV, de GPJC. Toen ik in 1978 ging werken aan de gereformeerde lagere school in Amsterdam-West kon ik het dan ook niet laten om de klassen die ik les gaf ook politiek bewustzijn bij te brengen. Elke keer wanneer er verkiezingen in het land waren, besteedden we daar uitgebreid aandacht aan. Een beetje staatsinrichting en elke keer de leerlingen bewust maken van hun rechten. “Laat je stem horen!”, ik heb het vele klassen ingeprent. Het is mooi om te zien dat verschillende leerlingen echt actief zijn geworden in de politiek. Mijn idee is dat veel leerlingen het ook thuis met de paplepel kregen ingegoten en de school was daarin zeker een
verlengstuk. Politieke bewustwording was gewoon een onderdeel van mijn lespakket.

English Pastoral: An Inheritance

De EO kwam met een bijzondere tv-serie over de GreenDeal; Europa moet in 2050 klimaatneutraal zijn. De grote vraag is natuurlijk of dat gaat lukken. In de aflevering van afgelopen zaterdag (EO – De Oude Wereld) ging het over voedsel. Ontdekker, journalist en interviewer Kefah Allush startte in Zuid-Spanje en via midden Frankrijk kwam hij terecht in de Elzas. In de Spaanse provincie Murcia sprak hij met een boer over de droogte en de verwoestijning, maar ook met een jong boerenechtpaar dat het roer had omgegooid en zich bezighoudt met regeneratieve landbouw  (volgens het www; een productiemethode waarbij natuurlijke hulpbronnen worden versterkt in plaats van uitgeput. De methode richt zich vooral op verbetering van de bodemkwaliteit.) Het zorgde in ieder geval weer voor groene velden, want volgens de zwangere boerin Yanniek was de verwoestijning van grote lappen landbouwgrond voor het grootste deel te danken aan de intensieve landbouw. Te vaak en te veel ploegen en het vele gebruik van bestrijdingsmiddelen hebben de bovenste laag, ooit vruchtbare grond, uitgeput en uitgedroogd. Kefah’s laatste bezoek in deze aflevering bracht hem in de Elzas, in het dorp Ungersheim. Daar was onder leiding van de burgermeester een dorpsmoestuin aangelegd. Alle benodigde groente en fruit voor de inwoners werd op deze manier binnen een straal van een paar kilometer verbouwd; al helemaal voorgesorteerd op 2050!
Van de ‘leespiet’ had ik in december ‘Boerenleven’ van James Rebanks cadeau gekregen. Nadat ik het boek voor de leesclub uit had, heb ik het van de ‘nog te lezen’ stapel gepakt. Beslist geen verkeerde keus, want ik heb het in één ruk uitgelezen. En het bijzondere is dat het precies gaat over waar Kefah Allush in zijn DOW aflevering aandacht aan gaf. Eigenlijk had Allush alleen maar in het Noord-Engelse Lake District op bezoek moeten gaan bij boer-schaapherder Edwards. James Rebanks had in 2015 al een bestseller geschreven over zijn leven als boer-schaapherder. En in Pastorale legt hij uit waarom hij inmiddels ook een aanhanger is van de ‘regeneratieve landbouw’, ook al gebruikt hij die term nergens.
Even tussendoor, mijn exemplaar met de prachtige foto met een wagen vol hooi, heeft een totaal misplaatste titel. Waarschijnlijk probeert de uitgever de kopers te verleiden door een nieuwe titel op een eerder verschenen boek te zetten, maar de oorspronkelijke titel uit 2020 ‘English Pastoral: An Inheritance’ was gewoon uitstekend vertaald (Pastorale – een nalatenschap van een herder). Ook de omslagfoto van die uitgave is vele malen beter dan de vooroorlogse hooiwagen. De ontwerper daarvan is een Vlaming, Herman Houbrechts. Geen idee waar de foto gemaakt is, maar het is beslist geen Lake District, maar zo te zien vlak Vlaams of Nederlands boerenland. Daarnaast heeft ook de ondertitel een behoorlijke wending genomen. Wie komt toch op het idee van dit soort verdraaiingen? Dit is naar mijn idee juist iets waartegen Rebanks zich in zijn boek keert!

Herdwicks in de winter. Een plaat van de Rebanks Calender 2021.

James Rebanks schrijft boeiend, over zijn jeugd waarin hij door zijn opa min of meer wordt opgeleid tot boer. Opa brengt hem liefde bij voor schapen, koeien, paarden en de verschillende soorten gras en graan, maar ook voor vogels, insecten en wat er maar leeft rond de boerderij. Maar het is hard werken en wanneer de boeren niet ‘met hun tijd meegaan’, is er nauwelijks droog brood te verdienen. James keert het boerderijleven dan ook de rug toe en gaat studeren in Oxford. Toch keert hij uiteindelijk terug om de boerderij van zijn opa over te nemen en stap voor stap zo in te richten dat er weer diversiteit ontstaat aan planten, bloemen en grassen. Ondanks eerdere aarzelingen gaat hij op stap met natuurbeschermers, ecologen en biologen en leert zodoende nog veel meer over het aan hem toevertrouwde land. Het riviertje dat over zijn land loopt krijgt weer zijn oorspronkelijk kronkelige loop. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden stap voor stap verbannen. En waar andere boeren eerst meewarig nar Rebanks kijken, gaan er steeds meer collega’s meedoen om een gelukkigere boer te worden.
Op een dag worden er metingen gedaan op zijn bedrijf. “Onlangs werden we gecontroleerd op CO², en bleken we meer CO² op te slaan dan te gebruiken of uit te stoten, en ik denk dat we nog veel meer kunnen opslaan.” (pg 240) Dat laatste is natuurlijk een geweldige opsteker, als het bij één boer kan, kan het bij heel veel boeren, ook in ons land. De veranderingen gaan niet zonder slag of stoot, het kost vaak een heleboel inspanning, soms zijn er tegenslagen. Maar Rebanks beseft ook dat hij met de ‘regeneratieve’ manier van werken, de aarde voor de toekomst behoudt. In het middelste gedeelte van zijn boek gaat het over wat de gevolgen zijn van schaalvergroting, ruilverkaveling en het vele gebruik van pesticiden en kunstmest. De boerderijen worden groter en groter, de machines moderner en moderner. Maar Rebanks laat ook zien dat een boer op een supersonische tractor (zoals wij ze kennen van de laatste boerenprotesten op het Malieveld) in zijn afgesloten cabine met muziek op zijn koptelefoon, geen tijd heeft om een broedende weidevogel te sparen, als hij deze al ziet. De getekende wulp voorop de Engelse uitgave is wat dat betreft symbolisch.

Rebanks boek deed mij denken aan de kippen, varkens en koeien bij ons thuis op het boerderijtje tussen Hoogeveen en Hollandscheveld. Mijn vader was een keuterboer en ons gezin kon niet bestaan van de opbrengsten van het boerenbedrijf. Niet lang na de oorlog ging mijn vader er daarom bij loonwerken. Hij was een van de eerste keuterboeren met paarden en de daarbij behorende machines. Een machine met een maaibalk, een hooischudder en een ploeg. Ik leerde melken toen ik een jaar of tien oud was, gewoon met je handen, op een krukje tegen de warme buik van een koe gedrukt. We hadden toen nog zo’n vijftien koeien op stal. Maar eind jaren zestig van de vorige eeuw waren melkkoeien niet meer te combineren met het bedrijf in hout en bouwmaterialen dat was voortgekomen uit het loonwerken. In de winter hadden we nog wat pinken op stal, die in het voorjaar weer lekker de wei in konden. Het melken was te arbeidsintensief geworden. Ruim vijftig jaar later zijn er in Zuid-Drenthe nauwelijks keuterboeren meer en de boeren die er nog zijn hebben heel veel bij de bank moeten lenen. Paralellen genoeg met noordwest Engeland

Rebanks boek is goede literatuur, er staan prachtige natuurbeschrijvingen in, maar ook zijn gezinsleven en het generatieconflict met zijn ouders komen voorbij. De liefde voor het boerenbestaan steekt Rebanks niet onder stoelen of banken. Ondertussen geeft het inzicht in de huidige problemen van de landbouw, grootschaligheid, te grote leningen en daardoor heel veel stress. Dit boek moet verplichte kost zijn voor boeren en burgers die zich betrokken weten bij het platteland. Het moet verplichte kost zijn voor politici, beleidsmakers en natuurbeschermers. En de lezer gaat hopelijk nadenken over waar zijn brood, groenten, fruit en vlees  vandaan komt.
Op Youtube zijn verschillende fulmpjes te vinden over het James Rebanks (zijn boerderij staat bij  Matterdale in Cumbria) in het Lake District. Over het Nationaal Park zijn meerdere video’s te vinden. (Author James Rebanks on new book “Pastoral Song” and farming today)
En nog eentje: Rebanks met Landrover  

slavernij

Deze week hoorde ik een vraaggesprek op Radio 1; ‘oorspronkelijke bewoners van Suriname’ eisen óók excuses. Immers ook zij hebben te lijden gehad van Europese kolonisten die hun land tot een wingewest probeerden te maken. Zo op het eerste gezicht logisch. Wanneer een stad als Amsterdam heel nederig excuses maakt voor wat zij in het verleden verkeerd hebben gedaan met betrekking tot de slavenhandel, is het niet zo gek dat ook andere groepen aanspraak maken op excuses voor wat hun voorouders is aangedaan. Zoals aan Aboriginals in Australië en de Noord-Amerikaanse Indianen excuses gemaakt worden, kan dat ook aan de Indianen (als je hen beschouwd als oorspronkelijke bewoners) die indertijd in Suriname woonden. Ze werden verdreven door de eerste kolonisten en uitgebuit en later nog verder verdreven door onder andere gevluchte slaven. Mensonterend en ook na eeuwen, niet  goed te praten.

Afgelopen weekend had ik juist het intrigerende boekje van emeritus hoogleraar Piet Emmer uitgelezen.  Een paar maanden terug had ik een vraaggesprek met hem gehoord op de radio. Hij legde daarin uit waarom hij naast het standaardwerk “Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel” (ruim 300 pagina’s), opnieuw een boek over slavernij heeft geschreven. Emmer was lange tijd hoogleraar in Leiden en is volgens Wikipedia een specialist op het gebied van slavernij en immigratie. Met zijn uitlatingen en publicaties heeft hij trouwens ook verschillende keren de toorn van ‘activisten op slavernijgebied’ over zich afgeroepen. In een artikel van De Groene Amsterdammer vindt je deze discussie terug (website De Groene). Zijn relativerende opmerkingen over aantallen en de behandeling van slaven, vielen niet altijd in goede aarde. En nu er de laatste jaren er gelukkig steeds meer aandacht voor dit onderwerp is, worden er volgens Emmer ook veel onjuistheden rondgestrooid. Hij heeft kritiek op wetenschappers die zonder goede bewijzen iets poneren, kritiek op de ‘Canon voor het onderwijs’ en ook kritiek op makers van tv-programma’s en tentoonstellingen. Tijd dus om opnieuw zijn stem te laten horen. Ditmaal in een overzichtelijk en niet al te dik boek, met de woorden ‘in een notendop’ als toevoeging. Het leest gemakkelijk en geeft een goed overzicht van wat de rol van Nederland was in de Atlantische slavenhandel. Nederland was immers niet het enige land dat slaven kocht op de westkust van Afrika en transporteerde naar de Nieuwe Wereld. Emmer legt kort en bondig uit waarom slaven werden ingezet als arbeidskracht, hoe wijdverbreid en oud deze misstand al is en hoe en waarom men deze slaven kon kopen in Afrika. Bij dat laatste onderwerp vertelt de auteur hoe het zat met de Arabische en Afrikaanse slavenhandel en hoe voorwaardelijk deze was voor de Europese slavenhandel. Emmer praat niets goed, uit op meerdere plaatsen zijn afschuw over wat er tussen 1500 en 1850 is gedaan door meerdere Europese landen. Maar hij probeert ook bij de feiten te blijven en duidelijk te maken hoe Afrikaanse stammen slaven maakten en verkochten aan Arabieren en later aan Europeanen. Dat laatste wordt door een aantal deelnemers in het huidige debat over slavernij liever niet genoemd. Emmer verwijst daarbij verschillende keren naar een uitstekende website over de slavenhandel: slavevoyages.org. Mijn persoonlijk gevoel na het lezen van ‘De geschiedenis van de slavernij in een notendop’ is dat het een genuanceerd beeld geeft van vele, vele zwarte bladzijden uit onze vaderlandse geschiedenis.
In een recensie las ik dat het lezen van dit boek net zo veel tijd kost als het bekijken van de op dit moment lopende tentoonstelling in het Rijksmuseum over Slavernij. Die tentoonstelling heb ik nog tegoed, maar het lezen van dit boekje was waarschijnlijk minstens zo leerzaam.
Politici, leraren, onderwijzers, talkshow-presentatoren, journalisten en alle verdere geïnteresseerden in geschiedenis; lees dit boek. Je hoeft het niet in alles eens te zijn met wat Emmer aan zijn meningen te berde brengt, maar wat binnen en buitenlandse wetenschappers hebben uitgeplozen en door hem zorgvuldig is bestudeerd en ook onderzocht, het is te belangrijk om ongelezen te laten. Het verruimt je blik op de discussie en herinnerde mij weer aan de beroemde uitspraak van Bilderdijk: ‘In ’t verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal’.

Voetbalstadion in Qatar, slavenarbeid?

En excuses en schuldgevoel over deze bladzijde van ons verleden? Emmer is er vrij duidelijk over, doe het dan bijvoorbeeld ook voor kinderarbeid in de veenkoloniën of de foute behandeling van homoseksuelen of de discriminatie van Joden de eeuwen door. Dus excuses voor de oorspronkelijke bewoners van Suriname? Ik denk dat dan het einde zoek is en wat schiet je er mee op. Erken dat er door onze voorouders veel, heel veel verkeerd is gedaan. En ondanks het feit dat Nederland vandaag de dag een zeer welvarend land is met een hoog geluksgevoel, worden er aan de lopende band nog misstanden in stand gehouden. Denk aan de toeslagenaffaire, of de schadeloosstelling van slachtoffers van de aardbevingen in Groningen. Maar besef ook wat voor leed en schuld er op dit moment is en ook zal ontstaan in Afghanistan, mede door toedoen van onze Nederlandse politici en daarin impliciet ook de kiezers die ministers aan hun macht hielpen. En hoe fout slavernij in het verleden ook is geweest, slavernij bestaat anno 2021 nog steeds. Denk aan Oeigoeren in Chinese werkkampen, denk aan onderbetaalde werknemers in erbarmelijke omstandigheden in de kledingindustrie. Denk ook aan al die moderne slaven en slavinnen die de rijke Arabieren er op na houden. We laden met elkaar dus nog steeds schuld op ons en kunnen ‘excuses’ beter omzetten in ‘strijden voor een samenleving zonder slavernij’.

stemadvies

Sander Schimmelpenninck schrijft vandaag in de Volkskrant: “Koning hield niet alleen Baudet een spiegel voor: in Nederland kun je maar beter gezellig doen dan principes hebben.” Deze laatste zin van een artikel waarin Schimmelpenninck een terechte analyse geeft van de verkiezingscampagne 2021, slaat de spijker op z’n kop. “De cabaretier hield bij Jinek FvD-leider Thierry Baudet, en eigenlijk het hele land, een ongenadige spiegel voor, door hem te confronteren met zijn eigen, verdorven logica. Het was tergend ongemakkelijk en niet grappig bovendien, maar daarmee wél een tamelijk briljante manier om het ware gezicht te tonen van een politicus die zijn eigen waanzin altijd weglacht. Wanneer een politicus de clown is, hoef je van de clown geen humor te verwachten.” Baudet stapte boos op, niemand stak zijn been uit (zie blog april 2016), en de commerciële omroep bood nederig excuses aan. Te gek voor woorden dat laatste. Het geeft wel aan hoe op dit moment de campagne verloopt en de politieke leiders daarin meehobbelen. Een enkeling uitgezonderd.

Een paar dagen liep ik met het idee rond om te bloggen over de komende verkiezingen en daar een stemadvies van te maken. Die 30 lezers van mijn blog zou ik toch nog wel een beetje moeten kunnen beïnvloeden toch? Zo komt in gesprekken met onze buren soms ook de politiek ter sprake. Ik poog dan toch steeds een beetje deze potentiele kiezers een beetje te overtuigen van mijn redelijke keus. Twee buren heb ik inmiddels over weten te halen straks het hokje rood te maken bij wat ‘echt telt’.
Mijn idee was een lijst van tien, misschien twaalf, punten op te stellen van zaken waarvan ik vind dat de partij aan moet voldoen om mijn stem te krijgen. Ik dacht aan meer geld voor de cultuur en veel meer aandacht voor onrecht buiten onze grenzen. Natuurlijk ben ik er voor om het onrecht binnen onze landsgrenzen ook aan te pakken, maar daar gaat het al heel veel over, denk aan de ’toeslagenaffaire’ bijvoorbeeld. Waarom zo weinig aandacht voor de misstanden in Dubai, voor de vernietiging van de Oeigoeren in China en de verdreven Rohingya’s uit Myanmar? Waarom niet in elk debat de vraag wat we aan moeten met de misstanden op Lesbos en andere Griekse eilanden?  Ik wil ook graag aandacht geven aan het terugdringen van de uitwassen in de landbouw, geen productie meer van goedkoop vlees, stop de import van soja en stop ook met de import van palmolie; zodat de kap van oerwoud gestopt kan worden in Brazilië en Indonesië. Kortom; veel meer aandacht voor het milieu. Aan tien punten zou ik niet genoeg hebben, pagina’s vol zou ik kunnen bloggen en wat zou dat nog toevoegen in deze laatste dagen voor de 17e maart ?


Vier jaar geleden waren we ten tijde van de verkiezingen buitenshuis in warmere oorden. (zie mijn blog daarover) Ik schreef toen over het boekje van David Van Reybrouck ‘Tegen de verkiezingen’. Mijn mening daarover is de afgelopen periode niet veranderd. Van Reybrouck heeft gelijk. Gisteravond was hij te zien in het zeer informatieve VPRO programma Tegenlicht ‘De weerbare democratie’. Van Reybrouck zette voor de zoveelste keer nog maar eens uiteen waarom het politiek bestel uit balans is. Hij doet dezelfde constateringen als Sander Schimmelpenninck in de Volkskrant. En waar Schimmelpenninck constateert, komt van Reybrouck met oplossingen. Zijn belangrijkste advies is, ga in gesprek met de burger. Nogmaals pleit hij voor het instellen van burgerraden. Gelukkig liet Tegenlicht ook een voorbeeld zien dat een burgerraad goed kan functioneren. In het Duitssprekende deel van België wordt er  inmiddels mee gewerkt en de resultaten zijn positief. De Belgische schrijver is duidelijk; het systeem zoals we nu hanteren is uiteindelijk gedoemd te mislukken. Grote groepen kiezers komen niet aan bod, denk aan alle stemmers op de PVV en FvD, wat je ook van deze partijen mag vinden. Grote groepen mensen zijn teleurgesteld in ‘de kliek van Den Haag’ en voelen zich ook helemaal niet vertegenwoordigd. Hoogleraar Mark Bovens gaf dat ook aan, de huidige kandidaten zijn niet representatief voor de bevolking. Hij zei het zo: ‘Stel je voor dat 70 procent van de kiezers vrouw zou zijn en maar 7 procent van de Tweede Kamerleden. Dan zou het huis te klein zijn. Maar dat is wel wat we nu hebben met opleidingsgroepen.’
Dus wat mijn tien of twaalf punten ook zijn om mijn keus te bepalen, bovenaan staat ‘de burgerraad’. Niet dat ik denk dat ‘de burgerraad’ zaligmakend is, maar in het huidige bestel zit wel heel veel scheef. Een stemadvies is dus nog niet zo gemakkelijk, maar nadat ik Schimmelpenninck had gelezen, vond ik wel dat hij mijn partij te kort deed, die heeft juist heel duidelijk principes en schaamt zich daarvoor niet. Dat was bij theoloog Verheij ook zo, hij noemt geen partijen, maar geeft wel aan dat hij flink links stemt. Wanneer je echter kiest voor wat echt telt, denk aan vluchtelingen of aan kringlooplandbouw, of aan marktwerking in de zorg, dan hoef je niet perse links of rechts te stemmen. Om heel eerlijk te zijn zou ik graag willen stemmen op iemand die de sterke kanten van Obama, van van Reybrouck, maar ook van Gert-Jan Segers in zich verenigd. Veel succes woensdag.

Don Ceder – nummer 4 op de kandidatenlijst van de CU, nu nog gemeenteraadslid in Amsterdam

 

 

Hoe Humboldt de rassenonlusten ‘voorspelde’, en dat voor 15 €

De ‘plaatselijke’ boekhandel’ heeft  het zwaar. Inmiddels wel weer wat meer open, maar toch nog steeds beperkt en waarschijnlijk minder klanten dan voor de crisis. Hopelijk gaan de klanten gemiddeld met meer aankopen naar huis, maar daar heb ik geen onderzoek naar gedaan.  Toen ik een aantal weken geleden een besteld boek ophaalde (Stanly Hauerwas over de deugden) voelde ik me vrij genoeg om toch even rond te snuffelen, ondanks een rij wachtenden op het trottoir van de Middenweg. Bij de kleine afdeling biografieën zag ik opeens een stapel boeken met een grote groene sticker liggen, verleidelijk lag het me aan te ‘staren’. Advies; altijd even rondsnuffelen, ook al kom je gewoon iets afhalen!

Bij de OBA duurde het weken voordat ik het boek een keer kon afhalen. Op het congres over christelijke pers, oktober vorig jaar, had Robert mij geattendeerd op de biografie over Alexander von Humboldt. “Moet je lezen, een indrukwekkend verhaal!”, zei hij. Thuis moest ik eerst even graven in mijn geheugen hoe die man nu ook al weer heette, maar gelukkig had ik het in de kantlijn van mijn aantekeningen toch ergens neergekrabbeld. Na wat zoeken bleek de centrale bibliotheek een exemplaar in huis te hebben. Helaas kwam ik maar tot hoofdstuk 3 en toen moest ik hem alweer inleveren en bleek iemand anders hem al gereserveerd te hebben; verlengen was er dus niet bij. Ik werd dus blij van de rode sticker schuin boven het hoofd van Alexander von Humboldt. Want ik moet achteraf eerlijk bekennen, voor die Apeldoornse ontmoeting had ik nog nooit van deze bijzondere man gehoord. Misschien ooit eens in een noot of bij 2 voor 12, maar inmiddels stond en staat Humboldt in mijn geheugen gegrift.

Friedrich Heinrich Alexander Freiherr von Humboldt (Berlijn, 14 september 1769 – aldaar, 6 mei 1859) was een Pruisische natuurvorser en ontdekkingsreiziger. Humboldt deed onderzoek in Midden- en Zuid-Amerika en gaf een uitvoerige beschrijving van het fysische heelal. Hij was de jongere broer van Wilhelm von Humboldt. Volgens de Britse natuuronderzoeker Charles Darwin (1809-1882) was Humboldt de belangrijkste wetenschappelijke reiziger aller tijden.”

Selbstporträt im Spiegel (1814)

Zo begint de Nederlandse Wikipediapagina over Humboldt, waarna een zeer uitgebreide verhandeling over zijn leven volgt. Wanneer je de veel uitgebreidere Duitse Wikipediapagina vervolgens bezoekt, bevat die 8 forse hoofdstukken, onderverdeeld in vele paragrafen. Een goede inleiding trouwens op de prachtige biografie die Andrea Wulf heeft geschreven (in haar boek laat ze het von ook weg). In een goed te volgen interview op de ARD vertelt ze waarom ze deze biografie over Humboldt heeft geschreven. In Zuid en ook Noord-Amerika is Humboldt nog steeds bekend als een groot geleerde, ontdekkingsreiziger en natuuronderzoeker. Al lezend val je van de ene verbazing in de andere. Wulf start het verhaal over Humboldt bij de beklimming van een dode vulkaan in het Andesgebergte, de Chimborazo in het huidige Ecuador. Een adembenemende samen met de Franse geleerde Aimé Bonpland in 1802, zonder allerlei hulpmiddelen die bergbeklimmers tegenwoordig tot hun beschikking hebben. Na die boeiende proloog vertelt de schrijfster over de jeugd van Alexander en zijn eerste stappen in de wetenschap, zijn ontmoetingen en lange gesprekken met Goethe en zijn verlangen om de wereld te gaan bereizen en zoveel mogelijk verbanden te ontdekken. In die tijd, eind 18e eeuw was Europa heel wat anders dan in het jaar 2020. Reizen moest te voet, per paard of met de koets en met zeilschepen. Oorlogen, onlusten, besmettelijke ziekten; gevaar lag overal op de loer. Toch vertrekt Humboldt na verschillende vergeefse pogingen, met een flink gevolg vanuit Spanje op expeditie naar Zuid-Amerika.
Na die reis, die een paar jaar in beslag had genomen, gaat hij terug naar Europa, maar met een flinke omweg. In Noord-Amerika wil hij de president van de Noordelijke Staten ontmoeten, Thomas Jefferson. De ontmoeting met ‘founding father’ Jefferson wordt een groot succes en levert veel contacten en vriendschappen op. Eenmaal terug in Europa, gaat hij lezingen geven over zijn ontdekkingsreis en publiceert verschillende boeken.

De spectaculaire 60 bij 90 centimeter grote afbeelding van von Humboldts ‘Naturgemälde’, die deel uitmaakte van zijn ‘Ideen zu einer Geographie der Pflanzen’. Met de volgende link kun je deze kaart prachtig uit vergroten.

Mijn blog zou veel te lang worden om ook maar een beetje een beeld te geven van deze bijzondere geleerde. Maar één van de dingen die mij opvielen was zijn verzet tegen de slavernij. Hij zag in Zuid-Amerika de uitwassen daarvan door de Spanjaarden. In zijn publicaties over zijn reis steekt hij dan ook niet onder stoelen of banken dat hij tegen het toenmalige kolonialisme is. Voor die tijd heel ongewoon, alhoewel er in Engeland al verschillende protesten tegen slavernij waren geweest. Humboldt nam het zelf waar; uitbuiting en ook de foute houding van de kerk (hij ontmoette veel missionarissen op zijn reis). Wanneer hij bij president Jefferson op bezoek is, zegt hij duidelijk dat hij tegen slavernij is. Voor Humboldt zijn alle mensen gelijk. Hij wil niet weten van ‘wilden’. Volgens hem zijn de bewoners van de regenwouden of de steppes net zo bijzonder als ieder ander en hebben ze zoveel kennis over de natuur en de wereld waarin ze wonen, dat we dat moeten waarderen en ze als gelijken moeten behandelen. In zijn boeken legt hij uit dat uitbuiting van de aarde en van mensen, ontzettend contraproductief werkt. Ver voordat de slavernij overal werd afgeschaft verzette hij zich tegen deze onmenselijke uitwassen. Vaak werd hem dat niet in dank afgenomen, maar door zijn vernieuwende inzichten op zoveel wetenschappelijke gebieden kon hij het zich permitteren om niet zijn mond te houden.
Verschillende keren heeft Humboldt geprobeerd om een reis naar India te maken, hij wilde zo graag de Himalaya zien en onderzoeken en vergelijken met de bergen in Europa en met de Andes. De machtige Engelse Oost-Indische Compagnie hield het echter tegen, bang als ze waarschijnlijk waren dat Humboldt zich dan zou uitlaten over koloniale uitbuiting.
Al lezend bedenk je bij jezelf; wat zou er gebeurd zijn wanneer de Spaanse koning en ook president Jefferson werkelijk geluisterd hadden? Dat had waarschijnlijk vele duizenden scheepsladingen slaven vanuit Afrika naar Amerika gescheeld. Wat zou de wereld er dan anders uitgezien hebben. Op zijn reis naar het noorden deed hij Cuba aan en schreef  een politiek essay en zegt daar onder andere: “Slavernij is ongetwijfeld het grootste kwaad dat de mensheid heeft gekweld, of je nu de slaaf ziet als hij thuis uit zijn land en familie wordt weggevoerd en in het ruim van een schip wordt gegooid, een voertuig dat is ontworpen voor de negerhandel….” 
Men weigerde dit essay in eerste instantie uit te geven. In latere geschriften komt hij er weer op terug en zegt luid en duidelijk dat de Europese landen door hun houding haat gezaaid hebben tussen bevolkingsgroepen en dat dat gevolgen heeft voor de vrijheidsstrijd in de verschillende koloniën. Opmerkelijk is dat op de Nederlandse Wikipediapagina over Humboldt helemaal niets over zijn verzet tegen de slavernij wordt verteld. Op de Duitse pagina zijn er een paar duidelijke paragrafen over geschreven. Ook heb ik mijn  encyclopedie uit  1866 er maar even op nageslagen. [Algemene Nederlandsche Encyclopedie voor den beschaafden stand, 8e deel, pg 84/85; ik denk dat mijn vader hem ooit heeft gekocht (inclusief kast) op de Waterlooplein-markt.] In deze encyclopedie geen woord over Humboldts kritiek op de slavernij en uitbuitend kolonialisme.

verzameld werk

Ruim 200 jaar geleden signaleerde deze geleerde dus al de verschrikkelijke misstanden van slavernij en onderdrukking van inheemse volken.  Ook de geschiedenis van ons land is wat dat betreft donker en duister. Het Nederlandse kolonialisme op de eilanden die nu Indonesië heten, heeft onnoemelijk veel ellende veroorzaakt. En tot op de dag van vandaag is de Molukse kwestie en alles wat daar bij hoort niet goed opgelost, evenals de kwestie Irian Jaya. En de huidige toestand in Suriname is feitelijk terug te leiden op het feit dat dit land is gekolonialiseerd door onze voorouders. Maar ook het racisme wat er vandaag in onze samenleving is, in wat voor vorm ook, mee ontstaan door ons koloniale verleden.
De actualiteit van vandaag, de coronacrisis, onlusten in de VS en ook de klimaatcrisis door de opwarming van de aarde; je kunt het zien aankomen als je leest over het leven en werk van Humboldt, hij waarschuwde er voor. In deze biografie, die leest als een trein trouwens, leer je veel over deze bijzondere en erudiete geleerde. Hij schreef veel, praatte blijkbaar ontzettend snel, gaf colleges en vergaarde kennis bij vele collega’s en maakte daar weer een geheel van. Hij probeerde verbanden tussen alles te zien. In Parijs had hij Simon Bolivar leren kennen en zette deze er mee toe aan om in zijn vaderland op te komen voor de vrijheid. Bolivar las later met grote instemming Humboldts boeken en correspondeerde met hem. Ook Charles Darwin voelde zich geïnspireerd door Humboldt en spelde zijn boeken toen hij mee mocht op de Beagle-expeditie. Humboldt stierf op bijna 90-jarige leeftijd, wat voor die tijd uitzonderlijk is. De titel van het boek is dan ook uitstekend getroffen: ‘De uitvinder van de natuur’. En voor die vijftien euro hoef je het niet te laten.

Toen ik het OBA-exemplaar weer moest inleveren zocht ik in mijn boekenkast op de plank ‘ongelezen’ naar iets anders. Vorig jaar had ik van mijn oudste dochter voor Vaderdag de autobiografie van Michelle Obama gekregen. En soms zijn er van die boeken, die gewoon even blijven liggen. Maar eenmaal begonnen, liet het mij niet meer los. Zij laat in haar verhaal zo goed zien wat het betekent om van slaven af te stammen en echt van jongs af aan op te groeien in een blanke wereld. Tegelijkertijd laat ze ook zien wat je in zo’n situatie kunt doen. Haar man, oud-president Barack Obama, heeft inmiddels een paar keer van zich laten horen. Hij roept op tot hervormingen bij de politieorganisatie, iets waarvoor hij ook tijdens zijn presidentschap hard voor heeft gevochten.
De voorkant van het boek ziet er misschien wat soft uit, maar de inhoud is bepaald niet soft. De voormalig ‘first lady’ vertelt op een eerlijke manier over de ups en downs in haar leven en de ongelooflijk bizarre druk van het wonen in het Witte Huis. ‘Black lives matter’; Humboldt zei het in wat andere bewoordingen, Michelle Obama zegt het hem ruim twee honderd jaar na. En gisteren, vandaag en morgen staan de pleinen vol met mensen die het hardop mee zeggen. ‘Mijn verhaal’ is een verhaal van hoop en van doorzetten. Het is een hart onder de riem van mensen die zich vernederd en aan de kant gezet voelen en voor hen die dat gevoel niet kennen geeft het een mooie inkijk in een prachtige zwarte ziel! Je zou wensen dat Michelle op een dag een roeping krijgt om zich kandidaat te stellen voor het presidentschap.

PS    Al surfend kom ik erachter dat ik op SAIL Amsterdam langs de Alexander von Humboldt II ben gelopen. Wat zegt dat over mijn geheugen…? Het was in 2015 denk ik, maar dat ga ik nazoeken. Een prachtig schip met groene zeilen, nummer I doet tegenwoordig dienst in de haven van Bremen als restaurant en hotel. Nummer II is een opleidingsschip, met dus een eerbiedwaardige naam.

“De geheugenlozen”, wat de geschiedenis leert

Afgelopen week een voorpagina van Het Parool. Een verontrustend verhaal, het wordt gewoon om ‘Jood’ als scheldwoord te gebruiken. Het is één van de symptomen van een verruwing en verrechtsing in de wereld om ons heen. En bij de start van de veertigdagentijd is er alom verontwaardiging over een carnavalsoptocht in het Belgische Aalst, waar zogenaamd de draak wordt gestoken met ‘antisemitisme’. Hoe kan het toch dat mensen niet geleerd hebben van de afschuwelijke gebeurtenissen van voor en in de Tweede Wereldoorlog? Waarom kijken ook zoveel mensen de andere kant op? Waarom nemen grote partijen in het politieke landschap als VVD en CDA niet op een heel duidelijke manier afstand van de politieke partij van Baudet? Terwijl de laatste duidelijk aanschurkt tegen extreem rechtse denkers en schrijvers en trouwens ook in zijn uitlatingen niet schuwt om bepaalde bevolkingsgroepen als minderwaardig weg te zetten.

In de plaatselijke boekhandel, waar ik ‘uit principe’ geen boeken koop (omdat ik de echte boekhandel wil steunen), snuffel ik regelmatig toch even tussen de pas verschenen boeken. De collectie van deze keten is echter wel beperkt en dat is ook terug te zien in de wekelijkse top 10 die gepresenteerd wordt. Anderhalve week geleden stonden er op de nummers één, twee en drie, boeken over het leven in de Duitse vernietigingskampen. Wel gek dat afgelopen zaterdag Rutger Bregman weer op één stond, maar dat terzijde. Ik vond het nogal ironisch, op één het boek van Eddy de Wind waar pas na 75 jaar echt belangstelling voor is. In 1946 verscheen het in een kleine oplage en was er geen belangstelling voor dit soort verhalen. En voor het boek op twee, geldt ongeveer hetzelfde, Selma van de Perre heeft pas op hoge leeftijd haar belevenissen opgetekend. Na al die concentratiekampliteratuur is het nog ironischer dat op de vierde plaats “De meeste mensen deugen” staat. Het rijmt niet met elkaar, als echt de meeste mensen zouden deugen, dan had toch niet kunnen gebeuren wat er in Auschwitz-Birkenau, Ravensbrück, Dachau, Buchenwald, Theresienstadt en in nog vele andere kampen is gebeurd. Na 75 jaar is er wel een bibliotheek volgeschreven over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en nog zijn niet alle vragen beantwoord en zullen er ook de komende jaren nog meer boeken verschijnen.

De voorpagina van Het Parool en de non-fictie top 10, kwamen voorbij toen ik “De geheugenlozen” (Die Gedächtnislosen / Les amnésiques)  aan het lezen was. Ik kreeg het mee van mijn Amersfoortse zus, die geeft wel vaker goede tips. Na wat zoeken op internet kwam ik het volgende tegen, in het Duits, maar goed te volgen:
“SPIEGEL ONLINE: Frau Schwarz, in Ihrem Buch rekonstruieren Sie den Krieg und die Nachkriegszeit anhand Ihrer deutsch-französischen Familiengeschichte. Warum ist Ihnen so wichtig, Schuld individuell zu verhandeln? 
Schwarz: Ich denke, dass man Geschichte und Erinnerung nicht trennen kann. Über die “kleine Geschichte”, die Art, wie sich ein einzelner Mensch im “Dritten Reich” und nach dem Krieg verhalten hat, lässt sich die “große Geschichte” besser verstehen, und umgekehrt. Weil man sich identifizieren kann, vor allem, wenn dieser Mensch ein Mitläufer war, wie mein deutscher Großvater, und keine große Nummer – kein Göring, kein Mengele. Mit denen kann sich niemand identifizieren. Aber aus Konformismus oder Opportunismus in die NSDAP eingetreten zu sein, sich ein bisschen bereichert zu haben, eine Firma arisiert zu haben und so allmählich zum Komplizen eines verbrecherischen Staates geworden zu sein – das kann man sich vorstellen. Auch dass sich ein solches Verhalten in einem anderen Kontext heute wiederholen könnte.”

Aan de hand van haar familiegeschiedenis schets de Frans-Duitse schrijfster Géraldine Schwartz de opkomst van  Adolf Hitler en het nazisme en hoe na de Tweede Wereldoorlog in verschillende landen werd gereageerd op alle afschuwelijke misdaden die uit naam van het Derde Rijk waren geleegd. En steeds weer komt de vraag om de hoek, waarom werden zoveel mensen meelopers? Doordat de schrijfster de verhalen over haar Duitse en Franse grootouders onderdeel van het verhaal laat worden, wordt je als vanzelf meegezogen in het grotere verhaal. Schwarz vraagt zich af waarom haar opa voor de oorlog in Mannheim een bedrijf kocht van Joodse eigenaren. Het was in de tijd dat Hitler, met zijn regering, de hele Duitse samenleving liet arisieren. Zo kwamen veel Duisters op een spotgoedkope manier in het bezit van Joodse winkels, bedrijven en later ook allerlei persoonlijke bezittingen.
Eind 2019 las ik het boeiende verhaal van Hella en Sandra Rottenberg over hun opa Isay. Deze ondernemende Amsterdammer kocht in 1932 een sigarenfabriek in de buurt van Dresden. In de jaren erna wordt van alle kanten geprobeerd om de Jood Rottenberg weg te werken, uiteindelijk belandt hij zelfs in de gevangenis en wordt zijn sigarenfabriek geariseerd, platweg afgepakt.
Bij de opa van Géraldine Schwartz ging het dus net andersom, na de oorlog werd hij dan ook gedwongen om de enige overgebleven eigenaar die uiteindelijk in de VS terecht was gekomen, alsnog schadeloos te stellen. Schwartz probeert vanuit dat verhaal te weten te komen waarom de Duitsers ‘meelopers’ werden. En wat haar boek zo aantrekkelijk maakt is dat ze ook naar het grotere politieke verhaal kijkt. Hoe reageerde de politiek nadat Duitsland tot op de rand van de afgrond was vernietigd door de geallieerden. Ze maakt op een heldere manier inzichtelijk dat het een geleidelijk proces is geweest en dat het ongelooflijk veel pijn en moeite kostte aan de leiders van het naoorlogse Duitsland om in het reine te komen met het verleden.
Vervolgens beschrijft Schwarz ook hoe het in Frankrijk is verlopen nadat de Duitsers daar het hele noorden in bezit hadden genomen en toestonden dat vanuit Vichy het zuiden werd bestuurd onder leiding van maarschalk Pétain. Ook hier weet ze op een heldere manier de lijnen door te trekken naar vandaag. Ze laat niet na aan te wijzen waar de populisten van vandaag hun oorsprong hebben, waar ze zich op beroepen en waar de ideeën van rechts-nationalisten toe leiden.

Niet mis te verstaan is het, voor de Nederlandse vertaling toegevoegde hoofdstuk over de opstelling van Nederlanders in de oorlog. Ook in dit hoofdstuk neemt ze weer scherp waar en heeft ze zich uitstekend verdiept in hoe ons land omging met de wegvoering van meer dan 100.000 Joodse landgenoten. Haar constatering dat Nederland tot op heden nog nooit officieel excuses heeft gemaakt voor wat de staat heeft verzuimd in die tijd, is inmiddels door de excuses van premier Rutte, gelukkig achterhaald. Maar haar constateringen over het wegkijken en ook meelopen zijn helder en uitermate relevant. Verschillende keren heb ik in het museum van de ‘Hollandse Schouwburg’ uitleg gegeven bij de plattegrond van Amsterdam, waarop is aangegeven waar Joden woonden. Een kaart met veel overgave gemaakt, door gewone ambtenaren op het stadhuis, voor de Duitse bezetter. En de constatering van Schwartz klopt; er wordt geen uitvoerige uitleg bij gegeven; hoe gek dit is en waarom ambtenaren gewoon deden wat hun werd opgedragen. Het confronteert de lezer met de vraag, wat hij zelf zou hebben gedaan; meelopen, wegkijken, saboteren of je baan opgeven? En waarom kwam er vanuit Londen niet een duidelijke richtlijn? Waarom niet opgeroepen om waar mogelijk Joden te helpen? Het zijn terechte vragen, juist waar ze gesteld worden door een buitenstaander met een ongelooflijke hoeveelheid kennis van zaken.
“De geheugenlozen” is een boeiend relaas. Wanneer je wel eens nadenkt over politieke standpunten van PVV en FvD, als je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van Nederland en Europa in en na de Tweede Wereldoorlog, pak dit boek en lees.

 Enkele citaten

“(…) en toen de bezittende klasse doorkreeg dat Hitler de sociale orde niet omver zou werpen, steunde ze hem zonder aarzelen. Wat toegang tot (hoger) onderwijs betreft ondernam het regime niets om de sociale reproductie te doorbreken, en in de bedrijven bevoorrechtte het de werkgevers ten nadele van de werknemers: cao-regelingen, contractvrijheid en stakingsrecht werden afgeschaft, terwijl de vakbonden kapotgemaakt, hun bezittingen in beslag genomen en hun leiders gevangengenomen werden, (…) .” (113-114).

“Door te geloven dat toegeven bij kleine dingen geen gevolgen heeft. Uiteindelijk wordt het een opeenstapeling, kleinigheid op kleinigheid, compromis op compromis. Je komt op een kruising tussen goed en kwaad te staan. Je aanvaardt, je aanvaardt. Je wijkt voor jezelf. Je vergeet de mens die je bent geweest, de mens die je zou moeten zijn. Je houdt jezelf voor een toeschouwer te zijn, terwijl je allang hoofdrolspeler bent. En als vanzelf aanvaard je het onherstelbare.” (282).

“(…) Thierry Baudet maakt gebruik van de klassieke retoriek van de populisten van vroeger en vandaag: hij zwaait met de dreiging van de ondergang van het land, jut de kiezers op tegen de journalisten, de academici, de traditionele politici, de Europese Unie en de klassieke zondebokken: de immigranten. (…) Achter de façade is de toon chagrijnig, vrouwenhatend, racistisch.” (420-421).  [In dit verband had ze er ook nog op kunnen wijzen dat de Baudet inmiddels zijn pijlen ook richt op de rechterlijke macht.]

PS Het blijft wel bijzonder; een poosje rondstruinen op het internet en je vindt dit boek in het Duits en het Frans. Waarom is de voorkant veranderd voor de Nederlandse editie? Het lijkt er echt op dat aan die andere edities veel meer aandacht is besteed aan de cover.

Oproep om te blijven

“Maar Ajax hield stand, op deze wonderlijke en ook melancholische trip, het feest dat nog maar een paar wedstrijden duurt alvorens het elftal uit elkaar zal vallen. Willem II in de bekerfinale, Spurs thuis, FC Utrecht en De Graafschap in de competitie. En dan, misschien, de apotheose, op 1 juni in Madrid. De finale van de Champions League. Tot dan tikt klokwerk Ajax door.” (Willem Vissers op 1 mei in de Volkskrant)

Het was weer genieten dinsdagavond, Ajax speelde deze keer in Londen. De vorige keer dat het een Europese wedstrijd speelde was op de avond dat we hier het huisconcert hadden; ‘Volk om een vreemd verhaal’. Toen de muzikanten hun spullen hadden gepakt, had buurman Aland al even stiekem op zijn telefoon gekeken wat de stand was, “1 -1!” Even later volgden we met een groepje buren ingespannen het laatste kwartier van Juventes – Ajax. Gevatte commentaren vlogen door de kamer, maar de ‘godenzonen’ trokken zich er niets van aan en wonnen met wonderschoon voetbal.
Na zo’n prachtige wedstrijd is het leuk om de commentaren in de dagbladen even door te snuffelen. Willem Vissers van de Volkskrant sla ik dan niet over, in prachtige bloemrijke taal weet hij de emoties van de wedstrijd weer boven te halen. Maar zoals ook andere voetbalcommentatoren, gaat ook Vissers er van uit dat het huidige elftal (er staan 30 spelers op de lijst trouwens, bron Wikipedia), zal bezwijken voor het ‘grote geld’. En het gekke is dat niemand daar ingewikkeld of moeilijk over doet. Nergens heb ik een paginagroot artikel gezien, of een voetbalprogramma op tv voorbij zien komen, waarin er voor gepleit wordt om de huidige spelers de komende jaren in Amsterdam te houden. Werkbare oplossingen om de ‘voetbalslavernij’ terug te dringen, ik kom ze nog niet tegen. De huidige ‘selectie’ bestaat uit 16 allochtonen en 14 autochtonen. De laatste zijn dus zelfs een minderheid. De 16 niet in Nederland geboren spelers, komen trouwens voor de helft niet uit Europa, het zijn gastarbeiders uit Kameroen, Marokko, Argentinië, Brazilië en Burkina Faso. Ook over dat gegeven hoor ik nauwelijks iemand klagen. Terwijl er in Amsterdam honderden jongens uit vooral Afrika rondzwerven zonder een officiële status, stromen bij deze gastarbeiders/voetbalslaven de miljoenen binnen en hoeven ze zich geen enkele zorgen te maken over hun status. De laatsten zijn dan wel begiftigd met een bijzonder voetbaltalent, maar vreemd blijft het naar mijn idee. De kenners en betweters zullen natuurlijk argumenteren dat het een kwestie van vraag en aanbod is, ieders persoonlijke keus toch? Wanneer Matthijs van Nieuwkerk niet genoeg betaald krijgt, is men bang dat hij vertrekt naar de ‘commerciëlen’ zegt het radiojournaal. Net alsof van Nieuwkerk dat zou willen. Die wil toch helemaal niet aan de slag bij RTL of SBS6? Hij heeft vast al een mooie auto, een leuk pandje aan de grachten voor de doordeweeks en een rustieke boerderij in de Achterhoek; genoeg is toch genoeg?
Naar mijn idee mogen er best een paar voetballers van buiten worden aangetrokken, maar beperk dat. Een quotum van vijf op de hele selectie? En per wedstrijd niet meer dan twee of drie ‘buitenlanders’ in de basis? Zouden we dat niet kunnen regelen voor alle Europese voetballanden? Een beetje eigenheid is zo gek toch niet? Dat zal ook een flink stuk oneerlijke concurrentie tussen de grotere clubs terugdringen. Gaat dat laatste niet lukken, dan zou het ook gewoon verboden kunnen worden. In een vertegenwoordigend team van een Nederlandse club, alleen spelers opstellen met een Nederlands paspoort. Kijk, dan is het ook niet meer interessant voor een Arabische sjeik, een Russische oliemiljonair of een Chinese ceo om in Europa een voetbalclub te kopen. Dan ontstaat er een veel eerlijker concurrentie tussen topclubs, opleiding en een goede training worden dan veel meer bepalend wie uiteindelijk de sterkste is. Waarom moet een voetballer van net twintig bij een Spaanse club zeventien en een half miljoen gaan verdienen? Een Zuid-Afrikaanse atlete moet medicijnen gaan slikken omdat haar lichaam toevallig teveel testosteron aanmaakt; ‘oneerlijke concurrentie’ bepalen machtige sport-bobo’s. Caster Semenya wordt hierdoor op een bizarre manier gediscrimineerd, maar het gebeurt wel en haar collega’s vertikken het bijna allemaal om te protesteren. Maar de strijd tussen Ajax en andere topclubs is wel degelijk een zaak van oneerlijk concurrentie en niet een gegeven waar niets aan te doen is. Het is toch gewoon oneerlijke concurrentie als een club in Spanje honderden miljoenen in kas heeft terwijl een club in België of Nederland het met een fractie daarvan moet doen?

Wanneer het niet lukt om genoemde regels aan te passen, zouden we natuurlijk ook gewoon een beroep op de huidige spelers kunnen doen om te blijven. Ze horen nu al bij een topclub, waarom zou je dan willen veranderen? Waarom zouden Matthijs, Dani, Jurgen, Donny en Noa, om maar wat namen te noemen, weg moeten en hun heil zoeken bij een miljoenenclub in Duitsland, Engeland of Spanje? Hoeveel van die vertrekkende voetballers zijn door de jaren heen niet verdwenen in de anonimiteit en heimwee; ondanks de bakken met geld die ze verdienden? Gewoon een boerderijtje kopen in de Achterhoek of een leuk grachtenpandje en de rest geef je weg aan een goed doel. Een ontspannen vakantie naar Manchester, Madrid of Liverpool kunen ze met hun Ajax-salaris toch makkelijk betalen?

voormalig stadion ‘de Meer’ aan de Middenweg

Toen Harm nog in een fietszitje voor op de fiets kon, fietste ik wel eens met hem langs de Middenweg. Op een dag was Ajax op het veld voor stadion “de Meer” aan het trainen onder leiding van Aad de Mos. Later konden we in ieder geval vertellen dat we Johan Cruijff nog hadden zien trainen, alhoewel Harm zich dat helaas niet kon herinneren, najaar 1983 denk ik. Niet veel later verdween Cruijff naar Feyenoord vanwege het geld, ook toen speelde dat al een rol. Verlosser Cruijff was sowieso in die tijd geen beste boekhouder en lang werd zijn gang naar Rotterdam als hoogverraad bestempeld. Waarom is het dan geen verraad als nu een speler vertrekt naar een concurrerende club? Helaas is de commercie en het grootverdienen te ver doorgeslagen en Amsterdamse supporters kunnen daar weinig aan doen, nou ja een boycot misschien?