Categorie: geschiedenis

‘De brand in het landhuis’ – podcast

Aangezien wij thuis zonder tv opgroeiden, was er alleen de radio. Een grote houten kast met vooraan een prachtig geel luidsprekerdoek en een groen oog. Onder de bovenklep zat een platenspeler, een fantastisch en vernuftig apparaat. Natuurlijk kwam er zo nu en dan muziek uit, maar hoe en wat kan ik me niet echt herinneren. Ik denk niet dat mijn moeder overdag bij het huishouden veel radio luisterde. Wel luisterden we soms naar een hoorspel, Jan Borkus en Donald de Marcas zijn namen die ik nooit vergeet. Maar misschien was dat ook wel een paar jaar later, toen ik op mijn eigen kamer radio luisterde. Van mijn eerst verdiende geld had ik een radio met een ingebouwde cassetterecorder gekocht. En wat was er nu heerlijker om gekluisterd aan het toestel te luisteren naar een hoorspel; Paul Vlaanderen, Biels en Co, de Koperen Tuin, Havank…
Helaas is het een verdwijnend genre en wanneer er nog een hoorspel op de radio is, dan is het in de kleine uurtjes. Natuurlijk kun je die terugluisteren, maar dat zit niet in mijn systeem. Tegenwoordig is de podcast erg in. Je schijnt dat zelfs via je mobiel te kunnen doen, maar daar ben ik niet van. Het is toch gewoon radio luisteren wanneer het uitgezonden wordt. Doordeweeks vaak Radio 4 en zo nu en dan Radio 1. Op zaterdag zijn Peter de Bie en Mieke van der Weij natuurlijk favoriet.

Maar ook de zaterdagmiddag heeft een fantastisch programma; Argos van de VPRO. Dit programma stelt op een zinvolle manier misstanden aan de kaak, goed journalistiek werk over achtergronden van het nieuws. Afgelopen januari werd een eerste deel van een podcast uitgezonden; ‘de brand in het landhuis’. Die uitzendingen, gewoon te vinden op internet en misschien ook wel via een app-je op je telefoon, zijn eigenlijk gewoon ouderwetse hoorspelen. Fantastisch gedaan door theatermaker  Simon Heijmans. En eigenlijk is het meer dan een hoorspelverhaal. Heijmans keert terug naar de plaats waar hij is opgegroeid, Vught, en verdiept zich in de brand van het landhuis Zionsburg waarbij de excentrieke eigenaar Ewald Marggraff om het leven kwam. Het luistert als een spannende detective en is ondertussen doorspekt met de persoonlijke kanttekeningen van podcastmaker Heijmans. Een intrigerend luistergenoegen, want elke aflevering heeft wel een forse cliffhanger. Verdwenen miljoenen, een verzameling schilderijen en de huisvriend van Marggraff die jaren tegen onrecht heeft gevochten. Luister en huiver!

https://www.nporadio1.nl/podcasts/de-brand-in-het-landhuis

Bij de jaarwisseling 2018 – 2019

alleen al vanwege de cartoons is een abonnement op de krant een plezier

Door de jaren heen heb ik de gewoonte ontwikkeld om er een schrijfboek op na te houden. Mijn MOLESKINE gaat overal mee naar toe. Naar de kerk, een discussieavond in de Rode Hoed, een promotie in de VU en ook mee op vakantie natuurlijk. Wanneer ik terug blader is het dan ook een samenraapsel wat betreft aantekeningen. Heel zo nu en dan staat er een tekening tussen omdat ik wil onthouden hoe een en ander is gebouwd of in elkaar steekt. Zo heb ik een keer bij een dienst in de Noorderkerk aan de Prinsengracht de plattegrond van dat prachtige gebouw zitten tekenen. Mijn laatste aantekenboek begint op Oudejaarsdag 2016 en is, op enkele bladzijden na, volgeschreven. Wanneer ik begin te bladeren vanaf het begin van dit jaar, kom ik van alles tegen. Preken, lezingen en heel zo nu en dan wat aantekeningen over dagelijkse gebeurtenissen. Sollicitatiegesprekken met kandidaat dominees voor de Oosterparkkerk, maar ook een studieavond met Otto de Bruijne in de OPK. Ik kom een verslag tegen van een gesprek met de hoofdcommissaris. Na een mailtje werd ik keurig uitgenodigd op het hoofdbureau en konden we nog eens rustig van gedachten wisselen over het verschrikkelijke ongeluk van Harm. Goed om nog eens te praten en te delen met een medebroeder. Inmiddels is bekend dat Aalbersberg gaat vertrekken naar Den Haag en Het Parool interviewde hem een paar weken terug. Bij een vraag over God, verwees hij naar het gewone dagelijkse christen zijn en wees daarbij op de “Hoop voor Noord” van Jurjen ten Brinke. Daar wordt leven met Jezus in de dagelijkse praktijk toepast, gaf hij mee.
Er is veel om met plezier op terug te zien, zoals een geweldig avond in Veenendaal, waar een optreden was van ‘Sons of Korah’. ’s Middags hield de leider van de band, Matt Jacobi, een verhelderende voordracht over ‘wraakpsalmen’, een indrukwekkend exposé.  Ik kijk uit naar de vertaling van zijn boek over de Psalmen. Mijn aantekeningen vullen zich bladzijde na bladzijde en ik zie wanneer naar mijn idee een dominee er niet veel van gebakken heeft; dan kom ik nog niet tot een halve pagina. Franca Treur komt voorbij, zij hield een boeiende lezing die een inkijk gaf in het Reformatorische leven. Ds. Brouwer van Duivendrecht had haar uitgenodigd in het kader van de 400-jarige herdenking van de Synode van Dordrecht. Treffende uitspraak van de schrijfster: “Mooi dat ‘schuld’ een plek heeft in religie.” Met dat laatste bedoelde ze waarschijnlijk toch gewoon het ‘gereformeerde/reformatorische geloof’ lijkt me.

Maar wat nu? Alles overziend… Wat heeft 2018 ons gebracht? In mijn aantekenboek en ook in mijn Moleskine-agenda kom ik de schaduw herhaaldelijk tegen. In kleine korte aantekeningen en gebeurtenissen. Harms vrienden die aanschoven aan tafel, de hele procedure met het Hof rond artikel 12 en de gesprekken met de advocaat. Al dagen wilde ik een spetterend jaaroverzicht maken. Wat zou ik deze keer doen? Alle gelezen boeken op een rij? Of een paar gebeurtenissen breed uitgediept en becommentarieerd? Een verhaal over solliciteren en weten dat het niets oplevert? Het werd het één niet en het ook het ander niet. Ook terugbladerend in mijn blogs, ik vond het niet.

de krant van zaterdag

Maar opeens vanmorgen, na het boodschappen doen voor iets lekkers bij het glas wijn op Oudejaarsavond, verdiepte ik mij in de zaterdagbijlage van de krant. Toen wist ik het, mijn terugblik wordt een oproep. Een oproep om meer de krant te lezen. In een gezelschap durf ik er soms niet eens meer over te beginnen, mensen reageren dan besmuikt. Ach.. een abonnement is veel te duur, ach je leest het nieuws maar van één kant, hmmmm.. je hebt toch gewoon nu.nl? Allemaal waar; voor veel andere argumenten ook, valt best wat te zeggen. Maar toen ik vanmorgen weer een poosje zat te lezen, kwam er maar één gedachte in mij op; dit moeten mijn broers en zussen in de kerk lezen, dit moeten mijn buren lezen, dit moeten….. Het essay van hoofdredacteur Sjirk Kuiper was er eentje om in te lijsten, zo goed. En daarna las ik het interview met Marilynne Robinson, stilzettend en diepgravend!
Vaak is het gewoon even die dagelijkse bezinning, bladeren en een artikel hier en een stukje daar. Soms iets laten liggen voor het weekend of de namiddag. Even de computer aan de kant, geen telefoon, maar gewoon de krant. Papier dat ritselt, dat makkelijk scheurt, dat we vroeger gebruikten als wc-papier, intrigerend, maar ook scherp en fel en positiebepalend. Het kan aanzetten tot discussie en je durft weer te vragen; hé heb jij dat ook gelezen?
Ik wens u een gezegend 2019, met vooral veel kranten-leesplezier!

dr. Jan Koopmans een ‘rechtvaardige’

“Je moet de moed hebben om het goede te zeggen en te doen,
ook als je niet moedig bent.”

Dr. J. Koopmans in ‘Bijna te laat’

Een week geleden zette ik ‘de laatste Jan Brokken’ in de boekenkast. Het indrukwekkende verhaal over ‘consul’ Jan Zwartendijk in Litouwen, ik schreef er al eerder over. Het is een aaneenschakeling van zulke onwaarschijnlijk bijzondere gebeurtenissen, dat je het nauwelijks vanuit ons perspectief kunt begrijpen. De moed die mensen opbrachten om Joodse vluchtelingen te helpen zodat ze op die manier een gewisse dood in de gaskamers ontliepen… En dat op een moment dat er nog nauwelijks iets over de massavernietiging bekend was. Brokken laat goed uitkomen hoe bizar het was dat Zwartendijk er na de oorlog voor op zijn kop kreeg van het Ministerie. Plaatsvervangende schaamte bekruipt je als je leest hoe Zwartendijk daar onder gebukt ging. Gelukkig heeft Brokken na eindeloos speuren ontdekt dat duizenden Joden door Zwartendijk zijn gered! Postuum werd hij dan ook ‘een rechtvaardige onder de volken’.
Twee weken geleden las ik in de krant dat Sobibor-overlevende Selma Engel-Wijnberg (96) is overleden, deed me ook weer denken aan de frustraties van Jan Zwartendijk. Vorige week werd een documentaire over haar op tv nog een keer uitgezonden. Ook hier spatte het bizarre onrechtvaardige er van af. Toen zij na veel ontberingen en omzwervingen als ontsnapte uit Sobibor, uiteindelijk na de oorlog met haar Poolse man in Nederland kwam, was de ontvangst meer dan kil. Het had maar weinig gescheeld of ze waren teruggestuurd naar Polen. In 2010 kwamen er eindelijk excuses, te laat trouwens, volgens mevrouw Engel-Wijnberg.

Afgelopen donderdagmiddag promoveerde er aan de VU een gereformeerde dominee (C.C. den Hertog predikant van de samenwerkingsgemeente CGKV van Nijmegen). Ik kwam een berichtje erover tegen in het blad ‘Onderweg’ en noteerde de datum in mijn agenda; een promotie over dr. Jan Koopmans. Het was de naam van Jan Koopmans die mij triggerde. In de herdenkingsbundel van 25 jaar ‘dr. M.B. van ’t Veerschool’ zoek ik de bladzijde waar zijn naam staat. In augustus 1981 betrok de van ‘t Veerschool, waar ik toen drie jaar werkte, een ‘nieuw’ gebouw. Het oude gebouw tegenover voormalig station Sloterdijk schoof langzaam de bouwput van een nieuw kantoorgebouw in en wij moesten dus verkassen. Aan de Slotermeerlaan kwam het gebouw van de Hervormde Schoolvereniging vrij. De ‘dr. J. Koopmansschool’ had te weinig leerlingen en ging op de in ‘Noordmansschool’. De naam van de dr. Koopmans verdween en inmiddels is ook de naam van dr. M.B. van ’t Veer niet meer verbonden aan een school. Ze hadden gemeen dat ze beide stierven in WOII. Ik heb geen idee of hervormde en gereformeerde predikanten in die tijd enig contact hadden, ook al woonden en werkten ze beiden in Amsterdam. Beiden predikanten liggen trouwens begraven op Zorgvlied. Als leerkrachten hebben we ons in 1981 verder niet verdiept in Koopmans. Volgens de herdenkingsbundel is hij vanwege zijn verzet in de Tweede Wereldoorlog omgekomen. Dat laatste is niet helemaal juist, daarom aan het eind van mijn blog de juiste toedracht. Jaren later kwam ik in een bundel van de Belgische schrijver Geert van Istendael een mooie hommage aan Koopmans tegen. Van Istendael roemt het pamflet van Jan Koopmans dat deze aan het begin de bezetting schreef (november 1940) onder de titel “Bijna te laat”. Koopmans verzet zich daarin hevig tegen de maatregelen van de Duitse overheersers tegen de Joden en vooral ook tegen de Ariërverklaring. Als theoloog vindt hij dat de kerk hier zijn geluid moet laten horen. Als daar dan een dominee op gaat promoveren is dat interessant genoeg om op een koude donderdagmiddag naar de VU te fietsen.

Zoals dat gaat bij een promotie werd promovendus den Hertog flink onder vuur genomen. Den Hertog maakte duidelijk dat dr. Jan Koopmans uniek was binnen de kerken, waar het ging om zijn openlijke verzet tegen het nazisme, hij koos duidelijk positie. Dat laatste kwam voort uit zijn manier van theologisch denken; geen lijdelijkheid preken! Aan het eind van de bijeenkomst kon professor Ad de Bruijne nog net een afsluitende vraag stellen. “Zou de kerk vandaag niet meer publiek moeten spreken? Moet de kerk niet spreken over de actualiteit, bijvoorbeeld in de VS over de moraliteit bij de hoogste leider, in Hongarije over gekozen vertegenwoordigers die zich gaan gedragen als despoten en moet de kerk zich in Nederland niet uitspreken over onrecht aan minderjarige asielzoekers en het kerkasiel in de Bethelkerk in Den Haag?” In de vraag van de Bruijne lag het antwoord haast al opgesloten, zo ervoer ik dat als toeschouwer in ieder geval. Hoe zou den Hertog dit verbinden met het spreken van Jan Koopmans? Helaas kwam de pedel het antwoord met belgerinkel en ‘hora est’ al na twee zinnen onderbreken. Jammer, want nu zou het “Bijna te laat” actueel gemaakt kunnen worden. Maar misschien is daar in het slothoofdstuk van de dissertatie nog meer over te vinden.

Uit: “Bijna te laat”

Koopmans werd op 12 maart 1945, vlak voor de bevrijding, getroffen door een verdwaalde kogel. Op zijn onderduikadres aan de Stadhouderskade, vanwege zijn openlijke spreken en hulp aan Joden, stond hij te kijken naar wat er op het Weteringplantsoen gebeurde. Daar werden als represaille door de Duitsers 30 mensen standrechtelijk geëxecuteerd. Op het na de oorlog opgerichte monument staan de beroemde regels van de VN-medewerker en dichter H.M. van Randwijk: “Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht.”
In het Parool zie ik dat vandaag de GVB met betrekking tot WOII hernieuwd in de aandacht staat: ‘Er heerste een wegkijkcultuur’. Maar vandaag dan? Hoe zit het met de 16.000 vluchtelingen op de Griekse eilanden waarvan het leven wordt verwoest?

PS  Deze blog schreef ik begin vorige week, maar het lukte niet om hem te publiceren. WordPress was opeens ge-update naar 5.0. Met geen mogelijkheid lukte het toen om teksten op te slaan. Nu maar via via de hele zaak teruggezet. Het zal de leeftijd zijn…. Die 5.0 lossen we later wel op.
Inmiddels is het Kerstavond en in het Oosterpark had onze kerk weer een ‘lichtjespad’ georganiseerd. Het Kerstverhaal heb ik in verschillende varianten mogen voorlezen. Toch maar expliciet er bij verteld dat de engelen in de velden van Efratha “vrede op aarde, voor mensen Hem liefhebben en die Hij lief heeft!’ zongen!

IDFA en Bilderdijk

Tijdens het volgen van documentaires op de IDFA vallen er pauzes. Dat is prettig, want je kunt van de ene bioscoop naar de andere of ergens een kop koffie nuttigen. Gisteren moest ik van de Munt naar het EYE, een klein ritje op de fiets. Op de pont was het snijdend koud, maar wel heerlijk. Met mijn hoofd nog vol Václav Havel had ik daarna genoeg tijd over om es even te snuffelen in de OBA. De OBA aan het Oosterdok is een uniek gebouw met een prachtige collectie boeken, met vast wel iets over Bilderdijk. Die paar dichtregels houden me zo nu en dan toch nog bezig. Het was even zoeken, maar de boeken met nummer 853 gaven zo maar uitkomst. Een dikke pil met de titel “Gevleugelde woorden” was mij ter wille. Onder het kopje VERLEDEN staat de uitspraak van Bilderdijk. En ter verklaring staat erbij: “Er is een oorzakelijk verband tussen gebeurtenissen in het verleden en vandaag. De gedachte is uit het gedicht waarmee Willem Bilderdijk in 1811 afscheid nam van de Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen en Kunsten, in het algemeen taalgebruik overgegaan:

Wat verschijne,
Wat verdwijne, 
’t Hangt niet aan een los geval:
In ’t voorleden
Ligt het heden,
In het nu wat worden zal.”

 

Bilderdijk in Brinkman

Dan merk je opeens dat de uitspraak op zichzelf kan, maar in de strofe prachtig volgt op de dubbele punt. Na wat verder zoeken en de hulp van een aardige OBA-dame kwam ik terecht bij nummer 873. In de verzamelbundel uit 2006 onder de mooie titel “Leven, ach! Wat zijt gij toch?” kom ik erachter dat het hele gedicht te vinden is de verzamelde dichtwerken van Bilderdijk (Haarlem 1859), deel 9. Helaas zijn deze boeken niet in de OBA, daarvoor moet nog hogerop, de Koninklijke Bibliotheek bijvoorbeeld. Gelukkig staat er in genoemde bundel een uitgebreid fragment, met in de een na laatste strofe de prachtige zinnen: “Holland groeit weer! Holland bloeit weer….”  Ik lees verder over het leven en de filosofieën van Bilderdijk. Mythisch tijdbesef; zegt een geleerde die zich dieper dan diep in Bilderdijks gedachtenwereld heeft verdiept. Gelukkig komt de gedachte over ‘verleden, heden en toekomst’ ook voor buiten de wereld van calvinisten en christenen, een geruststelling. Ook de dichteres Vasalis en de schrijver Rosenboom huldigen hetzelfde idee. (Vasalis: “Er is geen kopje gebroken, of het valt nog en breekt.”) Het is een gedachte om mooi te kalligraferen, want ik kom door de korte OBA-studie erachter dat Bilderdijk fantastisch kon kalligraferen. Een hobby om nog weer eens op te pakken, bedenk ik. Al bladerend kom ik een bronzen beeld tegen van Willem Bilderdijk. En opeens bedenk ik mij, dat we twee weken geleden na ons bezoek aan ‘de Leonardo da Vinci’ tentoonstelling in het Teylers Museum in Haarlem, hebben gegeten bij Brinkman aan de Grote Markt. Daar stond warempel in de hal dat beeld. Ik blader in mijn fotoalbum op de telefoon en daar is hij weer. Toen even stilgestaan om een foto te maken, maar waar wij zaten te eten heeft misschien Bilderdijk uit het raam naar rumoer op de markt of bezoekers van de Bavo zitten kijken. Mijn verhaal over ‘verleden, heden en toekomst’ is rond; op naar de volgende documentaire.

Deze IDFA-dag begon met een film over de opvang van vluchtelingen in 2016, toen bondskanselier Merkel ruimhartig iedereen welkom heette. Opeens moesten allerlei plekken gevonden worden voor opvang en zo werden ook de leegstaande gebouwen van vliegveld Tempelhof in Berlijn omgetoverd tot een AZC. De documentaire volgt de Syrische Ibrahim, die bijna anderhalf jaar op Tempelhof wacht op een definitieve beslissing. Ondertussen leert hij de Duitse taal en gaat gebukt onder heimwee naar huis. Een ontroerend verhaal, wat ons een spiegel, zo groot als de bombastische ruimtes van het ooit in nationaal-socialistische tijden neergezette gebouw, voor houdt. ‘THF: Central Airport‘, ook hier zegt het verleden veel over het heden en vandaag geeft al veel prijs over hoe het er morgen zal uitzien.
Geen idee of Václav Havel ooit van Willem Bilderdijk heeft gehoord, waarschijnlijk niet. Maar de documentaire over Havels leven als president van Tsjechië (1993 – 2003) was indrukwekkend. Mijn ‘buurman in IDFA’ stootte me regelmatig aan met een daarbij horende opmerking. Na afloop verontschuldigde hij zich voor zijn vrijpostige gedrag, maar we waren het er over eens dat we ‘een juweeltje’ hadden gezien. Op Wikipedia staat het volgende: “Burger Havel  (Citizin Havel) is een uitzonderlijke documentaire, gemaakt door huisvriend Pavel Koutecký, die dertien jaar lang de president met de camera in zijn werkzame en persoonlijke leven mocht volgen, tot in de slaapkamer toe. Dat was wel op voorwaarde dat de beelden pas vijf jaar na afloop van Havels presidentschap voor het eerst zouden worden vertoond. Koutecký maakte het einde van zijn filmproject overigens niet meer mee, hij overleed in 2006 bij een ongeluk.” Het verleden leert ons in deze documentaire wel heel veel voor vandaag. Je kunt deze film trouwens op internet bekijken, zeer aanbevelenswaardig (volg deze link).
Na mijn tussenstop bij de OBA en een simpele pasta, op naar Tuschinski. In de prachtige grote zaal werden we zelfs welkom geheten door de IDFA-directeur. ‘Anniversary of the Revolution‘ was een bijzondere belevenis. Een gereconstrueerde documentaire uit 1917 over de Russische revolutie. Omdat het een ‘stomme’ film is, was er live-muziek en zelfs een koor. Korte stukjes zwart-wit film afgewisseld met borden tekst; marcherende soldaten, leiders van de revolutie en ook beelden van kapotgeschoten gebouwen. Hopelijk is deze film ook nog eens te zien op 2Doc.
En voor de liefhebbers, IDFA is tot en met zondag!

Anniversary of the Revolution

In ’t verleden ligt het heden …

VOORSPELLINGEN IN 1811

Ach de dagen
Onze plagen
Lieve broeders gaan voorbij
Uit dit duister
Rijst de luister
Van een nieuwe heerschappij

Wat verschijne
Wat verdwijne
’t Hangt niet aan een los geval
In ’t verleden
Ligt het heden
In het nu wat worden zal.

Willem Bilderdijk
1756 – 1832
getekend na zijn overlijden

Ja zij zullen
Zich vervullen
Deze tijden van geluk
Dees ellenden
Gaan volenden
en verpletterd wordt het juk.

Holland leeft weer
Holland streeft weer
Met zijn afgelegde vlag
Door de boorden
Naar het noorden
Naar de ongeboren dag.

Holland groeit weer!
Holland bloeit weer!
Hollands naam is weer hersteld
Holland uit zijn stof verrezen
Zal opnieuw ons Holland wezen
Stervend heb ik ’t u gemeld

Bij de blogs over de Afscheiding in Amsterdam kon ik het niet laten om te citeren uit het gedicht hierboven. Wist trouwens niet eens dat het uit een gedicht kwam. Altijd heb ik gedacht dat het een mooie gedachte was van Groen van Prinsterer, de beroemde antirevolutionair en historicus uit de 19e eeuw. Ooit deden we op de Pedagogische Academie een poging om zijn ‘Ongeloof en revolutie’ te lezen, maar ik kwam niet verder dan het eerste hoofdstuk geloof ik en bij mijn weten stond het in dat redelijk ingewikkelde boek. Maar bloglezer Hendrik Pathuis wees mij er op dat het citaat niet van Groen van Prinsterer is, maar van Willem Bilderdijk. De laatste is minstens zo bekend en hoort ook thuis in het rijtje Reveil mannen uit het begin van de 19e eeuw. Bilderdijk was advocaat, historicus, verdienstelijk tekenaar, taalkundige en ook dichter. Hij was fel tegen de Franse overheersing en het gedicht boven is dan ook een loflied op een uiteindelijk overwinning.
De regels, “In ’t verleden – Ligt het heden – In het nu wat worden zal.” zijn een eigen leven gaan leiden. Ga een poosje googelen en je vindt ze op de meest gekke plekken terug. Het werd zelfs een tegeltjeswijsheid, maar ik zag ook foto’s van grafschriften of een aanhef van een overlijdensadvertentie. Dat laatste vind ik echt onnavolgbaar. Je geeft de wereld bericht van een overlijden en zet dan de uitspraak van Bilderdijk erboven? De meest bijzondere zijn de zogenaamde citaten waarin verleden en heden zijn verwisseld; ‘in het heden, ligt ’t verleden’. Net of het heden er eerder was dan het verleden. Blijkbaar weet je het dan beter de dichter Bilderdijk en het klopt ook gewon niet; in het heden ligt niet het verleden. Nog gekker is dat het prachtig staat afgedrukt op een titelpagina van een project van de FNV. Een van oorsprong socialistische vakbond, gebruikt zo’n uitspraak van de christelijke dichter Bilderdijk. Allerdroevigst is een groot boekwerk uit de Tweede Wereldoorlog. Gedichten en korte overdenkingen afgewisseld met vaderlandse helden, veldslagen en heldhaftige Germaanse strijders. Het nationaal-socialisme spat er vanaf. Maar wat een misbruik van Bilderdijks woorden.

De balie van de bibliotheek van de RCE in Amersfoort

Het gekke is wel dat ik op de site van de DNLB ( Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) wel een gedicht vond, wat voor het grootste gedeelte hetzelfde was als boven, maar niet met de strofe over verleden, heden en wat worden zal. Het blijft een bijzondere uitspraak en zet dus aan tot overdenken. De bibliotheek van de RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) in Amersfoort heeft Bilderdijks uitspraak op een gigantische glasplaat laten graveren. Maar ook hier weer een twist, die Bilderdijk niet bedacht heeft; ‘in het nu wat komen gaat’. Wel staat zijn naam er onder, toch vreemd.
Dat de woorden van Bilderdijk maar veel overdacht mogen worden, zeker door mensen met invloed en macht in de publieke sector. Tot slot nog een prachtige uitspraak van de denker Bilderdijk.

“Eerst gedaan en dan bedacht
Heeft menigeen verdriet gebracht.”

Rechtvaardigen (2)

Het werd een interessante avond bij van Rossum. De prachtige boekhandel aan de Beethovenstraat zat stampvol. En alhoewel Jan Brokken beslist geen volleerd spreker is, boeide hij met zijn verhaal de aanwezigen. Geregeld ging er een instemmend gemompel op. Bijna anderhalf uur vertelde Brokken over zijn boek “De rechtvaardigen”. Hij opende zijn verhaal over de ontstaansgeschiedenis van het boek op een prachtige manier: “Sommige geschiedenissen dienen zich abrupt aan, maar laten zich niet gelijk vertellen…”. (In 1983 al kwam hij voor het eerst in aanraking met deze geschiedenis.) En later ook nog zo’n mooie uitspraak: “Alles van belang begint onverwacht, hoe reageer je dan?”
Het verhaal over Jan Zwartendijk, in 1940 plotseling benoemd tot consul in Litouwen, zet natuurlijk aan tot nadenken. Moeten we de lessen van deze geschiedenis als groep toepassen of moet je dat individueel doen? Het was Brokken gevraagd door een groep studenten geschiedenis. Ook daarop was het antwoord van de schrijver veelzeggend: “De lezer is slimmer dan de schrijver denkt, de lezer zal het aanvullen met zijn eigen verhaal en er naar gaan handelen!” Daarom ook heeft Jan Brokken geen lijnen getrokken naar de situatie van vandaag. De lezer kan dat zelf! Met grote nadruk vertelde Brokken dat alle Europese landen in 1938 al hun grenzen sloten voor Joodse vluchtelingen. Doet ons dat ergens aan denken? Litouwen was de enige uitzondering. Toch kon Brokken het niet laten om enigszins cryptisch drie lessen mee te geven aan de aandachtige hoorders:
1. De consuls in Litouwen, Zwartendijk voor Nederland en Sugihara voor Japan, begonnen op eigen houtje. Ze deden het gewoon, omdat ze vonden dat ze moreel verantwoordelijk waren om mensen in nood te redden.
2. Wat Jan Brokken ook leerde van deze geschiedenis; vluchtelingen vinden het verschrikkelijk om hun geboortegrond te verlaten. Niets liever willen ze als de situatie dat toelaat, later weer terug.
3. Elke keer als vluchtelingenstromen op gang komen, dat gold voor toen en dat geldt vandaag nog net zo, dan zijn overheden en het grootste deel van de burgers slecht geïnformeerd.
[Op dit moment is er een grote groep Zuid en Midden-Amerikanen op weg naar de grens met V.S. Luister maar eens goed wat de meeste Amerikanen en hun president daarover zeggen.]

Drie conclusie waar ik hartgrondig ‘amen’ op zeg. De lezing van Brokken sloot mooi aan op de film die ik dinsdagavond met een goede vriend zag. In ons rustige dorp Diemen is gelukkig een klein cultureel centrum, waar regelmatig uitstekende films worden gedraaid. Deze keer was het BlaKkKlansman, een film over een zwarte agent die in Colorado infiltreert bij de KKK (de Klu Klux Klan). Een waargebeurd verhaal dat zich in de jaren 70 van de vorige eeuw afspeelt. Hier worden trouwens wel lijnen naar vandaag getrokken. Aan het eind zien we beelden van  de aanslag in Charlottesville, waarbij een rechtsextremist inreed op een groep antifascistische betogers. Een jonge vrouw kwam om het leven. Daardoor heen zijn gedeeltes van de reactie van president Donald Trump op de aanslag, gemonteerd. Ook hier weer de eenling die zijn verantwoording neemt, zwarte politieagent Ron Stallworth. En ook hier zie je dat veel burgers slecht geïnformeerd zijn en al snel wegkijken.

Rechtvaardigen

De boekverkoopster zit bij ons op de bank, zo maar even aan komen waaien, samen met haar moeder. We praten over Harm, halen herinneringen op aan zoveel gezamenlijks en natuurlijk hebben we het over boeken. Op tafel ligt het pas verschenen “De rechtvaardigen” van Jan Brokken. De boekverkoopster kijkt jaloers als ik vertel dat ik deze week naar een lezing van Brokken over zijn boek ga. En ja, het nieuwste werk van Brokken is pakkend vanaf het begin, net zoals dat bij ‘De vergelding” ook gebeurde. Ik hoop dat Brokken in zijn lezing een tipje van de sluier kan oplichten, hoe je het voor elkaar krijgt om op zo’n manier non-fictie te schrijven. Het is alsof hij in de ziel van de hoofdpersonen is gekropen. Wat mij betreft vijf sterren! Het verhaal speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog en gaat over de Nederlandse consul in Litouwen. In mei 1940 kreeg hij het dwingende verzoek om die taak op zich te nemen en dat heeft uiteindelijk duizenden Joden het leven gered.

Verbazingwekkend trouwens dat er nog steeds zo veel boeken over die periode verschijnen. In mijn mailbox kreeg ik net een berichtje van mijn favoriete boekhandel aan de Middenweg, dat ze een lezing organiseren van Esther Shaya over haar pas verschenen boek “Harry & Sieny – overleven in verzet en liefde”. Het boek gaat over bekende Joodse families in Amsterdam-Oost en hun wedervaren. Er lijkt geen eind te komen aan dit soort indrukwekkende non-fictie verhalen. Tegelijkertijd is het ook logisch, nu kan het nog, want er zijn nog mensen in leven die het hebben meegemaakt. Hun verhalen mogen niet verdwijnen, want ze kunnen zoveel leren voor vandaag!

Vorige maand leende ik van mijn  broer het “Het geheime dagboek van Arnold Douwes, Jodenredder”. Ook al zo’n indrukwekkend verhaal. Ik kende de naam van Arnold Douwes. Hij komt voor in “De levensroman van Johannes Post” (een nogal romantische weergave van het leven van de bekende verzetsstrijder geschreven door Anne de Vries). Arnold Douwes was in Nieuwlande en wijde omgeving de man die meer dan tweehonderd Joden bij diverse adressen liet onderduiken, toen boer Johannes Post zich meer ging bezighouden met gewapend verzet. Met gevaar voor eigen leven deed hij niet alleen ongelofelijk moeilijk werk, maar schreef het regelmatig ook nog op in kleine opschrijfboekjes. Met naam en toenaam, wat erg link was, maar hij begroef ze elke keer, op een alleen aan hem bekende plek. Na de oorlog heeft hij alles weer opgegraven, overgetikt en het vervolgens afgeleverd bij het Instituut voor Oorlogsdocumentatie. Nog nooit was het uitgegeven, maar gelukkig is het nu met een uitgebreide toelichting verkrijgbaar in de boekhandel.
Aangezien wij Wimmenhoves onder de rook van Hollandscheveld zijn opgegroeid, zijn het herkenbare verhalen, alleen al vanwege alle plaatsen en namen. Natuurlijk heeft Douwes zijn dagboek niet geschreven met het oog op een groot publiek en vaak is het alleen maar een opsomming van moeilijke fietstochten door heel Noord-Nederland, maar bladzijde na bladzijde word je dieper ingevoerd in hoe het leven er toen aan toe ging. Wat een strijd hij moest leveren om mensen onderdak te geven en wat dat aan geld en extra eten kostte. Uiteindelijk wordt hij opgepakt door de Duitsers, maar wordt wonderwel bevrijd uit de gevangenis van Assen.
Ook onze ouders hadden onderduikers in huis en dat in een gezin waarin opa en opoe er bij in woonden en in 1943 de oudste van het gezin werd geboren. Naast ons ouderlijke huis woonde een NSB-gezin, dus daar moest men ook extra voor uitkijken. Het was werkelijk met gevaar voor je leven, terwijl er regelmatig razzia’s werden  gehouden in Hollandscheveld en omgeving, lezen we bij Douwes. Na de oorlog kreeg de bevolking van Nieuwlande vanuit Israël de Yad Vashem onderscheiding (Arnold Douwes had die al eerder gekregen), namen van inwoners uit Nieuwlande werden in Jeruzalem in een muur gebeiteld, in een park gewijd aan de “Rechtvaardige onder de Volkeren”. Op YouTube is een mooi interview met Arnold Douwes en zijn helper Nico te vinden, de moeite van het kijken waard! Het zijn indrukwekkende verhalen van gewone mensen, maar die op kruispunten in hun leven kozen, om de ander te redden. Die verhalen mogen niet verdwijnen, ook vandaag leven er mensen in verdrukking en zijn op de vlucht. Arnold Douwes en Jan Zwartendijk (de hoofdpersoon uit Brokkens boek) houden je een grote spiegel voor. 

De Afscheiding in Amsterdam / Bloemgracht 90

Bloemgracht 90, zo zag de eerste Afgescheiden kerk er van binnen uit.

Het werd een interessante avond op historische grond. Waar ooit de eerste Afgescheiden  gemeente van Amsterdam bijeenkwam, waren nu ongeveer twintig bezoekers om te luisteren naar verhalen over honderdvijftig jaar geleden. Bloemgracht 90 is een prachtig pand aan een, in ieder geval ’s avonds, rustige gracht in de Jordaan. De huidige eigenaar had een ruimte beschikbaar gesteld om deze bijeenkomst mogelijk te maken. Helaas is het gebouw na 1857 waarschijnlijk verschillende keren flink verbouwd, want en is er van iets ‘kerkachtigs’ niets terug te vinden. Een van de aanwezigen gaf de tip om te gaan zoeken bij het Stadsarchief, daar moeten alle bouw en verbouwtekeningen aanwezig zijn. Op de site van het Stadsarchief staat de prachtige tekening van het interieur. Omdat de ruimte op de begane grond te klein was, heeft men toen het een kerk was, het middengedeelte van de vloer van de eerste verdieping er uit gesloopt, zodat rondom een gaanderij ontstond. Later heeft men dat bij de tweede en derde verdieping herhaald. Hoe waarheidsgetrouw de tekening is, was bij een kleine rondleiding niet te achterhalen. De ramen zijn in ieder geval niet die aan de grachtkant, denk ik, want op de tweede etage bevinden zich geen boogramen. Misschien toch maar naar het Stadsarchief.

Bloemgracht 90 op een zomerse herfstdag

Dominee Jan-Henk Soepenberg uit Assen, die promoveerde op de Afscheiding in Amsterdam, hield een uitgebreid referaat over “allerlei wederwaardigheden van Bloemgracht 90”. Een aantal opmerkelijke zaken heb ik genoteerd voor de geïnteresseerde lezer.
> Het pand was ooit eigendom van familie van Velzen. De latere afgescheiden dominee Simon van Velzen, is in dit pand geboren en woonde er later ook als predikant. Zijn portret heeft jarenlang in de kerkenraadskamer van de GKv (Oosterparkkerk) gehangen trouwens! Bloemgracht 90 werd gekocht door de Afgescheiden gemeente voor 7500 gulden. Het zal inmiddels wel tweehonderd keer zo veel waard zijn.
> In het gebouw werden niet alleen kerkdiensten  gehouden, maar ook classis-vergaderingen en synodes. Ook de kerkenraad vergaderde er natuurlijk.
> Later kwam er in het pakhuis achter het woonhuis een school die uitging van de diaconie en werd toegestaan door de overheid! Amsterdam was ook toen al een tolerante stad. De diaconie gebruikte Bloemgracht 90 trouwens ook als uitdeelpunt voor de armen. De gemiddelde leeftijd van de gemeenteleden was trouwens laag, vooral door hoge kindersterfte. Het leeftijdsgemiddelde van de mannen was 30 jaar en van de vrouwen 33 jaar.
> In de eerste jaren waren er op de gracht veel volksoplopen, omdat de kerkdiensten door de koning werden verboden en een grote groep Amsterdammers dan wel zin hadden in een relletje. Men vergaderde daarom op de meest gekke tijden, midden in de nacht werd zelfs een keer het Heilig Avondmaal gevierd. Ook werd een keer op een zeer vroege zondagochtend, rond een uur of vijf, een doopdienst gehouden. In 1849 overleed tijdens een synode één van de leden aan cholera.

Soepenberg en van Diggelen onthulden dit bord. De eigenaar van Bloemgracht 90 gaat het monteren bij de voordeur.

> De Afgescheiden kerk in Amsterdam had een ‘bovenplaatselijke’ positie. Wat in Amsterdam gebeurde had invloed op alle kerken in Nederland. De inzet van ds. Scholte voor erkenning door de overheid, had uiteindelijk ook landelijke betekenis.
> Ook in Amsterdam waren er in het begin van de 19e eeuw veel conventikels (zie Wikipedia). Bezoekers daarvan kwamen al niet meer in de Hervormde Kerk, maar ze sloten zich vaak aan bij de Afgescheiden kerken. Dat had zo zijn invloed op de geloofsbeleving in de kerk en leidde later ook tot forse twisten en nieuwe afscheidingen.
> Gelukkig trok Soepenberg ook lijnen door naar onze tijd; 1. Theologiseren is erg bepaald door de tijd waarin de theoloog leeft. Mijns inziens lijkt dat in eerste instantie een open deur, maar ik denk ook dat dit gegeven wel hel vaak vergeten wordt. Het is zo gemakkelijk om te oordelen over het verleden, maar dan wordt dit eerste aspect niet genoemd! 2. Er was een fikse contextverschuiving en dat was complexer dan op het eerste oog zichtbaar werd. Een goede leer voor vandaag, zeker bij conflicten. 3. Het stelt ons de vraag hoe jij zelf spiritueel gevormd bent. Dit derde punt lijkt ook zo logisch, maar wordt ook vaak uit het oog verloren.
Algemene conclusie was dan ook, dat het het vandaag net zo ingewikkeld is!

Veel mensen zullen hun schouders ophalen over deze oude verhalen en zich afvragen waarom iemand honderden uren bezig is om allerlei archieven en boeken na te pluizen. Maar Groen van Prinsterer, een sympathisant van de Afgescheidenen, al bleef hijzelf in de Hervormde Kerk, zei het zo:  “In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal”. Daarom is het boek van Soepenberg een mooie aanvulling op de vele delen die dr. C. Smits over de Afscheiding schreef. Bij de lessen rekenen die hij ons gaf op de Pedagogische Academie praatte hij daar nooit over, daar ging het over abstracte ‘getalluh’. En waarbij Smits schreef over het zuidelijk deel van Nederland, deed dr. J. Wesseling (onder de leerlingen ome Jan), dat voor de het oosten en noorden. Ook zij worstelden zich door archieven en Wesseling, waar we Nederlands van hadden op het Lyceum in Groningen, kon vrijwel elke achternaam van een leerling herleiden tot een Afgescheiden voorvader. In Amsterdam is dat inmiddels wat lastiger, daar vind je geen Scholte, Brandt of Hobbes meer in de ledenlijst.

Michiel van Diggelen schreef over één van de meest interessante en markante figuren van de Afscheiding een roman en vertelde dat kort over. Hij noemde in zijn toelichting op het boek, dominee Hein Scholte een “vreemde eend in de bijt”. Hij heeft zeker voor de Afscheiding in Amsterdam veel betekend. In 1847 vertrok Scholte naar Amerika om daar in de prairie van Iowa een nieuwe nederzetting te stichten. Scholte, zo vertelde van Diggelen, was een rebel, een adelaar gevangen in de kooi van de kerk. Hij kon omgaan met iedereen; arm en rijk, het maakte voor hem niet uit. Hij was ook zeer eigenzinnig en maakte daarmee ook veel vijanden, hij was zeer gehecht aan zijn eigen vrijheid.
De roman begint bij het overlijden van zijn eerste vrouw, ook een Amsterdamse. Zijn  worsteling daarmee wordt mooi getekend en zet hem echt in de context van zijn tijd, het midden van de 19e eeuw.

Op de fiets naar huis filosofeerde ik met VU-historicus Ab over ‘het nut van het schriftelijk vastleggen’. Wat als al die gebeurtenissen zich hadden afgespeeld in het digitale tijdperk, was er dan zoveel in de archieven op te diepen geweest? Je krijgt wel eens het idee tegenwoordig dat veel in de cloud staat, maar is het over honderdvijftig jaar allemaal nog terug te vinden? Er worden actielijsten gemaakt en notuleren van bijeenkomsten en vergaderingen vinden veel mensen zelfs ouderwets. Een pleit dus voor goed vastleggen! Van Diggelen vond de kerkenraadsnotulen van Genderen uiteindelijk terug in Pella, maar ze waren er dus wel! En misschien wel mee dankzij het digitale tijdperk weten kerken elkaar tegenwoordig gemakkelijk te vinden en herkennen ze elkaar als kerken met de dezelfde Heer en Heiland!

De Afscheiding in Amsterdam

dissertatie
ds. H.P. Scholte

Waarom zou je stilstaan bij een geschiedenis van meer dan 150 jaar geleden? Zeker bij een boek over een gebeurtenis uit onze vaderlandse kerkgeschiedenis, kan je dat gevoel bekruipen. Maar toen een dominee uit Assen, Jan-Henk Soepenberg promoveerde op de Afscheiding in Amsterdam, was mijn interesse gewekt. Gelukkig kreeg ik niet veel later een boekenbon en kon ik het forse lichtblauwe boek aanschaffen. Een boeiend verhaal over kerkelijke perikelen en heel veel ook onderlinge strijd, volgend op de Afscheiding. De plaatsen waar het gebeurde in Amsterdam zijn nauwelijks terug te vinden. De suikerfabriek van de familie Scholte (waar veel stiekem werd vergaderd) heeft alleen een gevelsteen nagelaten en de eerste echte vergaderplaats, Bloemgracht 90 is al jaren een woonhuis met kantoorruimte. Toch gaan we op die plek nadenken over 1835 (Amsterdamse Afscheiding) en de gevolgen daarvan. Wat kunnen we er voor vandaag van leren? De nazaten van deze afsplitsing van de Hervormde Kerk zijn talrijk. In Amsterdam hebben we Christelijke Gereformeerde Kerken, Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), Nederlands Gereformeerde Kerken en ook de Gereformeerde Gemeenten. Natuurlijk komt ook een gedeelte van de PKN van oorsprong uit de Afscheiding voort. Genoeg stof voor de nazaten, om over na te denken dus.
Jan-Henk Soepenberg komt aanstaande vrijdag aan de Bloemgracht (nummer 90) over zijn onderzoek vertellen; aanvang 19.45 uur.
Titel: 
H.P. Scholte en de Afscheiding (1835) in Amsterdam. 

Over het verloop van een en ander zal ik na de 12e wel vertellen.

 

L’apparition, kijken in de ziel

Hebt u de laatste serie van “Kijken in de ziel” ook gevolgd? Journalist en interviewer Coen Verbraak  praatte in deze serie met religieuze leiders. Al weer een tijd geleden zag ik hem een paar keer op zondagmorgen afscheid nemen van zijn vriendin en wegrijden. Ik denk dat de laatste vlak naast onze kerk woonde. Wanneer je dan zo’n min of meer bekend hoofd opeens in een auto ziet stappen en zijn stem er bij hoort, ga je opeens bedenken waar je die man ook al weer van kent. Toen had ik er niet gelijk een naam bij, maar na de laatste serie vergeet ik die niet gauw meer. Vroeg me wel af waarom hij toen niet uit nieuwsgierigheid ons kerkgebouw een keer is binnengelopen om te horen en te beleven waarom gewone Amsterdammers, jong en oud, allochtoon en autochtoon daar op zondagmorgen daar bijeen komen.
Voor een ‘ingewijde’ was de serie trouwens wel erg voorspelbaar, maar hier en daar ook wel verhelderend waar het om de persoon van de voorganger ging. Prachtig vond ik de eerlijkheid van ds. Bottenbley, zeker wanneer zijn antwoord op een vraag lang uitbleef en hij al nadenkend en bijna schuchter een antwoord formuleerde. Zoals op de vraag of zijn moslim-schoonvader wel of niet in de hemel zou komen. Wat me ook opviel waren de toch wel gemakkelijke antwoorden van hulpbisschop de Jong over misbruik in de kerk. Je blijft je maar afvragen wat nu toch de relatie is tussen celibaat, biechten en de kijk op vergeving en genade en het kwaad van het kindermisbruik in de rooms-katholieke kerk. Natuurlijk kun je beweren dat christenen ook gewoon mensen zijn. Dat laatste beweerden trouwens alle religieuze leiders, de hindoepriester, de boeddhistische leraar en ook de rabbi. Allemaal zeiden ze dat hun ‘volgelingen’ toch ook gewoon mensen waren. Helaas ging Verbraak bij de Jong niet dieper op deze hele kwestie in. Waarschijnlijk wist hij bij de opnames ook nog niet van de laatste ontwikkelingen in de rooms-katholieke kerk, waarbij weer grote misstanden aan het daglicht kwamen. Voor trouwe gelovigen in deze kerkgemeenschap moet het toch als een zware last voelen. Het zal toch aan je gaan knagen, denk ik. Het straalt trouwens ook af op andere christenen, het komt allemaal zo ongeloofwaardig over voor mensen die niet ‘gelovig’ zijn.
In het Dagblad van het Noorden sloot Daniël Lohues zijn column zo af: “En toch, ik hou ermee op. Je kunt niks meer zeggen. Als ik bijvoorbeeld iets wil roepen over die vreselijke misbruikzaken door moslims in grote Britse steden, dan kan ik dat niet meer maken. Want kijk eens wat er gebeurt in de wereldwijde kerkgemeenschap waarbinnen ik zelf geboren ben. Ik schaam me. Het is vreselijk. Misschien moet ik het kruisje boven de deur maar weghalen. En mijn mooie Mariabeeld? Ook weg? Ik kijk Haar even aan en zie de troost van het verdriet in de ogen van Maria.”

Vooral het misbruikverhaal maalde door mijn achterhoofd toen ik in EYE de film L’apparition (de verschijning) bekeek onderging. En ook het beeld van ‘het verdriet in de ogen van Maria’. De film gaat over een Franse onderzoeksjournalist die een opdracht krijgt van het Vaticaan om te onderzoeken of er werkelijk verschijningen van Maria zijn geweest aan een achttienjarig meisje. Jacques, de journalist, komt opeens in een totaal andere wereld terecht. Hij versloeg oorlogen in het Midden-Oosten en verloor daarbij zijn beste vriend en collega. Maar nu moet hij proberen te achterhalen of het verhaal van de vrome Anna wel klopt. Het wordt een bijzondere zoektocht, naar waarheid, maar ook naar geloof.
De rooms-katholieke kerk komt er ook in deze film niet bijzonder goed af, maar het mooie is wel dat het daar door heen prikt. Wanneer je achter de rimram van beelden, kaarsen en en bijgelovige bedevaartgangers kijkt, zie je mensen die werkelijk bewogen zijn door Maria, de moeder van Jezus en door Christus zelf. Jacques ontdekt veel meer dan hij van te voren ooit bedacht had. Mensen laten hem zien wat het in je leven te weeg kan brengen om de weg van de Ene te volgen. Een bijzondere film die je in verwarring brengt en aan het denken zet, een aanrader dus! En de religieuze leiders uit ‘Kijken in de ziel’, die vrijwel overal een antwoord op hebben als het om hun geloof gaat, zouden ook de film moeten gaan zien en de twijfels en vragen van Jacques meenemen in hun volgende ‘preek’.