Tja… zo dus… Proficiat 2026!
Als blogger heb ik geen vast ritme in mijn schrijfsels. Ik bladerde nog eens terug en ontdekte dat de veelheid van onderwerpen afgelopen jaar weer uiterst divers waren, maar dat geschiedenis en boeken toch wel de boventoon voerden. Vorig jaar sloot ik af met een blog over ergernissen en dat zou deze keer ook best kunnen. Ergernissen over het gevallen kabinet, over hoe het loopt met de formatie en het verdriet over de oorlog in Oekraïne, dat laatste gaat trouwens nog veel verder dan zomaar ergernis. Toch kwamen er zich niet zomaar echte onderwerpen aandienen. Maar toen we een paar dagen geleden oppasten bij de kleinkinderen had ik mijn laptop meegenomen om iets van een overdenking of jaaroverzicht te schrijven. De 1500 meter van het OKT was zo spannend, dat 2025 snel naar de achtergrond verdween. De kleinkinderen zochten hun bed op en ik zag dat even later op NPO 2 de documentaire over Daphne Wesdorp te zien was (te vinden op NPO start). Gelukkig, daar had ik mijn onderwerp. Mijn blog zou ‘helden’ gaan heten en daarin kon ik mooi een aantal inspirerende mensen noemen die mij het afgelopen jaar waren opgevallen. Al gauw had ik in mijn agenda een rijtje namen genoteerd.

Je moet maar durven, als journalist al vier jaar aan het werk in Kramatorsk, dicht bij de frontlinie in het oosten van Oekraïne. Daphne Wesdorp is werkzaam voor het Nederlands Dagblad, fotografeert en schrijft over die verschrikkelijke oorlog die is ontstaan door de inval van Rusland. Als er weer een stuk van haar in de krant staat, bid je en hoop je dat die verschrikkelijke slachtpartij en verwoesting van levens, huizen en gebouwen ophoudt. Er zijn collega’s van haar omgekomen, toch gaat ze door. Mocht je de intense documentaire van Bram Vermeulen over haar nog niet gezien hebben, neem er dan echt eens de tijd voor; 35 minuten. Dan besef je nog des te beter waarom onafhankelijke pers zo belangrijk is en dat journalisten en fotografen iedere keer weer ons geweten opschudden. Daphne maakt als journalist ook indrukwekkende foto’s.
Een andere naam op mijn lijstje is Derk Sauer zie ik. Dat sluit mooi aan op Daphne Wesdorp. Wanneer er weer een stuk van hem in Het Parool stond, las ik dat vaak eerst. Boeiende verhalen schreef hij toen hij in Rusland woonde, over de politiek, maar ook over het gewone leven en zijn twee jongens die opgroeiden in Moskou en daar wortel schoten. Maar je voelde steeds vaker, eerst tussen de regels door, dat de sfeer veranderde. Totdat ze met z’n allen moesten vertrekken. Vrije pers niet meer welkom in Poetins rijk. Hij zorgde ervoor dat de gevluchte journalisten werden ondergebracht in Amsterdam en van daaruit nog steeds hun krant, The Moscow Times, kunnen maken.
Helaas overleed deze bijzondere journalist het afgelopen jaar na een ongelukkige val op zijn boot. In Het Parool geen strakke analyses meer van hem over wat er gebeurt in het Kremlin en ook over de afschuwelijke strijd tegen het zogenaamde fascistische Oekraïne. Sauer was jarenlang ook de bestuursvoorzitter van de IDFA, het jaarlijkse documentaire festival in Amsterdam. Een functie die hij met veel passie vervulde. Ongetwijfeld zal er nog wel eens een documentaire over Derk Sauer gemaakt worden.

Secretaris-generaal van de NAVO in oorlogstijd 2014-2024
Iemand die zich ook veel heeft bezig gehouden met Oekraïne was de vorige secretaris-generaal van de NAVO, Jens Stoltenberg. Onze oud-premier Rutte, de man met een nogal selectief geheugen, volgde hem op. Den Haag blij, maar wanneer je de bijna twee uur durende documentaire (ook op NPO-start) over het laatste jaar van Stoltenberg bij de NAVO hebt gekeken, begrijp ik niet hoe men Rutte tot opvolger heeft kunnen benoemen. Wat een integere en hardwerkende politicus zien we daar aan het werk. Gedoe met de VS, gedoe met een niet eensgezind Europa en dan toch proberen aan alle kanten Zelensky te steunen. Een staatsman met een groot statuur, die rustig met pensioen had kunnen gaan na jaren van hoogspanning. Maar nee, inmiddels is Stoltenberg gewoon minister van Financiën in Noorwegen. Je zult er maar zin in hebben. Het zou goed zijn wanneer er meer van dit soort bevolgen vrouwen en mannen op belangrijke posities te werk zouden gaan als Stoltenberg. Zijn biografie ligt in de boekhandel, hopenlijk lag het onder de kerstboom bij Jetten, Bontebal en Yeşilgöz, zodat ze eens flink hebben kunnen nadenken over hoe ze Nederland op het rechte pad willen krijgen en leerden ze daarbij van de wijze levenslessen van Jens Stoltenberg.
Op 17 juni j.l. sprak in de Waalse kerk, Samuel Wells voorganger in de Church of England en sinds 2012 de vicaris van St Martin-in-the-Fields in Londen. Hij kwam spreken over Geloven In De Publieke Ruimte. Een citaat uit zijn boeiende verhaal, waarin hij schets hoe we als christenen samen moeten leven in onze gemeenschappen; “Het gaat over een samenleving waar iedereen bij hoort. Het gaat over gedeelde zaken van blijvende waarde, wat Augustinus ‘gemeenschappelijke liefdesobjecten’ noemt. Het gaat over het opbouwen van vertrouwen. Het gaat over het worden van een samenleving waar anderen zich bij willen aansluiten. En het gaat over het zien van de dynamiek van het geven van een tweede kans.”
De afgelopen jaren mocht ik wel eens een ‘preek lezen’. Wat graag haalde ik dan een hoofdstuk uit ‘Wees Niet Bang’. Wells laat in zijn uitleg van bijbelverhalen steeds weer zien hoe genadig God is en hoe diezelfde God omziet naar de verschoppelingen in deze wereld en dat de kerk daartoe ook geroepen is. Een uitdagend en bevrijdend evangelie!
Ik hoop dat zijn onderwijs de kerken in Nederland blijvend zal inspireren. Wie zijn hele verhaal wil bestuderen, kan mij een mailtje sturen.
Mijn verhaal zou nog veel langer kunnen zijn, maar misschien moet ik de komende week toch een deel 2 schrijven. In mijn favoriete krant stond gisteren een boeiend interview met Jezuïet Nikolaas Sintobin. Onze vorige dominee liet ons met hem kennismaken in een boeiende cursus over ‘bidden’. Het artikel eindigt prachtig. “Het nieuwe jaar aan God toevertrouwen, Sintobin vat het samen in één woord: proficiat. ‘We kennen die uitdrukking als ‘gefeliciteerd’, maar dat is niet de oorspronkelijke betekenis’, legt hij uit. ‘Het komt uit de katholieke liturgie. Als aan het einde van de eucharistie de priester met de misdienaars naar de sacristie gaat, zeggen ze tegen elkaar: proficiat. Het is een gebedswens, die betekent: moge het goed worden, moge het baten. Je hebt de communie ontvangen, de gemeenschap met de levende Heer. Moge die gemeenschap vruchten opleveren, zeggen ze tegen elkaar.”
Proficiat 2026, ik sluit me daar graag bij aan.
In 1980 kwam ik, net voor ons trouwen, in Amsterdam-Oost wonen. In de Transvaalbuurt, met straatnamen zo weggelopen uit de boeken van L. Penning. Pas later ontdekte ik dat de Transvaalbuurt in en voor de Tweede Wereldoorlog een Joodse buurt was geweest. Mijn schoonvader ruimde boeken op en nam voor ons de twee delen van Pressers ‘Ondergang’ mee. Al bladerend en lezend ontdekte ik dat uit onze buurt duizenden Joodse Nederlanders waren verdwenen in de Duitse vernietigingskampen. Een foto van Duitse overvalwagens op het Krugerplein, tussen foto’s van alle andere wreedheden van de fascistische bezetter. In die tijd was er weinig terug te vinden van de vernietiging van zoveel Transbuurtbewoners. Aan de Tugelaweg was een gedenkteken als nagedachtenis van een represaille-fusillade, maar dat waren Nederlandse verzetsstrijders. De tijd van ‘struikelstenen’ moest nog komen.
En zo gaat het, het hele boek door. 142 pagina’s. De opsomming eindigt bij nummer 78-huis. De laatste die genoemd wordt is Rosa Fanni Packer-Goldstein, zij stierf op 27 jarige leeftijd in Auschwitz. Haar huis staat naast het huidige gebouw van het Passantenhotel van HVO Querido, wat weer grenst aan ons kerkgebouw. Aan de even kant eindigt het op nummer 77 en daar verdwenen de bewoners op huis, van de eerste en ook de derde verdieping. En al is het dan meer dan 80 jaar geleden, je wordt er toch ongemakkelijk van. Rogier Schravendeel gaf in april al aan dat dit werk hem soms onpasselijk maakte, al die namen en persoonlijke geschiedenissen van mensen… Het is goed dat huidige bewoners van de Tweede Boerhaavestraat nu kunnen terug lezen wie er ooit in hun huis woonde, maar laat het ook een waarschuwing zijn voor vandaag en morgen.
Eergisteren kreeg ik een mail van de initiatiefnemers van “Geef Straten Een Gezicht”. Het was gelukt! Het bord dat op de Leendert Valstarhof stond is vervangen. Half april schreef ik er al over (
Buurman A. suggereerde via de app, dat ik maar moest bloggen over het politieke gedoe in Frankrijk. Omdat we al bijna twee weken in Frankrijk zijn, zouden we toch wel iets mee hebben moeten krijgen van alweer een nieuwe minister-president. Maar nee, hier in de Provence gaat alles gewoon zijn gang. Hier en daar een weg half opgebroken en mannen in oranje hesjes druk bezig, de lavendelvelden zijn geschoren en in de Bourgogne is de wijnoogst in volle gang. Hier in de Luberon zullen we eerstdaags ook wel de oogstmachines door de wijngaarden zien trekken. Gisteren (woensdag) maar eens voor het eerst het Franse Journaal aangezet. Her en der in grote steden relletjes en op grote wegen waren blokkades opgeworpen. Wij hebben het niet gemerkt, alleen dat er misschien minder kraampjes op de markt in Viens waren in vergelijking met vorig jaar. Het schijnt dat rechts, het midden en links in de politiek, fundamenteel met elkaar verschillen. De verschillen lijken onoverbrugbaar en men wil niet met elkaar in gesprek en al zeker niet polderen. Polarisatie alom, het is al net als in ons eigen verwarrende politieke landschap. Na wat doorzappen waren er zeker op vier verschillende zenders heftige discussies over de ‘waan van de dag’. Veel langs elkaar heen en weer gepraat zo leek het. Ook op tv ging het leven gewoon door, in een bizar lang reclameblok kwamen bijna alle automerken langs.
Nog één keer hebben we over het terrein gewandeld, genoten van de uitzichten, door de schuren gesjouwd en gesnuffeld in de werkplaats. De oudste dochter had het goed geregeld, koffie en thee op de plek waar eens de ‘zwarte schuur’ stond. Ooit voor de varkens, later voor tweedehands meubels en uiteindelijk rommelschuur en onderkomen voor broers die er hun hobby’s konden botvieren. De ooit, volgens zeggen, verstopte geheime krantjes uit de Tweede Wereldoorlog zijn niet meer teruggevonden. Het haalde veel herinneringen boven. Onze eerste wc was er nog, maar op de plek waar ik ooit mijn eigen studeer-slaapkamer had was inmiddels een modernere toiletgelegenheid gemaakt en een keurige badkamer. Ook de zolder was niet meer wat het was. Kleine kamertjes hadden we, waar net een of twee twijfelaars in pasten, waar we dan met z’n tweeën in sliepen. Zelfs de opkamer was kleiner gemaakt. Ooit sliepen we er met z’n tweeën en konden soms niet in slaap komen als ernaast in de woonkamer een verjaardag werd gevierd met veel sigaren en sigaretten.

Zij hebben de ‘Leendert Valstarhof’ opgesierd met een uiterst informatief bord over Leendert Marinus Valstar (1908 – 1944)
Tot medio april heeft Valstar in de gevangenis aan de Weteringschans vast gezeten en is daarna weggevoerd naar Kamp Amersfoort en twee weken later naar Kamp Weimar-Buchenwald. Buchenwald was een werkkamp en volgens de documenten werden de gevangenen zelfs betaald. Als “Verdacht illigaler Betätigung” was hij op 2 april 1942 als nummer 1000 ingeschreven, met S.D. Amsterdam als afzender. De overlijdensakte van Leendert Valstar vermeld dat hij is gestorven op 2 september 1942, “Todesursache akute Colitis (Dickdarmentzündüng)
De zes kinderen Valstar waren nu wees. Tante Dirkje werd hun voogd en heeft de rest van de oorlog en ook daarna nog een aantal jaren, voor hen gezorgd. Toen een Rotterdamse vriendin haar om hulp vroeg om een Joodse man te verbergen, aarzelde ze niet. Ze schijnt gezegd te hebben, er wonen hier toch al zoveel mensen, die kan er ook nog wel bij. Zo kwam de bijna dertigjarige diamantslijper Tobias Leendert Bamberg in de Latherusstraat terecht. Theo was opgegroeid in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, zijn ouders, vijf zussen en een broer zijn allemaal weggevoerd en nooit meer teruggekomen. Eén nichtje van hem heeft het overleefd en werd na de oorlog opgenomen in het gezin Bamberg-Valstar. Dirkje nam de onderduiker na de oorlog mee naar de gereformeerde kerk, hij volgde catechisatie en in februari 1948 trouwden Dirkje en Theo. Ze kregen samen twee dochters, waarvan de oudste nog steeds in haar geboortehuis aan de Latherusstraat woont.
De vergissing uit het begin van dit verhaal, is niet de enige. Wanneer je op Wikipedia
Ooit vond ik het overdreven dat het hoofd van onze school iets begon met computers. Bij het katholieke administratiekantoor volgden we (min of meer verplicht) onze eerste cursussen op een computer. We gebruikten in die tijd nog van die slappe floppy’s. Later werden ze kleiner, met een schuin hoekje. Op de rommelkamer heb ik her en der nog stapeltjes liggen. Geen idee of er nog wat op staat en hoe ik het er af zou moeten krijgen… ‘Error’, dat was voor ons in die begintijd wel een heel belangrijke term en we hebben zeker veel fouten gemaakt. Uiteindelijk wende het, kochten we ook voor thuis een computer en nu in 2025 weten we niet beter. De grote kasten en beeldschermen werden een simpele laptop, waarop ik nu mijn blog kan invoeren. Verandering, het is blijkbaar niet tegen te houden en we raken er snel aan gewend. Waar we in het begin nog morele en ethische bezwaren zagen, maken we er nu volop gebruik van. Onze grootouders zouden er niet veel van begrijpen, dat is zeker.
Op de trouwakte van mijn ouders zet ze dan ook niet haar handtekening, ze kan het niet meer; vanwege hevig beven. Op een oudere akte is haar naam wel te vinden en is te zien dat de k’s van Kikkert (haar familienaam) alle kanten opgaan.
NB Op radio Klassiek kwam een item voorbij over ‘de Boom van het Jaar-verkiezing 2025’. Nu onze oudste broer niet meer thuis kan wonen vanwege zijn ziekte, heb ik de ‘beroemde es’ waar hij altijd liefdevol over sprak genomineerd. Ik kon alleen niet uitvinden op wiens grondgebied deze boom staat. Maar er is vast een bloglezer die mij verder kan helpen. (zie blog: 

Op 20 december schreef ik een blog onder de titel: ‘geboortegrond’. We sloten ons reisje door het noorden van het land af met een bezoek aan het Drents Museum. Jazaker, hetzelfde museum dat afgelopen weekend zo in het nieuws was. De reden was de boeiende tentoonstelling over de Hoogeveense kunstenaar en schrijver Albert Steenbergen. Broer Henk had mij geattendeerd op het boek dat bij de tentoonstelling hoorde en wees mij er op dat het bij ‘De Slegte’ al in de aanbieding was. Een boeiend boek, met een goed overzicht van het leven en werk van de Hoogeveense kunstenaar.
Zo nu en dan beluister ik de podcast van het Nederlands Dagblad; ‘
Afgelopen week draaide in onze dorpsbioscoop een bijzondere film. Met z’n vijven gingen we naar de film ‘Conclave’. Jaren terug had ik al eens de bestseller van Robert Harris gelezen. Een uitermate spannend en boeiend boek. Voor wie van de roomse liturgie houdt is het een zeer onderhoudende film en met alle intriges erbij is het interessant en spannend. Er gebeurt van alles, maar uiteindelijk loopt het toch net weer anders dan je gedacht had. Heel mooi is aan het eind een toespraak van outsider kardinaal Benitez tegen een kardinaal die zichzelf uiterst geschikt vindt om de nieuwe paus te worden: “Wat weet jij van oorlog? Ik heb in Kaboel de rijen met doden en gewonden gezien, christenen en moslims. Als je zegt dat we moeten vechten, waar denk je dat we tegen vechten? Waar je tegen vecht is hier, in je hart, in elk van ons. We moeten niet toegeven aan haat, als we spreken van ‘kanten’, in plaats van te spreken voor elke man en vrouw. We lijken alleen maar bezig met onszelf, met Rome, met deze verkiezingen, met macht, maar deze dingen zijn niet de kerk. De kerk is niet de traditie. De kerk is niet het verleden. De kerk is wat we nu gaan doen.” Toen ik dat hoorde moest ik weer denken aan mijn blog. “De kerk is niet de traditie. De kerk is niet het verleden. De kerk is wat we nu gaan doen.” Wat een prachtige uitspraak. De kerk is een verzameling zondige en gebrekkige mensen, maar al die mensen mogen wel samen het lichaam van Christus vormen. Juist in zo’n kerk horen hoeren en tollenaars thuis, homo’s en lesbiennes, bajesklanten en verslaafden. In zo’n kerk voeren ook zusters het woord en staat de deur voor iedereen open.
Eén van de waarschijnlijk blijvende ergernissen, ook in 2025, is wel de kerkelijke verdeeldheid. Gelukkig kwamen er in 2024 twee heel kleine gereformeerde kerkgenootschappen weer bij elkaar. De DGK en de GKN, beide afsplitsingen van de voormalige GKv. In beide zit gelukkig een G. Maar uiteindelijk, en dat klinkt misschien negatief, blijft het gerommel in de marge. Waarom zijn er geen acties, ook vanuit deze twee kleine kerkgenootschappen, om zich te voegen bij de NGK of de HHK of de CGK? En waarom is het streven om een samengaan van NGK en CGK inmiddels volledig van de baan? Waarom sluiten we ons toch steeds op in ons eigen gelijk? Het samengaan van GKv en NGK was immers een mooie stap op weg…. Natuurlijk zie ik alle tegenwerpingen al voor me, maar de gemiddelde leden van deze kerken hebben vaak geen idee wat nu echt de verschillen zijn.