Categorie: vakantie

Rafelranden

Het was dan wel heel warm de afgelopen weken, maar dat heeft er ons niet van weerhouden toch regelmatig de fiets te pakken. Zo waren we een paar dagen in Zeeland bij onze kinderen op een vakantiepark in de buurt van Brouwershaven. Aangezien ik niet de hele ochtend in het zwembad wilde liggen, kon ik er heerlijk op uit met de fiets. In Kerkwerve, halverwege naar Zierikzee, was het stil, maar de bomen zaten in ieder geval nog goed in het blad. Genoeg schaduw om even weer bij te tanken. Eenmaal in Zierikzee was toch wel te merken dat de hittegolf veel mensen buiten de stad hield. De Nieuwe Kerk was gelukkig open vanwege een schilderijententoonstelling. Een vriendelijke mevrouw liet me zelfs het orgel horen via een CD en zo klonk opeens Medelsohn door het lege kerkgebouw. Binnen was het een stuk koeler en het glas water zat zelfs bij de prijs in. Voor de Sint-Lievensmonstertoren, naast de Nieuwe Kerk, hoefde ik niet te betalen om er rond te kijken. De mevrouw van de muziek en het water had mij attent gemaakt op de prachtige miniatuur van de oorspronkelijk Sint-Lievensmonsterkerk, die helaas door brand was verwoest. Je zou willen dat je de tijd terug kon draaien, want het was een magistraal en prachtig kerkgebouw. Voor een euro kon ik de Dikke Toren beklimmen. De kaartjesverkoper verzekerde mij dat de toren koel was en dat hij nog geen extra hulp had hoeven inroepen voor beklimmers vanwege de warmte. Met in mijn hand een verlepte bloem, nam ik de wenteltrap naar boven. Op 62 meter hoog mocht in de bloem naar beneden gooien en hiermee werd ik onderdeel van een kunstwerk. Aan de voet van de toren lagen her en der de verdorde bloemen… Mooi om te laten zien en mee te maken; verhef het ‘vergane’ tot kunst. Vanaf de toren, het was helaas net zo warm als beneden, had ik wel een prachtig uitzicht over het Zeeuwse landschap. Rechte wegen, afgemeten akkers, waarvan vele er nogal geel uitzagen. En zeker vanaf boven goed te zien; alles is benut, nergens een rafelrand te zien. Op mijn tocht terug viel het me nog eens op, alles is benut en alles ziet er netjes en verzorgd uit.
Op een warme zondagmiddag fietsten we het warme Diemen uit. Via de nette randen van IJburg reden we over de IJsselmeerdijk naar Muiden. Met verbazing hebben we daar staan kijken naar de verwoeste en verweesde volkstuintjes. We wisten niet beter of dit was een prachtige rafelrand. Rommelige tuinen wisselden goed onderhouden tuinen af en soms kon je zelfs groenten kopen en het geld achter laten in een kistje. Nu is het een grote puinhoop en je ziet de bebouwing oprukken. Ook Muiden ontkomt niet aan de bouwwoede blijkbaar. En ook hier van die ’21-eeuwse eenheidsworstbouw’, donkerrode steen afgewisseld met witte en puntgevels die iets authentieks moeten geven. Na de bouwvakvakantie zal de rafelrand wel plat gebulldozerd worden en in snel tempo worden volgebouwd met waarschijnlijk nog duurdere woningen, omdat ze een beetje uitzicht hebben op Pampus. Maar oh, wat jammer van deze boeiende rafelrand die daar altijd was. Hier en daar zijn de protestleuzen nog zichtbaar, maar de tuinbezitters zullen nu toch hun groenten bij de supermarkt moeten halen.

Bij het lezen van de laatste bundel non-fictie verhalen van Frank Westerman, moest ik regelmatig aan de rafelranden denken. Westerman schrijft daar op zijn boeiende manier prachtige verhalen over. En dat gaat van echte ja-knikkers bij Schoonebeek tot de moord op een boekverkoopster in Wageningen. De rafelranden van de samenleving, immers het wordt hier toch niet volmaakt; dat maakt zijn bundel ook zo boeiend. Die o zo gewone Nederlanders, vaak ja-knikkers, kunnen zo maar in het criminele circuit belanden, of ze komen terecht bij de kant van de nee-zeggers. Daarom is het zo jammer dat overal de rafelranden verdwijnen.
Zo hadden we jarenlang langs de Weespertrekvaart een heerlijk rommelgebied; een Eendengarage, een nederzetting van de Hells-Angels en allerlei loodsen met onduidelijke bedrijfjes. Er staan nu hippe, zeer kapitale villa’s, omgeven door hoge muren. O zo jammer. Gelukkig hebben we schrijvers als Westerman die in in ieder geval de verhalen levend houden. Laten we dat maar koesteren en proberen daar waar nog rafelranden zijn, ze niet te saneren.

Hochzeit

We waren natuurlijk niet alleen voor het Carl BenzMuseum, het Schloss Zwetzingen of de langste winkelstraat van Duitsland, ruim een week in het prachtige stadje Ladenburg. Afgelopen zaterdag maakten we een prachtige ‘Hochzeit’ mee. Het is een woord dat me intrigeerde; ‘Hochzeit’ een mooi woord, waar zou dat toch vandaan komen? In het begin zeiden we steeds dat de zoon van vrienden ging ‘heiraten’, maar dan was het al gauw dat het woord Hochzeit weer klonk. Na enig zoeken op het wereldwijde web, kwam ik erachter dat ‘Hochzeit’ vroeger gold voor alle grote kerkelijke feesten en dat het tegenwoordig alleen nog gebruikt wordt voor het huwelijksfeest. Het feest waarop man en vrouw elkaar dus trouw beloven. Van alle hoge feesten werd het uiteindelijk dus eentje het hoogste feest. Een mooi beeld is dat eigenlijk wel, want het huwelijk is een afspiegeling van nog iets veel mooiers en heel groots. Hoogfeest dus, net als Hooglied, het prachtige oudtestamentische Bijbelboek over de liefde tussen man en vrouw. En het ‘heiraten’, ik denk dat dat vaak gebruikt wordt voor het sluiten van het burgerlijk huwelijk. En een ‘Hochzeit’ werd het, startend met een hele mooie dienst, met veel zang en orgelspel en werd het feest vervolgens voortgezet naast de kerk met taart en bubbels.

Het bruidspaar was in de gelukkige omstandigheid dat ze de kerkelijke plechtigheid konden laten plaatsvinden in de prachtige Dreifaltigkeitskirche in Speyer. Speyer, aan de Rijn en ruim een half uurt rijden vanaf Ladenburg, heeft een hele serie mooie kerken, maar de Dreifaltigkeitskirche is wel de mooiste. De Dom van Speyer is overweldigend, de grote Gedächtniskirche  is indrukwekkend, maar Dreifaltigkeitskirche is een prachtig voorbeeld van Romantische Bouwkunst. (Die Kirche gilt als „herausragende Leistung evangelischer Kirchenbaukunst und als Juwel des Barock“. [zegt wikipedia]). Het leukst waren we de banken waar we zaten. Je kon aan beide kanten zitten. Van alles kun je er bij verzinnen waar dat voor is, voor je jas, je kerkboek of je tas? Of is het bedoeld, dat wanneer je het niet eens bent met de preek, je de predikant de rug kunt toekeren? Je gaat er zomaar van alles bij verzinnen.
Gelukkig wist de bruidegom wel hoe het zit. Je kunt met je gezicht richting het podium en het altaar zitten, bijvoorbeeld in verband met het Heilig Avondmaal. Maar wanneer de voorganger gaat preken en de trap (op de foto aan het eind van de dubbele bank) neemt naar de kansel, kun je voor beter zicht even oversteken. In de Lutherse eredienst staat immers net als in de gereformeerde eredienst, het Woord centraal!

Het ene museum is het andere niet

Toen we vertrokken stond deze prachtige oude autobus voor het museum.

Vanuit het warme zuiden kwamen we bijna een week geleden in Duitsland aan. Het plaatsje Ladenburg ligt op zo’n 10 kilometer van Heidelberg aan de Neckar. Ladenburg heeft Romeinse overblijfselen, maar leuker is dat het Carl Benz Museum hier is gevestigd. Maanden geleden had ik al eens gegoogeld wat er allemaal te doen was in Ladenburg en dat van Carl Benz sprong er wel uit. We kwamen zelfs het stamlokaal van Carl Benz tegen in de Hauptstrasse. Helaas is het museum alleen in het weekend (we hebben dan andere bezigheden) open en op woensdag, maar dat laatste was ons ontgaan. Na een rondje Neckar, toch even kijken bij de prachtige oude Benz fabriek. Gelukkig stond de voordeur open en een vriendelijke meneer liet ons binnen, het museum was toch open voor een groep.
We betraden een prachtig oud fabrieksgebouw, met een geweldige verzameling old-timers. Van de eerste Benz tot en met een Formule 1 wagen, met een Mercedes-motor uit de jaren 90 van de vorige eeuw. Daarnaast ook een hele verzameling motoren (motorfietsen) en natuurlijk gewone fietsen. Vanaf de eerste loopfiets en de gemotoriseerde fiets van Daimler, naar statige modellen uit de jaren 20. Bijzonder om te zien was dat er dan qua vormgeving in vergelijking met de hedendaagse fiets nauwelijks iets is veranderd. Bij auto’s zijn de verschillen wat dat betreft toch veel groter.

een prachtige graphic novel over het leven van Carl Benz

Ook ontdekte ik dat er in de jaren 50 al fietsen waren met allerlei soorten ondersteuning, zelfs de middenmoter was al uitgevonden. Moderne e-bikes waren er niet natuurlijk, maar over twintig jaar zullen die er ook wel bij komen. Helaas hebben wij de fietsen niet bij ons, omdat Coos natuurlijk nog niet mag fietsen met haar hand in gips. Gelukkig mag dat volgende week eraf als we weer in Nederland zijn. Of er in het verleden ook veel ongelukken gebeurden met de snellere fietsen, kon ik in het museum niet vinden.
Een paar blogs terug heb ik iets gezegd over onze goede vriend Wout, die ook met de fiets een ongeluk had gehad. Het gaat goed met hem, hij is volop in revalidatie en gaat met sprongen vooruit, Tijs van den Brink schreef voor Radio 1 een mooie column over zijn bezoekje aan Wout. (radio 1).

CBB “het gaat niet meer lukken”

Het gaat niet meer lukken, helaas. Wat graag had ik ‘Menselijke voorwaarden’ van Junpei Gomikawa ingelezen bij de CBB. Nu was er inmiddels al niet veel keuzevrijheid meer geloof ik, maar het gaat dus niet lukken. CBB Zeist gaat sluiten, dat tot groot verdriet van alle inlezers. Het inlezen wordt door de CBB vrijwel geheel geconcentreerd in Ermelo (op een Friese enclave na) en daar hebben de Zeister inlezers geen trek in. Het trieste van het hele verhaal is dat het CBB het op zo’n klunzige manier heeft gecommuniceerd. Op een keer lag er een mededelingenblad op de koffietafel waarin een paar zinnen stonden over de aangekondigde sluiting van de vestiging in Zeist. Het was, dat het was onderstreept en het personeel een hint gaf, anders waren we er maanden later pas achter gekomen.
De Christelijke Blinden Bibliotheek dateert van begin vorige eeuw. Ooit was er een Amsterdamse dominee, die zich bekommerde om blinde gemeenteleden. Toen hij dat vertelde aan zijn vrouw, had deze binnen de kortste keren een damescomité bij elkaar, zo ging dat in die tijd, die stichtelijke lectuur in braille beschikbaar maakte. Zo werd deze predikantsvrouw min of meer de oprichtster van het CBB. Tegenwoordig wordt van deze instelling landelijk gebruik gemaakt, alles wat ingelezen wordt kan via Passend Lezen worden aangevraagd tegen een kleine vergoeding. Men moet wel een leesbeperking hebben natuurlijk. Zo worden er jaarlijks door het CBB honderden boeken beschikbaar gemaakt in luistervorm, een fantastisch mooi werk. Via een wervingsadvertentie werd ik begin 2017 opmerkzaam gemaakt op vacatures bij de CBB en wat is er nu mooier dan voorlezen. Uiteindelijk bleek het toch wel wat ingewikkelder te liggen. Ik moest een soort toelatingsexamen doen en bij het eerste boek wat ik inlas, stond regelmatig het zweet op mijn rug, stop.. verbeteren.. opnieuw. En dat vele, vele keren.
Na ruim een jaar inlezen en vier boeken verder heb ik de slag wel te pakken. Maar helaas, de tent gaat sluiten in Zeist. Blijkbaar heeft het management een vernieuwingsslag te doen en levert het pand in Zeist op een andere manier meer geld op. Er is flink geprotesteerd door mede-inlezers, maar helaas dit mocht niet meer baten. Eind deze maand sluiten de studio’s en rest er ons nog een afscheid van de beide medewerksters. Een tijdperk is dan ten einde.
Nu we op vakantie zijn en zoals gewoonlijk weer een doos boeken hebben meegenomen, moet ik er regelmatig even aan terugdenken. Haast als vanzelf ga ik sommige mooie zinnen in mijzelf hardop voorlezen; hoe zou ik het vormgeven? Zeker bij ‘Menselijke voorwaarden’, een indringend verhaal over een jonge Japanner die verzeild is geraakt in Mantsjoerije. Dat laatste was in de Tweede Wereldoorlog bezet gebied door Japan. Hij probeert de oorlog te ontlopen en zo medemenselijk mogelijk te handelen, maar het wordt hem bijkans onmogelijk gemaakt. Prachtig verteld door Gomikawa en pas dit jaar vertaald in het Nederlands, maar in Japan verscheen het eerste deel al in 1958. De schrijver laat door hoofdpersoon Kaji op een geweldig manier dilemma’s zien, in de liefde, in het werk en later ook in het leger. Naast prachtige zinnen, zet het de lezer ook aan het denken, terwijl je ondertussen ook wilt weten hoe het verhaal verder gaat.
In de stilte van de Luberon, tussen de bijna paarse lavendelvelden, heerlijk om zo’n meesterwerk te lezen. Al denkend kom ik uit bij de CBB-manager; welke ‘menselijke voorwaarden’ hebben er allemaal door zijn hoofd gespeeld? Van reorganisaties en saneren had hij veel kennis. Maar de CBB heeft hij er door zijn handelen geen grote eer mee bewezen.
Op de koffietafel lag een oude LP, ooit uitgegeven om het werk van ten behoeve van het blindeninstituut te ondersteunen: Feike Asma op het orgel! Nostalgie, bijna niemand van de inlezers heeft nog een pick-up of draaitafel. De titel luidde “Vat Gij mijn hand”, een mooi dubbelzinnige titel in het kader van hulp aan blinden en slechtzienden. Wat de sluiting van Zeist betreft had het bestuur en management de inlezers, wat mij betreft, ook wel wat beter bij de hand kunnen vatten en meenemen in hun besluit.

‘Visages villages’: een geweldige film!

Een prachtige poster! En dan de titel, klinkt toch prachtig in het Frans…. Visages Villages…, in het Nederlands lijkt het namelijk nergens op; Gezichten Dorpen. In de krant las ik begin december een positieve recensie. Ergens in mijn achterhoofd ging toen een lampje branden, maar langzaam doofde het ook weer. Kende ik mevrouw Varda ergens van? Had ik die foto bij de recensie ergens gezien? Inmiddels hebben we de film gezien in onze plaatselijk theater, annex bioscoop. Na enig zoeken en terugbladeren klopte het, waar Blendle al niet goed voor is. Op de voorkant van de PS (dagelijkse bijlage van het Parool) stond een prachtige foto van de postbode van Bonnieux (midden in de Provencaalse heuvels, met vlakbij het geweldige Château La Canorgue!). Vanaf het terras van madam Sylvie, waar we een heerlijke salade nuttigden, konden we hem zien, een huizenhoge uitgeknipte postbode, afgedrukt in zwart-wit, geplakt op een huismuur. Ik weet dat we het erover gehad hebben; wie doet zoiets en waarom is het gedaan? Een bijzonder statement, maar we legden op dat moment geen verband met de portretfoto’s die het marktplein van Reillanne sierden. Een mooi eerbetoon aan de plaatselijke postbode, dachten we. Bijzonder was wel dat er in Bonnieux op een andere plek nog zo’n grote foto was geplakt. In Reillanne, twintig minuten rijden oostelijker, was ons door de eigenaar van ons vakantieappartement verteld dat die grote portretfoto’s door een bijzondere fotograaf waren gemaakt, “een project of zo..”.

Door de prachtige film ‘Visages Villages’ werd opeens het hele verhaal duidelijk. De jonge Franse fotograaf JR maakte enkele jaren geleden kennis met de inmiddels 89-jarige filmmaakster Agnes Varda. Samen hebben ze deze film bedacht en gemaakt. Gewone mensen opgezocht, ver van de grote stad, en gepeild wat deze mensen bezield. Prachtige portretten zijn het geworden, van ‘gewone’ mensen in verschillende Franse dorpen. Tegelijkertijd maakte de fotograaf ook zijn beelden, vergrootte ze uit en plakte ze op. Als studio gebruikte hij regelmatig zijn busje, dat er van de buitenkant uit ziet als een groot fototoestel. De poster van de film laat een oog van Agnes Varda zien, geplakt op een treinwagon. In de film verdwijnt het oog langzaam in de verte, symbolisch voor het zicht van de filmmaakster, dat ook langzaam achteruit gaat. Zo zit de film vol met persoonlijk verhalen van de beide makers en van gewone, vaak optimistische mensen. De film zet aan tot glimlachen en ook tot nadenken over het leven, het naderende einde en het nut van kunst. Schitterend hoe verbanden worden gelegd door mensen en dieren uit te vergroten. Voor Coos en mij waren verschillende beelden extra treffend, omdat we ze gezien hadden. Maar ook voor diegene die nog nooit in Frankrijk is geweest is de film een must. Gelukkig draait hij her en der nog in ons vlakke Nederland.

Aan de rand van het marktplein in Reillanne, anno zomer 2015.