Categorie: vakantie

Leestips

Zo nu en dan pak ik het ‘leesclub-boek’ (voor eind september) en worstel mij door weer een hoofdstuk. Dat gaat al twee maanden zo, maar gelukkig heb ik tussendoor veel andere boeken onder handbereik. Sommige van deze boeken heb ik zelfs verslonden. Op dat ‘leesclub-boek’ kom ik later nog wel terug, maar dat doe ik, denk ik, wanneer we het besproken hebben. Dan heeft misschien de bespreking van die bijna vijfhonderdvijftig bladzijden nog wat lichtpuntjes gebracht. Daarom gewoon maar een kronkelige reis door mijn boekenland van de afgelopen maanden. Boeken die blijven hangen en wanneer ik ze zelf heb aangeschaft, nog es doorblader en hier en daar herlees.

Aan het begin van het jaar vond ik op de plank ‘pas verschenen’ in de biep, het boekje van de ‘Heel Holland Bakt’ presentatrice Martine Bijl over de gevolgen van een hersenbloeding die ze in 2015 kreeg. Op een indrukwekkende manier schrijft ze over wat dat met haar en haar omgeving doet. Prachtige observaties in korte hoofdstukjes gevat; hoe ze lichamelijk en ook emotioneel verandert. Haar gevecht om een gewoon leven te blijven leven en tegelijkertijd ook de aftakeling en beperkingen te aanvaarden. Bijzonder boekje van een bekende tv-persoonlijkheid, die in juni j.l. overleed. Haar verhalen zetten aan het denken, over zinloos lijden (zoals dat vaak genoemd wordt) en of je dan als mens mag ingrijpen. De schrijfster leert de lezer dat het ook goed is om te aanvaarden, dat het leven niet maakbaar is en dat het ook simpelweg bij het leven hoort dat het niet volmaakt is. En dat laatste is nodig in een wereld waarin zoveel mensen streven naar groei en nog meer groei, naar een perfect lichaam en een rimpelloos bestaan… En in de week dat het Sociaal Cultureel Planbureau meldt dat Nederlanders zich zeer gelukkig voelen en meer dan een vette voldoende voor hun bestaan en hun geluk geven (een 7,8), is het ook goed om te beseffen dat het rinkel-de-kink zo maar kan veranderen.

Dit boek kwam ik ook tegen bij de bibliotheek op de plank ‘pas verschenen’. Trouwens niet alles op die plank is van recente datum, sommige medewerkers zetten ‘min of meer aantrekkelijke boeken’ gemakkelijk weg. Michael Palin was niet alleen een zeer origineel lid van Monty Python (typisch Brits cabaret) maar hij heeft ook een aantal prachtige reisdocumentaires voor de BBC gemaakt. Deze documentaires werden later niet alleen op video uitgebracht, maar ook in boekvorm (kijk maar eens bij de boeken en video afdeling van de kringloopwinkel). Die docu’s werden gelukkig nog een beetje in het slow-televisie tijdperk gemaakt. Tegenwoordig wordt in één reisprogramma veel te veel gepropt en draait het net teveel om de bijzondere presentator, maar dit terzijde.
In Erebus vertelt Palin de geschiedenis van een schip. Een oorlogschip dat wordt omgebouwd, tot een schip om verre ontdekkingsreizen te maken en op zijn laatste reis naar de Noordpool spoorloos verdwijnt (rond 1850). Palin heeft zich zorgvuldig ingelezen in historische bronnen en is ook zelf op reis gegaan. Een prachtig verslag over zeelieden die uit zijn op avontuur en plaatsen die nog niet zijn ontdekt. De drang om meer te weten komen over de aarde, maar ook eerzucht, liefde en verdriet, alles komt in dit prachtige boek voorbij. Het geeft ook een mooi beeld van het grote Britse Rijk met al zijn hebbelijk en onhebbelijkheden. De Vlaamse tv had eind vorig jaar een mooi interview met Palin en zette  mij mee op het spoor van dit imposante  ‘reisverslag’.

In mijn ‘vakantiedoos’ stop ik meestal meer boeken dan ik tijdens die paar weken kan lezen. Ik kan dan kiezen en een boek ook wegleggen wanneer het niet bevalt. De weduwe van burgemeester Eberhard van der Laan (begin oktober twee jaar geleden gestorven) schreef over haar rouw en over haar drie jonge kinderen op zaterdag een verhaaltje in Het Parool. Trefzeker schreef ze over wat het verdriet en het gemis met haar en haar kinderen deed. Onverbloemd kwamen de tranen, gekke momenten en ook de lach voorbij. Zo herkenbaar!
En alhoewel het in onze vakantie soms gewoon te warm was om te lezen, een mens doet zich wat aan, heb ik veel verhaaltjes van Femke van der Laan nog eens herlezen. Het leert de lezers op een mooie manier, dat rouw gewoon bij het leven hoort.
Na een jaar is ze gestopt met deze columns in de zaterdagse PS, maar gelukkig kreeg ze wel een nieuwe plek op de donderdag. Een paar weken terug schreef ze nog een prachtige column over een jongen van 15 die, samen met een paar vrienden, stiekem met de auto van zijn vader ging rijden en onderweg de politie tegenkwam. (De toekomstige burgemeester (15) nam de auto van zijn ouders). Een ijzersterke bijdrage aan de discussie die ontstond na een opgeklopt verhaal in De Telegraaf over de puberende zoon van de huidige burgemeester.

Soms, wanneer Coos een kraamgezin afsluit, komt ze met een geschenk thuis. Vaak is dat een mooie bos bloemen, soms een leuke fles met inhoud, maar zelden een boek. Maar die ene keer was het een boek door de kraamvader zelf geschreven en gesigneerd. Ook dat boek ging mee op vakantie en niet ten onrechte. Ik ben verzot op schrijvers als Frank Westerman en Jan Brokken omdat ze echte levens in hun boeken weer tot leven wekken. Die levens worden dan ingebed in de geschiedenis en wat ze daarin betekend hebben. Daan Dekker heeft dat gedaan met het leven van stedenbouwkundige Siegfried Nassuth. Nog nooit had ik van deze man gehoord en ook in de Bijlmer, zoals we Amsterdam-Zuidoost nog vaak noemen, heb ik geen standbeeld van hem gezien. Zelfs geen straat is voor zover ik weet,  naar hem genoemd! Toch was Nassuth de bouwmeester die de Bijlmer heeft ontworpen. Ongetwijfeld ben ik zijn naam wel tegengekomen bij Murat Isik in ‘Wees onzichtbaar’, maar hij was niet blijven hangen. Na het lezen van ‘De Betonnen Droom’ is het een naam om nooit meer te vergeten. Jazeker, de bedenkers van de honingraatflats zijn naderhand verguisd, de Bijlmer was een megalomaan en mislukt project in de ogen van velen. Maar Daan Dekker laat in zijn boek zien dat, dat wat de Bijlmer uiteindelijk is geworden, door Nassuth en zijn team nooit zo was bedoeld en ook niet bedacht. Harde economische regels en politieke beslissingen hadden een aantal belangrijke uitgangspunten en spelregels veranderd en uitgegumd, waardoor het uiteindelijk een redelijk mislukte stadswijk werd.  Al is er in Zuidoost dan geen monument te vinden voor Nassuth, dit boek is een monument en het lezen meer dan waard. Dat laatste ook omdat het verhaal van Siegfried Nassuth over zijn jeugd in Nederlands-Indië, zijn studie in Delft, tot leven komt, afgewisseld met verhalen over de bouw van de Bijlmer. Ook komen enkele bewoners aan het woord om te vertellen hoe het echte Bijlmer-leven eruit ziet.

Het zijn niet alleen de vrijdagse bijlage van het ND (Gulliver) of de zaterdagse boekbespreking in Het Parool die mij op het spoor zetten van bijzonder boeken. ‘Cliffrock Castle’ werd mij aanbevolen door mijn zus. Ik heb het idee dat zij minstens één keer per week naar de bibliotheek in Amersfoort loopt om daar lekker rond te snuffelen. En omdat we als familie natuurlijk wel een beetje dezelfde smaak hebben, neem ik haar adviezen graag ter harte; waarvoor dank!
Mij viel trouwens op dat Cliffrock en de C van Castle cursief op de omslag staan, evenals de naam van de schrijfster. Een goede grap dacht ik, maar na het lezen van het boek, werd het duidelijk. De echte Josephine heeft vijf jaar op het Schotse platteland gewoond en doet daarvan op een humoristische manier verslag van in dit boek. Ze wil haar echte naam niet vermeld en ook niet de echte naam van het kasteel waar ze werkte als ‘housekeeper’, om daarmee de bewoners af te schermen. Gelukkig wordt uit alles duidelijk dat het geen fictie is maar werkelijk non-fictie.
Het is boeiend om een hedendaagse leefwereld binnen te stappen, die veel mensen alleen maar kennen van de serie ‘Downton Abby’. Het standenverschil in de wereld waar Josephine werkte is echt, en uiteindelijk is het zo benauwend dat ze mee daarom met haar gezin naar Nederland terugkeert. De lezer leert veel over de schijnbaar puissant rijke kasteeleigenaren en dat zet aan tot denken. In deze tijd van een afscheid nemend Brits Rijk van Europa, ga je beseffen dat aan de andere kant van de Noordzee nog steeds heel veel mensen denken dat de wereld er net zo uit ziet als honderd jaar geleden. In dit boek kun je je mooi verplaatsen in die wereld van de ‘bovenklasse’, die schijnbaar alleen iets menselijks toont wanneer het om de gezondheid van de zoon van de housekeeper gaat. Inmiddels is er ook een vervolg op Cliffrock Castle verschenen. Wel gek, nu is de C van Castle opeens niet meer cursief…….

Een beetje een rare afbeelding van een boek, maar zo komt de omslag mooi tot zijn recht. [Leerlingen zetten hun boek op deze manier wel eens op tafel, maar dan kregen ze van mij een reprimande. De rug van het boek, ook een ingenaaide rug, zakt zo volledig uit zijn verband.] Ook dit boek kwam ik tegen op de bekende plank in de bibliotheek. De vrouw op de omslag trok mijn aandacht, die had ik eerder gezien. Op dat moment geen idee waar, maar het boek vertelde mij dat ze een poster van het Rembrandthuis had gesierd; vandaar. Nu heb ik door de jaren heen veel over Nederlands beroemdste schilder gelezen, maar dit verhaal was me volledig onbekend. De twee prachtige portretten hangen in een museum in Warschau (Polen). De schrijfster, kunsthistorica Gerdien Verschoor, verhaalt in dit boeiende boek hoe deze portretten van Rembrandt in Polen zijn terecht gekomen. Daar doorheen weeft ze het verhaal over de trieste geschiedenis van het land Polen, Poolse koningen en de laatste eigenaars van deze schilderijen: de Poolse adellijke familie Lanckoroński. Ook dit is een prachtig non-fictie verhaal en leert de lezer veel over een deel van de Europese geschiedenis, waar in Nederland nauwelijks iets over bekend is. Wenen, ooit de hoofdstad van een groots keizerrijk, adellijke families die niet ‘werken’ en alleen maar reizen en kunst verzamelen, wat een boeiende wereld. Ook de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog spelen een rol in het bestaan van de twee Rembrandts, maar ook adellijke moed en de drang om te overleven en eeuwenoude kunstwerken door te geven aan het nageslacht. Een bijzonder boeiend boek, zeer aanbevolen!

In een ND-artikel kwam ik dit boek tegen. Iemand had beweerd dat er zo weinig over het milieu en het beschermen daarvan in Afrika werd geschreven. Maar de schrijver van het artikel wees op dit boek van Helon Habila, een Nigeriaanse schrijver, tegenwoordig woonachtig in de VS. Dit boek gaat over twee journalisten die proberen een ontvoerde blanke vrouw te vinden. Ze dwalen rond in de Nigerdelta waar oliemaatschappijen hele dorpen opkopen, vervolgens vernietigen en ondertussen het milieu ook nog ongelooflijk verontreinigen. Een spannend verhaal met een mooi plot, maar ook een aanklacht tegen onderdrukking en uitbuiting. Bij welke oliemaatschappij kun je nog zonder gewetensbezwaren je tank laten volgooien?
Op internet vond ik ook de omslag van de Engelse uitgave. Wat ik mij dan afvraag waarom die ook niet werd gebruikt voor de Nederlandse vertaling. Hij is veel treffender en geeft veel beter de kern van het boek weer. De letters op de Nederlandse uitgave zijn mooi gevonden, maar toch past het lettertype van de Engelstalige uitgave beter bij het droevige verhaal.

Afgelopen seizoen was er in ‘De Wereld Draait Door’ regelmatig aandacht voor Willem Wilmink (1936 – 2003). Wilmink is vooral bekend als schrijver van liedteksten voor De Stratemakeropzeeshow, Het Klokhuis, De film van Ome Willem, Sesamstraat, J.J. De Bom voorheen De Kindervriend en Kinderen voor Kinderen. Ook schreef hij voor Herman van Veen en veel andere vertolkers van het Nederlandse lied. Liedjes van hem werden in DWDD opnieuw ten gehore gebracht, gedichten voorgelezen en  de weduwe van Wilmink mocht aanschuiven bij van Nieuwkerk. Ook deze biografie kreeg ruimschoots aandacht en dat niet ten onrechte. Het is een toegankelijk boek geworden over een wel heel bijzondere man. Het mooie van dit soort verhalen is dat je ook en beeld krijgt van de jeugd van de hoofdpersoon, zijn ouders en ook in wat voor omstandigheden hij of zij is opgegroeid. Wilmink groeide op in Enschede en wanneer ik hem hoorde op de radio of tv, dan was er gelijk herkenning. Zijn Saksische tongval had veel gelijkenis met het Drentse Saksisch dat bij ons huis werd gesproken.
Ik had altijd gedacht dat de op tv bijzonder sympathiek overkomende dichter in werkelijkheid ook zo zijn. Elsbeth Etty maakt in haar biografie duidelijk dat dat niet zo was. Wilmink dronk vaak te veel, had last van zijn oorlogsverleden en vreemde opvoeding en toonde regelmatig wel erg onaangepast gedrag.
Toen ik het boek uit had, ben ik nog eens gaan bladeren in het vuistdikke Verzameld Werk dat ik ooit kreeg van Harm en Elise. En opnieuw kwam ik parel na parel tegen. Op YouTube zijn veel gedichten en liedjes van Wilmink terug te vinden, vaak voorgelezen door de schrijver zelf.

Zo nu en dan wissel ik met Rieke onze oudste dochter een boek uit. Van het ’t Hooge Nest werd zelfs reclame gemaakt op de radio. Na een enkele bladzijde lezen, verdween ook dit boek in de ‘vakantiedoos’. Toen ik er in Frankrijk eenmaal aan begon, bleef ik lezen en wilde weten hoe het met de bewoners van ’t Hooge Nest afloopt.
Roxane van Iperen volgt in dit boek de bewoners van een villa in het Gooi. Wanneer ze er komt te wonen, ontdekt ze de bijzondere geschiedenis van het huis en haar bewoners. Het blijkt dat het in de Tweede Wereldoorlog tientallen Joodse onderduikers in de villa woonden.
Van Iperen heeft heel veel onderzoek gedaan en brengt dat in dit boek op een boeiende manier in beeld. En zeker voor generaties die de oorlog alleen maar uit verhalen van grootouders en overgrootouders kennen, geeft dit een trefzeker beeld van het dagelijkse leven in WOII.

PS    Reacties en leeservaringen met één van de boeken zijn van harte welkom! En, er komt nog een vervolg.

De oma van Sandro

“onze” capparis spinosa

Langzaam kwam ze de trap af naar ons appartement. We hadden haar al een keer in het voorbijgaan ontmoet bij het het hek, maar nu kwam ze met een plastic zakje naar ons terras. Ze wees naar een prachtige plant met lichte paarse bloemetjes. Ze maakte duidelijk dat ze iets wilde plukken en dat haar kleinzoon had gezegd dat de Hollandse gasten dat geen probleem zouden vinden. Sandro, onze huurbaas voor één week, had ons al verteld dat aan de struik kappertjes groeiden. De groene bolletjes zijn eigenlijk ongeopende bloemknoppen en wanneer je ze inmaakt met zout, kun je het later bij gerechten gebruiken. Al plukkend stond oma hele verhalen af te steken, maar ons Italiaans was helaas niet toereikend. Gelukkig kent Coos nog wat potjeslatijn en al snel kwam de telefoon erbij met een foto van de zesennegentig jarige moeder van Coos. Sandro’s oma vertelde dat ze eenennegentig was, maar wel hier en daar wat last had van artrose. Toch wipte ze stevig op een neer om ook bij de bovenste bloemknopjes te kunnen. Toen Sandro even later zijn hoofd door de struiken stak moest oma wel even goed duidelijk maken dat hij zo’n lieve jongen was. Gelukkig kon hij wat vertalen. Een mooi moment, in een land dat ik nog niet kende. Toen ze weer haar weg naar boven had gevonden bedacht ik dat ik natuurlijk een foto van Sandro met zijn oma had moeten maken. Haar gezicht straalde zoveel leven en liefde uit. Sandro moest er wel om lachen; “ze heeft al zoveel ingemaakte kappertjes staan, dat ze die in haar leven nooit meer kan opmaken, toch moet ze perse de verse plukken!” Mooi om haar te ontmoeten en op een simpele manier contact te hebben. Ze straalde geluk uit en toch zal ze waarschijnlijk niet dagelijks de vier kilometer lange weg naar de stad aan de Middellandse Zee afdalen om op het kiezelstrand te gaan liggen. Ik bedenk maar wekelijks een mis bijwoont in een van de mooie kerken in Ventimiglia.

pasta, pesto en kip, met natuurlijk Italiaanse wijn

Op de dag dat we wilden afrekenen stond er een grote doos op de stoep met olie van Sandro’s olijfboomgaard. Vijftienduizend (15.000) liter per jaar oogst Sandro en in het late najaar is in het een paar maanden keihard werken om alles geplukt te krijgen.  Taggiasca-olijven die het vooral goed doen in Ligurië, de regio waar wij zaten, geven een prachtige extra-vierge  olie. (De olijven zijn vrij klein en hebben een extreem lage zuurgraad. Hierdoor heeft de Taggiasca olijfolie een zoete smaak en geen of nauwelijks bittere tonen. Ze rijpen aan de boom totdat ze van groen naar bruin, paarsachtig of zwart zijn veranderd. Zodra ze zijn geoogst, worden ze binnen 48 uur gewassen en geperst. Zodat de extra vierge olijfolie zijn eigen smaak behoud. [citaat internet]). Ook had Sandro er wat takjes van de peperboom bij gedaan en een zak met citroenen uit zijn boomgaard en een stronk van zijn prachtige agapanthus. “Die is zo sterk en doet het overal”, verklaarde Sandro.
De citroenen waren bedoeld om limoncello van te maken. Wij vertelden dat we limoncello in de centrale markthal hadden gekocht. “Moet je gewoon zelf maken”, was Sandro’s opmerking.   Alcohol is in de Italiaanse supermarkt gewoon verkrijgbaar. Sandro was verbaasd dat dat in Nederland niet zo was.  Inmiddels heb ik de citroenen geschild en met een liter alcohol (96%) in een grote ‘Kesbeke-augurkenpot’ gedaan. We wachten het resultaat af. Daarna moet er flink suiker en water bij…

Na een paar weken Luberon was de ‘bloemen-Rivièra’ dus echt heel anders. We werden wel gek van alle scooters en het schijnbaar achteloos gescheur met dit vervoermiddel. Maar eenmaal fietsend over een voormalig spoor van Ospeladetti naar San Bartelomeo al Mare, geen scooters en alleen maar zee, haventjes en her en der prachtige villa’s. Een bijzondere streek waar de verschillen tussen arm en rijk gewoon aan je voorbij trekken.
De pizza bij La Veccchia Napoli, zo hadden we hem in Nederland nog nooit geproefd, maar wie weet maakt Sandro’s oma hem nog lekkerder.

Rafelranden

Het was dan wel heel warm de afgelopen weken, maar dat heeft er ons niet van weerhouden toch regelmatig de fiets te pakken. Zo waren we een paar dagen in Zeeland bij onze kinderen op een vakantiepark in de buurt van Brouwershaven. Aangezien ik niet de hele ochtend in het zwembad wilde liggen, kon ik er heerlijk op uit met de fiets. In Kerkwerve, halverwege naar Zierikzee, was het stil, maar de bomen zaten in ieder geval nog goed in het blad. Genoeg schaduw om even weer bij te tanken. Eenmaal in Zierikzee was toch wel te merken dat de hittegolf veel mensen buiten de stad hield. De Nieuwe Kerk was gelukkig open vanwege een schilderijententoonstelling. Een vriendelijke mevrouw liet me zelfs het orgel horen via een CD en zo klonk opeens Medelsohn door het lege kerkgebouw. Binnen was het een stuk koeler en het glas water zat zelfs bij de prijs in. Voor de Sint-Lievensmonstertoren, naast de Nieuwe Kerk, hoefde ik niet te betalen om er rond te kijken. De mevrouw van de muziek en het water had mij attent gemaakt op de prachtige miniatuur van de oorspronkelijk Sint-Lievensmonsterkerk, die helaas door brand was verwoest. Je zou willen dat je de tijd terug kon draaien, want het was een magistraal en prachtig kerkgebouw. Voor een euro kon ik de Dikke Toren beklimmen. De kaartjesverkoper verzekerde mij dat de toren koel was en dat hij nog geen extra hulp had hoeven inroepen voor beklimmers vanwege de warmte. Met in mijn hand een verlepte bloem, nam ik de wenteltrap naar boven. Op 62 meter hoog mocht in de bloem naar beneden gooien en hiermee werd ik onderdeel van een kunstwerk. Aan de voet van de toren lagen her en der de verdorde bloemen… Mooi om te laten zien en mee te maken; verhef het ‘vergane’ tot kunst. Vanaf de toren, het was helaas net zo warm als beneden, had ik wel een prachtig uitzicht over het Zeeuwse landschap. Rechte wegen, afgemeten akkers, waarvan vele er nogal geel uitzagen. En zeker vanaf boven goed te zien; alles is benut, nergens een rafelrand te zien. Op mijn tocht terug viel het me nog eens op, alles is benut en alles ziet er netjes en verzorgd uit.
Op een warme zondagmiddag fietsten we het warme Diemen uit. Via de nette randen van IJburg reden we over de IJsselmeerdijk naar Muiden. Met verbazing hebben we daar staan kijken naar de verwoeste en verweesde volkstuintjes. We wisten niet beter of dit was een prachtige rafelrand. Rommelige tuinen wisselden goed onderhouden tuinen af en soms kon je zelfs groenten kopen en het geld achter laten in een kistje. Nu is het een grote puinhoop en je ziet de bebouwing oprukken. Ook Muiden ontkomt niet aan de bouwwoede blijkbaar. En ook hier van die ’21-eeuwse eenheidsworstbouw’, donkerrode steen afgewisseld met witte en puntgevels die iets authentieks moeten geven. Na de bouwvakvakantie zal de rafelrand wel plat gebulldozerd worden en in snel tempo worden volgebouwd met waarschijnlijk nog duurdere woningen, omdat ze een beetje uitzicht hebben op Pampus. Maar oh, wat jammer van deze boeiende rafelrand die daar altijd was. Hier en daar zijn de protestleuzen nog zichtbaar, maar de tuinbezitters zullen nu toch hun groenten bij de supermarkt moeten halen.

Bij het lezen van de laatste bundel non-fictie verhalen van Frank Westerman, moest ik regelmatig aan de rafelranden denken. Westerman schrijft daar op zijn boeiende manier prachtige verhalen over. En dat gaat van echte ja-knikkers bij Schoonebeek tot de moord op een boekverkoopster in Wageningen. De rafelranden van de samenleving, immers het wordt hier toch niet volmaakt; dat maakt zijn bundel ook zo boeiend. Die o zo gewone Nederlanders, vaak ja-knikkers, kunnen zo maar in het criminele circuit belanden, of ze komen terecht bij de kant van de nee-zeggers. Daarom is het zo jammer dat overal de rafelranden verdwijnen.
Zo hadden we jarenlang langs de Weespertrekvaart een heerlijk rommelgebied; een Eendengarage, een nederzetting van de Hells-Angels en allerlei loodsen met onduidelijke bedrijfjes. Er staan nu hippe, zeer kapitale villa’s, omgeven door hoge muren. O zo jammer. Gelukkig hebben we schrijvers als Westerman die in in ieder geval de verhalen levend houden. Laten we dat maar koesteren en proberen daar waar nog rafelranden zijn, ze niet te saneren.

Hochzeit

We waren natuurlijk niet alleen voor het Carl BenzMuseum, het Schloss Zwetzingen of de langste winkelstraat van Duitsland, ruim een week in het prachtige stadje Ladenburg. Afgelopen zaterdag maakten we een prachtige ‘Hochzeit’ mee. Het is een woord dat me intrigeerde; ‘Hochzeit’ een mooi woord, waar zou dat toch vandaan komen? In het begin zeiden we steeds dat de zoon van vrienden ging ‘heiraten’, maar dan was het al gauw dat het woord Hochzeit weer klonk. Na enig zoeken op het wereldwijde web, kwam ik erachter dat ‘Hochzeit’ vroeger gold voor alle grote kerkelijke feesten en dat het tegenwoordig alleen nog gebruikt wordt voor het huwelijksfeest. Het feest waarop man en vrouw elkaar dus trouw beloven. Van alle hoge feesten werd het uiteindelijk dus eentje het hoogste feest. Een mooi beeld is dat eigenlijk wel, want het huwelijk is een afspiegeling van nog iets veel mooiers en heel groots. Hoogfeest dus, net als Hooglied, het prachtige oudtestamentische Bijbelboek over de liefde tussen man en vrouw. En het ‘heiraten’, ik denk dat dat vaak gebruikt wordt voor het sluiten van het burgerlijk huwelijk. En een ‘Hochzeit’ werd het, startend met een hele mooie dienst, met veel zang en orgelspel en werd het feest vervolgens voortgezet naast de kerk met taart en bubbels.

Het bruidspaar was in de gelukkige omstandigheid dat ze de kerkelijke plechtigheid konden laten plaatsvinden in de prachtige Dreifaltigkeitskirche in Speyer. Speyer, aan de Rijn en ruim een half uurt rijden vanaf Ladenburg, heeft een hele serie mooie kerken, maar de Dreifaltigkeitskirche is wel de mooiste. De Dom van Speyer is overweldigend, de grote Gedächtniskirche  is indrukwekkend, maar Dreifaltigkeitskirche is een prachtig voorbeeld van Romantische Bouwkunst. (Die Kirche gilt als „herausragende Leistung evangelischer Kirchenbaukunst und als Juwel des Barock“. [zegt wikipedia]). Het leukst waren we de banken waar we zaten. Je kon aan beide kanten zitten. Van alles kun je er bij verzinnen waar dat voor is, voor je jas, je kerkboek of je tas? Of is het bedoeld, dat wanneer je het niet eens bent met de preek, je de predikant de rug kunt toekeren? Je gaat er zomaar van alles bij verzinnen.
Gelukkig wist de bruidegom wel hoe het zit. Je kunt met je gezicht richting het podium en het altaar zitten, bijvoorbeeld in verband met het Heilig Avondmaal. Maar wanneer de voorganger gaat preken en de trap (op de foto aan het eind van de dubbele bank) neemt naar de kansel, kun je voor beter zicht even oversteken. In de Lutherse eredienst staat immers net als in de gereformeerde eredienst, het Woord centraal!

Het ene museum is het andere niet

Toen we vertrokken stond deze prachtige oude autobus voor het museum.

Vanuit het warme zuiden kwamen we bijna een week geleden in Duitsland aan. Het plaatsje Ladenburg ligt op zo’n 10 kilometer van Heidelberg aan de Neckar. Ladenburg heeft Romeinse overblijfselen, maar leuker is dat het Carl Benz Museum hier is gevestigd. Maanden geleden had ik al eens gegoogeld wat er allemaal te doen was in Ladenburg en dat van Carl Benz sprong er wel uit. We kwamen zelfs het stamlokaal van Carl Benz tegen in de Hauptstrasse. Helaas is het museum alleen in het weekend (we hebben dan andere bezigheden) open en op woensdag, maar dat laatste was ons ontgaan. Na een rondje Neckar, toch even kijken bij de prachtige oude Benz fabriek. Gelukkig stond de voordeur open en een vriendelijke meneer liet ons binnen, het museum was toch open voor een groep.
We betraden een prachtig oud fabrieksgebouw, met een geweldige verzameling old-timers. Van de eerste Benz tot en met een Formule 1 wagen, met een Mercedes-motor uit de jaren 90 van de vorige eeuw. Daarnaast ook een hele verzameling motoren (motorfietsen) en natuurlijk gewone fietsen. Vanaf de eerste loopfiets en de gemotoriseerde fiets van Daimler, naar statige modellen uit de jaren 20. Bijzonder om te zien was dat er dan qua vormgeving in vergelijking met de hedendaagse fiets nauwelijks iets is veranderd. Bij auto’s zijn de verschillen wat dat betreft toch veel groter.

een prachtige graphic novel over het leven van Carl Benz

Ook ontdekte ik dat er in de jaren 50 al fietsen waren met allerlei soorten ondersteuning, zelfs de middenmoter was al uitgevonden. Moderne e-bikes waren er niet natuurlijk, maar over twintig jaar zullen die er ook wel bij komen. Helaas hebben wij de fietsen niet bij ons, omdat Coos natuurlijk nog niet mag fietsen met haar hand in gips. Gelukkig mag dat volgende week eraf als we weer in Nederland zijn. Of er in het verleden ook veel ongelukken gebeurden met de snellere fietsen, kon ik in het museum niet vinden.
Een paar blogs terug heb ik iets gezegd over onze goede vriend Wout, die ook met de fiets een ongeluk had gehad. Het gaat goed met hem, hij is volop in revalidatie en gaat met sprongen vooruit, Tijs van den Brink schreef voor Radio 1 een mooie column over zijn bezoekje aan Wout. (radio 1).

CBB “het gaat niet meer lukken”

Het gaat niet meer lukken, helaas. Wat graag had ik ‘Menselijke voorwaarden’ van Junpei Gomikawa ingelezen bij de CBB. Nu was er inmiddels al niet veel keuzevrijheid meer geloof ik, maar het gaat dus niet lukken. CBB Zeist gaat sluiten, dat tot groot verdriet van alle inlezers. Het inlezen wordt door de CBB vrijwel geheel geconcentreerd in Ermelo (op een Friese enclave na) en daar hebben de Zeister inlezers geen trek in. Het trieste van het hele verhaal is dat het CBB het op zo’n klunzige manier heeft gecommuniceerd. Op een keer lag er een mededelingenblad op de koffietafel waarin een paar zinnen stonden over de aangekondigde sluiting van de vestiging in Zeist. Het was, dat het was onderstreept en het personeel een hint gaf, anders waren we er maanden later pas achter gekomen.
De Christelijke Blinden Bibliotheek dateert van begin vorige eeuw. Ooit was er een Amsterdamse dominee, die zich bekommerde om blinde gemeenteleden. Toen hij dat vertelde aan zijn vrouw, had deze binnen de kortste keren een damescomité bij elkaar, zo ging dat in die tijd, die stichtelijke lectuur in braille beschikbaar maakte. Zo werd deze predikantsvrouw min of meer de oprichtster van het CBB. Tegenwoordig wordt van deze instelling landelijk gebruik gemaakt, alles wat ingelezen wordt kan via Passend Lezen worden aangevraagd tegen een kleine vergoeding. Men moet wel een leesbeperking hebben natuurlijk. Zo worden er jaarlijks door het CBB honderden boeken beschikbaar gemaakt in luistervorm, een fantastisch mooi werk. Via een wervingsadvertentie werd ik begin 2017 opmerkzaam gemaakt op vacatures bij de CBB en wat is er nu mooier dan voorlezen. Uiteindelijk bleek het toch wel wat ingewikkelder te liggen. Ik moest een soort toelatingsexamen doen en bij het eerste boek wat ik inlas, stond regelmatig het zweet op mijn rug, stop.. verbeteren.. opnieuw. En dat vele, vele keren.
Na ruim een jaar inlezen en vier boeken verder heb ik de slag wel te pakken. Maar helaas, de tent gaat sluiten in Zeist. Blijkbaar heeft het management een vernieuwingsslag te doen en levert het pand in Zeist op een andere manier meer geld op. Er is flink geprotesteerd door mede-inlezers, maar helaas dit mocht niet meer baten. Eind deze maand sluiten de studio’s en rest er ons nog een afscheid van de beide medewerksters. Een tijdperk is dan ten einde.
Nu we op vakantie zijn en zoals gewoonlijk weer een doos boeken hebben meegenomen, moet ik er regelmatig even aan terugdenken. Haast als vanzelf ga ik sommige mooie zinnen in mijzelf hardop voorlezen; hoe zou ik het vormgeven? Zeker bij ‘Menselijke voorwaarden’, een indringend verhaal over een jonge Japanner die verzeild is geraakt in Mantsjoerije. Dat laatste was in de Tweede Wereldoorlog bezet gebied door Japan. Hij probeert de oorlog te ontlopen en zo medemenselijk mogelijk te handelen, maar het wordt hem bijkans onmogelijk gemaakt. Prachtig verteld door Gomikawa en pas dit jaar vertaald in het Nederlands, maar in Japan verscheen het eerste deel al in 1958. De schrijver laat door hoofdpersoon Kaji op een geweldig manier dilemma’s zien, in de liefde, in het werk en later ook in het leger. Naast prachtige zinnen, zet het de lezer ook aan het denken, terwijl je ondertussen ook wilt weten hoe het verhaal verder gaat.
In de stilte van de Luberon, tussen de bijna paarse lavendelvelden, heerlijk om zo’n meesterwerk te lezen. Al denkend kom ik uit bij de CBB-manager; welke ‘menselijke voorwaarden’ hebben er allemaal door zijn hoofd gespeeld? Van reorganisaties en saneren had hij veel kennis. Maar de CBB heeft hij er door zijn handelen geen grote eer mee bewezen.
Op de koffietafel lag een oude LP, ooit uitgegeven om het werk van ten behoeve van het blindeninstituut te ondersteunen: Feike Asma op het orgel! Nostalgie, bijna niemand van de inlezers heeft nog een pick-up of draaitafel. De titel luidde “Vat Gij mijn hand”, een mooi dubbelzinnige titel in het kader van hulp aan blinden en slechtzienden. Wat de sluiting van Zeist betreft had het bestuur en management de inlezers, wat mij betreft, ook wel wat beter bij de hand kunnen vatten en meenemen in hun besluit.

‘Visages villages’: een geweldige film!

Een prachtige poster! En dan de titel, klinkt toch prachtig in het Frans…. Visages Villages…, in het Nederlands lijkt het namelijk nergens op; Gezichten Dorpen. In de krant las ik begin december een positieve recensie. Ergens in mijn achterhoofd ging toen een lampje branden, maar langzaam doofde het ook weer. Kende ik mevrouw Varda ergens van? Had ik die foto bij de recensie ergens gezien? Inmiddels hebben we de film gezien in onze plaatselijk theater, annex bioscoop. Na enig zoeken en terugbladeren klopte het, waar Blendle al niet goed voor is. Op de voorkant van de PS (dagelijkse bijlage van het Parool) stond een prachtige foto van de postbode van Bonnieux (midden in de Provencaalse heuvels, met vlakbij het geweldige Château La Canorgue!). Vanaf het terras van madam Sylvie, waar we een heerlijke salade nuttigden, konden we hem zien, een huizenhoge uitgeknipte postbode, afgedrukt in zwart-wit, geplakt op een huismuur. Ik weet dat we het erover gehad hebben; wie doet zoiets en waarom is het gedaan? Een bijzonder statement, maar we legden op dat moment geen verband met de portretfoto’s die het marktplein van Reillanne sierden. Een mooi eerbetoon aan de plaatselijke postbode, dachten we. Bijzonder was wel dat er in Bonnieux op een andere plek nog zo’n grote foto was geplakt. In Reillanne, twintig minuten rijden oostelijker, was ons door de eigenaar van ons vakantieappartement verteld dat die grote portretfoto’s door een bijzondere fotograaf waren gemaakt, “een project of zo..”.

Door de prachtige film ‘Visages Villages’ werd opeens het hele verhaal duidelijk. De jonge Franse fotograaf JR maakte enkele jaren geleden kennis met de inmiddels 89-jarige filmmaakster Agnes Varda. Samen hebben ze deze film bedacht en gemaakt. Gewone mensen opgezocht, ver van de grote stad, en gepeild wat deze mensen bezield. Prachtige portretten zijn het geworden, van ‘gewone’ mensen in verschillende Franse dorpen. Tegelijkertijd maakte de fotograaf ook zijn beelden, vergrootte ze uit en plakte ze op. Als studio gebruikte hij regelmatig zijn busje, dat er van de buitenkant uit ziet als een groot fototoestel. De poster van de film laat een oog van Agnes Varda zien, geplakt op een treinwagon. In de film verdwijnt het oog langzaam in de verte, symbolisch voor het zicht van de filmmaakster, dat ook langzaam achteruit gaat. Zo zit de film vol met persoonlijk verhalen van de beide makers en van gewone, vaak optimistische mensen. De film zet aan tot glimlachen en ook tot nadenken over het leven, het naderende einde en het nut van kunst. Schitterend hoe verbanden worden gelegd door mensen en dieren uit te vergroten. Voor Coos en mij waren verschillende beelden extra treffend, omdat we ze gezien hadden. Maar ook voor diegene die nog nooit in Frankrijk is geweest is de film een must. Gelukkig draait hij her en der nog in ons vlakke Nederland.

Aan de rand van het marktplein in Reillanne, anno zomer 2015.

troost aan het strand

We waren anderhalve dag op Texel, even uitwaaien en ook de verjaardag van een goede vriendin meevieren. We hebben het hele eiland rondgefietst en bij paal 15 nog even heerlijk door het zeewater gebanjerd. Het geruis van de zee, je sluit je ogen en allerlei beelden trekken voorbij, gedachten aan Harm, maar ook het besef dat er een God van eb en vloed is.
Thuisgekomen toch maar weer even op bezoek bij het bevriende vluchtelingengezin, want ook op ‘ons eiland van de heiland‘ stond de telefoon niet stil. Het huis waar ze een jaar lang onderdak hebben gehad moeten ze verlaten en ze hebben stad en land afgezocht naar een onderkomen. Boosheid, verdriet, wantrouwen, van alles komt voorbij. Ik lees de vermoeidheid en frustratie van hun gezichten en de stress slaat toe wanneer de speen van de jongste zoek is. Zonder speen geen slapend kind en dus overlast voor de buren. En ze willen juist geen overlast bezorgen…  Verdrietig fiets ik naar huis met mijn gedachten nog bij de vraag van vader of ik de oudste dochter wilde zegenen. Gelukkig hebben ze nu elders een plek gevonden, hopelijk kunnen ze na volgende week tot rust komen. Je zou ze zo graag beter gunnen en je vraagt je iedere keer af waar je christelijke verantwoordelijkheid ligt en hoe ver dat gaat en of daar wel een eind aan komt. Natuurlijk kunnen we niet alle leed op ons nemen, maar wat te doen met een enkel gezin die inmiddels je broeder en zuster zijn geworden? Opnieuw blader en lees ik in het laatst uitgegeven boek van Tim Keller; ‘Geroepen Tot Barmhartigheid’. Niet voor niets begint dit eerste boek van Keller met de gelijkenis van Jezus over de barmhartige Samaritaan. Hoe ingewikkeld of ook, hoe gemakkelijk kan het zijn?!

Het laatst vertaalde boek van Keller, maar in de VS als eerste verschenen.

Ondertussen sterft bij ons in de straat buurman Henk. Al jaren was hij zwak en de laatste maanden ging zijn gezondheid steeds verder achteruit. Een markante man, die ooit de vlag uitstak toen de vorige bewoners van ons huis gingen verhuizen. Niet bang om zijn mening te geven en ook altijd genietend van sigaar en een goed glas wijn. We gedenken hem met respect voor wie hij was. Toen ik vanmorgen op de fiets terugkwam was buurman Jozef druk bezig om de boeidelen van zijn  schuurtje te vervangen. Hij vertelt dat hij er nu maar het onverwoestbare trespa op zet, dat zal hem wel overleven. Al kletsend komen we op het overlijden van buurman Henk. Buurman Piet, die behoorlijk vergeetachtig begint te worden, is nog zo bij de tijd dat hij vraagt: “En hebben ze hem al weggehaald?”. Het gesprek komt zo op ‘thuis opbaren’ en ‘je lichaam afstaan aan de wetenschap’. Piet denkt dat ze best veel aan hem zullen hebben, hij is immers nooit ziek geweest, heeft alles nog en alleen ooit last gehad van een zwerende vinger. Dit soort gesprekjes relativeert gelukkig veel, het leven is eindig. En wat ze na je dood ook met je doen, je bent er toch niet meer bij en Onze Lieve Heer zorgt wel voor je, volgens buurman Jozef.

Even afstand 2 | In memoriam Harm 1982 – 2016 (61)

Ach ja, tegenwoordig is het heel gewoon om je laptop mee te nemen op vakantie. Niks niet ‘even afstand’ dus. Zowel bij het kasteel als op de camping was wifi aanwezig. Bij het kasteel, midden in de Bourgogne, was de verbinding zwak, maar het ging. Bij de receptie van de camping in de Luberon kon ik zelfs mijn favoriete krant downloaden! Op die manier ben je toch verbonden met thuis en de familie en dat voelt goed. Zo kreeg ik afgelopen zaterdag verschillende mailtjes over een ingezonden in het Parool. Een degelijk verhaal van iemand die er goed over heeft nagedacht en de situatie goed kent aan de Nassaukade. Voor de geïnteresseerden, volg deze link: INGEZONDEN PAROOL. Meneer Peter Meere, hartelijk dank! Het laat tegelijk ook zien dat het verhaal nog niet klaar is, dat maakt het ook weer ingewikkeld.

Chateau Digoine vanuit ons ‘slaapkamerraam’

In Trouw stond een paar weken terug alweer, een heel mooi vraaggesprek met Manu Kierse over verdriet en rouwverwerking. Een erg goede beschouwing en zeker het lezen waard. Volg deze link: ARTIKEL TROUW.  Ook dat zijn gewoon dingen die je in je vakantie onder ogen krijgt, je kunt er je ogen en oren niet sluiten voor het verdriet. Het leven gaat door en het verdriet ook.  De afgelopen dagen hebben we, met al ons verdriet, nog heerlijk gefietst in de Bourgogne. Prachtige fietspaden hebben ze daar, langs het Canal du Centre en ook over oude spoorlijntjes. Je kunt niet echt een tocht maken, het is echt heen en terug, maar gelukkig zie je het landschap dan ook op twee manieren voorbijkomen. We hebben maar niet een camera op onze fiets gemonteerd om later alles nog eens terug te zien. Er was ooit een collega die een filmapparaat op zijn hoedenplank van de auto monteerde om achteraf te kunnen genieten van alle mooie uitzichten. Dat laatste was niet nodig, we genoten van de prachtige wijngaarden waarin men druk bezig was om de te lange uitlopers te verwijderen. We genoten van de geel geelgekleurde zonnebloemvelden, die op de heenweg nog groen waren. Al fietsend kwamen we onder de indruk van al het mooie, maar hadden we ook de gelegenheid om ons verdriet te delen.