stemhulp
Het leverde mooie meditatieve momenten op achter de speeltafel van het Maarschalkerweerd-orgel in de Oosterparkkerk. Links beginnen en wanneer de orgelmaker “jaaaahh” roept, een toon overslaan en de volgende indrukken. Rechts aangekomen beginnen we overnieuw, maar beginnen we met een zwarte toets. “Aanslaan…. volgende…. jaaahh…” en dat met Drents accent, want de orgelmaker woont nog steeds vlak bij onze geboortegrond. Halverwege sluit ik mijn ogen en droom weg, op de achtergrond het getik tegen de orgelpijp. Flarden psalmzinnen resoneren door mijn hoofd en schrik op van een volgende uitroep van de orgelmaker en druk snel de volgende toets in. Bij sommigen registers mag ik een loodblokje gebruiken, anders krijg ik kramp. “Laat zich ’t orgel overal – Bij het juichend vreugdgeschal, – Tot des HEEREN glorie, paren.” De oude berijming van psalm 150 zingt door mijn hoofd en ik probeer te bedenken wat toch ’tot glorie paren’ betekend. Tegelijkertijd besef ik dat de psalmdichter, die waarschijnlijk honderden jaren voor Jezus van Nazareth dit dichte, nog nooit van een orgel had gehoord of laat staan er één had gezien.
Twee dagen ben ik ‘stemhulp’ geweest en ga niet googelen op dat woord, want je verzeild in een eindeloze reeks sites met kieskompassen. En van Dale vermeldt alleen maar stemhoorn en stemijzer (waar stemhulp tussen zou passen), twee instrumenten die de orgelmaker meenam de orgelkast in. Maar zoek je stemhulp in combinatie met orgel, dan komen er allerlei sites voorbij die adviseren over het stemmen van orgels. Wanneer de orgelmaker zoiets in zijn eentje zou moeten doen, zou het hem weken kosten om een orgel te stemmen; stemhulpen zijn onmisbaar, in tegenstelling tot kieskompassen.

De fase 1 renovatie van onze kerk loopt op z’n eind. Op dit moment moet hier en daar nog een druiper en een deukje worden weggewerkt. De lift voor rolstoelen functioneert, maar een onverlaat heeft wel drie tegels stuk gereden. Het orgel is het laatste project van fase 1. Twee weken geleden hebben we de gerestaureerde blaasbal en de grootste reguleerbalg weer in hun hok geplaatst; prachtig gerestaureerd in de werkplaats van de orgelmaker. Na alle aansluitperikelen moesten hier en daar nog verschillende registers lekvrij worden gemaakt en de aansluiting van meerdere pijpen worden hersteld. Net als het kerkgebouw, dateert ook het orgel uit 1904. Het werd gebouwd door de bekende Utrechtse orgelbouwer Michaël Maarschalkerweerd. Deze orgelbouwer had in1890 het orgel voor het Concertgebouw, aan het Museumplein, gebouwd voor ruim 20.000 gulden. Ons orgel kostte volgens de archieven 7000 gulden. Echte orgelkenners beweren dat ‘ons’ orgel een kleine kopie is van het Concertgebouworgel. Uniek dus en waarschijnlijk heeft de toenmalige organist Louis Robert veel invloed gehad op de dispositie.

De oorspronkelijke tekeningen van het orgel vertellen dat het echt een symfonische opzet had. Dwars door het orgel was een ‘zwelkast’ aangebracht om bepaalde stemmen harder en zachter te laten klinken. Verschillende onderdelen bevinden zich nog in het orgel, maar helaas is er veel gesloopt en is in 1958 een aantal stemmen vervangen. Er werd rigoureus gesloopt en vervangen, inmiddels hadden organisten een ‘modernere’ en andere muzieksmaak. Natuurlijk zou het fantastisch zijn om het instrument weer in oorspronkelijke staat terug te brengen, we zouden in Nederlands orgelland dan een uniek instrument in ons kerkgebouw hebben. Maar u zult begrijpen dat aan een dergelijke restauratie een fors prijskaartje hangt, wat al gauw richting de 200.000 euro loopt. Ideeën zijn welkom natuurlijk. Misschien moeten we maar eens beginnen een ‘Stichting tot Restauratie van het Maarschalkerweerdse OPK orgel’ op te richten.
Voor de orgelleken onder ons, de registerknoppen worden niet uitgetrokken, maar naar beneden gedrukt. Dat laatste zorgt er voor dat via verdeelkastjes en loden pijpjes er lucht in de betreffende orgelpijp komt als je een toets indrukt. Uiterst gevoelig en het het geeft ook windverlies. Op de laatste foto een kijkje in de speeltafel, waar je alle loden buisjes ziet lopen. Al met al een ingewikkeld systeem en tegenwoordig wordt pneumatiek in de orgelbouw niet meer gebruikt. Later is men overgestapt op elektrische schakelingen, maar voor de echte orgelbouwer is dat vloeken in de kerk. Tegenwoordig probeert men weer zoveel mechanische orgels te bouwen.



In eerste instantie kreeg deze blog als titel: ‘Laat het nog maar een tijdje duren’. Er hoeft opeens heel veel niet, vergaderen gaat lekker snel en de lucht boven Amsterdam en Diemen is vrijwel volledig verstoken van vliegverkeer. Vorige week moest Coos midden in de nacht naar een bevalling in de Jordaan. Tegen drieën, dus midden in de nacht, reden we door een compleet uitgestorven stad; heel vreemd en zelfs een beetje beangstigend. Dan merk je opeens de keerzijde van deze crisis. Geen enkele toerist meer, vrijwel alle hotels donker, de horeca weet niet hoe ze deze periode gaat overleven. Op zaterdag gaan grote bossen tulpen voor een prikkie van de hand, dat kan niet normaal zijn. Het zijn dus werkelijk vreemde tijden.
Het maakt nieuwsgierig naar Rodaans mening over hoe onze overheid maatregelen neemt vanwege een rondwarend virus. In de verschillende talkshows heb ik zijn visie nog niet gehoord, maar wel die van de zoveelste viroloog en econoom. Waarschijnlijk zal Rodaan met humor en gevoel voor understatement zijn visie geven op alle maatregelen en hoe de bevolking van Holland daar op reageert. Waarschijnlijk zou hij wel blij worden van de prachtige papegaaien die inmiddels de groene zuil onder de A10 sieren. Ook vandaag was de schilderes weer druk bezig. Vanaf de andere kant van de Weespertrekvaart heb ik poosje toe staan kijken hoe fietsers reageren op de schilderingen. Sommigen kijken niet op of om, terwijl anderen afstappen en bewonderend blijven kijken. Een prachtige eyecatcher in deze bijzondere tijd. Nu maar hopen, dat wanneer de hekken weg zijn, iedereen er met zijn graffitivingers vanaf blijft.
Schaamte bekroop mij verschillende keren bij het lezen van de laatste roman van Ilja Leonard Pfeijffer ‘Grand Hotel Europa’. Het afgelopen jaar was het boek regelmatig onderwerp van gesprek. Alhoewel het in december 2018 was verschenen en binnen de kortste tijd in de bestsellerlijsten stond, haalde het geen literaire prijzen. Onder critici is er heel veel en soms zelfs heftig over gediscussieerd. De één vond het geweldig, zeer gelaagd en buitengewoon bloemrijk wat betreft het taalgebruik. Om eerlijk te zijn heb ik van bepaalde gedeeltes best genoten, maar daar staat tegenover dat hele stukken heel echt Wikipedia-achtig zijn. Leuk informatief, maar niet echt spannende literatuur. Ook leuk is dat er veel verhalen door elkaar heen lopen, zoals het verhaal over de piccolo van het hotel, de verhouding van de hoofdpersoon met zijn vriendin en zo zijn er nog wel vier verhaallijnen. Ronduit schaamteloos zijn de passages wanneer hoofdpersoon het bed induikt met een vrouw. In het Parool werd niet voor niets opgemerkt dat deze passages in het MeToo-tijdperk eigenlijk niet kunnen en dat ze op een hoogst vrouwonvriendelijke manier beschreven zijn.
Bij een jaarwisseling wensen veel mensen elkaar een ‘gezegend nieuwjaar’. Er zijn er ook die je een gezond of een mooi en prettig nieuwjaar wensen. Aan de ene kant is een datum maar een datum natuurlijk, aan de andere kant kunnen we het ook overdrijven. Maar de ander ‘zegen’ toewensen is prachtig natuurlijk. En soms gebeurt het dat je je gezegend voelt door een goed gesprek, een mooi muziekstuk of een samenzang in de kerk.
Afgelopen maandag was een prachtige heldere avond, mooi om te gaan varen door het Amsterdam Light Festival. Een mooie tocht werd het met broer en schoonzus. Wat zou er gebeuren als de zeespiegel nog verder zou stijgen? Bij de Stopera was dat mooi uitgebeeld door het beeld van allemaal wereldberoemde torens, omspoeld door grachtenwater. Ook 2020 zal het klimaat vaak ter sprake komen, evenals CO2 en stikstof. Weerman Reinier van den Berg vertelde in een interview dat walvissen CO2 opslaan. Zijn advies: zorg dat er weer veel meer walvissen komen in de oceanen! Prachtige uitdaging toch om daar dit nieuwe jaar mee te starten!
In 1972 nam Aretha Franklin (1942-2018), toen een beroemde soul-zangeres, een geweldig gospel-lp op. Ze deed dat in de ‘New Missionary Baptist Church’ in Los Angelas. De plaatopnames werden gefilmd, maar daar werd tot op heden niets mee gedaan. Nu is er een prachtige film van gemaakt en sinds vorige week draait hij in de Nederlandse bioscopen. In al zijn simpelheid is het een prachtig document. Mijn niet kerkse buurman, was ook zeer onder de indruk. Eenmaal buiten was een mede-bezoekster haar fiets aan het ontketenen; “Nou we hoeven voorlopig niet meer naar de kerk!”, was haar commentaar. Mijn buurman had het zich ook al afgevraagd, waar kom je dit nog tegen? Gewoon met z’n allen zingen vanuit je hart! Ik kon het niet laten om te beweren dat het bij ons de OPK soms ook zo gaat, natuurlijk… wel een beetje meer calvinistisch op z’n Nederlands, maar toch! Afgelopen zondag hadden we een dankdienst (voor gewas en arbeid en nog veel meer) en de begeleidingsband had er echt zin in. En de Amersfoortse predikant die bij ons voorging en de 65 ook al gepasseerd is, stond zowaar mee te swingen en stak ook zijn handen de lucht in: “heft uw handen op naar omhoog!”.
Het zijn voor ons rare dagen zo half september. Een vriend van Harm die werkt in de States en voor vakantie in Nederland is, komt eten. Vrienden sturen bemoedigende woorden via kaarten en appjes. Gisteravond waren we met vrienden bij elkaar en haalden herinneringen op. Na twaalven hebben we stil gestaan bij de boom op de Nassaukade, brandden een kaarsje en gingen in gedachten terug naar 14 september 2016. Vandaag hebben we ook stilgestaan op Zorgvlied en als gezin ons later rond de tuintafel geschaard en ‘spinazietaart’ gegeten. Het zijn allemaal van die rituelen om nog eens extra stil te staan bij het gemis en verdriet om Harm. En nog steeds missen we hem elke dag, maar de scherpe randjes worden zachter. Gelukkig leven we in een tijd, dat we niets hoeven weg te stoppen, dat het ook niet gek is om nog steeds te huilen om het wrede gemis.
Als ik Hans Werkman ontmoet, moet ik altijd even denken aan de ‘Bond Tegen Vloeken’. Soms heb je dat gewoon bij bepaalde mensen, een associatie die niet meer verdwijnt en meestal helemaal niet meer bij die persoon hoort. In het geval van Hans Werkman is het wel een gekke associatie. Dat zit zo, ooit op de Pedagogische Academie in Groningen moesten we voor het vak Nederlands een speciaalstudie doen. Leraar Nederlands, Bas Nap, attendeerde mij op Werkman, omdat hij alles zou weten over de dichter De Mérode. (Zie mijn
In mei 2015 ben ik mee geweest met de laatste ‘ND-Hogeland-tocht’ die Hans Werkman leidde. Een tocht met dichter De Mérode als leidraad. Met een bus reden we door het regenachtige Hogeland, naar Uithuizermeeden, Spijk en terug via schilder Helmantel in Westeremden. Werkman schreef er ooit een prachtige gedicht over en één van de regels uit dat gedicht levert de titel voor de ‘Verzamelde gedichten’; ‘Duizend bunder’. In het gedicht laat de dichter een wensdroom vrij: “Geef ons op de nieuwe aarde / duizend bunder nieuwe klei.” Een bunder is hetzelfde als een hectare, een veelgebruikte oppervlaktemaat door boeren. Het zette aan tot wat vreemde hersenspinsels. Leerlingen op school hadden vaak geen idee wat ares en hectares zijn, maar om een idee te geven zeiden we dat een hectare net flink wat meer is dan een gewoon voetbalveld. Twee hectare is ongeveer drie voetbalvelden. Duizend bunder klei, vijftienhonderd voetbalvelden; wie kan zich daar nog iets bij voorstellen? Waar een are 100 m² is, is een hectare of bunder dus 10.000 m². En zo maakt 100 bunder een vierkante kilometer. Duizend bunder is dus 10 km², maar dat valt best mee eigenlijk. Even googelen op Amsterdam; ruim 200 km². Hans Werkman blijft in zijn wens aan onze lieve Heer een bescheiden mens. We wensen Werkman nog vele mooie jaren, met boeken en misschien zo nu en dan een vers gedicht.
Nummer 38 bracht me bij nummer 100. Enkele dagen na het mailtje van Werkman werd op vrijdag 8 januari
Tegenover de balie in onze plaatselijke bibliotheek is een tafel waar recent aangeschafte boeken liggen om uitgeleend te worden. Zonder stil te staan bij de tentoonstelling in ‘Huis Marseille’, had ik een boek over Noord-Korea meegenomen, getriggerd door een recensie die ik erover had gelezen. Na de fotobeelden ben ik gaan lezen in ‘Over de Grens’. Het boek begint met een korte inleiding van Remco Breuker. Breuker is hoogleraar Koreastudies aan de Universiteit Leiden en verschijnt regelmatig in diverse actualiteitenprogramma’s als de spanning weer op loopt tussen Trump en Kim Jong-un. Hij geeft een paar prachtige understatements mee in zijn inleiding: “Macht corrumpeert en absolute macht corrumpeert absoluut. De absolute macht van de enkeling en het recht op een menswaardig bestaan van velen gaan slecht samen. Literatuur vormt dan een eenzame tegenstem tegen het overdonderende geweld van de propagandakoren.”(pg 12) En een paar bladzijden verder over het indringende verhaal van Jang Jin-Sung: “Het is wellicht een cliché, … Over de grens houdt de lezer een spiegel voor. Het laat zien hoe noodzakelijk de vrijheid van geest is, om ook daadwerkelijk te kunnen leven.” En wanneer je dan de proloog van het boek in één adem uitleest, blijf je als verbijsterd zitten en lees je en herlees de laatste zin van deze proloog nog eens: “Geschrokken realiseerde ik me dat de tranen die ik tijdens de audiëntie had gezien (de schrijver mocht plotsklaps op audiëntie bij de vader van Kim Jong-un; Kim Jong-il) niet de tranen van een mens waren, maar de bloedige tranen van iemand die wanhopig mens wilde worden.”
Overbuurman Piet kwam aan de deur. Hij lijdt aan beginnende Alzheimer en weet dat zelf nog redelijk onder woorden te brengen. Een week geleden zag ik hem ’s middags voor mij uit fietsen, terwijl ik van de kapper kwam. ’s Morgens, een paar uur daarvoor, ik kwam terug van de sportschool, fietste hij mij voorbij, terwijl ik aan de kant stond en de telefoon op nam. Hij wilde afstappen maar zag opeens dat ik stond te bellen. Die middag stapte hij bij zijn huis af en ik stopte even naast hem. “Zo Piet, boodschappen gedaan?” Hij keek me aan en zei: “Hé, ben jij er nu pas?” Dat soort zinnetjes, poëzie is het, met humor, zonder dat Piet het zelf weet. Ik antwoordde bevestigend en vroeg hoe het ging, maar hij ging er niet op in. We kwamen over het autorijden te praten. Piet zag nog geen enkel probleem. Ik vroeg hem of de dokter of zijn dochters het niet verboden hadden? “Mij verbieden ze niets”, was zijn antwoord. “Het gaat nog uitstekend en ik rijd zelfs naar de Middenweg.”

