Men kent en vindt ………
Afgelopen zaterdag reed ik langs de plek waar Veerkracht heeft gestaan. De parkeerplaatsen waren vol, maar op het trottoir bij het toegangshek was gelukkig nog een plekje. Toch even kijken, schoot door mijn hoofd. De plek en het weer waren beide droevig, een grote kale vlakte met alleen nog de platanen, die we ooit met actiegeld lieten planten. De platanen zijn al jaren niet meer onderhouden en maken het nog triester nu ze bladloos zijn. Net als de vorige keer toen ik hier was, speelt een psalmregel door mijn hoofd, “Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer…”. Een regel uit psalm 103. Geen idee eigenlijk of deze psalm is te linken aan een gebouw dat is afgebroken en dat sentimentele gevoelens oproept. In de psalm gaat het over een bloem op het veld, die verdort en troosteloos knakt en uiteindelijk verrot. Geldt dat ook voor een schoolgebouw?
Een oud-collega vertelde me na de zomer dat afgelopen november de eerste paal zou worden geslagen, maar er steekt nergens iets boven de grond uit, die eerste paal moet dus nog. Na de tussenstop was op ik het verjaardagsfeestje van een andere oud-collega en hoorde ik dat de ‘achterburen’ geprotesteerd hebben tegen de herbouwplannen van de school. Het plein komt heel anders te liggen, dus verschillende buren zullen de spelende leerlingen gelijk achter hun hek hebben. Maar of dat nu zo erg is? Wanneer ze uit hun voorraam kijken zien ze alleen maar auto’s voortrazen over de Haarlemmerweg. Nooit gemerkt dat daar tegen werd geprotesteerd. Ik denk dat een beter argument zou kunnen zijn, dat je een schoolgebouw niet zo dicht bij een drukke verkeersader moet bouwen. Denk maar eens aan de hoeveelheid fijnstof die daar dagelijks neerdwarrelt! En ook de aan en af vliegroutes van Schiphol laten ook hun nog vervelender fijnstof over Amsterdam-West neerdwarrelen.
Een aantal straten in de buurt waar de school stond, zijn inmiddels op de schop gegaan. De kleine bejaardenwoninkjes die naast de school stonden hebben het ook al niet overleefd. Een lelijke 21e eeuwse architectuur heeft de plaats ingenomen en de mooie brede groenstroken staan vol beton. Zoals op veel plaatsen in tuinstad Slotermeer is ‘verdichtingsbouw’ tegenwoordig nog steeds in zwang. Ooit kregen we rondleidingen door het groen van de tuinstad, maar helaas verdwijnt er steeds. Cornelis van Eesteren, een van de bekendste architecten van de tuinsteden heeft het ooit zo mooi ontworpen en gelukkig maar is daar nog steeds aandacht voor. Er is een van Eesteren Museum en Suzanne Jansen (van het Pauperparadijs) schrijft erover in haar nieuwe boek.
In die psalm 103 komen trouwens de volgende beloftevolle regels voor:
Maar ’s Heeren gunst zal over die Hem vrezen,
In eeuwigheid altoos dezelfde wezen
Harm had me ongetwijfeld kunnen uitleggen waarom ik het opeens op mijn iPhone zag voorbijkomen. “Harm Wimmenhove heeft de groep verlaten”. Hoezo? Wat? Uuuuuuh……? De groep verlaten? Hij is er zelfs niet meer… Erg maf dus als je dit opeens leest. Coos gooide de vraag naar het waarom natuurlijk gelijk in de Wimmenhove-app. Wie heeft Harm er uit gegooid? Tja, niemand natuurlijk, uit een app-groep gaan doet de persoon meestal zelf toch? Wie had hier de hand in? Uiteindelijk bleek het een automatisme te zijn van de provider. Vorig jaar hebben we Harms nummer natuurlijk laten blokkeren, maar we hebben hem niet uit onze Wimmenhove-app gezet, het nummer stond nog wel op zijn naam. Voor ons gevoel hoorde hij er nog zo bij, het was ook nog zo vertrouwd om zijn naam bovenaan in de gezins-app voorbij te zien komen. Na zoveel dagen geen-gebruik, logisch, wordt zo’n nummer ook uit de app gehaald. Een gekke confrontatie, die toch ook weer voor tranen zorgde.
Mijn tuinschuurtje begint te vorderen. “Harm had het vast leuk gevonden om mee te helpen bouwen!”, we konden het niet laten om het op een dag tegen elkaar te zeggen. Ja, leuk gevonden wel, maar had hij er tijd voor gehad? Dezelfde vraag en ook hier sloeg de nuchterheid toe. “Nou”, zeiden we, “hij had in ieder geval aan de balken willen hangen, gewoon omdat dat kon!” Met een lach en een traan bouw ik daarom, zodra het droog is, weer verder aan mijn schuurtje. In de zomer van 2015 waren we als gezin samen in een vakantiepark tussen Aalten en Winterswijk, 35 jaar getrouwd. Op zaterdagmiddag hebben we toen een ‘mannenuitstapje’ gemaakt naar een echte ouderwetse houtzagerij en Gerbert Oonk leidde ons vol trots rond. Aan het eind vertelde ik hem over het ’tuinhuisje’ dat ik mijn hoofd gebouwd had met gebinten. “Valt te regeln (we waren in de Achterhoek)”, was het antwoord. Het duurde even voordat de tekening was goedgekeurd en de offerte eindelijk in mijn mailbox zat. En toen kwam 14 september 2016 ertussen en bleef het er voorlopig bij. Gelukkig is het er nu toch van gekomen, echte gebinten van eikenhout en met pen en gat in elkaar gezet. Geen spijker kwam er de eerste ‘bouwdag’ aan te pas! En al is het dan straks maar een simpel schuurtje voor het opbergen van de tuinspullen, het verhaal zullen we mee blijven nemen. Wilt u ook iets met gebinten, kijk dan op:
Gisteren had ik er maar één docu in mijn agenda staan,
Gelukkig zijn er ook ontspannende films, alhoewel in ‘Ali Aqa’ zat wel een verdrietige ondertoon. Een duivenhouder in Iran zorgt met veel liefde voor zijn duiven. Achttien maanden heeft Kamran Heidari de oude Ali gevolgd. Ali wordt gekweld door allerlei ouderdomskwalen en heeft ook een hersentumor. Maar ondertussen zijn zijn duiven alles. Een film om bij te lachen en te huilen, over liefde, familieverbanden, handelen in duiven en het verkopen van groente.
En toen was vanmiddag de laatste van mijn serie docu’s aan de beurt. Na een paar minuten wist ik, dit is de film die ik met Harm had willen zien. Dit was een echte docu, over het bizarre oorlogsleven in Noord Irak, verschrikkelijk ook.
Het duurt nog tot eind van deze week. Alle tijd dus om nog een keer te gaan. Ik wil de lezer dan ook niet onthouden waar ik inmiddels geweest ben. En even rondstruinen op de site van de IDFA laat zien dat er nog genoeg lege stoelen zijn. Oké, sommige docu’s zijn uitverkocht, maar niet alleen de publiekstrekkers zijn indrukwekkend!

Gelukkig was ik snel in
“The Rebel Surgeon”, een documentaire over een Zweedse chirurg die na jaren werken in Zweden als orthopedisch chirurg in Ethiopië aan het werk gaat. Dit Afrikaanse land is door hem niet willekeurig gekozen, want zijn vrouw is er geboren. En in dit land, met een totaal andere levensstandaard en en niet te vergelijken omstandigheden in ziekenhuizen, kan chirurg Erik Erichsen ongelooflijk mooi werk verrichten. Met zeer beperkte middelen, en dat is echt een understatement, helpt hij elke dag honderden patiënten. Als voorbeeld laat op een gegeven moment Erichsen zijn boormachine zien. In Zweden geven ze daarin een kliniek wel 4000 euro voor uit vertelt hij, maar hier heeft men er een gekocht in een soort bouwmarkt voor 15 euro. Daarnaast gebruikt hij wielspaken, tiewraps en haarspelden; allemaal omdat ander materiaal in Ethiopië niet voorhanden is.

Het afgelopen jaar heb ik op mijn eigen blog heel vaak geschreven over het verongelukken van Harm en wat er daarna in ons leven gebeurde. Maar wanneer ik ’terugblader’ zijn het maar momentopnamen. Het heeft me vaak geholpen om, soms ook ook op een heel onbeholpen manier, woorden te geven aan verdriet en gemis. Ook voor de EO site IK MIS JE schreef ik een aantal blogs, daar komt voorlopig een eind aan. Soms moest ik er apart voor gaan zitten, omdat mijn eigen blogs niet zomaar geschikt waren voor de site van EO. Ik wilde eigenlijk schrijven: “Ik heb het met plezier gedaan”. Dat staat echter wel vreemd natuurlijk, met plezier? Toch deed het me goed om te merken dat het gewaardeerd werd door lezers. Soms krijg ik een mailtje van iemand die reageert, soms is het even in het voorbijgaan iemand die laat merken dat alleen het lezen al, “meeleven” is. Datzelfde overkwam ons nadat het
Opeens zag ik hem liggen bij de afdeling ramsj; het eerste deel van Arabier. Wanneer ik zoiets zie vind ik dat voor zo’n geweldig boek toch vervelend. Riad Sattouf zal er heus niet minder om eten, maar je boek in de uitverkoop….?! Waarschijnlijk heeft de drukker er gewoon te veel van gedrukt, of de uitgever heeft verkeerd gecalculeerd, maar het voelt als een soort heiligschennis. Een paar maande geleden zag ik een bundel met allemaal prachtige gedichten, die waren verzameld door Arie Boomsma, ook in de ramsj liggen. Voelt ongemakkelijk, ook voor de schrijver, of zoals in dit geval voor Arie Boomsma. Loop je de boekhandel binnen en zie je daar stapels van jouw werk liggen, maar dan in uitverkoop. Trouwens waar maak ik me druk over, ik had immers net reclame gemaakt voor ‘de Arabier’ deel 3! Prachtig toch, voor €7,50 ligt deel 1 nu in de winkel!
Bij de afdeling strips en graphic novels vond ik het boek van Liesbeth Labeur, ‘Een lamp voor mijn voet’. Een graphic novel, met nadruk op het laatste, over de reformatorische wereld. In een prachtig ’tale Kanaäns’ vertelt hoofdpersoon Neeltje over haar jeugd in Zeeland en haar studietijd in Antwerpen; ontroerend en indrukwekkend. Zondagmiddag wilde ik eigenlijk nog een stuk fietsen, prachtig weer immers! Maar in de tuin was het ook heerlijk. En terwijl in de verte de trommels de laatste deelnemers van de Amsterdam Marathon nog een flinke boost gaven, verkeerde ik tussen ‘zulke verdorven aard’ en ‘gevallen in een jammerstaat’. Wat een indringend verhaal, met veel vermakelijke zinnen, gecombineerd met tale Kanaäns. ‘Neeltje zag de poorten van Sions tempelzalen wijd openstaan, er stroomde licht uit’. ‘Neeltje vluchtte weg. Haar nek was tot een voetbank Hunner voeten geworden’. Het boek gaat ook over misbruik en incest.
Voor ik het terugbreng naar de bibliotheek, wil ik het in ieder geval aanbevelen. Een kleurrijke autobiografische graphic novel: ‘De Arabier van de toekomst’. Inmiddels is het derde deel uit van dit boeiende levensverhaal. Riad Sattouf heeft op een prachtige manier zijn jeugd als peuter en opgroeiend ventje vastgelegd. Zijn vader komt uit Syrië en studeert in Frankrijk, waar hij trouwt met de moeder van Riad. Op een geweldige manier tekent Riad het jongetje dat hij geweest is en alles waarneemt. In deel 1 gaat zijn vader werken in Libië, maar het gezin keert later terug naar Frankrijk. In deel 3 woont het gezin inmiddels in het geboortedorp van Riads vader in Syrië. Prachtig hoe het kleine ventje zijn vader en moeder tekent in het omgaan met het dorp en de familie van Riads vader. Wie meer wil weten over Arabische cultuur, het gewone dagelijkse leven in een Arabisch land, maar ook hoe het voelt om op te groeien in een gezin met twee verschillende culturele achtergronden, pak dit boek ter hand. Een graphic novel lijkt in eerste instantie wat suf, maar dat is het bepaald niet, het is een prachtige vorm om de lezer mee te nemen in het verhaal. Zeer aanbevolen!
De eigenlijke aanleiding voor deze blog ligt echter bij een ander boek. Aan het begin van de zomer las ik van
Maar ook ‘De witte weg’ is een prachtig boek. Omdat de Waal pottenbakker is en gefascineerd is door porselein, wil hij weten hoe je aan het mooiste en het meest witte porselein kunt komen. Dat leidt opnieuw tot heel veel reizen, zoals naar Amerika, China, Duitsland en ook rondreizen in zijn eigen land. En opnieuw ontvouwt zich een prachtig verhaal over fabrieken, slimme zakenlieden en pottenbakkers. ‘De witte weg’ is een boeiend relaas, met ook een prachtige inkijk in de persoon van pottenbakker Edmund de Waal. Het is natuurlijk non-fictie, maar misschien juist daardoor extra boeiend. Wanneer ik “mijn” boekhandel aan de Middenweg binnenloop, kijk ik altijd even op de tafel ‘pas verschenen’. Elke keer liggen er dan weer nieuwe boeken en je vraagt je af of die allemaal verkocht worden. Zeker het segment fictie is groot, maar ook op de tafel non-fictie ligt gelukkig veel moois. Mooi is ook om te zien dat de boeken van de Waal echt bij de literatuur staan. Ik hoop maar dat Edmund de Waal nog veel mooie kunstwerken maakt. Helaas voor een werkloze schoolmeester niet te betalen. Ik hoop ook dat de pottenbakker nog weer een nieuw onderwerp vindt om over te schrijven, zodat er op een dag weer een mooie vertaling ligt in mijn boekhandel.
Ik had het bij de 14e met grote letters in mijn agenda staan: STERFDAG HARM. Nu de dag erna hebben we een katterig gevoel, maar we moeten de draad weer oppakken. Gelukkig start het muziekseizoen weer, vanavond gaan we naar het openingsconcert van het Nederlands Philharmonisch Orkest en Marc Albrecht, de vaste chef-dirigent zal Mahlers Symfonie nr. 10 uitvoeren. Ik las in vooraankondiging dat we op de