“Maar Harm is toch in ons hart…?” | In memoriam Harm 1982 – 2016 (65)

Vrienden waren verbaasd hoe fanatiek Harm was bij het skiën en hoe snel hij het onder de knie had. Zijn shorttrackopleiding zal zeker hebben geholpen. We kregen een filmpje waarbij Harm prachtig een berg af skiet, maar uiteindelijk onder uit gaat…

Het stormt, de regen klettert tegen het raam. Een jaar geleden was het prachtig nazomerweer. Korte broeken weer, zeiden we tegen elkaar. Vanmorgen belde mijn oudste dochter om even een praatje te maken, er is zoveel dat ons bezig houdt deze tweede week van september. Als vanzelf kwam het gesprekje op de 14e. Ze had de kinderen verteld dat ze donderdag naar opa en oma zouden gaan en ook naar de begraafplaats waar Harm begraven ligt. “En misschien moeten sommige grote mensen dan ook wel huilen…”, mooi om je kinderen zo voor te bereiden. Jip vond het waarschijnlijk toch wel wat raar, daarom zijn ontwapenende tegenwerping: “Maar Harm is toch in ons hart…?”

Vandaag, morgen, maakt het wat uit? Een jaar geleden dat Harm door een verschrikkelijke klap om het leven kwam. Daar stonden we midden in de nacht, in het VU Medisch Centrum bij een ziekenhuisbed waarin Harm op allerlei manieren verbonden was met machines die hem nog in leven hielden. Zo kenden we hem niet, weg was alle levenslust; bleek, een dik blauw oog, zijn gezicht helemaal opgezet en een verband als een helm op zijn hoofd. Een beeld dat mij nog regelmatig door het hoofd tolt, wat me misschien altijd wel bijblijft. Het beeld van mijn zoon Harm lijkt bevroren in dat moment. Maar langzaam komen dan ook de andere beelden gelukkig voorbij. Foto’s bij appjes die Harm op de gekste momenten kon sturen, maar ook van de mooie momenten samen, even een hapje eten voordat we samen naar de film gingen, rondkijkend bij FOAM, maar ook spelend met LEGO uit de kist die mijn vader voor hem gemaakt had.
Harm is in ons hart, toch gaan we ook naar Zorgvlied om zijn graf te bezoeken. We hebben gebak besteld en Harms vrienden komen langs om te eten en het glas te heffen. Ik heb al een grote pan met spinazie op het vuur staan. Ook bij zijn collega’s in Hilversum wordt er spinazietaart gegeten en ook zij gaan bloemen leggen op Zorgvlied.
Vaak hoor ik nog de zin van Sjoerd, één van Harms beste vrienden, in mijn hoofd: “Het gaat niet over…”. Het gaat ook niet over en het zal ook niet voorbij gaan, het gemis van Harm is er elke dag. Vaak besef ik dat ik Harm in het afgelopen jaar op een heel bijzondere manier heb leren kennen, er was zoveel dat je als je kind ouder wordt, gewoon niet weet; ook niet hoeft te weten.

ITW: de brulkikker verschoot regelmatig van kleur

Afgelopen zaterdag zijn we naar “Into The Woods” geweest. Een festival bij Amersfoort waar Harm al jaren geleden meehielp om het op te bouwen. Opnieuw doken we voor even in het leven van Harm. Ik werd al chagrijnig van een nazomerse plensbui, maar de overige festivalgangers klapten en dansten rustig door. Ik kon me opeens indenken dat Harm zich van een regenbui niets aantrok en op zijn manier ergens links vooraan meedanste.

In mijn mailbox komt een mailtje voorbij, Media Monks organiseert morgen een Harm-dag. Het ontroert, ik moet maar snel verder met mijn spinazietaart.

”   Dear Monks,
September 14, a year ago we heard the devastating news that our design director Harm had been involved in a tragic accident. This Thursday we will honor Harm by serving his favorite lunch and organise a trip to Zorgvlied. If you want to join: We will leave the office at 15:15 to take the 15:23 train to Amsterdam Zuid. A taxi bus will pick you up and will bring us to Zorgvlied (Harm’s grave). Please leave your name here: Visit Harm before EOD.
A lot of new people joined MM last year, but as you can imagine a year ago Harm’s sudden death hit us very hard and it has been a difficult time for us all. Please be extra nice to all of your colleagues coming days.   “

Kyrie eleison  / ‘Zalig die treuren want zij zullen vertroost worden’

De sloop van een schoolgebouw (4)

Slotermeerlaan 160 is inmiddels een kale en woeste vlakte. Her en der liggen grote hopen beton, alles wat onder het maaiveld zit moet geruimd. De pneumatische boorhamer op de graafmachine doet de grond trillen. Met juf Joke probeer ik te achterhalen waar alles ook al weer zat. Enigszins herkenbaar is nog de ingang bij de kleuterlokalen. In een gat ontdekken we de watermeter, het witte dekseltje zit er nog keurig op. Meer naar het midden van het terrein is een diepe kuil, daar moet de verwarmingskelder hebben gezeten. Joke heeft gehoord dat de sloper fors moeite had met de vloer waar ooit een zwembad heeft gezeten. Toen de Hervormde Schoolvereniging ooit de Koopmansschool liet bouwen was het toenmalige hoofd der school een fervent voorstander van zwemonderwijs. Daarom was er naast de gymzaal, met extra grote afmetingen, een klein instructiebad. Toen wij er als van ’t Veerschool in trokken lagen de kurken voor beginnende zwemmers ergens in een hoek, maar de apparatuur voor het zwemwater was al jaren niet meer gebruikt. Na de grote renovatie in 85/86 werd het zwembad eruit gehakt en werden op deze plaats de douches gebouwd.

zo gingen de palen de grond in

We halen herinneringen op, hoeveel voetstappen hebben we hier niet liggen? De platanen die we ooit plantten voor meer schaduw op het plein, zijn al jaren niet onderhouden. De hovenier zal er nog een flinke klus aan krijgen. Opnieuw verbazen we ons er over dat het toch heel karakteristieke gebouw, niet had kunnen worden gerenoveerd. We spreken met de machinist van de ‘sloopmachine’. “Zoiets heeft hij nog nooit meegemaakt”, vertelt hij ons. “Zoveel zwaar gewapend beton in de grond, daar hadden ze een flat van vijf of zes verdiepingen op kunnen bouwen.” Het ijzer wat her en der uit het beton steekt is indrukwekkend. Nog een paar weken, dan zal het terrein schoon zijn en zitten onder de grond alleen nog heel veel betonpalen.
Ook de achtermuur van de aula zal dan gesloopt zijn, de bewoners van de Anton Struikstraat wilden niet dat deze muur ook door de sloopmachines omver zouden worden gehaald; moet dus met de hand gesloopt worden. Terwijl wij lopen te mijmeren, doet de politie een inval aan de Nunes Vazstraat. De buurt verandert, hele rijen huizen zijn neergehaald en aan de Vening Meineszlaan worden woonblokken met de look van 2017 neergezet. Veel groenstroken zijn verdwenen, in tuinstad Slotermeer komt de klemtoon steeds meer op stad te liggen.

September | In memoriam Harm 1982 – 2016 (64)

In de maand augustus kwam de maand september snel dichterbij. In ons gezin hebben we er inmiddels allemaal last van. September was immers de maand  waarin Harm verongelukte en blijkbaar heeft dat onderhuids gewoon invloed. Vrienden, buren en familie herinneren ons er trouwens ook regelmatig aan: “Al weer bijna een jaar geleden hè!? We ontkomen er niet aan en willen er ook niet aan ontkomen. We kunnen er niet om heen en inmiddels hebben we genoeg over rouw en verdriet gelezen om te beseffen dat we er door heen moeten, door het verdriet heen. Manu Keirse zegt het in zijn laatste boek verschillende keren. ‘Helpen bij verlies en verdriet’, het ligt bij ons op tafel en regelmatig lezen we er een paar bladzijden in. Keirse is in België en Nederland de specialist op het gebied van verlies, verdriet en de laatste levensfase. Zo staat het op de binnenflap, natuurlijk om mensen tot lezen aan te zetten, maar het is ook echt zo. Keirse, inmiddels 71 jaar, heeft het boek ‘Helpen bij verlies en verdriet’ volledig herschreven omdat door de jaren heen zijn inzichten zijn verdiept en soms zelfs helemaal veranderd. Helder geschreven, is het voor iedereen een zeer behulpzaam boek. Het boek gaat in korte hoofdstukken over zoveel soorten verlies en wat dat uitmaakt in relatie tot rouw en verdriet. Het gaat bijvoorbeeld ook over verdriet bij asielzoekers, verdriet bij echtscheiding en het verdriet bij het kwijtraken van een baan en ook over het verdriet wanneer een volwassen kind verongelukt. De stijl van Keirse is nuchter en weldoordacht, doorspekt met veel voorbeelden. Eigenlijk hoort het boek thuis in elk huishouden. Iedereen krijgt immers te maken, vroeg of laat, met verlies en verdriet? Stop het niet weg, pleit Keirse. Zorg dat er rituelen zijn, waar je als nabestaanden goed bij voelt en zwijg er niet over. Het standaardwerk van Keirse is een gids voor iedereen, het geeft ook tips aan de buitenstaander die te maken krijgt met verlies en verdriet bij een ander, of dat nu je buurvrouw is of je collega of werknemer of een familielid…
TIP: Wanneer je het aanschaft, denk er dan aan dat het echt de laatste versie is, waarop staat: ‘volledig nieuwe editie’ (2017, groene voorkant).

De hele kwestie met de Officier van Justitie hebben we voorlopig achter ons gelaten. Onze strafrechtadvocaat heeft inmiddels bij het Gerechtshof een klaagschrift ingediend. Wanneer je op de link klikt, kun je in het kort lezen wat deze procedure inhoudt. Op een dag zal de advocaat zijn klacht mogen toelichten en dan zal de rechter beslissen of er alsnog een vervolging moet worden ingesteld door het OM (Openbaar Ministerie). We wachten dus rustig af in het besef dat wij er in ieder geval alles aan gedaan hebben om een eerlijke gerechtelijke uitspraak te krijgen. Natuurlijk wordt ons wel eens gevraagd of alle gedoe wat er bij komt kijken, het ons wel waard is. En natuurlijk hebben we ons dat zelf ook afgevraagd, natuurlijk zullen te zijner tijd ook best weer emoties boven komen. En wie weet zullen er ook weer tranen vloeien. Maar wat dat betreft heeft Keirse ons wel geholpen om ook hier op een nuchtere manier mee om te gaan. We voelden ons door de Officier niet serieus genomen en het sepot was in onze ogen veel te mager. We wachten af en te zijner tijd laat ik vast wel meer over horen.

vier dominees boeken

de houten broek in Bloemendaal

In mijn boekenkast staan twee vergeelde boeken die aan het begin van de Tweede Wereldoorlog (1941) zijn uitgegeven. Het eerste deel is “In de houten broek” en van de hand van de journalisten Dingeman van der Stoep en Herman Felderhof (vader van televisiemaker Rik Felderhof), een aantal verslagen van bezoeken aan kerkdiensten van in die tijd bekende voorgangers. Ze gingen o.a. op bezoek bij K. Schilder, S.G. de Graaf en ook bij de bekende dominee G.H. Kersten (van de SGP). Het geeft een prachtige inkijk in de kerkdienst en de preekgewoontes van voor de oorlog.

Van der Stoep kon het niet laten en na al het luisterwerk ging hij persoonlijk bij predikanten en voorgangers op bezoek en schreef zo het vervolg, “Herder en Leeraar” (Over dominees en hun dagelijksch werk). In een inleidend exposé vertelt van der Stoep prachtig over het ambt en het dagelijksch werk van een dominé (spelling zoals toen gebruikelijk). Nog steeds zeer lezenswaardig, ondanks een verschil in taalkleed van wel 80 jaar. In het tweede deel worden allerlei aspecten van het domineeswerk onder de loep genomen; werken onder gevangenen, ziekenhuispastoraat, het maken van een preek (ds. D. van Dijk, na de oorlog een bekende GKV predikant), het geven van catechese, enzovoort. Leerzaam voor de verwende 21e eeuwse kerkganger, die op zijn mobiel een Bijbel-app heeft en verwacht dat de kerkdienst elke zondig er weer gelikt uitziet en voldoet aan het individuele en religieuze gevoel van de gelovige. Dezelfde gelovige heeft vaak geen idee wat een dominee doordeweeks allemaal moet doen om zondags fris en fruitig een gemeente toe te spreken.
Aan de boeken van Felderhof en van der Stoep moest ik denken toen ik, alweer enige maanden geleden, het boekje van Rikko Voorberg ter hand nam. Rikko, die ook nog wel eens bij ons in de Oosterparkkerk voorgaat schreef “De dominee leert vloeken”. Rikko vertelt in zijn boek over zijn leven en werk in de Pop-Up kerk in Amsterdam-West. Door de confrontatie met het ‘echte’ leven (contact met een zedendelinquent en vluchtelingen op Lesbos) probeert hij woorden te geven aan zijn woede over al het onrecht in de wereld en wijst de lezer een weg om hier op een christelijke manier mee om te gaan. En wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Dingeman van der Stoep vertelt over zijn bezoek aan dominé Coolsma in Groningen, die daar gedetineerden in de stafgevangenis bezoekt. Coolsma en Voorberg komen dezelfde dingen tegen en proberen beide te getuigen van Gods liefde, maar ook van Gods kracht. En alhoewel de vloekende dominee niet een compleet uitgebalanceerd programma presenteert, tot in de puntjes dogmatisch doorwrocht, houdt het de lezer een spiegel voor. Hoe reageer je op de zoveelste asielzoeker met een tranentrekkend verhaal? Hoe reageer je op de bedelende en stinkende zwerver en hoe reageer je en ga je om met die vervelende buurman of buurvrouw? Terecht stak in de huis aan huis krant de ECHO een columnist de loftrompet over het geluid van dominee Rikko. Het zet aan het denken en ook de digitale mens in de 21e eeuw kan niet een leven leiden zonder zingeving. Het is niet voor niets dat Rikko inmiddels genomineerd is voor de titel ‘Theoloog des Vaderlands’.
Een halfjaar na dominee Rikko liet een andere predikant van zich horen. De Bloemendaalse predikant Ad van Nieuwpoort figureerde als hoofdrolspeler in een documentaire onder de titel “Hier ben ik”. In de documentaire is deze dominee te zien in zijn dagelijkse werk als herder en leraar. In 2017 een boeiend gegeven voor een documentaire. Ze grijpen als het ware zo terug op Dingeman van der Stoeps werk uit 1941. Naast de documentaire verscheen van Nieuwpoorts hand een boek onder de titel “Uit de tijd”, met als ondertitel “Wat bezielt een liberale dorpsdominee?”. De predikant vertelt over het maken van preken, een sterfbed, dopen en huwelijksgesprekken. Het laat mooi zien hoe een dominee in de praktijk bezig is en geeft een inkijk in zijn worstelingen. Door de verhalen verweef Nieuwpoort zijn visie op “het aloude Woord”. Mooie verklaringen over het Scheppingsverhaal, de uittocht uit Egypte en het bijzondere verhaal over Jona. Op een vanzelfsprekende manier weet van Nieuwpoort die oude verhalen te verbinden met het vaak lastige en ingewikkelde leven van 2017. Met plezier heb ik het boek ‘ingelezen’ voor de CBB (de Christelijke Bibliotheek voor Blinden en slechtzienden) en er ook veel van geleerd. Maar al inlezend bekroop me vaak het gevoel dat de visie van deze predikant teveel een verhaal bleef. Waar blijft de echte boodschap? Wat zegt sterven en opstanding van Jezus Christus ons nog? Wanneer wordt ‘het verhaal’ een levend geloof in de God, schepper van hemel en aarde?
Eind mei kerkte ik op een ochtend in de Noorderkerk. Er werden twee baby’s gedoopt en Paul Visser preekte over Johannes 14:18; “Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug.” En ik kreeg het idee dat Visser het boek van zijn collega had gelezen bij het maken van zijn preek. Letterlijk zei Visser: “Ik ga niet voor een verhaaltje de preekstoel op!” en de emotie klonk hoorbaar in zijn stem. “Gods waarheid kan niet stuk. Wat Ik met jou heb, zegt God, gaat en kan niet stuk. Daarom komt er Trooster in je wonen, Zijn Geest!” En deze boodschap mistte ik in het boek van van Nieuwpoort. Ik mistte: “dat de Geest er voor zorgt dat het Woord wortel schiet”, zo verwoordde Paul Visser het. Als predikanten, voorgangers en priesters het zo verwoorden, zijn ze werkelijk V.D.M. Verbi Divini Minister: dienaren van het Goddelijke Woord en niet alleen maar verhalenvertellers.

troost aan het strand

We waren anderhalve dag op Texel, even uitwaaien en ook de verjaardag van een goede vriendin meevieren. We hebben het hele eiland rondgefietst en bij paal 15 nog even heerlijk door het zeewater gebanjerd. Het geruis van de zee, je sluit je ogen en allerlei beelden trekken voorbij, gedachten aan Harm, maar ook het besef dat er een God van eb en vloed is.
Thuisgekomen toch maar weer even op bezoek bij het bevriende vluchtelingengezin, want ook op ‘ons eiland van de heiland‘ stond de telefoon niet stil. Het huis waar ze een jaar lang onderdak hebben gehad moeten ze verlaten en ze hebben stad en land afgezocht naar een onderkomen. Boosheid, verdriet, wantrouwen, van alles komt voorbij. Ik lees de vermoeidheid en frustratie van hun gezichten en de stress slaat toe wanneer de speen van de jongste zoek is. Zonder speen geen slapend kind en dus overlast voor de buren. En ze willen juist geen overlast bezorgen…  Verdrietig fiets ik naar huis met mijn gedachten nog bij de vraag van vader of ik de oudste dochter wilde zegenen. Gelukkig hebben ze nu elders een plek gevonden, hopelijk kunnen ze na volgende week tot rust komen. Je zou ze zo graag beter gunnen en je vraagt je iedere keer af waar je christelijke verantwoordelijkheid ligt en hoe ver dat gaat en of daar wel een eind aan komt. Natuurlijk kunnen we niet alle leed op ons nemen, maar wat te doen met een enkel gezin die inmiddels je broeder en zuster zijn geworden? Opnieuw blader en lees ik in het laatst uitgegeven boek van Tim Keller; ‘Geroepen Tot Barmhartigheid’. Niet voor niets begint dit eerste boek van Keller met de gelijkenis van Jezus over de barmhartige Samaritaan. Hoe ingewikkeld of ook, hoe gemakkelijk kan het zijn?!

Het laatst vertaalde boek van Keller, maar in de VS als eerste verschenen.

Ondertussen sterft bij ons in de straat buurman Henk. Al jaren was hij zwak en de laatste maanden ging zijn gezondheid steeds verder achteruit. Een markante man, die ooit de vlag uitstak toen de vorige bewoners van ons huis gingen verhuizen. Niet bang om zijn mening te geven en ook altijd genietend van sigaar en een goed glas wijn. We gedenken hem met respect voor wie hij was. Toen ik vanmorgen op de fiets terugkwam was buurman Jozef druk bezig om de boeidelen van zijn  schuurtje te vervangen. Hij vertelt dat hij er nu maar het onverwoestbare trespa op zet, dat zal hem wel overleven. Al kletsend komen we op het overlijden van buurman Henk. Buurman Piet, die behoorlijk vergeetachtig begint te worden, is nog zo bij de tijd dat hij vraagt: “En hebben ze hem al weggehaald?”. Het gesprek komt zo op ’thuis opbaren’ en ‘je lichaam afstaan aan de wetenschap’. Piet denkt dat ze best veel aan hem zullen hebben, hij is immers nooit ziek geweest, heeft alles nog en alleen ooit last gehad van een zwerende vinger. Dit soort gesprekjes relativeert gelukkig veel, het leven is eindig. En wat ze na je dood ook met je doen, je bent er toch niet meer bij en Onze Lieve Heer zorgt wel voor je, volgens buurman Jozef.

De sloop van een schoolgebouw (3)

Ik kan het niet laten, ik wil weten hoe het er voor staat aan de Slotermeerlaan. Afgelopen vrijdag stonden er nog twee lokalen. Een kleuterklas en boven groep 3. De vloer, het plafond, lag al beneden en de sloper trok en knipte met zijn machine de hele zaak aan stukken. Ik probeerde mij voor de geest te halen welke juffen daar allemaal hadden les gegeven en hoeveel kinderen daar wel gezeten hadden, hun eerste woordjes lerend , tellen tot 10, tot 100en hoeveel psalmen en bijbelliedjes er luidkeels werden gezongen… Begonnen in 1981 en twee jaar geleden verhuisde de school naar een andere locatie in verband met de sloop. Beetje rekenen, minstens 25 leerlingen per jaar; dus ongeveer 550 à 600 leerlingen hebben een lokaal gevuld in de jaren van de van ’t Veerschool/Veerkracht.
Vandaag is het hele gebouw weg. Toevallig loop ik oud-leerling Daan tegen het lijf als ik kom aanfietsen. Hij zag bouwkranen bezig op de plek waar hij ooit naar school ging en zag opeens dat alles verdwenen was door de sloophamer. We halen herinneringen op en gaan twintig jaar terug in de geschiedenis. Daan woont in Amsterdam en werkt voor een jonge christelijke kerk in het Centrum. Hij is dankbaar voor wat hij geleerd heeft op de toen nog dr. M.B. van ’t Veerschool. Hij vraagt zich nog steeds af wie dat was. We nemen allebei foto’s omdat zo’n sloop heel veel aan herinneringen oproept.
Volgens één van de slopers gaat na het ruimen van het puin ook de schep de grond in, alle gangen en ook de kelder waar de gaskachels stonden moeten er uit. Een hele klus  nog. De boom die bijna bij groep 3 naar binnen groeide staat er nog. Zullen ze er nu alsnog een kapvergunning krijgen? Jaren terug wilden de ambtenaren van het Stadsdeel er nog niet aan. En wijkbewoners kunnen altijd nog een actiegroep gaan starten natuurlijk.

De sloop van een schoolgebouw (2)

er staan nog vier lokalen…

Vandaag werd ik aangesproken door een Nederlandse Marokkaan: “Mooi gezicht zo’n sloop hè? Goed hoe ze dat doen…. !” Ik vertel hem dat het lokaal, waar nu alleen nog een paar muren van te zien zijn, mijn lokaal is geweest. Dat ik daar wel bijna tien jaar had les gegeven, en dat ik directeur van de school ben geweest, vertelde ik de vriendelijke man die op zijn vrouw stond te wachten. Hij had vroeger op de ‘de Vlugtschool’ gezeten, “ik zag hoe ze hem gingen slopen”, vertelde hij. “En ik heb ook gezien hoe de eerste paal de grond in ging, ik woon er vlak bij”. “Die school heeft wel een jaar leeg gestaan”, vertelde de man, “vanwege vleermuizen die beschermd zijn”. Hij kan zich mijn emotie wel voorstellen.
Herinneringen kwamen boven, terwijl de man zijn vrouw en kinderen de auto inhielp. ‘De Vlugtschool’ was de openbare school tegenover de ‘Immanuelschool’ aan de Jan de Louterstraat, vlakbij Plein 40-45. Toen in Velserbroek ook een gereformeerde school startte, kwamen er op de ‘van ’t Veerschool’ een aantal lokalen leeg te staan. En het Stadsdeel wilde dat wij inwoning kregen van een tweetal groepen van de ‘De Vlugtschool’. Meester Wietsma heeft er van alles aan gedaan om het tegen houden, maar de “openbaren” kwamen  toch inwonen. Twee alleraardigste collega’s moesten via de zijingang binnen komen met hun leerlingen en er kwam een afscheidingswand met een deur tussen de gereformeerden en de “openbaren”. Uiteindelijk kwamen we regelmatig bij hen over de vloer om bij te kletsen met een kop koffie en problemen zijn er nooit geweest. Ook toen er later nog es inwoning kwam van de St. Henricusschool kwam, gaf dat geen problemen. De deur bleef zitten en was later wel handig toen we het gebouw ook in de weekenden verhuurden aan diverse christelijke gemeentes.

… sloopmachine midden in de voormalige personeelskamer …

In mijn eerste verhaal over de sloop van het schoolgebouw aan de Slotermeerlaan, vermeldde ik dat voordat wij in 1981 als gereformeerde school het gebouw betrokken, het een Hervormde school was. De naam van de school was echter ‘dr. J. Koopmansschool’, met dubbel s. De school was genoemd naar een Hervormde dominee, Jan Koopmans, die vlak voor de bevrijding in 1945 werd getroffen door een verdwaalde kogel. Hij zag al ruim voor de oorlog het gevaar van het antisemitisme en november 1940 schreef hij een brochure tegen de Ariërverklaring;  Bijna te Laat!  De Belgische schrijver Geert van Istendael heeft in zijn bundel ‘Mijn Nederland’ (vanaf pagina 203) een geweldig eerbetoon geschreven over deze predikant van de Noorderkerk. Eigenlijk was het dan ook jammer dat indertijd zijn naam werd ingewisseld voor die van dr. M.B. van ’t Veer. Geen idee of er verder nog een monument, naast dat van van Istendael, is opgericht voor deze bijzondere predikant en theoloog. Nu de voormalige ‘Koopmansschool’ tegen de vlakte gaat, verdwijnt ook dat stukje geschiedenis.  Gelukkig is zijn ‘geschriftje’ op internet te vinden en zeer lezenswaardig. Een dappere dominee, die later in de oorlog min of meer moest onderduiken, maar ook bij Duitse militairen aan tafel zat om op te komen voor de Joodse medemens.

Johann Sebastian Bach, troost in Leipzig

J.S. Bach door Haussmann, het schilderij dat ooit bij de familie Gardiner in Dorset hing, maar nu in het Bachmuseum

Wat een routeplanner al niet te weeg kan brengen… Op de heenweg werden we over Dortmund gestuurd, dwars door het Ruhrgebied, naar Leipzig. Maar op de terugweg zaten we na wat omleidingen opeens op de snelweg richting Hannover. Pas bij Barneveld kwamen beide routes weer bij elkaar. Vanaf Amsterdam rijd je naar het oosten en blijkbaar zijn Nederland en Duitsland zo ruim belegd met asfalt dat er zelfs twee totaal verschillende routes zijn, die ook qua afstand nauwelijks verschillen. Misschien is dat ook wel symbolisch voor hoe je Johann Sebastian Bach kunt benaderen. Zoals Bachstad Leipzig dus meerdere aanrijd-routes heeft, zo heeft Bach dat ook. Je kunt Bach bewonderen om de prachtige muziek die hij heeft gemaakt, ook al heb je helemaal niets met de tijd van Bach en dat hij boven zijn composities SDG (Soli Deo Gloria) zette. De ene compositie zal je dan ook meer aanspreken als de andere. Het kan ook zijn dat je via kerkelijke muziek bij Bach bent uitgekomen en je er daardoor in bent gaan verdiepen. Bij ons ging het via de prachtige uitvoeringen waarin Coos meezong bij het KCOV in het Concertgebouw; de Mattheus Passion en later ook de Johannes Passion. Een aantal jaren later nam Gerard Lubbers een keer met een dubbel LP mee uit zijn verzameling, deel 1 van de ‘Complete Orgelwerken’ door Marie Claire Alain. Die twee ‘routes’ hebben er wel gezorgd dat mijn cd-la zich allengs heeft gevuld met heel veel Bach.
Toen onze buren dan ook voorstelden om een citytrip te organiseren naar Leipzig, waren we dan ook gelijk enthousiast. Om rond te kijken in de stad waar Bach meer dan 25 jaar heeft gewerkt als cantor van de Thomaskirche (1723-1750) leek me geweldig. Natuurlijk leven we bijna 300 jaar later en kun je je nauwelijks voorstellen hoe het leven toen was en hoe men leefde, maar je kunt er iets van proeven. In het Bachmuseum werden we vakkundig rondgeleid en hebben we de maquette bewonderd van de toenmalige Thomasschule. Bach woonde er bij in en was daarmee ook de baas van de school, waarin zowel de slaapzalen waren als de lesruimtes. In de eerste zaal van het museum (een soort heiligdom) mochten we het enige echte portret bewonderen dat er is van Bach. Ik had er over gelezen in de biografie die de beroemde dirigent en musicus John Eliot Gardiner over Bach heeft geschreven. Het portret hing vroeger in zijn ouderlijk huis, maar na veel omzwervingen nu dus in Leipzig. Een bijzonder moment om oog in oog met de grote componist te staan.

Afgelopen zaterdag stroomde de Thomaskirche rond drieën zo goed als vol. Ook wij zetten ons onder het gehoor van de beroemde Italiaanse organist Luca Antoniotti. En gelukkigerwijze speelde hij een Sonata  (III d-Moll), die ook op mijn Lubbers-LP staat. Die LP heb ik al zo vaak gedraaid dat je al weet wat er komt aan klanken. Des te bijzonderder is het om het live mee te maken in een kerk waar Bach het misschien ook zelf wel heeft gespeeld, en waar hij in ieder geval wekelijks met zijn rug naar het kerkvolk zijn koor dirigeerde. Romantisch uitgedrukt zou je dat dus een Bachbelevenis kunnen noemen. Zo’n Bachbelevenis gaat gelukkig niet zonder troost; de muziek was als zalf voor onze ziel. In onze koffer ging dan ook een kleine Bachbuste mee naar huis, die nu op de ‘schoorsteenmantel’ staat.

De St. Trinitatis vanaf de Panorama toren

In Leipzig hebben we vorige week flink rondgewandeld.  Al rondsjouwend kwamen we van alles tegen, maar werkelijk het mooiste gebouw was de zeer moderne Propsteikirche St. Trinitatis. Het is in 2015 in gebruik genomen staat vermeld op Wikipedia. In WOII werd de toenmalige RK-kerk van Leipzieg volledig plat gebombardeerd, alleen waren er nog wat muren over. Op last van de communistische stadsregering werden die later ook omvergehaald. Pas in 1982 kreeg men toestemming een nieuwe kerk te bouwen. Een oerlelijk Oost-Duits gebouw werd dat. Omdat dat gebouw na 20 jaar in zo’n slechte staat verkeerde kreeg men toestemming om tegenover het raadhuis een nieuwe kerk neer te zetten. Een wonderschoon gebouw, opgetrokken uit rode natuursteen en van een hoogstaande eenvoud. Helaas was toen we even binnen wilden kijken zaterdagmorgen, er een doopplechtigheid aan de gang. Echt indrukwekkend zijn de glazen ramen in de kerkzaal waar de volledige tekst van het Oude en Nieuwe Testament op staan afgedrukt. Ook het waterscherm wat de binnenplaats afschermt is bijzonder; een troostvol gebouw!  Zo zie je maar, een stad kan niet zonder kerken.

De sloop van een schoolgebouw

Omdat ik vandaag toch in Amsterdam-West moest zijn, ben ik maar even doorgefietst naar de Slotermeerlaan. Al twee jaar lang stond het gebouw van GBS Veerkracht leeg en juf Joke appte me dat de sloop was begonnen. Het plan voor nieuwbouw ligt al een paar jaar klaar heb ik gehoord. Voor zover ik weet gooiden vleermuizen in eerste instantie roet in het eten. Die zagen blijkbaar platgooien niet zitten. Toen ik vanwege een burn-out in het najaar van 2010 stopte, was er van sloop nog geen enkele sprake. Er waren wel steeds plannen voor een forse verbouwing en update, maar blijkbaar is nieuwbouw nu toch ‘goedkoper’.
Vanaf de zijlijn heb ik daar zo mijn gedachten bij. Slotermeerlaan 160 was een geweldig schoolgebouw, zo degelijk maken ze ze niet meer tegenwoordig. Ik vergeet nooit dat we in 1981 voor het eerst gingen kijken in de toen behoorlijk verwaarloosde “Koopmanschool”. Wij vonden het ondanks de gaten in de vloer en de verouderde toiletruimtes een kolossaal gebouw en een grote vooruitgang. Waar we in het oude schoolgebouw tegenover toenmalig station Sloterdijk lokaaltjes hadden van 6,5 meter in het vierkant kregen we nu lokalen van 8,5 meter in het vierkant; ruim en licht. Een paar jaar later werd het “nieuwe” gebouw volledig verbouwd, dat was in het seizoen 1985-1986. De lokalen werden toen volledig gestript, alles werd vernieuwd; raamkozijnen, plafonds, vloeren en natuurlijk de toiletten. Voor bijna anderhalf miljoen gulden werd er aan verspijkerd. Ik ga niet becijferen wat er na de invoering van de euro nog allemaal is verbeterd, maar dat is niet mis.
Nu hangen de elektrische zonweringen troosteloos voor de ramen. De sloper vond ze er nog zo goed uitzien, ze zijn nog geen tien jaar oud. De gymzaal ligt inmiddels in puin en in de rest van de school is het een troosteloze bende. Mijn timmermansverstand zegt dat het kapitaalvernietiging is. Natuurlijk krijgen de leerlingen en het team straks een splinternieuw gebouw, maar hoeveel zou het gekost hebben wanneer het nu gerenoveerd zou worden? Wanneer er een mooie entree zou zijn gemaakt, zonder personeelstoilet? Is het nostalgie omdat ik er zoveel jaren heb gewerkt? Dat onze kinderen daar allemaal hun basisschooltijd hebben doorgebracht, alle feesten die we er als schoolgemeenschap vierden, de verhalen die er verteld zijn, maar ook de verdrietige gebeurtenissen, het speelt me door het hoofd wanneer ik de bijna ruïne nog eens bekijk. Ik wordt er verdrietig van en het maakt weemoedig; een tijdperk is voorbij.
Terugfietsend kom ik langs het gebouw van de de St. Henricusschool, dat was altijd de dichtstbijzijnde basisschool van Veerkracht. Het gebouw staat in de steigers en men is volop bezig het te renoveren. Ik zie een compleet nieuwe ingang, een moderne toevoeging aan ook een jaren vijftig gebouw. Daar kan het dus wel, denk ik…

Wildeburg | In memoriam Harm 1982 – 2016 (63)

gelukkig werd het ook nog droog…

Een bijzondere belevenis was het. Op uitnodiging van Paul, huisgenoot van Harm en festivalorganisator, naar de Noordoostpolder afgelopen vrijdag, samen met ons gezin. Iets wat we voor Harms overlijden waarschijnlijk nooit gedaan zouden hebben. Hij zou het niet eens gewild en ook niet gevraagd hebben, denk ik. Het festival “Wildeburg” kenden we inmiddels van het programma “De Dolende Dertigers“, waarin Marlijn Weerdenburg zocht naar antwoorden op de levensvragen van de dertigers van nu. Ze dook in een persoonlijke ontdekkingstocht ook in de wereld van festivalgangers en zo kwam ze op de vorige editie van Wildeburg ook Harm met zijn vrienden tegen. In haar TV programma over dertigers en hun vragen kwam Harm dus even in een flits voorbij. Later zorgde één van Harms vrienden er voor dat we de volledige opname kregen. Heftig als je Harm dan opeens al pratend en redenerend terug ziet.

de festivaldirecteur

Nu lopen we rond waar we Harm in de tv-opnames hebben zien rondlopen. Paul ontvangt ons hartelijk, enigszins verlaat want er dreigde een forse onweersbui. Wanneer de buien weggedreven zijn klinkt overal vanaf het festivalterrein de muziek. Verschillende podia worden al snel omringd door de eerste swingende festivalgangers. Sommigen kijken ons vreemd aan. Zestigers zijn hier echt een vreemde eend in de bijt. Al rondleidend verdeelt Paul zijn aandacht tussen ons en zijn regelmatig rinkelende telefoon. Hij wijst ons waar Harm vorig jaar met zijn vrienden hun tentjes opsloegen en tranen vloeien en ze prikken achter mijn ogen.
Al rondkijkend krijgen we een idee wat zo’n festival eigenlijk is. Duizenden, bij dit festival zo’n 8000, vermaken zich een heel weekend met live-muziek, dj’s, kunst en allerlei spelletjes. Ondertussen moeten ze gebruiken maken van ‘vieze’ wc’s, in de rij staan voor de douche en slapen terwijl om hen heen het festival gewoon doorgaat. Ik kan mer er alles, maar ook niets bij voorstellen dat Harm dit leuk vond.  Het er even helemaal uit zijn, het groepsgevoel en dan ook nog met je beste vrienden… Dominee Tim zou er een mooi bubbel-verhaal bij kunnen houden, maar ik denk dat dat ook zo werkt. Ooit gingen we zelf wel eens naar meerdaagse bijeenkomsten waarop sprekers uit Amerika over het geloof in God kwamen spreken. Zij hadden een heldere en net wat andere kijk op een leven met God dan we in Nederland doorgaans gewend waren. Het was motiverend, hartverwarmend en eenmaal thuis had je een heimwee gevoel dat je alleen kon delen met andere congresgangers. Zo werkt een festival ook denk ik. Er zitten zonder dat de deelnemers het doorhebben zeker ook religieuze aspecten aan. Ik kan me dus heel goed voorstellen dat dat ook met Harm iets deed,  weg van de waan van de dag. Zeker wanneer het dan ook nog jouw muziek is, geweldig natuurlijk.
Het meeste wat we hoorden was helaas niet mijn muziek, pas bij het vertrek passeerden we een tent waarin lekkere livemuziek werd gespeeld, zonder versterking en je had dus geen oordopjes nodig. Het was mooi om een stuk van Harms leven mee te maken en eigenlijk jammer dat we dit pas ontdekten nu hij er niet meer is.

Kyrie eleison