“Maar Harm is toch in ons hart…?” | In memoriam Harm 1982 – 2016 (65)

Het stormt, de regen klettert tegen het raam. Een jaar geleden was het prachtig nazomerweer. Korte broeken weer, zeiden we tegen elkaar. Vanmorgen belde mijn oudste dochter om even een praatje te maken, er is zoveel dat ons bezig houdt deze tweede week van september. Als vanzelf kwam het gesprekje op de 14e. Ze had de kinderen verteld dat ze donderdag naar opa en oma zouden gaan en ook naar de begraafplaats waar Harm begraven ligt. “En misschien moeten sommige grote mensen dan ook wel huilen…”, mooi om je kinderen zo voor te bereiden. Jip vond het waarschijnlijk toch wel wat raar, daarom zijn ontwapenende tegenwerping: “Maar Harm is toch in ons hart…?”
Vandaag, morgen, maakt het wat uit? Een jaar geleden dat Harm door een verschrikkelijke klap om het leven kwam. Daar stonden we midden in de nacht, in het VU Medisch Centrum bij een ziekenhuisbed waarin Harm op allerlei manieren verbonden was met machines die hem nog in leven hielden. Zo kenden we hem niet, weg was alle levenslust; bleek, een dik blauw oog, zijn gezicht helemaal opgezet en een verband als een helm op zijn hoofd. Een beeld dat mij nog regelmatig door het hoofd tolt, wat me misschien altijd wel bijblijft. Het beeld van mijn zoon Harm lijkt bevroren in dat moment. Maar langzaam komen dan ook de andere beelden gelukkig voorbij. Foto’s bij appjes die Harm op de gekste momenten kon sturen, maar ook van de mooie momenten samen, even een hapje eten voordat we samen naar de film gingen, rondkijkend bij FOAM, maar ook spelend met LEGO uit de kist die mijn vader voor hem gemaakt had.
Harm is in ons hart, toch gaan we ook naar Zorgvlied om zijn graf te bezoeken. We hebben gebak besteld en Harms vrienden komen langs om te eten en het glas te heffen. Ik heb al een grote pan met spinazie op het vuur staan. Ook bij zijn collega’s in Hilversum wordt er spinazietaart gegeten en ook zij gaan bloemen leggen op Zorgvlied.
Vaak hoor ik nog de zin van Sjoerd, één van Harms beste vrienden, in mijn hoofd: “Het gaat niet over…”. Het gaat ook niet over en het zal ook niet voorbij gaan, het gemis van Harm is er elke dag. Vaak besef ik dat ik Harm in het afgelopen jaar op een heel bijzondere manier heb leren kennen, er was zoveel dat je als je kind ouder wordt, gewoon niet weet; ook niet hoeft te weten.

Afgelopen zaterdag zijn we naar “Into The Woods” geweest. Een festival bij Amersfoort waar Harm al jaren geleden meehielp om het op te bouwen. Opnieuw doken we voor even in het leven van Harm. Ik werd al chagrijnig van een nazomerse plensbui, maar de overige festivalgangers klapten en dansten rustig door. Ik kon me opeens indenken dat Harm zich van een regenbui niets aantrok en op zijn manier ergens links vooraan meedanste.
In mijn mailbox komt een mailtje voorbij, Media Monks organiseert morgen een Harm-dag. Het ontroert, ik moet maar snel verder met mijn spinazietaart.
” Dear Monks,
September 14, a year ago we heard the devastating news that our design director Harm had been involved in a tragic accident. This Thursday we will honor Harm by serving his favorite lunch and organise a trip to Zorgvlied. If you want to join: We will leave the office at 15:15 to take the 15:23 train to Amsterdam Zuid. A taxi bus will pick you up and will bring us to Zorgvlied (Harm’s grave). Please leave your name here: Visit Harm before EOD.
A lot of new people joined MM last year, but as you can imagine a year ago Harm’s sudden death hit us very hard and it has been a difficult time for us all. Please be extra nice to all of your colleagues coming days. “
Kyrie eleison / ‘Zalig die treuren want zij zullen vertroost worden’
Slotermeerlaan 160 is inmiddels een kale en woeste vlakte. Her en der liggen grote hopen beton, alles wat onder het maaiveld zit moet geruimd. De pneumatische boorhamer op de graafmachine doet de grond trillen. Met juf Joke probeer ik te achterhalen waar alles ook al weer zat. Enigszins herkenbaar is nog de ingang bij de kleuterlokalen. In een gat ontdekken we de watermeter, het witte dekseltje zit er nog keurig op. Meer naar het midden van het terrein is een diepe kuil, daar moet de verwarmingskelder hebben gezeten. Joke heeft gehoord dat de sloper fors moeite had met de vloer waar ooit een zwembad heeft gezeten. Toen de Hervormde Schoolvereniging ooit de Koopmansschool liet bouwen was het toenmalige hoofd der school een fervent voorstander van zwemonderwijs. Daarom was er naast de gymzaal, met extra grote afmetingen, een klein instructiebad. Toen wij er als van ’t Veerschool in trokken lagen de kurken voor beginnende zwemmers ergens in een hoek, maar de apparatuur voor het zwemwater was al jaren niet meer gebruikt. Na de grote renovatie in 85/86 werd het zwembad eruit gehakt en werden op deze plaats de douches gebouwd.

In de maand augustus kwam de maand september snel dichterbij. In ons gezin hebben we er inmiddels allemaal last van. September was immers de maand waarin Harm verongelukte en blijkbaar heeft dat onderhuids gewoon invloed. Vrienden, buren en familie herinneren ons er trouwens ook regelmatig aan: “Al weer bijna een jaar geleden hè!? We ontkomen er niet aan en willen er ook niet aan ontkomen. We kunnen er niet om heen en inmiddels hebben we genoeg over rouw en verdriet gelezen om te beseffen dat we er door heen moeten, door het verdriet heen. Manu Keirse zegt het in zijn laatste boek verschillende keren. ‘Helpen bij verlies en verdriet’, het ligt bij ons op tafel en regelmatig lezen we er een paar bladzijden in. Keirse is in België en Nederland de specialist op het gebied van verlies, verdriet en de laatste levensfase. Zo staat het op de binnenflap, natuurlijk om mensen tot lezen aan te zetten, maar het is ook echt zo. Keirse, inmiddels 71 jaar, heeft het boek ‘Helpen bij verlies en verdriet’ volledig herschreven omdat door de jaren heen zijn inzichten zijn verdiept en soms zelfs helemaal veranderd. Helder geschreven, is het voor iedereen een zeer behulpzaam boek. Het boek gaat in korte hoofdstukken over zoveel soorten verlies en wat dat uitmaakt in relatie tot rouw en verdriet. Het gaat bijvoorbeeld ook over verdriet bij asielzoekers, verdriet bij echtscheiding en het verdriet bij het kwijtraken van een baan en ook over het verdriet wanneer een volwassen kind verongelukt. De stijl van Keirse is nuchter en weldoordacht, doorspekt met veel voorbeelden. Eigenlijk hoort het boek thuis in elk huishouden. Iedereen krijgt immers te maken, vroeg of laat, met verlies en verdriet? Stop het niet weg, pleit Keirse. Zorg dat er rituelen zijn, waar je als nabestaanden goed bij voelt en zwijg er niet over. Het standaardwerk van Keirse is een gids voor iedereen, het geeft ook tips aan de buitenstaander die te maken krijgt met verlies en verdriet bij een ander, of dat nu je buurvrouw is of je collega of werknemer of een familielid…
Van der Stoep kon het niet laten en na al het luisterwerk ging hij persoonlijk bij predikanten en voorgangers op bezoek en schreef zo het vervolg, “Herder en Leeraar” (Over dominees en hun dagelijksch werk). In een inleidend exposé vertelt van der Stoep prachtig over het ambt en het dagelijksch werk van een dominé (spelling zoals toen gebruikelijk). Nog steeds zeer lezenswaardig, ondanks een verschil in taalkleed van wel 80 jaar. In het tweede deel worden allerlei aspecten van het domineeswerk onder de loep genomen; werken onder gevangenen, ziekenhuispastoraat, het maken van een preek (ds. D. van Dijk, na de oorlog een bekende GKV predikant), het geven van catechese, enzovoort. Leerzaam voor de verwende 21e eeuwse kerkganger, die op zijn mobiel een Bijbel-app heeft en verwacht dat de kerkdienst elke zondig er weer gelikt uitziet en voldoet aan het individuele en religieuze gevoel van de gelovige. Dezelfde gelovige heeft vaak geen idee wat een dominee doordeweeks allemaal moet doen om zondags fris en fruitig een gemeente toe te spreken.
Aan de boeken van Felderhof en van der Stoep moest ik denken toen ik, alweer enige maanden geleden, het boekje van Rikko Voorberg ter hand nam. Rikko, die ook nog wel eens bij ons in de Oosterparkkerk voorgaat schreef “De dominee leert vloeken”. Rikko vertelt in zijn boek over zijn leven en werk in de Pop-Up kerk in Amsterdam-West. Door de confrontatie met het ‘echte’ leven (contact met een zedendelinquent en vluchtelingen op Lesbos) probeert hij woorden te geven aan zijn woede over al het onrecht in de wereld en wijst de lezer een weg om hier op een christelijke manier mee om te gaan. En wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Dingeman van der Stoep vertelt over zijn bezoek aan dominé Coolsma in Groningen, die daar gedetineerden in de stafgevangenis bezoekt. Coolsma en Voorberg komen dezelfde dingen tegen en proberen beide te getuigen van Gods liefde, maar ook van Gods kracht. En alhoewel de vloekende dominee niet een compleet uitgebalanceerd programma presenteert, tot in de puntjes dogmatisch doorwrocht, houdt het de lezer een spiegel voor. Hoe reageer je op de zoveelste asielzoeker met een tranentrekkend verhaal? Hoe reageer je op de bedelende en stinkende zwerver en hoe reageer je en ga je om met die vervelende buurman of buurvrouw? Terecht stak in de huis aan huis krant de ECHO een columnist de loftrompet over het geluid van dominee Rikko. Het zet aan het denken en ook de digitale mens in de 21e eeuw kan niet een leven leiden zonder zingeving. Het is niet voor niets dat Rikko inmiddels genomineerd is voor de titel ‘Theoloog des Vaderlands’.
Een halfjaar na dominee Rikko liet een andere predikant van zich horen. De Bloemendaalse predikant Ad van Nieuwpoort figureerde als hoofdrolspeler in een documentaire onder de titel “Hier ben ik”. In de documentaire is deze dominee te zien in zijn dagelijkse werk als herder en leraar. In 2017 een boeiend gegeven voor een documentaire. Ze grijpen als het ware zo terug op Dingeman van der Stoeps werk uit 1941. Naast de documentaire verscheen van Nieuwpoorts hand een boek onder de titel “Uit de tijd”, met als ondertitel “Wat bezielt een liberale dorpsdominee?”. De predikant vertelt over het maken van preken, een sterfbed, dopen en huwelijksgesprekken. Het laat mooi zien hoe een dominee in de praktijk bezig is en geeft een inkijk in zijn worstelingen. Door de verhalen verweef Nieuwpoort zijn visie op “het aloude Woord”. Mooie verklaringen over het Scheppingsverhaal, de uittocht uit Egypte en het bijzondere verhaal over Jona. Op een vanzelfsprekende manier weet van Nieuwpoort die oude verhalen te verbinden met het vaak lastige en ingewikkelde leven van 2017. Met plezier heb ik het boek ‘ingelezen’ voor de CBB (
We waren anderhalve dag op Texel, even uitwaaien en ook de verjaardag van een goede vriendin meevieren. We hebben het hele eiland rondgefietst en bij paal 15 nog even heerlijk door het zeewater gebanjerd. Het geruis van de zee, je sluit je ogen en allerlei beelden trekken voorbij, gedachten aan Harm, maar ook het besef dat er een God van eb en vloed is.
Ik kan het niet laten, ik wil weten hoe het er voor staat aan de Slotermeerlaan. Afgelopen vrijdag stonden er nog twee lokalen. Een kleuterklas en boven groep 3. De vloer, het plafond, lag al beneden en de sloper trok en knipte met zijn machine de hele zaak aan stukken. Ik probeerde mij voor de geest te halen welke juffen daar allemaal hadden les gegeven en hoeveel kinderen daar wel gezeten hadden, hun eerste woordjes lerend , tellen tot 10, tot 100en hoeveel psalmen en bijbelliedjes er luidkeels werden gezongen… Begonnen in 1981 en twee jaar geleden verhuisde de school naar een andere locatie in verband met de sloop. Beetje rekenen, minstens 25 leerlingen per jaar; dus ongeveer 550 à 600 leerlingen hebben een lokaal gevuld in de jaren van de van ’t Veerschool/Veerkracht.
Vandaag is het hele gebouw weg. Toevallig loop ik oud-leerling Daan tegen het lijf als ik kom aanfietsen. Hij zag bouwkranen bezig op de plek waar hij ooit naar school ging en zag opeens dat alles verdwenen was door de sloophamer. We halen herinneringen op en gaan twintig jaar terug in de geschiedenis. Daan woont in Amsterdam en werkt voor een jonge christelijke kerk in het Centrum. Hij is dankbaar voor wat hij geleerd heeft op de toen nog dr. M.B. van ’t Veerschool. Hij vraagt zich nog steeds af wie dat was. We nemen allebei foto’s omdat zo’n sloop heel veel aan herinneringen oproept.


Afgelopen zaterdag stroomde de Thomaskirche rond drieën zo goed als vol. Ook wij zetten ons onder het gehoor van de beroemde Italiaanse organist Luca Antoniotti. En gelukkigerwijze speelde hij een Sonata (III d-Moll), die ook op mijn Lubbers-LP staat. Die LP heb ik al zo vaak gedraaid dat je al weet wat er komt aan klanken. Des te bijzonderder is het om het live mee te maken in een kerk waar Bach het misschien ook zelf wel heeft gespeeld, en waar hij in ieder geval wekelijks met zijn rug naar het kerkvolk zijn koor dirigeerde. Romantisch uitgedrukt zou je dat dus een Bachbelevenis kunnen noemen. Zo’n Bachbelevenis gaat gelukkig niet zonder troost; de muziek was als zalf voor onze ziel. In onze koffer ging dan ook een kleine Bachbuste mee naar huis, die nu op de ‘schoorsteenmantel’ staat.
Omdat ik vandaag toch in Amsterdam-West moest zijn, ben ik maar even doorgefietst naar de Slotermeerlaan. Al twee jaar lang stond het gebouw van GBS Veerkracht leeg en juf Joke appte me dat de sloop was begonnen. Het plan voor nieuwbouw ligt al een paar jaar klaar heb ik gehoord. Voor zover ik weet gooiden vleermuizen in eerste instantie roet in het eten. Die zagen blijkbaar platgooien niet zitten. Toen ik vanwege een burn-out in het najaar van 2010 stopte, was er van sloop nog geen enkele sprake. Er waren wel steeds plannen voor een forse verbouwing en update, maar blijkbaar is nieuwbouw nu toch ‘goedkoper’.
Vanaf de zijlijn heb ik daar zo mijn gedachten bij. Slotermeerlaan 160 was een geweldig schoolgebouw, zo degelijk maken ze ze niet meer tegenwoordig. Ik vergeet nooit dat we in 1981 voor het eerst gingen kijken in de toen behoorlijk verwaarloosde “Koopmanschool”. Wij vonden het ondanks de gaten in de vloer en de verouderde toiletruimtes een kolossaal gebouw en een grote vooruitgang. Waar we in het oude schoolgebouw tegenover toenmalig station Sloterdijk lokaaltjes hadden van 6,5 meter in het vierkant kregen we nu lokalen van 8,5 meter in het vierkant; ruim en licht. Een paar jaar later werd het “nieuwe” gebouw volledig verbouwd, dat was in het seizoen 1985-1986. De lokalen werden toen volledig gestript, alles werd vernieuwd; raamkozijnen, plafonds, vloeren en natuurlijk de toiletten. Voor bijna anderhalf miljoen gulden werd er aan verspijkerd. Ik ga niet becijferen wat er na de invoering van de euro nog allemaal is verbeterd, maar dat is niet mis.
Nu hangen de elektrische zonweringen troosteloos voor de ramen. De sloper vond ze er nog zo goed uitzien, ze zijn nog geen tien jaar oud. De gymzaal ligt inmiddels in puin en in de rest van de school is het een troosteloze bende. Mijn timmermansverstand zegt dat het kapitaalvernietiging is. Natuurlijk krijgen de leerlingen en het team straks een splinternieuw gebouw, maar hoeveel zou het gekost hebben wanneer het nu gerenoveerd zou worden? Wanneer er een mooie entree zou zijn gemaakt, zonder personeelstoilet? Is het nostalgie omdat ik er zoveel jaren heb gewerkt? Dat onze kinderen daar allemaal hun basisschooltijd hebben doorgebracht, alle feesten die we er als schoolgemeenschap vierden, de verhalen die er verteld zijn, maar ook de verdrietige gebeurtenissen, het speelt me door het hoofd wanneer ik de bijna ruïne nog eens bekijk. Ik wordt er verdrietig van en het maakt weemoedig; een tijdperk is voorbij.

Dominee Tim zou er een mooi bubbel-verhaal bij kunnen houden, maar ik denk dat dat ook zo werkt. Ooit gingen we zelf wel eens naar meerdaagse bijeenkomsten waarop sprekers uit Amerika over het geloof in God kwamen spreken. Zij hadden een heldere en net wat andere kijk op een leven met God dan we in Nederland doorgaans gewend waren. Het was motiverend, hartverwarmend en eenmaal thuis had je een heimwee gevoel dat je alleen kon delen met andere congresgangers. Zo werkt een festival ook denk ik. Er zitten zonder dat de deelnemers het doorhebben zeker ook religieuze aspecten aan. Ik kan me dus heel goed voorstellen dat dat ook met Harm iets deed, weg van de waan van de dag. Zeker wanneer het dan ook nog jouw muziek is, geweldig natuurlijk.