Categorie: geschiedenis

50 jaar GBS in Amsterdam – er werd ook gepest

Een zus van haar legde bij toeval het contact. In een schoolgang kwamen we elkaar tegen en na een korte handdruk en een brief, zaten we een paar weken later aan tafel. Er moest wat uitgepraat worden, over haar zus die ooit zo gepest was en steeds met de gevolgen daarvan rondliep. Ook ik had daar een rol in gespeeld volgens de zus.
Een maand later heb ik haar opgezocht. Met haar man woont ze in een mooi ruime flat in een jaren zeventig wijk. Naarmate het gesprek op gang kwam, ging het verleden leven. Hoe meer namen passeerden, des te meer beelden we er bij kregen. Het gepest op school, als een slavin behandeld worden, nog een keertje een paar woorden sissen op de trap, al die dingen die de ander zo gewoon vindt. Het dreigen wanneer ze iets zou zeggen, de vernederingen in de bus. Zo stapelde de ene pesterij zich op de andere en ging ze zich stap voor stap ongelukkiger en afgedankt voelen.
Oh ja, natuurlijk denk je als leerkracht dat je er heel veel aan gedaan hebt. Je hebt gewogen en gewikt, terechtgewezen, aangesproken en zelfs donderpreken gehouden. Maar net die ene keer, dat ze haar nood kwam klagen, heb ik toen op de juiste manier gereageerd? Kwamen de woorden verkeerd over? Bedoelde ik het niet, maar zei ik het wel? Afgewezen voelde ze zich, opnieuw een mokerslag.
Bij ons beiden kwam het verdriet naar boven en gelukkig konden we praten over schuld en vergeving.
Haar schoolloopbaan is heftig geweest. Het laatste jaar heeft ze afgemaakt op een school voor leerlingen met psychische problemen. Een heftig jaar, maar er werd geluisterd en gewerkt aan herstel. Op catechisatie werd het wel bespreekbaar, maar de daders wilden er niets van weten.
Gelukkig is ze er nog, sterker misschien wel dan ze ooit is geweest. Ooit dacht ze er een eind aan te maken, maar nu na vele hulpverleningstrajecten weet ze dat er echt mag zijn, voor haar man, maar zeker voor haar hemelse Vader. Dat we konden afsluiten met gebed, maakte het wel heel bijzonder.

Pesten, het kwam en komt voor, ook op een gereformeerde school. En zeker, met vallen en opstaan is er veel aan gedaan en wordt er ook veel tegen opgetreden. Helaas gaat er ook nog veel niet goed. Om achteraf met een slachtoffer in gesprek te gaan is confronterend. Het geeft echter ook weer ruimte naar de toekomst. Daarom een oproep aan hen die diep in hun hart weten dat ze fout zaten, dat ze meeliepen of meededen. Ontkennen heeft uiteindelijk geen enkele zin. Mocht je ooit in de gelegenheid zijn jouw slachtoffer in de ogen te kijken; doe het! Ontloop het niet, voor jezelf niet, maar ook voor je slachtoffer niet. En zeker voor de laatste kan het helend werken.
Jezus zei in zijn bergrede: ‘Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.’ Dit wordt waarheid wanneer gepesten en pesters elkaar weten te vinden.

50 jaar gbs in Amsterdam – een zwarte bladzijde

Voor de school zit het er op. Een feestweek en een goed georganiseerde reünie. Veel oud-collega’s die weer eens bij hebben kunnen praten en oud-leerlingen die elkaar ontmoetten. In dankbaarheid terug kijken. Ook was er mooie glossy te koop met flink wat historische bijdragen. Ik hoop dat het volgende artikel over 1970 nog wat gevolg krijgt.

Toen de dr. M.B. van ’t Veerschool in 1963 van start ging waren er veel Amsterdamse vrijgemaakten die hun kinderen niet stuurden. Een aantal deed dat omdat ze de afstand naar Sloterdijk onoverkomelijk vonden. Er waren echter ook een groot aantal ouders die niet veel moesten hebben van het ‘doorgaande reformatie’ gebeuren. Dat het bestuur in 1963 voorbij ging aan hun bezwaren is op zich te begrijpen. Men kon eindelijk na 12 jaar starten met een eigen school. Velen hebben dat ervaren als de zegen van God op noest verrichtte arbeid. Uit het notulenboek (zie ook het artikel ‘het begon aan de Lutmastraat’), blijkt echter overduidelijk dat het met de start van de eigen school de strijd niet ophield. Ondanks de opstelling van het bestuur in mei 1963, die deed of er in Amsterdam geen kerkelijke problemen waren, was dat in werkelijkheid echt wel zo. Op de synode van Amersfoort (1967) tekenden de problemen in de vrijgemaakte kerk zich fors af. In de notulen van 7 september 1967 kunnen we lezen dat voorzitter van Milligen de ‘kerkelijke scheiding’ memoreert. “Hij spreekt de hoop uit, dat ondanks kerkelijke moeilijkheden, het bestuur rustig verder zal mogen gaan, omdat de school voorop moet staan.” In 1969 en 1970 bleven de problemen niet meer buiten de deur van de schoolvereniging. In de notulen is het op de voet te volgen. Ds. G. Jansen van Amsterdam-West, lid van het bestuur, was ook afgevaardigd naar de Synode van Hoogeveen. Het probleem was echter dat er uit Noord-Holland twee soorten afgevaardigden waren, binnenverbanders en buitenverbanders. Dit werd in Hoogeveen een probleem natuurlijk. Op 8 mei heeft ds. Jansen met zijn medeafgevaardigden Hoogeveen verlaten. Ze ‘trokken’ het niet meer, is te lezen in de Acta (=officiële noutlen) van de synode. Alles wees er op dat hun de deur zou worden gewezen. Uit overlevering is bekend dat ds. Jansen de situatie verschrikkelijk vond en huilend door de gangen van de voormalige synagoge liep. (De synode van Hoogeveen werd gehouden in kerkgebouw van de GKV ter plaatse, een voormalige synagoge.) Een dag later als er weer een bestuursvergadering is, is ds. Jansen niet aanwezig. Maar op 11 juni is hij er weer bij. Voorzitter is dan nog Van Milligen, maar twee vergaderingen later heeft broeder D. Dreschler uit Zwanenburg de hamer overgenomen.

Broeder en zuster van Milligen op de openingsavond van de school, 4 september 1963. Mevr. van Milligen rookt er flink op los en op tafel staat een doos AGIO sigaren.

Van Milligen was niet meer herkozen op de jaarvergadering. Een buitenverbander werd varvangen door een binnenverbander. Veel is er vergaderd in die daarop volgende maanden. Ook het hoofd der school Van der Hoek hoorde bij de buitenverbanders. De laatsten vonden het geen probleem om in het schoolbestuur samen te werken. Het grootste deel van de schoolvereniging en het bestuur koos er echter voor om de grenzen duidelijk te trekken. In het kort kwam dat er op neer dat de schoolvereniging in de statuten had staan de GKV (binnenverband) de kerk van de school was. Buitenverbanders hadden zich hieraan ontrokken en waren dus eigenlijk niet meer gereformeerd volgens de statuten. In de loop van het seizoen 1969-1970 kozen daarom een aantal broeders er dan ook voor te vertrekken.

uit de notulen van 27 april 1970

Het hoofd van de school, Van der Hoek, vertrok naar Steenwijk. Ds. Jansen en bestuurslid Dijkema schreven samen een afscheidsbrief. Een drietal broeders komt nog een keer ter vergadering maar het tij is niet meer te keren. De protesterende broeders werd nog wel duidelijk meegegeven dat als ze hun kinderen van school halen, dit niet conform de doopbelofte is.  De kerkstrijd trok dus ook scheuren door de school. Veel verdriet, ongetwijfeld aan beide kanten, is daardoor ontstaan. Terugblikkend vraag je je af of dit werkelijk zo had gemoeten. Toen tien jaar later er forse scheuren in het gebouw kwamen, doordat er naast Molenwerf 5 een kantoorgebouw van 7 verdiepingen werd gebouwd, bracht men grote trekstangen aan. Leerlingen uit de NGK, de CGK maar ook uit de Gereformeerde Gemeenten bezochten toen inmiddels de school. Nog weer tien jaar later was de diversiteit net zo breed als de ‘gereformeerde gezindte’. En rond het jaar 2000 kwamen de leerlingen uit de gehele breedte van christelijke kerken in Amsterdam.

In 2013 zijn leerkrachten uit de CGK en de NGK (de voormalig buiten-verbanders) meer dan welkom om les te geven. Binnen de schoolvereniging GPOWN, waarin de schoolvereniging van Amsterdam is opgegaan, wordt inmiddels gediscussieerd over verdere openstelling met betrekking tot het personeelsbeleid. Wat er in 1969 en 1970 zich heeft afgespeeld is geschiedenis. Maar tot op de dag van vandaag zijn er nog mensen die het verdriet voelen. Zeker nu alle veranderingen zo snel en met veel minder discussie werden geaccepteerd. Zij die in 1970 werden buitengesloten, zijn nu van harte welkom en deelnemer. En het zei gezegd: tot zegen van de scholen en het onderwijs.  De crisis van de vrijgemaakte kerken in de jaren 60 werd door een bepaalde groep de school binnengetrokken. Terecht? Door hen die binnen het bestuur bleven werd het als terecht ervaren en ook de wil van de Heer der Kerk. Terwijl zij die vertrokken ook zeiden dat ze Gods wil deden en voluit de belijdenisgeschriften bleven onderschrijven. Ik zal de dag nooit vergeten dat een doodzieke broeder Dijkema nog een keer op bezoek kwam om de school te bekijken die hij mee had helpen oprichten. Het verdriet over eind jaren 60 was voelbaar en te zien aan zijn tranen. Terugkijkend is het een donkere periode waarin naar mijn idee beslist niet altijd wijs en zorgvuldig is gehandeld. Gelukkig is er in 2013 in veel plaatsen tussen de GKV en de NGK erkenning en herkenning. Vaak gaat dat gepaard met schuldbelijdenis over de jaren 1969 en 1970 over wat daarin fout is gegaan. Wie weet is dat ook bij de herdenking van 50 jaar gereformeerd onderwijs in Amsterdam een mooi gebaar; schuldbelijdenis over wat ten aanzien van onder meer broeders als Van der Hoek, Dijkema en ds, Jansen verkeerd is gedaan. Waarvan akte!

50 jaar GBS in Amsterdam – juf Nijmeijer

juffrouw Nijmeijer ontvangt als
handwerkonderwijzeres “de wapens”

Deze week wordt op de gereformeerde basisschool in Amsterdam feest gevierd. Op 2 september 1963 begon aan de Molenwerf een vrijgemaakt- gereformeerde lagere school. David Leguyt heeft toen prachtige foto’s gemaakt. In zijn album is te zien dat de hele school naar de Petruskerk liep aan de overkant van het spoor. Dominee Jansen en ook het hoofd der school hielden toespraken. Twee dagen later was er een officiële openingsavond in hotel Krasnapolsky aan de Dam. De inspecteur kwam spreken en ook het personeel werd officieel geïnstalleerd. De mooiste foto van die avond toont mijn tante. Zij ging op de dr. M. B. van ’t Veerschool aan de slag als handwerkonderwijzeres. Kruissteek, flanelstreek, sokjes breien en ook naaien, het had voor de meisjes geen geheimen meer als ze les hadden gehad van juf Nijmeijer. Ze gaf ook les in Oegstgeest op de dr. K. Schilderschool. Volgens mij stond ze niet bekend als een lieve juf. Ze kon zeer streng zijn. Toen ik kwam werken in 1978 mocht ik haar ook perse geen tante noemen. Juf was het, voor de goede orde. In 1979 nam ze afscheid, omdat ze met pensioen ging. Een paar jaar later is ze met haar jongste zus verhuisd vanuit Haarlem naar Hoogeveen. Terug naar haar geboortegrond in Drenthe. Als klein jongetje weet ik nog dat ze soms met z’n tweeën op bezoek kwamen. Dan moest er flink schoongemaakt worden en werd er ‘deftig’ gegeten. Als puber van 16 werd ik een keer uitgenodigd om in de grote vakantie in Haarlem te logeren. Dat werd een gebeurtenis van formaat, rijden in een taxi, een rondvaart in Amsterdam en de Bijenkorf bezoeken! Onvergetelijk.

Op de foto van Leguyt staat ze met een paar breipennen, haar wapens. De laatste weken werd er flink gediscussieerd over de vrouw in het ambt. Mijn tante zat in het ambt, van handwerkonderwijzeres, compleet met wapens. Ik denk dat ze best een goede ouderling zou zijn geweest en tante Dinie trouwens een zeer goede diaken. Hele generaties heeft ze het sokken breien bijgebracht en het maken maken van merklappen. Nu zijn die vaardigheden bijna uitgestorven. Haar naam zij met ere genoemd bij het 50 jarig jubileum. Op 29 mei 2008 is ze gestorven, 93 jaar oud.

Gezin Nijmeijer een paar jaar voor WOII. Links vooraan, naast opa Adam, tante Lammie. Rechts vooraan, naast opoe Femmigje, mijn moeder. In het midden tante Dinie.

het begon aan de lutmastraat

Lutmastraat, Amsterdam Oud-Zuid

Wie in Amsterdam door de Lutmastraat in Oud-Zuid fietst heeft in eerste instantie geen idee waar die naam vandaan komt. Het is een lange straat met van die typische Oud-Zuid bebouwing. Voor Wereldooorlog II waarschijnlijk maar enkele auto’s, tegenwoordig is op bepaalde stukken zelfs een fietspad nodig. Heeft Lutma iets te maken met de Tolstraat? Of was het een schilder uit de Gouden Eeuw? Ongetwijfeld is er ergens op een van de straathoeken een wat uitgebreider bord dat ons kan vertellen waar de naam vandaan komt. Maar zou je het de voorbijgangers vragen, dan denk ik dat ze geen idee hebben. Voor 1896 lag zelfs een gedeelte van de deze straat in de gemeente Niewer-Amstel. Aan de overkant van de Amstel, ongeveer in het verlengde van de Lutmastraat, is dan ook nog steeds de Grensstraat te vinden.

Ets van Rembrandt: Janus Lutma

Janus Lutma (ook wel Johannes Lutma de Oude) werd geboren in 1584 en stierf in 1669. Lutma was een zeer beroemde goud en zilversmid en onder meer bevriend met Rembrandt. De laatste heeft een prachtige ets van hem gemaakt die zich bevindt in het Teylersmuseum in Haarlem, het eerste en oudste museum van Nederland. In verschillende musea is werk te vinden van deze Janus Lutma. Lutma is twee keer getrouwd geweest, eerst met Maria Roelands (Mayke) ze stierf in 1634, later trouwde hij met Sarah de Bie. Janus kreeg bij z’n eerste vrouw 4 zonen die allemaal kunstenaar werden. Johannes, de oudste ging verder in de voetsporen van zijn vader, maar is niet zo bekend geworden als zijn vader. Wel was hij veelzijdiger, hij was onder meer etser. Janus Lutma de Oude is ook de maker van het prachtige koorhek in de Nieuwe Kerk, maar begraven in de Oude Kerk. Wanneer je dit allemaal tot je door laat dringen, rijdt je in ieder geval nooit zo maar door de Lutmastraat. Van die Lutma had ik geen idee toen ik begon te lezen in het oude notulenboek van de dr.M.B. van ’t Veerschool. Broeder van Milligen schreef het allemaal op in dat boek. Op nummer 168, 2 hoog, woonde familie Bedeker. Johannes Bedeker was de eerste voorzitter van de schoolvereniging en hoofd van een evangelisatieschool, maar werd meer en meer een voorstander van vrijgemaakt-gereformeerd onderwijs. U kunt er meer over lezen in de ‘glossy’ die binnenkort verschijnt, bij het 50 jarig bestaan van VEERKRACHT. Op de site van de school kunt u hem al vast bestellen.

RIJKS MUSEUM

Voor het vernieuwde museum is een nieuwe letter ontworpen. De borden bij de lift zijn strak, duidelijk en ook nog eens heel mooi.
De Spaanse architect heeft een aanbouw ontworpen. Hier is goed te zien hoe de ‘roomse’ stijl van Cuypers uitstekend past bij een hedendaags en strak ontwerp.
De inmiddels beruchte doorgang onder het museum, vanuit het museum gezien. Je kunt er onderdoor en het is een fantastisch gezicht als je voetgangers voorbij ziet lopen. De strijd over de fietsers is nog niet voorbij. Mijn idee is dat Pijbes uiteindelijk wel zal winnen. Ik ben erg voor fietsen, maar deze doorgang is er niet voor geschikt.

Het vernieuwde RIJKS MUSEUM  heeft een spatie. Een spatie die er niet hoort, maar die er wel mooi past. Afgelopen week liep het storm. Overdag moest je uren in de rij staan. Gelukkig kon ik rond vier uur zo naar binnen lopen en nog lekker een uurtje de geur opsnuiven van het vernieuwde museum. Het is werkelijk schitterend geworden. Vandaag zag ik bij de DWDD dat de documentaire over de verbouwing een nominatie heeft gekregen voor de Nipkov-schijf. Ik hoop dat die documentaire wint, want die was indrukwekkend en wonderschoon. En wanneer je binnen rondloopt is het aardig om te beseffen dat dit van ons allemaal is. Loop dus eens binnen en bewonder en verwonder je.

Voor het eerst is de bibliotheek open voor het publiek. Hij is prachtig gerestaureerd. Je zou er zo hele dagen willen zitten aan de leestafel. Voor de boekenliefhebber is dit een eldorado. Lezen, bladeren en ruiken; sluit mij er maar op.
Honderden bezoekers verdringen zich in de eregalerij voor de schilderijen van Rembrandt, Vermeer en andere Hollandse grootmeesters.

Jan Brokken – De vergelding

“Sommige verhalen moet je met een vlindernetje vangen”, vertelde de schrijver Jan Brokken. Hij hield een lezing in een bovenzaal van Droog aan de Groenburgwal. Een groep van zo’n zeventig luisteraars volgden geboeid zijn relaas. In de lijn van Groen van Prinsterer, al noemde hij die naam niet, had ook Jan Brokken het ontdekt: “De tegenwoordige tijd kun je nauwelijks begrijpen, als je het verleden niet kent.” Zijn boek ‘de vergelding, een dorp in tijden van oorlog’, gaat over Rhoon, een klein dorp onder de rook van Rotterdam. Door een toevallige gebeurtenis (het vlindernetje), is Jan Brokken samen met een oude schoolkameraad gaan uitpluizen wat de achtergrond en oorzaak is geweest van een represaillemaatregel van de Duitsers in oktober 1944. Zeven mannen werden daarbij zonder pardon neergeknald. Zo stuitte hij op de verhalen van de ‘moffenhoeren’. Daarbij aantekenend dat vrouwen een vergeten groep zijn, als het gaat om Wereldoorlog II. Zijn studie over de oorlog leverde een onthutsend beeld op. Het leek nog het meest op de beschrijving in de ‘De donkere kamer van Damocles’ van W.F.Hermans. Daarnaast bevatten de verhalen toch ook veel tederheid; de goeden deden soms toch foute dingen, maar ook de fouten deden soms goede dingen.

Voor dat Jan Brokken begon met schrijven, had hij nog geen vastomlijnd plan. Pas na alle research ontstond er een “compleet” beeld. Hij wil de lezer een samenleving tonen. Zo komen er ook meer personen in voor dan de redacteuren van de uitgever eigenlijk wilden. Tweehonderd personen waarvan er twintig worden uitgediept. Volgens de schrijver loont het zich uiteindelijk wel, ondanks alle pijn en verdriet is het verhaal neergezet van gewone mensen onder ongewone omstandigheden. Soms voelde het als advocaat van de duivel, soms ook kwamen de vragen over het nut van al dat gespit in het verleden en al het doorworstelen van stukken en documenten. Wat mij als lezer betreft, het resultaat is indrukwekkend. Het is een ontroerend verhaal over gewone mensen. Mensen die er niet om gevraagd hebben en het ook niet bewust gezocht hebben om onderdeel te worden van een wereldoorlog. Jan Brokken is inmiddels een gelouterde schrijver, die zijn vak uitermate goed verstaat. Wat mij betreft gaat de volgende Libris-Literatuurprijs naar Jan Brokken. Literaire non-fictie doet het goed tegenwoordig. Begrijpelijk volgens Jan Brokken, want we leven in tijden van crisis. In de literatuur is weer meer werkelijkheid gekomen.

Zijn lezing eindigde hij met een mooi statement: “De werkelijkheid is vaak surrealistischer dan dat je het kunt verzinnen.”

verzamelbox met 7 CD’s

Omdat het die 16e april precies 25 jaar was geleden dat de Russische pianist Youri Egorov was gestorven, liet Jan Brokken tot slot het 4e piano kwintet van Brahms horen. Jan Brokken was bevriend geraakt met Egorov, omdat ze vlak bij elkaar op de Brouwersgracht woonden. In zijn boek ‘het huis van de dichter’ heeft Jan Brokken het levensverhaal opgeschreven van deze veel te jong gestorven meesterpianist. Jan Brokken vertelt er eerlijk bij dat Egorov euthanasie pleegde omdat hij door de gevolgen van AIDS doodziek was geworden.  In ‘het huis van de dichter’ geeft Jan Brokken een prachtige inkijk in het leven van eind jaren zeventig en begin jaren tachtig van de vorige eeuw in Amsterdam. Maar ook het boeiende verhaal van een jonge vluchteling die in Rusland doodsbang was te worden verbannen naar Siberië. Een boek wat je tot het eind in zijn greep houdt en dat je nieuwsgierig maakt naar de pianomuziek van Egorov.

Amsterdam is er klaar voor, 29 april

Bij de Stopera staan de NOS-motoren gereed, geen idee waar ze voor nodig zijn. De Amstel-Goldrace is toch al geweest?
Druk op de Dam, de perstribunes staan klaar en een ‘vliegende’ camera scheert langs de blauwe hemel.

 

 

de koningin is aanwezig, een beeld wat je zelden ziet, de koninklijke standaard op het voormalige stadhuis

 

 

 

Een koninklijk putdeksel dat alom aandacht trekt.
Duitse Polizei die met ‘bomhonden’ de huizen rondom de Dam controleert.
De baldakijn van het Paleis naar de Nieuwe Kerk. Aan de zijkanten hangen visnetten, verwijzend naar de terugkomst van de latere koning Willem I uit Engeland en ingehaald door Scheveningse vissers.
Tja… je zult je fiets maar kwijt zijn.
De koninklijke Saan uit Diemen zorgt dat de vliegende camera in de lucht blijft.
Een plastic decor op het Museumplein voor Andre Rieu en veel andere hoempa.
Prins Albert van Monaca komt aan bij het Okura hotel. Hij kan zich nog even opfrissen, om 20.00 uur moet hij voor de asperges in het Rijksmuseum zijn. Hij zwaaide even naar de paparazzi.

 

Sodom en Gomorra

Jaren geleden werd ons wel eens gevraagd waarom we toch perse in Amsterdam wilden blijven wonen en werken. Amsterdam was in de ogen van veel gereformeerden een soort Sodom en Gomorra. Maar ja, Sodom en Gomorra werden uiteindelijk omgekeerd en Amsterdam nog steeds niet. Trouwens er zijn naar mijn idee nog genoeg gerechtvaardigden in de hoofdstad van ons land. Het boekje Sodom en Gomorra, we stappen toch maar even van Amsterdam af, stond al heel lang bij mijn ouders in de kast. Een curiositeit, getypt en gestencild denk ik. Na het verdelen van de erfenis heb ik het in de boekenkast staan bij de afdeling Drenthe. Het is een boeiend verhaal waar met een soort ouderwetse bijbelse taal, het verhaal over een volksgericht wordt verteld. Mevrouw L.Cavaljé-de Boer, de schrijster, wil in dit boekje haar versie en haar kijk op de gebeurtenis vertellen. Negentig jaar geleden waren zij en haar man, hoofd van de openbare lagere school in Stuifzand, het slachtoffer van dat volksgericht.

Prachtige taal gebruikt ze in haar korte werkje. Enkele citaten daarom om dat te verduidelijken.

‘En de niets kwaad vermoedenden, die niets anders beoogden, dan Eva evenals Abel het verblijf te Sodom en Gomorra te veraangenamen, gingen voort met gastvrijheid te bewijzen aan Abel, zoals zij dat aan vele anderen gewend waren en er ontstond vriendschap.’

‘En hij wendde zich tot de geldschieters en de wisselaars, en de stenen die Abel gekocht had werden niet op tijd geleverd wat hem in zijn werk zeer bemoeilijkte.’

‘En tegen de avond was een grote menigte van Sodom naar Gomorra gekomen met allerlei voertuig. En het volk te Sodom had zich verkocht, te doen wat kwaad was. En de trompet heeft getrompet, dat er feest zoude zijn. En in het wijnhuis is men tezamen gekomen en allen, die den sterken drank najagen hebben zich opgemaakt. Er was veel geld gegeven door Dictevale en Adam en Sokke en Speni en vele anderen. En Kaïn had een grote som uitgeloofd, om de familie Cajé te verderven.’

Omkoping en roddel, ingrediënten voor een droevige afloop. Egbert Brink een medewerker van het Drents Archief heeft een uitgebreid onderzoek gedaan naar deze historische gebeurtenis. Toen we een paar weken geleden in Hoogeveen waren voor de begrafenis van mijn tante Kla, vond ik het boek van Brink bij boekhandel Pet aan de Hoofdstraat. Een boeiend beeld krijg je van het Hoogeveense en zijn omgeving zo’n honderd jaar geleden. Veel armoe, maar ook een uitgebreide middenstand en gegoede klasse en overal rond deze veenkolonie ontwikkeling. Een jonge aannemer had de opdracht in de wacht gesleept om een verharde weg van Hoogeveen naar Stuifzand aan te leggen. Daardoor raakt hij bevriend met het schoolhoofd die ook iets te maken had gehad met de aanbesteding.

Het beeld wat ooit Thomas Roosenboom schetste in zijn roman ‘Publieke Werken’ over Hoogeveen, was al eerder fors bekritiseerd. In ‘De zaak Cavaljé’ komt echt wel een ander beeld naar voren. Leerzaam en ook boeiend dus. Voor het boekje van de vrouw van het schoolhoofd hoef je nu niet meer naar stoffige antiquariaten, want het is integraal opgenomen in Brinks boek.

arm kereltje en de nieuwe paus

Vaak denk ik nog met genoegen terug aan de lessen kerkgeschiedenis op de HAVO. Dominee P.K.Keizer doceerde uit zijn eigen boekjes. Boeiend kon hij vertellen over de middeleeuwen en latere spannende episodes uit de geschiedenis van Gods kerk op aarde. Ik vergeet nooit dat hij probeerde duidelijk te maken hoe je voor jezelf de impact van het gedoopt zijn kunt beleven. In die tijd nogal ongewoon. ‘Sluit je ogen en leg je hand op je voorhoofd, bedenk dat ooit iemand daar water op sprenkelde, je doopte in de naam van de Drie-enige’. Maar dat allemaal terzijde.

Aangekomen bij het hoofdstuk ‘bedelorden’, hebben we uitgebreid stil gestaan bij Franciscus van Assisi. Geboren als Giovanni Bernardone (1182-1226) hoorde hij als baldadige jongeman, van zeer goede komaf en driftig er op los levend een preek over Matteüs 10 vers 9 en 10.  “Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien.” Citaat uit de NBV. Hij bekeerde zich, werd monnik en van hem komen prachtige uitspraken als: “armoede is mijn bruid” en “alle schepselen zijn mijn vrienden”. Hij sprak met de bloemen en preekte ook tot de dieren. Hij deed mee met melaatsenverpleging en was daar zeer emotioneel bij betrokken. De toenmalige paus moest niets van deze asociale figuur hebben, terwijl Franciscus (men noemde hem zo, omdat hij zo vlot Frans sprak) een orde wilde stichten. “Ga maar in een varkenshok”, zei de paus. Franciscus deed dat en kreeg uiteindelijk zijn zin.

Franciscus van Assisi kreeg de bijnaam: Il Poverello, arm kereltje. Prachtig toch dat de nieuwe bisschop van Rome, deze naam kiest. Een prachtige verwijzing naar de stichter van de orde van de Minderbroeders. Dat belooft veel goeds voor de RK kerk. De nieuwe paus zal armoede en veel evangelie gaan preken, dat moet een gereformeerde christen toch aanspreken.