Categorie: boeken

eenvoudig christelijk (2)

een kleine wereldVan mijn oudste dochter kreeg ik ‘Een kleine wereld’ van Marga Kool te lezen. Ooit kocht ik van Marga Kool een bundel gedichten in het Drents, met daarin prachtige zinnen als:

“God, geef de zunne
An de luu
Die leeft in vreeze
Veur menaar
Veur oen aangezicht”
(de laatste strofe van: God zien folklore)

In Kools roman ‘Een kleine wereld’ brengt ze min of meer autobiografisch haar jeugd tot leven. Wanneer jezelf bent opgegroeid op het Drentse platteland is het een mooie kroniek, die ook je eigen verleden tot leven brengt. Raak typeert Kool de mensen, hun gewoontes en de eenvoudigheid, maar ook de schoonheid van het boerenbestaan en het dorpsleven van 50, 60 jaar geleden. De eendracht en burenhulp doet weldadig aan, maar tegelijkertijd is er ook de benepenheid en roddel. Openheid van mensen, het omgaan met elkaar in een veranderende cultuur, Margo Kool heeft het mooi neergezet. Hier en daar wordt het soms wel te gladjes en te gezocht. Het boek is een roman, maar wel heel dicht denk ik bij het leven van de schrijfster zelf. Wat mij betreft had ze er ook met haar prachtige schrijfstijl een non-fictie verhaal van kunnen maken. De dichtegels van hierboven zeggen ook wel iets over de mensen in het boek. Tegelijkertijd zijn deze regels nog steeds actueel; ze passen ook op de angst voor alles wat vreemd is en van buiten onze kleine wereld binnenkomt. Gelukkig schrijft Marga Kool met eerbied en ook respect over het geloof van de vader en de moeder in dit verhaal. Deze mensen zijn echt; eenvoudig christelijk.

dagboek van een beulDat laatste kwam ik ook tegen in het boeiende verhaal over meester Frantz Schmidt. Meester Frantz was jarenlang beul in de Duitse stad Neurenberg aan het begin van de 17e eeuw. Zijn graf is te vinden op dezelfde begraafplaats als waar de beroemde componist Johann Pachelbel begraven ligt. Omdat meester Frantz een zeer nauwkeurig dagboek/verslag bij hield over zijn werk is er over deze beul veel meer bekend dan over zijn beroepsgenoten. Waarschijnlijk was het beroep beul min of meer aan het uitsterven, dat maakt het verhaal over hem extra boeiend. Een paar jaar geleden las ik een boeiende recensie in het ND over het boek van Joel Harrington. Nu zag ik voor nog geen 10 euro in de ramsj. Een koopje dus! Het is een heel boeiend verhaal, waarin je de beul echt leert kenen. Bijzonder is dat Frantz en zijn familie Luthers zijn en door alles te merken dat hij een vroom soort rechtvaardigheid bezit. Ook al was hij kind van zijn tijd, het was beslist geen wrede gewetenloze middeleeuwer. Frantz was kerkganger, kende Jezus en hield daar rekening mee in zijn werk. Wel bijzonder dat het verhaal over Frantz uit Neurenberg komt. Neurenberg was

het graf van meester Frantz op het Rochusfriedhof in Neurenberg
het graf van meester Frantz
op het Rochusfriedhof in Neurenberg

in de vorige eeuw het toneel van de nationaalsocialistische ‘partijdagen’ van de nazipartij, maar na WOII ook van de processen tegen de Nazikopstukken. De toen 10 veroordeelden werden door ophanging ter dood gebracht. Opnieuw moest een beul zijn werk doen. De vonnissen werden voltrokken door sergeant John C. Woods (deze beul voltrok 347 vonnissen in 15 jaar). Meester Frantz kwam tot 394 doodvonnissen in 50 jaar en heeft daarnaast nog vele lijfstraffen uitgevoerd. Woods elektrocuteerde zichzelf tijdens een reparatie van een hoogspanningskabel. Meester Frantz stierf 80 jaar oud als een eerzaam burger, die beul was geweest, maar ook genezer.  Wanneer je zijn ‘levensverhaal’ leest houdt dat ons ook een spiegel voor. Het zet je aan het denken over het nut van lange gevangenisstraffen, de (on)rechtvaardigheid van de doodstraf en dat in relatie tot het christelijk geloof. Daarnaast worden er in onze tijd nog steeds mensen onthoofd. Een leerzaam boek voor een kleine prijs, dat ook aanzette tot verder snuffelen op internet.

Hoe vertellen we het onze kinderen?

Reinier Sonneveld vergeleek het met het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes. Eerst doe je dat bij jonge kinderen ook heel simpel en naarmate ze groter worden zul je meer en meer moeten vertellen. En dat laatste is beslist niet gemakkelijk voegde hij er aan toe, maar je kunt het niet achterwege laten. Zo is het ook met het vertellen aan je kinderen (dus ook leerlingen op een basisschool) over de schepping van hemel aarde door onze goede God.

9789085432852-het-geheime-logboek-van-topnerd-tychoIn Amersfoort werd in de aula van de Evangelische Hogeschool uitgebreid stilgestaan bij het verschijnen van het nieuwste boek van kinderschrijfster Corien Oranje. Samen met Cees Dekker (nanobioloog en hoogleraar aan de TU in Delft) heeft Corien Oranje een meeslepend jeugdboek geschreven over topnerd Tycho. Tycho wil meer weten over de oorsprong van het leven en alles wat daar mee te maken heeft. Dus gaat het over dyno’s en planeten en nog veel meer. En natuurlijk komt op de eerste pagina’s al een soort oerknal voorbij. Bij de speurtocht die Tycho onderneemt gebeurt van alles, maar ontdekt hij dat het verhaal van de eeuwige God en hemelse Vader te combineren valt met een oerknal en de wetenschap die zegt dat de bewijzen van evolutie niet te ontkennen zijn.
Bij dat laatste gedeelte komt dan Cees Dekker om de hoek, hij heeft met de kinderboekenschrijfster meegedacht en meegeschreven. Hij zat ook in het forum om mee te discussiëren over ‘hoe we het onze kinderen moeten vertellen’. Te vaak heeft deze christen-wetenschapper meegemaakt dat studenten afhaakten omdat het geloof uit hun jeugd niet opgewassen bleek tegen alle wetenschappelijke feiten. Volgens Dekker is dat niet nodig. En daarom een boek wat jonge kinderen al meeneemt op de grote ontdekkingsreis van de wetenschap. De generatie die nu opgroeit en een ontzaglijke hoeveelheid informatie op internet kan vinden, heeft antwoorden nodig.
In de verschillende bijdragen kwamen mooie inzichten naar voren.
• God heeft in het Woord geen wetenschappelijke verhandeling aan ons overgeleverd in Genesis 1 t/m 11. Maar in het Woord wordt buitengewoon duidelijk dat God de oorsprong is, schepper van hemel en aarde. Je moet God vertrouwen en je kunt hem niet in alles narekenen. En we kunnen nog wel eens versteld staan, als we later in de hemel zijn. Verketter elkaar dus niet met je ideeën overschepping, evolutie of creationisme; christenen zijn elkaar immers gegeven om elkaar te verheffen!
• Theologe Janneke Burger gaf 5 regels voor omgaan met kinderen die verder denken en vragen stellen bij bijbelse feiten. Ik geef ze door want ze zijn in school ook zeker hanteerbaar;
o In boeken over dino’s staat heel veel, maar ook heel veel niet. Over God kom je meestal niets tegen, dus dat moet je je kinderen wel vertellen!
o God draagt de wereld en dat is echt het belangrijkste,
o We weten ook heel veel niet!
o Lees de Bijbel letterlijk waarbij je steeds goed kijkt naar de bedoeling van de teksten die je leest.
o Laat je kinderen onbekommerd leren en onderzoeken in en over Gods schepping en onder de indruk komen van wie Hij is!
Vooral die vijf punten, waarbij misschien nog best meer kanttekeningen kunt plaatsen hebben we ook in ons onderwijs nodig. Leef niet met dichtgeknepen handen, maar met open handen, voegde de theologe er nog aan toe.

dag heur… 2

“En daar is dan het boek dat ik zelf had willen schrijven. Nu ja, een boek met een thema waarover ik zelf had willen kunnen schrijven. “ Zo begint de bespreking van ‘Donderdagmiddagdochter’ van Elizabeth Kooman in LITER (christelijk literair tijdschrift) december 2013. De recensie van Kooman laat zien waar het boekje van 155 pagina’s zo sterk in is en ook dat het literair zich kan meten met de vele andere literatuur die niets met het christelijke te maken wil hebben. De stijl waarin Stevo Akkerman schrijft is boeiend, zakelijk, registrerend, maar komt ook heel erg dichtbij. In een interview in het ND geeft de schrijver duidelijk toe, dat het boek over een zoektocht naar zichzelf gaat. Wie ben ik, waar kom ik vandaan en wat heeft gemaakt dat ik ben, wie ik ben. Opgegroeid in de gereformeerd kerk, schrijft Stevo Akkerman uitgebreid over zijn jeugd en opvoeding.

foto Rufus de Vries in het ND van 4.10.2013
Stevo Akkerman in het ND van 4.10.2013 (foto Rufus de Vries)

Het opgroeien binnen die kerk lijkt bepalend voor de rest van zijn leven. Wanneer dochtertje Evy Elise na de geboorte overlijdt omdat ze geen nieren heeft, zet dat zijn leven en ook dat van zijn vrouw op z’n kop. Mede daarom gaat hij op zoek naar zijn geschiedenis en wat voor invloed dat heeft op zijn omgaan met verlies. Akkerman beschrijft dat vervolgens op een bijzonder eerlijke en vaak ook ontroerende manier, waarin hij zeker zichzelf niet spaart.
Wat Stevo Akkerman schrijft over zijn opvoeding en kerkelijke cultuur waarin hij opgroeit, is naar mijn idee zeer herkenbaar voor verschillende generaties gereformeerd-vrijgemaakten. In meerdere of mindere mate kunnen zij het zo aanvullen met verhalen uit de jaren zestig en zeventig en tachtig. Ik herken veel uit mijn eigen verleden en toen ik mijn schoonfamilie leerde kennen, leerde ik het zelfs het kwadraat van gereformeerd zijn kennen. Ik herken het ook uit de verhalen die we uitwisselden op het lyceum in Groningen, daaruit donderdagmiddagdochterkwam hetzelfde beeld naar voren. Voor velen uit mijn generatie is het dus een herkenbaar verhaal en datzelfde geldt denk ik ook voor veel veertigers en misschien ook nog wel dertigers. Door het lezen en herlezen wordt je geconfronteerd met je verleden en ook hoe je dat vandaag vorm geeft. Wat was dat bij mijn ouders? Waarom deden ze, zoals ze deden? Ik weet zeker dat er veel geloof was, binnengehouden geloof weliswaar, maar veel geloof. Vaak leek het hart niet aan bod te komen. Alles was gegoten in duidelijke afspraken en regels, keurig verstandelijk beredeneerd. Dat maakte het kerkelijk leven overzichtelijk en ook gemakkelijk. Wanneer er van de regels werd afgeweken, werd dat daardoor ook gelijk onderwerp van discussie en soms nog weer stelliger stellingnames. En wat Gezinsblad en Reformatie vervolgens zeiden, was dan de ultieme waarheid. Bij jonge mensen heeft dat veel angst gegeven. De alomtegenwoordige God, die alles ziet, weet je altijd te vinden. Doe ik het goed? Kan ik het verantwoorden? Kerkelijke regels werden gelijkgesteld met Gods regels.
Door wat voor oorzaken ook, de cultuur in de kerk is inmiddels totaal verandert. Voor veel kerkmensen maakt het dat ingewikkeld. Begrijpelijk, maar het moet ook aan het denken zetten. Niet alleen maar terugdenken aan de jaren in de tweede helft van de vorige eeuw als groots en geweldig. De muren om onze denominatie waren, denk ik, veel te hoog en de ramen veel te vaak potdicht. Daarmee wil ik niets afdoen aan wat kerken hebben laten zien van wat Christus kan beteken in het leven van mensen. ‘Donderdagmiddagdochter’ laat ons in ieder geval in de spiegel kijken. Hoe je het ook wend of keert, je kunt dan niet wegkijken.
Heel veel mensen die opgegroeid zijn in de GKV hebben die kerk inmiddels verlaten. Soms omdat ze het geloof totaal zijn ‘kwijtgeraakt’. Maar ook zijn velen vertrokken naar kerken en gemeenschappen, waar naar hun gevoel geloven met hoofd en hart veel meer in evenwicht is dan binnen de GKV. Heel veel broeders en zusters prikten door de buitenkant heen en zeiden letterlijk gedag. En de kerk zei soms ook maar gewoon ‘dag hoor….’ terug. Verlegen en zich vaak niet bewust van wat de gevolgen zijn van een alleen maar uiterlijk christelijk geloof.
In de bundel VRIJGEMAAKT (zie ‘dag heur 1….’) is dat naar mijn idee ook een terugkerend thema. Als kerken zijn we zo verschrikkelijk veranderd, dat we al vergeten zijn waar het fout ging. Juist van die fouten zouden we moeten willen leren. Niet de ogen sluiten en alleen maar restaureren. In gesprek gaan, er over schrijven, fouten durven toegeven en nog meer in woorden en daden echt discipel van Jezus Christus willen zijn. En wanneer dat betekent dat iemand alleen maar stil op de achterste rij in de kerk wil zitten, mooi!
Ik hoop dat de schrijver Stevo Akkerman opnieuw de rust vind om een boek te schrijven. Wat mij betreft mag dat best over de Vrijmaking gaan.

voorbergPS    In het ND werd melding gemaakt van een discussieavond (29.01) tussen vader en zoon Voorberg. Via een live stream kon je volgen wat er in het gebouw van de GKV van Rouveen plaatsvond. Aangezien Rikko Voorberg mede door onze OPK in Amsterdam-Oost betaald wordt is het interessant om zo iets te volgen. Helaas heb ik de echte discussie niet meer gevolgd, want het was slaapverwekkend om alsmaar naar een een grote groep koffiedrinkende broeders en zusters te zitten kijken. Wel grappig dat je dan opeens de maker van ‘Hemelbestormers’ door het beeld ziet schuiven. In het beeld dat vader en zoon oproepen zit heel veel wat herkenbaar is. Een begin zestiger en een dertiger geven aan waar het volgens hen om wringt in de kerk. In het ND-verslag stond gelukkig ook een verslag van de discussie. Daar kwamen de relevante vragen naar voren. Waar blijven onze jongeren? Lopen de kerken niet leeg? Hoe leef je als christen zo dat anderen er door aan getrokken worden? Rikko deed een prachtig voorstel: meld de GKV van Rouveen bij het gemeentebestuur aan als vrijwilliger! Ik besef ook wel dat eenvoudige en gemakkelijke antwoorden op de gestelde vragen niet bestaan. Maar zowel popup-kerk als gezinnetjeskerk zullen iedere keer weer moeten bedenken en in praktijk brengen, wat het is om dagelijks wedergeboren te worden en Jezus te volgen. Daarnaast hoop ik dat deze interne vrijgemaakte discussies er voor zullen zorgen dat we samen met heel veel andere kerken (denominaties) gaan uitstralen wie de Zoon van God is in het leven van christenen.

Rite de passage, Lassche en Otten

Poster_Killers_Slope_2Het IDFA is weer voorbij. De prijzen zijn verdeeld en wat blijft is een serie prachtige documentaires. En gelukkig is er NPO-doc, zodat er regelmatig van al dat geweldigs te genieten valt. Nu is de ene documentaire de andere niet. Mijn zoon en ik waren in ieder geval zeer onder de indruk van de nieuwe Geertjan Lassche. Het was niet de eerste keer dat een film van hem was te zien op het IDFA. Ik hoop dat er nog vele zullen volgen.
‘Hemelbestormers’ is het verhaal over stoere mannen die een top van de Himalaya willen bedwingen. Een wel heel bijzondere tak van sport en ook nog een hele dure. Lassche heeft het allemaal vastgelegd en daarbij trefzeker vastgelegd wat de drijfveren van deze mensen zijn. De documentairemaker is ook nu weer op zoek naar de psychologie van de mens. Wat zijn drijfveren, hoe toont zich leiderschap en wat er gebeurt onder extreme omstandigheden? Het vastleggen van emoties, het wordt niet geschuwd. Een prachtig document, met ook geweldige beelden van het hooggebergte. Het vertonen van zo’n documentaire in de bioscoopzaal geeft ook nog eens een extra dimensie.
Willem Jan Otten zou in de film van Lassche zeker ‘rite de passages’ hebben ontdekt. Met in het achterhoofd een aantal films die Otten een paar jaar geleden in de Balie begeleidde, waarvan ik meerdere heb gezien. Ik heb trouwens geen idee of Otten wel naar documentaires kijkt. In zijn nieuwe bundel ‘Droomportaal’ gaan zijn essays, wanneer ze over film gaan, steeds over droomportaalfictie. In de zijn kenmerkende stijl vertelt Otten wat films met hem doen. Wat ze in hem oproepen aan gedachten en waar ze raken aan literatuur en motieven in veel literatuur. Een mooie verzameling essays, die trouwens niet alleen over film gaan. Zijn jeugd en zijn moeder koen ook regelmatig aan de orde. Een hoogtepunt vind ik persoonlijk het laatste essay. Dat essay sprak Otten uit bij het ontvangen van de P.C.Hooftprijs. Hierin schuwt Otten niet, de randen van ons menselijk denken op te zoeken en tegelijkertijd aan te geven dat het geloof in een God, die aan het begin van alles staat, onontkoombaar is. Een prachtige bundel, die doet uitzien naar de roman waar Otten mee bezig is.

De film van Geertjan Lassche wordt dit seizoen nog uitgezonden door de EO, de werkgever van Lassche. De bundel van Otten is natuurlijk te koop bij de betere boekhandel.

leviathan en lijden

leviathanDeze weken draait er een geweldige film in de bioscopen. Leviathan van een Russische filmmaker met een onuitspreekbare naam toont het Russische leven in al zijn naaktheid. Onrecht, drankmisbruik, overspel en een corrupte overheid en kerk; het komt allemaal voorbij. Bijzonder is dat bij het begin al wordt getoond dat de film mede gesponsord is door door Russische culturele instanties. We zien zelfs Poetin op portret voorbijkomen, terwijl het in eerste echt een aanklacht is tegen de staat Rusland. Maar vervolgens graaft de film dieper en stelt de kijker de vraag, hoe hij zelf omgaat met lijden. De film heet niet voor niets Leviathan. Elke bijbelkennner herkent gelijk het beest uit het bijbelboek Job. In de BV vinden we hem in hoofdstuk 3.8 en 40.20. In de laatste tekst echter weg vertaald als krokodil. In de BGT is de leviatan helaas niet meer terug te vinden. De BGT heeft in tovenaar in 3.8 opgevoerd, nou was dat maar zo. Dan was het in de film wel anders afgelopen. Een boeiende film, die christen en niet-christen aan het denken zet over het centrale thema van het boek Job: lijden.

tim keller aan gods hand door pijn en lijdenOndertussen ligt in de christelijke boekhandel, tegelijk met het verschijnen van Leviathan in de bioscoop, een nieuw boek van de New Yorkse predikant Tim Keller. Uitgeverij Wever in Franeker heeft een nieuwe kaskraker in huis denk ik. Een boek dat net als Leviathan over lijden gaat. Keller beweert dat lijden niemand overslaat. Hoe gelukkig je ook voelt op dit moment, hoe mooi en goed je alles op de rit hebt, op een dag zul je er mee te maken krijgen. Keller hanteert een brede benadering en zet lijden in een breed bijbels perspectief. Een troostvol boek. Opnieuw een aanrader vanuit Franeker/New York.

de officier, lezen in vakantietijd

George Picquart
George Picquart, de officier

Op school zocht ik een stevige Heutinkdoos. Een doos waar twee behoorlijke stapels boeken in passen. Hij kan dan precies tussen de voorstoelen en de achterbank en er blijft genoeg ruimte over voor de rest van de bagage. Ik vind het heerlijk om meer boeken mee te nemen dan dat ik zou kunnen lezen. Je kunt dan lekker kiezen. Ik was al bezig met de laatste van Philip Kerr, een dramatische detective over massamoorden op Poolse officieren door de Russische geheime dienst. Een op feiten gebaseerd verhaal, dat op een boeiende wijze het verschrikkelijke van de Tweede Wereldoorlog laat zien.
Over ‘de officier’ van Robert Harris had ik verschillende positieve recensies gelezen. Dus bij de bibliotheek besteld en gelukkig was het net voor de vakantie binnen. Ook die ging dus mee in de Heutinkdoos. Harris heeft met dit boek een geweldige historische roman geschreven. Eind 19e, begin 20e eeuw was Frankrijk in de ban van de Dreyfusaffaire. Het zijn van die verhalen waar je wel eens van gehoord hebt, maar net te weinig van af weet. Ik wist dat de schrijver Zola er iets mee te maken had en dat Dreyfus een Joodse officier was, beschuldigd van spionage voor het Duitse leger. Het antisemitisme vierde in Frankrijk toen hoogtij. Ook nu is er trouwens nog steeds van alles mis op dat gebied. Zo hebben we in Carpentras (in de Vaucluse) voor de plaatselijke synagoge gestaan (helaas waren de openingstijden nogal beperkt). In de jaren negentig van de vorige eeuw werd de Joodse gemeenschap van deze provincieplaats opgeschrikt door een afschuwelijk geval van grafschennis en vernielingen op hun begraafplaats.
Alfred Dreyfus werd verbannen naar Duivelseiland, waarvan men hoopte dat hij er nooit meer zou terug komen. In de historische roman van de Engelse schrijver Robert Harris speelt Georges Picquart de hoofdrol, hij schrijft het verhaal. Spannend vanaf de eerste pagina en stap voor stap leer je beseffen wat het betekent dat machthebbers hun eenmaal ingenomen posities niet meer durven opgeven. Wanneer dat laatste mensenlevens kost is dat geen enkel probleem. Harris schets hier wat vandaag de dag nog steeds gebeurt. Blinde vlekken, bewijsmateriaal een beetje naar je hand zetten en ook Jodenhaat; het is nog steeds niet verdwenen. Daarom is de officier een boek wat je ook doet denken aan justitiële blunders in ons eigen land. Een echte aanrader dus.
de officier 1In de vakantie vind ik het leuk om her en der een boekhandel binnen te wandelen. Ook in Frankrijk heeft trouwens de kaalslag toegeslagen, maar gelukkig vind je her en der nog prachtige boekwinkels. En al ben ik er niet op uit om in het Frans boeken te gaan lezen, het is heerlijk om de geur op te snuiven. Mooi is dat gemiddeld de boeken er ook anders uitzien. Leuk is om even te kijken wat ze hebben aan Nederlandse literatuur, vertaald in het Frans. Zo zag ik van Anna Enquist een boek getiteld: Les endormeurs. Grappig om te zien dat er dan opeens een andere zwaan voorop staat. Natuurlijk ging ik zoeken naar ‘de officier’ in het Frans. Via de Engelse uitgave, met een toch intrigerender titel (een officier en een spion) kwam ik terecht bij D. Een prachtige omslag met een extra aanbeveling van The Times. Volgens de boekverkoopster in Orange: “c’est formidable!” Ik mocht best een foto maken; boekenliefhebbers moet je hoog houden natuurlijk.

De boerenoorlog

de kolonist van ZW AfrikaHet was namiddag, en het was warm. Er lag een broeiende, drukkende hitte op het Vrijstaatse veld. Ze reden met hun drieën over de eenzame, brede landweg. De twee Blanken reden voorop, en de Kleurling volgde op een eerbiedige afstand.
Het was een Hottentot en geen Kaffer. Men kon bij de eerste oogopslag zien, dat het geen Kaffer was; hij miste diens dikke lippen, terwijl hij kleiner en tengerder van lichaamsbouw was. [de eerste zinnen van  ‘De overwinnaar van  Nooitgedacht’]

Gij blijde dagen, waar zijt gij gebleven? Gij zonnige tijd, toen het huisgezin in vrede zat onder zijn vijgeboom, en de kinderen als olijfplanten groeiden rondom de dis – gij blijde dagen, waar zijt gij gebleven? [de eerste zinnen van ‘De kolonist van  Zuid-West Afrika’]

penningEen aantal boeken van Louwrens Penning (1854-1927) heb ik herlezen toen we in 1980 in de Transvaalbuurt (amsterdam-Oost) terechtkwamen, op drie hoog in de Hofmeyrstraat. Die Hofmeyr kwam ik nergens tegen in de boeken van L. Penning. Wel de namen van Christiaan de Wet, president Brand, Paul Kruger en Ben Viljoen. Later heb ik uit de nalatenschap van mijn ouders de Penning boeken meegenomen en ook mijn schoonvader had nog wat exemplaren. In calvinistische kring waren de boeken over de Boerenoorlog in Zuid-Afrika (1899-1902) zeer geliefd. En Penning kon boeiend schrijven zoals uit de beide citaten hierboven wel blijkt. Penning is zelf in die tijd nooit in Zuid-Afrika geweest maar moet zich zeer goed hebben ingelezen. Wel had hij er twee broers wonen die hem ongetwijfeld veel geschreven zullen hebben. Pas in de eerste helft van de twintiger jaren van de vorige eeuw kon hij het land van de blanke kolonisten bezoeken. De Boeren die rond 1900 de oorlog werden ingetrokken door de Engelsen genoten in Nederland grote sympathie. Paul Kruger, de president Transvaal, was bevriend met onze koningin Wilhelmina. Naast de (jeugd)romans die Penning over de kolonisatie en de oorlog in Zuid-Afrika schreef, kwam hij in 1902 ook met een compleet historisch overzicht over de oorlog in drie kloeke delen. (Met de prachtige ondertitel in gouden kapitelen: VREEST GOD EN HOUDT UW KRUIT DROOG. [een uitspraak van Paul Kruger] en online te lezen op een Amerikaanse website: https://archive.org/details/deoorloginzuida01penngoog)  Helaas mis deel I en II, maar wat heb ik als klein jongetje vaak  in deel III de plaatjes zitten te kijken. Stoere mannen met baarden en grote hoeden, en prachtige vergezichten met ongrijpbare namen als ‘Moselekatsenek’ en ‘Duivelskneukels’. Bij een plaat met het onderschrift ‘Boeren aan ‘t “gezelsen”’ kon je natuurlijk compleet wegdromen.
Toen men begin jaren ‘80 in Amsterdam-Oost een groot aantal straatnamen wilde vervangen vond ik dat toen grote onzin. Op een gegeven moment waren zelfs de bestaande straatnamen beplakt met ‘nieuwe namen’. Uiteindelijk zijn Albert Lutuli en Steve Biko vernoemd en hebben nu een plek op de naambordjes in de Transvaalbuurt. Niet onterecht natuurlijk want zij hebben veel bijgedragen aan de emancipatie van de zwarte bevolking in Zuid-Afrika. Door het lezen van ‘Het Verbond’ van de Amerikaanse schrijver James A. Michiner kreeg ik trouwens wel een heel ander beeld van de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. De boeken van Penning zijn nog behoorlijk koloniaal beinvloed en hier en daar zelfs racistisch. Toch geeft het zeker een goed inzicht in de Boerenboorlog en je krijgt een duidelijk inzicht hoe daar vanuit de ‘broedernatie’ Nederland tegen aan werd gekeken. Trouwens, begin jaren zeventig leerde ik op het Gereformeerd Lyceum in Groningen dat ‘apartheid’ ronduit bijbels was.

de boerenoorlogVorig jaar kwam er voor een breed publiek eindelijk weer eens een boek over de Boerenoorlog in Zuid-Afrika op de markt. Martin Bossenbroek heeft werkelijk een zeer goed leesbaar boek geschreven over een in het algemeen toch vergeten geschiedenis. Aan de hand van drie hoofdpersonen schets hij het complete verhaal van de oorlog waarin voor het eerst concentratiekampen werden geïntroduceerd. Zo kom je er geleidelijk aan achter waarom Winston Churchill door veel Nederlanders niet sympathiek werd gevonden. Bossenbroek heeft ook Penning gelezen, maar nu vanuit het perspectief van 2013. Hij trekt lijnen, ook naar vandaag en laat ook het vaak onverholen racisme van zowel Boeren als Engelsen niet onbesproken. Ik heb het boek met grote interesse en geboeid gelezen. De hoofdpersonen komen echt tot leven, zonder dat het geromantiseerd wordt. De schrijver kiest geen partij, maar zet je wel degelijk aan het denken over vragen; wat als de Engelsen geen oorlog waren begonnen, als ze niet er niet op uit waren geweest om een nieuw wereldrijk te stichten? Wat als de Boeren beter naar de woorden van Paulus hadden geluisterd, waar die het heeft over de verhouding van heer en slaaf? Het nodigt ook uit om de boeken van Penning nog eens door te bladeren en hier en daar te herlezen. Wanneer ik het boek van Bossenbroek aanbeveel weet bijna niemand wie L. Penning was. Wie weet geeft ‘De Boerenoorlog’ nog eens aanleiding voor een biografie over deze schrijver en zijn invloed op het denken van Nederlandse protestanten over ‘apartheid’. Ik heb tenminste nog niet kunnen vinden dat er zo’n boek bestaat.

Onze_Jan_grafsteenDoor het lezen van ‘De Boerenoorlog’ heb ik ook maar eens opgezocht wie die Hofmeyr nu wel was. Jan Hendrik Hofmeyr leefde van 1845 tot 1909 (en niet 1912 zoals het ‘De naam van onze straat’ [een Amsterdams boek dat alle straatnamen verklaart]vermeld) en hij was de oprichter van de Afrikanerbond. Deze vereniging kwam op voor het Nederlands in Zuid-Afrika. Ook was hij een belangrijk parlementslid in de Kaapprovincie.

Tot slot van de aanbeveling van het boek van Bossenbroek nog een tip! Op dit moment in de ramsj: ‘De meelstreep’, ook van Martin Bossenbroek. Lees daarbij de recensie in het Historisch Nieuwsblad; zeer de moeite waard en dat voor nog geen tien euro!

slavernij / 12 years a slave

12-Years-a-Slave-posterDe eerste keer dat ik een bioscoopzaal van binnen zag, was in 1976 in Amersfoort, samen met mijn zus. Van huis uit was de bioscoop verboden gebied. Eén van de argumenten was: ‘stel je voor dat Jezus terugkomt, en jij zit in de bioscoop…’ . Ik kan me nog herinneren, dat ik het best opwindend vond,  ook al was ik inmiddels 19. Trouwens, we gingen naar de film die Fons Rademakers gemaakt had naar aanleiding van de Max Havelaar van Multatuli. In die dagen een spraakmakende film over koloniale misstanden in de tweede helft van de 19e eeuw in Indonesië (voormalig Nederlands-Indië). Bijna 40 jaar later ben ik wel wat filmervaringen rijker, alhoewel ik geen fervent bioscoopbezoeker ben. Meestal is het een aansprekende recensie die maakt een kaartje te kopen. Toen ik terugreed langs Amstel, na het bekijken van “12 years a sleve” spookte hoofdrolspeler Peter Faber van de Max Havelaar film door mijn hoofd. Daarmee kwam opeens ook die bioscoop in Amersfoort weer in gedachten. Een vreemde gedachtenkronkel misschien…

De met Oscars bekroonde film die ik met mijn zoon bezocht bracht me dus haast als vanzelf terug bij het koloniale verleden van Nederland. Maar dat laatste eerst maar even terzijde. “12 years a slave” is een film die je compleet door elkaar schudt en beslist niet onbewogen kan laten. Ik kan me nog herinneren dat destijds in Amersfoort mensen zo geraakt waren dat hun gesnik duidelijk hoorbaar was. Inmiddels zijn we wel wat gewend in films, maar ook nu werd het in Pathe de Munt heel erg stil. De film is gebaseerd op het gelijknamige boek dat in Amerika in 1853 verscheen. Nu de film overal in Nederlandse bioscopen vertoond wordt is er voor het eerst een Nederlandse vertaling verschenen. Een schokkend relaas, zo mag je het best noemen. Schokkend omdat het laat zien hoe indertijd het systeem van slavernij diep geworteld was in een samenleving die beweerde ‘vrijheid’ hoog in het vaandel te hebben. Steve McQueen heeft het verhaal dicht op de huid gefilmd. Je wordt bijna vermalen tussen de schoepen van de raderboot op de Mississippi en je voelt de pijn van de ijzeren kettingen en de zweepslagen onder je eigen huid kruipen. Tegelijkertijd zet het je aan het denken over goed en kwaad en alles wat daar tussen zit. Hoe zou ik zelf gehandeld hebben met een geweer op het hoofd gericht en een zweep in de handen geduwd? Solomon Northup heeft, eenmaal terug in vrijheid, niet kunnen zwijgen. Daarmee ook zijn eigen handelen tegen het licht gehouden en de toenmalige samenleving aan het denken gezet. Gaat dat zien!

de zwarte met het witte hartOp ons leesclubje hebben we het afgelopen jaar, min of meer toch toevallig, het thema slavernij in verschillende boeken voorbij zien komen. Dat was met “Een keukenmeidenroman” van Katryn Stockett een goed begin, maar het speelde nog ver weg in Amerika.  Eind vorig jaar bespraken we “De zwarte met het witte hart” van Arthur Japin. Toen kwam het al dichterbij. Twee jonge zwarte prinsen meegenomen naar Holland als een soort onderpand. Japin schets het leven van Akwasi en Kwame  in Delft op meesterlijke wijze. Volwassen geworden gaan de twee neven elk hun eigen weg. De een wordt uiteindelijk mijnbouwkundig ingenieur in Nederlands-Indië en de ander gaat terug naar Ghana. Een donkere pagina uit de vaderlandse geschiedenis wordt door Japin mooi ingekleurd. Onze voorouders bedoelden het misschien  o zo goed, maar wat gingen ze voorbij aan de kern van het evangelie terwijl ze ’s zondags toch keurig ter kerke gingen. Afgelopen januari bespraken we de inmiddels ook verfilmde roman van Cynthia Mc hoe duur was de suikerLeod over de slavernij in onze voormalige kolonie Suriname. Hoewel als hoogstaande literatuur misschien wat minder geslaagd, is deze roman wel een inkijk in het slavernij verleden van de Hollandse kooplieden in de 19e eeuw. Liefde, overspel en ook moord; het komt allemaal voorbij. En opnieuw krijg je een plaatsvervangend schuldgevoel wanneer je bedenkt dat in die tijd een gedeelte van onze economie alleen kon bestaan dankzij de slavenhandel. Het zou de blanke Nederlander sieren wanneer hij in de omgang met Surinamers en Antillianen daar ook rekening mee hield. Onze schuld houdt niet op bij het zelfstandig worden van die landen met achterlating van een stapel miljoenen.

 

Edmund de Waal in het Rijksmuseum

In het najaar van 2013 maakte een klein berichtje in de krant er melding van. Edmund de Waal had een werk aan het Rijksmuseum geschonken. De Engelse schrijver van “De haas met de amberkleurige ogen” is in het dagelijks leven keramist en maakt hele bijzondere kunstwerken. Wanneer je die alleen maar kent van plaatjes op een website, heb je eigenlijk geen idee hoe ze er in het echt uitziet. Daarom is het geweldig dat de kunstenaar een schenking, om niet, aan het Rijksmuseum heeft gedaan.

de waal 1In het vernieuwde Rijksmuseum is het even zoeken naar de Aziatische afdeling en voor je het weet loop je de ‘de Waal’ voorbij. Gelukkig is dat helemaal niet erg want op deze afdeling zijn prachtige voorwerpen te zien. Het indrukwekkendst zijn twee Japanse tempelwachters; reuzen. Bij die twee beelden bekruipt mij wel de vraag waarom die twee overweldigende beelden niet gewoon in Japan een tempel staan te bewaken. Bij het verlaten van de afdeling Azië zie je opeens het werk van de Waal hangen. Op een hele vreemde plek (tegenover het kunstwerk) is een beschrijving van het kunstwerk te vinden. De Waal maakt van klei allemaal hele kleine vaasjes en bordjes. Door de hoeveelheid worden het verzamelingen, die de kunstenaar vervolgens ordent in prachtig vormgegeven vitrines. Soms gaat het om honderden vaasjes. In zijn kunstwerk ‘An idea (for the journey)’ in het Rijksmuseum bevatten twee vitrines een rij vaasjes, min of meer verstopt achter speciaal glas. Hoe verder je weg staat, des te helder de vaasjes worden. Dichtbij worden ze opeens heel vaag. Zo werkt ons geheugen vaak ook, wil de Waal ons duidelijk maken. Neem maar eens afstand van gebeurtenissen, het wordt misschien wat eendimensionaler, maar je ziet wel het grotere geheel scherper.

de waal 4Een prachtig werk om bij weg te dromen en het achterliggende idee goed tot je door te laten dringen. Iedere keer wanneer je weer dichter bij het kunstwerk komt wil je je ogen scherpstellen, maar het lukt niet om de vaasjes scherp te krijgen. Hoe dichterbij hoe waziger, maar toch kun je de verschillende vaasjes in de vitrine beter zien. Gaat het zo ook niet heel vaak met gebeurtenissen in ons leven? Wat is je perceptie en hoe scherp staat het op je netvlies? Kijk je na verloop van tijd terug dan ontdek je opeens de grote lijnen, je ontdekt beter wat de context is. Met het boek van Edmund de Waal is eigenlijk hetzelfde aan de hand. Door zijn geërfde verzameling netsukes te bestuderen en hun herkomst te achterhalen krijgt het een prachtig en scherper beeld van zijn familiegeschiedenis. Daarmee verandert ook zijn perceptie en het zicht op zijn leven vandaag.

de haas met de amberklaurige ogen japansRegelmatig komt zijn boek nog ter sprake, en ik  beveel het aan. Het boek vertelt niet alleen het verhaal van de familie Ephrussi, maar ook de grote omwentelingen in Europa komen ongemerkt scherp in beeld. Inmiddels is ‘de haas met de amberkleurige ogen’  in vele talen verkrijgbaar. In het Japans is de omslag van het boek werkelijk schitterend. Dat komt naar mijn idee door prachtige Japanse karakters die mooi aansluiten bij haas-netsuke. Het Engelse amber is trouwens in het Nederlands; barnsteen en barnsteen is geelbruin (de kleur van barnsteen) en niet grijs zoals het Nederlandse amber. Een ‘betere’ titel zou dan “de haas met de ogen van barnsteen” zijn.

leo vroman – in memoriam 1915-2014

vromanDe twee gedachten

Een denker dacht met zacht misbaar
twee gedachten bij elkaar

Daar zij niet naar buiten kwamen
had hij zelf voor hen geen namen.

Wij noemen ze dus Ploot en Fuit
(zo zagen zij er namelijk uit)…

Fuit was zestig angström groot
maar magerder dan kromme Ploot.

Het viel niet op hoe overdag
de een over de ander lag

maar in de stilte van de nacht
lagen zij languitgedacht

en zo verward als mensenhaar
vochten zij dan met elkaar

zodat de denker mompels maakte
en met een pijn in ’t hoofd ontwaakte.

Dus stonden altijd naast zijn bed:
a) glas water b) tablet.

Hij goot en kruimde deze dingen
dan door het hoofd het lichaam binnen

en spoedig lagen Ploot en Fuit en
ook anderen het westen buiten.

Later hadden ze dan spijt
van hun tegenstrijdigheid.

‘Waarom denkt’ riep dan het paar
‘hij ons altijd bij elkaar?

Als hij ons om beurten dacht
wou ‘k wel om de andere nacht
opnieuw bedacht.’

Toen kreeg de denker een idee:
Hij dacht om beurten aan de 2.

Nu slaapt hij altijd in op tijd
en door tot uren na het ontbijt.

m o r a a l

op enkele dagen van het jaar
is bijna alles wel eens waar.

———————————–
uit: Fabels.   Amsterdam, Querido, 1962.