De boerenoorlog

de kolonist van ZW AfrikaHet was namiddag, en het was warm. Er lag een broeiende, drukkende hitte op het Vrijstaatse veld. Ze reden met hun drieën over de eenzame, brede landweg. De twee Blanken reden voorop, en de Kleurling volgde op een eerbiedige afstand.
Het was een Hottentot en geen Kaffer. Men kon bij de eerste oogopslag zien, dat het geen Kaffer was; hij miste diens dikke lippen, terwijl hij kleiner en tengerder van lichaamsbouw was. [de eerste zinnen van  ‘De overwinnaar van  Nooitgedacht’]

Gij blijde dagen, waar zijt gij gebleven? Gij zonnige tijd, toen het huisgezin in vrede zat onder zijn vijgeboom, en de kinderen als olijfplanten groeiden rondom de dis – gij blijde dagen, waar zijt gij gebleven? [de eerste zinnen van ‘De kolonist van  Zuid-West Afrika’]

penningEen aantal boeken van Louwrens Penning (1854-1927) heb ik herlezen toen we in 1980 in de Transvaalbuurt (amsterdam-Oost) terechtkwamen, op drie hoog in de Hofmeyrstraat. Die Hofmeyr kwam ik nergens tegen in de boeken van L. Penning. Wel de namen van Christiaan de Wet, president Brand, Paul Kruger en Ben Viljoen. Later heb ik uit de nalatenschap van mijn ouders de Penning boeken meegenomen en ook mijn schoonvader had nog wat exemplaren. In calvinistische kring waren de boeken over de Boerenoorlog in Zuid-Afrika (1899-1902) zeer geliefd. En Penning kon boeiend schrijven zoals uit de beide citaten hierboven wel blijkt. Penning is zelf in die tijd nooit in Zuid-Afrika geweest maar moet zich zeer goed hebben ingelezen. Wel had hij er twee broers wonen die hem ongetwijfeld veel geschreven zullen hebben. Pas in de eerste helft van de twintiger jaren van de vorige eeuw kon hij het land van de blanke kolonisten bezoeken. De Boeren die rond 1900 de oorlog werden ingetrokken door de Engelsen genoten in Nederland grote sympathie. Paul Kruger, de president Transvaal, was bevriend met onze koningin Wilhelmina. Naast de (jeugd)romans die Penning over de kolonisatie en de oorlog in Zuid-Afrika schreef, kwam hij in 1902 ook met een compleet historisch overzicht over de oorlog in drie kloeke delen. (Met de prachtige ondertitel in gouden kapitelen: VREEST GOD EN HOUDT UW KRUIT DROOG. [een uitspraak van Paul Kruger] en online te lezen op een Amerikaanse website: https://archive.org/details/deoorloginzuida01penngoog)  Helaas mis deel I en II, maar wat heb ik als klein jongetje vaak  in deel III de plaatjes zitten te kijken. Stoere mannen met baarden en grote hoeden, en prachtige vergezichten met ongrijpbare namen als ‘Moselekatsenek’ en ‘Duivelskneukels’. Bij een plaat met het onderschrift ‘Boeren aan ‘t “gezelsen”’ kon je natuurlijk compleet wegdromen.
Toen men begin jaren ‘80 in Amsterdam-Oost een groot aantal straatnamen wilde vervangen vond ik dat toen grote onzin. Op een gegeven moment waren zelfs de bestaande straatnamen beplakt met ‘nieuwe namen’. Uiteindelijk zijn Albert Lutuli en Steve Biko vernoemd en hebben nu een plek op de naambordjes in de Transvaalbuurt. Niet onterecht natuurlijk want zij hebben veel bijgedragen aan de emancipatie van de zwarte bevolking in Zuid-Afrika. Door het lezen van ‘Het Verbond’ van de Amerikaanse schrijver James A. Michiner kreeg ik trouwens wel een heel ander beeld van de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. De boeken van Penning zijn nog behoorlijk koloniaal beinvloed en hier en daar zelfs racistisch. Toch geeft het zeker een goed inzicht in de Boerenboorlog en je krijgt een duidelijk inzicht hoe daar vanuit de ‘broedernatie’ Nederland tegen aan werd gekeken. Trouwens, begin jaren zeventig leerde ik op het Gereformeerd Lyceum in Groningen dat ‘apartheid’ ronduit bijbels was.

de boerenoorlogVorig jaar kwam er voor een breed publiek eindelijk weer eens een boek over de Boerenoorlog in Zuid-Afrika op de markt. Martin Bossenbroek heeft werkelijk een zeer goed leesbaar boek geschreven over een in het algemeen toch vergeten geschiedenis. Aan de hand van drie hoofdpersonen schets hij het complete verhaal van de oorlog waarin voor het eerst concentratiekampen werden geïntroduceerd. Zo kom je er geleidelijk aan achter waarom Winston Churchill door veel Nederlanders niet sympathiek werd gevonden. Bossenbroek heeft ook Penning gelezen, maar nu vanuit het perspectief van 2013. Hij trekt lijnen, ook naar vandaag en laat ook het vaak onverholen racisme van zowel Boeren als Engelsen niet onbesproken. Ik heb het boek met grote interesse en geboeid gelezen. De hoofdpersonen komen echt tot leven, zonder dat het geromantiseerd wordt. De schrijver kiest geen partij, maar zet je wel degelijk aan het denken over vragen; wat als de Engelsen geen oorlog waren begonnen, als ze niet er niet op uit waren geweest om een nieuw wereldrijk te stichten? Wat als de Boeren beter naar de woorden van Paulus hadden geluisterd, waar die het heeft over de verhouding van heer en slaaf? Het nodigt ook uit om de boeken van Penning nog eens door te bladeren en hier en daar te herlezen. Wanneer ik het boek van Bossenbroek aanbeveel weet bijna niemand wie L. Penning was. Wie weet geeft ‘De Boerenoorlog’ nog eens aanleiding voor een biografie over deze schrijver en zijn invloed op het denken van Nederlandse protestanten over ‘apartheid’. Ik heb tenminste nog niet kunnen vinden dat er zo’n boek bestaat.

Onze_Jan_grafsteenDoor het lezen van ‘De Boerenoorlog’ heb ik ook maar eens opgezocht wie die Hofmeyr nu wel was. Jan Hendrik Hofmeyr leefde van 1845 tot 1909 (en niet 1912 zoals het ‘De naam van onze straat’ [een Amsterdams boek dat alle straatnamen verklaart]vermeld) en hij was de oprichter van de Afrikanerbond. Deze vereniging kwam op voor het Nederlands in Zuid-Afrika. Ook was hij een belangrijk parlementslid in de Kaapprovincie.

Tot slot van de aanbeveling van het boek van Bossenbroek nog een tip! Op dit moment in de ramsj: ‘De meelstreep’, ook van Martin Bossenbroek. Lees daarbij de recensie in het Historisch Nieuwsblad; zeer de moeite waard en dat voor nog geen tien euro!