Categorie: boeken

staff benda bilili

Dinsdag is eens in de zoveel weken, onze concertavond. Gisteravond was wel bijzonder omdat tegenover de garderobe een groot condoleanceregister lag vanwege het overlijden van Yakov Kreizberg. De gastdirigent had er voor gekozen om ter nagedachtenis aan Kreizberg de avond te beginnen met de orkestsuite nr 3 in D, BWV 1068 (Air ‘auf der G-Saite’) van Johann Sebastian Bach. Een mooi en ontroerend gebaar. Eigenlijk had men op zo’n moment op een groot scherm iets van Kreizberg moeten laten zien… Daarna klonk in een vioolconcert van Britten de oorlogsdreiging van Wereldoorlog II. Een vreemde combinatie, maar het stond geprogrammeerd natuurlijk. Na de pauze konden we heerlijk romantisch wegdromen bij de 8e symfonie van Schubert.

Thuisgekomen nog even zappen. Helaas was er bij Pauw en Witteman alleen maar het zoveelste gezeur over de mislukte helikoptervlucht in Libië. Minister Hillen werd weer even flink afgezeken; niet boeiend dus. Gelukkig was op Nederland 2; ‘het uur van de wolf’ (fantastisch documentaire programma van de NTR). Opeens waren Britten en Schubert vergeten en bevonden we ons in de dierentuin van Kinshasa (Congo). Een groep gehandicapte mannen maakte muziek over hun leven op straat. Enkele oude gitaren, een paar trommels en zelfs een eensnarig instrument. Rauw, maar ook ontroerend. Kijk maar eens naar het volgende YouTube filmpje:
De documentaire over deze groep muzikanten start in 2004 en volgt de ontwikkeling van deze groep die zich Staff Benda Bibilili noemt. Nadat ze een CD gemaakt hebben worden ze uitgenodigd in Frankrijk om daar op te treden. Vervolgens veroveren ze Europa. Bij een van de nieuwjaarsconcerten van het Nederlands Blazers Ensemble hebben ze zelfs in het Concertgebouw gespeeld. Het meest ontroerende, naast de muziek vond ik dat deze mannen ondanks hun handicap en hun ongelooflijke armoe, toch doorzetten en hun levenslust en humor behouden.

Deze week ben ik begonnen in het inmiddels veel bekroonde werk van David van Reybrouck. In dit boek wordt op een meeslepende wijze de geschiedenis van Congo beschreven. Wanneer je dat leest begrijp je de achtergrond van Staff Benda Bilili. Ik zal er later nog wel een keer op terug komen, maar dit is nu typisch zo’n boek wat elke leerkracht gelezen moet hebben. Je leert Afrika een beetje begrijpen, je leert over de slavenhandel, over de prachtige natuur van Centraal-Afrika en dus ook waarom de mannen en jongens van SBI in zulke omstandigheden wonen. Onbevooroordeeld kijken, lezen of spreken over Afrika of in het bijzonder Congo, is er dan niet meer bij.

namaakgoden

Hoofdstuk 33 KNIEBOEK groep 2 - tekening Michel de Boer

De laatste weken heb ik mij beziggehouden met het boek van Tim Keller: ‘Namaakgoden’. Soms een heel hoofdstuk, soms een paar bladzijden. Erg boeiend vind ik dat Keller met overbekende verhalen uit de Bijbel zijn betoog zo helder maakt. Het verhaal over Jona en zijn reis naar Ninevé kwam opnieuw als een soort raket bij me binnen. Aangrijpend! Uiteidelijk kan ik niet anders dan het boek aanbevelen. Koop, lees en denk na. Tot slot enkele citaten uit het laatst hoofdstuk; ‘zoek en vervang uw afgoden’.

Afgoden aanvechten gaat niet zonder cultuurkritiek, en cultuurkritiek gaat niet zonder het opsporen en aanvechten van afgoden.

In onze tijd wordt vaak opgemerkt dat moderne christenen precies zo materialistisch zijn als iedereen in onze cultuur. Zou dat misschien komen doordat onze evangelieprediking, anders dan die van Paulus, niet de namaakgoden van onze tijd ontmaskert?

Je bestedingspatroon ontmaskert je afgod.

Als je je overwerkt, als je omkomt in koortsachtige activiteit, vraag je dan af: ‘Heb ik het gevoel dat ik dit moet hebben om compleet te zijn en betekenis te hebben?’ Wie zichzelf deze vragen stelt, wie zijn emoties als het ware met wortel en al uit de grond trekt, die zal vaak zien dat er afgoden aan bungelen.

Verheug je over Gods offerende, lijdende  liefde voor ons – zie je wat het hem heeft gekost om ons van de zonde te redden – dan leer je de zonde te haten om wat zij is. Je ziet wat de zonde God gekost heeft. Wat ons het meest overtuigt van Gods onvoorwaardelijke liefde (dat is: Jezus’ kostbare dood) is wat ons ook het meest overtuigt van het kwaad van de zonde.

Rijpe christenen zijn geen mensen die helemaal op de harde ondergrond zitten. Ik geloof (TK) niet dat dat mogelijk is in dit leven. Het zijn mensen die weten hoe je aan het boren blijft en er steeds dichterbij komt.

einstein  en de namaakgoden

Albert Einstein 1947

Beim Menschen ist es wie beim Velo. Nun wenn er fährt, kann er bequem die Balance halten. Albert Einstein aan zijn zoon Eduard, 5-2-1930

Vandaag heb ik de biografie van Einstein uitgelezen. Gedeeltelijk heeft dat  te maken met het feit dat ik thuis zit. Maar het was ook een intrigerende biografie en zeer boeiend geschreven. En… deze week is het boekenweek, die deze keer de biografieën min of meer centraal heeft staan. Het bijzondere van een goede biografie vind ik altijd dat je op een gegeven moment de man of vrouw waar het over gaat, een beetje leert kennen. Ondanks het lijvige karakter van de biografie over Einstein, is het boek zeer aan te bevelen. (Nog in de aanbieding!) Betreurenswaardig is dat sommigen op voorhand al terugschrikken als een boek meer dan honderd pagina’s heeft, maar dat terzijde. Deze biografie zet Einstein goed neer in zijn tijd. Het vertelt heel goed, verweven met de persoonlijke geschiedenis van Einstein de periode rond Wereldoorlog I en de ontwikkeling van Europa en Duitsland in het bijzonder. Einsteins constante strijd tegen het fascisme en het nationaal-socialisme is bewonderenswaardig. Die strijd begon al ver voor Wereldoorlog II. Isaacson trekt mooi de lijn van het non-conformistische denken van Einstein op wetenschappelijk gebied naar het non-conformisme van Einstein op filosofisch en ook politiek terrein. Ook komt goed uit de verf dat Einstein wanneer hij in 1933 in Amerika terecht komt zich daar zeer thuis gaat voelen. Hij is wat dat betreft een voorbeeld Amerikaan te noemen. Einstein bleef ook in de VS vrijheid bepleiten voor andersdenkenden en de gediscrimineerde negerbevolking. Zijn verhouding met religie komt in deze levensbeschrijving ruim aan de orde. Mythevorming rond de persoon Einstein wordt stap voor stap ontleed en waar nodig naar het rijk der fabelen verwezen.

Zeker bij de laatste hoofdstukken heb ik ontdekt dat ook Albert Einstein zich fors afzette tegen namaakgoden. Daarmee verklaar ik hem niet tot volgeling van Tim Keller of Keller tot volgeling van Einstein. Maar er zijn veel parallellen. Keller wijst in zijn boek genadeloos de zwakten van het huidige individualisme en kapitalisme aan. Daarin is hij groot medestander van Einstein!

P.S. Volgende biografie gaat over John Adams (ook in de ramsj)

het oog naar boven…


tekening 37 uit het nieuwe knieboek LEVEND WATER voor groep 2 (leverbaar zomer 2011) met dank aan Michel de Boer - huistekenaar van Levend Water

In verband met de veertigdagentijd lees ik het boek ‘Namaakgoden’ van Tim Keller. Hoofdstuk 1 (“alles wat je ooit hebt gewild”) gaat over Abraham, die zijn zoon Isaak moet gaan offeren. Keller maakt in dit hoofdstuk mooi duidelijk waarom Abraham deze opdracht kreeg. Hij zegt bijvoorbeeld: “Isaak was een prachtig geschenk voor Abraham. Maar een veilig bezit was dit geschenk pas wanneer hij God op de eerste plaats wilde stellen.” De laatste paragraaf heet dan ook: “Uw bergbeklimming” en eindigt als volgt:

Net als Abraham worstelde ook Jezus geweldig met wat God van hem vroeg. In de olijfgaard van Getsemane vroeg hij de Vader of er een andere weg was, maar tenslotte ging hij gehoorzaam de berg Golgota op naar het kruis. Wij kunnen niet alle redenen weten waarom onze Vader toestaat dat ons kwade dingen overkomen, maar net als Jezus kunnen we in die moeilijke tijden hem vertrouwen. Door het oog op hem te slaan en ons te verblijden over wat hij voor ons gedaan heeft, zullen wij de nodige vreugde en hoop hebben – en zullen wij voldoende vrij van namaakgoden zijn – om gehoor te geven aan wat God van ons vraagt in de donkerste en moeilijkste tijden.

veertig dagen tijd

Rev. Tim Keller

Op allerlei manieren worden we er aan herinnerd dat het vandaag Aswoensdag is. Carnaval is voorbij en de veertigdagentijd breekt aan. Nu is Aswoensdag een nogal  rooms begrip, geloof ik. Maar in de protestantse kerken is het vandaag biddag voor gewas en arbeid! Soms komen mooie dingen dus opeens samen. Maar goed, de 40-dagentijd. Het is ook simpel 40 dagen tijd. Ikzelf vind het lastig om dan allerlei toestanden met vasten te gaan doen. Voor mijzelf heb ik daarom besloten om elke dag een hoofdstuk uit een “passend” boek te lezen. Beetje raar gezegd, maar toch. Omdat ik gisteren een intrigerend berichtje over Tim Keller zag staan op het wereldwijde net, heb ik zijn boek ‘Namaakgoden’ uit de kast gepakt. Tim Keller is de bekende  predikant van de Redeemer Presbyterian Church in New York. Hij schreef een aantal zeer boeiende boeken, die gelukkig ook in het Nederlands zijn verschijnen. Het boek “In alle redelijkheid”  heeft inmiddels al vele drukken achter zich. En ook het boek over de gelijkenis van de “verloren zoon” is zeer lezenswaardig. De komende dagen zal ik me er toe zetten om elke dag een hoofdstuk uit “Namaakgoden” te lezen. Wat er daarna volgt weet ik nog niet. Helaas is zijn nieuwste boek nog niet vertaald. Maar je kunt hem er wel over horen spreken. Even schakelen met MSNBC. Een boeiend interview in een soort “Goedemorgen Met” programma. Wanneer je het ziet, verlang je er naar dat er een Nederlandse apologeet opstaat en ook in ochtendprogramma’s optreed en daar een sterke Bijbelse boodschap laat horen. Een soort theologische Arie Boomsma zeg maar.

herlezen 2,MULISCH

Sinds enige tijd hebben we met een groep vrienden een ‘literatuurclub’. Voor sommigen komt dat nogal elitair over, maar in ons geval klopt daar natuurlijk niets van. Voor de eerstvolgende bijeenkomst staat Mulisch genoteerd. Toen we het hadden over een keus voor een boek, moest natuurlijk ook Mulisch op het programma. Of je nu van deze schrijver hield of hem een verwaande dandy vond, het was nu eenmaal een zeer erkend schrijver geweest. Ik stelde voor om dan niet een van zijn bekende werken te lezen, maar een toch wat minder bekend werk van vijftig jaar geleden te nemen. Ooit las ik het voor mijn literatuurlijst op HAVO en later ook op de PA. Het was mee op aanbeveling van onze leraar Nederlands, de welbekende heer Ellen (H.B.J./Dick). Deze leraar publiceerde later een paar prachtige gedichtenbundels trouwens. Leraar Ellen, een kleine man, maar een grote geest, maakte mij in ieder geval attent op de ‘De zaak 40/61’. Ik was geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog en daar had dit boek ook mee te maken. Het zal waarschijnlijk in 1974 of 75 geweest zijn dat ik het voor de eerste keer heb gelezen. Indruk heeft het zeker gemaakt. Het exemplaar van toen kon ik helaas niet meer terugvinden in mijn boekenkast. Nu, 50 jaar na het proces tegen Aldolf Eichman heb ik het boek dus nog een keer herlezen. Ook nu heeft het weer een diepe indruk achtergelaten. Het verslag van Mulisch dat hij maakte over het proces tegen Eichman confronteert hem met veel levensvragen. Adolf Eichman was een ambtenaar van de Gestapo belast met het organiseren van de ‘Endlösung’. Na de oorlog kon hij ontsnappen aan de geallieerden door naar Argentinië te vluchten. In dat land leidde hij een teruggetrokken leven totdat de Mossad hem op het spoor kwam. Zo kwam hij uiteindelijk voor een speciale rechtbank in Jeruzalem. Mulisch confronteert zich met de ambtenaar Eichman. Hij bezoekt daarom zijn voormalige kantoor in Berlijn en ook Auschwitz. Sommige bladzijden gaan je door merg en been en zetten je ook zelf aan het denken. In deze tijd waarin populistische partijen een forse aanhang hebben, is ‘de zaak 40/61’ een boek om zeker te lezen of te herlezen. En intrigerend werk waarvan ik hoop dat er nog veel herdrukken zullen volgen.

herlezen

Johan Hidding (* Hooghalen 1918 - † Hooghalen 1976)

Er zijn van die boeken die je altijd in gedachten blijven. “Reis door de nacht” van Anne de Vries, ik heb het wel 6 of 7 keer gelezen denk ik. Ook de boeken over Virgilius van Tuil heb ik meer dan eens gelezen. Maar dat kwam omdat ik ze prachtig vond om voor te lezen in de klas. Onvergetelijk is de spanning op de gezichten van de leerlingen voor je. Afgelopen week heb ik ‘De race’ van Johan Hidding herlezen. Het was nog een heel gedoe om hem in bezit te krijgen. Maar internet staat voor niets. Ik denk dat het nooit herdrukt is. Verschenen in 1941, met een voorwoord van Anne de Vries. Het gaat over een boerenzoon met technische aanleg. Uiteindelijk belandt hij bij een motorenfabriek. Het verhaal eindigt met een van de eerste TT-races en een uiterst ontroerend slot. Het boek zit vol met prachtige ouderwetse Drentse woorden en uitdrukkingen. Ook zitten er prachtige natuur en sfeerbeschrijvingen in. Misschien is het noastalgie, maar het is ook leuk om een boek wat je jaren geleden geboeid heeft nog eens weer te lezen. Aan te bevelen dus.

‘slag bij Waterloo’ nagespeeld


In België hebben ze de slag bij Waterloo nagespeeld lees ik op de website het Parool. Vreemd bericht vind ik. Natuurlijk, ik weet dat heel veel grote mannen van oorlogje spelen houden. Ik weet ook dat het voor deze grote kinderen een waar genoegen is om je te hullen in historische soldatenkledij en dan tot in het het absurde zo’n veldslag na te spelen. Toch blijft het gek. Ik heb het boek van Martin Bril over Napoleon gelezen. Als je het hoofdstuk over Waterloo leest ben je wel heel erg snel genezen lijkt me om het nog een keer na te doen. En spelen we dan over 25 jaar de landing bij Normandië na? Of de verovering van Bagdad door de Amerikanen? Of misschien die wel erg vervelende gebeurtenis in Bosnië? Bij Waterloo waren er 70.000 toeschouwers. Tja, die waren er bijna 200 jaar geleden niet bij. Ik hou het toch maar op een goede beschrijving van zo’n slag, om daardoor toch een les uit de geschiedenis te trekken.

Slavernij

Deze week waren er verkiezingen in Suriname. Nu interesseer ik mij niet erg voor de verkiezingen aldaar, maar dat Bouterse genoemd wordt als grote winnaar vind ik wel interessant. Door de jaren heen heb ik wel veel mensen gesproken die afkomstig waren uit Suriname. Lang geleden had Suriname iets paradijselijks voor mij. Dat zal zijn geweest door het boekje ‘Dagoe, de kleine bosneger’. Ik heb daar echt zeer goede herinneringen aan. Bepaalt dus ook natuurlijk mijn beeld van land. Vreemd waren wel trouwens de verhalen over oom Henk, een broer van mijn moeder, die een plantage in Suriname had gehad. Zijn verhalen waren anders dan in Dagoe en Panokko. Later heb ik wel wat bijgeleerd. Inmiddels ook veel boeken over de slavernij gelezen, waaronder het geweldige boek van Cynthia Mc Leod (‘Slavernij en memorie’). Door al die verhalen heen blijkt het wel dat wij in Nederland een zeer ingewikkelde relatie hebben met dat verre land in Zuid-Amerika. Nog hoor ik de meester vertellen op de lagere school hoe dom het was dat de Nederlanders Nieuw-Amsterdam ruilden voor Suriname. Hoe dom kon je zijn, klonk daar in door. Maar ook dat was wel zeer gekleurd door een zeer foute beeldvorming.

Om dus ach en wee te roepen over Bouterse gaat mij te ver. Ik besef dat het een boef is, waarschijnlijk zelfs verantwoordelijk voor de december moorden en ook drugs smokkel. Maar de geschiedenis leert echt dat we ons in Nederland echt heel bescheiden moeten opstellen. De laatste week ben ik de biografie over Anton de Kom aan het lezen. Een zeer leesbare autobiografie over een zwarte verzetsstrijder. Zeer aan te bevelen voor een ieder die iets wil leren over de geschiedenis van Suriname. Het schaamrood komt soms gewoon spontaan op. En tegelijkertijd de vraag; en ik dan, hoe zou ik gereageerd hebben en hoe reageer ik vandaag op onrecht?

NB Ik hoop dat Bouterse wel veroordeeld wordt, maar dan in Suriname, door een Surinaamse rechtbank.

Lezen, lezen, lezen…

Ik vraag me wel eens af waarom er zo’n verschil is tussen mensen. Er zijn mensen die lezen geen enkel probleem vinden, maar er zijn er ook die niet verder komen dan de reclameblaadjes van de supermarkt of de ondertiteling op het journaal. Voor beide is wat te zeggen trouwens. Toch wil ik het hebben over lezen. In mijn blogjes attendeer ik zo nu en dan wel eens op een boek. Soms zit je daar wel over te denken. Waarom een boek, waarom lezen? Je zou natuurlijk vroom kunnen beweren dat het begint bij de bijbel. En de bijbel is natuurlijk de overtreffende trap van boeken. Toch is me dat te kort door de bocht. Het is wel zo dat God zijn woorden doorgaf door middel van verhalen. Als je de verhalen van de bijbel niet kent, niet leest, niet op je in laat werken; dan begrijp je ook niets van God. Verhalen, het lijkt wel een scheppingsgegeven.

In de meivakantie heb ik daarom ook weer heerlijk gelezen. Omdat ik zo genoten heb geef ik ze door. Een recensie maakte me attent op ‘Het literaire aardappelschilgenootschap’. Ik heb de titel maar ingekort. Laat je echter niet weerhouden door de titel. Een prachtig en ook humoristisch boek, wat speelt in de tweede wereldoorlog. Er is zo goed weergegeven wat oorlog met mensen kan doen. Een aanrader.

Een één adem heb ik ook het boek van Suzanna Jansen uitgelezen. Misschien omdat ik uit Drenthe kom? Of vorig jaar met vrienden het gevangenismuseum in Veenhuizen heb bezocht? Of omdat ik Amsterdam zo’n bijzondere stad vind? Het zou allemaal kunnen, maar het was een aangrijpend verhaal over de voorouders van Suzanna Jansen. En natuurlijk is het bijzonder als je veel herkent. En dan echt van Veenhuizen tot en met Slotermeer. Lezen verruimt je blik en het doet daarom ook iets me jezelf. Wat is er nu mooier! Twee aanraders dus!