Categorie: boeken

Ursinus in Neustadt

Regelmatig schiet mij door het hoofd dat ik over één of ander een blog of blogje zou kunnen schrijven. Vanwege het tekort aan energie komt het er dan toch niet van. Ook al is het maar een enkeling die ik er mee vermoei of blij mee maak, het is ook gewoon leuk om te doen. Bijzonder vind ik wel dat er mensen zijn die ik totaal niet ken, gaan reageren op een blog van mijn hand (zie artikel over Jeffry Pondaag). Soms zijn er mensen die iets van je weten, waarvan je dan denkt, hoe weten ze dat? Dan blijkt dat ik toch iets los gelaten heb op het wereldwijde web. Op zo’n moment prijs ik de keus om niet op facebook of hyves te figureren.

Het eerste weekend van de Kerstvakantie zijn we op bezoek geweest bij vrienden in Duitsland. En passant konden we zo ook de Kerstmarkt in Deidesheim bezoeken. Kerststalletjes en braadworst gaan op zo’n markt hand in hand, maar ook wijn uit de Palz, gepofte kastanjes en een weeë geur van glühwein. Deidesheim ligt midden in de Deutsche Weinstraße, dè wijnstreek in de Palz (palz komt van palast [=paleis]). Opvallend is dat de bevolking, zeker in de Palz, op een heel andere manier omgaat met Kerst dan het geseculariseerde Nederland. De vierde Adventszondag zijn we ’s middags mee geweest naar een bijzondere dienst in Speyer. De Gedächtniskirche zat vrijwel vol. Een koor zong afwisselend kerstliederen met een kinderkoor. Indrukwekkend en een mooie gelegenheid voor niet kerkelijken om het evangelie van Gods Zoon te horen klinken. Onze vriendin zong mee en de zoon van onze vrienden mocht zelfs een lied dirigeren. Bij de ingang van de kerk staat een groot standbeeld van de reformator Maarten Luther. Ook iets wat je in Nederland bij protestantse kerken niet tegen zult komen. Het houdt in ieder geval de geschiedenis wel levend. Of Luther zelf nu blij zou zijn met zo’n groot beeld… Hij vertrapt zinnebeeldig de pauselijke banbul, en houdt een open Bijbel in de hand. In de mozaïekvloer zijn de woorden “Hier sta ik, ik kan niet anders, God helpe mij. Amen!” ingelegd. En in het voorportaal, waar het standbeeld van Luther uitkijkt over het kerkplein staan zes kleinere beelden van vorsten die in opstand kwamen tegen Karel V in 1529. Vanwege deze opstand is het dan ook Gedächtniskirche. Ook hangen er nog wapenschilden van vrije steden, die het protest mee ondertekenden. Een compleet kerkgeschiedenisboek dus. Op de ochtend van de Heiligabend, liepen we in Neustadt te winkelen. In de boekhandel lag prominent een boekje te koop over Ursinus. Het was dan wel bij de afdeling streekliteratuur, maar ook op de afdeling religie was het te vinden. 2013 wordt het jaar van de herdenking rond 450 jaar Heidelbergse Catechismus. Ursinus zou waarschijnlijk wel flink geprotesteerd hebben tegen al die beelden bij de Gedächtniskirche. Hij had van Calvijn geleerd; geen beeldenverering. Nadat hij in Heidelberg de Catechismus had gemaakt kreeg hij veel kritiek van de Lutheranen. Later moesten zelfs alle niet-Lutheranen Heidelberg verlaten. De broer van keurvorst Friedrich, Johann Casimir haalde Ursinus naar Neustadt. Vandaar dat het boekje “Ursinus erzählt” prominent in de boekhandels ligt. In ons land zal er ook zeker van alles gedaan worden om de HC ter herdenken. Helaas verdwijnt heden ten dage, de HC heel snel uit het vizier. Daarom pleit ik voor een mooie hertaalde HC eventueel aangevuld met vragen die in onze tijd spelen rond de geloofsleer. Een mooie boekje alleen is niet genoeg, laten er ook vormen gevonden worden om de leer van de kerk, in de gemeente bespreekbaar en bepreekbaar te maken.

… veel lezen mat het lichaam af …

In mijn exemplaar van ‘Reis door de nacht’ staat 29 me1 1971. Het was niet mijn eerste boek, maar wel het boek wat ik het meest heb herlezen. “Reis door de nacht’ werd in ieder geval een boek wat mij de liefde voor het lezen bijbracht. Of het beeld van de Tweede Oorlog daardoor op een bepaalde manier werd gevormd, ik denk van wel. Later heb ik echter wel zoveel tegengif gelezen, dat daardoor mijn beeld reëel genoeg is. Nog steeds kunnen boeken mij mateloos boeien. Zeker wanneer Wereldoorlog I of II het toneel bepaalt. Het gaat vooral boeien wanneer mensen hun positie ten opzichte van goed en kwaad moeten gaan bepalen. Oorlog is niet alleen maar zwart of wit, dat leer je in ieder geval door het lezen van veel boeken.

In september schreef ik een blog over onze vakantie in Frankrijk en de vele monumenten die ik daar fotografeerde. Bij het lezen van ‘Post voor mevrouw Bromley’ van de Belgische schrijver Stefan Brijs moest ik daar vaak aan denken. Voor de zomervakantie had ik van dezelfde schrijver ‘De engelenmaker’ gelezen. Een meeslepende roman over een dokter die ontdekt hoe hij mensen kan klonen. In ‘Post voor mevrouw Bromley’ start het verhaal in arme wijk van Londen. Wanneer Groot-Brittannië zijn leger naar Frankrijk en België stuurt, komen steeds meer jonge mannen onder druk te staan om ook dienst te nemen in het leger. Het tweede deel speelt zich dan ook af in de loopgraven. Op zijn website (http://www.stefanbrijs.be) legt de schrijver uit wat hem dreef tot het schrijven van deze roman. In een kort filmpje laat hij de overblijfselen van loopgraven en bomkraters zien. Aanbevelenswaardig om zelf ook eens naar Ieper (België) te gaan. Daar is in het het herbouwde stadhuis een groot museum ingericht over WOI en net zo indrukwekkend is de Menenpoort met namen van gesneuvelde soldaten. En elke dag wordt daar om om acht uur ’s avonds nog de Last Post gespeeld als herinnering aan de tienduizenden gesneuvelde soldaten. Om te weten wat het deed met soldaten en de families van de soldaten is het goed om “Post voor mevrouw Bromley’ te lezen.

Tot slot een aanrader. De Britse auteur Pilip Kerr heeft inmiddels een flinke serie politieromans geschreven over Bernie Gunther. Zij geven een formidabel goed inzicht in de opkomst van het fascisme in Duitsland. Maar ook de nasleep van de oorlog komt aan de orde en natuurlijk de houding van de politie-inspecteur met betrekking tot goed en kwaad.

om over na te denken

De vakantie ligt al weer een paar weken achter ons. In Frankrijk werden we gelukkig niet gestoord met overdonderende verkiezingsretoriek. We hebben genoten van de rust, stilte, natuur; het was echt vakantie. ’s Avonds genoten we in de Provence van een koel windje, een prachtige sterrenhemel en in de verte het geluid van cigale en uil. Eén van de mooiste boeken die ik in de schaduw heb gelezen was HET WINTERPALEIS van John Boyne. In deze zeer indringende roman komt uitgebreid de aanloop van WOII en alle daarbij behorende ellende aan de orde. In Nederland hielden we ons aan het begin

monument midden tussen de weilanden bij St Jean-les-Apt (Provence)

van de vorige eeuw afzijdig; neutraal. Maar in de rest van Europa voltrok zich een verschrikkelijke strijd.

Zeker in Frankrijk. In elk dorp, elke stad, vind je dan ook monumenten die daar aan herinneren. Grote monumenten, vaak in de nabijheid van de mairie (gemeentehuis); een stoere soldaat, een pilaar. In onze ogen vaak nogal bombastisch. Op het monument zijn vaak plaquettes bevestigd met daarop de namen van de soldaten die in de Grote Oorlog zijn gesneuveld. Elk dorp en elke stad eerde daarmee indertijd zijn zonen; gestorven

monument in Lormes (Bourgogne)

voor het vaderland. Ik vind het bijzonder hoe een land zo zijn gesneuvelde soldaten zo voort laat leven. Wanneer je bij zo’n monument stilstaat, er eens om heen loopt, kom je onder de indruk. Bij veel namen staat ook het jaar van geboorte en het jaar waarin de soldaat sneuvelde. Het zijn allemaal jonge mannen geweest. Midden in een boerendorp sond een groot monument met ruim 60 namen. Dat betekent dat er 1918 in een boerensamenleving heel veel zonen waren weggevallen. Dat moet een ramp zijn geweest voor zo’n gebied. Helaas stopte het niet. In 1940 werd Frankrijk opnieuw aangevallen, tegelijk met Nederland. Op veel monumenten zijn in 1945 plaquettes bijgeplaatst. Weer waren soldaten gesneuveld voor de vrijheid van hun land. Opvallend kleinere rijen namen. In Frankrijk zijn in WOII veel minder soldaten gesneuveld. Soms kwam ik op een monument ook nog namen tegen van soldaten die waren gesneuveld in Algerije en Indo-China. Daarmee is zo’n monument gelijk een geschiedenisboek. Zo kan een vakantie heel ontspannen zijn. Maar ook leerzaam en tot nadenken stemmend. Met het oog op de verkiezingen valt er zeker wat te zeggen over Europa en wat ons dat na WOII heeft opgeleverd in positieve zin. Maar het laat ook zien dat de ‘mens geneigd is tot alle kwaad’. Die realiteit wordt echter door veel Nederlandse politici volledig uit het oog verloren.

waanzee

Op de uitverkooptafel in onze bibliotheek zag ik een boek van David Grossman liggen. Aangezien we op de leesclub een boek van hem hadden behandeld, was ik geintresseerd. Ik vond nog een Grossman en vervolgens ook ‘Waanzee’. Van dit boek had ik gezien dat het in de canon van de christelijke literatuur staat. Ook had ik er wel iets over gelezen in het ND. Met een fietstas vol boeken keerde ik huiswaarts. Vijftig eurocent per afgeschreven boek. Dat wordt ook in de vakantie genieten.

Waanzee intrigeerde me. Gelijk zondag opengeslagen. Het verhaal gaat over een Katwijkse (in het boek Zeewijkse) logger die tijdens WOI gaat vissen op de Noordzee. Hoofdpersoon Arend is een zeer bevindelijke matroos, die steeds meer gaat beseffen dat God hem in dromen verschijnt en waarheden in zijn hart legt. Er wordt door de schrijver Robert Haasnoot ruimschoots geciteerd uit de Heilige Schrift, met name de Psalmen en ook uit Smytegelt. De matroos Arend en zijn ‘volgelingen’ worden zeer levend neergezet. Overtuigende karakters, ondanks hun godsdienstwaanzin. Uiteindelijk  leidt de ‘gekte’ van Arend tot schokkende gebeurtenissen. Een pakkend verhaal dat je tot en met de laatste bladzijde in de greep houdt. Ondertussen leer je begrijpen waar ver doorgevoerde bevindelijkheid toe kan leiden.

‘de vlek’ van Willem Jan Otten

Een episch gedicht, dat gebeurt niet zo veel meer. Al eerder schreef ik over Willen Jan Otten en toen ik hoorde en las over dit nieuwe werk, werd ik nieuwsgierig. Eerst een keer mee in mijn handen gestaan en een paar weken later toch maar gekocht. Met Pasen heb ik het de eerste keer gelezen, een aangrijpende ervaring. Tweede Paasdag heb ik de CD opgezet, waarop Willem Jan Otten het verhaal voorleest. Een Paasverhaal, zo mag je het van de schrijver ook wel noemen. Door de verwisseling van longfoto’s in het OLVG zet het verhaal zich in beweging. De vertelling zet in met: “Ik zing van een vlek die ….” Het sleurt je het verhaal binnen.

Op internet kun je er een aantal kritieken over vinden en ook is het zinnig om nummer 65 van het Christelijke literaire tijdschrift LITER een keer te lezen. Maar ook zonder al die ‘ballast’ is het genieten. Zeker, het is literair hoogstaand en er zitten veel verbanden in, maar er zitten zoveel mooie vondsten in. Zinnen die nazinderen in je hoofd. Een kleine keus:

We deelden alle genen / geen voor geen (11)

Van hun weten dat ging schelen (37)

Wat ik van hem weet / past in de palm van mijn hand (42)

Ze draagt een zonnebril / ze lijkt een vleermuis overdag (65)

…… veerman zonder overzijde worden (71)

Je wilde dood en toch gevonden zijn (78)

Zaterdagmiddag 2 juni hield Willem Jan Otten een lezing over zijn verhalende gedicht in het RK-centrum bij de Boomkerk aan de Admiraal de Ruyterweg. Boeiend, hoe hij voorlas, verklaarde en vertelde. Ik heb er in ieder geval een mooi gesigneerd exemplaar aan over gehouden, met daarbij de woorden; ‘genade sijpelt naar het laatste punt’. Willem Jan Otten vertelde dat hij een paar fouten had gemaakt. Hij kwam er later achter dat er wel een altaar staat in de kapel van het OLVG. Maar ook en dat vond hij veel ernstiger, dat er camera’s hangen in de kapel. De lezer gaat nu maar uitzoeken wat Otten daar dwars in zit.

Ik vind, maar dat is natuurlijk mijn mening, het meest indrukwekkende wat ik de laatste jaren heb gelezen. Een aanbeveling dus. Ontdek, herlees en overdenk. Op vakantie neem ik het in ieder geval mee.

kameraad baron

Vorig jaar verscheen van Jaap Scholten ‘Kameraad baron’. Ik had hem een paar gezien in een VPRO documentaire over Hongarije en Roemenië. November vorig jaar kocht ik de 7e druk. Het boek liep dus goed. Scholten schreef een documentaire over, zoals voor op het boek staat in de ondertitel; “een reis door de verdwijnende wereld van de Transsylvanische aristocratie”. Een boeiend verslag van gesprekken, reizen, feesten en persoonlijke indrukken. Scholten woont al jaren in Hongarije en heeft ook een Hongaarse vrouw. Zij is van aristocratische afkomst. Het communistische bewind heeft na WOII geprobeerd de complete aristocratie uit te roeien. Ze werden verdreven  uit hun huizen. Kwamen terecht in werkkampen, krotten, en velen overleefden het niet. Ook vluchtten duizenden naar het vrije westen. Dat alles heeft er toe geleid dat een complete laag als het ware uit de hele bevolkingsopbouw is weggesneden. Er is nog een klein gedeelte over en hun verhalen staan in ‘kameraad baron’. Boeiend, aangrijpend en soms ook verdrietig makend. Een boek om eens rustig lezen. Een paar citaten:

Zsigmond Mikes (1977) vertelt over de veranderingen in zijn Roemenië en eindigt dan aldus: “Het Transsylvanië van mijn grootmoeder bestaat niet meer. Die atmosfeer, die traditie, waarden en multi-etnische samenstelling bestaan niet meer. Ik ben bang dat hier dezelfde mens zal ontstaan als in Hongarije, en dat er daarom geen beter leven te verwachten is. Ook hier laten steeds meer mensen zich door materialisme leiden en hebben ze minder tijd voor elkaar, en wordt er meer en meer tijd besteed aan geld verdienen. In de dorpen zijn er gelukkig nog mensen die tijd hebben. De mens moet het middelpunt van het leven zijn. Ik wil omringd zijn door mensen die tijd hebben. Als men geen tijd heeft voor zinloze zaken, zal het niet beter zijn in Tokyo of New York.” (p. 363)

Ongetwijfeld kleefden er nadelen aan het semifeodale systeem – dat de kansen je te ontwikkelen en vooruit te komen in het leven ongelijk waren verdeeld bijvoorbeeld, een systeem dat in het nepotistische Oost-Europa overigens min of meer ongewijzigd in stand is gehouden -, maar het diepgewortelde besef dat men vóór alles een rentmeester diende te zijn leefde en is met de komst van het communisme verloren gegaan. Met de verdwijning van de aristocratie is de wereld kortademiger geworden. (Jaap Scholten op p. 375)

 

abraham kuyper in de uitverkoop

Altijd is het weer opwindend om door stapels afgeprijsde boeken te neuzen. Kom ik misschien iets tegen, waarvan ooit dacht; oooh, dat boek wil ik graag kopen. Alleen de opwinding al is een leuk gevoel. Zeker wanneer ik al enige tijd niet bij Scheltema aan het Koningsplein ben geweest, is het altijd weer spannend om bij de vers aangevulde ramsj te snuffelen. Een paar weken terug kwam ik de biografie over Abraham Kuyper tegen. Eigenlijk te geef: € 7,80. Toen het boek in 2007 verscheen, bracht het onder historici, zeker de gereformeerde historici, nogal wat opschudding te weeg. Dat laatste wekt natuurlijk extra belangstelling. Achterop het boek staan dan ook een aantal uitspraken uit de pers om het boek extra te verkopen. De mooiste daarvan is van de in november 2011 overleden historicus A.Th. van Deursen. Hij had in het Nederlands Dagblad geschreven dat het een ‘Een misselijk boek’ is. Op Wikipedia is te lezen dat andere historici als Harinck en Schutte, het niet met van Deursen eens waren. Al met al een mooie aanbeveling om het forse boek van 672 pagina’s ter hand te nemen. Aanbevolen dus!

kijk niet om…

Steeds weer in dubio, je agenda weggooien of toch bewaren. Ik ben in ieder geval van de bewaarkant. Zo van, je weet maar nooit. Toch kan ik als het moet, wel opruimen en weggooien. Behalve boeken natuurlijk, die gooi je niet weg. Met terugblikken is het al net zo. Kijk je terug en overdenk je dat nog een keer, of denk je; kom op vooruit… Bloggen is trouwens steeds even over je schouder kijken. En aangezien ik blog, is het ook niet erg om 2011 nog een keer voorbij te laten gaan, toch?

Op de grens van het voorjaar las ik de biografie over Albert Einstein. Een intrigerende beschrijving van een bijzonder mens. Walter Isaacson heeft een voortreffelijk boek geleverd. Inmiddels heeft dezelfde Isaacson ook Steve Jobs zijn leven op een rij gezet, maar dat terzijde. Door de ARBO-arts was ik doorverwezen naar HSK, om een re-integratietraining voor mijn burn-out te gaan volgen. Elke keer wanneer ik het kantoorgebouw, waar HSK gevestigd is, passeerde ik in de hal de muurschildering met het hoofd van Einstein. Door het lezen van de biografie en de frequente bezoeken aan het Einstein-gebouw, werd Einstein een inspirator in overspannen tijden. ‘Mensen kun je vergelijken met fietsen. Alleen wanneer je er de vaart in houdt, blijven ze in evenwicht.’ (vrij naar Einstein)

De psycholoog bij HSK heeft heel wat aan moeten horen. Een stap in de goede richting, zo beloofde ik haar, zou in ieder geval zijn wanneer ik de vloer in de woonkamer af zou kunnen maken. In de zomer van 2009 hebben we enige meters laten aanbouwen bij onze woonkamer. Toen konden we onze vloer in de aanbouw niet door leggen, omdat de planken niet meer leverbaar waren. Zwepenboom-vloeren zijn niet meer leverbaar in Nederland. Omdat Co van der Horst één van de  toonzaalvloeren ging vervangen, kunnen wij nu alsnog genieten van een complete vloer. Zo komt onze nieuwe 4800 nog beter tot zijn recht. Met natuurlijk dank aan Wouter!

En toen opeens zaten we met z’n tweeën thuis. Coos werd geconfronteerd met darmkanker. De operatie lukte. Maar het laat wel littekens na. Aan de buitenkant natuurlijk, maar ook innerlijk. Kanker is dus niet zomaar weg. Ook in 2012 heeft het KWF weer veel fondsen nodig, dus we gaan zeker weer aanbellen bij buren en oud-buren. Onderzoek en voorlichting blijft immers noodzakelijk en kan veel  leed voorkomen.

Ooit las ik van Adrian Verbree het boek ECLIPS (een verslag van een burn-out). Je denkt, dat het jou nooit overkomen zal. Daarom werk je gewoon door, werk je gewoon door en werk je gewoon door…. En wanneer je niet werkt moet je weer opladen en opladen. En langzaam bouwt het zich op. Druk en nog veel meer druk. Gelukkig, denk je, heb je nog genoeg energie. Ook dit kan nog en ook dat kan nog. Ook dit probleem cancel ik en ook voor het volgende komt er wel weer een oplossing. Totdat het niet meer gaat, todat je over de rand geduwd wordt. Voor wie meer wil weten, lees het boek van Carien Karsten.

Gineke Zikken - fabriek in A'dam-Noord

Het jaar 2011 zal wel de geschiedenisboeken in gaan als het jaar van versobering en bezuinigingen. Blijft de euro wel bestaan? Kunnen we onze hypotheek over een aantal jaren nog betalen? Een van de sectoren die flink getroffen worden door rigoureuze bezuinigingen is de kunstsector. Een goed idee is dan ook om als particulier wel kunst te blijven kopen. Je fleurt je huis er mee op, je geniet er elke dag van. Een ander idee is om muziekhuizen en theaters te bezoeken wanneer je favoriete kunstenaar optreedt. Door illegaal te gaan downloaden speel je die ‘irritante’ staatssecretaris Zijlstra alleen maar in de kaart.

Doop Jip

Zijn er pillen voor burn-out? Kan mijn huisarts geen receptje voorschrijven? Is er dan niks wat helpt? Nee, er zijn geen pillen. En nee, ook de arts heeft niet een kant en klaar recept. Maar gelukkig zijn er wel dingen die helpen. Rust, ja, heel veel rust en leren echt niets te doen. Maar ook de mooie dingen wel blijven zien. Wel ook weer gaan genieten. Het zo nu en dan bezig zijn met Levend Water en het uitzien naar een kleinkind. Steeds weer de grenzen stellen en proberen er niet over heen te gaan. En de mooie belevenissen zorgen ook voor steeds weer een beetje beter worden.

Viktor Kossakovski maakte een prachtige documentaire over zijn zoontje van twee. Kossakowski is documentairemaker en wilde vastleggen hoe Svyato voor het eerst in de spiegel zou kijken. Op YouTube staat een korte samenvatting. Het leert je om ook zelf eens anders in de spiegel te kijken. Een paar weken geleden zag ik Svyato in de serie van Willem Jan Otten in de De Balie. Zo’n spiegelfilm is goed voor je burn-out. Trouwens een toespraak van Willem Jan Otten is ook heel inspirerend.

Ik ben weer begonnen met werken. Officieel heet dat re-integratie. Twee morgens in de week op ‘de Rank’ in Alkmaar. Alhoewel het niet naast de deur is, wel goed om te doen. In groep 7/8 was het bij de kerstmaaltijd uitermate gezellig. Bij de kleuters liep ik laatst binnen en vroeg de juf me of ik wilde uitleggen wat knielen betekent. Een meisje wilde het wel voordoen. Mijn vraag, na enige uitleg, was vervolgens: “Kan iemand zich nog kleiner maken voor God?” Al gauw lag een jongetje languit op de grond met zijn handen gevouwen. Blijkbaar is het verhaal goed overgekomen, want op een zondag erna zei een predikant: “Zulke meesters hebben we nu nodig!” Waarvan akte!

Kijk niet om… Natuurlijk kijken we vooruit! In 2012 ga ik verder lezen. In ieder geval in drie boeken, die ik nog niet uit heb. Van de neven Foer lees ik op dit moment ‘Het geheugenpaleis‘ en ‘Dieren eten‘. Allebei erg leuke boeken. En er ligt nog een derde Amerikaan om uit te lezen. Het boek van Tim Keller over gerechtigheid is confronterend. Zet aan het denken hoe je omgaat met de ander en met geld, hoe je weggeeft en deelt. Genoeg om over na te denken in 2012.

 

extreem luid & ongelooflijk dichtbij

Voor in mijn exemplaar van de bibliotheek in Diemen is een briefje geplakt. ATTENTIE: Typografische afwijkingen horen bij de uitgave van dit boek. Wanneer je het boek zonder deze opmerking zou hebben gelezen, zou je naar mijn idee geen moment gedacht hebben dat dat niet zo zijn. Maar ja, dat is achteraf niet te bewijzen. Het omslagontwerp van Roald Triebels (kreeg er in 2005 een prijs voor; mooiste ontwerp van dat jaar), is mooi. Maar de Amerikaanse omslag had ook best gekund. Zijn mijn blog over mevrouw Foer, Nicole Krauss.

Hoe is uit te leggen, waarom dit boek van Foer een fantastisch boek is? Kun je weergeven wat zo’n boek al lezend met je doet? Wat voor gedachten het bij je los maakt, is dat wel in woorden te vatten? In het verhaal van Oskar Schell, zijn vader, zijn oma en opa komt zoveel menselijk gevoel aan de orde, dat laat je niet onberoerd. De 11e september van 2001 heeft hiermee een ongelooflijk mooi monument gekregen. Op de HAVO hadden we een leraar Nederlands die wel eens grapte over zijn vrouw. Wanneer die een spannende streekroman las, ging haar boek haast als vanzelf steeds verder naar omhoog, voor haar gezicht. Ze kon dan ongemerkt een traantje wegpinken. ‘Extreem luid & ongelooflijk dichtbij’ is een boek waarbij je van binnen en misschien ook wel van buiten moet huilen om het verdriet en ook de kracht van mensen om daar mee om te gaan. Misschien zou zelfs de leraar Nederlands een traan hebben moeten laten.

netsukes

De haas met de amberkleurige ogen. Sinds dat ik CONGO van David van Reybrouck heb gelezen, had een boek niet zoveel indruk op mij gemaakt. Een korte recensie in het ND had me geprikkeld. Mijn zoon gaf het me cadeau op mijn verjaardag. Inmiddels beleefde het boek de derde druk in Nederland, met gelukkig de oorspronkelijke titel. De eerste twee drukken verschenen als het ‘Knoopjeskabinet’. Een vreemde gewoonte trouwens om de titel van een boek (zonder opgaaf van redenen aan de lezers) te veranderen. Gelukkig is ‘The Hare With Amber Eyes’, nu ‘De haas met de amberkleurige ogen’. Wil je uitgebreid lezen waar het boek over gaat, volg dan de link naar de boekenbijlage van Vrij Nederland. In een uitgebreid artikel van Carel Peeters wordt weergegeven wat de inhoud van het boek van Edmund de Waal is. De Waal heeft onderzocht wat de geschiedenis is van de door hem geërfde verzameling netsukes (spreek uit: nets’kees). Daardoor komt hij automatisch terecht bij de levensverhalen van de oorspronkelijke netsuke-bezitters. [Een netsuke is een behoorlijk grote knoop die hoort bij een riem/gordel om een Japanse kimono dicht te houden. Al eeuwen waren er in Japan ‘kunstenaars’ die deze knopen sneden uit ivoor of heel hard hout. Het werden kleine kunstwerkjes/sieraden en daardoor ook een verzamelobject.] Het verhaal over de netsukes sleept je vervolgens volledig mee en de schrijver verweeft zich ook zelf in het verhaal. Parijs eind 19e eeuw komt in beeld en vervolgens Wenen in de eerste helft van de 20e eeuw. Een verhaal over vrijwel onbegrensde rijkdom, maar ook over Jodenhaat. Soms grijpt je het verhaal echt naar je strot. De schrijver Edmund de Waal is eigenlijk beeldend kunstenaar. Hij heeft zich gespecialiseerd in porseleinen kunstwerken. Op zijn website is te zien en te lezen dat zijn werk in verschillende verzamelingen en musea is te bewonderen. Opvallend is dat daarin het thema verzamelen een belangrijke plaats heeft. Kasten of rekken met daarin prachtig vormgegeven flesjes, schaaltjes en potjes laten je zomaar wegdromen en filosoferen over wat de inhoud zou kunnen zijn. De waal heeft in zijn boek het in ieder geval gevuld met verhalen over zijn verre neef Charles en zijn overgrootouder Viktor en zijn oudoom Iggie. Mooi is dat Edmund de Waal ook te zien is in filmpjes op YouTube. Ontroerend vond ik het filmpje uit de serie ‘5×15 event’. Een spreker die verlegen overkomt, niet weet waar hij met zijn handen heen moet, een netsuke tevoorschijn haalt uit zijn broekzak en daarover gaat vertellen. Hier en daar doorspekt met droge humor. Waarbij mensen naar mijn idee dan net te hard lachen, waar het over Joden gaat. Een recenter filmpje gaat over een bijzondere toespraak in Wenen. Duidelijk is dat hij daar in het ‘paleis’ van zijn voorouders staat. Zijn familie is meegekomen, waaronder zijn 82-jarige vader. Wat moet dat vreemde geweest zijn. Een inmiddels weer prachtig gerestaureerd gebouw, wat ondertussen een Casino is geworden, maar wat ooit van je overgrootvader is gestolen door de nazi’s. Edmund de Waal in Palais Ephrussi – Wenen Volg de link en verbaas je ook hier over de bizarre tegenstrijdigheden die dit filmpje oproept.

Echt een boek om  te gaan lezen, zeer aanbevolen. Mooi vond ik dat op de flap staat; koop er twee, lees er één en geef de ander weg. Een beter compliment kun je een boek niet geven. Het boek zet ook aan het denken over verhalen uit je eigen geschiedenis. Moet je in sommige gevallen zwijgen? Moet je je verleden steeds maar opruimen en in de versnipperaar gooien? Hadden de families Ephrussi en de Waal dat gedaan, dan hadden we nu in ieder geval niet zo’n indrukwekkend boek gehad.