Categorie: kerk

Blinde vlekken… van 2017 naar 2018

Afgelopen zondag preekte de dominee van de Noorderkerk aan de Prinsengracht, Paul Visser, bij ons in de OPK. Hij vond het heel bijzonder om voor de eerste keer echt voor te gaan in een ‘vrijgemaakte’ kerk. “Het is heel goed dat dit gebeurt!”, zei hij vooraf in de consistorie. Het werd een soort kerst-oudejaarspreek over Openbaring 21; “Zie, ik maak aller dingen nieuw!” Als mensen zijn we zo bezig om ons leven te verbeteren, om nog meer spullen om ons heen te vergaren, nog harder werken voor vrede… Maar ondertussen gaat het nog zo vaak mis, maar dan en daar begint God juist. Het liep mis in ons eigen hart, wat trouwens tussen je oren zit volgens dominee Visser. “Maar”, zegt God tegen ons, vanuit dat bijbelboek Openbaring: “Ik ben bezig alle dingen nieuw te maken bij jou. In Christus mag je beseffen, God heeft met mij iets gedaan!” Dat relativeert heel veel, je eigen fouten, je gebreken en je gekkigheden…”

“Zoooo… opa is sterk hè!”

Ik moest mijn aantekeningen er nog eens rustig op na lezen, nog eens weer een hele poos voor de spiegel gaan staan. Weten dat je geliefd bent, maar dan ook langzaam gaan beseffen dat het niet een zoethoudertje is, om jezelf maar een beetje in balans te houden. Wanneer je echt in de spiegel kijkt, besef je ook dat het tussen je oren begint (omdat daar je hart is), maar dat het tegelijkertijd compleet genade is. Alleen dan kunnen we verder, ook met ons verdriet om Harm, het gemis en alles wat daar bij hoort. Hoe vaak heeft ons dat ook de afgelopen weken niet weer door het hoofd gespeeld. Elke keer als ik zijn foto zie staan en in mijn hoofd nog zijn stem hoor, wanneer je vrienden van Harm spreekt. Dan kan het je zo maar naar de strot grijpen en branden er tranen achter je ogen. En tegelijkertijd koesteren we de mooie momenten en herinneringen. Ook als 31 december straks voorbij is en de vuurwerkdampen zijn opgetrokken zal het gemis en verdriet niet voorbij zijn. Zo vergaat het ons en zo veel anderen die een geliefde moeten missen.

Radio, tv en ook de kranten, ze staan deze dagen bol van het terugblikken en vooruitkijken. De bekende doden worden nog eens breed herdacht, rampen en aanslagen worden in herinnering gehaald. En zoals het velen zal vergaan, overdenk je ook eigen persoonlijke gang door een jaar. De mooie dingen, maar ook de zaken waar je liever niet meer aan herinnerd wilt worden. Dat wanneer je voor de spiegel staat je als het ware opnieuw het schaamrood ziet opkomen. Waar zouden onze ‘blinde vlekken’ het afgelopen hebben gezeten? Vorige week, dus alweer bijna twee weken geleden, was ik in Vriezenveen bezig met het leggen van een mooie houten vloer in het nieuwe huis van onze dochter en haar gezin. Prachtig werd het! Maar toch overheerste de pijn op een zeker moment, in mijn knieën.  Al kruipend over de vloer en iedere keer weer overeind komen, toen ik uiteindelijk terugreed had ik een blaar op op mijn linkerknie zitten. Achteraf verdween een beetje de vreugde over de prachtige vloer en het mooie resultaat en dat de oudste kleinkinderen trots waren op hun opa. Een ‘blinde vlek’ was zomaar geboren.
Zo gaat het maar al te vaak, de mooie en feestelijke dingen worden zomaar weer overschaduwd door het vervelende en de rauwe werkelijkheid. Op zo’n moment is het de kunst om het eerlijk naast elkaar te zetten en de lelijke blaar maar even te vergeten. Of andere mensen kunnen zo maar af doen, we gaan ze negeren en willen ook geen meningen meer met ze uitwisselen. Argumenten doen er niet meer toe en onze ‘blinde vlek’ wordt in onze eigen ogen een ‘heldere ster’. In je eigen huis kan het zo gaan, in je familie en ook in je buurt en straat en in het groot gaat het ook vaak zo. We voegen er een hashtag aan toe en zenden het de wijde wereld in. Ook in de kerk gaat het soms zo maar op die manier. We willen allemaal zo graag leven zoals Jezus het ons verteld heeft en voorgeleefd. We willen zo graag, maar hoe vaak breekt het ons niet bij de hand af? En hoe vaak beseffen we dat niet eens en en zien we zelfs achteraf de blinde vlekken niet, ook al zetten anderen er grote schijnwerpers op!  Dat is onze plaatselijke gemeente zo, maar ook in het verband van kerken waar we in leven. De GKv waar de OPK bij hoort veranderde afgelopen jaar op de synode zijn standpunt over ‘de vrouw in het ambt’. Eigenlijk was de discussie al voorbij voordat we er erg in hadden. Maar hoe voelden al die zusters en broeders zich, die al jaren met steekhoudende argumenten dit bepleit hadden? Hoevelen zijn er niet verketterd om dit standpunt? Kregen ze achteraf nog een excuus? Onze GKv is trouwens toch al niet zo goed in het aanbieden van excuses, in de eenwording met de NGK worden die ook nog niet echt van harte gegeven.

Blinde vlekken, we hebben er vele vandaag de dag. En steeds weer is het een opgaaf om ze te ontdekken, door te lezen, het verleden te bestuderen en heel veel samen in gesprek te gaan. ‘Elkaars nieren proeven’, werd er vroeger wel gezegd.  Donderdagavond zat ik met vriend Marco in zaal 1 van het Eye. Première van de film “THE LONG SEASON”, Marco had via zijn werk twee vrijkaartjes. De film had in november al gedraaid op de IDFA en zelfs twee prijzen gewonnen. Nu draait de film gelukkig in een groot aantal bioscopen, een aanrader! De maker, Leonard Retel Helmrich, heeft een boeiend beeld geschetst van het leven in een vluchtelingenkamp in de Bekavallei (Libanon). Je voelt haast de kou en de blubber wanneer de beelden van het scherm spatten. Schamele plastic tenten als onderkomen en verstoken van de meest elementaire voorzieningen.  En de dagelijkse onrust over hoe het de familie in Raqqa, in handen van IS, vergaat. Korte lontjes, huwelijksperikelen, haat en nijd, maar ook veel liefde; het komt allemaal voorbij. Wat een spiegel houden Helmrich, Huystee en de Syrische Ramia Suleiman ons voor!

Muziek en bier | In memoriam Harm 1982 – 2016 (56)

Een druk weekend was het. Het begon met een geweldig releaseconcert van Jeremy. Jeremy werkt bij Youth With A Mission aan het Kadijksplein en is getrouwd met Roos, ons nichtje. Femmie had via Facebook gevolgd dat er een concert zou zijn in Amsterdam en dat laat je dan niet zo maar voorbij gaan. Prachtig om mee te maken hoe jonge mensen zo vol zijn van de grootheid van God, schepper van deze wereld, dat ze dat op deze manier kunnen vertolken. Muziek is zo iets bijzonders en van God gegeven, dat kwam vrijdagavond wel heel goed binnen. Al kende ik nog geen van Jeremy’s nummers, je ging als het ware vanzelf van binnen meeneuriën. Je kon ook rustig je ogen sluiten en je gedachten laten gaan op de golven van de muziek. Het sloot ook mooi aan bij de voorbereiding die ik had gedaan voor zondag. Er was gevraagd of ik weer es een preek wilde lezen en na wat wikken en wegen vond ik dat geen probleem. Ik dacht een redelijk gemakkelijk onderwerp gevonden te hebben in een preek van Tim Keller: ‘De genade van muziek’. Aan de hand van de verzen 18-20 uit het 5e hoofdstuk in de brief van Paulus aan de christelijke gemeente in Efeze legt Keller uit dat muziek een geschenk van God is. Dat sloot prachtig aan natuurlijk bij de aanbiddingsmuziek van Jeremy en bij wat ongeveer een maand geleden hoogleraar Erik Scherder betoogde bij DWDD, toen hij daar zijn nieuwste boek promootte. Muziek is overal goed voor, betoogt hij in zijn nieuwste boek: ‘Singing in the brain’. Paulus was hem al lang voor met de uitsprak: ‘En ‘bedwelmt u niet aan wijn’, want dat maakt reddeloos, maar wordt vervuld van Geest, elkaar toesprekend met psalmen, hymnen en geestelijke gezangen, zingend en psalmend voor de Heer met heel uw hart.’

Harm had veel met muziek, honderden LP’s stonden er in zijn kamer, ik heb daar eerder over verteld. Bij de voorbereiding van de preek heb ik dan ook verschillende keren gedacht daar ook nog iets over te zeggen. De kracht van de muziek tijdens de bijeenkomst voorafgaand aan Harm zijn begrafenis was zo intens, zo troostend en bracht ons ook heel dicht bij Harm. Ik wilde geen tranen onderweg in de dienst, dus toch maar niet genoemd, maar het was er op de achtergrond gelukkig wel. Bij de intro van de dienst heb ik een blogje voorgelezen die op de site van de Protestantse diaconie stond, zangleider en liturgiemaker Jaap had me daarop geattendeerd. Bleek het opeens over Maaike Ouboter en het nummer ‘Dat ik je mis’ te gaan. Waar een vluchteling al niet zijn kracht uit haalt, maar ik kon gelukkig net op tijd een brok in mijn keel wegslikken.
Ook zaterdag was er muziek trouwens, bij de officiële opening van de Brouwerij van het Kleiklooster. In een grote hal naast IKEA wordt inmiddels heel wat bier gebrouwen. Een prachtig feest met heel veel bierliefhebbers, maar ook veel vrienden van het Kleiklooster. Harm had een bierabonnement en er zat een keer een Kloosterbiertje van Kleiburg bij, niet zijn smaak. Maar later moest hij het toch bijstellen toen ik hier thuis wat bier van Kleiburg had. Prachtig, ik hoop dat het uiteindelijk een mooi sociaal project wordt. Pastor Martijn, nu directeur van de bierbrouwerij doet er in ieder geval alles aan. Zondag 14 mei vierden we de verzelfstandiging in de OPK van drie projecten; STROOM, de PopUp kerk van Rikko en ook van het Kleiklooster. In feite allemaal dochters van de OPK. Harm zou misschien nog wel eens gerefereerd hebben aan de jaren tachtig. Als klein jongetje ging hij regelmatig mee naar de Witte Tent in het Bijlmerpark. Daar begon heel eenvoudig het over de muren van de kerk heen kijken. In het begin met hulp van E&R en later samen met de groep rond Norman Viss uit de VS op straten en pleinen in het Centrum van Amsterdam. Deze vaak seizoengebonden projecten resulteerden uiteindelijk in een Amstelproject. Op de fiets door de ‘Bijlmer’ kwamen die gebeurtenissen zo maar weer boven. Daarom, proost!, op een prachtig project en dat er iets mag doorborrelen van de drive en de spirit van de medewerkers!

God in de oorlog

gee duimbreed k.schilderHet zaaltje van de PThU aan de Boelelaan zat afgelopen dinsdag afgeladen vol. Eigenlijk was ik te laat met aanmelden, maar Wim Berkelaar zegde toe stoelen bij te plaatsen. Het HDC van de VU hield een symposium over het eerder dit jaar verschenen God in de oorlog. De rol van de kerk in Europa, 1939-1945 van Jan Bank. In het dagblad TROUW was er nogal wat ophef over geweest en het onderwerp blijft tot op vandaag natuurlijk actueel. Een vijftal sprekers reflecteerde op de lijvige pil van professor Bank. Ik vond vooral de bijdrage van dagvoorzitter George Harinck boeiend omdat hij het Nederlandse verhaal nog een keer extra belichtte, in het bijzonder de situatie binnen de Gereformeerde Kerken. Nieuw was voor mij het gegeven dat kerken in die tijd, zeker voor Wereldoorlog II, eigenlijk geen openbare uitspraken deden. De rol van de kerken in Nederland was beperkt wat dat betreft. Abraham Kuyper (soevereiniteit in eigen kring) had de kerk omringd met een grote groep organisaties en daarmee was het zicht op de rest van samenleving min of meer verdwenen. Kerken waren dan ook verlegen met de hele situatie toen de oorlog uitbrak. Er waren theologen en dominees die reageerden via brochures en ook in zondagse preken. K. Schilder schreef in 1936 al een felle aanklacht tegen het nationaalsocialisme (Geen Duimbreed), in de oorlog werd hij zelfs een tijd gevangen gezet. In hervormde kring was het dr.J.Koopmans (predikant van de Noorderkerk in Amsterdam) die in het begin van de bezetting een fel betoog schreef tegen de bezetter, ook in brochurevorm. [De Belgische schrijver Geert van Istendaal eerde Koopmans met een geweldig essay in de bundel ‘Mijn Nederland’.] Maar dit waren individuele kerkleden die van zich lieten horen, niet een heel kerkgenootschap. Er waren genoeg anderen die vonden dat de bezettingsmacht de overheid was die gediend moest worden.
Helaas is over de rol van de kerken nog veel te weinig onderzoek gedaan volgens Harinck. Er is veel verzet van gereformeerden geweest. Er waren gereformeerden die in knokploegen zaten, er waren gereformeerden die onderduikers verborgen hielden. Er zijn veel gereformeerden gesneuveld en vermoord in de concentratiekampen, onder hen ook predikanten. Verhalen te over. Na de oorlog leek het soms wel of alle gereformeerden in het verzet hadden gezeten. Maar niets is minder waar. Ik dacht het ook, na het lezen van ‘Snuf de Hond’ en ‘Reis door de nacht’ en zeker ook door de verhalen in het ouderlijke huis. Mijn ouders trouwden in 1942, kregen de eerste twee van de negen kinderen in de oorlog, terwijl ze inwoonden bij opa en opoe. Voor zover ik weet zijn er zeker twee onderduikers geweest. Oom Gijs, de onderduiker, kwam na de oorlog nog wel eens op bezoek. Mijn idee was dat vrijwel iedereen uit de kerk wel iets gedaan had. Helaas was de werkelijkheid anders.
Vooral dat laatste wordt wel heel erg duidelijk uit het boek van professor Bank. Het waren minderheden die zich daadwerkelijk verzetten en dat ook durfden vol te houden met gevaar voor eigen leven. Logisch dat na zoveel jaren, met meer afstand kijkend naar de jaren 40-45, het soms ook wel een ontluisterend beeld geeft. Dat doet echter niets af aan alle inzet en gedrevenheid van al die mensen die wel iets deden. Het is maar te hopen dat er nog eens een bredere studie over de kerken in Nederland ten tijde van WOII wordt gedaan. Al met al een leerzaam congres met aan het eind een pittige discussie. Dr. Jan Ridderbos die een boek schreef over gereformeerde dominees in de oorlog schreef was het wel heel erg oneens met professor Bank. Dat smaakt naar meer discussie en onderzoek.
son of saulWat zouden we er van kunnen leren voor vandaag? Hoe moeten kerken reageren op oorlog? Het lijkt wel een beetje dat veel kerken (als instituut) daar nog niet eens veel verder mee gekomen zijn. Ook daarom zou onderzoek naar het verleden, nuttig kunnen zijn voor het heden. Ondertussen moeten kerkmensen het verleden echt onder ogen durven zien. Een goed voorbeeld is naar mijn idee het aanbod in de bioscoop. Een kaskraker op dit moment is de laatste James Bondfilm. Niks mis mee, aardige verstrooiing maar agent 007 beweegt zich wel heel erg buiten de bestaande werkelijkheid. Christelijke James Bondfans zouden ook ‘Son of Saul’ moeten bezoeken. Een film die in veel dagbladen vijf sterren kreeg van de critici. De Hongaaarse film gaat over een lid van een sonderkommando in een concentratiekamp. Deze kommando’s bestonden vaak uit Joodse mannen en ze moesten het vuile werk voor de kampbewakers in de uitroeiingskampen in WOII opknappen. Vaak overleefden ze het niet en hadden ze ook geen enkel uitzicht op de vrijheid. In de film komt alle barbaarsheid van de kampen naar voren. Een aangrijpende verbeelding van de concentratiekamphel. Op het bovengenoemde congres zat ik ’s middags bij toeval naast David Barnouw. Hij heeft heel lang gewerkt bij het NIOD (oorlogsdocumentatie centrum) en was natuurlijk geïnteresseerd in de discussie over boek van Bank. We kwamen aan de praat, onder andere over ‘Son of Saul’. Barnouw vond de film erg overgewaardeerd, maar daarin verschilden we toch van mening. Barnouw is volgens zijn website een professioneel kijker naar films en documentaires over de oorlog. Een gemiddelde bezoeker kijkt anders denk ik. Ik zit wat dat betreft meer te wachten op een kritische beschouwing van Willem Jan Otten. De laatste ziet er ongetwijfeld een indrukwekkende ‘rite de passage’ in. Een film die je aan het denken zet, over hoe je zelf zou reageren in zo’n uitzonderlijke situatie. Een film die nederig maakt.

In het klimaat van het absolute

in het klimaat van het absolute‘Een handleiding voor kerkscheuringen’ . Het zou een ondertitel kunnen zijn van het proefschrift van Ab van Langevelde. Met zijn biografie over professor Veenhof verkreeg van Langevelde vorige maand in Kampen een doctorstitel in de theologie. Een goed geschreven levensverhaal, dat blijft boeien tot het eind. Opgegroeid in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, kan ik er maar een beetje over meepraten. Eerder heb ik wel eens geschreven over de Synode van Hoogeveen (1969-70), mijn vader zat toen in de huisvestingscommissie. Die synode, ik was 13, heb ik dus als beginnend puber meegemaakt. In Hoogeveen was er vrijgemaakt kerkelijk zeker sprake van een zijn ‘in het klimaat van het absolute’ (de ondertitel van de dissertatie). Wij hadden in Hoogeveen als predikant dominee Joh. Francke en die wist waar hij het over had. Rond de kwestie van dominee van der Ziel in Groningen, in het biografie over Veenhof komt het uitgebreid aan de orde, liet ook dominee Francke zich niet onbetuigd. Tijdens het grote gebed in een kerkdienst werd deze kwestie uitgebreid bij de Heere gebracht. Daarin klonk natuurlijk een oproep tot bekering door, dominee van der Ziel zat immers fout! Ik zal nooit vergeten dat tijdens zo’n lang gebed een hele familie uit ergernis de bank uit stommelde. Vanuit mij ooghoeken zag ik een klasgenootje meegetrokken worden door zijn vader. Het kan niet anders dan dat deze familie later ‘buitenverband’ werd.
Ik merk dat ik gelijk afdwaal naar het persoonlijke, mijn eigen verhaal. Bij het lezen van deze biografie had ik dat regelmatig. Namen van predikanten waar je gelijk een beeld bij hebt, gebeurtenissen waar je eerder over hebt gelezen. Verschillende keren ook ben ik mijn boekenkast ingedoken en heb ze erbij gepakt. De acta van de eerste vrijgemaakte synode in 1945, verschillende boeken van K. Schilder, maar ook Veenhof bleek in mijn boekenkast te staan. Wanneer je nog eens bladert door “Predik het Woord’, roept dat herinneringen op aan avonden discussiëren op de mannenvereniging, onder het genot van een goede sigaar. Voor de goede verstaander is het nog steeds een leesbaar en boeiend boek, ook kun je het op marktplaats voor €4,- kopen.

predik het woordDe biografie over professor Veenhof is ook een kerkgeschiedenisboek. Dat maakt het dus dubbel boeiend. Het geeft een mooie indruk van het drukke leven van een jonge predikant voor de Tweede Wereldoorlog, midden in het kerkelijk leven. Bevriend met K. Schilder weert Veenhof zich geducht in de steeds heftiger wordende kerkstrijd, die ook in de oorlog gewoon doorgaat. Verzaken is er op dat gebied niet bij. Mooi tekent de schrijver Veenhof, deze wil eigenlijk niets liever dan een wapenstilstand in de kerk, probeert daarom Schilder ook af te remmen. Wachten tot de verschrikkelijke bezetting door de Duitsers achter de rug is. Veenhof zal zich dan ook pas na de oorlog bij de artikel 31-ers voegen. Van Langevelde laat vervolgens goed uitkomen dat na WOII het klimaat in de vrijgemaakte kerk steeds absoluter wordt. Er is alleen maar goed of fout, één ware kerk en alle andere kerken zijn daarmee vals. Op de HAVO leerde ik het zo van de schoonzoon van K. Schilder. Zelfs de Christelijk Gereformeerden waren valse kerk volgens zijn zeggen. Uiteindelijk liep dit hele absolute denken uit op een nieuwe scheuring in de tweede helft van de jaren zestig.

Tijdens het lezen besefte ik dat mijn ouders en vele ouders van generatiegenoten in die sfeer van goed en kwaad, waar en vals zijn opgegroeid. Natuurlijk waren er heel veel broeders en zusters in de kerk die wel wat ‘rekkelijker’ waren, maar de heersende stroming was duidelijk. Mijn ouders lazen naast het Gereformeerd Gezinsblad ook de Reformatie, beter was er niet. Het leert dus ook veel over hoe we in onze opvoeding zijn beïnvloed en daar uiteindelijk ook weer op reageren. Daarmee heeft van Langevelde een prachtige spiegel gemaakt. Een spiegel die je het verleden op een rustige manier voorhoudt. Fouten over en weer, er wordt niet over gezwegen. Menselijke zwakheden zijn er in het verhaal te over. Maar het laat ook heel eerlijk de drijfveren zien van onze ouders en grootouders. En steeds weer met een beroep op Gods Woord en daarmee op Zijn Waarheid. Het kan haast niet anders dan dat je dit levensverhaal leert relativeren. Waarom je zo druk maken over al die verschillen en strijdpunten, die wanneer je jaren later terugkijkt, gewoon het ruziemaken niet waard zijn. Bergen blijken opeens kiezelstenen te zijn.

ds. Joh. Francke
ds. Joh. Francke 1908-1990 foto uit ‘Er staat geschreven… Er is geschied’ met als onderschrift: ‘Mag wat kan?’

Een forse aanbeveling dus om te gaan lezen. Lees het verhaal over Veenhof en daarmee het verhaal van een vorige generatie, maar wel een generatie waar wij uit geboren zijn. Misschien kunnen we er wat van leren. Helaas zijn er nog steeds duizenden gereformeerden die zich als maar vastbijten in stelligheden en mijns inziens vergeten dat onze Heiland Jezus omkeek naar hoeren en tollenaars en de Farizeeën veroordeelde vanwege hun wetticisme. En pas op, voor je weet zit je in je eigen denkraam en denk je het beter te weten dan die ‘strenge’ broeders en zusters. De dominee van mijn jeugd was een diehard zei men weleens. Tegelijkertijd was hij een diepgelovig man die naar eer en geweten streed voor Gods eer. Dat laatste vergeten we dan vaak snel. Ondanks al het absolute waren het gelovige mensen die geestelijk met elkaar op de vuist gingen. Achteraf had dat anders gekund en gemoeten. Een mooie opdracht om het absolute achter ons te laten en eenheid te zoeken met zo veel broeders en zusters die ook willen leven van genade.

dag heur… 2

“En daar is dan het boek dat ik zelf had willen schrijven. Nu ja, een boek met een thema waarover ik zelf had willen kunnen schrijven. “ Zo begint de bespreking van ‘Donderdagmiddagdochter’ van Elizabeth Kooman in LITER (christelijk literair tijdschrift) december 2013. De recensie van Kooman laat zien waar het boekje van 155 pagina’s zo sterk in is en ook dat het literair zich kan meten met de vele andere literatuur die niets met het christelijke te maken wil hebben. De stijl waarin Stevo Akkerman schrijft is boeiend, zakelijk, registrerend, maar komt ook heel erg dichtbij. In een interview in het ND geeft de schrijver duidelijk toe, dat het boek over een zoektocht naar zichzelf gaat. Wie ben ik, waar kom ik vandaan en wat heeft gemaakt dat ik ben, wie ik ben. Opgegroeid in de gereformeerd kerk, schrijft Stevo Akkerman uitgebreid over zijn jeugd en opvoeding.

foto Rufus de Vries in het ND van 4.10.2013
Stevo Akkerman in het ND van 4.10.2013 (foto Rufus de Vries)

Het opgroeien binnen die kerk lijkt bepalend voor de rest van zijn leven. Wanneer dochtertje Evy Elise na de geboorte overlijdt omdat ze geen nieren heeft, zet dat zijn leven en ook dat van zijn vrouw op z’n kop. Mede daarom gaat hij op zoek naar zijn geschiedenis en wat voor invloed dat heeft op zijn omgaan met verlies. Akkerman beschrijft dat vervolgens op een bijzonder eerlijke en vaak ook ontroerende manier, waarin hij zeker zichzelf niet spaart.
Wat Stevo Akkerman schrijft over zijn opvoeding en kerkelijke cultuur waarin hij opgroeit, is naar mijn idee zeer herkenbaar voor verschillende generaties gereformeerd-vrijgemaakten. In meerdere of mindere mate kunnen zij het zo aanvullen met verhalen uit de jaren zestig en zeventig en tachtig. Ik herken veel uit mijn eigen verleden en toen ik mijn schoonfamilie leerde kennen, leerde ik het zelfs het kwadraat van gereformeerd zijn kennen. Ik herken het ook uit de verhalen die we uitwisselden op het lyceum in Groningen, daaruit donderdagmiddagdochterkwam hetzelfde beeld naar voren. Voor velen uit mijn generatie is het dus een herkenbaar verhaal en datzelfde geldt denk ik ook voor veel veertigers en misschien ook nog wel dertigers. Door het lezen en herlezen wordt je geconfronteerd met je verleden en ook hoe je dat vandaag vorm geeft. Wat was dat bij mijn ouders? Waarom deden ze, zoals ze deden? Ik weet zeker dat er veel geloof was, binnengehouden geloof weliswaar, maar veel geloof. Vaak leek het hart niet aan bod te komen. Alles was gegoten in duidelijke afspraken en regels, keurig verstandelijk beredeneerd. Dat maakte het kerkelijk leven overzichtelijk en ook gemakkelijk. Wanneer er van de regels werd afgeweken, werd dat daardoor ook gelijk onderwerp van discussie en soms nog weer stelliger stellingnames. En wat Gezinsblad en Reformatie vervolgens zeiden, was dan de ultieme waarheid. Bij jonge mensen heeft dat veel angst gegeven. De alomtegenwoordige God, die alles ziet, weet je altijd te vinden. Doe ik het goed? Kan ik het verantwoorden? Kerkelijke regels werden gelijkgesteld met Gods regels.
Door wat voor oorzaken ook, de cultuur in de kerk is inmiddels totaal verandert. Voor veel kerkmensen maakt het dat ingewikkeld. Begrijpelijk, maar het moet ook aan het denken zetten. Niet alleen maar terugdenken aan de jaren in de tweede helft van de vorige eeuw als groots en geweldig. De muren om onze denominatie waren, denk ik, veel te hoog en de ramen veel te vaak potdicht. Daarmee wil ik niets afdoen aan wat kerken hebben laten zien van wat Christus kan beteken in het leven van mensen. ‘Donderdagmiddagdochter’ laat ons in ieder geval in de spiegel kijken. Hoe je het ook wend of keert, je kunt dan niet wegkijken.
Heel veel mensen die opgegroeid zijn in de GKV hebben die kerk inmiddels verlaten. Soms omdat ze het geloof totaal zijn ‘kwijtgeraakt’. Maar ook zijn velen vertrokken naar kerken en gemeenschappen, waar naar hun gevoel geloven met hoofd en hart veel meer in evenwicht is dan binnen de GKV. Heel veel broeders en zusters prikten door de buitenkant heen en zeiden letterlijk gedag. En de kerk zei soms ook maar gewoon ‘dag hoor….’ terug. Verlegen en zich vaak niet bewust van wat de gevolgen zijn van een alleen maar uiterlijk christelijk geloof.
In de bundel VRIJGEMAAKT (zie ‘dag heur 1….’) is dat naar mijn idee ook een terugkerend thema. Als kerken zijn we zo verschrikkelijk veranderd, dat we al vergeten zijn waar het fout ging. Juist van die fouten zouden we moeten willen leren. Niet de ogen sluiten en alleen maar restaureren. In gesprek gaan, er over schrijven, fouten durven toegeven en nog meer in woorden en daden echt discipel van Jezus Christus willen zijn. En wanneer dat betekent dat iemand alleen maar stil op de achterste rij in de kerk wil zitten, mooi!
Ik hoop dat de schrijver Stevo Akkerman opnieuw de rust vind om een boek te schrijven. Wat mij betreft mag dat best over de Vrijmaking gaan.

voorbergPS    In het ND werd melding gemaakt van een discussieavond (29.01) tussen vader en zoon Voorberg. Via een live stream kon je volgen wat er in het gebouw van de GKV van Rouveen plaatsvond. Aangezien Rikko Voorberg mede door onze OPK in Amsterdam-Oost betaald wordt is het interessant om zo iets te volgen. Helaas heb ik de echte discussie niet meer gevolgd, want het was slaapverwekkend om alsmaar naar een een grote groep koffiedrinkende broeders en zusters te zitten kijken. Wel grappig dat je dan opeens de maker van ‘Hemelbestormers’ door het beeld ziet schuiven. In het beeld dat vader en zoon oproepen zit heel veel wat herkenbaar is. Een begin zestiger en een dertiger geven aan waar het volgens hen om wringt in de kerk. In het ND-verslag stond gelukkig ook een verslag van de discussie. Daar kwamen de relevante vragen naar voren. Waar blijven onze jongeren? Lopen de kerken niet leeg? Hoe leef je als christen zo dat anderen er door aan getrokken worden? Rikko deed een prachtig voorstel: meld de GKV van Rouveen bij het gemeentebestuur aan als vrijwilliger! Ik besef ook wel dat eenvoudige en gemakkelijke antwoorden op de gestelde vragen niet bestaan. Maar zowel popup-kerk als gezinnetjeskerk zullen iedere keer weer moeten bedenken en in praktijk brengen, wat het is om dagelijks wedergeboren te worden en Jezus te volgen. Daarnaast hoop ik dat deze interne vrijgemaakte discussies er voor zullen zorgen dat we samen met heel veel andere kerken (denominaties) gaan uitstralen wie de Zoon van God is in het leven van christenen.