Categorie: kerk

steundeopk.nl

Een prachtig stilleven in ons kerkgebouw vanmorgen. De deur naar het orgel en de deur naar de bergruimte zijn prachtig in een mahoniekleur geschilderd. De zelfde kleur zit ook op de ramen waar het glas in lood in zit. Onderzoek heeft uitgewezen dat toen de kerk in 1904 werd opgeleverd deze ramen in ongeveer dezelfde kleur waren geschilderd en dan ook nog een houting kregen. Dat laatste procedé leverde dan min of meer een dure uitstraling op, het grenen hout is geen hardhout maar ziet er dan wel een beetje zo uit. De houting blijft in 2020 achterwege. De deuren waren in de jaren zeventig van de vorige eeuw van hardboard voorzien, paneeldeuren waren uit de mode. Gelukkig hebben ze hun oude uitstraling weer terug! De kaars en het lelijke kathedertje staan er een beetje verweesd bij sinds de dienst van afgelopen zondagmorgen. Tussen de steigers en met stuc loper op de vloer konden we met dertig gemeenteleden gewoon een dienst houden. En ondanks alle coronamaatregelen is het fijn om elkaar dan weer te ontmoeten.
Ook de andere kleuren die gebruikt worden refereren aan de kleuren van begin vorige eeuw, zoals het oker van de lambrisering. De kerk krijgt alleen al door het kleurgebruik een heel andere uitstraling. Een verfbeurt was sowieso heel erg nodig en de keus om dan te zoeken naar passende kleuren heeft goed gewerkt. Ook de talrijke scheuren zijn opengemaakt, gevuld, geschuurd en geverfd. Het gewelfde plafond ziet er weer mooi strak uit met zijn lijnen en rozetten. Nu al een beetje aangelicht door de lampen op wand. Het verfwerk is niet het enige wat aangepakt moest worden. De toiletten moesten echt onderhanden genomen worden en in onze kerk hadden we nog geen gelegenheid voor minder validen om naar het toilet te gaan. Daarom is er nu een gender neutrale toiletgelegenheid gemaakt, waar ook minder validen met een rolstoel van gebruik kunnen maken. Het mooie hoekraam kon en moest behouden worden natuurlijk. Omdat de Oosterparkkerk een gemeentelijk monument is, kan niet zomaar alles veranderd worden. Daarnaast is ook het toilet bij de deur van de oude kosterswoning volledig opgeknapt en is een extra toilet gemaakt naast de consistorie.
Een behoorlijke klus wordt ook nog het schoonmaken en opknappen van het orgel. Omdat binnenkort de grote balg van het orgel vervangen moet worden, moest ook de ruimte onder het orgel worden opgeruimd. Daar kwam een oud ‘naambord’ van de OPK tevoorschijn. Gedateerd op 19.7.1976 en gesigneerd met D. van Driel. Een prachtig lettertype en keurig netjes tussen haakjes; vrijgemaakt. Een prachtig tijdsbeeld, met diensten om kwart over negen en vijf uur.

Wordt vervolgd en voor informatie kijk op: steundeopk.nl. De fundraising loopt goed, maar er moet nog wel ruim 70.000 euro op tafel.

kerkinterieur / steundeopk.nl

Het schilderij links is een Middeleeuwse kerk op een uur rijden van Berlijn. Een van de weinige kerken uit de ME opgetrokken uit rode baksteen, indrukwekkend.

We kunnen in deze bijzondere tijd nog naar de kerk. Helaas was ons kerkgebouw de laatste twee zondagen dicht vanwege werkzaamheden, maar komende zondag mogen er weer dertig mensen plaatsnemen! Waar we ook nog vrijelijk naar toe kunnen, wel inschrijven van te voren (en dat is bij de kerk ook het geval), is het museum. Vorige week zijn we daarom met broer en schoonzus naar het Drents Museum geweest in Assen. Deze maanden is daar een prachtige tentoonstelling onder de titel ‘Henk Helmantel Meesterschilder‘. De naam van Helmantel leerde ik kennen op de PA in Groningen. Tekenleraar Willem Meijer nam ons in het voorjaar van 1976 mee naar een tentoonstelling over realistische kunst en daar hing onder andere werk van de toen nog jonge schilder uit Westeremden. Meijer was bevriend met de schilder, ze hadden samen op de kunstacademie gezeten. Zijn lessen cultuur en maatschappijleer resulteerden in een boeiend boek met de titel ‘Kunst en revolutie’, bij Boekwinkeltjes nog verkrijgbaar voor een euro. Op de cover van dit boek stond dan ook een schilderij van Helmantel. In de jaren 70 van de vorige eeuw was Helmantels manier van schilderen onder de meeste kunstkenners niet acceptabel. Musea hingen vol met conceptuele kunst, waar de kijkers maar moeten bedenken wat het voorstelt en bedoelt. Nadenken wat de diepere lagen zijn van Helmantels werk, te ingewikkeld waarschijnlijk.

In 2012 te koop bij ‘Veilinghuis De Eland’ in Diemen

Donderdag 27 oktober 1977 leidde Meijer een excursie naar Helmantel. We vertrokken vanaf de Hereweg in Groningen met een aantal auto’s naar het terpdorp waar de schilder nog steeds woont. De excursie was voor studenten die specialisatie tekenen deden in het examenjaar van de PA. Tekenen was ook mijn keus, want anders had ik voor handenarbeid of lichamelijke oefening moeten kiezen, geloof ik. Helmantel was toen met z’n 32 jaar, een nog onbekende grootheid, die al wel schilderijen had hangen in galerieën in New York en Japan. We werden ontvangen in de keuken van ‘de Weem’ met thee, door Babs, de vrouw van Helmantel en werden vervolgens in het atelier van de schilder ingewijd in het schilderen van stillevens en kerkinterieurs. Ook toen al had Helmantel geen schildersezel, maar gebruikte gewoon een oude trap waar hij zijn paneel (van masoniet, een soort hardboard) tegen zette. De ramen van het atelier bewust op het noorden, omdat dat het mooiste licht gaf om bij te werken. Uitgebreid zette Helmantel zijn verschillende stadia van schilderen uiteen. Op de tentoonstelling in Assen is daar een mooi voorbeeld van te zien. Een schilderijtje van een kapotte pot met loodwit hangt er in drie opeenvolgende stadia. Wij verbaasden ons, na één keer vonden wij het al prachtig. Maar nauwkeuriger kijken leerde ons dat juist de derde laag diepte gaf.
Sinds die herfstige middag in 1977, gisteren dus precies 43 jaar geleden, ben ik Helmantel een beetje blijven volgen. Willem Meijer had mij verteld dat in Amsterdam, waar ik in 1978 ging werken,  een galerie was waar werk van Helmantel werd verkocht. Op verloren momenten fietste ik dus wel eens om en stapte dan aan Oudezijds Voorburgwal even binnen bij Galerie Mokum.  De afgelopen jaren hingen er gelukkig ook Helmantels op de Realisme-beurzen in de Passagiers Terminal aan het IJ. Voor een schoolmeester niet te betalen, maar wel mooi om steeds weer even te genieten. In 2012 was er een Helmantel te koop bij ons plaatselijke veilinghuis de Eland. Coos en ik zijn naar de veilingavond geweest, het schilderijtje werd niet verkocht, want de minimumprijs werd niet gehaald. Helaas was ook toen ons budget niet toereikend. Gelukkig zijn er musea die zo nu en dan hun muren vullen met stillevens en kerkinterieurs. Helmantel heeft inmiddels zijn eigen museum, vast gebouwd aan zijn woonhuis. Tot in maart 2021 kunt u in ieder geval genieten in Assen!

De wanden worden compleet geschilderd en de kozijnen krijgen hun min of meer oorspronkelijke kleuren terug. Kleurenonderzoek wees uit dat er op sommige plekken wel zeven lagen verf zaten.

Al kijkend naar die verschillende kerk en kloosterinterieurs moest ik denken aan onze eigen kerkzaal. Onze Oosterparkkerk is geen Middeleeuws gebouw zoals Helmantel ze graag schildert, maar een gebouw uit 1904. En al is ons kerkgebouw nog niet honderden jaren oud, het heeft stijl en karakter. Bezoekers die voor het eerst binnenkomen, raken vaak onder de indruk. Maar helaas was het ook hoog nodig toe aan groot onderhoud. Na jaren sparen en veel wikken en wegen en verbouwingsplannen tegen elkaar afwegend, zijn we midden in de coronatijd gestart met de verbouwing. Het gebouw moet geschilderd, de toiletten moeten vernieuwd en er moet een MIVA-toilet ingepast worden en ook een toegang voor minder validen is nodig. Podium, verlichting en ook de audio-visuele-installatie moet worden vervangen. En één van de grootste wensen, naast nieuwe stoelen, is wel een nieuwe keuken. Al met al een ingrijpende operatie voor ons kerkgebouw. Inmiddels is er de afgelopen maanden door onze kerkleden bijna een ton bij elkaar gebracht. Voor dat bedrag kun je een hele grote Helmantel kopen, maar daar is ons kerkgebouw niet mee opgeknapt. Klik dus even door naar steundeopk.nl en neus eens rond op de webshop of er iets van je gading tussen zit.

Coronazondag, Palmpasen

De eerste zondag van april werd vanmorgen als een hele zonnige aangekondigd door weerman Jan Visser op Radio 4. Visser kreeg gelijk, misschien zou het in de Bilt wel de 20 graden aantikken en werd het daarmee een record. De zon verwarmt het onrustige lijf in deze vreemde dagen. Gelukkig kunnen we ook deze zondag weer online onze kerkdienst meemaken. En vandaag wel een heel bijzondere. Als het coronavirus er niet tussen was gekomen, dan waren we van alle kanten uit Amsterdam vanmorgen naar de Zuiderkerk gegaan om daar als Nederlands Gereformeerde Kerk, Christelijke Gereformeerde Kerk en Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) samen Palmzondag te vieren. Helaas ging dat niet door, maar de drie predikanten staken de koppen bij elkaar en zorgden ervoor dat er een gezamenlijke onlinedienst kon worden gehouden. Op het You Tube kanaal van de Amstelgemeente werd vanuit De Duif de dienst uitgezonden. De Amstelkerk, waar de Amstelgemeente (CGK) normaal gesproken op zondag samenkomt, is op dit moment niet beschikbaar  vanwege groot onderhoud en men is daarom uitgeweken naar de andere kant van de Prinsengracht. De ruim 130 volgers (en er zullen op de verschillende computers meerdere huisgenoten meegekeken hebben) zagen en hoorden onze eigen dominee op de piano en dominee Jan van Helden van de NGK op gitaar. Dominee Rein den Hertog leidde de dienst, hartverwarmend!
Juichen voor Jezus = lijden met Jezus! Willen we werkelijk achter Jezus aan? Dat is een indringende vraag, ook in deze coronacrisis. Zijn we bereid om ons leven te verliezen, om het daardoor te behouden? Maar gelukkig gloort er ook HOOP! Achter Golgotha gloort de Paasmorgen en achter wanhoop gloort hoop! Met deze hoopvolle woorden sloot onze dominee Marinus de Jong zijn preek af en in de chat naast het beeld verschenen verschillende Amens! Zo’n chat is voor herhaling vatbaar trouwens. Mooie korte berichtjes kwamen voorbij, felicitaties, bemoedigingen en aanwijzingen met betrekking tot de geluidskwaliteit. En ook een enkele grappenmakers lieten even van zich ‘horen’.

Waar de Weespertrekvaart de Ringweg-Oost en de Gooische weg kruist schildert een kunstenares de pilaren in felle kleuren om er vervolgens prachtige vogels op de schilderen!

In onze tuin genoten we van de zon en na het middaguur was het tijd om binnen de huidige regels te genieten van een fietstochtje. Tot de Amstel ging het goed, maar zelden was het zo druk aan de ‘stille kant’. Joggers, wielrenners, zonaanbidders, motorrijders; een drukte van belang. Anderhalve meter is toch meer dan de meeste mensen beseffen. Na de brug in Oudekerk aan de Amstel ging het gelukkig iets beter. De ingang van Zorgvlied stond op een ‘kiertje’ en iemand van een bewakingsfirma hield in de gaten dat de begraafplaats niet opeens een overbevolkt stadspark werd. Het was er rustig met hier en daar iemand die een graf verzorgde. Bomen en struiken beginnen groen te worden en zullen over enkele weken al vol met bladeren zitten. En zelfs vandaag was het niet stil tussen de graven, ook nu hoorde je de A10 brommen en enkele keer zelfs sirenes er boven uit komen.

Kyrie Eleison [voor de liefhebber; op de Bach-site (All of Bach) is de laatste aanwinst BWV 242, een prachtig Kyrie!]

AANRADER: zondagavond VPRO Tegenlicht, met Dirk de Wachter en Lidewij Edelkoort. Terug te zien op Uitzending Gemist. Om over na te denken en door te praten……

 

In quarantaine

We slapen de laatste nachten goed, ondanks de harde bedden. Buiten is het deze ochtenden stil, geen busjes en vrachtauto’s die al vroeg naar de visafslag rijden, geen tetterend Spaans van de winkeliers die al vroeg hun zaakjes open doen. Het is stil op straat, een enkeling die zijn hondje nog uitlaat of een boodschap heeft gedaan. Zondag kwamen we er wat laat achter dat ook Gran Canaria de richtlijnen van Madrid volgde. Al om negen uur hadden we de tablet afgestemd op de Oosterparkkerk om de dienst te volgen, we hebben een uur tijdsverschil. Toen we een week geleden vertrokken was er nog geen sprake van een corana-crisis. Op Gran Canaria waren enkele toeristen besmet, maar dat was het dan ook. Maar in Nederland werden de regels strenger kregen we mee en samenkomsten met meer dan 100 mensen werden verboden. De OPK organiseerde een luisterdienst; “Laat je besmetten door Jezus en besmet ook anderen er mee!” We dronken koffie op ons dakterras en hoorden later in de verte wel een luidspreker….. Pas in de namiddag gingen we er op uit. Het was bizar, alles zat dicht. Geen restaurant open, geen winkel waar drommen toeristen in en uit liepen, zelfs geen ferry vanuit Puerto Rico die aanlegde. Na wat navragen bleek het hele eiland in quarantaine te zijn, in ieder geval voor drie weken. Inmiddels is de politie verschillende keren door de straten gereden met een duidelijk bericht: “stay home!” We mogen er alleen uit voor boodschappen bij de plaatselijke SPAR of de apotheek. Vandaag mocht zelfs maar één van ons tweeën naar binnen. Voor de rest gaat het op z’n janboerenfluitjes. Je moet je handen reinigen, en je krijgt een soort plastic schildershandschoenen aan. Maar de ene medewerker draagt een mondkapje en de ander niet. En wat hebben handschoenen voor zin bij het boodschappen doen? Straks doen we nog een rondje langs de haven. Schijnt een boete van 3000 € op te staan. Rutte noemde dit dus scenario drie, ‘lock down’. Voor zover het er nu naar uit ziet kunnen we zaterdag wel gewoon naar Nederland vliegen, als de groene dochter van de KLM niet tegengehouden wordt.

Coos heeft ondertussen al een prachtige muts gebreid en checkt regelmatig haar kraam-app. Hoe moeten kraamverzorgsters nog hun werk doen? Mag er familie op bezoek komen, moeten we de hele dag een mondkapje voor?

Ik had gelukkig een redelijk stapeltje boeken mee en hoef niet meer te kiezen, voor de terugreis is alles uitgelezen. In de biep zag ik ‘Zwarte schuur’ liggen van Oek de Jong, wel eens wat over gelezen, maar was er nog niet van gekomen. Een fascinerende roman over een kunstschilder met een schuldig verleden. Veel Zeeland en boeiende beschrijvingen van schilderijen en een ingewikkelde relatie met vrouw en stiefdochter en stiefzoon. Jammer dat het zondagavond uit was. Toen maar overgestapt op iets lichters van Simone van der Vlugt; ‘Schilderslief’. Een historisch verhaal over Geertje, dienstmeid bij Rembrandt. Ik wist al wel dat de schilder een echte rabouw was, maar uit dit boek blijkt toch dat hij geweldig driftig kon worden, zeer eigengereid was en heel veel mensen tegen zich in het harnas joeg. Vervolgens kon hij niet met geld omgaan en huwelijkstrouw was hem vreemd. Een verhelderende kijk op de historie.

Waar quarantaine al niet toe kan leiden. We maken er gewoon wat van en bidden dagelijks om vertrouwen en troost. In deze veertigdagentijd worden we zo extra aan het denken gezet. Ook hier werd geklapt voor mensen in de zorg en al die anderen die zich inzetten voor de ander, hun ziekenhuis, hun school en hun land. Qurantaine, het woord schijnt zelfs verwant te zijn aan de 40-dagentijd. In het ND las ik vanmorgen een geweldige column op pagina 2.

archief opruimen

Deze gekalligrafeerde tekst hing jarenlang naast de orgelbank, samen met het getekende portret van de Amsterdamse organist en componist Jan Pieterszoon Sweelinck

In de eerste week van het nieuwe jaar hebben we geen nieuwjaarsduik gemaakt, maar een duik in het ‘archief’ van onze kerk. Samen met twee leden van de commissie van beheer (CVAB) hebben we flink huisgehouden in de grote verzameling spullen die in het kleine kamertje naast de werkkamer van onze predikant lagen opgeslagen. Heel veel papier hebben we opgeruimd. We vonden bijvoorbeeld een flinke stapel kasboeken op folioformaat, waarin precies was bijgehouden wat de leden van de OPK in de jaren 80 van de vorige eeuw via de gemeentegiro of de bank hadden overgemaakt. Namen en bedragen stonden keurig vermeld; de toenmalige penningmeester broeder de Boer was een zeer nauwgezet man. Waren kerkleden vergeten hun maandelijkse VVB (een typisch gereformeerde afkorting volgens mij voor: Vaste Vrijwillige Bijdrage), dan sprak de penningmeester je daar openlijk over aan op de stoep van de kerk. Broeder de Boer was ook degene die in het kerkblaadje eens een stukje schreef onder de titel: “De dienst des Heeren is geen stuiver waard”. Hij uitte daarin zijn ongenoegen over het vele kleingeld (dubbeltjes, stuivers en centen) in de zondagse collectezak.  Een financieel expert had waarschijnlijk gesmuld van alle gegevens en er een prachtige verhandeling over kunnen schrijven, maar we hebben alles toch maar verwezen naar de papiervernietiger. Ook mappen met daarin rekeningen, stapels bonnetjes en bankafschriften, het ging dezelfde weg.
Ook hele stapels ‘Waarheid en Recht’ zijn de weg naar de recycling gegaan. Die katernen bevatten elk vier preken van GKv predikanten en werden gebruikt als er een leesdienst moest worden gehouden. Er zaten ook hele oude jaargangen tussen met preken van onder andere professor K. Schilder, één van de voormannen in 1944 van de Vrijmaking. Wijlen broeder Daan van Driel (1925-1992) las wel eens zo’n preek en dat werd dan een eindeloze zit, ook omdat hij er nog eigen toevoegingen in de preek zette. De kerkenraad nam toen maar het besluit om alleen preken te lezen van nog in leven zijnde predikanten.

Wat we niet hebben weggegooid zijn natuurlijk notulen en oude kerkbladen. Ik heb nog geen idee of het compleet is, maar gezien de vele stapels ziet het er goed uit. Een vooruitziende scriba heeft in de jaren 1967 en 1968 van elk nummer meerdere exemplaren bewaard. Helaas wel dubbelgevouwen, voor het ‘mooie’ bewaren niet echt fraai. Eén stapeltje heb ik mee naar huis genomen en doorgebladerd. Het geeft een mooi inzicht in wat de toenmalige kerkenraad belangrijk vond om door te geven aan hun leden. In 1967 was een groep gemeenteleden apart gaan vergaderen, omdat men het met de koers van de overige Amsterdamse gereformeerde kerken niet eens was. Aanleiding was een ‘Open Brief’ aan alle gereformeerd-vrijgemaakte kerkleden. Ook Amsterdamse predikanten hadden daar hun naam onder gezet en dat leidde tot grote onenigheid in de Amsterdamse gemeenten. Zo ontstond de ‘dolerende’ kerk van Amsterdam-Centrum die ging vergaderen in het gebouw “Reigersburg” aan de Bakhuys Roozeboomstraat (in de Watergraafsmeer tussen park Frankendael en de Nieuwe Ooster, de wijk wordt in de volksmond nog steeds ‘Jeruzalem’ genoemd). De broeders Visscher en Kleine Deters waren respectievelijk voorzitter en scriba en ook de leiders van de ‘doleantie’. Het is boeiend om te lezen hoe het apart vergaderen wordt verwoord en afgezet wordt tegen hen die bleven onder de prediking van predikanten die onder andere open stonden voor samenwerking met de ‘synodalen’. De strijd om wie echt gereformeerde kerk wilde heten en zijn, werd op een felle manier gevoerd. In een aantal afleveringen van de 1e jaargang worden hele artikelen uit de kerkelijke pers overgenomen. In die tijd betekende dat de maker van het kerkblad hele artikelen overtypte, waarschijnlijk op speciaal stencilpapier. Men had er wat voor over om de gemeente goed voor te lichten!
Hoe bijzonder is het dan om te weten dat op de synode die deze en komende maanden bij elkaar komt, wordt gewerkt aan éénwording met de Nederlands Gereformeerde kerken. De laatste werden nadat de scheuring in de GKv definitief was, buiten het verband van gezet en daarom ‘buitenverbanders’ genoemd. In Amsterdam werden de meeste vrijgemaakten ‘buitenverband’, maar landelijk gezien waren ze een minderheid. Veel leden van onze gemeente hebben geen idee van de twisten in de jaren zestig van de vorige eeuw, maar het is wel een deel van onze geschiedenis en daarom waard om herinnerd te worden en er ook van te leren. Vandaag vinden we het heel gewoon wanneer dominee Jan van Helden (NGK) bij ons op het podium staat, maar nog niet zo lang geleden was dat onbestaanbaar.

Preken voor eigen parochie?

Op weg naar Apeldoorn vroeg ik mijzelf af waarom ik mij ook alweer had opgegeven voor dit congres. En terwijl de prachtige herfstkleuren van de Veluwe aan mij voorbij gleden, wist ik het weer. Vrouwlief is er even tussenuit met een vriendin en voor mij dus alle vrijheid om een op het eerste gezicht, interessant congres te bezoeken. Preken voor eigen parochie, is dat wat het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad doen? Volgens mij is het antwoord toch al snel; ja, zonder twijfel. Natuurlijk proberen beide kranten ons duidelijk te maken dat ze over de muren van hun eigen doelgroep heen ‘de bazuin’ laten klinken, maar uit alles bleek tijdens het congres dat dat niet gebeurd. Niets hoorde ik over een positieve invloed van goede christelijke journalistiek in de politiek bijvoorbeeld. Tja, Rutte feliciteerde het ND met zijn zogenaamde 75verjaardag en jazeker, soms mag de hoofdredacteur van het ND wel eens aanschuiven bij het mediapanel van Radio 1. Toch blijft het allemaal behoorlijk marginaal wat deze twee kranten produceren. Dat doet trouwens niets af aan mijn grote liefde voor het ND. Met plezier spel ik vaak ’s ochtends het ene artikel na het andere en graag wens ik de krant veel meer lezers toe. Alleen al omdat het zinnig is om niet alleen het nieuws via nu.nl of een nos-app te volgen. Een krant duidt het nieuws en geeft daar ook commentaar op, dat is waardevol. Karel Smouter (o.a. van de Correspondent) wees er mijns inziens terecht op dat journalisten van de christelijke pers veel vaker en meer in de publieke ruimte zouden kunnen treden, “ze mogen best wat mondiger worden”. En zijn suggestie waarom je het beste uit christelijke media niet zou aanbieden aan andere media, verdient bijval. En zijn derde suggestie om samen een onderzoeksredactie op te richten, ook met het Fries Dagblad erbij, onderschrijf ik van harte. Niet alleen omdat ik dat zelf ook al wel eens geopperd heb, maar het is nodig! Waar blijven de doorwrochte achtergrondartikelen over stikstofuitstoot in relatie tot onze landbouw? Waar blijven gedegen achtergrondartikelen over ‘kerkelijke eenwording’ en alles wat daarbij komt kijken? En met welke onderzoeksjournalistiek zijn ook jonge christenen weer te verleiden tot het lezen van een kwaliteitskrant?

De oplagecijfers van RD en ND gaan alleen maar omlaag, zegt Piet Bakker.

In mijn eigen kerkelijke gemeente durf ik het nauwelijks meer te doen, verwijzen naar een goed artikel in de krant. Ik schat in, dat op ongeveer 1 op de 8 adressen nog een ND door de brievenbus valt, een van oudsher toch “vrijgemaakte krant”. En, ik zeg het met een beetje verdriet ook, mijn eigen kinderen lezen ook geen krant, Netflix staat bovenaan in de kijk top-tien en waarschijnlijk ook op plek twee en drie. Een geweldige uitdaging dus voor in ieder geval het ND en ik denk ook het RD. Ik kreeg het idee dat zelfs de goede ideeën van Piet Bakker voor kennisgeving werden aangenomen. Eline Kuijper (zie eerste foto, uit het ND) citeerde dan wel prachtige anekdotes uit haar opschrijfboekje, maar ik raad haar (en de rest van de redactie) aan nog maar eens diepgaand het gesprek met Piet Bakker aan te gaan. De lezers die vragen en opmerkingen hebben zitten niet te wachten op alleen maar ‘zenden’. Veel meer interactie, zodat ook anderen bij die parochie willen gaan horen.

Op ND-foto staat op de achtergrond  een schilderij, in de aula van het Reformatorisch Dagblad. Aan de andere kant van de aula stonden nog twee soortgelijke panelen, meer abstracte schilderijen. Het schilderij van de foto heb ik in de middagpauze wat beter bekeken. Het lijkt een groot vergrootglas, waardoor een klein deel van de wereld wordt bekeken. Het motto van de Erdee-groep staat op het handvat: Bewogen Betrokken en Vernieuwend. En onder het vergrootglas zien we allerlei ‘reformatorische’ zaken; de SGP, een kerk, een open bijbel en twee opgeheven handen met een naar het lijkt een foetus en twee zwarte stenen die buiten het vergrootglas lijken af te brokkelen. Is dat laatste symbolisch? En is het ook symbolisch dat sociale media, net op de grens van het vergrootglas ligt? De rand van het vergrootglas was bedekt met krantenpapier, is hier het RD (de krant) die bepaalt wat er binnen en buiten is? Duidelijk is wel dat er ook veel buiten het vergrootglas valt; de snelle auto, de voetballer (Frankie de Jong?), RTL4, de Voice of Holland en ook gamen. En waarom vallen al die mensen buiten het vergrootglas? Hoe langer ik er over nadenk, er wordt hier een bizar verhaal verteld. De regenboog ligt onder de loep,  maar die boog in de wolken was toch bedoeld voor alle mensen?
In de andere hoek van de aula stond een nagemaakte toren met daarop een soldaat met bazuin en een soldaat met een grote speer (naar Ezechiël 33 vertelde dr. ir. S. M. de Bruijn, de hoofdredacteur van het RD). Een op het eerste gezicht mooi beeld, de lezers toerusten, zodat ze gewapend de wereld aankunnen en ook je boodschap rondbazuinen. Maar is dat laatste niet te veel voor eigen parochie preken als je het combineert met wat onder het vergrootglas ligt?

What’s in a name?

Juliet:  “What’s in a name? That which we call a rose
                 By any other name would smell as sweet.”     
uit  het toneelstuk  Romeo and Juliet   – William Shakespeare

Boven de ingang; ontworpen door Harm

‘De klank en de betekenis van een woord hebben niets met elkaar te maken, zo is de heersende opvatting onder taalwetenschappers. Niets in de klank [rose] wijst op een roos, dus had een roos net zo goed een tafel kunnen heten’. [citaat gevonden op het www]
Maar hoe zit dat met de naam van een kerk, een gebouw of een school? Ik kan me nog de reacties herinneren toen we in 2006 de naam van dr. M.B. van ’t Veer van de gereformeerde school in Amsterdam haalden. Vooraf ging een maandenlange discussie over het waarom van een naamswissel. Vooral niet-vrijgemaakte ouders werden ongerust, zou deze school wel een goede christelijke school blijven? Zou dit niet het begin inluiden van verbreding en loslaten van de christelijke beginselen? Uiteindelijk was daarop maar één goed antwoord. Dat antwoord kwam van dominee C.J. Breen, jarenlang predikant in Amsterdam en oud-bestuurslid van de ‘dr. M.B. van ’t Verschool’. De nieuwe naam, Veerkracht verwees in het eerste gedeelte naar de oude naam van de school en in het tweede gedeelte naar de kracht die de school haalt uit het Woord van God. Zonder dat laatste zou het niet gaan. Ds. Breen zag namelijk dat onder de hele grote letters Veerkracht, met kleinere letters stond; gereformeerde basisschool – bijbelgetrouw onderwijs. De combinatie leverde een woord op dat stond voor het soort onderwijs op de school; leerlingen toerusten voor het vervolgonderwijs en hun leven, christelijke veerkracht meegeven!  Opvallend in dit verhaal is ook nog, dat we van hogerhand eigenlijk geen steun vonden voor een naamswisseling. Inmiddels ligt 2006 al weer ver achter ons en van de huidige generatie leerlingen op Veerkracht, heeft niemand nog weet van de oude naam. In de overkoepelende organisatie, die in 2006 nogal moeilijk deed, zijn inmiddels al veel meer namen van scholen gesaneerd. Zelfs belangrijke gereformeerde voorgangers uit het verleden als K. Schilder en S. Greijdanus werden naar het geschiedenisboek verwezen. Onze dr. M.B. van ’t Veer was uiteindelijk nooit ‘vrijgemaakt’ geweest, maar juist Schilder en Greijdanus deden er toe!  En in de nieuwe organisatienaam is de ondertitel ‘gereformeerd’ ook niet meer aanwezig. Ach, what’s in a name?

Maar verwijzend naar het begin van mijn blog, ‘What’s in a name?’; doet het er toe welke naam er op een school staat? Doet het er toe welke naam er op een kerk staat? Blijkbaar hebben mensen daar toch een gevoel bij en leggen ze een bepaalde waarde in een naam. Door de jaren heen zijn er emoties met een naam verbonden. Daarom was er de laatste maanden op het internet flink wat discussie over een naam voor het ‘nieuwe’ kerkgenootschap, dat ontstaat als binnen en buiten-verbanders de strijdbijl begraven. Op verschillende fora werden stevige uitspraken gedaan. Dat soort discussies hadden we in 2006 ook. Opeens laaien emoties op en het lijkt wel of iedereen het beter voelt en weet.   Er is een site met de nogal pretentieuze naam: ‘onderwegnaar1kerk.nl‘ (Toch nog steeds het ‘ware kerk’ idee? Was het maar zo dat er straks maar 1 kerk is!).  Natuurlijk ben ik blij dat de twee kerken binnen afzienbare tijd weer een eenheid gaan vormen, een dankbaar gebeuren. Maar ook een samengaan omgeven met tranen, want wat is er veel verkeerd gegaan in de jaren zestig van de vorige eeuw. Op die bewuste ‘onderwegnaar-site’ heb ik spontaan als volgt gereageerd:

“Tja……
Zoveel smaken, zoveel zinnen waarschijnlijk. Toch blijf ik me bij beide namen afvragen waarom er een extra bijvoeglijk naamwoord voor moet. Waarom Nederlandse? Waarvan willen we ons onderscheiden? Van de Belgische, Deense, Duitse, Ghanese, Canadese Gereformeerde Kerken? Het is toch een aanduiding die we in Nederland gebruiken? Waarom er dat dan nog voorzetten? En waarom Verenigde? Dat klinkt al net zo bizar als Verenigde Naties die helemaal niet verenigd zijn, maar doen alsof… Natuurlijk, het zou mooi zijn als alle Gereformeerde Kerken meedoen, het zou werkelijk een Godswonder zijn! Maar ook deze vereniging van twee gereformeerde kerken zal er voor zorgen dat er broeders en zusters vertrekken naar verschillende kleinere gereformeerde kerken, omdat ze het uiteindelijk niet eens zijn met vrouwen in het ambt en aanverwante zaken. Dus toch maar gewoon Gereformeerde Kerken en hopen op een Godswonder!”

Teruglezend zie ik, dat ik in het stukje nog niet eens gerefereerd heb aan de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten en de vele andere varianten (Op de Biblebelt-tentoonstelling hing een gigantisch schema met alle gereformeerden; waarschijnlijk verwijzend naar Johannes 17 vers 21). Afgelopen zaterdag op weg naar een begrafenis kwamen we langs een kerk met een groot bord: “Gereformeerde Kerk (hersteld)”. Dat zou het moeten zijn, dacht ik. De binnen en buiten-verbanders samen, dat is toch ‘hersteld’? Ik kreeg ook associaties met een populair tv-programma (op de BBC en gekopieerd door RTL4 met Umbrto Tan) “The Repair Shop“. We maken er gewoon “The Repair Church” van; de kerk is toch een beetje hersteld, en je kunt je er ook laten herstellen en tegelijkertijd gaat er de roep van uit om te blijven herstellen.

Ooit waren we als gereformeerde school aangesloten bij het ‘Evangelisch Contact Amsterdam’. Baptistenbroeder Gabriel, inmiddels rooms-katholiek geworden, was van die club de stuwende kracht en we vergaderden steeds op een andere plek. Bij de Pinkstergemeente of bij de Christ Church op de Groenburgwal, in de Tituskapel en ook een keer op Veerkracht. We leerden elkaar steeds beter kennen als volgelingen van Jezus Christus, hoe verschillend we ook waren en zijn en dat ook niet onder stoelen en banken staken. Op zeker moment heb ik voorgesteld om op alle aangesloten kerken een bord te laten bevestigen, in de trant van: “hier komen volgelingen van Jezus Christus bij elkaar….”. Bij mijn weten hebben Jezus eerste volgelingen Petrus, Johannes en hun vrienden en ook Paulus geen kerken gesticht. De volgelingen van Jezus kwamen regelmatig bij elkaar en vormden gemeenschappen. Gemeenschappen waar vanaf dag één ook gedoe was, maar die wel bekend stonden voor hun trouw aan de Opgestane en hun liefde voor hun naasten. En mij bekruipt regelmatig het gevoel dat onze Heiland geen instituten (kerken) bedoeld heeft met klinkende namen en eigentijdse organisaties, maar kerken die willen leven naar Mattheus 22 vers 36 tot en met 40.

De Biblebelt

van Urk tot Reimerswaal

Afgelopen zaterdag is in het Museum Catharijneconvent (Utrecht) de tentoonstelling ‘Bij ons in de Biblebelt’ afgesloten. Ik hoorde de directeur zeggen dat de bezoekersaantallen bijzonder waren, ik ving ‘bijna 70.000’ op. Vorige week dinsdagmiddag, een gewone doordeweekse dag en het was echt druk! Een bijzondere tentoonstelling, die toch gemengde gevoelens achterlaat. Het moet eerlijk gezegd, de tentoonstelling was prachtig opgezet, maar het was toch wel een beetje ‘aapjes kijken’. Al die mooie foto’s, die korte filmpjes; natuurlijk geeft het een beeld van een groep gelovigen in ons land. Maar het was behoorlijk veel ‘brede en smalle weg’. Als gereformeerde jongen heb ik toch een redelijke afstand tot de reformatorische wereld, maar tegelijkertijd ligt het gedachtegoed van de reformatorischen heel dicht bij die van de gereformeerden. Veel uiterlijkheden en de daarbij behorende regels van de reformatorischen, waren in mijn jeugd ook de onze. Wij waren dan wel niet van de ‘zwartekousenkerk’, maar een buitenstaander zag wel heel veel overeenkomsten. En laat het duidelijk zijn, gereformeerden en reformatorischen hebben en lezen precies dezelfde Bijbel. En voor beide is de Bijbel; het levende Woord van God. Als cultureel verschijnsel is de Biblebelt best bijzonder, dat ontken ik niet. Al die plaatsnamen aan het begin van de tentoonstelling, heel herkenbaar. Maar tegelijkertijd ook de constatering dat in veel van die plaatsten lang niet iedereen zich schaart onder het gehoor van een ‘zware’ reformatorische predikant.
Toch ook wel een beetje bijzonder is dat er zoveel reformatorischen hebben meegewerkt aan deze tentoonstelling. Zelfbewust stonden ze op foto’s en deelden hun verhaal. En tegelijkertijd vroeg ik me steeds af, maar is dit zo bijzonder? Is het om een buitenstaander te laten glimlachen bij de preek van een Gereformeerde Gemeente dominee, waarin zoveel herhaling en onbegrijpelijk en archaïsch taalgebruik zat, dat er geen touw aan vast te knopen viel? Is het de glimlach om ‘zingen met bovenstem’ of de vrijwel identieke interieurs van jonge reformatorischen? Aan de andere kant is het ook mooi dat er zoveel verbondenheid en gemeenschappelijks is binnen deze ‘zuil’. Is dit wat Jezus bedoelde met ‘wel in de wereld, maar niet van de wereld’ in Johannes 15: 19?

Kruisiging

Toch moest na al dat ‘reformatorische geweld’ het mooiste nog komen. De laatste zaal was bestemd voor ‘reformatorische kunst’. Eigenlijk bedoelden ze denk ik, kunst gemaakt door kunstenaars die zich rekenen of rekenden tot de wereld van de Biblebelt. We liepen Martijn Duifhuizen tegen het lijf, hij wilde op de foto met zijn kunstwerk samen met de directeur van het Museum Catharijneconvent (voor zijn portfolio). Heel kort hebben we elkaar even gesproken en natuurlijk wist hij zich te herinneren dat hij voor ons een exemplaar van Communio Sanctorum had gemaakt. Een heel klein werkje met 1000 namen, waartussen die van Roelof Harm Wimmenhove. Ik heb daar in november 2017 over geschreven. Op de tentoonstelling was ook een exemplaar van Communia Sanctorum te zien. En naar mijn idee totaal niet passend bij de tentoonstelling, maar wel heel indrukwekkend, Duifhuizens grote werk: ‘Kruisiging’. Eén van de ideeën achter dit werk is dat het middelste witte vlak Jezus Christus is en met links of met rechts een perfect vierkant vormt. Ook was er muziek bij te luisteren. Martijn stuurde mij later nog een link met muziek van componist Kees Wisse. Martijn: “Tip: het was best wel druk. Eigenlijk is het mooi om de muziek thuis in stilte te luisteren denken aan de kruisiging… ” Dit werk maakte het bezoeken van de tentoonstelling meer dan waard. En Martijn voegde er nog een prachtige relativering aan toe, “Uiteindelijk zullen we allemaal één zijn als volgelingen van Jezus”. Op Communia Sanctorum staan de namen van 500 protestanten en 500 katholieken. Allerlei denominaties bij elkaar op een kunstwerk! Dat is immers onze toekomst! Gereformeerd of reformatorisch zal uiteindelijk niets uit maken, denk ik.

Wat als …

We reden vanuit Kampen weer naar Amsterdam. Het strakke polderlandschap met tientallen naar de hemel wijzende windmolens, gleed aan ons voorbij. Uitgebreid spraken de politicus, de historicus en ik door over de promotie van onze jonge dominee. Met verve had Marinus de Jong in de Lemkerzaal van de Broederkerk zijn proefschrift verdedigd. Wandelend langs de Vloeddijk had ik de geur opgesnoven van Theologische Hogeschooldagen, in mijn gedachten hing die nog steeds aan de nu rustige grachten van het Hanzestadje Kampen. Met duizenden bezoekers vulden we in mijn jeugdjaren statige kerkgebouwen en toen het mis ging in de kerk, werd het zelfs een toogdag in tenten. In die jaren 60 van de vorige eeuw, mijn jeugdjaren, leefde het onderwerp van studie waarop Marinus promoveerde al niet meer. In 1952 verloren de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (de artkel 31-ers), plotseling hun leider professor Klaas Schilder, 61 jaar oud en op dat moment werkzaam aan de Theologische Hogeschool. In 1944 was hij aan de kant gezet door de synode, met als gevolg een flinke uittocht van dominees en kerkleden uit de Gereformeerde Kerken. Een bizar stuk geschiedenis overigens, want hoe haalden mensen het in hun hoofd om in een land dat gebukt ging onder Duitse bezetting, een kerkstrijd te voeren? In de nazomer van 1944 waren al meer dan 100.000 Joodse landgenoten, Roma en Sinti, via Westerbork naar de vernietigingskampen gestuurd. Moesten gereformeerden daar niet tegen in het verweer komen en zich er kapot voor vechten? En toen in de zomer na bevrijding, door de geallieerden, hier en daar Joodse overlevenden probeerden hun huizen en bezittingen terug te vinden, waren ‘vrijgemaakten’ bezig kerkgebouwen te organiseren. In Hoogeveen, mijn geboorteplaats, waar zo’n 300 Joodse bewoners slachtoffer werden van de ‘Endlösung’, werd uiteindelijk de synagoge een ‘vrijgemaakte’ kerk, ontdaan van alle Joodse symboliek. De enkele tientallen overlevenden (door onderduik) keerden Drenthe goeddeels de rug toe. Meester Veldman had daar zelfs een bijbeltekst bij gevonden; Genesis 9: 27 “Moge God ruimte geven aan Jafet, hem laten wonen in de tenten van Sem; knecht van Jafet zal Kanaän zijn“. De uitleg daarbij werd dan; wij stammen als christenen af van Jafet en het Joodse volk stamt af van Sem. Nu ‘wonen’ wij in het huis van Sem. Maar dit terzijde… 
Professor Klaas Schilder was trouwens één van de weinige theologen die zich in woord en geschrift zeer kritisch had uitgelaten over het nationaal-socialisme van de fascistisch bezetter. Hij moest zelfs onderduiken, zijn denkbeelden werden verboden. 

Op de theologie van deze kerkleider promoveerde onze dominee. En alhoewel het geheel een flink theologisch gehalte en vaktaal bevatte, was het ook voor niet-theologen goed te volgen. In het ‘lekenpraatje’ legde Marinus het verband tussen ‘het denken van Schilder over de relatie tussen kerk en wereld’ op een aansprekende manier uit. Hij trok daarbij de lijnen door naar vandaag, refererend aan het de ideeën van de Londense predikant Sam Wells en een huurder van de Oosterparkkerk die onder leiding van Ras Sjamaan ‘Ecstatic Dance’ organiseert. Schilder, zo maakte de promovendus duidelijk, zei dat de kerk ‘hier en nu’ is, de kerk hangt niet aan het geloof van de deelnemers en haar gedrag. Het gaat niet om een christelijke monocultuur, want ‘de kerk is het middel, de wereld is het doel’. En die laatste uitspraak is dan ook niet voor niets de titel van zijn doorwrochte proefschrift. Maar dansen in de kerk, dat was niet des Schilders.
Vervolgens werden voordat aan Marinus de titel ‘doctor in de theologie’ mocht gaan voeren, door verschillende opponenten vragen op hem afgevuurd. Verschillende aspecten kwamen hierbij aan de orde. Dr. Kooij (VU) vroeg door over het schisma in de kerk (1944) en of dat vanuit het theologische denken niet te vermijden was geweest. Marinus gaf daarbij aan dat het in die dagen het juridische enorm de overhand nam, zeker bij Schilder. Wat als hij en zijn medestanders zich ook door andere factoren hadden laten leiden? Vervolgens werd op de vraag van dr. Brinkman (VU) flink doorgesproken over de uitleg van de Bijbel en de rol van de confessie. Hier kwam ook het gedachtegoed van de Amerikaanse theoloog Stanley Hauerwas aan de orde, omdat Marinus die in zijn studie had betrokken, waar het ging om de verhouding tussen kerk en wereld. Tegenover de Groningse professor van ’t Slot (RUG) moest Marinus flink in de verdediging; Schilder was niet zo militant en scherpslijperig zoals vaak wordt gedacht. En volgens Marinus was Schilder ook niet heel optimistisch over wat mensen doen in de wereld; “Schilder is dialectischer dan we vaak denken”.
Dr. Ad de Bruijne (TU), die zich ook flink heeft bezig gehouden met Hauerwas, vroeg door over de verhouding van de kerk en christelijke organisaties. Interessant ook voor het huidige kerkelijke leven en de mensen die aangesloten zijn bij een kerk. Marinus die blijkbaar alles heeft gelezen wat professor Schilder allemaal heeft geschreven, gaf aan dat bij Schilder ‘de confessie’veel meer in beeld is, dat dat het springende punt is. Ben je het daar over eens, dat valt er ook buiten de kerkmuren met christenen veel werk te verzetten. Hauerwas wil eigenlijk dat de kerk alles doet. En in antwoord op dr. Koert van Bekkum (TU) liet Marinus merken ook de preken van Schilder te hebben bestudeerd en die gaan niet over haat, maar steeds weer over het Verbond en niet zozeer over verkiezing. Tot slot vroeg de Nederlands-Gereformeerde dr. van der Dussen (TU)door over de ideeën van Schilder en de doorwerking daarvan bij de ‘binnenverbanders met hun ‘ware kerk’gedachte en de ‘buitenverbanders’ met een meer dynamische kerkopvatting à la Schilder.

En toen zaten we opnieuw met de gedachte; wat als… Wat als professor Schilder in 1952 niet zo plotseling was gestorven en zijn leidende rol binnen de GKV daarmee ook voorbij was? Op de rechte polderwegen filosofeerden we daar nog wat over door. Het ‘hora est’ van de pedel maakte een eind aan de discussie met van der Dussen, maar de vragen blijven wel staan. Als de volgelingen van Schilder niet zo gehamerd hadden op het aambeeld van ‘doorgaande reformatie’, als een wat oudere en bezadigdere Schilder zijn volgelingen een wat openere blik had gegund, wat als…
Schilder was blijkbaar een leider en voorganger, die in zijn tijd, zijn hoorders kon boeien. Uit mijn boekenkast heb nog es het boek van Felderhof en van der Stoep gepakt: “In de houten broek”. Van der Stoep schrijft daarin een prachtig hoofdstuk, over een bezoek dat hij brengt aan een dienst waarin Schilder voorgaat. “Een schatgraver op een Rijnsburgschen preekstoel”. Zondag 11 februari 1940 heeft hij daar onder het gehoor van de jonge professor gezeten. Prachtig wordt het Rijnsburgse kerkvolk getekend, maar ook de professor die preekt over “Als hij (Judas) dan uitgegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt, en God is in Hem verheerlijkt. (Johannes 11: 31). Hij krijgt de hoorders stil, want er wordt nauwelijks meer gehoest! Er volgt dan een boeiend preekverslag, waarin de spade, volgens van der Stoep, steeds dieper gaat. Aan het eind vraagt hij zich af of de hoorders het wel begrepen hebben, “de ouderling, de koster en de vrouw achter ons, de man op ’t orgel en het lid van de J.V., de groothandelaar en het kind en de ouwe man en de dokter, de bloemenventer, de secretarieklerk, het dienstmeisje en de onnoozele Hannes? Wat heeft de professor er zelf van begrepen? Dit is nog de vraag die ’t meest intrigeert.” ….. “Wat is een preek toch een onmachtig ding, zoodra men op straat en achter zijn kopje koffie komt, als men de lange rij menschelijke beperkingen ziet, waaraan zijzelf en haar invloed en uitwerking onderworpen is. Maar wat is zij machtig – en dat ziet ook alleen het geloofsoog – als bouwmateriaal in Gods hand om zijn gedifferentieerde gemeente te stichten en op te bouwen in het allerheiligst geloof.”

Dat laatste wensen we ook onze weledelzeergeleerde heer Marinus de Jong toe en dat zijn jarenlange studie er aan mag meewerken. Dat het kerkvolk van de Oosterparkkerk gesticht moge worden. Waarvan akte!

Bij de jaarwisseling 2018 – 2019

alleen al vanwege de cartoons is een abonnement op de krant een plezier

Door de jaren heen heb ik de gewoonte ontwikkeld om er een schrijfboek op na te houden. Mijn MOLESKINE gaat overal mee naar toe. Naar de kerk, een discussieavond in de Rode Hoed, een promotie in de VU en ook mee op vakantie natuurlijk. Wanneer ik terug blader is het dan ook een samenraapsel wat betreft aantekeningen. Heel zo nu en dan staat er een tekening tussen omdat ik wil onthouden hoe een en ander is gebouwd of in elkaar steekt. Zo heb ik een keer bij een dienst in de Noorderkerk aan de Prinsengracht de plattegrond van dat prachtige gebouw zitten tekenen. Mijn laatste aantekenboek begint op Oudejaarsdag 2016 en is, op enkele bladzijden na, volgeschreven. Wanneer ik begin te bladeren vanaf het begin van dit jaar, kom ik van alles tegen. Preken, lezingen en heel zo nu en dan wat aantekeningen over dagelijkse gebeurtenissen. Sollicitatiegesprekken met kandidaat dominees voor de Oosterparkkerk, maar ook een studieavond met Otto de Bruijne in de OPK. Ik kom een verslag tegen van een gesprek met de hoofdcommissaris. Na een mailtje werd ik keurig uitgenodigd op het hoofdbureau en konden we nog eens rustig van gedachten wisselen over het verschrikkelijke ongeluk van Harm. Goed om nog eens te praten en te delen met een medebroeder. Inmiddels is bekend dat Aalbersberg gaat vertrekken naar Den Haag en Het Parool interviewde hem een paar weken terug. Bij een vraag over God, verwees hij naar het gewone dagelijkse christen zijn en wees daarbij op de “Hoop voor Noord” van Jurjen ten Brinke. Daar wordt leven met Jezus in de dagelijkse praktijk toepast, gaf hij mee.
Er is veel om met plezier op terug te zien, zoals een geweldig avond in Veenendaal, waar een optreden was van ‘Sons of Korah’. ’s Middags hield de leider van de band, Matt Jacobi, een verhelderende voordracht over ‘wraakpsalmen’, een indrukwekkend exposé.  Ik kijk uit naar de vertaling van zijn boek over de Psalmen. Mijn aantekeningen vullen zich bladzijde na bladzijde en ik zie wanneer naar mijn idee een dominee er niet veel van gebakken heeft; dan kom ik nog niet tot een halve pagina. Franca Treur komt voorbij, zij hield een boeiende lezing die een inkijk gaf in het Reformatorische leven. Ds. Brouwer van Duivendrecht had haar uitgenodigd in het kader van de 400-jarige herdenking van de Synode van Dordrecht. Treffende uitspraak van de schrijfster: “Mooi dat ‘schuld’ een plek heeft in religie.” Met dat laatste bedoelde ze waarschijnlijk toch gewoon het ‘gereformeerde/reformatorische geloof’ lijkt me.

Maar wat nu? Alles overziend… Wat heeft 2018 ons gebracht? In mijn aantekenboek en ook in mijn Moleskine-agenda kom ik de schaduw herhaaldelijk tegen. In kleine korte aantekeningen en gebeurtenissen. Harms vrienden die aanschoven aan tafel, de hele procedure met het Hof rond artikel 12 en de gesprekken met de advocaat. Al dagen wilde ik een spetterend jaaroverzicht maken. Wat zou ik deze keer doen? Alle gelezen boeken op een rij? Of een paar gebeurtenissen breed uitgediept en becommentarieerd? Een verhaal over solliciteren en weten dat het niets oplevert? Het werd het één niet en het ook het ander niet. Ook terugbladerend in mijn blogs, ik vond het niet.

de krant van zaterdag

Maar opeens vanmorgen, na het boodschappen doen voor iets lekkers bij het glas wijn op Oudejaarsavond, verdiepte ik mij in de zaterdagbijlage van de krant. Toen wist ik het, mijn terugblik wordt een oproep. Een oproep om meer de krant te lezen. In een gezelschap durf ik er soms niet eens meer over te beginnen, mensen reageren dan besmuikt. Ach.. een abonnement is veel te duur, ach je leest het nieuws maar van één kant, hmmmm.. je hebt toch gewoon nu.nl? Allemaal waar; voor veel andere argumenten ook, valt best wat te zeggen. Maar toen ik vanmorgen weer een poosje zat te lezen, kwam er maar één gedachte in mij op; dit moeten mijn broers en zussen in de kerk lezen, dit moeten mijn buren lezen, dit moeten….. Het essay van hoofdredacteur Sjirk Kuiper was er eentje om in te lijsten, zo goed. En daarna las ik het interview met Marilynne Robinson, stilzettend en diepgravend!
Vaak is het gewoon even die dagelijkse bezinning, bladeren en een artikel hier en een stukje daar. Soms iets laten liggen voor het weekend of de namiddag. Even de computer aan de kant, geen telefoon, maar gewoon de krant. Papier dat ritselt, dat makkelijk scheurt, dat we vroeger gebruikten als wc-papier, intrigerend, maar ook scherp en fel en positiebepalend. Het kan aanzetten tot discussie en je durft weer te vragen; hé heb jij dat ook gelezen?
Ik wens u een gezegend 2019, met vooral veel kranten-leesplezier!