Categorie: kerk

In het klimaat van het absolute

in het klimaat van het absolute‘Een handleiding voor kerkscheuringen’ . Het zou een ondertitel kunnen zijn van het proefschrift van Ab van Langevelde. Met zijn biografie over professor Veenhof verkreeg van Langevelde vorige maand in Kampen een doctorstitel in de theologie. Een goed geschreven levensverhaal, dat blijft boeien tot het eind. Opgegroeid in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, kan ik er maar een beetje over meepraten. Eerder heb ik wel eens geschreven over de Synode van Hoogeveen (1969-70), mijn vader zat toen in de huisvestingscommissie. Die synode, ik was 13, heb ik dus als beginnend puber meegemaakt. In Hoogeveen was er vrijgemaakt kerkelijk zeker sprake van een zijn ‘in het klimaat van het absolute’ (de ondertitel van de dissertatie). Wij hadden in Hoogeveen als predikant dominee Joh. Francke en die wist waar hij het over had. Rond de kwestie van dominee van der Ziel in Groningen, in het biografie over Veenhof komt het uitgebreid aan de orde, liet ook dominee Francke zich niet onbetuigd. Tijdens het grote gebed in een kerkdienst werd deze kwestie uitgebreid bij de Heere gebracht. Daarin klonk natuurlijk een oproep tot bekering door, dominee van der Ziel zat immers fout! Ik zal nooit vergeten dat tijdens zo’n lang gebed een hele familie uit ergernis de bank uit stommelde. Vanuit mij ooghoeken zag ik een klasgenootje meegetrokken worden door zijn vader. Het kan niet anders dan dat deze familie later ‘buitenverband’ werd.
Ik merk dat ik gelijk afdwaal naar het persoonlijke, mijn eigen verhaal. Bij het lezen van deze biografie had ik dat regelmatig. Namen van predikanten waar je gelijk een beeld bij hebt, gebeurtenissen waar je eerder over hebt gelezen. Verschillende keren ook ben ik mijn boekenkast ingedoken en heb ze erbij gepakt. De acta van de eerste vrijgemaakte synode in 1945, verschillende boeken van K. Schilder, maar ook Veenhof bleek in mijn boekenkast te staan. Wanneer je nog eens bladert door “Predik het Woord’, roept dat herinneringen op aan avonden discussiëren op de mannenvereniging, onder het genot van een goede sigaar. Voor de goede verstaander is het nog steeds een leesbaar en boeiend boek, ook kun je het op marktplaats voor €4,- kopen.

predik het woordDe biografie over professor Veenhof is ook een kerkgeschiedenisboek. Dat maakt het dus dubbel boeiend. Het geeft een mooie indruk van het drukke leven van een jonge predikant voor de Tweede Wereldoorlog, midden in het kerkelijk leven. Bevriend met K. Schilder weert Veenhof zich geducht in de steeds heftiger wordende kerkstrijd, die ook in de oorlog gewoon doorgaat. Verzaken is er op dat gebied niet bij. Mooi tekent de schrijver Veenhof, deze wil eigenlijk niets liever dan een wapenstilstand in de kerk, probeert daarom Schilder ook af te remmen. Wachten tot de verschrikkelijke bezetting door de Duitsers achter de rug is. Veenhof zal zich dan ook pas na de oorlog bij de artikel 31-ers voegen. Van Langevelde laat vervolgens goed uitkomen dat na WOII het klimaat in de vrijgemaakte kerk steeds absoluter wordt. Er is alleen maar goed of fout, één ware kerk en alle andere kerken zijn daarmee vals. Op de HAVO leerde ik het zo van de schoonzoon van K. Schilder. Zelfs de Christelijk Gereformeerden waren valse kerk volgens zijn zeggen. Uiteindelijk liep dit hele absolute denken uit op een nieuwe scheuring in de tweede helft van de jaren zestig.

Tijdens het lezen besefte ik dat mijn ouders en vele ouders van generatiegenoten in die sfeer van goed en kwaad, waar en vals zijn opgegroeid. Natuurlijk waren er heel veel broeders en zusters in de kerk die wel wat ‘rekkelijker’ waren, maar de heersende stroming was duidelijk. Mijn ouders lazen naast het Gereformeerd Gezinsblad ook de Reformatie, beter was er niet. Het leert dus ook veel over hoe we in onze opvoeding zijn beïnvloed en daar uiteindelijk ook weer op reageren. Daarmee heeft van Langevelde een prachtige spiegel gemaakt. Een spiegel die je het verleden op een rustige manier voorhoudt. Fouten over en weer, er wordt niet over gezwegen. Menselijke zwakheden zijn er in het verhaal te over. Maar het laat ook heel eerlijk de drijfveren zien van onze ouders en grootouders. En steeds weer met een beroep op Gods Woord en daarmee op Zijn Waarheid. Het kan haast niet anders dan dat je dit levensverhaal leert relativeren. Waarom je zo druk maken over al die verschillen en strijdpunten, die wanneer je jaren later terugkijkt, gewoon het ruziemaken niet waard zijn. Bergen blijken opeens kiezelstenen te zijn.

ds. Joh. Francke
ds. Joh. Francke 1908-1990 foto uit ‘Er staat geschreven… Er is geschied’ met als onderschrift: ‘Mag wat kan?’

Een forse aanbeveling dus om te gaan lezen. Lees het verhaal over Veenhof en daarmee het verhaal van een vorige generatie, maar wel een generatie waar wij uit geboren zijn. Misschien kunnen we er wat van leren. Helaas zijn er nog steeds duizenden gereformeerden die zich als maar vastbijten in stelligheden en mijns inziens vergeten dat onze Heiland Jezus omkeek naar hoeren en tollenaars en de Farizeeën veroordeelde vanwege hun wetticisme. En pas op, voor je weet zit je in je eigen denkraam en denk je het beter te weten dan die ‘strenge’ broeders en zusters. De dominee van mijn jeugd was een diehard zei men weleens. Tegelijkertijd was hij een diepgelovig man die naar eer en geweten streed voor Gods eer. Dat laatste vergeten we dan vaak snel. Ondanks al het absolute waren het gelovige mensen die geestelijk met elkaar op de vuist gingen. Achteraf had dat anders gekund en gemoeten. Een mooie opdracht om het absolute achter ons te laten en eenheid te zoeken met zo veel broeders en zusters die ook willen leven van genade.

dag heur… 2

“En daar is dan het boek dat ik zelf had willen schrijven. Nu ja, een boek met een thema waarover ik zelf had willen kunnen schrijven. “ Zo begint de bespreking van ‘Donderdagmiddagdochter’ van Elizabeth Kooman in LITER (christelijk literair tijdschrift) december 2013. De recensie van Kooman laat zien waar het boekje van 155 pagina’s zo sterk in is en ook dat het literair zich kan meten met de vele andere literatuur die niets met het christelijke te maken wil hebben. De stijl waarin Stevo Akkerman schrijft is boeiend, zakelijk, registrerend, maar komt ook heel erg dichtbij. In een interview in het ND geeft de schrijver duidelijk toe, dat het boek over een zoektocht naar zichzelf gaat. Wie ben ik, waar kom ik vandaan en wat heeft gemaakt dat ik ben, wie ik ben. Opgegroeid in de gereformeerd kerk, schrijft Stevo Akkerman uitgebreid over zijn jeugd en opvoeding.

foto Rufus de Vries in het ND van 4.10.2013
Stevo Akkerman in het ND van 4.10.2013 (foto Rufus de Vries)

Het opgroeien binnen die kerk lijkt bepalend voor de rest van zijn leven. Wanneer dochtertje Evy Elise na de geboorte overlijdt omdat ze geen nieren heeft, zet dat zijn leven en ook dat van zijn vrouw op z’n kop. Mede daarom gaat hij op zoek naar zijn geschiedenis en wat voor invloed dat heeft op zijn omgaan met verlies. Akkerman beschrijft dat vervolgens op een bijzonder eerlijke en vaak ook ontroerende manier, waarin hij zeker zichzelf niet spaart.
Wat Stevo Akkerman schrijft over zijn opvoeding en kerkelijke cultuur waarin hij opgroeit, is naar mijn idee zeer herkenbaar voor verschillende generaties gereformeerd-vrijgemaakten. In meerdere of mindere mate kunnen zij het zo aanvullen met verhalen uit de jaren zestig en zeventig en tachtig. Ik herken veel uit mijn eigen verleden en toen ik mijn schoonfamilie leerde kennen, leerde ik het zelfs het kwadraat van gereformeerd zijn kennen. Ik herken het ook uit de verhalen die we uitwisselden op het lyceum in Groningen, daaruit donderdagmiddagdochterkwam hetzelfde beeld naar voren. Voor velen uit mijn generatie is het dus een herkenbaar verhaal en datzelfde geldt denk ik ook voor veel veertigers en misschien ook nog wel dertigers. Door het lezen en herlezen wordt je geconfronteerd met je verleden en ook hoe je dat vandaag vorm geeft. Wat was dat bij mijn ouders? Waarom deden ze, zoals ze deden? Ik weet zeker dat er veel geloof was, binnengehouden geloof weliswaar, maar veel geloof. Vaak leek het hart niet aan bod te komen. Alles was gegoten in duidelijke afspraken en regels, keurig verstandelijk beredeneerd. Dat maakte het kerkelijk leven overzichtelijk en ook gemakkelijk. Wanneer er van de regels werd afgeweken, werd dat daardoor ook gelijk onderwerp van discussie en soms nog weer stelliger stellingnames. En wat Gezinsblad en Reformatie vervolgens zeiden, was dan de ultieme waarheid. Bij jonge mensen heeft dat veel angst gegeven. De alomtegenwoordige God, die alles ziet, weet je altijd te vinden. Doe ik het goed? Kan ik het verantwoorden? Kerkelijke regels werden gelijkgesteld met Gods regels.
Door wat voor oorzaken ook, de cultuur in de kerk is inmiddels totaal verandert. Voor veel kerkmensen maakt het dat ingewikkeld. Begrijpelijk, maar het moet ook aan het denken zetten. Niet alleen maar terugdenken aan de jaren in de tweede helft van de vorige eeuw als groots en geweldig. De muren om onze denominatie waren, denk ik, veel te hoog en de ramen veel te vaak potdicht. Daarmee wil ik niets afdoen aan wat kerken hebben laten zien van wat Christus kan beteken in het leven van mensen. ‘Donderdagmiddagdochter’ laat ons in ieder geval in de spiegel kijken. Hoe je het ook wend of keert, je kunt dan niet wegkijken.
Heel veel mensen die opgegroeid zijn in de GKV hebben die kerk inmiddels verlaten. Soms omdat ze het geloof totaal zijn ‘kwijtgeraakt’. Maar ook zijn velen vertrokken naar kerken en gemeenschappen, waar naar hun gevoel geloven met hoofd en hart veel meer in evenwicht is dan binnen de GKV. Heel veel broeders en zusters prikten door de buitenkant heen en zeiden letterlijk gedag. En de kerk zei soms ook maar gewoon ‘dag hoor….’ terug. Verlegen en zich vaak niet bewust van wat de gevolgen zijn van een alleen maar uiterlijk christelijk geloof.
In de bundel VRIJGEMAAKT (zie ‘dag heur 1….’) is dat naar mijn idee ook een terugkerend thema. Als kerken zijn we zo verschrikkelijk veranderd, dat we al vergeten zijn waar het fout ging. Juist van die fouten zouden we moeten willen leren. Niet de ogen sluiten en alleen maar restaureren. In gesprek gaan, er over schrijven, fouten durven toegeven en nog meer in woorden en daden echt discipel van Jezus Christus willen zijn. En wanneer dat betekent dat iemand alleen maar stil op de achterste rij in de kerk wil zitten, mooi!
Ik hoop dat de schrijver Stevo Akkerman opnieuw de rust vind om een boek te schrijven. Wat mij betreft mag dat best over de Vrijmaking gaan.

voorbergPS    In het ND werd melding gemaakt van een discussieavond (29.01) tussen vader en zoon Voorberg. Via een live stream kon je volgen wat er in het gebouw van de GKV van Rouveen plaatsvond. Aangezien Rikko Voorberg mede door onze OPK in Amsterdam-Oost betaald wordt is het interessant om zo iets te volgen. Helaas heb ik de echte discussie niet meer gevolgd, want het was slaapverwekkend om alsmaar naar een een grote groep koffiedrinkende broeders en zusters te zitten kijken. Wel grappig dat je dan opeens de maker van ‘Hemelbestormers’ door het beeld ziet schuiven. In het beeld dat vader en zoon oproepen zit heel veel wat herkenbaar is. Een begin zestiger en een dertiger geven aan waar het volgens hen om wringt in de kerk. In het ND-verslag stond gelukkig ook een verslag van de discussie. Daar kwamen de relevante vragen naar voren. Waar blijven onze jongeren? Lopen de kerken niet leeg? Hoe leef je als christen zo dat anderen er door aan getrokken worden? Rikko deed een prachtig voorstel: meld de GKV van Rouveen bij het gemeentebestuur aan als vrijwilliger! Ik besef ook wel dat eenvoudige en gemakkelijke antwoorden op de gestelde vragen niet bestaan. Maar zowel popup-kerk als gezinnetjeskerk zullen iedere keer weer moeten bedenken en in praktijk brengen, wat het is om dagelijks wedergeboren te worden en Jezus te volgen. Daarnaast hoop ik dat deze interne vrijgemaakte discussies er voor zullen zorgen dat we samen met heel veel andere kerken (denominaties) gaan uitstralen wie de Zoon van God is in het leven van christenen.

Dag heur… in memoriam ds. C.J. Breen 1924-2014

ds. C.J. Breen bij zijn 60 ambtsjubileum in 2013
ds. C.J. Breen bij zijn 60 ambtsjubileum in 2013

Het jaar 1969, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt stonden in brand. De voormalige synagoge in Hoogeveen waar we zondags kerkten was doordeweeks  maandenlang het strijdtoneel van de geachte afgevaardigden. De strijd over afvaardiging A en B uit Noord-Holland laaide hoog op. Ds. C.J. Breen uit Katwijk zal zich over deze kwestie zeker niet onbetuigd hebben gelaten. Maar als beginnende puber hield ik me daar niet mee bezig. Wel heb ik met verbazing zo nu en dan gekeken naar die vreemde dominee uit West-Nederland die bij ons logeerde. Onze moeder maakte speciaal ontbijt voor hem en ongetwijfeld gebruikte hij dan zijn witte zakdoek als servet. Voor ons Hollandsevelders die thuis altijd Drents met elkaar spraken was de logerende dominee met zijn deftige spraak een bijzondere verschijning.
Bijna tien jaar later begon ik als schoolmeester op de dr. M.B. van ’t Veerschool in Amsterdam . Nooit zal ik mijn eerste verjaardag als leerkracht vergeten. Even na de kleine pauze kwam de afgevaardigde van het bestuur op bezoek in de klas en de leerlingen van klas 4 luisterden ademloos mee naar de feestelijke toespraak van ds. Breen. Namens het bestuur bood hij een doos sigaren aan en eindigde met een krachtige uithaal op mijn initialen; Roemrucht, Jeugdig en Welvarend, het klonk bijna profetisch. Met een deftig: ‘dag heur’ en een kenmerkend majesteitelijke gebaar trok hij de deur achter zich dicht. Achter in de klas imiteerde een leerling zachtjes het ‘dag heur’. Later werd het bij sommige leerlingen een staande uitdrukking.
Ds. Breen was in 1970, na alle kerkelijke verwikkelingen en scheuringen door de ‘binnenverbanders’ naar zijn geboortestad Amsterdam gehaald. Je zou dat haast letterlijk kunnen nemen, want ds. Breen reed geen auto. Het verhaal ging dat zijn medestudenten, toen hij in Kampen theologie studeerde, hem min of meer hebben leren fietsen. Een rijbewijs heeft er blijkbaar nooit ingezeten. Al snel zat de predikant in het bestuur van de Amsterdamse gereformeerde lagere school. Trouw bezocht hij de bestuursvergaderingen en liet zijn invloed gelden. Toen al zijn termijnen in het bestuur voorbij waren, werd hij gevraagd adviserend bestuurslid te worden. Op die manier was hij toch betrokken. Toen hij ergens halverwege de jaren tachtig op een maandagavond vanuit Slotermeer huiswaarts keerde met de tram, sukkelde hij langzaam in slaap. Het was waarschijnlijk weer erg laat geworden. Achter het paleis op de Dam schrok hij wakker en stapte snel uit om over te stappen. Enkele onverlaten hebben hem toen beroofd, waarbij hij, inmiddels weer alert, niet alles wat hij bij zich had, afgaf. Toch heeft dit voorval hem later behoorlijk parten gespeeld. Waarschijnlijk meer dan hij zelf liet blijken.

Inmiddels woonden we sinds 1980 als gezin Amsterdam. Zo kregen we in de Oosterparkkerk te maken met deze markante voorganger. Altijd uit het hoofd prekend, met alleen wat krabbels op een giro-envelop. Een dominee ook met meerdere gezichten leek het wel. Vaak geen tegenspraak duldend van de kerkganger en zijn stellige meningen als zijnde Gods Woord van de kansel verkondigend. In een preek beweerde hij letterlijk dat wanneer je je kind niet zo snel als mogelijk was liet dopen (de vroegdoop), de doop dan minder waard was. In mijn jeugdige overmoed probeerde ik daarover in zijn studeerkamer met hem de discussie aan te gaan, helaas tevergeefs. Zoals hij het gezegd had, had ik het niet moeten opvatten.
Zo ‘omstreden’ als ds. Breen in die tijd bij sommige gemeenteleden was, zo geliefd was hij bij veel broeders en zusters buiten de gemeente. Wanneer kerkleden van de GKv ergens uit Nederland in een Amsterdams ziekenhuis terechtkwamen, was ds. Breen een trouwe bezoeker. En ook bij genabuurde kleine gemeentes zonder predikant, was de Amsterdamse dominee een geziene gast. Dat zorgde er trouwens ook voor dat de ochtenddiensten, die lange tijd om kwart over negen begonnen, niet eindeloos gerekt werden. Immers om half elf stond er meestal een broeder uit Krommenie, Halfweg of Hoofddorp voor de kerk in zijn auto te wachten.
Ds. Breen had een scherp oog voor kerkelijke zaken, maar ook een liefdevol en groot hart voor zijn Heiland, Jezus Christus. Soms een scherpslijper, maar dan opeens weer ruimdenkend. Bij een discussie in de kerkenraad over het wel of niet mogen fotograferen tijdens een ‘huwelijksdienst’ gaf zijn argumentatie de doorslag. ‘Stel je voor’, zei ds. Breen, ‘dat later het betreffende echtpaar in een huwelijkscrisis komt en één van de echtelieden bladert nog eens door de bruidsreportage, dan komt hij of zij ook de foto tegen van de kerkelijke plechtigheid en komt hopelijk in gedachten dat ze ooit voor Gods aangezicht elkaar trouw hebben beloofd.’ En daarmee was het natuurlijk einde discussie. Toen een oudere broeder met Telderiaanse ideeën overleed, zei ds. Breen in het gebed: ‘En nu zal hij weten dat hij ongelijk heeft gehad!’. Soms dus heel breed denkend en even later ook weer hard oordelend en antithetisch. Achteraf heb ik me wel eens afgevraagd hoe vaak moet ds. Breen zich onbegrepen hebben gevoeld?

de Oosterparkkerk vastgelegd door Daan van Driel
de Oosterparkkerk vastgelegd door Daan van Driel

In het vorig jaar verschenen boek ‘De tekenaar’, waarin dagboekaantekeningen van Daan van Driel zijn gebundeld, komen we ds. Breen regelmatig tegen. Dat begint al in 1949 wanneer reclametekenaar en kunstenaar van Driel bij mevrouw B en haar zoon op huisbezoek gaat. Die zoon is kandidaat dominee en een van de leidende figuren van de nieuwe, vrijgemaakt gereformeerde kiesvereniging: “Ik zal mijn stembiljet blanco laten, aangezien niemand van de AR-kandidaten (Antirevolutionaire Partij; later opgegaan in het CDA) in onze stad de vrijgemaakte kerk erkent. Deze leiders kunnen we ook in de politiek niet meer vertrouwen.” ‘Ik heb mijn twijfels’, is dan het droge commentaar van broeder van Driel. (pg 97) In 1974 geeft br. Van Driel een prachtige schets over de preektrant van ds. Breen: ‘We hebben nu een versterker op de kansel die het geluid van de menselijke stem tot in alle hoeken en met alle nuances in ons kerkgebouw kan overbrengen. De stem van de kansel had een volume dat Het Woord overstemde. Die stem dreigde de nieuwe versterker stuk te spreken. Soms had ik de neiging om de vloedgolf van woorden af te dammen door mijn oren dicht te stoppen. “Moet dit nu zo hevig dominee?” Van begin tot eind uit hij op bijna overslaande sterkte zijn volzinnen en dat over een tere zaak als het gebed.’ (einde citaat) In 1979 preekt de dominee zo stevig over de kerk dat van Driel er beroerd van wordt. Hij wil graag in gesprek met de voorganger, want de toon is fortissimo hoog en met kracht worden de volzinnen uitgesproken en er is geen speld tussen te krijgen. Geen ruimte om even stil te staan. ‘Na het ‘amen’ ben je geestelijk murw geslagen. Van Driel wil graag uiting geven aan zijn gevoel, maar ‘de prediker heeft al een dampende, verse sigaar aangestoken en oogt te massief om eraan te gaan peuteren met mijn onbestemde bezwaren.’ In 1985 schrijft van Driel over het fulmineren van de dominee tegen de machtspositie van de paus van Rome. ‘Het werd met veel vuur en verve gebracht. Dat stelde me voor vragen, lastige vragen. Vragen die helaas in de hele preek niet in aanmerking kwamen voor antwoord of zelfs maar gesteld werden. Ook maar de kleinste speld was er niet tussen te krijgen, laat staan de twijfelvraag of dit nu allemaal wel zo was.’
Boeiend in deze fragmenten vind ik dat een oudere broeder, in 1985 is van Driel 76 jaar, zich niet meer neerlegt bij de aloude stelligheden die ds. Breen verkondigt. Hij verwoorde daarmee het gevoel van meer hoorders. Terugkijkend heeft die stelligheid in de prediking, broeders en zusters verwijderd van de kerk. Algemeen bekend was dat het op kerkenraadsvergaderingen flink te keer kon gaan. Daarmee leg ik niet één op één de directe schuld bij de predikant. Het heeft ook alles te maken met de toenmalige sfeer in de vrijgemaakte kerken; gesloten, stevige standpunten en de ramen dicht. Gelukkig kan dezelfde broeder van Driel ook de andere kant zien. Want in 1986 is hij uitgesproken lovend over de oudejaarspreek van dominee Breen. Deze behandelde de laatste zondag van de Heidelbergse Catechismus, die over de laatste bede in het Onze Vader gaat. ‘En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.’ Die preek was volgens van Driel: rijk, verrassend en vertroostend.
In één van mijn oude agenda’s kan ik terugvinden dat ds. Breen op vrijdag 8 december 1989 feestelijk afscheid nam van onze gemeente, de Oosterparkkerk. Regelmatig keerde hij vanuit Drachten nog terug naar de hoofdstad des lands. Om te preken, maar ook om de novieten van Petrus Plancius aan het begin van hun studie in te wijden in het ‘wereldse Sodom en Gomorra’. Voor Plancianen een onvergetelijke gebeurtenis. Zo kregen ze in de Oude Kerk, midden in de buurt van lichte zeden, een uitgebreide uiteenzetting over de Alteratie op 26 mei 1578. Ds. Breen had dan inmiddels al lang in de smiezen wie wie was van de nieuwe lichting studenten. Wie hij ‘gedeupt’ had, welke vaders en moeders hij ‘gedeupt’ had en wie er belijdenis des geloofs bij hem hadden afgelegd. In september 2013 heeft ds. Breen dit bij mijn weten voor het laatst gedaan. Bij de dies was hij natuurlijk vertegenwoordigd en logeerde dan bij een van de bestuursleden, die dan wel op de grond ging slapen.
Wanneer ds. Breen iets kon gedenken, dan gebeurde dat ook. Augustus 1993 vierde hij zijn 40-jarig huwelijks en ambtsjubileum. Natuurlijk moest dat in de Oosterparkkerk gevierd worden. Vanuit het oude-testament werd de gemeente weer meegevoerd naar nieuwtestamentische vergezichten. Het thema van de preek was: ‘Met betrekking tot de toekomst wijst de HEERE op zijn werk in het verleden!’ Via Ezechiël naar Jacobus 5. Breed werden termen als: ‘lijden tot zijn verheerlijking’, ‘lijden tot zijn volharding’ en ‘het vleesgeworden Woord’ uitgepakt. In de middagpreek kreeg professor dr. C. Graafland (orthodox-reformatorische theoloog) een flinke draai om de oren, omdat deze had gebeden en was voorgegaan op een bijeenkomst van het Gereformeerd Appèl. Gelukkig had ds. Breen in de ochtenddienst gebeden voor eenheid onder gereformeerde belijders.
Toch verandert in deze jaren ds. Breen. Wanneer de Reformanda-groep rond ds. Van Gurp zich losmaakt van de GKv verheft ds. Breen openlijk zijn stem. De kerk is hem te lief om weer af te scheiden. Dit is niet wat hij als trouw volgeling van K. Schilder geleerd heeft. Daarom verzet hij zich tegen het sektarisme en legt zijn schrijverschap in Reformanda neer. De keren dat hij nog preekte in de Oosterparkkerk was er ook geleidelijk meer mildheid te proeven in zijn preken. Een mooi voorbeeld daarvan ervoer ik zelf, toen we in 2006 de naam van de dr. M.B. van ’t Veerschool gingen veranderen. Toen het plan bekend werd, kregen we een schrijven dat herinnerde hij aan de grote inzet van dr. M.B. van ’t Veer voor de kerk. De jonge Breen had vaak onder zijn gehoor gezeten. Maar een jaar later kon hij ook begrip opbrengen voor veranderingen, ook binnen de door hem zo geliefde basisschool. Binnen een dag had hij al een van de kinderen van dr. Van ’t Veer getraceerd. Hij kwam spreken op de dag dat we het nieuwe naambord zouden onthullen. En bij het VEER van Veerkracht wees hij op het werk van dr. M.B. van ’t Veer en bij KRACHT op Gods Woord dat steeds weer centraal moet staan, daar haal je je kracht immers vandaan. En vervolgens bad hij samen met voorgangers uit verschillende kerkelijke gemeenten voor het personeel, de ouders en de leerlingen van de school.
In de zomer van 2012 kwam ds. Breen nog een keer preken in onze gemeente. Hij moest het podium worden opgeholpen, en bracht het evangelie uit Ezechiël 34 vers 31. Daarbij stond hij eerst stil bij het sterven van de dichter Rutger Kopland, want dat stelt ons voor de vraag hoe het zit met de relatie ‘mens – God’. Om vervolgens te benadrukken dat de eredienst beheerst moet worden door het verlangen de stem van de Goede Herder te horen. Die 22e juli was een prachtige zonnige dag en na een kort bezoekje aan zuster den Houdijker kwam hij bij ons eten. Heerlijk in de tuin en zoals altijd ds. Breen belangstellend naar de gezichten die hij had gemist, maar ook naar onze kinderen. Aangezien er in Amsterdam geen middagbijeenkomsten te bezoeken waren ging hij vanaf Duivendrecht met de trein naar Groningen en vanaf daar met de bus naar Drachten. Hij had het allemaal uitgezocht en gewoontegetrouw op een envelop genoteerd. Tegen zevenen ging opeens de telefoon, ‘Jaaaah, ik meld me even thuis, nog een goede avond gewenst!’
Donderdag 28 augustus toen hij ernstig ziek in het ziekenhuis lag, heb ik hem gebeld. Kortademig, maar nog volledig alert. Informerend naar werk en gezondheid, maar uitziend naar het hemels Licht. ‘Waar we nog zo weinig van weten, maar waar het ook goed zal zijn.’ In die vrede en met dat verlangen is hij gestorven. Een markante dominee, die mee het leven in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt heeft vormgegeven. Maar die ook vorig jaar bij zijn 60-jarig jubileum vroeg om giften voor STROOM, de zustergemeente van de OPK, voortgekomen uit het evangelisatiewerk in de jaren tachtig. Toen vond hij al dat gedoe in de Bijlmer maar vreemd, maar nu zag hij in wat het uiteindelijk had opgeleverd. Het was moeilijk te peilen hoe hij terugkeek op alle vrijgemaakte gedrevenheid en ijver van weleer. Hij was duidelijk; al zijn werk in Gods Koninkrijk was zeker niet zijn eigen verdienste en hij wees daarbij altijd op de Christus der Kerk!
Terugkijkend kun je zeggen dat uit een soort haat-liefde verhouding toch ook erkenning en herkenning kan groeien. Zo ging het meerderen die ds. Breen meemaakten spraken na zijn Amsterdamse periode. Wat ik boven beschreven heb, laat dat duidelijk zijn, zijn enkel mijn ervaringen en belevenissen met ds. Christiaan Jakobus Breen. Er vallen ongetwijfeld nog vele verhalen aan toe te voegen.

vrijgemaaktNa de begrafenis op de Nieuwe-Ooster reed ik naar de Keizersgrachtkerk. Een kerk waarbij ds. Breen onmiddellijk hele verhalen had kunnen opdissen over de Doleantie en Abraham Kuyper. In een zaal van deze kerk werd de bundel VRIJGEMAAKT gepresenteerd. Dertigers beschrijven daarin hun verhouding tot de GKv. Sommigen van hen noemen zich kerkverlaters en anderen staan pal voor een kerk waar het evangelie van Christus geleefd wordt! Tussen alle herinneringen doemde steeds weer het beeld van ds. Breen op. Voor hem was er niets nieuws onder de zon waarschijnlijk. Deze verhalen had hij al zo dikwijls moeten aanhoren. Misschien had hij opgeroepen tot een: onderzoek de Schriften en spaar daarbij je eigen ziel niet!

discipelschap

Oosterparkkerk Amsterdam – tekening Daan van Driel

Jos Douma kreeg van gemeenteleden een boek over discipelschap. Het is geschreven door Mike Breen. Deze laatste is een Amerikaanse voorganger die veel over het onderwerp schreef en er op de laatste New Wine conferentie over kwam spreken. Terecht wijdt Douma een fiks aantal blogs aan het discipelschap.

In juni 2008 werd op de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle een symposium gehouden over de ‘spiritualiteit van de leraar’. (nav Bram de Muyncks dissertatie: Een goddelijk beroep). Professor John Van Dyk (Dordt Gollege, Iowa VS), hield toen een boeiend betoog over The Craft of Christian Teaching.  “Van Dyk answers the ultimate question, ‘How does one really teach Christianly?’ Reading this book is like taking a journey, a stimulating walk into one’s own classroom to practice Christian teaching for discipleship.”  Deze uitspraak over zijn boek staat op de site van Dordt College. Van Dyk zei in zijn lezing: Je bent als mensen samen op reis. Op die reis moet je toegerust zijn tot dienstbaarheid; discipelschap, dat wat Jezus zijn leerlingen leerde. Samen wandelen voor het aangezicht van de Heer, dien je elkaar met liefde. Teachting/onderwijzen is daarom leiden op weg naar discipelschap. Als teacher/onderwijzer ben je daarin een voorbeeld en oefen je discipline en tucht uit. Ook leer je je leerlingen toewijding en mag je ze bemoedigen. Je leerlingen mag je leren wat de bedoeling van God is met het geleerde. Leerlingen, maar ook christenen moeten daarom dienend samenwerken. Dat laatste moet ook gewoon geleerd worden, op school en ook in de kerk . Noem het maar discipelschapsvaardigheden! Discipelschapstrainig voor kerk en school een heilig moeten!

Hoezo hierbij een tekening van de Oosterparkkerk in Amsterdam? Dat komt omdat het de enige ‘echte’ van Driel is, die ik in mijn bezit heb. Broeder Daan van Driel (1909-1992) maakte deze tekening ooit voor het kerkboekje. En laat het nu broeder van Driel zijn die ons op de mannenvereniging (met de bijzondere naam: Onder Het Juk van Christus), steeds weer voorhield; is dit nu Jezus volgen, zijn we op deze manier zijn discipelen, zijn leerlingen? Deze nuchtere vragen waren voor mij eyeopeners en legden vaak precies de vinger op de zere plek. In de kerk, ook die op tekening, mogen discipelen van Jezus zich elke zondag laten trainen, onderwijzen. Op 7 september verschijnen grote gedeeltes uit de dagboeken van Van Driel. Dat zal leerzaam zijn voor zoekers en zieners, en zet ons aan het denken. Ik ken niet het boek van Mike Breen, maar misschien ga ik het lezen wanneer ik heb genoten van de dagboeken van Van Driel. Daarbij zal voor mij discipelschap een leidend thema zijn.

 

Dina Schouten 1916-2013

4 november 1916  –  4 april 2013

Na een lang leven is het oudste gemeentelid van de Oosterparkkerk gestorven, opgenomen in Gods heerlijkheid. Alhoewel ze de laatste jaren niet meer naar de Oosterpark kwam, was ze nog nauw verbonden met onze gemeente. Verschillende gemeenteleden zochten haar regelmatig op. In Amsterdam-Noord ging ze, toen ze het nog kon naar de Ark, een PKN gemeente.

Volgens het kerkelijk bureau is zr. Dina Schouten de 16e november 1916 gedoopt in Beverwijk en deed ze belijdenis van haar geloof in 1956 in Halfweg-Zwanenberg. In Halfweg-Zwanenburg heeft ze bij haar oom gewoond en hem later ook verzorgd. Zo heeft ze ook haar moeder tot op hoge leeftijd (honderd en een half jaar) verzorgd. Oom Chiel heeft veel voor haar betekend, ze had het ook in haar Amsterdamse tijd vaak nog over hem. Een mooie anekdote uit die tijd is, dat ze vanuit het keukenraam met de buks de vogels uit de tuin schoot. In de jaren zeventig van de vorige eeuw voegde ze zich bij de vrijgemaakte kerk in Halfweg-Zwanenburg. Daar kwam ze over de vloer bij de families Dreschler en de Klark. Daar leerde ze ook ds.Breen kennen die toen dominee in Amsterdam (in de OPK) was en vaak preekte in Halfweg-Zwanenburg.

In 1981 kwam ze naar Amsterdam, en ging wonen op een etage aan de president Kennedylaan. Veel is ze bij broeder van Driel geweest om daar te helpen, toen zuster van Driel was overleden. Twee totaal verschillende mensen, een kunstenaar en een struise recht voor z’n raap vrouw, die elkaar echter volledig in hun waarde lieten. Ze was een vrouw die altijd klaar stond. Die wist wat er in gezinnen en huishoudens moest gebeuren. Bij familie de Klark in Halfweg-Zwanenburg, en later in Amsterdam bij familie de Vries aan de Grensstraat, maar ook bij zuster Ploegstra en anderen. Koper poetsen, soppen en wassen, niets was haar te veel. En ondertussen zich ook overal mee bemoeien natuurlijk. Later ruilde ze van woning en kwam dichter bij de kerk aan het Oosterpark wonen. In de kerk zat ze altijd naast zr. Janny Huibrechtse. Die twee hadden een soort haat-liefde verhouding, ook dat was wel weer tekenend voor zuster Dina Schouten.

Wonen aan de Vrolikstraat, zeker ’s avonds in die tijd geen gezellige buurt, maar daar was ze niet bang voor. Onder haar etage was een duistere kroeg, maar zij veegde daar rustig ‘s ochtends de stoep en stapte de koffieshop ook rustig binnen om gesprekken aan te knopen en van Jezus te vertellen. Zij had gebeden tot God; de Heer bewaarde haar dan toch! Ze had wat dat betreft een groot Godsvertrouwen. Ze sprak mensen aan, maakte kennis en gaf rustig haar soms ongezouten mening. Haar resolute uitspraken maakten haar ook tot een markante persoonlijkheid. Open, eerlijk en niet gemakzuchtig, bewust van de wereld om haar heen. Ze bad altijd hardop aan tafel bij het eten en ook las ze hardop uit de Bijbel; anders dwaalden haar gedachten af. Zo was ze een dienende Dina, die getuigde van het feit dat Jezus het voor haar verdiend had. Ze genoot als op zondagavond jonge gemeenteleden bij haar langs kwamen om samen te zingen en te sjoelen. Regelmatig zat ze in de erker op haar hometrainer al fietsend haar leven in de Vrolikstraat te overdenken.

Ook kon ze genieten, lekker in de zon zitten in het Oosterpark en maar ook thuis lekker TV kijken. Favoriet was een op een gegeven moment de serie: ‘The Bold And The Beautifil’ (zo zei ze het letterlijk). Een Amerikaanse soap die haar boeide. Totdat er teveel bloot in voor kwam. ‘Al die nakende mensen, dat is niks voor mij!’ De TV stond bij haar altijd op volle sterkte vanwege toenemende doofheid. Een bel hoorde dan niet, dus was degene die aanbelde en licht zag branden, gelijk ongerust. Ze was goed op de hoogte van alles wat er zich afspeelde in de wereld. Las de Telegraaf en het Nederlands Dagblad. Zo had ze gelezen over een vrouw. waarvan de handtas uit de auto was gegrist. Daarna had deze vrouw de daders had klemgereden. Mevrouw Schouten zei: ‘Ze had ze allebei moeten doodrijden’. Er zaten er namelijk twee jongens op de scooter, waarvan de één het leven liet.

Ouder worden kwam met gebreken. Haar doofheid uitte zich in zeer hard praten. Ere werd gevreesd voor haar leven toen ze in het OLVG op de IC terecht kwam. Maar ze was een taaie, dat zat in haar genen, en oom Chiel had dat ook altijd gezegd. Gelukkig kon ze in haar rolstoel naar de kerk. Koster Tsjerk Dijkstra haalde haar soms op uit de Wittenberg, waar ze revalideerde. Later ging naar St.Jacob aan de Middenweg, totdat ze uiteindelijk in de Kimme (Amsterdam-Noord) een vaste plek kreeg. De verzorging heeft heel wat met haar te stellen gehad, eigenwijs als ze was. Wanneer ze viel, wilde ze eigenlijk geen hulp vragen. Gelukkig heeft ze daar op haar scootmobiel ook nog heerlijk kunnen rondrijden. Betrokken en geïnteresseerd was ze bij de mensen die haar op bezochten. En wist je haar te raken dan opende ze ook haar hart. Genieten deed ze wanneer ze werd opgehaald om een stukje te rijden. Soms nam Tsjerk Dijkstra haar mee naar Bilthoven en zodat ze kon bijkletsen met oud-Amsterdammers in de Amadelboom.

Genereus, altijd als er bezoek kwam, tot het laatst toe, moest zij de koffie en het gebak betalen en ook de ijsjes voor de kinderen. Ze vond geweldig als kinderen meekwamen! Oudere en ook jongere gemeenteleden heeft ze zo in haar hart gesloten. De kinderen maar ook hun ouders zullen zich de verzameling speeldoosjes in haar kamer blijven herinneren. Ze was op elk speeldoosje zuinig! Kinderhandjes mochten niet in de buurt komen.

Woensdag 10 april hebben we haar begraven in Schagen. Familie van haar, vrienden, Oosterparkers en ook gemeenteleden van de Ark hebben haar de laatste eer bewezen. Bij het graf klonk de geloofsbelijdenis en velen baden hardop het Onze Vader mee. De ochtendmist was opgetrokken en in het rouwcentrum werden herinneringen zuster Dina opgehaald. Een nicht deelde uit, foto’s uit de nalatenschap van mevrouw Schouten, terug naar de afzender.

Wat blijft is de herinnering aan een markante vrouw die hield van Feike Asma en muziekdoosjes. Ze mag nu van nog veel meer muziek genieten bij haar Heer en Heiland. Laat haar geloof en Godsvertrouwen voor ons een voorbeeld zijn.

Met heel veel dank aan Tsjerk en Nel Dijkstra, Loes en Aart-Wim Werkman en ds. Breen voor hun verhalen over zuster Schouten.

 

Ursinus in Neustadt

Regelmatig schiet mij door het hoofd dat ik over één of ander een blog of blogje zou kunnen schrijven. Vanwege het tekort aan energie komt het er dan toch niet van. Ook al is het maar een enkeling die ik er mee vermoei of blij mee maak, het is ook gewoon leuk om te doen. Bijzonder vind ik wel dat er mensen zijn die ik totaal niet ken, gaan reageren op een blog van mijn hand (zie artikel over Jeffry Pondaag). Soms zijn er mensen die iets van je weten, waarvan je dan denkt, hoe weten ze dat? Dan blijkt dat ik toch iets los gelaten heb op het wereldwijde web. Op zo’n moment prijs ik de keus om niet op facebook of hyves te figureren.

Het eerste weekend van de Kerstvakantie zijn we op bezoek geweest bij vrienden in Duitsland. En passant konden we zo ook de Kerstmarkt in Deidesheim bezoeken. Kerststalletjes en braadworst gaan op zo’n markt hand in hand, maar ook wijn uit de Palz, gepofte kastanjes en een weeë geur van glühwein. Deidesheim ligt midden in de Deutsche Weinstraße, dè wijnstreek in de Palz (palz komt van palast [=paleis]). Opvallend is dat de bevolking, zeker in de Palz, op een heel andere manier omgaat met Kerst dan het geseculariseerde Nederland. De vierde Adventszondag zijn we ’s middags mee geweest naar een bijzondere dienst in Speyer. De Gedächtniskirche zat vrijwel vol. Een koor zong afwisselend kerstliederen met een kinderkoor. Indrukwekkend en een mooie gelegenheid voor niet kerkelijken om het evangelie van Gods Zoon te horen klinken. Onze vriendin zong mee en de zoon van onze vrienden mocht zelfs een lied dirigeren. Bij de ingang van de kerk staat een groot standbeeld van de reformator Maarten Luther. Ook iets wat je in Nederland bij protestantse kerken niet tegen zult komen. Het houdt in ieder geval de geschiedenis wel levend. Of Luther zelf nu blij zou zijn met zo’n groot beeld… Hij vertrapt zinnebeeldig de pauselijke banbul, en houdt een open Bijbel in de hand. In de mozaïekvloer zijn de woorden “Hier sta ik, ik kan niet anders, God helpe mij. Amen!” ingelegd. En in het voorportaal, waar het standbeeld van Luther uitkijkt over het kerkplein staan zes kleinere beelden van vorsten die in opstand kwamen tegen Karel V in 1529. Vanwege deze opstand is het dan ook Gedächtniskirche. Ook hangen er nog wapenschilden van vrije steden, die het protest mee ondertekenden. Een compleet kerkgeschiedenisboek dus. Op de ochtend van de Heiligabend, liepen we in Neustadt te winkelen. In de boekhandel lag prominent een boekje te koop over Ursinus. Het was dan wel bij de afdeling streekliteratuur, maar ook op de afdeling religie was het te vinden. 2013 wordt het jaar van de herdenking rond 450 jaar Heidelbergse Catechismus. Ursinus zou waarschijnlijk wel flink geprotesteerd hebben tegen al die beelden bij de Gedächtniskirche. Hij had van Calvijn geleerd; geen beeldenverering. Nadat hij in Heidelberg de Catechismus had gemaakt kreeg hij veel kritiek van de Lutheranen. Later moesten zelfs alle niet-Lutheranen Heidelberg verlaten. De broer van keurvorst Friedrich, Johann Casimir haalde Ursinus naar Neustadt. Vandaar dat het boekje “Ursinus erzählt” prominent in de boekhandels ligt. In ons land zal er ook zeker van alles gedaan worden om de HC ter herdenken. Helaas verdwijnt heden ten dage, de HC heel snel uit het vizier. Daarom pleit ik voor een mooie hertaalde HC eventueel aangevuld met vragen die in onze tijd spelen rond de geloofsleer. Een mooie boekje alleen is niet genoeg, laten er ook vormen gevonden worden om de leer van de kerk, in de gemeente bespreekbaar en bepreekbaar te maken.

het lam gods

Op Stille Zaterdag tentoongesteld op het podium in de Oosterparkkerk. Als een altaar waar geen vuur meer aan te pas hoeft te komen. Een stapel kranten; dag na dag vertellend hoe onmachtig de mens is. De laatste krant vertelt van Auschwitz; de mens is tot alles in staat. En op de andere pagina een groot aantal overlijdensadvertenties met alleen maar tranen en geen enkele hoop op opstanding.

Het lam is door kunstenaar Willem Zijlstra gekocht nadat het was geboren. In een filmpje is dat te zien, een lam wordt door de schapenfokker ‘gehaald’. Vervolgens zien we het lam huppelend in het groen om even later te eindigen op de slachtbank. Het vlees in ingeblikt en staat rondom het bewegende beeld opgesteld. Neemt eet en……

Het is Paasmorgen, we zingen van de opgestane Heer. Maar de voorganger houdt ons twijfel voor. Zo gemakkelijk is het niet om te geloven in levende Jezus, die Maria Magdalena verbiedt hem vast te houden. Jezus noemt je naam en zegt: houdt mij niet vast. Ik schakel jou in om mij uit te delen en zorgzaam te zijn voor de ander.

tollenaars maken CD

Afgelopen week moest ik in groep 7 vertellen over Levi de tollenaar. Hij werd door Jezus van zijn werk weggeroepen om achter Jezus aan te gaan. Later gaat Jezus eten met Levi en zijn collega’s en ook andere zondaars schuiven aan. Jezus geeft de criticasters ter overweging dat hij gekomen is om mensen te redden en niet de al geredden nog een keer naar de mond te preken. Een paar dagen ervoor had ik een paar keer de CD van Tax Collectors opgezet.  Deze echte eerste CD van de Amsterdamse Tax Collectors ademt ook die sfeer. Geen triomfantelijke overwinningsmuziek van een groepje gereformeerden die het al weten. Dat maakt het tot een intrigerend muzikaal verhaal van de zes muzikanten. Al jaren spelen ze samen en zijn op zoek gegaan naar hun eigen geluid. De 13 nummers op deze CD met de titel ‘FOREIGNER’ zijn allemaal geschreven door Ton van Dijk en passen uitstekend bij de door de groep gearrangeerde muziek. Binnen de grote hoeveelheid aan muziekgroepen die bijvoorbeeld bij DWDD optreden, misstaat de Tax Collectors beslist niet. Aanschaffen dus, voor de prijs hoef je het niet te laten. Kijk op: www.taxcollectors.nl. Complimenten trouwens ook voor het prachtige ontwerp van Martien ter Veen!

eenheid tussen christenen

KRUISIGING Marc Chagall

Een maandagkrant heeft meestal een kort leven. In het weekend heb je misschien net wat meer tijd om de dikkere vrijdag en zaterdagkrant door te pluizen. Soms grijp je in het weekend nog eens terug naar een donderdag of woensdagkrant, maar daar blijft het dan bij. Het Nederlands Dagblad van maandag 12 december leverde een aantal artikelen die de lezer toch tot verder nadenken zetten. Eerst al werd ik geboeid door een uitgebreid artikel over ds. Arenda Haasnoot, die een boek publiceerde over haar belevenissen in het moderamen van de PKN. Ds. Haasnoot komt naar voren als een diepgelovige en gedreven vrouw, die de ‘onversneden’ boodschap wil brengen. Terugkijkend op haar theologische universitaire opleiding zegt ze: “Ik mis in de opleiding hoe je mensen tot geloof brengt”. Wat zou er moeten gebeuren, dacht ik, om de kleine gereformeerde kerken (GKV /CGK/NGK) te laten aanschuiven bij de KPN van ds. Haasnoot? Een vraag waar best over valt te filosoferen lijkt me. Het zou in ieder geval opleveren dat in de opleiding, dat wat ds. Haasnoot miste, misschien wel aan de orde zou komen. Wat zouden deze kerken ongelooflijk veel van elkaar kunnen leren als het gaat om ‘kerk zijn in de 21e eeuw’. Misschien zouden ook andere kerken jaloers worden en zich aan willen sluiten… Nee, ik bepleit geen koekoek éénzang.  Wat zou het een geweldige uitstraling kunnen hebben; een kerk met een onversneden boodschap, in heel veel soorten en maten verkrijgbaar. Een kerk, één in Christus!

Een pagina ervoor pleit columnist Gijsbert van den Brink (theoloog en filosoof in Leiden en Amsterdam) voor een nieuw belijdenisgeschrift. Hij zegt: ‘Wat zou het dus mooi zijn als er een geschrift was waarin op een orthodoxe én eigentijdse manier dit soort toerusting-over-de-hele-linie geboden werd. Een geschrift dat laten we zeggen 52 hoofdstukjes telt, die elk de Bijbel vertalen naar het gebinte van de christelijke leer en daarbij ingaan op de hedendaagse vragen. De verhouding van geloof en wetenschap zou erin aan de orde kunnen komen, evenals die tussen christendom en islam, geloof en politiek, et cetera. De gaven van de Heilige Geest, christen zijn op je werk, (homo)seksualiteit en het probleem van het lijden natuurlijk. Maar ook bijvoorbeeld de rechtvaardigingsleer.’ [einde citaat]    Eén van de redenen voor een nieuw belijdenisgeschrift zal zeker de eenheid tussen christenen en kerken kunnen zijn, dat onderschrijft ook van den Brink.  De laatste voert meer redenen aan, die ik van harte onderschrijf, maar de eenheidsreden spreekt mij bijzonder aan. Een hedendaags belijdenisgeschrift over de ‘onversneden boodschap’, kan het gesprek tussen kerken, groepen en gemeenten ongelooflijk goed dienen. Het zou er in ieder geval toe kunnen leiden dat allerlei zogenaamd belangrijke zaken, uiteindelijk bijzaken blijken te zijn. Ik hoop van harte dat er leiders in christelijke kerken opstaan die zich willen laten inspireren door Gods Geest om een voorstel op tafel te leggen.

Op pagina 2 van dezelfde krant wordt de oproep tot meer eenheid onder christenen vanuit onverdachte hoek nog een keer onderstreept. Moses Alagbe, een Nigeriaan in Nederland, zegt in het blad Zending Nú; ‘Eenheid en herontdekking van de holistische missie van God door Christus zijn volgens mij de sleutel tot het overleven van de kerk in Nederland’. In één maandagkrant, je zou het haast leiding kunnen noemen, driemaal een roep om meer eenheid!

Norman Viss remigreert

Enkele weken geleden zijn we naar Heemstede geweest om afscheid te nemen van Norman Viss en zijn vrouw Cyndi. Na bijna 22 jaar Nederland keren ze terug naar de Verenigde Staten. Eind 1989 zal het geweest zijn dat ik voor het eerst kennis maakte met vader, moeder en zoon Viss. Ze woonden toen voorlopig in Buitenveldert. Vanuit de kerkenraad hebben we toen contact gelegd via dominee Kim Batteau (in die tijd predikant in Zaandam). Vader en zoon Viss waren uitgezonden door een Amerikaanse zendingsorganisatie; World Harvest Mission. Omdat onze kerk in die tijd behoorlijk actief was met zomerevangelisatie in de Bijlmer, leek het zinvol om samen te gaan werken. Uiteindelijk heeft het geresulteerd in een aantal gezamenlijke zomerprojecten in het centrum van Amsterdam. Een groep jonge gereformeerde mensen werkte dan vanuit de Oosterparkkerk samen met een Amerikaans team. Onvergetelijk waren de gezamenlijke start sessies in de OPK, gedeeltelijk in het Engels en het Nederlands. We baden en zongen samen, letterlijk ook hand in hand. Ik weet nog dat er teams zijn geweest uit de Redeemer Presbyterian Church (New York) van Tim Keller. Zij offerden hun twee weken zomervakantie op, om op de Dam, het Leidseplein, maar ook in het Vondelpark, Gods Woorden te laten horen. Voor veel mensen in onze kerkelijke gemeente was het een prachtige eyeopener om met broers en zussen uit de VS zo samen op te trekken. Die samenwerking heeft ons geloof verdiept en ons oog voor de wereld om ons heen verder geopend. Het heeft echt blijvende invloed op ons kerk-zijn gehad. Norman haalde al snel zijn gezin naar Nederland en na een korte periode in Almere-Haven, kwamen ze wonen in Diemen. Ben en Willy leerden op de van ’t Veerschool in no-time Nederlands. Onze kinderen weten nog te vertellen dat Cyndi altijd hetzelfde boek voorlas wanneer ze wel eens oppaste. Een oefening voor haar uitspraak! Ook het team van WHM in Nederland groeide.

Vlnr. Cyndi en Norman Viss, Charlet en Bill Viss (sr.)

Onvergetelijk werden bijvoorbeeld onze contacten met Joe en Deb. Joe was ex-worstelaar en had de Olympische Spelen van München nog meegemaakt (als reserve, naar ik meen). Hij maakte van nabij de terreuraanslag van de Palestijnen (Zwarte September) mee. In New York had Joe later gewerkt bij een speciale politie-eenheid  die de Joodse maffia bestreed. Een bijna fatale schietpartij werd de aanzet tot Joe’s bekering.

Na een aantal jaren stichtte Norman met WHM in Amsterdam-Noord een nieuwe gemeente met de NGK (september 1993); ‘de Hoeksteen’. Norman werd voorganger en uiteindelijk zelfs predikant. Na een bewogen periode in Noord werd Norman in 2002 predikant in Heemstede, een ‘gewone’ Nederlandse gemeente. Nu na bijna 22 jaar Nederland nemen Norman en Cindy afscheid. Hun drie kinderen wonen inmiddels allemaal weer aan de overkant van de oceaan. We hebben veel aan ze te danken. Het verbreedde onze kijk op de kerk en de wereld. In zijn blog geeft Norman een advies aan zijn collega’s. Kortweg: maak vrienden buiten de kerk, ruim daar echt plaats voor in. Gewoon mens zijn te midden van andere mensen, zeker als ze niet geloven. Een advies om ter harte te nemen. Niet alleen voor voorgangers, maar ook voor gewone kerkgangers. Wees christen te midden van je buren en allerlei andere contacten. Maak er ruimte voor, zegt Norman Viss. Ook laat Norman een pas verschenen boek achter. Een boek over hoe we als mensen met elkaar omgaan. “Zoals men ijzer scherpt met ijzer, zo scherpt een mens zijn medemens”, een tekst uit Spreuken als ondertitel. Een oproep aan mensen om elkaar aan te scherpen. Een indringende, maar liefdevolle boodschap. En beslist geen lood om oud ijzer!

Norman en Cindy nemen weinig mee bij hun terugkeer naar de VS. Daarom hadden ze hun CD verzameling in de uitverkoop gedaan. Wanneer ik nu de Chieftains, Joe Cocker of U2 in de CD-lade stop, gaan de herinneringen weer naar Norman en Cindy.  Het ga ze goed, met Gods zegen!