Genade voor een euro, verbazingwekkend!

‘Amazing Grace’ (hier in het originele gezangboek) werd geschreven om door Newton te worden gepresenteerd tijdens de wekelijkse parochiebijeenkomst op de eerste dag van het jaar. De naam van de hymne was “1 Chronicles 17: 16-17, Revision Faith and Expectation.” In 1 Kronieken 16 en 17; spreekt koning David zijn dankbaarheid uit tegenover God; verbazing over zoveel genade!

Een medebewoner van ons ‘hof’ (we denken erover om Boekweitdonk te veranderen in “Boekweithof”) heeft een Amsterdamse Stadspas. Zo nu en dan zijn er aanbiedingen en mag hij iemand meenemen naar iets cultureels voor een euro. Samen hebben we gekeken wat Studio K, want daar gold de aanbieding onder andere voor, had te bieden. De film ‘Amazing Grace’ leek ons wel wat, ik had al enkele lovende recensies gezien. En aangezien onze overbuurman liever niet meer fietst, met bus 41 kwamen we er ook.

‘Amazing Grace’ is een heel oude hymne, in 1772 geschreven door de Engelse predikant John Newton (1725-1807). Newton was van oorsprong een zeeman en later kapitein op slavenschepen, moest niets hebben van het christendom. Na zijn bekering tot het christelijke geloof echter, werd hij predikant in Engeland en schreef meerdere liederen, waarvan ‘Amazing Grace’ het bekendst is geworden. Er zitten prachtige Bijbelse elementen in. Dat de genade zo overvloedig is, haalde Newton uit de Romeinenbrief (5:15). In Psalm 66 had Newton gevonden dat God veel voor de dichter had gedaan en betrok dat in de prachtige hymne op zichzelf. En uit Johannes (9:25) nam hij de tekst letterlijk over; ‘ik was blind, maar kan nu weer zien’. Op YouTube zijn tientallen uitvoeringen te vinden, van de Kelly Family tot Elvis Presly en van een Obama versie tot en met vele uitvoeringen op doedelzak. En nu draait in de bioscopen onder de titel ‘Amazing Grace’, een bijzondere film.

In 1972 nam Aretha Franklin (1942-2018), toen een beroemde soul-zangeres, een geweldig gospel-lp op. Ze deed dat in de ‘New Missionary Baptist Church’ in Los Angelas. De plaatopnames werden gefilmd, maar daar werd tot op heden niets mee gedaan. Nu is er een prachtige film van gemaakt en sinds vorige week draait hij in de Nederlandse bioscopen. In al zijn simpelheid is het een prachtig document. Mijn niet kerkse buurman, was ook zeer onder de indruk. Eenmaal buiten was een mede-bezoekster  haar fiets aan het ontketenen; “Nou we hoeven voorlopig niet meer naar de kerk!”, was haar commentaar. Mijn buurman had het zich ook al afgevraagd, waar kom je dit nog tegen? Gewoon met z’n allen zingen vanuit je hart! Ik kon het niet laten om te beweren dat het bij ons de OPK soms ook zo gaat, natuurlijk… wel een beetje meer calvinistisch op z’n Nederlands, maar toch! Afgelopen zondag hadden we een dankdienst (voor gewas en arbeid en nog veel meer) en de begeleidingsband had er echt zin in. En de Amersfoortse predikant die bij ons voorging en de 65 ook al gepasseerd is, stond zowaar mee te swingen en stak ook zijn handen de lucht in: “heft uw handen op naar omhoog!”.

De film  ‘Amazing Grace’ geeft een prachtig tijdsbeeld, maar ook een mooie inkijk in het geloof van mensen die zeker weten dat Jezus hun Heer en Verlosser is en verbazingwekkende en geweldige genade schenkt! Vorige week werd er flink reclame gemaakt in ‘De Wereld Draait Door” voor deze film. Als gast zat zangeres Giovanca aan tafel en nadat Matthijs van Nieuwkerk zijn emoties weer een beetje onder controle had, vroeg ze de tafelheer wat het nu met hem deed? Hij was geraakt en zag dat er ook contact met het hogere te zien was, maar helaas kregen we niet meer te horen. Maar ach, het was er misschien ook niet de plaats voor, net zoals in Studio K de bezoekers ook niet gingen staan en mee gingen swingen. Misschien gewoon de film toch een keer in de kerk ‘draaien’! Zo lang dat nog niet gebeurt, zou ik zeker een bioscoop op zoeken waar deze indrukwekkende film draait. Ik ga zeker nog een keer!

Amazing grace!

 

“Uitspraak over veertien dagen…” | In memoriam Harm 1982 – 2016 (81)

Een oud-collega van Harm kon zich na het ongeluk niet inhouden en veranderde een bouwdoek in een monument.

Een aanloop met hobbels; gisteravond belde de Officier van Justitie met ons, om nog een en ander door te spreken. Waar we op konden rekenen als ze haar strafeis zou gaan formuleren… Even kwam de aanvangstijd ter sprake en merkten we, dat wat ik had, niet overeenkwam met haar aanvangstijd. Negen uur of half elf is wel een verschil. We konden dus even een beetje langer uitslapen. Vervolgens werd het parkeren een gedoe, in Zuid wordt op zoveel plekken hard gewerkt en is er zoveel opgebroken, dat de parkeergarage van de Rechtbank niet te vinden was. Gelukkig had de Stadionkade nog een plaatsje voor ons, maar met de fiets was toch beter geweest. Uiteindelijk werd het iets na elven dat we de rechtszaal binnen konden, de eerste rechtszaak in zaal 5 op de derde verdieping was ook nog eens uitgelopen.

Vandaag is het 31 oktober; Hervormingsdag op de protestantse kalender. 502 jaar geleden spijkerde priester en hoogleraar in de moraaltheologie Maarten Luther zijn 95 stellingen op de slotkapel van Wittenberg (midden Duitsland). Dit was de aanzet tot wat we de ‘Hervorming’ noemen en er scheuringen en breuken ontstonden in de christelijke kerk, in die tijd strak geregeerd vanuit Rome. In april 1521 moest hij zich tegenover de Duitse keizer verantwoorden en riep hij uit: (waarschijnlijk geparafraseerd) “Hier sta ik, ik kan niet anders”. Toen ik hoorde dat deze zitting op 31 oktober gehouden zou worden, was het eerste wat ik dacht; Hervormingsdag en daarna dacht ik ook aan die woorden van Luther.
Eindelijk is het zover, ruim drie jaar nadat onze zoon en broer en vriend (ik spreek ook voor mijn vrouw en beide dochters en Iris de vriendin van Harm) Harm verongelukte, is er een zitting van de rechtbank waarin de veroorzaker van het ongeluk, een agent in functie, terecht staat. Natuurlijk willen we als nabestaanden, als vader en moeder het woord voeren. Hier zijn we, we kunnen niet anders. We willen dat er recht gesproken wordt en dat de politieorganisatie weet dat wat er gebeurd is op 14 september 2016, nooit weer mag gebeuren. We hebben een artikel 12 procedure aangespannen omdat we ons geschoffeerd voelden door de ‘niet-empathische’ Officier van Justitie die in eerste instantie moest oordelen of hij agent A. wel of niet zou vervolgen. Tot onze grote verbazing ging hij de zaak seponeren. Dat was zo bizar, want er lag na maanden hard werken door de Rijksrecherche toch een duidelijk proces verbaal op tafel.

Nadat Coos haar verhaal had gedaan over het verdriet en gemis om Harm, kon ik uitleggen waarom we uiteindelijk wilden dat er een rechtbank naar de aanrijding keek. In de rest van de verklaring heb ik gewezen op de forse overschrijding van de snelheid van agent-hondengeleider A. Om vanuit een flauwe bocht zo hard weer op te trekken naar bijna 85 km/u is haast niet te geloven. Daarnaast heb ik ook het belang voor de rest van de politie-organisatie van deze zaak benadrukt. Je hoopt toch echt dat hier van geleerd wordt en dat agenten die een oproep krijgen zich wel twee keer bedenken voordat ze zo hard gaan rijden. Alle pers-reuring er om heen zorgde er voor dat AT5 een mooie rapportage maakte over de hele ontstaansgeschiedenis van deze rechtszaak. Met beelden uit 2016 (gemaakt vlak na het ongeluk) en met duidelijke lijnen op de kaart van Amsterdam is heel goed te zien dat agent A. vanuit een flauwe bocht op de kruising met de Potgieterstraat af reed. Het was maar 60 meter tot de oversteek (met markeringsstrepen). Op zo’n stukje zijn 50, 60 of, of 85 km/u grote verschillen en dat maakt dus ook veel uit voor de ingeschatte tijd voor de overstekende fietser. Onze advocaat heeft uiteindelijk dat beeld naar voren gebracht op een paar grote foto’s; de politiebus kwam uit een flauwe bocht en dat is cruciaal! In plaats van dat hij nog extra gas gaf, had hij af moeten remmen. Vervolgens blijft het een gek gegeven dat bij 85 km/u geen zwaailichten en sirene zijn gebruikt. De Amsterdamse zender had vandaag verschillende verslagen, het vraaggesprek van gisteren, een verslag van de zitting en een korte terugblik na de zitting.  Onder het tweede verslag heeft de verslaggeefster haar twitter-verslagen vermeld. Ook op de site van RTL-nieuws stond een keurig verslag. Daarbij ook het bizarre overzichtje ter overdenking:
Ongelukken met hulpdiensten
2014: 76 ongelukken met brandweer-, ambulance- en politievoertuigen, waarvan één dodelijk ongeluk
2015: 31 ongelukken
2016: 68 ongelukken, waarvan één dodelijk ongeluk
2017: 80 ongelukken

Rechtszaal, vanaf de tribune. Met achter de rechters grote foto’s van stapels afgedankte dossiers.

We hopen echt dat we dit verhaal over twee weken kunnen afsluiten. De voorzitter van de rechtbank sloot vanmorgen na het laatste woord voor de verdachte af met een mededeling over de uitspraak. In een openbare vergadering op 14 november om een uur of één zal de uitspraak van de rechtbank worden voorgelezen. We zullen zien wat het wordt, maar wat het ook wordt; te hopen is dat de politie er van leert en dat Harm in 2016 het laatste dodelijke slachtoffer is geweest van een hulpdienst. Wij gaan verder, met hulp van onze hemelse Vader of zoals anderen zeggen, onze Lieve Heer.  Vandaag hebben we gemerkt dat heel veel vrienden, familie en broers en zussen van de OPK in gedachten bij ons waren en voor ons gebeden hebben . En terwijl Coos en ik onze slachtofferverklaring voorlazen, werden op de publieke tribune handen gevouwen. Het was dan ook niet vreemd om in de korte pauze ook agent A. een stevige hand te geven en ook later even een arm om hem heen te slaan. Hij is net zo goed slachtoffer, ook al vinden we dat hij schuldig is aan de dood van Harm. Het kyrie eleison geldt ook hem, zijn familie, de rechters en alle andere betrokkenen. Bijzonder was om twee onderzoekers van de VOA (de verkeersongevallenanalyse)  de hand te schudden. Ook zij hebben waarschijnlijk nog de beelden van 14 september op hun netvlies staan en kunnen vanuit hun expertise nog beter doorgronden waarom het zo gruwelijk mis ging. En het is gek, naast alle verdriet is er dus ook dankbaarheid.

Kyrie eleison

30 oktober | In memoriam Harm 1982 – 2016 (80)

during Advertising Week Europe 2016 at Picturehouse Central on April 19, 2016 in London, England.

Morgen is het zover. Eindelijk de rechtszaak waar we al zolang op zitten te wachten. De politieagent die Harm heeft aangereden ruim drie jaar geleden moet voor de rechter verschijnen. Eerlijk gezegd, best heftig allemaal. Van te voren natuurlijk overleg met onze advocaat en doorgenomen hoe zo’n zaak er ongeveer aan toe gaat. Vervolgens ging het in ons hoofd malen; wat gaan we zeggen tegen de rechtbank, als we gebruik maken van ons recht om te spreken als nabestaanden. Coos was het eerste klaar, bij mij duurt het vaak wat langer.
We zullen benadrukken wat het gemis van Harm met ons deed en doet. Daarnaast zullen we ook vragen om een veroordeling van de agent, door de rechtbank. Omdat we er natuurlijk al een hele tijd mee bezig zijn, klinkt dat best heftig. Toch willen we dat er recht gesproken wordt (gerechtigheid), zo hard rijden zonder signalen door een agent in functie mag niet ongestraft blijven. Daarnaast vinden we het belangrijk dat alle politieagenten er van leren. Het moet agenten die dagelijks de straat op moeten, iedere keer ingeprent worden dat ze zich moeten beheersen, zeker als het geen spoed (“prioriteit 1”) betreft. Allerlei stukken en gedeeltes van het proces verbaal hebben we nog weer eens doorgenomen. Dat laatste is niet leuk, maar we beseffen tegelijkertijd dat we het doen voor onze zoon. Je wilt niet dat het maar verdwijnt in de vergetelheid en Harm wordt weggezet als een ongeleid projectiel. Dat laatste werd wel gesuggereerd door de eerste officier van justitie.

8 jaar en al helemaal wijs met een zonnebril

Ook de media staat weer in de aanslag om verslag te doen. Het helpt om het nog en nog eens te verwoorden. Laat de lezer en kijker het maar weten, Harm zijn naam mag genoemd worden, hij was een creatieve ontwerper die helemaal op ging in zijn werk bij Media Monks in Hilversum. Harm was ook onze zoon en natuurlijk nog veel en veel meer. Afgelopen week  kon ik mijzelf eindelijk zo ver krijgen om het fotojaarboek van 2016 af te maken. Confronterend om te doen. Bladeren door herinneringen, foto’s omslaan en in jezelf weer zijn naam noemen; Harm. Natuurlijk ook foto’s van voor 14 september. Onbezorgd staat Harm her en der op de foto’s, bij de trouwerij van onze jongste dochter, de derde verjaardag van onze kleindochter….. Dan opeens na een serie ‘vakantiekiekjes’ toch maar een paginagrote foto van Harm in het VU-MC. Het zijn geen foto’s voor de media, alhoewel ze ook vandaag daarom weer vroegen. Nog een keer uitleggen voor de camera van AT5 waarom we morgen naar de Parnassusweg gaan is tot daar aan toe, maar RTL-Boulevard en Hart van Nederland hebben we afgewimpeld. Een paar foto’s mogen ze hebben, waaronder die van een orerende Harm op een podium in Londen. Uitleggen in ‘vloeiend’ Engels wat Media Monks voor prachtige projecten deed voor een barbecuespecialist. Het jongetje met zonnebril, klein voor zijn leeftijd, was uitgegroeid tot een zelfbewuste ‘design director’.
Morgen zal er ‘gepoerd’ worden in wonden en onze zakdoeken zullen niet droog thuiskomen. Gelukkig is er ook het besef dat er een Heer is die zorgt, wat een rechter ook zal uitspreken (niet morgen trouwens). En wat ook de uitspraak zal zijn en of er nu wel of niet een straf wordt uitgesproken tegen de agent, wij leven verder met herinneringen en zullen Harm zijn naam blijven noemen.

Kyrie eleison

Preken voor eigen parochie?

Op weg naar Apeldoorn vroeg ik mijzelf af waarom ik mij ook alweer had opgegeven voor dit congres. En terwijl de prachtige herfstkleuren van de Veluwe aan mij voorbij gleden, wist ik het weer. Vrouwlief is er even tussenuit met een vriendin en voor mij dus alle vrijheid om een op het eerste gezicht, interessant congres te bezoeken. Preken voor eigen parochie, is dat wat het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad doen? Volgens mij is het antwoord toch al snel; ja, zonder twijfel. Natuurlijk proberen beide kranten ons duidelijk te maken dat ze over de muren van hun eigen doelgroep heen ‘de bazuin’ laten klinken, maar uit alles bleek tijdens het congres dat dat niet gebeurd. Niets hoorde ik over een positieve invloed van goede christelijke journalistiek in de politiek bijvoorbeeld. Tja, Rutte feliciteerde het ND met zijn zogenaamde 75verjaardag en jazeker, soms mag de hoofdredacteur van het ND wel eens aanschuiven bij het mediapanel van Radio 1. Toch blijft het allemaal behoorlijk marginaal wat deze twee kranten produceren. Dat doet trouwens niets af aan mijn grote liefde voor het ND. Met plezier spel ik vaak ’s ochtends het ene artikel na het andere en graag wens ik de krant veel meer lezers toe. Alleen al omdat het zinnig is om niet alleen het nieuws via nu.nl of een nos-app te volgen. Een krant duidt het nieuws en geeft daar ook commentaar op, dat is waardevol. Karel Smouter (o.a. van de Correspondent) wees er mijns inziens terecht op dat journalisten van de christelijke pers veel vaker en meer in de publieke ruimte zouden kunnen treden, “ze mogen best wat mondiger worden”. En zijn suggestie waarom je het beste uit christelijke media niet zou aanbieden aan andere media, verdient bijval. En zijn derde suggestie om samen een onderzoeksredactie op te richten, ook met het Fries Dagblad erbij, onderschrijf ik van harte. Niet alleen omdat ik dat zelf ook al wel eens geopperd heb, maar het is nodig! Waar blijven de doorwrochte achtergrondartikelen over stikstofuitstoot in relatie tot onze landbouw? Waar blijven gedegen achtergrondartikelen over ‘kerkelijke eenwording’ en alles wat daarbij komt kijken? En met welke onderzoeksjournalistiek zijn ook jonge christenen weer te verleiden tot het lezen van een kwaliteitskrant?

De oplagecijfers van RD en ND gaan alleen maar omlaag, zegt Piet Bakker.

In mijn eigen kerkelijke gemeente durf ik het nauwelijks meer te doen, verwijzen naar een goed artikel in de krant. Ik schat in, dat op ongeveer 1 op de 8 adressen nog een ND door de brievenbus valt, een van oudsher toch “vrijgemaakte krant”. En, ik zeg het met een beetje verdriet ook, mijn eigen kinderen lezen ook geen krant, Netflix staat bovenaan in de kijk top-tien en waarschijnlijk ook op plek twee en drie. Een geweldige uitdaging dus voor in ieder geval het ND en ik denk ook het RD. Ik kreeg het idee dat zelfs de goede ideeën van Piet Bakker voor kennisgeving werden aangenomen. Eline Kuijper (zie eerste foto, uit het ND) citeerde dan wel prachtige anekdotes uit haar opschrijfboekje, maar ik raad haar (en de rest van de redactie) aan nog maar eens diepgaand het gesprek met Piet Bakker aan te gaan. De lezers die vragen en opmerkingen hebben zitten niet te wachten op alleen maar ‘zenden’. Veel meer interactie, zodat ook anderen bij die parochie willen gaan horen.

Op ND-foto staat op de achtergrond  een schilderij, in de aula van het Reformatorisch Dagblad. Aan de andere kant van de aula stonden nog twee soortgelijke panelen, meer abstracte schilderijen. Het schilderij van de foto heb ik in de middagpauze wat beter bekeken. Het lijkt een groot vergrootglas, waardoor een klein deel van de wereld wordt bekeken. Het motto van de Erdee-groep staat op het handvat: Bewogen Betrokken en Vernieuwend. En onder het vergrootglas zien we allerlei ‘reformatorische’ zaken; de SGP, een kerk, een open bijbel en twee opgeheven handen met een naar het lijkt een foetus en twee zwarte stenen die buiten het vergrootglas lijken af te brokkelen. Is dat laatste symbolisch? En is het ook symbolisch dat sociale media, net op de grens van het vergrootglas ligt? De rand van het vergrootglas was bedekt met krantenpapier, is hier het RD (de krant) die bepaalt wat er binnen en buiten is? Duidelijk is wel dat er ook veel buiten het vergrootglas valt; de snelle auto, de voetballer (Frankie de Jong?), RTL4, de Voice of Holland en ook gamen. En waarom vallen al die mensen buiten het vergrootglas? Hoe langer ik er over nadenk, er wordt hier een bizar verhaal verteld. De regenboog ligt onder de loep,  maar die boog in de wolken was toch bedoeld voor alle mensen?
In de andere hoek van de aula stond een nagemaakte toren met daarop een soldaat met bazuin en een soldaat met een grote speer (naar Ezechiël 33 vertelde dr. ir. S. M. de Bruijn, de hoofdredacteur van het RD). Een op het eerste gezicht mooi beeld, de lezers toerusten, zodat ze gewapend de wereld aankunnen en ook je boodschap rondbazuinen. Maar is dat laatste niet te veel voor eigen parochie preken als je het combineert met wat onder het vergrootglas ligt?

Als de man verliest

 Het had veel geregend, maar gelukkig was het droog en misschien wel warmer dan het overdag was geweest. Ik fietste terug van ‘Pakhuis de Zwijger’; Piet Heinkade, Czaar Peterstraat, Pontanusstraat en via de Oostpoort de Middenweg op. Windstil en de batterij verbruikte nauwelijks stroom. De hele weg voelde ik de ‘hug’ van Tim Overdiek en de vreemde sensatie dat hij me aansprak met Harm, want dat was me nog nooit overkomen. Een volle avond was het, eerst naar de Oosterkerk waar een jong echtpaar van onze Oosterparkgemeente stralend aanhoorde wat dominee Marinus over het huwelijk had te zeggen. Net voor de zegen sloop ik de kerk uit en fietste door naar de boekpresentatie van ‘Als de man verliest’. Een volle zaal, een vol programma en heel veel mannen.
Het verschrikkelijke feit dat Tim Overdieks vrouw tien jaar geleden werd omvergereden door een meer dan haastige motoragent en het niet overleefde, maakte ons tot lotgenoten. Eerst een aftastende mailwisseling en daarna een paar mooie ontmoetingen en nog steeds contact. Tim Overdiek is oud-journalist en was adjunct-hoofdredacteur van het NOS-journaal, maar is inmiddels al weer een paar jaar therapeut. In interviews op radio en tv is hij te horen als het gaat over ‘verlies in het leven van mannen’. De EO ging bij hem op bezoek met ‘De Kist’ en een tijdje geleden gaf hij in het Nederlands Dagblad antwoord op de vraag, “Wat is uw houvast in leven en sterven?”

Aanbieding eerste exemplaren

Op de fiets naar huis bleef het maar door mijn hoofd spelen, “Heeee.. Harm!” Natuurlijk was het snel hersteld en keken we elkaar nog eens diep in de ogen; “Tja wat schrijf ik er nou voor in….., maar niet over die 31 oktober hè?!” De boekpresentatie had aan het denken gezet, over hoe je als man omgaat met verlies, verdriet, rouw… Er klonken grappen van Marc de Hond over zijn dwarslaesie en zijn omgang met blaaskanker en veel vragen over verhoudingen tussen vader en zoon, het gemis van liefde en het toch op elkaar lijken. Een ontroerende column van Femke van der Laan was een goede afsluiter. Van alles dwarrelde al fietsend door mijn gedachten, mijn vader bij de open haard en al ernstig ziek door longkanker. Eigenlijk wilde ik een gesprek van hart tot hart, maar beiden vonden we op een of andere manier niet de woorden. “Het zit wel goed”, zei mijn vader en voor dat moment was dat genoeg. Jaren later probeerden we met Harm in gesprek te komen over zijn leven met God. Het leek wel of ik mijn vader hoorde: “Het komt wel goed!”
Vandaag regende het weer pijpenstelen en ik ben al op pagina 97. Tijd om even te stoppen en opnieuw oude beelden weer tot leven laten komen. Ik ben denk ik zes en ga niet naar de kleuterschool, het leven op het erf van onze boerderij en houthandel was onderwijzend en uitdagend genoeg. Van mijn vader mocht ik mee naar Amsterdam in de trailer van Jan Luiten. Jan Luut’n (op z’n Drents) was een goede kennis van mijn vader en woonde in Stuifzand, aan de andere kant van Hoogeveen, vlak bij de sloperij van Jan Bork. Jan ging regelmatig naar Amsterdam om daar op het Waterlooplein tweede-hands meubels te kopen. Zo nu en dan ging mijn vader mee en kocht onder andere prachtige dressoirs, hij maakte daar ‘boerenkeukens’ van. Veel weet ik er niet meer van, wel dat we Diemen voorbij kwamen, omdat Abraham daar de mosterd haalde. Van de Waterloopleinmarkt kan ik me alleen nog de bergen kleding en schoenen herinneren en dat ik van mijn vader een prachtige blikken hijskraan cadeau kreeg. Ook die was hoogstwaarschijnlijk tweedehands, maar het plezier was er niet minder om.
Spraken we ooit wel van hart tot hart, ik kan me daar niet veel van herinneren. Toch verstonden we elkaar wel denk ik, helpend in de houtzaak en later toen we in Amsterdam woonden deelden we in ieder geval onze liefde voor de kerk. Mijn vader was opgegroeid voor de Tweede Wereldoorlog en was actief geweest op de Knapen en Jongelingsvereniging. Ongetwijfeld had hij daar een bestuursfunctie omdat hij ‘gestudeerd’ had op de Landbouwschool. Wanneer hij vandaag nog geleefd had, ongetwijfeld had hij kunnen uitleggen hoe het zat met de stikstofuitstoot in relatie tot landbouw en het houden van koeien. Op diezelfde Landbouwschool had hij leren kalligraferen en in examentijd kreeg hij de diploma’s van die school en zat hij op zaterdagmiddag in zijn kantoor met prachtige krulletters de namen van de geslaagden in te vullen. Mijn liefde voor mooie letters en kalligraferen is daardoor ontstaan denk ik. Zo hield ook Harm van verschillende lettertypes en kon zich opwinden over verkeerd gebruik. Wat een hug en een fietsrit naar huis allemaal weer oproept; warme herinneringen en veel gemis.

In memoriam Harm 1982 – 2016                     Kyrie eleison

PS   Aanbevolen trouwens dat boek!

What’s in a name?

Juliet:  “What’s in a name? That which we call a rose
                 By any other name would smell as sweet.”     
uit  het toneelstuk  Romeo and Juliet   – William Shakespeare

Boven de ingang; ontworpen door Harm

‘De klank en de betekenis van een woord hebben niets met elkaar te maken, zo is de heersende opvatting onder taalwetenschappers. Niets in de klank [rose] wijst op een roos, dus had een roos net zo goed een tafel kunnen heten’. [citaat gevonden op het www]
Maar hoe zit dat met de naam van een kerk, een gebouw of een school? Ik kan me nog de reacties herinneren toen we in 2006 de naam van dr. M.B. van ’t Veer van de gereformeerde school in Amsterdam haalden. Vooraf ging een maandenlange discussie over het waarom van een naamswissel. Vooral niet-vrijgemaakte ouders werden ongerust, zou deze school wel een goede christelijke school blijven? Zou dit niet het begin inluiden van verbreding en loslaten van de christelijke beginselen? Uiteindelijk was daarop maar één goed antwoord. Dat antwoord kwam van dominee C.J. Breen, jarenlang predikant in Amsterdam en oud-bestuurslid van de ‘dr. M.B. van ’t Verschool’. De nieuwe naam, Veerkracht verwees in het eerste gedeelte naar de oude naam van de school en in het tweede gedeelte naar de kracht die de school haalt uit het Woord van God. Zonder dat laatste zou het niet gaan. Ds. Breen zag namelijk dat onder de hele grote letters Veerkracht, met kleinere letters stond; gereformeerde basisschool – bijbelgetrouw onderwijs. De combinatie leverde een woord op dat stond voor het soort onderwijs op de school; leerlingen toerusten voor het vervolgonderwijs en hun leven, christelijke veerkracht meegeven!  Opvallend in dit verhaal is ook nog, dat we van hogerhand eigenlijk geen steun vonden voor een naamswisseling. Inmiddels ligt 2006 al weer ver achter ons en van de huidige generatie leerlingen op Veerkracht, heeft niemand nog weet van de oude naam. In de overkoepelende organisatie, die in 2006 nogal moeilijk deed, zijn inmiddels al veel meer namen van scholen gesaneerd. Zelfs belangrijke gereformeerde voorgangers uit het verleden als K. Schilder en S. Greijdanus werden naar het geschiedenisboek verwezen. Onze dr. M.B. van ’t Veer was uiteindelijk nooit ‘vrijgemaakt’ geweest, maar juist Schilder en Greijdanus deden er toe!  En in de nieuwe organisatienaam is de ondertitel ‘gereformeerd’ ook niet meer aanwezig. Ach, what’s in a name?

Maar verwijzend naar het begin van mijn blog, ‘What’s in a name?’; doet het er toe welke naam er op een school staat? Doet het er toe welke naam er op een kerk staat? Blijkbaar hebben mensen daar toch een gevoel bij en leggen ze een bepaalde waarde in een naam. Door de jaren heen zijn er emoties met een naam verbonden. Daarom was er de laatste maanden op het internet flink wat discussie over een naam voor het ‘nieuwe’ kerkgenootschap, dat ontstaat als binnen en buiten-verbanders de strijdbijl begraven. Op verschillende fora werden stevige uitspraken gedaan. Dat soort discussies hadden we in 2006 ook. Opeens laaien emoties op en het lijkt wel of iedereen het beter voelt en weet.   Er is een site met de nogal pretentieuze naam: ‘onderwegnaar1kerk.nl‘ (Toch nog steeds het ‘ware kerk’ idee? Was het maar zo dat er straks maar 1 kerk is!).  Natuurlijk ben ik blij dat de twee kerken binnen afzienbare tijd weer een eenheid gaan vormen, een dankbaar gebeuren. Maar ook een samengaan omgeven met tranen, want wat is er veel verkeerd gegaan in de jaren zestig van de vorige eeuw. Op die bewuste ‘onderwegnaar-site’ heb ik spontaan als volgt gereageerd:

“Tja……
Zoveel smaken, zoveel zinnen waarschijnlijk. Toch blijf ik me bij beide namen afvragen waarom er een extra bijvoeglijk naamwoord voor moet. Waarom Nederlandse? Waarvan willen we ons onderscheiden? Van de Belgische, Deense, Duitse, Ghanese, Canadese Gereformeerde Kerken? Het is toch een aanduiding die we in Nederland gebruiken? Waarom er dat dan nog voorzetten? En waarom Verenigde? Dat klinkt al net zo bizar als Verenigde Naties die helemaal niet verenigd zijn, maar doen alsof… Natuurlijk, het zou mooi zijn als alle Gereformeerde Kerken meedoen, het zou werkelijk een Godswonder zijn! Maar ook deze vereniging van twee gereformeerde kerken zal er voor zorgen dat er broeders en zusters vertrekken naar verschillende kleinere gereformeerde kerken, omdat ze het uiteindelijk niet eens zijn met vrouwen in het ambt en aanverwante zaken. Dus toch maar gewoon Gereformeerde Kerken en hopen op een Godswonder!”

Teruglezend zie ik, dat ik in het stukje nog niet eens gerefereerd heb aan de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten en de vele andere varianten (Op de Biblebelt-tentoonstelling hing een gigantisch schema met alle gereformeerden; waarschijnlijk verwijzend naar Johannes 17 vers 21). Afgelopen zaterdag op weg naar een begrafenis kwamen we langs een kerk met een groot bord: “Gereformeerde Kerk (hersteld)”. Dat zou het moeten zijn, dacht ik. De binnen en buiten-verbanders samen, dat is toch ‘hersteld’? Ik kreeg ook associaties met een populair tv-programma (op de BBC en gekopieerd door RTL4 met Umbrto Tan) “The Repair Shop“. We maken er gewoon “The Repair Church” van; de kerk is toch een beetje hersteld, en je kunt je er ook laten herstellen en tegelijkertijd gaat er de roep van uit om te blijven herstellen.

Ooit waren we als gereformeerde school aangesloten bij het ‘Evangelisch Contact Amsterdam’. Baptistenbroeder Gabriel, inmiddels rooms-katholiek geworden, was van die club de stuwende kracht en we vergaderden steeds op een andere plek. Bij de Pinkstergemeente of bij de Christ Church op de Groenburgwal, in de Tituskapel en ook een keer op Veerkracht. We leerden elkaar steeds beter kennen als volgelingen van Jezus Christus, hoe verschillend we ook waren en zijn en dat ook niet onder stoelen en banken staken. Op zeker moment heb ik voorgesteld om op alle aangesloten kerken een bord te laten bevestigen, in de trant van: “hier komen volgelingen van Jezus Christus bij elkaar….”. Bij mijn weten hebben Jezus eerste volgelingen Petrus, Johannes en hun vrienden en ook Paulus geen kerken gesticht. De volgelingen van Jezus kwamen regelmatig bij elkaar en vormden gemeenschappen. Gemeenschappen waar vanaf dag één ook gedoe was, maar die wel bekend stonden voor hun trouw aan de Opgestane en hun liefde voor hun naasten. En mij bekruipt regelmatig het gevoel dat onze Heiland geen instituten (kerken) bedoeld heeft met klinkende namen en eigentijdse organisaties, maar kerken die willen leven naar Mattheus 22 vers 36 tot en met 40.

De Biblebelt

van Urk tot Reimerswaal

Afgelopen zaterdag is in het Museum Catharijneconvent (Utrecht) de tentoonstelling ‘Bij ons in de Biblebelt’ afgesloten. Ik hoorde de directeur zeggen dat de bezoekersaantallen bijzonder waren, ik ving ‘bijna 70.000’ op. Vorige week dinsdagmiddag, een gewone doordeweekse dag en het was echt druk! Een bijzondere tentoonstelling, die toch gemengde gevoelens achterlaat. Het moet eerlijk gezegd, de tentoonstelling was prachtig opgezet, maar het was toch wel een beetje ‘aapjes kijken’. Al die mooie foto’s, die korte filmpjes; natuurlijk geeft het een beeld van een groep gelovigen in ons land. Maar het was behoorlijk veel ‘brede en smalle weg’. Als gereformeerde jongen heb ik toch een redelijke afstand tot de reformatorische wereld, maar tegelijkertijd ligt het gedachtegoed van de reformatorischen heel dicht bij die van de gereformeerden. Veel uiterlijkheden en de daarbij behorende regels van de reformatorischen, waren in mijn jeugd ook de onze. Wij waren dan wel niet van de ‘zwartekousenkerk’, maar een buitenstaander zag wel heel veel overeenkomsten. En laat het duidelijk zijn, gereformeerden en reformatorischen hebben en lezen precies dezelfde Bijbel. En voor beide is de Bijbel; het levende Woord van God. Als cultureel verschijnsel is de Biblebelt best bijzonder, dat ontken ik niet. Al die plaatsnamen aan het begin van de tentoonstelling, heel herkenbaar. Maar tegelijkertijd ook de constatering dat in veel van die plaatsten lang niet iedereen zich schaart onder het gehoor van een ‘zware’ reformatorische predikant.
Toch ook wel een beetje bijzonder is dat er zoveel reformatorischen hebben meegewerkt aan deze tentoonstelling. Zelfbewust stonden ze op foto’s en deelden hun verhaal. En tegelijkertijd vroeg ik me steeds af, maar is dit zo bijzonder? Is het om een buitenstaander te laten glimlachen bij de preek van een Gereformeerde Gemeente dominee, waarin zoveel herhaling en onbegrijpelijk en archaïsch taalgebruik zat, dat er geen touw aan vast te knopen viel? Is het de glimlach om ‘zingen met bovenstem’ of de vrijwel identieke interieurs van jonge reformatorischen? Aan de andere kant is het ook mooi dat er zoveel verbondenheid en gemeenschappelijks is binnen deze ‘zuil’. Is dit wat Jezus bedoelde met ‘wel in de wereld, maar niet van de wereld’ in Johannes 15: 19?

Kruisiging

Toch moest na al dat ‘reformatorische geweld’ het mooiste nog komen. De laatste zaal was bestemd voor ‘reformatorische kunst’. Eigenlijk bedoelden ze denk ik, kunst gemaakt door kunstenaars die zich rekenen of rekenden tot de wereld van de Biblebelt. We liepen Martijn Duifhuizen tegen het lijf, hij wilde op de foto met zijn kunstwerk samen met de directeur van het Museum Catharijneconvent (voor zijn portfolio). Heel kort hebben we elkaar even gesproken en natuurlijk wist hij zich te herinneren dat hij voor ons een exemplaar van Communio Sanctorum had gemaakt. Een heel klein werkje met 1000 namen, waartussen die van Roelof Harm Wimmenhove. Ik heb daar in november 2017 over geschreven. Op de tentoonstelling was ook een exemplaar van Communia Sanctorum te zien. En naar mijn idee totaal niet passend bij de tentoonstelling, maar wel heel indrukwekkend, Duifhuizens grote werk: ‘Kruisiging’. Eén van de ideeën achter dit werk is dat het middelste witte vlak Jezus Christus is en met links of met rechts een perfect vierkant vormt. Ook was er muziek bij te luisteren. Martijn stuurde mij later nog een link met muziek van componist Kees Wisse. Martijn: “Tip: het was best wel druk. Eigenlijk is het mooi om de muziek thuis in stilte te luisteren denken aan de kruisiging… ” Dit werk maakte het bezoeken van de tentoonstelling meer dan waard. En Martijn voegde er nog een prachtige relativering aan toe, “Uiteindelijk zullen we allemaal één zijn als volgelingen van Jezus”. Op Communia Sanctorum staan de namen van 500 protestanten en 500 katholieken. Allerlei denominaties bij elkaar op een kunstwerk! Dat is immers onze toekomst! Gereformeerd of reformatorisch zal uiteindelijk niets uit maken, denk ik.

leestips [2]

In een vorige blog heb ik het boek van Daan Dekker besproken over de bouw van de Bijlmer besproken. De dikke pil van Murat Isik is als het ware van binnenuit geschreven. Eerder schreef hij ‘Verloren Grond’ over een familie die het oosten van Turkije ontvlucht. ‘Wees Onzichtbaar’ is een indrukwekkend verhaal over een jongen die in ‘De Betonnen Droom’ opgroeit. Je wordt het verhaal van hoofdpersoon Metin ingezogen. En werkelijk alles komt voorbij; volgepiste liften, vuilniszakken die van het balkon worden afgegooid, drugsverslaving… Maar ook de buurman die zich tot het uiterste tegen sloop verzet, de voetbalclubjes en het neerstorten van een Israëlische Boeing op Kruitberg en een tirannieke vader die niet kan aarden in het voor hem vreemde Nederland.
Een indrukwekkend boek met zoveel herkenbare zaken. In de jaren tachtig van de vorige eeuw dachten we met een groep Oosterparkers dat er in de Bijlmer nog veel zieltjes te winnen waren. In het toenmalige Bijlmerpark richten we in de zomervakantie een blauw-witte tent op en sloegen aan het evangeliseren. Onbevangen en misschien ook wel naïef, maar ook vol van Geest, organiseerden we zangavonden, kinderclubs, filmavonden en spraken we met heel veel mensen over het bevrijdende evangelie. In die zomermaanden van de tachtiger jaren hebben we heel wat zaken gezien die ook door Isik worden beschreven. Leegstaande flats gekraakt door verslaafden, de grote hoeveelheid verschillende culturen en heel veel eenzaamheid.
Hoe anders zou het verhaal van Isik zijn geweest, als de idealen van Siegfried Nassuth één op één waren uitgevoerd? Wanneer de flats niet elf hoog, maar zes hoog waren geweest, wanneer er veel meer liften waren gebouwd en alle gemeenschappelijke ruimtes zo waren gebouwd en ingericht, zoals ze in eerste instantie bedoeld waren? Tja, wat als? Het leverde wel een prachtige roman op.

Als je niet gelooft in een Schepper van hemel en aarde, dan ben je toch nieuwsgierig naar waar de mens vandaan komt. Ik denk dat er geen mensen te vinden zijn, die denken dat de mens, als mens, al van eeuwigheid bestaat. Voor vrijwel iedereen staat denk ik wel vast dat ‘de mens’ op enig moment ontstaan is. Of het nu door een Schepper is geschapen of door evolutie ontstaan, ergens op een dag waren er mensen die met elkaar in gesprek gingen. En wanneer je de eerste mogelijkheid uitsluit, omdat er volgens jou geen God, geen Schepper, geen Allah of wat er nog meer zou kunnen zijn tussen hemel en aarde, dan kom je uit bij het verhaal van evolutie.
In het laatste boek van Frank Westerman gaat het over de evolutionaire mens, een mens die miljoenen jaren geleden is ontstaan uit een wezen, wat we nu gewoon een dier noemen. Toch is die hele evolutie, en dan gaat het alleen nog maar over ons als ‘mensensoort’, een heel erg ingewikkeld verhaal. Her en der kun je in natuurhistorische musea prachtige overzichten vinden ‘van aap tot mens’. Toch zitten daar nog steeds in dat verhaal van aap tot mens hiaten. De afgelopen honderd jaar zijn er verschillende ‘ontdekkingen’ gedaan op dat gebied. Die zoektocht; naar botjes, schedels en als het zou kunnen een beetje DNA, brengt Westerman in beeld. Samen met Leidse studenten zoekt Westerman in archieven en musea naar de ontbrekende schakels. En al onderzoekend ontdekt Westerman ook dat er veel onzin-verhalen de ronde doen. Dat er strijd is tussen archeologen over wie de eerste is en met de eer gaat strijken.
“Wij, de mens” is een prachtig verslag geworden, van Westermans zoektocht samen zijn studenten en een reis met zijn dochter naar Indonesië. En alhoewel onder het hele verhaal van Westerman, het evolutie-idee ligt; groeide bij mij steeds meer het idee: waarom nog twijfelen aan een Schepper? Al die stapjes en botjes die ontbreken tussen aap en mens, wijzen toch op een heel ander ontstaan van de mens?!  Mijn idee, ontleent aan de Bijbel, werd alleen maar bevestigd door dit boek.

Naast boeiende non-fictie en bijvoorbeeld autobiografieën, hou ik erg van goede detectives. Nu valt er natuurlijk over van alles te twisten, en zeker over de vragen; wat is een boeiend non-fictie boek en wat is een goede detective. Maar wie mijn leesgedrag een beetje volgt kan mijn smaak wel een beetje inschatten. Zoals mijn geliefde zus mij wel eens tipt over een ‘goed’ boek, tip ik haar natuurlijk ook. Ze heeft inmiddels “Het Meisje en de Geleerde” gelezen en vond het een geweldig boek; waarvan akte. Maar goed, sommige lezers hebben gelijk, mijn goede smaak hoeft niet overeen te komen met andermans smaak.
Ik had kennissen wel eens gehoord over Dickers ‘De waarheid over de zaak Harry Quebert’. Een echte aanrader, kreeg ik dan te horen. Maar soms is het aanbod van goede detectives te groot en heb ik genoeg aan Michael ConnellyDonna Leon, Philip Kerr.  Bij toeval zag ik Dickers nieuwste boek bij de bibliotheek liggen. Bij de boekhandel had ik het al in dikke stapels gezien, dus toch ook maar eens proberen. Geen verkeerde keus, van begin tot eind een levensecht en boeiend verhaal wat je echt meeneemt naar het kleine stadje Orphea in de VS. Het is zo’n verhaal dat je meezuigt en dat je niet weg kunt leggen. Goed voor een druilerige zondagmiddag op de bank of op een lome vakantiedag in de schaduw.

John Boyne is natuurlijk bekend van het naar mijn idee toch wat overschatte boek ‘De jongen in de gestreepte pyjama’. Later werd dat boek ook verfilmd en versloeg zijn tienduizenden. De afgelopen jaren las ik ‘Het winterpaleis’ en ook ‘De witte veer’, maar ook zijn eerste boek over zijn geboorteland Ierland: ‘De grote stilte’. Vooral dat laatste boek is een overweldigend verhaal over misbruik in de Rooms-Katholieke kerk. Waar ‘De jongen in de gestreepte pyjama’ hier en daar net iets te verzonnen is, voel je bij de ‘De grote stilte’ veel meer de echtheid van het verhaal.
‘Wat het hart verwoest’ is van een zelfde niveau als het verhaal over foute priesters in Ierland. Dit keer is het thema homoseksualiteit. En al zitten er hier en daar in het verhaal wat ongeloofwaardige wendingen, het is tot eind boeiend.

Na drie jaar… | In memoriam Harm 1982 – 2016 (79)

Het zijn voor ons rare dagen zo half september. Een vriend van Harm die werkt in de States en voor vakantie in Nederland is, komt eten. Vrienden sturen bemoedigende woorden via kaarten en appjes. Gisteravond waren we met vrienden bij elkaar en haalden herinneringen op. Na twaalven hebben we stil gestaan bij de boom op de Nassaukade, brandden een kaarsje en gingen in gedachten terug naar 14 september 2016. Vandaag hebben we ook stilgestaan op Zorgvlied en als gezin ons later rond de tuintafel geschaard en ‘spinazietaart’ gegeten. Het zijn allemaal van die rituelen om nog eens extra stil te staan bij het gemis en verdriet om Harm. En nog steeds missen we hem elke dag, maar de scherpe randjes worden zachter. Gelukkig leven we in een tijd, dat we niets hoeven weg te stoppen, dat het ook niet gek is om nog steeds te huilen om het wrede gemis.
Ook na vandaag gaat het leven verder, maar zijn foto blijft gewoon staan. Inmiddels kijken we uit naar de 31e oktober wanneer eindelijk een rechter zich zal buigen over de aanrijding met een politiebus, die Harm het leven kostte. Het zal ook dan weer emotioneel en lastig worden, maar hopelijk kunnen we dan dit gedeelte afsluiten.

Vanmorgen was ik voor de eerste keer bij een ledenraadsvergadering van de EO.  Meedenken en als klankbord fungeren voor het bestuur, een mooie taak. Een leuke oefening was het nadenken over de invulling van de Kerst-VISIE. Maar ook discussie over hoe de EO heeft geacteerd rond de Nashville-verklaring. Door de jaren is er nogal wat bijgesteld aan het spreken van scholen, kerken en ook de EO over hoe om te gaan met homo’s. Niet iedereen zit hier op één lijn, dat werd wel duidelijk. Gelukkig was er in ieder geval in juli, in de week voorafgaande aan Gay Pride bij een beslist niet christelijke zender een mooie inkijk bij christelijke homo’s (PowNed). Het terugkijken meer dan waard en eigenlijk best goed dat het geen EO-programma was! Tijdens de plenaire vergadering heb ik me een paar keer gefocust op de prachtige ramen in de EO-kapel, tenminste die ik kon zien. Een koning met harp in een kleurig landschap, het leverde veel mooie psalmregels op in mijn hoofd. Een troostvol raam dus!

Kyrie eleison

Leestips

Zo nu en dan pak ik het ‘leesclub-boek’ (voor eind september) en worstel mij door weer een hoofdstuk. Dat gaat al twee maanden zo, maar gelukkig heb ik tussendoor veel andere boeken onder handbereik. Sommige van deze boeken heb ik zelfs verslonden. Op dat ‘leesclub-boek’ kom ik later nog wel terug, maar dat doe ik, denk ik, wanneer we het besproken hebben. Dan heeft misschien de bespreking van die bijna vijfhonderdvijftig bladzijden nog wat lichtpuntjes gebracht. Daarom gewoon maar een kronkelige reis door mijn boekenland van de afgelopen maanden. Boeken die blijven hangen en wanneer ik ze zelf heb aangeschaft, nog es doorblader en hier en daar herlees.

Aan het begin van het jaar vond ik op de plank ‘pas verschenen’ in de biep, het boekje van de ‘Heel Holland Bakt’ presentatrice Martine Bijl over de gevolgen van een hersenbloeding die ze in 2015 kreeg. Op een indrukwekkende manier schrijft ze over wat dat met haar en haar omgeving doet. Prachtige observaties in korte hoofdstukjes gevat; hoe ze lichamelijk en ook emotioneel verandert. Haar gevecht om een gewoon leven te blijven leven en tegelijkertijd ook de aftakeling en beperkingen te aanvaarden. Bijzonder boekje van een bekende tv-persoonlijkheid, die in juni j.l. overleed. Haar verhalen zetten aan het denken, over zinloos lijden (zoals dat vaak genoemd wordt) en of je dan als mens mag ingrijpen. De schrijfster leert de lezer dat het ook goed is om te aanvaarden, dat het leven niet maakbaar is en dat het ook simpelweg bij het leven hoort dat het niet volmaakt is. En dat laatste is nodig in een wereld waarin zoveel mensen streven naar groei en nog meer groei, naar een perfect lichaam en een rimpelloos bestaan… En in de week dat het Sociaal Cultureel Planbureau meldt dat Nederlanders zich zeer gelukkig voelen en meer dan een vette voldoende voor hun bestaan en hun geluk geven (een 7,8), is het ook goed om te beseffen dat het rinkel-de-kink zo maar kan veranderen.

Dit boek kwam ik ook tegen bij de bibliotheek op de plank ‘pas verschenen’. Trouwens niet alles op die plank is van recente datum, sommige medewerkers zetten ‘min of meer aantrekkelijke boeken’ gemakkelijk weg. Michael Palin was niet alleen een zeer origineel lid van Monty Python (typisch Brits cabaret) maar hij heeft ook een aantal prachtige reisdocumentaires voor de BBC gemaakt. Deze documentaires werden later niet alleen op video uitgebracht, maar ook in boekvorm (kijk maar eens bij de boeken en video afdeling van de kringloopwinkel). Die docu’s werden gelukkig nog een beetje in het slow-televisie tijdperk gemaakt. Tegenwoordig wordt in één reisprogramma veel te veel gepropt en draait het net teveel om de bijzondere presentator, maar dit terzijde.
In Erebus vertelt Palin de geschiedenis van een schip. Een oorlogschip dat wordt omgebouwd, tot een schip om verre ontdekkingsreizen te maken en op zijn laatste reis naar de Noordpool spoorloos verdwijnt (rond 1850). Palin heeft zich zorgvuldig ingelezen in historische bronnen en is ook zelf op reis gegaan. Een prachtig verslag over zeelieden die uit zijn op avontuur en plaatsen die nog niet zijn ontdekt. De drang om meer te weten komen over de aarde, maar ook eerzucht, liefde en verdriet, alles komt in dit prachtige boek voorbij. Het geeft ook een mooi beeld van het grote Britse Rijk met al zijn hebbelijk en onhebbelijkheden. De Vlaamse tv had eind vorig jaar een mooi interview met Palin en zette  mij mee op het spoor van dit imposante  ‘reisverslag’.

In mijn ‘vakantiedoos’ stop ik meestal meer boeken dan ik tijdens die paar weken kan lezen. Ik kan dan kiezen en een boek ook wegleggen wanneer het niet bevalt. De weduwe van burgemeester Eberhard van der Laan (begin oktober twee jaar geleden gestorven) schreef over haar rouw en over haar drie jonge kinderen op zaterdag een verhaaltje in Het Parool. Trefzeker schreef ze over wat het verdriet en het gemis met haar en haar kinderen deed. Onverbloemd kwamen de tranen, gekke momenten en ook de lach voorbij. Zo herkenbaar!
En alhoewel het in onze vakantie soms gewoon te warm was om te lezen, een mens doet zich wat aan, heb ik veel verhaaltjes van Femke van der Laan nog eens herlezen. Het leert de lezers op een mooie manier, dat rouw gewoon bij het leven hoort.
Na een jaar is ze gestopt met deze columns in de zaterdagse PS, maar gelukkig kreeg ze wel een nieuwe plek op de donderdag. Een paar weken terug schreef ze nog een prachtige column over een jongen van 15 die, samen met een paar vrienden, stiekem met de auto van zijn vader ging rijden en onderweg de politie tegenkwam. (De toekomstige burgemeester (15) nam de auto van zijn ouders). Een ijzersterke bijdrage aan de discussie die ontstond na een opgeklopt verhaal in De Telegraaf over de puberende zoon van de huidige burgemeester.

Soms, wanneer Coos een kraamgezin afsluit, komt ze met een geschenk thuis. Vaak is dat een mooie bos bloemen, soms een leuke fles met inhoud, maar zelden een boek. Maar die ene keer was het een boek door de kraamvader zelf geschreven en gesigneerd. Ook dat boek ging mee op vakantie en niet ten onrechte. Ik ben verzot op schrijvers als Frank Westerman en Jan Brokken omdat ze echte levens in hun boeken weer tot leven wekken. Die levens worden dan ingebed in de geschiedenis en wat ze daarin betekend hebben. Daan Dekker heeft dat gedaan met het leven van stedenbouwkundige Siegfried Nassuth. Nog nooit had ik van deze man gehoord en ook in de Bijlmer, zoals we Amsterdam-Zuidoost nog vaak noemen, heb ik geen standbeeld van hem gezien. Zelfs geen straat is voor zover ik weet,  naar hem genoemd! Toch was Nassuth de bouwmeester die de Bijlmer heeft ontworpen. Ongetwijfeld ben ik zijn naam wel tegengekomen bij Murat Isik in ‘Wees onzichtbaar’, maar hij was niet blijven hangen. Na het lezen van ‘De Betonnen Droom’ is het een naam om nooit meer te vergeten. Jazeker, de bedenkers van de honingraatflats zijn naderhand verguisd, de Bijlmer was een megalomaan en mislukt project in de ogen van velen. Maar Daan Dekker laat in zijn boek zien dat, dat wat de Bijlmer uiteindelijk is geworden, door Nassuth en zijn team nooit zo was bedoeld en ook niet bedacht. Harde economische regels en politieke beslissingen hadden een aantal belangrijke uitgangspunten en spelregels veranderd en uitgegumd, waardoor het uiteindelijk een redelijk mislukte stadswijk werd.  Al is er in Zuidoost dan geen monument te vinden voor Nassuth, dit boek is een monument en het lezen meer dan waard. Dat laatste ook omdat het verhaal van Siegfried Nassuth over zijn jeugd in Nederlands-Indië, zijn studie in Delft, tot leven komt, afgewisseld met verhalen over de bouw van de Bijlmer. Ook komen enkele bewoners aan het woord om te vertellen hoe het echte Bijlmer-leven eruit ziet.

Het zijn niet alleen de vrijdagse bijlage van het ND (Gulliver) of de zaterdagse boekbespreking in Het Parool die mij op het spoor zetten van bijzonder boeken. ‘Cliffrock Castle’ werd mij aanbevolen door mijn zus. Ik heb het idee dat zij minstens één keer per week naar de bibliotheek in Amersfoort loopt om daar lekker rond te snuffelen. En omdat we als familie natuurlijk wel een beetje dezelfde smaak hebben, neem ik haar adviezen graag ter harte; waarvoor dank!
Mij viel trouwens op dat Cliffrock en de C van Castle cursief op de omslag staan, evenals de naam van de schrijfster. Een goede grap dacht ik, maar na het lezen van het boek, werd het duidelijk. De echte Josephine heeft vijf jaar op het Schotse platteland gewoond en doet daarvan op een humoristische manier verslag van in dit boek. Ze wil haar echte naam niet vermeld en ook niet de echte naam van het kasteel waar ze werkte als ‘housekeeper’, om daarmee de bewoners af te schermen. Gelukkig wordt uit alles duidelijk dat het geen fictie is maar werkelijk non-fictie.
Het is boeiend om een hedendaagse leefwereld binnen te stappen, die veel mensen alleen maar kennen van de serie ‘Downton Abby’. Het standenverschil in de wereld waar Josephine werkte is echt, en uiteindelijk is het zo benauwend dat ze mee daarom met haar gezin naar Nederland terugkeert. De lezer leert veel over de schijnbaar puissant rijke kasteeleigenaren en dat zet aan tot denken. In deze tijd van een afscheid nemend Brits Rijk van Europa, ga je beseffen dat aan de andere kant van de Noordzee nog steeds heel veel mensen denken dat de wereld er net zo uit ziet als honderd jaar geleden. In dit boek kun je je mooi verplaatsen in die wereld van de ‘bovenklasse’, die schijnbaar alleen iets menselijks toont wanneer het om de gezondheid van de zoon van de housekeeper gaat. Inmiddels is er ook een vervolg op Cliffrock Castle verschenen. Wel gek, nu is de C van Castle opeens niet meer cursief…….

Een beetje een rare afbeelding van een boek, maar zo komt de omslag mooi tot zijn recht. [Leerlingen zetten hun boek op deze manier wel eens op tafel, maar dan kregen ze van mij een reprimande. De rug van het boek, ook een ingenaaide rug, zakt zo volledig uit zijn verband.] Ook dit boek kwam ik tegen op de bekende plank in de bibliotheek. De vrouw op de omslag trok mijn aandacht, die had ik eerder gezien. Op dat moment geen idee waar, maar het boek vertelde mij dat ze een poster van het Rembrandthuis had gesierd; vandaar. Nu heb ik door de jaren heen veel over Nederlands beroemdste schilder gelezen, maar dit verhaal was me volledig onbekend. De twee prachtige portretten hangen in een museum in Warschau (Polen). De schrijfster, kunsthistorica Gerdien Verschoor, verhaalt in dit boeiende boek hoe deze portretten van Rembrandt in Polen zijn terecht gekomen. Daar doorheen weeft ze het verhaal over de trieste geschiedenis van het land Polen, Poolse koningen en de laatste eigenaars van deze schilderijen: de Poolse adellijke familie Lanckoroński. Ook dit is een prachtig non-fictie verhaal en leert de lezer veel over een deel van de Europese geschiedenis, waar in Nederland nauwelijks iets over bekend is. Wenen, ooit de hoofdstad van een groots keizerrijk, adellijke families die niet ‘werken’ en alleen maar reizen en kunst verzamelen, wat een boeiende wereld. Ook de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog spelen een rol in het bestaan van de twee Rembrandts, maar ook adellijke moed en de drang om te overleven en eeuwenoude kunstwerken door te geven aan het nageslacht. Een bijzonder boeiend boek, zeer aanbevolen!

In een ND-artikel kwam ik dit boek tegen. Iemand had beweerd dat er zo weinig over het milieu en het beschermen daarvan in Afrika werd geschreven. Maar de schrijver van het artikel wees op dit boek van Helon Habila, een Nigeriaanse schrijver, tegenwoordig woonachtig in de VS. Dit boek gaat over twee journalisten die proberen een ontvoerde blanke vrouw te vinden. Ze dwalen rond in de Nigerdelta waar oliemaatschappijen hele dorpen opkopen, vervolgens vernietigen en ondertussen het milieu ook nog ongelooflijk verontreinigen. Een spannend verhaal met een mooi plot, maar ook een aanklacht tegen onderdrukking en uitbuiting. Bij welke oliemaatschappij kun je nog zonder gewetensbezwaren je tank laten volgooien?
Op internet vond ik ook de omslag van de Engelse uitgave. Wat ik mij dan afvraag waarom die ook niet werd gebruikt voor de Nederlandse vertaling. Hij is veel treffender en geeft veel beter de kern van het boek weer. De letters op de Nederlandse uitgave zijn mooi gevonden, maar toch past het lettertype van de Engelstalige uitgave beter bij het droevige verhaal.

Afgelopen seizoen was er in ‘De Wereld Draait Door’ regelmatig aandacht voor Willem Wilmink (1936 – 2003). Wilmink is vooral bekend als schrijver van liedteksten voor De Stratemakeropzeeshow, Het Klokhuis, De film van Ome Willem, Sesamstraat, J.J. De Bom voorheen De Kindervriend en Kinderen voor Kinderen. Ook schreef hij voor Herman van Veen en veel andere vertolkers van het Nederlandse lied. Liedjes van hem werden in DWDD opnieuw ten gehore gebracht, gedichten voorgelezen en  de weduwe van Wilmink mocht aanschuiven bij van Nieuwkerk. Ook deze biografie kreeg ruimschoots aandacht en dat niet ten onrechte. Het is een toegankelijk boek geworden over een wel heel bijzondere man. Het mooie van dit soort verhalen is dat je ook en beeld krijgt van de jeugd van de hoofdpersoon, zijn ouders en ook in wat voor omstandigheden hij of zij is opgegroeid. Wilmink groeide op in Enschede en wanneer ik hem hoorde op de radio of tv, dan was er gelijk herkenning. Zijn Saksische tongval had veel gelijkenis met het Drentse Saksisch dat bij ons huis werd gesproken.
Ik had altijd gedacht dat de op tv bijzonder sympathiek overkomende dichter in werkelijkheid ook zo zijn. Elsbeth Etty maakt in haar biografie duidelijk dat dat niet zo was. Wilmink dronk vaak te veel, had last van zijn oorlogsverleden en vreemde opvoeding en toonde regelmatig wel erg onaangepast gedrag.
Toen ik het boek uit had, ben ik nog eens gaan bladeren in het vuistdikke Verzameld Werk dat ik ooit kreeg van Harm en Elise. En opnieuw kwam ik parel na parel tegen. Op YouTube zijn veel gedichten en liedjes van Wilmink terug te vinden, vaak voorgelezen door de schrijver zelf.

Zo nu en dan wissel ik met Rieke onze oudste dochter een boek uit. Van het ’t Hooge Nest werd zelfs reclame gemaakt op de radio. Na een enkele bladzijde lezen, verdween ook dit boek in de ‘vakantiedoos’. Toen ik er in Frankrijk eenmaal aan begon, bleef ik lezen en wilde weten hoe het met de bewoners van ’t Hooge Nest afloopt.
Roxane van Iperen volgt in dit boek de bewoners van een villa in het Gooi. Wanneer ze er komt te wonen, ontdekt ze de bijzondere geschiedenis van het huis en haar bewoners. Het blijkt dat het in de Tweede Wereldoorlog tientallen Joodse onderduikers in de villa woonden.
Van Iperen heeft heel veel onderzoek gedaan en brengt dat in dit boek op een boeiende manier in beeld. En zeker voor generaties die de oorlog alleen maar uit verhalen van grootouders en overgrootouders kennen, geeft dit een trefzeker beeld van het dagelijkse leven in WOII.

PS    Reacties en leeservaringen met één van de boeken zijn van harte welkom! En, er komt nog een vervolg.