De dienst begint om kwart over negen…

Jammer van het tuintje, maar wanneer er genoeg geld is, komt er een prachtige keuken!
Nu nog een oplossing voor het lelijke kippengaas aan de buitenkant.

Het was een heftige discussie op de kerkenraad. Er lag een brief van een oudere broeder met de vraag of de broeders de begintijd van de ochtenddienst wilden aanpassen. De bewuste broeder had daarvoor een paar argumenten. Maar één argument was erg sterk. Kwart over negen klinkt een uur vroeger dan half tien. Het was een doordenker natuurlijk, maar deze broeder bracht een fraai psychologisch argument in. Voor hem voelde het gewoon veel later, half tien, dan is die negen weg. De voorzitter, in die tijd was dat gewoon de dominee, moest hier niets van weten. Een kwartiertje verschil, wat een onzin! Probleem wat op de achtergrond speelde was dat de dominee vrijwel elke zondagochtend ook elders preekte. Dat laatste deed hij met toewijding en liefde, regelmatig preekte hij vier keer op een zondag! Wanneer de Oosterparkkerk om kwart over negen startte, dan kon de dominee om ongeveer tien uur buiten staan. (Wanneer de preek dreigde uit te lopen, dan kuchte zijn vrouw nadrukkelijk en wist hij dat er een eind aan gebreid moest worden.)  Voor de kerk stond dan een chauffeur met auto klaar om de dominee zo snel mogelijk te vervoeren naar een zusterkerk. Die zusterkerk startte om half elf. De kleine gemeentes in Krommenie en Halfweg-Zwanenburg hadden een prachtige voorziening op deze manier, keurig op elkaar afgestemd.
Maar ja, toen lag daar de vraag op tafel van een oudere broeder die al veel last had van slapeloosheid.  Na een heftige discussie moest er toch maar over gestemd worden. Sommige broeders, die ook wel een kwartiertje wilden uitslapen, hadden stiekem al koppen zitten tellen. De voorzitter wist de vraag echter zo te stellen dat je eigenlijk niet wist of je nu voor of tegen moest stemmen. De eerste die aan de beurt kwam, links van de voorzitter, onderving dat door breeduit te vertellen dat hij voor handhaving van de begintijd was. En dat ging goed totdat één van de broeders zich vergiste. De vraagstelling was hem te veel  geworden en hij stemde precies anders dan hij in de discussie beweerd had. Consternatie alom toen bleek dat het geen half tien werd. Eén van de diakenen vertelde later dat hij al heel lang vond dat de dominee beter advocaat had kunnen worden. Achteraf gezien denk je bij jezelf, waar hebben al die discussies toe geleid? Dertig jaar later kun je je nauwelijks voorstellen dat we ons daar toen zo druk over maakten. Vergaderingen van vier uur waren geen uitzondering en dan werd er  ook nog flink gerookt. Wanneer we eerstdaags het plafond van de kerkenraadskamer open trekken, zullen we vast en zeker nog rooksporen aan treffen. De koster, die boven de consistorie zijn huiskamer had kon bijna ruiken van welk merk sigaren er werd genoten. “Verbrand uw afgoden”, was een geliefde uitdrukking van onze dominee.
Een paar vergaderingen later werd alsnog de aanvangstijd veranderd naar half tien. En jaren later werd het tien uur en verdween de tweede dienst, iets wat niet in ons hoofd op kwam toen we discussieerden over een kwartiertje later. De kleine kerkjes van Halfweg-Zwanenburg en Krommenie bestaan niet meer, het aantal leden nam zo af, dat deze kerken vonden dat ze geen bestaansrecht meer hadden. De broeders die onze toenmalige dominee ophaalden, hij had geen rijbewijs,  leven niet meer.
Tot voor kort zag het kerkgebouw er nog net zo uit als veertig jaar geleden. De mannenbroeders die in 1980 de kerk bestuurden zouden echter verbaasd zijn geweest. Een piano, regelmatig een muziekband die een keur aan liederen speelt, elke zondag een viering van het Heilig Avondmaal en een brandende kaars voor in de kerk…. Ik hoop dat ze onder de indruk zijn zouden zijn van een serie preken over Goede Gewoonten en beseffen dat aanvangstijden en gewoonten blijkbaar kunnen veranderen, maar dat gelukkig het evangelie nog elke zondag voluit klinkt.
En mocht u het nog niet gedaan hebben, neus eens rond op steundeopk.nl.

steundeopk.nl

Een prachtig stilleven in ons kerkgebouw vanmorgen. De deur naar het orgel en de deur naar de bergruimte zijn prachtig in een mahoniekleur geschilderd. De zelfde kleur zit ook op de ramen waar het glas in lood in zit. Onderzoek heeft uitgewezen dat toen de kerk in 1904 werd opgeleverd deze ramen in ongeveer dezelfde kleur waren geschilderd en dan ook nog een houting kregen. Dat laatste procedé leverde dan min of meer een dure uitstraling op, het grenen hout is geen hardhout maar ziet er dan wel een beetje zo uit. De houting blijft in 2020 achterwege. De deuren waren in de jaren zeventig van de vorige eeuw van hardboard voorzien, paneeldeuren waren uit de mode. Gelukkig hebben ze hun oude uitstraling weer terug! De kaars en het lelijke kathedertje staan er een beetje verweesd bij sinds de dienst van afgelopen zondagmorgen. Tussen de steigers en met stuc loper op de vloer konden we met dertig gemeenteleden gewoon een dienst houden. En ondanks alle coronamaatregelen is het fijn om elkaar dan weer te ontmoeten.
Ook de andere kleuren die gebruikt worden refereren aan de kleuren van begin vorige eeuw, zoals het oker van de lambrisering. De kerk krijgt alleen al door het kleurgebruik een heel andere uitstraling. Een verfbeurt was sowieso heel erg nodig en de keus om dan te zoeken naar passende kleuren heeft goed gewerkt. Ook de talrijke scheuren zijn opengemaakt, gevuld, geschuurd en geverfd. Het gewelfde plafond ziet er weer mooi strak uit met zijn lijnen en rozetten. Nu al een beetje aangelicht door de lampen op wand. Het verfwerk is niet het enige wat aangepakt moest worden. De toiletten moesten echt onderhanden genomen worden en in onze kerk hadden we nog geen gelegenheid voor minder validen om naar het toilet te gaan. Daarom is er nu een gender neutrale toiletgelegenheid gemaakt, waar ook minder validen met een rolstoel van gebruik kunnen maken. Het mooie hoekraam kon en moest behouden worden natuurlijk. Omdat de Oosterparkkerk een gemeentelijk monument is, kan niet zomaar alles veranderd worden. Daarnaast is ook het toilet bij de deur van de oude kosterswoning volledig opgeknapt en is een extra toilet gemaakt naast de consistorie.
Een behoorlijke klus wordt ook nog het schoonmaken en opknappen van het orgel. Omdat binnenkort de grote balg van het orgel vervangen moet worden, moest ook de ruimte onder het orgel worden opgeruimd. Daar kwam een oud ‘naambord’ van de OPK tevoorschijn. Gedateerd op 19.7.1976 en gesigneerd met D. van Driel. Een prachtig lettertype en keurig netjes tussen haakjes; vrijgemaakt. Een prachtig tijdsbeeld, met diensten om kwart over negen en vijf uur.

Wordt vervolgd en voor informatie kijk op: steundeopk.nl. De fundraising loopt goed, maar er moet nog wel ruim 70.000 euro op tafel.

kerkinterieur / steundeopk.nl

Het schilderij links is een Middeleeuwse kerk op een uur rijden van Berlijn. Een van de weinige kerken uit de ME opgetrokken uit rode baksteen, indrukwekkend.

We kunnen in deze bijzondere tijd nog naar de kerk. Helaas was ons kerkgebouw de laatste twee zondagen dicht vanwege werkzaamheden, maar komende zondag mogen er weer dertig mensen plaatsnemen! Waar we ook nog vrijelijk naar toe kunnen, wel inschrijven van te voren (en dat is bij de kerk ook het geval), is het museum. Vorige week zijn we daarom met broer en schoonzus naar het Drents Museum geweest in Assen. Deze maanden is daar een prachtige tentoonstelling onder de titel ‘Henk Helmantel Meesterschilder‘. De naam van Helmantel leerde ik kennen op de PA in Groningen. Tekenleraar Willem Meijer nam ons in het voorjaar van 1976 mee naar een tentoonstelling over realistische kunst en daar hing onder andere werk van de toen nog jonge schilder uit Westeremden. Meijer was bevriend met de schilder, ze hadden samen op de kunstacademie gezeten. Zijn lessen cultuur en maatschappijleer resulteerden in een boeiend boek met de titel ‘Kunst en revolutie’, bij Boekwinkeltjes nog verkrijgbaar voor een euro. Op de cover van dit boek stond dan ook een schilderij van Helmantel. In de jaren 70 van de vorige eeuw was Helmantels manier van schilderen onder de meeste kunstkenners niet acceptabel. Musea hingen vol met conceptuele kunst, waar de kijkers maar moeten bedenken wat het voorstelt en bedoelt. Nadenken wat de diepere lagen zijn van Helmantels werk, te ingewikkeld waarschijnlijk.

In 2012 te koop bij ‘Veilinghuis De Eland’ in Diemen

Donderdag 27 oktober 1977 leidde Meijer een excursie naar Helmantel. We vertrokken vanaf de Hereweg in Groningen met een aantal auto’s naar het terpdorp waar de schilder nog steeds woont. De excursie was voor studenten die specialisatie tekenen deden in het examenjaar van de PA. Tekenen was ook mijn keus, want anders had ik voor handenarbeid of lichamelijke oefening moeten kiezen, geloof ik. Helmantel was toen met z’n 32 jaar, een nog onbekende grootheid, die al wel schilderijen had hangen in galerieën in New York en Japan. We werden ontvangen in de keuken van ‘de Weem’ met thee, door Babs, de vrouw van Helmantel en werden vervolgens in het atelier van de schilder ingewijd in het schilderen van stillevens en kerkinterieurs. Ook toen al had Helmantel geen schildersezel, maar gebruikte gewoon een oude trap waar hij zijn paneel (van masoniet, een soort hardboard) tegen zette. De ramen van het atelier bewust op het noorden, omdat dat het mooiste licht gaf om bij te werken. Uitgebreid zette Helmantel zijn verschillende stadia van schilderen uiteen. Op de tentoonstelling in Assen is daar een mooi voorbeeld van te zien. Een schilderijtje van een kapotte pot met loodwit hangt er in drie opeenvolgende stadia. Wij verbaasden ons, na één keer vonden wij het al prachtig. Maar nauwkeuriger kijken leerde ons dat juist de derde laag diepte gaf.
Sinds die herfstige middag in 1977, gisteren dus precies 43 jaar geleden, ben ik Helmantel een beetje blijven volgen. Willem Meijer had mij verteld dat in Amsterdam, waar ik in 1978 ging werken,  een galerie was waar werk van Helmantel werd verkocht. Op verloren momenten fietste ik dus wel eens om en stapte dan aan Oudezijds Voorburgwal even binnen bij Galerie Mokum.  De afgelopen jaren hingen er gelukkig ook Helmantels op de Realisme-beurzen in de Passagiers Terminal aan het IJ. Voor een schoolmeester niet te betalen, maar wel mooi om steeds weer even te genieten. In 2012 was er een Helmantel te koop bij ons plaatselijke veilinghuis de Eland. Coos en ik zijn naar de veilingavond geweest, het schilderijtje werd niet verkocht, want de minimumprijs werd niet gehaald. Helaas was ook toen ons budget niet toereikend. Gelukkig zijn er musea die zo nu en dan hun muren vullen met stillevens en kerkinterieurs. Helmantel heeft inmiddels zijn eigen museum, vast gebouwd aan zijn woonhuis. Tot in maart 2021 kunt u in ieder geval genieten in Assen!

De wanden worden compleet geschilderd en de kozijnen krijgen hun min of meer oorspronkelijke kleuren terug. Kleurenonderzoek wees uit dat er op sommige plekken wel zeven lagen verf zaten.

Al kijkend naar die verschillende kerk en kloosterinterieurs moest ik denken aan onze eigen kerkzaal. Onze Oosterparkkerk is geen Middeleeuws gebouw zoals Helmantel ze graag schildert, maar een gebouw uit 1904. En al is ons kerkgebouw nog niet honderden jaren oud, het heeft stijl en karakter. Bezoekers die voor het eerst binnenkomen, raken vaak onder de indruk. Maar helaas was het ook hoog nodig toe aan groot onderhoud. Na jaren sparen en veel wikken en wegen en verbouwingsplannen tegen elkaar afwegend, zijn we midden in de coronatijd gestart met de verbouwing. Het gebouw moet geschilderd, de toiletten moeten vernieuwd en er moet een MIVA-toilet ingepast worden en ook een toegang voor minder validen is nodig. Podium, verlichting en ook de audio-visuele-installatie moet worden vervangen. En één van de grootste wensen, naast nieuwe stoelen, is wel een nieuwe keuken. Al met al een ingrijpende operatie voor ons kerkgebouw. Inmiddels is er de afgelopen maanden door onze kerkleden bijna een ton bij elkaar gebracht. Voor dat bedrag kun je een hele grote Helmantel kopen, maar daar is ons kerkgebouw niet mee opgeknapt. Klik dus even door naar steundeopk.nl en neus eens rond op de webshop of er iets van je gading tussen zit.

Harm 1982 – 2016 -2020 | In memoriam Harm (84)

HARM: bootje, verliefd, Amsterdammer, IT-er, gek van plaatjes draaien, hoe meer festivals hoe beter, prachtige foto’s proberen te maken, illegaal spuiten, stiekem slapende treinreizigers fotograferen, zonnebril en oooh die rugtas …..

Of opa zijn zakmes wel meenam, de kleinkinderen vroegen het meerdere keren. Ach ja, opa kan fluiten met een grassprietje tussen zijn vingers, maar dat lukt hen nog niet. Daarom vertelde ik maanden geleden dat je ook een fluitje kunt maken van een tak van de lijsterbes (Latijnse naam: Sorbus aucuparia). Voor mijn jongste broer is dat, volgens zijn eigen zeggen, de trigger geweest om orgelbouwer te worden. En wie weet is het voor Jip en Fiene een aanzet om later iets met muziek te doen. Maar helaas vind ik tot op heden hier aan de rand van Diemen-Zuid geen lijsterbessen. Maar gisteren, toen ze hier waren in verband met Harm zijn sterfdag, begonnen ze er gelijk over: “Opa, gaan we nog een fluitje maken?” Ik legde uit dat er hier geen lijsterbes was, maar misschien wel op de begraafplaats waar we met z’n allen naar Harms graf zouden gaan. We hebben wat afgespeurd op Zorgvlied, maar helaas geen lijsterbes. Of het dan niet met een andere tak kon? Helaas, dat fluitje houden ze dus nog tegoed.

Het was goed om als gezin stil te staan bij  de 14e september, samen een gin-tonic te drinken en een paar elpees draaien uit Harm zijn collectie en letterlijk stil te staan bij de tekst uit Matteüs 5, “Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden”. Coos veegde de grafsteen schoon en zette wat nieuwe plantjes op de hoogste tree. Het water stroomde al snel over andere treden van Harms graf en Coos zag er tranen in, hoe symbolisch. Kleinzoon Siebe begreep dat niet, huppelde weer weg en ging met grote broer en zus steentjes zoeken om die naast Joshi te leggen. Herdenken in het klein, een beetje voortbouwen op wat Harm deed. De pijn en het gemis is ook na vier jaar niet weg. Maar aan de kleinkinderen is te zien dat het leven ook gewoon doorgaat, wat weten zij over tien, twintig jaar over hun verongelukte oom? Een foto, een album vol herinneringen en een steen met vele steentjes op zijn graf. Harm leeft voor ons voort in zoveel kleine dingen; soms zien we hem fietsen of horen we muziek waarbij de tranen branden. Maar ook de momenten die je zo graag samen zou willen delen of dat je even om raad zou willen vragen… Zoveel momenten in de wetenschap dat het niet meer kan en tegelijkertijd beseffen dat we elkaar ooit weer zullen ontmoeten.

Kyrie eleison

Teun en tijd

Ooit kreeg ik van Gerard Lubbers een leesplankje cadeau. Achterop zit een nog nauwelijks leesbare sticker: ‘HOOGEVEEN’S VERBETERD LEESPLANKJE’ en met kleinere kapitalen dat het gaat om een ‘uitgave van J.B. Wolters te Groningen’. Op internet zijn foto’s te vinden en ik ontdek dat het een om een exemplaar gaat wat uitgegeven werd tussen 1909 en 1916. Het plankje is dus ruim 100 jaar oud. Misschien heeft ooit Gerard  zelf met zo’n plankje leren lezen. Ergens moet nog een doosje zwerven met de kartonnen letters. Gerard schonk het vanwege mijn werk als onderwijzer. Nu onze derde kleinzoon is geboren, heb ik hem weer tevoorschijn gehaald. Zijn naam staat er op! Kleizoon Teun zal echter nog even moeten oefenen voordat hij de tweeklank eu kan verbinden met een t en een n. En we zouden schoolmeester Mattheus Bernhard Hoogeveen (1862-1941) willen vragen waarom déze tekening van Jetses nu zo kenmerkend is voor t eu n.  Deze Teun ziet er uit als een oudere boerenknecht, verweerd, een open kiel en met een stok in de hand; een man van het buitenleven. Het hele leesplankje had trouwens nogal een landelijk karakter. Geen grachtenpand, geen kerktoren, maar veel groen en ook nog een Mies, Gijs, Jet, Wim en Kees. De laatste is trouwens een hond, maar Femmie heeft dus nog meer keus. Op de ‘Vertelselplaat’ die bij het leesplankje hoorde staat Teun ook afgebeeld. Hij heeft een lang touw in zijn handen met daaraan een aap, die in de dakgoot van een huis zit. Op zijn hoed is nog beter te zien dat Teun er een veer op heeft gestoken en uit zijn jaszak hang een slordige doek. Hij doet denken aan Vitalis uit ‘Alleen op de wereld’. Vitalis had ook een aapje. Misschien had Hoogeveen de Nederlandse vertaling gelezen die in 1880 verscheen. Als onderwijzer heeft hij het ongetwijfeld gekend en werd op die manier Vitalis verbasterd tot Teun? Alhoewel, Hoogeveen moest op zijn plankje die letters een plek geven, die nodig waren voor het eerste leesonderwijs.  Het leesplankje dat ik heb is behoorlijk versleten, maar dat maakt hem ook aantrekkelijk, de tijd heeft zijn sporen achtergelaten. Restaureren is hier geen optie, goed conserveren wel. Dat laatste zal er op neerkomen, gewoon weer goed opbergen en wanneer Teun een beetje kan lezen, hem voorzichtig te voorschijn halen, en de letters gaan benoemen; aap, noot mies,… wim, zus, jet,… teun…  Wel opmerkelijk dat pedagoog Hoogeveen het leesonderwijs ooit liet beginnen met aap, en Veilig Leren Lezen (waar 80% van de basisscholen mee werkt) op zeker moment begon met: ik (de plaat die erbij hoorde was een spiegel). Zit hier een evolutionaire gedachte achter?

Optocht op Bevrijdingsdag, waarschijnlijk 1965. Met z’n allen naar het sportveld. Deze foto stuurde de inmiddels ‘bejaarde’ juf mee; ze denkt dat ik er op sta. Links vooraan?

Teuns geboorte leverde nog een duik in de tijd op. We waren zo vrijmoedig geweest om zijn geboorte wereldkundig te maken via een annonce in het Nederlands Dagblad. Dat laatste levert altijd wel bijzondere reacties op. Zo kreeg onze jongste een prachtige Dick Bruna kaart van een oude schooljuf van mij. Juf Bieny had de advertentie gelezen en ook onze namen daarbij en deed dus bij de kaart een brief voor opa (en oma). Ze had nog een tekening die ik had gemaakt voor haar trouwdag in 1965. Ik kan me nog herinneren hoe spannend dat was. Juf Bieny (mocht ik van mijn moeder niet zeggen) trouwde met Gert in Assen. Ik denk dat ouders ons gereden hebben en ik kan mij nog herinneren dat we naar de Kandelaarkerk zijn geweest. Juf Bieny was een geliefde juf, met aandacht voor de kinderen. Ze vond terug op die bewuste tekening dat ik mijzelf Roelke noemde. Logisch, want ik werd thuis zo genoemd, Henk was Henkie en mijn oudere broer Bernhard; Bennie. Juf Achterhof, de opvolgster van juf Bieny, heeft er denk ik voor gezorgd dat Roelke Roel werd.
Juf Bieny was mijn eerste juf. Omdat we buiten Hoogeveen op een boerderij, annex houthandel woonden (een soort voorloper van de Gamma), was er blijkbaar geen reden om de kinderen Wimmenhove naar een kleuterschool te sturen. Wij leerden in de ‘praktijk’ en aangezien ik een oktober leerling ben, was ik dus bijna zeven jaar toen ik naar school ging.  Waarschijnlijk speelde ook mee dat er geen gereformeerde kleuterschool was en de leerplicht begon bij het seizoen waarin je zeven werd.  Achteraf bleek het allemaal mee te vallen, ik had alleen het knippen en plakken niet onder de knie, maar dat was snel genoeg ingehaald. Juf Bieny gaf les in het laatste lokaal rechts aan het eind van de gang. De school aan de Alteveerstraat was oud , met hoge lokalen en de kachels hadden een soort scherm. We leerden schrijven met een kroontjespen en oh wee als je daar te zwaar op drukte; dan gingen de pootjes uit elkaar staan… Zo nu en dan ging de juf met de inktfles de bankjes langs om de inktpotjes te vullen. Later verhuisde de school naar een nieuw gebouw aan de Beukemastraat en kreeg de naam van Johannes Calvijn.

De ‘Hermle’ pendule die vroeger bij mijn ouders op de schoorsteenmantel stond.

Een van de leukste programma’s op de BBC is op dit moment “The Repair Shop“. Kijkers brengen een voorwerp dat totaal versleten en kapot is en hopen dat een specialist het voorwerp weer kan laten ‘schijnen’. Eenmaal opgeknapt levert het vaak mooie en ontroerende momenten op. Mijn leesplankje zou ik er heen kunnen brengen, maar ik ben bang dat de charme er dan ook een beetje afgaat. Alhoewel je ook opgeplakt papier kunt schoonmaken, weet ik sinds de aflevering van afgelopen woensdag. Een paar maanden geleden heb ik wel onze oude pendule naar een Nederlandse ‘repair shop’ gebracht. Vorig seizoen was er een Nederlandse versie met Umberto Tan, maar dat haalde het niet bij de Britse versie.  Die pendule heb ik geërfd van mijn ouders en helaas hield hij er opeens mee op. Een korte krak en dat was het. Gelukkig is er in Duivendrecht is nog een echte klokkenmaker en hij zag er wel wat in. Onze ‘Hermle’ had wel een forse schoonmaakbeurt nodig en waarschijnlijk een reparatie. Keurig schoon en opgepoetst kon ik hem weken later weer ophalen. Zo tikt de tijd weer, zoals hij dat vroeger bij ons thuis ook deed en ook de uren slaat hij weer met een prachtig en en niet te zwaar geluid. Mijn ouders hadden hem al sinds hun trouwen voor zover ik weet. Geen idee of ze hem tweedehands of nieuw aangeschaft hebben. Maar hij klinkt zo vertrouwd; de tijd tikt door en met ons mee. Het is wel gebeurd dat wanneer ik een broer aan de lijn had, ze opeens zeiden; “Hee, de olde klokke van de schörstienmaantel..”. Op een dag zal misschien ook Teun vragen over de klok. Ik zal hem dan uitleggen dat een pendule een slinger is en het deurtje aan de achterkant van de ‘pendule’ openen om de slinger ook te laten zien. Dat de pendule ooit bij zijn overgrootouders in de kamer stond, vlak boven de kachel en dat alleen mijn vader of moeder hem mochten opwinden. De slinger laat door de kracht van de veer de tijd wegtikken, dat deed hij al vele jaren voordat ik er was en zoals hij nu tikt, zal hij dat ook nog wel doen als Teun zo oud is als wij nu zijn…

Hoe Humboldt de rassenonlusten ‘voorspelde’, en dat voor 15 €

De ‘plaatselijke’ boekhandel’ heeft  het zwaar. Inmiddels wel weer wat meer open, maar toch nog steeds beperkt en waarschijnlijk minder klanten dan voor de crisis. Hopelijk gaan de klanten gemiddeld met meer aankopen naar huis, maar daar heb ik geen onderzoek naar gedaan.  Toen ik een aantal weken geleden een besteld boek ophaalde (Stanly Hauerwas over de deugden) voelde ik me vrij genoeg om toch even rond te snuffelen, ondanks een rij wachtenden op het trottoir van de Middenweg. Bij de kleine afdeling biografieën zag ik opeens een stapel boeken met een grote groene sticker liggen, verleidelijk lag het me aan te ‘staren’. Advies; altijd even rondsnuffelen, ook al kom je gewoon iets afhalen!

Bij de OBA duurde het weken voordat ik het boek een keer kon afhalen. Op het congres over christelijke pers, oktober vorig jaar, had Robert mij geattendeerd op de biografie over Alexander von Humboldt. “Moet je lezen, een indrukwekkend verhaal!”, zei hij. Thuis moest ik eerst even graven in mijn geheugen hoe die man nu ook al weer heette, maar gelukkig had ik het in de kantlijn van mijn aantekeningen toch ergens neergekrabbeld. Na wat zoeken bleek de centrale bibliotheek een exemplaar in huis te hebben. Helaas kwam ik maar tot hoofdstuk 3 en toen moest ik hem alweer inleveren en bleek iemand anders hem al gereserveerd te hebben; verlengen was er dus niet bij. Ik werd dus blij van de rode sticker schuin boven het hoofd van Alexander von Humboldt. Want ik moet achteraf eerlijk bekennen, voor die Apeldoornse ontmoeting had ik nog nooit van deze bijzondere man gehoord. Misschien ooit eens in een noot of bij 2 voor 12, maar inmiddels stond en staat Humboldt in mijn geheugen gegrift.

Friedrich Heinrich Alexander Freiherr von Humboldt (Berlijn, 14 september 1769 – aldaar, 6 mei 1859) was een Pruisische natuurvorser en ontdekkingsreiziger. Humboldt deed onderzoek in Midden- en Zuid-Amerika en gaf een uitvoerige beschrijving van het fysische heelal. Hij was de jongere broer van Wilhelm von Humboldt. Volgens de Britse natuuronderzoeker Charles Darwin (1809-1882) was Humboldt de belangrijkste wetenschappelijke reiziger aller tijden.”

Selbstporträt im Spiegel (1814)

Zo begint de Nederlandse Wikipediapagina over Humboldt, waarna een zeer uitgebreide verhandeling over zijn leven volgt. Wanneer je de veel uitgebreidere Duitse Wikipediapagina vervolgens bezoekt, bevat die 8 forse hoofdstukken, onderverdeeld in vele paragrafen. Een goede inleiding trouwens op de prachtige biografie die Andrea Wulf heeft geschreven (in haar boek laat ze het von ook weg). In een goed te volgen interview op de ARD vertelt ze waarom ze deze biografie over Humboldt heeft geschreven. In Zuid en ook Noord-Amerika is Humboldt nog steeds bekend als een groot geleerde, ontdekkingsreiziger en natuuronderzoeker. Al lezend val je van de ene verbazing in de andere. Wulf start het verhaal over Humboldt bij de beklimming van een dode vulkaan in het Andesgebergte, de Chimborazo in het huidige Ecuador. Een adembenemende samen met de Franse geleerde Aimé Bonpland in 1802, zonder allerlei hulpmiddelen die bergbeklimmers tegenwoordig tot hun beschikking hebben. Na die boeiende proloog vertelt de schrijfster over de jeugd van Alexander en zijn eerste stappen in de wetenschap, zijn ontmoetingen en lange gesprekken met Goethe en zijn verlangen om de wereld te gaan bereizen en zoveel mogelijk verbanden te ontdekken. In die tijd, eind 18e eeuw was Europa heel wat anders dan in het jaar 2020. Reizen moest te voet, per paard of met de koets en met zeilschepen. Oorlogen, onlusten, besmettelijke ziekten; gevaar lag overal op de loer. Toch vertrekt Humboldt na verschillende vergeefse pogingen, met een flink gevolg vanuit Spanje op expeditie naar Zuid-Amerika.
Na die reis, die een paar jaar in beslag had genomen, gaat hij terug naar Europa, maar met een flinke omweg. In Noord-Amerika wil hij de president van de Noordelijke Staten ontmoeten, Thomas Jefferson. De ontmoeting met ‘founding father’ Jefferson wordt een groot succes en levert veel contacten en vriendschappen op. Eenmaal terug in Europa, gaat hij lezingen geven over zijn ontdekkingsreis en publiceert verschillende boeken.

De spectaculaire 60 bij 90 centimeter grote afbeelding van von Humboldts ‘Naturgemälde’, die deel uitmaakte van zijn ‘Ideen zu einer Geographie der Pflanzen’. Met de volgende link kun je deze kaart prachtig uit vergroten.

Mijn blog zou veel te lang worden om ook maar een beetje een beeld te geven van deze bijzondere geleerde. Maar één van de dingen die mij opvielen was zijn verzet tegen de slavernij. Hij zag in Zuid-Amerika de uitwassen daarvan door de Spanjaarden. In zijn publicaties over zijn reis steekt hij dan ook niet onder stoelen of banken dat hij tegen het toenmalige kolonialisme is. Voor die tijd heel ongewoon, alhoewel er in Engeland al verschillende protesten tegen slavernij waren geweest. Humboldt nam het zelf waar; uitbuiting en ook de foute houding van de kerk (hij ontmoette veel missionarissen op zijn reis). Wanneer hij bij president Jefferson op bezoek is, zegt hij duidelijk dat hij tegen slavernij is. Voor Humboldt zijn alle mensen gelijk. Hij wil niet weten van ‘wilden’. Volgens hem zijn de bewoners van de regenwouden of de steppes net zo bijzonder als ieder ander en hebben ze zoveel kennis over de natuur en de wereld waarin ze wonen, dat we dat moeten waarderen en ze als gelijken moeten behandelen. In zijn boeken legt hij uit dat uitbuiting van de aarde en van mensen, ontzettend contraproductief werkt. Ver voordat de slavernij overal werd afgeschaft verzette hij zich tegen deze onmenselijke uitwassen. Vaak werd hem dat niet in dank afgenomen, maar door zijn vernieuwende inzichten op zoveel wetenschappelijke gebieden kon hij het zich permitteren om niet zijn mond te houden.
Verschillende keren heeft Humboldt geprobeerd om een reis naar India te maken, hij wilde zo graag de Himalaya zien en onderzoeken en vergelijken met de bergen in Europa en met de Andes. De machtige Engelse Oost-Indische Compagnie hield het echter tegen, bang als ze waarschijnlijk waren dat Humboldt zich dan zou uitlaten over koloniale uitbuiting.
Al lezend bedenk je bij jezelf; wat zou er gebeurd zijn wanneer de Spaanse koning en ook president Jefferson werkelijk geluisterd hadden? Dat had waarschijnlijk vele duizenden scheepsladingen slaven vanuit Afrika naar Amerika gescheeld. Wat zou de wereld er dan anders uitgezien hebben. Op zijn reis naar het noorden deed hij Cuba aan en schreef  een politiek essay en zegt daar onder andere: “Slavernij is ongetwijfeld het grootste kwaad dat de mensheid heeft gekweld, of je nu de slaaf ziet als hij thuis uit zijn land en familie wordt weggevoerd en in het ruim van een schip wordt gegooid, een voertuig dat is ontworpen voor de negerhandel….” 
Men weigerde dit essay in eerste instantie uit te geven. In latere geschriften komt hij er weer op terug en zegt luid en duidelijk dat de Europese landen door hun houding haat gezaaid hebben tussen bevolkingsgroepen en dat dat gevolgen heeft voor de vrijheidsstrijd in de verschillende koloniën. Opmerkelijk is dat op de Nederlandse Wikipediapagina over Humboldt helemaal niets over zijn verzet tegen de slavernij wordt verteld. Op de Duitse pagina zijn er een paar duidelijke paragrafen over geschreven. Ook heb ik mijn  encyclopedie uit  1866 er maar even op nageslagen. [Algemene Nederlandsche Encyclopedie voor den beschaafden stand, 8e deel, pg 84/85; ik denk dat mijn vader hem ooit heeft gekocht (inclusief kast) op de Waterlooplein-markt.] In deze encyclopedie geen woord over Humboldts kritiek op de slavernij en uitbuitend kolonialisme.

verzameld werk

Ruim 200 jaar geleden signaleerde deze geleerde dus al de verschrikkelijke misstanden van slavernij en onderdrukking van inheemse volken.  Ook de geschiedenis van ons land is wat dat betreft donker en duister. Het Nederlandse kolonialisme op de eilanden die nu Indonesië heten, heeft onnoemelijk veel ellende veroorzaakt. En tot op de dag van vandaag is de Molukse kwestie en alles wat daar bij hoort niet goed opgelost, evenals de kwestie Irian Jaya. En de huidige toestand in Suriname is feitelijk terug te leiden op het feit dat dit land is gekolonialiseerd door onze voorouders. Maar ook het racisme wat er vandaag in onze samenleving is, in wat voor vorm ook, mee ontstaan door ons koloniale verleden.
De actualiteit van vandaag, de coronacrisis, onlusten in de VS en ook de klimaatcrisis door de opwarming van de aarde; je kunt het zien aankomen als je leest over het leven en werk van Humboldt, hij waarschuwde er voor. In deze biografie, die leest als een trein trouwens, leer je veel over deze bijzondere en erudiete geleerde. Hij schreef veel, praatte blijkbaar ontzettend snel, gaf colleges en vergaarde kennis bij vele collega’s en maakte daar weer een geheel van. Hij probeerde verbanden tussen alles te zien. In Parijs had hij Simon Bolivar leren kennen en zette deze er mee toe aan om in zijn vaderland op te komen voor de vrijheid. Bolivar las later met grote instemming Humboldts boeken en correspondeerde met hem. Ook Charles Darwin voelde zich geïnspireerd door Humboldt en spelde zijn boeken toen hij mee mocht op de Beagle-expeditie. Humboldt stierf op bijna 90-jarige leeftijd, wat voor die tijd uitzonderlijk is. De titel van het boek is dan ook uitstekend getroffen: ‘De uitvinder van de natuur’. En voor die vijftien euro hoef je het niet te laten.

Toen ik het OBA-exemplaar weer moest inleveren zocht ik in mijn boekenkast op de plank ‘ongelezen’ naar iets anders. Vorig jaar had ik van mijn oudste dochter voor Vaderdag de autobiografie van Michelle Obama gekregen. En soms zijn er van die boeken, die gewoon even blijven liggen. Maar eenmaal begonnen, liet het mij niet meer los. Zij laat in haar verhaal zo goed zien wat het betekent om van slaven af te stammen en echt van jongs af aan op te groeien in een blanke wereld. Tegelijkertijd laat ze ook zien wat je in zo’n situatie kunt doen. Haar man, oud-president Barack Obama, heeft inmiddels een paar keer van zich laten horen. Hij roept op tot hervormingen bij de politieorganisatie, iets waarvoor hij ook tijdens zijn presidentschap hard voor heeft gevochten.
De voorkant van het boek ziet er misschien wat soft uit, maar de inhoud is bepaald niet soft. De voormalig ‘first lady’ vertelt op een eerlijke manier over de ups en downs in haar leven en de ongelooflijk bizarre druk van het wonen in het Witte Huis. ‘Black lives matter’; Humboldt zei het in wat andere bewoordingen, Michelle Obama zegt het hem ruim twee honderd jaar na. En gisteren, vandaag en morgen staan de pleinen vol met mensen die het hardop mee zeggen. ‘Mijn verhaal’ is een verhaal van hoop en van doorzetten. Het is een hart onder de riem van mensen die zich vernederd en aan de kant gezet voelen en voor hen die dat gevoel niet kennen geeft het een mooie inkijk in een prachtige zwarte ziel! Je zou wensen dat Michelle op een dag een roeping krijgt om zich kandidaat te stellen voor het presidentschap.

PS    Al surfend kom ik erachter dat ik op SAIL Amsterdam langs de Alexander von Humboldt II ben gelopen. Wat zegt dat over mijn geheugen…? Het was in 2015 denk ik, maar dat ga ik nazoeken. Een prachtig schip met groene zeilen, nummer I doet tegenwoordig dienst in de haven van Bremen als restaurant en hotel. Nummer II is een opleidingsschip, met dus een eerbiedwaardige naam.

Nog een keer: Ho llan d

Een beetje raar om voor een tweede keer iets over een boek te zeggen. Maar toch doe ik het, omdat Rodaan Al Galidi mij voor de tweede keer in de ban hield met zijn verhaal. In zijn eerste boek, ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’, vertelde Rodaan over de belevenissen van Semmier in een AZC. Waren het Rodaans eigen belevenissen? In het voorwoord van zijn eerste boek zei hij het volgende:  “Dit verhaal zat me dwars. Erover schrijven lukte nooit goed, zelfs er openhartig over spreken vond ik moeilijk. Ook jaren later kon ik het er niet echt over hebben. Ik wilde verder. Ik begon het onderwerp te mijden, om niet weer meegesleurd te worden door herinneringen aan toen. [ … ] Misschien zal mij gevraagd worden of dit mijn verhaal is. Dan zeg ik: nee. Maar als mij gevraagd wordt: Is dit ook jouw verhaal? zeg ik volmondig: ja. Dit boek is fictie voor iemand die het niet kan geloven, maar non-fictie voor iemand die ervoor open staat. Of nee, laat dit boek non-fictie zijn, zodat de wereld waarin ik jarenlang heb moeten verblijven, verandert van fictie in non-fictie.”

De ruim negen jaar in het AZC leverde een geweldig verhaal op, ontroerend, hilarisch, maar ook vaak triest. Onze vaderlandse omgang met asielzoekers wordt uiteindelijk genadeloos aan de schandpaal genageld. Misschien verdween dat wel eens wat te veel achter het prachtige taalgebruik van Rodaan, zijn glimlach en relativerende opmerkingen. In het vervolg van ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ gaat Semmier de Nederlandse samenleving in. Hij wil eindelijk zichzelf kunnen zijn, kunnen genieten van de vrijheid en wil onder andere daarom geen uitkering. Her en der vindt Semmier onderdak en zo nu en dan verdient hij zijn kostje met werk waar Nederlanders hun neus voor ophalen. Schoonmaken, kippen vangen, verhuizen… Ook nu levert het vermakelijke situaties op en evenzovele misverstanden. Maar de schrijver laat ook op heel subtiele manier uitkomen hoe Nederlanders met asielzoekers omgaan. Een mooi voorbeeld is hoe mensen praten tegen Semmier. Zeker wanneer men denkt dat Semmier nauwelijks iets kan volgen, gaat men in lettergrepen praten. En dat laatste komt zo stupide over dat ook Semmier niet weet waar de ander het over heeft. De vondst van omslagontwerper Steven van der Gaauw (ook vormgever van het literair tijdschrift Liter) voor de cover is dan ook prachtig; Ho llan d. Geen Hol land, maar juist een verbastering daarvan.

De taal van Rodaan Al Galidi is nog intenser geworden. Wanneer je hem hoort spreken, denk je niet gelijk dat het gaat om een schrijver met een geweldig taalgebruik. Op internet is een mooi interview met Rodaan te vinden over het toneelstuk dat van ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ is gemaakt (zie VPRO). Dat toneelstuk zou nu in de theaters te zien moeten zijn, maar helaas heeft corona roet in het eten gegooid. Rodaan weet zijn waarnemingen in prachtige zinnen te gieten en daarvoor moet je het boek echt lezen. Een paar voorbeelden wil ik wel geven, maar eigenlijk is het schier eindeloos. Wie verzint het om oude fotoalbums te gaan verzamelen en te kijken of je al terugbladerend de mensen van vandaag herkent in mensen die al lang niet meer leven? Semmier sjouwt de albums mee van het ene adres naar het andere, om ze uiteindelijk …. Nee, lees het verhaal zelf maar.

[pg 30] Daniëlle was een vrouw die tussen haar veertigste en het jaar dat ik haar ontmoette, ze was toen zesenvijftig, in een herfst leefde waar ze eigenlijk nog niet aan toe was.
[pg 52/53] In Irak is wat je voelt een ballon, en wat je zegt de lucht. Soms ontploft je gevoel en verdwijnt het door de hoeveelheid woorden die je er in hebt gepompt. In Nederland is wat je zegt je eigen bankpasje en je gevoel de pincode. Als die niet kloppen, komt er niets uit.
[pg 274]   Kijk, als je voor een Nederlander werkt, dan geef je hem werk en hij geeft je geld. Werk je voor een Irakees, dan word je deel van zijn leven.
[pg 361] Eigenlijk is het hard om alleen te zijn, maar harder om niet alleen te kunnen zijn.

2 X Holland

Er zijn van die momenten dat ik voor het slapen gaan een nieuwe blog bedenk. Mijn boek heb ik dan weggelegd, het bedlampje uitgeknipt en mijn wederhelft sluimert weg. Prachtige zinnen borrelen op en blijven voor dat moment ronddwalen in mijn hoofd. Helaas zijn ze de volgende morgen het raam uitgedreven of ze zijn ten onder gegaan in een warrige droom.  Vandaar dat ik ze nu niet meer weet en het moet doen met goedbedoelde nieuwe zinnen. Deze week heb ik opnieuw CORONACRISIS in de kantlijn van mijn agenda gezet. Ik wil voor jaren later toch vast leggen in wat voor vreemde en bijzondere tijd we op dit moment leven. Mocht de lezer denken dat ik een week abuis ben, dat klopt. Maar in de eerste coronacrisis-week zaten we in quarantaine en kwam dat in de kantlijn terecht.
In eerste instantie kreeg deze blog als titel: ‘Laat het nog maar een tijdje duren’. Er hoeft opeens heel veel niet, vergaderen gaat lekker snel en de lucht boven Amsterdam en Diemen is vrijwel volledig verstoken van vliegverkeer. Vorige week moest Coos midden in de nacht naar een bevalling in de Jordaan. Tegen drieën, dus midden in de nacht, reden we door een compleet uitgestorven stad; heel vreemd en zelfs een beetje beangstigend. Dan merk je opeens de keerzijde van deze crisis. Geen enkele toerist meer, vrijwel alle hotels donker, de horeca weet niet hoe ze deze periode gaat overleven. Op zaterdag gaan grote bossen tulpen voor een prikkie van de hand, dat kan niet normaal zijn. Het zijn dus werkelijk vreemde tijden.
Afgelopen vrijdag moest ik in het centrum van Amsterdam zijn,  ik kon overdag gewoon fietsen door de Kalverstraat. Probeer dat in “normale” tijden op een zonnige dag te doen; volstrekt onmogelijk. En helaas was de mooiste boekhandel van Amsterdam aan het Rokin op slot. Toen maar via de Nieuwe Hoogstraat richting de Antoniebreestraat, daar was gelukkig de boekhandel wel open. Je moet wel weten wat je wilt hebben, want je mag de winkel niet in. Gelukkig hadden ze ‘Heerschappij’ liggen en ik kreeg het van veilige afstand aangereikt. In de etalage zag ik nog een ‘Holland’ boek liggen. Pasen werd zo een Hollands feest. Tom Holland, een Engelse wetenschapper, schreef een bijzonder boek over de invloed van het christendom op onze westerse cultuur. Bijzonder boeiend en gelukkig heb ik het nog lang niet uit. Wie weet leert het mij ook iets over de rol van religie in tijden van een pandemie.
Rodaan Al Galidi schreef zijn tweede roman. Ruim twee jaar geleden schreef ik over zijn eerste boek. ‘Hoe ik talent kreeg voor het leven’ is een prachtig hilarisch boek van en over een asielzoeker uit Irak. Haarscherp wist Rodaan daarin zijn kennismaking met Nederland neer te zetten. In zijn boek ‘Holland’ beschrijft Rodaan hoe het Semmmier vergaat als hij na ruim negen jaar het AZC mag verlaten. Inmiddels is Rodaans taal nog rijker geworden en het lijkt er op dat doordat hij zich nog beter kan uitdrukken, nog dieper inzicht in onze cultuur heeft gekregen. Semmiers tocht van het ene goedkope adres naar het andere lijkt haast ongeloofwaardig, maar uit ervaring weet ik inmiddels dat het voor veel asielzoekers een vaak harde en bittere werkelijkheid is. ‘Holland’ is een fantastisch boek, dat je doet schamen en blozen, maar ook laat lachen en relativeren van veel aangeleerde Hollandse gekkigheden.

Het maakt nieuwsgierig naar Rodaans mening over hoe onze overheid maatregelen neemt vanwege een rondwarend virus. In de verschillende talkshows heb ik zijn visie nog niet gehoord, maar wel die van de zoveelste viroloog en econoom. Waarschijnlijk zal Rodaan met humor en gevoel voor understatement zijn visie geven op alle maatregelen en hoe de bevolking van Holland daar op reageert. Waarschijnlijk zou hij wel blij worden van de prachtige papegaaien die inmiddels de groene zuil onder de A10 sieren. Ook vandaag was de schilderes weer druk bezig. Vanaf de andere kant van de Weespertrekvaart heb ik poosje toe staan kijken hoe fietsers reageren op de schilderingen. Sommigen kijken niet op of om, terwijl anderen afstappen en bewonderend blijven kijken. Een prachtige eyecatcher in deze bijzondere tijd. Nu maar hopen, dat wanneer de hekken weg zijn, iedereen er met zijn graffitivingers vanaf blijft.

Coronazondag, Palmpasen

De eerste zondag van april werd vanmorgen als een hele zonnige aangekondigd door weerman Jan Visser op Radio 4. Visser kreeg gelijk, misschien zou het in de Bilt wel de 20 graden aantikken en werd het daarmee een record. De zon verwarmt het onrustige lijf in deze vreemde dagen. Gelukkig kunnen we ook deze zondag weer online onze kerkdienst meemaken. En vandaag wel een heel bijzondere. Als het coronavirus er niet tussen was gekomen, dan waren we van alle kanten uit Amsterdam vanmorgen naar de Zuiderkerk gegaan om daar als Nederlands Gereformeerde Kerk, Christelijke Gereformeerde Kerk en Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) samen Palmzondag te vieren. Helaas ging dat niet door, maar de drie predikanten staken de koppen bij elkaar en zorgden ervoor dat er een gezamenlijke onlinedienst kon worden gehouden. Op het You Tube kanaal van de Amstelgemeente werd vanuit De Duif de dienst uitgezonden. De Amstelkerk, waar de Amstelgemeente (CGK) normaal gesproken op zondag samenkomt, is op dit moment niet beschikbaar  vanwege groot onderhoud en men is daarom uitgeweken naar de andere kant van de Prinsengracht. De ruim 130 volgers (en er zullen op de verschillende computers meerdere huisgenoten meegekeken hebben) zagen en hoorden onze eigen dominee op de piano en dominee Jan van Helden van de NGK op gitaar. Dominee Rein den Hertog leidde de dienst, hartverwarmend!
Juichen voor Jezus = lijden met Jezus! Willen we werkelijk achter Jezus aan? Dat is een indringende vraag, ook in deze coronacrisis. Zijn we bereid om ons leven te verliezen, om het daardoor te behouden? Maar gelukkig gloort er ook HOOP! Achter Golgotha gloort de Paasmorgen en achter wanhoop gloort hoop! Met deze hoopvolle woorden sloot onze dominee Marinus de Jong zijn preek af en in de chat naast het beeld verschenen verschillende Amens! Zo’n chat is voor herhaling vatbaar trouwens. Mooie korte berichtjes kwamen voorbij, felicitaties, bemoedigingen en aanwijzingen met betrekking tot de geluidskwaliteit. En ook een enkele grappenmakers lieten even van zich ‘horen’.

Waar de Weespertrekvaart de Ringweg-Oost en de Gooische weg kruist schildert een kunstenares de pilaren in felle kleuren om er vervolgens prachtige vogels op de schilderen!

In onze tuin genoten we van de zon en na het middaguur was het tijd om binnen de huidige regels te genieten van een fietstochtje. Tot de Amstel ging het goed, maar zelden was het zo druk aan de ‘stille kant’. Joggers, wielrenners, zonaanbidders, motorrijders; een drukte van belang. Anderhalve meter is toch meer dan de meeste mensen beseffen. Na de brug in Oudekerk aan de Amstel ging het gelukkig iets beter. De ingang van Zorgvlied stond op een ‘kiertje’ en iemand van een bewakingsfirma hield in de gaten dat de begraafplaats niet opeens een overbevolkt stadspark werd. Het was er rustig met hier en daar iemand die een graf verzorgde. Bomen en struiken beginnen groen te worden en zullen over enkele weken al vol met bladeren zitten. En zelfs vandaag was het niet stil tussen de graven, ook nu hoorde je de A10 brommen en enkele keer zelfs sirenes er boven uit komen.

Kyrie Eleison [voor de liefhebber; op de Bach-site (All of Bach) is de laatste aanwinst BWV 242, een prachtig Kyrie!]

AANRADER: zondagavond VPRO Tegenlicht, met Dirk de Wachter en Lidewij Edelkoort. Terug te zien op Uitzending Gemist. Om over na te denken en door te praten……

 

In quarantaine II

Ons stapeltje boeken. In ons appartementje stonden ook boeken, maar helaas allemaal Noors. Als we hadden moeten blijven, dan waren we misschien een cursus Noors begonnen.

Zondagmiddag, een strakblauwe hemel en mijn hoofd tolt nog steeds een beetje van het boek dat ik las op de terugvlucht van onze vakantie. Gelukkig was het onze normale terugvlucht en verliep het eigenlijk heel normaal. Op het vliegveld van Las Palmas, de hoofdstad van Gran Canaria waren alle winkels dan wel gesloten, maar we konden nog water uit een automaat laten rollen. De Global bus bus 91 had ons keurig afgezet, na een toch wat vreemde rit van een uur. We hoefden niet te betalen, de bussen hebben geen betaalautomaten en contant geld was not done.  Amadores, Puerto Rico, Patalavaca en Arguineguin, anders één al bruin van zonaanbidders, nu verlaten stranden met stapels zonnebedden en hier en daar nog een enkeling op een balkon van een appartement of hotel.
Twintig graden kouder stonden we zondagmorgen heel veel vroeg te kleumen op een toch niet eens uitgestorven Schiphol. En zondagmorgen waren daar gelukkig weer de vertrouwde stemmen van OPK broeders en zusters uit de computer. Een online-kerkdienst heeft toch ook zo zijn eigen charme. Het verhaal van de ‘De bekeerlinge’ bleef gisteren maar door mijn hoofd spoken. Wat een geweldig goed boek, had een paar jaar geleden de eerste hoofdstukken gelezen, maar toen sloeg het niet aan. Maar nu opnieuw begonnen, eerst op het dakterras en ’s avonds ook in bed, het verhaal bleef trekken. Mijn oudste dochter had gelijk; “Je moet het lezen, pap!” De vier uur durende vliegreis vloog voorbij, omdat ik zo gegrepen was door de belevenissen van Sara Hamoutal Vigdis Adelaïs. De roman van Stefan Hertmans neemt ons mee naar het eind van de 11e eeuw, wanneer de wereld ‘in brand’ komt te staan door de oproep van Franse paus Urbanus II, om het Heilige Land te bevrijden. Ook toen waarden besmettelijke ziektes en antisemitisme door Europa. Tegen die achtergrond wordt een Normandisch meisje in Rouen verliefd op een Joodse rabbi-leerling. Wat een geweldige en heerlijke leeservaring! In quarantaine zitten was wat dat betreft dus niet zo erg… En van veel Franse plaatsnamen weet je, ooh ja, daar zijn we ook geweest. Monieux in de Provence hebben we wel eens op wegwijzers zien staan en zoveel andere plaatsen die Hertmans noemt hebben we wel eens verkend.

Een helemaal leeg strand, strakblauwe lucht, gemiddeld 25 graden, maar geen zonaanbidders. Alle restaurants van de één op andere dag dicht. Weg voorjaarsseizoen voor de middenstanders. Geen aanvoer van voorraden meer, en de bediening zonder werk. Een Italiaans restaurant heeft nog een dag bezorgd, maar toen was het ook ook over. Toeristen kwamen niet meer aan en de dakterrassen werden dag na dag stiller. De schoonmaakster was erg bezorgd, geen werk; geen inkomen, hooguit een hele kleine steun van de overheid.

De Guardia Civil of de Policía Local kwamen elke dag wel een keer voorbij om iedereen op te roepen binnen te blijven. Dat ging natuurlijk in rap Spaans, met een korte samenvatting in het Engels en Duits. Het enige wat we opvingen was: “Stay at home!”. Je mocht alleen de straat op voor bezoek aan apotheek of supermarkt. De supermarkt werd gaande de week strenger. Niet meer met z’n tweeën naar binnen, maar eentje per familie. En, wat ons opviel, geen gehamster! Nu was het dan ook een SPAR en geen AH die van hamsteren een reclamestunt maakt. Het was uitgestorven op straat. Donderdagmiddag hadden we een rondje haven gedaan en zaten bij te komen op een bankje maar werden we door de groene agenten naar binnen gebonjourd; of we geen televisie keken?!

Het was verbazingwekkend om vandaag zomaar weer naar de Middenweg te kunnen fietsen. De slager aan de Pretoriusstraat was gewoon open, niet meer dan drie klanten tegelijk in de winkel. Ook onze hofleverancier nootjes aan de Hogeweg hoopt maar dat ze tot de essentiële levensbehoeften blijven behoren en dus open mogen blijven. Maar bij de supermarkt met het blauwe logo lopen toch wel erg veel mensen die zich niet storen aan 1,5 meter afstand en verbaasd kijken als je steeds opzij springt. Een week in quarantaine maakte ons nederig, bang waren we niet. Ik denk dat het thuisfront zich meer zorgen maakte of we terug konden komen. Het was jammer dat we niets konden ondernemen en dat past niet bij onze Nederlandse aard. Op een avond, het is in Mogan vroeg donker, liepen we nog even langs de haven. Her en daar zaten mensen op hun zeilschepen met een glas wijn nog lekker buiten. Opeens hoorden we Nederlands achter ons praten en ik zei: “Toch weer die Nederlanders hè, die zich niet aan de regels houden… ” We kwamen in gesprek en al snel ging het over de corona-crisis en de erbij horende maatregelen van de Spaanse overheid.  Wij vonden het in ieder geval moeilijk om opgesloten te zitten. Het oudere Noorse echtpaar dat naast ons in een appartement zat liep regelmatig de trappen op en neer om in beweging te blijven, ze durfden niet de straat op. Opvallend was ook dat zo’n Spaanse koning zijn volk anders toespreekt, hij deed het woensdag al trouwens. Staand voor een vlag van Spanje en Europa. Onze koning deed het vrijdag pas, zat rustig achter zijn bureau in zijn werkkamer, geen vlag te zien. De medewerkers op het verhuurkantoor waren ook echt van slag en angstig.

Het voorjaar was op Gran Canaria al duidelijk gestart en ook hier is er al meer groen te zien. Nieuw leven is op komst en we hopen maar dat we ons volgende kleinkind over enkele maanden niet alleen maar door het raam mogen bekijken. Gelukkig beseffen we ook dat er een God is die zorgt en troost en hoop geeft . Naar mijn idee zitten we niet ergens midden in de zeven plagen zoals sommige mensen beweren, maar mogen we eenvoudig leven uit genade. In de tijd van Hamoutal stierf soms een derde van de bevolking aan de pest, wij mogen dankbaar zijn voor een zeer geavanceerde gezondheidszorg. Daarnaast is er ook een zeer goed werkend systeem van voedselvoorziening met ook heel veel hardwerkende mensen. Zo is er dus veel om dankbaar te zijn! Vervolgens mogen we niet vergeten dat het ‘Kyrie eleison’ nu hard nodig is.