De Afscheiding in Amsterdam / Bloemgracht 90

Bloemgracht 90, zo zag de eerste Afgescheiden kerk er van binnen uit.

Het werd een interessante avond op historische grond. Waar ooit de eerste Afgescheiden  gemeente van Amsterdam bijeenkwam, waren nu ongeveer twintig bezoekers om te luisteren naar verhalen over honderdvijftig jaar geleden. Bloemgracht 90 is een prachtig pand aan een, in ieder geval ’s avonds, rustige gracht in de Jordaan. De huidige eigenaar had een ruimte beschikbaar gesteld om deze bijeenkomst mogelijk te maken. Helaas is het gebouw na 1857 waarschijnlijk verschillende keren flink verbouwd, want en is er van iets ‘kerkachtigs’ niets terug te vinden. Een van de aanwezigen gaf de tip om te gaan zoeken bij het Stadsarchief, daar moeten alle bouw en verbouwtekeningen aanwezig zijn. Op de site van het Stadsarchief staat de prachtige tekening van het interieur. Omdat de ruimte op de begane grond te klein was, heeft men toen het een kerk was, het middengedeelte van de vloer van de eerste verdieping er uit gesloopt, zodat rondom een gaanderij ontstond. Later heeft men dat bij de tweede en derde verdieping herhaald. Hoe waarheidsgetrouw de tekening is, was bij een kleine rondleiding niet te achterhalen. De ramen zijn in ieder geval niet die aan de grachtkant, denk ik, want op de tweede etage bevinden zich geen boogramen. Misschien toch maar naar het Stadsarchief.

Bloemgracht 90 op een zomerse herfstdag

Dominee Jan-Henk Soepenberg uit Assen, die promoveerde op de Afscheiding in Amsterdam, hield een uitgebreid referaat over “allerlei wederwaardigheden van Bloemgracht 90”. Een aantal opmerkelijke zaken heb ik genoteerd voor de geïnteresseerde lezer.
> Het pand was ooit eigendom van familie van Velzen. De latere afgescheiden dominee Simon van Velzen, is in dit pand geboren en woonde er later ook als predikant. Zijn portret heeft jarenlang in de kerkenraadskamer van de GKv (Oosterparkkerk) gehangen trouwens! Bloemgracht 90 werd gekocht door de Afgescheiden gemeente voor 7500 gulden. Het zal inmiddels wel tweehonderd keer zo veel waard zijn.
> In het gebouw werden niet alleen kerkdiensten  gehouden, maar ook classis-vergaderingen en synodes. Ook de kerkenraad vergaderde er natuurlijk.
> Later kwam er in het pakhuis achter het woonhuis een school die uitging van de diaconie en werd toegestaan door de overheid! Amsterdam was ook toen al een tolerante stad. De diaconie gebruikte Bloemgracht 90 trouwens ook als uitdeelpunt voor de armen. De gemiddelde leeftijd van de gemeenteleden was trouwens laag, vooral door hoge kindersterfte. Het leeftijdsgemiddelde van de mannen was 30 jaar en van de vrouwen 33 jaar.
> In de eerste jaren waren er op de gracht veel volksoplopen, omdat de kerkdiensten door de koning werden verboden en een grote groep Amsterdammers dan wel zin hadden in een relletje. Men vergaderde daarom op de meest gekke tijden, midden in de nacht werd zelfs een keer het Heilig Avondmaal gevierd. Ook werd een keer op een zeer vroege zondagochtend, rond een uur of vijf, een doopdienst gehouden. In 1849 overleed tijdens een synode één van de leden aan cholera.

Soepenberg en van Diggelen onthulden dit bord. De eigenaar van Bloemgracht 90 gaat het monteren bij de voordeur.

> De Afgescheiden kerk in Amsterdam had een ‘bovenplaatselijke’ positie. Wat in Amsterdam gebeurde had invloed op alle kerken in Nederland. De inzet van ds. Scholte voor erkenning door de overheid, had uiteindelijk ook landelijke betekenis.
> Ook in Amsterdam waren er in het begin van de 19e eeuw veel conventikels (zie Wikipedia). Bezoekers daarvan kwamen al niet meer in de Hervormde Kerk, maar ze sloten zich vaak aan bij de Afgescheiden kerken. Dat had zo zijn invloed op de geloofsbeleving in de kerk en leidde later ook tot forse twisten en nieuwe afscheidingen.
> Gelukkig trok Soepenberg ook lijnen door naar onze tijd; 1. Theologiseren is erg bepaald door de tijd waarin de theoloog leeft. Mijns inziens lijkt dat in eerste instantie een open deur, maar ik denk ook dat dit gegeven wel hel vaak vergeten wordt. Het is zo gemakkelijk om te oordelen over het verleden, maar dan wordt dit eerste aspect niet genoemd! 2. Er was een fikse contextverschuiving en dat was complexer dan op het eerste oog zichtbaar werd. Een goede leer voor vandaag, zeker bij conflicten. 3. Het stelt ons de vraag hoe jij zelf spiritueel gevormd bent. Dit derde punt lijkt ook zo logisch, maar wordt ook vaak uit het oog verloren.
Algemene conclusie was dan ook, dat het het vandaag net zo ingewikkeld is!

Veel mensen zullen hun schouders ophalen over deze oude verhalen en zich afvragen waarom iemand honderden uren bezig is om allerlei archieven en boeken na te pluizen. Maar Groen van Prinsterer, een sympathisant van de Afgescheidenen, al bleef hijzelf in de Hervormde Kerk, zei het zo:  “In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal”. Daarom is het boek van Soepenberg een mooie aanvulling op de vele delen die dr. C. Smits over de Afscheiding schreef. Bij de lessen rekenen die hij ons gaf op de Pedagogische Academie praatte hij daar nooit over, daar ging het over abstracte ‘getalluh’. En waarbij Smits schreef over het zuidelijk deel van Nederland, deed dr. J. Wesseling (onder de leerlingen ome Jan), dat voor de het oosten en noorden. Ook zij worstelden zich door archieven en Wesseling, waar we Nederlands van hadden op het Lyceum in Groningen, kon vrijwel elke achternaam van een leerling herleiden tot een Afgescheiden voorvader. In Amsterdam is dat inmiddels wat lastiger, daar vind je geen Scholte, Brandt of Hobbes meer in de ledenlijst.

Michiel van Diggelen schreef over één van de meest interessante en markante figuren van de Afscheiding een roman en vertelde dat kort over. Hij noemde in zijn toelichting op het boek, dominee Hein Scholte een “vreemde eend in de bijt”. Hij heeft zeker voor de Afscheiding in Amsterdam veel betekend. In 1847 vertrok Scholte naar Amerika om daar in de prairie van Iowa een nieuwe nederzetting te stichten. Scholte, zo vertelde van Diggelen, was een rebel, een adelaar gevangen in de kooi van de kerk. Hij kon omgaan met iedereen; arm en rijk, het maakte voor hem niet uit. Hij was ook zeer eigenzinnig en maakte daarmee ook veel vijanden, hij was zeer gehecht aan zijn eigen vrijheid.
De roman begint bij het overlijden van zijn eerste vrouw, ook een Amsterdamse. Zijn  worsteling daarmee wordt mooi getekend en zet hem echt in de context van zijn tijd, het midden van de 19e eeuw.

Op de fiets naar huis filosofeerde ik met VU-historicus Ab over ‘het nut van het schriftelijk vastleggen’. Wat als al die gebeurtenissen zich hadden afgespeeld in het digitale tijdperk, was er dan zoveel in de archieven op te diepen geweest? Je krijgt wel eens het idee tegenwoordig dat veel in de cloud staat, maar is het over honderdvijftig jaar allemaal nog terug te vinden? Er worden actielijsten gemaakt en notuleren van bijeenkomsten en vergaderingen vinden veel mensen zelfs ouderwets. Een pleit dus voor goed vastleggen! Van Diggelen vond de kerkenraadsnotulen van Genderen uiteindelijk terug in Pella, maar ze waren er dus wel! En misschien wel mee dankzij het digitale tijdperk weten kerken elkaar tegenwoordig gemakkelijk te vinden en herkennen ze elkaar als kerken met de dezelfde Heer en Heiland!

De Afscheiding in Amsterdam

dissertatie
ds. H.P. Scholte

Waarom zou je stilstaan bij een geschiedenis van meer dan 150 jaar geleden? Zeker bij een boek over een gebeurtenis uit onze vaderlandse kerkgeschiedenis, kan je dat gevoel bekruipen. Maar toen een dominee uit Assen, Jan-Henk Soepenberg promoveerde op de Afscheiding in Amsterdam, was mijn interesse gewekt. Gelukkig kreeg ik niet veel later een boekenbon en kon ik het forse lichtblauwe boek aanschaffen. Een boeiend verhaal over kerkelijke perikelen en heel veel ook onderlinge strijd, volgend op de Afscheiding. De plaatsen waar het gebeurde in Amsterdam zijn nauwelijks terug te vinden. De suikerfabriek van de familie Scholte (waar veel stiekem werd vergaderd) heeft alleen een gevelsteen nagelaten en de eerste echte vergaderplaats, Bloemgracht 90 is al jaren een woonhuis met kantoorruimte. Toch gaan we op die plek nadenken over 1835 (Amsterdamse Afscheiding) en de gevolgen daarvan. Wat kunnen we er voor vandaag van leren? De nazaten van deze afsplitsing van de Hervormde Kerk zijn talrijk. In Amsterdam hebben we Christelijke Gereformeerde Kerken, Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), Nederlands Gereformeerde Kerken en ook de Gereformeerde Gemeenten. Natuurlijk komt ook een gedeelte van de PKN van oorsprong uit de Afscheiding voort. Genoeg stof voor de nazaten, om over na te denken dus.
Jan-Henk Soepenberg komt aanstaande vrijdag aan de Bloemgracht (nummer 90) over zijn onderzoek vertellen; aanvang 19.45 uur.
Titel: 
H.P. Scholte en de Afscheiding (1835) in Amsterdam. 

Over het verloop van een en ander zal ik na de 12e wel vertellen.

 

In memoriam Harm 1982 – 2016 (75)

Harm,

Het is twee jaar geleden en net als toen de hele dag mooi weer. Al dagen zit het in ons hoofd, ‘twee jaar al weer’. Woensdagavond kwam ik thuis en had Coos de film van de begrafenisbijeenkomst aanstaan. Mooi dat we dat nog eens terug kunnen zien, maar ook o zo verdrietig. Maar wat een prachtige verhalen over jou, sommige ben je al bijna weer vergeten, maar opeens zit het zomaar weer aan de oppervlakte. En dan die nummers, die van jouw ‘when I die-lijst’ kwamen, waarom dacht je trouwens dat je niet oud zou worden? Coos had al een hele tijd geleden aan vrienden van je gevraagd om iets aan herinneringen op te schrijven, en met ons te delen. Gisteren was er nog een reactie; het was eerst te moeilijk, schreef je vriend. Aan de ene kant doet dat goed, om te lezen en te horen hoe jij was en hoe jij er was voor anderen. Nog es te horen over hebbelijkheden en onhebbelijkheden.
Maar het had toch niet zo moeten zijn? Niemand had toch het recht om je dood te rijden? Jij kunt het niet navertellen. Wij denken maar dat het onverwacht kwam, zo uit het niets, dat je het niet eens gemerkt heb. Op de basisschool hadden we het je toch zo goed geleerd; eerst naar links kijken en dan naar rechts, daarna nog een keer naar links en als er dan niets aan komt, dan kun je oversteken. Waarom werkte het niet zo op die avond net na twaalven? Jij wist als geen ander hoe je je door het verkeer moest bewegen op je SUPERIA. Rugtas strak aangetrokken en gaan..
Soms zie ik je nog rijden, maar dan is het toch ingebeeld. Soms zou ik willen dat je naast me zit in de bioscoop, om daarna nog even te ouwehoeren over de film. Samen nog even snuffelen bij Scheltema met als afsluiting een speciale koffie. Momenten om te koesteren, want ze zullen niet meer komen. Hoe kwam het toch dat jij zo vaak zei: “Het komt wel goed!”. Wat ging er dan schuil in je grijze cellen en waar zwierven je gedachten dan heen?
Laatst vroeg de rechter van het Gerechtshof waarom wij willen dat de agent die jou aanreed, veroordeeld moet worden. Ik heb me wel eens afgevraagd wat jij daar nu van zou vinden. Zou jij het er bij hebben laten zitten? Je had zo een aantal praktijkgevallen bij de hand denk ik. De kwestie met de verhuiswagen aan de Admiraal de Ruijterweg, het verhaal over de taxichauffeur die je belaagde en later zomaar voor de deur stond.

Jouw leven is zo abrupt gestopt dat we het soms niet eens kunnen beseffen. De eerste dagen nadat je er niet meer was, werden we geleefd. En misschien zorgde onze Lieve Heer wel voor een extra stoot adrenaline. Stap voor stap werd het een deel van ons leven. We gingen lezen over rouw en verdriet, vrienden, familie, jouw vrienden, ze bleven maar komen. Je bent er en je bent er niet. Gisteravond hebben we gegeten met je vrienden en daarna zijn we van de Rozengracht naar de Nassaukade gelopen. Op de boom staat weer een groot zilverkleurig hart met je naam eronder. Een enkele wandelaar stond te kijken en een stel dat aan de overkant een huis inging liep wel twee rondjes. Moesten zij ook terugdenken aan die bizarre avond? Ach ja, de meeste auto’s rijden iets rustiger omdat de T-kruising compleet op de schop is geweest. Wat als….?

Afgelopen weken was ik bezig met het reviseren van de handleiding van Levend Water. De afgelopen warme zomermaanden had ik er nog geen zin in. Misschien heeft dat zo moeten zijn, de laatste weken moest ik me opnieuw onderdompelen in het ontstaan van de wereld, in het bijbelboek Job en ook in verschillende psalmen, waaronder ook psalm 121. Regelmatig kwam je dus voorbij in mijn gedachten. Gisteravond zat ik met een van je vrienden te praten over wat jullie samen gedeeld hadden over jullie thuis en daardoor ging het als vanzelf natuurlijk ook over kerk, over God en over gereformeerd. Echt mooi om te horen dat hij daar veel aan gehad heeft.
Manu Keirse, een van de goeroes die we lazen over verlies en verdriet, zei dat het ‘overleven’ is; letterlijk en figuurlijk. Job wist het ook niet meer toen hij in zak en as op de vuilnisbelt zat, zijn vrienden en ook zijn vrouw hadden geen oplossing. Maar uiteindelijk kwam God en leidde Job als het ware rond in Artis. Kijk naar de struisvogel, de leeuw, de luipaard; kun jij de specifieke eigenschappen  van die dieren evenaren? Nee dus en zo kunnen we God ook niet narekenen. Martijn zei het in de Westerkerk heel krachtig, precies zoals jij het soms ook zei: “Het komt wel goed!”. Zelfs de bergen bieden geen hulp, ondanks al hun uitdagingen, de hulp komt van omhoog, van hoger dan de hoogste berg.

Kyrie eleison

L’apparition, kijken in de ziel

Hebt u de laatste serie van “Kijken in de ziel” ook gevolgd? Journalist en interviewer Coen Verbraak  praatte in deze serie met religieuze leiders. Al weer een tijd geleden zag ik hem een paar keer op zondagmorgen afscheid nemen van zijn vriendin en wegrijden. Ik denk dat de laatste vlak naast onze kerk woonde. Wanneer je dan zo’n min of meer bekend hoofd opeens in een auto ziet stappen en zijn stem er bij hoort, ga je opeens bedenken waar je die man ook al weer van kent. Toen had ik er niet gelijk een naam bij, maar na de laatste serie vergeet ik die niet gauw meer. Vroeg me wel af waarom hij toen niet uit nieuwsgierigheid ons kerkgebouw een keer is binnengelopen om te horen en te beleven waarom gewone Amsterdammers, jong en oud, allochtoon en autochtoon daar op zondagmorgen daar bijeen komen.
Voor een ‘ingewijde’ was de serie trouwens wel erg voorspelbaar, maar hier en daar ook wel verhelderend waar het om de persoon van de voorganger ging. Prachtig vond ik de eerlijkheid van ds. Bottenbley, zeker wanneer zijn antwoord op een vraag lang uitbleef en hij al nadenkend en bijna schuchter een antwoord formuleerde. Zoals op de vraag of zijn moslim-schoonvader wel of niet in de hemel zou komen. Wat me ook opviel waren de toch wel gemakkelijke antwoorden van hulpbisschop de Jong over misbruik in de kerk. Je blijft je maar afvragen wat nu toch de relatie is tussen celibaat, biechten en de kijk op vergeving en genade en het kwaad van het kindermisbruik in de rooms-katholieke kerk. Natuurlijk kun je beweren dat christenen ook gewoon mensen zijn. Dat laatste beweerden trouwens alle religieuze leiders, de hindoepriester, de boeddhistische leraar en ook de rabbi. Allemaal zeiden ze dat hun ‘volgelingen’ toch ook gewoon mensen waren. Helaas ging Verbraak bij de Jong niet dieper op deze hele kwestie in. Waarschijnlijk wist hij bij de opnames ook nog niet van de laatste ontwikkelingen in de rooms-katholieke kerk, waarbij weer grote misstanden aan het daglicht kwamen. Voor trouwe gelovigen in deze kerkgemeenschap moet het toch als een zware last voelen. Het zal toch aan je gaan knagen, denk ik. Het straalt trouwens ook af op andere christenen, het komt allemaal zo ongeloofwaardig over voor mensen die niet ‘gelovig’ zijn.
In het Dagblad van het Noorden sloot Daniël Lohues zijn column zo af: “En toch, ik hou ermee op. Je kunt niks meer zeggen. Als ik bijvoorbeeld iets wil roepen over die vreselijke misbruikzaken door moslims in grote Britse steden, dan kan ik dat niet meer maken. Want kijk eens wat er gebeurt in de wereldwijde kerkgemeenschap waarbinnen ik zelf geboren ben. Ik schaam me. Het is vreselijk. Misschien moet ik het kruisje boven de deur maar weghalen. En mijn mooie Mariabeeld? Ook weg? Ik kijk Haar even aan en zie de troost van het verdriet in de ogen van Maria.”

Vooral het misbruikverhaal maalde door mijn achterhoofd toen ik in EYE de film L’apparition (de verschijning) bekeek onderging. En ook het beeld van ‘het verdriet in de ogen van Maria’. De film gaat over een Franse onderzoeksjournalist die een opdracht krijgt van het Vaticaan om te onderzoeken of er werkelijk verschijningen van Maria zijn geweest aan een achttienjarig meisje. Jacques, de journalist, komt opeens in een totaal andere wereld terecht. Hij versloeg oorlogen in het Midden-Oosten en verloor daarbij zijn beste vriend en collega. Maar nu moet hij proberen te achterhalen of het verhaal van de vrome Anna wel klopt. Het wordt een bijzondere zoektocht, naar waarheid, maar ook naar geloof.
De rooms-katholieke kerk komt er ook in deze film niet bijzonder goed af, maar het mooie is wel dat het daar door heen prikt. Wanneer je achter de rimram van beelden, kaarsen en en bijgelovige bedevaartgangers kijkt, zie je mensen die werkelijk bewogen zijn door Maria, de moeder van Jezus en door Christus zelf. Jacques ontdekt veel meer dan hij van te voren ooit bedacht had. Mensen laten hem zien wat het in je leven te weeg kan brengen om de weg van de Ene te volgen. Een bijzondere film die je in verwarring brengt en aan het denken zet, een aanrader dus! En de religieuze leiders uit ‘Kijken in de ziel’, die vrijwel overal een antwoord op hebben als het om hun geloof gaat, zouden ook de film moeten gaan zien en de twijfels en vragen van Jacques meenemen in hun volgende ‘preek’. 

Stef Blok, maak je borst maar nat!

Vanmorgen op Radio 1 een interessante discussie met Alex Brennikmeijer en cabaretier Patrick Nederkoorn. De laatste start binnenkort met zijn nieuwe theaterprogramma onder de intrigerende titel; ‘Ik betreur de ophef’. Natuurlijk kwam de affaire rond Stef Blok ter sprake. Beide sprekers waren van mening dat de minister van Binnenlandse Zaken, na zijn uitlatingen over integratie, veel te veel vast zit in het politieke machtsspel en spraakgebruik. Ook het hoofdartikel van mijn geliefde krant ging vanmorgen weer over de minister; zijn cynisme tast zijn geloofwaardigheid aan, was de conclusie.
Toch miste er iets in het hoofdartikel en daar legden Brenninkmeijer en Nederkoorn al een beetje de vinger de op. ‘Een beetje’ schrijf ik bewust, want het kan veel directer. Afgelopen zaterdag was John Jansen van Galen in het Parool veel explicieter. Hij riep Seegers en Pechtold op om minister Blok aan te vallen! Niet er om heen draaien, niet proberen de kool en de geit te sparen, maar gewoon eerlijk vertellen waar het verhaal van de minister mank gaat. Geef maar aan waar de ideeën van Stef Blok en de CU en D’66 uiteen lopen. Het zeer duidelijk Parool-artikel eindigt als volgt: “Ik zou zeggen: heren Pechtold en Segers, gord u aan, laat u niet door de oppositie van de wijs brengen, bestrijd de minister krachtig met open vizier, waarschuw hem dat hij van zijn opvattingen geen beleid moet maken en wens hem ten slotte meer wijsheid toe in zijn verdere politieke loopbaan.” Vooral de laatste zin is zeer terecht. De minister moet er van leren, zijn inzichten verdiepen en daarna rustig doorgaan met zijn werk.

Gisteren voegde de voorganger in onze Oosterparkkerk aan de hele discussie nog een Bijbels inzicht toe. Dominee Tim Vreugdenhil pakte er een verhaal uit Exodus bij. In het tweede hoofdstuk gaat het over de geboorte van Mozes, een Joods jongetje dat wordt geadopteerd door de dochter van de farao. Van deze geschiedenis kunnen we veel leren volgens Tim Vreugdenhil, omdat de Egyptische wereld van meer dan 3000 jaar geleden, veel lijkt op de onze. Niet alleen Stef Blok en andere politici kunnen leren van het Exodus verhaal, maar elke christen. Besef maar dat het moeilijk is om met andere mensen samen te leven, maar het moet wel! Het kan ook, dat leert het verhaal over de Egyptische prinses. Gewoon doen en steeds maar weer proberen het lijden van mensen die jij tegenkomt, een beetje minder maken. Ik hoop maar dat ook Seegers zich zo zal uiten, wanneer alle ophef in de bubbel van de Tweede Kamer weer losbreekt in september.
De preek van Tim is terug te luisteren op de OPK-site.  Het gaat om de preek van 19 augustus.

Rafelranden

Het was dan wel heel warm de afgelopen weken, maar dat heeft er ons niet van weerhouden toch regelmatig de fiets te pakken. Zo waren we een paar dagen in Zeeland bij onze kinderen op een vakantiepark in de buurt van Brouwershaven. Aangezien ik niet de hele ochtend in het zwembad wilde liggen, kon ik er heerlijk op uit met de fiets. In Kerkwerve, halverwege naar Zierikzee, was het stil, maar de bomen zaten in ieder geval nog goed in het blad. Genoeg schaduw om even weer bij te tanken. Eenmaal in Zierikzee was toch wel te merken dat de hittegolf veel mensen buiten de stad hield. De Nieuwe Kerk was gelukkig open vanwege een schilderijententoonstelling. Een vriendelijke mevrouw liet me zelfs het orgel horen via een CD en zo klonk opeens Medelsohn door het lege kerkgebouw. Binnen was het een stuk koeler en het glas water zat zelfs bij de prijs in. Voor de Sint-Lievensmonstertoren, naast de Nieuwe Kerk, hoefde ik niet te betalen om er rond te kijken. De mevrouw van de muziek en het water had mij attent gemaakt op de prachtige miniatuur van de oorspronkelijk Sint-Lievensmonsterkerk, die helaas door brand was verwoest. Je zou willen dat je de tijd terug kon draaien, want het was een magistraal en prachtig kerkgebouw. Voor een euro kon ik de Dikke Toren beklimmen. De kaartjesverkoper verzekerde mij dat de toren koel was en dat hij nog geen extra hulp had hoeven inroepen voor beklimmers vanwege de warmte. Met in mijn hand een verlepte bloem, nam ik de wenteltrap naar boven. Op 62 meter hoog mocht in de bloem naar beneden gooien en hiermee werd ik onderdeel van een kunstwerk. Aan de voet van de toren lagen her en der de verdorde bloemen… Mooi om te laten zien en mee te maken; verhef het ‘vergane’ tot kunst. Vanaf de toren, het was helaas net zo warm als beneden, had ik wel een prachtig uitzicht over het Zeeuwse landschap. Rechte wegen, afgemeten akkers, waarvan vele er nogal geel uitzagen. En zeker vanaf boven goed te zien; alles is benut, nergens een rafelrand te zien. Op mijn tocht terug viel het me nog eens op, alles is benut en alles ziet er netjes en verzorgd uit.
Op een warme zondagmiddag fietsten we het warme Diemen uit. Via de nette randen van IJburg reden we over de IJsselmeerdijk naar Muiden. Met verbazing hebben we daar staan kijken naar de verwoeste en verweesde volkstuintjes. We wisten niet beter of dit was een prachtige rafelrand. Rommelige tuinen wisselden goed onderhouden tuinen af en soms kon je zelfs groenten kopen en het geld achter laten in een kistje. Nu is het een grote puinhoop en je ziet de bebouwing oprukken. Ook Muiden ontkomt niet aan de bouwwoede blijkbaar. En ook hier van die ’21-eeuwse eenheidsworstbouw’, donkerrode steen afgewisseld met witte en puntgevels die iets authentieks moeten geven. Na de bouwvakvakantie zal de rafelrand wel plat gebulldozerd worden en in snel tempo worden volgebouwd met waarschijnlijk nog duurdere woningen, omdat ze een beetje uitzicht hebben op Pampus. Maar oh, wat jammer van deze boeiende rafelrand die daar altijd was. Hier en daar zijn de protestleuzen nog zichtbaar, maar de tuinbezitters zullen nu toch hun groenten bij de supermarkt moeten halen.

Bij het lezen van de laatste bundel non-fictie verhalen van Frank Westerman, moest ik regelmatig aan de rafelranden denken. Westerman schrijft daar op zijn boeiende manier prachtige verhalen over. En dat gaat van echte ja-knikkers bij Schoonebeek tot de moord op een boekverkoopster in Wageningen. De rafelranden van de samenleving, immers het wordt hier toch niet volmaakt; dat maakt zijn bundel ook zo boeiend. Die o zo gewone Nederlanders, vaak ja-knikkers, kunnen zo maar in het criminele circuit belanden, of ze komen terecht bij de kant van de nee-zeggers. Daarom is het zo jammer dat overal de rafelranden verdwijnen.
Zo hadden we jarenlang langs de Weespertrekvaart een heerlijk rommelgebied; een Eendengarage, een nederzetting van de Hells-Angels en allerlei loodsen met onduidelijke bedrijfjes. Er staan nu hippe, zeer kapitale villa’s, omgeven door hoge muren. O zo jammer. Gelukkig hebben we schrijvers als Westerman die in in ieder geval de verhalen levend houden. Laten we dat maar koesteren en proberen daar waar nog rafelranden zijn, ze niet te saneren.

Het zal toch niet waar zijn…

Het was me het klusje wel, de tuin van onze Armeense vrienden ‘omhekken’! Je denkt het op een vroege zaterdagmorgen wel even te kunnen doen. Zo vroeg mogelijk, vanwege de warmte. En natuurlijk goed gereedschap erbij, zoals een benzine aangedreven grondboor en een drietal accuboormachines voor de verschillende gaten en schroeven. Niets was minder waar dan ‘het even lukken’; natuurlijk zou er wel wat in de grond zitten… maar zoveel stenen, wortels, stukken hout en rotzooi, brrrrrrrr…! Aangezien het steeds warmer werd, zijn we halverwege de middag gestopt, maandag is er weer een dag. Even afmaken, het ergste hebben we gehad, maar nee, genoeg nieuwe obstakels. Het werd al een beetje donker en en buurman kwam vragen of we nog lang na tienen zouden doorgaan; de boor veroorzaakte trillingen bij hem in de woonkamer.
Regelmatig klonk het: “het zal toch niet waar zijn, weer puin, weer een forse wortel, nee toch!” Het eindresultaat werd er gelukkig niet minder op. Dat we één paal uiteindelijk hebben vastgezet op een boomwortel; het is niet meer te zien. Dat de tuinklussers bij buurman A. het allemaal veel beter wisten, we hebben er ons niet aan gestoord. Dat er een paal verzet moest worden door hen, ach, het zal zo zijn. Wij zien het toch niet meer. Natuurlijk hebben we gefilosofeerd over het waarom van ‘omhekken’. In Armenië deden ze het vroeger nooit zei V., daar was een groot veld, met gemeenschappelijk activiteiten van alle buren. Maar tegenwoordig zetten daar de mensen ook een muur om hun tuin. Wij zetten hekken, waar je niet of nauwelijks door heen kunt kijken en we trekken ons terug op ons omhekte stukje tuin. Eigenlijk toch vreemd gedrag. Misschien toch een teken van deze tijd, dat we ons maar terug willen trekken op ons eigen veilige stukje grond, de boze buitenwereld buitensluiten.

Het zal toch niet waar zijn, ik heb het regelmatig gedacht bij het lezen van het laatste boek van Willem Middelkoop. “Patronen van bedrog”, met als ondertitel “Niets is wat het lijkt”. Stapje voor stapje maakt de schrijver duidelijk dat er naast een officiële regering en president in de VS, ook een soort Deep State- structuur bestaat. Een groep allerrijksten in de VS heeft daadwerkelijk zoveel macht en invloed, dat ze oorlogen kunnen uitlokken, regeringen omver werpen en tegenstanders vermoorden. Het verhaal dat Middelkoop ons wil meegeven is ontluisterend en soms heb je werkelijk de neiging om te denken dat deze goudhandelaar toch wel een echte complotdenker is. Toch ligt er zoveel studiemateriaal aan dit boek ten grondslag, zoveel serieus wetenschappelijk onderzoek, dat het geheel het overdenken zeker waard is. Wanneer je na weer een paar bladzijden denkt, tjonge, nu hebben we het wel gehad, komt er iets wat toch nog weer erger is. Het leek wel de tuin waar we een hek moesten zetten, alhoewel daar gelukkig geen slachtoffers vielen.
Het boek is dus niet voor complotdenkers, maar voor nuchtere Hollanders, die vertrouwen hebben in een democratische regering. Het leert om achter de schermen te denken, omdat je er vaak niet achter kunt kijken.

Het Hof | In memoriam Harm 1982 – 2016 (74)

In de grote hal van het Paleis van Justitie keek de koning ons vertrouwenwekkend aan.

Vandaag was het zo ver. Vanmiddag gingen we naar het Gerechtshof, omdat eindelijk de artikel 12 procedure werd behandeld. Nadat we vorig jaar op 2 mei, dus meer dan een jaar geleden, het onfortuinlijke ‘slachtoffergesprek’ met de Officier van Justitie hebben gehad, was het nu eindelijk tijd voor een vervolg. De officier had besloten tot seponering van het hele gebeuren. Jazeker, de agent had te hard gereden, maar de overtreding was naar zijn idee te gering om de kwestie aan te brengen bij een rechtbank. Wij stonden toen voor de keus. Of ons neerleggen bij het sepot, of een artikel 12 procedure starten. Dat laatste houdt dan in dat een hogere rechtbank, het Gerechtshof, de hele kwestie bekijkt en vervolgens beoordeelt of de agent die Harm heeft aangereden, toch voor de rechter moet komen. In dat geval moet het Openbaar Ministerie dus de zaak aanbrengen, zoals dat heet.
Veel gesprekken hebben we er over gevoerd, hier thuis, met onze dochters met kennissen en vrienden. Voor en tegen afgewogen. Uiteindelijk hebben we een advocaat ingeschakeld en ook om raad gevraagd. Al met al werd de beslissing om door te gaan steeds duidelijker. De advocaat is toen dat proces in gegaan en heeft de artikel 12 procedure gestart. Daar gingen natuurlijk weer maanden over heen en uiteindelijk kon er een zittingsdatum worden geprikt. De advocaat had zich met zijn compaan terdege voorbereid, een ‘visiestuk’ was ter tafel gebracht. Ook wij hadden ons voorbereid en op een rij gezet waarom wij wilden dat de agent toch vervolgd zou moeten worden. Het was toch het gevoel van onrecht wat overheerste, naar ons idee was er door de OvJ geen recht gedaan. Het Proces Verbaal gaf genoeg aanknopingspunten om tot een veroordeling te komen. Dat vonden trouwens niet alleen wijzelf maar ook kennissen die bij het OM werken.
De advocaat had ook nog eens zitten rekenen, een flauwe bocht en dan nog 60 meter tot de oversteek bij de Potgieterstraat en dat alles met een snelheid van 85 kilometer per uur. Daar heeft het betreffende voertuig maar 2,5 seconden voor nodig…. En als de kruising nu niet goed aangegeven was, maar ook dat was niet het geval. Er stonden zelfs op twee plekken ‘kanaliseringsstrepen’ op de straat, ook al voor de herprofilering op dat punt van de Nassaukade.

Natuurlijk zagen we er tegen op en op sommige momenten was het ook best emotioneel. Maar gelukkig verlieten we vanmiddag met een heel ander gevoel het Paleis van Justitie dan in mei vorig jaar. Deze keer werden we gezien en gehoord, ook al was het een officiële zitting. We mochten vertellen wie Harm was, wat voor werk hij had gedaan en wat het verlies met ons doet. Vervolgens mochten we ons verhaal voorlezen, het waarom van onze artikel 12 procedure. Ook de advocaat mocht ook nog eens zijn visie toelichten; artikel 5 en 6 van de WVW (wegenverkeerswet) komen wel degelijk allebei in beeld. We hadden een luisterend oor en nu moeten we afwachten wat het Hof gaat beslissen. Ondertussen zit je je zo maar af te vragen wat zoonlief er nu zelf van gevonden zou hebben. Toch hebben we maar hardop uitgesproken tegenover de drie rechters tegenover ons, dat we het voor Harm doen.

Harm was een ‘pettenman’, rechtsonder heeft Coos gemaakt en die groen-blauwe erboven is van de hand van tante Femmie. Ze knipten de klep uit een “Jodenkoeken-bus”.

Vorige week haalde Coos een witte verhuisdoos van zolder. Vol met spullen van Harm, ooit meegenomen naar zijn eigen huis, maar toch weer terug gekomen. Foto’s van zeilkampen in Gaastmeer, al zijn boekjes die hij meekreeg naar de kerk om te tekenen en te schrijven, zijn petten en ook één van de eerste paar schoenen. Schoenen kochten we vaak in Hoogeveen aan de Hoofdstraat, maar helaas waren deze prachtige schoenen totaal vergaan en konden ze zo de prullenbak in. Ook zat er nog een schaatsdiploma tussen allerlei foto’s en een stempelkaart van een schaatstocht in Friesland. Herinneringen borrelden op, namen van vrienden en vriendinnen moesten we opeens weer over brainstormen. Klassenfoto’s van de Guido, wie waren dat ook al weer? Een broekie was het toen, met veel kwajongensstreken en ondertussen liet hij zich ook nog wel gebruiken. Veel Fido Dido en een zich almaar verder ontwikkelend creatief talent. Maar uiteindelijk ging hij zijn eigen weg, de spullen kwamen in een doos en waren daar gebleven als hij niet een onfortuinlijke oversteek had gemaakt. Onttrokken aan de vergetelheid maken ze veel emoties los. En wat moeten we ermee?  Uiteindelijk is de doos toch maar weer naar boven gegaan, het is nog veel te vroeg om het weg te gooien. Wat zou hij er zelf mee gedaan hebben trouwens?

Kyrie eleison!

Hochzeit

We waren natuurlijk niet alleen voor het Carl BenzMuseum, het Schloss Zwetzingen of de langste winkelstraat van Duitsland, ruim een week in het prachtige stadje Ladenburg. Afgelopen zaterdag maakten we een prachtige ‘Hochzeit’ mee. Het is een woord dat me intrigeerde; ‘Hochzeit’ een mooi woord, waar zou dat toch vandaan komen? In het begin zeiden we steeds dat de zoon van vrienden ging ‘heiraten’, maar dan was het al gauw dat het woord Hochzeit weer klonk. Na enig zoeken op het wereldwijde web, kwam ik erachter dat ‘Hochzeit’ vroeger gold voor alle grote kerkelijke feesten en dat het tegenwoordig alleen nog gebruikt wordt voor het huwelijksfeest. Het feest waarop man en vrouw elkaar dus trouw beloven. Van alle hoge feesten werd het uiteindelijk dus eentje het hoogste feest. Een mooi beeld is dat eigenlijk wel, want het huwelijk is een afspiegeling van nog iets veel mooiers en heel groots. Hoogfeest dus, net als Hooglied, het prachtige oudtestamentische Bijbelboek over de liefde tussen man en vrouw. En het ‘heiraten’, ik denk dat dat vaak gebruikt wordt voor het sluiten van het burgerlijk huwelijk. En een ‘Hochzeit’ werd het, startend met een hele mooie dienst, met veel zang en orgelspel en werd het feest vervolgens voortgezet naast de kerk met taart en bubbels.

Het bruidspaar was in de gelukkige omstandigheid dat ze de kerkelijke plechtigheid konden laten plaatsvinden in de prachtige Dreifaltigkeitskirche in Speyer. Speyer, aan de Rijn en ruim een half uurt rijden vanaf Ladenburg, heeft een hele serie mooie kerken, maar de Dreifaltigkeitskirche is wel de mooiste. De Dom van Speyer is overweldigend, de grote Gedächtniskirche  is indrukwekkend, maar Dreifaltigkeitskirche is een prachtig voorbeeld van Romantische Bouwkunst. (Die Kirche gilt als „herausragende Leistung evangelischer Kirchenbaukunst und als Juwel des Barock“. [zegt wikipedia]). Het leukst waren we de banken waar we zaten. Je kon aan beide kanten zitten. Van alles kun je er bij verzinnen waar dat voor is, voor je jas, je kerkboek of je tas? Of is het bedoeld, dat wanneer je het niet eens bent met de preek, je de predikant de rug kunt toekeren? Je gaat er zomaar van alles bij verzinnen.
Gelukkig wist de bruidegom wel hoe het zit. Je kunt met je gezicht richting het podium en het altaar zitten, bijvoorbeeld in verband met het Heilig Avondmaal. Maar wanneer de voorganger gaat preken en de trap (op de foto aan het eind van de dubbele bank) neemt naar de kansel, kun je voor beter zicht even oversteken. In de Lutherse eredienst staat immers net als in de gereformeerde eredienst, het Woord centraal!

Het ene museum is het andere niet

Toen we vertrokken stond deze prachtige oude autobus voor het museum.

Vanuit het warme zuiden kwamen we bijna een week geleden in Duitsland aan. Het plaatsje Ladenburg ligt op zo’n 10 kilometer van Heidelberg aan de Neckar. Ladenburg heeft Romeinse overblijfselen, maar leuker is dat het Carl Benz Museum hier is gevestigd. Maanden geleden had ik al eens gegoogeld wat er allemaal te doen was in Ladenburg en dat van Carl Benz sprong er wel uit. We kwamen zelfs het stamlokaal van Carl Benz tegen in de Hauptstrasse. Helaas is het museum alleen in het weekend (we hebben dan andere bezigheden) open en op woensdag, maar dat laatste was ons ontgaan. Na een rondje Neckar, toch even kijken bij de prachtige oude Benz fabriek. Gelukkig stond de voordeur open en een vriendelijke meneer liet ons binnen, het museum was toch open voor een groep.
We betraden een prachtig oud fabrieksgebouw, met een geweldige verzameling old-timers. Van de eerste Benz tot en met een Formule 1 wagen, met een Mercedes-motor uit de jaren 90 van de vorige eeuw. Daarnaast ook een hele verzameling motoren (motorfietsen) en natuurlijk gewone fietsen. Vanaf de eerste loopfiets en de gemotoriseerde fiets van Daimler, naar statige modellen uit de jaren 20. Bijzonder om te zien was dat er dan qua vormgeving in vergelijking met de hedendaagse fiets nauwelijks iets is veranderd. Bij auto’s zijn de verschillen wat dat betreft toch veel groter.

een prachtige graphic novel over het leven van Carl Benz

Ook ontdekte ik dat er in de jaren 50 al fietsen waren met allerlei soorten ondersteuning, zelfs de middenmoter was al uitgevonden. Moderne e-bikes waren er niet natuurlijk, maar over twintig jaar zullen die er ook wel bij komen. Helaas hebben wij de fietsen niet bij ons, omdat Coos natuurlijk nog niet mag fietsen met haar hand in gips. Gelukkig mag dat volgende week eraf als we weer in Nederland zijn. Of er in het verleden ook veel ongelukken gebeurden met de snellere fietsen, kon ik in het museum niet vinden.
Een paar blogs terug heb ik iets gezegd over onze goede vriend Wout, die ook met de fiets een ongeluk had gehad. Het gaat goed met hem, hij is volop in revalidatie en gaat met sprongen vooruit, Tijs van den Brink schreef voor Radio 1 een mooie column over zijn bezoekje aan Wout. (radio 1).