Categorie: school

stoppen (2)

glen-campbellWanneer je echt gaat stoppen met je werk, kom je opeens overal zaken tegen waar het ook over ‘stoppen’ gaat. Vorige week zag ik een programma-aankondiging dat er een documentaire zou worden uitgezonden over de Amerikaanse zanger Glen Campbell. Helaas was ik die avond niet thuis, maar zondagmiddag werd de docu gelukkig herhaald. ‘ Rhinestone cowboy’ herkende ik van jaren terug. Een prachtige stem, met daarbij ook nog eens geweldig gitaarspel. Helaas werd bij deze zanger in 2011 Alzheimer geconstateerd. Maar voor hem en zijn familie geen reden om te stoppen met optreden. Tientallen optredens op grote podia volgden. En ondanks dat Glen steeds meer last kreeg van de gevolgen van zijn ziekte en regelmatig allerlei dingen echt vergat, kon hij met behulp van de autocue prachtige nummers vertolken. Zijn fans roerde hij regelmatig tot tranen, totdat het echt helemaal niet meer ging. Maar toerend in een grote touringcar door de VS werd Glen Campbell een voorbeeld voor mensen om niet te stoppen en onder ogen te zien dat je Alzheimer niet hoeft weg te stoppen.
Dat was wel heel anders in een docu over de Levenseindekliniek. Stoppen met leven; deze kliniek regelt het voor je, huppakee! Stap voor stap wordt het gewoon in ons land om euthanasie toe te passen. Een schril contrast met de docu over Campbell. Gelukkig zijn er tegengeluiden, zoals in de DWDD van prof. Viktor Lamme. Hij noemde wat de Levenseindekliniek doet gewoon moord. Daar waren de mensen van het Levenseinde natuurlijk niet blij mee. Ze hadden het zo zorgvuldig gedaan (tja, dat wordt wel vaker gezegd, de regels zijn toch gevolgd?). En als mensen zelf willen stoppen, en het ook al heel lang geleden op een papiertje hebben gezet? Tja.. stoppen is wel erg gemakkelijk tegenwoordig
Stoppen…..; een raar idee. Maar wat stopt er eigenlijk? Het leven gaat gewoon door en er valt nog zoveel te doen. Daarom is stoppen in mijn geval ook gewoon doorgaan met LEVEND WATER bijvoorbeeld, gelukkig maar. En ook gewoon doorgaan, en misschien wel wat vaker, met het schrijven van een blog.

stoppen (1)

Een prachtige foto,snoei krui wagen die ik vond in de nieuwsbrief van ons logeeradres in de Bourgogne. Zo’n vreemde kruiwagen had ik nog nooit gezien. Hij lijkt gemaakt van een oud olievat. Ze rijden er in deze tijd mee door de wijngaard en alle afgeknipte ranken worden er in verbrand; kortwieken en snoeien. Alleen op die manier krijg je een beter resultaat. Zo is het in je leven ook vaak. Snoeien, bijknippen, kortwieken en pas dan kun je tot bloei komen en vrucht dragen. Verandering in je bestaan, afscheid nemen van wat je heel lief is; natuurlijk wil je het soms anders. De wijnboer weet niet beter en zal weer hopen op een mooie oogst in een volgende nazomer. Dit bijzondere gereedschap lijkt aan de zijkant luchtgaten te hebben. Ik denk dat de ‘kachel’ er wel beter door trekt, maar de as kan er zo ook gemakkelijk uit. En de as van de verbrande wijnranken is weer goed voor de bodem waar de druivenstokken in geworteld zijn. Een simpel apparaat, wars van ingewikkelde technische snufjes, daagt uit tot filosoferen over lastige gebeurtenissen in je leven.

En voor de rust en en het even helemaal tot jezelf komen ‘In dir ist Freude’, op de geweldige website: All of Bach

Het is gelukt met Isings / levend water gaat digitaal (2)

de herders hebben het in doeken gewikkelde kind gevonden
de herders hebben het in doeken gewikkelde kind gevonden

Het heeft wat moeite en heen en weer gemail gekost. De onderhandelingen waren pittig en het was op voorhand al niet gemakkelijk uit te vinden waar de rechten lagen. Waar gaat het om? Nu de bijbelmethode  voor het basisonderwijs helemaal gedigitaliseerd is, staan alle platen van Michel de Boer zo voor het grijpen! Ik bedoel, de juf of meester kan er heerlijk in grasduinen en ze laten zien op het digibord bij het te vertellen bijbelverhaal. Tegelijkertijd opende dat ongekende mogelijkheden. Je kunt binnen de omgeving van LEVEND WATER ook filmpjes online zetten en natuurlijk nog veel meer platen. Een al lang gekoesterde wens van mij gaat nu in vervulling. De zestig prachtige bijbelplaten die J.H. Isings (1884-1977) in de Tweede Wereldoorlog maakte werden rond 1950 opgenomen in “De Bijbel behandeld voor jonge mensen”. Onder het pseudoniem Wolf Meesters had schoolmeester Wolbert Meijer (1904-1996) een jeugdbijbel geschreven. Ik kan me niet herinneren dat er ooit uit is voorgelezen, terwijl ze bij ons thuis in de boekenkast stonden: twee forse delen. Maar het waren de platen waar het om ging; prachtige zoekplaatjes, die een heel verhaal vertelden. Isings heeft ook getekend voor een aantal andere “kinderbijbijbels”, maar deze zestig platen waren paginagroot. Een paar maanden na het overlijden van Isings werden alle zestig platen nog een keer uitgegeven door uitgeverij De Vuurbaak. De platen zijn weergegeven op ware grote en in de oorspronkelijke kleuren en het boek is nog antiquarisch verkrijgbaar.  Helaas mag je de platen niet zo maar gebruiken voor een methode als Levend Water. Er zit auteursrecht op van zeventig jaar. Je zou bijvoorbeeld wel alle bijbelse afbeeldingen van Rembrandt mogen gebruiken. Via uitgeverij Contact, de directeur van De Vuurbaak en uitgeverij Noordhof in Groningen kwamen we terecht bij een bureau in Amstelveen die de rechten van dit soort werken in beheer heeft. Ook de bekende geschiedenisplaten van Isings kunnen ze leveren.
Om een lang verhaal kort te maken, het zou natuurlijk fantastisch zijn wanneer de Isings-platen ook in Levend Water te gebruiken zouden zijn. In 2006 hadden ze voor het laatst nog gefungeerd in een soort uitlegvertelling van de Bijbel. Maar vader en zonen Blokker lieten zich daarbij adviseren door professor Kuitert. En met hoeveel respect ze ook de bijbelse teksten benaderen, het blijft bij een verhaal van drie ongelovigen die de Bijbel als een belangrijk cultureel erfgoed zien. Eigenlijk wel triest dat de platen van Isings daarin figureerden. Isings was een diepgelovig man, die in zijn werk eerbied voor de Heilige wilde laten zien. Op zijn rouwkaart stond: “… ging van ons heen, naar zijn eigen woorden: ‘Vrijgemaakt om met Christus te zijn’ (Filipenzen 1:23)”. Dat laatste is in het boek van de Blokkers, onder de veelzeggende titel “Er was eens een god”, ver te zoeken.
Binnenkort voor de vertellende meester en juf dus ook beschikbaar, platen die getuigen van historisch inzicht en eerbied voor de verhalen in Gods Woord.

Hoe vertellen we het onze kinderen?

Reinier Sonneveld vergeleek het met het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes. Eerst doe je dat bij jonge kinderen ook heel simpel en naarmate ze groter worden zul je meer en meer moeten vertellen. En dat laatste is beslist niet gemakkelijk voegde hij er aan toe, maar je kunt het niet achterwege laten. Zo is het ook met het vertellen aan je kinderen (dus ook leerlingen op een basisschool) over de schepping van hemel aarde door onze goede God.

9789085432852-het-geheime-logboek-van-topnerd-tychoIn Amersfoort werd in de aula van de Evangelische Hogeschool uitgebreid stilgestaan bij het verschijnen van het nieuwste boek van kinderschrijfster Corien Oranje. Samen met Cees Dekker (nanobioloog en hoogleraar aan de TU in Delft) heeft Corien Oranje een meeslepend jeugdboek geschreven over topnerd Tycho. Tycho wil meer weten over de oorsprong van het leven en alles wat daar mee te maken heeft. Dus gaat het over dyno’s en planeten en nog veel meer. En natuurlijk komt op de eerste pagina’s al een soort oerknal voorbij. Bij de speurtocht die Tycho onderneemt gebeurt van alles, maar ontdekt hij dat het verhaal van de eeuwige God en hemelse Vader te combineren valt met een oerknal en de wetenschap die zegt dat de bewijzen van evolutie niet te ontkennen zijn.
Bij dat laatste gedeelte komt dan Cees Dekker om de hoek, hij heeft met de kinderboekenschrijfster meegedacht en meegeschreven. Hij zat ook in het forum om mee te discussiëren over ‘hoe we het onze kinderen moeten vertellen’. Te vaak heeft deze christen-wetenschapper meegemaakt dat studenten afhaakten omdat het geloof uit hun jeugd niet opgewassen bleek tegen alle wetenschappelijke feiten. Volgens Dekker is dat niet nodig. En daarom een boek wat jonge kinderen al meeneemt op de grote ontdekkingsreis van de wetenschap. De generatie die nu opgroeit en een ontzaglijke hoeveelheid informatie op internet kan vinden, heeft antwoorden nodig.
In de verschillende bijdragen kwamen mooie inzichten naar voren.
• God heeft in het Woord geen wetenschappelijke verhandeling aan ons overgeleverd in Genesis 1 t/m 11. Maar in het Woord wordt buitengewoon duidelijk dat God de oorsprong is, schepper van hemel en aarde. Je moet God vertrouwen en je kunt hem niet in alles narekenen. En we kunnen nog wel eens versteld staan, als we later in de hemel zijn. Verketter elkaar dus niet met je ideeën overschepping, evolutie of creationisme; christenen zijn elkaar immers gegeven om elkaar te verheffen!
• Theologe Janneke Burger gaf 5 regels voor omgaan met kinderen die verder denken en vragen stellen bij bijbelse feiten. Ik geef ze door want ze zijn in school ook zeker hanteerbaar;
o In boeken over dino’s staat heel veel, maar ook heel veel niet. Over God kom je meestal niets tegen, dus dat moet je je kinderen wel vertellen!
o God draagt de wereld en dat is echt het belangrijkste,
o We weten ook heel veel niet!
o Lees de Bijbel letterlijk waarbij je steeds goed kijkt naar de bedoeling van de teksten die je leest.
o Laat je kinderen onbekommerd leren en onderzoeken in en over Gods schepping en onder de indruk komen van wie Hij is!
Vooral die vijf punten, waarbij misschien nog best meer kanttekeningen kunt plaatsen hebben we ook in ons onderwijs nodig. Leef niet met dichtgeknepen handen, maar met open handen, voegde de theologe er nog aan toe.

Wat te doen met Sinterklaas?

Het Haagje werd gedempt, net als alle andere kanalen in Hoogeveen. Sint moest nu te voet of met paard en wagen komen.
Het Haagje werd gedempt, net als alle andere kanalen in Hoogeveen. Sint moest nu te voet of met paard en wagen komen.

Een grote taai-taaipop en een doosje met Lego waren de cadeaus die ik als klein jongentje kreeg op 5 december. Daarbij moet ik wel heel diep graven in mijn geheugen, want eigenlijk vierden wij niet echt Sinterklaas thuis. Sinterklaas was Rooms en dus niet voor gereformeerden bestemd. Toen ik een keer bij vriendje Wiebe op een zaterdagmiddag aan het spelen was heb ik vanuit de verte de boot van Sinterklaas in het Haagje zien liggen, de goedheiligman was Hoogeveen binnengevaren. Heel spannend, maar ik durfde er ’s avonds niet over te vertellen, want Sinterklaas hoorde niet. Van mijn tijd op de lagere school kan ik mij niet iets van een Sinterklaasviering herinneren. Maar het zou kunnen dat ik het heb verdrongen. Ik ben dus niet echt opgegroeid met een positief Sinterklaas beeld.

Toen mijn kinderen op de basisschool zaten, vierden we uitgebreid pakjesavond met goede vrienden en hun twee dochtertjes. Gedichten, een zak met cadeautjes, lootjes trekken en een paar flinke bonzen op de voordeur door Eddo. Geweldige avonden waar we als gezin met veel plezier op terugkijken. Van jongs af aan hebben we onze kinderen duidelijk gemaakt dat Sinterklaas een verklede man is. In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werd Sinterklaas onder gereformeerden een geaccepteerd feest en ook wij liepen een beetje met de meute mee. Op de van ’t Veerschool in Amsterdam, werd het jaarlijks een terugkerende discussie. Ik daagde de collega’s uit met mijn ‘verklede man’ standpunt en de juffen lieten zich meezuigen in het als maar uitdijende spektakel van het Sinterklaasjournaal. De keren dat ik Sinterklaas welkom moest heten, ik geef het achteraf eerlijk toe, deed ik dat met een lichte gêne. Toch was het Sinterklaasfeest in een groep 5, 6, 7 of 8 geweldig! Een grote berg prachtig in elkaar geknutselde surprises met de meest fraaie gedichten. Elkaar een beetje op de hak nemen, hobby’s uitvergroten; het kon niet op.

De jaren van onbezorgd vieren van het Sinterklaasfeest zijn echter voorbij. Het fenomeen zwarte Piet is door actiegroepen verbonden met het slavernijverleden van ons vaderland. Veel discussies rond het 5 decemberfeest zijn vaak buiten alle proporties. Toen de eerste actiegroepen zich verzetten tegen Zwarte Piet, moest ik er om glimlachen. Ach wat, het is een volksfeest en het heeft een lange traditie waar toch niets verkeerd mee is? En alle discussies in de krant en op tv, je wordt er niet vrolijk van. Maar wie zich wat verdiept in het koloniale verleden van ons land, kan er niet meer omheen dat de tegenstanders van Zwarte Piet meer dan een punt hebben. Lees bijvoorbeeld de boeiende roman van Arthur Japin over Aquasi Boachi (“De zwarte met het witte hart”). Stevo Akkerman schreef een boeiende roman over een tentoonstelling met 28 Surinamers op het Museumplein (“De inboorling”). Zomaar twee boeken die subtiel aan de oppervlakte brengen dat ons geschiedenisboek heel wat zwarte bladzijden heeft. En er zijn nog veel meer boeken, fictie en non-fictie, te noemen die een beeld geven van ons koloniale verleden. Discriminatie, uitbuiting en slavernij; veel Nederlanders hebben er helaas geen idee van, wat dit voor impact heeft gehad op onze niet-blanke landgenoten en tot op de dag van vandaag heeft. Hoe goed bedoeld ook de bekeringsdrang van VOC en WIC zijn geweest, we zullen vandaag de dag in het reine moeten komen met de uitwassen daarvan. De laatste weken zijn er in Zuid-Afrika veel protesten van zwarte studenten in de universiteitsstad Stellenbosch. Hun protest gaat onder andere over het gebruik van het Afrikaans. Ten diepste hebben zij dezelfde motieven en argumenten als de tegenstanders van Zwarte Piet in Nederland. Het zijn maar een paar voorbeelden om aan te geven dat niet-blanken zich beledigd en gediscrimineerd voelen door een volksfeest met een witte bisschop op een schimmel en een kudde mallotige zwart geschminkte jongelui er omheen dansend.

Het gereformeerde onderwijs waar ik werkzaam ben, en zich al een aantal jaren profileert met het etiket ‘bijbelgetrouw’, heeft zich tot op heden niet geroerd in de discussie over Zwarte Piet. Het lijkt wel of de discussie volledig langs ons heen gaat. Sinterklaas met zijn zwarte knecht zijn nog steeds van harte welkom op gereformeerde scholen. Maar nu zelfs een VN-commissie Nederland min of meer op de vingers heeft getikt, kunnen de gereformeerde scholen zich niet meer verschuilen achter de ‘traditie’. Immers die traditie is voor onze scholen in veel gevallen niet meer dan een traditie van een jaar of veertig oud en alleen daarom al, beslist niet heilig. Wat mij betreft nemen onze scholen een keer het voortouw. En dan niet flauw gaan doen met een regenboogpiet of wat voor kleur schmink je verder nog kunt vinden. Schaf het hele opgeklopte gedoe rond Sinterklaas gewoon af. Geen ‘verklede man’ meer zijn ‘zwarte knecht’ op het podium hijsen en de jongste kinderen van de school de stuipen op het lijf jagen. Geen grappen meer met een domme zwarte Piet die zich heeft verslapen of opeens boven op het dak van de school staat. Want wat je ook doet met knecht Piet, het zal ons steeds blijven herinneren aan de discussies over zijn zwart zijn, welke kleur we hem ook geven. Verlos de scholen en de gezinnen van veel gedoe en gediscussieer en verzin een nieuw decemberfeest! Dat feest mag best met presentjes en met surprises en humoristische gedichten. Mijn creativiteit schiet hierin te kort, maar er is zoveel creativiteit binnen de scholen dat er vast wel weer iets moois zal ontstaan.

Dus wat mij betreft; afscheid van zwarte Piet en Sinterklaas mag met het mee. Beiden zijn immers zo met elkaar verweven dat al zou je van beiden de kleur veranderen, de zaak nog niet verandert. Het lijkt mij voor de gereformeerde scholen een mooi statement; de zogenaamde Sinterklaastraditie bijzetten in het geschiedenisboek. Want ook al is die traditie niet ontstaan in het koloniale tijdperk, de traditie is wel gekleurd door het koloniale verleden. Scholen en gezinnen worden uitgedaagd tot een nieuw decemberfeest waarbij humor, plezier, gelijkheid en creativiteit voorop mag staan.

50 jaar GBS in Amsterdam – er werd ook gepest

Een zus van haar legde bij toeval het contact. In een schoolgang kwamen we elkaar tegen en na een korte handdruk en een brief, zaten we een paar weken later aan tafel. Er moest wat uitgepraat worden, over haar zus die ooit zo gepest was en steeds met de gevolgen daarvan rondliep. Ook ik had daar een rol in gespeeld volgens de zus.
Een maand later heb ik haar opgezocht. Met haar man woont ze in een mooi ruime flat in een jaren zeventig wijk. Naarmate het gesprek op gang kwam, ging het verleden leven. Hoe meer namen passeerden, des te meer beelden we er bij kregen. Het gepest op school, als een slavin behandeld worden, nog een keertje een paar woorden sissen op de trap, al die dingen die de ander zo gewoon vindt. Het dreigen wanneer ze iets zou zeggen, de vernederingen in de bus. Zo stapelde de ene pesterij zich op de andere en ging ze zich stap voor stap ongelukkiger en afgedankt voelen.
Oh ja, natuurlijk denk je als leerkracht dat je er heel veel aan gedaan hebt. Je hebt gewogen en gewikt, terechtgewezen, aangesproken en zelfs donderpreken gehouden. Maar net die ene keer, dat ze haar nood kwam klagen, heb ik toen op de juiste manier gereageerd? Kwamen de woorden verkeerd over? Bedoelde ik het niet, maar zei ik het wel? Afgewezen voelde ze zich, opnieuw een mokerslag.
Bij ons beiden kwam het verdriet naar boven en gelukkig konden we praten over schuld en vergeving.
Haar schoolloopbaan is heftig geweest. Het laatste jaar heeft ze afgemaakt op een school voor leerlingen met psychische problemen. Een heftig jaar, maar er werd geluisterd en gewerkt aan herstel. Op catechisatie werd het wel bespreekbaar, maar de daders wilden er niets van weten.
Gelukkig is ze er nog, sterker misschien wel dan ze ooit is geweest. Ooit dacht ze er een eind aan te maken, maar nu na vele hulpverleningstrajecten weet ze dat er echt mag zijn, voor haar man, maar zeker voor haar hemelse Vader. Dat we konden afsluiten met gebed, maakte het wel heel bijzonder.

Pesten, het kwam en komt voor, ook op een gereformeerde school. En zeker, met vallen en opstaan is er veel aan gedaan en wordt er ook veel tegen opgetreden. Helaas gaat er ook nog veel niet goed. Om achteraf met een slachtoffer in gesprek te gaan is confronterend. Het geeft echter ook weer ruimte naar de toekomst. Daarom een oproep aan hen die diep in hun hart weten dat ze fout zaten, dat ze meeliepen of meededen. Ontkennen heeft uiteindelijk geen enkele zin. Mocht je ooit in de gelegenheid zijn jouw slachtoffer in de ogen te kijken; doe het! Ontloop het niet, voor jezelf niet, maar ook voor je slachtoffer niet. En zeker voor de laatste kan het helend werken.
Jezus zei in zijn bergrede: ‘Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.’ Dit wordt waarheid wanneer gepesten en pesters elkaar weten te vinden.

50 jaar gbs in Amsterdam – een zwarte bladzijde

Voor de school zit het er op. Een feestweek en een goed georganiseerde reünie. Veel oud-collega’s die weer eens bij hebben kunnen praten en oud-leerlingen die elkaar ontmoetten. In dankbaarheid terug kijken. Ook was er mooie glossy te koop met flink wat historische bijdragen. Ik hoop dat het volgende artikel over 1970 nog wat gevolg krijgt.

Toen de dr. M.B. van ’t Veerschool in 1963 van start ging waren er veel Amsterdamse vrijgemaakten die hun kinderen niet stuurden. Een aantal deed dat omdat ze de afstand naar Sloterdijk onoverkomelijk vonden. Er waren echter ook een groot aantal ouders die niet veel moesten hebben van het ‘doorgaande reformatie’ gebeuren. Dat het bestuur in 1963 voorbij ging aan hun bezwaren is op zich te begrijpen. Men kon eindelijk na 12 jaar starten met een eigen school. Velen hebben dat ervaren als de zegen van God op noest verrichtte arbeid. Uit het notulenboek (zie ook het artikel ‘het begon aan de Lutmastraat’), blijkt echter overduidelijk dat het met de start van de eigen school de strijd niet ophield. Ondanks de opstelling van het bestuur in mei 1963, die deed of er in Amsterdam geen kerkelijke problemen waren, was dat in werkelijkheid echt wel zo. Op de synode van Amersfoort (1967) tekenden de problemen in de vrijgemaakte kerk zich fors af. In de notulen van 7 september 1967 kunnen we lezen dat voorzitter van Milligen de ‘kerkelijke scheiding’ memoreert. “Hij spreekt de hoop uit, dat ondanks kerkelijke moeilijkheden, het bestuur rustig verder zal mogen gaan, omdat de school voorop moet staan.” In 1969 en 1970 bleven de problemen niet meer buiten de deur van de schoolvereniging. In de notulen is het op de voet te volgen. Ds. G. Jansen van Amsterdam-West, lid van het bestuur, was ook afgevaardigd naar de Synode van Hoogeveen. Het probleem was echter dat er uit Noord-Holland twee soorten afgevaardigden waren, binnenverbanders en buitenverbanders. Dit werd in Hoogeveen een probleem natuurlijk. Op 8 mei heeft ds. Jansen met zijn medeafgevaardigden Hoogeveen verlaten. Ze ‘trokken’ het niet meer, is te lezen in de Acta (=officiële noutlen) van de synode. Alles wees er op dat hun de deur zou worden gewezen. Uit overlevering is bekend dat ds. Jansen de situatie verschrikkelijk vond en huilend door de gangen van de voormalige synagoge liep. (De synode van Hoogeveen werd gehouden in kerkgebouw van de GKV ter plaatse, een voormalige synagoge.) Een dag later als er weer een bestuursvergadering is, is ds. Jansen niet aanwezig. Maar op 11 juni is hij er weer bij. Voorzitter is dan nog Van Milligen, maar twee vergaderingen later heeft broeder D. Dreschler uit Zwanenburg de hamer overgenomen.

Broeder en zuster van Milligen op de openingsavond van de school, 4 september 1963. Mevr. van Milligen rookt er flink op los en op tafel staat een doos AGIO sigaren.

Van Milligen was niet meer herkozen op de jaarvergadering. Een buitenverbander werd varvangen door een binnenverbander. Veel is er vergaderd in die daarop volgende maanden. Ook het hoofd der school Van der Hoek hoorde bij de buitenverbanders. De laatsten vonden het geen probleem om in het schoolbestuur samen te werken. Het grootste deel van de schoolvereniging en het bestuur koos er echter voor om de grenzen duidelijk te trekken. In het kort kwam dat er op neer dat de schoolvereniging in de statuten had staan de GKV (binnenverband) de kerk van de school was. Buitenverbanders hadden zich hieraan ontrokken en waren dus eigenlijk niet meer gereformeerd volgens de statuten. In de loop van het seizoen 1969-1970 kozen daarom een aantal broeders er dan ook voor te vertrekken.

uit de notulen van 27 april 1970

Het hoofd van de school, Van der Hoek, vertrok naar Steenwijk. Ds. Jansen en bestuurslid Dijkema schreven samen een afscheidsbrief. Een drietal broeders komt nog een keer ter vergadering maar het tij is niet meer te keren. De protesterende broeders werd nog wel duidelijk meegegeven dat als ze hun kinderen van school halen, dit niet conform de doopbelofte is.  De kerkstrijd trok dus ook scheuren door de school. Veel verdriet, ongetwijfeld aan beide kanten, is daardoor ontstaan. Terugblikkend vraag je je af of dit werkelijk zo had gemoeten. Toen tien jaar later er forse scheuren in het gebouw kwamen, doordat er naast Molenwerf 5 een kantoorgebouw van 7 verdiepingen werd gebouwd, bracht men grote trekstangen aan. Leerlingen uit de NGK, de CGK maar ook uit de Gereformeerde Gemeenten bezochten toen inmiddels de school. Nog weer tien jaar later was de diversiteit net zo breed als de ‘gereformeerde gezindte’. En rond het jaar 2000 kwamen de leerlingen uit de gehele breedte van christelijke kerken in Amsterdam.

In 2013 zijn leerkrachten uit de CGK en de NGK (de voormalig buiten-verbanders) meer dan welkom om les te geven. Binnen de schoolvereniging GPOWN, waarin de schoolvereniging van Amsterdam is opgegaan, wordt inmiddels gediscussieerd over verdere openstelling met betrekking tot het personeelsbeleid. Wat er in 1969 en 1970 zich heeft afgespeeld is geschiedenis. Maar tot op de dag van vandaag zijn er nog mensen die het verdriet voelen. Zeker nu alle veranderingen zo snel en met veel minder discussie werden geaccepteerd. Zij die in 1970 werden buitengesloten, zijn nu van harte welkom en deelnemer. En het zei gezegd: tot zegen van de scholen en het onderwijs.  De crisis van de vrijgemaakte kerken in de jaren 60 werd door een bepaalde groep de school binnengetrokken. Terecht? Door hen die binnen het bestuur bleven werd het als terecht ervaren en ook de wil van de Heer der Kerk. Terwijl zij die vertrokken ook zeiden dat ze Gods wil deden en voluit de belijdenisgeschriften bleven onderschrijven. Ik zal de dag nooit vergeten dat een doodzieke broeder Dijkema nog een keer op bezoek kwam om de school te bekijken die hij mee had helpen oprichten. Het verdriet over eind jaren 60 was voelbaar en te zien aan zijn tranen. Terugkijkend is het een donkere periode waarin naar mijn idee beslist niet altijd wijs en zorgvuldig is gehandeld. Gelukkig is er in 2013 in veel plaatsen tussen de GKV en de NGK erkenning en herkenning. Vaak gaat dat gepaard met schuldbelijdenis over de jaren 1969 en 1970 over wat daarin fout is gegaan. Wie weet is dat ook bij de herdenking van 50 jaar gereformeerd onderwijs in Amsterdam een mooi gebaar; schuldbelijdenis over wat ten aanzien van onder meer broeders als Van der Hoek, Dijkema en ds, Jansen verkeerd is gedaan. Waarvan akte!

50 jaar GBS in Amsterdam – juf Nijmeijer

juffrouw Nijmeijer ontvangt als
handwerkonderwijzeres “de wapens”

Deze week wordt op de gereformeerde basisschool in Amsterdam feest gevierd. Op 2 september 1963 begon aan de Molenwerf een vrijgemaakt- gereformeerde lagere school. David Leguyt heeft toen prachtige foto’s gemaakt. In zijn album is te zien dat de hele school naar de Petruskerk liep aan de overkant van het spoor. Dominee Jansen en ook het hoofd der school hielden toespraken. Twee dagen later was er een officiële openingsavond in hotel Krasnapolsky aan de Dam. De inspecteur kwam spreken en ook het personeel werd officieel geïnstalleerd. De mooiste foto van die avond toont mijn tante. Zij ging op de dr. M. B. van ’t Veerschool aan de slag als handwerkonderwijzeres. Kruissteek, flanelstreek, sokjes breien en ook naaien, het had voor de meisjes geen geheimen meer als ze les hadden gehad van juf Nijmeijer. Ze gaf ook les in Oegstgeest op de dr. K. Schilderschool. Volgens mij stond ze niet bekend als een lieve juf. Ze kon zeer streng zijn. Toen ik kwam werken in 1978 mocht ik haar ook perse geen tante noemen. Juf was het, voor de goede orde. In 1979 nam ze afscheid, omdat ze met pensioen ging. Een paar jaar later is ze met haar jongste zus verhuisd vanuit Haarlem naar Hoogeveen. Terug naar haar geboortegrond in Drenthe. Als klein jongetje weet ik nog dat ze soms met z’n tweeën op bezoek kwamen. Dan moest er flink schoongemaakt worden en werd er ‘deftig’ gegeten. Als puber van 16 werd ik een keer uitgenodigd om in de grote vakantie in Haarlem te logeren. Dat werd een gebeurtenis van formaat, rijden in een taxi, een rondvaart in Amsterdam en de Bijenkorf bezoeken! Onvergetelijk.

Op de foto van Leguyt staat ze met een paar breipennen, haar wapens. De laatste weken werd er flink gediscussieerd over de vrouw in het ambt. Mijn tante zat in het ambt, van handwerkonderwijzeres, compleet met wapens. Ik denk dat ze best een goede ouderling zou zijn geweest en tante Dinie trouwens een zeer goede diaken. Hele generaties heeft ze het sokken breien bijgebracht en het maken maken van merklappen. Nu zijn die vaardigheden bijna uitgestorven. Haar naam zij met ere genoemd bij het 50 jarig jubileum. Op 29 mei 2008 is ze gestorven, 93 jaar oud.

Gezin Nijmeijer een paar jaar voor WOII. Links vooraan, naast opa Adam, tante Lammie. Rechts vooraan, naast opoe Femmigje, mijn moeder. In het midden tante Dinie.

het begon aan de lutmastraat

Lutmastraat, Amsterdam Oud-Zuid

Wie in Amsterdam door de Lutmastraat in Oud-Zuid fietst heeft in eerste instantie geen idee waar die naam vandaan komt. Het is een lange straat met van die typische Oud-Zuid bebouwing. Voor Wereldooorlog II waarschijnlijk maar enkele auto’s, tegenwoordig is op bepaalde stukken zelfs een fietspad nodig. Heeft Lutma iets te maken met de Tolstraat? Of was het een schilder uit de Gouden Eeuw? Ongetwijfeld is er ergens op een van de straathoeken een wat uitgebreider bord dat ons kan vertellen waar de naam vandaan komt. Maar zou je het de voorbijgangers vragen, dan denk ik dat ze geen idee hebben. Voor 1896 lag zelfs een gedeelte van de deze straat in de gemeente Niewer-Amstel. Aan de overkant van de Amstel, ongeveer in het verlengde van de Lutmastraat, is dan ook nog steeds de Grensstraat te vinden.

Ets van Rembrandt: Janus Lutma

Janus Lutma (ook wel Johannes Lutma de Oude) werd geboren in 1584 en stierf in 1669. Lutma was een zeer beroemde goud en zilversmid en onder meer bevriend met Rembrandt. De laatste heeft een prachtige ets van hem gemaakt die zich bevindt in het Teylersmuseum in Haarlem, het eerste en oudste museum van Nederland. In verschillende musea is werk te vinden van deze Janus Lutma. Lutma is twee keer getrouwd geweest, eerst met Maria Roelands (Mayke) ze stierf in 1634, later trouwde hij met Sarah de Bie. Janus kreeg bij z’n eerste vrouw 4 zonen die allemaal kunstenaar werden. Johannes, de oudste ging verder in de voetsporen van zijn vader, maar is niet zo bekend geworden als zijn vader. Wel was hij veelzijdiger, hij was onder meer etser. Janus Lutma de Oude is ook de maker van het prachtige koorhek in de Nieuwe Kerk, maar begraven in de Oude Kerk. Wanneer je dit allemaal tot je door laat dringen, rijdt je in ieder geval nooit zo maar door de Lutmastraat. Van die Lutma had ik geen idee toen ik begon te lezen in het oude notulenboek van de dr.M.B. van ’t Veerschool. Broeder van Milligen schreef het allemaal op in dat boek. Op nummer 168, 2 hoog, woonde familie Bedeker. Johannes Bedeker was de eerste voorzitter van de schoolvereniging en hoofd van een evangelisatieschool, maar werd meer en meer een voorstander van vrijgemaakt-gereformeerd onderwijs. U kunt er meer over lezen in de ‘glossy’ die binnenkort verschijnt, bij het 50 jarig bestaan van VEERKRACHT. Op de site van de school kunt u hem al vast bestellen.