Categorie: boeken

CBB “het gaat niet meer lukken”

Het gaat niet meer lukken, helaas. Wat graag had ik ‘Menselijke voorwaarden’ van Junpei Gomikawa ingelezen bij de CBB. Nu was er inmiddels al niet veel keuzevrijheid meer geloof ik, maar het gaat dus niet lukken. CBB Zeist gaat sluiten, dat tot groot verdriet van alle inlezers. Het inlezen wordt door de CBB vrijwel geheel geconcentreerd in Ermelo (op een Friese enclave na) en daar hebben de Zeister inlezers geen trek in. Het trieste van het hele verhaal is dat het CBB het op zo’n klunzige manier heeft gecommuniceerd. Op een keer lag er een mededelingenblad op de koffietafel waarin een paar zinnen stonden over de aangekondigde sluiting van de vestiging in Zeist. Het was, dat het was onderstreept en het personeel een hint gaf, anders waren we er maanden later pas achter gekomen.
De Christelijke Blinden Bibliotheek dateert van begin vorige eeuw. Ooit was er een Amsterdamse dominee, die zich bekommerde om blinde gemeenteleden. Toen hij dat vertelde aan zijn vrouw, had deze binnen de kortste keren een damescomité bij elkaar, zo ging dat in die tijd, die stichtelijke lectuur in braille beschikbaar maakte. Zo werd deze predikantsvrouw min of meer de oprichtster van het CBB. Tegenwoordig wordt van deze instelling landelijk gebruik gemaakt, alles wat ingelezen wordt kan via Passend Lezen worden aangevraagd tegen een kleine vergoeding. Men moet wel een leesbeperking hebben natuurlijk. Zo worden er jaarlijks door het CBB honderden boeken beschikbaar gemaakt in luistervorm, een fantastisch mooi werk. Via een wervingsadvertentie werd ik begin 2017 opmerkzaam gemaakt op vacatures bij de CBB en wat is er nu mooier dan voorlezen. Uiteindelijk bleek het toch wel wat ingewikkelder te liggen. Ik moest een soort toelatingsexamen doen en bij het eerste boek wat ik inlas, stond regelmatig het zweet op mijn rug, stop.. verbeteren.. opnieuw. En dat vele, vele keren.
Na ruim een jaar inlezen en vier boeken verder heb ik de slag wel te pakken. Maar helaas, de tent gaat sluiten in Zeist. Blijkbaar heeft het management een vernieuwingsslag te doen en levert het pand in Zeist op een andere manier meer geld op. Er is flink geprotesteerd door mede-inlezers, maar helaas dit mocht niet meer baten. Eind deze maand sluiten de studio’s en rest er ons nog een afscheid van de beide medewerksters. Een tijdperk is dan ten einde.
Nu we op vakantie zijn en zoals gewoonlijk weer een doos boeken hebben meegenomen, moet ik er regelmatig even aan terugdenken. Haast als vanzelf ga ik sommige mooie zinnen in mijzelf hardop voorlezen; hoe zou ik het vormgeven? Zeker bij ‘Menselijke voorwaarden’, een indringend verhaal over een jonge Japanner die verzeild is geraakt in Mantsjoerije. Dat laatste was in de Tweede Wereldoorlog bezet gebied door Japan. Hij probeert de oorlog te ontlopen en zo medemenselijk mogelijk te handelen, maar het wordt hem bijkans onmogelijk gemaakt. Prachtig verteld door Gomikawa en pas dit jaar vertaald in het Nederlands, maar in Japan verscheen het eerste deel al in 1958. De schrijver laat door hoofdpersoon Kaji op een geweldig manier dilemma’s zien, in de liefde, in het werk en later ook in het leger. Naast prachtige zinnen, zet het de lezer ook aan het denken, terwijl je ondertussen ook wilt weten hoe het verhaal verder gaat.
In de stilte van de Luberon, tussen de bijna paarse lavendelvelden, heerlijk om zo’n meesterwerk te lezen. Al denkend kom ik uit bij de CBB-manager; welke ‘menselijke voorwaarden’ hebben er allemaal door zijn hoofd gespeeld? Van reorganisaties en saneren had hij veel kennis. Maar de CBB heeft hij er door zijn handelen geen grote eer mee bewezen.
Op de koffietafel lag een oude LP, ooit uitgegeven om het werk van ten behoeve van het blindeninstituut te ondersteunen: Feike Asma op het orgel! Nostalgie, bijna niemand van de inlezers heeft nog een pick-up of draaitafel. De titel luidde “Vat Gij mijn hand”, een mooi dubbelzinnige titel in het kader van hulp aan blinden en slechtzienden. Wat de sluiting van Zeist betreft had het bestuur en management de inlezers, wat mij betreft, ook wel wat beter bij de hand kunnen vatten en meenemen in hun besluit.

Besef | In memoriam Harm 1982 – 2016 (72)

M’n schuurtje is nu op een sluiting na, helemaal af. Ook de deur zit er in en is zowaar een kunststukje geworden. Hij is bijna niet te tillen, bijna 30 kilo denk ik, inclusief al het ijzerbeslag. Al een paar dagen last van mijn heup en volgens de huisarts komt dat vanuit mijn rug, te veel getild… Toch ben ik trots op mijn werk, zeker nu ook de tuindeur klaar is! De weerhaan, op de hoek van het schuurtje, kijkt eigenwijs in de richting van de wind en houdt gelijk het prachtig gelegde zinken dak in de gaten. Dit was nu zo’n projectje waarbij ik vaak dacht: “Hoe leuk zou Harm dit vinden? Had hij niet even mee willen helpen?” Vaak hebben dat soort gedachten mijn hoofd gevuld en huilde ik van binnen. Maar ja, als Harm nog leefde, had hij het dan niet veel te druk om zich met mijn simpele schuurtje van twee vierkante meter bezig te houden? Altijd druk met werk, vriendin en weer een festival? En toch heb ik die gedachten, ik kan het niet laten. Wanneer ik een klaar-foto in de familie-app zet, vraag ik mij af hoe hij gereageerd zou hebben.

Vandaag is de 17e april, ‘geboortedag Harm’ staat er in mijn agenda. Afgelopen zondag  hebben we ’s middags heerlijk spinazietaart gegeten en daarna  zijn we met z’n allen naar Zorgvlied geweest. Opnieuw hebben we 34 rode rozen op het graf gezet, nu met 2 witte erbij. De kleinkinderen zochten kleine schelpjes en maakten zo een versiering als cadeautje. De zondag was nog bewolkt, maar vandaag lijkt het weer wel een beetje op dat van 36 jaar geleden, ook toen veel zon, maar misschien nog net iets frisser. Het roept zoveel herinneringen op, de vroedvrouw, de sympathieke kraamverzorgster, de huisarts waar Coos toen werkte, de eerste bezoekjes van de opa’s en oma’s en elke keer weer die trappen omhoog in de Hofmeyerstraat, met Harm in de draagzak. Ik kan me nog herinneren dat ik beschuit met muisjes trakteerde op school, maar nauwelijks vrij kreeg om Harm aan te geven bij de burgerlijke stand… Maar geen verjaardag meer, stilstaan bij zijn geboortedag, het blijft zo onwerkelijk.

“Heb je God de afgelopen periode ervaren?” De pastor kwam lunchen en bemoedigen en opeens lag daar die vraag op tafel. Het werd stil en al stuntelend gaven we onze gedachten over die vraag. Al pratend kwamen we er achter dat het als het ware als een laag onder ons leven zit, “het besef dat Hij er is…”. Zonder dat hadden we het niet volgehouden, waren we wanhopig geweest. En het besef dat het leven hier niet op houdt, geeft ook kracht en troost om door te gaan. De dingen die we doen helpen daarbij, soms een kaarsje aansteken, een gesprek met vrienden of familie over het gemis van Harm, een bos bloemen op de grafsteen, en ook allerlei gedachtes bij het bouwen van een schuurtje in de tuin.
Een paar weken terug waren we even op vakantie op een zonnig eiland. Lekker even helemaal niets, behalve dan veel lezen. In de schaduw op het dakterras las ik Tim Keller: ‘Bij je volle verstand’. Het deed me nog eens beseffen dat ik niet de enige ben die ook soms gebukt gaat onder twijfel en zoveel  waarom-vragen. En, dat er zoveel mensen zijn die beseffen dat er meer is dan dit aardse bestaan. Het deed me opeens weer verlangen naar een dag van opstanding. Besef, is dat hetzelfde als geloof? Ik denk het wel, en het geeft gelukkig ook zoveel perspectief, ondanks alle verdriet dat we Harms verjaardag niet meer kunnen vieren. Er is zoveel meer!
Op het zonnige eiland heb ik ook het boek van Marieke Lukas Rijneveld gelezen: “De avond is ongemak”. Een jonge schrijfster, opgegroeid in een reformatorisch gezin vertelt wat er gebeurt als haar broertje verdrinkt op een schaatstocht. Ik las in een interview dat ze het onder de dekens in bed heeft geschreven. Vandaar dat het zulke bloemrijke taal opleverde, dat het je soms de adem beneemt, zo beeldend en raak. Rauw, maar ook troostend met alle verdriet en gekte in een periode van rouw. Het besef dat God er is, we kunnen niet zonder, ook al voelen we dat misschien niet op een speciale manier, komen er geen stemmetjes zomaar in ons hoofd of valt de Bijbel niet elke keer open bij een mooie tekst, Hij is er, gewoon.

Asielzoeker des Vaderlands

Het stond genoteerd in ‘nog eens te lezen’, het boek van Rodaan Al Galidi. Hij kwam ooit bij ‘De Wereld Draait Door’ langs en ook Adriaan van Dis nodigde hem uit in zijn boekenprogramma. Zijn boek baarde veel opzien en de VPRO liet hem uitgebreid aan het woord in ‘Nooit meer slapen’ (terug te luisteren via YouTube). Vervolgens komen er dan achter weer zoveel andere boeken voorbij… Totdat onze Armeense vriendin zei: “Ik ga oefenen om gek te worden!” Ze bedoelde waarschijnlijk het omgekeerde, want inmiddels werden ze gek van alle bureaucratie en onwetendheid, nadat ze hun verblijfsvergunning hadden gekregen. Er was op een gegeven zelfs een ambtenaar die ze voorhield dat ze in  gebreke waren gebleven, omdat ze de afgelopen periode geen belasting hadden betaald; een ernstig verzuim. Nu hadden ze het laatste halfjaar ook geen enkel inkomen gehad vanuit de overheid. Ze woonden ‘nergens’ en in ieder geval niet in een AZC en ze meldden zich ook niet. Geen verzekering, alleen maar een ‘weekgeld’ van goedwillende vrienden. Geen belasting betaald!
Het deed me herinneren aan het verhaal van Rodaan Al Galidi. Binnen een paar weken stond mijn reservering bij de bibliotheek gereed. Eenmaal begonnen kon ik er niet meer afblijven, wat een bizar en boeiend verslag. Rodaan Al Galidi weet de wereld van de asielzoeker zo treffend neer te zetten, dat je intens meevoelt en tegelijkertijd je ook steeds meer gaat schamen. De schrijver, afgestudeerd bouwkundig ingenieur in Irak, weet zijn observaties en gedachten heel raak te verwoorden. Ik citeer enkele uitspraken uit  het VPRO interview, dan krijg je gelijk een beeld van het boek met de bijzondere titel: “Hoe ik talent voor het leven kreeg’. Op de voorkant van het boek staat een bladzijde uit zijn eerste Nederlandse lessen.
Over hoe IND-ambtenaren omgaan met de verhalen die ze horen van asielzoekers: “Een nette leugen is beter dan een rommelige waarheid.” En toen het ingewikkeld werd met een ondervragende ambtenaar zei deze: “Je bent hier om antwoorden te geven, niet om vragen te stellen.” “Het is anders dan wanneer je oorlog ziet in een Hollywood-film, of dat je de oorlog ìn de oorlog ziet.” Over Nederland: “Alles is geregeld……..” “De oorlog heeft mij gered…, omdat dat niet te vergelijken is. Ze maakte mij sterk.” Rodaan besefte dat er niets ergers was dan oorlog, daar verdwenen andere zaken dan toch bij in het niet. “Europa (vooral Nederland) controleert al haar koffieshops, maar niet haar grenzen.”
In november 2015 was Rodaan te gast bij Podium Witteman. De Componist des Vaderlands, Willem Jeths, had op fragmenten uit gedichten van Rodaan, een koorwerk geschreven. Bij Paul Witteman aan tafel, noemde Rodaan zichzelf toen voor de grap ‘Asielzoeker des Vaderlands’. Een mooi maar ook terechte kwikslag, want zijn werk geeft een bijzondere kijk op het asielvraagstuk en hoe we daar als Nederlanders mee omgaan. En let wel, Rodaan spaart daarbij ook de asielzoeker niet. Ik werd getroffen door het verhaal over dominee Van Munster en zijn drie dames. Deze waarschijnlijk goedbedoelende predikant zorgt er voor dat Rodaan niets van de kerk moet weten, schijnheiligheid is snel doorgeprikt door iemand die niets bezit. Toch blijft Rodaan Jezus wel blijft herkennen als een bijzonder iemand. Dat zet ook aan het denken, hoe we als kerkmensen omgaan met het asielprobleem en mensen die in ons land een menswaardig bestaan denken te vinden. Een boek dat je niet alleen maar moet aanbevelen, maar dat je gewoon moet lezen!

Al lezend moest ik ook regelmatig denken aan het boek dat ik in-las voor de CBB. ‘De wereld achter het hek’ is een boeiend verhaal over bewoners in een vluchtelingenkamp in Australie. Suhbi, de ik-figuur, is geboren in dat asielzoekers-kamp. Samen met zijn moeder en zusje zijn ze gevlucht om dat ze als Rohingya in hun eigen land, Myanmar, gepest, getreiterd en vervolgd worden. Van binnenuit vertelt Subhi over wat hij meemaakt. Dit boek van de Australische schrijfster Zana Fraillon is wel vergeleken met ‘De jongen in de gestreepte pyjama’. Maar naar mijn idee is dat geen goede vergelijking. Dat laatste boek heeft als manco dat de fantasie daar heel erg is doorgeslagen. ‘De wereld achter het hek’ is een roman, waar humor in zit, maar ook de wrede werkelijkheid waar asielzoekers mee te maken krijgen laat zien. Zana Fraillon was geschokt toen ze de verhalen over de vluchtelingen hoorde, die jarenlang zaten opgesloten. Gewoon in haar eigen beschaafde land. Het inspireerde haar tot het schrijven van dit boek.
Het gekke is dat de Engelse titel niet letterlijk is vertaald.  ‘The bone sparrow’ is toch een prachtige titel, waarom is zo’n titel niet goed om te zetten in het het Nederlands? En ik kan er niets aan doen, het blauwe omslagontwerp is toch ook veel spannender?
Tot slot, ‘De wereld achter het hek’ wordt aangeprezen als jeugdroman, terecht! Laat jongeren dit maar lezen, maar het is ook een boek, voor als je je geen jongere meer voelt. En wordt lezen moeilijker, omdat je ogen je in de steek laten, dan kun je het aanvragen via de site van PASSEND LEZEN!

Korea

Tussen coach en hoofdcommissaris had ik vorige week genoeg tijd om ‘Huis Marseille’ te bezoeken. Het statige pand aan de Keizersgracht is op zich al de moeite waard om in rond te dwalen. De prachtige gangen en trappen, de rustieke tuin met het prachtige tuinhuis, een belevenis op zich. Op dit moment zijn er in het ‘Museum voor Fotografie’ twee prachtige tentoonstellingen (nog tot en met 4 maart!). Wel bijzonder dat ‘Huis Marseille’ aan dezelfde gracht staat als het andere Amsterdamse fotomuseum “Foam”. ‘Huis Marseille’ is rustiger en vaak eenduidiger ingericht. Het eerste gedeelte in ‘Huis Marseille’ geeft een prachtig overzicht van foto’s van Ad van Denderen. ‘Steen als metafoor voor een complexe situatie’, is de ondertitel van deze bijzondere expositie; foto’s uit het Heilige Land. Van Denderen is er verschillende malen geweest, soms maanden achter elkaar.  Al kijkend en verbazend hoorde ik naast mij  een bezoeker met een wilde bos haar van alles over de verschillende foto’s uitleggen en daarbij gaf hij zoveel informatie over de verschillende plaatsen, dat ik een paar keer verbaasd in zijn richting keek. Bleek in de volgende zaal gewoon dat het de fotograaf zelf was. Mooi zo’n extraatje! En, beste fotograaf, bedankt! Vooral de series over de eerste aanzet van een muur en Rawabi zijn indrukwekkend. Rawabi is een Palestijnse stad, gebouwd door een Amerikaans-Palestijnse multimiljonair. De vraag is alleen of er ooit mensen gaan wonen en het een volwaardige stad wordt

Portrait Leaders – Somun Street – Pyongyang

Het tweede gedeelte van ‘Huis Marseille’ hangt vol bijzondere foto’s van Eddo Hartman. Hij is verschillende malen naar Noord-Korea geweest en probeert met zijn foto’s te peilen wat de ziel van dit land is, als er al een ziel is… Nu zowel Noord als Zuid-Korea deze weken zo in het nieuws staan vanwege de winterspelen is dit beeld inzichtgevend. Op de Spelen lopen enkele Noord-Koreaanse wintersporters rond, met in hun kielzog een peleton ‘juichmeisjes’. Ik zag een reportage voorbijkomen over deze uitverkorenen; bizar. Deze groep van ruim tweehonderd waanzinnig getrainde meisjes, is volledig afgeschermd door bewakers. Geen presentje mogen ze aannemen van een vriendelijke Nederlandse journalist en met z’n allen gaan ze tegelijk naar het toilet. Toch kijken ze vrolijk en blij de camera in. Volledig afgericht, zoals de meeste bewoners van Noord-Korea. Toen Hartman de foto van hiernaast wilde maken, werd hij opeens aangevallen door een bewaker/soldaat. De lijnen van de elektriciteitskabels voor de trolleybus dreigden op de foto door de hoofden van de grote leiders te lopen en dat was natuurlijk streng verboden. Zijn eigen begeleider en vertaler moesten tussenbeide komen om de kwestie te sussen.
Bijzonder zijn ook de filmopnamen die Hartman maakte. Je ziet de dag verglijden en het langzaam donker worden in Pyongyang. Muziek klinkt door de straten, afgewisseld met staatspropaganda. Om twaalf uur ’s nachts klinkt de muziek langer, als afsluiting van de dag. Het stuk is een verkorte versie van het lied ‘geliefde generaal, waar bent u?’ Bijzonder beelden, intrigerend, maar ook vol eenzaamheid. Hoe zouden die mensen, volledig afgericht, zich werkelijk voelen? De lachende gezichten van de gestorven leiders suggereren een vredelievende heilsstaat, maar helaas de harde werkelijkheid is totaal het tegenovergestelde.

Tegenover de balie in onze plaatselijke bibliotheek is een tafel waar recent aangeschafte boeken liggen om uitgeleend te worden. Zonder stil te staan bij de tentoonstelling in ‘Huis Marseille’, had ik een boek over Noord-Korea meegenomen, getriggerd door een recensie die ik erover had gelezen. Na de fotobeelden ben ik gaan lezen in ‘Over de Grens’. Het boek begint met een korte inleiding van Remco Breuker. Breuker is  hoogleraar Koreastudies aan de Universiteit Leiden en verschijnt regelmatig in diverse actualiteitenprogramma’s als de spanning weer op loopt tussen Trump en Kim Jong-un. Hij geeft een paar prachtige understatements mee in zijn inleiding: “Macht corrumpeert en absolute macht corrumpeert absoluut. De absolute macht van de enkeling en het recht op een menswaardig bestaan van velen gaan slecht samen. Literatuur vormt dan een eenzame tegenstem tegen het overdonderende geweld van de propagandakoren.”(pg 12) En een paar bladzijden verder over het indringende verhaal van Jang Jin-Sung: “Het is wellicht een cliché, … Over de grens houdt de lezer een spiegel voor. Het laat zien hoe noodzakelijk de vrijheid van geest is, om ook daadwerkelijk te kunnen leven.” En wanneer je dan de proloog van het boek in één adem uitleest, blijf je als verbijsterd zitten en lees je en herlees de laatste zin van deze proloog nog eens: “Geschrokken realiseerde ik me dat de tranen die ik tijdens de audiëntie had gezien (de schrijver mocht plotsklaps op audiëntie bij de vader van Kim Jong-un; Kim Jong-il) niet de tranen van een mens waren, maar de bloedige tranen van iemand die wanhopig mens wilde worden.”
Dat laatste geeft ook goed de sfeer weer van de foto’s van Eddo Hartman. Het lijkt wel of in dat bijzondere land geen echte mensen leven, dat alles een groot decor is, met alleen maar gemaskerde toneelspelers. Foto’s die je niet zomaar weer uit je hoofd krijgt, zeker in combinatie met het verhaal van een gevluchte hofdichter.

Goede voornemens… | In memoriam Harm 1982 – 2016 (70)

Heel veel mensen hebben er last van. Bij het begin van het nieuwe jaar wil je op een of andere manier een goed voornemen formuleren. Ik heb het idee dat veel voornemens trouwens nooit worden uitgesproken. Dan weten anderen het niet, en kun je er ook niet aan gehouden worden. Ik heb het ook niet gehad over mijn goede voornemen, maar inmiddels wel uitgevoerd. Onze boekenkast in de woonkamer werd veel te vol en uitbreiding was helaas niet mogelijk. Gelukkig hebben we boven ook nog een flinke kast, maar tja, die zat inmiddels ook overvol. Er zat dus niets anders op om gewoon te gaan ruimen. Ik hou er helemaal niet van om boeken weg te doen, het doet pijn. Het was dus een heftige klus, maar het moest wel, ook ook al zag ik er als een berg tegenop. Zoals met veel goede voornemens, vragen ze dus een soort discipline van je.

De wijk Jeruzalem in Watergraafsmeer

Altijd heb ik bedacht dat je boeken niet weg doet. Maar nu moest ik het bijstellen, helaas. En wanneer je een plank gaat sorteren, kom je tot ontdekking dat er ook boeken zijn waarvan je zeker weet dat je ze nooit meer zult openslaan. Dan nog wil je ze nog steeds niet kwijt trouwens. Terwijl ik boven bezig was, kwam regelmatig wijlen broeder Kuperus in mijn gedachten. Hij woonde in de wijk Jeruzalem van Watergraafsmeer samen met zijn vrouw, op een bovenwoning. Broeder Kuperus was een echte lezer en daardoor ook liefhebber van boeken, een zijkamer vol! Het echtpaar Kuperus had geen kinderen en daarom gebeurde het regelmatig dat ik na een bezoek met een plastic zak met boeken naar huis ging. Soms waren het geschiedenisboeken, maar vaak ook allerlei werken op theologisch gebied. Onze broeder had de gewoonte om tijdens het lezen regelmatig zijn pen te gebruiken, hele bladzijden waren onderstreept. Nu bij het opruimen kwam ik er weer verschillende tegen. Boeken die je tegenwoordig aan de straatstenen niet meer kwijtraakt. Toen broeder Kuperus was overleden, zijn vrouw leefde toen al niet meer, moesten we alles opruimen. Dozen vol, honderden boeken, we kregen er bij een tweedehands boekenwinkel een habbekrats voor.
Die habbekrats heb ik maar laten zitten, de kringloop was er blij mee. Uiteindelijk had ik zoveel planken leeg dat ik, wat beneden te veel was, boven netjes kon inruimen. Overzichtelijk en keurig op onderwerp gesorteerd en… genoeg ruimte over om de stapels boeken die uit Harm zijn boekenkast zijn gekomen ook een plek te geven. Ook Harm mocht graag boeken verzamelen. Vooral architectuur, ontwerpen literatuur en koken hadden zijn aandacht. Sinds het opruimen van zijn etage stonden de stapels boeken bij ons boven, gewoon om es een keer op te ruimen. Vaak hadden we het er over gehad, maar zoals met zoveel, het heeft tijd nodig. Het ‘goede voornemen’ was er, maar ook deze had meer tijd en ruimte nodig. Harm zijn stapels heb ik geselecteerd en een gedeelte een mooie plek gegeven, een “gedachtenisrij” boeken. Om nog eens door te bladeren; dit vond hij dus mooi, dit interesseerde hem. Ook in 2018 is Harm elke dag in onze gedachten en die speciale rij boeken dragen daar aan bij, zal soms treurig stemmen, maar ook vaak een glimlach te voorschijn toveren.

Eén boek kon ik (nog) niet weg doen. De huisbijbel van mijn ouders, tot op de draad versleten. Voor zover ik me kan herinneren lag hij de laatste jaren in hun keuken op een plank. Wanneer we er als gezin waren mochten Harm en later onze dochters ook, na het eten de Bijbel bij opa brengen. Een fors exemplaar en in het begin kon Harm hem nauwelijks vasthouden. Mijn vader hield met een potloodje bij tot hoever hij had gelezen. Voor het gemak was het potloodje tegelijk bladwijzer. Maar bij een volgende ronde voldeed een streepje niet meer, kruisjes en nog weer later v’tjes volgden. Een Boek met veel herinneringen, ik kan er nog geen afstand van doen. Op zolder hadden we vroeger een oud kastje waar van alles in lag, de cursus Engels die mijn vader een tijdje gevolgd had en ook stapeltje tot op de draad versleten kerkbijbeltjes. Kapotte kaften, veel scheuren in de dundrukblaadjes en hier en daar zelfs bladzijden verdwenen. Weggegooid werden ze niet, dat deed je niet met de Bijbel. Geen idee waar ze gebleven zijn trouwens toen mijn ouders een nieuw huis hadden laten bouwen.

Blinde vlekken… van 2017 naar 2018

Afgelopen zondag preekte de dominee van de Noorderkerk aan de Prinsengracht, Paul Visser, bij ons in de OPK. Hij vond het heel bijzonder om voor de eerste keer echt voor te gaan in een ‘vrijgemaakte’ kerk. “Het is heel goed dat dit gebeurt!”, zei hij vooraf in de consistorie. Het werd een soort kerst-oudejaarspreek over Openbaring 21; “Zie, ik maak aller dingen nieuw!” Als mensen zijn we zo bezig om ons leven te verbeteren, om nog meer spullen om ons heen te vergaren, nog harder werken voor vrede… Maar ondertussen gaat het nog zo vaak mis, maar dan en daar begint God juist. Het liep mis in ons eigen hart, wat trouwens tussen je oren zit volgens dominee Visser. “Maar”, zegt God tegen ons, vanuit dat bijbelboek Openbaring: “Ik ben bezig alle dingen nieuw te maken bij jou. In Christus mag je beseffen, God heeft met mij iets gedaan!” Dat relativeert heel veel, je eigen fouten, je gebreken en je gekkigheden…”

“Zoooo… opa is sterk hè!”

Ik moest mijn aantekeningen er nog eens rustig op na lezen, nog eens weer een hele poos voor de spiegel gaan staan. Weten dat je geliefd bent, maar dan ook langzaam gaan beseffen dat het niet een zoethoudertje is, om jezelf maar een beetje in balans te houden. Wanneer je echt in de spiegel kijkt, besef je ook dat het tussen je oren begint (omdat daar je hart is), maar dat het tegelijkertijd compleet genade is. Alleen dan kunnen we verder, ook met ons verdriet om Harm, het gemis en alles wat daar bij hoort. Hoe vaak heeft ons dat ook de afgelopen weken niet weer door het hoofd gespeeld. Elke keer als ik zijn foto zie staan en in mijn hoofd nog zijn stem hoor, wanneer je vrienden van Harm spreekt. Dan kan het je zo maar naar de strot grijpen en branden er tranen achter je ogen. En tegelijkertijd koesteren we de mooie momenten en herinneringen. Ook als 31 december straks voorbij is en de vuurwerkdampen zijn opgetrokken zal het gemis en verdriet niet voorbij zijn. Zo vergaat het ons en zo veel anderen die een geliefde moeten missen.

Radio, tv en ook de kranten, ze staan deze dagen bol van het terugblikken en vooruitkijken. De bekende doden worden nog eens breed herdacht, rampen en aanslagen worden in herinnering gehaald. En zoals het velen zal vergaan, overdenk je ook eigen persoonlijke gang door een jaar. De mooie dingen, maar ook de zaken waar je liever niet meer aan herinnerd wilt worden. Dat wanneer je voor de spiegel staat je als het ware opnieuw het schaamrood ziet opkomen. Waar zouden onze ‘blinde vlekken’ het afgelopen hebben gezeten? Vorige week, dus alweer bijna twee weken geleden, was ik in Vriezenveen bezig met het leggen van een mooie houten vloer in het nieuwe huis van onze dochter en haar gezin. Prachtig werd het! Maar toch overheerste de pijn op een zeker moment, in mijn knieën.  Al kruipend over de vloer en iedere keer weer overeind komen, toen ik uiteindelijk terugreed had ik een blaar op op mijn linkerknie zitten. Achteraf verdween een beetje de vreugde over de prachtige vloer en het mooie resultaat en dat de oudste kleinkinderen trots waren op hun opa. Een ‘blinde vlek’ was zomaar geboren.
Zo gaat het maar al te vaak, de mooie en feestelijke dingen worden zomaar weer overschaduwd door het vervelende en de rauwe werkelijkheid. Op zo’n moment is het de kunst om het eerlijk naast elkaar te zetten en de lelijke blaar maar even te vergeten. Of andere mensen kunnen zo maar af doen, we gaan ze negeren en willen ook geen meningen meer met ze uitwisselen. Argumenten doen er niet meer toe en onze ‘blinde vlek’ wordt in onze eigen ogen een ‘heldere ster’. In je eigen huis kan het zo gaan, in je familie en ook in je buurt en straat en in het groot gaat het ook vaak zo. We voegen er een hashtag aan toe en zenden het de wijde wereld in. Ook in de kerk gaat het soms zo maar op die manier. We willen allemaal zo graag leven zoals Jezus het ons verteld heeft en voorgeleefd. We willen zo graag, maar hoe vaak breekt het ons niet bij de hand af? En hoe vaak beseffen we dat niet eens en en zien we zelfs achteraf de blinde vlekken niet, ook al zetten anderen er grote schijnwerpers op!  Dat is onze plaatselijke gemeente zo, maar ook in het verband van kerken waar we in leven. De GKv waar de OPK bij hoort veranderde afgelopen jaar op de synode zijn standpunt over ‘de vrouw in het ambt’. Eigenlijk was de discussie al voorbij voordat we er erg in hadden. Maar hoe voelden al die zusters en broeders zich, die al jaren met steekhoudende argumenten dit bepleit hadden? Hoevelen zijn er niet verketterd om dit standpunt? Kregen ze achteraf nog een excuus? Onze GKv is trouwens toch al niet zo goed in het aanbieden van excuses, in de eenwording met de NGK worden die ook nog niet echt van harte gegeven.

Blinde vlekken, we hebben er vele vandaag de dag. En steeds weer is het een opgaaf om ze te ontdekken, door te lezen, het verleden te bestuderen en heel veel samen in gesprek te gaan. ‘Elkaars nieren proeven’, werd er vroeger wel gezegd.  Donderdagavond zat ik met vriend Marco in zaal 1 van het Eye. Première van de film “THE LONG SEASON”, Marco had via zijn werk twee vrijkaartjes. De film had in november al gedraaid op de IDFA en zelfs twee prijzen gewonnen. Nu draait de film gelukkig in een groot aantal bioscopen, een aanrader! De maker, Leonard Retel Helmrich, heeft een boeiend beeld geschetst van het leven in een vluchtelingenkamp in de Bekavallei (Libanon). Je voelt haast de kou en de blubber wanneer de beelden van het scherm spatten. Schamele plastic tenten als onderkomen en verstoken van de meest elementaire voorzieningen.  En de dagelijkse onrust over hoe het de familie in Raqqa, in handen van IS, vergaat. Korte lontjes, huwelijksperikelen, haat en nijd, maar ook veel liefde; het komt allemaal voorbij. Wat een spiegel houden Helmrich, Huystee en de Syrische Ramia Suleiman ons voor!

Een huis…

Stel je voor dat mijn oudste broer op een dag zijn huis gaat verlaten. Dan verdwijnt er een stuk van onze familiegeschiedenis. Voor zover ik weet is mijn vader er geboren in 1916, maar zeker weten doe ik het niet. Hij heeft er in ieder geval bijna zijn hele leven gewoond. Opgegroeid op de keuterboerderij van zijn ouders Fake en Liebigje, nam hij als vanzelf het bedoeninkje over. Mijn vader trouwde in de oorlog (1942) met mijn moeder en bleven er wonen met de oudelui en kregen er in totaal negen kinderen. Na de oorlog bouwde hij het bedrijfje verder uit. Met de kennis die hij had opgedaan op de landbouwschool begon hij wat tuinbouw, bouwde schuren om kippen te houden en ging ‘loonweken’. Ook kocht hij een paard en verschillende landbouwmachines. Van lieverlee verdween het boerenbedrijf naar de achtergrond en werd de boerderij steeds meer woning en opslagruimte voor de ‘houthandel’. Toen ik tien jaar was, hadden we nog ongeveer vijftien koeien en heb ik zelfs melken geleerd!
Zo’n verhaal zou in vele hoofdstukken een boeiende inkijk geven in het huis en zijn bewoners door de afgelopen honderd jaar. De Engelse schrijver Thomas Harding heeft zo’n boek geschreven over het zomerhuis van zijn familie. Het zomerhuis werd ooit gebouwd door zijn overgrootvader Alfred Alexander aan een meer buiten Berlijn. In de weekenden en zomers reed het gezin Alexander naar hun zomerhuis en genoten dan van de landelijke rust en de schone lucht. Een boeiende familiegeschiedenis komt tot leven. De Joodse familie Alexander weet net op tijd te ontvluchten om zo te ontkomen aan de gaskamers van Hitler en zijn trawanten. Het huis aan het meer blijft leeg achter, maar wordt al snel daar de nazi’s onteigend en zo komt het dat er achtereenvolgens nog vier families in het huis komen te wonen. Door de Koude Oorlog komt het huis in DDR-gebied te liggen, verstopt achter de Muur. Pas wanneer de Muur gevallen is, keert op een dag de oma van Thomas naar het ‘zomerhuis’ terug. In de zomer van 2013 gaat de schrijver het huis weer opzoeken. Het is verlaten en vervallen en niemand weet eigenlijk wie nog de eigenaar is. Uiteindelijk gaat Harding met behulp van de plaatselijke bevolking het huis opknappen.
Een knap geschreven boek, dat ook een mooi een overzicht geeft van honderd jaar Duitse geschiedenis. Het bijzondere is trouwens dat de geschiedenis doorgaat. Harding vertelt dat hij op een dag een bordje op het zomerhuis mag spijkeren: ‘Denkmal’. Het dak is inmiddels gerestaureerd en er zijn plannen om ook de rest aan te pakken. Op de site https://alexanderhaus.org/ is heel veel informatie te vinden, fotoreportages, oude filmpjes en ook de toekomstplannen.

nogmaals de Arabier

Congo, 2016 © Jamie Hawkesworth

Eind vorige week was het al prachtig weer. Vrouwlief was een lang weekend de deur uit en had ik dus het rijk alleen. Voor je het weet zitten ook dit soort dagen vol met van alles en nog wat, maar gelukkig kon ik na mijn wekelijkse sportschooluurtje rustig mijn gang gaan. Ik had gezien dat in ‘huis marseille’ een prachtige fototentoonstelling liep van Jamie Hawkesworth. Alleen al het wandelen door de prachtige panden aan de Keizersgracht is een belevenis, maar ook het fietsen er naar toe, langs de Amstel en de grachten. De vorige keer was ik er met Harm geweest, ook toen een prachtig mooie verzameling foto’s van Hanne van der Woude; Emmy’s World. Wat hebben we genoten toen, ergens najaar 2015. Ook daar kende hij trouwens zomaar weer een stagiaire, een vriendin van een vriendin ofzo.
Na mijzelf heerlijk te hebben ondergedompeld in de wereld van fotograaf Jamie, met onder andere een serie prachtige foto’s over een af te breken busstation, verder gefietst naar de mooiste boekhandel van Amsterdam.
Opeens zag ik hem liggen bij de afdeling ramsj; het eerste deel van Arabier. Wanneer ik zoiets zie vind ik dat voor zo’n geweldig boek toch vervelend. Riad Sattouf zal er heus niet minder om eten, maar je boek in de uitverkoop….?! Waarschijnlijk heeft de drukker er gewoon te veel van gedrukt, of de uitgever heeft verkeerd gecalculeerd, maar het voelt als een soort heiligschennis. Een paar maande geleden zag ik een bundel met allemaal prachtige gedichten, die waren verzameld door Arie Boomsma, ook in de ramsj liggen. Voelt ongemakkelijk, ook voor de schrijver, of zoals in dit geval voor Arie Boomsma. Loop je de boekhandel binnen en zie je daar stapels van jouw werk liggen, maar dan in uitverkoop. Trouwens waar maak ik me druk over, ik had immers net reclame gemaakt voor ‘de Arabier’ deel 3! Prachtig toch, voor €7,50 ligt deel 1 nu in de winkel!
In dit eerste deel gaan de vader en moeder van Riad verhuizen naar land van Moammar al-Qadhafi, Libië, omdat vader daar een baan heeft gevonden na zijn studie in Frankrijk. Fantastisch hoe Sattouf het leven in deze voor ons volstrekt vreemde wereld tekent. Het geeft ook prachtig de waanzin weer van een land dat zucht onder de grillen van een alleenheerser. En dat voor maar zevenvijftig.
Bij de afdeling strips en graphic novels vond ik het boek van Liesbeth Labeur, ‘Een lamp voor mijn voet’. Een graphic novel, met nadruk op het laatste, over de reformatorische wereld. In een prachtig ‘tale Kanaäns’ vertelt hoofdpersoon Neeltje over haar jeugd in Zeeland en haar studietijd in Antwerpen; ontroerend en indrukwekkend. Zondagmiddag wilde ik eigenlijk nog een stuk fietsen, prachtig weer immers! Maar in de tuin was het ook heerlijk. En terwijl in de verte de trommels de laatste deelnemers van de Amsterdam Marathon nog een flinke boost gaven, verkeerde ik tussen ‘zulke verdorven aard’ en ‘gevallen in een jammerstaat’. Wat een indringend verhaal, met veel vermakelijke zinnen, gecombineerd met tale Kanaäns. ‘Neeltje zag de poorten van Sions tempelzalen wijd openstaan, er stroomde licht uit’. ‘Neeltje vluchtte weg. Haar nek was tot een voetbank Hunner voeten geworden’. Het boek gaat ook over misbruik en incest.

Al googelend vond ik een kort bericht in de PZC (de krant van Zeeland), ik citeer: “Liesbeth Labeur zegt over haar hoofdpersoon: ,,We zouden Neeltje tekort doen, als ze één op één op mijn eigen leven gelegd zou worden. Wat misbruik betreft hoeven mensen zich over mij geen zorgen te maken. Maar ik blijf in het verhaal wel dicht bij mezelf. De herdenking van Luther dit jaar inspireerde me tot dit boek. Eigenlijk is het een droevig verhaal met incest, dood, en heb ik medelijden met Neeltje zoals ik haar geschapen heb. Misbruik is een niet erkend probleem in de reformatorische kring. Het is goed dat we er met elkaar over praten. Ik hoop dat de meisjes in de calvinistische zuil via Neeltje erkenning krijgen. Het is niet mijn bedoeling om de reformatorische wereld in een kwaad daglicht te zetten maar hoop wel dat het gesloten karakter opener wordt.”  Misbruik gebeurt niet alleen in Hollywood of Hilversum en zeker niet alleen ook in de RK-kerk. Nee, ook in gereformeerde en reformatorische kerken komt het voor en het boek van Labeur kan een aanzet zijn tot meer openheid.
Heel indrukwekkend zijn de tekeningen van Labeur, zij geven extra diepgang aan het verhaal. Wanneer je haar website bezoekt, raak je onder de indruk van haar kunstwerken.
En gelukkig voor Liesbeth, niet in de ramsj, maar gewoon de volle prijs!

advies opgevolgd

Voor ik het terugbreng naar de bibliotheek, wil ik het in ieder geval aanbevelen. Een kleurrijke autobiografische graphic novel: ‘De Arabier van de toekomst’. Inmiddels is het derde deel uit van dit boeiende levensverhaal. Riad Sattouf heeft op een prachtige manier zijn jeugd als peuter en opgroeiend ventje vastgelegd. Zijn vader komt uit Syrië en studeert in Frankrijk, waar hij trouwt met de moeder van Riad. Op een geweldige manier tekent Riad het jongetje dat hij geweest is en alles waarneemt. In deel 1 gaat zijn vader werken in Libië, maar het gezin keert later terug naar Frankrijk. In deel 3 woont het gezin inmiddels in het geboortedorp van Riads vader in Syrië. Prachtig hoe het kleine ventje zijn vader en moeder tekent in het omgaan met het dorp en de familie van Riads vader. Wie meer wil weten over Arabische cultuur, het gewone dagelijkse leven in een Arabisch land, maar ook hoe het voelt om op te groeien in een gezin met twee verschillende culturele achtergronden, pak dit boek ter hand. Een graphic novel lijkt in eerste instantie wat suf, maar dat is het bepaald niet, het is een prachtige vorm om de lezer mee te nemen in het verhaal. Zeer aanbevolen!

De eigenlijke aanleiding voor deze blog ligt echter bij een ander boek. Aan het begin van de zomer las ik van Edmund de Waal zijn tweede boek. Het heeft de prachtige titel: ‘De witte weg’, en gaat over porselein. De Waal is eigenlijk een pottenbakker, maar is inmiddels ook een bekend en geliefd schrijver. Als ik terug blader in mijn blogs, zie ik, dat ik in november 2011, al bijna zes jaar geleden dus, schreef over het eerste boek van Edmund de Waal: ‘De haas met de amberkleurige ogen’. Ik vond het een fantastisch boek en het leidde op onze leesclub ook tot een mooie en diepgravende bespreking. Aan zijn geërfde verzameling netsukes, hing de Waal een indringende familiegeschiedenis op. In maart 2014 schreef ik opnieuw over de Waal, vanwege een prachtig kunstwerk in het Rijksmuseum. Toen kwam ook opnieuw dat boek over de netsukes ter sprake. Ik verbaasde mij over de verschillende omslagen en het prachtige Japanse omslag. Ik las de blog nog eens door, omdat ik een paar weken terug alweer een nieuwe uitgave van dit uitstekende boek bij mijn boekhandel zag liggen. En… met alweer een nieuwe titel! Teruglezend in mijn blog zag ik dat ik dat in 2014 al ontdekt had, de titel klopte niet. Ik kan niet meer achterhalen waar ik die kennis vandaan haalde. Ongetwijfeld heb ik toen een hele tijd zitten googelen naar omslagen en titels. Ook nu ben ik maar eens even gaan zoeken en het eerste artikel wat ik vond gaf al uitsluitsel. ‘Het knoopjeskabinet’ werd ‘De haas met amberkleurige ogen’ en nu dus ‘De haas met ogen van barnsteen’. Ik vond een artikel in de Volkskrant  (juni 2017) en het lijkt er dus verdacht veel op dat de uitgever inmiddels mijn verhaal uit 2014 heeft opgepikt. Het boek van de Waal is opnieuw vertaald en heeft nu eindelijk een goede titel. Een aanrader dus!

Maar ook ‘De witte weg’ is een prachtig boek. Omdat de Waal pottenbakker is en gefascineerd is door porselein, wil hij weten hoe je aan het mooiste en het meest witte porselein kunt komen. Dat leidt opnieuw tot heel veel reizen, zoals naar Amerika, China, Duitsland en ook rondreizen in zijn eigen land. En opnieuw ontvouwt zich een prachtig verhaal over fabrieken, slimme zakenlieden en pottenbakkers. ‘De witte weg’ is een boeiend relaas, met ook een prachtige inkijk in de persoon van pottenbakker Edmund de Waal. Het is natuurlijk non-fictie, maar misschien juist daardoor extra boeiend. Wanneer ik “mijn” boekhandel aan de Middenweg binnenloop, kijk ik altijd even op de tafel ‘pas verschenen’. Elke keer liggen er dan weer nieuwe boeken en je vraagt je af of die allemaal verkocht worden. Zeker het segment fictie is groot, maar ook op de tafel non-fictie ligt gelukkig veel moois. Mooi is ook om te zien dat de boeken van de Waal echt bij de literatuur staan. Ik hoop maar dat Edmund de Waal nog veel mooie kunstwerken maakt. Helaas voor een werkloze schoolmeester niet te betalen. Ik hoop ook dat de pottenbakker nog weer een nieuw onderwerp vindt om over te schrijven, zodat er op een dag weer een mooie vertaling ligt in mijn boekhandel.

vier dominees boeken

de houten broek in Bloemendaal

In mijn boekenkast staan twee vergeelde boeken die aan het begin van de Tweede Wereldoorlog (1941) zijn uitgegeven. Het eerste deel is “In de houten broek” en van de hand van de journalisten Dingeman van der Stoep en Herman Felderhof (vader van televisiemaker Rik Felderhof), een aantal verslagen van bezoeken aan kerkdiensten van in die tijd bekende voorgangers. Ze gingen o.a. op bezoek bij K. Schilder, S.G. de Graaf en ook bij de bekende dominee G.H. Kersten (van de SGP). Het geeft een prachtige inkijk in de kerkdienst en de preekgewoontes van voor de oorlog.

Van der Stoep kon het niet laten en na al het luisterwerk ging hij persoonlijk bij predikanten en voorgangers op bezoek en schreef zo het vervolg, “Herder en Leeraar” (Over dominees en hun dagelijksch werk). In een inleidend exposé vertelt van der Stoep prachtig over het ambt en het dagelijksch werk van een dominé (spelling zoals toen gebruikelijk). Nog steeds zeer lezenswaardig, ondanks een verschil in taalkleed van wel 80 jaar. In het tweede deel worden allerlei aspecten van het domineeswerk onder de loep genomen; werken onder gevangenen, ziekenhuispastoraat, het maken van een preek (ds. D. van Dijk, na de oorlog een bekende GKV predikant), het geven van catechese, enzovoort. Leerzaam voor de verwende 21e eeuwse kerkganger, die op zijn mobiel een Bijbel-app heeft en verwacht dat de kerkdienst elke zondig er weer gelikt uitziet en voldoet aan het individuele en religieuze gevoel van de gelovige. Dezelfde gelovige heeft vaak geen idee wat een dominee doordeweeks allemaal moet doen om zondags fris en fruitig een gemeente toe te spreken.
Aan de boeken van Felderhof en van der Stoep moest ik denken toen ik, alweer enige maanden geleden, het boekje van Rikko Voorberg ter hand nam. Rikko, die ook nog wel eens bij ons in de Oosterparkkerk voorgaat schreef “De dominee leert vloeken”. Rikko vertelt in zijn boek over zijn leven en werk in de Pop-Up kerk in Amsterdam-West. Door de confrontatie met het ‘echte’ leven (contact met een zedendelinquent en vluchtelingen op Lesbos) probeert hij woorden te geven aan zijn woede over al het onrecht in de wereld en wijst de lezer een weg om hier op een christelijke manier mee om te gaan. En wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Dingeman van der Stoep vertelt over zijn bezoek aan dominé Coolsma in Groningen, die daar gedetineerden in de stafgevangenis bezoekt. Coolsma en Voorberg komen dezelfde dingen tegen en proberen beide te getuigen van Gods liefde, maar ook van Gods kracht. En alhoewel de vloekende dominee niet een compleet uitgebalanceerd programma presenteert, tot in de puntjes dogmatisch doorwrocht, houdt het de lezer een spiegel voor. Hoe reageer je op de zoveelste asielzoeker met een tranentrekkend verhaal? Hoe reageer je op de bedelende en stinkende zwerver en hoe reageer je en ga je om met die vervelende buurman of buurvrouw? Terecht stak in de huis aan huis krant de ECHO een columnist de loftrompet over het geluid van dominee Rikko. Het zet aan het denken en ook de digitale mens in de 21e eeuw kan niet een leven leiden zonder zingeving. Het is niet voor niets dat Rikko inmiddels genomineerd is voor de titel ‘Theoloog des Vaderlands’.
Een halfjaar na dominee Rikko liet een andere predikant van zich horen. De Bloemendaalse predikant Ad van Nieuwpoort figureerde als hoofdrolspeler in een documentaire onder de titel “Hier ben ik”. In de documentaire is deze dominee te zien in zijn dagelijkse werk als herder en leraar. In 2017 een boeiend gegeven voor een documentaire. Ze grijpen als het ware zo terug op Dingeman van der Stoeps werk uit 1941. Naast de documentaire verscheen van Nieuwpoorts hand een boek onder de titel “Uit de tijd”, met als ondertitel “Wat bezielt een liberale dorpsdominee?”. De predikant vertelt over het maken van preken, een sterfbed, dopen en huwelijksgesprekken. Het laat mooi zien hoe een dominee in de praktijk bezig is en geeft een inkijk in zijn worstelingen. Door de verhalen verweef Nieuwpoort zijn visie op “het aloude Woord”. Mooie verklaringen over het Scheppingsverhaal, de uittocht uit Egypte en het bijzondere verhaal over Jona. Op een vanzelfsprekende manier weet van Nieuwpoort die oude verhalen te verbinden met het vaak lastige en ingewikkelde leven van 2017. Met plezier heb ik het boek ‘ingelezen’ voor de CBB (de Christelijke Bibliotheek voor Blinden en slechtzienden) en er ook veel van geleerd. Maar al inlezend bekroop me vaak het gevoel dat de visie van deze predikant teveel een verhaal bleef. Waar blijft de echte boodschap? Wat zegt sterven en opstanding van Jezus Christus ons nog? Wanneer wordt ‘het verhaal’ een levend geloof in de God, schepper van hemel en aarde?
Eind mei kerkte ik op een ochtend in de Noorderkerk. Er werden twee baby’s gedoopt en Paul Visser preekte over Johannes 14:18; “Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug.” En ik kreeg het idee dat Visser het boek van zijn collega had gelezen bij het maken van zijn preek. Letterlijk zei Visser: “Ik ga niet voor een verhaaltje de preekstoel op!” en de emotie klonk hoorbaar in zijn stem. “Gods waarheid kan niet stuk. Wat Ik met jou heb, zegt God, gaat en kan niet stuk. Daarom komt er Trooster in je wonen, Zijn Geest!” En deze boodschap mistte ik in het boek van van Nieuwpoort. Ik mistte: “dat de Geest er voor zorgt dat het Woord wortel schiet”, zo verwoordde Paul Visser het. Als predikanten, voorgangers en priesters het zo verwoorden, zijn ze werkelijk V.D.M. Verbi Divini Minister: dienaren van het Goddelijke Woord en niet alleen maar verhalenvertellers.