Categorie: Amsterdam

Men kent en vindt ………

Afgelopen zaterdag reed ik langs de plek waar Veerkracht heeft gestaan. De parkeerplaatsen waren vol, maar op het trottoir bij het toegangshek was gelukkig nog een plekje. Toch even kijken, schoot door mijn hoofd. De plek en het weer waren beide droevig, een grote kale vlakte met alleen nog de platanen, die we ooit met actiegeld lieten planten. De platanen zijn al jaren niet meer onderhouden en maken het nog triester nu ze bladloos zijn. Net als de vorige keer toen ik hier was, speelt een psalmregel door mijn hoofd, “Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer…”. Een regel uit psalm 103. Geen idee eigenlijk of deze psalm is te linken aan een gebouw dat is afgebroken en dat sentimentele gevoelens oproept. In de psalm gaat het over een bloem op het veld, die verdort en troosteloos knakt en uiteindelijk verrot. Geldt dat ook voor een schoolgebouw?
Een oud-collega vertelde me na de zomer dat afgelopen november de eerste paal zou worden geslagen, maar er steekt nergens iets boven de grond uit, die eerste paal moet dus nog. Na de tussenstop was op ik het verjaardagsfeestje van een andere oud-collega en hoorde ik dat de ‘achterburen’ geprotesteerd hebben tegen de herbouwplannen van de school. Het plein komt heel anders te liggen, dus verschillende buren zullen de spelende leerlingen gelijk achter hun hek hebben. Maar of dat nu zo erg is? Wanneer ze uit hun voorraam kijken zien ze alleen maar auto’s voortrazen over de Haarlemmerweg. Nooit gemerkt dat daar tegen werd geprotesteerd. Ik denk dat een beter argument zou kunnen zijn, dat je een schoolgebouw niet zo dicht bij een drukke verkeersader moet bouwen. Denk maar eens aan de hoeveelheid fijnstof die daar dagelijks neerdwarrelt! En ook de aan en af vliegroutes van Schiphol laten ook hun nog vervelender fijnstof over Amsterdam-West neerdwarrelen.
Een aantal straten in de buurt waar de school stond, zijn inmiddels op de schop gegaan. De kleine bejaardenwoninkjes die naast de school stonden hebben het ook al niet overleefd. Een lelijke 21e eeuwse architectuur heeft de plaats ingenomen en de mooie brede groenstroken staan vol beton. Zoals op veel plaatsen in tuinstad Slotermeer is ‘verdichtingsbouw’ tegenwoordig nog steeds in zwang. Ooit kregen we rondleidingen door het groen van de tuinstad, maar helaas verdwijnt er steeds. Cornelis van Eesteren, een van de bekendste architecten van de tuinsteden heeft het ooit zo mooi ontworpen en gelukkig maar is daar nog steeds aandacht voor. Er is een van Eesteren Museum en Suzanne Jansen (van het Pauperparadijs) schrijft erover in haar nieuwe boek.

In die psalm 103 komen trouwens de volgende beloftevolle regels voor:
Maar ’s Heeren gunst zal over die Hem vrezen,
In eeuwigheid altoos dezelfde wezen

IDFA 2017 (3)

En ook vandaag was weer bijzonder boeiend, voor de liefhebbers daarom nog een kort verslag en wat indrukken.  Afgelopen maandag was de derde film een ontspannen aangelegenheid. De documentaire ‘Children of chance’ van de Belgische filmmaker Thierry Michel vertelt over het leven in een laatste klas van een basisschool. Hij wilde eigenlijk een film maken over de gesloten kolenmijnen, maar ontmoette toen een schoolklas die bezig was met een project over de mijnen. Uiteindelijk lopen de gesloten mijnen als een rode draad door de film. Een prachtig document met een geweldige juf, die met heel veel tact en liefde haar van oorsprong Turkse leerlingen probeert zo goed mogelijk voor te bereiden op het voortgezet onderwijs. Deze film hoort thuis in het rijtje onderwijsfilms als; Être et avoir, Entre les murs, de klas van Mr. Toshiro Kanamori en de kinderen van juf Kiet. Bekijk de trailer en geniet wanneer je in de gelegenheid bent van de hele film!

Gisteren had ik er maar één docu in mijn agenda staan, ‘Watani My Homeland’. Deze ontroerende film gaat over een Syrisch gezin in Aleppo. Op een dag is vader, commandant van het Vrije Syrische Leger, gekidnapt door IS. Moeder blijft achter met haar zoon en drie dochtertjes en krijgt de kans om via Turkije naar Duitsland te vluchten. Nog steeds in onzekerheid over vader, moet het gezin een nieuwe toekomst, in een volstrekt vreemd land, opbouwen. In Goslar (Harz, voormalig Oost-Duitsland) wordt de familie op een mooie manier opgevangen. Opnieuw een indrukwekkend en aangrijpend verhaal.
Het deed mij extra veel omdat we maandag te horen hadden gekregen dat onze Armeense vrienden Vahe en Aneta met hun twee dochters in Nederland mogen blijven.  Na zoveel jaren onzekerheid hebben ze eindelijk een A-status gekregen, fantastisch en God lof! We weten van hun wat het betekent te moeten vluchten, terwijl je dat zelf niet wilt. Jarenlang niet weten wat er zal gebeuren, moeten leven volgens de regels van de IND en toen ze illegaal gingen; leven van de geef… Hoe zouden wij als verwende Nederlanders reageren? Maar gelukkig is nu het moment aangebroken om weer aan een toekomst te gaan denken!

Gelukkig zijn er ook ontspannende films, alhoewel in ‘Ali Aqa’ zat wel een verdrietige ondertoon. Een duivenhouder in Iran zorgt met veel liefde voor zijn duiven. Achttien maanden heeft Kamran Heidari de oude Ali gevolgd. Ali wordt gekweld door allerlei ouderdomskwalen en heeft ook een hersentumor. Maar ondertussen zijn zijn duiven alles. Een film om bij te lachen en te huilen, over liefde, familieverbanden, handelen in duiven en het verkopen van groente.

En toen was vanmiddag de laatste van mijn serie docu’s aan de beurt. Na een paar minuten wist ik, dit is de film die ik met Harm had willen zien. Dit was een echte docu, over het bizarre oorlogsleven in Noord Irak, verschrikkelijk ook.  ‘The Deminer’ geeft een inkijk in het leven van Fakhir, een Koerdische commandant die als geen ander weet hoe je mijnen en bommen moet demonteren. En ook al verliest hij door zijn werk een been, hij gaat opnieuw door, omdat IS ook zijn sporen achterlaat. En als zijn vrouw en kinderen willen dat hij stopt, kan hij niet anders dan doorgaan; andere kinderen zullen immers getroffen kunnen worden? Een adembenemend verhaal en het bleef lang stil na het laatste beeld. Pas toen de makers Hogir Hirori en Shinwar Kamal op het podium kwamen, werd er lang en luid geapplaudisseerd, terecht! Voor de makers, maar ook voor Fakhir.

Nog drie dagen kunt u terecht in Amsterdam.

 

IDFA 2017 (2)

Het duurt nog tot eind van deze week. Alle tijd dus om nog een keer te gaan. Ik wil de lezer dan ook niet onthouden waar ik inmiddels geweest ben. En even rondstruinen op de site van de IDFA laat zien dat er nog genoeg lege stoelen zijn. Oké, sommige docu’s zijn uitverkocht, maar niet alleen de publiekstrekkers zijn indrukwekkend!

Nadat we vrijdag een begin hadden gemaakt met het schuurtje, waarover later meer, ben ik met broer Henk naar ‘The Man Behind the Microphone’ geweest. Een indrukwekkende en ontroerende film waarin de filmmaakster ontdekt dat haar opa Hédi Jouini, een beroemde Tunesische zanger is geweest. Het levert een prachtige zoektocht op. Waarom heeft ze dit nooit geweten, waarom heeft haar vader er nooit iets over verteld en waarom kan zij zich er niets van herinneren, terwijl ze toen ze jong was toch elk jaar op vakantie naar haar vaders geboorteland gingen? Een intrigerend verhaal met prachtige beelden van de zanger, die in Tunesie en andere Noord-Afrikaanse landen een gevierde held was. Maar ook verdrietig makend, omdat het ook gaat over een verscheurde familie.

 

‘In Cold Blood’ murder house in Holcomb, Kansas

Gisteren was wel een beetje een heftige dag. Ik had drie documentaires gepland, maar gelukkig was het te doen. Voor ‘Cold Blooded: The Clutter Family Murders’ moest ik weer naar de bovenste verdieping van de bioscoop tegenover de Munt. Een heel ander verhaal dan de documentaires van vorige week, maar wel weer een heel boeiend. Eigenlijk meerdere verhalen in één docu. De docu start met de viervoudige moord op de familie Clutter in 1959 in Holcomb, Kansas. Op een zondagmorgen werd de familie in hun huis gevonden door mede-kerkgangers, vader, moeder, zoon en dochter, alle vier koelbloedig vermoord. Uiteindelijk worden de twee daders gepakt, berecht en veroordeeld tot de strop. De maker, Joe Berlinger, heeft prachtig werk geleverd, mee ook omdat hij het non-fictie boek van de schrijver Truman Capote er in betrekt. Het boek werd later verfilmd en boek en film leidden tot opschudding. Va non-fictie mag je verwachten dat het zoveel mogelijk de waarheid weergeeft en dat was nu net het probleem. Een boeiende documentaire, die je volledig meeneemt in het verhaal. Familie, vrienden, oud-politiemensen en ook familie van de beide moordenaars komen aan het woord. Onopgesmukt en goed in beeld gebracht wat de impact van deze verschrikkelijke gebeurtenis had in het kleine stadje.

Gelukkig was ik snel in Tuschinski, maar daar was de hal al wel heel erg vol. De openingsfilm van het IDFA werd vertoont in de grote zaal; Amal. De zaal was volledig uitverkocht en de scheidend directeur heette het publiek welkom. Ook hier was de maker van de film aanwezig.  Mohamed Siam volgt in de documentaire een meisje van 14, tot het moment dat ze als twintigjarige haar groeiende buik streelt. De revolutie heeft het land en de bevolking veranderd, Amal is daar als het ware de spiegel van.
Ook nu weer een indringend verhaal, wat staat voor een veel groter verhaal. Daarnaast is het intrigerend om zo’n inkijk te krijgen, als is het door de ogen van de filmmaker. Je wilt trouwens ook weten hoe het afloopt met Amal, haar moeder en haar grootouders. Dat laatste hoort echt bij het medium documentaire trouwens, het zet aan tot denken en doordenken.

IDFA 2017

Mijn eerste IDFA film zit erop. In een druilerig Amsterdam hingen de IDFA-vlaggen er een beetje triest bij, maar het mocht de pret niet drukken. Twaalf dagen lang staan bioscopen, filmzalen en theaters in het teken van de documentaire. In totaal 319 documentaires worden er vertoond. Onmogelijk om alles te zien natuurlijk en tot op heden heb ik er dan ook maar 8 gepland om te bezoeken. Gelukkig wordt er ook op tv aandacht aan geschonken en zijn er op die manier ook nog een aantal te volgen.
Wat is er nu eigenlijk zo aantrekkelijk aan een documentaire? Wanneer je een liefhebber bent en regelmatig een documentaire bekijkt, dan heb je recht van spreken. De maker heeft zich echt op een onderwerp kunnen richten en dat voor langere tijd. Hij heeft zich echt in zijn onderwerp kunnen verdiepen, motieven en ontwikkelingen bloot kunnen leggen. Een goede documentaire lijkt dan ook erg veel op een goed non-fictie boek. Bij mij op de leestafel ligt op dit moment van Thomas Harding, “Het HUIS aan het MEER”. Een prachtig voorbeeld van een uitgebreid onderzoeksproject. De oma van Harding heeft ooit haar kleinkinderen vanuit Engeland meegenomen naar haar geboorteland Duitsland. Net op tijd was haar gezin gevlucht voor de nazi’s. Maar vergeten is ze haar geboortegrond en in het bijzonder de mooie zomers aan de Wannsee niet. Het levert een prachtig verhaal op over de families die in het huis aan de Wannsee door de jaren heen hebben gewoond.

“The Rebel Surgeon”, een documentaire over een Zweedse chirurg die na jaren werken in Zweden als orthopedisch chirurg in Ethiopië aan het werk gaat. Dit Afrikaanse land is door hem niet willekeurig gekozen, want zijn vrouw is er geboren. En in dit land, met een totaal andere levensstandaard en en niet te vergelijken omstandigheden in ziekenhuizen, kan chirurg  Erik Erichsen ongelooflijk mooi werk verrichten. Met zeer beperkte middelen, en dat is echt een understatement, helpt hij elke dag honderden patiënten. Als voorbeeld laat op een gegeven moment Erichsen zijn boormachine zien. In Zweden geven ze daarin een kliniek wel 4000 euro voor uit vertelt hij, maar hier heeft men er een gekocht in een soort bouwmarkt voor 15 euro. Daarnaast gebruikt hij wielspaken, tiewraps en haarspelden; allemaal omdat ander materiaal in Ethiopië niet voorhanden is.
Een boeiende documentaire die ons westerlingen een spiegel voorhoudt. Erichsen beseft drommels goed dat hij uit een bevoorrechte maatschappij komt. Prachtig fulmineert hij tegen de administratieve rompslomp in zijn vaderland, in Ethiopië kan hij met ongeveer 1% toe. Meer tijd heeft hij er ook niet voor, want elke dag melden zich opnieuw honderden patiënten. Het verhaal zet aan het denken en stelt aan de kaak. En iedereen die wel eens loopt te mopperen op de medische zorg in Nederland, zou zich moeten onderdompelen in dit verhaal.
Het siert de chirurg dat hij ondanks alles, de zieke en ook stervende mens in zijn waarde laat. Ik denk dat hij de maker,  Erik Gandini, op het spoor heeft gezet van de vrienden die een stervende man naar huis brengen. Op een geïmproviseerde brancard dragen acht vrienden, elkaar afwisselend, de stervende naar huis. Erichsen merkt hierbij op: “Hier sterft men nooit alleen!.”

nogmaals de Arabier

Congo, 2016 © Jamie Hawkesworth

Eind vorige week was het al prachtig weer. Vrouwlief was een lang weekend de deur uit en had ik dus het rijk alleen. Voor je het weet zitten ook dit soort dagen vol met van alles en nog wat, maar gelukkig kon ik na mijn wekelijkse sportschooluurtje rustig mijn gang gaan. Ik had gezien dat in ‘huis marseille’ een prachtige fototentoonstelling liep van Jamie Hawkesworth. Alleen al het wandelen door de prachtige panden aan de Keizersgracht is een belevenis, maar ook het fietsen er naar toe, langs de Amstel en de grachten. De vorige keer was ik er met Harm geweest, ook toen een prachtig mooie verzameling foto’s van Hanne van der Woude; Emmy’s World. Wat hebben we genoten toen, ergens najaar 2015. Ook daar kende hij trouwens zomaar weer een stagiaire, een vriendin van een vriendin ofzo.
Na mijzelf heerlijk te hebben ondergedompeld in de wereld van fotograaf Jamie, met onder andere een serie prachtige foto’s over een af te breken busstation, verder gefietst naar de mooiste boekhandel van Amsterdam.
Opeens zag ik hem liggen bij de afdeling ramsj; het eerste deel van Arabier. Wanneer ik zoiets zie vind ik dat voor zo’n geweldig boek toch vervelend. Riad Sattouf zal er heus niet minder om eten, maar je boek in de uitverkoop….?! Waarschijnlijk heeft de drukker er gewoon te veel van gedrukt, of de uitgever heeft verkeerd gecalculeerd, maar het voelt als een soort heiligschennis. Een paar maande geleden zag ik een bundel met allemaal prachtige gedichten, die waren verzameld door Arie Boomsma, ook in de ramsj liggen. Voelt ongemakkelijk, ook voor de schrijver, of zoals in dit geval voor Arie Boomsma. Loop je de boekhandel binnen en zie je daar stapels van jouw werk liggen, maar dan in uitverkoop. Trouwens waar maak ik me druk over, ik had immers net reclame gemaakt voor ‘de Arabier’ deel 3! Prachtig toch, voor €7,50 ligt deel 1 nu in de winkel!
In dit eerste deel gaan de vader en moeder van Riad verhuizen naar land van Moammar al-Qadhafi, Libië, omdat vader daar een baan heeft gevonden na zijn studie in Frankrijk. Fantastisch hoe Sattouf het leven in deze voor ons volstrekt vreemde wereld tekent. Het geeft ook prachtig de waanzin weer van een land dat zucht onder de grillen van een alleenheerser. En dat voor maar zevenvijftig.
Bij de afdeling strips en graphic novels vond ik het boek van Liesbeth Labeur, ‘Een lamp voor mijn voet’. Een graphic novel, met nadruk op het laatste, over de reformatorische wereld. In een prachtig ‘tale Kanaäns’ vertelt hoofdpersoon Neeltje over haar jeugd in Zeeland en haar studietijd in Antwerpen; ontroerend en indrukwekkend. Zondagmiddag wilde ik eigenlijk nog een stuk fietsen, prachtig weer immers! Maar in de tuin was het ook heerlijk. En terwijl in de verte de trommels de laatste deelnemers van de Amsterdam Marathon nog een flinke boost gaven, verkeerde ik tussen ‘zulke verdorven aard’ en ‘gevallen in een jammerstaat’. Wat een indringend verhaal, met veel vermakelijke zinnen, gecombineerd met tale Kanaäns. ‘Neeltje zag de poorten van Sions tempelzalen wijd openstaan, er stroomde licht uit’. ‘Neeltje vluchtte weg. Haar nek was tot een voetbank Hunner voeten geworden’. Het boek gaat ook over misbruik en incest.

Al googelend vond ik een kort bericht in de PZC (de krant van Zeeland), ik citeer: “Liesbeth Labeur zegt over haar hoofdpersoon: ,,We zouden Neeltje tekort doen, als ze één op één op mijn eigen leven gelegd zou worden. Wat misbruik betreft hoeven mensen zich over mij geen zorgen te maken. Maar ik blijf in het verhaal wel dicht bij mezelf. De herdenking van Luther dit jaar inspireerde me tot dit boek. Eigenlijk is het een droevig verhaal met incest, dood, en heb ik medelijden met Neeltje zoals ik haar geschapen heb. Misbruik is een niet erkend probleem in de reformatorische kring. Het is goed dat we er met elkaar over praten. Ik hoop dat de meisjes in de calvinistische zuil via Neeltje erkenning krijgen. Het is niet mijn bedoeling om de reformatorische wereld in een kwaad daglicht te zetten maar hoop wel dat het gesloten karakter opener wordt.”  Misbruik gebeurt niet alleen in Hollywood of Hilversum en zeker niet alleen ook in de RK-kerk. Nee, ook in gereformeerde en reformatorische kerken komt het voor en het boek van Labeur kan een aanzet zijn tot meer openheid.
Heel indrukwekkend zijn de tekeningen van Labeur, zij geven extra diepgang aan het verhaal. Wanneer je haar website bezoekt, raak je onder de indruk van haar kunstwerken.
En gelukkig voor Liesbeth, niet in de ramsj, maar gewoon de volle prijs!

De sloop van een schoolgebouw (4)

Slotermeerlaan 160 is inmiddels een kale en woeste vlakte. Her en der liggen grote hopen beton, alles wat onder het maaiveld zit moet geruimd. De pneumatische boorhamer op de graafmachine doet de grond trillen. Met juf Joke probeer ik te achterhalen waar alles ook al weer zat. Enigszins herkenbaar is nog de ingang bij de kleuterlokalen. In een gat ontdekken we de watermeter, het witte dekseltje zit er nog keurig op. Meer naar het midden van het terrein is een diepe kuil, daar moet de verwarmingskelder hebben gezeten. Joke heeft gehoord dat de sloper fors moeite had met de vloer waar ooit een zwembad heeft gezeten. Toen de Hervormde Schoolvereniging ooit de Koopmansschool liet bouwen was het toenmalige hoofd der school een fervent voorstander van zwemonderwijs. Daarom was er naast de gymzaal, met extra grote afmetingen, een klein instructiebad. Toen wij er als van ’t Veerschool in trokken lagen de kurken voor beginnende zwemmers ergens in een hoek, maar de apparatuur voor het zwemwater was al jaren niet meer gebruikt. Na de grote renovatie in 85/86 werd het zwembad eruit gehakt en werden op deze plaats de douches gebouwd.

zo gingen de palen de grond in

We halen herinneringen op, hoeveel voetstappen hebben we hier niet liggen? De platanen die we ooit plantten voor meer schaduw op het plein, zijn al jaren niet onderhouden. De hovenier zal er nog een flinke klus aan krijgen. Opnieuw verbazen we ons er over dat het toch heel karakteristieke gebouw, niet had kunnen worden gerenoveerd. We spreken met de machinist van de ‘sloopmachine’. “Zoiets heeft hij nog nooit meegemaakt”, vertelt hij ons. “Zoveel zwaar gewapend beton in de grond, daar hadden ze een flat van vijf of zes verdiepingen op kunnen bouwen.” Het ijzer wat her en der uit het beton steekt is indrukwekkend. Nog een paar weken, dan zal het terrein schoon zijn en zitten onder de grond alleen nog heel veel betonpalen.
Ook de achtermuur van de aula zal dan gesloopt zijn, de bewoners van de Anton Struikstraat wilden niet dat deze muur ook door de sloopmachines omver zouden worden gehaald; moet dus met de hand gesloopt worden. Terwijl wij lopen te mijmeren, doet de politie een inval aan de Nunes Vazstraat. De buurt verandert, hele rijen huizen zijn neergehaald en aan de Vening Meineszlaan worden woonblokken met de look van 2017 neergezet. Veel groenstroken zijn verdwenen, in tuinstad Slotermeer komt de klemtoon steeds meer op stad te liggen.

De sloop van een schoolgebouw (3)

Ik kan het niet laten, ik wil weten hoe het er voor staat aan de Slotermeerlaan. Afgelopen vrijdag stonden er nog twee lokalen. Een kleuterklas en boven groep 3. De vloer, het plafond, lag al beneden en de sloper trok en knipte met zijn machine de hele zaak aan stukken. Ik probeerde mij voor de geest te halen welke juffen daar allemaal hadden les gegeven en hoeveel kinderen daar wel gezeten hadden, hun eerste woordjes lerend , tellen tot 10, tot 100en hoeveel psalmen en bijbelliedjes er luidkeels werden gezongen… Begonnen in 1981 en twee jaar geleden verhuisde de school naar een andere locatie in verband met de sloop. Beetje rekenen, minstens 25 leerlingen per jaar; dus ongeveer 550 à 600 leerlingen hebben een lokaal gevuld in de jaren van de van ’t Veerschool/Veerkracht.
Vandaag is het hele gebouw weg. Toevallig loop ik oud-leerling Daan tegen het lijf als ik kom aanfietsen. Hij zag bouwkranen bezig op de plek waar hij ooit naar school ging en zag opeens dat alles verdwenen was door de sloophamer. We halen herinneringen op en gaan twintig jaar terug in de geschiedenis. Daan woont in Amsterdam en werkt voor een jonge christelijke kerk in het Centrum. Hij is dankbaar voor wat hij geleerd heeft op de toen nog dr. M.B. van ’t Veerschool. Hij vraagt zich nog steeds af wie dat was. We nemen allebei foto’s omdat zo’n sloop heel veel aan herinneringen oproept.
Volgens één van de slopers gaat na het ruimen van het puin ook de schep de grond in, alle gangen en ook de kelder waar de gaskachels stonden moeten er uit. Een hele klus  nog. De boom die bijna bij groep 3 naar binnen groeide staat er nog. Zullen ze er nu alsnog een kapvergunning krijgen? Jaren terug wilden de ambtenaren van het Stadsdeel er nog niet aan. En wijkbewoners kunnen altijd nog een actiegroep gaan starten natuurlijk.

De sloop van een schoolgebouw (2)

er staan nog vier lokalen…

Vandaag werd ik aangesproken door een Nederlandse Marokkaan: “Mooi gezicht zo’n sloop hè? Goed hoe ze dat doen…. !” Ik vertel hem dat het lokaal, waar nu alleen nog een paar muren van te zien zijn, mijn lokaal is geweest. Dat ik daar wel bijna tien jaar had les gegeven, en dat ik directeur van de school ben geweest, vertelde ik de vriendelijke man die op zijn vrouw stond te wachten. Hij had vroeger op de ‘de Vlugtschool’ gezeten, “ik zag hoe ze hem gingen slopen”, vertelde hij. “En ik heb ook gezien hoe de eerste paal de grond in ging, ik woon er vlak bij”. “Die school heeft wel een jaar leeg gestaan”, vertelde de man, “vanwege vleermuizen die beschermd zijn”. Hij kan zich mijn emotie wel voorstellen.
Herinneringen kwamen boven, terwijl de man zijn vrouw en kinderen de auto inhielp. ‘De Vlugtschool’ was de openbare school tegenover de ‘Immanuelschool’ aan de Jan de Louterstraat, vlakbij Plein 40-45. Toen in Velserbroek ook een gereformeerde school startte, kwamen er op de ‘van ’t Veerschool’ een aantal lokalen leeg te staan. En het Stadsdeel wilde dat wij inwoning kregen van een tweetal groepen van de ‘De Vlugtschool’. Meester Wietsma heeft er van alles aan gedaan om het tegen houden, maar de “openbaren” kwamen  toch inwonen. Twee alleraardigste collega’s moesten via de zijingang binnen komen met hun leerlingen en er kwam een afscheidingswand met een deur tussen de gereformeerden en de “openbaren”. Uiteindelijk kwamen we regelmatig bij hen over de vloer om bij te kletsen met een kop koffie en problemen zijn er nooit geweest. Ook toen er later nog es inwoning kwam van de St. Henricusschool kwam, gaf dat geen problemen. De deur bleef zitten en was later wel handig toen we het gebouw ook in de weekenden verhuurden aan diverse christelijke gemeentes.

… sloopmachine midden in de voormalige personeelskamer …

In mijn eerste verhaal over de sloop van het schoolgebouw aan de Slotermeerlaan, vermeldde ik dat voordat wij in 1981 als gereformeerde school het gebouw betrokken, het een Hervormde school was. De naam van de school was echter ‘dr. J. Koopmansschool’, met dubbel s. De school was genoemd naar een Hervormde dominee, Jan Koopmans, die vlak voor de bevrijding in 1945 werd getroffen door een verdwaalde kogel. Hij zag al ruim voor de oorlog het gevaar van het antisemitisme en november 1940 schreef hij een brochure tegen de Ariërverklaring;  Bijna te Laat!  De Belgische schrijver Geert van Istendael heeft in zijn bundel ‘Mijn Nederland’ (vanaf pagina 203) een geweldig eerbetoon geschreven over deze predikant van de Noorderkerk. Eigenlijk was het dan ook jammer dat indertijd zijn naam werd ingewisseld voor die van dr. M.B. van ’t Veer. Geen idee of er verder nog een monument, naast dat van van Istendael, is opgericht voor deze bijzondere predikant en theoloog. Nu de voormalige ‘Koopmansschool’ tegen de vlakte gaat, verdwijnt ook dat stukje geschiedenis.  Gelukkig is zijn ‘geschriftje’ op internet te vinden en zeer lezenswaardig. Een dappere dominee, die later in de oorlog min of meer moest onderduiken, maar ook bij Duitse militairen aan tafel zat om op te komen voor de Joodse medemens.

De sloop van een schoolgebouw

Omdat ik vandaag toch in Amsterdam-West moest zijn, ben ik maar even doorgefietst naar de Slotermeerlaan. Al twee jaar lang stond het gebouw van GBS Veerkracht leeg en juf Joke appte me dat de sloop was begonnen. Het plan voor nieuwbouw ligt al een paar jaar klaar heb ik gehoord. Voor zover ik weet gooiden vleermuizen in eerste instantie roet in het eten. Die zagen blijkbaar platgooien niet zitten. Toen ik vanwege een burn-out in het najaar van 2010 stopte, was er van sloop nog geen enkele sprake. Er waren wel steeds plannen voor een forse verbouwing en update, maar blijkbaar is nieuwbouw nu toch ‘goedkoper’.
Vanaf de zijlijn heb ik daar zo mijn gedachten bij. Slotermeerlaan 160 was een geweldig schoolgebouw, zo degelijk maken ze ze niet meer tegenwoordig. Ik vergeet nooit dat we in 1981 voor het eerst gingen kijken in de toen behoorlijk verwaarloosde “Koopmanschool”. Wij vonden het ondanks de gaten in de vloer en de verouderde toiletruimtes een kolossaal gebouw en een grote vooruitgang. Waar we in het oude schoolgebouw tegenover toenmalig station Sloterdijk lokaaltjes hadden van 6,5 meter in het vierkant kregen we nu lokalen van 8,5 meter in het vierkant; ruim en licht. Een paar jaar later werd het “nieuwe” gebouw volledig verbouwd, dat was in het seizoen 1985-1986. De lokalen werden toen volledig gestript, alles werd vernieuwd; raamkozijnen, plafonds, vloeren en natuurlijk de toiletten. Voor bijna anderhalf miljoen gulden werd er aan verspijkerd. Ik ga niet becijferen wat er na de invoering van de euro nog allemaal is verbeterd, maar dat is niet mis.
Nu hangen de elektrische zonweringen troosteloos voor de ramen. De sloper vond ze er nog zo goed uitzien, ze zijn nog geen tien jaar oud. De gymzaal ligt inmiddels in puin en in de rest van de school is het een troosteloze bende. Mijn timmermansverstand zegt dat het kapitaalvernietiging is. Natuurlijk krijgen de leerlingen en het team straks een splinternieuw gebouw, maar hoeveel zou het gekost hebben wanneer het nu gerenoveerd zou worden? Wanneer er een mooie entree zou zijn gemaakt, zonder personeelstoilet? Is het nostalgie omdat ik er zoveel jaren heb gewerkt? Dat onze kinderen daar allemaal hun basisschooltijd hebben doorgebracht, alle feesten die we er als schoolgemeenschap vierden, de verhalen die er verteld zijn, maar ook de verdrietige gebeurtenissen, het speelt me door het hoofd wanneer ik de bijna ruïne nog eens bekijk. Ik wordt er verdrietig van en het maakt weemoedig; een tijdperk is voorbij.
Terugfietsend kom ik langs het gebouw van de de St. Henricusschool, dat was altijd de dichtstbijzijnde basisschool van Veerkracht. Het gebouw staat in de steigers en men is volop bezig het te renoveren. Ik zie een compleet nieuwe ingang, een moderne toevoeging aan ook een jaren vijftig gebouw. Daar kan het dus wel, denk ik…

Kees de jongen

kees de jongenAlhoewel de echte boekhandel steeds meer verdwijnt, is aan de Middenweg in Amsterdam-Watergraafsmeer gelukkig nog zo’n boekwinkel waar je heerlijk kunt snuffelen. In het midden een tafel met recente uitgaven en achterin een kleine ramsj afdeling. Regelmatig struin ik daar even rond. Tot mijn verbazing vond ik daar een paar maanden terug de mooiste uitgave van Theo Thijssens ‘Kees de jongen’. Voor nog geen acht euro, de getekende beeldroman versie van Dick Matena. Prachtige zwart-wit tekeningen met daartussen de integrale tekst. Een plezier, om langzaam te lezen en de beelden van het Amsterdam van voor WOII tot je te nemen. Kees Bakels staat voor elke opgroeiende schooljongen, met z’n fantasieën, z’n verliefdheden en het verdriet om zijn zieke vader. Een aanrader, zeker nu het zo goedkoop is. Raak je gelijkertijd onder de indruk van het werk van Dick Matena; geweldig!