Documentaires, waarom?
De IDFA vlaggen zijn weer binnengehaald en de masten weer keurig opgeborgen. Maar in mijn hoofd zinderen verschillende documentaires nog steeds na. Van verschillende kanten werd mij gevraagd wat de meest bijzondere of meest indrukwekkende van de veertien documentaire was, die ik had gezien. Eigenlijk is daar geen antwoord op te geven, ze waren boeiend! De laatste documentaire die ik op de IDFA zag was: ‘Babi Yar – Context’. Een indrukwekkend relaas, met als aanloop de inval van Duitse troepen in Polen en de Sovjetunie in 1941. Met alleen maar oorspronkelijke beelden worden de verschrikkingen van de oorlog getekend. Het geluid (achteraf toegevoegd) droeg daar ongetwijfeld aan bij, ontploffende granaten, geweervuur, vallende bommen en het donderende lawaai en geraas wanneer weer een boerderij of gebouw werd opgevreten door vuur. Eenmaal in Kiev (Oekraïne) staan er mensen langs de straat om hun zogenaamde bevrijders te verwelkomen. Lenin en Stalin worden van de gevels geplukt en het portret van Hitler komt er voor in de plaats. Niet veel later worden Joden opgeroepen om zich te verzamelen. Uiteindelijk worden door een politiecommando in opdracht van Himmler 33.771 Joden vermoord in een ravijn buiten de stad(september 1941). Twee jaar later heroveren de Russen Oekraïne, worden de Duitsers verdreven en Lenin en Stalin weer opgetuigd. De Russen willen niet erkennen dat in het ravijn Babi Yar de slachtoffers alleen maar om hun Jood-zijn werden vermoord. In de documentaire is te zien hoe acht daders worden opgehangen, maar ook hoe het ravijn ‘Babi Yar’ uiteindelijk een park wordt met flats en wegen en min of meer wordt uitgewist. Men stopt het verleden liefst zo veel mogelijk weg. Een document dat echter een onuitwisbare indruk achterlaat.
Uit de bibliotheek had ik een paar weken daarvoor een boek meegenomen onder de titel ‘Doodgewone mannen – De rol van een Duits politiebataljon in de Endlösung in Polen’. Christopher R. Browning schreef een belangrijk boek, ‘dat de kijk op de Holocaust blijvend heeft veranderd. Het geeft antwoord op de vraag hoe ‘gewone mannen’ in staat kunnen blijken een massamoord te plegen’ (citaat van de uitgever). Ook in dat boek wordt ‘Babi Yar’ genoemd in een lange rij van moordpartijen door Duitse soldaten gepleegd. Door de documentaire kreeg ik er beelden bij, van gewone mensen, soms luid lachend, die nietsontziend mensen vernederen, verkrachten, vermoorden en al plunderend het ene na het andere landschap verwoesten.
Het boek ‘De gestolen tijd’ was eigenlijk de aanleiding voor deze blog. Zoals meer lezers, lees ik vaak een boek of vijf tegelijkertijd. Soms heb ik een boek op mijn nachtkastje liggen en lees dan een hoofdstuk voor het slapen. Zonder een paar bladzijden te lezen, kom ik trouwens maar slecht in slaap. Dit bijzondere boek lag dus weken achtereen naast mijn bed. Mijn geliefde zus was trouwens de aangeefster van dit boek, ze zette er wel haar naam in; het moet nu dus terug.
Philo Bregstein heeft met dit boek een geschreven documentaire afgeleverd. Hij is trouwens ook filmmaker en romanschrijver, vandaar dat het een een prachtig leesbaar verhaal is geworden over de Joodse wortels van zijn vader. Bregstein neemt ons in het eerste deel mee naar Litouwen, waar hij zijn ‘neef’ Grisja Bregstein ontmoet. Grisja woont al lang niet meer in Panemune (buitenwijk van Kaunas), want hij is met zijn ouders in 1940 naar Siberië verbannen. Ondertussen gaat het verhaal over de verschrikkingen die de Joden in Litouwen hebben geleden. Weinigen hebben de holocaust overleefd. In het Litouwse gedeelte raakt het verhaal van Bregstein aan de geschiedenis die Jan Brokken beschreef in ‘De rechtvaardigen’ over consul Jan Zwartendijk (Philipsdirecteur in Kaunas). Zwartendijk komen we in het boek van Bregstein niet tegen, maar wel de Japanse consul Suginara.
Al gravend in zijn familiegeschiedenis komt Bregstein ook op het spoor van de Amerikaanse tak van zijn familie, de Breakstone’s. Verschillende keren reist hij daarom naar de VS en ook naar Zuid-Amerika om verschillende nazaten van zijn overgrootouders op te zoeken. Door hun verhalen leert hij meer over zijn grootvader Bregstein en uiteindelijk ook over zijn eigen vader. En hiermee raken we ook aan de diepere waarde van veel documentaires. Het leert de kijker veel over verschijnselen in de wereld, over historische gebeurtenissen, maar ook over familiegeschiedenissen die anders verborgen zouden blijven. Afgelopen week waren er in de late avond op NPO2 twee documentaires die dat ook prachtig lieten zien. Dinsdag werd ‘Misha and the Wolves’ uitgezonden (ging ook over de Tweede Wereldoorlog) en woensdag werd een autobiografische documentaire uitgezonden van Heddy Honigman over haar leven. Vooral in de laatste docu was goed te zien hoe een documentairemaker te werk gaat. Ook een docu is geen wetenschappelijk verslag van harde feiten, maar bijna altijd een persoonlijke interpretatie van het verleden. Dat maakt het ook zo boeiend, omdat je je eigen verhaal er aan kunt spiegelen, maar ook omdat het diepere inzichten en drijfveren van mensen ontrafeld. Documentaires gaan over echte gebeurtenissen, het zijn geen speelfilms. Ook die laatste kunnen boeiend zijn, maar op een of andere manier vind ik documentaires interessanter.

Anders Leven zou wel het thema van de IDFA kunnen zijn. Ruim 200 films geven een inkijk in onze samenleving. Hoe gaan we om met ouderen, de gevolgen van onderdrukking en verkrachting van de rechtstaat in Rusland, hoe gaan we om met de natuur, wat doet een goede leraar? De lijst zou ik nog veel langer kunnen maken, maar kijk gerust eens op de site van de IDFA. Deze weken zijn er gelukkig ook verschillende documentaires op tv te zien. En veel van wat ik zie deze dagen, kom je ook tegen aan gedachten in het boek van Manu Keirse.
“Amsterdam, die grote stad, is gebouwd op palen
heimachine langzaam door onze kerkzaal. De aannemer had een stuk muur verwijderd in het kleine halletje en na wat manoeuvreren ging de eerste paal de grond in. Eigenlijk waren het gewoon grote ijzeren buizen, waarvan de eerste aan de onderkant dicht is. Emmertje met grind er in en het heiblok doet de rest. Wanneer de eerste buis van drie meter er bijna inzit, wordt de volgende erop gelast. Zo nu en dan gaat er nog een extra emmer grind in en wanneer de paal ongeveer 13½ meter in de grond is verdwenen, zit hij op een stevige zandlaag. Zo ging dat tot viermaal toe en moesten de palen alleen nog gevuld met beton. Een eenvoudig proces, maar boeiend om te zien. Die heimachine was al met al niet breder dan een meter. Waar er ook geheid moet worden in Amsterdam, vrijwel altijd vindt men wel een oplossing.
Inmiddels heeft de aannemer de bekisting ook geïnstalleerd, in feite gewoon kisten van piepschuim. Ook het betonijzer zit er al in, dus nu is de betonfirma weer aan de beurt. We hopen dat het proces een beetje voorspoedig verloopt. De laatste tijd is er nogal een tekort aan allerlei materialen en de aannemer is ook nog met en andere klus bezig. Het gaat dus echt stap voor stap. Ook moeten we aan de gang met een ontwerp voor de keuken, want de aannemer moet natuurlijk weten waar allerlei aansluitingen moeten komen. Wanneer alles meezit kunnen we over drie á vier maanden de nieuwe ruimte in gebruik nemen en op zondag weer gewone porseleinen koffiekopjes gebruiken. Op
Het is een simpel bordje geworden met Harms naam, zijn geboorte en-sterfdatum, met daaronder drie karakteriseringen; zoon, vriend en topgozer. Afgelopen vrijdagavond, de zon was al onder, hebben we het gezamenlijk vastgeschroefd op de boom aan de Nassaukade. Bij deze boom, al weer vijf jaar geleden, stak Harm over, werd aangereden en aan de gevolgen daarvan, overleden. Vorige maand heeft Ray het daarop gespoten hart en Harms naam nog een keer bijgewerkt. Een plataan zorgt er echter zelf voor dat schilderingen na verloop van tijd weer verdwijnen. Op initiatief van Arnout hebben Harms vrienden daarom een kleine plaquette laten maken en dat is toch mooier dan graffiti. De plataan zal er niet onder lijden en voorbijgangers zullen het hopelijk niet in hun hoofd halen om het los te schroeven. We hebben trouwens een trapje gebruikt, dus het zit hoger dan op ooghoogte.

Eenmaal thuis was ik toch niet tevreden en daar ik de volgende dag toch de binnenstad in moest, ben ik bij firma Weijntjes (aan de Singel) binnengelopen. Weijntjes is een eldorado voor wie van mooi hang en sluitwerk houdt. Ik legde mijn ‘halve deurkrukstift met hamertje’ op de toonbank, waarna er een reusachtige la openging met tig soorten krukstiften. De versie die ik aangeraden kreeg was er een met een inwendige inbusschroef, om het hamertje te kunnen uitdraaien. Alleen thuis moest ik dan nog een gaatje boren, maar dat moest bij de versie Liefhebber ook. Dat laatste was nogal een gedoe, maar daar kunnen de firma Weijntjes en Liefhebber niets aan doen. Inmiddels is de kruk perfect gemonteerd en functioneert weer naar behoren. Waar vakmensen en specialistische winkels al niet goed voor zijn. Trouwens de boeken met de belevenissen van dwerg Virgilius, zijn tijdloos en nog steeds verkrijgbaar!

Voor de orgelleken onder ons, de registerknoppen worden niet uitgetrokken, maar naar beneden gedrukt. Dat laatste zorgt er voor dat via verdeelkastjes en loden pijpjes er lucht in de betreffende orgelpijp komt als je een toets indrukt. Uiterst gevoelig en het het geeft ook windverlies. Op de laatste foto een kijkje in de speeltafel, waar je alle loden buisjes ziet lopen. Al met al een ingewikkeld systeem en tegenwoordig wordt pneumatiek in de orgelbouw niet meer gebruikt. Later is men overgestapt op elektrische schakelingen, maar voor de echte orgelbouwer is dat vloeken in de kerk. Tegenwoordig probeert men weer zoveel mechanische orgels te bouwen.
Eindelijk is het zover, de twee blinde ramen in ons kerkgebouw zijn klaar. Ik had niet gedacht dat het zo goed zou lukken. Mijn idee was in eerste instantie om beide raamvlakken gewoon dicht te maken en ze dan te stuken. Je zou dezelfde soort vlakken kunnen maken als links en rechts van het podium. De monumentenmeneer ging daar niet in mee en achteraf is dat maar goed ook. Het effect is echt overweldigend.
Uit de oude doos foto’s heb ik een mooie foto opgediept van het echtpaar Visser (met dank aan Nel Dijkstra). Zij werden in 1939 koster van de Oosterparkkerk, toen nog de Doopsgezinde Gemeente. Ze woonden in de kosterswoning, toen nog zonder de kamer die nu dienst doet als soos. Na wat gepuzzel kan het niet anders dan dat ze in de ‘kerkenraadskamer’ (consistorie) staan, in de hoek waar de deur naar keuken en kerk is. Boven hun hoofd zijn boekenplanken en daarboven kijk je door het glas-in-lood raam de kerk. Het onderste gedeelte van de huidige blinde ramen waren dus ‘open’ naar de kamer er naast. Door het bovenste gedeelte keek je dus tot 1970, toen de kosterswoning werd uitgebreid, gewoon naar buiten.
Enkele lezers van mijn vorige blog waren benieuwd naar de voortgang van de verbouwing in de Oosterparkkerk. Nu is er de laatste weken ook weinig gebeurd, veel is al klaar en de laatste afwerkingen zijn hier en daar vertraagd door corona. De komende weken zullen wat betreft fase 1, echt de puntjes op de i worden gezet. Binnenkort hoop ik een mooie foto te laten zien van de ‘blinde’ ramen. Heel lang zaten ze verborgen achter dikke gordijnen, maar straks zullen ze in alle glorie oplichten. Achter de ramen is het netjes afgetimmerd en zijn er al gedeeltelijk led-strips aangebracht. Wanneer die zijn ingeregeld, kunnen de ramen er weer voor, ook de onderste ramen die in oude glorie zijn hersteld.
Het boek van de Engelse theoloog Samuel Wells, “Wees niet bang” (uitgegeven 2011), was dan ook een verademing om te lezen. Hij wijst er op dat je als gelovig christen op een nuchtere manier moet omgaan met de dood. En pandemieën moeten mensen aan het denken zetten over de eindigheid van hun bestaan, ons leven is niet maakbaar. Des te troostvoller is daarom het geloof in een leven na dit leven. Je zou daarom wensen dat meer mensen de rust van leegstaande kerken opzoeken; een kaarsje branden, luisteren naar de stilte en misschien een goed gesprek hebben met een luisterend oor. Maar ook om handen te vouwen en toe te geven dat er een Schepper is van hemel en aarde, die zijn Zoon naar deze wereld zond. Gods Zoon die op zoek ging naar verschoppelingen, verdrukten, armen en mensen die lijden onder corona.
Een nieuwjaarsreceptie aanstaande vrijdag met de buren zit er dus niet in. Op de laatste dag van 2020 zouden we natuurlijk pagina’s vol kunnen schrijven over wat er allemaal niet kon en kan. Het werd een uitgeklede kerstmaaltijd in Lelystad bij kleine Teun, maar wel gezellig. De concerten van het Nederlands Philharmonisch Orkest werden gecanceld. Het IDFA was een kale bedoening, ondanks het feit dat ik een aantal dovumentaires op de computer heb zitten kijken. Ook kerkdiensten konden in het begin niet doorgaan en later in oktober was het vanwege de verbouwing beter om een paar keer alleen maar online te gaan. De werkkamer van onze predikant werd zo opeens een kapel, met enkel een ouderling, een techneut en de dominee. Het blijft behelpen; op zondagmorgen achter de computer, ondanks alle inzet van de vrijwilligers. We verlangen naar een volle kerk en we willen weer uit volle borst kunnen zingen en in een grote kring samen de maaltijd van de Heer vieren!
Bij het vele wat gewoon kon in 2020 hoort ook ‘het lezen’. Zelfs tijdens de huidige lockdown zijn er boeken af te halen bij de bibliotheek. En wanneer het echt nodig is kan dat ook bij mijn favoriete boekhandel aan de Middenweg. Toen we min of meer opgesloten zaten tijdens onze voorjaarsvakantie op Gran Canaria, had ik gelukkig genoeg boeken bij me in de koffer. Genoten heb ik later van de biografie over Prins Charles van Sally Bedell Smith, nog steeds in de aanbieding trouwens! Maar ook het boek van Rahma El Mouden over haar leven, boeide van begin tot eind. Zij heeft met haar firma MAS jarenlang onze school geboend en gepoetst. Inzicht gevend, hoe zij als Marokkaanse vrouw en moslima een plek weet te veroveren in Amsterdam. En pas nog las ik een heruitgave van Jan Brokkens ‘De blinde passagier’. Een prachtige roman over vluchtelingen, hoe actueel in deze tijd, en de teloorgang van de Nederlandse koopvaardij. En als we het toch over vluchtelingen hebben dan is ‘De bijenhouder van Aleppo’ een boek dat je uit je slaap kan houden.

De voorzitter van ‘Stichting Klinkend Erfgoed Nederland’ stuurde vorig weekend een mail en schreef: “Het werk van Maarschalkerweerd was vaak Duits georiënteerd, maar het orgel in de Oosterparkkerk was duidelijk meer in Franse stijl. De oorspronkelijke dispositie leek veel op een ‘orgue de salon’, zoals die in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog werden gebouwd in Parijs. Je zou het ook een zakformaatversie kunnen noemen van het orgel in het Concertgebouw. Kortom: uit oogpunt van cultuur- en muziekhistorie bezit u een interessant instrument.” Waarschijnlijk weet hij niet dat het orgel in 1958 behoorlijk is veranderd. Zouden we het in oorspronkelijk willen herstellen, zoals het gebouwd werd door Maarschalkerweerd in 1904, dan moet we denken aan 150 à 200.000 euro. Dat laatste hebben we niet, we hoeven ons daar dus ook niet druk over te maken. Verschillende registers zijn in 1958 vervangen, omdat men toen een andere smaak had waarschijnlijk. Ook de jaloezieën midden in het orgel zijn er uitgehaald, daarmee kon je bepaalde stemmen zachter of harder laten klinken. Maar nog steeds is het een mooi instrument, waard om gebruikt en goed onderhouden te worden.
Helaas bleek dat veel oude pijpen uit 1904 zijn aangetast door loodcorrosie; ‘loodpest’. De corrosie kan verschillende oorzaken hebben; de lucht in kerkgebouw, vocht, stoffen die in het leer van de blaasbalgen hebben gezeten… Vaak is er niet één enkele oorzaak aan te wijzen. Aan de buitenkant van de pijpvoeten was het ook goed te zien. Allemaal bobbeltjes en daardoor zijn ze verzwakt. Sommige voeten waren in de loop van de jaren al vernieuwd, maar 300 van de in totaal 818 pijpen zijn dus ‘ziek’. De orgelmaker heeft een looddeskundige geconsulteerd en die adviseerde om te gaan