Polititiek anno 2022
Het laatste nummer van het ChristenUnie Magazine is nogal Amsterdams gekleurd. De omslag is deze maand bezaaid met meer dan 200 kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen, die halverwege maart worden gehouden. Her en der herken ik Amsterdamse kandidaten. Het eerste grote artikel ‘De Reünie’ gaat over de kandidaten Hélène, Maaike en Bas. Zij zaten in 1985 als beginnende tieners in klas 4 op de dr. M.B. van ’t Veerschool in Amsterdam-Slotermeer. Het was nog net in de tijd van de lagere school denk ik, want in hetzelfde jaar werd de bassischool ingevoerd, maar dat was na de zomervakantie. In hetzelfde CU Magazine komt trouwens ook nog de Amsterdamse kandidaat Hadassa aan het woord.
Hélène en Maaike kwamen met de schoolbus vanuit Zaanstad en Bas kwam uit Zandvoort. De v.’t. Veerschool (nu GBS Veerkracht) was toen een gereformeerde streekschool, er kwamen bussen uit de Haarlemmermeer, de Zaanstreek, de IJmond en Haarlem. De organisatie van al dat busvervoer was een heel gedoe en in de verschillende gemeenten rond Amsterdam een gevoelig punt. De vader van Hélène speelde daarin een cruciale rol, hij voerde rechtszaken tot aan de Hoge Raad over recht op vergoeding; politiek bewustzijn werd haar in ieder geval met de paplepel ingegoten. Ook bij Bas en Maaike hoorde politiek gewoon bij het leven en hun opvoeding. Zelf was ik op de middelbare school al geïnteresseerd geraakt in politiek. In Hoogeveen was een GPJC, de jeugdafdeling van het GPV, waar driftig werd gediscussieerd en verschillende politieke onderwerpen werden bestudeerd vanuit de beginselen van ‘gereformeerde’ staatkunde. We zochten bijvoorbeeld contact met een jongerenorganisatie van de Zuid-Molukkers om meer te weten te komen over hun gedachtengoed. Dat was in de tijd van de treinkapingen bij Wijster en later bij De Punt en de schoolgijzeling in Bovensmilde.
Toen ik begon als jong onderwijzer in Amsterdam, werd ik lid van de GPJC in Zaanstad, diepzinnige politieke gesprekken met Piet Mars en Arie Blok waren vormend. Eenmaal in Amsterdam (juni 1980) werd het toch de volwassen tak, het GPV. En hoe het liep, liep het, in het voorjaar van1982 moest er een lijsttrekker worden aangewezen, gekozen, voor de gemeenteraadsverkiezingen. Bij gebrek aan beter stond opeens meester Wimmenhove op nummer 1. Dat werd stencilen, tot in de late uurtjes. En bij broeder van Driel meehelpen om op de oranje GPV-posters de naam van de lijsttrekker te zeefdrukken. Zo verscheen er in de Hofmeyrstraat een oranje plakkaat hangend aan de verhuishaak. Veertig jaar geleden werd het GPV niet echt serieus genomen. Zo nu en dan mocht ik een middag vrij van school, om mee te doen aan een politieke discussie. Ik kan me nog herinneren dat een oude meneer in een nogal ‘rood’ bejaardentehuis in Amsterdam-Noord vond dat ik uit het panel moest, een uitgesproken christen werd niet gewaardeerd. Op de politieke markt op het Beursplein hadden we een kraampje. Na afloop kwamen we in gesprek met de broeders van het CDA, zij deden voor het eerst in deze vorm aan de gemeenteraadsverkiezingen mee. Wethouder Heerma bood het GPV een plaats aan op de lijst bij de volgende verkiezingen. In 1982 haalde het CDA nog 7 zetels en Enneüs Heerma werd opnieuw wethouder en ook locoburgemeester. Van een samenwerking is het nooit gekomen. Nu hebben ze net als de CU een zetel. Voor mijzelf was het een leerzame periode, waarin ik trouwens ook leerde om vieze luiers te verschonen.

Inmiddels is het GPV verleden tijd en opgegaan samen met de RPF in de ChristenUnie. Sinds vier jaar zit deze partij in de gemeenteraad, mede dankzij vele stemmers met een niet-Nederlandse achtergrond. Don Ceder heeft de eerste drie jaren uitstekend werk gedaan en nu hij in de Tweede Kamer zit heeft Tjitske Kuiper zijn werk overgenomen. Wanneer het 16 maart lukt om weer genoeg stemmen te verzamelen zal Gerjan van den Heuvel haar werk voortzetten. Er wordt flink campagne gevoerd en Amsterdamse lezers roep ik hierbij op om in ieder geval de Amsterdamse Stemwijzer in te vullen en dan te bedenken welke partij er echt opkomt voor de zwakkeren in onze hoofdstad. Het samenstellen van de lijst was trouwens een hele klus. Mannen, vrouwen, diversiteit en kerkelijke achtergronden; puzzelen! En ook uiteindelijk alle stukken inleveren bij bureau Verkiezingen was nogal een gedoe. In de regels stond dat van een identiteitskaart zowel de voor en achterkant moesten worden gekopieerd en ingeleverd. Bij een ID kaart staat het BSN-nummer achterop de kaart, dus logisch om die ook te kopiëren. Maar bij een paspoort staat het BSN-nummer ook voorop, vandaar dat nogal wat kandidaten alleen de voorkant hadden opgestuurd. Helaas waren de ambtenaren niet te overtuigen dat een kopie van de achterkant niets toevoegt. Gelukkig waren de meeste kandidaten bereid om snel ook een kopie-achterkant op te sturen. Ik vond het wel een goed voorbeeld van doorgeslagen ambtenarij. En dat laatste is iets waar ook de ChristenUnie een punt van maakt!
SCHOOLMEESTER IN DE POLITIEK (tekst van het katern in het CU Magazine)
Opgegroeid met knapen en jeugdvereniging werd ik min of meer automatisch lid van de jongerenafdeling van het GPV, de GPJC. Toen ik in 1978 ging werken aan de gereformeerde lagere school in Amsterdam-West kon ik het dan ook niet laten om de klassen die ik les gaf ook politiek bewustzijn bij te brengen. Elke keer wanneer er verkiezingen in het land waren, besteedden we daar uitgebreid aandacht aan. Een beetje staatsinrichting en elke keer de leerlingen bewust maken van hun rechten. “Laat je stem horen!”, ik heb het vele klassen ingeprent. Het is mooi om te zien dat verschillende leerlingen echt actief zijn geworden in de politiek. Mijn idee is dat veel leerlingen het ook thuis met de paplepel kregen ingegoten en de school was daarin zeker een
verlengstuk. Politieke bewustwording was gewoon een onderdeel van mijn lespakket.

De IDFA vlaggen zijn weer binnengehaald en de masten weer keurig opgeborgen. Maar in mijn hoofd zinderen verschillende documentaires nog steeds na. Van verschillende kanten werd mij gevraagd wat de meest bijzondere of meest indrukwekkende van de veertien documentaire was, die ik had gezien. Eigenlijk is daar geen antwoord op te geven, ze waren boeiend! De laatste documentaire die ik op de IDFA zag was:
Het boek ‘De gestolen tijd’ was eigenlijk de aanleiding voor deze blog. Zoals meer lezers, lees ik vaak een boek of vijf tegelijkertijd. Soms heb ik een boek op mijn nachtkastje liggen en lees dan een hoofdstuk voor het slapen. Zonder een paar bladzijden te lezen, kom ik trouwens maar slecht in slaap. Dit bijzondere boek lag dus weken achtereen naast mijn bed. Mijn geliefde zus was trouwens de aangeefster van dit boek, ze zette er wel haar naam in; het moet nu dus terug.
Anders Leven zou wel het thema van de IDFA kunnen zijn. Ruim 200 films geven een inkijk in onze samenleving. Hoe gaan we om met ouderen, de gevolgen van onderdrukking en verkrachting van de rechtstaat in Rusland, hoe gaan we om met de natuur, wat doet een goede leraar? De lijst zou ik nog veel langer kunnen maken, maar kijk gerust eens op de site van de IDFA. Deze weken zijn er gelukkig ook verschillende documentaires op tv te zien. En veel van wat ik zie deze dagen, kom je ook tegen aan gedachten in het boek van Manu Keirse.
“Amsterdam, die grote stad, is gebouwd op palen
heimachine langzaam door onze kerkzaal. De aannemer had een stuk muur verwijderd in het kleine halletje en na wat manoeuvreren ging de eerste paal de grond in. Eigenlijk waren het gewoon grote ijzeren buizen, waarvan de eerste aan de onderkant dicht is. Emmertje met grind er in en het heiblok doet de rest. Wanneer de eerste buis van drie meter er bijna inzit, wordt de volgende erop gelast. Zo nu en dan gaat er nog een extra emmer grind in en wanneer de paal ongeveer 13½ meter in de grond is verdwenen, zit hij op een stevige zandlaag. Zo ging dat tot viermaal toe en moesten de palen alleen nog gevuld met beton. Een eenvoudig proces, maar boeiend om te zien. Die heimachine was al met al niet breder dan een meter. Waar er ook geheid moet worden in Amsterdam, vrijwel altijd vindt men wel een oplossing.
Inmiddels heeft de aannemer de bekisting ook geïnstalleerd, in feite gewoon kisten van piepschuim. Ook het betonijzer zit er al in, dus nu is de betonfirma weer aan de beurt. We hopen dat het proces een beetje voorspoedig verloopt. De laatste tijd is er nogal een tekort aan allerlei materialen en de aannemer is ook nog met en andere klus bezig. Het gaat dus echt stap voor stap. Ook moeten we aan de gang met een ontwerp voor de keuken, want de aannemer moet natuurlijk weten waar allerlei aansluitingen moeten komen. Wanneer alles meezit kunnen we over drie á vier maanden de nieuwe ruimte in gebruik nemen en op zondag weer gewone porseleinen koffiekopjes gebruiken. Op
Het is een simpel bordje geworden met Harms naam, zijn geboorte en-sterfdatum, met daaronder drie karakteriseringen; zoon, vriend en topgozer. Afgelopen vrijdagavond, de zon was al onder, hebben we het gezamenlijk vastgeschroefd op de boom aan de Nassaukade. Bij deze boom, al weer vijf jaar geleden, stak Harm over, werd aangereden en aan de gevolgen daarvan, overleden. Vorige maand heeft Ray het daarop gespoten hart en Harms naam nog een keer bijgewerkt. Een plataan zorgt er echter zelf voor dat schilderingen na verloop van tijd weer verdwijnen. Op initiatief van Arnout hebben Harms vrienden daarom een kleine plaquette laten maken en dat is toch mooier dan graffiti. De plataan zal er niet onder lijden en voorbijgangers zullen het hopelijk niet in hun hoofd halen om het los te schroeven. We hebben trouwens een trapje gebruikt, dus het zit hoger dan op ooghoogte.

Eenmaal thuis was ik toch niet tevreden en daar ik de volgende dag toch de binnenstad in moest, ben ik bij firma Weijntjes (aan de Singel) binnengelopen. Weijntjes is een eldorado voor wie van mooi hang en sluitwerk houdt. Ik legde mijn ‘halve deurkrukstift met hamertje’ op de toonbank, waarna er een reusachtige la openging met tig soorten krukstiften. De versie die ik aangeraden kreeg was er een met een inwendige inbusschroef, om het hamertje te kunnen uitdraaien. Alleen thuis moest ik dan nog een gaatje boren, maar dat moest bij de versie Liefhebber ook. Dat laatste was nogal een gedoe, maar daar kunnen de firma Weijntjes en Liefhebber niets aan doen. Inmiddels is de kruk perfect gemonteerd en functioneert weer naar behoren. Waar vakmensen en specialistische winkels al niet goed voor zijn. Trouwens de boeken met de belevenissen van dwerg Virgilius, zijn tijdloos en nog steeds verkrijgbaar!

Voor de orgelleken onder ons, de registerknoppen worden niet uitgetrokken, maar naar beneden gedrukt. Dat laatste zorgt er voor dat via verdeelkastjes en loden pijpjes er lucht in de betreffende orgelpijp komt als je een toets indrukt. Uiterst gevoelig en het het geeft ook windverlies. Op de laatste foto een kijkje in de speeltafel, waar je alle loden buisjes ziet lopen. Al met al een ingewikkeld systeem en tegenwoordig wordt pneumatiek in de orgelbouw niet meer gebruikt. Later is men overgestapt op elektrische schakelingen, maar voor de echte orgelbouwer is dat vloeken in de kerk. Tegenwoordig probeert men weer zoveel mechanische orgels te bouwen.
Eindelijk is het zover, de twee blinde ramen in ons kerkgebouw zijn klaar. Ik had niet gedacht dat het zo goed zou lukken. Mijn idee was in eerste instantie om beide raamvlakken gewoon dicht te maken en ze dan te stuken. Je zou dezelfde soort vlakken kunnen maken als links en rechts van het podium. De monumentenmeneer ging daar niet in mee en achteraf is dat maar goed ook. Het effect is echt overweldigend.
Uit de oude doos foto’s heb ik een mooie foto opgediept van het echtpaar Visser (met dank aan Nel Dijkstra). Zij werden in 1939 koster van de Oosterparkkerk, toen nog de Doopsgezinde Gemeente. Ze woonden in de kosterswoning, toen nog zonder de kamer die nu dienst doet als soos. Na wat gepuzzel kan het niet anders dan dat ze in de ‘kerkenraadskamer’ (consistorie) staan, in de hoek waar de deur naar keuken en kerk is. Boven hun hoofd zijn boekenplanken en daarboven kijk je door het glas-in-lood raam de kerk. Het onderste gedeelte van de huidige blinde ramen waren dus ‘open’ naar de kamer er naast. Door het bovenste gedeelte keek je dus tot 1970, toen de kosterswoning werd uitgebreid, gewoon naar buiten.
Enkele lezers van mijn vorige blog waren benieuwd naar de voortgang van de verbouwing in de Oosterparkkerk. Nu is er de laatste weken ook weinig gebeurd, veel is al klaar en de laatste afwerkingen zijn hier en daar vertraagd door corona. De komende weken zullen wat betreft fase 1, echt de puntjes op de i worden gezet. Binnenkort hoop ik een mooie foto te laten zien van de ‘blinde’ ramen. Heel lang zaten ze verborgen achter dikke gordijnen, maar straks zullen ze in alle glorie oplichten. Achter de ramen is het netjes afgetimmerd en zijn er al gedeeltelijk led-strips aangebracht. Wanneer die zijn ingeregeld, kunnen de ramen er weer voor, ook de onderste ramen die in oude glorie zijn hersteld.