“Uitspraak over veertien dagen…” | In memoriam Harm 1982 – 2016 (81)

Een aanloop met hobbels; gisteravond belde de Officier van Justitie met ons, om nog een en ander door te spreken. Waar we op konden rekenen als ze haar strafeis zou gaan formuleren… Even kwam de aanvangstijd ter sprake en merkten we, dat wat ik had, niet overeenkwam met haar aanvangstijd. Negen uur of half elf is wel een verschil. We konden dus even een beetje langer uitslapen. Vervolgens werd het parkeren een gedoe, in Zuid wordt op zoveel plekken hard gewerkt en is er zoveel opgebroken, dat de parkeergarage van de Rechtbank niet te vinden was. Gelukkig had de Stadionkade nog een plaatsje voor ons, maar met de fiets was toch beter geweest. Uiteindelijk werd het iets na elven dat we de rechtszaal binnen konden, de eerste rechtszaak in zaal 5 op de derde verdieping was ook nog eens uitgelopen.
“Vandaag is het 31 oktober; Hervormingsdag op de protestantse kalender. 502 jaar geleden spijkerde priester en hoogleraar in de moraaltheologie Maarten Luther zijn 95 stellingen op de slotkapel van Wittenberg (midden Duitsland). Dit was de aanzet tot wat we de ‘Hervorming’ noemen en er scheuringen en breuken ontstonden in de christelijke kerk, in die tijd strak geregeerd vanuit Rome. In april 1521 moest hij zich tegenover de Duitse keizer verantwoorden en riep hij uit: (waarschijnlijk geparafraseerd) “Hier sta ik, ik kan niet anders”. Toen ik hoorde dat deze zitting op 31 oktober gehouden zou worden, was het eerste wat ik dacht; Hervormingsdag en daarna dacht ik ook aan die woorden van Luther.
Eindelijk is het zover, ruim drie jaar nadat onze zoon en broer en vriend (ik spreek ook voor mijn vrouw en beide dochters en Iris de vriendin van Harm) Harm verongelukte, is er een zitting van de rechtbank waarin de veroorzaker van het ongeluk, een agent in functie, terecht staat. Natuurlijk willen we als nabestaanden, als vader en moeder het woord voeren. Hier zijn we, we kunnen niet anders. We willen dat er recht gesproken wordt en dat de politieorganisatie weet dat wat er gebeurd is op 14 september 2016, nooit weer mag gebeuren. We hebben een artikel 12 procedure aangespannen omdat we ons geschoffeerd voelden door de ‘niet-empathische’ Officier van Justitie die in eerste instantie moest oordelen of hij agent A. wel of niet zou vervolgen. Tot onze grote verbazing ging hij de zaak seponeren. Dat was zo bizar, want er lag na maanden hard werken door de Rijksrecherche toch een duidelijk proces verbaal op tafel.”
Nadat Coos haar verhaal had gedaan over het verdriet en gemis om Harm, kon ik uitleggen waarom we uiteindelijk wilden dat er een rechtbank naar de aanrijding keek. In de rest van de verklaring heb ik gewezen op de forse overschrijding van de snelheid van agent-hondengeleider A. Om vanuit een flauwe bocht zo hard weer op te trekken naar bijna 85 km/u is haast niet te geloven. Daarnaast heb ik ook het belang voor de rest van de politie-organisatie van deze zaak benadrukt. Je hoopt toch echt dat hier van geleerd wordt en dat agenten die een oproep krijgen zich wel twee keer bedenken voordat ze zo hard gaan rijden. Alle pers-reuring er om heen zorgde er voor dat AT5 een mooie rapportage maakte over de hele ontstaansgeschiedenis van deze rechtszaak. Met beelden uit 2016 (gemaakt vlak na het ongeluk) en met duidelijke lijnen op de kaart van Amsterdam is heel goed te zien dat agent A. vanuit een flauwe bocht op de kruising met de Potgieterstraat af reed. Het was maar 60 meter tot de oversteek (met markeringsstrepen). Op zo’n stukje zijn 50, 60 of, of 85 km/u grote verschillen en dat maakt dus ook veel uit voor de ingeschatte tijd voor de overstekende fietser. Onze advocaat heeft uiteindelijk dat beeld naar voren gebracht op een paar grote foto’s; de politiebus kwam uit een flauwe bocht en dat is cruciaal! In plaats van dat hij nog extra gas gaf, had hij af moeten remmen. Vervolgens blijft het een gek gegeven dat bij 85 km/u geen zwaailichten en sirene zijn gebruikt. De Amsterdamse zender had vandaag verschillende verslagen, het vraaggesprek van gisteren, een verslag van de zitting en een korte terugblik na de zitting. Onder het tweede verslag heeft de verslaggeefster haar twitter-verslagen vermeld. Ook op de site van RTL-nieuws stond een keurig verslag. Daarbij ook het bizarre overzichtje ter overdenking:
Ongelukken met hulpdiensten
2014: 76 ongelukken met brandweer-, ambulance- en politievoertuigen, waarvan één dodelijk ongeluk
2015: 31 ongelukken
2016: 68 ongelukken, waarvan één dodelijk ongeluk
2017: 80 ongelukken

We hopen echt dat we dit verhaal over twee weken kunnen afsluiten. De voorzitter van de rechtbank sloot vanmorgen na het laatste woord voor de verdachte af met een mededeling over de uitspraak. In een openbare vergadering op 14 november om een uur of één zal de uitspraak van de rechtbank worden voorgelezen. We zullen zien wat het wordt, maar wat het ook wordt; te hopen is dat de politie er van leert en dat Harm in 2016 het laatste dodelijke slachtoffer is geweest van een hulpdienst. Wij gaan verder, met hulp van onze hemelse Vader of zoals anderen zeggen, onze Lieve Heer. Vandaag hebben we gemerkt dat heel veel vrienden, familie en broers en zussen van de OPK in gedachten bij ons waren en voor ons gebeden hebben . En terwijl Coos en ik onze slachtofferverklaring voorlazen, werden op de publieke tribune handen gevouwen. Het was dan ook niet vreemd om in de korte pauze ook agent A. een stevige hand te geven en ook later even een arm om hem heen te slaan. Hij is net zo goed slachtoffer, ook al vinden we dat hij schuldig is aan de dood van Harm. Het kyrie eleison geldt ook hem, zijn familie, de rechters en alle andere betrokkenen. Bijzonder was om twee onderzoekers van de VOA (de verkeersongevallenanalyse) de hand te schudden. Ook zij hebben waarschijnlijk nog de beelden van 14 september op hun netvlies staan en kunnen vanuit hun expertise nog beter doorgronden waarom het zo gruwelijk mis ging. En het is gek, naast alle verdriet is er dus ook dankbaarheid.
Kyrie eleison


Op weg naar Apeldoorn vroeg ik mijzelf af waarom ik mij ook alweer had opgegeven voor dit congres. En terwijl de prachtige herfstkleuren van de Veluwe aan mij voorbij gleden, wist ik het weer. Vrouwlief is er even tussenuit met een vriendin en voor mij dus alle vrijheid om een op het eerste gezicht, interessant congres te bezoeken. Preken voor eigen parochie, is dat wat het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad doen? Volgens mij is het antwoord toch al snel; ja, zonder twijfel. Natuurlijk proberen beide kranten ons duidelijk te maken dat ze over de muren van hun eigen doelgroep heen ‘de bazuin’ laten klinken, maar uit alles bleek tijdens het congres dat dat niet gebeurd. Niets hoorde ik over een positieve invloed van goede christelijke journalistiek in de politiek bijvoorbeeld. Tja, Rutte feliciteerde het ND met zijn zogenaamde 75e verjaardag en jazeker, soms mag de hoofdredacteur van het ND wel eens aanschuiven bij het mediapanel van Radio 1. Toch blijft het allemaal behoorlijk marginaal wat deze twee kranten produceren. Dat doet trouwens niets af aan mijn grote liefde voor het ND. Met plezier spel ik vaak ’s ochtends het ene artikel na het andere en graag wens ik de krant veel meer lezers toe. Alleen al omdat het zinnig is om niet alleen het nieuws via nu.nl of een nos-app te volgen. Een krant duidt het nieuws en geeft daar ook commentaar op, dat is waardevol. Karel Smouter (o.a. van de Correspondent) wees er mijns inziens terecht op dat journalisten van de christelijke pers veel vaker en meer in de publieke ruimte zouden kunnen treden, “ze mogen best wat mondiger worden”. En zijn suggestie waarom je het beste uit christelijke media niet zou aanbieden aan andere media, verdient bijval. En zijn derde suggestie om samen een onderzoeksredactie op te richten, ook met het Fries Dagblad erbij, onderschrijf ik van harte. Niet alleen omdat ik dat zelf ook al wel eens geopperd heb, maar het is nodig! Waar blijven de doorwrochte achtergrondartikelen over stikstofuitstoot in relatie tot onze landbouw? Waar blijven gedegen achtergrondartikelen over ‘kerkelijke eenwording’ en alles wat daarbij komt kijken? En met welke onderzoeksjournalistiek zijn ook jonge christenen weer te verleiden tot het lezen van een kwaliteitskrant?
Op ND-foto staat op de achtergrond een schilderij, in de aula van het Reformatorisch Dagblad. Aan de andere kant van de aula stonden nog twee soortgelijke panelen, meer abstracte schilderijen. Het schilderij van de foto heb ik in de middagpauze wat beter bekeken. Het lijkt een groot vergrootglas, waardoor een klein deel van de wereld wordt bekeken. Het motto van de Erdee-groep staat op het handvat: Bewogen Betrokken en Vernieuwend. En onder het vergrootglas zien we allerlei ‘reformatorische’ zaken; de SGP, een kerk, een open bijbel en twee opgeheven handen met een naar het lijkt een foetus en twee zwarte stenen die buiten het vergrootglas lijken af te brokkelen. Is dat laatste symbolisch? En is het ook symbolisch dat sociale media, net op de grens van het vergrootglas ligt? De rand van het vergrootglas was bedekt met krantenpapier, is hier het RD (de krant) die bepaalt wat er binnen en buiten is? Duidelijk is wel dat er ook veel buiten het vergrootglas valt; de snelle auto, de voetballer (Frankie de Jong?), RTL4, de Voice of Holland en ook gamen. En waarom vallen al die mensen buiten het vergrootglas? Hoe langer ik er over nadenk, er wordt hier een bizar verhaal verteld. De regenboog ligt onder de loep, maar die boog in de wolken was toch bedoeld voor alle mensen?
Het had veel geregend, maar gelukkig was het droog en misschien wel warmer dan het overdag was geweest. Ik fietste terug van ‘Pakhuis de Zwijger’; Piet Heinkade, Czaar Peterstraat, Pontanusstraat en via de Oostpoort de Middenweg op. Windstil en de batterij verbruikte nauwelijks stroom. De hele weg voelde ik de ‘hug’ van Tim Overdiek en de vreemde sensatie dat hij me aansprak met Harm, want dat was me nog nooit overkomen. Een volle avond was het, eerst naar de Oosterkerk waar een jong echtpaar van onze Oosterparkgemeente stralend aanhoorde wat dominee Marinus over het huwelijk had te zeggen. Net voor de zegen sloop ik de kerk uit en fietste door naar de boekpresentatie van ‘Als de man verliest’. Een volle zaal, een vol programma en heel veel mannen.

“Tja……
Ooit waren we als gereformeerde school aangesloten bij het ‘Evangelisch Contact Amsterdam’. Baptistenbroeder Gabriel, inmiddels rooms-katholiek geworden, was van die club de stuwende kracht en we vergaderden steeds op een andere plek. Bij de Pinkstergemeente of bij de Christ Church op de Groenburgwal, in de Tituskapel en ook een keer op Veerkracht. We leerden elkaar steeds beter kennen als volgelingen van Jezus Christus, hoe verschillend we ook waren en zijn en dat ook niet onder stoelen en banken staken. Op zeker moment heb ik voorgesteld om op alle aangesloten kerken een bord te laten bevestigen, in de trant van: “hier komen volgelingen van Jezus Christus bij elkaar….”. Bij mijn weten hebben Jezus eerste volgelingen Petrus, Johannes en hun vrienden en ook Paulus geen kerken gesticht. De volgelingen van Jezus kwamen regelmatig bij elkaar en vormden gemeenschappen. Gemeenschappen waar vanaf dag één ook gedoe was, maar die wel bekend stonden voor hun trouw aan de Opgestane en hun liefde voor hun naasten. En mij bekruipt regelmatig het gevoel dat onze Heiland geen instituten (kerken) bedoeld heeft met klinkende namen en eigentijdse organisaties, maar kerken die willen leven naar