Vakwerk

Wat is het mooi als mensen met liefde praten over hun vak. Gisteravond merkte ik dat bij de excursie van het Nederlands Dagblad bij drukkerij Rodi. Drukkerij Rodi zit hier vijf minuten vandaan op het industrieterrein Verrijn Stuart. Ondanks het wat onzalige tijdstip van tien uur in de avond, was het een belevenis. Om te zien hoe de krant digitaal binnenkomt, vervolgens op platen wordt gezet en daarna met een snelheid van 45 km/u door de persen raast. Er waren ook een aantal ND-medewerkers bij de rondleiding aanwezig en mooi om te zien hoe ze stonden te glimmen bij een artikel of een gedeelte van een pagina dat er mooi uitspringt. De ‘opmaker’ kon zijn plezier niet op toen hij de achterpagina met de Kids Quiz uit de pers zag rollen en maakte mij nog even attent op een paar bijzonderheden die hij bedacht had. ‘De krant’ levert dus vakwerk en in dat onopvallende gebouw op het industrietrein wordt ook vakwerk geleverd. Mooi om dat eens te zien en mee te maken.

De wekker ging al weer op tijd want er zou een nieuwe gasmeter geplaatst worden. Eigenlijk geen tijd om de krant die ik gisteravond gedrukt zag worden, te lezen. De meterkast moest leeg en buiten werden flinke gaten gegraven. Een nieuwe leiding moest worden gelegd vanuit de straat naar de meterkast en opnieuw zie je vakwerk. De gasfitters waren bijna klaar toen Malte aanbelde. Eindelijk had ik iemand gevonden die het dak van mijn tuinschuurtje kon maken, een echte loodgieter, die weet hoe je met zink om moet gaan! Prachtig is het geworden! Zo mooi dat je eigenlijk een trapje naar boven zou moeten maken, zodat je met mooi weer lekker op het zinken dak kunt genieten van de zon… Malte, afkomstig uit Berlijn, maar al jaren werkzaam in Nederland, is van huis uit een vak-timmerman. Maar omdat er tijdlang geen vraag meer was naar ‘echte’ timmerlui, liep hij met een oudere loodgieter mee en wil nu niet anders meer. “Er is meer dan genoeg werk”, vertelde hij. Opnieuw; mooi vakwerk en vandaar dat het een mooi plekje in mijn blog krijgt. Wanneer het weer droog blijft ga ik binnenkort met een deur aan de gang.

Asielzoeker des Vaderlands

Het stond genoteerd in ‘nog eens te lezen’, het boek van Rodaan Al Galidi. Hij kwam ooit bij ‘De Wereld Draait Door’ langs en ook Adriaan van Dis nodigde hem uit in zijn boekenprogramma. Zijn boek baarde veel opzien en de VPRO liet hem uitgebreid aan het woord in ‘Nooit meer slapen’ (terug te luisteren via YouTube). Vervolgens komen er dan achter weer zoveel andere boeken voorbij… Totdat onze Armeense vriendin zei: “Ik ga oefenen om gek te worden!” Ze bedoelde waarschijnlijk het omgekeerde, want inmiddels werden ze gek van alle bureaucratie en onwetendheid, nadat ze hun verblijfsvergunning hadden gekregen. Er was op een gegeven zelfs een ambtenaar die ze voorhield dat ze in  gebreke waren gebleven, omdat ze de afgelopen periode geen belasting hadden betaald; een ernstig verzuim. Nu hadden ze het laatste halfjaar ook geen enkel inkomen gehad vanuit de overheid. Ze woonden ‘nergens’ en in ieder geval niet in een AZC en ze meldden zich ook niet. Geen verzekering, alleen maar een ‘weekgeld’ van goedwillende vrienden. Geen belasting betaald!
Het deed me herinneren aan het verhaal van Rodaan Al Galidi. Binnen een paar weken stond mijn reservering bij de bibliotheek gereed. Eenmaal begonnen kon ik er niet meer afblijven, wat een bizar en boeiend verslag. Rodaan Al Galidi weet de wereld van de asielzoeker zo treffend neer te zetten, dat je intens meevoelt en tegelijkertijd je ook steeds meer gaat schamen. De schrijver, afgestudeerd bouwkundig ingenieur in Irak, weet zijn observaties en gedachten heel raak te verwoorden. Ik citeer enkele uitspraken uit  het VPRO interview, dan krijg je gelijk een beeld van het boek met de bijzondere titel: “Hoe ik talent voor het leven kreeg’. Op de voorkant van het boek staat een bladzijde uit zijn eerste Nederlandse lessen.
Over hoe IND-ambtenaren omgaan met de verhalen die ze horen van asielzoekers: “Een nette leugen is beter dan een rommelige waarheid.” En toen het ingewikkeld werd met een ondervragende ambtenaar zei deze: “Je bent hier om antwoorden te geven, niet om vragen te stellen.” “Het is anders dan wanneer je oorlog ziet in een Hollywood-film, of dat je de oorlog ìn de oorlog ziet.” Over Nederland: “Alles is geregeld……..” “De oorlog heeft mij gered…, omdat dat niet te vergelijken is. Ze maakte mij sterk.” Rodaan besefte dat er niets ergers was dan oorlog, daar verdwenen andere zaken dan toch bij in het niet. “Europa (vooral Nederland) controleert al haar koffieshops, maar niet haar grenzen.”
In november 2015 was Rodaan te gast bij Podium Witteman. De Componist des Vaderlands, Willem Jeths, had op fragmenten uit gedichten van Rodaan, een koorwerk geschreven. Bij Paul Witteman aan tafel, noemde Rodaan zichzelf toen voor de grap ‘Asielzoeker des Vaderlands’. Een mooi maar ook terechte kwikslag, want zijn werk geeft een bijzondere kijk op het asielvraagstuk en hoe we daar als Nederlanders mee omgaan. En let wel, Rodaan spaart daarbij ook de asielzoeker niet. Ik werd getroffen door het verhaal over dominee Van Munster en zijn drie dames. Deze waarschijnlijk goedbedoelende predikant zorgt er voor dat Rodaan niets van de kerk moet weten, schijnheiligheid is snel doorgeprikt door iemand die niets bezit. Toch blijft Rodaan Jezus wel blijft herkennen als een bijzonder iemand. Dat zet ook aan het denken, hoe we als kerkmensen omgaan met het asielprobleem en mensen die in ons land een menswaardig bestaan denken te vinden. Een boek dat je niet alleen maar moet aanbevelen, maar dat je gewoon moet lezen!

Al lezend moest ik ook regelmatig denken aan het boek dat ik in-las voor de CBB. ‘De wereld achter het hek’ is een boeiend verhaal over bewoners in een vluchtelingenkamp in Australie. Suhbi, de ik-figuur, is geboren in dat asielzoekers-kamp. Samen met zijn moeder en zusje zijn ze gevlucht om dat ze als Rohingya in hun eigen land, Myanmar, gepest, getreiterd en vervolgd worden. Van binnenuit vertelt Subhi over wat hij meemaakt. Dit boek van de Australische schrijfster Zana Fraillon is wel vergeleken met ‘De jongen in de gestreepte pyjama’. Maar naar mijn idee is dat geen goede vergelijking. Dat laatste boek heeft als manco dat de fantasie daar heel erg is doorgeslagen. ‘De wereld achter het hek’ is een roman, waar humor in zit, maar ook de wrede werkelijkheid waar asielzoekers mee te maken krijgen laat zien. Zana Fraillon was geschokt toen ze de verhalen over de vluchtelingen hoorde, die jarenlang zaten opgesloten. Gewoon in haar eigen beschaafde land. Het inspireerde haar tot het schrijven van dit boek.
Het gekke is dat de Engelse titel niet letterlijk is vertaald.  ‘The bone sparrow’ is toch een prachtige titel, waarom is zo’n titel niet goed om te zetten in het het Nederlands? En ik kan er niets aan doen, het blauwe omslagontwerp is toch ook veel spannender?
Tot slot, ‘De wereld achter het hek’ wordt aangeprezen als jeugdroman, terecht! Laat jongeren dit maar lezen, maar het is ook een boek, voor als je je geen jongere meer voelt. En wordt lezen moeilijker, omdat je ogen je in de steek laten, dan kun je het aanvragen via de site van PASSEND LEZEN!

Korea

Tussen coach en hoofdcommissaris had ik vorige week genoeg tijd om ‘Huis Marseille’ te bezoeken. Het statige pand aan de Keizersgracht is op zich al de moeite waard om in rond te dwalen. De prachtige gangen en trappen, de rustieke tuin met het prachtige tuinhuis, een belevenis op zich. Op dit moment zijn er in het ‘Museum voor Fotografie’ twee prachtige tentoonstellingen (nog tot en met 4 maart!). Wel bijzonder dat ‘Huis Marseille’ aan dezelfde gracht staat als het andere Amsterdamse fotomuseum “Foam”. ‘Huis Marseille’ is rustiger en vaak eenduidiger ingericht. Het eerste gedeelte in ‘Huis Marseille’ geeft een prachtig overzicht van foto’s van Ad van Denderen. ‘Steen als metafoor voor een complexe situatie’, is de ondertitel van deze bijzondere expositie; foto’s uit het Heilige Land. Van Denderen is er verschillende malen geweest, soms maanden achter elkaar.  Al kijkend en verbazend hoorde ik naast mij  een bezoeker met een wilde bos haar van alles over de verschillende foto’s uitleggen en daarbij gaf hij zoveel informatie over de verschillende plaatsen, dat ik een paar keer verbaasd in zijn richting keek. Bleek in de volgende zaal gewoon dat het de fotograaf zelf was. Mooi zo’n extraatje! En, beste fotograaf, bedankt! Vooral de series over de eerste aanzet van een muur en Rawabi zijn indrukwekkend. Rawabi is een Palestijnse stad, gebouwd door een Amerikaans-Palestijnse multimiljonair. De vraag is alleen of er ooit mensen gaan wonen en het een volwaardige stad wordt

Portrait Leaders – Somun Street – Pyongyang

Het tweede gedeelte van ‘Huis Marseille’ hangt vol bijzondere foto’s van Eddo Hartman. Hij is verschillende malen naar Noord-Korea geweest en probeert met zijn foto’s te peilen wat de ziel van dit land is, als er al een ziel is… Nu zowel Noord als Zuid-Korea deze weken zo in het nieuws staan vanwege de winterspelen is dit beeld inzichtgevend. Op de Spelen lopen enkele Noord-Koreaanse wintersporters rond, met in hun kielzog een peleton ‘juichmeisjes’. Ik zag een reportage voorbijkomen over deze uitverkorenen; bizar. Deze groep van ruim tweehonderd waanzinnig getrainde meisjes, is volledig afgeschermd door bewakers. Geen presentje mogen ze aannemen van een vriendelijke Nederlandse journalist en met z’n allen gaan ze tegelijk naar het toilet. Toch kijken ze vrolijk en blij de camera in. Volledig afgericht, zoals de meeste bewoners van Noord-Korea. Toen Hartman de foto van hiernaast wilde maken, werd hij opeens aangevallen door een bewaker/soldaat. De lijnen van de elektriciteitskabels voor de trolleybus dreigden op de foto door de hoofden van de grote leiders te lopen en dat was natuurlijk streng verboden. Zijn eigen begeleider en vertaler moesten tussenbeide komen om de kwestie te sussen.
Bijzonder zijn ook de filmopnamen die Hartman maakte. Je ziet de dag verglijden en het langzaam donker worden in Pyongyang. Muziek klinkt door de straten, afgewisseld met staatspropaganda. Om twaalf uur ’s nachts klinkt de muziek langer, als afsluiting van de dag. Het stuk is een verkorte versie van het lied ‘geliefde generaal, waar bent u?’ Bijzonder beelden, intrigerend, maar ook vol eenzaamheid. Hoe zouden die mensen, volledig afgericht, zich werkelijk voelen? De lachende gezichten van de gestorven leiders suggereren een vredelievende heilsstaat, maar helaas de harde werkelijkheid is totaal het tegenovergestelde.

Tegenover de balie in onze plaatselijke bibliotheek is een tafel waar recent aangeschafte boeken liggen om uitgeleend te worden. Zonder stil te staan bij de tentoonstelling in ‘Huis Marseille’, had ik een boek over Noord-Korea meegenomen, getriggerd door een recensie die ik erover had gelezen. Na de fotobeelden ben ik gaan lezen in ‘Over de Grens’. Het boek begint met een korte inleiding van Remco Breuker. Breuker is  hoogleraar Koreastudies aan de Universiteit Leiden en verschijnt regelmatig in diverse actualiteitenprogramma’s als de spanning weer op loopt tussen Trump en Kim Jong-un. Hij geeft een paar prachtige understatements mee in zijn inleiding: “Macht corrumpeert en absolute macht corrumpeert absoluut. De absolute macht van de enkeling en het recht op een menswaardig bestaan van velen gaan slecht samen. Literatuur vormt dan een eenzame tegenstem tegen het overdonderende geweld van de propagandakoren.”(pg 12) En een paar bladzijden verder over het indringende verhaal van Jang Jin-Sung: “Het is wellicht een cliché, … Over de grens houdt de lezer een spiegel voor. Het laat zien hoe noodzakelijk de vrijheid van geest is, om ook daadwerkelijk te kunnen leven.” En wanneer je dan de proloog van het boek in één adem uitleest, blijf je als verbijsterd zitten en lees je en herlees de laatste zin van deze proloog nog eens: “Geschrokken realiseerde ik me dat de tranen die ik tijdens de audiëntie had gezien (de schrijver mocht plotsklaps op audiëntie bij de vader van Kim Jong-un; Kim Jong-il) niet de tranen van een mens waren, maar de bloedige tranen van iemand die wanhopig mens wilde worden.”
Dat laatste geeft ook goed de sfeer weer van de foto’s van Eddo Hartman. Het lijkt wel of in dat bijzondere land geen echte mensen leven, dat alles een groot decor is, met alleen maar gemaskerde toneelspelers. Foto’s die je niet zomaar weer uit je hoofd krijgt, zeker in combinatie met het verhaal van een gevluchte hofdichter.

‘Genadeklap’, een nieuwe Willem Jan Otten | In memoriam Harm 1982 – 2016 (71)

Overbuurman Piet kwam aan de deur. Hij lijdt aan beginnende Alzheimer en weet dat zelf nog redelijk onder woorden te brengen. Een week geleden zag ik  hem ’s middags voor mij uit fietsen, terwijl ik van de kapper kwam. ’s Morgens, een paar uur daarvoor, ik kwam terug van de sportschool, fietste hij mij voorbij, terwijl ik aan de kant stond en de telefoon op nam. Hij wilde afstappen maar zag opeens dat ik stond te bellen. Die middag stapte hij bij zijn huis af en ik stopte even naast hem. “Zo Piet, boodschappen gedaan?” Hij keek me aan en zei: “Hé, ben jij er nu pas?” Dat soort zinnetjes, poëzie is het, met humor, zonder dat Piet het zelf weet. Ik antwoordde bevestigend en vroeg hoe het ging, maar hij ging er niet op in. We kwamen over het autorijden te praten. Piet zag nog geen enkel probleem. Ik vroeg hem of de dokter of zijn dochters het niet verboden hadden? “Mij verbieden ze niets”, was zijn antwoord.  “Het gaat nog uitstekend en ik rijd zelfs naar de Middenweg.”
Maar nu stond hij zaterdag opeens aan de deur, melden dat hij niet meer ging autorijden en of ik een hoes had voor zijn auto. Rustig legde hij uit dat op een morgen de laagstaande zon de boosdoener was geweest. Opeens kon hij niets meer zien en wist waarschijnlijk niet meer wat het doel van zijn ritje was. Hij was gestopt, vertelde hij en maar teruggegaan naar huis. Het hele gebeuren had hem doen besluiten om definitief de auto te laten staan. En… daarom had hij dus een hoes nodig. “Stel je voor dat het fout zou gaan,  de auto is voor de jongen (zijn kleinzoon), maar die mag nu nog niet rijden.”  Langzaam begon ik het verband te zien, we hadden het immers uitgebreid over zijn autorijden gehad. Voor de zekerheid kwam hij het me maar vertellen, dat het nu definitief voorbij was. Zo bijdehand is buurman Piet dus nog wel.
Terug van de voordeur valt mijn oog op de laatste gedichtenbundel van Willem Jan Otten; ‘Genadeklap’. Die laagstaande zon was voor buurman Piet de genadeklap, bedenk ik. Een paar weken geleden zag ik hem staan bij mijn favoriete boekhandel, de nieuwe bundel van Otten. Verhalende poëzie, schreef iemand erover. En ja, dat vind ik dus ook poëzie, zo’n gesprekje aan de deur en dan later opeens beseffen, dat de titel misschien wel op buurman Piet slaat. Prachtige gedichten staan er in, met prachtige zinnen. Iemand stuurt een app dat zijn huwelijk is stukgelopen en opeens moet ik denken aan het begin van een gedicht uit deze bundel: ‘Ik schep u man en vrouw, / in de echt hebt u elkaars genadeklap te zijn.’ (25) Maar het gedicht slaat helemaal niet op deze situatie en toch zet het mij aan het denken. Dat is dus poëzie. En daarom ook wil ik u het gedicht op pagina 68 en 69 niet onthouden. Otten zal het mij niet euvel duiden dat ik het overtik, omdat het over Zorgvlied gaat, omdat zijn vader daar begraven ligt, maar ook omdat Harm er is begraven. Omdat veel gedachten in het gedicht op een of andere manier ook door ons hoofd zwerven als we ronddolen in ons herinneren.

ZORGVLIED

Een ochtendlijke roeier slaat zijn vleugels uit
en slaat zich achterwaarts de Amstel op.

Als ik het hek door ga
hoor ik gekwetter,
maar ik verneem het niet.

Weer weet ik niet de weg,
het is alsof hij telkens ergens anders rust.
Er komt aan hem geen eind.

Windstil, een laatste dag van hoge druk.

Als jij het soms wil weten, pa,
ik geloof niet in voorbij de tijd.

Nooit ben ik voorbereid
op de gebeitelde paniek
als ik je vind.

De jaartallen, opa, oma,
broer Willie van drie,
de eerste die hier is gebracht,
een eeuw geleden zowat. En jij.

Waarin dan wel? Ik wist
dat jij het vragen zou,
als niet in mij bewaard in het vinyl
van eeuwigheid,
waar geloof jij mij dan heen?

Aan de overzijde van de sloot
wordt met een kettingzaag een boom geveld.

Je grafsteen ligt er picobello bij,
zij het wat verzakt, naar links,
er ligt een nieuweling langszij.

Pas als ik buiten aan het hek
mijn fiets ontsluit
daagt het mij dat wat ik hoor, heel hoog,
het onbesefte kwetteren moet zijn –

de zwaluwen vertrokken toen ik bij je was.

Geen eind kwam er aan jou,
precies in deze wenk.

Over de Amstel scheert de roeier naar het botenhuis.

 

Willem Jan Otten, met een fragment uit: ‘De veerman luidt de bel’

Een verhaal, in poëzie, om te lezen te herlezen en ook hardop te zeggen. Je ziet het voor je, de dichter die langs de Amstel fietst en door het hek de begraafplaats opgaat. Nog even kijkt hij om en staart naar de roeier en hoort al wandelend zwaluwen in de lucht. Het zijn zoveel gedachten die je bespringen als je het graf van een geliefde, een vader, een zoon bezoekt. Zeker als je alleen bent. Zo herkenbaar voor een mede-Zorgvlied bezoeker.
Genadeklap, ik kan er niet genoeg van krijgen, telkens weer. Het gedicht over de veerman en het schilderij van Holbein, waarop Jezus in het graf ligt. De gelovig zoekende Otten weet het onder spanning te zetten. Zoals eerder in het lange novelle-achtige gedicht De Vlek. Waar De Vlek echter een compleet verhaal is, waarin je trouwens zelf heel veel kunt invullen, is ‘Genadeklap’ een verzameling verhalen, gedichten. Soms op het eerste gezicht ondoordringbaar, maar herlezend laat het steeds meer en meer los. Genadeklap; in de Dikke van Dale wordt doorverwezen naar ‘genadeslag’ en volgen er twee verklaringen. De eerste is een slag waarmee de beul een eind aan iemands leven maakt en de tweede betekenis is meer figuurlijk; de klap of slag waarbij iemand of een bedrijf ten gronde gericht wordt.
De bundel van Willem Jan Otten laat zien dat er na de genadeklap toch hoop en toekomst is!

‘Visages villages’: een geweldige film!

Een prachtige poster! En dan de titel, klinkt toch prachtig in het Frans…. Visages Villages…, in het Nederlands lijkt het namelijk nergens op; Gezichten Dorpen. In de krant las ik begin december een positieve recensie. Ergens in mijn achterhoofd ging toen een lampje branden, maar langzaam doofde het ook weer. Kende ik mevrouw Varda ergens van? Had ik die foto bij de recensie ergens gezien? Inmiddels hebben we de film gezien in onze plaatselijk theater, annex bioscoop. Na enig zoeken en terugbladeren klopte het, waar Blendle al niet goed voor is. Op de voorkant van de PS (dagelijkse bijlage van het Parool) stond een prachtige foto van de postbode van Bonnieux (midden in de Provencaalse heuvels, met vlakbij het geweldige Château La Canorgue!). Vanaf het terras van madam Sylvie, waar we een heerlijke salade nuttigden, konden we hem zien, een huizenhoge uitgeknipte postbode, afgedrukt in zwart-wit, geplakt op een huismuur. Ik weet dat we het erover gehad hebben; wie doet zoiets en waarom is het gedaan? Een bijzonder statement, maar we legden op dat moment geen verband met de portretfoto’s die het marktplein van Reillanne sierden. Een mooi eerbetoon aan de plaatselijke postbode, dachten we. Bijzonder was wel dat er in Bonnieux op een andere plek nog zo’n grote foto was geplakt. In Reillanne, twintig minuten rijden oostelijker, was ons door de eigenaar van ons vakantieappartement verteld dat die grote portretfoto’s door een bijzondere fotograaf waren gemaakt, “een project of zo..”.

Door de prachtige film ‘Visages Villages’ werd opeens het hele verhaal duidelijk. De jonge Franse fotograaf JR maakte enkele jaren geleden kennis met de inmiddels 89-jarige filmmaakster Agnes Varda. Samen hebben ze deze film bedacht en gemaakt. Gewone mensen opgezocht, ver van de grote stad, en gepeild wat deze mensen bezield. Prachtige portretten zijn het geworden, van ‘gewone’ mensen in verschillende Franse dorpen. Tegelijkertijd maakte de fotograaf ook zijn beelden, vergrootte ze uit en plakte ze op. Als studio gebruikte hij regelmatig zijn busje, dat er van de buitenkant uit ziet als een groot fototoestel. De poster van de film laat een oog van Agnes Varda zien, geplakt op een treinwagon. In de film verdwijnt het oog langzaam in de verte, symbolisch voor het zicht van de filmmaakster, dat ook langzaam achteruit gaat. Zo zit de film vol met persoonlijk verhalen van de beide makers en van gewone, vaak optimistische mensen. De film zet aan tot glimlachen en ook tot nadenken over het leven, het naderende einde en het nut van kunst. Schitterend hoe verbanden worden gelegd door mensen en dieren uit te vergroten. Voor Coos en mij waren verschillende beelden extra treffend, omdat we ze gezien hadden. Maar ook voor diegene die nog nooit in Frankrijk is geweest is de film een must. Gelukkig draait hij her en der nog in ons vlakke Nederland.

Aan de rand van het marktplein in Reillanne, anno zomer 2015.