50 jaar GBS in Amsterdam – juf Nijmeijer

juffrouw Nijmeijer ontvangt als
handwerkonderwijzeres “de wapens”

Deze week wordt op de gereformeerde basisschool in Amsterdam feest gevierd. Op 2 september 1963 begon aan de Molenwerf een vrijgemaakt- gereformeerde lagere school. David Leguyt heeft toen prachtige foto’s gemaakt. In zijn album is te zien dat de hele school naar de Petruskerk liep aan de overkant van het spoor. Dominee Jansen en ook het hoofd der school hielden toespraken. Twee dagen later was er een officiële openingsavond in hotel Krasnapolsky aan de Dam. De inspecteur kwam spreken en ook het personeel werd officieel geïnstalleerd. De mooiste foto van die avond toont mijn tante. Zij ging op de dr. M. B. van ’t Veerschool aan de slag als handwerkonderwijzeres. Kruissteek, flanelstreek, sokjes breien en ook naaien, het had voor de meisjes geen geheimen meer als ze les hadden gehad van juf Nijmeijer. Ze gaf ook les in Oegstgeest op de dr. K. Schilderschool. Volgens mij stond ze niet bekend als een lieve juf. Ze kon zeer streng zijn. Toen ik kwam werken in 1978 mocht ik haar ook perse geen tante noemen. Juf was het, voor de goede orde. In 1979 nam ze afscheid, omdat ze met pensioen ging. Een paar jaar later is ze met haar jongste zus verhuisd vanuit Haarlem naar Hoogeveen. Terug naar haar geboortegrond in Drenthe. Als klein jongetje weet ik nog dat ze soms met z’n tweeën op bezoek kwamen. Dan moest er flink schoongemaakt worden en werd er ‘deftig’ gegeten. Als puber van 16 werd ik een keer uitgenodigd om in de grote vakantie in Haarlem te logeren. Dat werd een gebeurtenis van formaat, rijden in een taxi, een rondvaart in Amsterdam en de Bijenkorf bezoeken! Onvergetelijk.

Op de foto van Leguyt staat ze met een paar breipennen, haar wapens. De laatste weken werd er flink gediscussieerd over de vrouw in het ambt. Mijn tante zat in het ambt, van handwerkonderwijzeres, compleet met wapens. Ik denk dat ze best een goede ouderling zou zijn geweest en tante Dinie trouwens een zeer goede diaken. Hele generaties heeft ze het sokken breien bijgebracht en het maken maken van merklappen. Nu zijn die vaardigheden bijna uitgestorven. Haar naam zij met ere genoemd bij het 50 jarig jubileum. Op 29 mei 2008 is ze gestorven, 93 jaar oud.

Gezin Nijmeijer een paar jaar voor WOII. Links vooraan, naast opa Adam, tante Lammie. Rechts vooraan, naast opoe Femmigje, mijn moeder. In het midden tante Dinie.

het begon aan de lutmastraat

Lutmastraat, Amsterdam Oud-Zuid

Wie in Amsterdam door de Lutmastraat in Oud-Zuid fietst heeft in eerste instantie geen idee waar die naam vandaan komt. Het is een lange straat met van die typische Oud-Zuid bebouwing. Voor Wereldooorlog II waarschijnlijk maar enkele auto’s, tegenwoordig is op bepaalde stukken zelfs een fietspad nodig. Heeft Lutma iets te maken met de Tolstraat? Of was het een schilder uit de Gouden Eeuw? Ongetwijfeld is er ergens op een van de straathoeken een wat uitgebreider bord dat ons kan vertellen waar de naam vandaan komt. Maar zou je het de voorbijgangers vragen, dan denk ik dat ze geen idee hebben. Voor 1896 lag zelfs een gedeelte van de deze straat in de gemeente Niewer-Amstel. Aan de overkant van de Amstel, ongeveer in het verlengde van de Lutmastraat, is dan ook nog steeds de Grensstraat te vinden.

Ets van Rembrandt: Janus Lutma

Janus Lutma (ook wel Johannes Lutma de Oude) werd geboren in 1584 en stierf in 1669. Lutma was een zeer beroemde goud en zilversmid en onder meer bevriend met Rembrandt. De laatste heeft een prachtige ets van hem gemaakt die zich bevindt in het Teylersmuseum in Haarlem, het eerste en oudste museum van Nederland. In verschillende musea is werk te vinden van deze Janus Lutma. Lutma is twee keer getrouwd geweest, eerst met Maria Roelands (Mayke) ze stierf in 1634, later trouwde hij met Sarah de Bie. Janus kreeg bij z’n eerste vrouw 4 zonen die allemaal kunstenaar werden. Johannes, de oudste ging verder in de voetsporen van zijn vader, maar is niet zo bekend geworden als zijn vader. Wel was hij veelzijdiger, hij was onder meer etser. Janus Lutma de Oude is ook de maker van het prachtige koorhek in de Nieuwe Kerk, maar begraven in de Oude Kerk. Wanneer je dit allemaal tot je door laat dringen, rijdt je in ieder geval nooit zo maar door de Lutmastraat. Van die Lutma had ik geen idee toen ik begon te lezen in het oude notulenboek van de dr.M.B. van ’t Veerschool. Broeder van Milligen schreef het allemaal op in dat boek. Op nummer 168, 2 hoog, woonde familie Bedeker. Johannes Bedeker was de eerste voorzitter van de schoolvereniging en hoofd van een evangelisatieschool, maar werd meer en meer een voorstander van vrijgemaakt-gereformeerd onderwijs. U kunt er meer over lezen in de ‘glossy’ die binnenkort verschijnt, bij het 50 jarig bestaan van VEERKRACHT. Op de site van de school kunt u hem al vast bestellen.

discipelschap

Oosterparkkerk Amsterdam – tekening Daan van Driel

Jos Douma kreeg van gemeenteleden een boek over discipelschap. Het is geschreven door Mike Breen. Deze laatste is een Amerikaanse voorganger die veel over het onderwerp schreef en er op de laatste New Wine conferentie over kwam spreken. Terecht wijdt Douma een fiks aantal blogs aan het discipelschap.

In juni 2008 werd op de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle een symposium gehouden over de ‘spiritualiteit van de leraar’. (nav Bram de Muyncks dissertatie: Een goddelijk beroep). Professor John Van Dyk (Dordt Gollege, Iowa VS), hield toen een boeiend betoog over The Craft of Christian Teaching.  “Van Dyk answers the ultimate question, ‘How does one really teach Christianly?’ Reading this book is like taking a journey, a stimulating walk into one’s own classroom to practice Christian teaching for discipleship.”  Deze uitspraak over zijn boek staat op de site van Dordt College. Van Dyk zei in zijn lezing: Je bent als mensen samen op reis. Op die reis moet je toegerust zijn tot dienstbaarheid; discipelschap, dat wat Jezus zijn leerlingen leerde. Samen wandelen voor het aangezicht van de Heer, dien je elkaar met liefde. Teachting/onderwijzen is daarom leiden op weg naar discipelschap. Als teacher/onderwijzer ben je daarin een voorbeeld en oefen je discipline en tucht uit. Ook leer je je leerlingen toewijding en mag je ze bemoedigen. Je leerlingen mag je leren wat de bedoeling van God is met het geleerde. Leerlingen, maar ook christenen moeten daarom dienend samenwerken. Dat laatste moet ook gewoon geleerd worden, op school en ook in de kerk . Noem het maar discipelschapsvaardigheden! Discipelschapstrainig voor kerk en school een heilig moeten!

Hoezo hierbij een tekening van de Oosterparkkerk in Amsterdam? Dat komt omdat het de enige ‘echte’ van Driel is, die ik in mijn bezit heb. Broeder Daan van Driel (1909-1992) maakte deze tekening ooit voor het kerkboekje. En laat het nu broeder van Driel zijn die ons op de mannenvereniging (met de bijzondere naam: Onder Het Juk van Christus), steeds weer voorhield; is dit nu Jezus volgen, zijn we op deze manier zijn discipelen, zijn leerlingen? Deze nuchtere vragen waren voor mij eyeopeners en legden vaak precies de vinger op de zere plek. In de kerk, ook die op tekening, mogen discipelen van Jezus zich elke zondag laten trainen, onderwijzen. Op 7 september verschijnen grote gedeeltes uit de dagboeken van Van Driel. Dat zal leerzaam zijn voor zoekers en zieners, en zet ons aan het denken. Ik ken niet het boek van Mike Breen, maar misschien ga ik het lezen wanneer ik heb genoten van de dagboeken van Van Driel. Daarbij zal voor mij discipelschap een leidend thema zijn.

 

een boom

Tussen Acaciastede en het parkeerterrein van Roggekamp ligt een redelijk mooi grasveld. Regelmatig deed een hond er zijn behoefte, maar de laatste tijd gaat het redelijk goed. Wanneer je het paadje uitkomt tussen Acaciastede en Esstede zie je gelijk een prachtige naaldboom. In mei 1984 kwamen we wonen op Acaciastede. Prachtige nieuwbouw, maar daardoor natuurlijk helemaal niets in de tuin. In de zomer kwam een vrachtwagentje door de straat. De bestuurder belde aan bij de allemaal nog mooie bordeauxrode voordeuren en verkocht planten en struiken; een slimme verkoopmethode. Hij had een prachtige boompje in de aanbieding, waaronder een exemplaar met naalden en die naalden zou hij niet verliezen. “Wordt niet hoger dan een paar meter en zeker niet hoger dan uw schuurtje!” Vijf à zes jaar later stak hij echter al meer dan een meter boven de schuur uit. Dan maar de zaag erin zeiden we. Bij nader inzien hebben we dat maar niet gedaan. Samen met Harm heb ik hem uitgegraven en herplant aan het eind van het ‘gangetje’. De kluit paste nog net in de kruiwagen. Nu, bijna 30 jaar later, staat hij nog steeds op het grasveld, keurig in het gelid met andere ‘gemeente’bomen. Grappig is dat hij op een driehoek staat. Tussen Acaciastede en Roggekamp was sinds jaar en dag een olifantspaadje. Fietsers en voetgangers vertikten het om 20 meter om te lopen. Bij het opnieuw aanbrengen van een schelpenlaag is een paar jaar geleden ook het olifantspaadje meegenomen en daarmee dus in feite geen olifantspaadje meer. Moraal van het verhaal; hebt u iets in uw tuin wat te groot wordt: geef het weg of herplant het op een plek waar het niet opvalt. Ik dacht trouwens altijd dat het een ceder was, maar een kleine speurtocht op internet brengt me toch bij een metasequoia.

berichten naar buitenaards leven

Een bericht op de radio. In Amerika is een radiotelescoop gehuurd om berichten de ruimte in te zenden. Aliens horen immers te weten dat er mensen zijn op aarde. Oké, is er nog nooit een bericht van wie dan ook maar uit de ruimte ontvangen, maar desondanks investeren mensen miljoenen om contact te krijgen. In een klassengesprekje daarover vandaag in groep 4/5 wisten de leerlingen het wel beter. Buitenaards? Elke keer wanneer we bidden sturen we toch onze gebeden omhoog? Geen dure apparatuur voor nodig. Gewoon je handen vouwen, in de hemel (hoe buitenaards kun je het bedenken) wordt altijd geluisterd!

STUUR EEN BERICHT NAAR ALIENS   (uit de Telegraaf)

Via het signaal van het Lone Signal-baken, dat maandag via een radioschotel in Californië de ruimte ingaat, kunnen mensen tekstberichten en foto’s sturen naar potentiële buitenaardse wezens. Een groep wetenschappers en ondernemers bedacht Lone Signal, geïnspireerd door het SETI-project. Dat project is een gigantische radioschotel in Puerto Rico die mogelijke radiosignalen van ‘aliens’ kan opvangen. Die schotel kan echter geen berichten sturen. Daarom werd METI bedacht: Messaging to Extraterrestrial Intelligence. Dat meldt NOS.Er zijn wel enkele beperkingen: een bericht doet er 17 jaar over om het hemellichaam te bereiken. De radioschotel wordt gericht op ster Gliese 526, maar bij de ster zijn nog geen planeten ontdekt. Toch is het volgens onderzoekers van Lone Signal ‘een goede kandidaat voor buitenaards leven’.Mensen die een berichtje willen sturen, kunnen dat gratis doen via de website van het project. Voor volgende berichten en foto’s moet worden betaald.

Ankers los; er is toekomst voor gereformeerd bijbelgetrouw onderwijs

‘Een kernvraag is of gereformeerd onderwijs überhaupt nog wel vormgegeven kan worden vanuit de idee van een afgebakende, gereformeerde subcultuur. Het lijkt er echter op dat velen in het gereformeerde onderwijs er nog steeds onbekommerd vanuit gaan dat de triangel, waarbij gezin, school en kerk eendrachtig werken aan de geloofsopvoeding van kinderen en jongeren, nog volledig intact is. Ik denk dat we die vanzelfsprekendheid voorbij zijn en dat het de tijd is voor een inhoudelijke herbezinning op het doel, de aard en de vorm van gereformeerd onderwijs.’

Dit schreef Pieter Vos in de bundel ‘Motivatie en identiteit’. Deze bundel verscheen bij het bijna opheffen van het LVGS (Landelijk Verband van Gereformeerde Schoolverenigingen). Sinds medio 2011 is alleen Jan Westert nog werkzaam bij deze club, hij is ondergebracht bij de protestantse scholenkoepel. Ton van Leijen kreeg toen omdat hij afscheid nam, die bundel opstellen aangeboden. Alle opstellen gingen min of meer over de toekomst van het gereformeerde onderwijs. Pieter Vos (theoloog en filosoof), in het dagelijks leven werkzaam aan de GH in Zwolle en de TU in Kampen, roept beargumenteerd op tot bezinning op de triangelgedachte. Iedereen die werkzaam is binnen deze zuil, weet wat daarmee bedoeld wordt. Toch is die bezinning naar mijn idee binnen de scholen en bij ouders nooit echt op gang gekomen. De LVGS-afscheidsbundel werd waarschijnlijk verspreid in beperkte kring. In de pers ging men al weer snel over tot de orde van de dag. Terwijl het artikel van Vos op veel onderdelen al dateerde uit 2007 (weekblad de Reformatie), bleef het stil in gereformeerd onderwijsland. In het hoger gereformeerd onderwijs zijn toelatingsbeleid en benoemingsbeleid inmiddels al verruimd. Het middelbaar onderwijs volgt schoorvoetend. In het basisonderwijs blijft het zoals het was. Nou ja, het benoemingsbeleid werd iets ruimer; Nederlandse Gereformeerde leerkrachten mogen nu ook voor de klas. Maar een leerkracht die besluit om lid ter worden van een DGK kerk of een GKN kerk, hangt ontslag boven het hoofd. Daarnaast zijn er voor zover ik weet ook nooit excuses gemaakt naar in het verleden ontslagen leerkrachten, omdat ze dachten mee te moeten gaan met de ‘buitenverbanders’. Wat dat betreft is de gereformeerde scholenzuil, zeker waar het gaat om de basisscholen, een nog steeds in zichzelf gekeerde gemeenschap. Terwijl de kerkramen van de GKV wijd open staan, er veel meer oor en oog is voor medegelovigen in andere kerken, viert de triangelgedachte van 50 geleden nog hoogtij. Het toelatingsbeleid voor leerlingen uit diverse kerkelijke achtergronden is dan wel open, maar het eigenaarschap ligt nog steeds binnen de GKV.

De laatste tijd ontstaat er door flinke druk van buitenaf forse druk op het gereformeerde onderwijs. De bezuinigingen slaan razendsnel om zich heen. Passend onderwijs (een verkapte bezuinigingsmaatregel) wordt ingevoerd, kleine scholen krijgen geen speciale faciliteiten meer. Vervolgens krijgen we ook te maken met een sterk veranderende ouderpopulatie. Leerlingenvervoer naar gereformeerde scholen zit al jaren in een verdomhoekje. Ouders die tien, vijftien  jaar geleden hun kinderen met een bus(je) naar school lieten gaan, kunnen dat nu niet meer bekostigen en kijken naar een goed alternatief in de eigen woonplaats. Al die factoren leiden er toe dat veel gereformeerde basisscholen krimpen. Vanuit de besturen, die in deze tijd op forse afstand staan, wordt dan ook alles op alles gezet om de scholen goed in de markt te positioneren. “Wat maakt jouw school onderscheidend?”  “Hoe kan jouw school groeien?” Misschien best terechte vragen, maar het legt weer een extra druk op de school en zijn medewerkers. Aanwas uit de oorspronkelijke doelgroep, de gereformeerd vrijgemaakte kerk valt niet echt te verwachten. Groei moeten we verwachten uit andere christelijke groepen. Maar daardoor is het exclusieve karakter van de gereformeerde school ook verleden tijd. Logisch dat je dan ook heel pragmatisch het benoemingsbeleid gaat aanpassen. Dat gegeven zal eerst natuurlijk heftig bediscussieerd moeten worden. Wie laten we dan wel toe voor de klas en wie niet? Een PKN-er gaat vast nog wel. Ligt er aan uit welke richting hij komt. Een lid van een evangelische gemeente, kan die les geven op een gereformeerde school? Of iemand uit de Koptische Kerk? Stof genoeg om jaren te vergaderen en voors en tegens op een rij te zetten. De grondslag van de school zal veelvuldig op tafel komen. Maar wie kent binnen het gereformeerde onderwijs de huidige grondslag nog van binnen en van buiten? Wel of niet de formulieren van Eenheid erin, discussie over de kinderdoop, vergaderen tot we er bij neervallen. Een ander scenario kan zijn dat zonder slag of stoot het benoemingsbeleid verder wordt verruimd. De besturen (op afstand) beslissen, her en daar mag meegepraat worden en we gaan over tot de orde van de dag.

Het wetenschappelijk instituut van de Christenunie verzorgt elk jaar een Groen van Prinstererlezing. Ooit moest ik op de PA in Groningen van Groen van Prinsterer ‘Ongeloof en Revolutie’ lezen. Geschiedenisdocent Arjo Vanderjagt kon hele stukken uit het hoofd citeren. De invloed van Groen is niet te onderschatten in de Nederlandse politiek. Dr. Kars Veling hield in zijn lezing op 16 mei een boeiend betoog onder de titel “Ankers los”. Hij pleit ervoor om de hele grondslagendiscussie los te laten. Veling wil dat we veel meer gaan denken over het perspectief van een organisatie. Als we op die manier gaan nadenken over het onderwijs aan kinderen, dan laten we een grondslag discussie terzijde liggen. Perspectief geeft kracht en hoop, zegt Veling. Daarmee zullen we ook loskomen van de triangelgedachte. We zullen veel meer ons moeten focussen op het doel, het perspectief van een school voor basisonderwijs. Wat willen we bereiken op zo’n school? Welke attitude willen we de leerlingen meegeven? Welke normen en waarden moet ze aangeleerd krijgen? Natuurlijk grijp je daarbij terug op Gods Woord, maar een grondslagdiscussie wordt daarbij veel minder belangrijk. Ook het benoemingsbeleid kunnen we dan anders aanpakken. De vraag wordt dan of de leerkracht er aan mee wil werken om het perspectief van een gereformeerde bijbelgetrouwe basisschool te verwezenlijken. En voor ouders is de vraag of ze zich kunnen vinden in het perspectief van de betreffende school. De school ontkomt er dan ook niet aan op dat perspectief duidelijk te verwoorden, het voor te leven in woorden en daden.

De lezing van Kars Veling is te beluisteren op de site van het Wetenschappelijk Instituut van de CU. Je kunt trouwens ook de tekst downloaden.

vincent van gogh

Een paar weken geleden ben ik naar het vernieuwde Rijksmuseum geweest. Ik schreef daar eerder over en zette er ook foto’s bij. Omdat de rij zo lang was, ging ik eerst naar het Stedelijk Museum, ook vernieuwd en uitgebreid. Schuin aan de overkant heb je een aantal prachtige winkels aan de van Baerlestraat. De Davidoff winkel bijvoorbeeld. Men verkoopt daar de meest exclusieve rookwaren met alle soorten van toebehoren. Sigaren van een tientje per stuk zijn bij Davidoff geen uitzondering. Ik rook gelukkig al jaren niet meer, maar mag graag even wegdromen voor de etalage. Dat kan ik trouwens ook bij de etalage van Broekmans & van Poppel. Alleen de etalage is al een verzoeking op zich, echt zoals een etalage hoort te zijn. Zoveel mooie CD’s bij elkaar, dat zet bij mij geloof ik bepaalde muziekluisterhormonen in werking. Natuurlijk ga je dan even snuffelen. Op hetzelfde stuk van Baerlestraat zit ook boekhandel Robert Premsela. Deze verkoopt vooral veel boeken over kunst. Een waar eldorado, waar je uren kunt snuffelen bladeren en lezen. In deze winkel vond ik de biografie van Vincent van Gogh. De inmiddels beroemde biografie van Naifeh en Smith. Een paar jaar geleden kwam hij op de markt voor 4o euro en later zelfs 50 euro. Waarschijnlijk is de uitgever iets te optimistisch geweest met het oplageaantal. Nu dus voor 15 euro in de winkel. Bijna 1000 pagina’s en dat voor 15 euro. Ik vroeg aan de man achter de kassa hoe dit toch kon. Geen idee, wist alleen dat de uitgever dit zo beslist had. Als rechtgeaarde boekverkoper sprongen hem bijna de tranen in de ogen. Een biografie die van begin tot eind boeiend is en een heel mooi nuchter beeld geeft van één van Nederlands beroemdste schilders. Een aanrader!

RIJKS MUSEUM

Voor het vernieuwde museum is een nieuwe letter ontworpen. De borden bij de lift zijn strak, duidelijk en ook nog eens heel mooi.
De Spaanse architect heeft een aanbouw ontworpen. Hier is goed te zien hoe de ‘roomse’ stijl van Cuypers uitstekend past bij een hedendaags en strak ontwerp.
De inmiddels beruchte doorgang onder het museum, vanuit het museum gezien. Je kunt er onderdoor en het is een fantastisch gezicht als je voetgangers voorbij ziet lopen. De strijd over de fietsers is nog niet voorbij. Mijn idee is dat Pijbes uiteindelijk wel zal winnen. Ik ben erg voor fietsen, maar deze doorgang is er niet voor geschikt.

Het vernieuwde RIJKS MUSEUM  heeft een spatie. Een spatie die er niet hoort, maar die er wel mooi past. Afgelopen week liep het storm. Overdag moest je uren in de rij staan. Gelukkig kon ik rond vier uur zo naar binnen lopen en nog lekker een uurtje de geur opsnuiven van het vernieuwde museum. Het is werkelijk schitterend geworden. Vandaag zag ik bij de DWDD dat de documentaire over de verbouwing een nominatie heeft gekregen voor de Nipkov-schijf. Ik hoop dat die documentaire wint, want die was indrukwekkend en wonderschoon. En wanneer je binnen rondloopt is het aardig om te beseffen dat dit van ons allemaal is. Loop dus eens binnen en bewonder en verwonder je.

Voor het eerst is de bibliotheek open voor het publiek. Hij is prachtig gerestaureerd. Je zou er zo hele dagen willen zitten aan de leestafel. Voor de boekenliefhebber is dit een eldorado. Lezen, bladeren en ruiken; sluit mij er maar op.
Honderden bezoekers verdringen zich in de eregalerij voor de schilderijen van Rembrandt, Vermeer en andere Hollandse grootmeesters.

Jan Brokken – De vergelding

“Sommige verhalen moet je met een vlindernetje vangen”, vertelde de schrijver Jan Brokken. Hij hield een lezing in een bovenzaal van Droog aan de Groenburgwal. Een groep van zo’n zeventig luisteraars volgden geboeid zijn relaas. In de lijn van Groen van Prinsterer, al noemde hij die naam niet, had ook Jan Brokken het ontdekt: “De tegenwoordige tijd kun je nauwelijks begrijpen, als je het verleden niet kent.” Zijn boek ‘de vergelding, een dorp in tijden van oorlog’, gaat over Rhoon, een klein dorp onder de rook van Rotterdam. Door een toevallige gebeurtenis (het vlindernetje), is Jan Brokken samen met een oude schoolkameraad gaan uitpluizen wat de achtergrond en oorzaak is geweest van een represaillemaatregel van de Duitsers in oktober 1944. Zeven mannen werden daarbij zonder pardon neergeknald. Zo stuitte hij op de verhalen van de ‘moffenhoeren’. Daarbij aantekenend dat vrouwen een vergeten groep zijn, als het gaat om Wereldoorlog II. Zijn studie over de oorlog leverde een onthutsend beeld op. Het leek nog het meest op de beschrijving in de ‘De donkere kamer van Damocles’ van W.F.Hermans. Daarnaast bevatten de verhalen toch ook veel tederheid; de goeden deden soms toch foute dingen, maar ook de fouten deden soms goede dingen.

Voor dat Jan Brokken begon met schrijven, had hij nog geen vastomlijnd plan. Pas na alle research ontstond er een “compleet” beeld. Hij wil de lezer een samenleving tonen. Zo komen er ook meer personen in voor dan de redacteuren van de uitgever eigenlijk wilden. Tweehonderd personen waarvan er twintig worden uitgediept. Volgens de schrijver loont het zich uiteindelijk wel, ondanks alle pijn en verdriet is het verhaal neergezet van gewone mensen onder ongewone omstandigheden. Soms voelde het als advocaat van de duivel, soms ook kwamen de vragen over het nut van al dat gespit in het verleden en al het doorworstelen van stukken en documenten. Wat mij als lezer betreft, het resultaat is indrukwekkend. Het is een ontroerend verhaal over gewone mensen. Mensen die er niet om gevraagd hebben en het ook niet bewust gezocht hebben om onderdeel te worden van een wereldoorlog. Jan Brokken is inmiddels een gelouterde schrijver, die zijn vak uitermate goed verstaat. Wat mij betreft gaat de volgende Libris-Literatuurprijs naar Jan Brokken. Literaire non-fictie doet het goed tegenwoordig. Begrijpelijk volgens Jan Brokken, want we leven in tijden van crisis. In de literatuur is weer meer werkelijkheid gekomen.

Zijn lezing eindigde hij met een mooi statement: “De werkelijkheid is vaak surrealistischer dan dat je het kunt verzinnen.”

verzamelbox met 7 CD’s

Omdat het die 16e april precies 25 jaar was geleden dat de Russische pianist Youri Egorov was gestorven, liet Jan Brokken tot slot het 4e piano kwintet van Brahms horen. Jan Brokken was bevriend geraakt met Egorov, omdat ze vlak bij elkaar op de Brouwersgracht woonden. In zijn boek ‘het huis van de dichter’ heeft Jan Brokken het levensverhaal opgeschreven van deze veel te jong gestorven meesterpianist. Jan Brokken vertelt er eerlijk bij dat Egorov euthanasie pleegde omdat hij door de gevolgen van AIDS doodziek was geworden.  In ‘het huis van de dichter’ geeft Jan Brokken een prachtige inkijk in het leven van eind jaren zeventig en begin jaren tachtig van de vorige eeuw in Amsterdam. Maar ook het boeiende verhaal van een jonge vluchteling die in Rusland doodsbang was te worden verbannen naar Siberië. Een boek wat je tot het eind in zijn greep houdt en dat je nieuwsgierig maakt naar de pianomuziek van Egorov.