leo vroman – in memoriam 1915-2014

vromanDe twee gedachten

Een denker dacht met zacht misbaar
twee gedachten bij elkaar

Daar zij niet naar buiten kwamen
had hij zelf voor hen geen namen.

Wij noemen ze dus Ploot en Fuit
(zo zagen zij er namelijk uit)…

Fuit was zestig angström groot
maar magerder dan kromme Ploot.

Het viel niet op hoe overdag
de een over de ander lag

maar in de stilte van de nacht
lagen zij languitgedacht

en zo verward als mensenhaar
vochten zij dan met elkaar

zodat de denker mompels maakte
en met een pijn in ’t hoofd ontwaakte.

Dus stonden altijd naast zijn bed:
a) glas water b) tablet.

Hij goot en kruimde deze dingen
dan door het hoofd het lichaam binnen

en spoedig lagen Ploot en Fuit en
ook anderen het westen buiten.

Later hadden ze dan spijt
van hun tegenstrijdigheid.

‘Waarom denkt’ riep dan het paar
‘hij ons altijd bij elkaar?

Als hij ons om beurten dacht
wou ‘k wel om de andere nacht
opnieuw bedacht.’

Toen kreeg de denker een idee:
Hij dacht om beurten aan de 2.

Nu slaapt hij altijd in op tijd
en door tot uren na het ontbijt.

m o r a a l

op enkele dagen van het jaar
is bijna alles wel eens waar.

———————————–
uit: Fabels.   Amsterdam, Querido, 1962.

 

religiedebat

god bewijzenOp de laatste woensdag van januari werd in het Amsterdamse Felix Meritus een zogenaamd Nationaal Religiedebat gehouden. Vooraf was het in de pers flink opgeklopt en de ‘hoofdebaters’ zaten al eerder bij Knevel en van de Brink aan tafel. De nogal koude fietstocht was heerlijk, misschien dat daarom het debat toch tegenviel. Het werd toch een beetje vliegen afvangen. Stefan en Rik Peels die met hun boek ‘God bewijzen’ her en der de seculiere pers haalden ging in debat met gediplomeerd atheïst professor Herman Philipse en een Belgische professor Maarten Boudrie. De laatste was er alleen maar op uit om gelovigen, belachelijk te verklaren. Philipse ging nog een stapje verder; gelovigen zijn psychisch gestoord. Je hoopt op een begripvol debat, maar helaas, dat werd het niet. Tekenend was dat de debatleidster probeerde Professor Philipse tot de orde te roepen: “U negeert me!”

Ook Paas en Peels opereerden nogal onduidelijk. Het leek wel of bewoners van twee totaal verschillende planeten met elkaar in debat gingen. Atheïsten kunnen er echter niet om heen dat  veel wetenschappers en heel veel andere weldenkende mensen geloven in een levende God, een schepper van hemel en aarde en echt niet aan het twijfelen worden bij de bewering dat de bekering van Saulus in werkelijkheid een epileptische aanval was. Daarbij is het zinvol om het boek van Paas en Peels goed te bestuderen. Al was het maar voor het “spreken met de vijanden in de poort’.

boekenmolenBij mij staat het boek in een onlangs op de kop getikte boekenmolen. Bij veilinghuis ‘de Eland’ was de januariveiling weer een waar lustoord voor koopjesjagers en andere sjacheraars. Op zo’n prachtige ouderwetse boekenmolen kun je wel tachtig boeken kwijt. Kan ik weer even vooruit, want aan het verzamelen van mooie boeken komt nooit een eind.

de kaukasus en jelle brandt corstius

Jelle Brandt CorstiusTerwijl op Nederland 1 boer Johan in Denemarken huilend zijn eerste liefde in de armen neemt is op Nederland 2 een indrukwekkende reisdocumentaire te zien. Boer Johan trok dan wel 5 keer zoveel kijkers, maar reisjournalist Jelle steekt dieper af. Na een bezoek aan het Olympische Sotsji trekt hij met een oud busje de bergen van Kaukasus in. Wat volgt is een adembenemende reportage over natuur, homo’s, feesten en uitgeroeide volken en vluchtelingen uit Syrië. Na een geweldige serie over Rusland en India, nu dus de Kaukasus. En het kan niet anders dan dat je dat aan het denken zet. Bijvoorbeeld dat voor de bouw van de olympische sportarena’s heel veel begraafplaatsen zijn platgewalst. Dat in de 19e eeuw de Russen complete stammen in de Kaukasus hebben uitgeroeid, zoals andere Europese landen dat deden in Afrika en Noord-Amerika. Er is niets nieuws onder de zon bedenk je dan, maar het stemt tot nadenken. Zeker wanneer sporters over enkele weken alles op alles zetten een gouden medaille in de wacht te slepen. Jelle Brandt Corstius verdient een medaille voor zijn programma. Alleen al voor zijn dronk op de positieve invloed van de stam. In Nederland leven we langs elkaar heen vertelde hij de stamoudste, maar jullie kunnen altijd op elkaar terugvallen, jullie hebben je stam! Ook de komende weken op Nederland 2 en voor BZV idolaten ook op uitzending gemist.

P.C. Hooftprijs 2

willem_jan_otten3
Willem Jan Otten

De literair recensent van het Parool die op zaterdagmorgen ons regelmatig doet terugverlangen naar Martin Ros, schrijft afgelopen dinsdag in het Parool over de P.C. Hooftprijs 2014. Als Arie boeken aanprijst op de radio is het alsof hij constant tegen zijn achternaam in moet lopen. Deze keer probeert hij al hijgend, duidelijk te maken dat de jury van de P.C. Hooftprijs er niets van begrepen heeft. Of Willem Jan Otten nu wel of niet terecht de P.C. Hooftprijs verdiend, daar horen we Storm niet over. Wel stort Storm zijn gram uit over de ‘stelligheid’ van Otten. Maar daarbij vergeet Storm dat de door hem bewonderde Richard Dawkins met even veel ‘stelligheid’ spreekt. Vorige prijswinnaars van de P.C.Hooftprijs zoals Henk Hofland, Kees Fens en Hugo Brandt Corstius hadden allemaal zo hun eigen ‘stelligheid’. En of die ‘stelligheid’ nu religieus geladen is, of humanistisch, socialistisch of atheïstisch, het blijven wel ‘stelligheden’ van die verschillende schrijvers. Natuurlijk probeert iemand als Dawkins ons te overtuigen met zijn ideeën, zoals ook de genoemde P.C. Hooftprijswinnaars dat op hun manier deden. Dat Arie Storm niets heeft met de zondeval, Adam en Eva en Jezus van Nazareth, is zijn goed recht. Maar schrijf dan niet de jury het niet heeft begrepen! De jury van de P.C. Hooftprijs 2014 onderkent het vakmanschap van Otten en zijn zoekende schrijven. Vanuit zijn katholieke geloof weet hij wat hij aantreft in de wereld, maar dat denkt Arie Storm vanuit zijn niet-geloven toch net zo goed te weten. Willem Jan Otten weet daarbij zijn gelovige bril heel vaak af te zetten en zet de lezer aan het denken over diepgravende levensvragen. Het zou te wensen zijn dat Arie Storm zijn bril met aversie tegen het christelijk geloof ook weet af te zetten, wanneer hij schrijft over een denker en schrijver als Willem Jan Otten. Storm moet toch nog maar eens de bundel “Onze Lieve Vrouwe van de Schemering’ ter hand nemen en dan de hoofdstuktitel “Ik bevind mij in wat ik zoek” overdenken. (gepubliceerd in het Parool bij de rubriek INGEZONDEN)

willen jan otten – pc hooftprijs

willem-jan-otten- woldhekVandaag, 16 december 2013 is een mooie dag voor de Nederlandse literatuur. Willen Jan Otten krijgt de PC Hooftprijs, in het bijzonder voor zijn essays. Schrijver Willem Jan Otten steekt in zijn schrijven niet onder stoelen en banken dat hij bekeerd is tot het christelijk geloof. Toch schreeuwt hij het niet van de daken, maar probeert mensen juist aan het denken te zetten. Zijn thema’s; schuld, schaamte en vergeving staan in het perspectief dat er een schepper is die zich openbaart in Het Woord. Het Woord dat levend werd en wordt in Jezus Christus. In zijn poëzie, proza en in het bijzonder in zijn essays is Otten op een onderzoekende manier bezig om nieuwe en onontdekte terreinen te betreden.

Jaren geleden las ik de roman “Specht en zoon”. Een intrigerend verhaal over een schilder en eeb zoon, verteld vanuit het schilderslinnen. Vorig jaar verscheen zijn epische gedicht “De vlek”. Inmiddels heb ik het verschillende keren gelezen en iedere keer ontdek ik weer nieuwe diepere inzichten. Zijn lezing over “De vlek” die ik bijwoonde, was uiteindelijk een uitgebreid essay. Dat laatste gold ook voor zijn lezingen onder het thema ‘rite du cinema’. Bijzondere films werden door Otten voorzien van commentaar en duiding. Ook hier weer zijn geloof niet wegmoffelend. Vanmiddag werd Otten geïnterviewd bij ‘Dit is de dag’, een EO programma. Hij vertelde dat hij het prijzengeld goed kan gebruiken om zijn nieuwe roman af te schrijven. Geweldig vind ik dat. Over zijn nieuwe roman wilde hij alleen loslaten dat het te lezen moet zijn vanaf ongeveer 11 jaar. Als schoolmeester doet me dat bijzonder goed. Kinderen aan het eind van de basisschool verdienen het om prachtige literatuur te lezen.

Aquasi Boachi, de zwarte met het witte hart

aquasi boachiOp de website van Le Baroque pralines in Kuurne (aan de E17 richting Lille) is een keur aan chocola te vinden. Daarnaast verkopen ze ook allerlei producten die met chocola en banket te maken hebben. Bijzonder is dat men een borstbeeld verkoopt van Aquasi Boachi. Het is een ijzeren beeld, kreeg ik bij navraag te horen en is voor € 179 te koop. Verdere navraag leverde niet veel meer op en ik werd doorverwezen naar een Nederlandse firma; Zandbergen Decoraties in Noordwijkerhout. Marianne van deze Baroque International wil of kan me ook niet wijzer maken dan de korte mededeling dat zulke decoraties uit het Verre Oosten komen en nagemaakt worden van foto’s uit antiekbladen. Graag zou ik dat blad dan wel eens willen zien, ergens moet er dan toch een origineel zijn. Maar Marianne weet niet meer te vertellen, wel krijg ik de vriendelijke groeten, best regards, cordialement en ook nog Herzliche Grüßen. Al met al een raadselachtig verhaal. Hoe komt de buste van een Afrikaanse prins in een Belgische pralinewinkel terecht…

Aquasi_Boachi_with_his_children
Aquasi Boachi in 1900 met twee van zijn kinderen

Gelukkig blinkt het bijschrift op de site Le Baroque in Kuurne uit in beknoptheid en goed weergeven van de historische feiten. Op de leesclub hebben we het boeiende boek van Arthur Japin over Kwasi gelezen. De schrijver neemt in “De zwarte met het witte hart” hier en daar wel een loopje met de historische feiten. Nadat hij zich uitgebreid had ingelezen in Kwasi  en Kwame schreef hij een roman en veroorloofde zich de daarbij behorende vrijheden. Dat maakt het niet minder boeiend, eerder het tegenovergestelde. Het leven van Kwasi en Kwame wordt op een prachtige manier beschreven. In 1997 verscheen de roman van Japin, inmiddels zijn we vele drukken verder in 2013. Het meeslepende verhaal over de twee Ashanti prinsen (uit het huidige Ghana) brengt op een geweldige en ook ontroerende wijze de verschrikkelijke geschiedenis van de Nederlandse betrokkenheid bij de slavenhandel heel dichtbij. Achteraf schamen heeft niet veel zin, maar je krijgt wel een plaatsvervangende schaamte over je bij het lezen. De discussie over Zwarte Piet komt wel degelijk in een ander daglicht te staan. Zeker wanneer je beseft dat de mythevorming rond Sinterklaas en Zwarte Piet ontstond in de tijd dat Kwasi en Kwame in Delft studeerden. Vervolgens laat de roman van Japin goed zien wat het betekent wanneer je als mens opeens in een volstrekt andere cultuur terecht komt. De psychologie hierover zie je terug in de levens van Kwasi en Kwame. Kwame gaat aan alle ellende ten onder en pleegt uiteindelijk zelfmoord in fort Elmina (rond 1850), terwijl Kwasi als mijnbouwingenieur naar Indië gaat. Na een veelbewogen leven sterft hij daar in 1904. Japin heeft een boeiende roman geschreven die ook 17 jaar na verschijnen en na 27 drukken nog steeds boeit en aanzet tot schaamte en nadenken over een zeer zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis!

ramkoers

ramkoersHet Parool is echt mijn Amsterdamse krant. Boordevol nieuws over onze prachtige hoofdstad. Vaak dicht op het nieuws, kritisch en met oog voor de menselijke maat. Helaas kwam ik in de krant te vaak het woord ‘ramkoers’ tegen. Daarom maar eens een keertje gereageerd. Gelukkig kwam ik afgelopen week (donderdag 14-11) een artikel tegen waarin het woord ‘ramkoers’ wel een naderende botsing aankondigde. Deborah Jongejan, ik weet trouwens niet of ze ook over sport schrijft, laat daarin het volgende weten: “Advocaten liggen op ramkoers met het kabinet, dat flink wil snijden in de rechtsbijstand.” In het artikel wordt verslag gedaan van een bijeenkomst waarin boze advocaten in de clinch gaan met kamerleden van VVD en PvdA. En naar te verwachten is, zal er de komende maanden tussen advocaten en bewindslieden nog een flink robbertje gevochten moeten worden. Op ramkoers dus.

roodborstje

dood roodborstjeHet was herfstvakantie. Een IKEA kast moest worden ingekort. Voor een timmermanszoon een klein klusje. De tuintafel deed dienst als werkbank. Opeens zie ik op de grond vlak bij de schuifpui een prachtig roodborstje liggen. Op ooghoogte plakken nog enkele veertjes op het glas. Even niet goed uitgekeken? Achterna gezeten? Later zit zijn of haar partner op de muur luid te zingen en komt uiteindelijk steeds dichterbij de  tuintafel waar ik het vogeltje heb neergelegd voor een foto. Opeens besef ik hoe mooi Gods natuur in elkaar zit, maar dat ook in de natuur de gevolgen van de zonde niet ver zijn.

50 jaar GBS in Amsterdam – er werd ook gepest

Een zus van haar legde bij toeval het contact. In een schoolgang kwamen we elkaar tegen en na een korte handdruk en een brief, zaten we een paar weken later aan tafel. Er moest wat uitgepraat worden, over haar zus die ooit zo gepest was en steeds met de gevolgen daarvan rondliep. Ook ik had daar een rol in gespeeld volgens de zus.
Een maand later heb ik haar opgezocht. Met haar man woont ze in een mooi ruime flat in een jaren zeventig wijk. Naarmate het gesprek op gang kwam, ging het verleden leven. Hoe meer namen passeerden, des te meer beelden we er bij kregen. Het gepest op school, als een slavin behandeld worden, nog een keertje een paar woorden sissen op de trap, al die dingen die de ander zo gewoon vindt. Het dreigen wanneer ze iets zou zeggen, de vernederingen in de bus. Zo stapelde de ene pesterij zich op de andere en ging ze zich stap voor stap ongelukkiger en afgedankt voelen.
Oh ja, natuurlijk denk je als leerkracht dat je er heel veel aan gedaan hebt. Je hebt gewogen en gewikt, terechtgewezen, aangesproken en zelfs donderpreken gehouden. Maar net die ene keer, dat ze haar nood kwam klagen, heb ik toen op de juiste manier gereageerd? Kwamen de woorden verkeerd over? Bedoelde ik het niet, maar zei ik het wel? Afgewezen voelde ze zich, opnieuw een mokerslag.
Bij ons beiden kwam het verdriet naar boven en gelukkig konden we praten over schuld en vergeving.
Haar schoolloopbaan is heftig geweest. Het laatste jaar heeft ze afgemaakt op een school voor leerlingen met psychische problemen. Een heftig jaar, maar er werd geluisterd en gewerkt aan herstel. Op catechisatie werd het wel bespreekbaar, maar de daders wilden er niets van weten.
Gelukkig is ze er nog, sterker misschien wel dan ze ooit is geweest. Ooit dacht ze er een eind aan te maken, maar nu na vele hulpverleningstrajecten weet ze dat er echt mag zijn, voor haar man, maar zeker voor haar hemelse Vader. Dat we konden afsluiten met gebed, maakte het wel heel bijzonder.

Pesten, het kwam en komt voor, ook op een gereformeerde school. En zeker, met vallen en opstaan is er veel aan gedaan en wordt er ook veel tegen opgetreden. Helaas gaat er ook nog veel niet goed. Om achteraf met een slachtoffer in gesprek te gaan is confronterend. Het geeft echter ook weer ruimte naar de toekomst. Daarom een oproep aan hen die diep in hun hart weten dat ze fout zaten, dat ze meeliepen of meededen. Ontkennen heeft uiteindelijk geen enkele zin. Mocht je ooit in de gelegenheid zijn jouw slachtoffer in de ogen te kijken; doe het! Ontloop het niet, voor jezelf niet, maar ook voor je slachtoffer niet. En zeker voor de laatste kan het helend werken.
Jezus zei in zijn bergrede: ‘Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.’ Dit wordt waarheid wanneer gepesten en pesters elkaar weten te vinden.

50 jaar gbs in Amsterdam – een zwarte bladzijde

Voor de school zit het er op. Een feestweek en een goed georganiseerde reünie. Veel oud-collega’s die weer eens bij hebben kunnen praten en oud-leerlingen die elkaar ontmoetten. In dankbaarheid terug kijken. Ook was er mooie glossy te koop met flink wat historische bijdragen. Ik hoop dat het volgende artikel over 1970 nog wat gevolg krijgt.

Toen de dr. M.B. van ’t Veerschool in 1963 van start ging waren er veel Amsterdamse vrijgemaakten die hun kinderen niet stuurden. Een aantal deed dat omdat ze de afstand naar Sloterdijk onoverkomelijk vonden. Er waren echter ook een groot aantal ouders die niet veel moesten hebben van het ‘doorgaande reformatie’ gebeuren. Dat het bestuur in 1963 voorbij ging aan hun bezwaren is op zich te begrijpen. Men kon eindelijk na 12 jaar starten met een eigen school. Velen hebben dat ervaren als de zegen van God op noest verrichtte arbeid. Uit het notulenboek (zie ook het artikel ‘het begon aan de Lutmastraat’), blijkt echter overduidelijk dat het met de start van de eigen school de strijd niet ophield. Ondanks de opstelling van het bestuur in mei 1963, die deed of er in Amsterdam geen kerkelijke problemen waren, was dat in werkelijkheid echt wel zo. Op de synode van Amersfoort (1967) tekenden de problemen in de vrijgemaakte kerk zich fors af. In de notulen van 7 september 1967 kunnen we lezen dat voorzitter van Milligen de ‘kerkelijke scheiding’ memoreert. “Hij spreekt de hoop uit, dat ondanks kerkelijke moeilijkheden, het bestuur rustig verder zal mogen gaan, omdat de school voorop moet staan.” In 1969 en 1970 bleven de problemen niet meer buiten de deur van de schoolvereniging. In de notulen is het op de voet te volgen. Ds. G. Jansen van Amsterdam-West, lid van het bestuur, was ook afgevaardigd naar de Synode van Hoogeveen. Het probleem was echter dat er uit Noord-Holland twee soorten afgevaardigden waren, binnenverbanders en buitenverbanders. Dit werd in Hoogeveen een probleem natuurlijk. Op 8 mei heeft ds. Jansen met zijn medeafgevaardigden Hoogeveen verlaten. Ze ‘trokken’ het niet meer, is te lezen in de Acta (=officiële noutlen) van de synode. Alles wees er op dat hun de deur zou worden gewezen. Uit overlevering is bekend dat ds. Jansen de situatie verschrikkelijk vond en huilend door de gangen van de voormalige synagoge liep. (De synode van Hoogeveen werd gehouden in kerkgebouw van de GKV ter plaatse, een voormalige synagoge.) Een dag later als er weer een bestuursvergadering is, is ds. Jansen niet aanwezig. Maar op 11 juni is hij er weer bij. Voorzitter is dan nog Van Milligen, maar twee vergaderingen later heeft broeder D. Dreschler uit Zwanenburg de hamer overgenomen.

Broeder en zuster van Milligen op de openingsavond van de school, 4 september 1963. Mevr. van Milligen rookt er flink op los en op tafel staat een doos AGIO sigaren.

Van Milligen was niet meer herkozen op de jaarvergadering. Een buitenverbander werd varvangen door een binnenverbander. Veel is er vergaderd in die daarop volgende maanden. Ook het hoofd der school Van der Hoek hoorde bij de buitenverbanders. De laatsten vonden het geen probleem om in het schoolbestuur samen te werken. Het grootste deel van de schoolvereniging en het bestuur koos er echter voor om de grenzen duidelijk te trekken. In het kort kwam dat er op neer dat de schoolvereniging in de statuten had staan de GKV (binnenverband) de kerk van de school was. Buitenverbanders hadden zich hieraan ontrokken en waren dus eigenlijk niet meer gereformeerd volgens de statuten. In de loop van het seizoen 1969-1970 kozen daarom een aantal broeders er dan ook voor te vertrekken.

uit de notulen van 27 april 1970

Het hoofd van de school, Van der Hoek, vertrok naar Steenwijk. Ds. Jansen en bestuurslid Dijkema schreven samen een afscheidsbrief. Een drietal broeders komt nog een keer ter vergadering maar het tij is niet meer te keren. De protesterende broeders werd nog wel duidelijk meegegeven dat als ze hun kinderen van school halen, dit niet conform de doopbelofte is.  De kerkstrijd trok dus ook scheuren door de school. Veel verdriet, ongetwijfeld aan beide kanten, is daardoor ontstaan. Terugblikkend vraag je je af of dit werkelijk zo had gemoeten. Toen tien jaar later er forse scheuren in het gebouw kwamen, doordat er naast Molenwerf 5 een kantoorgebouw van 7 verdiepingen werd gebouwd, bracht men grote trekstangen aan. Leerlingen uit de NGK, de CGK maar ook uit de Gereformeerde Gemeenten bezochten toen inmiddels de school. Nog weer tien jaar later was de diversiteit net zo breed als de ‘gereformeerde gezindte’. En rond het jaar 2000 kwamen de leerlingen uit de gehele breedte van christelijke kerken in Amsterdam.

In 2013 zijn leerkrachten uit de CGK en de NGK (de voormalig buiten-verbanders) meer dan welkom om les te geven. Binnen de schoolvereniging GPOWN, waarin de schoolvereniging van Amsterdam is opgegaan, wordt inmiddels gediscussieerd over verdere openstelling met betrekking tot het personeelsbeleid. Wat er in 1969 en 1970 zich heeft afgespeeld is geschiedenis. Maar tot op de dag van vandaag zijn er nog mensen die het verdriet voelen. Zeker nu alle veranderingen zo snel en met veel minder discussie werden geaccepteerd. Zij die in 1970 werden buitengesloten, zijn nu van harte welkom en deelnemer. En het zei gezegd: tot zegen van de scholen en het onderwijs.  De crisis van de vrijgemaakte kerken in de jaren 60 werd door een bepaalde groep de school binnengetrokken. Terecht? Door hen die binnen het bestuur bleven werd het als terecht ervaren en ook de wil van de Heer der Kerk. Terwijl zij die vertrokken ook zeiden dat ze Gods wil deden en voluit de belijdenisgeschriften bleven onderschrijven. Ik zal de dag nooit vergeten dat een doodzieke broeder Dijkema nog een keer op bezoek kwam om de school te bekijken die hij mee had helpen oprichten. Het verdriet over eind jaren 60 was voelbaar en te zien aan zijn tranen. Terugkijkend is het een donkere periode waarin naar mijn idee beslist niet altijd wijs en zorgvuldig is gehandeld. Gelukkig is er in 2013 in veel plaatsen tussen de GKV en de NGK erkenning en herkenning. Vaak gaat dat gepaard met schuldbelijdenis over de jaren 1969 en 1970 over wat daarin fout is gegaan. Wie weet is dat ook bij de herdenking van 50 jaar gereformeerd onderwijs in Amsterdam een mooi gebaar; schuldbelijdenis over wat ten aanzien van onder meer broeders als Van der Hoek, Dijkema en ds, Jansen verkeerd is gedaan. Waarvan akte!