Sirenes | In memoriam Harm 1982 – 2016 (77)
We wonen prachtig in Diemen-Zuid. ‘Vrij uitzicht’ aan de achterkant en we hebben buren die elkaar op een gezonde manier in de gaten houden. Natuurlijk zijn er ook wel minpunten op te noemen, maar die kom je in de folders van een makelaar niet tegen. Zo wonen we niet zover van een aanvliegroute van Schiphol, maar echt overlast geeft dat niet. Dat er hier in Diemen-Zuid veel fijnstof in de lucht zit, vermeldt de makelaar ook niet. Dat fijnstof komt onder andere van de grote snelwegen hier tegen Diemen-Zuid aan. De kruising van de ring A10-oost met de Gooiseweg is vanaf ons huis nog geen kilometer en de hoge schermen houden veel tegen, maar er gaat ook veel overheen. Al dat optrekken van auto’s geeft extra veel uitlaatgassen. En aan de andere kant van de vijver achter ons huis is een overslagbedrijf gevestigd. Grote vrachtwagens met dieselmotoren rijden af en aan, ook goed voor flink wat uitstoot. Al die vervuiling, het hoort er gewoon bij. Er zijn mensen die er om verhuizen, maar waar moet je dan heen? Wikipedia zegt dat twee derde van het fijnstof uit ons omringende landen komt.
Maar het is natuurlijk niet de milieuvervuiling waar het mij nu om gaat. Er gaat geen dag voorbij dat we het we brommende gezoem van de snelwegen niet horen. Ook ’s avonds wanneer we ons te ruste leggen is er altijd die snelweg op achtergrond, soms onderbroken door een optrekkende motor of een malloot die op het industrieterrein hier achter zijn banden uitprobeert. Er gaat ook geen avond voorbij waarop de sirenes niet aanzwellen en wegsterven, soms gevolgd door een weer optrekkende brandweer of ziekenauto. En elke keer schiet het even door mijn hoofd; “Waarom toen niet, waarom gebruikte de agent van de ‘hondenbus’ op 14 september 2106 geen sirene?” Het is maar iets simpels natuurlijk, maar zo’n sirene roept elke keer toch weer iets wakker. Een gewone politieauto doet me niet zoveel, maar wel die sirenes.
Nu de artikel 12 procedure achter ons ligt en het Openbaar Ministerie een aanklacht gaat formuleren voor een komende rechtszitting, flits het nog vaker door mijn gedachten. Wanneer de chauffeur een sirene had aangezet en zijn zwaailichten had gebruikt, dan had Harm hem zien aankomen! Het licht had weerkaatst tegen de ramen van de Nassaukade, zoals ook de sirene door de gevels zou zijn teruggekaatst. Het is niet meer terug te draaien, maar o, wat zouden we dat graag doen. Dat het Amsterdamse Gerechtshof bevel gaf tot vervolging was al een hele opluchting en nu de beide officieren van justitie die we inmiddels hebben gesproken ook aangeven dat ’14 september 2016′ op het OM wordt aangemerkt als ‘een gevoelige zaak’, draagt dat bij in het verwerkingsproces. Er wordt met nadruk, heel serieus naar gekeken en als nabestaanden worden we met mededogen en respect behandeld.

Bij het gesprek heb ik een foto over tafel geschoven. Onze advocaat maakte er ons op attent; de beeldengroep van Hildo Krop aan de gevel van het Hoofdbureau van Politie aan de Marnixstraat, hoek Elandsgracht. Zo’n 250 meter van de plek waar Harm verongelukte staat uitgebeeld waar de politie voor bedoeld is. Het zijn drie beelden op sokkels met daarboven het wapen van Amsterdam en een banderolle met de tekst “’t Gezag dat rust behoedt in stad en staat / waakt rusteloos tegen d’onrust van het kwaad”. (tekst van P.H. van Moerkerken). Het eerste beeld geeft aan de politie tot taak heeft de kinderen in de samenleving te beschermen, breder gezien is dat iedereen die zich niet kan verweren. Op de tweede sokkel staat naast de man ook een leeuw met het oude Amsterdamse wapen; de politie heeft gezag! De derde sokkel beeldt de verkeerspolitie uit, wielen met vleugels en een verkeersbord in de hand. Mooier en korter had beeldhouwer Krop het niet kunnen uitbeelden. Het herinnert ons eraan waar het op ’14 september 2016′ en ook later bij het OM fout ging. Gelukkig is dat laatste nu rechtgezet en weten we ons verzekerd van een goede afhandeling.


Het heeft even geduurd, en eindelijk is het zover. Via de advocaat kregen we van Gerechtshof Amsterdam een beschikking op ons beklag. Simpel gezegd, het hof (drie rechters) heeft nagedacht over ons beklag. Ons beklag hield in dat we het niet eens waren met de beslissing van de officier van justitie om de zaak tegen de agent die Harm heeft aangereden, te seponeren. Hij vond het dus niet nodig om de agent te gaan vervolgen en een rechtbank daar een uitspraak over te laten doen. Zijn beslissing en zeker de manier waarop de OvJ ons daarvan op de hoogte bracht, kwetste ons. De boodschap was toen, mei 2017, simpel; ‘de agent reed veel te hard, maar uw zoon had beter uit moeten kijken’.
Het hof had te beoordelen of een strafrechter zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. En daarnaast moest het hof beoordelen of er voldoende belang was bij het instellen van een strafrechtelijke vervolging. Beide vragen moeten dan bevestigend worden beantwoord en dan pas volgt er een bevel tot vervolging. Na flink wat overwegingen kwam het hof tot een uitspraak. Daarbij citeer ik een belangrijke zin: “Het hof is van oordeel dat beantwoording van deze vragen (over naleving van allerlei regels en dergelijke), die mede van belang zijn voor de dagelijkse praktijk van het politiewerk niet in de besloten setting van een artikel 12 Sv. procedure kunnen worden beantwoord.” Even later volgt punt 9 van de beschikking:
Harm,
Jouw leven is zo abrupt gestopt dat we het soms niet eens kunnen beseffen. De eerste dagen nadat je er niet meer was, werden we geleefd. En misschien zorgde onze Lieve Heer wel voor een extra stoot adrenaline. Stap voor stap werd het een deel van ons leven. We gingen lezen over rouw en verdriet, vrienden, familie, jouw vrienden, ze bleven maar komen. Je bent er en je bent er niet. Gisteravond hebben we gegeten met je vrienden en daarna zijn we van de Rozengracht naar de Nassaukade gelopen. Op de boom staat weer een groot zilverkleurig hart met je naam eronder. Een enkele wandelaar stond te kijken en een stel dat aan de overkant een huis inging liep wel twee rondjes. Moesten zij ook terugdenken aan die bizarre avond? Ach ja, de meeste auto’s rijden iets rustiger omdat de T-kruising compleet op de schop is geweest. Wat als….?

Rare titel deze keer, maar het gebeurt wel regelmatig. Dan plopt het opeens op en schiet er ergens door mijn hoofd een plop… Het gemis en het zeker weten dat we Harm niet meer hebben. In ieder geval niet meer hier op aarde. Afgelopen weekend gebeurde dat door de column van Femke van der Laan, de weduwe van Eberhard van der Laan. Ze schrijft de laatste maanden treffende columns in de zaterdagse Parool bijlage PS. “het nooit is er pas weer in rust en in stilte”. Regelmatig herken ik en ook Coos trouwens, veel in haar verhaaltjes en observaties. Dat het in de kleine dingen zit, die een ander waarschijnlijk helemaal niet opvallen, een zinswending, een blik, een niet gemaakte opmerking, een verhaal… een maaltijd.
M’n schuurtje is nu op een sluiting na, helemaal af. Ook de deur zit er in en is zowaar een kunststukje geworden. Hij is bijna niet te tillen, bijna 30 kilo denk ik, inclusief al het ijzerbeslag. Al een paar dagen last van mijn heup en volgens de huisarts komt dat vanuit mijn rug, te veel getild… Toch ben ik trots op mijn werk, zeker nu ook de tuindeur klaar is! De weerhaan, op de hoek van het schuurtje, kijkt eigenwijs in de richting van de wind en houdt gelijk het prachtig gelegde zinken dak in de gaten. Dit was nu zo’n projectje waarbij ik vaak dacht: “Hoe leuk zou Harm dit vinden? Had hij niet even mee willen helpen?” Vaak hebben dat soort gedachten mijn hoofd gevuld en huilde ik van binnen. Maar ja, als Harm nog leefde, had hij het dan niet veel te druk om zich met mijn simpele schuurtje van twee vierkante meter bezig te houden? Altijd druk met werk, vriendin en weer een festival? En toch heb ik die gedachten, ik kan het niet laten. Wanneer ik een klaar-foto in de familie-app zet, vraag ik mij af hoe hij gereageerd zou hebben.
Vandaag is de 17e april, ‘geboortedag Harm’ staat er in mijn agenda. Afgelopen zondag hebben we ’s middags heerlijk spinazietaart gegeten en daarna zijn we met z’n allen naar Zorgvlied geweest. Opnieuw hebben we 34 rode rozen op het graf gezet, nu met 2 witte erbij. De kleinkinderen zochten kleine schelpjes en maakten zo een versiering als cadeautje. De zondag was nog bewolkt, maar vandaag lijkt het weer wel een beetje op dat van 36 jaar geleden, ook toen veel zon, maar misschien nog net iets frisser. Het roept zoveel herinneringen op, de vroedvrouw, de sympathieke kraamverzorgster, de huisarts waar Coos toen werkte, de eerste bezoekjes van de opa’s en oma’s en elke keer weer die trappen omhoog in de Hofmeyerstraat, met Harm in de draagzak. Ik kan me nog herinneren dat ik beschuit met muisjes trakteerde op school, maar nauwelijks vrij kreeg om Harm aan te geven bij de burgerlijke stand… Maar geen verjaardag meer, stilstaan bij zijn geboortedag, het blijft zo onwerkelijk.
Een paar weken terug waren we even op vakantie op een zonnig eiland. Lekker even helemaal niets, behalve dan veel lezen. In de schaduw op het dakterras las ik Tim Keller: ‘Bij je volle verstand’. Het deed me nog eens beseffen dat ik niet de enige ben die ook soms gebukt gaat onder twijfel en zoveel waarom-vragen. En, dat er zoveel mensen zijn die beseffen dat er meer is dan dit aardse bestaan. Het deed me opeens weer verlangen naar een dag van opstanding. Besef, is dat hetzelfde als geloof? Ik denk het wel, en het geeft gelukkig ook zoveel perspectief, ondanks alle verdriet dat we Harms verjaardag niet meer kunnen vieren. Er is zoveel meer!
Overbuurman Piet kwam aan de deur. Hij lijdt aan beginnende Alzheimer en weet dat zelf nog redelijk onder woorden te brengen. Een week geleden zag ik hem ’s middags voor mij uit fietsen, terwijl ik van de kapper kwam. ’s Morgens, een paar uur daarvoor, ik kwam terug van de sportschool, fietste hij mij voorbij, terwijl ik aan de kant stond en de telefoon op nam. Hij wilde afstappen maar zag opeens dat ik stond te bellen. Die middag stapte hij bij zijn huis af en ik stopte even naast hem. “Zo Piet, boodschappen gedaan?” Hij keek me aan en zei: “Hé, ben jij er nu pas?” Dat soort zinnetjes, poëzie is het, met humor, zonder dat Piet het zelf weet. Ik antwoordde bevestigend en vroeg hoe het ging, maar hij ging er niet op in. We kwamen over het autorijden te praten. Piet zag nog geen enkel probleem. Ik vroeg hem of de dokter of zijn dochters het niet verboden hadden? “Mij verbieden ze niets”, was zijn antwoord. “Het gaat nog uitstekend en ik rijd zelfs naar de Middenweg.”

Die habbekrats heb ik maar laten zitten, de kringloop was er blij mee. Uiteindelijk had ik zoveel planken leeg dat ik, wat beneden te veel was, boven netjes kon inruimen. Overzichtelijk en keurig op onderwerp gesorteerd en… genoeg ruimte over om de stapels boeken die uit Harm zijn boekenkast zijn gekomen ook een plek te geven. Ook Harm mocht graag boeken verzamelen. Vooral architectuur, ontwerpen literatuur en koken hadden zijn aandacht. Sinds het opruimen van zijn etage stonden de stapels boeken bij ons boven, gewoon om es een keer op te ruimen. Vaak hadden we het er over gehad, maar zoals met zoveel, het heeft tijd nodig. Het ‘goede voornemen’ was er, maar ook deze had meer tijd en ruimte nodig. Harm zijn stapels heb ik geselecteerd en een gedeelte een mooie plek gegeven, een “gedachtenisrij” boeken. Om nog eens door te bladeren; dit vond hij dus mooi, dit interesseerde hem. Ook in 2018 is Harm elke dag in onze gedachten en die speciale rij boeken dragen daar aan bij, zal soms treurig stemmen, maar ook vaak een glimlach te voorschijn toveren.
Blinde vlekken, we hebben er vele vandaag de dag. En steeds weer is het een opgaaf om ze te ontdekken, door te lezen, het verleden te bestuderen en heel veel samen in gesprek te gaan. ‘Elkaars nieren proeven’, werd er vroeger wel gezegd. Donderdagavond zat ik met vriend Marco in zaal 1 van het Eye. Première van de film “THE LONG SEASON”, Marco had via zijn werk twee vrijkaartjes. De film had in november al gedraaid op de IDFA en zelfs twee prijzen gewonnen. Nu draait de film gelukkig in een groot aantal bioscopen, een aanrader! De maker, Leonard Retel Helmrich, heeft een boeiend beeld geschetst van het leven in een vluchtelingenkamp in de Bekavallei (Libanon). Je voelt haast de kou en de blubber wanneer de beelden van het scherm spatten. Schamele plastic tenten als onderkomen en verstoken van de meest elementaire voorzieningen. En de dagelijkse onrust over hoe het de familie in Raqqa, in handen van IS, vergaat. Korte lontjes, huwelijksperikelen, haat en nijd, maar ook veel liefde; het komt allemaal voorbij. Wat een spiegel houden Helmrich, Huystee en de Syrische Ramia Suleiman ons voor!