1963
In 1985 werd de Wet op het Basisonderwijs ingevoerd. In het onderwijs heeft dat voor geweldige veranderingen gezorgd. Wanneer ik dat soort zaken opdiep, realiseer ik me gelijk dat toen ik begon met werken in 1978, die Wet nog lang niet bestond. De dr. M.B. van ’t Veerschool begon met klas 1, waar leerlingen zaten die voor 1 oktober van een schooljaar in ieder geval 6 jaar waren geworden. In 1978 waren de meeste leerlingen wel naar een kleuterschool geweest denk ik. In het geval van de school in Amsterdam waren dat kleuterscholen in de buurt waar de kinderen opgroeiden. Omdat er in Amsterdam of omgeving geen gereformeerde kleuterscholen waren, kwamen ze dus van openbare of christelijke kleuterscholen op hun zesde naar de gereformeerde lagere school bij Amsterdam-Sloterdijk. Bij ons thuis, in Hollandscheveld, heeft niemand op een kleuterschool gezeten, voor zover ik weet. Er was geen gereformeerde kleuterschool in Hoogeveen, dat zal een reden zijn geweest. Maar op de boerderij en in de houthandel was er genoeg te spelen en te leren, dus de noodzaak was er ook niet. Mijn ouders vonden het wel goed zo denk ik. Na de zomervakantie van 1963 ben ik dus voor het eerst naar school gegaan. Veel kan ik me er niet van herinneren, wel dat ik één van de weinigen was die niet minstens een jaartje op een kleuterschool had gezeten. Bijna 7 was ik, een oktoberkind en daarmee een ‘late leerling’. Van knippen en plakken had ik nog nooit gehoord en met rechts en links had ik ook moeite.
Misschien is dat wel de reden dat ik me die strenge winter van 1963 nog zo goed kan herinneren. Ik was immers alle dagen thuis! Vaag weet ik iets over een Elfstedentocht en een man uit Ommen die won. We hadden geen TV, alleen een krant. De bergen sneeuw voor ons huis waren veel mooier en indrukwekkender. Zeker wanneer er ook nog eens een harde oostenwind woei. De Langedijk voor ons huis was compleet ingesneeuwd. De wind joeg de sneeuw op vanaf Hollandscheveld over de weilanden richting ons huis. Achter de struiken bleef alles liggen tot meer dan anderhalve meter hoogte. Geen bulldozer kwam er door. Er was er één blijven steken bij de boerderij van de familie Neutel. Op zondag baggerden we door de weilanden naar de kruising met Het Opgaande, waar meneer te Velde ons kwam ophalen voor de kerk. In de sneeuw kon je prachtige hutten bouwen, alhoewel je moest oppassen voor instortingsgevaar. Het heeft weken geduurd dat de weg weer begaanbaar was. Tot in maart lag er sneeuw en ijs. Op een morgen kwam er een grote optocht langs van paarden. Op mijn knieën zat ik op de bank voor het raam. Mijn twee jongere broertjes zullen meegekeken hebben. Woensdag 6 maart volgens de geschiedenisboekjes. De bereden politie trok over de Langedijk en ging door de weilanden naar Het Opgaande. Mijn ouders zullen precies geweten
hebben wat er aan de hand was. Klaas Hartman, één van de Vrije Boeren, dat was het doel. Er was iets met het Landbouwschap en boer Koekoek. Wat snap je daar allemaal van als je zes bent? Klaas Hartman was een goede kennis van mijn vader. Wanneer mijn vader ziek was, kwam Klaas Hartman wel eens helpen met
melken. Die woensdag werd hij uit zijn huis gezet en het weekend erna was er zelfs brand gesticht in de lege boerderij. Nog jaren bleef de ruïne van Hartmans huis een aanklacht tegen te veel overheidsbemoeienis. Over de ‘opstand der braven’ is later uitgebreid geschreven. Op internet is ook nog steeds een uitzending te vinden over deze roerige tijd. Vijftig jaar geleden dus, net als die bijzondere schaatstocht in januari. Trouwens met ‘boer Hendrik Koekoek’ hadden mijn ouders niet veel op, in de oorlog was hij namelijk niet helemaal zuiver geweest.
1963, het jaar dat ik voor het eerst naar school ging aan het Alteveer in Hoogeveen. Een gebouw uit de 19e eeuw met een heus kolenhok. In de klassen stonden grote kachels met een hek er om heen. Wij leerden nog schrijven met de kroontjespen. Over Martin Luther King zullen we het wel niet gehad hebben. Gereformeerden in die tijd hadden daar niet veel mee. Wel kan ik mij de laffe moord in dat najaar op John F. Kennedy herinneren. De beelden in de krant vergeet ik nooit meer. Een grote open Amerikaanse slee, waarbij je moest raden dat daar de doodgeschoten president in zat. Naar mijn idee hadden we opeens sympathie voor zijn ideeën. En dat alles vijftig jaar geleden. Waar herinneringen aan ingesneeuwd zijn al niet toe kunnen leiden. Want terwijl ik in 1963 voor het eerst naar school ging werd in Amsterdam gestart met gereformeerd onderwijs. Ook weer iets om dit jaar bij stil te staan. Mannenbroeders hebben in Amsterdam na jaren vergaderen het voor elkaar gekregen om hun droom te verwezenlijken. Gereformeerd onderwijs voor verbondskinderen. Niet zo lang geleden heeft de Koninklijke Bibliotheek alle kranten van voor 1995 digitaal beschikbaar gemaakt. Het Gereformeerd Gezinsblad van 9 september 1963 doet uitgebreid verslag van de opening van de dr. M.B. van ’t Veerschool. Boeiend om te lezen. Tegelijkertijd ook een waarschuwing om niet schouderophalend vijftig jaar geschiedenis te veronachtzamen. Hoe zal men immers over vijftig jaar terug kijken op onze hedendaagse bekrompen ideeën? 

Anderhalf jaar geleden filosofeerde prof. Ad de Bruijne van de Theologische Universiteit in Kampen in een Reformatie-hoofdartikel over een eventuele verhuizing van zijn universiteit. Weg uit Kampen, de wijde wereld in. Waarschijnlijk was dat een opmaat voor de huidige plannen, die via een persbericht werden verspreid. Toen vond ik het al een verfrissende gedachtegang. Afgelopen week werd ik helemaal blij van het feit dat er echt verder over doorgedacht is. De synode van de GKV wordt dan ook gevraagd om verder onderzoek te doen. Er blijkt zelfs een keuze te kunnen worden gemaakt uit Groningen, Amsterdam en eventueel Utrecht.
Dinsdag 27 maart overleed in Putten meester Rients Wietsma. Van 1970 tot en met 1995 was meester Wietsma de directeur van de dr. M.B. van ’t Veerschool. (Dit is de oude naam van Veerkracht.) Hij heeft dus 25 jaar aan het roer van onze school gestaan. Toen ik in 1978 kwam werken in Amsterdam was hij het ‘hoofd der school’. Hij gaf gewoon les in klas 6, zoals groep 8 toen genoemd werd. Soms gaf zijn vrouw les en had hij tijd om wat administratie te regelen en vertegenwoordigers te ontvangen. De school was toen nog een eenmansbedrijf zou je kunnen zeggen. In het oude 19e eeuwse gebouw tegenover voormalig station Sloterdijk kwamen leerlingen uit de wijde omtrek gereformeerd onderwijs volgen. Uit Haarlem, Zaanstad, Hoofddorp, maar ook uit IJmuiden en Beverwijk en natuurlijk uit heel Amsterdam kwamen de leerlingen naar de Molenwerf. Meester Wietsma was in 1970 in Amsterdam komen werken. Na allerlei kerkelijke perikelen had men het hoofd der school van de GBS in Schildwolde gevraagd naar Amsterdam te komen. Voor hem en zijn gezin een geweldig grote stap natuurlijk, maar het voelde als een roeping, gaf hij later aan. Op onze school heeft meester Wietsma echt de grote onderwijsontwikkelingen meegemaakt en vorm gegeven. Terwijl hij toch eigenlijk het lesgeven het leukste vond, gingen allerlei andere zaken steeds meer de aandacht vragen. Omdat begin jaren 80 van de vorige eeuw, het oude gebouw bijna instortte, moest er een nieuwe locatie gevonden worden. Toen dat eenmaal gevonden was aan de Slotermeerlaan moest er verhuisd worden. Al vrij snel na de verhuizing moesten verbouwingsplannen gemaakt worden. De school werd uitgebreid met een kleuterafdeling en dat bracht heel wat geregel met zich mee. Halverwege de jaren 80 werd het hele gebouw gerenoveerd en ook daarin dacht meester Wietsma, zelf een verdienstelijk klusser, volop in mee. Op het hoogtepunt telde de school toen zo’n 250 leerlingen. Eind jaren 80 volgde de afsplitsing van de gereformeerde school in Velserbroek. Meester Wietsma was een meester van orde en regelmaat. Onder de huidige oudergroep zullen een aantal zich dat ook herinneren. Nooit het werk van leerlingen on-nagekeken teruggegeven bijvoorbeeld. Met ook altijd een cijfer voor het schrijven daarbij, naast een cijfer voor rekenen of taal. Meester Wietsma was een meester die vond dat leerlingen voorop stonden. Ook voor ouders had hij altijd een open oor. Het belangrijkste voor hem bleef toch de gereformeerde identiteit van het onderwijs. Hij wilde de leerlingen wat dat betreft zoveel mogelijk bagage voor de toekomst meegeven. Huiswerk voor Bijbelse geschiedenis was dan ook heel gewoon. Hij zorgde ervoor dat we allemaal huiswerklessen maakten en met stencilschrijver en stencilmachine kon je elke leerling zijn blaadjes meegeven. Toen computers hun intrede deden, liep hij voorop en volgden we met het hele team een computer cursus op de MAVO in Bloemendaal. In meester Wietsma gedenken we een schoolmeester met liefde voor de Heer en zijn kerk. Toen hij met een koninklijke onderscheiding in 1995 afscheid nam, vertrok hij kort daarna met zijn vrouw naar Putten. Daar heeft hij zich nog uitgebreid bezig kunnen houden met zijn hobby schilderen (aquarelleren). Boven aan het overlijdensbericht stonden uit Hebreeën 13 de volgende woorden: “Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.” Dat was ook wat hij in het leidinggeven zijn team en leerlingen meegaf.
Een paar weken terug verscheen een boek van Guus Luijters met daarin een lijst van bijna 18.000 kinderen die in de oorlog zijn vermoord. Gelukkig werd dat omgeven met flink wat publiciteit in de pers. Daarnaast wordt er een tentoonstelling gehouden in het
In AVRO-kunstuur had ik al een keer een reportage gezien over de directeur van de Nieuwe Kerk, die op ‘strooptocht’ was in Israël. Hij probeerde daar zoveel mogelijk stukken voor zijn tentoonstelling binnen te halen. En zoals Ernst Veen veel gelukt is, lukte ook dit. Met zijn charmante voorkomen flikte hij ook dit weer. Het resultaat mag er zijn; een indrukwekkende tentoonstelling over het Jodendom. Voor wie een beetje bekend is met de Bijbel en hoe het Jodendom zich na Christus heeft ontwikkeld is dit een feest van herkenning. Een groot aantal onderwerpen komt voorbij. Van synagoge tot jad en van diaspora tot sjabbat. Ook de bijbehorende catalogus is fraai van opzet. Hierin komen 100 Joodse begrippen kort aan de orde die worden vergezeld van voorwerpen uit de tentoonstelling. Helaas komen de prachtige banieren wat mindere tot hun recht. Wil je die namelijk lezen, dan hou je er een hernia aan over. Gaan dus; om het kleine stukje Dode Zeerol te bewonderen en ook het prachtige schilderij van Marc Chagall van een treurende rabbijn met een Thora-rol. Alleen die twee voorwerpen al, maken de tentoonstelling tot een must.
Een groot compliment tenslotte aan de scheidende directeur Ernst Veen. Wanneer je de audio-tour beluistert houdt Veen bij nummer een 1 een afscheidstoespraakje. Deze man heeft zoveel betekend voor de Nieuwe Kerk en de Hermitage; geweldig. Dit soort mensen hadden ze ook nodig bij het Rijks en het Stedelijk Museum.
Afgelopen week moest ik in groep 7 vertellen over Levi de tollenaar. Hij werd door Jezus van zijn werk weggeroepen om achter Jezus aan te gaan. Later gaat Jezus eten met Levi en zijn collega’s en ook andere zondaars schuiven aan. Jezus geeft de criticasters ter overweging dat hij gekomen is om mensen te redden en niet de al geredden nog een keer naar de mond te preken. Een paar dagen ervoor had ik een paar keer de CD van Tax Collectors opgezet. Deze echte eerste CD van de Amsterdamse Tax Collectors ademt ook die sfeer. Geen triomfantelijke overwinningsmuziek van een groepje gereformeerden die het al weten. Dat maakt het tot een intrigerend muzikaal verhaal van de zes muzikanten. Al jaren spelen ze samen en zijn op zoek gegaan naar hun eigen geluid. De 13 nummers op deze CD met de titel ‘FOREIGNER’ zijn allemaal geschreven door Ton van Dijk en passen uitstekend bij de door de groep gearrangeerde muziek. Binnen de grote hoeveelheid aan muziekgroepen die bijvoorbeeld bij DWDD optreden, misstaat de Tax Collectors beslist niet. Aanschaffen dus, voor de prijs hoef je het niet te laten. Kijk op:
opnieuw een meesterwerk afgeleverd. De film gaat over de zoektocht van Mathijs Souhoka naar antwoorden op zijn vragen. Opgegroeid in het kamp Conrad bij Rouveen, zit hij nog steeds met vragen rond de contacten tussen het kamp en de plaatselijke bevolking. Dat levert prachtige en ook tegelijk tenenkrommende gesprekken op tussen de Molukker Souhoka en oudere Rouveners. Hoezo christelijke dienstbaarheid en gerechtigheid? Tegelijkertijd confronteert het ook de kijker met de vraag hoe hij of zij reageert op de vreemdeling binnen de poorten. Een zwarte bladzijde uit de vaderlandse geschiedenis werd zo weer naar voren gehaald. Nog steeds duurt het onrecht richting de Molukkers voort. Met valse beloften werden ze ooit naar Nederland gehaald, in de hoop op een dag terug te kunnen keren naar een vrij Ambon. In het naoorlogse Nederland hadden ze niets te zoeken. En daarbij werden ze ook nog eens ondergebracht in de leegstaande kampen die in de oorlog door de Duitsers werden gebruikt voor Joden en krijgsgevangenen; onder andere in Westerbork, Vught en dus ook bij Rouveen. Wat hebben we er inmiddels van geleerd?
Nu na bijna 22 jaar Nederland nemen Norman en Cindy afscheid. Hun drie kinderen wonen inmiddels allemaal weer aan de overkant van de oceaan. We hebben veel aan ze te danken. Het verbreedde onze kijk op de kerk en de wereld. In