Asielzoeker des Vaderlands
Het stond genoteerd in ‘nog eens te lezen’, het boek van Rodaan Al Galidi. Hij kwam ooit bij ‘De Wereld Draait Door’ langs en ook Adriaan van Dis nodigde hem uit in zijn boekenprogramma. Zijn boek baarde veel opzien en de VPRO liet hem uitgebreid aan het woord in ‘Nooit meer slapen’ (terug te luisteren via YouTube). Vervolgens komen er dan achter weer zoveel andere boeken voorbij… Totdat onze Armeense vriendin zei: “Ik ga oefenen om gek te worden!” Ze bedoelde waarschijnlijk het omgekeerde, want inmiddels werden ze gek van alle bureaucratie en onwetendheid, nadat ze hun verblijfsvergunning hadden gekregen. Er was op een gegeven zelfs een ambtenaar die ze voorhield dat ze in gebreke waren gebleven, omdat ze de afgelopen periode geen belasting hadden betaald; een ernstig verzuim. Nu hadden ze het laatste halfjaar ook geen enkel inkomen gehad vanuit de overheid. Ze woonden ‘nergens’ en in ieder geval niet in een AZC en ze meldden zich ook niet. Geen verzekering, alleen maar een ‘weekgeld’ van goedwillende vrienden. Geen belasting betaald!
Het deed me herinneren aan het verhaal van Rodaan Al Galidi. Binnen een paar weken stond mijn reservering bij de bibliotheek gereed. Eenmaal begonnen kon ik er niet meer afblijven, wat een bizar en boeiend verslag. Rodaan Al Galidi weet de wereld van de asielzoeker zo treffend neer te zetten, dat je intens meevoelt en tegelijkertijd je ook steeds meer gaat schamen. De schrijver, afgestudeerd bouwkundig ingenieur in Irak, weet zijn observaties en gedachten heel raak te verwoorden. Ik citeer enkele uitspraken uit het VPRO interview, dan krijg je gelijk een beeld van het boek met de bijzondere titel: “Hoe ik talent voor het leven kreeg’. Op de voorkant van het boek staat een bladzijde uit zijn eerste Nederlandse lessen.
Over hoe IND-ambtenaren omgaan met de verhalen die ze horen van asielzoekers: “Een nette leugen is beter dan een rommelige waarheid.” En toen het ingewikkeld werd met een ondervragende ambtenaar zei deze: “Je bent hier om antwoorden te geven, niet om vragen te stellen.” “Het is anders dan wanneer je oorlog ziet in een Hollywood-film, of dat je de oorlog ìn de oorlog ziet.” Over Nederland: “Alles is geregeld……..” “De oorlog heeft mij gered…, omdat dat niet te vergelijken is. Ze maakte mij sterk.” Rodaan besefte dat er niets ergers was dan oorlog, daar verdwenen andere zaken dan toch bij in het niet. “Europa (vooral Nederland) controleert al haar koffieshops, maar niet haar grenzen.”
In november 2015 was Rodaan te gast bij Podium Witteman. De Componist des Vaderlands, Willem Jeths, had op fragmenten uit gedichten van Rodaan, een koorwerk geschreven. Bij Paul Witteman aan tafel, noemde Rodaan zichzelf toen voor de grap ‘Asielzoeker des Vaderlands’. Een mooi maar ook terechte kwikslag, want zijn werk geeft een bijzondere kijk op het asielvraagstuk en hoe we daar als Nederlanders mee omgaan. En let wel, Rodaan spaart daarbij ook de asielzoeker niet. Ik werd getroffen door het verhaal over dominee Van Munster en zijn drie dames. Deze waarschijnlijk goedbedoelende predikant zorgt er voor dat Rodaan niets van de kerk moet weten, schijnheiligheid is snel doorgeprikt door iemand die niets bezit. Toch blijft Rodaan Jezus wel blijft herkennen als een bijzonder iemand. Dat zet ook aan het denken, hoe we als kerkmensen omgaan met het asielprobleem en mensen die in ons land een menswaardig bestaan denken te vinden. Een boek dat je niet alleen maar moet aanbevelen, maar dat je gewoon moet lezen!

Al lezend moest ik ook regelmatig denken aan het boek dat ik in-las voor de CBB. ‘De wereld achter het hek’ is een boeiend verhaal over bewoners in een vluchtelingenkamp in Australie. Suhbi, de ik-figuur, is geboren in dat asielzoekers-kamp. Samen met zijn moeder en zusje zijn ze gevlucht om dat ze als Rohingya in hun eigen land, Myanmar, gepest, getreiterd en vervolgd worden. Van binnenuit vertelt Subhi over wat hij meemaakt. Dit boek van de Australische schrijfster Zana Fraillon is wel vergeleken met ‘De jongen in de gestreepte pyjama’. Maar naar mijn idee is dat geen goede vergelijking. Dat laatste boek heeft als manco dat de fantasie daar heel erg is doorgeslagen. ‘De wereld achter het hek’ is een roman, waar humor in zit, maar ook de wrede werkelijkheid waar asielzoekers mee te maken krijgen laat zien. Zana Fraillon was geschokt toen ze de verhalen over de vluchtelingen hoorde, die jarenlang zaten opgesloten. Gewoon in haar eigen beschaafde land. Het inspireerde haar tot het schrijven van dit boek.
Het gekke is dat de Engelse titel niet letterlijk is vertaald. ‘The bone sparrow’ is toch een prachtige titel, waarom is zo’n titel niet goed om te zetten in het het Nederlands? En ik kan er niets aan doen, het blauwe omslagontwerp is toch ook veel spannender?
Tot slot, ‘De wereld achter het hek’ wordt aangeprezen als jeugdroman, terecht! Laat jongeren dit maar lezen, maar het is ook een boek, voor als je je geen jongere meer voelt. En wordt lezen moeilijker, omdat je ogen je in de steek laten, dan kun je het aanvragen via de site van PASSEND LEZEN!

Tegenover de balie in onze plaatselijke bibliotheek is een tafel waar recent aangeschafte boeken liggen om uitgeleend te worden. Zonder stil te staan bij de tentoonstelling in ‘Huis Marseille’, had ik een boek over Noord-Korea meegenomen, getriggerd door een recensie die ik erover had gelezen. Na de fotobeelden ben ik gaan lezen in ‘Over de Grens’. Het boek begint met een korte inleiding van Remco Breuker. Breuker is hoogleraar Koreastudies aan de Universiteit Leiden en verschijnt regelmatig in diverse actualiteitenprogramma’s als de spanning weer op loopt tussen Trump en Kim Jong-un. Hij geeft een paar prachtige understatements mee in zijn inleiding: “Macht corrumpeert en absolute macht corrumpeert absoluut. De absolute macht van de enkeling en het recht op een menswaardig bestaan van velen gaan slecht samen. Literatuur vormt dan een eenzame tegenstem tegen het overdonderende geweld van de propagandakoren.”(pg 12) En een paar bladzijden verder over het indringende verhaal van Jang Jin-Sung: “Het is wellicht een cliché, … Over de grens houdt de lezer een spiegel voor. Het laat zien hoe noodzakelijk de vrijheid van geest is, om ook daadwerkelijk te kunnen leven.” En wanneer je dan de proloog van het boek in één adem uitleest, blijf je als verbijsterd zitten en lees je en herlees de laatste zin van deze proloog nog eens: “Geschrokken realiseerde ik me dat de tranen die ik tijdens de audiëntie had gezien (de schrijver mocht plotsklaps op audiëntie bij de vader van Kim Jong-un; Kim Jong-il) niet de tranen van een mens waren, maar de bloedige tranen van iemand die wanhopig mens wilde worden.”
Overbuurman Piet kwam aan de deur. Hij lijdt aan beginnende Alzheimer en weet dat zelf nog redelijk onder woorden te brengen. Een week geleden zag ik hem ’s middags voor mij uit fietsen, terwijl ik van de kapper kwam. ’s Morgens, een paar uur daarvoor, ik kwam terug van de sportschool, fietste hij mij voorbij, terwijl ik aan de kant stond en de telefoon op nam. Hij wilde afstappen maar zag opeens dat ik stond te bellen. Die middag stapte hij bij zijn huis af en ik stopte even naast hem. “Zo Piet, boodschappen gedaan?” Hij keek me aan en zei: “Hé, ben jij er nu pas?” Dat soort zinnetjes, poëzie is het, met humor, zonder dat Piet het zelf weet. Ik antwoordde bevestigend en vroeg hoe het ging, maar hij ging er niet op in. We kwamen over het autorijden te praten. Piet zag nog geen enkel probleem. Ik vroeg hem of de dokter of zijn dochters het niet verboden hadden? “Mij verbieden ze niets”, was zijn antwoord. “Het gaat nog uitstekend en ik rijd zelfs naar de Middenweg.”