Film kijken met Willem Jan Otten

De grote zaal van DE BALIE aan het Leidseplein zat tot de nok vol. Een maand geleden ook al, want toen kreeg ik uitverkocht op mijn scherm. In samenwerking met het dagblad Trouw en het debatcentrum De Balie, organiseert Willem Jan Otten dit seizoen 10 filmavonden. Onder de titel ‘Rite du Cinema’ heeft Willem Jan Otten 10 films uitgezocht. Eerst schrijft hij er een uitgebreid essay over in Trouw. Vervolgens vertoont De Balie de film en Willem Jan Otten leidt de film in en bespreekt hem na met een kenner. Dat leverde gisteren in ieder geval een zeer boeiende avond op.

De Franse filmmaker Robert Bresson maakte de film ‘Un condamné à mort s’est échappé‘ (Ontsnapping uit de dodencel) in 1956. Als ondertitel gaf hij de evangeliewoorden “De wind waait waarheen hij wil” uit Johannes mee. Oppervlakkig gezien gaat het om een ontsnapping uit de Gestapogevangenis in Lyon. Maar de film zet je gedachten in beweging en maakt dat je voor jezelf het verhaal wat je niet ziet, kunt invullen. Wezenlijke levensvragen komen voorbij. Met daarbij het professionele commentaar van de schrijver Willem Jan Otten werd het een ingrijpende kijkbelevening. Ik heb, ondanks dat ik last had van een hooikoortsaanvalletje, op het puntje van mijn stoel gezeten. Het leverde ook een boeiend gesprek op met een medebezoeker. Terloops kwamen we vooraf in gesprek en deelden binnen tien minuten ingewikkelde levensvragen. Nog een citaat uit Trouw:          “Dat geeft de ongekende spanning aan de film: dat er door een onmogelijke poging van Fontaine (gevangene die ontsnapt), een gemeenschap van ontsnappers ontstaat. Weliswaar is er maar één man feitelijk aan het ontkomen, maar de anderen ontkomen aan de doffe zinloosheid die hun bestaan tekende. Ik ken geen preciezer verbeelding van wat volgens mij ‘de gedroomde kerk’ is, dan deze film.”

De voorstellingen met Willem Jan Otten zijn steeds de laatste maandagavond van de maand. Op tijd kaarten bestellen, het is snel uitverkocht. Zeer aanbevolen.

een vergissing?

Mocht u het nog niet gelezen hebben, het is een geweldige aanrader. In het Nederlands vertaald onder de titel “een keukenmeiden roman“, ligt al een half jaar in de boekhandel. De oorspronkelijke titel is “The Help”. Deze Amerikaanse roman speelt zich af begin jaren zestig in de staat Mississippi. Een ernstig, ontroerend boek met heel veel humor. Het gaat over hoe de zwarten zich voelden in een door blanken beheerste maatschappij. Het laat je ook in een spiegel kijken als lid van een grote meerderheid in ons eigen land. Gewoon lezen dus! Aardig is het commentaar in verschillende soundbites achter in het boek. De pers heeft zich meer dan lovend uitgelaten. Een citaat uit het NRC gaat over het omslag en de titel. De recensent vind beide in het Nederlands veel beter. Valt naar mijn idee over te twisten. Door die NRC opmerking was ik wel nieuwsgierig hoe het Amerikaanse omslag er uit zag. Op Amazon.com heb je dat zo te pakken natuurlijk. Daar las ik ook nog een keer de eerste pagina in het Engels. Aibileen vertelt dat Mae Mobley is geboren op een vroege zondagochtend in augustus, in 1960. ‘A church baby we like to call it’ (citaat 2e regel). De vertaalster maakte daarvan dat het dan een ‘kerkbaby’ wordt genoemd. Heeft de schrijfster zich vergist?  Is een kind wat op een vroege zondagochtend wordt geboren niet gewoon een zondagskind? Of zouden de zeer gelovige zwarten dat echt een kerkbaby hebben genoemd? En zou de vertaalster daar dan niet aan gedacht hebben?  Ondanks dit raadsel, lees en geniet!

 

 

waar komen wij vandaan?

Een kerk in het Roomse zuiden volgepakt met stoere mannenbroeders en struise zusters. Begin jaren 60 vorige eeuw. Voor in de kerk een tafel met daarachter VU professoren. Zij leggen uit hoe de VU omgaat met wetenschap in moderne tijden. De bioloog en hoogleraar Jan Lever houdt op gedragen toon een voordacht over het probleem rond de evolutietheorie. Vanuit de VU achterban komen allerlei vragen. Bijvoorbeeld hoe het moet met Adam en Eva, als de aarde volgens de geleerden miljoenen jaren oud is. Het voorgaande was een fragment uit een tv-documentaire van de NCRV. Op een VU-symposium over ‘anderhalve eeuw evolutiedebat in protestants-christelijk Nederland’, werd het getoond. Het symposium ging vooral over die 150 jaar. Eén van de inleiders, Ab Flipse, toonde duidelijk aan dat het creationisme niet is geïntroduceerd vanuit de VS, door de EO, maar vooral de streng gereformeerden van voor de oorlog. Na de oorlog waren het vooral vrijgemaakte gereformeerden die de deze lijn voortzetten. Gelukkig kregen dezen ook in eigen kring wel weer tegenwind. Met name noemde hij dr. C.Smits en Nico Rupke (zoon van ds. Rupke). Op het lyceum in Groningen werd zelfs min of meer creationistisch onderwezen. Zo leerde ik ook begin jaren 70 alles over ”polystrate dendrolieten’. Die laatste waren bijvoorbeeld het bewijs van de zondvloed.

Naar mijn idee was het debat schepping versus evolutie in de 21e eeuw niet meer relevant in de kerk. Intelligent design was enkele jaren geleden in discussie, maar verdween ook snel weer naar de achtergrond. Toch is er nog steeds een grote groep creationisten die serieus probeert christenen te overtuigen van hun gelijk. Ook tijdens de forumdiscussie lieten ze van zich horen. Naar mijn idee mag er wel wat meer aandacht voor deze discussie komen. En dan vooral veel luisteren en proberen elkaars argumenten te doorgronden en te begrijpen. De meerderheid van de bezoekers was de zestig al wel gepasseerd. Maar de gemiddelde leeftijd van het forum was onder veertig. Dat laatste mag veelbelovend heten.

Een oude grijze dame (met rollator), kwam met een mooie uitspraak. ‘Zolang hypotheses kunnen worden bewezen is het leuk, maar het blijven vaak hypotheses.’ Ze was vroeger scheikundige geweest, hoorde ik haar zeggen bij het verlaten van de zaal. Een paar dagen voor het symposium was op het nieuws dat men in Genève de snelheid van een deeltje had gemeten. En… sneller dan het licht. Volgens Einstein onmogelijk, dus moet er opnieuw worden gemeten en ook op andere plaatsen. Wanneer het uiteindelijk toch waar is, gaan veel natuurkundewetten de prullenbak in. Grappig vind ik, vaststaande zaken opeens overhoop. Terug in de tijd, waar sommigen op hopen, kan trouwens niet. Maar da ga ik nu niet op in.

Willem de Mérode – biografie

Eigenlijk weet ik niet zo goed waar en wanneer mijn belangstelling voor de dichter Willem de Mérode is ontstaan. Het was in ieder geval in de tijd dat ik de gereformeerde Pedagogische Academie aan de Hereweg in Groningen bezocht. Misschien was het dat ik bij de literatuurlessen opmerkzaam werd gemaakt op deze dichter. Was het een artikel in de krant, of toch een gedicht? Ik heb in ieder geval voor het vak Nederlands een speciaalstudie over de Mérode gedaan. Voor de wetenschappelijke artikelen schreef ik voor informatie naar Hans Werkman, toen al (1978) jaren de kenner van deze protestantse dichter uit de eerste helft van de 20e eeuw. Per kerende post kreeg ik antwoord. Een dikke envelop met artikelen was het resultaat. Op de envelop reclame voor de Bond tegen het vloeken, kan ik mij nog herinneren. Al met al, heeft het er voor gezorgd dat ik de Mérode ben blijven lezen. Soms minder en soms meer. Kom ik in een antiquariaat een bundel tegen, dan kijk ik wel even of er budget is. Zo tikte ik gisteren nog een prachtige uitgave van de XXX PSALMEN op de kop.

De laatste week van de vakantie heb ik de dit voorjaar verschenen biografie van de Mérode ter hand genomen. Mijn voorliefde voor biografieën kon ik zo ook weer botvieren. Ooit had ik voor die speciaalstudie ‘Het leven van Willem de Mérode’ gelezen. Dit boek verscheen in 1971 en werd in 1983 gereviseerd opnieuw uitgegeven als biografie. Nu is de uitgave van 1983 helemaal opnieuw onder handen genomen door Hans Werkman. Vlot om te lezen en het geeft een mooie inkijk in het leven van deze bijzondere dichter.  Daarnaast had ik trouwens ook de tegelijkertijd verschenen bundel mee met 100 gedichten van Willem de Mérode meegenomen (een keuze van Hans Werkman en Willem Jan Otten). Volop genieten dus! Voor wie van poëzie houdt is deze bundel zeer aan te bevelen. De taal kan soms even een struikelblok zijn, maar dan moet je het gedicht gewoon hardop lezen. Dat adviseerde de Mérode zelf ook.

Interessant was dat ik in ‘Het leven van Willem de Mérode’ (een exemplaar uit de boekenkast van mijn schoonvader, omdat mijn eigen exemplaar te veel waterschade had) artikelen uit het Nederlands Dagblad van 1973 vond. K.O. Meijer bespreekt daarin het boek van Werkman. Ondanks alle lof, is de schrijver van deze boekbespreking niet blij met het duidelijke en openlijke verhaal over de Mérode’s seksualiteit. Het had beperkter en soberder gemoeten, dan had de biografie aanzienlijk aan niveau en gehalte gewonnen, volgens Meijer. Enkele weken geleden schreef Rien van de Berg een beschouwing over de biografie van 2011. Hem had ik nog wel eens vergelijking met 1973 zien willen maken. Bij van de Berg geen enkele kritische opmerking over teveel openheid. Dat zou gebeurd zijn, wanneer er te omfloerst (op z’n 1973s) was gesproken, denk ik.

Tot slot. Mijn 1973 exemplaar ligt volledig uit de band. Versie 2011 is een mooi uitgevoerd boek met een goed ontworpen omslag. Waarom is deze biografie niet mooi gebonden en heeft het geen harde omslag gekregen? De Mérode zelf hield juist zo veel van mooi uitgegeven boeken! Een gemiste kans vind ik zelf. Ook de verzameling 100 gedichten hadden een mooiere uitvoering verdiend!

Wanneer u ’t bittre van dit boek verwart,
Gij meent, dat ik in lijden ben verstart,
Bedenk en voel hoe zelfs de zoeten linde
De stugge schors draagt boven ’t zachte hart.
(Kwatrijnen,  1924)

vakantie in Frankrijk

Wanneer je een vakantiedagboek bij houdt, zijn  mensen verbaasd. Iemand zei, dat kun je toch ook op Facebook doen? Nou, mij niet gezien dus. Min of meer voor de grap antwoordde ik dat ik er misschien wel een blog over ging schrijven. Eenmaal thuis ging ik alle foto’s doornemen. Dat leverde meer dan genoeg materiaal op. Niet om anderen te vermoeien met mijn familieactiviteiten natuurlijk. Wel om wat leuke opvallende plaatjes door te geven. De eerste foto is natuurlijk op zich helemaal niet bijzonder. Je komt dit soort beelden in Frankrijk overal tegen. Wel apart vond ik deze meer dan 5 meter hoge crucifix bij het strand van Palavas (half uurtje van Montpellier). Nu besef je als gereformeerde dat God ook op vakantie er is. Ook op het strand dus! Prachtig was de Arena in Nimes. Het zet aan het denken dat je een gebouw doorloopt dat al 2000 jaar bestaat. Dat bepaalt je opeens bij de nietigheid van de mens. Wat stellen wij voor met ons korte mensenleven in de geschiedenis… Groen van Prinsterer zijn uitspraak: ‘in het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal’, doet hier opgeld! Omdat we vanuit het zuiden een tussenstop in de Bourgogne maakten, konden we Autun (71) verkennen. Ook daar overblijfselen uit de Romeinse tijd, waaronder een prachtige poort. Het bijzondere was, dat aan de poort een gereformeerde kerk was vastgebouwd. Tja, daar kun je toch flink over filosoferen. Het gebouw zag er niet uit trouwens. Niks geen statigheid, geen uiterlijk vertoon. In het zuiden hebben we ook verschillende gebouwen gezien van de Eglise Reformee en ook bezocht trouwens. Ook daar strakke eenvoudige functionele gebouwen. Al met al, een kerk die steun vindt aan een poort van het grote Romeinse Rijk, lijkt mij een unicum. Tot slot; de druivenpluk was begonnen. Zeer bijzonder, want normaal gesproken is dat weken later. Maar de druiven zijn vroeg rijp, vanwege het mooie voorjaarsweer. Voor de echte wijnliefhebber is het een ontroerend gezicht; wijngaarden die met de hand worden geplukt!

Bijbelmethode na acht jaar klaar

Vandaag heeft het Nederlands Dagblad een keurig artikel gepubliceerd over het voltooien van de Bijbelmethode Levend Water. Het is natuurlijk altijd even afwachten wat de betreffende journalist er van maakt, maar dit verdient een compliment. En gelukkig zijn journalisten er niet alleen maar op uit om nieuws te verdraaien.

Nu is het ook echt een een mijlpaal. Het was onvergetelijk om sinds maart 2004 (om precies te zijn: 10 maart) met een aantal collega’s te bouwen aan iets compleet nieuws. Onder leiding van Gert Gelderblom en samen met Henry Koopman en Vrouwke Klapwijk zijn we toen aan de slag gegaan. Vooral het eerste begin was pionieren. Ik kan me nog herinneren dat we met grote vellen een overzicht hebben gemaakt voor een eerste opzet. Daarnaast sleepten we ook ons eigen achtergrondmateriaal mee. De GPC-verhalenlijst was een hele belangrijke, maar bijvoorbeeld ook de boeken van van Bruggen (CNT). Het werden al met al inspirerende woensdagen in Vathorst. In de pauze verkenden we regelmatig de bouw van deze Amersfoortse nieuwbouwwijk, om daarna weer verder te bouwen aan de methode voor bijbelonderwijs. Wat waren we trots toen het eerste deel, voer groep 8, verscheen. Een prachtig leerlingenboek met daarbij een werkboek. Vooral de laatste was een kunststuk. Een handig en ook goedkoop werkboek om leerlingen zelf mee aan het werk te laten gaan. Om ook thuis met ouders in te vullen en om er over de vertelde verhalen door te praten. Deel 7, 6 en 5 werden vervolgens met veel inzet in de markt gezet. De auteurs stopten er vaak al hun vrije tijd in. Een dag in de week was in de meeste gevallen veel te weinig. Maar met de overtuiging dat we het ergens voor deden kwamen we er iedere keer weer. Soms schoven deadlines op, maar het is iets om onze goede God dankbaar voor te zijn dat het hele project nu afgerond is. Het was tot eer van God en met Zijn hulp. Toen deel 8 t/m 5 klaar waren heeft de stuurgroep Levend Water onder leiding van Jan Overweg (zijn naam zij met ere genoemd) het voor elkaar gekregen dat er een doorstart kon worden gemaakt voor de onderbouw van de basisschool. Opnieuw kon ik aan de slag. Nu niet als auteur, maar als projectleider. Voortvarend is er gewerkt en gebrainstormd en veel nagedacht. Voor groep 3, 2 en 1 kwamen er zodoende prachtige ‘knieboeken’ op de markt. Op mijn weblog heb ik de laatste maanden al eens prachtige voorbeelden laten zien. Nu is het helemaal aan het werkveld om goed bijbels onderwijs te geven. De verhalen vertellen uit het Boek staat daarin voorop. De handleidingen van Levend Water geeft daarvoor veel tips en achtergronden. Toch zal de leerkracht het zelf moeten doen. Hij (en ook zij natuurlijk) moet op een rustig moment de Bijbel openslaan, het verhaal lezen en op zich in laten werken. Hij/zij zal (en daar kan de methode weer bij helpen) moeten bedenken wat hij/zij zijn leerlingen wil meegeven.

Voor de niet lezers van het ND, hierna de tekst van het artikel;

Bijbelmethode basisonderwijs na acht jaar klaar Met een ‘knieboek’ voor kleuters van groep 1, is deze week de gereformeerde Bijbelmethode Levend Water afgerond. Projectleider Roel Wimmenhove hoopt dat ook andere Bijbelgetrouwe scholen de acht lesboeken ontdekken.

Diemen Acht jaar is er aan gewerkt en de gereformeerde scholen hebben er gezamenlijk ruim 600.000 euro in geïnvesteerd: de Bijbelmethode Levend Water. Vijf mensen uit het werkveld waren er elk minstens één dag in de week voor vrijgesteld. Vier jaar geleden verschenen de delen voor de groepen vijf tot en met acht, deze week het achtste en laatste deel, een lesboek voor de kleuters van groep een.   ‘We zijn dus eigenlijk omgekeerd begonnen’, zegt projectleider Roel Wimmenhove uit Diemen en een van de auteurs. ‘Dat kwam omdat bij groep 8 de behoefte aan adequaat achtergrondmateriaal bij de Bijbelverhalen het grootst was. Voor die groep hadden we niets waarmee we de kinderen aan het nadenken konden zetten.’

hoofd en hart Levend Water is de opvolger van de methode Naam en Feit. De nieuwe methode beoogt volgens Wimmenhove niet een verschuiving van het hoofd (kennis) naar het hart (waarom dóen mensen dat), maar wil hoofd en hart laten samenwerken. ‘Je moet de kinderen Bijbelverhalen blijven vertellen. Zo geef je hun het evangelie door. De achtergrondinformatie is bedoeld om de impact van het Bijbelverhaal voor jouw leven duidelijk te maken.’ Vandaar verwerkingsvragen als: ‘Waarom dóet aartsvader Jacob dat nou?’ En: ‘Waarom reageren de mensen in het verhaal zo?’ Met daarna de toepassingsvraag (‘dichterbijvraag’): ‘Hoe zou jíj reageren?’ Of nog persoonlijker: ‘Wat geloof je nu zelf?’ Levend Water bestaat uit een handleiding voor de leerkracht, een leerlingenboek en een werkboek. Het lesboek is voor op school; interactieve vragen geven een aanzet tot een klassengesprek over Bijbel en geloof. Ook de ‘schaduwverhalen’, die op een alledaagse manier de boodschap uit de Bijbel belichten, dienen dit doel. Het werkboek dat de leerlingen mee naar huis nemen, is meer bedoeld voor de zelfstandige verwerking. Daarbij leren de kinderen feiten, memoriseren ze Bijbelteksten en moeten ze opdrachten maken. Wimmenhove: ‘Zo krijgen de kinderen bij het Bijbelboek Job, dat over het waarom van het lijden gaat, de opdracht: ga eens met iemand praten die wat ergs heeft meegemaakt. Waarbij we in de handleiding tegen de leerkracht zeggen: let speciaal op wat dit teweeg kan brengen bij kinderen.’

breder Met acht werkboeken is Levend Water volgens Wimmenhove ‘redelijk uniek’. Zo ontwierp het reformatorische Driestar College ook een Bijbelmethode, maar die bestaat meer uit los leerlingenmateriaal dat gekopieerd kan worden.      Volgens Wimmenhove is Levend Water gemaakt voor het gereformeerd onderwijs, maar ook breder te gebruiken. Daar is bij het schrijven, bijvoorbeeld over de kerk, ook rekening mee gehouden. En nadat er vanuit een hervormde scholencluster in Barneveld belangstelling bleek te bestaan voor de nieuwe methode koos de projectroep ook voor een extra editie van het werkboek waarin de Herziene Statenvertaling wordt gebruikt.  Verder werden in de begintijd evangelische meelezers ingeschakeld. Wimmenhove: ‘Ook de christelijk-gereformeerde ds. A. van der Veer gaf ons goede tips waarmee we gedurende het project onze winst konden doen.’

veel gebruikt op gereformeerde scholen Van de gereformeerde basisscholen past inmiddels 80 procent de nieuwe Bijbelonderwijsmethode Levend Water toe. Buiten de gereformeerde zuil is de bekendheid minder. ‘Zo’n  25 protestants-christelijke scholen maken er gebruik van’, schat Tamme Spoelstra van uitgever Educatief Academie, die behoort tot de Gereformeerde Hogeschool Zwolle. Levend Water bestaat uit acht delen: voor elke groep van de basisschool één. De oplage van de Bijbelmethode varieert en bedraagt per deel tussen de twee- en tienduizend exemplaren.

de toekomst van het onderwijs

In het juni-nummer van de AVS is het thema; de toekomst van het onderwijs. Trendwatcher en filosoof komen aan het woord. In een viertal artikelen komt van alles voorbij. Voor ieder die bij het onderwijs betrokken is als leidinggevend tot en met leerkracht, een must om te lezen. Naar mijn idee ook een mooi onderwerp om eens een discussiebijeenkomst over te beleggen. Een paar zaken die mij opvielen. Bakas (trendwatcher) zegt dat een van de grote thema’s van de komende tijd eenzaamheid zal zijn. Hij zegt: “In een tijd met meer communicatiemogelijkheden dan ooit tevoren, voelen meer mensen dan ooit zich eenzaam.” Deze stelling vraagt er natuurlijk om, om besproken te worden, zeker in het gereformeerde onderwijs. Wat gaan we doen met zo’n gegeven? Hoe bereiden we leerlingen daar op voor? Of zorgen we juist, dat we net doen of het er niet is? Naar mijn idee liggen er op dit gebied geweldige uitdagingen, waar je je als gereformeerd onderwijs geweldig mooi kunt onderscheiden. Een prachtige leidraad daarbij kan het laatste boek van Tim Keller zijn over gerechtigheid.

In een ander artikel komt uitgebreid Ad Verbrugge aan het woord. Hij is van BON (Beter Onderwijs Nederland) en reageert op stellingen, samen met Harry Starren van De Baak. Filosoof Ad Verbrugge maakt een aantal zeer rake opmerkingen over het onderwijs. Ik geef wat kenmerkende uitspraken:

  • De adviesbureaus hebben het hbo en mbo verstoord en ik vrees dat ze nu het basisonderwijs gaan aanpakken.
  • Of je verhoogt de lonen, of de onderwijsresultaten glijden af. Het is maar wat je over hebt voor de kinderen.
  • Ik maak mij grote zorgen over het te veel zelfstandig werken van kinderen en het veel te vroeg diagnostisch indelen. Kinderen komen in stromen terecht waar ze moeilijk meer uitkomen.
  • Als leerkrachten begeleiders worden, wordt de school een buurthuis.
  • Hoe meer je gaat coachen, hoe minder er uit komt.
  • Juist omdat je elkaar niet meer opzoekt en aankijkt worden er dingen uitgewisseld waar je helemaal naar van wordt. (over o.a. Hyves)
  • Een schoolleider moet uit het onderwijs komen en zelfs deels voor de klas staan. ….. De hoofdmeester van vroeger, die fulltime voor de klas stond, had feilloos door wat het eindniveau was en wist wat er mis ging.

de geschiedenis van de liefde

‘De geschiedenis van de liefde’ is een boek met verschillende verhaallijnen. Dat kan verwarrend werken, maar de schrijfster Nicole Krauss heeft het echter zeer vernuftig, als een soort puzzel, allemaal in elkaar verweven. Na drie pagina’s heeft het boek je al in de greep en wil je het gewoon uitlezen. Een echte aanrader dus! Op internet circuleren genoeg uitgebreide beschouwingen, daar verwijs ik graag naar. Opvallend mooi vond ik de foto op het stofomslag. Bij zo’n bijzondere foto denk je al gauw dat in de VS ook hetzelfde omslag is gebruikt. Op de site van mevrouw Krauss stond echter een hele andere omslag. Die had men ook best in Nederland kunnen gebruiken, lijkt me. En wie is nu die mevrouw op de omslag? Is het de schrijfster zelf? De achterkant van de titelpagina zegt dat de foto uit het Museo di storia della fotografia Fratelli Alinari in Florence komt.

Io + gatto / ik en kat

De betreffende omslagfoto schijnt in het archief van fotografe Wanda Wulz (1903-1984) te zitten. Is het dan de fotografe Wanda? Dat wordt helaas niet vermeld. Wat doet deze foto op een boek van Nicole Krauss? Mevrouw Wulz heeft in ieder geval een wereldberoemde foto nagelaten. Is dat misschien weer een extra puzzeltje wat bij dit boek hoort? Een kat komt echter nergens in het boek voor.

Waarom heeft men dan in Nederland een volstrekt andere omslag gemaakt voor zo’n prachtig boek? Ondanks het feit dat de Wanda Wulzfoto erg mooi is. De man van Nicole Krauss schrijft ook boeken. Volgens haar mag je geen parallellen trekken met de boeken van haar man. Ze zijn volstrekt onafhankelijk. Het gekke is nu dat de omslagen van de boeken van Jonathan Safran Foer wel letterlijk vertaald kunnen worden. Dit boek gaat over een  bijzondere jongen, waarvan de vader is omgekomen bij de aanslag op de Twin Towers.  Een prachtige omslag. Alle redenen om dat bij vertalingen ook te gebruiken. Waarom dan niet bij ‘De geschiedenis van de liefde’?

Jonathan Safran Foer

 

 

 

plan voor de omroepen

Het schijnt dat de regering een bezuinigingsplan voor het huidige omroepbestel heeft vastgesteld, waar ook de omroepen mee instemmen. Aangezien ik veel thuis ben en ook regelmatig de radio of tv heb aanstaan, kan ik er wel een beetje over meepraten. Toch heeft men vergeten naar mijn advies te luisteren. Op radio 1 hoorde ik zojuist een nogal warrige discussie over dit punt. Maar laat nu Henk Westbroek heel aardig mijn mening verkondigen! Meestal vind ik deze man een grote flapdrol, maar nu had hij toch het gelijk aan zijn kant. Mijn ideeën zijn eigenlijk heel simpel uit te voeren. Gooi het hele bestel op de schroothoop en maak een Publieke Omroep naar voorbeeld van het BBC-model. Daar valt best een hele mooie Nederlandse variant op te maken. Geen reclame, van begin tot eind moet dat verboden worden! Daardoor krijg je ook geen oneerlijke concurrentie meer met commerciële omroepen. Eventueel laat je het volk meer betalen als dat werkelijk nodig is. En allerlei programmamakers die nu uitstekende programma’s maken, kunnen dat ook doen voor de Nederlandse BBC. De EO is waarschijnlijk best in staat om een variant op het veel geprezen “Songs of Praise” te maken. Westbroek wilde wel een actiegroep oprichten. Naar ik weet bestaat die al. Nu alleen de politiek nog om.

Pelgrim op de Alpe d’Huez, broer Henk in de krant!

Pelgrim op de Alpe d’Huez Geplaatst: 9 juni 2011 08:48, laatste wijziging: 9 juni 2011 08:53     Bas Jansen

Capelle aan den IJssel – Hardlopen ging niet meer als gevolg van darmkanker. Maar de fiets bracht uitkomst voor Henk Wimmenhove. Vandaag bestijgt hij met ruim 4000 fietsers de Alpe d’Huez in een sponsor-actie voor KWF Kankerbestrijding. Het gevoel dat Henk Wimmenhove (52) vandaag in zijn kuiten gaat voelen, is niet na te bootsen in de polder. Hij moest het in de voorbereiding op zijn beklimming van de Alpe d’Huez doen met de Van Brienenoordbrug in Rotterdam. ‘4,5 procent stijgingspercentage, dat stelt eigenlijk niets voor.’ Voor de zesde keer op rij wordt vandaag de fietstocht tegen kanker Alpe d’HuZes verreden en het evenement trekt meer deelnemers en media-aandacht dan ooit. Wimmenhove staat voor het eerst aan de start om de sportieve strijd tegen zijn ziekte aan te gaan.

Twee jaar geleden kwam voor hem de diagnose: darmkanker met uitzaaiingen naar de lever. Na chemotherapie en bestralingen volgde een zware operatie. Het waren bange tijden voor hem en zijn gezin. Niet lang na de operatie stak de ziekte opnieuw de kop op en begon de behandeling weer van vooraf aan.

Wimmenhove, wiskundeleraar aan de Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad (GSR) in Rotterdam, was lang uit de roulatie. Vorig jaar september begon hij weer voorzichtig met lesgeven. Afgelopen maandag stond hij voor het eerst weer een volle dag voor de klas. Of de kanker nu weg is? ‘Twee weken geleden leken er weer twee plekjes zichtbaar op de lever, een week geleden was op een echo niets te zien.’ Voor zover mogelijk raakt de Capellenaar gewend aan een leven met wisselende vooruitzichten. Op dit moment is Wimmenhove optimistisch en voelt hij zich relatief fit. ‘Helemaal de oude word ik niet meer, er is een Henk vóór en er is een Henk ná de kanker’, vertelt hij.

Zowel mentaal als conditioneel heeft Wimmenhove flinke klappen te verduren gehad. De fiets helpt hem lichamelijk sterker te worden. ‘De laatste jaren liep ik rondjes hard met mijn dochter. Maar als gevolg van de chemo voelde ik veel pijn in mijn voeten door de trilling van het lopen.’ Van fietsen had hij geen last en hij begon met korte rondjes in de buurt. ‘Nu is een tocht van 120 kilometer peanuts voor mij. Mijn uithoudingsvermogen neemt toe en ik heb ook veel plezier op de fiets.’

‘Oom Henk, u kunt het toch ook een keer doen?’, vroeg een neef die al eens deelnam aan de Alpe d’HuZes. Toen de online-inschrijving opende, was Wimmenhove er als de kippen bij. Veel deelnemers proberen zes keer – zie de naam van het evenement – bergop te gaan. Wimmenhove niet, hij volgt het doktersadvies op en houdt het bij één beklimming plus afdaling. Hij twijfelt niet of hij de top zal halen. ‘Ik rij mijn eigen tempo en in de vlakkere bochten kan ik even lekker ademhalen.’

Zoals alle deelnemers wordt de docent gesponsord. Hij ging voor 3500 euro maar zit nu al boven de 5000 euro. De totale opbrengst van de Alpe d’HuZes gaat naar KWF Kankerbestrijding met dit jaar als speciaal doel de periode van diagnose van kanker te versnellen. Een aansprekend doel voor Wimmenhove. Afgelopen weken ervoer hij weer de spanning en onzekerheid tussen twee controlemomenten. Naast de financiële steun ontvangt hij veel bemoediging van familie, vrienden en gemeenteleden uit de kerk. ‘Gisteren kreeg ik nog een mooie e-mail: “Doe je best Henk. Ik voel me altijd dichter bij God in de bergen, dat komt door psalm 121.” Ik kan me voorstellen dat ik me ook ga voelen als een pelgrim, zoals de schrijver van dat lied.’ De ziekte heeft hem gesterkt in zijn geloof. ‘Het voelt alsof God dichter bij mij is gekomen.’de Nederlandse berg

De klim van ruim dertien kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 8,1 procent is niet toevallig het decor van de Nederlandse sponsoractie in de strijd tegen kanker. De Alpe d’Huez draagt in de volksmond de naam ‘de Nederlandse Berg’. Van de 26 keer dat in de Tour de France de finish op de berg lag, kwam acht keer een Nederlandse wielrenner als eerste over de eindstreep. 22 juli staat de befaamde col weer op het programma van de Ronde van Frankrijk.