Categorie: geschiedenis

Rafelranden

Het was dan wel heel warm de afgelopen weken, maar dat heeft er ons niet van weerhouden toch regelmatig de fiets te pakken. Zo waren we een paar dagen in Zeeland bij onze kinderen op een vakantiepark in de buurt van Brouwershaven. Aangezien ik niet de hele ochtend in het zwembad wilde liggen, kon ik er heerlijk op uit met de fiets. In Kerkwerve, halverwege naar Zierikzee, was het stil, maar de bomen zaten in ieder geval nog goed in het blad. Genoeg schaduw om even weer bij te tanken. Eenmaal in Zierikzee was toch wel te merken dat de hittegolf veel mensen buiten de stad hield. De Nieuwe Kerk was gelukkig open vanwege een schilderijententoonstelling. Een vriendelijke mevrouw liet me zelfs het orgel horen via een CD en zo klonk opeens Medelsohn door het lege kerkgebouw. Binnen was het een stuk koeler en het glas water zat zelfs bij de prijs in. Voor de Sint-Lievensmonstertoren, naast de Nieuwe Kerk, hoefde ik niet te betalen om er rond te kijken. De mevrouw van de muziek en het water had mij attent gemaakt op de prachtige miniatuur van de oorspronkelijk Sint-Lievensmonsterkerk, die helaas door brand was verwoest. Je zou willen dat je de tijd terug kon draaien, want het was een magistraal en prachtig kerkgebouw. Voor een euro kon ik de Dikke Toren beklimmen. De kaartjesverkoper verzekerde mij dat de toren koel was en dat hij nog geen extra hulp had hoeven inroepen voor beklimmers vanwege de warmte. Met in mijn hand een verlepte bloem, nam ik de wenteltrap naar boven. Op 62 meter hoog mocht in de bloem naar beneden gooien en hiermee werd ik onderdeel van een kunstwerk. Aan de voet van de toren lagen her en der de verdorde bloemen… Mooi om te laten zien en mee te maken; verhef het ‘vergane’ tot kunst. Vanaf de toren, het was helaas net zo warm als beneden, had ik wel een prachtig uitzicht over het Zeeuwse landschap. Rechte wegen, afgemeten akkers, waarvan vele er nogal geel uitzagen. En zeker vanaf boven goed te zien; alles is benut, nergens een rafelrand te zien. Op mijn tocht terug viel het me nog eens op, alles is benut en alles ziet er netjes en verzorgd uit.
Op een warme zondagmiddag fietsten we het warme Diemen uit. Via de nette randen van IJburg reden we over de IJsselmeerdijk naar Muiden. Met verbazing hebben we daar staan kijken naar de verwoeste en verweesde volkstuintjes. We wisten niet beter of dit was een prachtige rafelrand. Rommelige tuinen wisselden goed onderhouden tuinen af en soms kon je zelfs groenten kopen en het geld achter laten in een kistje. Nu is het een grote puinhoop en je ziet de bebouwing oprukken. Ook Muiden ontkomt niet aan de bouwwoede blijkbaar. En ook hier van die ’21-eeuwse eenheidsworstbouw’, donkerrode steen afgewisseld met witte en puntgevels die iets authentieks moeten geven. Na de bouwvakvakantie zal de rafelrand wel plat gebulldozerd worden en in snel tempo worden volgebouwd met waarschijnlijk nog duurdere woningen, omdat ze een beetje uitzicht hebben op Pampus. Maar oh, wat jammer van deze boeiende rafelrand die daar altijd was. Hier en daar zijn de protestleuzen nog zichtbaar, maar de tuinbezitters zullen nu toch hun groenten bij de supermarkt moeten halen.

Bij het lezen van de laatste bundel non-fictie verhalen van Frank Westerman, moest ik regelmatig aan de rafelranden denken. Westerman schrijft daar op zijn boeiende manier prachtige verhalen over. En dat gaat van echte ja-knikkers bij Schoonebeek tot de moord op een boekverkoopster in Wageningen. De rafelranden van de samenleving, immers het wordt hier toch niet volmaakt; dat maakt zijn bundel ook zo boeiend. Die o zo gewone Nederlanders, vaak ja-knikkers, kunnen zo maar in het criminele circuit belanden, of ze komen terecht bij de kant van de nee-zeggers. Daarom is het zo jammer dat overal de rafelranden verdwijnen.
Zo hadden we jarenlang langs de Weespertrekvaart een heerlijk rommelgebied; een Eendengarage, een nederzetting van de Hells-Angels en allerlei loodsen met onduidelijke bedrijfjes. Er staan nu hippe, zeer kapitale villa’s, omgeven door hoge muren. O zo jammer. Gelukkig hebben we schrijvers als Westerman die in in ieder geval de verhalen levend houden. Laten we dat maar koesteren en proberen daar waar nog rafelranden zijn, ze niet te saneren.

Het zal toch niet waar zijn…

Het was me het klusje wel, de tuin van onze Armeense vrienden ‘omhekken’! Je denkt het op een vroege zaterdagmorgen wel even te kunnen doen. Zo vroeg mogelijk, vanwege de warmte. En natuurlijk goed gereedschap erbij, zoals een benzine aangedreven grondboor en een drietal accuboormachines voor de verschillende gaten en schroeven. Niets was minder waar dan ‘het even lukken’; natuurlijk zou er wel wat in de grond zitten… maar zoveel stenen, wortels, stukken hout en rotzooi, brrrrrrrr…! Aangezien het steeds warmer werd, zijn we halverwege de middag gestopt, maandag is er weer een dag. Even afmaken, het ergste hebben we gehad, maar nee, genoeg nieuwe obstakels. Het werd al een beetje donker en en buurman kwam vragen of we nog lang na tienen zouden doorgaan; de boor veroorzaakte trillingen bij hem in de woonkamer.
Regelmatig klonk het: “het zal toch niet waar zijn, weer puin, weer een forse wortel, nee toch!” Het eindresultaat werd er gelukkig niet minder op. Dat we één paal uiteindelijk hebben vastgezet op een boomwortel; het is niet meer te zien. Dat de tuinklussers bij buurman A. het allemaal veel beter wisten, we hebben er ons niet aan gestoord. Dat er een paal verzet moest worden door hen, ach, het zal zo zijn. Wij zien het toch niet meer. Natuurlijk hebben we gefilosofeerd over het waarom van ‘omhekken’. In Armenië deden ze het vroeger nooit zei V., daar was een groot veld, met gemeenschappelijk activiteiten van alle buren. Maar tegenwoordig zetten daar de mensen ook een muur om hun tuin. Wij zetten hekken, waar je niet of nauwelijks door heen kunt kijken en we trekken ons terug op ons omhekte stukje tuin. Eigenlijk toch vreemd gedrag. Misschien toch een teken van deze tijd, dat we ons maar terug willen trekken op ons eigen veilige stukje grond, de boze buitenwereld buitensluiten.

Het zal toch niet waar zijn, ik heb het regelmatig gedacht bij het lezen van het laatste boek van Willem Middelkoop. “Patronen van bedrog”, met als ondertitel “Niets is wat het lijkt”. Stapje voor stapje maakt de schrijver duidelijk dat er naast een officiële regering en president in de VS, ook een soort Deep State- structuur bestaat. Een groep allerrijksten in de VS heeft daadwerkelijk zoveel macht en invloed, dat ze oorlogen kunnen uitlokken, regeringen omver werpen en tegenstanders vermoorden. Het verhaal dat Middelkoop ons wil meegeven is ontluisterend en soms heb je werkelijk de neiging om te denken dat deze goudhandelaar toch wel een echte complotdenker is. Toch ligt er zoveel studiemateriaal aan dit boek ten grondslag, zoveel serieus wetenschappelijk onderzoek, dat het geheel het overdenken zeker waard is. Wanneer je na weer een paar bladzijden denkt, tjonge, nu hebben we het wel gehad, komt er iets wat toch nog weer erger is. Het leek wel de tuin waar we een hek moesten zetten, alhoewel daar gelukkig geen slachtoffers vielen.
Het boek is dus niet voor complotdenkers, maar voor nuchtere Hollanders, die vertrouwen hebben in een democratische regering. Het leert om achter de schermen te denken, omdat je er vaak niet achter kunt kijken.

Hochzeit

We waren natuurlijk niet alleen voor het Carl BenzMuseum, het Schloss Zwetzingen of de langste winkelstraat van Duitsland, ruim een week in het prachtige stadje Ladenburg. Afgelopen zaterdag maakten we een prachtige ‘Hochzeit’ mee. Het is een woord dat me intrigeerde; ‘Hochzeit’ een mooi woord, waar zou dat toch vandaan komen? In het begin zeiden we steeds dat de zoon van vrienden ging ‘heiraten’, maar dan was het al gauw dat het woord Hochzeit weer klonk. Na enig zoeken op het wereldwijde web, kwam ik erachter dat ‘Hochzeit’ vroeger gold voor alle grote kerkelijke feesten en dat het tegenwoordig alleen nog gebruikt wordt voor het huwelijksfeest. Het feest waarop man en vrouw elkaar dus trouw beloven. Van alle hoge feesten werd het uiteindelijk dus eentje het hoogste feest. Een mooi beeld is dat eigenlijk wel, want het huwelijk is een afspiegeling van nog iets veel mooiers en heel groots. Hoogfeest dus, net als Hooglied, het prachtige oudtestamentische Bijbelboek over de liefde tussen man en vrouw. En het ‘heiraten’, ik denk dat dat vaak gebruikt wordt voor het sluiten van het burgerlijk huwelijk. En een ‘Hochzeit’ werd het, startend met een hele mooie dienst, met veel zang en orgelspel en werd het feest vervolgens voortgezet naast de kerk met taart en bubbels.

Het bruidspaar was in de gelukkige omstandigheid dat ze de kerkelijke plechtigheid konden laten plaatsvinden in de prachtige Dreifaltigkeitskirche in Speyer. Speyer, aan de Rijn en ruim een half uurt rijden vanaf Ladenburg, heeft een hele serie mooie kerken, maar de Dreifaltigkeitskirche is wel de mooiste. De Dom van Speyer is overweldigend, de grote Gedächtniskirche  is indrukwekkend, maar Dreifaltigkeitskirche is een prachtig voorbeeld van Romantische Bouwkunst. (Die Kirche gilt als „herausragende Leistung evangelischer Kirchenbaukunst und als Juwel des Barock“. [zegt wikipedia]). Het leukst waren we de banken waar we zaten. Je kon aan beide kanten zitten. Van alles kun je er bij verzinnen waar dat voor is, voor je jas, je kerkboek of je tas? Of is het bedoeld, dat wanneer je het niet eens bent met de preek, je de predikant de rug kunt toekeren? Je gaat er zomaar van alles bij verzinnen.
Gelukkig wist de bruidegom wel hoe het zit. Je kunt met je gezicht richting het podium en het altaar zitten, bijvoorbeeld in verband met het Heilig Avondmaal. Maar wanneer de voorganger gaat preken en de trap (op de foto aan het eind van de dubbele bank) neemt naar de kansel, kun je voor beter zicht even oversteken. In de Lutherse eredienst staat immers net als in de gereformeerde eredienst, het Woord centraal!

Het ene museum is het andere niet

Toen we vertrokken stond deze prachtige oude autobus voor het museum.

Vanuit het warme zuiden kwamen we bijna een week geleden in Duitsland aan. Het plaatsje Ladenburg ligt op zo’n 10 kilometer van Heidelberg aan de Neckar. Ladenburg heeft Romeinse overblijfselen, maar leuker is dat het Carl Benz Museum hier is gevestigd. Maanden geleden had ik al eens gegoogeld wat er allemaal te doen was in Ladenburg en dat van Carl Benz sprong er wel uit. We kwamen zelfs het stamlokaal van Carl Benz tegen in de Hauptstrasse. Helaas is het museum alleen in het weekend (we hebben dan andere bezigheden) open en op woensdag, maar dat laatste was ons ontgaan. Na een rondje Neckar, toch even kijken bij de prachtige oude Benz fabriek. Gelukkig stond de voordeur open en een vriendelijke meneer liet ons binnen, het museum was toch open voor een groep.
We betraden een prachtig oud fabrieksgebouw, met een geweldige verzameling old-timers. Van de eerste Benz tot en met een Formule 1 wagen, met een Mercedes-motor uit de jaren 90 van de vorige eeuw. Daarnaast ook een hele verzameling motoren (motorfietsen) en natuurlijk gewone fietsen. Vanaf de eerste loopfiets en de gemotoriseerde fiets van Daimler, naar statige modellen uit de jaren 20. Bijzonder om te zien was dat er dan qua vormgeving in vergelijking met de hedendaagse fiets nauwelijks iets is veranderd. Bij auto’s zijn de verschillen wat dat betreft toch veel groter.

een prachtige graphic novel over het leven van Carl Benz

Ook ontdekte ik dat er in de jaren 50 al fietsen waren met allerlei soorten ondersteuning, zelfs de middenmoter was al uitgevonden. Moderne e-bikes waren er niet natuurlijk, maar over twintig jaar zullen die er ook wel bij komen. Helaas hebben wij de fietsen niet bij ons, omdat Coos natuurlijk nog niet mag fietsen met haar hand in gips. Gelukkig mag dat volgende week eraf als we weer in Nederland zijn. Of er in het verleden ook veel ongelukken gebeurden met de snellere fietsen, kon ik in het museum niet vinden.
Een paar blogs terug heb ik iets gezegd over onze goede vriend Wout, die ook met de fiets een ongeluk had gehad. Het gaat goed met hem, hij is volop in revalidatie en gaat met sprongen vooruit, Tijs van den Brink schreef voor Radio 1 een mooie column over zijn bezoekje aan Wout. (radio 1).

Blinde vlekken… van 2017 naar 2018

Afgelopen zondag preekte de dominee van de Noorderkerk aan de Prinsengracht, Paul Visser, bij ons in de OPK. Hij vond het heel bijzonder om voor de eerste keer echt voor te gaan in een ‘vrijgemaakte’ kerk. “Het is heel goed dat dit gebeurt!”, zei hij vooraf in de consistorie. Het werd een soort kerst-oudejaarspreek over Openbaring 21; “Zie, ik maak aller dingen nieuw!” Als mensen zijn we zo bezig om ons leven te verbeteren, om nog meer spullen om ons heen te vergaren, nog harder werken voor vrede… Maar ondertussen gaat het nog zo vaak mis, maar dan en daar begint God juist. Het liep mis in ons eigen hart, wat trouwens tussen je oren zit volgens dominee Visser. “Maar”, zegt God tegen ons, vanuit dat bijbelboek Openbaring: “Ik ben bezig alle dingen nieuw te maken bij jou. In Christus mag je beseffen, God heeft met mij iets gedaan!” Dat relativeert heel veel, je eigen fouten, je gebreken en je gekkigheden…”

“Zoooo… opa is sterk hè!”

Ik moest mijn aantekeningen er nog eens rustig op na lezen, nog eens weer een hele poos voor de spiegel gaan staan. Weten dat je geliefd bent, maar dan ook langzaam gaan beseffen dat het niet een zoethoudertje is, om jezelf maar een beetje in balans te houden. Wanneer je echt in de spiegel kijkt, besef je ook dat het tussen je oren begint (omdat daar je hart is), maar dat het tegelijkertijd compleet genade is. Alleen dan kunnen we verder, ook met ons verdriet om Harm, het gemis en alles wat daar bij hoort. Hoe vaak heeft ons dat ook de afgelopen weken niet weer door het hoofd gespeeld. Elke keer als ik zijn foto zie staan en in mijn hoofd nog zijn stem hoor, wanneer je vrienden van Harm spreekt. Dan kan het je zo maar naar de strot grijpen en branden er tranen achter je ogen. En tegelijkertijd koesteren we de mooie momenten en herinneringen. Ook als 31 december straks voorbij is en de vuurwerkdampen zijn opgetrokken zal het gemis en verdriet niet voorbij zijn. Zo vergaat het ons en zo veel anderen die een geliefde moeten missen.

Radio, tv en ook de kranten, ze staan deze dagen bol van het terugblikken en vooruitkijken. De bekende doden worden nog eens breed herdacht, rampen en aanslagen worden in herinnering gehaald. En zoals het velen zal vergaan, overdenk je ook eigen persoonlijke gang door een jaar. De mooie dingen, maar ook de zaken waar je liever niet meer aan herinnerd wilt worden. Dat wanneer je voor de spiegel staat je als het ware opnieuw het schaamrood ziet opkomen. Waar zouden onze ‘blinde vlekken’ het afgelopen hebben gezeten? Vorige week, dus alweer bijna twee weken geleden, was ik in Vriezenveen bezig met het leggen van een mooie houten vloer in het nieuwe huis van onze dochter en haar gezin. Prachtig werd het! Maar toch overheerste de pijn op een zeker moment, in mijn knieën.  Al kruipend over de vloer en iedere keer weer overeind komen, toen ik uiteindelijk terugreed had ik een blaar op op mijn linkerknie zitten. Achteraf verdween een beetje de vreugde over de prachtige vloer en het mooie resultaat en dat de oudste kleinkinderen trots waren op hun opa. Een ‘blinde vlek’ was zomaar geboren.
Zo gaat het maar al te vaak, de mooie en feestelijke dingen worden zomaar weer overschaduwd door het vervelende en de rauwe werkelijkheid. Op zo’n moment is het de kunst om het eerlijk naast elkaar te zetten en de lelijke blaar maar even te vergeten. Of andere mensen kunnen zo maar af doen, we gaan ze negeren en willen ook geen meningen meer met ze uitwisselen. Argumenten doen er niet meer toe en onze ‘blinde vlek’ wordt in onze eigen ogen een ‘heldere ster’. In je eigen huis kan het zo gaan, in je familie en ook in je buurt en straat en in het groot gaat het ook vaak zo. We voegen er een hashtag aan toe en zenden het de wijde wereld in. Ook in de kerk gaat het soms zo maar op die manier. We willen allemaal zo graag leven zoals Jezus het ons verteld heeft en voorgeleefd. We willen zo graag, maar hoe vaak breekt het ons niet bij de hand af? En hoe vaak beseffen we dat niet eens en en zien we zelfs achteraf de blinde vlekken niet, ook al zetten anderen er grote schijnwerpers op!  Dat is onze plaatselijke gemeente zo, maar ook in het verband van kerken waar we in leven. De GKv waar de OPK bij hoort veranderde afgelopen jaar op de synode zijn standpunt over ‘de vrouw in het ambt’. Eigenlijk was de discussie al voorbij voordat we er erg in hadden. Maar hoe voelden al die zusters en broeders zich, die al jaren met steekhoudende argumenten dit bepleit hadden? Hoevelen zijn er niet verketterd om dit standpunt? Kregen ze achteraf nog een excuus? Onze GKv is trouwens toch al niet zo goed in het aanbieden van excuses, in de eenwording met de NGK worden die ook nog niet echt van harte gegeven.

Blinde vlekken, we hebben er vele vandaag de dag. En steeds weer is het een opgaaf om ze te ontdekken, door te lezen, het verleden te bestuderen en heel veel samen in gesprek te gaan. ‘Elkaars nieren proeven’, werd er vroeger wel gezegd.  Donderdagavond zat ik met vriend Marco in zaal 1 van het Eye. Première van de film “THE LONG SEASON”, Marco had via zijn werk twee vrijkaartjes. De film had in november al gedraaid op de IDFA en zelfs twee prijzen gewonnen. Nu draait de film gelukkig in een groot aantal bioscopen, een aanrader! De maker, Leonard Retel Helmrich, heeft een boeiend beeld geschetst van het leven in een vluchtelingenkamp in de Bekavallei (Libanon). Je voelt haast de kou en de blubber wanneer de beelden van het scherm spatten. Schamele plastic tenten als onderkomen en verstoken van de meest elementaire voorzieningen.  En de dagelijkse onrust over hoe het de familie in Raqqa, in handen van IS, vergaat. Korte lontjes, huwelijksperikelen, haat en nijd, maar ook veel liefde; het komt allemaal voorbij. Wat een spiegel houden Helmrich, Huystee en de Syrische Ramia Suleiman ons voor!

Een huis…

Stel je voor dat mijn oudste broer op een dag zijn huis gaat verlaten. Dan verdwijnt er een stuk van onze familiegeschiedenis. Voor zover ik weet is mijn vader er geboren in 1916, maar zeker weten doe ik het niet. Hij heeft er in ieder geval bijna zijn hele leven gewoond. Opgegroeid op de keuterboerderij van zijn ouders Fake en Liebigje, nam hij als vanzelf het bedoeninkje over. Mijn vader trouwde in de oorlog (1942) met mijn moeder en bleven er wonen met de oudelui en kregen er in totaal negen kinderen. Na de oorlog bouwde hij het bedrijfje verder uit. Met de kennis die hij had opgedaan op de landbouwschool begon hij wat tuinbouw, bouwde schuren om kippen te houden en ging ‘loonweken’. Ook kocht hij een paard en verschillende landbouwmachines. Van lieverlee verdween het boerenbedrijf naar de achtergrond en werd de boerderij steeds meer woning en opslagruimte voor de ‘houthandel’. Toen ik tien jaar was, hadden we nog ongeveer vijftien koeien en heb ik zelfs melken geleerd!
Zo’n verhaal zou in vele hoofdstukken een boeiende inkijk geven in het huis en zijn bewoners door de afgelopen honderd jaar. De Engelse schrijver Thomas Harding heeft zo’n boek geschreven over het zomerhuis van zijn familie. Het zomerhuis werd ooit gebouwd door zijn overgrootvader Alfred Alexander aan een meer buiten Berlijn. In de weekenden en zomers reed het gezin Alexander naar hun zomerhuis en genoten dan van de landelijke rust en de schone lucht. Een boeiende familiegeschiedenis komt tot leven. De Joodse familie Alexander weet net op tijd te ontvluchten om zo te ontkomen aan de gaskamers van Hitler en zijn trawanten. Het huis aan het meer blijft leeg achter, maar wordt al snel daar de nazi’s onteigend en zo komt het dat er achtereenvolgens nog vier families in het huis komen te wonen. Door de Koude Oorlog komt het huis in DDR-gebied te liggen, verstopt achter de Muur. Pas wanneer de Muur gevallen is, keert op een dag de oma van Thomas naar het ‘zomerhuis’ terug. In de zomer van 2013 gaat de schrijver het huis weer opzoeken. Het is verlaten en vervallen en niemand weet eigenlijk wie nog de eigenaar is. Uiteindelijk gaat Harding met behulp van de plaatselijke bevolking het huis opknappen.
Een knap geschreven boek, dat ook een mooi een overzicht geeft van honderd jaar Duitse geschiedenis. Het bijzondere is trouwens dat de geschiedenis doorgaat. Harding vertelt dat hij op een dag een bordje op het zomerhuis mag spijkeren: ‘Denkmal’. Het dak is inmiddels gerestaureerd en er zijn plannen om ook de rest aan te pakken. Op de site https://alexanderhaus.org/ is heel veel informatie te vinden, fotoreportages, oude filmpjes en ook de toekomstplannen.

advies opgevolgd

Voor ik het terugbreng naar de bibliotheek, wil ik het in ieder geval aanbevelen. Een kleurrijke autobiografische graphic novel: ‘De Arabier van de toekomst’. Inmiddels is het derde deel uit van dit boeiende levensverhaal. Riad Sattouf heeft op een prachtige manier zijn jeugd als peuter en opgroeiend ventje vastgelegd. Zijn vader komt uit Syrië en studeert in Frankrijk, waar hij trouwt met de moeder van Riad. Op een geweldige manier tekent Riad het jongetje dat hij geweest is en alles waarneemt. In deel 1 gaat zijn vader werken in Libië, maar het gezin keert later terug naar Frankrijk. In deel 3 woont het gezin inmiddels in het geboortedorp van Riads vader in Syrië. Prachtig hoe het kleine ventje zijn vader en moeder tekent in het omgaan met het dorp en de familie van Riads vader. Wie meer wil weten over Arabische cultuur, het gewone dagelijkse leven in een Arabisch land, maar ook hoe het voelt om op te groeien in een gezin met twee verschillende culturele achtergronden, pak dit boek ter hand. Een graphic novel lijkt in eerste instantie wat suf, maar dat is het bepaald niet, het is een prachtige vorm om de lezer mee te nemen in het verhaal. Zeer aanbevolen!

De eigenlijke aanleiding voor deze blog ligt echter bij een ander boek. Aan het begin van de zomer las ik van Edmund de Waal zijn tweede boek. Het heeft de prachtige titel: ‘De witte weg’, en gaat over porselein. De Waal is eigenlijk een pottenbakker, maar is inmiddels ook een bekend en geliefd schrijver. Als ik terug blader in mijn blogs, zie ik, dat ik in november 2011, al bijna zes jaar geleden dus, schreef over het eerste boek van Edmund de Waal: ‘De haas met de amberkleurige ogen’. Ik vond het een fantastisch boek en het leidde op onze leesclub ook tot een mooie en diepgravende bespreking. Aan zijn geërfde verzameling netsukes, hing de Waal een indringende familiegeschiedenis op. In maart 2014 schreef ik opnieuw over de Waal, vanwege een prachtig kunstwerk in het Rijksmuseum. Toen kwam ook opnieuw dat boek over de netsukes ter sprake. Ik verbaasde mij over de verschillende omslagen en het prachtige Japanse omslag. Ik las de blog nog eens door, omdat ik een paar weken terug alweer een nieuwe uitgave van dit uitstekende boek bij mijn boekhandel zag liggen. En… met alweer een nieuwe titel! Teruglezend in mijn blog zag ik dat ik dat in 2014 al ontdekt had, de titel klopte niet. Ik kan niet meer achterhalen waar ik die kennis vandaan haalde. Ongetwijfeld heb ik toen een hele tijd zitten googelen naar omslagen en titels. Ook nu ben ik maar eens even gaan zoeken en het eerste artikel wat ik vond gaf al uitsluitsel. ‘Het knoopjeskabinet’ werd ‘De haas met amberkleurige ogen’ en nu dus ‘De haas met ogen van barnsteen’. Ik vond een artikel in de Volkskrant  (juni 2017) en het lijkt er dus verdacht veel op dat de uitgever inmiddels mijn verhaal uit 2014 heeft opgepikt. Het boek van de Waal is opnieuw vertaald en heeft nu eindelijk een goede titel. Een aanrader dus!

Maar ook ‘De witte weg’ is een prachtig boek. Omdat de Waal pottenbakker is en gefascineerd is door porselein, wil hij weten hoe je aan het mooiste en het meest witte porselein kunt komen. Dat leidt opnieuw tot heel veel reizen, zoals naar Amerika, China, Duitsland en ook rondreizen in zijn eigen land. En opnieuw ontvouwt zich een prachtig verhaal over fabrieken, slimme zakenlieden en pottenbakkers. ‘De witte weg’ is een boeiend relaas, met ook een prachtige inkijk in de persoon van pottenbakker Edmund de Waal. Het is natuurlijk non-fictie, maar misschien juist daardoor extra boeiend. Wanneer ik “mijn” boekhandel aan de Middenweg binnenloop, kijk ik altijd even op de tafel ‘pas verschenen’. Elke keer liggen er dan weer nieuwe boeken en je vraagt je af of die allemaal verkocht worden. Zeker het segment fictie is groot, maar ook op de tafel non-fictie ligt gelukkig veel moois. Mooi is ook om te zien dat de boeken van de Waal echt bij de literatuur staan. Ik hoop maar dat Edmund de Waal nog veel mooie kunstwerken maakt. Helaas voor een werkloze schoolmeester niet te betalen. Ik hoop ook dat de pottenbakker nog weer een nieuw onderwerp vindt om over te schrijven, zodat er op een dag weer een mooie vertaling ligt in mijn boekhandel.

De sloop van een schoolgebouw (3)

Ik kan het niet laten, ik wil weten hoe het er voor staat aan de Slotermeerlaan. Afgelopen vrijdag stonden er nog twee lokalen. Een kleuterklas en boven groep 3. De vloer, het plafond, lag al beneden en de sloper trok en knipte met zijn machine de hele zaak aan stukken. Ik probeerde mij voor de geest te halen welke juffen daar allemaal hadden les gegeven en hoeveel kinderen daar wel gezeten hadden, hun eerste woordjes lerend , tellen tot 10, tot 100en hoeveel psalmen en bijbelliedjes er luidkeels werden gezongen… Begonnen in 1981 en twee jaar geleden verhuisde de school naar een andere locatie in verband met de sloop. Beetje rekenen, minstens 25 leerlingen per jaar; dus ongeveer 550 à 600 leerlingen hebben een lokaal gevuld in de jaren van de van ’t Veerschool/Veerkracht.
Vandaag is het hele gebouw weg. Toevallig loop ik oud-leerling Daan tegen het lijf als ik kom aanfietsen. Hij zag bouwkranen bezig op de plek waar hij ooit naar school ging en zag opeens dat alles verdwenen was door de sloophamer. We halen herinneringen op en gaan twintig jaar terug in de geschiedenis. Daan woont in Amsterdam en werkt voor een jonge christelijke kerk in het Centrum. Hij is dankbaar voor wat hij geleerd heeft op de toen nog dr. M.B. van ’t Veerschool. Hij vraagt zich nog steeds af wie dat was. We nemen allebei foto’s omdat zo’n sloop heel veel aan herinneringen oproept.
Volgens één van de slopers gaat na het ruimen van het puin ook de schep de grond in, alle gangen en ook de kelder waar de gaskachels stonden moeten er uit. Een hele klus  nog. De boom die bijna bij groep 3 naar binnen groeide staat er nog. Zullen ze er nu alsnog een kapvergunning krijgen? Jaren terug wilden de ambtenaren van het Stadsdeel er nog niet aan. En wijkbewoners kunnen altijd nog een actiegroep gaan starten natuurlijk.

De sloop van een schoolgebouw (2)

er staan nog vier lokalen…

Vandaag werd ik aangesproken door een Nederlandse Marokkaan: “Mooi gezicht zo’n sloop hè? Goed hoe ze dat doen…. !” Ik vertel hem dat het lokaal, waar nu alleen nog een paar muren van te zien zijn, mijn lokaal is geweest. Dat ik daar wel bijna tien jaar had les gegeven, en dat ik directeur van de school ben geweest, vertelde ik de vriendelijke man die op zijn vrouw stond te wachten. Hij had vroeger op de ‘de Vlugtschool’ gezeten, “ik zag hoe ze hem gingen slopen”, vertelde hij. “En ik heb ook gezien hoe de eerste paal de grond in ging, ik woon er vlak bij”. “Die school heeft wel een jaar leeg gestaan”, vertelde de man, “vanwege vleermuizen die beschermd zijn”. Hij kan zich mijn emotie wel voorstellen.
Herinneringen kwamen boven, terwijl de man zijn vrouw en kinderen de auto inhielp. ‘De Vlugtschool’ was de openbare school tegenover de ‘Immanuelschool’ aan de Jan de Louterstraat, vlakbij Plein 40-45. Toen in Velserbroek ook een gereformeerde school startte, kwamen er op de ‘van ’t Veerschool’ een aantal lokalen leeg te staan. En het Stadsdeel wilde dat wij inwoning kregen van een tweetal groepen van de ‘De Vlugtschool’. Meester Wietsma heeft er van alles aan gedaan om het tegen houden, maar de “openbaren” kwamen  toch inwonen. Twee alleraardigste collega’s moesten via de zijingang binnen komen met hun leerlingen en er kwam een afscheidingswand met een deur tussen de gereformeerden en de “openbaren”. Uiteindelijk kwamen we regelmatig bij hen over de vloer om bij te kletsen met een kop koffie en problemen zijn er nooit geweest. Ook toen er later nog es inwoning kwam van de St. Henricusschool kwam, gaf dat geen problemen. De deur bleef zitten en was later wel handig toen we het gebouw ook in de weekenden verhuurden aan diverse christelijke gemeentes.

… sloopmachine midden in de voormalige personeelskamer …

In mijn eerste verhaal over de sloop van het schoolgebouw aan de Slotermeerlaan, vermeldde ik dat voordat wij in 1981 als gereformeerde school het gebouw betrokken, het een Hervormde school was. De naam van de school was echter ‘dr. J. Koopmansschool’, met dubbel s. De school was genoemd naar een Hervormde dominee, Jan Koopmans, die vlak voor de bevrijding in 1945 werd getroffen door een verdwaalde kogel. Hij zag al ruim voor de oorlog het gevaar van het antisemitisme en november 1940 schreef hij een brochure tegen de Ariërverklaring;  Bijna te Laat!  De Belgische schrijver Geert van Istendael heeft in zijn bundel ‘Mijn Nederland’ (vanaf pagina 203) een geweldig eerbetoon geschreven over deze predikant van de Noorderkerk. Eigenlijk was het dan ook jammer dat indertijd zijn naam werd ingewisseld voor die van dr. M.B. van ’t Veer. Geen idee of er verder nog een monument, naast dat van van Istendael, is opgericht voor deze bijzondere predikant en theoloog. Nu de voormalige ‘Koopmansschool’ tegen de vlakte gaat, verdwijnt ook dat stukje geschiedenis.  Gelukkig is zijn ‘geschriftje’ op internet te vinden en zeer lezenswaardig. Een dappere dominee, die later in de oorlog min of meer moest onderduiken, maar ook bij Duitse militairen aan tafel zat om op te komen voor de Joodse medemens.

Johann Sebastian Bach, troost in Leipzig

J.S. Bach door Haussmann, het schilderij dat ooit bij de familie Gardiner in Dorset hing, maar nu in het Bachmuseum

Wat een routeplanner al niet te weeg kan brengen… Op de heenweg werden we over Dortmund gestuurd, dwars door het Ruhrgebied, naar Leipzig. Maar op de terugweg zaten we na wat omleidingen opeens op de snelweg richting Hannover. Pas bij Barneveld kwamen beide routes weer bij elkaar. Vanaf Amsterdam rijd je naar het oosten en blijkbaar zijn Nederland en Duitsland zo ruim belegd met asfalt dat er zelfs twee totaal verschillende routes zijn, die ook qua afstand nauwelijks verschillen. Misschien is dat ook wel symbolisch voor hoe je Johann Sebastian Bach kunt benaderen. Zoals Bachstad Leipzig dus meerdere aanrijd-routes heeft, zo heeft Bach dat ook. Je kunt Bach bewonderen om de prachtige muziek die hij heeft gemaakt, ook al heb je helemaal niets met de tijd van Bach en dat hij boven zijn composities SDG (Soli Deo Gloria) zette. De ene compositie zal je dan ook meer aanspreken als de andere. Het kan ook zijn dat je via kerkelijke muziek bij Bach bent uitgekomen en je er daardoor in bent gaan verdiepen. Bij ons ging het via de prachtige uitvoeringen waarin Coos meezong bij het KCOV in het Concertgebouw; de Mattheus Passion en later ook de Johannes Passion. Een aantal jaren later nam Gerard Lubbers een keer met een dubbel LP mee uit zijn verzameling, deel 1 van de ‘Complete Orgelwerken’ door Marie Claire Alain. Die twee ‘routes’ hebben er wel gezorgd dat mijn cd-la zich allengs heeft gevuld met heel veel Bach.
Toen onze buren dan ook voorstelden om een citytrip te organiseren naar Leipzig, waren we dan ook gelijk enthousiast. Om rond te kijken in de stad waar Bach meer dan 25 jaar heeft gewerkt als cantor van de Thomaskirche (1723-1750) leek me geweldig. Natuurlijk leven we bijna 300 jaar later en kun je je nauwelijks voorstellen hoe het leven toen was en hoe men leefde, maar je kunt er iets van proeven. In het Bachmuseum werden we vakkundig rondgeleid en hebben we de maquette bewonderd van de toenmalige Thomasschule. Bach woonde er bij in en was daarmee ook de baas van de school, waarin zowel de slaapzalen waren als de lesruimtes. In de eerste zaal van het museum (een soort heiligdom) mochten we het enige echte portret bewonderen dat er is van Bach. Ik had er over gelezen in de biografie die de beroemde dirigent en musicus John Eliot Gardiner over Bach heeft geschreven. Het portret hing vroeger in zijn ouderlijk huis, maar na veel omzwervingen nu dus in Leipzig. Een bijzonder moment om oog in oog met de grote componist te staan.

Afgelopen zaterdag stroomde de Thomaskirche rond drieën zo goed als vol. Ook wij zetten ons onder het gehoor van de beroemde Italiaanse organist Luca Antoniotti. En gelukkigerwijze speelde hij een Sonata  (III d-Moll), die ook op mijn Lubbers-LP staat. Die LP heb ik al zo vaak gedraaid dat je al weet wat er komt aan klanken. Des te bijzonderder is het om het live mee te maken in een kerk waar Bach het misschien ook zelf wel heeft gespeeld, en waar hij in ieder geval wekelijks met zijn rug naar het kerkvolk zijn koor dirigeerde. Romantisch uitgedrukt zou je dat dus een Bachbelevenis kunnen noemen. Zo’n Bachbelevenis gaat gelukkig niet zonder troost; de muziek was als zalf voor onze ziel. In onze koffer ging dan ook een kleine Bachbuste mee naar huis, die nu op de ‘schoorsteenmantel’ staat.

De St. Trinitatis vanaf de Panorama toren

In Leipzig hebben we vorige week flink rondgewandeld.  Al rondsjouwend kwamen we van alles tegen, maar werkelijk het mooiste gebouw was de zeer moderne Propsteikirche St. Trinitatis. Het is in 2015 in gebruik genomen staat vermeld op Wikipedia. In WOII werd de toenmalige RK-kerk van Leipzieg volledig plat gebombardeerd, alleen waren er nog wat muren over. Op last van de communistische stadsregering werden die later ook omvergehaald. Pas in 1982 kreeg men toestemming een nieuwe kerk te bouwen. Een oerlelijk Oost-Duits gebouw werd dat. Omdat dat gebouw na 20 jaar in zo’n slechte staat verkeerde kreeg men toestemming om tegenover het raadhuis een nieuwe kerk neer te zetten. Een wonderschoon gebouw, opgetrokken uit rode natuursteen en van een hoogstaande eenvoud. Helaas was toen we even binnen wilden kijken zaterdagmorgen, er een doopplechtigheid aan de gang. Echt indrukwekkend zijn de glazen ramen in de kerkzaal waar de volledige tekst van het Oude en Nieuwe Testament op staan afgedrukt. Ook het waterscherm wat de binnenplaats afschermt is bijzonder; een troostvol gebouw!  Zo zie je maar, een stad kan niet zonder kerken.