IDFA 2017 (3)
En ook vandaag was weer bijzonder boeiend, voor de liefhebbers daarom nog een kort verslag en wat indrukken. Afgelopen maandag was de derde film een ontspannen aangelegenheid. De documentaire ‘Children of chance’ van de Belgische filmmaker Thierry Michel vertelt over het leven in een laatste klas van een basisschool. Hij wilde eigenlijk een film maken over de gesloten kolenmijnen, maar ontmoette toen een schoolklas die bezig was met een project over de mijnen. Uiteindelijk lopen de gesloten mijnen als een rode draad door de film. Een prachtig document met een geweldige juf, die met heel veel tact en liefde haar van oorsprong Turkse leerlingen probeert zo goed mogelijk voor te bereiden op het voortgezet onderwijs. Deze film hoort thuis in het rijtje onderwijsfilms als; Être et avoir, Entre les murs, de klas van Mr. Toshiro Kanamori en de kinderen van juf Kiet. Bekijk de trailer en geniet wanneer je in de gelegenheid bent van de hele film!
Gisteren had ik er maar één docu in mijn agenda staan, ‘Watani My Homeland’. Deze ontroerende film gaat over een Syrisch gezin in Aleppo. Op een dag is vader, commandant van het Vrije Syrische Leger, gekidnapt door IS. Moeder blijft achter met haar zoon en drie dochtertjes en krijgt de kans om via Turkije naar Duitsland te vluchten. Nog steeds in onzekerheid over vader, moet het gezin een nieuwe toekomst, in een volstrekt vreemd land, opbouwen. In Goslar (Harz, voormalig Oost-Duitsland) wordt de familie op een mooie manier opgevangen. Opnieuw een indrukwekkend en aangrijpend verhaal.
Het deed mij extra veel omdat we maandag te horen hadden gekregen dat onze Armeense vrienden Vahe en Aneta met hun twee dochters in Nederland mogen blijven. Na zoveel jaren onzekerheid hebben ze eindelijk een A-status gekregen, fantastisch en God lof! We weten van hun wat het betekent te moeten vluchten, terwijl je dat zelf niet wilt. Jarenlang niet weten wat er zal gebeuren, moeten leven volgens de regels van de IND en toen ze illegaal gingen; leven van de geef… Hoe zouden wij als verwende Nederlanders reageren? Maar gelukkig is nu het moment aangebroken om weer aan een toekomst te gaan denken!
Gelukkig zijn er ook ontspannende films, alhoewel in ‘Ali Aqa’ zat wel een verdrietige ondertoon. Een duivenhouder in Iran zorgt met veel liefde voor zijn duiven. Achttien maanden heeft Kamran Heidari de oude Ali gevolgd. Ali wordt gekweld door allerlei ouderdomskwalen en heeft ook een hersentumor. Maar ondertussen zijn zijn duiven alles. Een film om bij te lachen en te huilen, over liefde, familieverbanden, handelen in duiven en het verkopen van groente.
En toen was vanmiddag de laatste van mijn serie docu’s aan de beurt. Na een paar minuten wist ik, dit is de film die ik met Harm had willen zien. Dit was een echte docu, over het bizarre oorlogsleven in Noord Irak, verschrikkelijk ook. ‘The Deminer’ geeft een inkijk in het leven van Fakhir, een Koerdische commandant die als geen ander weet hoe je mijnen en bommen moet demonteren. En ook al verliest hij door zijn werk een been, hij gaat opnieuw door, omdat IS ook zijn sporen achterlaat. En als zijn vrouw en kinderen willen dat hij stopt, kan hij niet anders dan doorgaan; andere kinderen zullen immers getroffen kunnen worden? Een adembenemend verhaal en het bleef lang stil na het laatste beeld. Pas toen de makers Hogir Hirori en Shinwar Kamal op het podium kwamen, werd er lang en luid geapplaudisseerd, terecht! Voor de makers, maar ook voor Fakhir.
Nog drie dagen kunt u terecht in Amsterdam.
Het duurt nog tot eind van deze week. Alle tijd dus om nog een keer te gaan. Ik wil de lezer dan ook niet onthouden waar ik inmiddels geweest ben. En even rondstruinen op de site van de IDFA laat zien dat er nog genoeg lege stoelen zijn. Oké, sommige docu’s zijn uitverkocht, maar niet alleen de publiekstrekkers zijn indrukwekkend!

Gelukkig was ik snel in
“The Rebel Surgeon”, een documentaire over een Zweedse chirurg die na jaren werken in Zweden als orthopedisch chirurg in Ethiopië aan het werk gaat. Dit Afrikaanse land is door hem niet willekeurig gekozen, want zijn vrouw is er geboren. En in dit land, met een totaal andere levensstandaard en en niet te vergelijken omstandigheden in ziekenhuizen, kan chirurg Erik Erichsen ongelooflijk mooi werk verrichten. Met zeer beperkte middelen, en dat is echt een understatement, helpt hij elke dag honderden patiënten. Als voorbeeld laat op een gegeven moment Erichsen zijn boormachine zien. In Zweden geven ze daarin een kliniek wel 4000 euro voor uit vertelt hij, maar hier heeft men er een gekocht in een soort bouwmarkt voor 15 euro. Daarnaast gebruikt hij wielspaken, tiewraps en haarspelden; allemaal omdat ander materiaal in Ethiopië niet voorhanden is.
In een film kunnen dingen die in werkelijkheid niet kunnen. Zelfs kleine kinderen beseffen dat al. Toch is het raar als je in een film opeens iets ziet, waarvan je weet dat het niet kan en het toch gebeurt. Het is een beetje raar uitgedrukt, omdat ik denk dat het wel kan. Afgelopen dinsdagavond draaide er weer een Willem Jan Otten film en hij noemde het van te voren in zijn Trouw-essay een Paasfilm. En Pasen gaat over opstanding en daar draaide het om in die film.
Maar In Ordet (Het woord; naar Johannes 1), een film van de Deense regisseur Dreyer uit het jaar 1955, vind er werkelijk een opstanding plaats. Op een moment dat je het niet meer verwacht slaat de dode vrouw (die vanwege de bevalling van haar doodgeboren kind is gestorven) de ogen op en kijkt liefdevol naar haar man. Je denkt bij jezelf, wat zou ik graag willen dat dit kon! Ik voelde het moment weer terug, dat we op de IC naast het bed stonden en Harm door machines in leven werd gehouden. Wat hadden we graag gewild dat hij zijn ogen langzaam opendeed en ons aangekeken had, vragend wat hij daar deed… Schrijfster Désanne van Brederode die met Willem Jan Otten de film nabesprak had het ook ontdekt; dit vraagt een levend geloof om het grootste wonder, wat je je voor kunt stellen, te begrijpen. En constateerden beide nabesprekers, de film is niet belerend, niemand kruipt op de stoel van het oordeel. Het wil je ook niks opdringen, maar het zet wel aan het denken. Kan opstanding echt?
Nog een week en het is Pasen. Deze week staan we stil bij het lijden van onze Heiland. Het programma van Passie uitvoerders zit overvol. Zelf zitten we woensdag in het Concertgebouw om de Johannes Passion te ondergaan; prachtig. Maar wanneer je niet gelooft in iets wat eigenlijk niet kan, wanneer je dat kinderlijke vertrouwen niet hebt in de “verrijzenis naar het vlees”, zoals Willem Jan Otten het zo mooi verwoordde, wat is het dan allemaal waard? Dan kunnen solisten en koorleden hun kelen schor zingen, maar blijft het: ruhe sanfte, ruhet wohl. Wanneer het echt alleen maar Goede Vrijdag blijft, dan staan we op Tweede Paasdag, wanneer Harm 35 zou zijn geworden, alleen maar te huilen bij zijn graf. En tranen zullen er zeker zijn als we er bij stil staan dat 34, 34 blijft in Harm zijn bestaan. In die zin is Tweede Paasdag een prachtig symbool en een mooi getuigenis. Door Pasen, 2000 jaar geleden, geloven we dat er werkelijk een opstanding is. Harm zei dan: ‘Het komt wel goed.’ En zo is het, want als je maar even anders kijkt, is er zicht op de hemel!






