Categorie: film

Schaduw | In memoriam Harm 1982 – 2016 (43)

IMG_2493
Hehakaya, hoofd filmzaken bij de Balie, Knibbe en Otten in gesprek na het draaien van de film

Ik, die geen ik meer kan zeggen
ik, die mijn schaduw verloor of juist een en al werd
ik, die in elk geval werd, ik
moet het nu hebben van andere stemmen.
Hester Knibbe

 

De filmavonden met Willem Jan Otten in de Balie zijn steeds weer een genot. In de zaterdageditie van Trouw (4 februari) was de schrijver-dichter ook deze keer weer heel openhartig. Schrijvend aan zijn essay ontving hij het bericht dat zijn broer plotseling was overleden. Toch moest het essay af en volstrekt logisch kwam dan ook later de zin ‘wat had ik deze film graag aan mijn broer laten zien’, voor in het stuk.
De besproken film ‘Bright Star’ is een prachtige epos over de laatste jaren van de Engelse dichter John Keats. Nu is Otten zelf geen romanticus, maar ik kan me wel voorstellen dat het leven van de maar 25 jaar geworden Keats tot de verbeelding spreekt. De aan tuberculose lijdende dichter durft eigenlijk niet toe te geven aan de liefde, maar uiteindelijk zwicht hij voor Fanny Brawne. Voor het warmere klimaat sturen zijn vrienden hem naar Italië, maar Keats sterft daar in 1821. Op voorhand dus al een zeer boeiend gegeven. De dood van zijn broer zal Otten door het hoofd zijn blijven spelen, ook toen hij zoals gewoonlijk de bezoekers een korte inleiding gaf op de avond. Als gesprekspartner had Otten dichteres Hester Knibbe uitgenodigd. Daarom las hij een van de mooiste gedichten voor van haar. Knibbe’s zoon Aernout stierf in 2009 aan een hersentumor en later publiceerde ze daarover in “Het hebben van schaduw”.   Toen Otten het gedicht uit het hoofd citeerde, werd ik van binnen wel heel erg stil. De schrijver zal ongetwijfeld gedacht hebben aan zijn pas overleden broer en Hester Knibbe die toevallig bij mij in de rij zat, zal wel aan haar overleden zoon hebben gedacht.
DSCN5880Opeens zag ik in gedachten de schaduw van Harm voor me. Een paar weken geleden was ik bezig met vakantiefoto’s uit 2004. Harm experimenteerde met foto’s van zijn schaduw. Onmiskenbaar zie je hem er in terug. Door zijn dood heeft Harm een schaduw over ons leven gelegd. Zo mooi verwoord, schaduw heb je immers zo lang als je bestaat en ik kun je alleen maar over jezelf zeggen als je leeft. Tegelijk ben je er ook nog, al is het dan figuurlijk gezien in een schaduw over het leven van degenen die je lief hadden. Opeens besef ik dat de laatste zin van dit korte gedicht ook zo waar is. Harm moet het nu hebben van andere stemmen, vrienden die nog regelmatig over hem praten, geliefden die iets op ‘vooraltijdharm.nl‘ zetten. Een vader die het niet kan laten om er toch weer een blog aan te wijden.
Keats werd na zijn dood een geliefd dichter en nog steeds worden op middelbare scholen zijn verzen uit het hoofd geleerd. Ook Keats heeft schaduwen nagelaten. Daarom tot slot de beroemd geworden beginwoorden uit Endymion, A Poetic Romance. [Endymion is een bekende Griekse mythe]

EndymionA thing of beauty is a joy forever,
Its loveliness increases; it will never
Pass into nothingness.

God in de oorlog

gee duimbreed k.schilderHet zaaltje van de PThU aan de Boelelaan zat afgelopen dinsdag afgeladen vol. Eigenlijk was ik te laat met aanmelden, maar Wim Berkelaar zegde toe stoelen bij te plaatsen. Het HDC van de VU hield een symposium over het eerder dit jaar verschenen God in de oorlog. De rol van de kerk in Europa, 1939-1945 van Jan Bank. In het dagblad TROUW was er nogal wat ophef over geweest en het onderwerp blijft tot op vandaag natuurlijk actueel. Een vijftal sprekers reflecteerde op de lijvige pil van professor Bank. Ik vond vooral de bijdrage van dagvoorzitter George Harinck boeiend omdat hij het Nederlandse verhaal nog een keer extra belichtte, in het bijzonder de situatie binnen de Gereformeerde Kerken. Nieuw was voor mij het gegeven dat kerken in die tijd, zeker voor Wereldoorlog II, eigenlijk geen openbare uitspraken deden. De rol van de kerken in Nederland was beperkt wat dat betreft. Abraham Kuyper (soevereiniteit in eigen kring) had de kerk omringd met een grote groep organisaties en daarmee was het zicht op de rest van samenleving min of meer verdwenen. Kerken waren dan ook verlegen met de hele situatie toen de oorlog uitbrak. Er waren theologen en dominees die reageerden via brochures en ook in zondagse preken. K. Schilder schreef in 1936 al een felle aanklacht tegen het nationaalsocialisme (Geen Duimbreed), in de oorlog werd hij zelfs een tijd gevangen gezet. In hervormde kring was het dr.J.Koopmans (predikant van de Noorderkerk in Amsterdam) die in het begin van de bezetting een fel betoog schreef tegen de bezetter, ook in brochurevorm. [De Belgische schrijver Geert van Istendaal eerde Koopmans met een geweldig essay in de bundel ‘Mijn Nederland’.] Maar dit waren individuele kerkleden die van zich lieten horen, niet een heel kerkgenootschap. Er waren genoeg anderen die vonden dat de bezettingsmacht de overheid was die gediend moest worden.
Helaas is over de rol van de kerken nog veel te weinig onderzoek gedaan volgens Harinck. Er is veel verzet van gereformeerden geweest. Er waren gereformeerden die in knokploegen zaten, er waren gereformeerden die onderduikers verborgen hielden. Er zijn veel gereformeerden gesneuveld en vermoord in de concentratiekampen, onder hen ook predikanten. Verhalen te over. Na de oorlog leek het soms wel of alle gereformeerden in het verzet hadden gezeten. Maar niets is minder waar. Ik dacht het ook, na het lezen van ‘Snuf de Hond’ en ‘Reis door de nacht’ en zeker ook door de verhalen in het ouderlijke huis. Mijn ouders trouwden in 1942, kregen de eerste twee van de negen kinderen in de oorlog, terwijl ze inwoonden bij opa en opoe. Voor zover ik weet zijn er zeker twee onderduikers geweest. Oom Gijs, de onderduiker, kwam na de oorlog nog wel eens op bezoek. Mijn idee was dat vrijwel iedereen uit de kerk wel iets gedaan had. Helaas was de werkelijkheid anders.
Vooral dat laatste wordt wel heel erg duidelijk uit het boek van professor Bank. Het waren minderheden die zich daadwerkelijk verzetten en dat ook durfden vol te houden met gevaar voor eigen leven. Logisch dat na zoveel jaren, met meer afstand kijkend naar de jaren 40-45, het soms ook wel een ontluisterend beeld geeft. Dat doet echter niets af aan alle inzet en gedrevenheid van al die mensen die wel iets deden. Het is maar te hopen dat er nog eens een bredere studie over de kerken in Nederland ten tijde van WOII wordt gedaan. Al met al een leerzaam congres met aan het eind een pittige discussie. Dr. Jan Ridderbos die een boek schreef over gereformeerde dominees in de oorlog schreef was het wel heel erg oneens met professor Bank. Dat smaakt naar meer discussie en onderzoek.
son of saulWat zouden we er van kunnen leren voor vandaag? Hoe moeten kerken reageren op oorlog? Het lijkt wel een beetje dat veel kerken (als instituut) daar nog niet eens veel verder mee gekomen zijn. Ook daarom zou onderzoek naar het verleden, nuttig kunnen zijn voor het heden. Ondertussen moeten kerkmensen het verleden echt onder ogen durven zien. Een goed voorbeeld is naar mijn idee het aanbod in de bioscoop. Een kaskraker op dit moment is de laatste James Bondfilm. Niks mis mee, aardige verstrooiing maar agent 007 beweegt zich wel heel erg buiten de bestaande werkelijkheid. Christelijke James Bondfans zouden ook ‘Son of Saul’ moeten bezoeken. Een film die in veel dagbladen vijf sterren kreeg van de critici. De Hongaaarse film gaat over een lid van een sonderkommando in een concentratiekamp. Deze kommando’s bestonden vaak uit Joodse mannen en ze moesten het vuile werk voor de kampbewakers in de uitroeiingskampen in WOII opknappen. Vaak overleefden ze het niet en hadden ze ook geen enkel uitzicht op de vrijheid. In de film komt alle barbaarsheid van de kampen naar voren. Een aangrijpende verbeelding van de concentratiekamphel. Op het bovengenoemde congres zat ik ’s middags bij toeval naast David Barnouw. Hij heeft heel lang gewerkt bij het NIOD (oorlogsdocumentatie centrum) en was natuurlijk geïnteresseerd in de discussie over boek van Bank. We kwamen aan de praat, onder andere over ‘Son of Saul’. Barnouw vond de film erg overgewaardeerd, maar daarin verschilden we toch van mening. Barnouw is volgens zijn website een professioneel kijker naar films en documentaires over de oorlog. Een gemiddelde bezoeker kijkt anders denk ik. Ik zit wat dat betreft meer te wachten op een kritische beschouwing van Willem Jan Otten. De laatste ziet er ongetwijfeld een indrukwekkende ‘rite de passage’ in. Een film die je aan het denken zet, over hoe je zelf zou reageren in zo’n uitzonderlijke situatie. Een film die nederig maakt.