Categorie: school

Dodenherdenking | In memoriam Harm 1982 – 2016 (54)

Pieter Elias
Henk Verkuijl
Matthijs Verkuijl

Drie namen op een houten kruis en daarboven: gefusilleerd 15 december 1944. Ik ken deze mannen al jaren, al heb ik ze nooit echt gekend. Ooit adopteerden we als school het bijna twee meter hoge witte kruis aan de Haarlemmerweg, vlak bij het huidige station Sloterdijk. Elke 4e mei leggen de leerlingen van de basisschool een bloemstuk en wordt er iets verteld  over de verschrikkelijke gebeurtenis op die 15e december, nu al meer dan 72 jaar geleden. Door de voortreffelijke organisatie van moeder Hélène zijn er elk jaar meer belangstellenden. Een paar maanden geleden belde ze op of ik dit jaar een toespraak wilde houden. In 2010 had ik het voor het laatst gedaan, bedacht ik. Ik appte dat ik het wel zag zitten, niet wetend wat het uiteindelijk met mij zou doen.
Eigenlijk is het achteraf best wel vreemd dat de Duitse overheerser in de laatste maanden van de oorlog nog zoveel slachtoffers maakte. Een groot deel van Nederland was al vrij. Alleen die 15e december al, werden er op vier plekken 12 mannen gefusilleerd in Amsterdam en omgeving. Op vier plaatsen waren er door het verzet zogenaamde terreurdaden gepleegd. Er waren treinen ontspoord en er was een grote hoeveelheid suiker achterover gedrukt. De gefusilleerde mannen waren allen opgepakte verzetsmensen en ter dood veroordeeld. Er was geen direct verband tussen hun verzetsdaden en de gepleegde sabotage. Aan de Weteringsschans in Amsterdam zaten ze vast tot het vonnis zou worden voltrokken. De drie mannen die op de Haarlemmerweg in koelen bloede, midden op de dag werden neergeknald moesten tot een afschrikwekkend voorbeeld dienen.
Pieter Elias was rechercheur bij de politie en nog maar 36 toen hij werd opgepakt en een paar weken later stierf door de kogels van de bezetter. Hij zat volop in het verzet, vervoerde met zijn politieauto wapens, maar ook voedsel voor onderduikers. Een verrader zorgde er voor dat hij tegen de lamp liep. Henk Verkuijl was in 1942 al bij het verzet terecht gekomen. Spionage en kleine sabotage activiteiten, daar draaide hij zijn hand niet voor om. Toen hij eind november, 23 jaar oud, bij zijn ouders in Badhoevedorp logeerde werd de hele familie opgepakt. Ook zij waren verraden. Samen met zijn vader Matthijs, 49 jaar oud, die ook volop in het verzet zat, werd hij op die 15e december uit zijn cel gehaald. Arm in arm stonden ze naast Pieter Elias, toen de kogels van ‘het ‘Todeskommando’ hen troffen. Ongetwijfeld zijn de gedachten van vader en zoon uitgegaan naar moeder en de andere kinderen die ook waren opgepakt.

foto – Rufus de Vries

Ik noem bij de herdenking de namen van deze drie mannen en vertel hoe oud ze waren en vraag aan de omstanders of ze hun hand opsteken als ze ook ongeveer zo oud zijn. 36, 23 en 49; opeens komt het heel dichtbij. Voor mij staan de schoolkinderen waarvan de vader of moeder misschien zo oud is. Het waren mannen die niet wilde sterven, ze hielden van hun vrouw, hun vader en moeder en hun familie. Maar ze toonden levensmoed en heldhaftigheid, kwamen op voor hun land en de onderdrukten.
Opeens knalt het door mijn hoofd, ook Harm wilde niet dood en was nog maar 34. Het heeft niets te maken met de hele dodenherdenking, maar toch zie ik opeens zijn gezicht voor me. Als schooljongen heeft hij meer dan 20 jaar geleden ook hier bij het witte kruis gestaan. En ik kan er niks aan doen, maar wanneer de lampen aan de overkant van de vijver gaan branden ten teken dat de ‘twee minuten stilte’ ingaan, denk ik aan Pieter, Henk en Matthijs en ook aan Harm.

Kyrie eleison

Levend Water

P1050599De Nationale Onderwijs Tentoonstelling is inmiddels drie dagen onderweg. Vermoeiend, maar ook heel inspirerend. Twee dagen ben ik er nu geweest en ook zaterdag reis ik weer af naar Utrecht. Mooi om zoveel gebruikers van ‘Levend Water’ te spreken. Veel positieve reactie van gebruikers en zo nu en dan kritische aantekeningen. Logisch dat laatste wanneer je een van de makers even kunt spreken, dan is het gemakkelijk om ook even de kritische punten te noemen. Dat gaat dan bijvoorbeeld over het afbeelden van Jezus of teveel verhalen met geweld in groep 6. Alles wordt genoteerd en zal na afloop in de evaluatie besproken worden.
P1050600Verkopen doen we natuurlijk niet, maar we proberen wel contacten te leggen met potentiële kopers.  Als methode voor bijbelonderwijs hebben we ook echt iets te bieden. Een gestructureerde methode, met prachtig materiaal voor het digibord. Onze stand is zo kleurig dat alle voorbijlopende  bezoekers van de NOT wel even kijken. Het mooie is dat sommige bezoekers naar ons standje komen omdat ze denken dat wij iets met natuuronderwijs doen en projectmateriaal over water kunnen leveren. En tja dat klopt ook wel een beetje natuurlijk. Onze goede God is, de Heer van H2O en ook van Levend Water.

gereformeerd onderwijs

img_2289Ruim een week geleden promoveerde Tamme Spoelstra (VIAA/GH) tot doctor in de geesteswetenschappen. De afgelopen jaren bestudeerde Tamme de ontstaansgeschiedenis van het ‘vrijgemaakte’ gereformeerde onderwijs. Uit eigen ervaring weet ik dat het vaak lastig aan te duiden was, waar dat nu precies voor stond, zeker aan buitenstaanders. Gereformeerd was toch ook nog weer een ruimer begrip dan gereformeerd-vrijgemaakt. Zelf verwees ik vaak naar de politiek en noemde het GPV als een representant van dezelfde zuil. Maar vandaag de dag weet ook bijna niemand meer wat het GPV was en is de naam van aanvoerder Jongeling ook al aan het vervagen. Daarom is het goed dat er nu een wetenschappelijke en historische studie is verschenen over deze bijzondere zuil. In zijn verhaal maakte Tamme duidelijk dat het vrijgemaakt-gereformeerde onderwijs, in zijn zuiverste vorm, maar ongeveer vijftien jaar bestaan heeft. Pas vanaf ongeveer 1970, er had zich eind jaren 60 weer een kerkscheuring voorgedaan, tot aan 1985. Helaas stopt daar Tammes studie ook. Het zou interessant en boeiend zijn om ook het vervolg in beeld te krijgen. De periode 1985 tot 2010 is nu juist een periode waarin er heel veel is gebeurd en er ook heel veel is veranderd. Waar het gereformeerde onderwijs jarenlang een gesloten bolwerk was, zijn het nu scholen waar iedere serieuze christen zijn kinderen heen mag sturen, ze zijn vaak meer dan welkom. Terwijl in 1985 de gereformeerde school in Amsterdam door het LVGS (Landelijk Verband van Gereformeerde School Schoolverenigingen) op de vingers werd getikt omdat er wel 20% van de leerlingen uit niet-vrijgemaakte kerken kwamen, was het in 2010 zo, dat er niet eens meer 20% van de leerlingen uit vrijgemaakte kerken te vinden waren op dezelfde school. En inmiddels kunnen ook niet-vrijgemaakte leerkrachten gewoon voor de klas op een gereformeerde school. Binnen verschillende schoolteams weet men vaak al niet eens meer naar welke kerk men zondags gaat (ik spreek uit eigen ervaring), terwijl het nog geen tien jaar geleden is dat leerkrachten werden ontslagen als ze lid werden van een niet-vrijgemaakte kerk.
Er is dus veel veranderd, zeker waar het gaat om de strakke belijning van het vrijgemaakt-gereformeerd onderwijs. Jarenlang werd door bestuurders de grens streng bewaakt, maar toen de besturen meer en meer scholen onder zich kregen, ging de wissel, naar het leek, zachtjes om. Waar nog niet zo lang geleden de school echt van de ouders was (via een vereniging met een plaatselijk bestuur), is vandaag het bestuur op zo’n grote afstand, dat ouders vaak niet eens beseffen dat er ergens nog een bestuur is. Voor veel ouders is de teamleider van de school ‘het bestuur’.  Dat laatste maakt ook dat het afhangt van deze plaatselijke bestuurder hoe de identiteit van de school wordt ingevuld. En.. misschien een beetje kort door de bocht, waar in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw nog bestuursleden kwamen meekijken en luisteren in de klas, zeker bij de bijbelvertelling, wil de bestuurder nu weten of er wel effectief wordt gerekend en de resultaten van de eerstvolgende taaltoets wel ruim voldoende gescoord worden en is er te weinig ruimte in zijn of haar agenda om ook nog mee te luisteren naar een bijbelverhaal.
Mij viel op dat in het Nederlands Dagblad interview (12 december j.l.) met Tamme een duidelijke stellingname te lezen was. Hij draaide er, met alle liefde voor het gereformeerd onderwijs, niet om heen. Toch volgden er daarna geen stapels ingezonden brieven. Over een stellingname van de CU m.b.t. het Oekraïne referendum buitelden de forse meningen over elkaar heen. Maar over het interview met Tamme las ik tot op heden maar één ingezonden. Van een echtpaar uit IJmuiden, die hun kinderen naar de dr. M.B. van ’t Veerschool in Amsterdam stuurden. Een begrijpelijke reactie trouwens, want vooral rond en in Amsterdam was de keuze voor de school bij Sloterdijk veel meer ingegeven door een keus voor voluit christelijk onderwijs. Op de protestants-christelijke scholen was het christelijke karakter in snel tempo verdwenen. Vandaar dat veel ouders, toen er een alternatief was, daar voor kozen. Dat had denk ik vaak niet zo veel met een vrijgemaakte verbondsopvatting te maken. In een vervolgstudie zou ook voor deze ontwikkeling oog moeten zijn. Naar ik begreep van de promovendus dat er nog een congres komt naar aanleiding van het verschijnen van de handelseditie van zijn proefschrift. Hopelijk wordt dan ook de discussie breder en vooral ook op schoolniveau tussen ouders en leerkrachten en hun bestuurders gevoerd. Wat is de toekomst van christelijk onderwijs in een steeds verder geseculeerde samenleving? En bij die discussie is ook het gesprek met christelijke kerken nodig, hun plaats en ook de plaats van christelijk onderwijs ligt in het verlengde van elkaar.

PS:  Ik pleit niet voor afschaffing van gereformeerd of bijbelgetrouw of welke serieuze vorm van christelijk onderwijs. Er is echter nog veel te winnen, samen ook met het reformatorisch onderwijs. Op het gebied van bijbelonderwijs (nog lang niet alle gereformeerde scholen maken gebruik van alle mogelijkheden die de methode Levend Water biedt!), maar ook op gebied van geschiedenisonderwijs, muziekonderwijs en alle andere creatieve vakken.

stoppen (3)

P1040463Een periode afbouwen brengt veel gevoelens met zich mee. Daarom was het eigenlijk wel mooi dat op mijn laatste werkdag op ‘de Wissel’ , anderhalve maand geleden, de tekenaar van Levend Water het liet afweten. Michel moest het bed houden vanwege nierstenen, een pijnlijke aangelegenheid. Vandaag was daarom een mooie laatste stuiptrekking. Michel kwam naar de Oortlaan en gaf een mooie workshop over zijn tekenaarschap. De leerlingen luisterden geboeid. Mooi om te horen en ook te zien dat iemand zijn hart volgt en beseft dat je van tekenen niet rijk wordt. Zeker wanneer je het leuk vindt om poppetjes te tekenen. Ook als voorbeeld voor de leerlingen mooi om te horen. Waar draait het in je schoolleven om en wat wil je er later mee bereiken?  Ademloos zaten ze dan ook te luisteren toen Michel het prachtig getekende ‘Prins Eduardus Edje Eipetje’ voorlas. Vervolgens werd de groep zelf aan het tekenen gezet en spetterde hier en daar het talent er af. Een mooie middag en mooi om zo afscheid te nemen van een mooie groep leerlingen.

UitslagReferendumOekraineEn eigenlijk was het niet mijn bedoeling om dit te verslaan, maar het was mooi en goed. Bij stoppen wilde ik het eigenlijk hebben over de mensen achter het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne. Onmogelijke discussies werden er over gevoerd. Afgelopen maandag zaten we in het Concertgebouw, na de pauze werd de Vijfde van Mahler uitgevoerd. Terwijl we zaten te wachten tot het licht zou dimmen stapte Thierry Baudet nog binnen. In ieder geval een liefhebber van goede muziek en ook fervent concertbezoeker, met zijn muzieksmaak is niet zo veel mis. Maar in de kwestie over het verdrag met Oekraine kwam hij arrogant, zeer arrogant over. Op het Journaal hoorde ik hem vanavond victorie kraaien en uitroepen dat de bar open was. Wat een zelfgenoegzaamheid, want ook de zogenaamde overwinning van het “nee-kamp” is uiterst discutabel. Waarom liet ongeveer 68% van de kiesgerechtigden het afweten? Zou er een manier zijn om dit soort onzinnige raadgevende referenda te stoppen? Moeten politici wanneer ze zien aankomen dat er weer een kleine groep drammers een volgend referendum gaan organiseren, op dat moment al een forse tegenbeweging gaan organiseren?
Voordat het licht dimde en dirigent Marc Albrecht de trap af kwam, liep Baudet langs mij door het gangpad, ik had mijn been kunnen uitsteken… Maar ja, dat had ook het referendum niet kunnen stoppen.

stoppen (2)

glen-campbellWanneer je echt gaat stoppen met je werk, kom je opeens overal zaken tegen waar het ook over ‘stoppen’ gaat. Vorige week zag ik een programma-aankondiging dat er een documentaire zou worden uitgezonden over de Amerikaanse zanger Glen Campbell. Helaas was ik die avond niet thuis, maar zondagmiddag werd de docu gelukkig herhaald. ‘ Rhinestone cowboy’ herkende ik van jaren terug. Een prachtige stem, met daarbij ook nog eens geweldig gitaarspel. Helaas werd bij deze zanger in 2011 Alzheimer geconstateerd. Maar voor hem en zijn familie geen reden om te stoppen met optreden. Tientallen optredens op grote podia volgden. En ondanks dat Glen steeds meer last kreeg van de gevolgen van zijn ziekte en regelmatig allerlei dingen echt vergat, kon hij met behulp van de autocue prachtige nummers vertolken. Zijn fans roerde hij regelmatig tot tranen, totdat het echt helemaal niet meer ging. Maar toerend in een grote touringcar door de VS werd Glen Campbell een voorbeeld voor mensen om niet te stoppen en onder ogen te zien dat je Alzheimer niet hoeft weg te stoppen.
Dat was wel heel anders in een docu over de Levenseindekliniek. Stoppen met leven; deze kliniek regelt het voor je, huppakee! Stap voor stap wordt het gewoon in ons land om euthanasie toe te passen. Een schril contrast met de docu over Campbell. Gelukkig zijn er tegengeluiden, zoals in de DWDD van prof. Viktor Lamme. Hij noemde wat de Levenseindekliniek doet gewoon moord. Daar waren de mensen van het Levenseinde natuurlijk niet blij mee. Ze hadden het zo zorgvuldig gedaan (tja, dat wordt wel vaker gezegd, de regels zijn toch gevolgd?). En als mensen zelf willen stoppen, en het ook al heel lang geleden op een papiertje hebben gezet? Tja.. stoppen is wel erg gemakkelijk tegenwoordig
Stoppen…..; een raar idee. Maar wat stopt er eigenlijk? Het leven gaat gewoon door en er valt nog zoveel te doen. Daarom is stoppen in mijn geval ook gewoon doorgaan met LEVEND WATER bijvoorbeeld, gelukkig maar. En ook gewoon doorgaan, en misschien wel wat vaker, met het schrijven van een blog.

stoppen (1)

Een prachtige foto,snoei krui wagen die ik vond in de nieuwsbrief van ons logeeradres in de Bourgogne. Zo’n vreemde kruiwagen had ik nog nooit gezien. Hij lijkt gemaakt van een oud olievat. Ze rijden er in deze tijd mee door de wijngaard en alle afgeknipte ranken worden er in verbrand; kortwieken en snoeien. Alleen op die manier krijg je een beter resultaat. Zo is het in je leven ook vaak. Snoeien, bijknippen, kortwieken en pas dan kun je tot bloei komen en vrucht dragen. Verandering in je bestaan, afscheid nemen van wat je heel lief is; natuurlijk wil je het soms anders. De wijnboer weet niet beter en zal weer hopen op een mooie oogst in een volgende nazomer. Dit bijzondere gereedschap lijkt aan de zijkant luchtgaten te hebben. Ik denk dat de ‘kachel’ er wel beter door trekt, maar de as kan er zo ook gemakkelijk uit. En de as van de verbrande wijnranken is weer goed voor de bodem waar de druivenstokken in geworteld zijn. Een simpel apparaat, wars van ingewikkelde technische snufjes, daagt uit tot filosoferen over lastige gebeurtenissen in je leven.

En voor de rust en en het even helemaal tot jezelf komen ‘In dir ist Freude’, op de geweldige website: All of Bach

Het is gelukt met Isings / levend water gaat digitaal (2)

de herders hebben het in doeken gewikkelde kind gevonden
de herders hebben het in doeken gewikkelde kind gevonden

Het heeft wat moeite en heen en weer gemail gekost. De onderhandelingen waren pittig en het was op voorhand al niet gemakkelijk uit te vinden waar de rechten lagen. Waar gaat het om? Nu de bijbelmethode  voor het basisonderwijs helemaal gedigitaliseerd is, staan alle platen van Michel de Boer zo voor het grijpen! Ik bedoel, de juf of meester kan er heerlijk in grasduinen en ze laten zien op het digibord bij het te vertellen bijbelverhaal. Tegelijkertijd opende dat ongekende mogelijkheden. Je kunt binnen de omgeving van LEVEND WATER ook filmpjes online zetten en natuurlijk nog veel meer platen. Een al lang gekoesterde wens van mij gaat nu in vervulling. De zestig prachtige bijbelplaten die J.H. Isings (1884-1977) in de Tweede Wereldoorlog maakte werden rond 1950 opgenomen in “De Bijbel behandeld voor jonge mensen”. Onder het pseudoniem Wolf Meesters had schoolmeester Wolbert Meijer (1904-1996) een jeugdbijbel geschreven. Ik kan me niet herinneren dat er ooit uit is voorgelezen, terwijl ze bij ons thuis in de boekenkast stonden: twee forse delen. Maar het waren de platen waar het om ging; prachtige zoekplaatjes, die een heel verhaal vertelden. Isings heeft ook getekend voor een aantal andere “kinderbijbijbels”, maar deze zestig platen waren paginagroot. Een paar maanden na het overlijden van Isings werden alle zestig platen nog een keer uitgegeven door uitgeverij De Vuurbaak. De platen zijn weergegeven op ware grote en in de oorspronkelijke kleuren en het boek is nog antiquarisch verkrijgbaar.  Helaas mag je de platen niet zo maar gebruiken voor een methode als Levend Water. Er zit auteursrecht op van zeventig jaar. Je zou bijvoorbeeld wel alle bijbelse afbeeldingen van Rembrandt mogen gebruiken. Via uitgeverij Contact, de directeur van De Vuurbaak en uitgeverij Noordhof in Groningen kwamen we terecht bij een bureau in Amstelveen die de rechten van dit soort werken in beheer heeft. Ook de bekende geschiedenisplaten van Isings kunnen ze leveren.
Om een lang verhaal kort te maken, het zou natuurlijk fantastisch zijn wanneer de Isings-platen ook in Levend Water te gebruiken zouden zijn. In 2006 hadden ze voor het laatst nog gefungeerd in een soort uitlegvertelling van de Bijbel. Maar vader en zonen Blokker lieten zich daarbij adviseren door professor Kuitert. En met hoeveel respect ze ook de bijbelse teksten benaderen, het blijft bij een verhaal van drie ongelovigen die de Bijbel als een belangrijk cultureel erfgoed zien. Eigenlijk wel triest dat de platen van Isings daarin figureerden. Isings was een diepgelovig man, die in zijn werk eerbied voor de Heilige wilde laten zien. Op zijn rouwkaart stond: “… ging van ons heen, naar zijn eigen woorden: ‘Vrijgemaakt om met Christus te zijn’ (Filipenzen 1:23)”. Dat laatste is in het boek van de Blokkers, onder de veelzeggende titel “Er was eens een god”, ver te zoeken.
Binnenkort voor de vertellende meester en juf dus ook beschikbaar, platen die getuigen van historisch inzicht en eerbied voor de verhalen in Gods Woord.

Hoe vertellen we het onze kinderen?

Reinier Sonneveld vergeleek het met het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes. Eerst doe je dat bij jonge kinderen ook heel simpel en naarmate ze groter worden zul je meer en meer moeten vertellen. En dat laatste is beslist niet gemakkelijk voegde hij er aan toe, maar je kunt het niet achterwege laten. Zo is het ook met het vertellen aan je kinderen (dus ook leerlingen op een basisschool) over de schepping van hemel aarde door onze goede God.

9789085432852-het-geheime-logboek-van-topnerd-tychoIn Amersfoort werd in de aula van de Evangelische Hogeschool uitgebreid stilgestaan bij het verschijnen van het nieuwste boek van kinderschrijfster Corien Oranje. Samen met Cees Dekker (nanobioloog en hoogleraar aan de TU in Delft) heeft Corien Oranje een meeslepend jeugdboek geschreven over topnerd Tycho. Tycho wil meer weten over de oorsprong van het leven en alles wat daar mee te maken heeft. Dus gaat het over dyno’s en planeten en nog veel meer. En natuurlijk komt op de eerste pagina’s al een soort oerknal voorbij. Bij de speurtocht die Tycho onderneemt gebeurt van alles, maar ontdekt hij dat het verhaal van de eeuwige God en hemelse Vader te combineren valt met een oerknal en de wetenschap die zegt dat de bewijzen van evolutie niet te ontkennen zijn.
Bij dat laatste gedeelte komt dan Cees Dekker om de hoek, hij heeft met de kinderboekenschrijfster meegedacht en meegeschreven. Hij zat ook in het forum om mee te discussiëren over ‘hoe we het onze kinderen moeten vertellen’. Te vaak heeft deze christen-wetenschapper meegemaakt dat studenten afhaakten omdat het geloof uit hun jeugd niet opgewassen bleek tegen alle wetenschappelijke feiten. Volgens Dekker is dat niet nodig. En daarom een boek wat jonge kinderen al meeneemt op de grote ontdekkingsreis van de wetenschap. De generatie die nu opgroeit en een ontzaglijke hoeveelheid informatie op internet kan vinden, heeft antwoorden nodig.
In de verschillende bijdragen kwamen mooie inzichten naar voren.
• God heeft in het Woord geen wetenschappelijke verhandeling aan ons overgeleverd in Genesis 1 t/m 11. Maar in het Woord wordt buitengewoon duidelijk dat God de oorsprong is, schepper van hemel en aarde. Je moet God vertrouwen en je kunt hem niet in alles narekenen. En we kunnen nog wel eens versteld staan, als we later in de hemel zijn. Verketter elkaar dus niet met je ideeën overschepping, evolutie of creationisme; christenen zijn elkaar immers gegeven om elkaar te verheffen!
• Theologe Janneke Burger gaf 5 regels voor omgaan met kinderen die verder denken en vragen stellen bij bijbelse feiten. Ik geef ze door want ze zijn in school ook zeker hanteerbaar;
o In boeken over dino’s staat heel veel, maar ook heel veel niet. Over God kom je meestal niets tegen, dus dat moet je je kinderen wel vertellen!
o God draagt de wereld en dat is echt het belangrijkste,
o We weten ook heel veel niet!
o Lees de Bijbel letterlijk waarbij je steeds goed kijkt naar de bedoeling van de teksten die je leest.
o Laat je kinderen onbekommerd leren en onderzoeken in en over Gods schepping en onder de indruk komen van wie Hij is!
Vooral die vijf punten, waarbij misschien nog best meer kanttekeningen kunt plaatsen hebben we ook in ons onderwijs nodig. Leef niet met dichtgeknepen handen, maar met open handen, voegde de theologe er nog aan toe.

Wat te doen met Sinterklaas?

Het Haagje werd gedempt, net als alle andere kanalen in Hoogeveen. Sint moest nu te voet of met paard en wagen komen.
Het Haagje werd gedempt, net als alle andere kanalen in Hoogeveen. Sint moest nu te voet of met paard en wagen komen.

Een grote taai-taaipop en een doosje met Lego waren de cadeaus die ik als klein jongentje kreeg op 5 december. Daarbij moet ik wel heel diep graven in mijn geheugen, want eigenlijk vierden wij niet echt Sinterklaas thuis. Sinterklaas was Rooms en dus niet voor gereformeerden bestemd. Toen ik een keer bij vriendje Wiebe op een zaterdagmiddag aan het spelen was heb ik vanuit de verte de boot van Sinterklaas in het Haagje zien liggen, de goedheiligman was Hoogeveen binnengevaren. Heel spannend, maar ik durfde er ’s avonds niet over te vertellen, want Sinterklaas hoorde niet. Van mijn tijd op de lagere school kan ik mij niet iets van een Sinterklaasviering herinneren. Maar het zou kunnen dat ik het heb verdrongen. Ik ben dus niet echt opgegroeid met een positief Sinterklaas beeld.

Toen mijn kinderen op de basisschool zaten, vierden we uitgebreid pakjesavond met goede vrienden en hun twee dochtertjes. Gedichten, een zak met cadeautjes, lootjes trekken en een paar flinke bonzen op de voordeur door Eddo. Geweldige avonden waar we als gezin met veel plezier op terugkijken. Van jongs af aan hebben we onze kinderen duidelijk gemaakt dat Sinterklaas een verklede man is. In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werd Sinterklaas onder gereformeerden een geaccepteerd feest en ook wij liepen een beetje met de meute mee. Op de van ’t Veerschool in Amsterdam, werd het jaarlijks een terugkerende discussie. Ik daagde de collega’s uit met mijn ‘verklede man’ standpunt en de juffen lieten zich meezuigen in het als maar uitdijende spektakel van het Sinterklaasjournaal. De keren dat ik Sinterklaas welkom moest heten, ik geef het achteraf eerlijk toe, deed ik dat met een lichte gêne. Toch was het Sinterklaasfeest in een groep 5, 6, 7 of 8 geweldig! Een grote berg prachtig in elkaar geknutselde surprises met de meest fraaie gedichten. Elkaar een beetje op de hak nemen, hobby’s uitvergroten; het kon niet op.

De jaren van onbezorgd vieren van het Sinterklaasfeest zijn echter voorbij. Het fenomeen zwarte Piet is door actiegroepen verbonden met het slavernijverleden van ons vaderland. Veel discussies rond het 5 decemberfeest zijn vaak buiten alle proporties. Toen de eerste actiegroepen zich verzetten tegen Zwarte Piet, moest ik er om glimlachen. Ach wat, het is een volksfeest en het heeft een lange traditie waar toch niets verkeerd mee is? En alle discussies in de krant en op tv, je wordt er niet vrolijk van. Maar wie zich wat verdiept in het koloniale verleden van ons land, kan er niet meer omheen dat de tegenstanders van Zwarte Piet meer dan een punt hebben. Lees bijvoorbeeld de boeiende roman van Arthur Japin over Aquasi Boachi (“De zwarte met het witte hart”). Stevo Akkerman schreef een boeiende roman over een tentoonstelling met 28 Surinamers op het Museumplein (“De inboorling”). Zomaar twee boeken die subtiel aan de oppervlakte brengen dat ons geschiedenisboek heel wat zwarte bladzijden heeft. En er zijn nog veel meer boeken, fictie en non-fictie, te noemen die een beeld geven van ons koloniale verleden. Discriminatie, uitbuiting en slavernij; veel Nederlanders hebben er helaas geen idee van, wat dit voor impact heeft gehad op onze niet-blanke landgenoten en tot op de dag van vandaag heeft. Hoe goed bedoeld ook de bekeringsdrang van VOC en WIC zijn geweest, we zullen vandaag de dag in het reine moeten komen met de uitwassen daarvan. De laatste weken zijn er in Zuid-Afrika veel protesten van zwarte studenten in de universiteitsstad Stellenbosch. Hun protest gaat onder andere over het gebruik van het Afrikaans. Ten diepste hebben zij dezelfde motieven en argumenten als de tegenstanders van Zwarte Piet in Nederland. Het zijn maar een paar voorbeelden om aan te geven dat niet-blanken zich beledigd en gediscrimineerd voelen door een volksfeest met een witte bisschop op een schimmel en een kudde mallotige zwart geschminkte jongelui er omheen dansend.

Het gereformeerde onderwijs waar ik werkzaam ben, en zich al een aantal jaren profileert met het etiket ‘bijbelgetrouw’, heeft zich tot op heden niet geroerd in de discussie over Zwarte Piet. Het lijkt wel of de discussie volledig langs ons heen gaat. Sinterklaas met zijn zwarte knecht zijn nog steeds van harte welkom op gereformeerde scholen. Maar nu zelfs een VN-commissie Nederland min of meer op de vingers heeft getikt, kunnen de gereformeerde scholen zich niet meer verschuilen achter de ‘traditie’. Immers die traditie is voor onze scholen in veel gevallen niet meer dan een traditie van een jaar of veertig oud en alleen daarom al, beslist niet heilig. Wat mij betreft nemen onze scholen een keer het voortouw. En dan niet flauw gaan doen met een regenboogpiet of wat voor kleur schmink je verder nog kunt vinden. Schaf het hele opgeklopte gedoe rond Sinterklaas gewoon af. Geen ‘verklede man’ meer zijn ‘zwarte knecht’ op het podium hijsen en de jongste kinderen van de school de stuipen op het lijf jagen. Geen grappen meer met een domme zwarte Piet die zich heeft verslapen of opeens boven op het dak van de school staat. Want wat je ook doet met knecht Piet, het zal ons steeds blijven herinneren aan de discussies over zijn zwart zijn, welke kleur we hem ook geven. Verlos de scholen en de gezinnen van veel gedoe en gediscussieer en verzin een nieuw decemberfeest! Dat feest mag best met presentjes en met surprises en humoristische gedichten. Mijn creativiteit schiet hierin te kort, maar er is zoveel creativiteit binnen de scholen dat er vast wel weer iets moois zal ontstaan.

Dus wat mij betreft; afscheid van zwarte Piet en Sinterklaas mag met het mee. Beiden zijn immers zo met elkaar verweven dat al zou je van beiden de kleur veranderen, de zaak nog niet verandert. Het lijkt mij voor de gereformeerde scholen een mooi statement; de zogenaamde Sinterklaastraditie bijzetten in het geschiedenisboek. Want ook al is die traditie niet ontstaan in het koloniale tijdperk, de traditie is wel gekleurd door het koloniale verleden. Scholen en gezinnen worden uitgedaagd tot een nieuw decemberfeest waarbij humor, plezier, gelijkheid en creativiteit voorop mag staan.

50 jaar GBS in Amsterdam – er werd ook gepest

Een zus van haar legde bij toeval het contact. In een schoolgang kwamen we elkaar tegen en na een korte handdruk en een brief, zaten we een paar weken later aan tafel. Er moest wat uitgepraat worden, over haar zus die ooit zo gepest was en steeds met de gevolgen daarvan rondliep. Ook ik had daar een rol in gespeeld volgens de zus.
Een maand later heb ik haar opgezocht. Met haar man woont ze in een mooi ruime flat in een jaren zeventig wijk. Naarmate het gesprek op gang kwam, ging het verleden leven. Hoe meer namen passeerden, des te meer beelden we er bij kregen. Het gepest op school, als een slavin behandeld worden, nog een keertje een paar woorden sissen op de trap, al die dingen die de ander zo gewoon vindt. Het dreigen wanneer ze iets zou zeggen, de vernederingen in de bus. Zo stapelde de ene pesterij zich op de andere en ging ze zich stap voor stap ongelukkiger en afgedankt voelen.
Oh ja, natuurlijk denk je als leerkracht dat je er heel veel aan gedaan hebt. Je hebt gewogen en gewikt, terechtgewezen, aangesproken en zelfs donderpreken gehouden. Maar net die ene keer, dat ze haar nood kwam klagen, heb ik toen op de juiste manier gereageerd? Kwamen de woorden verkeerd over? Bedoelde ik het niet, maar zei ik het wel? Afgewezen voelde ze zich, opnieuw een mokerslag.
Bij ons beiden kwam het verdriet naar boven en gelukkig konden we praten over schuld en vergeving.
Haar schoolloopbaan is heftig geweest. Het laatste jaar heeft ze afgemaakt op een school voor leerlingen met psychische problemen. Een heftig jaar, maar er werd geluisterd en gewerkt aan herstel. Op catechisatie werd het wel bespreekbaar, maar de daders wilden er niets van weten.
Gelukkig is ze er nog, sterker misschien wel dan ze ooit is geweest. Ooit dacht ze er een eind aan te maken, maar nu na vele hulpverleningstrajecten weet ze dat er echt mag zijn, voor haar man, maar zeker voor haar hemelse Vader. Dat we konden afsluiten met gebed, maakte het wel heel bijzonder.

Pesten, het kwam en komt voor, ook op een gereformeerde school. En zeker, met vallen en opstaan is er veel aan gedaan en wordt er ook veel tegen opgetreden. Helaas gaat er ook nog veel niet goed. Om achteraf met een slachtoffer in gesprek te gaan is confronterend. Het geeft echter ook weer ruimte naar de toekomst. Daarom een oproep aan hen die diep in hun hart weten dat ze fout zaten, dat ze meeliepen of meededen. Ontkennen heeft uiteindelijk geen enkele zin. Mocht je ooit in de gelegenheid zijn jouw slachtoffer in de ogen te kijken; doe het! Ontloop het niet, voor jezelf niet, maar ook voor je slachtoffer niet. En zeker voor de laatste kan het helend werken.
Jezus zei in zijn bergrede: ‘Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.’ Dit wordt waarheid wanneer gepesten en pesters elkaar weten te vinden.

50 jaar gbs in Amsterdam – een zwarte bladzijde

Voor de school zit het er op. Een feestweek en een goed georganiseerde reünie. Veel oud-collega’s die weer eens bij hebben kunnen praten en oud-leerlingen die elkaar ontmoetten. In dankbaarheid terug kijken. Ook was er mooie glossy te koop met flink wat historische bijdragen. Ik hoop dat het volgende artikel over 1970 nog wat gevolg krijgt.

Toen de dr. M.B. van ’t Veerschool in 1963 van start ging waren er veel Amsterdamse vrijgemaakten die hun kinderen niet stuurden. Een aantal deed dat omdat ze de afstand naar Sloterdijk onoverkomelijk vonden. Er waren echter ook een groot aantal ouders die niet veel moesten hebben van het ‘doorgaande reformatie’ gebeuren. Dat het bestuur in 1963 voorbij ging aan hun bezwaren is op zich te begrijpen. Men kon eindelijk na 12 jaar starten met een eigen school. Velen hebben dat ervaren als de zegen van God op noest verrichtte arbeid. Uit het notulenboek (zie ook het artikel ‘het begon aan de Lutmastraat’), blijkt echter overduidelijk dat het met de start van de eigen school de strijd niet ophield. Ondanks de opstelling van het bestuur in mei 1963, die deed of er in Amsterdam geen kerkelijke problemen waren, was dat in werkelijkheid echt wel zo. Op de synode van Amersfoort (1967) tekenden de problemen in de vrijgemaakte kerk zich fors af. In de notulen van 7 september 1967 kunnen we lezen dat voorzitter van Milligen de ‘kerkelijke scheiding’ memoreert. “Hij spreekt de hoop uit, dat ondanks kerkelijke moeilijkheden, het bestuur rustig verder zal mogen gaan, omdat de school voorop moet staan.” In 1969 en 1970 bleven de problemen niet meer buiten de deur van de schoolvereniging. In de notulen is het op de voet te volgen. Ds. G. Jansen van Amsterdam-West, lid van het bestuur, was ook afgevaardigd naar de Synode van Hoogeveen. Het probleem was echter dat er uit Noord-Holland twee soorten afgevaardigden waren, binnenverbanders en buitenverbanders. Dit werd in Hoogeveen een probleem natuurlijk. Op 8 mei heeft ds. Jansen met zijn medeafgevaardigden Hoogeveen verlaten. Ze ‘trokken’ het niet meer, is te lezen in de Acta (=officiële noutlen) van de synode. Alles wees er op dat hun de deur zou worden gewezen. Uit overlevering is bekend dat ds. Jansen de situatie verschrikkelijk vond en huilend door de gangen van de voormalige synagoge liep. (De synode van Hoogeveen werd gehouden in kerkgebouw van de GKV ter plaatse, een voormalige synagoge.) Een dag later als er weer een bestuursvergadering is, is ds. Jansen niet aanwezig. Maar op 11 juni is hij er weer bij. Voorzitter is dan nog Van Milligen, maar twee vergaderingen later heeft broeder D. Dreschler uit Zwanenburg de hamer overgenomen.

Broeder en zuster van Milligen op de openingsavond van de school, 4 september 1963. Mevr. van Milligen rookt er flink op los en op tafel staat een doos AGIO sigaren.

Van Milligen was niet meer herkozen op de jaarvergadering. Een buitenverbander werd varvangen door een binnenverbander. Veel is er vergaderd in die daarop volgende maanden. Ook het hoofd der school Van der Hoek hoorde bij de buitenverbanders. De laatsten vonden het geen probleem om in het schoolbestuur samen te werken. Het grootste deel van de schoolvereniging en het bestuur koos er echter voor om de grenzen duidelijk te trekken. In het kort kwam dat er op neer dat de schoolvereniging in de statuten had staan de GKV (binnenverband) de kerk van de school was. Buitenverbanders hadden zich hieraan ontrokken en waren dus eigenlijk niet meer gereformeerd volgens de statuten. In de loop van het seizoen 1969-1970 kozen daarom een aantal broeders er dan ook voor te vertrekken.

uit de notulen van 27 april 1970

Het hoofd van de school, Van der Hoek, vertrok naar Steenwijk. Ds. Jansen en bestuurslid Dijkema schreven samen een afscheidsbrief. Een drietal broeders komt nog een keer ter vergadering maar het tij is niet meer te keren. De protesterende broeders werd nog wel duidelijk meegegeven dat als ze hun kinderen van school halen, dit niet conform de doopbelofte is.  De kerkstrijd trok dus ook scheuren door de school. Veel verdriet, ongetwijfeld aan beide kanten, is daardoor ontstaan. Terugblikkend vraag je je af of dit werkelijk zo had gemoeten. Toen tien jaar later er forse scheuren in het gebouw kwamen, doordat er naast Molenwerf 5 een kantoorgebouw van 7 verdiepingen werd gebouwd, bracht men grote trekstangen aan. Leerlingen uit de NGK, de CGK maar ook uit de Gereformeerde Gemeenten bezochten toen inmiddels de school. Nog weer tien jaar later was de diversiteit net zo breed als de ‘gereformeerde gezindte’. En rond het jaar 2000 kwamen de leerlingen uit de gehele breedte van christelijke kerken in Amsterdam.

In 2013 zijn leerkrachten uit de CGK en de NGK (de voormalig buiten-verbanders) meer dan welkom om les te geven. Binnen de schoolvereniging GPOWN, waarin de schoolvereniging van Amsterdam is opgegaan, wordt inmiddels gediscussieerd over verdere openstelling met betrekking tot het personeelsbeleid. Wat er in 1969 en 1970 zich heeft afgespeeld is geschiedenis. Maar tot op de dag van vandaag zijn er nog mensen die het verdriet voelen. Zeker nu alle veranderingen zo snel en met veel minder discussie werden geaccepteerd. Zij die in 1970 werden buitengesloten, zijn nu van harte welkom en deelnemer. En het zei gezegd: tot zegen van de scholen en het onderwijs.  De crisis van de vrijgemaakte kerken in de jaren 60 werd door een bepaalde groep de school binnengetrokken. Terecht? Door hen die binnen het bestuur bleven werd het als terecht ervaren en ook de wil van de Heer der Kerk. Terwijl zij die vertrokken ook zeiden dat ze Gods wil deden en voluit de belijdenisgeschriften bleven onderschrijven. Ik zal de dag nooit vergeten dat een doodzieke broeder Dijkema nog een keer op bezoek kwam om de school te bekijken die hij mee had helpen oprichten. Het verdriet over eind jaren 60 was voelbaar en te zien aan zijn tranen. Terugkijkend is het een donkere periode waarin naar mijn idee beslist niet altijd wijs en zorgvuldig is gehandeld. Gelukkig is er in 2013 in veel plaatsen tussen de GKV en de NGK erkenning en herkenning. Vaak gaat dat gepaard met schuldbelijdenis over de jaren 1969 en 1970 over wat daarin fout is gegaan. Wie weet is dat ook bij de herdenking van 50 jaar gereformeerd onderwijs in Amsterdam een mooi gebaar; schuldbelijdenis over wat ten aanzien van onder meer broeders als Van der Hoek, Dijkema en ds, Jansen verkeerd is gedaan. Waarvan akte!

50 jaar GBS in Amsterdam – juf Nijmeijer

juffrouw Nijmeijer ontvangt als
handwerkonderwijzeres “de wapens”

Deze week wordt op de gereformeerde basisschool in Amsterdam feest gevierd. Op 2 september 1963 begon aan de Molenwerf een vrijgemaakt- gereformeerde lagere school. David Leguyt heeft toen prachtige foto’s gemaakt. In zijn album is te zien dat de hele school naar de Petruskerk liep aan de overkant van het spoor. Dominee Jansen en ook het hoofd der school hielden toespraken. Twee dagen later was er een officiële openingsavond in hotel Krasnapolsky aan de Dam. De inspecteur kwam spreken en ook het personeel werd officieel geïnstalleerd. De mooiste foto van die avond toont mijn tante. Zij ging op de dr. M. B. van ’t Veerschool aan de slag als handwerkonderwijzeres. Kruissteek, flanelstreek, sokjes breien en ook naaien, het had voor de meisjes geen geheimen meer als ze les hadden gehad van juf Nijmeijer. Ze gaf ook les in Oegstgeest op de dr. K. Schilderschool. Volgens mij stond ze niet bekend als een lieve juf. Ze kon zeer streng zijn. Toen ik kwam werken in 1978 mocht ik haar ook perse geen tante noemen. Juf was het, voor de goede orde. In 1979 nam ze afscheid, omdat ze met pensioen ging. Een paar jaar later is ze met haar jongste zus verhuisd vanuit Haarlem naar Hoogeveen. Terug naar haar geboortegrond in Drenthe. Als klein jongetje weet ik nog dat ze soms met z’n tweeën op bezoek kwamen. Dan moest er flink schoongemaakt worden en werd er ‘deftig’ gegeten. Als puber van 16 werd ik een keer uitgenodigd om in de grote vakantie in Haarlem te logeren. Dat werd een gebeurtenis van formaat, rijden in een taxi, een rondvaart in Amsterdam en de Bijenkorf bezoeken! Onvergetelijk.

Op de foto van Leguyt staat ze met een paar breipennen, haar wapens. De laatste weken werd er flink gediscussieerd over de vrouw in het ambt. Mijn tante zat in het ambt, van handwerkonderwijzeres, compleet met wapens. Ik denk dat ze best een goede ouderling zou zijn geweest en tante Dinie trouwens een zeer goede diaken. Hele generaties heeft ze het sokken breien bijgebracht en het maken maken van merklappen. Nu zijn die vaardigheden bijna uitgestorven. Haar naam zij met ere genoemd bij het 50 jarig jubileum. Op 29 mei 2008 is ze gestorven, 93 jaar oud.

Gezin Nijmeijer een paar jaar voor WOII. Links vooraan, naast opa Adam, tante Lammie. Rechts vooraan, naast opoe Femmigje, mijn moeder. In het midden tante Dinie.

het begon aan de lutmastraat

Lutmastraat, Amsterdam Oud-Zuid

Wie in Amsterdam door de Lutmastraat in Oud-Zuid fietst heeft in eerste instantie geen idee waar die naam vandaan komt. Het is een lange straat met van die typische Oud-Zuid bebouwing. Voor Wereldooorlog II waarschijnlijk maar enkele auto’s, tegenwoordig is op bepaalde stukken zelfs een fietspad nodig. Heeft Lutma iets te maken met de Tolstraat? Of was het een schilder uit de Gouden Eeuw? Ongetwijfeld is er ergens op een van de straathoeken een wat uitgebreider bord dat ons kan vertellen waar de naam vandaan komt. Maar zou je het de voorbijgangers vragen, dan denk ik dat ze geen idee hebben. Voor 1896 lag zelfs een gedeelte van de deze straat in de gemeente Niewer-Amstel. Aan de overkant van de Amstel, ongeveer in het verlengde van de Lutmastraat, is dan ook nog steeds de Grensstraat te vinden.

Ets van Rembrandt: Janus Lutma

Janus Lutma (ook wel Johannes Lutma de Oude) werd geboren in 1584 en stierf in 1669. Lutma was een zeer beroemde goud en zilversmid en onder meer bevriend met Rembrandt. De laatste heeft een prachtige ets van hem gemaakt die zich bevindt in het Teylersmuseum in Haarlem, het eerste en oudste museum van Nederland. In verschillende musea is werk te vinden van deze Janus Lutma. Lutma is twee keer getrouwd geweest, eerst met Maria Roelands (Mayke) ze stierf in 1634, later trouwde hij met Sarah de Bie. Janus kreeg bij z’n eerste vrouw 4 zonen die allemaal kunstenaar werden. Johannes, de oudste ging verder in de voetsporen van zijn vader, maar is niet zo bekend geworden als zijn vader. Wel was hij veelzijdiger, hij was onder meer etser. Janus Lutma de Oude is ook de maker van het prachtige koorhek in de Nieuwe Kerk, maar begraven in de Oude Kerk. Wanneer je dit allemaal tot je door laat dringen, rijdt je in ieder geval nooit zo maar door de Lutmastraat. Van die Lutma had ik geen idee toen ik begon te lezen in het oude notulenboek van de dr.M.B. van ’t Veerschool. Broeder van Milligen schreef het allemaal op in dat boek. Op nummer 168, 2 hoog, woonde familie Bedeker. Johannes Bedeker was de eerste voorzitter van de schoolvereniging en hoofd van een evangelisatieschool, maar werd meer en meer een voorstander van vrijgemaakt-gereformeerd onderwijs. U kunt er meer over lezen in de ‘glossy’ die binnenkort verschijnt, bij het 50 jarig bestaan van VEERKRACHT. Op de site van de school kunt u hem al vast bestellen.

discipelschap

Oosterparkkerk Amsterdam – tekening Daan van Driel

Jos Douma kreeg van gemeenteleden een boek over discipelschap. Het is geschreven door Mike Breen. Deze laatste is een Amerikaanse voorganger die veel over het onderwerp schreef en er op de laatste New Wine conferentie over kwam spreken. Terecht wijdt Douma een fiks aantal blogs aan het discipelschap.

In juni 2008 werd op de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle een symposium gehouden over de ‘spiritualiteit van de leraar’. (nav Bram de Muyncks dissertatie: Een goddelijk beroep). Professor John Van Dyk (Dordt Gollege, Iowa VS), hield toen een boeiend betoog over The Craft of Christian Teaching.  “Van Dyk answers the ultimate question, ‘How does one really teach Christianly?’ Reading this book is like taking a journey, a stimulating walk into one’s own classroom to practice Christian teaching for discipleship.”  Deze uitspraak over zijn boek staat op de site van Dordt College. Van Dyk zei in zijn lezing: Je bent als mensen samen op reis. Op die reis moet je toegerust zijn tot dienstbaarheid; discipelschap, dat wat Jezus zijn leerlingen leerde. Samen wandelen voor het aangezicht van de Heer, dien je elkaar met liefde. Teachting/onderwijzen is daarom leiden op weg naar discipelschap. Als teacher/onderwijzer ben je daarin een voorbeeld en oefen je discipline en tucht uit. Ook leer je je leerlingen toewijding en mag je ze bemoedigen. Je leerlingen mag je leren wat de bedoeling van God is met het geleerde. Leerlingen, maar ook christenen moeten daarom dienend samenwerken. Dat laatste moet ook gewoon geleerd worden, op school en ook in de kerk . Noem het maar discipelschapsvaardigheden! Discipelschapstrainig voor kerk en school een heilig moeten!

Hoezo hierbij een tekening van de Oosterparkkerk in Amsterdam? Dat komt omdat het de enige ‘echte’ van Driel is, die ik in mijn bezit heb. Broeder Daan van Driel (1909-1992) maakte deze tekening ooit voor het kerkboekje. En laat het nu broeder van Driel zijn die ons op de mannenvereniging (met de bijzondere naam: Onder Het Juk van Christus), steeds weer voorhield; is dit nu Jezus volgen, zijn we op deze manier zijn discipelen, zijn leerlingen? Deze nuchtere vragen waren voor mij eyeopeners en legden vaak precies de vinger op de zere plek. In de kerk, ook die op tekening, mogen discipelen van Jezus zich elke zondag laten trainen, onderwijzen. Op 7 september verschijnen grote gedeeltes uit de dagboeken van Van Driel. Dat zal leerzaam zijn voor zoekers en zieners, en zet ons aan het denken. Ik ken niet het boek van Mike Breen, maar misschien ga ik het lezen wanneer ik heb genoten van de dagboeken van Van Driel. Daarbij zal voor mij discipelschap een leidend thema zijn.

 

Ankers los; er is toekomst voor gereformeerd bijbelgetrouw onderwijs

Een kernvraag is of gereformeerd onderwijs überhaupt nog wel vormgegeven kan worden vanuit de idee van een afgebakende, gereformeerde subcultuur. Het lijkt er echter op dat velen in het gereformeerde onderwijs er nog steeds onbekommerd vanuit gaan dat de triangel, waarbij gezin, school en kerk eendrachtig werken aan de geloofsopvoeding van kinderen en jongeren, nog volledig intact is. Ik denk dat we die vanzelfsprekendheid voorbij zijn en dat het de tijd is voor een inhoudelijke herbezinning op het doel, de aard en de vorm van gereformeerd onderwijs.’

Dit schreef Pieter Vos in de bundel ‘Motivatie en identiteit’. Deze bundel verscheen bij het bijna opheffen van het LVGS (Landelijk Verband van Gereformeerde Schoolverenigingen). Sinds medio 2011 is alleen Jan Westert nog werkzaam bij deze club, hij is ondergebracht bij de protestantse scholenkoepel. Ton van Leijen kreeg toen omdat hij afscheid nam, die bundel opstellen aangeboden. Alle opstellen gingen min of meer over de toekomst van het gereformeerde onderwijs. Pieter Vos (theoloog en filosoof), in het dagelijks leven werkzaam aan de GH in Zwolle en de TU in Kampen, roept beargumenteerd op tot bezinning op de triangelgedachte. Iedereen die werkzaam is binnen deze zuil, weet wat daarmee bedoeld wordt. Toch is die bezinning naar mijn idee binnen de scholen en bij ouders nooit echt op gang gekomen. De LVGS-afscheidsbundel werd waarschijnlijk verspreid in beperkte kring. In de pers ging men al weer snel over tot de orde van de dag. Terwijl het artikel van Vos op veel onderdelen al dateerde uit 2007 (weekblad de Reformatie), bleef het stil in gereformeerd onderwijsland. In het hoger gereformeerd onderwijs zijn toelatingsbeleid en benoemingsbeleid inmiddels al verruimd. Het middelbaar onderwijs volgt schoorvoetend. In het basisonderwijs blijft het zoals het was. Nou ja, het benoemingsbeleid werd iets ruimer; Nederlandse Gereformeerde leerkrachten mogen nu ook voor de klas. Maar een leerkracht die besluit om lid ter worden van een DGK kerk of een GKN kerk, hangt ontslag boven het hoofd. Daarnaast zijn er voor zover ik weet ook nooit excuses gemaakt naar in het verleden ontslagen leerkrachten, omdat ze dachten mee te moeten gaan met de ‘buitenverbanders’. Wat dat betreft is de gereformeerde scholenzuil, zeker waar het gaat om de basisscholen, een nog steeds in zichzelf gekeerde gemeenschap. Terwijl de kerkramen van de GKV wijd open staan, er veel meer oor en oog is voor medegelovigen in andere kerken, viert de triangelgedachte van 50 geleden nog hoogtij. Het toelatingsbeleid voor leerlingen uit diverse kerkelijke achtergronden is dan wel open, maar het eigenaarschap ligt nog steeds binnen de GKV.

De laatste tijd ontstaat er door flinke druk van buitenaf forse druk op het gereformeerde onderwijs. De bezuinigingen slaan razendsnel om zich heen. Passend onderwijs (een verkapte bezuinigingsmaatregel) wordt ingevoerd, kleine scholen krijgen geen speciale faciliteiten meer. Vervolgens krijgen we ook te maken met een sterk veranderende ouderpopulatie. Leerlingenvervoer naar gereformeerde scholen zit al jaren in een verdomhoekje. Ouders die tien, vijftien  jaar geleden hun kinderen met een bus(je) naar school lieten gaan, kunnen dat nu niet meer bekostigen en kijken naar een goed alternatief in de eigen woonplaats. Al die factoren leiden er toe dat veel gereformeerde basisscholen krimpen. Vanuit de besturen, die in deze tijd op forse afstand staan, wordt dan ook alles op alles gezet om de scholen goed in de markt te positioneren. “Wat maakt jouw school onderscheidend?”  “Hoe kan jouw school groeien?” Misschien best terechte vragen, maar het legt weer een extra druk op de school en zijn medewerkers. Aanwas uit de oorspronkelijke doelgroep, de gereformeerd vrijgemaakte kerk valt niet echt te verwachten. Groei moeten we verwachten uit andere christelijke groepen. Maar daardoor is het exclusieve karakter van de gereformeerde school ook verleden tijd. Logisch dat je dan ook heel pragmatisch het benoemingsbeleid gaat aanpassen. Dat gegeven zal eerst natuurlijk heftig bediscussieerd moeten worden. Wie laten we dan wel toe voor de klas en wie niet? Een PKN-er gaat vast nog wel. Ligt er aan uit welke richting hij komt. Een lid van een evangelische gemeente, kan die les geven op een gereformeerde school? Of iemand uit de Koptische Kerk? Stof genoeg om jaren te vergaderen en voors en tegens op een rij te zetten. De grondslag van de school zal veelvuldig op tafel komen. Maar wie kent binnen het gereformeerde onderwijs de huidige grondslag nog van binnen en van buiten? Wel of niet de formulieren van Eenheid erin, discussie over de kinderdoop, vergaderen tot we er bij neervallen. Een ander scenario kan zijn dat zonder slag of stoot het benoemingsbeleid verder wordt verruimd. De besturen (op afstand) beslissen, her en daar mag meegepraat worden en we gaan over tot de orde van de dag.

Het wetenschappelijk instituut van de Christenunie verzorgt elk jaar een Groen van Prinstererlezing. Ooit moest ik op de PA in Groningen van Groen van Prinsterer ‘Ongeloof en Revolutie’ lezen. Geschiedenisdocent Arjo Vanderjagt kon hele stukken uit het hoofd citeren. De invloed van Groen is niet te onderschatten in de Nederlandse politiek. Dr. Kars Veling hield in zijn lezing op 16 mei een boeiend betoog onder de titel “Ankers los”. Hij pleit ervoor om de hele grondslagendiscussie los te laten. Veling wil dat we veel meer gaan denken over het perspectief van een organisatie. Als we op die manier gaan nadenken over het onderwijs aan kinderen, dan laten we een grondslag discussie terzijde liggen. Perspectief geeft kracht en hoop, zegt Veling. Daarmee zullen we ook loskomen van de triangelgedachte. We zullen veel meer ons moeten focussen op het doel, het perspectief van een school voor basisonderwijs. Wat willen we bereiken op zo’n school? Welke attitude willen we de leerlingen meegeven? Welke normen en waarden moet ze aangeleerd krijgen? Natuurlijk grijp je daarbij terug op Gods Woord, maar een grondslagdiscussie wordt daarbij veel minder belangrijk. Ook het benoemingsbeleid kunnen we dan anders aanpakken. De vraag wordt dan of de leerkracht er aan mee wil werken om het perspectief van een gereformeerde bijbelgetrouwe basisschool te verwezenlijken. En voor ouders is de vraag of ze zich kunnen vinden in het perspectief van de betreffende school. De school ontkomt er dan ook niet aan op dat perspectief duidelijk te verwoorden, het voor te leven in woorden en daden.

De lezing van Kars Veling is te beluisteren op de site van het Wetenschappelijk Instituut van de CU. Je kunt trouwens ook de tekst downloaden.

DMDD

Disruptive Mood Dysregulation Disorder, in de (nieuwe) DSM-5 te lezen wat we hier onder moeten verstaan. Eerst denk je nog dat het over DWDD gaat. Van DWDD ben ik fan, maar van DMDD zal ik waarschijnlijk geen fan worden. Nu is er dezer dagen wel wat gedoe over de W en de M. De W van Willem geeft omgekeerd de M van Maxima. Ik ga ook niet uitleggen wat van DMDD precies is. Maar volgens sommige onderwijskundigen zullen we over 10 jaar minsten een groepje DMDD-ers op school hebben. Net als ADHD-ers, PDD-NOS-ers en nog heel veel andere stempels, is DMDD een nieuwe loot aan de serie afwijkingen die we bij leerlingen op school kunnen traceren. In een uitzending van Zembla (VARA 18 april 2013) werd uitgebreid aandacht gegeven aan het geven van etiketten aan kinderen. Een interessante uitzending. Hier en daar misschien wat boude uitspraken, maar het zet aan tot denken over de etikettenplakkerij. Voor gereformeerde scholen blijft het een uitdaging om steeds weer hun positie te bepalen ten opzichte van etiketten. Daarnaast blijft ook de uitdaging om na te denken over wat nu toch het doel is van onderwijs en in het bijzonder van ‘bijbelgetrouw onderwijs’, zeker waar we toch vinden dat elk kind uniek is! Moet je bij unieke leerlingen plakken met etiketten? Wat houdt het in, als je zegt dat je de leerlingen op je school wilt bijbrengen een discipel van Jezus te zijn? Dat laatste geeft immers een heel ander etiket!

1980

De voorzitter van de avond heette Elma Drayer, hooggehakt stapte ze het podium op. Ze introduceerde de spreker en het forum. In haar welkomstwoord refereerde ze aan de abdicatie van koningin Beatrix. Later, zei ze, zult u zeggen, ja toen… Toen was ik op een avond van ForumC in de Rode Hoed (maandag 28 januari 2013). Het was een mooie binnenkomer van de voorzitter. Maar koningin Beatrix kwam die avond niet meer ter sprake. Toch had dat best gekund. Want onder de titel ‘Kerk en st(r)aat’ ging het debat over de vraag of religie maar niet beter achter de voordeur moet verdwijnen. En naar mijn idee heeft de daadkrachtige houding van onze vorstin er de afgelopen decennia voor gezorgd dat we in ons land het pluralisme in redelijke vorm hebben kunnen handhaven. Filosoof Govert Buijs van de Vrije Universiteit en hoofdspreker deze avond, pleitte dan ook om het unitarisme van ons te werpen. „We moeten niet de fout maken om bijvoorbeeld bij de omroepen of in het onderwijs aan de seculiere overtuiging het alleenrecht te geven. Als alle diversiteit verdampt, word je buitengewoon kwetsbaar.” Gelukkig werd de discussie niet op de spits gedreven en hield Boris van der Ham zich aardig gedeisd, alhoewel hij het nog wel aan de stok kreeg met rabbijn Tamarah Benima over het ritueel slachten. Hier stak het unitaristisch denken van de voorzitter van het Humanistisch Verbond toch even de flink de kop op. Daarom was het jammer dat koningin Beatrix niet in het forum zat. Ik denk dat ze een zeer positieve en ook zeer samenbindende bijdrage had kunnen leveren. Wie weet vindt ze het leuk om dat soort zaken op te pakken wanneer ze na 30 april van een welverdiende rust gaat genieten op Drakensteyn.

Het kan niet anders of de komende 30 april wordt een gedenkwaardige dag. Net als 33 jaar geleden. Al weken was het onrustig in de stad. Overal zag je grote witgekalkte leuzen; GEEN WONING – GEEN KRONING. Van de dr. M.B. van ’t Veerschool had klas 3 een uitnodiging gekregen om op de Dam de nieuwe vorstin toe te juichen. Wij voelden ons zeer vereerd natuurlijk. Juf van Veelen zal haar groep er hoogstwaarschijnlijk geestelijk helemaal op voorbereid hebben. Meester Wietsma vond het helemaal te gek. Ondanks alle verontrustende berichten liet hij zich niet van de wijs brengen, we zouden en moesten daar ook bij zijn. De vader van Klaas de Vries waarschuwde, als directeur van het ambulancebedrijf Broeder de Vries had hij inside informatie. Klaas mocht niet mee, je weet maar nooit. Dus zonder klasgenootje Klaas, werden we met een stadsbus we van school opgehaald. Via de Jaap Edenhal in Oost, waar koek, zopie en vlaggetjes werden verstrekt, werden we bij de Dam afgezet. Vlak bij ons stonden nog veel meer kinderen, zoals de klassen 3 van de Joodse en de Japanse school. Vooraan konden we natuurlijk alles prachtig zien. Een indrukwekkend moment toen Juliana met Beatrix het balkon op kwamen. “Zojuist……. zojuist heb ik… “ Ze kon nog net boven het rumoer uitkomen. Ik kan me niet meer herinneren hoelang we nog gebleven zijn. Wel hebben de hele koninklijke familie uit het paleis zien komen. Langzaam liep de stoet onder een baldakijn naar de Nieuwe Kerk. Later ging ik met de bus naar ons eerste huis in de Transvaalbuurt. Die woensdag was het nog lang onrustig in de stad. Gelukkig had ik een kleuren-tv en konden we de rellen op veilige afstand volgen. Twee kinderen van groep 5 haalden later in ieder geval de landelijke pers. Zij waren opgevallen vanwege hun oranje-rode haar. Daar was geen spuitbus aan te pas gekomen gelukkig.
Hoe wonderlijk kan het gaan. Inmiddels zijn krakersrellen bijgezet in documentaires. Koningin Beatrix is uitgegroeid tot een symbool voor Nederland. Helaas steekt het antireligieuze sentiment regelmatig de kop op. Van ‘soevereiniteit in eigen kring’ weet bijna niemand meer. Laten christenen maar gewoon zichzelf blijven en blijven getuigen van de hoop en de genade in Jezus Christus. En laten we maar hopen en bidden dat haar zoon en opvolger op een waardige manier in haar voetsporen treed.

1963

In 1985 werd de Wet op het Basisonderwijs ingevoerd. In het onderwijs heeft dat voor geweldige veranderingen gezorgd. Wanneer ik dat soort zaken opdiep, realiseer ik me gelijk dat toen ik begon met werken in 1978, die Wet nog lang niet bestond. De dr. M.B. van ’t Veerschool begon met klas 1, waar leerlingen zaten die voor 1 oktober van een schooljaar in ieder geval 6 jaar waren geworden. In 1978 waren de meeste leerlingen wel naar een kleuterschool geweest denk ik. In het geval van de school in Amsterdam waren dat kleuterscholen in de buurt waar de kinderen opgroeiden. Omdat er in Amsterdam of omgeving geen gereformeerde kleuterscholen waren, kwamen ze dus van openbare of christelijke kleuterscholen op hun zesde naar de gereformeerde lagere school bij Amsterdam-Sloterdijk. Bij ons thuis, in Hollandscheveld, heeft niemand op een kleuterschool gezeten, voor zover ik weet. Er was geen gereformeerde kleuterschool in Hoogeveen, dat zal een reden zijn geweest. Maar op de boerderij en in de houthandel was er genoeg te spelen en te leren, dus de noodzaak was er ook niet. Mijn ouders vonden het wel goed zo denk ik. Na de zomervakantie van 1963 ben ik dus voor het eerst naar school gegaan. Veel kan ik me er niet van herinneren, wel dat ik één van de weinigen was die niet minstens een jaartje op een kleuterschool had gezeten. Bijna 7 was ik, een oktoberkind en daarmee een ‘late leerling’. Van knippen en plakken had ik nog nooit gehoord en met rechts en links had ik ook moeite.

Misschien is dat wel de reden dat ik me die strenge winter van 1963 nog zo goed kan herinneren. Ik was immers alle dagen thuis! Vaag weet ik iets over een Elfstedentocht en een man uit Ommen die won. We hadden geen TV, alleen een krant. De bergen sneeuw voor ons huis waren veel mooier en indrukwekkender. Zeker wanneer er ook nog eens een harde oostenwind woei. De Langedijk voor ons huis was compleet ingesneeuwd. De wind joeg de sneeuw op vanaf Hollandscheveld over de weilanden richting ons huis. Achter de struiken bleef alles liggen tot meer dan anderhalve meter hoogte. Geen bulldozer kwam er door. Er was er één blijven steken bij de boerderij van de familie Neutel. Op zondag baggerden we door de weilanden naar de kruising met Het Opgaande, waar meneer te Velde ons kwam ophalen voor de kerk. In de sneeuw kon je prachtige hutten bouwen, alhoewel je moest oppassen voor instortingsgevaar. Het heeft weken geduurd dat de weg weer begaanbaar was. Tot in maart lag er sneeuw en ijs. Op een morgen kwam er een grote optocht langs van paarden. Op mijn knieën zat ik op de bank voor het raam. Mijn twee jongere broertjes zullen meegekeken hebben. Woensdag 6 maart volgens de geschiedenisboekjes. De bereden politie trok over de Langedijk en ging door de weilanden naar Het Opgaande. Mijn ouders zullen precies geweten hebben wat er aan de hand was. Klaas Hartman, één van de Vrije Boeren, dat was het doel. Er was iets met het Landbouwschap en boer Koekoek. Wat snap je daar allemaal van als je zes bent? Klaas Hartman was een goede kennis van mijn vader. Wanneer mijn vader ziek was, kwam Klaas Hartman wel eens helpen met melken. Die woensdag werd hij uit zijn huis gezet en het weekend erna was er zelfs brand gesticht in de lege boerderij. Nog jaren bleef de ruïne van Hartmans huis een aanklacht tegen te veel overheidsbemoeienis. Over de ‘opstand der braven’ is later uitgebreid geschreven. Op internet is ook nog steeds een uitzending te vinden over deze roerige tijd. Vijftig jaar geleden dus, net als die bijzondere schaatstocht in januari. Trouwens met ‘boer Hendrik Koekoek’ hadden mijn ouders niet veel op, in de oorlog was hij namelijk niet helemaal zuiver geweest.

1963, het jaar dat ik voor het eerst naar school ging aan het Alteveer in Hoogeveen. Een gebouw uit de 19e eeuw met een heus kolenhok. In de klassen stonden grote kachels met een hek er om heen. Wij leerden nog schrijven met de kroontjespen. Over Martin Luther King zullen we het wel niet gehad hebben. Gereformeerden in die tijd hadden daar niet veel mee. Wel kan ik mij de laffe moord in dat najaar op John F. Kennedy herinneren. De beelden in de krant vergeet ik nooit meer. Een grote open Amerikaanse slee, waarbij je moest raden dat daar de doodgeschoten president in zat. Naar mijn idee hadden we opeens sympathie voor zijn ideeën. En dat alles vijftig jaar geleden. Waar herinneringen aan ingesneeuwd zijn al niet toe kunnen leiden. Want terwijl ik in 1963 voor het eerst naar school ging werd in Amsterdam gestart met gereformeerd onderwijs. Ook weer iets om dit jaar bij stil te staan. Mannenbroeders hebben in Amsterdam na jaren vergaderen het voor elkaar gekregen om hun droom te verwezenlijken. Gereformeerd onderwijs voor verbondskinderen. Niet zo lang geleden heeft de Koninklijke Bibliotheek alle kranten van voor 1995 digitaal beschikbaar gemaakt. Het Gereformeerd Gezinsblad van 9 september 1963 doet uitgebreid verslag van de opening van de dr. M.B. van ’t Veerschool. Boeiend om te lezen. Tegelijkertijd ook een waarschuwing om niet schouderophalend vijftig jaar geschiedenis te veronachtzamen. Hoe zal men immers over vijftig jaar terug kijken op onze hedendaagse bekrompen ideeën? 

sinterklaas en verkleden

Heel lang hebben we, toen onze kinderen klein waren, Sinterklaas gevierd met vrienden. We waren dan met z’n negenen, trokken lootjes en gooiden de cadeautjes in een grote zak. Natuurlijk maakten we gedichten voor degene die we hadden getrokken. Groot plezier beleefden we aan dit soort avonden. En had het cadeau een bepaalde vorm, dan werd het al snel de spreekwoordelijke ‘doos sigaren’. Sinterklaas was een jaarlijks hoogtepunt. Niet vanwege de cadeaus, maar vanwege alle lol die we hadden bij de voorbereiding en het vieren van de pakjesavond. Natuurlijk keken we ook naar de intocht van Sint, als dat werd uitgezonden op TV. De aankomst van Sint in Diemen was veel minder interessant, daar ging het wel heel erg om een nep-Sint. Van jongs af aan hebben we onze kinderen geleerd dat Sinterklaas een verklede man is. Nooit hebben we daar moeilijk over gedaan en er zijn veel momenten geweest dat ook onze kinderen met open mond opkeken naar de ‘goedheiligman’. Eerlijk gezegd was het ook wel een principieel punt. Wij vonden dat je kinderen niet moet voorliegen, niet net moet doen alsof… Ik heb namelijk te vaak gehoord dat volwassenen uitspraken dat hun boosheid en frustratie heel erg groot was, toen ze gingen inzien of te horen kregen, dat Sinterklaas niet bestond. voor sommigen betekende dat zelfs een forse deuk in hun geloofsleven. Moet je dat als christelijke ouders willen? Het Sinterklaasfeest is er echt niet minder om.

BENOEMINGSBELEID OP GEREFORMEERDE SCHOLEN

Nu het LVGS geen eigen kantoor meer heeft en ook het gereformeerde onderwijs en het aantal ‘schoolbesturen’ inmiddels kleiner dan tien is, komt Jan Westert (de enige LVGS-medewerker die er nog is voor zover ik weet) met een notitie waarin hij pleit voor samenwerking met gelijkgestemden. Daarbij moet dan ook het jaren zo verdedigde benoemingsbeleid op de schop. De voortgezet onderwijs scholen gaan voorop (Rotterdam en Amersfoort) en het primair onderwijs zal er over een paar jaar wel weer achter aan hobbelen.

Een logische stap dat het gebeurt. Maar veel te laat, vind ik. Ooit toen gereformeerde scholen ontstonden, c.q. werden gesticht, is het benoemingsbeleid één van de weeffouten geweest. (Dat is tenminste mijn bescheiden mening) In de jaren 50 van de vorige eeuw was het volstrek logisch, maar toch is het jammer dat het zo gegaan is. Toen de scheuring van 67/70 een feit was ontstonden dan ook verschrikkelijke situaties, waarbij levens van mensen kapot werden gemaakt. Leerkrachten die buitenverband raakten, maar voluit gereformeerd bleven, werden de school uitgezet. Helaas zijn daar nooit excuses voor aangeboden. Ook toen leerkrachten een aantal jaren geleden overgingen naar de nieuw-vrijgemaakten ontstonden dezelfde onsmakelijke situaties.

Gereformeerde scholen zijn een gegeven uit de jaren 50 van de vorige eeuw. Naar mijn idee hadden de schoolbesturen veel eerder moeten inspelen op veranderingen in de ons omringende cultuur, maar ook op die binnen de gereformeerd-vrijgemaakte kerken. Schizofrene situaties zijn daardoor ontstaan. Ik weet uit eigen ervaring hoe graag ik een stagiaire had willen aannemen als personeelslid voor de school in Amsterdam, al bijna 10 jaar geleden. Helaas had ze een evangelische achtergrond. Wel heel goed passend bij de cultuur en kleur van de school, maar helaas…… Discussie was hierover niet mogelijk. Op veel gereformeerde scholen is al jaren een toelatingsbeleid, waarbij leerlingen uit zeer diverse christelijke groepen en kerken en gemeenten inmiddels de school bevolken. Een aantal scholen had zonder deze kinderen niet eens meer bestaan. In Amsterdam is denk ik, nog maar 25% gereformeerd. Op veel meer scholen in het westen is het percentage niet gereformeerden de laatste jaren fors toegenomen. Op zich is dit nog niet zo’n probleem natuurlijk. Iedereen past zich aan. Ouders leggen zich er bij neer, want in ruil voor dit beleid (geen inspraak op bestuursniveau) krijgt men goed christelijk onderwijs. En vaak zelfs wordt vanuit de hoek van de niet-vrijgemaakte ouders gepleit om het zo te houden. Want openstelling van het benoemingsbeleid is begin van de ellende natuurlijk. Zo is het ook op andere christelijke scholen gegaan. Dat laatste is de vraag natuurlijk. Want is daar echt de teloorgang begonnen van veel christelijke scholen? Christelijke scholen die vaak die naam niet meer verdienen.

Zeker gereformeerde scholen in het westen van Nederland zitten vaak te springen om goed personeel. De gereformeerde school in Amsterdam heeft voor zover ik weet geen leerkrachten die zijn opgegroeid in de stad. Ondanks hun opleiding (bijvoorbeeld in Zwolle, Ede of Alkmaar) kost het daarom vaak jaren om te groeien in een multiculturele school. Daarom zou het reservoir waar je in kunt vissen veel groter moeten zijn. In Amsterdam heb je gelukkig nog 25.000 christenen. Dat bied veel mogelijkheden.

Een ander beleid zou ook de grootste verschillen met de evangelische scholen kunnen opheffen. Laat er een verband ontstaan tussen gereformeerde, evangelische en orthodox-christelijke scholen. Dat maakt het voor jonge ouders, die niet meer zo vanzelfsprekend kiezen voor een school waar ze vroeger zelf op hebben gezeten, misschien toch logisch om te kiezen voor een school met identiteit.

(n.a.v. artikel in ND zaterdag 3.11.2012)

afscheid van Veerkracht

OP ZOEK NAAR DE DRIVE

Een paar maanden geleden moest ik bij de De Espressomonteur (een geweldige vakman trouwens) zijn aan de Fannius Scholtenstraat, vlak bij het Westerpark. Onze koffiemachine had het begeven  en om nu gelijk een nieuwe te kopen… Ter geruststelling, hij doet het weer! Dit echter terzijde. Door de defecte koffiemachine ontdekte ik aan de overkant een winkel in geschilde aardappelen. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en ‘loerde’ naar binnen. Daardoor kwam ik in gesprek met de eigenaresse van de aardappelschilwinkel. Het bleek te gaan om een bedrijfje dat al meer dan vijfentwintig jaar gevestigd is in West. Het levert aan de betere patatboeren, maar ook verzorgingstehuizen en de groothandel. Ook gewassen groentes is hun specialiteit. Ze woonden in de buurt en waren verknocht aan Amsterdam. Zomaar, op een achternamiddag, een prachtige inkijk in het leven van een paar mensen die vol overgave hun bedrijf gaande houden. Kwaliteit leveren, hard werken en uiteindelijk versleten armen en schouders. En dan toch met gedrevenheid over je werk praten; boeiend en ook ontroerend.

Zo heb ik mijn werk op school ook ervaren. Ooit kwam ik vanuit Drenthe naar Amsterdam. Het was 1978 en het had, geloof ik achteraf, niet mijn voorkeur. Er liep ook nog een sollicitatie in het midden van het land en dat was dichter bij mijn vriendin. Maar toch werd het Amsterdam, een paar weken na de diploma-uitreiking kon ik aan de slag in klas 4. Meester Dreschler vertrok naar de gereformeerde school in Veenendaal en ik kon per 1 juni beginnen aan de Molenwerf, pal tegenover het toenmalig station Sloterdijk. Klas 6 was net terug van het schoolkamp in Hellendoorn. Geen gemakkelijke start kan ik mij herinneren. Mijn tante werkte dan wel als handwerkonderwijzeres op de dr. M.B. van ’t Veerschool,  op school mocht ik haar geen tante noemen. Het was in ieder geval een beetje vertrouwd. Maar; er was geen begeleiding door een collega, geen coaching, geen intervisie, maar één keer per jaar een bestuurslid op bezoek. Al werkende weg leerde ik de jaren daarna langzaam aan het vak, en gelukkig ook Amsterdam kennen. Toen we trouwden in 1980, gingen we in Oost, op de rand van de Transvaalbuurt, wonen, drie hoog. Met de fiets, maar ook met het openbaar vervoer, was Sloterdijk goed te doen en op de terugweg kon ik met eigen ogen soms zien hoe krakers werden verdreven door de mobiele eenheid. In april van dat jaar hadden we al de rellen op Koninginnedag meegemaakt. ‘Geen woning, geen kroning’, was de leus. Als gereformeerde school mochten vooraan staan om de nieuwe koningin toe te juichen op de Dam. Een onvergetelijk moment. Links van ons stonden de kinderen van de Japanse school en recht kinderen van de Joodse school. Het zoontje van Broeder de Vries, een groot ambulancebedrijf in die dagen, mocht niet mee. Vader de Vries schatte de gevaren erg hoog in.

In de jaren 80 vergroeide ik steeds meer met de stad. Een belangrijke factor was daarbij de kerkelijke gemeente waar we bij hoorden en gelukkig, nog steeds horen. Een gevoel van roeping is daardoor ook wel ontstaan. Ondanks dat we verhuisden naar Diemen-Zuid, voelde het nog steeds als wonen in de mooiste stad van Nederland. De school breidde uit nadat we waren verhuisd naar Slotermeer. Het oude gebouw aan de Molenwerf was bijna de bouwput van een nieuw Elsevier-gebouw ingezakt. Begin jaren 80 kwamen ook de kleuters erbij,  de school moest verbouwd (85/86) en eind jaren 80 was het gebouw met 10 groepen overvol. Leerlingen kwamen uit Haarlem, IJmuiden, Beverwijk, de Zaanstreek, heel Amsterdam en ook Hoofddorp en Nieuw-Vennep. Drie grote touringcars en ook een aantal kleinere busjes reden af en aan. Firma de Haan uit Hippolytushoef had een goede klant aan de school. In school zetten de veranderingen ook door. Steeds meer kwam de techniek ons ‘helpen’. Stencilschrijver en stencilmachine verdwenen naar de kelder en de kopieermachine en later ook de computer werden heel normaal. Ouderbetrokkenheid stond hoog aangeschreven. Het kwam naar voren in drukbezochte leden en ouderavonden. Meerdere seizoenen werkten vaders en moeders mee aan de vrijdagse crea-middagen. Er werd dan bijvoorbeeld gekookt, geknutseld, geschaakt, gekalligrafeerd en ook geturnd.

Een van de zaken die bij de school in Amsterdam hoorde was wel het vele wisselen van het personeel. Als ik een lijst maak van alle collega’s die ik door de jaren heen gehad heb… Sommigen voor een fiks aantal jaren, sommigen voor een paar maanden inval. En altijd maar weer startende leerkrachten die natuurlijk het vak ook in de praktijk moesten leren. En eind jaren 90 kwamen daar ook de onderwijsassistenten bij. Ik heb de doos met schoolkranten nog eens doorgenomen. Al tellend kom ik op zo’n vijfenzestig collega’s. De eerste 10 jaar viel het nog mee, daarna wisselde het maar door. Gemiddeld bestonden de teams uit zo’n tien à vijfien leden. Aan de andere kant maakte het dat dus boeiend en tegelijkertijd ook zwaar. In augustus 1992 startte de school in Velserbroek, onze ‘dochter’. Hadden we daarvoor nog zo’n 250 leerlingen, toen krompen we heel snel. Door verhuizingen naar de provincie ging dat ook de jaren daarna door. Zo halverwege de jaren 90, we hebben het dan nog steeds over de vorige eeuw, werd onze school ook opengesteld voor kinderen van ouders die geen lid waren van een gereformeerde of protestantse kerk. Leerlingen uit evangelische gemeenten, maar ook uit Oosters-orthodoxe kerken kwamen op school. Dat aantal nam snel toe. Daardoor kwam er ook weer groei in het leerlingenaantal. De wisselingen van collega’s, de steeds maar toenemende veelkleurigheid, het is me meer en meer gaan boeien. Met daarnaast een kerkelijke gemeente die steeds meer over de muren heen keek; Amsterdam houdt je ‘gevangen’. In 2010 hadden we leerlingen uit ruim 40 kerkelijke achtergronden. Daarmee was de school inmiddels ook een multiculturele school geworden. Ongeveer de helft had een allochtone achtergrond.

2010 feest als afsluiting van het traject VEELKLEURIGHEID (met dank aan moeder Veenstra)

Mijn drijfveer is steeds het onderwijs aan de leerlingen geweest. Goed onderwijs dat inspeelt op talenten van leerlingen. Met daarbij in het oog houdend dat het wel onderwijs aan een groep is, ouders mogen en kunnen geen individueel onderwijs verwachten. Er is veel veranderd sinds ik begon. Er is meer kennis over verschillen tussen leerlingen, maar er worden nu wel eens te vaak etiketten geplakt. Daarnaast blijf ik toch ook de algemene ontwikkeling belangrijk vinden. Ook daarbij kun je niet leerlingen het maar zelf laten uitzoeken. Onze scholen moeten ook sturend zijn. Boven alles gaat het er om dat we kinderen willen helpen discipelen van Jezus te worden. Mijn werk voor de Bijbelmethode “LEVEND WATER”, van 2004 tot 2011, heeft me daar extra bij bepaald. Want bij Bijbelonderwijs gaat het niet alleen om het mooi vertellen van de Bijbelverhalen; hoe goed dat ook is. De man of vrouw voor de klas zal het in gedrag, in woord en daad, ook zelf moeten voorleven aan de leerlingen die aan hem zijn toevertrouwd. Daarom ook moeten leerkrachten met elkaar in gesprek over hun eigen geloofsleven. De jaren dat ik leiding mocht geven aan de school, heb ik dat de juffen en meesters ook willen meegeven. Immers leerlingen gaan niet naar een gereformeerde school om in hun volwassen leven zo goed mogelijk voorgesorteerd te staan voor succes in de wereld. Christelijke ouders willen graag dat hun kinderen, wanneer ze volwassen zijn, er voor kiezen, in alle zelfstandigheid, Jezus te volgen. Dat houdt in dat er op school veel gezongen moet worden tot eer van God, dat kinderen leren wat bidden inhoudt, dat jongens en meisjes beseffen wie hun naasten zijn.

Er zou nog veel te vertellen zijn. Het hoe en waarom van mijn burn-out en mijn plotselinge ‘vertrek’ in november 2010. Maar ook over prachtige en soms ook verdrietige gebeurtenissen uit de afgelopen 34 jaren. Over allerlei perikelen in de vervoerscommissie, waarin gelukkig Sytze de Bruine steeds de boventoon voerde. Er is van alles te vertellen over de bijzondere musicals opgevoerd door meester Frank Wijland in de jaren 90. We kunnen verhalen over de naamsverandering van de school. Inmiddels hebben drie scholen van GPOWN dit voorbeeld gevolgd. Wat prachtig dat er toen voorgangers uit verschillende gemeenten samen met de leerlingen gingen bidden. Ik hoor nog pastor Hofwijcks bidden: “zeg me maar na, lieve Heer Jezus, wij bidden u voor de meesters en juffen!” Er valt veel te vertellen over zoveel leerlingen die uit de verschillende AZC’s naar onze school kwamen. Leerlingen die ook zomaar weer weg moesten naar een ander AZC. We zamelden speelgoed en leuke spullen in, brachten het naar het AZC-Zeeburg. Vervolgens bleek de kast van het gezin uit te puilen met speelgoed. We gingen zo nu en dan op bezoek bij kerken waar leerlingen vandaan kwamen. Nooit zal ik de preek van ds. Jan Post vergeten over ‘de duivel die uit de hemel werd geknikkerd!’. Maar ook de dienst in de Slotermeerschool waar de ouders van Bobby voorgingen en Bobby de zang begeleidde. Op bezoek bij pater Arsenios El  Baramousy van de Koptische kerk in Noord aan het Mosplein, die ons zoveel bijleerde over cultuurverschillen. En dan steeds weer al die prachtige leerlingen, met al hun eigenaardigheden. Leerlingen die er allemaal mogen zijn, zich geliefd mogen weten door God de Vader. Ook waren er de lastige keuzes, samen met de ouders in de identiteitscommissie. Nemen we die aangemelde leerling wel of niet aan? En ook waren er de ouders die vonden dat de school te ‘zwart’ werd. Ik hoop dat al die verhalen niet verstommen en verteld blijven worden.

Na de zomervakantie ga ik de leerlingen in Velserbroek, op Het Anker, proberen iets bij te brengen. En wie weet zie ik ouders en leerlingen op een dag gewoon terug op het plein van Veerkracht. Voor nu en voor de komende zomervakantie en het nieuwe seizoen, wens ik leerlingen, ouders en leerkrachten; Gods onmisbare zegen! Het ga u goed!

(ook gepubliceerd in schoolkrant van VEERKRACHT, juli 2012)

Op Koninginnedag voel ik me écht Nederlander

“Oranje zonnestralen breken zich langs de wolken op 30 april. Samen met een van de kinderen nestel ik  me op de bank om te zien hoe hartverwarmend Hare Majesteit in helikopter of blauwe bus, het volk op zoekt. Rond twaalven, wanneer vrouwlief met een van de andere kinderen bepakt en bezakt terugkeert van de vrijmarkt, fietsen we oranje gekeurd naar het buurtfeest op de Hogeweg in de Watergraafsmeer. Een stoomtreintje, poffertjes, de draaimolen, het Weespertrekvaartkoor en de buitenissig uitgedoste feestvierders; dit is echt Oranjefeest. Wanneer ’s avonds het vuurwerk de hemel verlicht, weet je het zeker; ik ben écht Nederlander.”

Sachsen-Anhalt, 25 april 2012: de Koningin, de Bondspresident van Duitsland Joachim Gauck, zijn partner Daniela Schadt en de kunstenaars bij paleis Oranienbaum voor de opening van de tentoonstelling Dutch Design

Het stukje hierboven was voor de EO-VISIE. Ik kreeg een mailtje van één van de redacteuren om in enkele zinnen mijn ‘Nederlandergevoel’ onder woorden te brengen. Helaas moest het wel een beetje kort. De meeste lezers zullen hopelijk begrijpen dat mijn ‘Nederlandergevoel’ niet ophoudt bij Koninginnedag.  Ik heb het ook als we op vakantie zijn in Frankrijk, en ik me schaam voor het optreden van medelanders in een drukke Franse winkelstraat. (Op dat moment ben ik natuurlijk zelf daar even boven verheven.) Ik heb dat gevoel trouwens ook als ik de stad uit fiets en opeens tussen het groen van weilanden geniet van weidevolgels en prachtige vergezichten met her en der roodbont vee. Maar gelukkig heb ik het gevoel ook wanneer ik over de grachten fiets en regelmatig bijna aanrijdingen met allerlei buitenlands gepeupel kan voorkomen. En ik voelde me ook echt Nederlander toen we op ‘Veerkracht’ op een zaterdagmiddag met alle ouders een multicultureel feest vierden. Ouders uit bijna alle windstreken van onze aardbol hadden eten meegenomen en sommigen hadden zich gekleed met traditionele kledij uit hun cultuur. Ook dat is Nederland; openstaan voor de ander!

In memoriam Rients Wietsma 1935 – 2012

Dinsdag 27 maart overleed in Putten meester Rients Wietsma. Van 1970 tot en met 1995 was meester Wietsma de directeur van de dr. M.B. van ’t Veerschool. (Dit is de oude naam van Veerkracht.) Hij heeft dus 25 jaar aan het roer van onze school gestaan. Toen ik in 1978 kwam werken in Amsterdam was hij het ‘hoofd der school’. Hij gaf gewoon les in klas 6, zoals groep 8 toen genoemd werd. Soms gaf zijn vrouw les en had hij tijd om wat administratie te regelen en vertegenwoordigers te ontvangen. De school was toen nog een eenmansbedrijf zou je kunnen zeggen. In het oude 19e eeuwse gebouw tegenover voormalig station Sloterdijk kwamen leerlingen uit de wijde omtrek gereformeerd onderwijs volgen. Uit Haarlem, Zaanstad, Hoofddorp, maar ook uit IJmuiden en Beverwijk en natuurlijk uit heel Amsterdam kwamen de leerlingen naar de Molenwerf. Meester Wietsma was in 1970 in Amsterdam komen werken. Na allerlei kerkelijke perikelen had men het hoofd der school van de GBS in Schildwolde gevraagd naar Amsterdam te komen. Voor hem en zijn gezin een geweldig grote stap natuurlijk, maar het voelde als een roeping, gaf hij later aan. Op onze school heeft meester Wietsma echt de grote onderwijsontwikkelingen meegemaakt en vorm gegeven. Terwijl hij toch eigenlijk het lesgeven het leukste vond, gingen allerlei andere zaken steeds meer de aandacht vragen. Omdat begin jaren 80 van de vorige eeuw, het oude gebouw bijna instortte, moest er een nieuwe locatie gevonden worden. Toen dat eenmaal gevonden was aan de Slotermeerlaan moest er verhuisd worden. Al vrij snel na de verhuizing moesten verbouwingsplannen gemaakt worden. De school werd uitgebreid met een kleuterafdeling en dat bracht heel wat geregel met zich mee. Halverwege de jaren 80 werd het hele gebouw gerenoveerd en ook daarin dacht meester Wietsma, zelf een verdienstelijk klusser, volop in mee. Op het hoogtepunt telde de school toen zo’n 250 leerlingen. Eind jaren 80 volgde de afsplitsing van de gereformeerde school in Velserbroek. Meester Wietsma was een meester van orde en regelmaat. Onder de huidige oudergroep zullen een aantal zich dat ook herinneren. Nooit het werk van leerlingen on-nagekeken teruggegeven bijvoorbeeld. Met ook altijd een cijfer voor het schrijven daarbij, naast een cijfer voor rekenen of taal.  Meester Wietsma was een meester die vond dat leerlingen voorop stonden. Ook voor ouders had hij altijd een open oor. Het belangrijkste voor hem bleef toch de gereformeerde identiteit van het onderwijs. Hij wilde de leerlingen wat dat betreft zoveel mogelijk bagage voor de toekomst meegeven. Huiswerk voor Bijbelse geschiedenis was dan ook heel gewoon. Hij zorgde ervoor dat we allemaal huiswerklessen maakten en met stencilschrijver en stencilmachine kon je elke leerling zijn blaadjes meegeven. Toen computers hun intrede deden, liep hij voorop en volgden we met het hele team een computer cursus op de MAVO in Bloemendaal. In meester Wietsma gedenken we een schoolmeester met liefde voor de Heer en zijn kerk. Toen hij met een koninklijke onderscheiding in 1995 afscheid nam, vertrok hij kort daarna met zijn vrouw naar Putten. Daar heeft hij zich nog uitgebreid bezig kunnen houden met zijn hobby schilderen (aquarelleren). Boven aan het overlijdensbericht stonden uit Hebreeën 13 de volgende woorden: “Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.” Dat was ook wat hij in het leidinggeven zijn team en leerlingen meegaf.

kijk niet om…

Steeds weer in dubio, je agenda weggooien of toch bewaren. Ik ben in ieder geval van de bewaarkant. Zo van, je weet maar nooit. Toch kan ik als het moet, wel opruimen en weggooien. Behalve boeken natuurlijk, die gooi je niet weg. Met terugblikken is het al net zo. Kijk je terug en overdenk je dat nog een keer, of denk je; kom op vooruit… Bloggen is trouwens steeds even over je schouder kijken. En aangezien ik blog, is het ook niet erg om 2011 nog een keer voorbij te laten gaan, toch?

Op de grens van het voorjaar las ik de biografie over Albert Einstein. Een intrigerende beschrijving van een bijzonder mens. Walter Isaacson heeft een voortreffelijk boek geleverd. Inmiddels heeft dezelfde Isaacson ook Steve Jobs zijn leven op een rij gezet, maar dat terzijde. Door de ARBO-arts was ik doorverwezen naar HSK, om een re-integratietraining voor mijn burn-out te gaan volgen. Elke keer wanneer ik het kantoorgebouw, waar HSK gevestigd is, passeerde ik in de hal de muurschildering met het hoofd van Einstein. Door het lezen van de biografie en de frequente bezoeken aan het Einstein-gebouw, werd Einstein een inspirator in overspannen tijden. ‘Mensen kun je vergelijken met fietsen. Alleen wanneer je er de vaart in houdt, blijven ze in evenwicht.’ (vrij naar Einstein)

De psycholoog bij HSK heeft heel wat aan moeten horen. Een stap in de goede richting, zo beloofde ik haar, zou in ieder geval zijn wanneer ik de vloer in de woonkamer af zou kunnen maken. In de zomer van 2009 hebben we enige meters laten aanbouwen bij onze woonkamer. Toen konden we onze vloer in de aanbouw niet door leggen, omdat de planken niet meer leverbaar waren. Zwepenboom-vloeren zijn niet meer leverbaar in Nederland. Omdat Co van der Horst één van de  toonzaalvloeren ging vervangen, kunnen wij nu alsnog genieten van een complete vloer. Zo komt onze nieuwe 4800 nog beter tot zijn recht. Met natuurlijk dank aan Wouter!

En toen opeens zaten we met z’n tweeën thuis. Coos werd geconfronteerd met darmkanker. De operatie lukte. Maar het laat wel littekens na. Aan de buitenkant natuurlijk, maar ook innerlijk. Kanker is dus niet zomaar weg. Ook in 2012 heeft het KWF weer veel fondsen nodig, dus we gaan zeker weer aanbellen bij buren en oud-buren. Onderzoek en voorlichting blijft immers noodzakelijk en kan veel  leed voorkomen.

Ooit las ik van Adrian Verbree het boek ECLIPS (een verslag van een burn-out). Je denkt, dat het jou nooit overkomen zal. Daarom werk je gewoon door, werk je gewoon door en werk je gewoon door…. En wanneer je niet werkt moet je weer opladen en opladen. En langzaam bouwt het zich op. Druk en nog veel meer druk. Gelukkig, denk je, heb je nog genoeg energie. Ook dit kan nog en ook dat kan nog. Ook dit probleem cancel ik en ook voor het volgende komt er wel weer een oplossing. Totdat het niet meer gaat, todat je over de rand geduwd wordt. Voor wie meer wil weten, lees het boek van Carien Karsten.

Gineke Zikken - fabriek in A'dam-Noord

Het jaar 2011 zal wel de geschiedenisboeken in gaan als het jaar van versobering en bezuinigingen. Blijft de euro wel bestaan? Kunnen we onze hypotheek over een aantal jaren nog betalen? Een van de sectoren die flink getroffen worden door rigoureuze bezuinigingen is de kunstsector. Een goed idee is dan ook om als particulier wel kunst te blijven kopen. Je fleurt je huis er mee op, je geniet er elke dag van. Een ander idee is om muziekhuizen en theaters te bezoeken wanneer je favoriete kunstenaar optreedt. Door illegaal te gaan downloaden speel je die ‘irritante’ staatssecretaris Zijlstra alleen maar in de kaart.

Doop Jip

Zijn er pillen voor burn-out? Kan mijn huisarts geen receptje voorschrijven? Is er dan niks wat helpt? Nee, er zijn geen pillen. En nee, ook de arts heeft niet een kant en klaar recept. Maar gelukkig zijn er wel dingen die helpen. Rust, ja, heel veel rust en leren echt niets te doen. Maar ook de mooie dingen wel blijven zien. Wel ook weer gaan genieten. Het zo nu en dan bezig zijn met Levend Water en het uitzien naar een kleinkind. Steeds weer de grenzen stellen en proberen er niet over heen te gaan. En de mooie belevenissen zorgen ook voor steeds weer een beetje beter worden.

Viktor Kossakovski maakte een prachtige documentaire over zijn zoontje van twee. Kossakowski is documentairemaker en wilde vastleggen hoe Svyato voor het eerst in de spiegel zou kijken. Op YouTube staat een korte samenvatting. Het leert je om ook zelf eens anders in de spiegel te kijken. Een paar weken geleden zag ik Svyato in de serie van Willem Jan Otten in de De Balie. Zo’n spiegelfilm is goed voor je burn-out. Trouwens een toespraak van Willem Jan Otten is ook heel inspirerend.

Ik ben weer begonnen met werken. Officieel heet dat re-integratie. Twee morgens in de week op ‘de Rank’ in Alkmaar. Alhoewel het niet naast de deur is, wel goed om te doen. In groep 7/8 was het bij de kerstmaaltijd uitermate gezellig. Bij de kleuters liep ik laatst binnen en vroeg de juf me of ik wilde uitleggen wat knielen betekent. Een meisje wilde het wel voordoen. Mijn vraag, na enige uitleg, was vervolgens: “Kan iemand zich nog kleiner maken voor God?” Al gauw lag een jongetje languit op de grond met zijn handen gevouwen. Blijkbaar is het verhaal goed overgekomen, want op een zondag erna zei een predikant: “Zulke meesters hebben we nu nodig!” Waarvan akte!

Kijk niet om… Natuurlijk kijken we vooruit! In 2012 ga ik verder lezen. In ieder geval in drie boeken, die ik nog niet uit heb. Van de neven Foer lees ik op dit moment ‘Het geheugenpaleis‘ en ‘Dieren eten‘. Allebei erg leuke boeken. En er ligt nog een derde Amerikaan om uit te lezen. Het boek van Tim Keller over gerechtigheid is confronterend. Zet aan het denken hoe je omgaat met de ander en met geld, hoe je weggeeft en deelt. Genoeg om over na te denken in 2012.

 

Bijbelmethode na acht jaar klaar

Vandaag heeft het Nederlands Dagblad een keurig artikel gepubliceerd over het voltooien van de Bijbelmethode Levend Water. Het is natuurlijk altijd even afwachten wat de betreffende journalist er van maakt, maar dit verdient een compliment. En gelukkig zijn journalisten er niet alleen maar op uit om nieuws te verdraaien.

Nu is het ook echt een een mijlpaal. Het was onvergetelijk om sinds maart 2004 (om precies te zijn: 10 maart) met een aantal collega’s te bouwen aan iets compleet nieuws. Onder leiding van Gert Gelderblom en samen met Henry Koopman en Vrouwke Klapwijk zijn we toen aan de slag gegaan. Vooral het eerste begin was pionieren. Ik kan me nog herinneren dat we met grote vellen een overzicht hebben gemaakt voor een eerste opzet. Daarnaast sleepten we ook ons eigen achtergrondmateriaal mee. De GPC-verhalenlijst was een hele belangrijke, maar bijvoorbeeld ook de boeken van van Bruggen (CNT). Het werden al met al inspirerende woensdagen in Vathorst. In de pauze verkenden we regelmatig de bouw van deze Amersfoortse nieuwbouwwijk, om daarna weer verder te bouwen aan de methode voor bijbelonderwijs. Wat waren we trots toen het eerste deel, voer groep 8, verscheen. Een prachtig leerlingenboek met daarbij een werkboek. Vooral de laatste was een kunststuk. Een handig en ook goedkoop werkboek om leerlingen zelf mee aan het werk te laten gaan. Om ook thuis met ouders in te vullen en om er over de vertelde verhalen door te praten. Deel 7, 6 en 5 werden vervolgens met veel inzet in de markt gezet. De auteurs stopten er vaak al hun vrije tijd in. Een dag in de week was in de meeste gevallen veel te weinig. Maar met de overtuiging dat we het ergens voor deden kwamen we er iedere keer weer. Soms schoven deadlines op, maar het is iets om onze goede God dankbaar voor te zijn dat het hele project nu afgerond is. Het was tot eer van God en met Zijn hulp. Toen deel 8 t/m 5 klaar waren heeft de stuurgroep Levend Water onder leiding van Jan Overweg (zijn naam zij met ere genoemd) het voor elkaar gekregen dat er een doorstart kon worden gemaakt voor de onderbouw van de basisschool. Opnieuw kon ik aan de slag. Nu niet als auteur, maar als projectleider. Voortvarend is er gewerkt en gebrainstormd en veel nagedacht. Voor groep 3, 2 en 1 kwamen er zodoende prachtige ‘knieboeken’ op de markt. Op mijn weblog heb ik de laatste maanden al eens prachtige voorbeelden laten zien. Nu is het helemaal aan het werkveld om goed bijbels onderwijs te geven. De verhalen vertellen uit het Boek staat daarin voorop. De handleidingen van Levend Water geeft daarvoor veel tips en achtergronden. Toch zal de leerkracht het zelf moeten doen. Hij (en ook zij natuurlijk) moet op een rustig moment de Bijbel openslaan, het verhaal lezen en op zich in laten werken. Hij/zij zal (en daar kan de methode weer bij helpen) moeten bedenken wat hij/zij zijn leerlingen wil meegeven.

Voor de niet lezers van het ND, hierna de tekst van het artikel;

Bijbelmethode basisonderwijs na acht jaar klaar Met een ‘knieboek’ voor kleuters van groep 1, is deze week de gereformeerde Bijbelmethode Levend Water afgerond. Projectleider Roel Wimmenhove hoopt dat ook andere Bijbelgetrouwe scholen de acht lesboeken ontdekken.

Diemen Acht jaar is er aan gewerkt en de gereformeerde scholen hebben er gezamenlijk ruim 600.000 euro in geïnvesteerd: de Bijbelmethode Levend Water. Vijf mensen uit het werkveld waren er elk minstens één dag in de week voor vrijgesteld. Vier jaar geleden verschenen de delen voor de groepen vijf tot en met acht, deze week het achtste en laatste deel, een lesboek voor de kleuters van groep een.   ‘We zijn dus eigenlijk omgekeerd begonnen’, zegt projectleider Roel Wimmenhove uit Diemen en een van de auteurs. ‘Dat kwam omdat bij groep 8 de behoefte aan adequaat achtergrondmateriaal bij de Bijbelverhalen het grootst was. Voor die groep hadden we niets waarmee we de kinderen aan het nadenken konden zetten.’

hoofd en hart Levend Water is de opvolger van de methode Naam en Feit. De nieuwe methode beoogt volgens Wimmenhove niet een verschuiving van het hoofd (kennis) naar het hart (waarom dóen mensen dat), maar wil hoofd en hart laten samenwerken. ‘Je moet de kinderen Bijbelverhalen blijven vertellen. Zo geef je hun het evangelie door. De achtergrondinformatie is bedoeld om de impact van het Bijbelverhaal voor jouw leven duidelijk te maken.’ Vandaar verwerkingsvragen als: ‘Waarom dóet aartsvader Jacob dat nou?’ En: ‘Waarom reageren de mensen in het verhaal zo?’ Met daarna de toepassingsvraag (‘dichterbijvraag’): ‘Hoe zou jíj reageren?’ Of nog persoonlijker: ‘Wat geloof je nu zelf?’ Levend Water bestaat uit een handleiding voor de leerkracht, een leerlingenboek en een werkboek. Het lesboek is voor op school; interactieve vragen geven een aanzet tot een klassengesprek over Bijbel en geloof. Ook de ‘schaduwverhalen’, die op een alledaagse manier de boodschap uit de Bijbel belichten, dienen dit doel. Het werkboek dat de leerlingen mee naar huis nemen, is meer bedoeld voor de zelfstandige verwerking. Daarbij leren de kinderen feiten, memoriseren ze Bijbelteksten en moeten ze opdrachten maken. Wimmenhove: ‘Zo krijgen de kinderen bij het Bijbelboek Job, dat over het waarom van het lijden gaat, de opdracht: ga eens met iemand praten die wat ergs heeft meegemaakt. Waarbij we in de handleiding tegen de leerkracht zeggen: let speciaal op wat dit teweeg kan brengen bij kinderen.’

breder Met acht werkboeken is Levend Water volgens Wimmenhove ‘redelijk uniek’. Zo ontwierp het reformatorische Driestar College ook een Bijbelmethode, maar die bestaat meer uit los leerlingenmateriaal dat gekopieerd kan worden.      Volgens Wimmenhove is Levend Water gemaakt voor het gereformeerd onderwijs, maar ook breder te gebruiken. Daar is bij het schrijven, bijvoorbeeld over de kerk, ook rekening mee gehouden. En nadat er vanuit een hervormde scholencluster in Barneveld belangstelling bleek te bestaan voor de nieuwe methode koos de projectroep ook voor een extra editie van het werkboek waarin de Herziene Statenvertaling wordt gebruikt.  Verder werden in de begintijd evangelische meelezers ingeschakeld. Wimmenhove: ‘Ook de christelijk-gereformeerde ds. A. van der Veer gaf ons goede tips waarmee we gedurende het project onze winst konden doen.’

veel gebruikt op gereformeerde scholen Van de gereformeerde basisscholen past inmiddels 80 procent de nieuwe Bijbelonderwijsmethode Levend Water toe. Buiten de gereformeerde zuil is de bekendheid minder. ‘Zo’n  25 protestants-christelijke scholen maken er gebruik van’, schat Tamme Spoelstra van uitgever Educatief Academie, die behoort tot de Gereformeerde Hogeschool Zwolle. Levend Water bestaat uit acht delen: voor elke groep van de basisschool één. De oplage van de Bijbelmethode varieert en bedraagt per deel tussen de twee- en tienduizend exemplaren.

de toekomst van het onderwijs

In het juni-nummer van de AVS is het thema; de toekomst van het onderwijs. Trendwatcher en filosoof komen aan het woord. In een viertal artikelen komt van alles voorbij. Voor ieder die bij het onderwijs betrokken is als leidinggevend tot en met leerkracht, een must om te lezen. Naar mijn idee ook een mooi onderwerp om eens een discussiebijeenkomst over te beleggen. Een paar zaken die mij opvielen. Bakas (trendwatcher) zegt dat een van de grote thema’s van de komende tijd eenzaamheid zal zijn. Hij zegt: “In een tijd met meer communicatiemogelijkheden dan ooit tevoren, voelen meer mensen dan ooit zich eenzaam.” Deze stelling vraagt er natuurlijk om, om besproken te worden, zeker in het gereformeerde onderwijs. Wat gaan we doen met zo’n gegeven? Hoe bereiden we leerlingen daar op voor? Of zorgen we juist, dat we net doen of het er niet is? Naar mijn idee liggen er op dit gebied geweldige uitdagingen, waar je je als gereformeerd onderwijs geweldig mooi kunt onderscheiden. Een prachtige leidraad daarbij kan het laatste boek van Tim Keller zijn over gerechtigheid.

In een ander artikel komt uitgebreid Ad Verbrugge aan het woord. Hij is van BON (Beter Onderwijs Nederland) en reageert op stellingen, samen met Harry Starren van De Baak. Filosoof Ad Verbrugge maakt een aantal zeer rake opmerkingen over het onderwijs. Ik geef wat kenmerkende uitspraken:

  • De adviesbureaus hebben het hbo en mbo verstoord en ik vrees dat ze nu het basisonderwijs gaan aanpakken.
  • Of je verhoogt de lonen, of de onderwijsresultaten glijden af. Het is maar wat je over hebt voor de kinderen.
  • Ik maak mij grote zorgen over het te veel zelfstandig werken van kinderen en het veel te vroeg diagnostisch indelen. Kinderen komen in stromen terecht waar ze moeilijk meer uitkomen.
  • Als leerkrachten begeleiders worden, wordt de school een buurthuis.
  • Hoe meer je gaat coachen, hoe minder er uit komt.
  • Juist omdat je elkaar niet meer opzoekt en aankijkt worden er dingen uitgewisseld waar je helemaal naar van wordt. (over o.a. Hyves)
  • Een schoolleider moet uit het onderwijs komen en zelfs deels voor de klas staan. ….. De hoofdmeester van vroeger, die fulltime voor de klas stond, had feilloos door wat het eindniveau was en wist wat er mis ging.

juichen voor de heer

plaat 36 (KB1 LW), tekening Michel de Boer

Je raakt er niet op uit gekeken. De plaat van de doortocht (zie vorige blog) is werkelijk schitterend. Maar ook het verhaal er achter is zo bijzonder. Mozes die vol vertrouwen op zijn God op het water sloeg, waarna de zee zich spleet en het volk achter hem aan kwam. Moet toch een bijzondere gewaarwording zijn geweest. Aan beide kanten geweldig muren van water! Zouden ze werkelijk de vissen hebben kunnen zien zwemmen?

Eenmaal aan de overkant hebben ze gemerkt dat de farao met zijn leger volledig was verzwolgen door de golven. Op de oever hebben ze het toen gedanst van vreugde. De zus van Mozes heeft daar een prachtig lied over geschreven trouwens. (het lied van Mozes en Mirjam in de prachtige bewerking van Hanna Lam.)

Gisteren ging ik met mijn vrouw weer naar het AMC. Gelukkig waren de resultaten van het onderzoek positief. Geen uitzaaiingen dus in de lymfeklieren rond het weggehaalde stuk darm (23 centimeter is toch niet niks). Ook een reden om te zingen!