Categorie: Harm 2016

Besef | In memoriam Harm 1982 – 2016 (72)

M’n schuurtje is nu op een sluiting na, helemaal af. Ook de deur zit er in en is zowaar een kunststukje geworden. Hij is bijna niet te tillen, bijna 30 kilo denk ik, inclusief al het ijzerbeslag. Al een paar dagen last van mijn heup en volgens de huisarts komt dat vanuit mijn rug, te veel getild… Toch ben ik trots op mijn werk, zeker nu ook de tuindeur klaar is! De weerhaan, op de hoek van het schuurtje, kijkt eigenwijs in de richting van de wind en houdt gelijk het prachtig gelegde zinken dak in de gaten. Dit was nu zo’n projectje waarbij ik vaak dacht: “Hoe leuk zou Harm dit vinden? Had hij niet even mee willen helpen?” Vaak hebben dat soort gedachten mijn hoofd gevuld en huilde ik van binnen. Maar ja, als Harm nog leefde, had hij het dan niet veel te druk om zich met mijn simpele schuurtje van twee vierkante meter bezig te houden? Altijd druk met werk, vriendin en weer een festival? En toch heb ik die gedachten, ik kan het niet laten. Wanneer ik een klaar-foto in de familie-app zet, vraag ik mij af hoe hij gereageerd zou hebben.

Vandaag is de 17e april, ‘geboortedag Harm’ staat er in mijn agenda. Afgelopen zondag  hebben we ’s middags heerlijk spinazietaart gegeten en daarna  zijn we met z’n allen naar Zorgvlied geweest. Opnieuw hebben we 34 rode rozen op het graf gezet, nu met 2 witte erbij. De kleinkinderen zochten kleine schelpjes en maakten zo een versiering als cadeautje. De zondag was nog bewolkt, maar vandaag lijkt het weer wel een beetje op dat van 36 jaar geleden, ook toen veel zon, maar misschien nog net iets frisser. Het roept zoveel herinneringen op, de vroedvrouw, de sympathieke kraamverzorgster, de huisarts waar Coos toen werkte, de eerste bezoekjes van de opa’s en oma’s en elke keer weer die trappen omhoog in de Hofmeyerstraat, met Harm in de draagzak. Ik kan me nog herinneren dat ik beschuit met muisjes trakteerde op school, maar nauwelijks vrij kreeg om Harm aan te geven bij de burgerlijke stand… Maar geen verjaardag meer, stilstaan bij zijn geboortedag, het blijft zo onwerkelijk.

“Heb je God de afgelopen periode ervaren?” De pastor kwam lunchen en bemoedigen en opeens lag daar die vraag op tafel. Het werd stil en al stuntelend gaven we onze gedachten over die vraag. Al pratend kwamen we er achter dat het als het ware als een laag onder ons leven zit, “het besef dat Hij er is…”. Zonder dat hadden we het niet volgehouden, waren we wanhopig geweest. En het besef dat het leven hier niet op houdt, geeft ook kracht en troost om door te gaan. De dingen die we doen helpen daarbij, soms een kaarsje aansteken, een gesprek met vrienden of familie over het gemis van Harm, een bos bloemen op de grafsteen, en ook allerlei gedachtes bij het bouwen van een schuurtje in de tuin.
Een paar weken terug waren we even op vakantie op een zonnig eiland. Lekker even helemaal niets, behalve dan veel lezen. In de schaduw op het dakterras las ik Tim Keller: ‘Bij je volle verstand’. Het deed me nog eens beseffen dat ik niet de enige ben die ook soms gebukt gaat onder twijfel en zoveel  waarom-vragen. En, dat er zoveel mensen zijn die beseffen dat er meer is dan dit aardse bestaan. Het deed me opeens weer verlangen naar een dag van opstanding. Besef, is dat hetzelfde als geloof? Ik denk het wel, en het geeft gelukkig ook zoveel perspectief, ondanks alle verdriet dat we Harms verjaardag niet meer kunnen vieren. Er is zoveel meer!
Op het zonnige eiland heb ik ook het boek van Marieke Lukas Rijneveld gelezen: “De avond is ongemak”. Een jonge schrijfster, opgegroeid in een reformatorisch gezin vertelt wat er gebeurt als haar broertje verdrinkt op een schaatstocht. Ik las in een interview dat ze het onder de dekens in bed heeft geschreven. Vandaar dat het zulke bloemrijke taal opleverde, dat het je soms de adem beneemt, zo beeldend en raak. Rauw, maar ook troostend met alle verdriet en gekte in een periode van rouw. Het besef dat God er is, we kunnen niet zonder, ook al voelen we dat misschien niet op een speciale manier, komen er geen stemmetjes zomaar in ons hoofd of valt de Bijbel niet elke keer open bij een mooie tekst, Hij is er, gewoon.

‘Genadeklap’, een nieuwe Willem Jan Otten | In memoriam Harm 1982 – 2016 (71)

Overbuurman Piet kwam aan de deur. Hij lijdt aan beginnende Alzheimer en weet dat zelf nog redelijk onder woorden te brengen. Een week geleden zag ik  hem ’s middags voor mij uit fietsen, terwijl ik van de kapper kwam. ’s Morgens, een paar uur daarvoor, ik kwam terug van de sportschool, fietste hij mij voorbij, terwijl ik aan de kant stond en de telefoon op nam. Hij wilde afstappen maar zag opeens dat ik stond te bellen. Die middag stapte hij bij zijn huis af en ik stopte even naast hem. “Zo Piet, boodschappen gedaan?” Hij keek me aan en zei: “Hé, ben jij er nu pas?” Dat soort zinnetjes, poëzie is het, met humor, zonder dat Piet het zelf weet. Ik antwoordde bevestigend en vroeg hoe het ging, maar hij ging er niet op in. We kwamen over het autorijden te praten. Piet zag nog geen enkel probleem. Ik vroeg hem of de dokter of zijn dochters het niet verboden hadden? “Mij verbieden ze niets”, was zijn antwoord.  “Het gaat nog uitstekend en ik rijd zelfs naar de Middenweg.”
Maar nu stond hij zaterdag opeens aan de deur, melden dat hij niet meer ging autorijden en of ik een hoes had voor zijn auto. Rustig legde hij uit dat op een morgen de laagstaande zon de boosdoener was geweest. Opeens kon hij niets meer zien en wist waarschijnlijk niet meer wat het doel van zijn ritje was. Hij was gestopt, vertelde hij en maar teruggegaan naar huis. Het hele gebeuren had hem doen besluiten om definitief de auto te laten staan. En… daarom had hij dus een hoes nodig. “Stel je voor dat het fout zou gaan,  de auto is voor de jongen (zijn kleinzoon), maar die mag nu nog niet rijden.”  Langzaam begon ik het verband te zien, we hadden het immers uitgebreid over zijn autorijden gehad. Voor de zekerheid kwam hij het me maar vertellen, dat het nu definitief voorbij was. Zo bijdehand is buurman Piet dus nog wel.
Terug van de voordeur valt mijn oog op de laatste gedichtenbundel van Willem Jan Otten; ‘Genadeklap’. Die laagstaande zon was voor buurman Piet de genadeklap, bedenk ik. Een paar weken geleden zag ik hem staan bij mijn favoriete boekhandel, de nieuwe bundel van Otten. Verhalende poëzie, schreef iemand erover. En ja, dat vind ik dus ook poëzie, zo’n gesprekje aan de deur en dan later opeens beseffen, dat de titel misschien wel op buurman Piet slaat. Prachtige gedichten staan er in, met prachtige zinnen. Iemand stuurt een app dat zijn huwelijk is stukgelopen en opeens moet ik denken aan het begin van een gedicht uit deze bundel: ‘Ik schep u man en vrouw, / in de echt hebt u elkaars genadeklap te zijn.’ (25) Maar het gedicht slaat helemaal niet op deze situatie en toch zet het mij aan het denken. Dat is dus poëzie. En daarom ook wil ik u het gedicht op pagina 68 en 69 niet onthouden. Otten zal het mij niet euvel duiden dat ik het overtik, omdat het over Zorgvlied gaat, omdat zijn vader daar begraven ligt, maar ook omdat Harm er is begraven. Omdat veel gedachten in het gedicht op een of andere manier ook door ons hoofd zwerven als we ronddolen in ons herinneren.

ZORGVLIED

Een ochtendlijke roeier slaat zijn vleugels uit
en slaat zich achterwaarts de Amstel op.

Als ik het hek door ga
hoor ik gekwetter,
maar ik verneem het niet.

Weer weet ik niet de weg,
het is alsof hij telkens ergens anders rust.
Er komt aan hem geen eind.

Windstil, een laatste dag van hoge druk.

Als jij het soms wil weten, pa,
ik geloof niet in voorbij de tijd.

Nooit ben ik voorbereid
op de gebeitelde paniek
als ik je vind.

De jaartallen, opa, oma,
broer Willie van drie,
de eerste die hier is gebracht,
een eeuw geleden zowat. En jij.

Waarin dan wel? Ik wist
dat jij het vragen zou,
als niet in mij bewaard in het vinyl
van eeuwigheid,
waar geloof jij mij dan heen?

Aan de overzijde van de sloot
wordt met een kettingzaag een boom geveld.

Je grafsteen ligt er picobello bij,
zij het wat verzakt, naar links,
er ligt een nieuweling langszij.

Pas als ik buiten aan het hek
mijn fiets ontsluit
daagt het mij dat wat ik hoor, heel hoog,
het onbesefte kwetteren moet zijn –

de zwaluwen vertrokken toen ik bij je was.

Geen eind kwam er aan jou,
precies in deze wenk.

Over de Amstel scheert de roeier naar het botenhuis.

 

Willem Jan Otten, met een fragment uit: ‘De veerman luidt de bel’

Een verhaal, in poëzie, om te lezen te herlezen en ook hardop te zeggen. Je ziet het voor je, de dichter die langs de Amstel fietst en door het hek de begraafplaats opgaat. Nog even kijkt hij om en staart naar de roeier en hoort al wandelend zwaluwen in de lucht. Het zijn zoveel gedachten die je bespringen als je het graf van een geliefde, een vader, een zoon bezoekt. Zeker als je alleen bent. Zo herkenbaar voor een mede-Zorgvlied bezoeker.
Genadeklap, ik kan er niet genoeg van krijgen, telkens weer. Het gedicht over de veerman en het schilderij van Holbein, waarop Jezus in het graf ligt. De gelovig zoekende Otten weet het onder spanning te zetten. Zoals eerder in het lange novelle-achtige gedicht De Vlek. Waar De Vlek echter een compleet verhaal is, waarin je trouwens zelf heel veel kunt invullen, is ‘Genadeklap’ een verzameling verhalen, gedichten. Soms op het eerste gezicht ondoordringbaar, maar herlezend laat het steeds meer en meer los. Genadeklap; in de Dikke van Dale wordt doorverwezen naar ‘genadeslag’ en volgen er twee verklaringen. De eerste is een slag waarmee de beul een eind aan iemands leven maakt en de tweede betekenis is meer figuurlijk; de klap of slag waarbij iemand of een bedrijf ten gronde gericht wordt.
De bundel van Willem Jan Otten laat zien dat er na de genadeklap toch hoop en toekomst is!

Goede voornemens… | In memoriam Harm 1982 – 2016 (70)

Heel veel mensen hebben er last van. Bij het begin van het nieuwe jaar wil je op een of andere manier een goed voornemen formuleren. Ik heb het idee dat veel voornemens trouwens nooit worden uitgesproken. Dan weten anderen het niet, en kun je er ook niet aan gehouden worden. Ik heb het ook niet gehad over mijn goede voornemen, maar inmiddels wel uitgevoerd. Onze boekenkast in de woonkamer werd veel te vol en uitbreiding was helaas niet mogelijk. Gelukkig hebben we boven ook nog een flinke kast, maar tja, die zat inmiddels ook overvol. Er zat dus niets anders op om gewoon te gaan ruimen. Ik hou er helemaal niet van om boeken weg te doen, het doet pijn. Het was dus een heftige klus, maar het moest wel, ook ook al zag ik er als een berg tegenop. Zoals met veel goede voornemens, vragen ze dus een soort discipline van je.

De wijk Jeruzalem in Watergraafsmeer

Altijd heb ik bedacht dat je boeken niet weg doet. Maar nu moest ik het bijstellen, helaas. En wanneer je een plank gaat sorteren, kom je tot ontdekking dat er ook boeken zijn waarvan je zeker weet dat je ze nooit meer zult openslaan. Dan nog wil je ze nog steeds niet kwijt trouwens. Terwijl ik boven bezig was, kwam regelmatig wijlen broeder Kuperus in mijn gedachten. Hij woonde in de wijk Jeruzalem van Watergraafsmeer samen met zijn vrouw, op een bovenwoning. Broeder Kuperus was een echte lezer en daardoor ook liefhebber van boeken, een zijkamer vol! Het echtpaar Kuperus had geen kinderen en daarom gebeurde het regelmatig dat ik na een bezoek met een plastic zak met boeken naar huis ging. Soms waren het geschiedenisboeken, maar vaak ook allerlei werken op theologisch gebied. Onze broeder had de gewoonte om tijdens het lezen regelmatig zijn pen te gebruiken, hele bladzijden waren onderstreept. Nu bij het opruimen kwam ik er weer verschillende tegen. Boeken die je tegenwoordig aan de straatstenen niet meer kwijtraakt. Toen broeder Kuperus was overleden, zijn vrouw leefde toen al niet meer, moesten we alles opruimen. Dozen vol, honderden boeken, we kregen er bij een tweedehands boekenwinkel een habbekrats voor.
Die habbekrats heb ik maar laten zitten, de kringloop was er blij mee. Uiteindelijk had ik zoveel planken leeg dat ik, wat beneden te veel was, boven netjes kon inruimen. Overzichtelijk en keurig op onderwerp gesorteerd en… genoeg ruimte over om de stapels boeken die uit Harm zijn boekenkast zijn gekomen ook een plek te geven. Ook Harm mocht graag boeken verzamelen. Vooral architectuur, ontwerpen literatuur en koken hadden zijn aandacht. Sinds het opruimen van zijn etage stonden de stapels boeken bij ons boven, gewoon om es een keer op te ruimen. Vaak hadden we het er over gehad, maar zoals met zoveel, het heeft tijd nodig. Het ‘goede voornemen’ was er, maar ook deze had meer tijd en ruimte nodig. Harm zijn stapels heb ik geselecteerd en een gedeelte een mooie plek gegeven, een “gedachtenisrij” boeken. Om nog eens door te bladeren; dit vond hij dus mooi, dit interesseerde hem. Ook in 2018 is Harm elke dag in onze gedachten en die speciale rij boeken dragen daar aan bij, zal soms treurig stemmen, maar ook vaak een glimlach te voorschijn toveren.

Eén boek kon ik (nog) niet weg doen. De huisbijbel van mijn ouders, tot op de draad versleten. Voor zover ik me kan herinneren lag hij de laatste jaren in hun keuken op een plank. Wanneer we er als gezin waren mochten Harm en later onze dochters ook, na het eten de Bijbel bij opa brengen. Een fors exemplaar en in het begin kon Harm hem nauwelijks vasthouden. Mijn vader hield met een potloodje bij tot hoever hij had gelezen. Voor het gemak was het potloodje tegelijk bladwijzer. Maar bij een volgende ronde voldeed een streepje niet meer, kruisjes en nog weer later v’tjes volgden. Een Boek met veel herinneringen, ik kan er nog geen afstand van doen. Op zolder hadden we vroeger een oud kastje waar van alles in lag, de cursus Engels die mijn vader een tijdje gevolgd had en ook stapeltje tot op de draad versleten kerkbijbeltjes. Kapotte kaften, veel scheuren in de dundrukblaadjes en hier en daar zelfs bladzijden verdwenen. Weggegooid werden ze niet, dat deed je niet met de Bijbel. Geen idee waar ze gebleven zijn trouwens toen mijn ouders een nieuw huis hadden laten bouwen.

Blinde vlekken… van 2017 naar 2018

Afgelopen zondag preekte de dominee van de Noorderkerk aan de Prinsengracht, Paul Visser, bij ons in de OPK. Hij vond het heel bijzonder om voor de eerste keer echt voor te gaan in een ‘vrijgemaakte’ kerk. “Het is heel goed dat dit gebeurt!”, zei hij vooraf in de consistorie. Het werd een soort kerst-oudejaarspreek over Openbaring 21; “Zie, ik maak aller dingen nieuw!” Als mensen zijn we zo bezig om ons leven te verbeteren, om nog meer spullen om ons heen te vergaren, nog harder werken voor vrede… Maar ondertussen gaat het nog zo vaak mis, maar dan en daar begint God juist. Het liep mis in ons eigen hart, wat trouwens tussen je oren zit volgens dominee Visser. “Maar”, zegt God tegen ons, vanuit dat bijbelboek Openbaring: “Ik ben bezig alle dingen nieuw te maken bij jou. In Christus mag je beseffen, God heeft met mij iets gedaan!” Dat relativeert heel veel, je eigen fouten, je gebreken en je gekkigheden…”

“Zoooo… opa is sterk hè!”

Ik moest mijn aantekeningen er nog eens rustig op na lezen, nog eens weer een hele poos voor de spiegel gaan staan. Weten dat je geliefd bent, maar dan ook langzaam gaan beseffen dat het niet een zoethoudertje is, om jezelf maar een beetje in balans te houden. Wanneer je echt in de spiegel kijkt, besef je ook dat het tussen je oren begint (omdat daar je hart is), maar dat het tegelijkertijd compleet genade is. Alleen dan kunnen we verder, ook met ons verdriet om Harm, het gemis en alles wat daar bij hoort. Hoe vaak heeft ons dat ook de afgelopen weken niet weer door het hoofd gespeeld. Elke keer als ik zijn foto zie staan en in mijn hoofd nog zijn stem hoor, wanneer je vrienden van Harm spreekt. Dan kan het je zo maar naar de strot grijpen en branden er tranen achter je ogen. En tegelijkertijd koesteren we de mooie momenten en herinneringen. Ook als 31 december straks voorbij is en de vuurwerkdampen zijn opgetrokken zal het gemis en verdriet niet voorbij zijn. Zo vergaat het ons en zo veel anderen die een geliefde moeten missen.

Radio, tv en ook de kranten, ze staan deze dagen bol van het terugblikken en vooruitkijken. De bekende doden worden nog eens breed herdacht, rampen en aanslagen worden in herinnering gehaald. En zoals het velen zal vergaan, overdenk je ook eigen persoonlijke gang door een jaar. De mooie dingen, maar ook de zaken waar je liever niet meer aan herinnerd wilt worden. Dat wanneer je voor de spiegel staat je als het ware opnieuw het schaamrood ziet opkomen. Waar zouden onze ‘blinde vlekken’ het afgelopen hebben gezeten? Vorige week, dus alweer bijna twee weken geleden, was ik in Vriezenveen bezig met het leggen van een mooie houten vloer in het nieuwe huis van onze dochter en haar gezin. Prachtig werd het! Maar toch overheerste de pijn op een zeker moment, in mijn knieën.  Al kruipend over de vloer en iedere keer weer overeind komen, toen ik uiteindelijk terugreed had ik een blaar op op mijn linkerknie zitten. Achteraf verdween een beetje de vreugde over de prachtige vloer en het mooie resultaat en dat de oudste kleinkinderen trots waren op hun opa. Een ‘blinde vlek’ was zomaar geboren.
Zo gaat het maar al te vaak, de mooie en feestelijke dingen worden zomaar weer overschaduwd door het vervelende en de rauwe werkelijkheid. Op zo’n moment is het de kunst om het eerlijk naast elkaar te zetten en de lelijke blaar maar even te vergeten. Of andere mensen kunnen zo maar af doen, we gaan ze negeren en willen ook geen meningen meer met ze uitwisselen. Argumenten doen er niet meer toe en onze ‘blinde vlek’ wordt in onze eigen ogen een ‘heldere ster’. In je eigen huis kan het zo gaan, in je familie en ook in je buurt en straat en in het groot gaat het ook vaak zo. We voegen er een hashtag aan toe en zenden het de wijde wereld in. Ook in de kerk gaat het soms zo maar op die manier. We willen allemaal zo graag leven zoals Jezus het ons verteld heeft en voorgeleefd. We willen zo graag, maar hoe vaak breekt het ons niet bij de hand af? En hoe vaak beseffen we dat niet eens en en zien we zelfs achteraf de blinde vlekken niet, ook al zetten anderen er grote schijnwerpers op!  Dat is onze plaatselijke gemeente zo, maar ook in het verband van kerken waar we in leven. De GKv waar de OPK bij hoort veranderde afgelopen jaar op de synode zijn standpunt over ‘de vrouw in het ambt’. Eigenlijk was de discussie al voorbij voordat we er erg in hadden. Maar hoe voelden al die zusters en broeders zich, die al jaren met steekhoudende argumenten dit bepleit hadden? Hoevelen zijn er niet verketterd om dit standpunt? Kregen ze achteraf nog een excuus? Onze GKv is trouwens toch al niet zo goed in het aanbieden van excuses, in de eenwording met de NGK worden die ook nog niet echt van harte gegeven.

Blinde vlekken, we hebben er vele vandaag de dag. En steeds weer is het een opgaaf om ze te ontdekken, door te lezen, het verleden te bestuderen en heel veel samen in gesprek te gaan. ‘Elkaars nieren proeven’, werd er vroeger wel gezegd.  Donderdagavond zat ik met vriend Marco in zaal 1 van het Eye. Première van de film “THE LONG SEASON”, Marco had via zijn werk twee vrijkaartjes. De film had in november al gedraaid op de IDFA en zelfs twee prijzen gewonnen. Nu draait de film gelukkig in een groot aantal bioscopen, een aanrader! De maker, Leonard Retel Helmrich, heeft een boeiend beeld geschetst van het leven in een vluchtelingenkamp in de Bekavallei (Libanon). Je voelt haast de kou en de blubber wanneer de beelden van het scherm spatten. Schamele plastic tenten als onderkomen en verstoken van de meest elementaire voorzieningen.  En de dagelijkse onrust over hoe het de familie in Raqqa, in handen van IS, vergaat. Korte lontjes, huwelijksperikelen, haat en nijd, maar ook veel liefde; het komt allemaal voorbij. Wat een spiegel houden Helmrich, Huystee en de Syrische Ramia Suleiman ons voor!

Da’s raar….. | In memoriam Harm 1982 – 2016 (69)

Harm had me ongetwijfeld kunnen uitleggen waarom ik het opeens op mijn iPhone zag voorbijkomen. “Harm Wimmenhove heeft de groep verlaten”. Hoezo? Wat? Uuuuuuh……? De groep verlaten? Hij is er zelfs niet meer… Erg maf dus als je dit opeens leest. Coos gooide de vraag naar het waarom natuurlijk gelijk in de Wimmenhove-app. Wie heeft Harm er uit gegooid? Tja, niemand natuurlijk, uit een app-groep gaan doet de persoon meestal zelf toch? Wie had hier de hand in? Uiteindelijk bleek het een automatisme te zijn van de provider. Vorig jaar hebben we Harms nummer natuurlijk laten blokkeren, maar we hebben hem niet uit onze Wimmenhove-app gezet, het nummer stond nog wel op zijn naam. Voor ons gevoel hoorde hij er nog zo bij, het was ook nog zo vertrouwd om zijn naam bovenaan in de gezins-app voorbij te zien komen. Na zoveel dagen geen-gebruik, logisch, wordt zo’n nummer ook uit de app gehaald. Een gekke confrontatie, die toch ook weer voor tranen zorgde.

Want ook nu het hele gebeuren al veel meer dan een jaar achter ons ligt, missen we Harm nog elke dag. En ook dat laatste is tegelijkertijd heel dubbel. Onze oudste dochter gaat met haar gezin verhuizen. We reden na flink wat sloopwerk terug naar huis, we misten Harm. “Had ie vast heel leuk gevonden om mee te helpen”, zeiden we. Tegelijkertijd beseften we ons, dat hij vaak zo druk was met vrienden, afspraken en zijn lief, dat zijn weekend zo vol gepland was, dat hij het vast leuk had gevonden, maar niet gekund had.
Mijn tuinschuurtje begint te vorderen. “Harm had het vast leuk gevonden om mee te helpen bouwen!”, we konden het niet laten om het op een dag tegen elkaar te zeggen. Ja, leuk gevonden wel, maar had hij er tijd voor gehad? Dezelfde vraag en ook hier sloeg de nuchterheid toe. “Nou”, zeiden we, “hij had in ieder geval aan de balken willen hangen, gewoon omdat dat kon!” Met een lach en een traan bouw ik daarom, zodra het droog is, weer verder aan mijn schuurtje. In de zomer van 2015 waren we als gezin samen in een vakantiepark tussen Aalten en Winterswijk, 35 jaar getrouwd. Op zaterdagmiddag hebben we toen een ‘mannenuitstapje’ gemaakt naar een echte ouderwetse houtzagerij en Gerbert Oonk leidde ons vol trots rond. Aan het eind vertelde ik hem over het ‘tuinhuisje’ dat ik mijn hoofd gebouwd had met gebinten. “Valt te regeln (we waren in de Achterhoek)”, was het antwoord. Het duurde even voordat de tekening was goedgekeurd en de offerte eindelijk in mijn mailbox zat. En toen kwam 14 september 2016 ertussen en bleef het er voorlopig bij. Gelukkig is het er nu toch van gekomen, echte gebinten van eikenhout en met pen en gat in elkaar gezet. Geen spijker kwam er de eerste ‘bouwdag’ aan te pas! En al is het dan straks maar een simpel schuurtje voor het opbergen van de tuinspullen, het verhaal zullen we mee blijven nemen. Wilt u ook iets met gebinten, kijk dan op: www.gebinten.nl. Prachtig vakwerk, met liefde voor hout en geschiedenis! Wanneer het schuurtje gereed is zal ik een paar mooie foto’s publiceren.

Kyrie eleison