Categorie: christelijk geloof

Shalom en seponeren | In memoriam Harm 1982 – 2016 (58)

De afgelopen week was mijn agenda twee keer gevuld met DENKEN OM SHALOM. Nicholas Wolterstorff was in Nederland om de presentatie van de bundel over zijn werk mee te maken en ook om een viertal lezingen te houden. Afgelopen dinsdag kon ik op de fiets naar de VU waar Wolterstorff een toespraak hield onder de titel: ‘Shalom in our anxious times of populism’. Mooi om mee te maken, een vijfentachtigjarige jaar oude professor in de filosofie, maar nog met beide benen op de grond. Een beetje hardhorend, maar niet schuwend om Trump en in zijn spoor een heleboel andere populisten (“zij klagen eigenlijk de wetten en regels aan!”) gedegen weerwoord te geven. “Waar shalom heerst, daar vervullen we onze verantwoordelijkheden ten opzichte van elkaar, van God, van de natuur. Maar shalom is meer. Het is alleen volledig aanwezig waar ook vreugde en geluk in deze relaties worden ervaren.” Deze uitspraak over shalom is steeds de kern van Wolterstorffs filosofie, aangevuld met ‘justice’ (rechtvaardigheid/gerechtigheid).
In de bundel die nu verschenen is staan ook een paar hoofdstukken van Wolterstorff zelf, waarin hij nog eens kort samenvat wat zijn filosofische ideeën inhouden. Het mooie er aan vind ik dat het zo dicht bij de dagelijkse werkelijkheid komt. Een zeer leesbaar verhaal, ook voor de niet filosoof; aanbevelenswaardig. Voor mijzelf was ik door de naam Wolterstorff getriggerd, vanwege zijn boekje over rouw en verdriet. Ik heb daar eerder over geschreven. In ‘Klaaglied voor een zoon’ vertelt vader, maar ook filosoof Wolterstorff wat er met hem gebeurde toen in 1985 zijn zoon Eric plotseling verongelukte. Een zeer lezenswaardig bundeling van korte hoofdstukjes, gedachten, die de lezer meeneemt in zijn onmacht, vragen, verdriet en rouw.  Eind 2016 stond er in een bijlage van het ND een uitgebreid vraaggesprek met Wolterstorff over zijn werk, maar het ging ook over zijn verongelukte zoon. Via via konden we nog een exemplaar van ‘Klaaglied’ opduikelen, het is helaas uitverkocht. Toen AKZ+ via een mail een serie lezingen aankondigde was ik er dan ook snel bij om me in te schrijven voor twee van de vier lezingen. Afgelopen donderdag kon ik hem bedanken voor zijn bemoedigende boekje over de dood van zijn zoon. Er was zoveel herkenbaar in zijn verhaal. En al is mijn Engels dan niet heel hoogdravend, we verstonden en begrepen elkaar en de kleine professor sloeg daarbij een arm om mij heen.
In ‘Denken om Shalom’  heeft journalist Herman Veenhof (van het ND) een diepgravende beschouwing geschreven over ‘De witregels van Wolterstorff – Over rouw en verdriet’. Een mooi hoofdstuk, van iemand die ook uit ervaring spreekt, waarin rouw en verdriet in een veel groter perspectief worden gezet.

Roel Kuiper, Bram de Muynck en Nicholas Wolterstorff tijdens het beantwoorden van vragen

Donderdag was de derde bijeenkomst met Wolterstorff trouwens, in Ede op de CHE (Christelijke Hogeschool). Het ging deze keer over “Shalom and Christian Identity in Education”. Opnieuw een zeer boeiende, maar tegelijk ook een praktisch beschouwing over christelijk onderwijs. In de bundel wijdt Roel Kuiper er een heel hoofdstuk aan. Voor iedereen die in het christelijk onderwijs werkt een must om te lezen. Ook bij het onderwijs moeten shalom en justice centraal staan en het onderwijs moet in zichzelf shalom zijn. Een man of vrouw voor de klas moet ‘model’ (op z’n Engels) zijn! De school onderwijst immers voor ‘het leven’!

De rauwe werkelijkheid, naast alle filosofische gedoe, was er donderdagmorgen. Een journaliste van AT5 was na het lezen van het blog over ‘seponeren’, journalistiek geïnteresseerd in het ongeluk van Harm. Ze had ook navraag gedaan bij het OM en gevraagd of mijn waarnemingen en opmerkingen in het blog destijds, wel juist waren. Dat resulteerde vandaag in een uitgebreid artikel op de AT5 site vandaag. Ook op de NHnieuws site is hetzelfde verhaal te vinden. Al snel namen de NOS en ook Het Parool het in verkorte vorm over. Vervolgens hoorden we het ineens op het nieuws van 14.00 uur. Daarna belde Hart van Nederland voor commentaar; een tv uitzending over de hele kwestie hebben we maar afgewimpeld. Al met al confronterend, maar meer omdat je dan op het www weer de foto van Harm en de gekreukelde fiets voorbij ziet komen.

En het verband met de filosofie van Wolterstorff? Dat we ‘shalom en justice’ zoeken waar het gaat om de gerechtelijke afwikkeling rond het dodelijk ongeluk van Harm. Ingewikkeld, zeker ook nadat we ons niet serieus genomen voelden door de Officier van Justitie.

kyrie eleison

Afdalen

De prachtige Gertrudiskapel in Utrecht, een voormalige RK schuilkerk, waar de Groenlezing werd gehouden.

“Ik heb hier niets mee!” Zo ongeveer zei een medebezoeker het. Hij stond aan een tafeltje naast mij, het was pauze na een zeer boeiende Groenlezing door professor dr. Gabriël Anthonio. Ik voelde mijzelf een beetje pissig worden van binnen, maar had geen zin om te reageren. Hij gaat vast wel een gedegen en kritische vraag stellen na de pauze, dacht ik. Ondertussen probeerde ik uit te leggen aan een paar studenten uit Wageningen wat ik zo goed vond aan de lezing van Anthonio. Ik had er namelijk heel veel aan; het ging over meer verbinding maken tussen leiderschap en de burger en wat er leeft in de samenleving. Het ging ook over welke richting het Evangelie geeft, gewoon voor de dagelijkse praktijk en ook voor de wetenschap. Ook het doel van onderwijs kwam aan de orde. Allemaal onderwerpen die me na aan het hart liggen. Professor Anthonio maakte over deze onderwerpen zeer behartigenswaardige opmerkingen en dat beredeneerd vanuit een verhaal over Jezus van Nazareth. De evangelist Johannes vertelt dat Jezus na de bruiloft te Kana afdaalt naar Kafarnaüm en daar zijn hoofdkwartier op slaat. Deze plaats aan het meer van Galilea was een handelsstad, met rijk en arm en een afdeling van het Romeinse leger en daar vormt hij zijn leerlingen; midden in de samenleving. De oproep van professor Anthonio was dan ook om af te dalen, in navolging van Jezus. Misschien zat daar wel de moeite van de kritische medebezoeker, zo’n bijbelverhaal gebruiken en toepassen op je eigen leven… Ooit leerde ik op de gereformeerde pedagogische academie dat dat ‘exemplarisch preken’ heette en afkeurenswaardig was in gereformeerde kring; de tijden veranderen.
Maar mij sprak het aan, bijvoorbeeld waar het ging om de formele afstand van de overheid en de vervreemding die er door ontstaat. Ik moest gelijk denken aan ons bezoek aan de officier van Justitie. Maar ook aan het pleit van David Van Reybrouck voor een ander politiek bestuurssysteem. Niet voor niets verwees Anthonio naar Aristoteles en zijn ideeën over de staat en het doel van onderwijs. Aristoteles was niet alleen voor het systeem van loten, waar het gaat om bestuurders van de samenleving, maar zei ook dat het onderwijs bedoelt is om burgers te vormen. Wanneer je dat laatste doet, draagt dat en beschermt dat de democratie! Onderwijs is dus vormen, dat is een groot en breed begrip, terwijl het vandaag de daag vaak versmalt tot het vergaren van kennis om later een zo goed mogelijke baan te krijgen.
Na het kopje koffie kwamen de krenten in de pap aan de orde. De lezing was duidelijk en inspirerend, maar nu de politieke werkelijkheid. In zijn zeer verhelderende antwoorden gaf Anthonio nog een aantal mooi statements weg:
> We kunnen heel veel wetten en regels in ons bestel afschaffen.
> Leg verantwoordelijkheid veel meer lokaal.
> Wanneer er angst is voor de Islam, bespreek dat, probeer te ontdekken wat die angst is. Ook hier weer afdalen…
> De ander, die anders denkt, moet geen object blijven.
> Kwetsbaarheid is belangrijk voor een gelukkig leven. En.. ga ook op zoek naar de angst en kwetsbaarheid bij jezelf.
> En tot slot wel een hele heldere: leefwereld en systeem moeten veel meer op één niveau. (De partijen in de Tweede Kamer die straks een regering gaan vormen, zouden dit tot één van hun speerpunten moeten maken, denk ik dan.)

Groenlezing: de door de Groen van Prinsterer Stichting (wetenschappelijk instituut van de CU) jaarlijks georganiseerde lezing.

Lazarus

Lazarus-ManifestEen van de ‘mooiste’ verhalen uit het Nieuwe Testament, is het verhaal over de opwekking van Lazarus. Lazarus was een goede vriend van Jezus van Nazareth. Wanneer hij doodziek is, houdt Jezus zich bewust op afstand. Pas wanneer Lazarus al begraven is, bezoekt Jezus de twee zussen van Lazarus, een condoleancebezoek zo lijkt het. Niets is minder waar, Jezus roept Lazarus, nadat de grafsteen is weggerold, tot leven. En het mooie van het verhaal is dat er heel veel toeschouwers zijn, waaronder ook geestelijke leiders uit Jeruzalem. Het zal hen de adem benomen hebben, een dode die weer levend wordt! Terug in Jeruzalem vertellen ze hun verhaal aan Joodse leiders en de laatsten nemen het besluit om de man die Lazarus weer tot leven riep, te doden. Geweldig verhaal toch! Wanneer ik het moest vertellen in de klas, genoot ik er van om de kinderen mee te nemen in het bizarre van dit verhaal. Je leert iemand kennen die doden tot leven kan wekken en vervolgens besluit je om die levend-maker te doden. Hoe verzin je het?

Op internet is een  boeiende site, waar onder andere die Lazarus waar ik over schreef, de naamgever van is. Er is ook nog een andere Lazarus, hij is een melaatse in een van de prachtigste parabels van Jezus. Onder de naam lazarusmagazine schrijven allerlei mensen hun verhaal over Jezus en het leven. De ‘vloekende dominee’ Rikko Voorberg publiceert elke werkdag een overdenking, maar ook staan er artikelen van anderen op de site. Op de overdenking van Rikko kun je je trouwens abonneren, dan heb je hem elke morgen in je email. Rikko heeft zijn verhaal dan ook ingesproken, dus je kunt het ook onderweg naar je werk tot je nemen. Elke keer weer een boeiend verhaal naar aanleiding van een drietal bijbelteksten.

Let wel, het zijn verhalen en overdenkingen om gelovigen en twijfelaars aan het denken te zetten. Je hoeft heus geen christen te zijn of een wekelijkse kerkganger, als je maar na wilt denken of er gewoon even over wilt peinzen. Zeer aan te bevelen in deze tijd, waarin zoveel onzeker lijkt en mensen al gauw de grootste mond volgen. Laat je aan het denken zetten!

Beschaving

IMG_2447In de Rode Hoed, ooit Remonstrantse schuilkerk, vond een debat plaats over ‘beschaving’. En de sprekers waren zo aansprekend, dat een heerlijke koude maandagavond fietstocht naar de Keizersgracht aanlokkelijk was. De hoofdspreker was professor James Kennedy, met zijn kenmerkende Amerikaanse accent, zijn blik als min of meer buitenstaander is vaak zo verhelderend, dat ook mede debaters daar vaak van onder de indruk zijn. Het aantal bezette stoelen viel wat tegen, nog net geen 70. Kennedy geeft aan dat beschaving vooral gaat over verworvenheden. In 1950 werd aan elke Nederlander die 23 werd een boekje uitgereikt met de pakkende titel “Burgerschap en Burgerzin”. Er waren vier pijlers onder die twee begrippen volgens de sociaaldemocratische schrijvers: het christendom, de gemeenschapszin, vrede en ook vrijheid. En men constateerde toen al dat een steeds groter wordend individualisme een gevaar vormde voor onze huidige beschaving, zoals beschreven in “Burgerschap en Burgerzin”. Later, in de jaren 60 en 70 werd het toch meer ‘moet je zelf weten’. En net voor de eeuwwisseling werd het steeds meer dat ‘onze’ beschaving moet worden verdedigd vanwege de mondialisering. We moesten ons weer beter gaan gedragen. En Rutte zegt vandaag, als je je niet gedraagt; wegwezen. Wat dan ook maar de algemene norm mag zijn…
IMG_2446Volgens Kennedy moeten we duidelijk erkennen dat beschaving geworteld is in een eeuwenlang proces. Kennis nemen van en omgaan met verschillen is heel belangrijk, want dat heeft immers vrijheid, zorgzaamheid en ondernemerschap in Nederland mogelijk gemaakt. Je moet wel historisch denken. Maar, het is geen gesloten canon. Beschaving is een streven waar we ook in de toekomst aan moeten en blijven werken. En Kennedy waarschuwde ons, het zal ook moeilijk zijn om het te behouden zoals het nu is! We hebben veel ‘civility’ nog, nog het best te vertalen met wellevendheid.
Helaas kwam er vervolgens in de discussie niets nieuws naar voren. De rector van de PThU, mevrouw Mechteld Jansen, wist niets toe te voegen, ook de in Afghanistan geboren rapper Massih Hutak was het volledig eens met de professor en bracht aan het eind nog een mooie tekst rap ten gehore. Het meest stellig was nog Arend Jan Boekestijn met zijn rechtsstaat. Alleen de rechtsstaat is maatgevend volgens hem; je mag alles zeggen en roeptoeteren, als je het maar niet omzet in daden. Helaas moest hij ook toegegeven dat je het nooit helemaal zeker weet. Inmiddels zit hij namelijk op een bijbelclubje met Segers en van den Brink, dus ook Arend Jan Boekestijn is bijna onder de profeten.
Helaas deze avond alleen maar negatieve uitlatingen over de SGP, die naar het idee van de buitenstaander nog steeds een soort theocratie voorstaat. Waarom daar zo negatief op reageren? Niets over het onbeschaafde en onwellevende gedrag van de PVV en zijn partijleider. Waar echte beschaving op gegrond zou moeten zijn, werd uiteindelijk in een zevental uitspraken samengevat. Blijkbaar is praten over beschaving meestal gemakkelijker dan het ook werkelijk doen. Op de oproep van rapper Massih om alle wijken in Nederland te mengen met elke denkbare groep die er maar is, kwam van de mede debaters geen enkele reactie.

gereformeerd onderwijs

img_2289Ruim een week geleden promoveerde Tamme Spoelstra (VIAA/GH) tot doctor in de geesteswetenschappen. De afgelopen jaren bestudeerde Tamme de ontstaansgeschiedenis van het ‘vrijgemaakte’ gereformeerde onderwijs. Uit eigen ervaring weet ik dat het vaak lastig aan te duiden was, waar dat nu precies voor stond, zeker aan buitenstaanders. Gereformeerd was toch ook nog weer een ruimer begrip dan gereformeerd-vrijgemaakt. Zelf verwees ik vaak naar de politiek en noemde het GPV als een representant van dezelfde zuil. Maar vandaag de dag weet ook bijna niemand meer wat het GPV was en is de naam van aanvoerder Jongeling ook al aan het vervagen. Daarom is het goed dat er nu een wetenschappelijke en historische studie is verschenen over deze bijzondere zuil. In zijn verhaal maakte Tamme duidelijk dat het vrijgemaakt-gereformeerde onderwijs, in zijn zuiverste vorm, maar ongeveer vijftien jaar bestaan heeft. Pas vanaf ongeveer 1970, er had zich eind jaren 60 weer een kerkscheuring voorgedaan, tot aan 1985. Helaas stopt daar Tammes studie ook. Het zou interessant en boeiend zijn om ook het vervolg in beeld te krijgen. De periode 1985 tot 2010 is nu juist een periode waarin er heel veel is gebeurd en er ook heel veel is veranderd. Waar het gereformeerde onderwijs jarenlang een gesloten bolwerk was, zijn het nu scholen waar iedere serieuze christen zijn kinderen heen mag sturen, ze zijn vaak meer dan welkom. Terwijl in 1985 de gereformeerde school in Amsterdam door het LVGS (Landelijk Verband van Gereformeerde School Schoolverenigingen) op de vingers werd getikt omdat er wel 20% van de leerlingen uit niet-vrijgemaakte kerken kwamen, was het in 2010 zo, dat er niet eens meer 20% van de leerlingen uit vrijgemaakte kerken te vinden waren op dezelfde school. En inmiddels kunnen ook niet-vrijgemaakte leerkrachten gewoon voor de klas op een gereformeerde school. Binnen verschillende schoolteams weet men vaak al niet eens meer naar welke kerk men zondags gaat (ik spreek uit eigen ervaring), terwijl het nog geen tien jaar geleden is dat leerkrachten werden ontslagen als ze lid werden van een niet-vrijgemaakte kerk.
Er is dus veel veranderd, zeker waar het gaat om de strakke belijning van het vrijgemaakt-gereformeerd onderwijs. Jarenlang werd door bestuurders de grens streng bewaakt, maar toen de besturen meer en meer scholen onder zich kregen, ging de wissel, naar het leek, zachtjes om. Waar nog niet zo lang geleden de school echt van de ouders was (via een vereniging met een plaatselijk bestuur), is vandaag het bestuur op zo’n grote afstand, dat ouders vaak niet eens beseffen dat er ergens nog een bestuur is. Voor veel ouders is de teamleider van de school ‘het bestuur’.  Dat laatste maakt ook dat het afhangt van deze plaatselijke bestuurder hoe de identiteit van de school wordt ingevuld. En.. misschien een beetje kort door de bocht, waar in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw nog bestuursleden kwamen meekijken en luisteren in de klas, zeker bij de bijbelvertelling, wil de bestuurder nu weten of er wel effectief wordt gerekend en de resultaten van de eerstvolgende taaltoets wel ruim voldoende gescoord worden en is er te weinig ruimte in zijn of haar agenda om ook nog mee te luisteren naar een bijbelverhaal.
Mij viel op dat in het Nederlands Dagblad interview (12 december j.l.) met Tamme een duidelijke stellingname te lezen was. Hij draaide er, met alle liefde voor het gereformeerd onderwijs, niet om heen. Toch volgden er daarna geen stapels ingezonden brieven. Over een stellingname van de CU m.b.t. het Oekraïne referendum buitelden de forse meningen over elkaar heen. Maar over het interview met Tamme las ik tot op heden maar één ingezonden. Van een echtpaar uit IJmuiden, die hun kinderen naar de dr. M.B. van ’t Veerschool in Amsterdam stuurden. Een begrijpelijke reactie trouwens, want vooral rond en in Amsterdam was de keuze voor de school bij Sloterdijk veel meer ingegeven door een keus voor voluit christelijk onderwijs. Op de protestants-christelijke scholen was het christelijke karakter in snel tempo verdwenen. Vandaar dat veel ouders, toen er een alternatief was, daar voor kozen. Dat had denk ik vaak niet zo veel met een vrijgemaakte verbondsopvatting te maken. In een vervolgstudie zou ook voor deze ontwikkeling oog moeten zijn. Naar ik begreep van de promovendus dat er nog een congres komt naar aanleiding van het verschijnen van de handelseditie van zijn proefschrift. Hopelijk wordt dan ook de discussie breder en vooral ook op schoolniveau tussen ouders en leerkrachten en hun bestuurders gevoerd. Wat is de toekomst van christelijk onderwijs in een steeds verder geseculeerde samenleving? En bij die discussie is ook het gesprek met christelijke kerken nodig, hun plaats en ook de plaats van christelijk onderwijs ligt in het verlengde van elkaar.

PS:  Ik pleit niet voor afschaffing van gereformeerd of bijbelgetrouw of welke serieuze vorm van christelijk onderwijs. Er is echter nog veel te winnen, samen ook met het reformatorisch onderwijs. Op het gebied van bijbelonderwijs (nog lang niet alle gereformeerde scholen maken gebruik van alle mogelijkheden die de methode Levend Water biedt!), maar ook op gebied van geschiedenisonderwijs, muziekonderwijs en alle andere creatieve vakken.

met respect

beatrice de graafAl jaren ben ik een fervent kijker van De Wereld Draait Door. Simpelweg omdat het uitstekend in elkaar is gezet, goed wordt gepresenteerd, maar ook een mooi inkijkje geeft hoe seculier Nederland in elkaar steekt. Een soort thermometer wat mij betreft. Zo langzamerhand mogen ze wel eens weer wat kleine vernieuwingen gaan toepassen, maar geen idee of men luistert naar kijker Roel. Regelmatig zitten er gasten aan tafel die ook echt iets te zeggen hebben. Mijn favoriet is wat dat betreft hoogleraar Beatrice de Graaf. Zij bekleedt de leerstoel “History of International Relations & Global Governance” binnen het strategisch thema “Instituties”, aan de Universiteit van Utrecht. Bij DWDD treedt ze zo nu en dan op als terrorisme expert. Afgelopen vrijdag zat ze na maanden afwezigheid weer aan tafel. Wat volgde was een boeiend betoog over de ontwikkelingen rond de aanslagen gepleegd door IS.

Beatrice schroomde niet om een een nog eens het fragment te laten zien waarin bondskanselier Angela Merkel haar landgenoten er op wees dat je gewoon naar de kerk als christen, zodat je toegerust het gesprek met moslims kunt aangaan en tegelijkertijd ook een wapen is tegen angst. Lees de Bijbel maar, zei Merkel.  Mooi, vond ik, hoe Beatrice dat ook vertaalde naar de Nederlandse situatie. Ook hier gaan nog steeds mensen op zondag naar de kerk; en er is niets mis om je daar bij aan te sluiten. Eerst had ze al een ander fragment met daarin de koning van Marokko, die zijn volgelingen (maar impliciet alle moslims) om vredelievend te zijn en zich niet in te laten met IS. Respect dus voor het duidelijke statement van mevrouw Beatrice de Graaf, eerlijk uitkomen voor je eigen overtuiging en daar niet om heen draaien. Naast haar vakmanschap met betrekking tot terrorisme stak ze ook de christelijke kijker een hart onder de riem.  Daarmee ook aan de tafel van DWDD respect afdwingend. Waarvan akte. Het fragment is terug te zien, wanneer je de volgende link gebruikt: Beatrice de Graaf in DWDD.

21 maart, ‘Bach-Liebhaberschaft beginnt am Kopf’

Baseball-bachWat doe je wanneer je verschrikkelijk veel last hebt van ‘hooikoorts’? Elk jaar deze tijd steekt het weer de kop op. Proesten, hoofdpijn en en het ene pakje tissues na de andere. Een pilletje alleen helpt niet, dus ook maar weer neusspray erbij. Gelukkig is daar radio 4 nog. Door de vele aandacht voor Johann Sebastian Bach en de Mattheus Passion verdwijnt het vele gesnotter een beetje naar de achtergrond. In het middagprogramma op radio 4 wordt elke dag een vraag gesteld, je kunt deze week een prachtige uitvoering van de Johannes Passion winnen. “Welke bijnaam had Leipzig in 1723, toen Bach daar kwam werken?” Meestal is het antwoord zo gevonden. Maar Wikipedia geeft geen uitsluitsel. Er zijn best bijnamen van Leipzig te vinden trouwens. Leipzig is een echte ‘muziekhoofdstad’ vanwege de geschiedenis met onder andere Telemann, Bach, Mendelsohn en Wagner. Ook werd het de hoofdstad van de ‘Wende’, maar daar had Bach nog geen idee van, alhoewel hij er in strijd met het stadsbestuur wel eens op gehoopt heeft misschien. Nergens kom ik iets tegen wat op een speciale bijnaam duidt in de eerste helft van de 18e eeuw. Zeker er werden toen al veel boeken gedrukt, maar geen bijzondere naam daarvoor. Ook op de site van het Bach-museum, (bach – wir über uns) geen bijnamen. Wel ontdek ik, dat het vandaag de geboortedag van de grote Johann Sebastian Bach is.  Er staat ook dat er om 15.00 u. een speciaal Geburtstagskonzert werd gehouden, dat hebben we dan gemist. Maar nog steeds heb ik niet het antwoord gevonden. Ik blader door de dikke biografie, die John Eliot Gardiner heeft geschreven. Een prachtig boek, maar niets over Leipzig. Ook het informatieve boek van Peter Washington met drie CD’s geeft niet het antwoord prijs. Wie weet krijg ik straks nog opeens wat inspiratie. Misschien moet ik op de site van het Bach-museum gewoon de baseballpet kopen. En wie weet helpt het ook een beetje tegen hooikoorts. De verkoopleus is geweldig voor de prachtig donkerrode cap met daarop het Bach-stempel: ‘Bach-Liebhaberschaft beginnt am Kopf’. Wanneer je hem wilt bestellen staat de volgende tekst er bij: ‘Baseball-Cap mit gesticktem Bach-Siegel und Schriftzug »Bach-Museum«. Das Siegel, wie es Johann Sebastian Bach in Briefen und Dokumenten in der Zeit nach 1720 verwendete, zeigt die drei Buchstaben J, S und B – einmal richtig herum und einmal gespiegelt, so dass sie sich zu einem Ornament zusammenfügen. Die Größe des Baseball-Caps ist verstellbar.’  21 maart, gefeliciteerd met Bachs verjaardag,  en geniet wanneer u één van de vele uitvoeringen van een Passion gaat beluisteren. Wie weet zet het opnieuw aan tot het nadenken over het lijden van onze Heer en Heiland.

PS1:   Nog een keer zoeken, nu in het Duis (bijnaam = Spitzname)
“Leipzig erwarb den Spitznamen „Kleines Paris“, als die fortschrittsbewusste Messestadt im Jahr 1701 mit einer   Straßenbeleuchtung     ausgestattet wurde und sich fortan mit der mondänen Seine-Metropole vergleichen konnte.”
PS2:   Ik had eerder gelezen dat pas de dichter Goethe deze benaming gebruikte. En Goethe leefde van 1749 tot 1832. We horen het morgen wel.
PS3:   Als voorbeeld voor al die straatlantaarns had trouwens Amsterdam gediend!
PS 4:  Het antwoord was juist, maar helaas geen prijs. We proberen het opnieuw!

stoppen (2)

glen-campbellWanneer je echt gaat stoppen met je werk, kom je opeens overal zaken tegen waar het ook over ‘stoppen’ gaat. Vorige week zag ik een programma-aankondiging dat er een documentaire zou worden uitgezonden over de Amerikaanse zanger Glen Campbell. Helaas was ik die avond niet thuis, maar zondagmiddag werd de docu gelukkig herhaald. ‘ Rhinestone cowboy’ herkende ik van jaren terug. Een prachtige stem, met daarbij ook nog eens geweldig gitaarspel. Helaas werd bij deze zanger in 2011 Alzheimer geconstateerd. Maar voor hem en zijn familie geen reden om te stoppen met optreden. Tientallen optredens op grote podia volgden. En ondanks dat Glen steeds meer last kreeg van de gevolgen van zijn ziekte en regelmatig allerlei dingen echt vergat, kon hij met behulp van de autocue prachtige nummers vertolken. Zijn fans roerde hij regelmatig tot tranen, totdat het echt helemaal niet meer ging. Maar toerend in een grote touringcar door de VS werd Glen Campbell een voorbeeld voor mensen om niet te stoppen en onder ogen te zien dat je Alzheimer niet hoeft weg te stoppen.
Dat was wel heel anders in een docu over de Levenseindekliniek. Stoppen met leven; deze kliniek regelt het voor je, huppakee! Stap voor stap wordt het gewoon in ons land om euthanasie toe te passen. Een schril contrast met de docu over Campbell. Gelukkig zijn er tegengeluiden, zoals in de DWDD van prof. Viktor Lamme. Hij noemde wat de Levenseindekliniek doet gewoon moord. Daar waren de mensen van het Levenseinde natuurlijk niet blij mee. Ze hadden het zo zorgvuldig gedaan (tja, dat wordt wel vaker gezegd, de regels zijn toch gevolgd?). En als mensen zelf willen stoppen, en het ook al heel lang geleden op een papiertje hebben gezet? Tja.. stoppen is wel erg gemakkelijk tegenwoordig
Stoppen…..; een raar idee. Maar wat stopt er eigenlijk? Het leven gaat gewoon door en er valt nog zoveel te doen. Daarom is stoppen in mijn geval ook gewoon doorgaan met LEVEND WATER bijvoorbeeld, gelukkig maar. En ook gewoon doorgaan, en misschien wel wat vaker, met het schrijven van een blog.

stoppen (1)

Een prachtige foto,snoei krui wagen die ik vond in de nieuwsbrief van ons logeeradres in de Bourgogne. Zo’n vreemde kruiwagen had ik nog nooit gezien. Hij lijkt gemaakt van een oud olievat. Ze rijden er in deze tijd mee door de wijngaard en alle afgeknipte ranken worden er in verbrand; kortwieken en snoeien. Alleen op die manier krijg je een beter resultaat. Zo is het in je leven ook vaak. Snoeien, bijknippen, kortwieken en pas dan kun je tot bloei komen en vrucht dragen. Verandering in je bestaan, afscheid nemen van wat je heel lief is; natuurlijk wil je het soms anders. De wijnboer weet niet beter en zal weer hopen op een mooie oogst in een volgende nazomer. Dit bijzondere gereedschap lijkt aan de zijkant luchtgaten te hebben. Ik denk dat de ‘kachel’ er wel beter door trekt, maar de as kan er zo ook gemakkelijk uit. En de as van de verbrande wijnranken is weer goed voor de bodem waar de druivenstokken in geworteld zijn. Een simpel apparaat, wars van ingewikkelde technische snufjes, daagt uit tot filosoferen over lastige gebeurtenissen in je leven.

En voor de rust en en het even helemaal tot jezelf komen ‘In dir ist Freude’, op de geweldige website: All of Bach

bevorderd tot heerlijkheid

jaap zijlstraVerwachting

Als de dag begint te doven
en de zon mij niet meer ziet,
als de schemering gaat komen
en ik stil word van verdriet,
als de nacht valt en mijn vogel
niet meer opdaagt met een lied –
na mijn duisternis Uw licht,
na mijn zwijgen Uw gedicht.

 

In memoriam Jaap Zijlstra 1933 – 2015
Zat even te twijfelen of het nu met een d of een t moest. Maar het eerste lijkt met toch het meest juist. Broeder Jaap Zijlstra is bevorderd tot hemelse heerlijkheid. Volgens de laatste berichten was hij al ernstig ziek en vandaag meldt de ND-site dat hij is overleden. In mijn exemplaar van de ‘verzamelde gedichten’ heeft hij op 13 maart 2010 in Doorn zijn handtekening gezet. Het zal op een van de inmiddels helaas verdwenen cultuurzaterdagen van het ND zijn geweest dat hij met aandacht en overgave de aangeschafte exemplaren signeerde. Een klein gesprekje hoorde daarbij, waarvan ik mij kan herinneren dat het indruk maakte. Toen ik eind 2010 thuis kwam te zitten heb ik regelmatig zitten bladeren en in alle rust een gedicht tot me genomen. Het advies waar Jaap Zijlstra zijn voorwoord mee afsluit is trouwens zeer wijs:

Lees langzaam,
durf traag te zijn,
u drinkt geen limonade,
u drinkt wijn.

Wat je bij vrijwel geen  enkele verzameling gedichten aantreft, zit wel in deze bundel verzamelde gedichten; een cd met voorgelezen werk door de dichter zelf. Het gedicht VERWACHTING is daar te vinden onder nr 76 en staat op blz 409. Het is het laatste gedicht in dit boekwerk en een paar weken geleden heeft Jaap Zijlstra zijn volgers op Facebook gezegd dat hij er mee stopte. Daarbij tekende hij aan dit gedicht over te schrijven. Ik ga dat doen, vóór in mijn  2016 agenda, langzaam.  Voor de liefhebber nog een gedicht, met de titel Kerst.

Kerst

De herders, zij ruiken de stal,
zij gaan in draf op huis aan
en bekijken met grote ogen het lam
dat in hun kribbe ligt.

De wijzen gaat een licht op,
zij slaan er Bileam op na
en al hun wijze voorgangers
die weet hebben van de ster.

De bijbelkenners en kamerverhuurders,
zij slapen de slaap des rechtvaardigen,
heel Betlehem slaapt.

Wij weten van de prins geen kwaad,
dat komt nog wel,
drieëndertig jaar later.

Het is gelukt met Isings / levend water gaat digitaal (2)

de herders hebben het in doeken gewikkelde kind gevonden
de herders hebben het in doeken gewikkelde kind gevonden

Het heeft wat moeite en heen en weer gemail gekost. De onderhandelingen waren pittig en het was op voorhand al niet gemakkelijk uit te vinden waar de rechten lagen. Waar gaat het om? Nu de bijbelmethode  voor het basisonderwijs helemaal gedigitaliseerd is, staan alle platen van Michel de Boer zo voor het grijpen! Ik bedoel, de juf of meester kan er heerlijk in grasduinen en ze laten zien op het digibord bij het te vertellen bijbelverhaal. Tegelijkertijd opende dat ongekende mogelijkheden. Je kunt binnen de omgeving van LEVEND WATER ook filmpjes online zetten en natuurlijk nog veel meer platen. Een al lang gekoesterde wens van mij gaat nu in vervulling. De zestig prachtige bijbelplaten die J.H. Isings (1884-1977) in de Tweede Wereldoorlog maakte werden rond 1950 opgenomen in “De Bijbel behandeld voor jonge mensen”. Onder het pseudoniem Wolf Meesters had schoolmeester Wolbert Meijer (1904-1996) een jeugdbijbel geschreven. Ik kan me niet herinneren dat er ooit uit is voorgelezen, terwijl ze bij ons thuis in de boekenkast stonden: twee forse delen. Maar het waren de platen waar het om ging; prachtige zoekplaatjes, die een heel verhaal vertelden. Isings heeft ook getekend voor een aantal andere “kinderbijbijbels”, maar deze zestig platen waren paginagroot. Een paar maanden na het overlijden van Isings werden alle zestig platen nog een keer uitgegeven door uitgeverij De Vuurbaak. De platen zijn weergegeven op ware grote en in de oorspronkelijke kleuren en het boek is nog antiquarisch verkrijgbaar.  Helaas mag je de platen niet zo maar gebruiken voor een methode als Levend Water. Er zit auteursrecht op van zeventig jaar. Je zou bijvoorbeeld wel alle bijbelse afbeeldingen van Rembrandt mogen gebruiken. Via uitgeverij Contact, de directeur van De Vuurbaak en uitgeverij Noordhof in Groningen kwamen we terecht bij een bureau in Amstelveen die de rechten van dit soort werken in beheer heeft. Ook de bekende geschiedenisplaten van Isings kunnen ze leveren.
Om een lang verhaal kort te maken, het zou natuurlijk fantastisch zijn wanneer de Isings-platen ook in Levend Water te gebruiken zouden zijn. In 2006 hadden ze voor het laatst nog gefungeerd in een soort uitlegvertelling van de Bijbel. Maar vader en zonen Blokker lieten zich daarbij adviseren door professor Kuitert. En met hoeveel respect ze ook de bijbelse teksten benaderen, het blijft bij een verhaal van drie ongelovigen die de Bijbel als een belangrijk cultureel erfgoed zien. Eigenlijk wel triest dat de platen van Isings daarin figureerden. Isings was een diepgelovig man, die in zijn werk eerbied voor de Heilige wilde laten zien. Op zijn rouwkaart stond: “… ging van ons heen, naar zijn eigen woorden: ‘Vrijgemaakt om met Christus te zijn’ (Filipenzen 1:23)”. Dat laatste is in het boek van de Blokkers, onder de veelzeggende titel “Er was eens een god”, ver te zoeken.
Binnenkort voor de vertellende meester en juf dus ook beschikbaar, platen die getuigen van historisch inzicht en eerbied voor de verhalen in Gods Woord.

God in de oorlog

gee duimbreed k.schilderHet zaaltje van de PThU aan de Boelelaan zat afgelopen dinsdag afgeladen vol. Eigenlijk was ik te laat met aanmelden, maar Wim Berkelaar zegde toe stoelen bij te plaatsen. Het HDC van de VU hield een symposium over het eerder dit jaar verschenen God in de oorlog. De rol van de kerk in Europa, 1939-1945 van Jan Bank. In het dagblad TROUW was er nogal wat ophef over geweest en het onderwerp blijft tot op vandaag natuurlijk actueel. Een vijftal sprekers reflecteerde op de lijvige pil van professor Bank. Ik vond vooral de bijdrage van dagvoorzitter George Harinck boeiend omdat hij het Nederlandse verhaal nog een keer extra belichtte, in het bijzonder de situatie binnen de Gereformeerde Kerken. Nieuw was voor mij het gegeven dat kerken in die tijd, zeker voor Wereldoorlog II, eigenlijk geen openbare uitspraken deden. De rol van de kerken in Nederland was beperkt wat dat betreft. Abraham Kuyper (soevereiniteit in eigen kring) had de kerk omringd met een grote groep organisaties en daarmee was het zicht op de rest van samenleving min of meer verdwenen. Kerken waren dan ook verlegen met de hele situatie toen de oorlog uitbrak. Er waren theologen en dominees die reageerden via brochures en ook in zondagse preken. K. Schilder schreef in 1936 al een felle aanklacht tegen het nationaalsocialisme (Geen Duimbreed), in de oorlog werd hij zelfs een tijd gevangen gezet. In hervormde kring was het dr.J.Koopmans (predikant van de Noorderkerk in Amsterdam) die in het begin van de bezetting een fel betoog schreef tegen de bezetter, ook in brochurevorm. [De Belgische schrijver Geert van Istendaal eerde Koopmans met een geweldig essay in de bundel ‘Mijn Nederland’.] Maar dit waren individuele kerkleden die van zich lieten horen, niet een heel kerkgenootschap. Er waren genoeg anderen die vonden dat de bezettingsmacht de overheid was die gediend moest worden.
Helaas is over de rol van de kerken nog veel te weinig onderzoek gedaan volgens Harinck. Er is veel verzet van gereformeerden geweest. Er waren gereformeerden die in knokploegen zaten, er waren gereformeerden die onderduikers verborgen hielden. Er zijn veel gereformeerden gesneuveld en vermoord in de concentratiekampen, onder hen ook predikanten. Verhalen te over. Na de oorlog leek het soms wel of alle gereformeerden in het verzet hadden gezeten. Maar niets is minder waar. Ik dacht het ook, na het lezen van ‘Snuf de Hond’ en ‘Reis door de nacht’ en zeker ook door de verhalen in het ouderlijke huis. Mijn ouders trouwden in 1942, kregen de eerste twee van de negen kinderen in de oorlog, terwijl ze inwoonden bij opa en opoe. Voor zover ik weet zijn er zeker twee onderduikers geweest. Oom Gijs, de onderduiker, kwam na de oorlog nog wel eens op bezoek. Mijn idee was dat vrijwel iedereen uit de kerk wel iets gedaan had. Helaas was de werkelijkheid anders.
Vooral dat laatste wordt wel heel erg duidelijk uit het boek van professor Bank. Het waren minderheden die zich daadwerkelijk verzetten en dat ook durfden vol te houden met gevaar voor eigen leven. Logisch dat na zoveel jaren, met meer afstand kijkend naar de jaren 40-45, het soms ook wel een ontluisterend beeld geeft. Dat doet echter niets af aan alle inzet en gedrevenheid van al die mensen die wel iets deden. Het is maar te hopen dat er nog eens een bredere studie over de kerken in Nederland ten tijde van WOII wordt gedaan. Al met al een leerzaam congres met aan het eind een pittige discussie. Dr. Jan Ridderbos die een boek schreef over gereformeerde dominees in de oorlog schreef was het wel heel erg oneens met professor Bank. Dat smaakt naar meer discussie en onderzoek.
son of saulWat zouden we er van kunnen leren voor vandaag? Hoe moeten kerken reageren op oorlog? Het lijkt wel een beetje dat veel kerken (als instituut) daar nog niet eens veel verder mee gekomen zijn. Ook daarom zou onderzoek naar het verleden, nuttig kunnen zijn voor het heden. Ondertussen moeten kerkmensen het verleden echt onder ogen durven zien. Een goed voorbeeld is naar mijn idee het aanbod in de bioscoop. Een kaskraker op dit moment is de laatste James Bondfilm. Niks mis mee, aardige verstrooiing maar agent 007 beweegt zich wel heel erg buiten de bestaande werkelijkheid. Christelijke James Bondfans zouden ook ‘Son of Saul’ moeten bezoeken. Een film die in veel dagbladen vijf sterren kreeg van de critici. De Hongaaarse film gaat over een lid van een sonderkommando in een concentratiekamp. Deze kommando’s bestonden vaak uit Joodse mannen en ze moesten het vuile werk voor de kampbewakers in de uitroeiingskampen in WOII opknappen. Vaak overleefden ze het niet en hadden ze ook geen enkel uitzicht op de vrijheid. In de film komt alle barbaarsheid van de kampen naar voren. Een aangrijpende verbeelding van de concentratiekamphel. Op het bovengenoemde congres zat ik ’s middags bij toeval naast David Barnouw. Hij heeft heel lang gewerkt bij het NIOD (oorlogsdocumentatie centrum) en was natuurlijk geïnteresseerd in de discussie over boek van Bank. We kwamen aan de praat, onder andere over ‘Son of Saul’. Barnouw vond de film erg overgewaardeerd, maar daarin verschilden we toch van mening. Barnouw is volgens zijn website een professioneel kijker naar films en documentaires over de oorlog. Een gemiddelde bezoeker kijkt anders denk ik. Ik zit wat dat betreft meer te wachten op een kritische beschouwing van Willem Jan Otten. De laatste ziet er ongetwijfeld een indrukwekkende ‘rite de passage’ in. Een film die je aan het denken zet, over hoe je zelf zou reageren in zo’n uitzonderlijke situatie. Een film die nederig maakt.

In het klimaat van het absolute

in het klimaat van het absolute‘Een handleiding voor kerkscheuringen’ . Het zou een ondertitel kunnen zijn van het proefschrift van Ab van Langevelde. Met zijn biografie over professor Veenhof verkreeg van Langevelde vorige maand in Kampen een doctorstitel in de theologie. Een goed geschreven levensverhaal, dat blijft boeien tot het eind. Opgegroeid in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, kan ik er maar een beetje over meepraten. Eerder heb ik wel eens geschreven over de Synode van Hoogeveen (1969-70), mijn vader zat toen in de huisvestingscommissie. Die synode, ik was 13, heb ik dus als beginnend puber meegemaakt. In Hoogeveen was er vrijgemaakt kerkelijk zeker sprake van een zijn ‘in het klimaat van het absolute’ (de ondertitel van de dissertatie). Wij hadden in Hoogeveen als predikant dominee Joh. Francke en die wist waar hij het over had. Rond de kwestie van dominee van der Ziel in Groningen, in het biografie over Veenhof komt het uitgebreid aan de orde, liet ook dominee Francke zich niet onbetuigd. Tijdens het grote gebed in een kerkdienst werd deze kwestie uitgebreid bij de Heere gebracht. Daarin klonk natuurlijk een oproep tot bekering door, dominee van der Ziel zat immers fout! Ik zal nooit vergeten dat tijdens zo’n lang gebed een hele familie uit ergernis de bank uit stommelde. Vanuit mij ooghoeken zag ik een klasgenootje meegetrokken worden door zijn vader. Het kan niet anders dan dat deze familie later ‘buitenverband’ werd.
Ik merk dat ik gelijk afdwaal naar het persoonlijke, mijn eigen verhaal. Bij het lezen van deze biografie had ik dat regelmatig. Namen van predikanten waar je gelijk een beeld bij hebt, gebeurtenissen waar je eerder over hebt gelezen. Verschillende keren ook ben ik mijn boekenkast ingedoken en heb ze erbij gepakt. De acta van de eerste vrijgemaakte synode in 1945, verschillende boeken van K. Schilder, maar ook Veenhof bleek in mijn boekenkast te staan. Wanneer je nog eens bladert door “Predik het Woord’, roept dat herinneringen op aan avonden discussiëren op de mannenvereniging, onder het genot van een goede sigaar. Voor de goede verstaander is het nog steeds een leesbaar en boeiend boek, ook kun je het op marktplaats voor €4,- kopen.

predik het woordDe biografie over professor Veenhof is ook een kerkgeschiedenisboek. Dat maakt het dus dubbel boeiend. Het geeft een mooie indruk van het drukke leven van een jonge predikant voor de Tweede Wereldoorlog, midden in het kerkelijk leven. Bevriend met K. Schilder weert Veenhof zich geducht in de steeds heftiger wordende kerkstrijd, die ook in de oorlog gewoon doorgaat. Verzaken is er op dat gebied niet bij. Mooi tekent de schrijver Veenhof, deze wil eigenlijk niets liever dan een wapenstilstand in de kerk, probeert daarom Schilder ook af te remmen. Wachten tot de verschrikkelijke bezetting door de Duitsers achter de rug is. Veenhof zal zich dan ook pas na de oorlog bij de artikel 31-ers voegen. Van Langevelde laat vervolgens goed uitkomen dat na WOII het klimaat in de vrijgemaakte kerk steeds absoluter wordt. Er is alleen maar goed of fout, één ware kerk en alle andere kerken zijn daarmee vals. Op de HAVO leerde ik het zo van de schoonzoon van K. Schilder. Zelfs de Christelijk Gereformeerden waren valse kerk volgens zijn zeggen. Uiteindelijk liep dit hele absolute denken uit op een nieuwe scheuring in de tweede helft van de jaren zestig.

Tijdens het lezen besefte ik dat mijn ouders en vele ouders van generatiegenoten in die sfeer van goed en kwaad, waar en vals zijn opgegroeid. Natuurlijk waren er heel veel broeders en zusters in de kerk die wel wat ‘rekkelijker’ waren, maar de heersende stroming was duidelijk. Mijn ouders lazen naast het Gereformeerd Gezinsblad ook de Reformatie, beter was er niet. Het leert dus ook veel over hoe we in onze opvoeding zijn beïnvloed en daar uiteindelijk ook weer op reageren. Daarmee heeft van Langevelde een prachtige spiegel gemaakt. Een spiegel die je het verleden op een rustige manier voorhoudt. Fouten over en weer, er wordt niet over gezwegen. Menselijke zwakheden zijn er in het verhaal te over. Maar het laat ook heel eerlijk de drijfveren zien van onze ouders en grootouders. En steeds weer met een beroep op Gods Woord en daarmee op Zijn Waarheid. Het kan haast niet anders dan dat je dit levensverhaal leert relativeren. Waarom je zo druk maken over al die verschillen en strijdpunten, die wanneer je jaren later terugkijkt, gewoon het ruziemaken niet waard zijn. Bergen blijken opeens kiezelstenen te zijn.

ds. Joh. Francke
ds. Joh. Francke 1908-1990 foto uit ‘Er staat geschreven… Er is geschied’ met als onderschrift: ‘Mag wat kan?’

Een forse aanbeveling dus om te gaan lezen. Lees het verhaal over Veenhof en daarmee het verhaal van een vorige generatie, maar wel een generatie waar wij uit geboren zijn. Misschien kunnen we er wat van leren. Helaas zijn er nog steeds duizenden gereformeerden die zich als maar vastbijten in stelligheden en mijns inziens vergeten dat onze Heiland Jezus omkeek naar hoeren en tollenaars en de Farizeeën veroordeelde vanwege hun wetticisme. En pas op, voor je weet zit je in je eigen denkraam en denk je het beter te weten dan die ‘strenge’ broeders en zusters. De dominee van mijn jeugd was een diehard zei men weleens. Tegelijkertijd was hij een diepgelovig man die naar eer en geweten streed voor Gods eer. Dat laatste vergeten we dan vaak snel. Ondanks al het absolute waren het gelovige mensen die geestelijk met elkaar op de vuist gingen. Achteraf had dat anders gekund en gemoeten. Een mooie opdracht om het absolute achter ons te laten en eenheid te zoeken met zo veel broeders en zusters die ook willen leven van genade.

eenvoudig christelijk (2)

een kleine wereldVan mijn oudste dochter kreeg ik ‘Een kleine wereld’ van Marga Kool te lezen. Ooit kocht ik van Marga Kool een bundel gedichten in het Drents, met daarin prachtige zinnen als:

“God, geef de zunne
An de luu
Die leeft in vreeze
Veur menaar
Veur oen aangezicht”
(de laatste strofe van: God zien folklore)

In Kools roman ‘Een kleine wereld’ brengt ze min of meer autobiografisch haar jeugd tot leven. Wanneer jezelf bent opgegroeid op het Drentse platteland is het een mooie kroniek, die ook je eigen verleden tot leven brengt. Raak typeert Kool de mensen, hun gewoontes en de eenvoudigheid, maar ook de schoonheid van het boerenbestaan en het dorpsleven van 50, 60 jaar geleden. De eendracht en burenhulp doet weldadig aan, maar tegelijkertijd is er ook de benepenheid en roddel. Openheid van mensen, het omgaan met elkaar in een veranderende cultuur, Margo Kool heeft het mooi neergezet. Hier en daar wordt het soms wel te gladjes en te gezocht. Het boek is een roman, maar wel heel dicht denk ik bij het leven van de schrijfster zelf. Wat mij betreft had ze er ook met haar prachtige schrijfstijl een non-fictie verhaal van kunnen maken. De dichtegels van hierboven zeggen ook wel iets over de mensen in het boek. Tegelijkertijd zijn deze regels nog steeds actueel; ze passen ook op de angst voor alles wat vreemd is en van buiten onze kleine wereld binnenkomt. Gelukkig schrijft Marga Kool met eerbied en ook respect over het geloof van de vader en de moeder in dit verhaal. Deze mensen zijn echt; eenvoudig christelijk.

dagboek van een beulDat laatste kwam ik ook tegen in het boeiende verhaal over meester Frantz Schmidt. Meester Frantz was jarenlang beul in de Duitse stad Neurenberg aan het begin van de 17e eeuw. Zijn graf is te vinden op dezelfde begraafplaats als waar de beroemde componist Johann Pachelbel begraven ligt. Omdat meester Frantz een zeer nauwkeurig dagboek/verslag bij hield over zijn werk is er over deze beul veel meer bekend dan over zijn beroepsgenoten. Waarschijnlijk was het beroep beul min of meer aan het uitsterven, dat maakt het verhaal over hem extra boeiend. Een paar jaar geleden las ik een boeiende recensie in het ND over het boek van Joel Harrington. Nu zag ik voor nog geen 10 euro in de ramsj. Een koopje dus! Het is een heel boeiend verhaal, waarin je de beul echt leert kenen. Bijzonder is dat Frantz en zijn familie Luthers zijn en door alles te merken dat hij een vroom soort rechtvaardigheid bezit. Ook al was hij kind van zijn tijd, het was beslist geen wrede gewetenloze middeleeuwer. Frantz was kerkganger, kende Jezus en hield daar rekening mee in zijn werk. Wel bijzonder dat het verhaal over Frantz uit Neurenberg komt. Neurenberg was

het graf van meester Frantz op het Rochusfriedhof in Neurenberg
het graf van meester Frantz
op het Rochusfriedhof in Neurenberg

in de vorige eeuw het toneel van de nationaalsocialistische ‘partijdagen’ van de nazipartij, maar na WOII ook van de processen tegen de Nazikopstukken. De toen 10 veroordeelden werden door ophanging ter dood gebracht. Opnieuw moest een beul zijn werk doen. De vonnissen werden voltrokken door sergeant John C. Woods (deze beul voltrok 347 vonnissen in 15 jaar). Meester Frantz kwam tot 394 doodvonnissen in 50 jaar en heeft daarnaast nog vele lijfstraffen uitgevoerd. Woods elektrocuteerde zichzelf tijdens een reparatie van een hoogspanningskabel. Meester Frantz stierf 80 jaar oud als een eerzaam burger, die beul was geweest, maar ook genezer.  Wanneer je zijn ‘levensverhaal’ leest houdt dat ons ook een spiegel voor. Het zet je aan het denken over het nut van lange gevangenisstraffen, de (on)rechtvaardigheid van de doodstraf en dat in relatie tot het christelijk geloof. Daarnaast worden er in onze tijd nog steeds mensen onthoofd. Een leerzaam boek voor een kleine prijs, dat ook aanzette tot verder snuffelen op internet.

Hoe vertellen we het onze kinderen?

Reinier Sonneveld vergeleek het met het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes. Eerst doe je dat bij jonge kinderen ook heel simpel en naarmate ze groter worden zul je meer en meer moeten vertellen. En dat laatste is beslist niet gemakkelijk voegde hij er aan toe, maar je kunt het niet achterwege laten. Zo is het ook met het vertellen aan je kinderen (dus ook leerlingen op een basisschool) over de schepping van hemel aarde door onze goede God.

9789085432852-het-geheime-logboek-van-topnerd-tychoIn Amersfoort werd in de aula van de Evangelische Hogeschool uitgebreid stilgestaan bij het verschijnen van het nieuwste boek van kinderschrijfster Corien Oranje. Samen met Cees Dekker (nanobioloog en hoogleraar aan de TU in Delft) heeft Corien Oranje een meeslepend jeugdboek geschreven over topnerd Tycho. Tycho wil meer weten over de oorsprong van het leven en alles wat daar mee te maken heeft. Dus gaat het over dyno’s en planeten en nog veel meer. En natuurlijk komt op de eerste pagina’s al een soort oerknal voorbij. Bij de speurtocht die Tycho onderneemt gebeurt van alles, maar ontdekt hij dat het verhaal van de eeuwige God en hemelse Vader te combineren valt met een oerknal en de wetenschap die zegt dat de bewijzen van evolutie niet te ontkennen zijn.
Bij dat laatste gedeelte komt dan Cees Dekker om de hoek, hij heeft met de kinderboekenschrijfster meegedacht en meegeschreven. Hij zat ook in het forum om mee te discussiëren over ‘hoe we het onze kinderen moeten vertellen’. Te vaak heeft deze christen-wetenschapper meegemaakt dat studenten afhaakten omdat het geloof uit hun jeugd niet opgewassen bleek tegen alle wetenschappelijke feiten. Volgens Dekker is dat niet nodig. En daarom een boek wat jonge kinderen al meeneemt op de grote ontdekkingsreis van de wetenschap. De generatie die nu opgroeit en een ontzaglijke hoeveelheid informatie op internet kan vinden, heeft antwoorden nodig.
In de verschillende bijdragen kwamen mooie inzichten naar voren.
• God heeft in het Woord geen wetenschappelijke verhandeling aan ons overgeleverd in Genesis 1 t/m 11. Maar in het Woord wordt buitengewoon duidelijk dat God de oorsprong is, schepper van hemel en aarde. Je moet God vertrouwen en je kunt hem niet in alles narekenen. En we kunnen nog wel eens versteld staan, als we later in de hemel zijn. Verketter elkaar dus niet met je ideeën overschepping, evolutie of creationisme; christenen zijn elkaar immers gegeven om elkaar te verheffen!
• Theologe Janneke Burger gaf 5 regels voor omgaan met kinderen die verder denken en vragen stellen bij bijbelse feiten. Ik geef ze door want ze zijn in school ook zeker hanteerbaar;
o In boeken over dino’s staat heel veel, maar ook heel veel niet. Over God kom je meestal niets tegen, dus dat moet je je kinderen wel vertellen!
o God draagt de wereld en dat is echt het belangrijkste,
o We weten ook heel veel niet!
o Lees de Bijbel letterlijk waarbij je steeds goed kijkt naar de bedoeling van de teksten die je leest.
o Laat je kinderen onbekommerd leren en onderzoeken in en over Gods schepping en onder de indruk komen van wie Hij is!
Vooral die vijf punten, waarbij misschien nog best meer kanttekeningen kunt plaatsen hebben we ook in ons onderwijs nodig. Leef niet met dichtgeknepen handen, maar met open handen, voegde de theologe er nog aan toe.

eenvoudig christelijk (1)

houtworm kerkbank
houtworm in de kerkbanken van Cereste

Een paar weken vakantie in Frankrijk geeft weer een heel andere kijk op het leven. Lekker lezen, genieten van een openluchtconcert en prachtige uitzichten over landschappen met groene akkers en paarse lavendelvelden met tussendoor gele akkers met kamille. En elke ochtend een croissantje bij je ontbijt, heerlijk! We zijn dus heerlijk tot rust gekomen. Vooraf had ik nog  even gegoogeld of er ergens een gereformeerde kerk in de buurt zou zijn. Het is altijd weer mooi om broers en zussen in het geloof de hand te kunnen schudden, ook al kun je het Frans niet echt goed volgen. Helaas zijn de websites van die kerken er helemaal niet of niet toereikend. Uiteindelijk zou er in Apt wel een gereformeerde kerk moeten zijn. Gelukkig stond bij ons aan het dorps/stadplein van Reillanne zo’n mooie lelijke dorpskerk die al heel oud is.

Zhongnai: 'Provence'
Zhongnai: ‘Provence’

De eerste zondag was daar gelukkig een dienst om half elf. Elke keer sta je dan verbaasd over hoe veel mensen er dan weer binnenwandelen en aandachtig luisteren en ook meezingen. Meneer pastoor, ver in de zeventig denk ik, hield een bezielende preek over de uitzending van de discipelen van Jezus. Je raakt er toch steeds weer van onder de indruk. Ons idee is vaak dat Frankrijk toch echt geen christelijk land meer is, maar zo’n gemeenschap in de Provence laat het tegenovergestelde zien. Toen we een week later in Cereste naar de kerk gingen was dezelfde meneer pastoor weer van de partij. Ook nu weer een bevlogen preek en ernstig luisterende toehoorders. En wat wij nuchtere Hollanders al lang niet meer doen, zie je daar echt gebeuren; vaders en moeders op de knieën met hun kinderen. Ik raak dan onder de

de RK kerk in Nolay - Bourgogne
de RK kerk in Nolay – Bourgogne

indruk van mensen die het eenvoudige christelijke leven blijkbaar handen en voeten weten te geven. Helaas zaten in Cereste een aantal kerkbanken onder de houtworm. De koster zal er niet aan toe gekomen zijn om nog een wekelijkse schoonmaak te houden en vanuit het bisdom zal wel geen geld zijn om het vermolmingsproces te stoppen. Wanneer het maar niet spreekwoordelijk wordt voor de Franse kerken. De laatste zondag waren we in Nolay aan de rand van de Bourgognestreek. Ook hier weer een groot aantal kerkgangers die de uit Afrika afkomstige meneer pastoor een vurige preek hoorden afsteken. En na afloop alle bezoekers een hand met een “bonne dimanche”. En, dat is ook Frankrijk, meneer de kapelaan die even later in korte broek richting de bakker gaat.

dag heur… 2

“En daar is dan het boek dat ik zelf had willen schrijven. Nu ja, een boek met een thema waarover ik zelf had willen kunnen schrijven. “ Zo begint de bespreking van ‘Donderdagmiddagdochter’ van Elizabeth Kooman in LITER (christelijk literair tijdschrift) december 2013. De recensie van Kooman laat zien waar het boekje van 155 pagina’s zo sterk in is en ook dat het literair zich kan meten met de vele andere literatuur die niets met het christelijke te maken wil hebben. De stijl waarin Stevo Akkerman schrijft is boeiend, zakelijk, registrerend, maar komt ook heel erg dichtbij. In een interview in het ND geeft de schrijver duidelijk toe, dat het boek over een zoektocht naar zichzelf gaat. Wie ben ik, waar kom ik vandaan en wat heeft gemaakt dat ik ben, wie ik ben. Opgegroeid in de gereformeerd kerk, schrijft Stevo Akkerman uitgebreid over zijn jeugd en opvoeding.

foto Rufus de Vries in het ND van 4.10.2013
Stevo Akkerman in het ND van 4.10.2013 (foto Rufus de Vries)

Het opgroeien binnen die kerk lijkt bepalend voor de rest van zijn leven. Wanneer dochtertje Evy Elise na de geboorte overlijdt omdat ze geen nieren heeft, zet dat zijn leven en ook dat van zijn vrouw op z’n kop. Mede daarom gaat hij op zoek naar zijn geschiedenis en wat voor invloed dat heeft op zijn omgaan met verlies. Akkerman beschrijft dat vervolgens op een bijzonder eerlijke en vaak ook ontroerende manier, waarin hij zeker zichzelf niet spaart.
Wat Stevo Akkerman schrijft over zijn opvoeding en kerkelijke cultuur waarin hij opgroeit, is naar mijn idee zeer herkenbaar voor verschillende generaties gereformeerd-vrijgemaakten. In meerdere of mindere mate kunnen zij het zo aanvullen met verhalen uit de jaren zestig en zeventig en tachtig. Ik herken veel uit mijn eigen verleden en toen ik mijn schoonfamilie leerde kennen, leerde ik het zelfs het kwadraat van gereformeerd zijn kennen. Ik herken het ook uit de verhalen die we uitwisselden op het lyceum in Groningen, daaruit donderdagmiddagdochterkwam hetzelfde beeld naar voren. Voor velen uit mijn generatie is het dus een herkenbaar verhaal en datzelfde geldt denk ik ook voor veel veertigers en misschien ook nog wel dertigers. Door het lezen en herlezen wordt je geconfronteerd met je verleden en ook hoe je dat vandaag vorm geeft. Wat was dat bij mijn ouders? Waarom deden ze, zoals ze deden? Ik weet zeker dat er veel geloof was, binnengehouden geloof weliswaar, maar veel geloof. Vaak leek het hart niet aan bod te komen. Alles was gegoten in duidelijke afspraken en regels, keurig verstandelijk beredeneerd. Dat maakte het kerkelijk leven overzichtelijk en ook gemakkelijk. Wanneer er van de regels werd afgeweken, werd dat daardoor ook gelijk onderwerp van discussie en soms nog weer stelliger stellingnames. En wat Gezinsblad en Reformatie vervolgens zeiden, was dan de ultieme waarheid. Bij jonge mensen heeft dat veel angst gegeven. De alomtegenwoordige God, die alles ziet, weet je altijd te vinden. Doe ik het goed? Kan ik het verantwoorden? Kerkelijke regels werden gelijkgesteld met Gods regels.
Door wat voor oorzaken ook, de cultuur in de kerk is inmiddels totaal verandert. Voor veel kerkmensen maakt het dat ingewikkeld. Begrijpelijk, maar het moet ook aan het denken zetten. Niet alleen maar terugdenken aan de jaren in de tweede helft van de vorige eeuw als groots en geweldig. De muren om onze denominatie waren, denk ik, veel te hoog en de ramen veel te vaak potdicht. Daarmee wil ik niets afdoen aan wat kerken hebben laten zien van wat Christus kan beteken in het leven van mensen. ‘Donderdagmiddagdochter’ laat ons in ieder geval in de spiegel kijken. Hoe je het ook wend of keert, je kunt dan niet wegkijken.
Heel veel mensen die opgegroeid zijn in de GKV hebben die kerk inmiddels verlaten. Soms omdat ze het geloof totaal zijn ‘kwijtgeraakt’. Maar ook zijn velen vertrokken naar kerken en gemeenschappen, waar naar hun gevoel geloven met hoofd en hart veel meer in evenwicht is dan binnen de GKV. Heel veel broeders en zusters prikten door de buitenkant heen en zeiden letterlijk gedag. En de kerk zei soms ook maar gewoon ‘dag hoor….’ terug. Verlegen en zich vaak niet bewust van wat de gevolgen zijn van een alleen maar uiterlijk christelijk geloof.
In de bundel VRIJGEMAAKT (zie ‘dag heur 1….’) is dat naar mijn idee ook een terugkerend thema. Als kerken zijn we zo verschrikkelijk veranderd, dat we al vergeten zijn waar het fout ging. Juist van die fouten zouden we moeten willen leren. Niet de ogen sluiten en alleen maar restaureren. In gesprek gaan, er over schrijven, fouten durven toegeven en nog meer in woorden en daden echt discipel van Jezus Christus willen zijn. En wanneer dat betekent dat iemand alleen maar stil op de achterste rij in de kerk wil zitten, mooi!
Ik hoop dat de schrijver Stevo Akkerman opnieuw de rust vind om een boek te schrijven. Wat mij betreft mag dat best over de Vrijmaking gaan.

voorbergPS    In het ND werd melding gemaakt van een discussieavond (29.01) tussen vader en zoon Voorberg. Via een live stream kon je volgen wat er in het gebouw van de GKV van Rouveen plaatsvond. Aangezien Rikko Voorberg mede door onze OPK in Amsterdam-Oost betaald wordt is het interessant om zo iets te volgen. Helaas heb ik de echte discussie niet meer gevolgd, want het was slaapverwekkend om alsmaar naar een een grote groep koffiedrinkende broeders en zusters te zitten kijken. Wel grappig dat je dan opeens de maker van ‘Hemelbestormers’ door het beeld ziet schuiven. In het beeld dat vader en zoon oproepen zit heel veel wat herkenbaar is. Een begin zestiger en een dertiger geven aan waar het volgens hen om wringt in de kerk. In het ND-verslag stond gelukkig ook een verslag van de discussie. Daar kwamen de relevante vragen naar voren. Waar blijven onze jongeren? Lopen de kerken niet leeg? Hoe leef je als christen zo dat anderen er door aan getrokken worden? Rikko deed een prachtig voorstel: meld de GKV van Rouveen bij het gemeentebestuur aan als vrijwilliger! Ik besef ook wel dat eenvoudige en gemakkelijke antwoorden op de gestelde vragen niet bestaan. Maar zowel popup-kerk als gezinnetjeskerk zullen iedere keer weer moeten bedenken en in praktijk brengen, wat het is om dagelijks wedergeboren te worden en Jezus te volgen. Daarnaast hoop ik dat deze interne vrijgemaakte discussies er voor zullen zorgen dat we samen met heel veel andere kerken (denominaties) gaan uitstralen wie de Zoon van God is in het leven van christenen.

Rite de passage, Lassche en Otten

Poster_Killers_Slope_2Het IDFA is weer voorbij. De prijzen zijn verdeeld en wat blijft is een serie prachtige documentaires. En gelukkig is er NPO-doc, zodat er regelmatig van al dat geweldigs te genieten valt. Nu is de ene documentaire de andere niet. Mijn zoon en ik waren in ieder geval zeer onder de indruk van de nieuwe Geertjan Lassche. Het was niet de eerste keer dat een film van hem was te zien op het IDFA. Ik hoop dat er nog vele zullen volgen.
‘Hemelbestormers’ is het verhaal over stoere mannen die een top van de Himalaya willen bedwingen. Een wel heel bijzondere tak van sport en ook nog een hele dure. Lassche heeft het allemaal vastgelegd en daarbij trefzeker vastgelegd wat de drijfveren van deze mensen zijn. De documentairemaker is ook nu weer op zoek naar de psychologie van de mens. Wat zijn drijfveren, hoe toont zich leiderschap en wat er gebeurt onder extreme omstandigheden? Het vastleggen van emoties, het wordt niet geschuwd. Een prachtig document, met ook geweldige beelden van het hooggebergte. Het vertonen van zo’n documentaire in de bioscoopzaal geeft ook nog eens een extra dimensie.
Willem Jan Otten zou in de film van Lassche zeker ‘rite de passages’ hebben ontdekt. Met in het achterhoofd een aantal films die Otten een paar jaar geleden in de Balie begeleidde, waarvan ik meerdere heb gezien. Ik heb trouwens geen idee of Otten wel naar documentaires kijkt. In zijn nieuwe bundel ‘Droomportaal’ gaan zijn essays, wanneer ze over film gaan, steeds over droomportaalfictie. In de zijn kenmerkende stijl vertelt Otten wat films met hem doen. Wat ze in hem oproepen aan gedachten en waar ze raken aan literatuur en motieven in veel literatuur. Een mooie verzameling essays, die trouwens niet alleen over film gaan. Zijn jeugd en zijn moeder koen ook regelmatig aan de orde. Een hoogtepunt vind ik persoonlijk het laatste essay. Dat essay sprak Otten uit bij het ontvangen van de P.C.Hooftprijs. Hierin schuwt Otten niet, de randen van ons menselijk denken op te zoeken en tegelijkertijd aan te geven dat het geloof in een God, die aan het begin van alles staat, onontkoombaar is. Een prachtige bundel, die doet uitzien naar de roman waar Otten mee bezig is.

De film van Geertjan Lassche wordt dit seizoen nog uitgezonden door de EO, de werkgever van Lassche. De bundel van Otten is natuurlijk te koop bij de betere boekhandel.

leviathan en lijden

leviathanDeze weken draait er een geweldige film in de bioscopen. Leviathan van een Russische filmmaker met een onuitspreekbare naam toont het Russische leven in al zijn naaktheid. Onrecht, drankmisbruik, overspel en een corrupte overheid en kerk; het komt allemaal voorbij. Bijzonder is dat bij het begin al wordt getoond dat de film mede gesponsord is door door Russische culturele instanties. We zien zelfs Poetin op portret voorbijkomen, terwijl het in eerste echt een aanklacht is tegen de staat Rusland. Maar vervolgens graaft de film dieper en stelt de kijker de vraag, hoe hij zelf omgaat met lijden. De film heet niet voor niets Leviathan. Elke bijbelkennner herkent gelijk het beest uit het bijbelboek Job. In de BV vinden we hem in hoofdstuk 3.8 en 40.20. In de laatste tekst echter weg vertaald als krokodil. In de BGT is de leviatan helaas niet meer terug te vinden. De BGT heeft in tovenaar in 3.8 opgevoerd, nou was dat maar zo. Dan was het in de film wel anders afgelopen. Een boeiende film, die christen en niet-christen aan het denken zet over het centrale thema van het boek Job: lijden.

tim keller aan gods hand door pijn en lijdenOndertussen ligt in de christelijke boekhandel, tegelijk met het verschijnen van Leviathan in de bioscoop, een nieuw boek van de New Yorkse predikant Tim Keller. Uitgeverij Wever in Franeker heeft een nieuwe kaskraker in huis denk ik. Een boek dat net als Leviathan over lijden gaat. Keller beweert dat lijden niemand overslaat. Hoe gelukkig je ook voelt op dit moment, hoe mooi en goed je alles op de rit hebt, op een dag zul je er mee te maken krijgen. Keller hanteert een brede benadering en zet lijden in een breed bijbels perspectief. Een troostvol boek. Opnieuw een aanrader vanuit Franeker/New York.

Dag heur… in memoriam ds. C.J. Breen 1924-2014

ds. C.J. Breen bij zijn 60 ambtsjubileum in 2013
ds. C.J. Breen bij zijn 60 ambtsjubileum in 2013

Het jaar 1969, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt stonden in brand. De voormalige synagoge in Hoogeveen waar we zondags kerkten was doordeweeks  maandenlang het strijdtoneel van de geachte afgevaardigden. De strijd over afvaardiging A en B uit Noord-Holland laaide hoog op. Ds. C.J. Breen uit Katwijk zal zich over deze kwestie zeker niet onbetuigd hebben gelaten. Maar als beginnende puber hield ik me daar niet mee bezig. Wel heb ik met verbazing zo nu en dan gekeken naar die vreemde dominee uit West-Nederland die bij ons logeerde. Onze moeder maakte speciaal ontbijt voor hem en ongetwijfeld gebruikte hij dan zijn witte zakdoek als servet. Voor ons Hollandsevelders die thuis altijd Drents met elkaar spraken was de logerende dominee met zijn deftige spraak een bijzondere verschijning.
Bijna tien jaar later begon ik als schoolmeester op de dr. M.B. van ’t Veerschool in Amsterdam . Nooit zal ik mijn eerste verjaardag als leerkracht vergeten. Even na de kleine pauze kwam de afgevaardigde van het bestuur op bezoek in de klas en de leerlingen van klas 4 luisterden ademloos mee naar de feestelijke toespraak van ds. Breen. Namens het bestuur bood hij een doos sigaren aan en eindigde met een krachtige uithaal op mijn initialen; Roemrucht, Jeugdig en Welvarend, het klonk bijna profetisch. Met een deftig: ‘dag heur’ en een kenmerkend majesteitelijke gebaar trok hij de deur achter zich dicht. Achter in de klas imiteerde een leerling zachtjes het ‘dag heur’. Later werd het bij sommige leerlingen een staande uitdrukking.
Ds. Breen was in 1970, na alle kerkelijke verwikkelingen en scheuringen door de ‘binnenverbanders’ naar zijn geboortestad Amsterdam gehaald. Je zou dat haast letterlijk kunnen nemen, want ds. Breen reed geen auto. Het verhaal ging dat zijn medestudenten, toen hij in Kampen theologie studeerde, hem min of meer hebben leren fietsen. Een rijbewijs heeft er blijkbaar nooit ingezeten. Al snel zat de predikant in het bestuur van de Amsterdamse gereformeerde lagere school. Trouw bezocht hij de bestuursvergaderingen en liet zijn invloed gelden. Toen al zijn termijnen in het bestuur voorbij waren, werd hij gevraagd adviserend bestuurslid te worden. Op die manier was hij toch betrokken. Toen hij ergens halverwege de jaren tachtig op een maandagavond vanuit Slotermeer huiswaarts keerde met de tram, sukkelde hij langzaam in slaap. Het was waarschijnlijk weer erg laat geworden. Achter het paleis op de Dam schrok hij wakker en stapte snel uit om over te stappen. Enkele onverlaten hebben hem toen beroofd, waarbij hij, inmiddels weer alert, niet alles wat hij bij zich had, afgaf. Toch heeft dit voorval hem later behoorlijk parten gespeeld. Waarschijnlijk meer dan hij zelf liet blijken.

Inmiddels woonden we sinds 1980 als gezin Amsterdam. Zo kregen we in de Oosterparkkerk te maken met deze markante voorganger. Altijd uit het hoofd prekend, met alleen wat krabbels op een giro-envelop. Een dominee ook met meerdere gezichten leek het wel. Vaak geen tegenspraak duldend van de kerkganger en zijn stellige meningen als zijnde Gods Woord van de kansel verkondigend. In een preek beweerde hij letterlijk dat wanneer je je kind niet zo snel als mogelijk was liet dopen (de vroegdoop), de doop dan minder waard was. In mijn jeugdige overmoed probeerde ik daarover in zijn studeerkamer met hem de discussie aan te gaan, helaas tevergeefs. Zoals hij het gezegd had, had ik het niet moeten opvatten.
Zo ‘omstreden’ als ds. Breen in die tijd bij sommige gemeenteleden was, zo geliefd was hij bij veel broeders en zusters buiten de gemeente. Wanneer kerkleden van de GKv ergens uit Nederland in een Amsterdams ziekenhuis terechtkwamen, was ds. Breen een trouwe bezoeker. En ook bij genabuurde kleine gemeentes zonder predikant, was de Amsterdamse dominee een geziene gast. Dat zorgde er trouwens ook voor dat de ochtenddiensten, die lange tijd om kwart over negen begonnen, niet eindeloos gerekt werden. Immers om half elf stond er meestal een broeder uit Krommenie, Halfweg of Hoofddorp voor de kerk in zijn auto te wachten.
Ds. Breen had een scherp oog voor kerkelijke zaken, maar ook een liefdevol en groot hart voor zijn Heiland, Jezus Christus. Soms een scherpslijper, maar dan opeens weer ruimdenkend. Bij een discussie in de kerkenraad over het wel of niet mogen fotograferen tijdens een ‘huwelijksdienst’ gaf zijn argumentatie de doorslag. ‘Stel je voor’, zei ds. Breen, ‘dat later het betreffende echtpaar in een huwelijkscrisis komt en één van de echtelieden bladert nog eens door de bruidsreportage, dan komt hij of zij ook de foto tegen van de kerkelijke plechtigheid en komt hopelijk in gedachten dat ze ooit voor Gods aangezicht elkaar trouw hebben beloofd.’ En daarmee was het natuurlijk einde discussie. Toen een oudere broeder met Telderiaanse ideeën overleed, zei ds. Breen in het gebed: ‘En nu zal hij weten dat hij ongelijk heeft gehad!’. Soms dus heel breed denkend en even later ook weer hard oordelend en antithetisch. Achteraf heb ik me wel eens afgevraagd hoe vaak moet ds. Breen zich onbegrepen hebben gevoeld?

de Oosterparkkerk vastgelegd door Daan van Driel
de Oosterparkkerk vastgelegd door Daan van Driel

In het vorig jaar verschenen boek ‘De tekenaar’, waarin dagboekaantekeningen van Daan van Driel zijn gebundeld, komen we ds. Breen regelmatig tegen. Dat begint al in 1949 wanneer reclametekenaar en kunstenaar van Driel bij mevrouw B en haar zoon op huisbezoek gaat. Die zoon is kandidaat dominee en een van de leidende figuren van de nieuwe, vrijgemaakt gereformeerde kiesvereniging: “Ik zal mijn stembiljet blanco laten, aangezien niemand van de AR-kandidaten (Antirevolutionaire Partij; later opgegaan in het CDA) in onze stad de vrijgemaakte kerk erkent. Deze leiders kunnen we ook in de politiek niet meer vertrouwen.” ‘Ik heb mijn twijfels’, is dan het droge commentaar van broeder van Driel. (pg 97) In 1974 geeft br. Van Driel een prachtige schets over de preektrant van ds. Breen: ‘We hebben nu een versterker op de kansel die het geluid van de menselijke stem tot in alle hoeken en met alle nuances in ons kerkgebouw kan overbrengen. De stem van de kansel had een volume dat Het Woord overstemde. Die stem dreigde de nieuwe versterker stuk te spreken. Soms had ik de neiging om de vloedgolf van woorden af te dammen door mijn oren dicht te stoppen. “Moet dit nu zo hevig dominee?” Van begin tot eind uit hij op bijna overslaande sterkte zijn volzinnen en dat over een tere zaak als het gebed.’ (einde citaat) In 1979 preekt de dominee zo stevig over de kerk dat van Driel er beroerd van wordt. Hij wil graag in gesprek met de voorganger, want de toon is fortissimo hoog en met kracht worden de volzinnen uitgesproken en er is geen speld tussen te krijgen. Geen ruimte om even stil te staan. ‘Na het ‘amen’ ben je geestelijk murw geslagen. Van Driel wil graag uiting geven aan zijn gevoel, maar ‘de prediker heeft al een dampende, verse sigaar aangestoken en oogt te massief om eraan te gaan peuteren met mijn onbestemde bezwaren.’ In 1985 schrijft van Driel over het fulmineren van de dominee tegen de machtspositie van de paus van Rome. ‘Het werd met veel vuur en verve gebracht. Dat stelde me voor vragen, lastige vragen. Vragen die helaas in de hele preek niet in aanmerking kwamen voor antwoord of zelfs maar gesteld werden. Ook maar de kleinste speld was er niet tussen te krijgen, laat staan de twijfelvraag of dit nu allemaal wel zo was.’
Boeiend in deze fragmenten vind ik dat een oudere broeder, in 1985 is van Driel 76 jaar, zich niet meer neerlegt bij de aloude stelligheden die ds. Breen verkondigt. Hij verwoorde daarmee het gevoel van meer hoorders. Terugkijkend heeft die stelligheid in de prediking, broeders en zusters verwijderd van de kerk. Algemeen bekend was dat het op kerkenraadsvergaderingen flink te keer kon gaan. Daarmee leg ik niet één op één de directe schuld bij de predikant. Het heeft ook alles te maken met de toenmalige sfeer in de vrijgemaakte kerken; gesloten, stevige standpunten en de ramen dicht. Gelukkig kan dezelfde broeder van Driel ook de andere kant zien. Want in 1986 is hij uitgesproken lovend over de oudejaarspreek van dominee Breen. Deze behandelde de laatste zondag van de Heidelbergse Catechismus, die over de laatste bede in het Onze Vader gaat. ‘En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.’ Die preek was volgens van Driel: rijk, verrassend en vertroostend.
In één van mijn oude agenda’s kan ik terugvinden dat ds. Breen op vrijdag 8 december 1989 feestelijk afscheid nam van onze gemeente, de Oosterparkkerk. Regelmatig keerde hij vanuit Drachten nog terug naar de hoofdstad des lands. Om te preken, maar ook om de novieten van Petrus Plancius aan het begin van hun studie in te wijden in het ‘wereldse Sodom en Gomorra’. Voor Plancianen een onvergetelijke gebeurtenis. Zo kregen ze in de Oude Kerk, midden in de buurt van lichte zeden, een uitgebreide uiteenzetting over de Alteratie op 26 mei 1578. Ds. Breen had dan inmiddels al lang in de smiezen wie wie was van de nieuwe lichting studenten. Wie hij ‘gedeupt’ had, welke vaders en moeders hij ‘gedeupt’ had en wie er belijdenis des geloofs bij hem hadden afgelegd. In september 2013 heeft ds. Breen dit bij mijn weten voor het laatst gedaan. Bij de dies was hij natuurlijk vertegenwoordigd en logeerde dan bij een van de bestuursleden, die dan wel op de grond ging slapen.
Wanneer ds. Breen iets kon gedenken, dan gebeurde dat ook. Augustus 1993 vierde hij zijn 40-jarig huwelijks en ambtsjubileum. Natuurlijk moest dat in de Oosterparkkerk gevierd worden. Vanuit het oude-testament werd de gemeente weer meegevoerd naar nieuwtestamentische vergezichten. Het thema van de preek was: ‘Met betrekking tot de toekomst wijst de HEERE op zijn werk in het verleden!’ Via Ezechiël naar Jacobus 5. Breed werden termen als: ‘lijden tot zijn verheerlijking’, ‘lijden tot zijn volharding’ en ‘het vleesgeworden Woord’ uitgepakt. In de middagpreek kreeg professor dr. C. Graafland (orthodox-reformatorische theoloog) een flinke draai om de oren, omdat deze had gebeden en was voorgegaan op een bijeenkomst van het Gereformeerd Appèl. Gelukkig had ds. Breen in de ochtenddienst gebeden voor eenheid onder gereformeerde belijders.
Toch verandert in deze jaren ds. Breen. Wanneer de Reformanda-groep rond ds. Van Gurp zich losmaakt van de GKv verheft ds. Breen openlijk zijn stem. De kerk is hem te lief om weer af te scheiden. Dit is niet wat hij als trouw volgeling van K. Schilder geleerd heeft. Daarom verzet hij zich tegen het sektarisme en legt zijn schrijverschap in Reformanda neer. De keren dat hij nog preekte in de Oosterparkkerk was er ook geleidelijk meer mildheid te proeven in zijn preken. Een mooi voorbeeld daarvan ervoer ik zelf, toen we in 2006 de naam van de dr. M.B. van ’t Veerschool gingen veranderen. Toen het plan bekend werd, kregen we een schrijven dat herinnerde hij aan de grote inzet van dr. M.B. van ’t Veer voor de kerk. De jonge Breen had vaak onder zijn gehoor gezeten. Maar een jaar later kon hij ook begrip opbrengen voor veranderingen, ook binnen de door hem zo geliefde basisschool. Binnen een dag had hij al een van de kinderen van dr. Van ’t Veer getraceerd. Hij kwam spreken op de dag dat we het nieuwe naambord zouden onthullen. En bij het VEER van Veerkracht wees hij op het werk van dr. M.B. van ’t Veer en bij KRACHT op Gods Woord dat steeds weer centraal moet staan, daar haal je je kracht immers vandaan. En vervolgens bad hij samen met voorgangers uit verschillende kerkelijke gemeenten voor het personeel, de ouders en de leerlingen van de school.
In de zomer van 2012 kwam ds. Breen nog een keer preken in onze gemeente. Hij moest het podium worden opgeholpen, en bracht het evangelie uit Ezechiël 34 vers 31. Daarbij stond hij eerst stil bij het sterven van de dichter Rutger Kopland, want dat stelt ons voor de vraag hoe het zit met de relatie ‘mens – God’. Om vervolgens te benadrukken dat de eredienst beheerst moet worden door het verlangen de stem van de Goede Herder te horen. Die 22e juli was een prachtige zonnige dag en na een kort bezoekje aan zuster den Houdijker kwam hij bij ons eten. Heerlijk in de tuin en zoals altijd ds. Breen belangstellend naar de gezichten die hij had gemist, maar ook naar onze kinderen. Aangezien er in Amsterdam geen middagbijeenkomsten te bezoeken waren ging hij vanaf Duivendrecht met de trein naar Groningen en vanaf daar met de bus naar Drachten. Hij had het allemaal uitgezocht en gewoontegetrouw op een envelop genoteerd. Tegen zevenen ging opeens de telefoon, ‘Jaaaah, ik meld me even thuis, nog een goede avond gewenst!’
Donderdag 28 augustus toen hij ernstig ziek in het ziekenhuis lag, heb ik hem gebeld. Kortademig, maar nog volledig alert. Informerend naar werk en gezondheid, maar uitziend naar het hemels Licht. ‘Waar we nog zo weinig van weten, maar waar het ook goed zal zijn.’ In die vrede en met dat verlangen is hij gestorven. Een markante dominee, die mee het leven in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt heeft vormgegeven. Maar die ook vorig jaar bij zijn 60-jarig jubileum vroeg om giften voor STROOM, de zustergemeente van de OPK, voortgekomen uit het evangelisatiewerk in de jaren tachtig. Toen vond hij al dat gedoe in de Bijlmer maar vreemd, maar nu zag hij in wat het uiteindelijk had opgeleverd. Het was moeilijk te peilen hoe hij terugkeek op alle vrijgemaakte gedrevenheid en ijver van weleer. Hij was duidelijk; al zijn werk in Gods Koninkrijk was zeker niet zijn eigen verdienste en hij wees daarbij altijd op de Christus der Kerk!
Terugkijkend kun je zeggen dat uit een soort haat-liefde verhouding toch ook erkenning en herkenning kan groeien. Zo ging het meerderen die ds. Breen meemaakten spraken na zijn Amsterdamse periode. Wat ik boven beschreven heb, laat dat duidelijk zijn, zijn enkel mijn ervaringen en belevenissen met ds. Christiaan Jakobus Breen. Er vallen ongetwijfeld nog vele verhalen aan toe te voegen.

vrijgemaaktNa de begrafenis op de Nieuwe-Ooster reed ik naar de Keizersgrachtkerk. Een kerk waarbij ds. Breen onmiddellijk hele verhalen had kunnen opdissen over de Doleantie en Abraham Kuyper. In een zaal van deze kerk werd de bundel VRIJGEMAAKT gepresenteerd. Dertigers beschrijven daarin hun verhouding tot de GKv. Sommigen van hen noemen zich kerkverlaters en anderen staan pal voor een kerk waar het evangelie van Christus geleefd wordt! Tussen alle herinneringen doemde steeds weer het beeld van ds. Breen op. Voor hem was er niets nieuws onder de zon waarschijnlijk. Deze verhalen had hij al zo dikwijls moeten aanhoren. Misschien had hij opgeroepen tot een: onderzoek de Schriften en spaar daarbij je eigen ziel niet!

religiedebat

god bewijzenOp de laatste woensdag van januari werd in het Amsterdamse Felix Meritus een zogenaamd Nationaal Religiedebat gehouden. Vooraf was het in de pers flink opgeklopt en de ‘hoofdebaters’ zaten al eerder bij Knevel en van de Brink aan tafel. De nogal koude fietstocht was heerlijk, misschien dat daarom het debat toch tegenviel. Het werd toch een beetje vliegen afvangen. Stefan en Rik Peels die met hun boek ‘God bewijzen’ her en der de seculiere pers haalden ging in debat met gediplomeerd atheïst professor Herman Philipse en een Belgische professor Maarten Boudrie. De laatste was er alleen maar op uit om gelovigen, belachelijk te verklaren. Philipse ging nog een stapje verder; gelovigen zijn psychisch gestoord. Je hoopt op een begripvol debat, maar helaas, dat werd het niet. Tekenend was dat de debatleidster probeerde Professor Philipse tot de orde te roepen: “U negeert me!”

Ook Paas en Peels opereerden nogal onduidelijk. Het leek wel of bewoners van twee totaal verschillende planeten met elkaar in debat gingen. Atheïsten kunnen er echter niet om heen dat  veel wetenschappers en heel veel andere weldenkende mensen geloven in een levende God, een schepper van hemel en aarde en echt niet aan het twijfelen worden bij de bewering dat de bekering van Saulus in werkelijkheid een epileptische aanval was. Daarbij is het zinvol om het boek van Paas en Peels goed te bestuderen. Al was het maar voor het “spreken met de vijanden in de poort’.

boekenmolenBij mij staat het boek in een onlangs op de kop getikte boekenmolen. Bij veilinghuis ‘de Eland’ was de januariveiling weer een waar lustoord voor koopjesjagers en andere sjacheraars. Op zo’n prachtige ouderwetse boekenmolen kun je wel tachtig boeken kwijt. Kan ik weer even vooruit, want aan het verzamelen van mooie boeken komt nooit een eind.

discipelschap

Oosterparkkerk Amsterdam – tekening Daan van Driel

Jos Douma kreeg van gemeenteleden een boek over discipelschap. Het is geschreven door Mike Breen. Deze laatste is een Amerikaanse voorganger die veel over het onderwerp schreef en er op de laatste New Wine conferentie over kwam spreken. Terecht wijdt Douma een fiks aantal blogs aan het discipelschap.

In juni 2008 werd op de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle een symposium gehouden over de ‘spiritualiteit van de leraar’. (nav Bram de Muyncks dissertatie: Een goddelijk beroep). Professor John Van Dyk (Dordt Gollege, Iowa VS), hield toen een boeiend betoog over The Craft of Christian Teaching.  “Van Dyk answers the ultimate question, ‘How does one really teach Christianly?’ Reading this book is like taking a journey, a stimulating walk into one’s own classroom to practice Christian teaching for discipleship.”  Deze uitspraak over zijn boek staat op de site van Dordt College. Van Dyk zei in zijn lezing: Je bent als mensen samen op reis. Op die reis moet je toegerust zijn tot dienstbaarheid; discipelschap, dat wat Jezus zijn leerlingen leerde. Samen wandelen voor het aangezicht van de Heer, dien je elkaar met liefde. Teachting/onderwijzen is daarom leiden op weg naar discipelschap. Als teacher/onderwijzer ben je daarin een voorbeeld en oefen je discipline en tucht uit. Ook leer je je leerlingen toewijding en mag je ze bemoedigen. Je leerlingen mag je leren wat de bedoeling van God is met het geleerde. Leerlingen, maar ook christenen moeten daarom dienend samenwerken. Dat laatste moet ook gewoon geleerd worden, op school en ook in de kerk . Noem het maar discipelschapsvaardigheden! Discipelschapstrainig voor kerk en school een heilig moeten!

Hoezo hierbij een tekening van de Oosterparkkerk in Amsterdam? Dat komt omdat het de enige ‘echte’ van Driel is, die ik in mijn bezit heb. Broeder Daan van Driel (1909-1992) maakte deze tekening ooit voor het kerkboekje. En laat het nu broeder van Driel zijn die ons op de mannenvereniging (met de bijzondere naam: Onder Het Juk van Christus), steeds weer voorhield; is dit nu Jezus volgen, zijn we op deze manier zijn discipelen, zijn leerlingen? Deze nuchtere vragen waren voor mij eyeopeners en legden vaak precies de vinger op de zere plek. In de kerk, ook die op tekening, mogen discipelen van Jezus zich elke zondag laten trainen, onderwijzen. Op 7 september verschijnen grote gedeeltes uit de dagboeken van Van Driel. Dat zal leerzaam zijn voor zoekers en zieners, en zet ons aan het denken. Ik ken niet het boek van Mike Breen, maar misschien ga ik het lezen wanneer ik heb genoten van de dagboeken van Van Driel. Daarbij zal voor mij discipelschap een leidend thema zijn.

 

berichten naar buitenaards leven

Een bericht op de radio. In Amerika is een radiotelescoop gehuurd om berichten de ruimte in te zenden. Aliens horen immers te weten dat er mensen zijn op aarde. Oké, is er nog nooit een bericht van wie dan ook maar uit de ruimte ontvangen, maar desondanks investeren mensen miljoenen om contact te krijgen. In een klassengesprekje daarover vandaag in groep 4/5 wisten de leerlingen het wel beter. Buitenaards? Elke keer wanneer we bidden sturen we toch onze gebeden omhoog? Geen dure apparatuur voor nodig. Gewoon je handen vouwen, in de hemel (hoe buitenaards kun je het bedenken) wordt altijd geluisterd!

STUUR EEN BERICHT NAAR ALIENS   (uit de Telegraaf)

Via het signaal van het Lone Signal-baken, dat maandag via een radioschotel in Californië de ruimte ingaat, kunnen mensen tekstberichten en foto’s sturen naar potentiële buitenaardse wezens. Een groep wetenschappers en ondernemers bedacht Lone Signal, geïnspireerd door het SETI-project. Dat project is een gigantische radioschotel in Puerto Rico die mogelijke radiosignalen van ‘aliens’ kan opvangen. Die schotel kan echter geen berichten sturen. Daarom werd METI bedacht: Messaging to Extraterrestrial Intelligence. Dat meldt NOS.Er zijn wel enkele beperkingen: een bericht doet er 17 jaar over om het hemellichaam te bereiken. De radioschotel wordt gericht op ster Gliese 526, maar bij de ster zijn nog geen planeten ontdekt. Toch is het volgens onderzoekers van Lone Signal ‘een goede kandidaat voor buitenaards leven’.Mensen die een berichtje willen sturen, kunnen dat gratis doen via de website van het project. Voor volgende berichten en foto’s moet worden betaald.

Ankers los; er is toekomst voor gereformeerd bijbelgetrouw onderwijs

Een kernvraag is of gereformeerd onderwijs überhaupt nog wel vormgegeven kan worden vanuit de idee van een afgebakende, gereformeerde subcultuur. Het lijkt er echter op dat velen in het gereformeerde onderwijs er nog steeds onbekommerd vanuit gaan dat de triangel, waarbij gezin, school en kerk eendrachtig werken aan de geloofsopvoeding van kinderen en jongeren, nog volledig intact is. Ik denk dat we die vanzelfsprekendheid voorbij zijn en dat het de tijd is voor een inhoudelijke herbezinning op het doel, de aard en de vorm van gereformeerd onderwijs.’

Dit schreef Pieter Vos in de bundel ‘Motivatie en identiteit’. Deze bundel verscheen bij het bijna opheffen van het LVGS (Landelijk Verband van Gereformeerde Schoolverenigingen). Sinds medio 2011 is alleen Jan Westert nog werkzaam bij deze club, hij is ondergebracht bij de protestantse scholenkoepel. Ton van Leijen kreeg toen omdat hij afscheid nam, die bundel opstellen aangeboden. Alle opstellen gingen min of meer over de toekomst van het gereformeerde onderwijs. Pieter Vos (theoloog en filosoof), in het dagelijks leven werkzaam aan de GH in Zwolle en de TU in Kampen, roept beargumenteerd op tot bezinning op de triangelgedachte. Iedereen die werkzaam is binnen deze zuil, weet wat daarmee bedoeld wordt. Toch is die bezinning naar mijn idee binnen de scholen en bij ouders nooit echt op gang gekomen. De LVGS-afscheidsbundel werd waarschijnlijk verspreid in beperkte kring. In de pers ging men al weer snel over tot de orde van de dag. Terwijl het artikel van Vos op veel onderdelen al dateerde uit 2007 (weekblad de Reformatie), bleef het stil in gereformeerd onderwijsland. In het hoger gereformeerd onderwijs zijn toelatingsbeleid en benoemingsbeleid inmiddels al verruimd. Het middelbaar onderwijs volgt schoorvoetend. In het basisonderwijs blijft het zoals het was. Nou ja, het benoemingsbeleid werd iets ruimer; Nederlandse Gereformeerde leerkrachten mogen nu ook voor de klas. Maar een leerkracht die besluit om lid ter worden van een DGK kerk of een GKN kerk, hangt ontslag boven het hoofd. Daarnaast zijn er voor zover ik weet ook nooit excuses gemaakt naar in het verleden ontslagen leerkrachten, omdat ze dachten mee te moeten gaan met de ‘buitenverbanders’. Wat dat betreft is de gereformeerde scholenzuil, zeker waar het gaat om de basisscholen, een nog steeds in zichzelf gekeerde gemeenschap. Terwijl de kerkramen van de GKV wijd open staan, er veel meer oor en oog is voor medegelovigen in andere kerken, viert de triangelgedachte van 50 geleden nog hoogtij. Het toelatingsbeleid voor leerlingen uit diverse kerkelijke achtergronden is dan wel open, maar het eigenaarschap ligt nog steeds binnen de GKV.

De laatste tijd ontstaat er door flinke druk van buitenaf forse druk op het gereformeerde onderwijs. De bezuinigingen slaan razendsnel om zich heen. Passend onderwijs (een verkapte bezuinigingsmaatregel) wordt ingevoerd, kleine scholen krijgen geen speciale faciliteiten meer. Vervolgens krijgen we ook te maken met een sterk veranderende ouderpopulatie. Leerlingenvervoer naar gereformeerde scholen zit al jaren in een verdomhoekje. Ouders die tien, vijftien  jaar geleden hun kinderen met een bus(je) naar school lieten gaan, kunnen dat nu niet meer bekostigen en kijken naar een goed alternatief in de eigen woonplaats. Al die factoren leiden er toe dat veel gereformeerde basisscholen krimpen. Vanuit de besturen, die in deze tijd op forse afstand staan, wordt dan ook alles op alles gezet om de scholen goed in de markt te positioneren. “Wat maakt jouw school onderscheidend?”  “Hoe kan jouw school groeien?” Misschien best terechte vragen, maar het legt weer een extra druk op de school en zijn medewerkers. Aanwas uit de oorspronkelijke doelgroep, de gereformeerd vrijgemaakte kerk valt niet echt te verwachten. Groei moeten we verwachten uit andere christelijke groepen. Maar daardoor is het exclusieve karakter van de gereformeerde school ook verleden tijd. Logisch dat je dan ook heel pragmatisch het benoemingsbeleid gaat aanpassen. Dat gegeven zal eerst natuurlijk heftig bediscussieerd moeten worden. Wie laten we dan wel toe voor de klas en wie niet? Een PKN-er gaat vast nog wel. Ligt er aan uit welke richting hij komt. Een lid van een evangelische gemeente, kan die les geven op een gereformeerde school? Of iemand uit de Koptische Kerk? Stof genoeg om jaren te vergaderen en voors en tegens op een rij te zetten. De grondslag van de school zal veelvuldig op tafel komen. Maar wie kent binnen het gereformeerde onderwijs de huidige grondslag nog van binnen en van buiten? Wel of niet de formulieren van Eenheid erin, discussie over de kinderdoop, vergaderen tot we er bij neervallen. Een ander scenario kan zijn dat zonder slag of stoot het benoemingsbeleid verder wordt verruimd. De besturen (op afstand) beslissen, her en daar mag meegepraat worden en we gaan over tot de orde van de dag.

Het wetenschappelijk instituut van de Christenunie verzorgt elk jaar een Groen van Prinstererlezing. Ooit moest ik op de PA in Groningen van Groen van Prinsterer ‘Ongeloof en Revolutie’ lezen. Geschiedenisdocent Arjo Vanderjagt kon hele stukken uit het hoofd citeren. De invloed van Groen is niet te onderschatten in de Nederlandse politiek. Dr. Kars Veling hield in zijn lezing op 16 mei een boeiend betoog onder de titel “Ankers los”. Hij pleit ervoor om de hele grondslagendiscussie los te laten. Veling wil dat we veel meer gaan denken over het perspectief van een organisatie. Als we op die manier gaan nadenken over het onderwijs aan kinderen, dan laten we een grondslag discussie terzijde liggen. Perspectief geeft kracht en hoop, zegt Veling. Daarmee zullen we ook loskomen van de triangelgedachte. We zullen veel meer ons moeten focussen op het doel, het perspectief van een school voor basisonderwijs. Wat willen we bereiken op zo’n school? Welke attitude willen we de leerlingen meegeven? Welke normen en waarden moet ze aangeleerd krijgen? Natuurlijk grijp je daarbij terug op Gods Woord, maar een grondslagdiscussie wordt daarbij veel minder belangrijk. Ook het benoemingsbeleid kunnen we dan anders aanpakken. De vraag wordt dan of de leerkracht er aan mee wil werken om het perspectief van een gereformeerde bijbelgetrouwe basisschool te verwezenlijken. En voor ouders is de vraag of ze zich kunnen vinden in het perspectief van de betreffende school. De school ontkomt er dan ook niet aan op dat perspectief duidelijk te verwoorden, het voor te leven in woorden en daden.

De lezing van Kars Veling is te beluisteren op de site van het Wetenschappelijk Instituut van de CU. Je kunt trouwens ook de tekst downloaden.

Dina Schouten 1916-2013

4 november 1916  –  4 april 2013

Na een lang leven is het oudste gemeentelid van de Oosterparkkerk gestorven, opgenomen in Gods heerlijkheid. Alhoewel ze de laatste jaren niet meer naar de Oosterpark kwam, was ze nog nauw verbonden met onze gemeente. Verschillende gemeenteleden zochten haar regelmatig op. In Amsterdam-Noord ging ze, toen ze het nog kon naar de Ark, een PKN gemeente.

Volgens het kerkelijk bureau is zr. Dina Schouten de 16e november 1916 gedoopt in Beverwijk en deed ze belijdenis van haar geloof in 1956 in Halfweg-Zwanenberg. In Halfweg-Zwanenburg heeft ze bij haar oom gewoond en hem later ook verzorgd. Zo heeft ze ook haar moeder tot op hoge leeftijd (honderd en een half jaar) verzorgd. Oom Chiel heeft veel voor haar betekend, ze had het ook in haar Amsterdamse tijd vaak nog over hem. Een mooie anekdote uit die tijd is, dat ze vanuit het keukenraam met de buks de vogels uit de tuin schoot. In de jaren zeventig van de vorige eeuw voegde ze zich bij de vrijgemaakte kerk in Halfweg-Zwanenburg. Daar kwam ze over de vloer bij de families Dreschler en de Klark. Daar leerde ze ook ds.Breen kennen die toen dominee in Amsterdam (in de OPK) was en vaak preekte in Halfweg-Zwanenburg.

In 1981 kwam ze naar Amsterdam, en ging wonen op een etage aan de president Kennedylaan. Veel is ze bij broeder van Driel geweest om daar te helpen, toen zuster van Driel was overleden. Twee totaal verschillende mensen, een kunstenaar en een struise recht voor z’n raap vrouw, die elkaar echter volledig in hun waarde lieten. Ze was een vrouw die altijd klaar stond. Die wist wat er in gezinnen en huishoudens moest gebeuren. Bij familie de Klark in Halfweg-Zwanenburg, en later in Amsterdam bij familie de Vries aan de Grensstraat, maar ook bij zuster Ploegstra en anderen. Koper poetsen, soppen en wassen, niets was haar te veel. En ondertussen zich ook overal mee bemoeien natuurlijk. Later ruilde ze van woning en kwam dichter bij de kerk aan het Oosterpark wonen. In de kerk zat ze altijd naast zr. Janny Huibrechtse. Die twee hadden een soort haat-liefde verhouding, ook dat was wel weer tekenend voor zuster Dina Schouten.

Wonen aan de Vrolikstraat, zeker ’s avonds in die tijd geen gezellige buurt, maar daar was ze niet bang voor. Onder haar etage was een duistere kroeg, maar zij veegde daar rustig ‘s ochtends de stoep en stapte de koffieshop ook rustig binnen om gesprekken aan te knopen en van Jezus te vertellen. Zij had gebeden tot God; de Heer bewaarde haar dan toch! Ze had wat dat betreft een groot Godsvertrouwen. Ze sprak mensen aan, maakte kennis en gaf rustig haar soms ongezouten mening. Haar resolute uitspraken maakten haar ook tot een markante persoonlijkheid. Open, eerlijk en niet gemakzuchtig, bewust van de wereld om haar heen. Ze bad altijd hardop aan tafel bij het eten en ook las ze hardop uit de Bijbel; anders dwaalden haar gedachten af. Zo was ze een dienende Dina, die getuigde van het feit dat Jezus het voor haar verdiend had. Ze genoot als op zondagavond jonge gemeenteleden bij haar langs kwamen om samen te zingen en te sjoelen. Regelmatig zat ze in de erker op haar hometrainer al fietsend haar leven in de Vrolikstraat te overdenken.

Ook kon ze genieten, lekker in de zon zitten in het Oosterpark en maar ook thuis lekker TV kijken. Favoriet was een op een gegeven moment de serie: ‘The Bold And The Beautifil’ (zo zei ze het letterlijk). Een Amerikaanse soap die haar boeide. Totdat er teveel bloot in voor kwam. ‘Al die nakende mensen, dat is niks voor mij!’ De TV stond bij haar altijd op volle sterkte vanwege toenemende doofheid. Een bel hoorde dan niet, dus was degene die aanbelde en licht zag branden, gelijk ongerust. Ze was goed op de hoogte van alles wat er zich afspeelde in de wereld. Las de Telegraaf en het Nederlands Dagblad. Zo had ze gelezen over een vrouw. waarvan de handtas uit de auto was gegrist. Daarna had deze vrouw de daders had klemgereden. Mevrouw Schouten zei: ‘Ze had ze allebei moeten doodrijden’. Er zaten er namelijk twee jongens op de scooter, waarvan de één het leven liet.

Ouder worden kwam met gebreken. Haar doofheid uitte zich in zeer hard praten. Ere werd gevreesd voor haar leven toen ze in het OLVG op de IC terecht kwam. Maar ze was een taaie, dat zat in haar genen, en oom Chiel had dat ook altijd gezegd. Gelukkig kon ze in haar rolstoel naar de kerk. Koster Tsjerk Dijkstra haalde haar soms op uit de Wittenberg, waar ze revalideerde. Later ging naar St.Jacob aan de Middenweg, totdat ze uiteindelijk in de Kimme (Amsterdam-Noord) een vaste plek kreeg. De verzorging heeft heel wat met haar te stellen gehad, eigenwijs als ze was. Wanneer ze viel, wilde ze eigenlijk geen hulp vragen. Gelukkig heeft ze daar op haar scootmobiel ook nog heerlijk kunnen rondrijden. Betrokken en geïnteresseerd was ze bij de mensen die haar op bezochten. En wist je haar te raken dan opende ze ook haar hart. Genieten deed ze wanneer ze werd opgehaald om een stukje te rijden. Soms nam Tsjerk Dijkstra haar mee naar Bilthoven en zodat ze kon bijkletsen met oud-Amsterdammers in de Amadelboom.

Genereus, altijd als er bezoek kwam, tot het laatst toe, moest zij de koffie en het gebak betalen en ook de ijsjes voor de kinderen. Ze vond geweldig als kinderen meekwamen! Oudere en ook jongere gemeenteleden heeft ze zo in haar hart gesloten. De kinderen maar ook hun ouders zullen zich de verzameling speeldoosjes in haar kamer blijven herinneren. Ze was op elk speeldoosje zuinig! Kinderhandjes mochten niet in de buurt komen.

Woensdag 10 april hebben we haar begraven in Schagen. Familie van haar, vrienden, Oosterparkers en ook gemeenteleden van de Ark hebben haar de laatste eer bewezen. Bij het graf klonk de geloofsbelijdenis en velen baden hardop het Onze Vader mee. De ochtendmist was opgetrokken en in het rouwcentrum werden herinneringen zuster Dina opgehaald. Een nicht deelde uit, foto’s uit de nalatenschap van mevrouw Schouten, terug naar de afzender.

Wat blijft is de herinnering aan een markante vrouw die hield van Feike Asma en muziekdoosjes. Ze mag nu van nog veel meer muziek genieten bij haar Heer en Heiland. Laat haar geloof en Godsvertrouwen voor ons een voorbeeld zijn.

Met heel veel dank aan Tsjerk en Nel Dijkstra, Loes en Aart-Wim Werkman en ds. Breen voor hun verhalen over zuster Schouten.

 

Onrecht

Hoe moet je reageren op onrecht? Onrecht waarover je leest in de krant of hoort op de radio? Moet je reageren? Heeft het zin? Ik stuurde een mail door van mijn jongste broer over de plannen rond het sluiten van Veldzicht (een TBS instelling) in Balkbrug. Zijn schoonzoon werkt daar en trok via een mail aan de bel. Je kunt protesteren door een petitie te ondertekenen. Vervolgens mailde ik een groot aantal contacten in mijn mailbox. Leuke reacties leverde dat op.
‘Bedankt, goede zaak. Wat gaat het er in de wereld soms vreemd (onrecht) aan toe. Getekend dus.’
‘Roel, ik ben het met je eens en heb de petitie getekend. Ik heb het ook niet zo erg op Teeven!’
‘Heb de petitie ondertekend. Maar wij krijgen in Zaandam (bij Nauerna naast de vuilstort) de grootste gevangenis van Nederland; volgens wethouder Dennis Straat goed voor de werkgelegenheid in de Zaanstreek; maar dat is echt een flauwekul argument, want al het personeel moet bij voorkeur buiten de vestigingsplaats woonachtig zijn en de locale bedrijven (bakker, slager, sleutelspecialist enz) moeten maar zien of ze -via Europese aanbesteding- in aanmerking komen voor leveringen aan deze PI. Evalueren van effecten van dergelijke politieke uitspraken blijft meestal achterwege. Gevangenbewaarders woonachtig in Zaanstad worden geconfronteerd met sluiting van PI’s (Heerhugowaard en Bijlmerbajes). In ieder geval zal de grond voor Zaanstad eindelijk rendabel worden, want die ligt al jaren braak en andere partijen willen er niet bouwen, vanwege onvoldoende wegverbinding Zaandam/Beverwijk vv. en ten noorden van het industriegebied Amsterdam Westhavens (kolenoverslag enz).’
‘Deze mail kreeg ik van een goede vriend uit de kerk. Ik heb getekend omdat ik bang ben dat deze, zeer gevaarlijke personen die daar behandeld worden, in de verkeerde setting terecht komen. Uit de andere klinieken wordt regelmatig ontsnapt en ik moet er niet aan denken dat zo iemand weer in de maatschappij terecht komt. Er lopen al meer dan genoeg gekken rond. Heb je dat gelezen van dat hondje die ze gisteren in het Sloterpark hebben gevonden ? Hij was vastgebonden aan een boom en had 40 dagen (!!) niet te eten gehad. Het is de vraag of hij het overleeft. Zijn baas mag je van mij opsluiten in zo`n TBS-kliniek, de allerzwaarste ! Helaas zal hij evt. alleen maar een boete kunnen krijgen en vervolgens gewoon een nieuwe hond aanschaffen. Tenslotte is een dier vlgns. de wet, nog maar steeds “een ding ” en daar mag je alles mee doen, nietwaar ?’ (Deze mail kwam per ongeluk bij mij terecht, maar ik vond hem wel illustratief als het gaat om onrecht!)
‘Ik denk dat hij die brief door moet sturen naar de Volkskrant. Hiervoor moet podium komen. Dit kabinet speelt boekhouder namens Europa en bezuinigt en steelt uit Coöperatiepotten terwijl ze beter even de economie kunnen helpen en het consumentenvertrouwen laten herstellen. We worden een crisis in bezuinigt en dit is oom weer zo’n achterlijk plan. Misschien moeten ze even een TBS-er laten ontsnappen? Daar worden politici altijd heel bang van.’

De Vluchtkerk op vrijdagmiddag 5 april 2013, RTV-NH staat in de aanslag om de laatste ontwikkelingen vast te leggen

Maar kun je op onrecht, waarvan je denkt dat het onrecht is, altijd reageren? Heel vaak vergeet je het ook weer, leef je weer verder en komt er weer wat anders op je pad. Afgelopen woensdag was bij ‘Dit is de dag’ (EO, Nederland 1, tussen twee en half vier), Rikko Voorberg te gast. Hij had het over de Vluchtkerk in Amsterdam-West. Ging in discussie met een Tweede Kamerlid van de VVD, Malik Azmani. Meneer Azmani had het alleen maar over procedures en dat die helemaal klopten. Niks geen groep vluchtelingen, de individuele vluchteling mag best protesteren, maar zal geen gehoor vinden. Hij moet weg, ook al kan hij niet weg. Meneer Azmani heb ik opgezocht op de site van de Tweede Kamer, een mail kan ik er immers altijd aan wijden. Een dag later kreeg ik een uitgebreid antwoord, zijn secretaris had mijn mail goed gelezen. Meneer Azmani heeft toch altijd gelijk…
Onrecht, wat kun je er aan doen? Als je leest in het Parool hoe men na de oorlog de Joden behandelde. Als ze al terug kwamen uit de kampen, moesten ze in Amsterdam de niet betaalde rekeningen betalen. Rekeningen van erfpacht en bijvoorbeeld van de hondenbelasting. Te schrijnend haast om te geloven, maar waar is wel. Nu pas gaat de gemeente een onderzoek instellen. Onrecht zal tot aan het eind van de tijd blijven bestaan. Maar je kunt in ieder geval wel je stem laten horen, ook al is het door middel van een handtekening. Alleen maar opwinding is dus niet genoeg.

Op de nieuwste CD van Psalmen voor Nu staat een prachtige hertaling van psalm 10 door Reinier van den Berg.
Een paar stukjes uit: ‘Heer, bal uw vuist’

O God sta op. Heer bal uw vuist,
kijk toch naar wat er hier gebeurt.
Mijn God, vergeet uw mensen niet.

De Heer is koning voor altijd.
Machthebbers vluchten, God verhoort
juist van wie zwak is het gebed.

Wij zijn God niet. Vaak kunnen we er dan ook niet bij dat God naar zwakke mensen luistert. Onrecht? Wij kunnen vaak alleen maar bidden en op onze plek recht doen. Voeten wassen, zoals Jezus zijn leerlingen niet de oren, maar de voeten waste.

leestip op goede vrijdag

Het laatste boek van Tim Keller is maar veertig bladzijden. Dat zegt echter niet zoveel, want het is een boekje dat je vaak moet herlezen. De ondertitel is veelzeggend: ‘De weg naar echte christelijke blijdschap’. Het gaat over wat Paulus zegt in 1 Korintiërs 3:21-4:7.

Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van u; of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van u. Maar u bent van Christus en Christus is van God. Men moet ons beschouwen als dienaren van Christus, aan wie het beheer over de geheimen van God is toevertrouwd. Van iemand die deze taak vervult, wordt verlangd dat hij betrouwbaar is. Maar hoe u of een menselijke instelling over mij oordeelt interesseert me niet, en hoe ik over mezelf oordeel telt evenmin. Ik ben me weliswaar van geen kwaad bewust, maar dat betekent niet dat mij niets ten laste kan worden gelegd. Het is de Heer die over mij oordeelt. Houd dus op te oordelen en wacht de tijd af dat de Heer komt, omdat hij het is die aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat de mensen heimelijk beweegt. En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem toekomt. Broeders en zusters, ik heb hiervoor over Apollos en mijzelf gesproken. Dat heb ik gedaan omwille van u. U moet namelijk uit ons voorbeeld deze regel leren: houd u aan wat geschreven staat. U mag uzelf niet belangrijk maken door de een te verheerlijken boven de ander. Wie denkt u dat u bent? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is? Alles is u geschonken, dus waarom schept u dan op alsof u het zelf verworven hebt?

Na de inleiding volgen er drie korte hoofdstukken (zullen ongetwijfeld preken zijn geweest in de Reedemer):
1. De natuurlijke toestand van het menselijke ego.
2. Een vernieuwd gevoel van eigenwaarde.
3. Hoe dat vernieuwde gevoel van eigenwaarde te verkrijgen is.
Het eindigt zo (citaat pg. 38/39):
We moeten het steeds opnieuw beleven, iedere keer dat we bidden. We moeten het steeds opnieuw beleven, iedere keer dat we naar de kerk gaan. We moeten het evangelie ter plekke opnieuw beleven en onszelf afvragen wat we in de rechtszaal doen. We horen daar helemaal niet. De zitting is beëindigd. Met Paulus kunnen we zeggen: ‘Het maakt me niet uit wat jullie vinden. Het maakt me niet eens uit wat ik vind. Het maakt me alleen uit wat de Heer vindt.’ En de Heer heeft gezegd: ‘Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld’, en ‘Jij bent mijn geloofde kind, in jou vind ik vreugde.’ Leef daaruit.

Ook dit dunne boekje is uitgegeven door een uitgeverij in Franker. Alle lof daarvoor. Alleen stoor ik mij elke keer aan het omslagontwerp. Waarom neemt men de prachtige ontwerpen uit de VS niet over? Ik hoop dat ze het boek over de brief aan de Galaten ook gaan vertalen. Dat boek heeft in de States een prachtig omslag. Een omslag dat naar mijn idee in Nederlandse boekhandels veel meer aanspreekt en er ook echt uit kan springen. Beter dan de kale witte omslagen die de Friese uitgever heeft laten bedenken. Waarvan akte.

arm kereltje en de nieuwe paus

Vaak denk ik nog met genoegen terug aan de lessen kerkgeschiedenis op de HAVO. Dominee P.K.Keizer doceerde uit zijn eigen boekjes. Boeiend kon hij vertellen over de middeleeuwen en latere spannende episodes uit de geschiedenis van Gods kerk op aarde. Ik vergeet nooit dat hij probeerde duidelijk te maken hoe je voor jezelf de impact van het gedoopt zijn kunt beleven. In die tijd nogal ongewoon. ‘Sluit je ogen en leg je hand op je voorhoofd, bedenk dat ooit iemand daar water op sprenkelde, je doopte in de naam van de Drie-enige’. Maar dat allemaal terzijde.

Aangekomen bij het hoofdstuk ‘bedelorden’, hebben we uitgebreid stil gestaan bij Franciscus van Assisi. Geboren als Giovanni Bernardone (1182-1226) hoorde hij als baldadige jongeman, van zeer goede komaf en driftig er op los levend een preek over Matteüs 10 vers 9 en 10.  “Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien.” Citaat uit de NBV. Hij bekeerde zich, werd monnik en van hem komen prachtige uitspraken als: “armoede is mijn bruid” en “alle schepselen zijn mijn vrienden”. Hij sprak met de bloemen en preekte ook tot de dieren. Hij deed mee met melaatsenverpleging en was daar zeer emotioneel bij betrokken. De toenmalige paus moest niets van deze asociale figuur hebben, terwijl Franciscus (men noemde hem zo, omdat hij zo vlot Frans sprak) een orde wilde stichten. “Ga maar in een varkenshok”, zei de paus. Franciscus deed dat en kreeg uiteindelijk zijn zin.

Franciscus van Assisi kreeg de bijnaam: Il Poverello, arm kereltje. Prachtig toch dat de nieuwe bisschop van Rome, deze naam kiest. Een prachtige verwijzing naar de stichter van de orde van de Minderbroeders. Dat belooft veel goeds voor de RK kerk. De nieuwe paus zal armoede en veel evangelie gaan preken, dat moet een gereformeerde christen toch aanspreken.

1980

De voorzitter van de avond heette Elma Drayer, hooggehakt stapte ze het podium op. Ze introduceerde de spreker en het forum. In haar welkomstwoord refereerde ze aan de abdicatie van koningin Beatrix. Later, zei ze, zult u zeggen, ja toen… Toen was ik op een avond van ForumC in de Rode Hoed (maandag 28 januari 2013). Het was een mooie binnenkomer van de voorzitter. Maar koningin Beatrix kwam die avond niet meer ter sprake. Toch had dat best gekund. Want onder de titel ‘Kerk en st(r)aat’ ging het debat over de vraag of religie maar niet beter achter de voordeur moet verdwijnen. En naar mijn idee heeft de daadkrachtige houding van onze vorstin er de afgelopen decennia voor gezorgd dat we in ons land het pluralisme in redelijke vorm hebben kunnen handhaven. Filosoof Govert Buijs van de Vrije Universiteit en hoofdspreker deze avond, pleitte dan ook om het unitarisme van ons te werpen. „We moeten niet de fout maken om bijvoorbeeld bij de omroepen of in het onderwijs aan de seculiere overtuiging het alleenrecht te geven. Als alle diversiteit verdampt, word je buitengewoon kwetsbaar.” Gelukkig werd de discussie niet op de spits gedreven en hield Boris van der Ham zich aardig gedeisd, alhoewel hij het nog wel aan de stok kreeg met rabbijn Tamarah Benima over het ritueel slachten. Hier stak het unitaristisch denken van de voorzitter van het Humanistisch Verbond toch even de flink de kop op. Daarom was het jammer dat koningin Beatrix niet in het forum zat. Ik denk dat ze een zeer positieve en ook zeer samenbindende bijdrage had kunnen leveren. Wie weet vindt ze het leuk om dat soort zaken op te pakken wanneer ze na 30 april van een welverdiende rust gaat genieten op Drakensteyn.

Het kan niet anders of de komende 30 april wordt een gedenkwaardige dag. Net als 33 jaar geleden. Al weken was het onrustig in de stad. Overal zag je grote witgekalkte leuzen; GEEN WONING – GEEN KRONING. Van de dr. M.B. van ’t Veerschool had klas 3 een uitnodiging gekregen om op de Dam de nieuwe vorstin toe te juichen. Wij voelden ons zeer vereerd natuurlijk. Juf van Veelen zal haar groep er hoogstwaarschijnlijk geestelijk helemaal op voorbereid hebben. Meester Wietsma vond het helemaal te gek. Ondanks alle verontrustende berichten liet hij zich niet van de wijs brengen, we zouden en moesten daar ook bij zijn. De vader van Klaas de Vries waarschuwde, als directeur van het ambulancebedrijf Broeder de Vries had hij inside informatie. Klaas mocht niet mee, je weet maar nooit. Dus zonder klasgenootje Klaas, werden we met een stadsbus we van school opgehaald. Via de Jaap Edenhal in Oost, waar koek, zopie en vlaggetjes werden verstrekt, werden we bij de Dam afgezet. Vlak bij ons stonden nog veel meer kinderen, zoals de klassen 3 van de Joodse en de Japanse school. Vooraan konden we natuurlijk alles prachtig zien. Een indrukwekkend moment toen Juliana met Beatrix het balkon op kwamen. “Zojuist……. zojuist heb ik… “ Ze kon nog net boven het rumoer uitkomen. Ik kan me niet meer herinneren hoelang we nog gebleven zijn. Wel hebben de hele koninklijke familie uit het paleis zien komen. Langzaam liep de stoet onder een baldakijn naar de Nieuwe Kerk. Later ging ik met de bus naar ons eerste huis in de Transvaalbuurt. Die woensdag was het nog lang onrustig in de stad. Gelukkig had ik een kleuren-tv en konden we de rellen op veilige afstand volgen. Twee kinderen van groep 5 haalden later in ieder geval de landelijke pers. Zij waren opgevallen vanwege hun oranje-rode haar. Daar was geen spuitbus aan te pas gekomen gelukkig.
Hoe wonderlijk kan het gaan. Inmiddels zijn krakersrellen bijgezet in documentaires. Koningin Beatrix is uitgegroeid tot een symbool voor Nederland. Helaas steekt het antireligieuze sentiment regelmatig de kop op. Van ‘soevereiniteit in eigen kring’ weet bijna niemand meer. Laten christenen maar gewoon zichzelf blijven en blijven getuigen van de hoop en de genade in Jezus Christus. En laten we maar hopen en bidden dat haar zoon en opvolger op een waardige manier in haar voetsporen treed.

Ursinus in Neustadt

Regelmatig schiet mij door het hoofd dat ik over één of ander een blog of blogje zou kunnen schrijven. Vanwege het tekort aan energie komt het er dan toch niet van. Ook al is het maar een enkeling die ik er mee vermoei of blij mee maak, het is ook gewoon leuk om te doen. Bijzonder vind ik wel dat er mensen zijn die ik totaal niet ken, gaan reageren op een blog van mijn hand (zie artikel over Jeffry Pondaag). Soms zijn er mensen die iets van je weten, waarvan je dan denkt, hoe weten ze dat? Dan blijkt dat ik toch iets los gelaten heb op het wereldwijde web. Op zo’n moment prijs ik de keus om niet op facebook of hyves te figureren.

Het eerste weekend van de Kerstvakantie zijn we op bezoek geweest bij vrienden in Duitsland. En passant konden we zo ook de Kerstmarkt in Deidesheim bezoeken. Kerststalletjes en braadworst gaan op zo’n markt hand in hand, maar ook wijn uit de Palz, gepofte kastanjes en een weeë geur van glühwein. Deidesheim ligt midden in de Deutsche Weinstraße, dè wijnstreek in de Palz (palz komt van palast [=paleis]). Opvallend is dat de bevolking, zeker in de Palz, op een heel andere manier omgaat met Kerst dan het geseculariseerde Nederland. De vierde Adventszondag zijn we ’s middags mee geweest naar een bijzondere dienst in Speyer. De Gedächtniskirche zat vrijwel vol. Een koor zong afwisselend kerstliederen met een kinderkoor. Indrukwekkend en een mooie gelegenheid voor niet kerkelijken om het evangelie van Gods Zoon te horen klinken. Onze vriendin zong mee en de zoon van onze vrienden mocht zelfs een lied dirigeren. Bij de ingang van de kerk staat een groot standbeeld van de reformator Maarten Luther. Ook iets wat je in Nederland bij protestantse kerken niet tegen zult komen. Het houdt in ieder geval de geschiedenis wel levend. Of Luther zelf nu blij zou zijn met zo’n groot beeld… Hij vertrapt zinnebeeldig de pauselijke banbul, en houdt een open Bijbel in de hand. In de mozaïekvloer zijn de woorden “Hier sta ik, ik kan niet anders, God helpe mij. Amen!” ingelegd. En in het voorportaal, waar het standbeeld van Luther uitkijkt over het kerkplein staan zes kleinere beelden van vorsten die in opstand kwamen tegen Karel V in 1529. Vanwege deze opstand is het dan ook Gedächtniskirche. Ook hangen er nog wapenschilden van vrije steden, die het protest mee ondertekenden. Een compleet kerkgeschiedenisboek dus. Op de ochtend van de Heiligabend, liepen we in Neustadt te winkelen. In de boekhandel lag prominent een boekje te koop over Ursinus. Het was dan wel bij de afdeling streekliteratuur, maar ook op de afdeling religie was het te vinden. 2013 wordt het jaar van de herdenking rond 450 jaar Heidelbergse Catechismus. Ursinus zou waarschijnlijk wel flink geprotesteerd hebben tegen al die beelden bij de Gedächtniskirche. Hij had van Calvijn geleerd; geen beeldenverering. Nadat hij in Heidelberg de Catechismus had gemaakt kreeg hij veel kritiek van de Lutheranen. Later moesten zelfs alle niet-Lutheranen Heidelberg verlaten. De broer van keurvorst Friedrich, Johann Casimir haalde Ursinus naar Neustadt. Vandaar dat het boekje “Ursinus erzählt” prominent in de boekhandels ligt. In ons land zal er ook zeker van alles gedaan worden om de HC ter herdenken. Helaas verdwijnt heden ten dage, de HC heel snel uit het vizier. Daarom pleit ik voor een mooie hertaalde HC eventueel aangevuld met vragen die in onze tijd spelen rond de geloofsleer. Een mooie boekje alleen is niet genoeg, laten er ook vormen gevonden worden om de leer van de kerk, in de gemeente bespreekbaar en bepreekbaar te maken.