Categorie: christelijk geloof

Blinde vlekken… van 2017 naar 2018

Afgelopen zondag preekte de dominee van de Noorderkerk aan de Prinsengracht, Paul Visser, bij ons in de OPK. Hij vond het heel bijzonder om voor de eerste keer echt voor te gaan in een ‘vrijgemaakte’ kerk. “Het is heel goed dat dit gebeurt!”, zei hij vooraf in de consistorie. Het werd een soort kerst-oudejaarspreek over Openbaring 21; “Zie, ik maak aller dingen nieuw!” Als mensen zijn we zo bezig om ons leven te verbeteren, om nog meer spullen om ons heen te vergaren, nog harder werken voor vrede… Maar ondertussen gaat het nog zo vaak mis, maar dan en daar begint God juist. Het liep mis in ons eigen hart, wat trouwens tussen je oren zit volgens dominee Visser. “Maar”, zegt God tegen ons, vanuit dat bijbelboek Openbaring: “Ik ben bezig alle dingen nieuw te maken bij jou. In Christus mag je beseffen, God heeft met mij iets gedaan!” Dat relativeert heel veel, je eigen fouten, je gebreken en je gekkigheden…”

“Zoooo… opa is sterk hè!”

Ik moest mijn aantekeningen er nog eens rustig op na lezen, nog eens weer een hele poos voor de spiegel gaan staan. Weten dat je geliefd bent, maar dan ook langzaam gaan beseffen dat het niet een zoethoudertje is, om jezelf maar een beetje in balans te houden. Wanneer je echt in de spiegel kijkt, besef je ook dat het tussen je oren begint (omdat daar je hart is), maar dat het tegelijkertijd compleet genade is. Alleen dan kunnen we verder, ook met ons verdriet om Harm, het gemis en alles wat daar bij hoort. Hoe vaak heeft ons dat ook de afgelopen weken niet weer door het hoofd gespeeld. Elke keer als ik zijn foto zie staan en in mijn hoofd nog zijn stem hoor, wanneer je vrienden van Harm spreekt. Dan kan het je zo maar naar de strot grijpen en branden er tranen achter je ogen. En tegelijkertijd koesteren we de mooie momenten en herinneringen. Ook als 31 december straks voorbij is en de vuurwerkdampen zijn opgetrokken zal het gemis en verdriet niet voorbij zijn. Zo vergaat het ons en zo veel anderen die een geliefde moeten missen.

Radio, tv en ook de kranten, ze staan deze dagen bol van het terugblikken en vooruitkijken. De bekende doden worden nog eens breed herdacht, rampen en aanslagen worden in herinnering gehaald. En zoals het velen zal vergaan, overdenk je ook eigen persoonlijke gang door een jaar. De mooie dingen, maar ook de zaken waar je liever niet meer aan herinnerd wilt worden. Dat wanneer je voor de spiegel staat je als het ware opnieuw het schaamrood ziet opkomen. Waar zouden onze ‘blinde vlekken’ het afgelopen hebben gezeten? Vorige week, dus alweer bijna twee weken geleden, was ik in Vriezenveen bezig met het leggen van een mooie houten vloer in het nieuwe huis van onze dochter en haar gezin. Prachtig werd het! Maar toch overheerste de pijn op een zeker moment, in mijn knieën.  Al kruipend over de vloer en iedere keer weer overeind komen, toen ik uiteindelijk terugreed had ik een blaar op op mijn linkerknie zitten. Achteraf verdween een beetje de vreugde over de prachtige vloer en het mooie resultaat en dat de oudste kleinkinderen trots waren op hun opa. Een ‘blinde vlek’ was zomaar geboren.
Zo gaat het maar al te vaak, de mooie en feestelijke dingen worden zomaar weer overschaduwd door het vervelende en de rauwe werkelijkheid. Op zo’n moment is het de kunst om het eerlijk naast elkaar te zetten en de lelijke blaar maar even te vergeten. Of andere mensen kunnen zo maar af doen, we gaan ze negeren en willen ook geen meningen meer met ze uitwisselen. Argumenten doen er niet meer toe en onze ‘blinde vlek’ wordt in onze eigen ogen een ‘heldere ster’. In je eigen huis kan het zo gaan, in je familie en ook in je buurt en straat en in het groot gaat het ook vaak zo. We voegen er een hashtag aan toe en zenden het de wijde wereld in. Ook in de kerk gaat het soms zo maar op die manier. We willen allemaal zo graag leven zoals Jezus het ons verteld heeft en voorgeleefd. We willen zo graag, maar hoe vaak breekt het ons niet bij de hand af? En hoe vaak beseffen we dat niet eens en en zien we zelfs achteraf de blinde vlekken niet, ook al zetten anderen er grote schijnwerpers op!  Dat is onze plaatselijke gemeente zo, maar ook in het verband van kerken waar we in leven. De GKv waar de OPK bij hoort veranderde afgelopen jaar op de synode zijn standpunt over ‘de vrouw in het ambt’. Eigenlijk was de discussie al voorbij voordat we er erg in hadden. Maar hoe voelden al die zusters en broeders zich, die al jaren met steekhoudende argumenten dit bepleit hadden? Hoevelen zijn er niet verketterd om dit standpunt? Kregen ze achteraf nog een excuus? Onze GKv is trouwens toch al niet zo goed in het aanbieden van excuses, in de eenwording met de NGK worden die ook nog niet echt van harte gegeven.

Blinde vlekken, we hebben er vele vandaag de dag. En steeds weer is het een opgaaf om ze te ontdekken, door te lezen, het verleden te bestuderen en heel veel samen in gesprek te gaan. ‘Elkaars nieren proeven’, werd er vroeger wel gezegd.  Donderdagavond zat ik met vriend Marco in zaal 1 van het Eye. Première van de film “THE LONG SEASON”, Marco had via zijn werk twee vrijkaartjes. De film had in november al gedraaid op de IDFA en zelfs twee prijzen gewonnen. Nu draait de film gelukkig in een groot aantal bioscopen, een aanrader! De maker, Leonard Retel Helmrich, heeft een boeiend beeld geschetst van het leven in een vluchtelingenkamp in de Bekavallei (Libanon). Je voelt haast de kou en de blubber wanneer de beelden van het scherm spatten. Schamele plastic tenten als onderkomen en verstoken van de meest elementaire voorzieningen.  En de dagelijkse onrust over hoe het de familie in Raqqa, in handen van IS, vergaat. Korte lontjes, huwelijksperikelen, haat en nijd, maar ook veel liefde; het komt allemaal voorbij. Wat een spiegel houden Helmrich, Huystee en de Syrische Ramia Suleiman ons voor!

vier dominees boeken

de houten broek in Bloemendaal

In mijn boekenkast staan twee vergeelde boeken die aan het begin van de Tweede Wereldoorlog (1941) zijn uitgegeven. Het eerste deel is “In de houten broek” en van de hand van de journalisten Dingeman van der Stoep en Herman Felderhof (vader van televisiemaker Rik Felderhof), een aantal verslagen van bezoeken aan kerkdiensten van in die tijd bekende voorgangers. Ze gingen o.a. op bezoek bij K. Schilder, S.G. de Graaf en ook bij de bekende dominee G.H. Kersten (van de SGP). Het geeft een prachtige inkijk in de kerkdienst en de preekgewoontes van voor de oorlog.

Van der Stoep kon het niet laten en na al het luisterwerk ging hij persoonlijk bij predikanten en voorgangers op bezoek en schreef zo het vervolg, “Herder en Leeraar” (Over dominees en hun dagelijksch werk). In een inleidend exposé vertelt van der Stoep prachtig over het ambt en het dagelijksch werk van een dominé (spelling zoals toen gebruikelijk). Nog steeds zeer lezenswaardig, ondanks een verschil in taalkleed van wel 80 jaar. In het tweede deel worden allerlei aspecten van het domineeswerk onder de loep genomen; werken onder gevangenen, ziekenhuispastoraat, het maken van een preek (ds. D. van Dijk, na de oorlog een bekende GKV predikant), het geven van catechese, enzovoort. Leerzaam voor de verwende 21e eeuwse kerkganger, die op zijn mobiel een Bijbel-app heeft en verwacht dat de kerkdienst elke zondig er weer gelikt uitziet en voldoet aan het individuele en religieuze gevoel van de gelovige. Dezelfde gelovige heeft vaak geen idee wat een dominee doordeweeks allemaal moet doen om zondags fris en fruitig een gemeente toe te spreken.
Aan de boeken van Felderhof en van der Stoep moest ik denken toen ik, alweer enige maanden geleden, het boekje van Rikko Voorberg ter hand nam. Rikko, die ook nog wel eens bij ons in de Oosterparkkerk voorgaat schreef “De dominee leert vloeken”. Rikko vertelt in zijn boek over zijn leven en werk in de Pop-Up kerk in Amsterdam-West. Door de confrontatie met het ‘echte’ leven (contact met een zedendelinquent en vluchtelingen op Lesbos) probeert hij woorden te geven aan zijn woede over al het onrecht in de wereld en wijst de lezer een weg om hier op een christelijke manier mee om te gaan. En wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon. Dingeman van der Stoep vertelt over zijn bezoek aan dominé Coolsma in Groningen, die daar gedetineerden in de stafgevangenis bezoekt. Coolsma en Voorberg komen dezelfde dingen tegen en proberen beide te getuigen van Gods liefde, maar ook van Gods kracht. En alhoewel de vloekende dominee niet een compleet uitgebalanceerd programma presenteert, tot in de puntjes dogmatisch doorwrocht, houdt het de lezer een spiegel voor. Hoe reageer je op de zoveelste asielzoeker met een tranentrekkend verhaal? Hoe reageer je op de bedelende en stinkende zwerver en hoe reageer je en ga je om met die vervelende buurman of buurvrouw? Terecht stak in de huis aan huis krant de ECHO een columnist de loftrompet over het geluid van dominee Rikko. Het zet aan het denken en ook de digitale mens in de 21e eeuw kan niet een leven leiden zonder zingeving. Het is niet voor niets dat Rikko inmiddels genomineerd is voor de titel ‘Theoloog des Vaderlands’.
Een halfjaar na dominee Rikko liet een andere predikant van zich horen. De Bloemendaalse predikant Ad van Nieuwpoort figureerde als hoofdrolspeler in een documentaire onder de titel “Hier ben ik”. In de documentaire is deze dominee te zien in zijn dagelijkse werk als herder en leraar. In 2017 een boeiend gegeven voor een documentaire. Ze grijpen als het ware zo terug op Dingeman van der Stoeps werk uit 1941. Naast de documentaire verscheen van Nieuwpoorts hand een boek onder de titel “Uit de tijd”, met als ondertitel “Wat bezielt een liberale dorpsdominee?”. De predikant vertelt over het maken van preken, een sterfbed, dopen en huwelijksgesprekken. Het laat mooi zien hoe een dominee in de praktijk bezig is en geeft een inkijk in zijn worstelingen. Door de verhalen verweef Nieuwpoort zijn visie op “het aloude Woord”. Mooie verklaringen over het Scheppingsverhaal, de uittocht uit Egypte en het bijzondere verhaal over Jona. Op een vanzelfsprekende manier weet van Nieuwpoort die oude verhalen te verbinden met het vaak lastige en ingewikkelde leven van 2017. Met plezier heb ik het boek ‘ingelezen’ voor de CBB (de Christelijke Bibliotheek voor Blinden en slechtzienden) en er ook veel van geleerd. Maar al inlezend bekroop me vaak het gevoel dat de visie van deze predikant teveel een verhaal bleef. Waar blijft de echte boodschap? Wat zegt sterven en opstanding van Jezus Christus ons nog? Wanneer wordt ‘het verhaal’ een levend geloof in de God, schepper van hemel en aarde?
Eind mei kerkte ik op een ochtend in de Noorderkerk. Er werden twee baby’s gedoopt en Paul Visser preekte over Johannes 14:18; “Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug.” En ik kreeg het idee dat Visser het boek van zijn collega had gelezen bij het maken van zijn preek. Letterlijk zei Visser: “Ik ga niet voor een verhaaltje de preekstoel op!” en de emotie klonk hoorbaar in zijn stem. “Gods waarheid kan niet stuk. Wat Ik met jou heb, zegt God, gaat en kan niet stuk. Daarom komt er Trooster in je wonen, Zijn Geest!” En deze boodschap mistte ik in het boek van van Nieuwpoort. Ik mistte: “dat de Geest er voor zorgt dat het Woord wortel schiet”, zo verwoordde Paul Visser het. Als predikanten, voorgangers en priesters het zo verwoorden, zijn ze werkelijk V.D.M. Verbi Divini Minister: dienaren van het Goddelijke Woord en niet alleen maar verhalenvertellers.

troost aan het strand

We waren anderhalve dag op Texel, even uitwaaien en ook de verjaardag van een goede vriendin meevieren. We hebben het hele eiland rondgefietst en bij paal 15 nog even heerlijk door het zeewater gebanjerd. Het geruis van de zee, je sluit je ogen en allerlei beelden trekken voorbij, gedachten aan Harm, maar ook het besef dat er een God van eb en vloed is.
Thuisgekomen toch maar weer even op bezoek bij het bevriende vluchtelingengezin, want ook op ‘ons eiland van de heiland‘ stond de telefoon niet stil. Het huis waar ze een jaar lang onderdak hebben gehad moeten ze verlaten en ze hebben stad en land afgezocht naar een onderkomen. Boosheid, verdriet, wantrouwen, van alles komt voorbij. Ik lees de vermoeidheid en frustratie van hun gezichten en de stress slaat toe wanneer de speen van de jongste zoek is. Zonder speen geen slapend kind en dus overlast voor de buren. En ze willen juist geen overlast bezorgen…  Verdrietig fiets ik naar huis met mijn gedachten nog bij de vraag van vader of ik de oudste dochter wilde zegenen. Gelukkig hebben ze nu elders een plek gevonden, hopelijk kunnen ze na volgende week tot rust komen. Je zou ze zo graag beter gunnen en je vraagt je iedere keer af waar je christelijke verantwoordelijkheid ligt en hoe ver dat gaat en of daar wel een eind aan komt. Natuurlijk kunnen we niet alle leed op ons nemen, maar wat te doen met een enkel gezin die inmiddels je broeder en zuster zijn geworden? Opnieuw blader en lees ik in het laatst uitgegeven boek van Tim Keller; ‘Geroepen Tot Barmhartigheid’. Niet voor niets begint dit eerste boek van Keller met de gelijkenis van Jezus over de barmhartige Samaritaan. Hoe ingewikkeld of ook, hoe gemakkelijk kan het zijn?!

Het laatst vertaalde boek van Keller, maar in de VS als eerste verschenen.

Ondertussen sterft bij ons in de straat buurman Henk. Al jaren was hij zwak en de laatste maanden ging zijn gezondheid steeds verder achteruit. Een markante man, die ooit de vlag uitstak toen de vorige bewoners van ons huis gingen verhuizen. Niet bang om zijn mening te geven en ook altijd genietend van sigaar en een goed glas wijn. We gedenken hem met respect voor wie hij was. Toen ik vanmorgen op de fiets terugkwam was buurman Jozef druk bezig om de boeidelen van zijn  schuurtje te vervangen. Hij vertelt dat hij er nu maar het onverwoestbare trespa op zet, dat zal hem wel overleven. Al kletsend komen we op het overlijden van buurman Henk. Buurman Piet, die behoorlijk vergeetachtig begint te worden, is nog zo bij de tijd dat hij vraagt: “En hebben ze hem al weggehaald?”. Het gesprek komt zo op ‘thuis opbaren’ en ‘je lichaam afstaan aan de wetenschap’. Piet denkt dat ze best veel aan hem zullen hebben, hij is immers nooit ziek geweest, heeft alles nog en alleen ooit last gehad van een zwerende vinger. Dit soort gesprekjes relativeert gelukkig veel, het leven is eindig. En wat ze na je dood ook met je doen, je bent er toch niet meer bij en Onze Lieve Heer zorgt wel voor je, volgens buurman Jozef.

Shalom en seponeren | In memoriam Harm 1982 – 2016 (58)

De afgelopen week was mijn agenda twee keer gevuld met DENKEN OM SHALOM. Nicholas Wolterstorff was in Nederland om de presentatie van de bundel over zijn werk mee te maken en ook om een viertal lezingen te houden. Afgelopen dinsdag kon ik op de fiets naar de VU waar Wolterstorff een toespraak hield onder de titel: ‘Shalom in our anxious times of populism’. Mooi om mee te maken, een vijfentachtigjarige jaar oude professor in de filosofie, maar nog met beide benen op de grond. Een beetje hardhorend, maar niet schuwend om Trump en in zijn spoor een heleboel andere populisten (“zij klagen eigenlijk de wetten en regels aan!”) gedegen weerwoord te geven. “Waar shalom heerst, daar vervullen we onze verantwoordelijkheden ten opzichte van elkaar, van God, van de natuur. Maar shalom is meer. Het is alleen volledig aanwezig waar ook vreugde en geluk in deze relaties worden ervaren.” Deze uitspraak over shalom is steeds de kern van Wolterstorffs filosofie, aangevuld met ‘justice’ (rechtvaardigheid/gerechtigheid).
In de bundel die nu verschenen is staan ook een paar hoofdstukken van Wolterstorff zelf, waarin hij nog eens kort samenvat wat zijn filosofische ideeën inhouden. Het mooie er aan vind ik dat het zo dicht bij de dagelijkse werkelijkheid komt. Een zeer leesbaar verhaal, ook voor de niet filosoof; aanbevelenswaardig. Voor mijzelf was ik door de naam Wolterstorff getriggerd, vanwege zijn boekje over rouw en verdriet. Ik heb daar eerder over geschreven. In ‘Klaaglied voor een zoon’ vertelt vader, maar ook filosoof Wolterstorff wat er met hem gebeurde toen in 1985 zijn zoon Eric plotseling verongelukte. Een zeer lezenswaardig bundeling van korte hoofdstukjes, gedachten, die de lezer meeneemt in zijn onmacht, vragen, verdriet en rouw.  Eind 2016 stond er in een bijlage van het ND een uitgebreid vraaggesprek met Wolterstorff over zijn werk, maar het ging ook over zijn verongelukte zoon. Via via konden we nog een exemplaar van ‘Klaaglied’ opduikelen, het is helaas uitverkocht. Toen AKZ+ via een mail een serie lezingen aankondigde was ik er dan ook snel bij om me in te schrijven voor twee van de vier lezingen. Afgelopen donderdag kon ik hem bedanken voor zijn bemoedigende boekje over de dood van zijn zoon. Er was zoveel herkenbaar in zijn verhaal. En al is mijn Engels dan niet heel hoogdravend, we verstonden en begrepen elkaar en de kleine professor sloeg daarbij een arm om mij heen.
In ‘Denken om Shalom’  heeft journalist Herman Veenhof (van het ND) een diepgravende beschouwing geschreven over ‘De witregels van Wolterstorff – Over rouw en verdriet’. Een mooi hoofdstuk, van iemand die ook uit ervaring spreekt, waarin rouw en verdriet in een veel groter perspectief worden gezet.

Roel Kuiper, Bram de Muynck en Nicholas Wolterstorff tijdens het beantwoorden van vragen

Donderdag was de derde bijeenkomst met Wolterstorff trouwens, in Ede op de CHE (Christelijke Hogeschool). Het ging deze keer over “Shalom and Christian Identity in Education”. Opnieuw een zeer boeiende, maar tegelijk ook een praktisch beschouwing over christelijk onderwijs. In de bundel wijdt Roel Kuiper er een heel hoofdstuk aan. Voor iedereen die in het christelijk onderwijs werkt een must om te lezen. Ook bij het onderwijs moeten shalom en justice centraal staan en het onderwijs moet in zichzelf shalom zijn. Een man of vrouw voor de klas moet ‘model’ (op z’n Engels) zijn! De school onderwijst immers voor ‘het leven’!

De rauwe werkelijkheid, naast alle filosofische gedoe, was er donderdagmorgen. Een journaliste van AT5 was na het lezen van het blog over ‘seponeren’, journalistiek geïnteresseerd in het ongeluk van Harm. Ze had ook navraag gedaan bij het OM en gevraagd of mijn waarnemingen en opmerkingen in het blog destijds, wel juist waren. Dat resulteerde vandaag in een uitgebreid artikel op de AT5 site vandaag. Ook op de NHnieuws site is hetzelfde verhaal te vinden. Al snel namen de NOS en ook Het Parool het in verkorte vorm over. Vervolgens hoorden we het ineens op het nieuws van 14.00 uur. Daarna belde Hart van Nederland voor commentaar; een tv uitzending over de hele kwestie hebben we maar afgewimpeld. Al met al confronterend, maar meer omdat je dan op het www weer de foto van Harm en de gekreukelde fiets voorbij ziet komen.

En het verband met de filosofie van Wolterstorff? Dat we ‘shalom en justice’ zoeken waar het gaat om de gerechtelijke afwikkeling rond het dodelijk ongeluk van Harm. Ingewikkeld, zeker ook nadat we ons niet serieus genomen voelden door de Officier van Justitie.

kyrie eleison

Afdalen

De prachtige Gertrudiskapel in Utrecht, een voormalige RK schuilkerk, waar de Groenlezing werd gehouden.

“Ik heb hier niets mee!” Zo ongeveer zei een medebezoeker het. Hij stond aan een tafeltje naast mij, het was pauze na een zeer boeiende Groenlezing door professor dr. Gabriël Anthonio. Ik voelde mijzelf een beetje pissig worden van binnen, maar had geen zin om te reageren. Hij gaat vast wel een gedegen en kritische vraag stellen na de pauze, dacht ik. Ondertussen probeerde ik uit te leggen aan een paar studenten uit Wageningen wat ik zo goed vond aan de lezing van Anthonio. Ik had er namelijk heel veel aan; het ging over meer verbinding maken tussen leiderschap en de burger en wat er leeft in de samenleving. Het ging ook over welke richting het Evangelie geeft, gewoon voor de dagelijkse praktijk en ook voor de wetenschap. Ook het doel van onderwijs kwam aan de orde. Allemaal onderwerpen die me na aan het hart liggen. Professor Anthonio maakte over deze onderwerpen zeer behartigenswaardige opmerkingen en dat beredeneerd vanuit een verhaal over Jezus van Nazareth. De evangelist Johannes vertelt dat Jezus na de bruiloft te Kana afdaalt naar Kafarnaüm en daar zijn hoofdkwartier op slaat. Deze plaats aan het meer van Galilea was een handelsstad, met rijk en arm en een afdeling van het Romeinse leger en daar vormt hij zijn leerlingen; midden in de samenleving. De oproep van professor Anthonio was dan ook om af te dalen, in navolging van Jezus. Misschien zat daar wel de moeite van de kritische medebezoeker, zo’n bijbelverhaal gebruiken en toepassen op je eigen leven… Ooit leerde ik op de gereformeerde pedagogische academie dat dat ‘exemplarisch preken’ heette en afkeurenswaardig was in gereformeerde kring; de tijden veranderen.
Maar mij sprak het aan, bijvoorbeeld waar het ging om de formele afstand van de overheid en de vervreemding die er door ontstaat. Ik moest gelijk denken aan ons bezoek aan de officier van Justitie. Maar ook aan het pleit van David Van Reybrouck voor een ander politiek bestuurssysteem. Niet voor niets verwees Anthonio naar Aristoteles en zijn ideeën over de staat en het doel van onderwijs. Aristoteles was niet alleen voor het systeem van loten, waar het gaat om bestuurders van de samenleving, maar zei ook dat het onderwijs bedoelt is om burgers te vormen. Wanneer je dat laatste doet, draagt dat en beschermt dat de democratie! Onderwijs is dus vormen, dat is een groot en breed begrip, terwijl het vandaag de daag vaak versmalt tot het vergaren van kennis om later een zo goed mogelijke baan te krijgen.
Na het kopje koffie kwamen de krenten in de pap aan de orde. De lezing was duidelijk en inspirerend, maar nu de politieke werkelijkheid. In zijn zeer verhelderende antwoorden gaf Anthonio nog een aantal mooi statements weg:
> We kunnen heel veel wetten en regels in ons bestel afschaffen.
> Leg verantwoordelijkheid veel meer lokaal.
> Wanneer er angst is voor de Islam, bespreek dat, probeer te ontdekken wat die angst is. Ook hier weer afdalen…
> De ander, die anders denkt, moet geen object blijven.
> Kwetsbaarheid is belangrijk voor een gelukkig leven. En.. ga ook op zoek naar de angst en kwetsbaarheid bij jezelf.
> En tot slot wel een hele heldere: leefwereld en systeem moeten veel meer op één niveau. (De partijen in de Tweede Kamer die straks een regering gaan vormen, zouden dit tot één van hun speerpunten moeten maken, denk ik dan.)

Groenlezing: de door de Groen van Prinsterer Stichting (wetenschappelijk instituut van de CU) jaarlijks georganiseerde lezing.