Een woord een woord

een woord een woordEen + en een , het stoorde me. Mijn krant schrijft een recensie over een boek dat ik met plezier en bewondering heb gelezen. Wat mij betreft hadden er 5 plussen onder gestaan en geen enkele min. Extra reden om uit te leggen waarom ik zo aansla op het artikel van Herman Veenhof in het ND.
Het laatste boek van schrijver/journalist Frank Westerman heeft de prachtige titel ‘Een woord een woord’. In de proloog van dit boek zet Westerman gelijk neer wat de lijn is van zijn verhaal; de geschiedenis van de treinkapingen in de jaren 70 van de vorige eeuw. Door de treinkapingen vestigden jonge Zuid-Molukkers opnieuw de aandacht op een gevoelige misstand in de omgang van de Nederlandse politiek met deze bevolkingsgroep. Westerman heeft het allemaal als jongetje, opgroeiend in Assen, van dichtbij meegemaakt. Een handenarbeid leraar die uiteindelijk treinkaper werd en gepantserde voertuigen bij hem in de straat.
Diezelfde jaren 70 was ik al wat ouder. In december 1975 (de 1e kaping, bij Wijster) zat ik in mijn eerste jaar van de Pedagogische Academie. In mei/juni 1977 (de 2e kaping, bij de Punt en de gijzeling in Bovensmilde van een lagere school) zat ik aan het eind van het tweede jaar. We maakten het van dichtbij, maar tegelijkertijd ook weer van veraf mee. Ik las er over, we gingen bidden voor de PA studente die in de trein zat. Ook ik was de mening toegedaan dat Nederland een forse schuld had ten opzichte van de Ambonezen. Dat laatste was de benaming die we in die dagen veel gebruikten. Ook in Hoogeveen hadden we een Ambonezenwijk. En de voormalige synagoge aan de Schutstraat werd ook verhuurd aan een Molukse kerk. Na de eerste treinkapingen hebben we als GPJC (de jongerenafdeling van het GPV) zelfs contacten gelegd en een keer een uitgebreide informatieavond belegd in een zaaltje achter de kerk. Achteraf bezien werd dat meer een publicitaire strijd tussen de aanhang van de RMS van ir. Manusama en de aanhangers van “generaal” Tamaela (deze laatste had zich ook opgeworpen als RMS president). Nog jarenlang kreeg ik maandelijks het blad van de stichting Door De Eeuwen Trouw door de brievenbus. Mijn mening in die tijd zal trouwens ook flink gevormd zijn door het Gereformeerd Gezinsblad. Deze krant vertolkte meestal de mening van het Gereformeerd Politiek Verbond, de enige partij die in de Tweede Kamer op kwam voor het streven van een vrije republiek voor de Zuid-Molukkers.

de trein die bij De Punt was gekaapt
de trein die bij De Punt was gekaapt

Westerman zet het in zijn laatste boek goed uiteen. En tegelijkertijd probeert hij de motieven van de jonge Zuid-Molukkers te doorgronden. Jonge mensen die met de Bijbel (Het Woord) in de hand tot deze acties kwamen. Woorden, ook bijbelse woorden, deden er toe in hun handelen. Vervolgens zet de schrijver het verhaal over een vrije Molukse republiek in een groter kader. Hoe moet je deze acties tegemoet treden?  Probeer je ‘terroristen’ met woorden te overreden? Niet voor niets geeft Westerman zo veel aandacht aan de betrokken onderhandelaars bij de kapingen. Beide waren psychiater en wisten vanuit hun vakgebied dat woorden er wel degelijk toe doen. En bij de eerste kaping was het ook min of meer opgelost met woorden. Vanuit die positie is het ook niet zo gek dat Westerman een cursus onderhandelen gaat volgen in Ossendrecht. Daarmee ook tegelijk toegevend hoe lastig en moeilijk het is om mensen die zo vast zitten in hun eigen verhaal en mening, te laten merken dat je werkelijk hun woorden hoort en dat er ook nog een weerwoord is te geven. Regelmatig heb ik bij dit boek even extra moeten ademhalen. De woorden spatten soms van de pagina’s af en zetten aan tot reflectie, ook op je eigen woorden en handelen. Het is niet voor niets dat Westerman ook andere terreuracties in dit boek aan de orde stelt. Daarbij laat hij zien wat de effecten zijn als de overheid niet meer bereid is om woorden te gebruiken en levens te redden, maar alleen de wapens laat spreken.
Enkele weken geleden stak een verwarde man een leegstaand pand in de fik. Het gebeurde in Amsterdam en Het Parool berichtte er later uitgebreid over. De verwarde man klom op de steigers rond het gebouw, al schreeuwend. De politie kwam te laat omdat het volgens de protocollen moest werken en goed bewapend ter plekke moest zijn. Tussen de regels door las je het onbegrip van de verslaggever en de ooggetuige. Was met de juiste woorden een sprong naar beneden te voorkomen geweest? Dat is ook de intrigerende vraag die Westerman opwerpt. Daarnaast vraagt hij ook aandacht voor de ontstaansgeschiedenis van het geweld. Niet voor niets heet dit boek ‘Een woord een woord’. Het hele gezegde is; een man een man, een woord een woord. Dat hele gezegde toepassen is prachtig natuurlijk. Maar het geeft tegelijkertijd de worsteling weer, moet je tegenover terroristen je woord houden? Ook in Westermans boek komt deze vraag aan de orde. En de rol van de overheid is in dit verband niet te onderschatten. De Molukkers voelden zich verraden door de overheid en hadden daar ook alle reden toe.
Het vorige boek van Westerman ‘De slag om Srebrenica’ daagde ook al uit om na te denken over de rol van de overheid. Westerman legde ook daar de vinger op de zere plek en grote woorden van ministers en kolonels kwamen opnieuw niet ongeschonden uit de strijd. Met dit boek is er opnieuw een bijzonder boek toegevoegd aan het oeuvre van Westerman. Een woord, een woord; een waardige opvolger van ‘Stikvallei’ (waarin verhalen en woorden ook centraal stonden) en het definitieve boek over Srebrenica. In het ND vond Herman Veenhof dat Westerman geen recept had tegen religieus terrorisme. Deze uitspraak is mij te negatief. Westerman legt wel degelijk uit dat je religieus terrorisme moet bestrijden door de religie van de ander heel goed te bestuderen, dit in navolging van een Franse wetenschapper. Toon aan tegenover de terrorist die zich geïnspireerd voelt door de Koran, dat hij het werkelijk bij het verkeerde eind heeft. Serieuze christenen kunnen toch ook uitleggen dat de kruisvaarders met hun “God wil het” bij het verkeerde eind hadden en dat Luther met zijn ‘Jodenhaat’ de Bijbel verkeerd interpreteerde?

+ mooi geschreven verhalen, waarbij de persoonlijke geschiedenis verweven wordt met de ‘echte wereld’
+ de schrijver durft eerlijk te benoemen dat een bijzondere bevolkingsgroep onrecht is aangedaan
+ het laat goed uitkomen dat de ene onderhandelaar, de andere niet is (Havinga versus Mulder)
+ de niets ontzeggende en keiharde politiek van Poetin wordt aan de kaak gesteld
+ er staan geen foto’s in dit boek, het woord moet het doen
+ ik denk dat Westerman veel voelt voor theedrinken (Beatrice de Graaf, Job Cohen), maar ook beseft dat de overheid het zwaard niet tevergeefs draagt
+ ‘in het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal’, een uitspraak van Groen van Prinsterer (in mijn PA tijd geleerd van geschiedenisdocent Arjo Vanderjagt), Westerman maakt deze uitspraak waar in zijn boek

Bij de literatuurverwijzingen staat een boek genoemd van Janneke Wiegers, ‘Dit is een kaping’. (Geen Wiggers dus!) Wanneer je haar naam googelt, zijn een paar bijzonder interviews terug te zien. Ze vertelt daarin over haar ervaringen in de trein bij De Punt. Janneke zat bij ons op de PA aan de Hereweg en was de boven genoemde PA studente.  Haar vader werkte bij de provincie Drenthe en kreeg later ook nog te maken met een terreuractie in het provinciehuis, maar kon op tijd ontsnappen.  (13 maart 1978)

bier

kleiburg bierMorgen viert onze koning zijn verjaardag. Groot feest, ondanks het slechte weer van de afgelopen dagen. In Zwolle zal hij ongetwijfeld groots onthaald worden. Naar ik begreep staan er vele engelen op Zijne en Hare Majesteit te wachten. In Amsterdam zullen vele duizenden liters bier achterover worden geslagen. Maar.. mocht u op de vrijmarkt gaan staan om in deze tijden een centje bij te verdienen, dan moet u er als de kippen bij zijn. Jazeker! Het kloosterbier van KLEIBURG is een crowdfundingsactie gestart, die over 18 dagen afloopt. Een investering die uitermate rendabel is, een percentage winst, dat geen bank meer geeft!
Ga dus naar: https://crowdaboutnow.nl/campagnes/kleiburg. Van harte aanbevolen, zeker omdat de brouwerij straks een sociaal project wordt in Zuid-Oost en de opbrengsten mee worden gebruikt om het KLOOSTER te ondersteunen!

een brug

bruggenslaanSoms heb je van die foto’s. In één oogopslag weet je wat het is. Dat had ik indertijd met de presentatie van ons kabinet. Rutte en Samson stonden voor een foto van een nieuwe brug, die echter nog niet helemaal af was. Een prachtig beeld, die twee lachende mannen voor een onaffe brug. Vanaf de A1 was de aanleg van deze brug goed te volgen. IJburg werd verbonden met Diemen en de A1. In het Diemer Nieuws stond later een rapportage over de bouwers van de brug, zij konden zich herinneren dat er een fotograaf was geweest om de brug te vereeuwigen. Tot zover de geschiedenis.
Met het mooie weer van de afgelopen dagen was het heerlijk om mijn nieuwe e-bike eens even lekker te testen. Niets is dan heerlijker om even een rondje IJburg te doen. Over de Nesciobrug en de verborgen gifbelten bij de Diemerzeedijk richting de laatst gebouwde woningen op het steeds verder uitdijende schiereiland; rustgevend! En.. nu kun je dus met ‘de brug van Rutte en Samson’ het Amsterdam-Rijnkanaal oversteken. Echt een prachtige brug en als fietser ben je dan zo weer bij De Diem. Opvallend is echter dat er nauwelijks verkeer over deze brug gaat. Toevallig staat er op mijn foto een auto, maar daar moest ik echt even op wachten.

brug 2007
brug 2007 op 19.04.2016

Met deze brug is het al net als met veel kabinetsbeleid. De brug is nog niet goed aangesloten op de A1. Bij knooppunt Diemen ligt op dit moment zoveel overhoop in verband met de ondertunneling van de Gaasperdammerweg en een nieuwe tunnel onder de Vecht bij Muiden, dat brug 2007 er al wel ligt, maar de echte aansluiting nog mist. En toen bedacht ik mij dat ook het kabinet van ‘bruggenbouwers’ her en der veel aansluiting mist. De hele aanpak van de vluchtelingencrisis, het gedoe rond het referendum, een nieuw belastingstelsel, gedoe rond de publieke omroep…. Natuurlijk gebeurt er veel en krabbelt ons land langzaam uit een economische crisis, maar bijvoorbeeld de lessen  van Joris Luijendijk zijn nog niet geleerd. Brug 2007 heeft inmiddels een prachtig wegdek en brengt al een beetje uitkomst voor de bewoners van IJburg, maar de echte aansluiting ontbreekt. Mocht er ooit een Rutte III komen, dan zullen ze wel weer iets nieuws vinden als achtergrond.   Over een paar is brug 2007 vast wel aangesloten op de A1 en de A9. En wie weet bloeit dan op de overdekte A9 hop voor de brouwerij van het Kleiburg Bier. Wat een lekkere uitwaaifietstocht al niet aan gedachtespinsels kan opleveren.

stoppen (3)

P1040463Een periode afbouwen brengt veel gevoelens met zich mee. Daarom was het eigenlijk wel mooi dat op mijn laatste werkdag op ‘de Wissel’ , anderhalve maand geleden, de tekenaar van Levend Water het liet afweten. Michel moest het bed houden vanwege nierstenen, een pijnlijke aangelegenheid. Vandaag was daarom een mooie laatste stuiptrekking. Michel kwam naar de Oortlaan en gaf een mooie workshop over zijn tekenaarschap. De leerlingen luisterden geboeid. Mooi om te horen en ook te zien dat iemand zijn hart volgt en beseft dat je van tekenen niet rijk wordt. Zeker wanneer je het leuk vindt om poppetjes te tekenen. Ook als voorbeeld voor de leerlingen mooi om te horen. Waar draait het in je schoolleven om en wat wil je er later mee bereiken?  Ademloos zaten ze dan ook te luisteren toen Michel het prachtig getekende ‘Prins Eduardus Edje Eipetje’ voorlas. Vervolgens werd de groep zelf aan het tekenen gezet en spetterde hier en daar het talent er af. Een mooie middag en mooi om zo afscheid te nemen van een mooie groep leerlingen.

UitslagReferendumOekraineEn eigenlijk was het niet mijn bedoeling om dit te verslaan, maar het was mooi en goed. Bij stoppen wilde ik het eigenlijk hebben over de mensen achter het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne. Onmogelijke discussies werden er over gevoerd. Afgelopen maandag zaten we in het Concertgebouw, na de pauze werd de Vijfde van Mahler uitgevoerd. Terwijl we zaten te wachten tot het licht zou dimmen stapte Thierry Baudet nog binnen. In ieder geval een liefhebber van goede muziek en ook fervent concertbezoeker, met zijn muzieksmaak is niet zo veel mis. Maar in de kwestie over het verdrag met Oekraine kwam hij arrogant, zeer arrogant over. Op het Journaal hoorde ik hem vanavond victorie kraaien en uitroepen dat de bar open was. Wat een zelfgenoegzaamheid, want ook de zogenaamde overwinning van het “nee-kamp” is uiterst discutabel. Waarom liet ongeveer 68% van de kiesgerechtigden het afweten? Zou er een manier zijn om dit soort onzinnige raadgevende referenda te stoppen? Moeten politici wanneer ze zien aankomen dat er weer een kleine groep drammers een volgend referendum gaan organiseren, op dat moment al een forse tegenbeweging gaan organiseren?
Voordat het licht dimde en dirigent Marc Albrecht de trap af kwam, liep Baudet langs mij door het gangpad, ik had mijn been kunnen uitsteken… Maar ja, dat had ook het referendum niet kunnen stoppen.

21 maart, ‘Bach-Liebhaberschaft beginnt am Kopf’

Baseball-bachWat doe je wanneer je verschrikkelijk veel last hebt van ‘hooikoorts’? Elk jaar deze tijd steekt het weer de kop op. Proesten, hoofdpijn en en het ene pakje tissues na de andere. Een pilletje alleen helpt niet, dus ook maar weer neusspray erbij. Gelukkig is daar radio 4 nog. Door de vele aandacht voor Johann Sebastian Bach en de Mattheus Passion verdwijnt het vele gesnotter een beetje naar de achtergrond. In het middagprogramma op radio 4 wordt elke dag een vraag gesteld, je kunt deze week een prachtige uitvoering van de Johannes Passion winnen. “Welke bijnaam had Leipzig in 1723, toen Bach daar kwam werken?” Meestal is het antwoord zo gevonden. Maar Wikipedia geeft geen uitsluitsel. Er zijn best bijnamen van Leipzig te vinden trouwens. Leipzig is een echte ‘muziekhoofdstad’ vanwege de geschiedenis met onder andere Telemann, Bach, Mendelsohn en Wagner. Ook werd het de hoofdstad van de ‘Wende’, maar daar had Bach nog geen idee van, alhoewel hij er in strijd met het stadsbestuur wel eens op gehoopt heeft misschien. Nergens kom ik iets tegen wat op een speciale bijnaam duidt in de eerste helft van de 18e eeuw. Zeker er werden toen al veel boeken gedrukt, maar geen bijzondere naam daarvoor. Ook op de site van het Bach-museum, (bach – wir über uns) geen bijnamen. Wel ontdek ik, dat het vandaag de geboortedag van de grote Johann Sebastian Bach is.  Er staat ook dat er om 15.00 u. een speciaal Geburtstagskonzert werd gehouden, dat hebben we dan gemist. Maar nog steeds heb ik niet het antwoord gevonden. Ik blader door de dikke biografie, die John Eliot Gardiner heeft geschreven. Een prachtig boek, maar niets over Leipzig. Ook het informatieve boek van Peter Washington met drie CD’s geeft niet het antwoord prijs. Wie weet krijg ik straks nog opeens wat inspiratie. Misschien moet ik op de site van het Bach-museum gewoon de baseballpet kopen. En wie weet helpt het ook een beetje tegen hooikoorts. De verkoopleus is geweldig voor de prachtig donkerrode cap met daarop het Bach-stempel: ‘Bach-Liebhaberschaft beginnt am Kopf’. Wanneer je hem wilt bestellen staat de volgende tekst er bij: ‘Baseball-Cap mit gesticktem Bach-Siegel und Schriftzug »Bach-Museum«. Das Siegel, wie es Johann Sebastian Bach in Briefen und Dokumenten in der Zeit nach 1720 verwendete, zeigt die drei Buchstaben J, S und B – einmal richtig herum und einmal gespiegelt, so dass sie sich zu einem Ornament zusammenfügen. Die Größe des Baseball-Caps ist verstellbar.’  21 maart, gefeliciteerd met Bachs verjaardag,  en geniet wanneer u één van de vele uitvoeringen van een Passion gaat beluisteren. Wie weet zet het opnieuw aan tot het nadenken over het lijden van onze Heer en Heiland.

PS1:   Nog een keer zoeken, nu in het Duis (bijnaam = Spitzname)
“Leipzig erwarb den Spitznamen „Kleines Paris“, als die fortschrittsbewusste Messestadt im Jahr 1701 mit einer   Straßenbeleuchtung     ausgestattet wurde und sich fortan mit der mondänen Seine-Metropole vergleichen konnte.”
PS2:   Ik had eerder gelezen dat pas de dichter Goethe deze benaming gebruikte. En Goethe leefde van 1749 tot 1832. We horen het morgen wel.
PS3:   Als voorbeeld voor al die straatlantaarns had trouwens Amsterdam gediend!
PS 4:  Het antwoord was juist, maar helaas geen prijs. We proberen het opnieuw!

DWDD University

IMG_1226Beatrice de Graaf begon haar collega met een citaat uit Dostojevski’s ‘Boze geesten’. Het dikke boek bleef vervolgens op tafel liggen en aan het eind van het college pakte de hoogleraar geschiedenis het nog eens theatraal als een Bijbel ter hand. Ik kende alleen de titel van dit boek; die is intrigerend. Kort geleden heb ik geprobeerd om de ‘De speler’ te lezen, maar ik vond het niet om door te komen. Ik denk daarom dat ik ‘Boze geesten’ niet zo snel ter hand zal nemen De Graaf gebruikte het boek van Dostojevski om iets te vertellen over het ontstaan en de motieven van terrorisme. Al gauw kwamen Bakoenin en vele navolgers in snel tempo voorbij. In een inleidend praatje van Matthijs van Nieuwkerk bleek dat deze aflevering van de DWDD University eigenlijk aangevraagd was door de kijkers. Veel reacties op de DWDD-redactie om Beatrice de Graaf een keer uit te nodigen. Terecht, want na de laatste aanslagen in Parijs hield de hoogleraar geschiedenis, met als specialisatie terrorisme, een uitstekende en nuchtere analyse op TV.
In haar college onderscheidde ze vier golven van terrorisme vanaf Dostojevski. Aangezien dit college werd opgenomen op donderdag 10 maart (50 jaar geleden werd het huwelijk tussen Beatrix en Claus gesloten), is de uitzending op zaterdag 12 maart om 20.30 u. op NPO1. Rijk voorzien van oude beelden wordt het vast een geweldige uitzending. Geen triest en bangmakend verhaal trouwens. De Graaf geeft een eerlijk beeld van alle verschrikkelijke gevolgen van terroristische daden, maar ook aanwijzingen om terrorisme te bestrijden. Ook al heet het terrorisme op dit moment IS, er is hoop! En dat het uiteindelijk wel goed komt, moeten we niet alleen bij de overheid neerleggen, maar ook bij de burgers. Burgers moeten gewoon in gesprek gaan met mensen van andere culturen en religies. Ga maar theedrinken! Zoek de ander op en ga elkaar leren kennen. Ook aan de huidige golf zal een eind komen, wanneer kan ook Beatrice de Graaf niet aangeven. Een gegeven is ook dat er in de toekomst ook wel weer nieuwe terroristen zullen opstaan. De mens is nu eenmaal in zonde ontvangen en geboren. Als belijdend christen weet ook Beatrice de Graaf dat als geen ander.
Gaat dat dus zien, deze zeer informatieve aflevering van de DWDD University!
de kozakkentuin Na afloop van de opnames in ‘Podium Mozaïek’ kregen de bezoekers allemaal een boekje.  De VARA/BNN medewerkers deelden die uit. Op de omslag allemaal foto’s van krantenartikelen met terroristische aanslagen. Mijn eerste gedachte was dat het college van de Graaf al in druk was verschenen. Helaas… het bleek een simpel aantekenboekje ter grootte van een Moleskine agenda. Maar ja… dat omslag, wat moet je daarmee? Plannen voor aanslagen in noteren, voor je eigen geheimschrift? Of is het gewoon een gadget? Ik noteerde de naam van Dostojevski’s boek en een vraag voor de hoogleraar. Waarom geen aandacht voor de rookbom van 50 jaar geleden? Of viel die niet onder een terroristische aanslag?
Over die schrijver van ‘Boze geesten’ verscheen eind vorig jaar een boeiend boek van Jan Brokken. In ‘De kozakkentuin’ vertelt Brokken de bijzondere vriendschap tussen Alexander von Wrangel en Fjodor Michajlovitsj Dostojevski. Een boeiend verhaal over de verbanning van Dostojevski naar het verre Siberië. Het laat mooi uitkomen wat de motieven waren van schrijver Dostojevski en tekent ook prachtig de sfeer van het Rusland onder de laatste tsaren.

stoppen (2)

glen-campbellWanneer je echt gaat stoppen met je werk, kom je opeens overal zaken tegen waar het ook over ‘stoppen’ gaat. Vorige week zag ik een programma-aankondiging dat er een documentaire zou worden uitgezonden over de Amerikaanse zanger Glen Campbell. Helaas was ik die avond niet thuis, maar zondagmiddag werd de docu gelukkig herhaald. ‘ Rhinestone cowboy’ herkende ik van jaren terug. Een prachtige stem, met daarbij ook nog eens geweldig gitaarspel. Helaas werd bij deze zanger in 2011 Alzheimer geconstateerd. Maar voor hem en zijn familie geen reden om te stoppen met optreden. Tientallen optredens op grote podia volgden. En ondanks dat Glen steeds meer last kreeg van de gevolgen van zijn ziekte en regelmatig allerlei dingen echt vergat, kon hij met behulp van de autocue prachtige nummers vertolken. Zijn fans roerde hij regelmatig tot tranen, totdat het echt helemaal niet meer ging. Maar toerend in een grote touringcar door de VS werd Glen Campbell een voorbeeld voor mensen om niet te stoppen en onder ogen te zien dat je Alzheimer niet hoeft weg te stoppen.
Dat was wel heel anders in een docu over de Levenseindekliniek. Stoppen met leven; deze kliniek regelt het voor je, huppakee! Stap voor stap wordt het gewoon in ons land om euthanasie toe te passen. Een schril contrast met de docu over Campbell. Gelukkig zijn er tegengeluiden, zoals in de DWDD van prof. Viktor Lamme. Hij noemde wat de Levenseindekliniek doet gewoon moord. Daar waren de mensen van het Levenseinde natuurlijk niet blij mee. Ze hadden het zo zorgvuldig gedaan (tja, dat wordt wel vaker gezegd, de regels zijn toch gevolgd?). En als mensen zelf willen stoppen, en het ook al heel lang geleden op een papiertje hebben gezet? Tja.. stoppen is wel erg gemakkelijk tegenwoordig
Stoppen…..; een raar idee. Maar wat stopt er eigenlijk? Het leven gaat gewoon door en er valt nog zoveel te doen. Daarom is stoppen in mijn geval ook gewoon doorgaan met LEVEND WATER bijvoorbeeld, gelukkig maar. En ook gewoon doorgaan, en misschien wel wat vaker, met het schrijven van een blog.

stoppen (1)

Een prachtige foto,snoei krui wagen die ik vond in de nieuwsbrief van ons logeeradres in de Bourgogne. Zo’n vreemde kruiwagen had ik nog nooit gezien. Hij lijkt gemaakt van een oud olievat. Ze rijden er in deze tijd mee door de wijngaard en alle afgeknipte ranken worden er in verbrand; kortwieken en snoeien. Alleen op die manier krijg je een beter resultaat. Zo is het in je leven ook vaak. Snoeien, bijknippen, kortwieken en pas dan kun je tot bloei komen en vrucht dragen. Verandering in je bestaan, afscheid nemen van wat je heel lief is; natuurlijk wil je het soms anders. De wijnboer weet niet beter en zal weer hopen op een mooie oogst in een volgende nazomer. Dit bijzondere gereedschap lijkt aan de zijkant luchtgaten te hebben. Ik denk dat de ‘kachel’ er wel beter door trekt, maar de as kan er zo ook gemakkelijk uit. En de as van de verbrande wijnranken is weer goed voor de bodem waar de druivenstokken in geworteld zijn. Een simpel apparaat, wars van ingewikkelde technische snufjes, daagt uit tot filosoferen over lastige gebeurtenissen in je leven.

En voor de rust en en het even helemaal tot jezelf komen ‘In dir ist Freude’, op de geweldige website: All of Bach

een leesrijk 2016 gewenst

Dit zijn mijn boeken van 2015. Ieder heeft zo zijn lijstjes en daar kan de mijne nog wel bij. Natuurlijk is soms volstrekt willekeurig wat je leest. Een gedeelte is door mij gelezen omdat het werd aangereikt door de leesclub. Dat is boeiend omdat je dan boeken leest waar je anders heel gemakkelijk aan voorbij zou zijn gegaan. Soms was het een recensie in het Nederlands Dagblad of in Het Parool dat me nieuwsgierig maakte, zoals ‘de Arabier van de toekomst’ een schitterende beeldroman over een klein jongetje in de Arabische wereld. Een andere keer zie je een boek liggen bij de boekhandel. Zo kwam ik een van de laatste boeken van Tim Keller tegen bij de CLC aan de Raadhuisstraat. Helaas is deze winkel half december gesloten omdat men de huur niet meer kon opbrengen. Een verlies voor Amsterdam omdat je bij Els Oosterhuis altijd hartelijk welkom was voor een praatje en een kop koffie en dan soms als vanzelf weer met een boek of een cd de winkel uitging. Bij de mooiste boekhandel van Amsterdam, Scheltema aan het Rokin, kwam ik zo een prachtig boek tegen, ook een beeldroman, over de wijnbouw! Soms wordt een boek je door vrienden of je dochter aanbevolen, ook dat maakt dan weer nieuwsgierig. Ook zijn er boeken die zo boeien dat je meer van dezelfde schrijver wilt lezen. Dat geldt voor de boeken van Frank Westerman, Jaap Scholten, Stevo Akkerman en Dave Eggers. Eigenlijk kom ik regelmatig tijd te kort en zou ik nog veel meer willen lezen. Deo Volente is er ook in 2016 weer tijd genoeg om zo nu en dan over de horizon te kijken. Ik wens u een leesrijk jaar en Gods onmisbare zegen! Trouwens alle hier afgebeelde boeken zijn zeer lezenswaardig, hoe divers de verzameling ook zijn mag!

2016 boeken

bevorderd tot heerlijkheid

jaap zijlstraVerwachting

Als de dag begint te doven
en de zon mij niet meer ziet,
als de schemering gaat komen
en ik stil word van verdriet,
als de nacht valt en mijn vogel
niet meer opdaagt met een lied –
na mijn duisternis Uw licht,
na mijn zwijgen Uw gedicht.

 

In memoriam Jaap Zijlstra 1933 – 2015
Zat even te twijfelen of het nu met een d of een t moest. Maar het eerste lijkt met toch het meest juist. Broeder Jaap Zijlstra is bevorderd tot hemelse heerlijkheid. Volgens de laatste berichten was hij al ernstig ziek en vandaag meldt de ND-site dat hij is overleden. In mijn exemplaar van de ‘verzamelde gedichten’ heeft hij op 13 maart 2010 in Doorn zijn handtekening gezet. Het zal op een van de inmiddels helaas verdwenen cultuurzaterdagen van het ND zijn geweest dat hij met aandacht en overgave de aangeschafte exemplaren signeerde. Een klein gesprekje hoorde daarbij, waarvan ik mij kan herinneren dat het indruk maakte. Toen ik eind 2010 thuis kwam te zitten heb ik regelmatig zitten bladeren en in alle rust een gedicht tot me genomen. Het advies waar Jaap Zijlstra zijn voorwoord mee afsluit is trouwens zeer wijs:

Lees langzaam,
durf traag te zijn,
u drinkt geen limonade,
u drinkt wijn.

Wat je bij vrijwel geen  enkele verzameling gedichten aantreft, zit wel in deze bundel verzamelde gedichten; een cd met voorgelezen werk door de dichter zelf. Het gedicht VERWACHTING is daar te vinden onder nr 76 en staat op blz 409. Het is het laatste gedicht in dit boekwerk en een paar weken geleden heeft Jaap Zijlstra zijn volgers op Facebook gezegd dat hij er mee stopte. Daarbij tekende hij aan dit gedicht over te schrijven. Ik ga dat doen, vóór in mijn  2016 agenda, langzaam.  Voor de liefhebber nog een gedicht, met de titel Kerst.

Kerst

De herders, zij ruiken de stal,
zij gaan in draf op huis aan
en bekijken met grote ogen het lam
dat in hun kribbe ligt.

De wijzen gaat een licht op,
zij slaan er Bileam op na
en al hun wijze voorgangers
die weet hebben van de ster.

De bijbelkenners en kamerverhuurders,
zij slapen de slaap des rechtvaardigen,
heel Betlehem slaapt.

Wij weten van de prins geen kwaad,
dat komt nog wel,
drieëndertig jaar later.

Het is gelukt met Isings / levend water gaat digitaal (2)

de herders hebben het in doeken gewikkelde kind gevonden
de herders hebben het in doeken gewikkelde kind gevonden

Het heeft wat moeite en heen en weer gemail gekost. De onderhandelingen waren pittig en het was op voorhand al niet gemakkelijk uit te vinden waar de rechten lagen. Waar gaat het om? Nu de bijbelmethode  voor het basisonderwijs helemaal gedigitaliseerd is, staan alle platen van Michel de Boer zo voor het grijpen! Ik bedoel, de juf of meester kan er heerlijk in grasduinen en ze laten zien op het digibord bij het te vertellen bijbelverhaal. Tegelijkertijd opende dat ongekende mogelijkheden. Je kunt binnen de omgeving van LEVEND WATER ook filmpjes online zetten en natuurlijk nog veel meer platen. Een al lang gekoesterde wens van mij gaat nu in vervulling. De zestig prachtige bijbelplaten die J.H. Isings (1884-1977) in de Tweede Wereldoorlog maakte werden rond 1950 opgenomen in “De Bijbel behandeld voor jonge mensen”. Onder het pseudoniem Wolf Meesters had schoolmeester Wolbert Meijer (1904-1996) een jeugdbijbel geschreven. Ik kan me niet herinneren dat er ooit uit is voorgelezen, terwijl ze bij ons thuis in de boekenkast stonden: twee forse delen. Maar het waren de platen waar het om ging; prachtige zoekplaatjes, die een heel verhaal vertelden. Isings heeft ook getekend voor een aantal andere “kinderbijbijbels”, maar deze zestig platen waren paginagroot. Een paar maanden na het overlijden van Isings werden alle zestig platen nog een keer uitgegeven door uitgeverij De Vuurbaak. De platen zijn weergegeven op ware grote en in de oorspronkelijke kleuren en het boek is nog antiquarisch verkrijgbaar.  Helaas mag je de platen niet zo maar gebruiken voor een methode als Levend Water. Er zit auteursrecht op van zeventig jaar. Je zou bijvoorbeeld wel alle bijbelse afbeeldingen van Rembrandt mogen gebruiken. Via uitgeverij Contact, de directeur van De Vuurbaak en uitgeverij Noordhof in Groningen kwamen we terecht bij een bureau in Amstelveen die de rechten van dit soort werken in beheer heeft. Ook de bekende geschiedenisplaten van Isings kunnen ze leveren.
Om een lang verhaal kort te maken, het zou natuurlijk fantastisch zijn wanneer de Isings-platen ook in Levend Water te gebruiken zouden zijn. In 2006 hadden ze voor het laatst nog gefungeerd in een soort uitlegvertelling van de Bijbel. Maar vader en zonen Blokker lieten zich daarbij adviseren door professor Kuitert. En met hoeveel respect ze ook de bijbelse teksten benaderen, het blijft bij een verhaal van drie ongelovigen die de Bijbel als een belangrijk cultureel erfgoed zien. Eigenlijk wel triest dat de platen van Isings daarin figureerden. Isings was een diepgelovig man, die in zijn werk eerbied voor de Heilige wilde laten zien. Op zijn rouwkaart stond: “… ging van ons heen, naar zijn eigen woorden: ‘Vrijgemaakt om met Christus te zijn’ (Filipenzen 1:23)”. Dat laatste is in het boek van de Blokkers, onder de veelzeggende titel “Er was eens een god”, ver te zoeken.
Binnenkort voor de vertellende meester en juf dus ook beschikbaar, platen die getuigen van historisch inzicht en eerbied voor de verhalen in Gods Woord.

God in de oorlog

gee duimbreed k.schilderHet zaaltje van de PThU aan de Boelelaan zat afgelopen dinsdag afgeladen vol. Eigenlijk was ik te laat met aanmelden, maar Wim Berkelaar zegde toe stoelen bij te plaatsen. Het HDC van de VU hield een symposium over het eerder dit jaar verschenen God in de oorlog. De rol van de kerk in Europa, 1939-1945 van Jan Bank. In het dagblad TROUW was er nogal wat ophef over geweest en het onderwerp blijft tot op vandaag natuurlijk actueel. Een vijftal sprekers reflecteerde op de lijvige pil van professor Bank. Ik vond vooral de bijdrage van dagvoorzitter George Harinck boeiend omdat hij het Nederlandse verhaal nog een keer extra belichtte, in het bijzonder de situatie binnen de Gereformeerde Kerken. Nieuw was voor mij het gegeven dat kerken in die tijd, zeker voor Wereldoorlog II, eigenlijk geen openbare uitspraken deden. De rol van de kerken in Nederland was beperkt wat dat betreft. Abraham Kuyper (soevereiniteit in eigen kring) had de kerk omringd met een grote groep organisaties en daarmee was het zicht op de rest van samenleving min of meer verdwenen. Kerken waren dan ook verlegen met de hele situatie toen de oorlog uitbrak. Er waren theologen en dominees die reageerden via brochures en ook in zondagse preken. K. Schilder schreef in 1936 al een felle aanklacht tegen het nationaalsocialisme (Geen Duimbreed), in de oorlog werd hij zelfs een tijd gevangen gezet. In hervormde kring was het dr.J.Koopmans (predikant van de Noorderkerk in Amsterdam) die in het begin van de bezetting een fel betoog schreef tegen de bezetter, ook in brochurevorm. [De Belgische schrijver Geert van Istendaal eerde Koopmans met een geweldig essay in de bundel ‘Mijn Nederland’.] Maar dit waren individuele kerkleden die van zich lieten horen, niet een heel kerkgenootschap. Er waren genoeg anderen die vonden dat de bezettingsmacht de overheid was die gediend moest worden.
Helaas is over de rol van de kerken nog veel te weinig onderzoek gedaan volgens Harinck. Er is veel verzet van gereformeerden geweest. Er waren gereformeerden die in knokploegen zaten, er waren gereformeerden die onderduikers verborgen hielden. Er zijn veel gereformeerden gesneuveld en vermoord in de concentratiekampen, onder hen ook predikanten. Verhalen te over. Na de oorlog leek het soms wel of alle gereformeerden in het verzet hadden gezeten. Maar niets is minder waar. Ik dacht het ook, na het lezen van ‘Snuf de Hond’ en ‘Reis door de nacht’ en zeker ook door de verhalen in het ouderlijke huis. Mijn ouders trouwden in 1942, kregen de eerste twee van de negen kinderen in de oorlog, terwijl ze inwoonden bij opa en opoe. Voor zover ik weet zijn er zeker twee onderduikers geweest. Oom Gijs, de onderduiker, kwam na de oorlog nog wel eens op bezoek. Mijn idee was dat vrijwel iedereen uit de kerk wel iets gedaan had. Helaas was de werkelijkheid anders.
Vooral dat laatste wordt wel heel erg duidelijk uit het boek van professor Bank. Het waren minderheden die zich daadwerkelijk verzetten en dat ook durfden vol te houden met gevaar voor eigen leven. Logisch dat na zoveel jaren, met meer afstand kijkend naar de jaren 40-45, het soms ook wel een ontluisterend beeld geeft. Dat doet echter niets af aan alle inzet en gedrevenheid van al die mensen die wel iets deden. Het is maar te hopen dat er nog eens een bredere studie over de kerken in Nederland ten tijde van WOII wordt gedaan. Al met al een leerzaam congres met aan het eind een pittige discussie. Dr. Jan Ridderbos die een boek schreef over gereformeerde dominees in de oorlog schreef was het wel heel erg oneens met professor Bank. Dat smaakt naar meer discussie en onderzoek.
son of saulWat zouden we er van kunnen leren voor vandaag? Hoe moeten kerken reageren op oorlog? Het lijkt wel een beetje dat veel kerken (als instituut) daar nog niet eens veel verder mee gekomen zijn. Ook daarom zou onderzoek naar het verleden, nuttig kunnen zijn voor het heden. Ondertussen moeten kerkmensen het verleden echt onder ogen durven zien. Een goed voorbeeld is naar mijn idee het aanbod in de bioscoop. Een kaskraker op dit moment is de laatste James Bondfilm. Niks mis mee, aardige verstrooiing maar agent 007 beweegt zich wel heel erg buiten de bestaande werkelijkheid. Christelijke James Bondfans zouden ook ‘Son of Saul’ moeten bezoeken. Een film die in veel dagbladen vijf sterren kreeg van de critici. De Hongaaarse film gaat over een lid van een sonderkommando in een concentratiekamp. Deze kommando’s bestonden vaak uit Joodse mannen en ze moesten het vuile werk voor de kampbewakers in de uitroeiingskampen in WOII opknappen. Vaak overleefden ze het niet en hadden ze ook geen enkel uitzicht op de vrijheid. In de film komt alle barbaarsheid van de kampen naar voren. Een aangrijpende verbeelding van de concentratiekamphel. Op het bovengenoemde congres zat ik ’s middags bij toeval naast David Barnouw. Hij heeft heel lang gewerkt bij het NIOD (oorlogsdocumentatie centrum) en was natuurlijk geïnteresseerd in de discussie over boek van Bank. We kwamen aan de praat, onder andere over ‘Son of Saul’. Barnouw vond de film erg overgewaardeerd, maar daarin verschilden we toch van mening. Barnouw is volgens zijn website een professioneel kijker naar films en documentaires over de oorlog. Een gemiddelde bezoeker kijkt anders denk ik. Ik zit wat dat betreft meer te wachten op een kritische beschouwing van Willem Jan Otten. De laatste ziet er ongetwijfeld een indrukwekkende ‘rite de passage’ in. Een film die je aan het denken zet, over hoe je zelf zou reageren in zo’n uitzonderlijke situatie. Een film die nederig maakt.

Voel je je ook deel van een plaag? (2)

Storm HET PAROOLOp donderdag heeft HET PAROOL altijd een cultuurbijlage. Het brengt je op ideeën en het laat ook zien hoe critici aan kijken tegen bepaalde kunst en boeken. Maar ook CD’s, concerten en films worden meestal op een prettige manier besproken. Al jaren is Arie Storm een van de literatuurcritici. Toen hij vorig jaar de presentatoren van het zaterdagochtendprogramma NIEUWSUUR in een roman op een rare manier bespottelijk maakte, was zijn commentaar op boeken, rond half elf, niet meer te horen. Hij was beslist niet gedroomde vervanger van Martin Ros. Al vaker liet Arie Storm merken niet zoveel op te hebben met moraal en zeker niet de moraal van het christendom. Toen Willem Jan Otten, de man Vonne van der Meer, de P.C. Hooftprijs kreeg, vond Storm dat ook maar niets. In zijn kritiek op ‘Winter in Gloster Huis’, op zich zijn goed recht natuurlijk, maakt Storm duidelijk dat schrijfster Vonne van der Meer geen goede schrijfster is. Daarna vindt Storm dat van de doodwensen die beschreven worden, een karikatuur wordt gemaakt. Volgens Storm gaat dit boek over ‘euthanasie’ niet serieus met de kwestie om. Tja, over smaak valt te twisten, maar over lichtzinnigheid wordt het wat moeilijker. In een uitgebreid interview legde Vonne van der Meer uit dat haar zorgen wel degelijk terecht zijn. Ze wil de lezer daarover aan het denken zetten en steekt daarbij tussen de regels door, niet onder stoelen of banken waar haar sympathie ligt. Over de vraag van het hoe en waarom voor de zelfgekozen dood na een voltooid leven heeft de schrijfster wel degelijk nagedacht. En het mooie is dat ze weet van mensen die opeens door een voorval of gebeurtenis toch afzagen van hun voornemen. Haar boek is onder meer een oproep om eenzame ouderen uit hun isolement te halen en daarmee te behoeden voor een dodelijke keus. Ook wil ze de lezer duidelijk maken dat de dood nier perse mooi en pijnloos hoeft te zijn. Er is nu eenmaal ziekte en aftakeling. Arie Storm wil dat allemaal blijkbaar niet weten of houdt zich onwetend. Een gemiste kans!

Voel je je ook deel van een plaag?

winter in gloster huisHet heeft niet de boekentafel van DWDD gehaald. Soms is dat maar goed ook. Alhoewel, het boek van Vonne van der Meer zou toch minstens het boek van de maand geweest kunnen zijn. Jaren geleden had deze schrijfster veel succes met Eilandgasten en De Avondboot. Verhalen die zich afspeelden op één van de Waddeneilanden. Verhalen over gewone mensen, waarin prachtig onderhuidse verlangens en gevoelens getekend werden. Van der Meers nieuwste roman, Winter in Gloster Huis, speelt in de toekomst, het jaar 2024. Ik dacht; voor je het weet is het zover. Twee broers hebben een heel bijzondere erfenis in de schoot geworpen gekregen. Een miljoenenerfenis en in eerste instantie weten ze niet wat ze er mee aan moeten. Na veel wikken en wegen, de broers zijn erg op elkaar gesteld, vinden ze een bestemming. De ene broer start een Vaarwelhuis en de andere start het Gloster Huis. In het Vaarwelhuis kun je op ‘waardige’ manier sterven, wanneer je denkt dat het leven voor jou genoeg is. Aan de andere kant van het meer wordt het Gloster Huis gebouwd, daar kunnen spijtoptanten terecht.
Laat je verrassen door deze subtiel geschreven roman. Her en der mooi vleugjes humor en een prachtig plot. Een verhaal wat je aan het denken zet, wanneer is het voor de mens genoeg? Achterop, onder de foto van de schrijfster, staat een soort motto ter overdenking.

Wie steeds maar hoort
dat hij deel uitmaakt van een plaag
gaat dromen van zijn eigen einde.

In het klimaat van het absolute

in het klimaat van het absolute‘Een handleiding voor kerkscheuringen’ . Het zou een ondertitel kunnen zijn van het proefschrift van Ab van Langevelde. Met zijn biografie over professor Veenhof verkreeg van Langevelde vorige maand in Kampen een doctorstitel in de theologie. Een goed geschreven levensverhaal, dat blijft boeien tot het eind. Opgegroeid in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, kan ik er maar een beetje over meepraten. Eerder heb ik wel eens geschreven over de Synode van Hoogeveen (1969-70), mijn vader zat toen in de huisvestingscommissie. Die synode, ik was 13, heb ik dus als beginnend puber meegemaakt. In Hoogeveen was er vrijgemaakt kerkelijk zeker sprake van een zijn ‘in het klimaat van het absolute’ (de ondertitel van de dissertatie). Wij hadden in Hoogeveen als predikant dominee Joh. Francke en die wist waar hij het over had. Rond de kwestie van dominee van der Ziel in Groningen, in het biografie over Veenhof komt het uitgebreid aan de orde, liet ook dominee Francke zich niet onbetuigd. Tijdens het grote gebed in een kerkdienst werd deze kwestie uitgebreid bij de Heere gebracht. Daarin klonk natuurlijk een oproep tot bekering door, dominee van der Ziel zat immers fout! Ik zal nooit vergeten dat tijdens zo’n lang gebed een hele familie uit ergernis de bank uit stommelde. Vanuit mij ooghoeken zag ik een klasgenootje meegetrokken worden door zijn vader. Het kan niet anders dan dat deze familie later ‘buitenverband’ werd.
Ik merk dat ik gelijk afdwaal naar het persoonlijke, mijn eigen verhaal. Bij het lezen van deze biografie had ik dat regelmatig. Namen van predikanten waar je gelijk een beeld bij hebt, gebeurtenissen waar je eerder over hebt gelezen. Verschillende keren ook ben ik mijn boekenkast ingedoken en heb ze erbij gepakt. De acta van de eerste vrijgemaakte synode in 1945, verschillende boeken van K. Schilder, maar ook Veenhof bleek in mijn boekenkast te staan. Wanneer je nog eens bladert door “Predik het Woord’, roept dat herinneringen op aan avonden discussiëren op de mannenvereniging, onder het genot van een goede sigaar. Voor de goede verstaander is het nog steeds een leesbaar en boeiend boek, ook kun je het op marktplaats voor €4,- kopen.

predik het woordDe biografie over professor Veenhof is ook een kerkgeschiedenisboek. Dat maakt het dus dubbel boeiend. Het geeft een mooie indruk van het drukke leven van een jonge predikant voor de Tweede Wereldoorlog, midden in het kerkelijk leven. Bevriend met K. Schilder weert Veenhof zich geducht in de steeds heftiger wordende kerkstrijd, die ook in de oorlog gewoon doorgaat. Verzaken is er op dat gebied niet bij. Mooi tekent de schrijver Veenhof, deze wil eigenlijk niets liever dan een wapenstilstand in de kerk, probeert daarom Schilder ook af te remmen. Wachten tot de verschrikkelijke bezetting door de Duitsers achter de rug is. Veenhof zal zich dan ook pas na de oorlog bij de artikel 31-ers voegen. Van Langevelde laat vervolgens goed uitkomen dat na WOII het klimaat in de vrijgemaakte kerk steeds absoluter wordt. Er is alleen maar goed of fout, één ware kerk en alle andere kerken zijn daarmee vals. Op de HAVO leerde ik het zo van de schoonzoon van K. Schilder. Zelfs de Christelijk Gereformeerden waren valse kerk volgens zijn zeggen. Uiteindelijk liep dit hele absolute denken uit op een nieuwe scheuring in de tweede helft van de jaren zestig.

Tijdens het lezen besefte ik dat mijn ouders en vele ouders van generatiegenoten in die sfeer van goed en kwaad, waar en vals zijn opgegroeid. Natuurlijk waren er heel veel broeders en zusters in de kerk die wel wat ‘rekkelijker’ waren, maar de heersende stroming was duidelijk. Mijn ouders lazen naast het Gereformeerd Gezinsblad ook de Reformatie, beter was er niet. Het leert dus ook veel over hoe we in onze opvoeding zijn beïnvloed en daar uiteindelijk ook weer op reageren. Daarmee heeft van Langevelde een prachtige spiegel gemaakt. Een spiegel die je het verleden op een rustige manier voorhoudt. Fouten over en weer, er wordt niet over gezwegen. Menselijke zwakheden zijn er in het verhaal te over. Maar het laat ook heel eerlijk de drijfveren zien van onze ouders en grootouders. En steeds weer met een beroep op Gods Woord en daarmee op Zijn Waarheid. Het kan haast niet anders dan dat je dit levensverhaal leert relativeren. Waarom je zo druk maken over al die verschillen en strijdpunten, die wanneer je jaren later terugkijkt, gewoon het ruziemaken niet waard zijn. Bergen blijken opeens kiezelstenen te zijn.

ds. Joh. Francke
ds. Joh. Francke 1908-1990 foto uit ‘Er staat geschreven… Er is geschied’ met als onderschrift: ‘Mag wat kan?’

Een forse aanbeveling dus om te gaan lezen. Lees het verhaal over Veenhof en daarmee het verhaal van een vorige generatie, maar wel een generatie waar wij uit geboren zijn. Misschien kunnen we er wat van leren. Helaas zijn er nog steeds duizenden gereformeerden die zich als maar vastbijten in stelligheden en mijns inziens vergeten dat onze Heiland Jezus omkeek naar hoeren en tollenaars en de Farizeeën veroordeelde vanwege hun wetticisme. En pas op, voor je weet zit je in je eigen denkraam en denk je het beter te weten dan die ‘strenge’ broeders en zusters. De dominee van mijn jeugd was een diehard zei men weleens. Tegelijkertijd was hij een diepgelovig man die naar eer en geweten streed voor Gods eer. Dat laatste vergeten we dan vaak snel. Ondanks al het absolute waren het gelovige mensen die geestelijk met elkaar op de vuist gingen. Achteraf had dat anders gekund en gemoeten. Een mooie opdracht om het absolute achter ons te laten en eenheid te zoeken met zo veel broeders en zusters die ook willen leven van genade.

stem ook voor 18 november!

dit-kan-niet-waar-zijnhttps://nspublieksprijs.nl/

Er staan vijf boeken op de nominatie om de NS PUBLIEKSPRIJS te winnen.  Er zitten aardige boeken tussen, maar naar mijn idee is er deze keer maar één winnaar. Een boek dat maanden op nummer 1 heeft gestaan van best verkochte boeken. Een boek dat wezenlijk iets aan de orde heeft gesteld over hoe banken met mijn en jouw geld omgaan. Een verhaal dat de komende jaren blijvend onder de neus van politici en bankdirecteuren moet worden geduwd. Wat mij betreft; terug naar  de ouderwetse Boerenleenbank of de Raiffeisenbank, of hoe die bank ook maar heten mag. Een bank  die zijn werknemers op een normale manier betaalt, waar je fatsoenlijk een hypotheek kunt afsluiten. Met daarbij aangetekend dat de meeste Nederlanders het dan ook begrijpen wat ze lenen en wat het kost. Recht toe recht aan producten graag. Met groeiende verbazing en ook interesse heb ik Luyendijks boek gelezen. Ik denk dat zijn verhaal wel zo ongeveer de waarheid is. Maar al zou de helft of een kwart waar zijn, dan nog is Luyendijks boodschap verontrustend. Stem daarom ook, het kan gemakkelijk via bovenstaande link. Dit boek moet blijvend aandacht krijgen! Tot slot, het is ook met humor geschreven en doet niet onder voor de gemiddelde hedendaagse fictie.

eenvoudig christelijk (2)

een kleine wereldVan mijn oudste dochter kreeg ik ‘Een kleine wereld’ van Marga Kool te lezen. Ooit kocht ik van Marga Kool een bundel gedichten in het Drents, met daarin prachtige zinnen als:

“God, geef de zunne
An de luu
Die leeft in vreeze
Veur menaar
Veur oen aangezicht”
(de laatste strofe van: God zien folklore)

In Kools roman ‘Een kleine wereld’ brengt ze min of meer autobiografisch haar jeugd tot leven. Wanneer jezelf bent opgegroeid op het Drentse platteland is het een mooie kroniek, die ook je eigen verleden tot leven brengt. Raak typeert Kool de mensen, hun gewoontes en de eenvoudigheid, maar ook de schoonheid van het boerenbestaan en het dorpsleven van 50, 60 jaar geleden. De eendracht en burenhulp doet weldadig aan, maar tegelijkertijd is er ook de benepenheid en roddel. Openheid van mensen, het omgaan met elkaar in een veranderende cultuur, Margo Kool heeft het mooi neergezet. Hier en daar wordt het soms wel te gladjes en te gezocht. Het boek is een roman, maar wel heel dicht denk ik bij het leven van de schrijfster zelf. Wat mij betreft had ze er ook met haar prachtige schrijfstijl een non-fictie verhaal van kunnen maken. De dichtegels van hierboven zeggen ook wel iets over de mensen in het boek. Tegelijkertijd zijn deze regels nog steeds actueel; ze passen ook op de angst voor alles wat vreemd is en van buiten onze kleine wereld binnenkomt. Gelukkig schrijft Marga Kool met eerbied en ook respect over het geloof van de vader en de moeder in dit verhaal. Deze mensen zijn echt; eenvoudig christelijk.

dagboek van een beulDat laatste kwam ik ook tegen in het boeiende verhaal over meester Frantz Schmidt. Meester Frantz was jarenlang beul in de Duitse stad Neurenberg aan het begin van de 17e eeuw. Zijn graf is te vinden op dezelfde begraafplaats als waar de beroemde componist Johann Pachelbel begraven ligt. Omdat meester Frantz een zeer nauwkeurig dagboek/verslag bij hield over zijn werk is er over deze beul veel meer bekend dan over zijn beroepsgenoten. Waarschijnlijk was het beroep beul min of meer aan het uitsterven, dat maakt het verhaal over hem extra boeiend. Een paar jaar geleden las ik een boeiende recensie in het ND over het boek van Joel Harrington. Nu zag ik voor nog geen 10 euro in de ramsj. Een koopje dus! Het is een heel boeiend verhaal, waarin je de beul echt leert kenen. Bijzonder is dat Frantz en zijn familie Luthers zijn en door alles te merken dat hij een vroom soort rechtvaardigheid bezit. Ook al was hij kind van zijn tijd, het was beslist geen wrede gewetenloze middeleeuwer. Frantz was kerkganger, kende Jezus en hield daar rekening mee in zijn werk. Wel bijzonder dat het verhaal over Frantz uit Neurenberg komt. Neurenberg was

het graf van meester Frantz op het Rochusfriedhof in Neurenberg
het graf van meester Frantz
op het Rochusfriedhof in Neurenberg

in de vorige eeuw het toneel van de nationaalsocialistische ‘partijdagen’ van de nazipartij, maar na WOII ook van de processen tegen de Nazikopstukken. De toen 10 veroordeelden werden door ophanging ter dood gebracht. Opnieuw moest een beul zijn werk doen. De vonnissen werden voltrokken door sergeant John C. Woods (deze beul voltrok 347 vonnissen in 15 jaar). Meester Frantz kwam tot 394 doodvonnissen in 50 jaar en heeft daarnaast nog vele lijfstraffen uitgevoerd. Woods elektrocuteerde zichzelf tijdens een reparatie van een hoogspanningskabel. Meester Frantz stierf 80 jaar oud als een eerzaam burger, die beul was geweest, maar ook genezer.  Wanneer je zijn ‘levensverhaal’ leest houdt dat ons ook een spiegel voor. Het zet je aan het denken over het nut van lange gevangenisstraffen, de (on)rechtvaardigheid van de doodstraf en dat in relatie tot het christelijk geloof. Daarnaast worden er in onze tijd nog steeds mensen onthoofd. Een leerzaam boek voor een kleine prijs, dat ook aanzette tot verder snuffelen op internet.

Hoe vertellen we het onze kinderen?

Reinier Sonneveld vergeleek het met het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes. Eerst doe je dat bij jonge kinderen ook heel simpel en naarmate ze groter worden zul je meer en meer moeten vertellen. En dat laatste is beslist niet gemakkelijk voegde hij er aan toe, maar je kunt het niet achterwege laten. Zo is het ook met het vertellen aan je kinderen (dus ook leerlingen op een basisschool) over de schepping van hemel aarde door onze goede God.

9789085432852-het-geheime-logboek-van-topnerd-tychoIn Amersfoort werd in de aula van de Evangelische Hogeschool uitgebreid stilgestaan bij het verschijnen van het nieuwste boek van kinderschrijfster Corien Oranje. Samen met Cees Dekker (nanobioloog en hoogleraar aan de TU in Delft) heeft Corien Oranje een meeslepend jeugdboek geschreven over topnerd Tycho. Tycho wil meer weten over de oorsprong van het leven en alles wat daar mee te maken heeft. Dus gaat het over dyno’s en planeten en nog veel meer. En natuurlijk komt op de eerste pagina’s al een soort oerknal voorbij. Bij de speurtocht die Tycho onderneemt gebeurt van alles, maar ontdekt hij dat het verhaal van de eeuwige God en hemelse Vader te combineren valt met een oerknal en de wetenschap die zegt dat de bewijzen van evolutie niet te ontkennen zijn.
Bij dat laatste gedeelte komt dan Cees Dekker om de hoek, hij heeft met de kinderboekenschrijfster meegedacht en meegeschreven. Hij zat ook in het forum om mee te discussiëren over ‘hoe we het onze kinderen moeten vertellen’. Te vaak heeft deze christen-wetenschapper meegemaakt dat studenten afhaakten omdat het geloof uit hun jeugd niet opgewassen bleek tegen alle wetenschappelijke feiten. Volgens Dekker is dat niet nodig. En daarom een boek wat jonge kinderen al meeneemt op de grote ontdekkingsreis van de wetenschap. De generatie die nu opgroeit en een ontzaglijke hoeveelheid informatie op internet kan vinden, heeft antwoorden nodig.
In de verschillende bijdragen kwamen mooie inzichten naar voren.
• God heeft in het Woord geen wetenschappelijke verhandeling aan ons overgeleverd in Genesis 1 t/m 11. Maar in het Woord wordt buitengewoon duidelijk dat God de oorsprong is, schepper van hemel en aarde. Je moet God vertrouwen en je kunt hem niet in alles narekenen. En we kunnen nog wel eens versteld staan, als we later in de hemel zijn. Verketter elkaar dus niet met je ideeën overschepping, evolutie of creationisme; christenen zijn elkaar immers gegeven om elkaar te verheffen!
• Theologe Janneke Burger gaf 5 regels voor omgaan met kinderen die verder denken en vragen stellen bij bijbelse feiten. Ik geef ze door want ze zijn in school ook zeker hanteerbaar;
o In boeken over dino’s staat heel veel, maar ook heel veel niet. Over God kom je meestal niets tegen, dus dat moet je je kinderen wel vertellen!
o God draagt de wereld en dat is echt het belangrijkste,
o We weten ook heel veel niet!
o Lees de Bijbel letterlijk waarbij je steeds goed kijkt naar de bedoeling van de teksten die je leest.
o Laat je kinderen onbekommerd leren en onderzoeken in en over Gods schepping en onder de indruk komen van wie Hij is!
Vooral die vijf punten, waarbij misschien nog best meer kanttekeningen kunt plaatsen hebben we ook in ons onderwijs nodig. Leef niet met dichtgeknepen handen, maar met open handen, voegde de theologe er nog aan toe.

Wat te doen met Sinterklaas?

Het Haagje werd gedempt, net als alle andere kanalen in Hoogeveen. Sint moest nu te voet of met paard en wagen komen.
Het Haagje werd gedempt, net als alle andere kanalen in Hoogeveen. Sint moest nu te voet of met paard en wagen komen.

Een grote taai-taaipop en een doosje met Lego waren de cadeaus die ik als klein jongentje kreeg op 5 december. Daarbij moet ik wel heel diep graven in mijn geheugen, want eigenlijk vierden wij niet echt Sinterklaas thuis. Sinterklaas was Rooms en dus niet voor gereformeerden bestemd. Toen ik een keer bij vriendje Wiebe op een zaterdagmiddag aan het spelen was heb ik vanuit de verte de boot van Sinterklaas in het Haagje zien liggen, de goedheiligman was Hoogeveen binnengevaren. Heel spannend, maar ik durfde er ’s avonds niet over te vertellen, want Sinterklaas hoorde niet. Van mijn tijd op de lagere school kan ik mij niet iets van een Sinterklaasviering herinneren. Maar het zou kunnen dat ik het heb verdrongen. Ik ben dus niet echt opgegroeid met een positief Sinterklaas beeld.

Toen mijn kinderen op de basisschool zaten, vierden we uitgebreid pakjesavond met goede vrienden en hun twee dochtertjes. Gedichten, een zak met cadeautjes, lootjes trekken en een paar flinke bonzen op de voordeur door Eddo. Geweldige avonden waar we als gezin met veel plezier op terugkijken. Van jongs af aan hebben we onze kinderen duidelijk gemaakt dat Sinterklaas een verklede man is. In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werd Sinterklaas onder gereformeerden een geaccepteerd feest en ook wij liepen een beetje met de meute mee. Op de van ’t Veerschool in Amsterdam, werd het jaarlijks een terugkerende discussie. Ik daagde de collega’s uit met mijn ‘verklede man’ standpunt en de juffen lieten zich meezuigen in het als maar uitdijende spektakel van het Sinterklaasjournaal. De keren dat ik Sinterklaas welkom moest heten, ik geef het achteraf eerlijk toe, deed ik dat met een lichte gêne. Toch was het Sinterklaasfeest in een groep 5, 6, 7 of 8 geweldig! Een grote berg prachtig in elkaar geknutselde surprises met de meest fraaie gedichten. Elkaar een beetje op de hak nemen, hobby’s uitvergroten; het kon niet op.

De jaren van onbezorgd vieren van het Sinterklaasfeest zijn echter voorbij. Het fenomeen zwarte Piet is door actiegroepen verbonden met het slavernijverleden van ons vaderland. Veel discussies rond het 5 decemberfeest zijn vaak buiten alle proporties. Toen de eerste actiegroepen zich verzetten tegen Zwarte Piet, moest ik er om glimlachen. Ach wat, het is een volksfeest en het heeft een lange traditie waar toch niets verkeerd mee is? En alle discussies in de krant en op tv, je wordt er niet vrolijk van. Maar wie zich wat verdiept in het koloniale verleden van ons land, kan er niet meer omheen dat de tegenstanders van Zwarte Piet meer dan een punt hebben. Lees bijvoorbeeld de boeiende roman van Arthur Japin over Aquasi Boachi (“De zwarte met het witte hart”). Stevo Akkerman schreef een boeiende roman over een tentoonstelling met 28 Surinamers op het Museumplein (“De inboorling”). Zomaar twee boeken die subtiel aan de oppervlakte brengen dat ons geschiedenisboek heel wat zwarte bladzijden heeft. En er zijn nog veel meer boeken, fictie en non-fictie, te noemen die een beeld geven van ons koloniale verleden. Discriminatie, uitbuiting en slavernij; veel Nederlanders hebben er helaas geen idee van, wat dit voor impact heeft gehad op onze niet-blanke landgenoten en tot op de dag van vandaag heeft. Hoe goed bedoeld ook de bekeringsdrang van VOC en WIC zijn geweest, we zullen vandaag de dag in het reine moeten komen met de uitwassen daarvan. De laatste weken zijn er in Zuid-Afrika veel protesten van zwarte studenten in de universiteitsstad Stellenbosch. Hun protest gaat onder andere over het gebruik van het Afrikaans. Ten diepste hebben zij dezelfde motieven en argumenten als de tegenstanders van Zwarte Piet in Nederland. Het zijn maar een paar voorbeelden om aan te geven dat niet-blanken zich beledigd en gediscrimineerd voelen door een volksfeest met een witte bisschop op een schimmel en een kudde mallotige zwart geschminkte jongelui er omheen dansend.

Het gereformeerde onderwijs waar ik werkzaam ben, en zich al een aantal jaren profileert met het etiket ‘bijbelgetrouw’, heeft zich tot op heden niet geroerd in de discussie over Zwarte Piet. Het lijkt wel of de discussie volledig langs ons heen gaat. Sinterklaas met zijn zwarte knecht zijn nog steeds van harte welkom op gereformeerde scholen. Maar nu zelfs een VN-commissie Nederland min of meer op de vingers heeft getikt, kunnen de gereformeerde scholen zich niet meer verschuilen achter de ‘traditie’. Immers die traditie is voor onze scholen in veel gevallen niet meer dan een traditie van een jaar of veertig oud en alleen daarom al, beslist niet heilig. Wat mij betreft nemen onze scholen een keer het voortouw. En dan niet flauw gaan doen met een regenboogpiet of wat voor kleur schmink je verder nog kunt vinden. Schaf het hele opgeklopte gedoe rond Sinterklaas gewoon af. Geen ‘verklede man’ meer zijn ‘zwarte knecht’ op het podium hijsen en de jongste kinderen van de school de stuipen op het lijf jagen. Geen grappen meer met een domme zwarte Piet die zich heeft verslapen of opeens boven op het dak van de school staat. Want wat je ook doet met knecht Piet, het zal ons steeds blijven herinneren aan de discussies over zijn zwart zijn, welke kleur we hem ook geven. Verlos de scholen en de gezinnen van veel gedoe en gediscussieer en verzin een nieuw decemberfeest! Dat feest mag best met presentjes en met surprises en humoristische gedichten. Mijn creativiteit schiet hierin te kort, maar er is zoveel creativiteit binnen de scholen dat er vast wel weer iets moois zal ontstaan.

Dus wat mij betreft; afscheid van zwarte Piet en Sinterklaas mag met het mee. Beiden zijn immers zo met elkaar verweven dat al zou je van beiden de kleur veranderen, de zaak nog niet verandert. Het lijkt mij voor de gereformeerde scholen een mooi statement; de zogenaamde Sinterklaastraditie bijzetten in het geschiedenisboek. Want ook al is die traditie niet ontstaan in het koloniale tijdperk, de traditie is wel gekleurd door het koloniale verleden. Scholen en gezinnen worden uitgedaagd tot een nieuw decemberfeest waarbij humor, plezier, gelijkheid en creativiteit voorop mag staan.

eenvoudig christelijk (1)

houtworm kerkbank
houtworm in de kerkbanken van Cereste

Een paar weken vakantie in Frankrijk geeft weer een heel andere kijk op het leven. Lekker lezen, genieten van een openluchtconcert en prachtige uitzichten over landschappen met groene akkers en paarse lavendelvelden met tussendoor gele akkers met kamille. En elke ochtend een croissantje bij je ontbijt, heerlijk! We zijn dus heerlijk tot rust gekomen. Vooraf had ik nog  even gegoogeld of er ergens een gereformeerde kerk in de buurt zou zijn. Het is altijd weer mooi om broers en zussen in het geloof de hand te kunnen schudden, ook al kun je het Frans niet echt goed volgen. Helaas zijn de websites van die kerken er helemaal niet of niet toereikend. Uiteindelijk zou er in Apt wel een gereformeerde kerk moeten zijn. Gelukkig stond bij ons aan het dorps/stadplein van Reillanne zo’n mooie lelijke dorpskerk die al heel oud is.

Zhongnai: 'Provence'
Zhongnai: ‘Provence’

De eerste zondag was daar gelukkig een dienst om half elf. Elke keer sta je dan verbaasd over hoe veel mensen er dan weer binnenwandelen en aandachtig luisteren en ook meezingen. Meneer pastoor, ver in de zeventig denk ik, hield een bezielende preek over de uitzending van de discipelen van Jezus. Je raakt er toch steeds weer van onder de indruk. Ons idee is vaak dat Frankrijk toch echt geen christelijk land meer is, maar zo’n gemeenschap in de Provence laat het tegenovergestelde zien. Toen we een week later in Cereste naar de kerk gingen was dezelfde meneer pastoor weer van de partij. Ook nu weer een bevlogen preek en ernstig luisterende toehoorders. En wat wij nuchtere Hollanders al lang niet meer doen, zie je daar echt gebeuren; vaders en moeders op de knieën met hun kinderen. Ik raak dan onder de

de RK kerk in Nolay - Bourgogne
de RK kerk in Nolay – Bourgogne

indruk van mensen die het eenvoudige christelijke leven blijkbaar handen en voeten weten te geven. Helaas zaten in Cereste een aantal kerkbanken onder de houtworm. De koster zal er niet aan toe gekomen zijn om nog een wekelijkse schoonmaak te houden en vanuit het bisdom zal wel geen geld zijn om het vermolmingsproces te stoppen. Wanneer het maar niet spreekwoordelijk wordt voor de Franse kerken. De laatste zondag waren we in Nolay aan de rand van de Bourgognestreek. Ook hier weer een groot aantal kerkgangers die de uit Afrika afkomstige meneer pastoor een vurige preek hoorden afsteken. En na afloop alle bezoekers een hand met een “bonne dimanche”. En, dat is ook Frankrijk, meneer de kapelaan die even later in korte broek richting de bakker gaat.

dag heur… 2

“En daar is dan het boek dat ik zelf had willen schrijven. Nu ja, een boek met een thema waarover ik zelf had willen kunnen schrijven. “ Zo begint de bespreking van ‘Donderdagmiddagdochter’ van Elizabeth Kooman in LITER (christelijk literair tijdschrift) december 2013. De recensie van Kooman laat zien waar het boekje van 155 pagina’s zo sterk in is en ook dat het literair zich kan meten met de vele andere literatuur die niets met het christelijke te maken wil hebben. De stijl waarin Stevo Akkerman schrijft is boeiend, zakelijk, registrerend, maar komt ook heel erg dichtbij. In een interview in het ND geeft de schrijver duidelijk toe, dat het boek over een zoektocht naar zichzelf gaat. Wie ben ik, waar kom ik vandaan en wat heeft gemaakt dat ik ben, wie ik ben. Opgegroeid in de gereformeerd kerk, schrijft Stevo Akkerman uitgebreid over zijn jeugd en opvoeding.

foto Rufus de Vries in het ND van 4.10.2013
Stevo Akkerman in het ND van 4.10.2013 (foto Rufus de Vries)

Het opgroeien binnen die kerk lijkt bepalend voor de rest van zijn leven. Wanneer dochtertje Evy Elise na de geboorte overlijdt omdat ze geen nieren heeft, zet dat zijn leven en ook dat van zijn vrouw op z’n kop. Mede daarom gaat hij op zoek naar zijn geschiedenis en wat voor invloed dat heeft op zijn omgaan met verlies. Akkerman beschrijft dat vervolgens op een bijzonder eerlijke en vaak ook ontroerende manier, waarin hij zeker zichzelf niet spaart.
Wat Stevo Akkerman schrijft over zijn opvoeding en kerkelijke cultuur waarin hij opgroeit, is naar mijn idee zeer herkenbaar voor verschillende generaties gereformeerd-vrijgemaakten. In meerdere of mindere mate kunnen zij het zo aanvullen met verhalen uit de jaren zestig en zeventig en tachtig. Ik herken veel uit mijn eigen verleden en toen ik mijn schoonfamilie leerde kennen, leerde ik het zelfs het kwadraat van gereformeerd zijn kennen. Ik herken het ook uit de verhalen die we uitwisselden op het lyceum in Groningen, daaruit donderdagmiddagdochterkwam hetzelfde beeld naar voren. Voor velen uit mijn generatie is het dus een herkenbaar verhaal en datzelfde geldt denk ik ook voor veel veertigers en misschien ook nog wel dertigers. Door het lezen en herlezen wordt je geconfronteerd met je verleden en ook hoe je dat vandaag vorm geeft. Wat was dat bij mijn ouders? Waarom deden ze, zoals ze deden? Ik weet zeker dat er veel geloof was, binnengehouden geloof weliswaar, maar veel geloof. Vaak leek het hart niet aan bod te komen. Alles was gegoten in duidelijke afspraken en regels, keurig verstandelijk beredeneerd. Dat maakte het kerkelijk leven overzichtelijk en ook gemakkelijk. Wanneer er van de regels werd afgeweken, werd dat daardoor ook gelijk onderwerp van discussie en soms nog weer stelliger stellingnames. En wat Gezinsblad en Reformatie vervolgens zeiden, was dan de ultieme waarheid. Bij jonge mensen heeft dat veel angst gegeven. De alomtegenwoordige God, die alles ziet, weet je altijd te vinden. Doe ik het goed? Kan ik het verantwoorden? Kerkelijke regels werden gelijkgesteld met Gods regels.
Door wat voor oorzaken ook, de cultuur in de kerk is inmiddels totaal verandert. Voor veel kerkmensen maakt het dat ingewikkeld. Begrijpelijk, maar het moet ook aan het denken zetten. Niet alleen maar terugdenken aan de jaren in de tweede helft van de vorige eeuw als groots en geweldig. De muren om onze denominatie waren, denk ik, veel te hoog en de ramen veel te vaak potdicht. Daarmee wil ik niets afdoen aan wat kerken hebben laten zien van wat Christus kan beteken in het leven van mensen. ‘Donderdagmiddagdochter’ laat ons in ieder geval in de spiegel kijken. Hoe je het ook wend of keert, je kunt dan niet wegkijken.
Heel veel mensen die opgegroeid zijn in de GKV hebben die kerk inmiddels verlaten. Soms omdat ze het geloof totaal zijn ‘kwijtgeraakt’. Maar ook zijn velen vertrokken naar kerken en gemeenschappen, waar naar hun gevoel geloven met hoofd en hart veel meer in evenwicht is dan binnen de GKV. Heel veel broeders en zusters prikten door de buitenkant heen en zeiden letterlijk gedag. En de kerk zei soms ook maar gewoon ‘dag hoor….’ terug. Verlegen en zich vaak niet bewust van wat de gevolgen zijn van een alleen maar uiterlijk christelijk geloof.
In de bundel VRIJGEMAAKT (zie ‘dag heur 1….’) is dat naar mijn idee ook een terugkerend thema. Als kerken zijn we zo verschrikkelijk veranderd, dat we al vergeten zijn waar het fout ging. Juist van die fouten zouden we moeten willen leren. Niet de ogen sluiten en alleen maar restaureren. In gesprek gaan, er over schrijven, fouten durven toegeven en nog meer in woorden en daden echt discipel van Jezus Christus willen zijn. En wanneer dat betekent dat iemand alleen maar stil op de achterste rij in de kerk wil zitten, mooi!
Ik hoop dat de schrijver Stevo Akkerman opnieuw de rust vind om een boek te schrijven. Wat mij betreft mag dat best over de Vrijmaking gaan.

voorbergPS    In het ND werd melding gemaakt van een discussieavond (29.01) tussen vader en zoon Voorberg. Via een live stream kon je volgen wat er in het gebouw van de GKV van Rouveen plaatsvond. Aangezien Rikko Voorberg mede door onze OPK in Amsterdam-Oost betaald wordt is het interessant om zo iets te volgen. Helaas heb ik de echte discussie niet meer gevolgd, want het was slaapverwekkend om alsmaar naar een een grote groep koffiedrinkende broeders en zusters te zitten kijken. Wel grappig dat je dan opeens de maker van ‘Hemelbestormers’ door het beeld ziet schuiven. In het beeld dat vader en zoon oproepen zit heel veel wat herkenbaar is. Een begin zestiger en een dertiger geven aan waar het volgens hen om wringt in de kerk. In het ND-verslag stond gelukkig ook een verslag van de discussie. Daar kwamen de relevante vragen naar voren. Waar blijven onze jongeren? Lopen de kerken niet leeg? Hoe leef je als christen zo dat anderen er door aan getrokken worden? Rikko deed een prachtig voorstel: meld de GKV van Rouveen bij het gemeentebestuur aan als vrijwilliger! Ik besef ook wel dat eenvoudige en gemakkelijke antwoorden op de gestelde vragen niet bestaan. Maar zowel popup-kerk als gezinnetjeskerk zullen iedere keer weer moeten bedenken en in praktijk brengen, wat het is om dagelijks wedergeboren te worden en Jezus te volgen. Daarnaast hoop ik dat deze interne vrijgemaakte discussies er voor zullen zorgen dat we samen met heel veel andere kerken (denominaties) gaan uitstralen wie de Zoon van God is in het leven van christenen.

Rite de passage, Lassche en Otten

Poster_Killers_Slope_2Het IDFA is weer voorbij. De prijzen zijn verdeeld en wat blijft is een serie prachtige documentaires. En gelukkig is er NPO-doc, zodat er regelmatig van al dat geweldigs te genieten valt. Nu is de ene documentaire de andere niet. Mijn zoon en ik waren in ieder geval zeer onder de indruk van de nieuwe Geertjan Lassche. Het was niet de eerste keer dat een film van hem was te zien op het IDFA. Ik hoop dat er nog vele zullen volgen.
‘Hemelbestormers’ is het verhaal over stoere mannen die een top van de Himalaya willen bedwingen. Een wel heel bijzondere tak van sport en ook nog een hele dure. Lassche heeft het allemaal vastgelegd en daarbij trefzeker vastgelegd wat de drijfveren van deze mensen zijn. De documentairemaker is ook nu weer op zoek naar de psychologie van de mens. Wat zijn drijfveren, hoe toont zich leiderschap en wat er gebeurt onder extreme omstandigheden? Het vastleggen van emoties, het wordt niet geschuwd. Een prachtig document, met ook geweldige beelden van het hooggebergte. Het vertonen van zo’n documentaire in de bioscoopzaal geeft ook nog eens een extra dimensie.
Willem Jan Otten zou in de film van Lassche zeker ‘rite de passages’ hebben ontdekt. Met in het achterhoofd een aantal films die Otten een paar jaar geleden in de Balie begeleidde, waarvan ik meerdere heb gezien. Ik heb trouwens geen idee of Otten wel naar documentaires kijkt. In zijn nieuwe bundel ‘Droomportaal’ gaan zijn essays, wanneer ze over film gaan, steeds over droomportaalfictie. In de zijn kenmerkende stijl vertelt Otten wat films met hem doen. Wat ze in hem oproepen aan gedachten en waar ze raken aan literatuur en motieven in veel literatuur. Een mooie verzameling essays, die trouwens niet alleen over film gaan. Zijn jeugd en zijn moeder koen ook regelmatig aan de orde. Een hoogtepunt vind ik persoonlijk het laatste essay. Dat essay sprak Otten uit bij het ontvangen van de P.C.Hooftprijs. Hierin schuwt Otten niet, de randen van ons menselijk denken op te zoeken en tegelijkertijd aan te geven dat het geloof in een God, die aan het begin van alles staat, onontkoombaar is. Een prachtige bundel, die doet uitzien naar de roman waar Otten mee bezig is.

De film van Geertjan Lassche wordt dit seizoen nog uitgezonden door de EO, de werkgever van Lassche. De bundel van Otten is natuurlijk te koop bij de betere boekhandel.

leviathan en lijden

leviathanDeze weken draait er een geweldige film in de bioscopen. Leviathan van een Russische filmmaker met een onuitspreekbare naam toont het Russische leven in al zijn naaktheid. Onrecht, drankmisbruik, overspel en een corrupte overheid en kerk; het komt allemaal voorbij. Bijzonder is dat bij het begin al wordt getoond dat de film mede gesponsord is door door Russische culturele instanties. We zien zelfs Poetin op portret voorbijkomen, terwijl het in eerste echt een aanklacht is tegen de staat Rusland. Maar vervolgens graaft de film dieper en stelt de kijker de vraag, hoe hij zelf omgaat met lijden. De film heet niet voor niets Leviathan. Elke bijbelkennner herkent gelijk het beest uit het bijbelboek Job. In de BV vinden we hem in hoofdstuk 3.8 en 40.20. In de laatste tekst echter weg vertaald als krokodil. In de BGT is de leviatan helaas niet meer terug te vinden. De BGT heeft in tovenaar in 3.8 opgevoerd, nou was dat maar zo. Dan was het in de film wel anders afgelopen. Een boeiende film, die christen en niet-christen aan het denken zet over het centrale thema van het boek Job: lijden.

tim keller aan gods hand door pijn en lijdenOndertussen ligt in de christelijke boekhandel, tegelijk met het verschijnen van Leviathan in de bioscoop, een nieuw boek van de New Yorkse predikant Tim Keller. Uitgeverij Wever in Franeker heeft een nieuwe kaskraker in huis denk ik. Een boek dat net als Leviathan over lijden gaat. Keller beweert dat lijden niemand overslaat. Hoe gelukkig je ook voelt op dit moment, hoe mooi en goed je alles op de rit hebt, op een dag zul je er mee te maken krijgen. Keller hanteert een brede benadering en zet lijden in een breed bijbels perspectief. Een troostvol boek. Opnieuw een aanrader vanuit Franeker/New York.

Dag heur… in memoriam ds. C.J. Breen 1924-2014

ds. C.J. Breen bij zijn 60 ambtsjubileum in 2013
ds. C.J. Breen bij zijn 60 ambtsjubileum in 2013

Het jaar 1969, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt stonden in brand. De voormalige synagoge in Hoogeveen waar we zondags kerkten was doordeweeks  maandenlang het strijdtoneel van de geachte afgevaardigden. De strijd over afvaardiging A en B uit Noord-Holland laaide hoog op. Ds. C.J. Breen uit Katwijk zal zich over deze kwestie zeker niet onbetuigd hebben gelaten. Maar als beginnende puber hield ik me daar niet mee bezig. Wel heb ik met verbazing zo nu en dan gekeken naar die vreemde dominee uit West-Nederland die bij ons logeerde. Onze moeder maakte speciaal ontbijt voor hem en ongetwijfeld gebruikte hij dan zijn witte zakdoek als servet. Voor ons Hollandsevelders die thuis altijd Drents met elkaar spraken was de logerende dominee met zijn deftige spraak een bijzondere verschijning.
Bijna tien jaar later begon ik als schoolmeester op de dr. M.B. van ’t Veerschool in Amsterdam . Nooit zal ik mijn eerste verjaardag als leerkracht vergeten. Even na de kleine pauze kwam de afgevaardigde van het bestuur op bezoek in de klas en de leerlingen van klas 4 luisterden ademloos mee naar de feestelijke toespraak van ds. Breen. Namens het bestuur bood hij een doos sigaren aan en eindigde met een krachtige uithaal op mijn initialen; Roemrucht, Jeugdig en Welvarend, het klonk bijna profetisch. Met een deftig: ‘dag heur’ en een kenmerkend majesteitelijke gebaar trok hij de deur achter zich dicht. Achter in de klas imiteerde een leerling zachtjes het ‘dag heur’. Later werd het bij sommige leerlingen een staande uitdrukking.
Ds. Breen was in 1970, na alle kerkelijke verwikkelingen en scheuringen door de ‘binnenverbanders’ naar zijn geboortestad Amsterdam gehaald. Je zou dat haast letterlijk kunnen nemen, want ds. Breen reed geen auto. Het verhaal ging dat zijn medestudenten, toen hij in Kampen theologie studeerde, hem min of meer hebben leren fietsen. Een rijbewijs heeft er blijkbaar nooit ingezeten. Al snel zat de predikant in het bestuur van de Amsterdamse gereformeerde lagere school. Trouw bezocht hij de bestuursvergaderingen en liet zijn invloed gelden. Toen al zijn termijnen in het bestuur voorbij waren, werd hij gevraagd adviserend bestuurslid te worden. Op die manier was hij toch betrokken. Toen hij ergens halverwege de jaren tachtig op een maandagavond vanuit Slotermeer huiswaarts keerde met de tram, sukkelde hij langzaam in slaap. Het was waarschijnlijk weer erg laat geworden. Achter het paleis op de Dam schrok hij wakker en stapte snel uit om over te stappen. Enkele onverlaten hebben hem toen beroofd, waarbij hij, inmiddels weer alert, niet alles wat hij bij zich had, afgaf. Toch heeft dit voorval hem later behoorlijk parten gespeeld. Waarschijnlijk meer dan hij zelf liet blijken.

Inmiddels woonden we sinds 1980 als gezin Amsterdam. Zo kregen we in de Oosterparkkerk te maken met deze markante voorganger. Altijd uit het hoofd prekend, met alleen wat krabbels op een giro-envelop. Een dominee ook met meerdere gezichten leek het wel. Vaak geen tegenspraak duldend van de kerkganger en zijn stellige meningen als zijnde Gods Woord van de kansel verkondigend. In een preek beweerde hij letterlijk dat wanneer je je kind niet zo snel als mogelijk was liet dopen (de vroegdoop), de doop dan minder waard was. In mijn jeugdige overmoed probeerde ik daarover in zijn studeerkamer met hem de discussie aan te gaan, helaas tevergeefs. Zoals hij het gezegd had, had ik het niet moeten opvatten.
Zo ‘omstreden’ als ds. Breen in die tijd bij sommige gemeenteleden was, zo geliefd was hij bij veel broeders en zusters buiten de gemeente. Wanneer kerkleden van de GKv ergens uit Nederland in een Amsterdams ziekenhuis terechtkwamen, was ds. Breen een trouwe bezoeker. En ook bij genabuurde kleine gemeentes zonder predikant, was de Amsterdamse dominee een geziene gast. Dat zorgde er trouwens ook voor dat de ochtenddiensten, die lange tijd om kwart over negen begonnen, niet eindeloos gerekt werden. Immers om half elf stond er meestal een broeder uit Krommenie, Halfweg of Hoofddorp voor de kerk in zijn auto te wachten.
Ds. Breen had een scherp oog voor kerkelijke zaken, maar ook een liefdevol en groot hart voor zijn Heiland, Jezus Christus. Soms een scherpslijper, maar dan opeens weer ruimdenkend. Bij een discussie in de kerkenraad over het wel of niet mogen fotograferen tijdens een ‘huwelijksdienst’ gaf zijn argumentatie de doorslag. ‘Stel je voor’, zei ds. Breen, ‘dat later het betreffende echtpaar in een huwelijkscrisis komt en één van de echtelieden bladert nog eens door de bruidsreportage, dan komt hij of zij ook de foto tegen van de kerkelijke plechtigheid en komt hopelijk in gedachten dat ze ooit voor Gods aangezicht elkaar trouw hebben beloofd.’ En daarmee was het natuurlijk einde discussie. Toen een oudere broeder met Telderiaanse ideeën overleed, zei ds. Breen in het gebed: ‘En nu zal hij weten dat hij ongelijk heeft gehad!’. Soms dus heel breed denkend en even later ook weer hard oordelend en antithetisch. Achteraf heb ik me wel eens afgevraagd hoe vaak moet ds. Breen zich onbegrepen hebben gevoeld?

de Oosterparkkerk vastgelegd door Daan van Driel
de Oosterparkkerk vastgelegd door Daan van Driel

In het vorig jaar verschenen boek ‘De tekenaar’, waarin dagboekaantekeningen van Daan van Driel zijn gebundeld, komen we ds. Breen regelmatig tegen. Dat begint al in 1949 wanneer reclametekenaar en kunstenaar van Driel bij mevrouw B en haar zoon op huisbezoek gaat. Die zoon is kandidaat dominee en een van de leidende figuren van de nieuwe, vrijgemaakt gereformeerde kiesvereniging: “Ik zal mijn stembiljet blanco laten, aangezien niemand van de AR-kandidaten (Antirevolutionaire Partij; later opgegaan in het CDA) in onze stad de vrijgemaakte kerk erkent. Deze leiders kunnen we ook in de politiek niet meer vertrouwen.” ‘Ik heb mijn twijfels’, is dan het droge commentaar van broeder van Driel. (pg 97) In 1974 geeft br. Van Driel een prachtige schets over de preektrant van ds. Breen: ‘We hebben nu een versterker op de kansel die het geluid van de menselijke stem tot in alle hoeken en met alle nuances in ons kerkgebouw kan overbrengen. De stem van de kansel had een volume dat Het Woord overstemde. Die stem dreigde de nieuwe versterker stuk te spreken. Soms had ik de neiging om de vloedgolf van woorden af te dammen door mijn oren dicht te stoppen. “Moet dit nu zo hevig dominee?” Van begin tot eind uit hij op bijna overslaande sterkte zijn volzinnen en dat over een tere zaak als het gebed.’ (einde citaat) In 1979 preekt de dominee zo stevig over de kerk dat van Driel er beroerd van wordt. Hij wil graag in gesprek met de voorganger, want de toon is fortissimo hoog en met kracht worden de volzinnen uitgesproken en er is geen speld tussen te krijgen. Geen ruimte om even stil te staan. ‘Na het ‘amen’ ben je geestelijk murw geslagen. Van Driel wil graag uiting geven aan zijn gevoel, maar ‘de prediker heeft al een dampende, verse sigaar aangestoken en oogt te massief om eraan te gaan peuteren met mijn onbestemde bezwaren.’ In 1985 schrijft van Driel over het fulmineren van de dominee tegen de machtspositie van de paus van Rome. ‘Het werd met veel vuur en verve gebracht. Dat stelde me voor vragen, lastige vragen. Vragen die helaas in de hele preek niet in aanmerking kwamen voor antwoord of zelfs maar gesteld werden. Ook maar de kleinste speld was er niet tussen te krijgen, laat staan de twijfelvraag of dit nu allemaal wel zo was.’
Boeiend in deze fragmenten vind ik dat een oudere broeder, in 1985 is van Driel 76 jaar, zich niet meer neerlegt bij de aloude stelligheden die ds. Breen verkondigt. Hij verwoorde daarmee het gevoel van meer hoorders. Terugkijkend heeft die stelligheid in de prediking, broeders en zusters verwijderd van de kerk. Algemeen bekend was dat het op kerkenraadsvergaderingen flink te keer kon gaan. Daarmee leg ik niet één op één de directe schuld bij de predikant. Het heeft ook alles te maken met de toenmalige sfeer in de vrijgemaakte kerken; gesloten, stevige standpunten en de ramen dicht. Gelukkig kan dezelfde broeder van Driel ook de andere kant zien. Want in 1986 is hij uitgesproken lovend over de oudejaarspreek van dominee Breen. Deze behandelde de laatste zondag van de Heidelbergse Catechismus, die over de laatste bede in het Onze Vader gaat. ‘En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.’ Die preek was volgens van Driel: rijk, verrassend en vertroostend.
In één van mijn oude agenda’s kan ik terugvinden dat ds. Breen op vrijdag 8 december 1989 feestelijk afscheid nam van onze gemeente, de Oosterparkkerk. Regelmatig keerde hij vanuit Drachten nog terug naar de hoofdstad des lands. Om te preken, maar ook om de novieten van Petrus Plancius aan het begin van hun studie in te wijden in het ‘wereldse Sodom en Gomorra’. Voor Plancianen een onvergetelijke gebeurtenis. Zo kregen ze in de Oude Kerk, midden in de buurt van lichte zeden, een uitgebreide uiteenzetting over de Alteratie op 26 mei 1578. Ds. Breen had dan inmiddels al lang in de smiezen wie wie was van de nieuwe lichting studenten. Wie hij ‘gedeupt’ had, welke vaders en moeders hij ‘gedeupt’ had en wie er belijdenis des geloofs bij hem hadden afgelegd. In september 2013 heeft ds. Breen dit bij mijn weten voor het laatst gedaan. Bij de dies was hij natuurlijk vertegenwoordigd en logeerde dan bij een van de bestuursleden, die dan wel op de grond ging slapen.
Wanneer ds. Breen iets kon gedenken, dan gebeurde dat ook. Augustus 1993 vierde hij zijn 40-jarig huwelijks en ambtsjubileum. Natuurlijk moest dat in de Oosterparkkerk gevierd worden. Vanuit het oude-testament werd de gemeente weer meegevoerd naar nieuwtestamentische vergezichten. Het thema van de preek was: ‘Met betrekking tot de toekomst wijst de HEERE op zijn werk in het verleden!’ Via Ezechiël naar Jacobus 5. Breed werden termen als: ‘lijden tot zijn verheerlijking’, ‘lijden tot zijn volharding’ en ‘het vleesgeworden Woord’ uitgepakt. In de middagpreek kreeg professor dr. C. Graafland (orthodox-reformatorische theoloog) een flinke draai om de oren, omdat deze had gebeden en was voorgegaan op een bijeenkomst van het Gereformeerd Appèl. Gelukkig had ds. Breen in de ochtenddienst gebeden voor eenheid onder gereformeerde belijders.
Toch verandert in deze jaren ds. Breen. Wanneer de Reformanda-groep rond ds. Van Gurp zich losmaakt van de GKv verheft ds. Breen openlijk zijn stem. De kerk is hem te lief om weer af te scheiden. Dit is niet wat hij als trouw volgeling van K. Schilder geleerd heeft. Daarom verzet hij zich tegen het sektarisme en legt zijn schrijverschap in Reformanda neer. De keren dat hij nog preekte in de Oosterparkkerk was er ook geleidelijk meer mildheid te proeven in zijn preken. Een mooi voorbeeld daarvan ervoer ik zelf, toen we in 2006 de naam van de dr. M.B. van ’t Veerschool gingen veranderen. Toen het plan bekend werd, kregen we een schrijven dat herinnerde hij aan de grote inzet van dr. M.B. van ’t Veer voor de kerk. De jonge Breen had vaak onder zijn gehoor gezeten. Maar een jaar later kon hij ook begrip opbrengen voor veranderingen, ook binnen de door hem zo geliefde basisschool. Binnen een dag had hij al een van de kinderen van dr. Van ’t Veer getraceerd. Hij kwam spreken op de dag dat we het nieuwe naambord zouden onthullen. En bij het VEER van Veerkracht wees hij op het werk van dr. M.B. van ’t Veer en bij KRACHT op Gods Woord dat steeds weer centraal moet staan, daar haal je je kracht immers vandaan. En vervolgens bad hij samen met voorgangers uit verschillende kerkelijke gemeenten voor het personeel, de ouders en de leerlingen van de school.
In de zomer van 2012 kwam ds. Breen nog een keer preken in onze gemeente. Hij moest het podium worden opgeholpen, en bracht het evangelie uit Ezechiël 34 vers 31. Daarbij stond hij eerst stil bij het sterven van de dichter Rutger Kopland, want dat stelt ons voor de vraag hoe het zit met de relatie ‘mens – God’. Om vervolgens te benadrukken dat de eredienst beheerst moet worden door het verlangen de stem van de Goede Herder te horen. Die 22e juli was een prachtige zonnige dag en na een kort bezoekje aan zuster den Houdijker kwam hij bij ons eten. Heerlijk in de tuin en zoals altijd ds. Breen belangstellend naar de gezichten die hij had gemist, maar ook naar onze kinderen. Aangezien er in Amsterdam geen middagbijeenkomsten te bezoeken waren ging hij vanaf Duivendrecht met de trein naar Groningen en vanaf daar met de bus naar Drachten. Hij had het allemaal uitgezocht en gewoontegetrouw op een envelop genoteerd. Tegen zevenen ging opeens de telefoon, ‘Jaaaah, ik meld me even thuis, nog een goede avond gewenst!’
Donderdag 28 augustus toen hij ernstig ziek in het ziekenhuis lag, heb ik hem gebeld. Kortademig, maar nog volledig alert. Informerend naar werk en gezondheid, maar uitziend naar het hemels Licht. ‘Waar we nog zo weinig van weten, maar waar het ook goed zal zijn.’ In die vrede en met dat verlangen is hij gestorven. Een markante dominee, die mee het leven in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt heeft vormgegeven. Maar die ook vorig jaar bij zijn 60-jarig jubileum vroeg om giften voor STROOM, de zustergemeente van de OPK, voortgekomen uit het evangelisatiewerk in de jaren tachtig. Toen vond hij al dat gedoe in de Bijlmer maar vreemd, maar nu zag hij in wat het uiteindelijk had opgeleverd. Het was moeilijk te peilen hoe hij terugkeek op alle vrijgemaakte gedrevenheid en ijver van weleer. Hij was duidelijk; al zijn werk in Gods Koninkrijk was zeker niet zijn eigen verdienste en hij wees daarbij altijd op de Christus der Kerk!
Terugkijkend kun je zeggen dat uit een soort haat-liefde verhouding toch ook erkenning en herkenning kan groeien. Zo ging het meerderen die ds. Breen meemaakten spraken na zijn Amsterdamse periode. Wat ik boven beschreven heb, laat dat duidelijk zijn, zijn enkel mijn ervaringen en belevenissen met ds. Christiaan Jakobus Breen. Er vallen ongetwijfeld nog vele verhalen aan toe te voegen.

vrijgemaaktNa de begrafenis op de Nieuwe-Ooster reed ik naar de Keizersgrachtkerk. Een kerk waarbij ds. Breen onmiddellijk hele verhalen had kunnen opdissen over de Doleantie en Abraham Kuyper. In een zaal van deze kerk werd de bundel VRIJGEMAAKT gepresenteerd. Dertigers beschrijven daarin hun verhouding tot de GKv. Sommigen van hen noemen zich kerkverlaters en anderen staan pal voor een kerk waar het evangelie van Christus geleefd wordt! Tussen alle herinneringen doemde steeds weer het beeld van ds. Breen op. Voor hem was er niets nieuws onder de zon waarschijnlijk. Deze verhalen had hij al zo dikwijls moeten aanhoren. Misschien had hij opgeroepen tot een: onderzoek de Schriften en spaar daarbij je eigen ziel niet!

de officier, lezen in vakantietijd

George Picquart
George Picquart, de officier

Op school zocht ik een stevige Heutinkdoos. Een doos waar twee behoorlijke stapels boeken in passen. Hij kan dan precies tussen de voorstoelen en de achterbank en er blijft genoeg ruimte over voor de rest van de bagage. Ik vind het heerlijk om meer boeken mee te nemen dan dat ik zou kunnen lezen. Je kunt dan lekker kiezen. Ik was al bezig met de laatste van Philip Kerr, een dramatische detective over massamoorden op Poolse officieren door de Russische geheime dienst. Een op feiten gebaseerd verhaal, dat op een boeiende wijze het verschrikkelijke van de Tweede Wereldoorlog laat zien.
Over ‘de officier’ van Robert Harris had ik verschillende positieve recensies gelezen. Dus bij de bibliotheek besteld en gelukkig was het net voor de vakantie binnen. Ook die ging dus mee in de Heutinkdoos. Harris heeft met dit boek een geweldige historische roman geschreven. Eind 19e, begin 20e eeuw was Frankrijk in de ban van de Dreyfusaffaire. Het zijn van die verhalen waar je wel eens van gehoord hebt, maar net te weinig van af weet. Ik wist dat de schrijver Zola er iets mee te maken had en dat Dreyfus een Joodse officier was, beschuldigd van spionage voor het Duitse leger. Het antisemitisme vierde in Frankrijk toen hoogtij. Ook nu is er trouwens nog steeds van alles mis op dat gebied. Zo hebben we in Carpentras (in de Vaucluse) voor de plaatselijke synagoge gestaan (helaas waren de openingstijden nogal beperkt). In de jaren negentig van de vorige eeuw werd de Joodse gemeenschap van deze provincieplaats opgeschrikt door een afschuwelijk geval van grafschennis en vernielingen op hun begraafplaats.
Alfred Dreyfus werd verbannen naar Duivelseiland, waarvan men hoopte dat hij er nooit meer zou terug komen. In de historische roman van de Engelse schrijver Robert Harris speelt Georges Picquart de hoofdrol, hij schrijft het verhaal. Spannend vanaf de eerste pagina en stap voor stap leer je beseffen wat het betekent dat machthebbers hun eenmaal ingenomen posities niet meer durven opgeven. Wanneer dat laatste mensenlevens kost is dat geen enkel probleem. Harris schets hier wat vandaag de dag nog steeds gebeurt. Blinde vlekken, bewijsmateriaal een beetje naar je hand zetten en ook Jodenhaat; het is nog steeds niet verdwenen. Daarom is de officier een boek wat je ook doet denken aan justitiële blunders in ons eigen land. Een echte aanrader dus.
de officier 1In de vakantie vind ik het leuk om her en der een boekhandel binnen te wandelen. Ook in Frankrijk heeft trouwens de kaalslag toegeslagen, maar gelukkig vind je her en der nog prachtige boekwinkels. En al ben ik er niet op uit om in het Frans boeken te gaan lezen, het is heerlijk om de geur op te snuiven. Mooi is dat gemiddeld de boeken er ook anders uitzien. Leuk is om even te kijken wat ze hebben aan Nederlandse literatuur, vertaald in het Frans. Zo zag ik van Anna Enquist een boek getiteld: Les endormeurs. Grappig om te zien dat er dan opeens een andere zwaan voorop staat. Natuurlijk ging ik zoeken naar ‘de officier’ in het Frans. Via de Engelse uitgave, met een toch intrigerender titel (een officier en een spion) kwam ik terecht bij D. Een prachtige omslag met een extra aanbeveling van The Times. Volgens de boekverkoopster in Orange: “c’est formidable!” Ik mocht best een foto maken; boekenliefhebbers moet je hoog houden natuurlijk.

nooit meer auschwitz

wertheimpark 2Aangezien de bloedbankbus niet meer in Diemen komt, ga ik tegenwoordig weer doneren aan de Valkenburgerstraat in Amsterdam, schuin tegenover bureau IJtunnel. Jaren geleden zaten ze daar vlakbij aan de Rapenburgerstraat, een straat waar je nog mezoeza’s kunt zien. Op de fiets er heen kom je dan langs Artis en het Wertheimpark. Dat parkje is een van de kneuterigste parkjes in Amsterdam, al staan er bij de ingang op twee forse pilaren geweldige leeuwen. Totdat het een wereldbekend monument kreeg, was het een heerlijk buurtparkje. Je kunt er heerlijk aan het water van de Nieuwe Herengracht zitten. Met een bovenbouwgroep heb ik enkele keren het monument van Jan Wolkers in het parkje opgezocht. Een filosofeermonument, de prachtig blinkende spiegels die vooral in het voor en najaar de wolken gebroken weerspiegelen. De spiegels hebben wel een flinke opknapbeurt nodig trouwens. Gelukkig staat de glasplaat er mooi bij. Boven de titel: NOOIT MEER AUSCHWITZ, ligt een nooit meer auschwitzkeurige rij gedenksteentjes, zoals we die ook kennen van Joodse begraafplaatsen. Fietsend langs het park, zag ik dat het hek ontsierd wordt door een fiks aantal spandoeken. De buurt protesteert! Want al een maand lang is het parkje in opspraak, bijna wereldnieuws. Achter de rug van veel belanghebbenden om, heeft de gemeenteraad besloten om het park te vereren met nog een monument. Op zich vind ik het een mooi idee om ergens in het centrum van Amsterdam een monument met alle namen van de holocaustslachtoffers te plaatsen. Wanneer je er wat langer over nadenkt is het ook raar dat zo’n monument er nog niet is. Maar dat zal ook weer met de tijd te maken hebben. De Tweede Wereldoorlog en alle verschrikkingen die daar bij horen zijn nog lang niet weg uit het collectieve geheugen. In de overblijfselen van de Hollandsche Schouwburg, op loopafstand van het Wertheimpark, is een muur met alle familienamen van hen die verdwenen in de vernietigingskampen. Toch blijft dat afstandelijk, je herkent er geen personen in. Toen Guus Luijters de 18.000 namen noteerde van verdwenen kinderen maakte dat veel los; huilende bezoekers op de tentoonstelling in het Stadsarchief. Los daarvan staat, of zo’n namenmuur in het Wertheimpark moet komen. Op het eerste gezicht een mooie rustige plek in de stad. Midden in een buurt waar Joodse mensen woonden. Bezoekers kunnen in alle rust hun verdwenen familieleden herdenken. De buurt wil haar rustige parkje echter niet kwijt en mevrouw Wolkers is boos omdat de gebroken spiegels van haar man in het niet vallen bij een lange muur met 102.000 namen.
wertheimpark 1Gelukkig zijn er best alternatieven. In het Parool las ik dat bij de synagoge aan de Jacob Obrechtstraat in Zuid plaats is voor een namenwand. Micha Moses, de voorzitter van de synagoge doet een uitstekende voorzet. In dezelfde krant schrijft Rob Cohen een paar dagen eerder al, dat hij het Auschwitzcomité een mooi idee aan de hand deed om het monument op het Jonas Daniël Meijerplein te situeren. Hij wilde het zelfs combineren met allerlei educatieve elementen. Helaas kreeg hij geen gehoor.
Daarnaast zijn er nog veel andere locaties te bedenken. Naast het Wertheimpark ligt een tennisbaan die best ingewisseld kan worden voor een namenwand. Elders kan de tennisbaan vast een plek vinden. Ook valt een gedeelte van Artis op te offeren. Deze compleet uit de tijd zijnde dierentuin kan verkleind worden tot een park(je) met alleen die dieren die verantwoord in een stad kunnen worden gehouden. De rest van het terrein kan dan gebruikt worden voor tennissen en allerlei zaken die nu niet kunnen in dit gedeelte van de stad. Ook een oplossing om de muren van de Stopera te gebruiken als namenwand. Bij deze oplossing is de lijst met namen nog veel zichtbaarder in het dagelijkse stadsbeeld. Tegelijkertijd toon je daarmee ook iets van je collectieve schuld als stad! En daar maar hopen dat de verschrikkelijke lakens uit de Plantagebuurt zo snel mogelijk de was in kunnen.

schoonheid van vergangkelijkheid

Een mooie fietstocht langs het IJ en het Noordzeekanaal. En wanneer je er bijna bent, even wachten op de pont. Voor de hongerigen is er gelukkig een ouderwets pontcafeetje. Tot eind 1983 had je hier een prachtig uitzicht op de Hembrug. De grootste draaibrug voor het spoor, zei men. Maar de vooruitgang ging door, de brug verdween en een tunnel zie je niet wanneer je met de pont overgaat. Aan de overkant rechts en je komt bij het terrein waar de prachtige leegstaande gebouwen van de voormalige munitie en wapenfabriek staan. Afgelopen weekend was er mooie verzameling schilderijen en beelden te zien. Maar de oude leegstaande gebouwen; prachtig!

loods Hem terrein Zaandam loods Hem terrein Zaandam 1 loods Hem terrein Zaandam 2

De boerenoorlog

de kolonist van ZW AfrikaHet was namiddag, en het was warm. Er lag een broeiende, drukkende hitte op het Vrijstaatse veld. Ze reden met hun drieën over de eenzame, brede landweg. De twee Blanken reden voorop, en de Kleurling volgde op een eerbiedige afstand.
Het was een Hottentot en geen Kaffer. Men kon bij de eerste oogopslag zien, dat het geen Kaffer was; hij miste diens dikke lippen, terwijl hij kleiner en tengerder van lichaamsbouw was. [de eerste zinnen van  ‘De overwinnaar van  Nooitgedacht’]

Gij blijde dagen, waar zijt gij gebleven? Gij zonnige tijd, toen het huisgezin in vrede zat onder zijn vijgeboom, en de kinderen als olijfplanten groeiden rondom de dis – gij blijde dagen, waar zijt gij gebleven? [de eerste zinnen van ‘De kolonist van  Zuid-West Afrika’]

penningEen aantal boeken van Louwrens Penning (1854-1927) heb ik herlezen toen we in 1980 in de Transvaalbuurt (amsterdam-Oost) terechtkwamen, op drie hoog in de Hofmeyrstraat. Die Hofmeyr kwam ik nergens tegen in de boeken van L. Penning. Wel de namen van Christiaan de Wet, president Brand, Paul Kruger en Ben Viljoen. Later heb ik uit de nalatenschap van mijn ouders de Penning boeken meegenomen en ook mijn schoonvader had nog wat exemplaren. In calvinistische kring waren de boeken over de Boerenoorlog in Zuid-Afrika (1899-1902) zeer geliefd. En Penning kon boeiend schrijven zoals uit de beide citaten hierboven wel blijkt. Penning is zelf in die tijd nooit in Zuid-Afrika geweest maar moet zich zeer goed hebben ingelezen. Wel had hij er twee broers wonen die hem ongetwijfeld veel geschreven zullen hebben. Pas in de eerste helft van de twintiger jaren van de vorige eeuw kon hij het land van de blanke kolonisten bezoeken. De Boeren die rond 1900 de oorlog werden ingetrokken door de Engelsen genoten in Nederland grote sympathie. Paul Kruger, de president Transvaal, was bevriend met onze koningin Wilhelmina. Naast de (jeugd)romans die Penning over de kolonisatie en de oorlog in Zuid-Afrika schreef, kwam hij in 1902 ook met een compleet historisch overzicht over de oorlog in drie kloeke delen. (Met de prachtige ondertitel in gouden kapitelen: VREEST GOD EN HOUDT UW KRUIT DROOG. [een uitspraak van Paul Kruger] en online te lezen op een Amerikaanse website: https://archive.org/details/deoorloginzuida01penngoog)  Helaas mis deel I en II, maar wat heb ik als klein jongetje vaak  in deel III de plaatjes zitten te kijken. Stoere mannen met baarden en grote hoeden, en prachtige vergezichten met ongrijpbare namen als ‘Moselekatsenek’ en ‘Duivelskneukels’. Bij een plaat met het onderschrift ‘Boeren aan ‘t “gezelsen”’ kon je natuurlijk compleet wegdromen.
Toen men begin jaren ‘80 in Amsterdam-Oost een groot aantal straatnamen wilde vervangen vond ik dat toen grote onzin. Op een gegeven moment waren zelfs de bestaande straatnamen beplakt met ‘nieuwe namen’. Uiteindelijk zijn Albert Lutuli en Steve Biko vernoemd en hebben nu een plek op de naambordjes in de Transvaalbuurt. Niet onterecht natuurlijk want zij hebben veel bijgedragen aan de emancipatie van de zwarte bevolking in Zuid-Afrika. Door het lezen van ‘Het Verbond’ van de Amerikaanse schrijver James A. Michiner kreeg ik trouwens wel een heel ander beeld van de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. De boeken van Penning zijn nog behoorlijk koloniaal beinvloed en hier en daar zelfs racistisch. Toch geeft het zeker een goed inzicht in de Boerenboorlog en je krijgt een duidelijk inzicht hoe daar vanuit de ‘broedernatie’ Nederland tegen aan werd gekeken. Trouwens, begin jaren zeventig leerde ik op het Gereformeerd Lyceum in Groningen dat ‘apartheid’ ronduit bijbels was.

de boerenoorlogVorig jaar kwam er voor een breed publiek eindelijk weer eens een boek over de Boerenoorlog in Zuid-Afrika op de markt. Martin Bossenbroek heeft werkelijk een zeer goed leesbaar boek geschreven over een in het algemeen toch vergeten geschiedenis. Aan de hand van drie hoofdpersonen schets hij het complete verhaal van de oorlog waarin voor het eerst concentratiekampen werden geïntroduceerd. Zo kom je er geleidelijk aan achter waarom Winston Churchill door veel Nederlanders niet sympathiek werd gevonden. Bossenbroek heeft ook Penning gelezen, maar nu vanuit het perspectief van 2013. Hij trekt lijnen, ook naar vandaag en laat ook het vaak onverholen racisme van zowel Boeren als Engelsen niet onbesproken. Ik heb het boek met grote interesse en geboeid gelezen. De hoofdpersonen komen echt tot leven, zonder dat het geromantiseerd wordt. De schrijver kiest geen partij, maar zet je wel degelijk aan het denken over vragen; wat als de Engelsen geen oorlog waren begonnen, als ze niet er niet op uit waren geweest om een nieuw wereldrijk te stichten? Wat als de Boeren beter naar de woorden van Paulus hadden geluisterd, waar die het heeft over de verhouding van heer en slaaf? Het nodigt ook uit om de boeken van Penning nog eens door te bladeren en hier en daar te herlezen. Wanneer ik het boek van Bossenbroek aanbeveel weet bijna niemand wie L. Penning was. Wie weet geeft ‘De Boerenoorlog’ nog eens aanleiding voor een biografie over deze schrijver en zijn invloed op het denken van Nederlandse protestanten over ‘apartheid’. Ik heb tenminste nog niet kunnen vinden dat er zo’n boek bestaat.

Onze_Jan_grafsteenDoor het lezen van ‘De Boerenoorlog’ heb ik ook maar eens opgezocht wie die Hofmeyr nu wel was. Jan Hendrik Hofmeyr leefde van 1845 tot 1909 (en niet 1912 zoals het ‘De naam van onze straat’ [een Amsterdams boek dat alle straatnamen verklaart]vermeld) en hij was de oprichter van de Afrikanerbond. Deze vereniging kwam op voor het Nederlands in Zuid-Afrika. Ook was hij een belangrijk parlementslid in de Kaapprovincie.

Tot slot van de aanbeveling van het boek van Bossenbroek nog een tip! Op dit moment in de ramsj: ‘De meelstreep’, ook van Martin Bossenbroek. Lees daarbij de recensie in het Historisch Nieuwsblad; zeer de moeite waard en dat voor nog geen tien euro!

De leilinde op z’n mooist

leilindeOnze tilia vulgaris palida is deze maand op z’n mooist. Toen we enkele jaren geleden voor een fikse prijs wat gemeentegrond konden bijkopen, hebben we ter afscheiding een prachtige tuinmuur gebouwd. Om het helemaal ‘af te maken’ hebben we samen met de buren een aantal leilindes geplaatst. Anderhalve maand geleden heb ik hem weer helemaal teruggesnoeid. Wanneer je deze boom namelijk niet snoeit, wordt het echt een verschrikking. Nu alles weer prachtig uitgelopen is, is hij echt op z’n mooist. De hartvormige bladeren zijn mooi lichtgroen en gelukkig nog niet aangevreten. Het is dus echt zo’n boom die volledig gecultiveerd is door de mens. Vaak wordt hij zelfs bewust geplant als windvanger of als een mooie ‘natuurlijke’ afscheiding. Vroeger zag je ze veel bij boerderijen en bij begraafplaatsen. De tuinder snoeit de kleine lindes al snel in een bepaalde vorm. Wanneer ze wat groter worden zorgt hij door middel van stevig latwerk (vaak bamboestokken) dat er een horizontaal plat vlak ontstaat. Zo zie je mooi dat de mens vormt en snoeit, maar uiteindelijk ook weer afhankelijk is van zon en regen. De steeds groter wordende hartvormige bladeren geven de leilinde ook iets liefdevols. Soms vraag je je dan af; heeft zo’n boom nou ook gevoel? Zou zo’n leilinde zich in een bepaalde vorm gedwongen voelen? En zou de frisgroene leilinde met zijn rechte takken zich ook verbazen over onrecht?