Besef | In memoriam Harm 1982 – 2016 (72)

M’n schuurtje is nu op een sluiting na, helemaal af. Ook de deur zit er in en is zowaar een kunststukje geworden. Hij is bijna niet te tillen, bijna 30 kilo denk ik, inclusief al het ijzerbeslag. Al een paar dagen last van mijn heup en volgens de huisarts komt dat vanuit mijn rug, te veel getild… Toch ben ik trots op mijn werk, zeker nu ook de tuindeur klaar is! De weerhaan, op de hoek van het schuurtje, kijkt eigenwijs in de richting van de wind en houdt gelijk het prachtig gelegde zinken dak in de gaten. Dit was nu zo’n projectje waarbij ik vaak dacht: “Hoe leuk zou Harm dit vinden? Had hij niet even mee willen helpen?” Vaak hebben dat soort gedachten mijn hoofd gevuld en huilde ik van binnen. Maar ja, als Harm nog leefde, had hij het dan niet veel te druk om zich met mijn simpele schuurtje van twee vierkante meter bezig te houden? Altijd druk met werk, vriendin en weer een festival? En toch heb ik die gedachten, ik kan het niet laten. Wanneer ik een klaar-foto in de familie-app zet, vraag ik mij af hoe hij gereageerd zou hebben.

Vandaag is de 17e april, ‘geboortedag Harm’ staat er in mijn agenda. Afgelopen zondag  hebben we ’s middags heerlijk spinazietaart gegeten en daarna  zijn we met z’n allen naar Zorgvlied geweest. Opnieuw hebben we 34 rode rozen op het graf gezet, nu met 2 witte erbij. De kleinkinderen zochten kleine schelpjes en maakten zo een versiering als cadeautje. De zondag was nog bewolkt, maar vandaag lijkt het weer wel een beetje op dat van 36 jaar geleden, ook toen veel zon, maar misschien nog net iets frisser. Het roept zoveel herinneringen op, de vroedvrouw, de sympathieke kraamverzorgster, de huisarts waar Coos toen werkte, de eerste bezoekjes van de opa’s en oma’s en elke keer weer die trappen omhoog in de Hofmeyerstraat, met Harm in de draagzak. Ik kan me nog herinneren dat ik beschuit met muisjes trakteerde op school, maar nauwelijks vrij kreeg om Harm aan te geven bij de burgerlijke stand… Maar geen verjaardag meer, stilstaan bij zijn geboortedag, het blijft zo onwerkelijk.

“Heb je God de afgelopen periode ervaren?” De pastor kwam lunchen en bemoedigen en opeens lag daar die vraag op tafel. Het werd stil en al stuntelend gaven we onze gedachten over die vraag. Al pratend kwamen we er achter dat het als het ware als een laag onder ons leven zit, “het besef dat Hij er is…”. Zonder dat hadden we het niet volgehouden, waren we wanhopig geweest. En het besef dat het leven hier niet op houdt, geeft ook kracht en troost om door te gaan. De dingen die we doen helpen daarbij, soms een kaarsje aansteken, een gesprek met vrienden of familie over het gemis van Harm, een bos bloemen op de grafsteen, en ook allerlei gedachtes bij het bouwen van een schuurtje in de tuin.
Een paar weken terug waren we even op vakantie op een zonnig eiland. Lekker even helemaal niets, behalve dan veel lezen. In de schaduw op het dakterras las ik Tim Keller: ‘Bij je volle verstand’. Het deed me nog eens beseffen dat ik niet de enige ben die ook soms gebukt gaat onder twijfel en zoveel  waarom-vragen. En, dat er zoveel mensen zijn die beseffen dat er meer is dan dit aardse bestaan. Het deed me opeens weer verlangen naar een dag van opstanding. Besef, is dat hetzelfde als geloof? Ik denk het wel, en het geeft gelukkig ook zoveel perspectief, ondanks alle verdriet dat we Harms verjaardag niet meer kunnen vieren. Er is zoveel meer!
Op het zonnige eiland heb ik ook het boek van Marieke Lukas Rijneveld gelezen: “De avond is ongemak”. Een jonge schrijfster, opgegroeid in een reformatorisch gezin vertelt wat er gebeurt als haar broertje verdrinkt op een schaatstocht. Ik las in een interview dat ze het onder de dekens in bed heeft geschreven. Vandaar dat het zulke bloemrijke taal opleverde, dat het je soms de adem beneemt, zo beeldend en raak. Rauw, maar ook troostend met alle verdriet en gekte in een periode van rouw. Het besef dat God er is, we kunnen niet zonder, ook al voelen we dat misschien niet op een speciale manier, komen er geen stemmetjes zomaar in ons hoofd of valt de Bijbel niet elke keer open bij een mooie tekst, Hij is er, gewoon.

Veiligheid

Mee door een gevoel van burgerplicht vulde ik nauwgezet de ‘burgerpeiling gemeente Diemen’ in. Vragen over veiligheid, leefbaarheid , dienstverlening en voorzieningen, ik heb ze allemaal eerlijk en naar beste geweten ingevuld. Wel raar trouwens dat de gemeente dit twee weken voor de gemeenteraadsverkiezingen vraagt. Maar ja, misschien gaat het nieuwe bestuur er iets mee doen… Al te vaak verdwijnen dit soort onderzoeken in een la. De gemeente maakt beleid, discussieert, maar komt er later niet meer op terug. Een tip voor de kiezer; stem op een partij die ook na de genomen beslissing regelmatig bij u als burger terugkomt! Maar terug naar de enquête, goed dat de gemeente zo iets doet. Voor de burger een nuttige tijdsbesteding, want je denkt gelijk na over van alles wat er jouw buurt gebeurt. Over veel zaken ben ik trouwens best heel positief. Diemen is een kleine gemeente met zo’n 30.000 inwoners en gelukkig zelfstandig ten opzichte van Amsterdam. De overheid is hier nog redelijk dichtbij en daarmee ook redelijk gemakkelijk aanspreekbaar. Ook hier heeft de ambtelijkheid wel een beetje toegeslagen, maar het kan veel erger. Diemen, zei een wethouder gisteren in het Parool: “Niemand wil er heen, niemand wil er weg!”  Zeker op het gebied van veiligheid heb ik het leven in Diemen, hoog gescoord!

Verbaasd stapte ik daarom gistermorgen de sportschool binnen. Waar je normaal gesproken even je pasje scant, was nu een hufterproof toegangshalletje gecreëerd. Geen normale toonbank, maar dik glas met een smalle gleuf. Met je pasje kom je nu terecht in een soort draaimolen, één persoon tegelijk. Het straalt een en al onvriendelijkheid en onveiligheid uit. De baliemedewerkster kon een en ander best toelichten. Voor alle sportscholen; uniforme uitstraling. En in andere vestigingen schijnt het echt schering en inslag te zijn dat kwaadwillende bezoekers het personeel nogal agressief te bejegenen. Ik vind het triest, ook al zegde de medewerkster toe de stalen draaimolen te gaan versieren met roze boa’s of kerstlichtjes. Het zou niet nodig moeten zijn en ons vredige Diemen wordt er toch iets minder vredig door.

Vakwerk

Wat is het mooi als mensen met liefde praten over hun vak. Gisteravond merkte ik dat bij de excursie van het Nederlands Dagblad bij drukkerij Rodi. Drukkerij Rodi zit hier vijf minuten vandaan op het industrieterrein Verrijn Stuart. Ondanks het wat onzalige tijdstip van tien uur in de avond, was het een belevenis. Om te zien hoe de krant digitaal binnenkomt, vervolgens op platen wordt gezet en daarna met een snelheid van 45 km/u door de persen raast. Er waren ook een aantal ND-medewerkers bij de rondleiding aanwezig en mooi om te zien hoe ze stonden te glimmen bij een artikel of een gedeelte van een pagina dat er mooi uitspringt. De ‘opmaker’ kon zijn plezier niet op toen hij de achterpagina met de Kids Quiz uit de pers zag rollen en maakte mij nog even attent op een paar bijzonderheden die hij bedacht had. ‘De krant’ levert dus vakwerk en in dat onopvallende gebouw op het industrietrein wordt ook vakwerk geleverd. Mooi om dat eens te zien en mee te maken.

De wekker ging al weer op tijd want er zou een nieuwe gasmeter geplaatst worden. Eigenlijk geen tijd om de krant die ik gisteravond gedrukt zag worden, te lezen. De meterkast moest leeg en buiten werden flinke gaten gegraven. Een nieuwe leiding moest worden gelegd vanuit de straat naar de meterkast en opnieuw zie je vakwerk. De gasfitters waren bijna klaar toen Malte aanbelde. Eindelijk had ik iemand gevonden die het dak van mijn tuinschuurtje kon maken, een echte loodgieter, die weet hoe je met zink om moet gaan! Prachtig is het geworden! Zo mooi dat je eigenlijk een trapje naar boven zou moeten maken, zodat je met mooi weer lekker op het zinken dak kunt genieten van de zon… Malte, afkomstig uit Berlijn, maar al jaren werkzaam in Nederland, is van huis uit een vak-timmerman. Maar omdat er tijdlang geen vraag meer was naar ‘echte’ timmerlui, liep hij met een oudere loodgieter mee en wil nu niet anders meer. “Er is meer dan genoeg werk”, vertelde hij. Opnieuw; mooi vakwerk en vandaar dat het een mooi plekje in mijn blog krijgt. Wanneer het weer droog blijft ga ik binnenkort met een deur aan de gang.

Asielzoeker des Vaderlands

Het stond genoteerd in ‘nog eens te lezen’, het boek van Rodaan Al Galidi. Hij kwam ooit bij ‘De Wereld Draait Door’ langs en ook Adriaan van Dis nodigde hem uit in zijn boekenprogramma. Zijn boek baarde veel opzien en de VPRO liet hem uitgebreid aan het woord in ‘Nooit meer slapen’ (terug te luisteren via YouTube). Vervolgens komen er dan achter weer zoveel andere boeken voorbij… Totdat onze Armeense vriendin zei: “Ik ga oefenen om gek te worden!” Ze bedoelde waarschijnlijk het omgekeerde, want inmiddels werden ze gek van alle bureaucratie en onwetendheid, nadat ze hun verblijfsvergunning hadden gekregen. Er was op een gegeven zelfs een ambtenaar die ze voorhield dat ze in  gebreke waren gebleven, omdat ze de afgelopen periode geen belasting hadden betaald; een ernstig verzuim. Nu hadden ze het laatste halfjaar ook geen enkel inkomen gehad vanuit de overheid. Ze woonden ‘nergens’ en in ieder geval niet in een AZC en ze meldden zich ook niet. Geen verzekering, alleen maar een ‘weekgeld’ van goedwillende vrienden. Geen belasting betaald!
Het deed me herinneren aan het verhaal van Rodaan Al Galidi. Binnen een paar weken stond mijn reservering bij de bibliotheek gereed. Eenmaal begonnen kon ik er niet meer afblijven, wat een bizar en boeiend verslag. Rodaan Al Galidi weet de wereld van de asielzoeker zo treffend neer te zetten, dat je intens meevoelt en tegelijkertijd je ook steeds meer gaat schamen. De schrijver, afgestudeerd bouwkundig ingenieur in Irak, weet zijn observaties en gedachten heel raak te verwoorden. Ik citeer enkele uitspraken uit  het VPRO interview, dan krijg je gelijk een beeld van het boek met de bijzondere titel: “Hoe ik talent voor het leven kreeg’. Op de voorkant van het boek staat een bladzijde uit zijn eerste Nederlandse lessen.
Over hoe IND-ambtenaren omgaan met de verhalen die ze horen van asielzoekers: “Een nette leugen is beter dan een rommelige waarheid.” En toen het ingewikkeld werd met een ondervragende ambtenaar zei deze: “Je bent hier om antwoorden te geven, niet om vragen te stellen.” “Het is anders dan wanneer je oorlog ziet in een Hollywood-film, of dat je de oorlog ìn de oorlog ziet.” Over Nederland: “Alles is geregeld……..” “De oorlog heeft mij gered…, omdat dat niet te vergelijken is. Ze maakte mij sterk.” Rodaan besefte dat er niets ergers was dan oorlog, daar verdwenen andere zaken dan toch bij in het niet. “Europa (vooral Nederland) controleert al haar koffieshops, maar niet haar grenzen.”
In november 2015 was Rodaan te gast bij Podium Witteman. De Componist des Vaderlands, Willem Jeths, had op fragmenten uit gedichten van Rodaan, een koorwerk geschreven. Bij Paul Witteman aan tafel, noemde Rodaan zichzelf toen voor de grap ‘Asielzoeker des Vaderlands’. Een mooi maar ook terechte kwikslag, want zijn werk geeft een bijzondere kijk op het asielvraagstuk en hoe we daar als Nederlanders mee omgaan. En let wel, Rodaan spaart daarbij ook de asielzoeker niet. Ik werd getroffen door het verhaal over dominee Van Munster en zijn drie dames. Deze waarschijnlijk goedbedoelende predikant zorgt er voor dat Rodaan niets van de kerk moet weten, schijnheiligheid is snel doorgeprikt door iemand die niets bezit. Toch blijft Rodaan Jezus wel blijft herkennen als een bijzonder iemand. Dat zet ook aan het denken, hoe we als kerkmensen omgaan met het asielprobleem en mensen die in ons land een menswaardig bestaan denken te vinden. Een boek dat je niet alleen maar moet aanbevelen, maar dat je gewoon moet lezen!

Al lezend moest ik ook regelmatig denken aan het boek dat ik in-las voor de CBB. ‘De wereld achter het hek’ is een boeiend verhaal over bewoners in een vluchtelingenkamp in Australie. Suhbi, de ik-figuur, is geboren in dat asielzoekers-kamp. Samen met zijn moeder en zusje zijn ze gevlucht om dat ze als Rohingya in hun eigen land, Myanmar, gepest, getreiterd en vervolgd worden. Van binnenuit vertelt Subhi over wat hij meemaakt. Dit boek van de Australische schrijfster Zana Fraillon is wel vergeleken met ‘De jongen in de gestreepte pyjama’. Maar naar mijn idee is dat geen goede vergelijking. Dat laatste boek heeft als manco dat de fantasie daar heel erg is doorgeslagen. ‘De wereld achter het hek’ is een roman, waar humor in zit, maar ook de wrede werkelijkheid waar asielzoekers mee te maken krijgen laat zien. Zana Fraillon was geschokt toen ze de verhalen over de vluchtelingen hoorde, die jarenlang zaten opgesloten. Gewoon in haar eigen beschaafde land. Het inspireerde haar tot het schrijven van dit boek.
Het gekke is dat de Engelse titel niet letterlijk is vertaald.  ‘The bone sparrow’ is toch een prachtige titel, waarom is zo’n titel niet goed om te zetten in het het Nederlands? En ik kan er niets aan doen, het blauwe omslagontwerp is toch ook veel spannender?
Tot slot, ‘De wereld achter het hek’ wordt aangeprezen als jeugdroman, terecht! Laat jongeren dit maar lezen, maar het is ook een boek, voor als je je geen jongere meer voelt. En wordt lezen moeilijker, omdat je ogen je in de steek laten, dan kun je het aanvragen via de site van PASSEND LEZEN!

Korea

Tussen coach en hoofdcommissaris had ik vorige week genoeg tijd om ‘Huis Marseille’ te bezoeken. Het statige pand aan de Keizersgracht is op zich al de moeite waard om in rond te dwalen. De prachtige gangen en trappen, de rustieke tuin met het prachtige tuinhuis, een belevenis op zich. Op dit moment zijn er in het ‘Museum voor Fotografie’ twee prachtige tentoonstellingen (nog tot en met 4 maart!). Wel bijzonder dat ‘Huis Marseille’ aan dezelfde gracht staat als het andere Amsterdamse fotomuseum “Foam”. ‘Huis Marseille’ is rustiger en vaak eenduidiger ingericht. Het eerste gedeelte in ‘Huis Marseille’ geeft een prachtig overzicht van foto’s van Ad van Denderen. ‘Steen als metafoor voor een complexe situatie’, is de ondertitel van deze bijzondere expositie; foto’s uit het Heilige Land. Van Denderen is er verschillende malen geweest, soms maanden achter elkaar.  Al kijkend en verbazend hoorde ik naast mij  een bezoeker met een wilde bos haar van alles over de verschillende foto’s uitleggen en daarbij gaf hij zoveel informatie over de verschillende plaatsen, dat ik een paar keer verbaasd in zijn richting keek. Bleek in de volgende zaal gewoon dat het de fotograaf zelf was. Mooi zo’n extraatje! En, beste fotograaf, bedankt! Vooral de series over de eerste aanzet van een muur en Rawabi zijn indrukwekkend. Rawabi is een Palestijnse stad, gebouwd door een Amerikaans-Palestijnse multimiljonair. De vraag is alleen of er ooit mensen gaan wonen en het een volwaardige stad wordt

Portrait Leaders – Somun Street – Pyongyang

Het tweede gedeelte van ‘Huis Marseille’ hangt vol bijzondere foto’s van Eddo Hartman. Hij is verschillende malen naar Noord-Korea geweest en probeert met zijn foto’s te peilen wat de ziel van dit land is, als er al een ziel is… Nu zowel Noord als Zuid-Korea deze weken zo in het nieuws staan vanwege de winterspelen is dit beeld inzichtgevend. Op de Spelen lopen enkele Noord-Koreaanse wintersporters rond, met in hun kielzog een peleton ‘juichmeisjes’. Ik zag een reportage voorbijkomen over deze uitverkorenen; bizar. Deze groep van ruim tweehonderd waanzinnig getrainde meisjes, is volledig afgeschermd door bewakers. Geen presentje mogen ze aannemen van een vriendelijke Nederlandse journalist en met z’n allen gaan ze tegelijk naar het toilet. Toch kijken ze vrolijk en blij de camera in. Volledig afgericht, zoals de meeste bewoners van Noord-Korea. Toen Hartman de foto van hiernaast wilde maken, werd hij opeens aangevallen door een bewaker/soldaat. De lijnen van de elektriciteitskabels voor de trolleybus dreigden op de foto door de hoofden van de grote leiders te lopen en dat was natuurlijk streng verboden. Zijn eigen begeleider en vertaler moesten tussenbeide komen om de kwestie te sussen.
Bijzonder zijn ook de filmopnamen die Hartman maakte. Je ziet de dag verglijden en het langzaam donker worden in Pyongyang. Muziek klinkt door de straten, afgewisseld met staatspropaganda. Om twaalf uur ’s nachts klinkt de muziek langer, als afsluiting van de dag. Het stuk is een verkorte versie van het lied ‘geliefde generaal, waar bent u?’ Bijzonder beelden, intrigerend, maar ook vol eenzaamheid. Hoe zouden die mensen, volledig afgericht, zich werkelijk voelen? De lachende gezichten van de gestorven leiders suggereren een vredelievende heilsstaat, maar helaas de harde werkelijkheid is totaal het tegenovergestelde.

Tegenover de balie in onze plaatselijke bibliotheek is een tafel waar recent aangeschafte boeken liggen om uitgeleend te worden. Zonder stil te staan bij de tentoonstelling in ‘Huis Marseille’, had ik een boek over Noord-Korea meegenomen, getriggerd door een recensie die ik erover had gelezen. Na de fotobeelden ben ik gaan lezen in ‘Over de Grens’. Het boek begint met een korte inleiding van Remco Breuker. Breuker is  hoogleraar Koreastudies aan de Universiteit Leiden en verschijnt regelmatig in diverse actualiteitenprogramma’s als de spanning weer op loopt tussen Trump en Kim Jong-un. Hij geeft een paar prachtige understatements mee in zijn inleiding: “Macht corrumpeert en absolute macht corrumpeert absoluut. De absolute macht van de enkeling en het recht op een menswaardig bestaan van velen gaan slecht samen. Literatuur vormt dan een eenzame tegenstem tegen het overdonderende geweld van de propagandakoren.”(pg 12) En een paar bladzijden verder over het indringende verhaal van Jang Jin-Sung: “Het is wellicht een cliché, … Over de grens houdt de lezer een spiegel voor. Het laat zien hoe noodzakelijk de vrijheid van geest is, om ook daadwerkelijk te kunnen leven.” En wanneer je dan de proloog van het boek in één adem uitleest, blijf je als verbijsterd zitten en lees je en herlees de laatste zin van deze proloog nog eens: “Geschrokken realiseerde ik me dat de tranen die ik tijdens de audiëntie had gezien (de schrijver mocht plotsklaps op audiëntie bij de vader van Kim Jong-un; Kim Jong-il) niet de tranen van een mens waren, maar de bloedige tranen van iemand die wanhopig mens wilde worden.”
Dat laatste geeft ook goed de sfeer weer van de foto’s van Eddo Hartman. Het lijkt wel of in dat bijzondere land geen echte mensen leven, dat alles een groot decor is, met alleen maar gemaskerde toneelspelers. Foto’s die je niet zomaar weer uit je hoofd krijgt, zeker in combinatie met het verhaal van een gevluchte hofdichter.